• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Waarom zou ik in vredesnaam participeren
 

Waarom zou ik in vredesnaam participeren

on

  • 690 views

Kritische analyse van 'participatie' vanuit het gezichtspunt van de burger.

Kritische analyse van 'participatie' vanuit het gezichtspunt van de burger.

Statistics

Views

Total Views
690
Views on SlideShare
688
Embed Views
2

Actions

Likes
0
Downloads
5
Comments
0

2 Embeds 2

http://www.slideshare.net 1
http://a0.twimg.com 1

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment
  • Veranderende sturingsfilosofie Er is sprake van een evolutie in de sturingsfilosofie van de overheid. Nog in 1981 hanteert de Commissie Vonhoff in het briljante rapport ‘Elk kent de laan die derwaart gaat’ in zijn systeemanalyse het model van een sturende overheid, die zichzelf moet compliceren om de steeds ingewikkelder samenleving te kunnen aansturen. Daarmee wordt door de commissie Vonhoff de kiem gelegd voor rationalisatie van de overheidssturing tot ‘planning en control’. Voordien werd de maatschappelijke agenda bepaald door de vraag van de samenleving zoals die werd geformuleerd in de zuilen – de politieke partijen zetten de agenda. Gedurende de kabinetten Lubbers en Kok, wordt die benadering vervangen door een pragmatischer, probleemgerichte benadering. Pragmatische agendabouw, gevolgd door sturing met Planning en Control! Van zorgen voor naar zorgen dat… Rond de millenniumwisseling ontstaat er behoefte aan een nieuw stuurmodel. Het pragmatische model is sleets, ‘zielloos’ geworden. Sinds de komst van Balkenende in 2002 geldt binnen de overheid niet langer ‘zorgen voor’ maar ‘zorgen dat’. In 2004 wordt die sturingsfilosofie expliciet gemaakt en uitgewerkt in het rapport van de RMO met de titel: “Bevrijdende Kaders”. In dat model daagt de overheid Maatschappelijke Ondernemingen, markt en burgers worden uit om samen te werken binnen kaders ter realisatie van een maatschappelijk doel. De sturingsfilosofie bestaat uit twee componenten: ten eerste een stevige, uitdagende kaderstelling; ten tweede het ‘uitlokken’ tot horizontalisering. Een nieuw woord dat slaat op die ‘horizontale samenwerking’ tussen maatschappelijke partijen. Met de komst van dit sturingsparadigma is er weer een familie van denkmodellen bijgekomen voor communicatie en sturing tussen overheid en samenleving. Kloof tussen filosofie en praktijk Die stuurmodellen worden echter zelden consistent toegepast. Die filosofie van kaderstelling en horizontalisering vormde bijvoorbeeld het decor waarin de Wet maatschappelijke ondersteuning werd geformuleerd. Doch in de uitvoering werden daar nog elementen van het aloude verticale ‘planning en control-model’ ingevoerd: de inkoop van diensten bijvoorbeeld. En als gevolg van een slecht begrip van dat neologisme ‘horizontalisering’, werden in de uitvoeringspraktijk ook nog restanten verwerkt van de oeroude sector/zuilensturing uit de jaren zestig en zeventig. De delegatie van taken van rijksoverheid naar gemeenten zorgde er voor dat deze bestuurlijke knoop op de vele bordjes van de verschillende gemeente kwam te liggen. Gemeenten die door de tamelijk recente invoering van het dualisme tussen raad en College bovendien niet geneigd zijn tot het nemen van afstand tot de uitvoering. Resultaat: verwarring in de verhoudingen Al met al zien we dat in het werkveld van de maatschappelijke onderneming drie stuurmodellen door elkaar lopen: de aloude politieke vraagsturing, de probleemgerichte planning en control en de nog onvoldragen benadering van kaderstelling en horizontalisering. Dat leidt tot ongelukken, met name in die domeinen waar de overheid de planning en control niet durft los te laten: zorg en welzijn. Maar ook in de sfeer van het wonen is de situatie verrommeld. Een en ander leidt tot concrete ongelukken bijvoorbeeld in de thuiszorg, maar ook tot een algemeen verlies aan vertrouwen bij burgers ‘men rommelt maar wat aan daar in die bestuurskamers’. \\
  • Aan de haren uit het moeras? Ontrommeling van de bestuurlijke verhoudingen zou ongelukken kunnen voorkomen en het vertrouwen van burgers moeten bevorderen. Maar wie moet dat doen? De overheid als scheidsrechter in het bestuurlijke veld is de eerst aangewezen partij. De rijksoverheid neemt die rol niet echter niet. Mogelijk is de ideologische verdeeldheid van Balkenende IV daarvan de oorzaak (CU/CDA: model 3; PvdA: model 2). Maar belangrijker zal zijn dat de problematiek van de sturing van het middenveld met name door de Wmo is verschoven naar het gemeentelijke niveau. De gemeenten hebben voor sanering van de bestuurlijke verhoudingen niet de vereiste competenties. Eerst omdat er simpelweg over die bestuurlijke verhoudingen nog onvoldoende bewustzijn bestaat – sanering van de bestuurlijke verhoudingen is simpelweg nooit een taak van de gemeente geweest – en men dus vertrouwt om de oude routines vanuit het politieke denken van model 1; soms met de zakelijkheid van model 2. Er is eenvoudigweg nauwelijks ervaring met het nieuwe model 3. Bovendien is de verhouding tussen Raad en College een blokkade op weg naar nieuwe modellen van sturing. De gemeenten gaan dit zonder hulp niet trekken… Uitdaging aan de maatschappelijke ondernemer Die hulp moet komen van de maatschappelijke ondernemingen. Dat is simpelweg een ondernemersuitdaging. Zo goed als een marktondernemer zijn commerciële verhoudingen in de markt gezond moet houden, moet een maatschappelijke ondernemer zich bekommeren om de verhoudingen met het bestuur. Daarbij is het model ‘kaderstelling en horizontalisering’ dé context voor de MO – het leefmilieu waarin ondernemerschap kan gedijen. Maak dat eens expliciet richting gemeente. Als de gemeente dat niet wil? Maak dan concrete afspraken over toepassing van ofwel model 1 ofwel model 2 – maar maak het stuurmodel bespreekbaar en doe alleen al zodoende aan ‘ontrommeling van de bestuurlijke verhoudingen’!
  • Stap 2; interventiepatroon Vervolgens is de vraag (stap 2) welke interventies worden ingezet. ‘Interventie’ is misschien niet het eerste woord dat in je opkomt als je praat over het verhuren van een huis, of over het ontwikkelen van een vastgoedproject. Maar vanuit het perspectief van het participatiebeleid zijn ook dergelijke materiële ingrepen in de samenleving wel degelijk interventies. De kwestie is wat we met die materiële interventies beogen en hoe we onze eigen activiteiten afbakenen. Met de verhuur van een woning beoogt een maatschappelijke verhuurder méér dan alleen de inning van de huur ter wille van de winst. Van ouds is de doelstelling een maatschappelijke, namelijk de gedachte dat met die verhuur de bewoner met krappe beurs in staat zal zijn om zich beter te ontwikkelen in de samenleving. Moet die doelstelling op de een of andere manier worden ondersteund met dienstverlening? Sociale koop bijvoorbeeld wil de mensen activeren door de ontwikkeling van eigen kapitaal. Een pro-actief huurincassobeleid kan helpen om mensen voor uitval te behoeden. Wij onderscheiden twee componenten: De transacties tussen mensen en tussen mens en organisatie, waarbij zaken worden uitgewisseld: materiële voorzieningen, diensten, betalingen – alles dat in het sociale en economische verkeer tussen mensen heen en weer gaat. De transformaties van die mensen en organisaties – die door de transacties worden veroorzaakt. Door te huren ontwikkelen mensen zich, en door te verhuren verandert ook een corporatie. De kernvraag is nu: wat zetten wij voorop in ons interventieprogramma, de transactie of de ontwikkeling? Men kan besluiten om vanuit de legitieme gedachte dat een schoenmaker zich bij zijn leest moet houden zich te beperken tot de transactie: wij verhuren huizen en doen dat zo goed mogelijk (waarbij je natuurlijk als maatschappelijke ondernemer nooit vergeet dat je zulks doet om de huurder verder te brengen in de samenleving). Maar met evenveel recht kan men zich focussen op de ontwikkeling van mensen: ze kansen bieden, zelfs stimuleren (waarbij je natuurlijk als vakman nooit de kwaliteit van de woningen en de dienstverlening uit het oog verliest). De keuze is niet zozeer een óf–óf-keuze, maar de vraag naar voorgrond en achtergrond, naar de focus van je handelen. Gaat het je eerst en vooral om de harde kant? Neem je het transformationele, het ontwikkelingsaspect wel of niet actief mee in je interventiepatroon? Zo ja, hoe dan? Het zijn keuzes die per situatie anders kunnen uitvallen. In de tweede stap van de aanpak zullen we het interventiemodel in beeld brengen: wat is de mix van transacties en ontwikkelingsactiviteiten in de specifieke situatie. Het is niet altijd zinvol om in deze stap de bewoners actief in te schakelen. Of dat wel of niet gebeurt zal onder andere afhangen van de manier waarop de organisatie in de samenleving wil staan: vooral een professioneel bedrijf of vooral een bedrijf dat zich inzet op de ontwikkeling van mensen en wijken?
  • Stap 3. Communicatiepatronen ‘ Macht’ is een belangrijke conditie voor de communicatie tussen mensen. Hoe zijn de verhoudingen aan het loket? De machtige organisatie en de nooddruftige klant? Of is er sprake van dienstbaarheid van de zijde van de leverancier? Of zijn het ‘gewoon mensen’ ter weerszijde van het loket die het gesprek bepalen. Dezelfde vraag naar de verhoudingen kun je in vrijwel alle situaties stellen. Met de komst van het informatietijdperk ontstond er een beter zicht op het verschil tussen verticale en horizontale communicatie. Voor het eerst kreeg horizontale, ‘peer to peer’ communicatie een herkenbaar medium in de vorm van Internet. Verticale is dan communicatie waarbij machts- en kennisverschillen dominant zijn, en horizontale communicatie waarbij de overeenkomst tussen mensen voorop staat. Ook hierbij geldt trouwens weer dat het geen óf-óf-onderscheid betreft, maar een voorgrond/achtergrond onderscheid. In alle communicatie zitten elementen van gelijkheid en elementen van verschil. De crux is wat je op de voorgrond zet: het verschil van bijvoorbeeld de professional versus de cliënt of de overeenkomst: ‘samen pakken we het probleem aan’. In welke verhouding willen we opereren? Verticale verhoudingen zijn soms onontkoombaar – bijvoorbeeld als de corporatie zich verantwoordt in het kader van de wet huurder-verhuurder. Het machtsverschil tussen huurder en verhuurder is daar een gegeven en als je daar ‘net doet alsof’ het niet uitmaakt of je huurder of verhuurder bent, dan voelt dat aan als onwaarachtig, niet betrouwbaar gedrag. Bij verticale communicatie hoort ook participatie volgens de principes van de vertegenwoordiging. Horizontale verhoudingen zijn aan de orde als je samenwerking op basis van gelijkwaardigheid van groot belang vindt. Bijvoorbeeld bij het beheer van een stukje buitenruimte. Mensen moeten zich dan medeverantwoordelijk kunnen voelen. De klus moet uitdagen – de kaders helder. Bij horizontale communicatie hoort participatie volgens de principes van het model ‘bevrijdende kaders’: het speelveld en de opgave zijn helder en mensen gaan binnen die kaders in vrijheid met elkaar om. In de derde stap zullen we vaststellen welke communicatiepatronen er in de gegeven situatie het meest gewenst zijn: de verticale, met als participatie/sturingsmodel ‘de vertegenwoordiging’ of de horizontale, met als participatie/sturingsmodel ‘de uitdagende kaders’. In ieder geval is het van cruciaal belang dat de keuze ‘deugt’: geen schijndemocratie, want dat tast het vertrouwen aan. Vaak is het verstandig om bij deze derde stap de formele huurdervertegenwoordiging te betrekken.
  • Stap 4. Communicatiepalet Er is een zekere samenhang tussen het communicatiepatroon (verticaal, horizontaal) en de aard van de interventie (transactiegericht, transformatie/ontwikkelingsgericht). Als je beide dimensies combineert ontstaat er een bepaalde stijl van opereren. Er ontstaan dan vier stijlen (contexten) voor interactie met de cliënt: Vertikaal / transactioneel – je zou die ‘puur zakelijk’ kunnen noemen. De verhouding is er een van klant-leverancier’ Vertikaal / transformationeel – er is een zekere machtsafstand, maar ook de wil om elkaar te ontwikkelen. We hebben dat als ‘bestuurlijk (verticaal) en betrokken’ gekarakteriseerd. De verhouding lijkt op die van organisatie-deelnemer. Horizontaal / transactioneel – de onderlinge verhoudingen hebben een ruilkarakter. Hoe dat voor de mensen in termen van ontwikkeling uitpakt vinden de mensen minder belangrijk. Voorop staan de ‘onderlinge belangen’. De verhoudingen zijn die van een marktplaats, die van rragers-aanbieders. Horizontaal / transformationeel – hier staat de gezamenlijkheid voorop: samen de klus klaren en er van leren. We hebben dat ‘enthousiaste samenwerking’ genoemd. De verhoudingen zijn die van ‘partner in samenwerking’ Op het gevaar af dat we daarmee een of-of-benadering suggereren hebben we die combinaties toch een eigen karakteristiek gegeven, losjes gekoppeld aan de kleurenbenadering van De Caluwe c.s. . Daarbij noemden we verticaal ‘geel’ (politieke karakter); horizontaal wit (doelzoekend); transactioneel gaven we de kleur blauw en transformationeel de kleur wit. Zodoende ontstaat er een palet van mogelijkheden met vier mengkleuren. In de vierde stap wordt per situatie bezien hoe de vragen uit de eerste stappen zich vertalen in een stijl van opereren. Past die stijl bij het totaal van de organisatie? Het is verstandig om in deze fase binnen de eigen organisatie in iets bredere kring het gesprek te voeren: wat zijn de consequenties van de gekozen kleur voor het eigen gedrag?
  • Stap 5. evaluatie De toepassing van dit palet van mogelijkheden wordt per situatie als het ware geregeerd door twee overwegingen: de pragmatisch en de ethische. De pragmatische overweging is ‘wat geeft hier het beste resultaat’; de ethische overweging is randvoorwaardelijk en heeft betrekking op de omgang met macht (eerlijk zijn over hoe de verhoudingen echt liggen: vertikaal, horizontaal) en op de wederkerigheid – de aloude regel: ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet alzo ook den ander niet’. Die regel geldt met name voor het onderscheid tussen transactioneel en transformationeel. Als je een transactionele context schept houd je zakelijk afstand. Maar in een transformationele context ben je als persoon in het geding: wil je dat wel als medewerker, als klant? Is de situatie voldoende veilig? Wanneer mag je als maatschappelijke ondernemer je achter de voordeur van de bewoner begeven?

Waarom zou ik in vredesnaam participeren Waarom zou ik in vredesnaam participeren Presentation Transcript

  •  
  • Baas over eigen participatie De zaak van de bewoner
  • Opzet van de werkbijeenkomst
    • Gesprekje vooraf.
      • U gaat een college meemaken van 150 minuten… ik praat – u luistert… hoe zullen we dat eens regelen?
    • Praktijken
      • Ladders
      • Commerciele participatie
      • De instrumenten van de overheid
    • De aanklacht:
      • het perspectief van de instituties is egoïstisch, miserabilistisch, opportunistisch en instrumenteel – en vooral: verward
      • en dus ongeloofwaardig
    • Getuigen voor de zaak van de burger
      • Sociaalwetenschappers en filosofen van allerlei slag:
      • de mens verandert!
    • Analyse: verwarring over het perspectief en de doelen die instituties nastreven
      • De instrumenten van het verleden worden toegepast…
      • in de cultuur van vandaag…
    • Structuur in de chaos vanuit het perspectief van de bewoner
      • De topologie van de communicatie
      • De ethiek
      • De pragmatiek
  • Gesprekje vooraf Wat gaan we doen…
  • Participatie
  • Participatie
  • Praktijken … methoden van participatie
  • Institutionele /beleidsparticipatie
    • Non-participatie
      • Manipulatie
      • Interventie
    • Symbolische participatie
      • Informeren
      • Consultatie
      • Verzoening
    • Burgercontrol
      • Partnerschap
      • Gedelegeerde macht
      • Zelfbestuur/burgermacht
  • En je kunt zo’n ladder verbinden met leiderschap
  • Maatschappelijke participatie
    • Ontwikkeld door en voor gemeenten
    • Simpel doorstroommodel
    • Bedoeld voor eenduidigheid in taal
    • Ideaal om te rapporteren over de effecten van beleid in de raad…
  • Een helder doorstroommodel trede trede trede trede trede trede Herkomst huidige populatie trede Bestemming vertrekkers uit trede 6 5 4 3 2 1 in in in in in uit uit uit uit uit uit 1 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 6 6 5 5 5 5 6
  • Economische participatie
  • Instrument en resultaat
  • De participatiewijzer identificeert ook de opbrengst… wiens opbrengst?
    • Opbrengst (toelichting)
    • Actieve deelname (27)
    • Begrip (16)
    • Cohesie (7)
    • Compromis (16)
    • Draagvlak beleid (24)
    • Draagvlak proces (34)
    • Ervaringsuitwisseling (25)
    • Imago (15)
    • Inzicht wat er in de samenleving speelt (39)
    • Kennis verrijken (33)
    • Ideeën genereren (24)
    • Samenwerking bevorderen (16)
    • Verantwoordelijkheid nemen, versterken (13)
    • Weerstand, omgaan met (11)
    • Schaalniveau (toelichting)
    • Buurt/locatie (29)
    • Regio (31)
    • Stad (41)
    • Wijk/dorp (45)
    Burgerinitiatief Een burgerinitiatief is het formele recht van burgers om onder bepaalde voorwaarden een onderwerp of eigen voorstel direct op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen. De raad moet hierover dan beraadslagen en een standpunt innemen Burgerjury Burgers werpen vanuit een ander perspectief een blik op de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Een bugerjury bestaat uit... Creatieve concurrentie Nadat eerste ronde besluitvorming (probleem, inventarisatie van belangen en ideeën) heeft plaatsgevonden en richting van plan is geformuleerd kan ervoor gekozen worden om consortia in de gelegenheid te stellen gelijktijdig alternatieve plannen uit te werken. Ideeën verzamelen, delen en prioriteren Het bekendste voorbeeld van deze werkvorm is waarschijnlijk de geeltjes-plak-sessie: alle deelnemers krijgen een vraag voorgelegd en worden uitgenodigd 2 of 3 ideeën te formuleren. Kleine ergernissen Om in een wijk de zogenaamde kleine ergernissen aan te pakken, of andersom, snelle verbeteringen door te voeren, kan de gemeente de inwoners van de wijk betrekken. Lusten en lasten Een groep bewoners krijgt de lusten, een budget, en ook de lasten, een grote mate van zelfwerkzaamheid om de ideeën en wensen te realiseren. Participatieve begroting Doel van een participatieve begroting is om meer draagvlak te krijgen voor begrotingsbeslissingen door burgers bij de afwegingen te betrekken. Referendum Een referendum kan raadgevend zijn aan de politiek of zelfs besluitvormend. Schouw De schouw, ook wel knelpuntentour genoemd, wordt meest toegepast op wijk- dorps- of stadsniveau. Burgers gaan samen met betreffende beleidsambtenaren en politiek bestuurders (raadsleden, wethouder) wandelend of fietsend een buurt, wijk of dorpskern in en maken een tocht langs specifieke plekken. Ter plaatse bekijken ze de situatie en spreken ze met bewoners en buurtfunctionarissen (buurtwerkers, wijkagent, huisarts, buurtregisseur). Team Syntegrity / Future Search (werk)conferentiemodel geschikt voor grote groepen. Tenplus : methode voor jeugdparticipatie Tenplus is een spel: een spelbord zoals bij Monopoly met in het midden een plattegrond van de wijk of buurt waarop de bestaande voorzieningen zijn aangegeven en daaromheen in plaats van de Monopoly-straten de voorzieningen die de jeugd wenselijk achten. Van roepen naar eigen inzet De verwachting is dat mensen alleen naar een bijeenkomst komen om commentaar te geven over zaken die niet goed gaan in hun buurt of wijk, terwijl zij met een actieve bijdrage mede voor de oplossing kunnen zorgen. Werkgroep ambtenaren en burgers Voor de concrete uitwerking van beleid in een bepaalde buurt of op een bepaalde locatie kan een werkgroep waarin ambtenaren en buurtbewoners samenwerken tot voor iedereen bevredigende resultaten leiden. Wijkaandelen Bewoners (boven de 12 jaar) en ondernemers kunnen wijkaandeelhouder worden. Zij worden aandeelhouder door in te stemmen met de bijbehorende spelregels. Woordvoering Als de doelgroep homogeen is en makkelijk vindbaar, zoals bijvoorbeeld bejaarden van een bepaald bejaardencentrum, of jongeren die gebruik maken van een bepaalde speelplek, dan is het mogelijk deze groep op te zoeken en onder de aanwezigen om een woordvoerder te vragen. Burgerjury Mogelijke opbrengst ·         Inzicht in hoe een aanpak van een bepaald vraagstuk valt bij de burgers. ·         Opvattingen van de burgerjury kunnen een impuls geven aan samenwerking van de maatschappelijke partners en het halen van een hoger ambitieniveau. ·         Interesse van burgers in politieke besluitvormingsprocessen wordt vergroot. dûs
  • Participatie: allochtone vrouwen als instrument binden aan waarden Juist…
  • De aanklacht Organisaties maken misbruik van de betrokkenheid van mensen
  • Participatieaanspraken op de verblufte burger Emancipatoir: ga toch werken Sociaaleconomisch: ga toch werken Beleidsmatig: denk eens mee! Maatschappelijk: wordt toch lid Sociaal: neem de waarden van de samenleving over! Ideologisch: vorm een schakel voor de onaangepasten!
  • Een problematisch begrip
    • Institutioneel egoïstisch
    • Miserabilistisch
    • Opportunistisch
    • Instrumenteel
    • Verward
    • Begrijpt de bewoner het nog?
    • Wantrouwen door gebrek aan overzicht…
    • Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht: een crisis in het vertrouwen
    • Het recept voor vertrouwen: doen wat je belooft – zijn wat je bent.
    • En wat je als institutie laat zien…
  • Getuigen voor de zaak van de burger Kropotkin Was No Crackpot
  • Participatie is een wonderlijk woord
    • Wikipedia:
      • Waar over participatie wordt gesproken is bijna altijd sprake (geweest) van uitsluiting. Vandaar dat participatie vaak betrekking heeft op groepen die in één of andere zin een achterstandspositie innemen, zoals vrouwen en verschillende minderheden.
      • Het begrip participatie heeft daarom vaak ook een relatie met het begrip emancipatie.
      • Voor degene die over participatie spreekt is het vaak niet voldoende dat mensen formeel vrij zijn om wel of niet ergens aan deel te nemen: als een bepaalde groep in de praktijk nauwelijks deelneemt aan iets belangrijks, dan is dat een teken dat er iets niet in orde is.
      • Participatie is daarom vaak eerder een ideaal van progressieven, linksen en sociaal-democraten dan van conservatieven en rechtsen.
  • Kropotkin Was No Crackpot (Gould 1997) Wederzijdse hulp hoort bij menselijke natuur
  • Weick: Sociale integratie: insluiting en uitsluiting
    • Evolutieproces sociaal-psychologisch gezien
      • Change – betekenisvolle gebeurtenissen
      • Enactment – de (actieve) beleving van die gebeurtenissen
      • Selection – de vertaling van de beleving in (collectieve) spelregels
      • Retention – de opbouw van een verzameling van aangeleerde spelregels (= het hart van de cultuur)
    • Meta-spelregels:
      • Crediting/discrediting – waarderen of afschrijven van de ervaring
      • Assemblageregels – de regels op grond waarvan je ‘er bij hoort’
    • De koppeling van waarderingsregels en assemblageregels vormt de kern van de participatie – hoort bij het domein van de ethiek
    spelregel-verandering gedragsverandering Uitsluiting hoort bij sociale integratie…, is voorwaarde voor sociale differentiatie ethiek ideologie gebeurtenis enactment selection retention change cr/dcr ass cr/dcr ass
  • Sociale samenhang verandert
    • Bowling Alone
      • Vroeger ging men bowlen in clubverband
      • Nu huurt men met een groepje een baan
      • … Desintegratie van het verenigingsleven
    • Interpretatie:
      • Mens wordt calculerende burger
    • Tegelijkertijd blijft het verlangen naar identiteit in verhoudingen
      • Gevonden in nieuwe homogene (meer identiteit, minder functie) groepen
      • Leidt tot een verschuiving in accenten tussen ‘bonding and bridging social capital’
  • Het beeld van de mens verandert
    • Levend in de tijd van het existentialisme, die men ‘het tijdperk van het wantrouwen’ noemde, vatte Sartre het menselijk bestaan samen onder een paradoxale formule:
    • de mens is een wezen, veroordeeld tot de vrijheid.
    • Dat klopte in een tijd waarin eenzaamheid en engagement de gevleugelde woorden waren. Onze tijd echter wordt beheerst door de parolen van coöperatie en communicatie. Daardoor zitten we gevangen in een andere paradox:
    • wij zijn veroordeeld tot vertrouwen.
    • Dat betekent niet dat we als blinden de toekomst van de monsterlijke technologie tegemoet rennen, maar met een onbegrensde vrijheid en op basis van huidige kennis discussiëren over de risico’s van ontwikkelingen die allang zijn begonnen.
    • Peter Sloterdijk, Le Monde, 9 oktober 1999.
    De mens moet maar eens wennen aan de gedachte dat hij in een park leeft, waar authenticiteit een verloren ideaal is.
  • De daders Urbanus, Marx, Drees, Donner…
    • Nulde orde
      • Niet participeren is onmogelijk
    • Eerste orde
      • Probleem: weduwen, wezen, ouden, kreupelen, vreemdelingen
      • Oplossing 1: werken van barmhartigheid
      • Oplossing 2: opsluiten en verjagen
      • Instrumenten: kassen; heilige geestmeesters – devotie en caritas
    • Tweede orde problematiek
      • Probleem: systematisering van de armoede door kapitalisme
      • Oplossing 1: systematisering van de sociale voorzieningen
      • Oplossing 2: opbergen en tewerkstellen
      • Instrumenten: kassen/fondsen/fiscaliteit; overheid – recht en solidariteit
    • Derde orde problematiek
      • Probleem: systematische desintegratie door verzorgingsstaat (individualisering)
      • Oplossing 1: civil society
      • Oplossing 2: niet toelaten / gedwongen aanpassen
      • Instrumenten: kaderstelling en horizontalisering
    Participatie: geholpen worden Participatie: rechten effectueren Participatie: passend meedoen…
  • Evolutie van overheden het mensbeeld verschuift… de aanspraken op de burger veranderen
    • Onderhoud
      • Systemen verfijnen
      • Problemen oplossen
    • Efficiency bevorderen
    • Pragmatische bestuursstijl, Hoofdstructuur buiten beeld
    • Civil Society
      • Terugtreden en optreden
      • Kaderstellen
      • Horizontaliseren
    • Aansprekend bestuur
    • Herstel hoofdstructuur?
    • Herstel
    Balkenende IV 2007 - … Balkenende III 2003 - 2006 Balkenende I 2002 - 2003 Kok II 1998 - 2002 Kok I 1994 - 1998 Lubbers III 1989 - 1994 Lubbers II 1986 - 1989 Lubbers I 1982 - 1986 Van Agt III 1982 - 1982 Van Agt II 1981 - 1982 Van Agt I 1977 - 1981 Den Uyl 1973 - 1977 Biesheuvel 1971 - 1973 De Jong 1967 - 1971 Zijlstra 1966 - 1967 Cals 1965 - 1966 Marijnen 1963 - 1965 De Quay 1959 - 1963 Beel II 1958 - 1959 Drees III 1956 - 1958 Drees II 1952 - 1956 Drees I 1951 - 1952 Drees / Van Schaik 1948 - 1951 Beel I 1946 - 1948 Schermerhorn / Drees 1945 - 1946 De opkomst van de calculerende burger De droom van de civil society – en de participerende burger 1982 2002 1962
    • Opbouw
      • Systeem van sociale zekerheid
      • Systeem van zorg
    • Technocratische bestuursstijl
    • Grote debatten over hoofdstructuur (Vonhoff)
    Een sterk vermoeden: De civil society is een anachronistische oplossing die de generatio spontanea van nieuwe sociale structuur miskent….
  • Analyse van de problematiek Verwarring in perspectief, verwarring in doelstellingen…
  • Het einde van de calculerende burger motivatie interventie/ organisatie van binnen uit / ‘thymotisch’ van buiten af / ‘ erotisch’ faciliteren coproduceren Calculerende burger; Model ‘yup’ Model “Einstein” Het oude, nog dominante perspectief kijkt vanuit de samenleving naar het individu en heeft een pragmatiek die wordt bepaald door denken in begeerten en gebreken. Participatie heeft het karakter van binden en verheffen . Het nieuwe ‘posthistorische’ perspectief ziet vanuit de zelfstandige, geciviliseerde mens naar het collectief, en kiest de aspiraties van mensen als aangrijpingspunt voor het handelen. In dat perspectief krijgt participatie het karakter van levenskunst .
  • Verrommeling in participatie
    • Fasering
    • Nulde orde
      • Niet participeren is onmogelijk
    • Eerste orde
      • Probleem: weduwen, wezen, ouden, kreupelen, vreemdelingen
      • Oplossing: werken van barmhartigheid
      • Instrumenten: kassen; heilige geestmeesters – devotie en caritas
    • Tweede orde problematiek
      • Probleem: systematisering van de armoede door kapitalisme
      • Oplossing: systematisering van de sociale voorzieningen
      • Instrumenten: kassen/fondsen/fiscaliteit; overheid – recht en solidariteit
    • Derde orde problematiek
      • Probleem: systematische desintegratie / verval van sociale verbanden door verzorgingsstaat (individualisering)
      • Oplossingsrichting: civil society / inclusieve samenleving
      • Instrumenten: kaderstelling en horizontalisering
    • Vraagstelling aan de burger is vooral geformuleerd in termen van tweede orde problematiek
      • Institutionele participatie
        • Versmalling tot participatie in besluitvoriming
      • Maatschappelijke participatie
        • Versmalling sociale integratie tot economische integratie
    • De achterliggende wens is echter ontleend aan een derde orde vraagstelling
      • Gesaneerde maatschappelijke verhoudingen
      • Inclusieve samenleving
  • Stuur en participatiemodellen in een veranderend politiek klimaat
    • Onderhoud
      • Systemen verfijnen
      • Problemen oplossen
    • Efficiency bevorderen
    • Pragmatische bestuursstijl, Hoofdstructuur buiten beeld
    • Civil Society
      • Terugtreden en optreden
      • Kaderstellen
      • Horizontaliseren
    • Aansprekend bestuur
    • Herstel hoofdstructuur ter wille van consisten bestuur?
    • Herstel
    Balkenende IV 2007 - … Balkenende III 2003 - 2006 Balkenende I 2002 - 2003 Kok II 1998 - 2002 Kok I 1994 - 1998 Lubbers III 1989 - 1994 Lubbers II 1986 - 1989 Lubbers I 1982 - 1986 Van Agt III 1982 - 1982 Van Agt II 1981 - 1982 Van Agt I 1977 - 1981 Den Uyl 1973 - 1977 Biesheuvel 1971 - 1973 De Jong 1967 - 1971 Zijlstra 1966 - 1967 Cals 1965 - 1966 Marijnen 1963 - 1965 De Quay 1959 - 1963 Beel II 1958 - 1959 Drees III 1956 - 1958 Drees II 1952 - 1956 Drees I 1951 - 1952 Drees / Van Schaik 1948 - 1951 Beel I 1946 - 1948 Schermerhorn / Drees 1945 - 1946 1982 2002 1962
    • Opbouw
      • Systeem van sociale zekerheid
      • Systeem van zorg
    • Technocratische bestuursstijl
    • Grote debatten over hoofdstructuur (Vonhoff) – ontzuiling…
    Vraagsturing met politieke regulatie tussen zuilen Planning en control Kaderstelling en horizontalisering
  • Passende sturing?
    • Politieke vraagsturing
      • Belangengroepen
      • Politieke kleur
      • Afweging in machtsspel
      • Participatie in zuil / organisatie
    • Planning en control
      • Economie
      • Probleemstelling
      • Pragmatische besluitvorming
      • Participatie door vertegenwoordiging in functionele organisaties
    • Kaderstelling en horizontalisering
      • Dynamiek van de samenleving
      • Opgave
      • Mate van effectiviteit van de uitdaging
      • Participatie door samenwerking van mensen en organisaties
    • Het risico op een ongeluk:
      • Een filosofie van kaderstelling en horizontalisering
      • Een praktijk van planning en control
      • Met ook nog een beetje sturing via politieke organisaties
    • Leidt tot onoverzichtelijkheid en verlies aan vertrouwen
  • Verrommeling door participatie
    • Eerste orde:
      • De ‘natuurlijke’ wens om te helpen, te betrekken
      • Politieke participatie via kerk en zuilen
    • Tweede orde:
      • ‘ Werk, werk, werk’; emancipatie eerst participatie als gevolg
      • Beleidsparticipatie als vorm van directe democratie van de niet georganiseerde burger (legitimering)
      • Politieke participatie in het kader van beleidsproces (P&C)
    • Derde orde
      • Sanering sociale samenhang (integratie minderheden)
      • Zoektocht naar perspectief
      • Politieke participatie door samenwerking
    • Verrommelde aanspraken – verlies aan vertrouwen
  • Structuur in de chaos Vanuit het perspectief van de bewoner
  • Drie scenario’s voor een rolverdeling naar analogie van het RMOadvies over de Wmo
    • 'De gemeente aan het roer'
      • gaat ervan uit dat de samenleving vooral baat heeft bij een krachtige gemeente.
      • Zo'n gemeente investeert in het zelfredzaam maken van mensen die anders afhankelijk zullen blijven of zich als zodanig zullen blijven opstellen.
      • De nadruk ligt op ondersteuning van (zeer) kwetsbare burgers.
    • 'Stuurman van je eigen leven'
      • Het individu het uitgangspunt.
      • De gemeente voert 'includerend beleid' om de nodige voorwaarden te scheppen om dit scenario te realiseren.
      • Vervolgens zijn individuen zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de WMO.
    • 'De burger en zijn verbanden'
      • De burger en het particulier initiatief centraal.
      • Burgers maken deel uit van verschillende verbanden, zoals de familie, sportvereniging, kerk of belangenorganisatie.
      • Gemeente benut dergelijke verbanden, meer dan nu het geval is, bij de uitvoering van de nieuwe wet.
  • Communicatie verzorgen, verzekeren, verheffen, verbinden
    • Verzorgen en verzekeren
      • Transacties
        • Bouwen van woningen
        • Leveren van diensten
        • Effectueren van rechten
    • Verheffen en verbinden
      • Transformaties
        • Ontwikkelen van competenties
        • Bouwen van sociale netwerken
        • Ontwikkelen van vertrouwen
    • De transactionele en de transformationele aspecten van communicatie…
    • A zegt tegen B, B verwerkt… B geeft feedback naar A A verwerkt…
    Evolutie van het onderwerp A B B’ A’ A’’ B’’ De transformatie van A en B De transacties van A en B
  • Doen wat je belooft… zijn wie je bent
    • In elke situatie: Het moet kloppen
      • Transformatie
      • Transactie
      • Het onderwerp
    Evolutie van het onderwerp A B B’ A’ A’’ B’’ De transformatie van A en B De transacties van A en B Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet alzo ook den ander niet Maar ergens klopt het nooit…
  • Macht ofwel: Welke communicatiepatronen in deze situatie?
    • Verticaal
      • Centrale rol organisatie
      • Organisatie bepaalt de spelregels en kaders
      • Prima conditie voor klant-leverancier-transacties
      • Transformaties in termen van ‘verheffen en verbinden’
    • Horizontaal
      • Gelijkwaardigheid basisspelregel
      • Spelregels en kaders onderling bepaald
      • Prima conditie voor ‘samen leren’
      • Transacties in termen van onderlinge ruil / lokale economie
    geel wit
  • Participatiepalet per situatie stijlvast…
    • Het palet:
    • vier stijlen (contexten) voor interactie met de cliënt:
    • Vertikaal / transactioneel
      • ‘ puur zakelijk;
      • Verhouding klant-leverancier’
      • kleur groen;
    • Vertikaal / transformationeel
      • ‘ bestuurlijk (verticaal) en betrokken’
      • Verhouding organisatie-deelnemer
      • kleur oranje;
    • Horizontaal / transactioneel
      • ‘ onderlinge belangen’
      • Verhouding vragers-aanbieders
      • kleur blauw;
    • Horizontaal / transformationeel –
      • ‘ enthousiaste samenwerking’
      • Verhouding ‘partner in samenwerking’
      • kleur rood.
    Zakelijk Verhouding klant - leverancier Onderlinge belangen Verhouding vragers – aanbieders in de locale economie Enthousiaste samenwerking Verhouding ‘partner in samenwerking’ Bestuurlijk en betrokken Verhouding organisatie - deelnemer Focus op transactie Focus op transformatie Horizontaal Verticaal In menselijke communicatie spelen alle aspecten een rol; de stijl wordt bepaald door wat op de voorgrond staat. Maar de andere kleuren spelen altijd op de achtergrond mee… geel wit blauw rood
  • Ethiek Werkt het? Deugt dat?
    • Focus op transformatie of transactie… hier geldt het criterium van de wederkerigheid:
    • “ wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet alzo ook den ander niet”
    • Verticaal of horizontaal… hier geldt het criterium van de eerlijkheid:
    • Wees helder over de speelruimte en de machtsverhoudingen
    A B B’ A’ A’’ B’’ De transformatie van A en B De transacties van A en B
  • Legitimiteit, vertrouwen en levenskunst
    • Perspectief organisaties
      • Legitimiteit is de verhouding tussen formele macht en geaccepteerde macht
      • Includerend beleid als maatschappelijke opgave
      • Vertrouwen is een kernwoord
      • Doen wat je belooft, zijn wat je bent
    • Perspectief bewoners
      • Regie over eigen leven
      • Uit de rol van consument / aspiraties net zo belangrijk als behoeften
      • Levenskunst als opgave
    En misschien gaat het vanzelf wel goed
  •