Presentatie Letselschade (27 mei 2011) door mr. Ferda van Benthem

2,870 views

Published on

recente jurisprudentie Letselschade met de nadruk op Deelgeschillen

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,870
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
811
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Presentatie Letselschade (27 mei 2011) door mr. Ferda van Benthem

  1. 1. Korevaar van Dijk<br />27 mei 2011<br />
  2. 2. Onderwerpen<br />Stand van zaken deelgeschilprocedure<br />Verkeersaansprakelijkheid<br />Stand van zaken betreffende Arbeidsinspectie<br />Schadebeperkingsplicht<br />Verjaring<br />
  3. 3. 1. Stand van zaken deelgeschilprocedure<br />Rechtbank Breda 2 mei 2011 LJN BQ 3210<br />Verklaring voor recht dat klachten, ziekten, kwalen en gebreken toegerekend <br />moeten worden aan het ongeval en verzoek benoeming nieuwe deskundige.<br />Ongeval 15 september 1999; aansluitend arbeidsongeschikt, bezoek aan <br />huisarts en GGZ. Behandelend psychiater zegt dat slachtoffer de klachten <br />presenteerde op een zeer theatrale wijze en dat deze presentatie en de ernst <br />van het ongeval absoluut niet in verhouding staan. Geen psychiatrisch <br />ziektebeeld. Theatrale persoonlijkheidsstoornis.<br />
  4. 4. Expertise door neuroloog en psychiater in 2005. Geen psychiatrisch <br />syndroom; aanpassing stoornis met stoornissen van verdrag DD simulatie.<br />Geen restverschijnselen ongeval.<br />Neuroloog legt ook geen relatie tussen klachten en ongeval.<br />Verzoeker zoekt aansluiting bij Zwolse Algemeene/De Greef. Geen van de <br />deskundigen heeft aangegeven dat de klachten voor het ongeval aanwezig <br />waren of dat deze ook zonder ongeval zouden zijn opgetreden. Ruime <br />toerekening van toepassing. Geen hoge eisen te stellen aan het bewijs. Het <br />kan niet zo zijn, dat iemand als verzoeker die voor het ongeval een normaal <br />leven heeft geleidt en onmiddellijk daarna arbeidsongeschikt wordt en allerlei <br />psychische klachten ontwikkeld, welke jaren later nog bestaan, toch geacht <br />moet worden niets te mankeren en geen ongevalsgerelateer-<br />de klachten te hebben, zegt verzoeker.<br />
  5. 5. ASR beroept zich op de deskundigenberichten.<br />Rechtbank beroept zich op art. 150 RV, benadeelde moet stellen en <br />aannemelijk maken dat er een causaal verband is tussen het onrechtmatig <br />handelen en de schade.<br />Verschil met Zwolse Algemeene/De Greef: beide deskundigen concludeerden<br />dat de subjectieve klachten herkenbaar waren als een postwhiplash- <br />syndroom en de presentatie van de klachten was reëel. Daar ging het om een <br />syndroom waarvan algemeen bekend is dat het moeilijk of slechts in beperkte <br />mate tot concreet waarneembare medische stoornissen valt te herleiden.<br />
  6. 6. In deze zaak waren de klachten voor de deskundige niet herkenbaar en niet <br />passend bij een nader omschreven syndroom. Geen van de deskundigen <br />heeft geconstateerd dat sprake was van klachten die reëel, niet ingebeeld, <br />niet voorgewend en niet overdreven zijn.<br />Causaal verband onvoldoende onderbouwd. Geen nieuwe <br />deskundigenberichten. Inmiddels vaste jurisprudentie: degene die zich <br />beroept op onjuistheid van de inhoud van een deskundigenbericht moet met <br />zwaarwegende en steekhoudende bezwaren tegen eerder uitgebrachte <br />rapporten komen (eenzijdige deskundige inschakelen).<br />Kosten: de kosten van de verzoekschriftprocedure zijn buitengerechtelijk. ASR <br />zegt dat er maximaal € 2.000,00 toegewezen kan worden, <br />kijkend naar de dubbele redelijkheidstoets. <br />
  7. 7. De rechtbank: onder verwijzing naar het oordeel dat in deze zaak de <br />buitengerechtelijke onderhandelingsfase in beginsel is geëindigd met het <br />expertiserapport van psychiater T kunnen de onderhavige proceskosten niet <br />als redelijke kosten in de zin van art. 6:96 lid 2 worden gekwalificeerd. Na het <br />uitbrengen van het deskundigenrapport door de psychiater bestond er geen <br />grond meer tot het in alle redelijkheid maken van verdere buitengerechtelijke <br />kosten.<br />
  8. 8. Rechtbank Breda 2 mei 2011 LJN BQ 3226<br />Ongeval 15 december 2000; ernstig letsel aan rechterarm en schouder <br />alsmede linkerduim. Studeerde rechten. Verzocht wordt om vast te stellen op <br />welk bedrag de schade aan een jachtgeweer, beschadigd bij de aanrijding kan <br />worden vastgesteld en op welk bedrag de schade als gevolg van verlies <br />verdienvermogen kan worden vastgesteld.<br />Unigarant stelt dat verzoeker niet ontvankelijk moet worden verklaard. Want <br />als deze twee schadeposten zijn afgewikkeld is de hele zaak afgewikkeld. Het <br />verzoek ziet derhalve niet op een deelgeschil. Verder is het geschilpunt ter <br />zake het geweer dan ook niet ontvankelijk nu dit geschil niet ziet op schade <br />als gevolg van dood of letsel.<br />
  9. 9. Rechtbank betreffende het geweer: betreffende de gestelde schade aan het <br />geweer is sprake van een nauwe samenhang met de gestelde letselschade, <br />het geweer lag in de auto op het moment van het ongeval. Het is ook niet <br />praktisch om in deze deelgeschillenprocedure alleen over de gestelde <br />letselschade te oordelen en niet over de daarmee samenhangende claim <br />betreffende het geweer. De wet deelgeschilprocedure werpt geen beletselen <br />op voor de rechter om ook te oordelen over persoonlijke goederen die een<br />persoon bij zich heeft ten tijde van het letselveroorzakende feit.<br />Vordering geweer is dus wel ontvankelijk; het verzoek wordt echter <br />afgewezen omdat er onvoldoende bewijs is geleverd betreffende de omvang <br />van de schade aan het geweer.<br />
  10. 10. Verlies arbeidsvermogen: deskundige voorlichting is noodzakelijk. <br />Belastbaarheid door verzekeringsgeneeskundige; arbeidsdeskundige <br />beoordeling; beoordeling van de gegevens die aan het NRL voorgelegd <br />moeten worden. Beoordeling zal derhalve een aanzienlijke investering in tijd <br />en geld vergen.<br />Verder van belang: dit zijn nog de enige twee geschilpunten. Zou de <br />rechtbank ter zake deze resterende geschilpunten een beslissing nemen, dan <br />betreft dit een beslissing over het volledige tussen partijen nog bestaande <br />geschil ter zake de vergoeding van de letselschade en betreft het geen <br />beslissing op een onderdeel van het geschil op basis waarvan partijen de <br />buitengerechtelijke onderhandelingen weer kunnen oppakken<br />en definitief afronden.<br />
  11. 11. Het verzoek zal onvoldoende bijdragen aan de totstandkoming van een <br />vaststellingsovereenkomst. Verzoek wordt afgewezen.<br />Kosten begroot op € 3.165,82. <br />
  12. 12. Rechtbank Roermond 9 februari 2011 LJN BQ 3182<br />Ongeval 4 november 2006; <br />Verkeersongeval en klachten;<br />Bevoorschotting opgeschort;<br />Verzoeker vraagt om een voorschot. Het verzoekschrift heeft geen betrekking <br />op het medische geschil tussen partijen.<br />
  13. 13. De rechtbank benadrukt dat de rechterlijke uitspraak partijen in staat moet <br />stellen om de buitengerechtelijke onderhandelingen weer op te pakken en <br />mogelijk definitief af te ronden. Wanneer er geen concrete aanwijzingen zijn <br />dat bij beide partijen de bereidheid tot het voeren van buitengerechtelijke<br />onderhandelingen aanwezig is, bestaat er in beginsel onvoldoende <br />perspectief op een buitengerechtelijke afwikkeling van de schade en zal het <br />verzoek dienen te worden afgewezen omdat de verzochte beslissing <br />onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een <br />vaststellingsovereenkomst.<br />
  14. 14. Nog los van het bovenstaande, moet worden geoordeeld dat de verzochte <br />beslissing betreffende bevoorschotting in het geheel niet kan bijdragen aan <br />de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Met bevoorschotting <br />wordt immers geen einde gemaakt aan het diepgaande meningsverschil <br />tussen partijen over het causale verband, welk meningsverschil klaarblijkelijk <br />in de weg staat aan verdere buitengerechtelijke onderhandelingen en het <br />bereiken van een overeenkomst.<br />De kosten worden niet toegewezen. Het is niet redelijk dat deze kosten zijn <br />gemaakt. <br />Er volgt geen veroordeling in de proceskosten. Ofschoon door verzoeker <br />onterecht naar de onderhavige procedure is gegrepen, levert dat nog geen <br />onrechtmatigheid op , hetgeen in de onderhavige procedure wel is vereist wil <br />de wederpartij van de benadeelde in de proceskosten veroor-<br />deelt kunnen worden.<br />
  15. 15. Rechtbank Rotterdam 20 april 2011 LJN BQ1679<br />Ongeval 29 juli 2008.<br />Neurologische expertise 12 maart 2010. Letsel van het rechterbovenbeen. <br />Contusie van de weke delen. Pijnsyndroom met functiebeperking direct <br />gevolg van het letsel. Geen neurologische stoornissen in strikte zin. <br />Aanvullende vragen gesteld. 14 september 2010 reactie op de aanvullende <br />vragen.<br />Verzoeker vraagt om de rapporten als bindend uitgangspunt te laten gelden.<br />Hiertussen door speelt dat 1 van de verweerders in deze zaak een voorlopig <br />deskundigenbericht door een orthopeed heeft aangevraagd.<br />
  16. 16. Die verweerder stelt dat dit deelgeschil het verzoek tot het houden van een<br />voorlopig deskundigenbericht niet mag doorkruisen.<br />De rechter is van oordeel dat het rapport van de deskundige voldoet aan de <br />eisen die mogen worden gesteld aan een voorlopig deskundigenonderzoek.<br />Partijen hebben mogen reageren. De rapportage is dan ook deugdelijk tot <br />stand gekomen. Verweersters hadden, wilden zij dit rapport weerleggen, <br />bijvoorbeeld met een ander deskundigenrapport aan moeten komen.<br />Het verzoek van verweerster tot het benoemen van een orthopedisch <br />deskundige is in strijd met een goede procesorde.<br />De kosten van verzoeker worden vergoed op basis van een uurtarief van <br />€ 237,60 vermeerderd met 6% kantoorkosten en 19% btw.<br />
  17. 17. Rechtbank Rotterdam 13 april 2011 LJN BQ1123<br />7 februari 2008 polikliniek van Oogziekenhuis. Verandering van oogdruppels. <br />Roodheid van het oog. Hierna is de gezichtsscherpte van zijn enige goede <br />rechteroog gedaald.<br />Klachtenprocedure: klachtencommissie vraagt onderzoek aan door oogarts <br />verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum. Oogarts heeft patiënt zo goed<br />mogelijk proberen uit te leggen dat het veranderen van de oogdruppels naar <br />alle waarschijnlijkheid niet de vermindering van de gezichtsscherpte heeft <br />veroorzaakt. De veranderingen van zijn netvlies waren immers al aanwezig <br />toen de oogdruppels werden veranderd.<br />
  18. 18. Dan is er nog een brief van een arts in het dossier van 6 mei 2009. De vraag <br />waar het om gaat is of het indruppelen van Xalatan het macula oedeem bij <br />patiënt heeft geïnitieerd.<br />In het farmacotherapeutisch kompas leest deze arts dat voorzichtigheid is <br />geboden bij ernstige of instabiele astma. Een verband tussen het gebruik van <br />Xalatan en het ontstaan van macula oedeem kan niet worden uitgesloten.<br />Deze dokter vindt dat er een risicofactor bij is gekomen (er waren al wat <br />risicofactoren).<br />De klachtencommissie benoemd een nieuwe deskundige van het Academisch <br />Ziekenhuis Maastricht. Deze deskundige zegt dat het bijzonder <br />onwaarschijnlijk is dat het gebruik van Xalatandruppels heeft geleid tot CME <br />en visusdaling aan het rechteroog. <br />Klacht wordt ongegrond verklaard.<br />
  19. 19. De verzoeker schakelt zelf iemand in. Deze deskundige constateert een <br />bloeding. Hier is geen nader onderzoek naar verricht en dat is onzorgvuldig.<br />Onmiddellijke diagnostiek zou een visusdaling hebben verminderd, het proces <br />was tot stilstand gekomen. Maar er zou sowieso schade zijn geweest. Patiënt <br />is de kans op het behoud van een betere visus onthouden.<br />Er wordt een deelgeschil gestart. Een verzoek dat er in essentie toe strekt dat <br />wordt vastgesteld dat het Oogziekenhuis aansprakelijk is, is te beschouwen <br />als een geschil omtrent of in verband met een deel van hetgeen ter zake<br />tussen partijen rechtens geldt.<br />
  20. 20. Partijen hebben nog niet onderhandeld. Dat staat behandeling van een<br />deelgeschil niet in de weg. Juist het feit dat partijen van mening verschillen <br />over de aansprakelijkheid kan een forse drempel zijn voor het op gang komen <br />van de onderhandelingen.<br />Zou het enkele feit dat de onderhandelingen nog niet op gang zijn gekomen <br />juist door het verschil van inzicht over de aansprakelijkheid tot gevolg hebben <br />dat een verzoeker in zijn verzoek niet kan worden ontvangen, dan zou de door <br />de wetgever beoogde mogelijkheid ook aansprakelijkheid in een deelgeschil <br />aan de orde te stellen illusoir worden.<br />Het punt in deze zaak is dat het gaat om een eenzijdig deskundigenbericht. <br />Verzoeker heeft gezegd dat het Oogziekenhuis geen gebruik heeft gemaakt <br />van de mogelijkheid tot het stellen van aanvullende vragen.<br />
  21. 21. Ook is geen bezwaar opgeworpen tegen de persoon van de deskundige. Men<br />heeft ook niet om een disclosure statement gevraagd.<br />MediRisk heeft wel gereageerd op de rapportages, maar dit betekend niet <br />zonder meer dat daarmee met de benoeming van de deskundige werd<br />ingestemd.<br />De rechter stelt dat verzoeker zonder twijfel aan zijn stelplicht heeft voldaan. <br />Daar gaat het echter niet om. De vraag is of aan de rapportages van de <br />deskundige meer waarde dient toe te komen. Dat is niet het geval. Er is niet in <br />gezamenlijk overleg gekomen tot het aanzoeken van deze deskundige.<br />Om tot een beslissing te kunnen komen moet een deskundigenonderzoek <br />gelast worden en is wellicht nadere bewijsvoering nodig. <br />Daar leent dit deelgeschil zich niet voor.<br />
  22. 22. Het verzoek een nader deskundigenonderzoek te gelasten zou op zichzelf <br />wellicht toewijsbaar zijn als verzoeker daarin concreter was geweest, namen <br />had genoemd, vragen gesteld.<br />De bijdrage van de verzochte beslissing aan de totstandkoming van de <br />vaststellingsovereenkomst weegt niet zodanig op tegen de kosten en het <br />tijdsverloop van de procedure dat het moet worden toegewezen.<br />Kosten: toewijzing van € 3.136,00.<br />
  23. 23. Rechtbank Arnhem 2 mei 2011 LJN BQ3863<br />Ongeval 14 maart 2008.<br />SVI bij RVS. RVS zegt dat er sprake is van fraude na video-observatie. De <br />klachten en beperkingen die verzoekster stelt als gevolg van het ongeval <br />bestaan niet werkelijk. <br />Er volgt een onafhankelijk deskundigenbericht door neuroloog dr. J. Vos. Die <br />zegt dat er sprake is van ongevalgevolgen.<br />Het verzoekschrift trekt ertoe RVS te verplichten de schaderegeling ter hand <br />te nemen op basis van de conclusies van dr. Vos alsmede een <br />ongevallenuitkering te doen op basis van de polis. Alsmede de vermelding van <br />verzoekster en haar echtgenoot door te laten halen uit alle <br />zogenaamde zwarte lijst registers.<br />
  24. 24. Verzoekster maakt aanspraak op schadevergoeding uit hoofde van <br />verzekeringsovereenkomsten. Zij wenst derhalve in deze nakoming. Van op de <br />wet gegronde aansprakelijkheid is geen sprake. Verzoekster houdt RVS dus <br />niet aansprakelijk zoals bedoeld in art. 1019 W Rechtsvordering. Uit de <br />parumentaire geschiedenis van de wet blijkt niet dat beoogd is een geschil <br />over polisdekking onder de werking van de wet te brengen. Waar de rol van <br />verzekeraars daarin aan bod komt is dat steeds als verzekeraar van de <br />aansprakelijke partij en niet als verzekeraar van de benadeelde.<br />Niet ontvankelijk in het verzoek. Geen kostentoewijzing.<br />
  25. 25. Rechtbank Alkmaar 17 februari 2011 LJN BP4916<br />Ongeval 26 juni 2002. Deskundigenberichten. Vaststaat dat verzoeker geen <br />inkomen kan genereren. Deelgeschil gaat over inkomen zonder ongeval. <br />Univé: eerste zes maanden van het ongeval € 4.029,00 bruto aan inkomen. Dit <br />is minder dan verzoek thans ontvangt. Zwakke positie op de arbeidsmarkt, <br />alleen lagere schoolopleiding.<br />Van 1989 tot 1999 een bijstandsuitkering.<br />Voor het ongeval 2,5 jaar werkzaam, maar blijkens de loonspecificaties meer <br />verzuim dan gewerkt. Pre-existente rugproblematiek, gok-, <br />alcohol- en drugsverslaving en pre-existente depressies.<br />
  26. 26. Verzoeker ontkent rug- en psychische problematiek en legt brieven over van <br />huisarts en chirurgen. <br />Rechtbank: vergelijking van hypothetische situatie zonder ongeval met <br />feitelijke inkomenssituatie. Gaat om redelijke verwachting van de rechter <br />omtrent toekomstige ontwikkelingen.<br />Betreffende rugproblemen 1 keer een afspraak in 1988, geen <br />vervolgafspraken. 1997 en 1998 alcohol- en drugsprobleem en depressief. <br />Maar zegt de huisarts, voor het ongeval aan het werk en in balans. Huisarts <br />maakt geen melding van gok-, alcohol- en drugsverslaving en pre-existente <br />depressies.<br />
  27. 27. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het enkele feit <br />dat verzoeker voor het ongeval drugs en alcohol zou hebben gebruikt en <br />depressief is geweest, hetgeen vier á vijf jaar voor het ongeval problematisch <br />was, dan wel dat hij zou hebben gegokt, niet zonder meer de conclusie <br />rechtvaardigt dat hij dan ook verslaafd en daardoor arbeidsongeschikt zou zijn <br />geweest ten tijde van het ongeval.<br />Wel onzekerheid over de toekomstige ontwikkelingen. Er zou een<br />arbeidsovereenkomst gesloten worden met een oom. Zou die een bestendig <br />karakter hebben gehad? Er wordt daarom enkel gekeken naar het inkomen <br />dat verzoeker voor het ongeval heeft verdiend. Dat was gedurende 2,5 jaar <br />€ 17.528,00 per jaar.<br />
  28. 28. Rechtbank ‘s-Gravenhage 30 maart 2011 LJN BQ0359<br />Bij werkzaamheden aan een pand is een plafondplaat naar beneden gevallen.<br />Het enkele feit dat geen buitengerechtelijke onderhandelingen zijn gevoerd is <br />onvoldoende om te stellen dat de oplossing van de aansprakelijkheidsvraag <br />niet bij kan dragen aan het tot stand komen van een <br />vaststellingsovereenkomst. Echter: als gevolg van het gebrek aan eerdere <br />buitengerechtelijke onderhandelingen ontbreken in dit geval wel concrete <br />aanwijzingen dat partijen na een oordeel over de aansprakelijkheid tot een <br />vaststellingsovereenkomst zouden kunnen komen.<br />
  29. 29. Verder zijn de stukken onvoldoende om vast te stellen dat het plafond <br />gebrekkig was.<br />De bijdrage van de verzochte beslissing aan de totstandkoming van een <br />vaststellingsovereenkomst is zodanig onzeker dat dat niet opweegt tegen de <br />kosten en het tijdsverloop van de procedure.<br />De kosten worden wel toegewezen.<br />
  30. 30. Rechtbank Rotterdam 6 april 2011 LJN BQ0244<br />Verkeersongeval 8 november 2007. WAM-verzekeraar London. SVI en <br />rechtsbijstandsverzekering bij Achmea.<br />London aansprakelijk gesteld. Aansprakelijkheid erkend. <br />Belangenbehartiger (Jurilex) zond aan de vertegenwoordiger van London een <br />e-mailbericht waarin stond: De afhandeling van de zaak loopt thans via <br />Achmea Personenschade, bij wie cliënt een zogenaamde inzittenden <br />beschermingsverzekering heeft afgesloten. Mettertijd zal Achmea zich tot u <br />wenden in verband met regres.<br />Jurilex en Achmea Personenschade regelen de schade op <br />€ 8.500,00.<br />
  31. 31. Regresvordering Achmea Personenschade op London. London maakt <br />€ 12.500,00 aan Achmea Personenschade over. <br />Deelgeschil: London verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat <br />London aangemerkt dient te worden als aansprakelijke partij zoals genoemd <br />in art. 4 van de vaststellingsovereenkomst (daarin staat natuurlijk dat de <br />regeling treft voor alle aansprakelijke partijen).<br />Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of de vaststellingsovereenkomst <br />medekwijting van London inhoudt.<br />London hoeft in deze zaak niet te gaan betalen aan het slachtoffer.<br />
  32. 32. Rechtbank ‘s-Gravenhage 28 februari 2011 LJN BP8863<br />Ongeval 23 april 1994. Slachtoffer is dan 5 jaar oud. Gevraagd wordt Delta <br />Lloyd te veroordelen van zowat € 100.000,00. Negen verschillende <br />schadeposten.Niet geschikt voor een deelgeschil.<br />
  33. 33. Rechtbank Utrecht 9 februari 2011 LJN BP5568<br />Medische fout; volledige of proportionele aansprakelijkheid; noodzaak 24 -<br />uurs zorg;<br />Veel geschillen, Jaap Sap ziet het toch als deelgeschil. Dit is dus per rechtbank <br />verschillend.<br />Casus: moeder loopt letsel op door een medische kunstfout. Zij vordert <br />vergoeding van kosten verzorging en verhuizing. Zij woonde bij een van haar <br />dochters. <br />Zij gaat na het letsel bij een andere dochter wonen die daartoe een grotere<br />woning heeft gekocht. En deze heeft verbouwd.<br />
  34. 34. Verder is volgens rapportage 24-uurs zorg nodig. CIZ zegt dat er geen <br />behoefte is aan 24-uurs zorg. De rechtbank zegt dat het rapport van CIZ, nu er <br />sprake is van een aansprakelijke partij die de schade dient te vergoeden, niet <br />van doorslaggevende betekenis is. CIZ hanteert een ander toetsingskader. <br />Moeder woonde voor het letsel zelfstandig, zelfstandig in een eigen kamer en <br />kon gebruikmaken van de overige ruimten van het huis van haar dochter. Zij <br />hoeft nu niet in een verzorgingshuis te gaan wonen.<br />Mantelzorg: als het normaal en gebruikelijk is dat zij wordt verricht door <br />professionele, voor hun diensten gehonoreerde hulpverleners, ook al wordt <br />het werk verricht door personen die daarvoor geen kosten in <br />rekening brengen.<br />
  35. 35. Verhuizing en aanpassing woning: art. 6:107 BW voorziet in de mogelijkheid<br />tot kosten die een derde maakt ten behoeve van het slachtoffer door deze <br />derde zelf kunnen worden gevorderd van de aansprakelijke partij indien de <br />gekwetste deze kosten, indien hij ze zelf zou hebben gemaakt, zou kunnen <br />vorderen van die aansprakelijke partij.<br />Aankoop van de woning valt niet onder het bereik van art. 6:107 BW <br />bedoelde schade. Immers het gaat hier om een verschuiving in het vermogen <br />van de dochter, althans een door haar gedane investering. Deze investering <br />zou voor moeder, zou zij die zelf ten behoeven van een dochter hebben <br />gedaan, niet vorderbaar zijn ten opzichte van het ziekenhuis, nu het niet <br />alleen haar eigendom en/of vermogen niet raakt, maar ook omdat het een <br />woonsituatie betreft die niet vergelijkbaar is met die <br />voorafgaande aan het ongeval.<br />
  36. 36. Er moet ook rekening mee worden gehouden dat er voor gekozen is moeder <br />niet naar een verzorgingshuis te laten gaan. Er moet dan wel een goede <br />afweging van kosten gemaakt worden. De verbouwingskosten worden <br />toegewezen. Aanschaf van de woning niet.<br />
  37. 37. Rechtbank Haarlem 17 februari 2011 LJN BP5388<br />Verzoeker vraagt vergoeding van diverse schadeposten. Het is de <br />kantonrechter echter gebleken dat partijen tot nu toe me name hebben <br />gedebatteerd over de klachten van verzoeker, de diagnose en het causaal <br />verband. Slechts zijdelings zijn de schadecomponenten in het verzoekschrift <br />aan de orde gekomen. En ze zijn te vaag en te ruim geformuleerd. Kunnen <br />niet aan de orde komen in een deelgeschil.<br />
  38. 38. Rechtbank ‘s-Gravenhage 11 februari 2011 LJN BP5395<br />Ongeval 13 september 2009 op rijwielpad. Met voorhoofd tegen op enige <br />afstand van het rijwielpad in de berm opgestapelde betonnen platen gevallen. <br />Feitelijke toedracht is nog in het geschil. Rechtbank kan daarom geen <br />beslissing nemen.<br />
  39. 39. Rechtbank Utrecht 23 maart 2011 LJN BQ0094<br />In deze zaak wordt gevraagd om vaststelling van het smartengeld en om <br />vaststelling van de buitengerechtelijke kosten van € 15.067,00 door MediRisk<br />en de rechtbank doet beiden in het kader van de deelgeschilprocedure.<br />
  40. 40. Rechtbank Alkmaar 9 maart 2011 LJN BP 9365<br />Ongeval 5 mei 2001. Slachtoffer 21 jaar oud. Kort verband vrijwilliger bij<br />defensie. Daar stopt hij omdat hij het werk te onregelmatig en te<br />onvoorspelbaar vindt.<br />Hij heeft ernstig letsel. Daar is geen twijfel over. <br />Er vinden vervolgens tussen 20 januari 2002 en 21 oktober 2005 vele <br />gesprekken plaats met de heer De Ridder van Heling & Partners waarbij het <br />slachtoffer diverse keren wisselt betreffende het soort functie dat hij zou <br />willen verrichten. Beveiliger of een opleiding op het gebied van sport; <br />vervolgens een functie bij de politie, brandweer of marechaussee; vervolgens <br />uitdeuker en spuiter; vervolgens scholing tot reisadviseur; <br />vervolgens een functie bij de douane, de marechaussee, de brandweer of de <br />politie; vervolgens beveiligingsmedewerker.<br />
  41. 41. Hij wordt in contact gebracht met een opleidingscentrum en begint in <br />september 2004 een opleiding tot beveiliger 2. De opleiding bevalt goed, zo is <br />het eerste bericht. Hij begint een stage bij de Holland Secureupe Group op <br />Schiphol. Op 27 april 2005 blijkt hij echter niet tevreden over het werk als <br />beveiliger. De werkzaamheden op het stageadres bevallen hem niet. Laatste <br />werkdag 3 augustus 2005. Dan vertrekt hij naar Curaçao om hand- en <br />spandiensten te verrichten binnen het bedrijf van een vriendin. <br />Juni 2007 berekening NRL. En dan vervolgens een procedure over het verlies <br />arbeidsvermogen.<br />De rechtbank zegt, dat er gedurende een bepaalde periode zeker sprake is <br />geweest van verlies verdiencapaciteit maar dat eiser gelet op alle medische <br />informatie wel in staat wordt geacht in een inkomen te <br />voorzien.<br />
  42. 42. Wanneer een slachtoffer, zijn eventuele predispositie mede in aanmerking <br />genomen, nalaat alles in het werk te stellen wat redelijkerwijs van hem kan <br />worden gevergd om bij te dragen aan het herstelproces, kan dat van invloed <br />zijn op de hoogte van de schadevergoeding. Hij mocht er langer over doen <br />dan een gemiddeld mens. Maar gezien de leeftijd waarop hij het ongeluk <br />kreeg en zijn op dat moment beperkte arbeidsverleden mag hij zijn <br />persoonlijke voorkeuren tot in zekere mate wel aanpassen aan de door het <br />ongeval gewijzigde omstandigheden. Hij mocht tien jaar zoeken naar een <br />nieuwe rol in het leven. En die tien jaar zijn nu voorbij. Vanaf datum vonnis <br />wordt er uitgegaan van het inkomen dat hij had kunnen werken als <br />beveiligingsbeambte. Dat wordt in mindering gebracht op hetgeen hij <br />theoretisch als brandweerman zou hebben verdiend. En dan <br />wordt er een deskundige benoemd<br />
  43. 43. Gerechtshof Arnhem 8 februari 2011 LJN BP3821<br />Dit betreft een schadestaatprocedure, vaststelling schade na bedrijfsongeval, <br />eigen schuld. In deze zaak heeft het slachtoffer geen beroep gedaan op het <br />arbeidsongeschiktheidspensioen van het notarieel pensioenfonds. Als zij dat <br />wel had gedaan had zij waarschijnlijk geen schade gehad.<br />WAO-uitkering en het invaliditeitspensioen zouden samen een dusdanig <br />inkomen hebben opgeleverd dat het gelijk zou zijn aan het salaris van <br />kandidaat-notaris. <br />Vraag cliënten altijd naar andere verzekeringen.<br />
  44. 44. Hoge Raad 11 maart 2011 LJN BP1413<br />Dit arrest gaat over verjaring in geval van voortdurende schade. De termijn <br />van 5 jaar gaat lopen op het dat het schadeveroorzakende feit zich heeft <br />voorgedaan. Ook al is de betreffende schadepost op dat moment nog niet <br />bekend. <br />Er kan natuurlijk een uitzondering zijn (dat is mijn uitleg), namelijk dat er een <br />verborgen schade is. Men krijgt een ongeluk. En zes jaar later wordt <br />vastgesteld dat er bij dat ongeluk X, Y of Z is beschadigd. Maar ik vrees dat dit <br />een vrij theoretische discussie is.<br />
  45. 45. Vragen?<br />

×