Uploaded on

Welke leesstrategieën zijn er?

Welke leesstrategieën zijn er?

More in: Education
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
255
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. www.ua.ac.be/leeronskennenACADEMISCHE TEKSTEN LEZENTeksten lezen en verwerken maakt een essentieel onderdeel uit van je universitaire studie.De lengte en de moeilijkheidsgraad van syllabi, wetenschappelijke artikelen en boeken overje studieonderwerp maken dat je beter efficiënt te werk gaat. In dit document vind jestappen die je daarbij helpen.Twee tips voorafLees geconcentreerdLezen is een actieve bezigheid die veel concentratie vereist. Zorg voor eenkalme omgeving en neem af en toe een pauze.Laat je niet ontmoedigenSommige teksten of passages kunnen best lastig zijn. Laat je niet ontmoedigenals je vastzit. Leg de tekst even opzij en begin later opnieuw.
  • 2. Academische teksten - Pagina 2 van 22Stappenplan voor het lezen vanacademische tekstenKlik op de stappen en de tip voor meer informatie.STAP 1: Sta stil bij de titelSTAP 2: Verken de tekstSTAP 3: Lees tot in detailTIP: maak aantekeningen
  • 3. Academische teksten - Pagina 3 van 22STAP 1: Sta stil bij de titelAls je stilstaat bij de titel en bij wat je al weet over het onderwerp, krijg je later bij het lezensneller vat op de inhoud van de tekst. Bovendien wordt je nieuwsgierigheid en je leeshongergeprikkeld: wat zal de tekst je bijbrengen? Komt de inhoud overeen met wat je al over hetonderwerp weet? Op die manier creëer je verwachtingen over wat er in de tekst aan bodkomt. In een volgende fase toets je die verwachtingen af en stuur je ze desnoods bij.Hieronder worden de vragen toegelicht die je kunt stellen bij een titel:• Wat is het onderwerp precies?• Wat weet ik al over het onderwerp?• Hoe zal het onderwerp in de tekst uitgewerkt worden?Wat is het onderwerp precies?Het is handig dat je zo snel mogelijk te weten komt waar de tekst over gaat. Daarvoor hoefje niet meteen de hele tekst te lezen. Het onderwerp van de tekst kom je namelijk te wetenin de titel, de meest compacte samenvatting van een tekst. Vaak is er naast de hoofdtitelnog een ondertitel, die het onderwerp verder duidt. Hieronder zie je een voorbeeld.Je kunt het onderwerp ook formuleren als een vraag. Door die vraag te stellen maak je voorjezelf duidelijk welk antwoord je in de tekst denkt te vinden. Je kunt elke tekst immersbeschouwen als een antwoord op een vraag.Verwachtingen bij de titel over het onderwerpVrouwen buitenspelEen onderzoek naar de genderverhoudingen in de Vlaamse sportsector. Eindrapport(De Bruyn & Mortelmans, 2008)Op basis van de titel en ondertitel mag je verwachten dat de tekst heteindrapport is van een onderzoek naar de verhouding man-vrouw(genderverhoudingen) in de sportwereld in Vlaanderen (Vlaamse sportsector).De uitkomst van het onderzoek zal zijn dat vrouwen op een of andere manierbenadeeld zijn (vrouwen buitenspel).Een mogelijke vraag waarop de tekst een antwoord geeft: in welke mateworden vrouwen in de Vlaamse sportwereld benadeeld?Om over de titel te kunnen nadenken, moet je hem natuurlijk begrijpen. De woorden in detitel geven immers de kerngedachte van de tekst weer. Zorg er dus voor dat je de betekenisvan die woorden kent. Zo zal de titel van het onderzoeksrapport “De verdeling van socialegoederen en diensten en het Matteüseffect” je meer over de tekst vertellen als je weet wat‘Matteüseffect’ betekent (namelijk: de situatie waarin aan degene die al veel heeft, nogmeer gegeven wordt). Als je een woord niet of slechts vaag begrijpt, ga dan snel door deinleiding om te zien of het begrip wordt uitgelegd; anders zoek je het op in eenwoordenboek, in studieboeken of op het internet.
  • 4. Academische teksten - Pagina 4 van 22Wat weet je al over het onderwerp?Nieuwe informatie blijft gemakkelijker hangen als je ze kunt vastknopen aan wat je al weet.Een tekst wordt dan ook toegankelijker naarmate je vertrouwd bent met het onderwerp.Het loont om vooraf even stil te staan bij je voorkennis. Vraag je af wat je al over hetonderwerp weet, zoek eventueel wat informatie op via het internet, of wissel vangedachten met je medestudenten.Heb oog voor de ‘context’ van de tekstLet bij boeken of artikels op de ‘context’ waarin de tekst past. Wie heeft detekst geschreven? Ken je nog andere publicaties van de auteur? Wanneer isde tekst gepubliceerd? Gaat het om een strikt wetenschappelijke publicatie ofveeleer om een populairwetenschappelijke tekst?Hoe zal het onderwerp in de tekst uitgewerkt worden?De titel van een tekst schept verwachtingen over de inhoud, maar ook over de opbouw vaneen tekst. Worden twee of meerdere zaken met elkaar vergeleken? Verwacht je eenchronologisch overzicht? De verwachtingen over de structuur scherpen je aandacht aan alsje straks de tekst doorneemt. Het is best mogelijk dat je verwachtingen over de opbouw nietkloppen, maar dat maakt op zich niet uit. Door verwachtingen te creëren en daarna tecontroleren ben je actief met de tekst bezig.Verwachtingen bij de titel over de opbouwComparatieve wereldgeschiedenisVan Ginderachter, M., 2010.Bij geschiedenis mag je een chronologische indeling verwachten. Comparatiefwijst mogelijk op een vergelijking tussen de geschiedenis van volkeren ofregio’s in de wereld.Vrouwen buitenspelEen onderzoek naar de genderverhoudingen in de Vlaamse sportsector. EindrapportDe Bruyn & Mortelmans, 2008.Het gaat om een onderzoek. Je mag dan ook een onderzoeksstructuurverwachten, met de volgende stappen: onderzoeksvraag – methode –resultaten – conclusie.Terug naar overzicht
  • 5. Academische teksten - Pagina 5 van 22STAP 2: Verken de tekstNadat je op basis van de titel hebt stilgestaan bij de inhoud van de tekst, ga je hemverkennen. Die tekstverkenning levert je een globaal beeld op van de volledige tekst: jekomt meteen de hoofdzaken op het spoor. Bij de tekstverkenning stel je de volgendevragen:• Welke aspecten van het onderwerp komen in de tekst aan bod?• Hoe is de tekst opgebouwd?• Wat is de centrale vraag van de tekst?• Wat is het antwoord op de centrale vraag?Welke aspecten van het onderwerp komen in de tekst aan bod?Welke aspecten aan bod komen, achterhaal je door de inhoudsopgave door te nemen.Bekijk en vergelijk daarbij de titels van eenzelfde tekstniveau. Als er geen inhoudsopgave is,dan blader je door de tekst en bekijk je de hoofdstuktitels. Op die manier krijg je een beeldvan de verschillende onderdelen van de tekst. Precies omdat titels de compactesamenvatting van de inhoud zijn, is het belangrijk dat je de betekenis van de woorden in detitels kent. Soms vind je die betekenis terug in de eerste alinea van de tekst. Als debegrippen niet verklaard worden, zoek je ze op.Ook in de inleiding vind je soms nuttige informatie over de opbouw en de organisatie vande tekst. Vooral inleidingen van langere teksten sluiten vaak af met een leeswijzer dieaangeeft wat er in de verschillende hoofdstukken aan bod komt.Hoe is de tekst opgebouwd?Een tekst kan op twee verschillende manieren opgebouwd zijn: als een opsomming vanverschillende onderdelen, of als een opeenvolging van stappen in een redenering of eenonderzoek.Een veelvoorkomende tekststructuur is een opsomming van verschillende onderdelen vanhet thema. Dat kan gaan om verschillende periodes (chronologisch), verschillende plaatsen(geografisch) of verschillende subthema’s (thematisch). Bekijk als voorbeeld van eenthematische opsomming hier de inhoudsopgave van het boek ‘Algemene chemie voormedische en biomedische wetenschappen en voor de natuurwetenschappen’ en hier deinhoudsopgave van de syllabus ‘Bronnen en beginselen van het recht’1; bekijk hier deinhoudsopgave van de syllabus ‘Comparatieve wereldgeschiedenis’2als voorbeeld van eenchronologische opsomming.Een tekst kan ook de opeenvolgende stappen in een redenering of een onderzoekweergeven. Om tot een oplossing van een probleem te komen bijvoorbeeld, wordtdoorgaans eerst beschreven wat het probleem precies is en waarom het een probleemvormt. De volgende stap brengt de oorzaken in kaart, vanwaaruit ten slotte oplossingenworden voorgesteld. Een ander voorbeeld van een tekst met opeenvolgende stappen is de1Velaers, J. (2010). Bronnen en beginselen van het recht. Antwerpen, Universitas.2Van Ginderachter, M. (2010) Comparatieve wereldgeschiedenis. Antwerpen, Universitas.
  • 6. Academische teksten - Pagina 6 van 22onderzoekspaper. Daarin vind je meestal dezelfde structuur terug: inleiding (metonderzoeksvraag) – methode – resultaten – conclusie. Bekijk een voorbeeld van eenhieronderzoekspaper. Blader of scroll door de tekst om de structuur te bekijken.Vaak weerkerende sets van opeenvolgende stappen noemen we vaste structuren.Voorbeelden hiervan vind je achteraan in dit document (bijlage 1).Blader door de tekstAls je door de tekst bladert, merk je de extra’s op die de tekst biedt:bijvoorbeeld grafieken, tabellen, illustraties, tekstkaders en studeervragen.Meestal zijn dit handige hulpmiddelen bij het lezen. Je hoeft de grafieken entabellen niet meteen in detail te analyseren. Bekijk wel even deonderschriften zodat je weet welke tekstinhoud ze illustreren ofverduidelijken.Wat is de centrale vraag van de tekst en wat is het antwoord erop?Het centrale thema van een tekst formuleer je het best in vraagvorm: de centrale vraag. Inprincipe geeft elke tekst namelijk een antwoord op een vraag. Door deze centrale vraag teformuleren richt je jouw aandacht nog preciezer op het onderwerp. Informatie over hetcentrale thema van de tekst vind je in de inleiding; in wetenschappelijke artikels vind je decentrale vraag daar doorgaans expliciet geformuleerd. In de verkennende fase volstaat hetom de inleiding scannend te lezen. Soms vind je in de inleiding andere informatie, zoals eenanekdote of het actuele karakter van het onderwerp; blijf daar niet te lang bij stilstaan.Achteraan in dit document (bijlage 2) vind je meer voorbeelden van een centrale vraag.Centrale vraag in een onderzoekspaperDe centrale vraag van een onderzoekspaper vind je gemakkelijk terug. Deinleiding van een onderzoekspaper volgt immers meestal dezelfde structuur: de situering van het onderwerp in de actualiteit of in de literatuur de centrale vraag wijze waarop de centrale vraag wordt beantwoordIn sommige papers vind je de centrale vraag terug onder de titel‘probleemstelling’.Het besluit bevat doorgaans een kernachtige formulering van het antwoord op de centralevraag. Als je het antwoord op de centrale vraag hebt gevonden en in eigen woorden kuntformuleren, kun je ervan uitgaan dat je de kern van de tekst hebt gevat.
  • 7. Academische teksten - Pagina 7 van 22Centrale vraag en kernachtig antwoordUit de inleiding:(…) Kunnen we op basis van empirisch onderzoek iets zeggen over het effect van deonderwijsexpansie op de gelijke onderwijskansen? Is de democratisering met anderewoorden gelukt? (…)De eerste zin van het besluit:De grote expansie van het hoger onderwijs sinds de jaren zestig heeft dus niet geleid tot eendemocratisering in termen van gelijke kansen. (…)Bron: Groenez, S. (2008). Onderwijsexpansie en –democratisering in Vlaanderen. HIVA-K.U.LeuvenJe kunt de centrale vraag formuleren bij de hele tekst, maar ook op het niveau van eenhoofdstuk, een paragraaf en een alinea (zie STAP 3).Terug naar overzicht
  • 8. Academische teksten - Pagina 8 van 22STAP 3: Lees tot in detailNadat je de volledige tekst verkend hebt, ken je de grote lijnen van de inhoud. In eenvolgende fase ga je daar dieper op in. Een lange tekst pak je onderdeel per onderdeel aan.Je selecteert daartoe een hoofdstuk of een paragraaf. Je verkent dat onderdeel eerst zoalsin de vorige stappen beschreven werd, om een idee te krijgen van het thema en de opbouw.Daarna lees je de alinea’s tot in detail. In deze stap stel je de volgende vragen: Wat is het thema van het hoofdstuk of de paragraaf? Hoe is het thema van het hoofdstuk of de paragraaf uitgewerkt? Hoe zijn de alinea’s van het hoofdstuk of de paragraaf uitgewerkt?Wat is het thema van het hoofdstuk of de paragraaf?Met het hoofdstuk of de paragraaf die je afgebakend hebt, ga je op dezelfde wijze te werkals bij de volledige tekst. Probeer eerst een globaal beeld te krijgen van dat tekstdeel: jeleest de titel(s) en bekijkt eventuele grafieken en tabellen. Je stelt vast waarover dithoofdstuk of deze paragraaf zal gaan en formuleert dat in de vorm van een vraag.Paragraaf versus alineaEen paragraaf is een groep alinea’s die samenhangen, soms met een titelerboven. Een alinea is een blokje tekst dat één afgeronde gedachte beschrijft.Klik hier voor een voorbeeld uit het boek ‘Derrida, een inleiding’.Bron: Oger, E. (2005). Derrida. Een inleiding. Pelckmans, Kapellen .Hoe is het thema van het hoofdstuk of de paragraaf uitgewerkt?Je weet nu wat het thema van het hoofdstuk of de paragraaf is. Om een idee te krijgen vande hoofdlijnen van dat thema en van de opbouw ervan lees je van alle alinea’ s de kernzin.De kernzin bevat de hoofdgedachte van de alinea. De kernzin is meestal de eerste zin vande alinea. Als de belangrijkste gedachte niet in de eerste zin geformuleerd staat, lees je detweede of de laatste zin.Kerngedachte in de eerste zin van de alineaVooral in de rechtszaal kunnen lacunes in het geheugen en valse herinneringen ernstigegevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer een getuige volkomen overtuigd is van de juistheidvan zijn verklaring en er niettemin volkomen naast zit. Dit fenomeen heeft Forgas in 2005 inverscheidene experimenten waargenomen. Eerst bracht hij proefpersonen in een opgewekteof trieste stemming door hen te vragen aan een blije of verdrietige gebeurtenis in hun levente denken. (…)Bron: Gielas, A. (2010). De goede kanten van een slecht humeur. Psyche & Brein. Geraadpleegd viawww.eosmagazine.eu
  • 9. Academische teksten - Pagina 9 van 22Kerngedachte in de tweede zin van de alineaDe hedendaagse uitvinders laten zich daardoor echter niet uit het veld slaan. Ze hebben eentweede generatie apparaten ontwikkeld die signalen in de hersenen en de rest van hetlichaam detecteren en, zo beweren ze, het duidelijke bewijs kunnen leveren dat iemand liegt.Er wordt momenteel gewerkt aan experimenten die moeten uitmaken of een van dezemethoden in alle gevallen betrouwbaar is. Hoewel de resultaten nog niet eenduidig zijn, lijkthet toch onvermijdelijk dat overheden of rechtbanken vroeg of laat zullen toestaan dat eennieuw soort testresultaat wordt gebruikt als bewijs in rechtszaken. (…)Bron: Metzinger, T. (2007) De Leugen ontmaskerd. Psyche & Brein. Geraadpleegd via www.eosmagazine.euDe samenhang tussen de alinea’s merk je snel op als je de tekst op verbindingszinnen enverbindingswoorden scant. Daarbij laat je je blik over de tekst glijden en je focust opwoorden en woordgroepen zoals bovendien, op de eerste plaats, daarentegen, een andervoorbeeld van en daardoor. Deze woorden geven het verband aan met voorafgaandeinformatie. Als een alinea bijvoorbeeld begint met het gevolg is dat, zoek je in de vorigealinea naar de oorzaak:Verband tussen alinea’s: oorzaak en gevolg(… ) Maar een groot deel van het publiek, en ook een aantal juristen, gelooft dat hersenscans– en dan in het bijzonder de nieuwere anatomische en functionele MRI-scans – een nuttige enonafhankelijke methode kunnen zijn om de fundamentele oorzaken van iemands afwijkendegedrag te beoordelen.Het gevolg is dat er in de Amerikaanse rechtszalen nu steeds vaker neurowetenschappers tezien zijn. En de verwachting dat er in het rechtssysteem een toenemende vraag naarhersenscans zal ontstaan, heeft al geleid tot de oprichting van bedrijven als No Lie MRI, Inc.en Cephos Corporation, die graag in die behoefte willen voorzien. (…)Bron. Grafton, S., Sinnot-Armstrong, W., Gazzaniga, S. & Gazzaniga, W. (2007). Hersenscans in de rechtszaal. Psyche &Brein. Geraadpleegd via www.eosmagazine.euAchteraan in dit document (bijlage 3) vind je meer voorbeelden van verbindingswoorden.KantlijnwoordenSommige teksten bevatten kantlijnwoorden. Dat zijn de kernwoorden van eendeel van de tekst. Zorg ervoor dat je de kantlijnwoorden begrijpt: ken je debetekenis van het woord? Kun je het woord uitleggen?
  • 10. Academische teksten - Pagina 10 van 22Hoe zijn de alinea’s van het hoofdstuk of de paragraaf uitgewerkt?Nadat je de globale inhoud en opbouw van een hoofdstuk of een paragraaf hebtvastgesteld, lees je de alinea’s. Vertrek van de kernzin van de alinea, die verder uitgewerktwordt in de overige alineazinnen. Die zinnen onderbouwen de kernzin met voorbeelden,argumenten, oorzaken, ...Let daarbij op de verbindingswoorden die de tekst ondersteunen. Als je bijvoorbeeld teneerste ziet staan, weet je dat er een opsomming volgt. Je scant de alinea op anderestructurerende woorden zoals ten tweede en verder, zodat je weet uit hoeveel punten deopsomming bestaat. Het volgende voorbeeld komt uit het boek ‘Politiek. Een inleiding in depolitieke wetenschappen’. In deze alinea worden een aantal stappen onderscheiden in hetproces van staatsvorming. Door de tekst te scannen op verbindingswoorden wordt hetmeteen duidelijk over hoeveel stappen het gaat.Opsomming binnen een alinea(…)Men kan een aantal stappen onderscheiden in dit proces van staatsvorming. Er is ten eersteeen concentratie van machtsmiddelen. De overheid beschikt over een geweldig potentieelvan geld, middelen, organisatie en expertise, en ze kan die inzetten voor het reguleren van desamenleving. In de voorbije eeuwen hebben ‘concurrenten’ van de overheid, zoals de kerk ofde adel, bovendien systematisch machtsmiddelen verloren, zodat het politiek systeem veelmeer dan voorheen vrij spel gekregen heeft. De tweede stap is het verwerven van legitimiteit:de overheid dient aanvaard te worden als een geldige gezagsdrager. Ook hier heeft de staatdeze legitimiteit moeten veroveren ten koste van andere bronnen van gezag, zoalsbijvoorbeeld lokale elites of de kerk. Ten derde is legitiem staatsgezag in principe ookgedepersonaliseerd. Dit betekent dat de legitimiteit niet langer afhankelijk is van het charismaof de populariteit van één bepaalde leider, maar dat ze wordt bepaald door het geheel vanregels en instellingen. Het overlijden of vervangen van de politieke leider vormt daardoorgeen probleem: het zijn de instellingen en de procedures zelf die als legitieme machtsbronnenworden ervaren. De vierde en laatste fase, ten slotte, is er een van homogenisering: politiekesystemen streven ernaar de regels op eenzelfde manier toe te laten passen op het gehelegrondgebied. Dat was in het verleden niet het geval: elke streek of stad kon zich beroepen opeigen tradities en rechtssystemen. In de meeste moderne staten is dat niet het geval, en daargelden de regels onverkort voor het hele grondgebied. Een mogelijke uitzondering hierop zouhet verenigd Koninkrijk kunnen zijn, waar diverse gebieden (Schotland, het Eiland Man, deKanaaleilanden) soms eigen rechtssystemen hebben.(…)Bron: Deschouwer K. & Hooghe M. (2005). Politiek : een inleiding in de politieke wetenschappen. Amsterdam: Boomonderwijs.
  • 11. Academische teksten - Pagina 11 van 22Als je eenmaal de opbouw van de tekst doorgrond hebt, is het eenvoudig de inhoudschematisch samen te vatten (zie ook verder in dit document bij Tip: maak aantekeningen).Het ruwe schema van de alinea in het voorbeeld hierboven ziet er als volgt uit:4 stappen in het proces van staatsvorming:1. Concentreren van machtsmiddelen2. Verwerven van legitimiteit3. Depersonaliseren van gezag4. Homogeen maken van het rechtssysteemNiet alleen op het niveau van paragrafen of alinea’s, maar ook op zinsniveau zijnverbindingswoorden belangrijke schakels. Bij zinnen worden daarvoor vaak verwijswoordengebruikt. Het is belangrijk dat je weet waar de verwijswoorden (dit, ermee, waardoor, hier,het, …) naar verwijzen. Het onderstaande voorbeeld laat zien dat ook een leesteken eenverband kan aangeven: na de dubbele punt volgt een toelichting bij het voorgaande.Verbanden tussen zinnenTen derde is legitiem staatsgezag in principe ook gedepersonaliseerd. Dit betekent dat delegitimiteit niet langer afhankelijk is van het charisma of de populariteit van één bepaaldeleider, maar dat ze wordt bepaald door het geheel van regels en instellingen. Het overlijden ofvervangen van de politieke leider vormt daardoor geen probleem : het zijn de instellingen ende procedures zelf die als legitieme machtsbronnen worden ervaren.Bron: Deschouwer K. & Hooghe M. (2005). Politiek : een inleiding in de politieke wetenschappen. Amsterdam: Boomonderwijs.Omgaan met academische woordenAls je academische teksten leest, kom je heel wat nieuwe woordenschattegen. Bij elk nieuw woord hoef je niet meteen een woordenboek teraadplegen. Vaak wordt het nieuwe woord duidelijk uit de context. Vaktermenwaarvan de betekenis niet duidelijk is, zoek je wel op. Met die woorden zal jenamelijk over de vakinhoud moeten communiceren. Noteer deze woorden opeen plaats waar je ze gemakkelijk kunt terugvinden.Terug naar overzicht
  • 12. Academische teksten - Pagina 12 van 22Tip: maak aantekeningenLezen is een actieve bezigheid. Je voert als het ware een gesprek met de tekst: je creëerteen verwachting, toetst die af, stelt vragen, vindt antwoorden en zo graaf je dieper endieper in de tekst.Een actieve lezer maakt ook aantekeningen in de tekst of markeert bepaalde passages ofwoorden. Je kunt bijvoorbeeld kernwoorden in de kantlijn zetten of aanduidingen maken inkleur. Dat doe je best nadat je de tekst al goed verkend hebt en een globaal beeld hebt vande inhoud en de opbouw. Het is dan immers duidelijker wat de hoofdzaak is. Zorg er welvoor dat het overzichtelijk blijft.Een schema maken van de tekst (of van een deel van de tekst) is ook nuttig. Een schemaloont de moeite: bij het lezen van een moeilijke tekst of een moeilijk deel van de tekst bij teksten die je moet studeren, bijvoorbeeld bij een syllabusHieronder vind je aanwijzingen voor het maken van een bepaald type van schema, namelijkhet kolommenschema.Hoe maak je een kolommenschema?Een kolommenschema kan er zo uitzien:Centrale thema hoofdaspecten deelaspecten extra uitlegLandbouw- envisserijbeleid1.Landbouwbeleid2.Visserijbeleid- inleiding- doelstellingen- evolutie- huidige beleid…Specificiteit van de sectorGericht op belangen vanproducenten enverbruikers- tijdens en na WoII- plan Mansholt 1968- groenboek 1983- blauwdruk 1992- hervormingen 2003- markt-, prijs- eninkomensbeleid- plattelandsontwikkeling…Naar: Naert, F. et al. (2007). De Europese Unie. Economische fundamenten. Antwerpen: Intersentia
  • 13. Academische teksten - Pagina 13 van 22Aan de hand van je kolommenschema kun je een lange tekst, zoals een syllabus, globaal inkaart brengen. Maar je kunt met een kolommenschema ook een deel van de tekst tot indetail weergeven. Verticaal krijg je een overzicht van de aspecten die op hetzelfde niveaustaan in de tekst en een bepaald verband hebben met elkaar. Als je het schema horizontaalbekijkt, zie je hoe een aspect in de tekst uitgewerkt is. Een dergelijk schema helpt je nietalleen bij het lezen van de tekst, maar ook bij het studeren.Achteraan in dit document (bijlage 4) vind je meer voorbeelden van kolommenschema’s.KernwoordenEen kolommenschema is een schematische weergave van de tekst. Gebruik danook kernwoorden en geen volzinnen.Terug naar overzicht
  • 14. Academische teksten - Pagina 14 van 22Wil je meer weten?Taalondersteuning Academisch NederlandsVoor persoonlijke taalondersteuning Academisch Nederlands kunnen studenten van deUniversiteit Antwerpen het hele academiejaar gratis terecht op het Monitoraat op maat.Meer informatie vind je op www.ua.ac.be/monitoraatopmaatTerug naar overzicht
  • 15. Academische teksten - Pagina 15 van 22Schema voor het lezen van academische tekstenTitel enondertitel•lees de titel en de ondertitel•zoek eventueel onbekende woorden op•voorspel de inhoud en de opbouw van de tekst•link het onderwerp van de tekst aan je voorkennistekstverkennen•blader door de tekst•lees de inhoudsopgave (of titels) en stuur je verwachtingen bij•formuleer de centrale vraag•lees de inleiding en het besluittekst lezen•baken het stuk tekst af dat je gaat lezenhoofdstuk /paragraafverkennen•lees de titel•zoek eventueel onbekende woorden op•lees de kernzinnen•bepaal de opbouw van het tekstdeel•formuleer de centrale vraagalinea lezen•lees de kernzin•bepaal de opbouw van de alinea•lees de overige alineazinnen
  • 16. Academische teksten - Pagina 16 van 22Bijlage 1: vaste structurenDe probleemstructuurTHEMA= een probleem Wat is het probleem precies? Waarom is het een probleem? Wat zijn de oorzaken? Wat is ertegen te doen?De evaluatiestructuurTHEMA = iets dat beoordeeld wordt Wat wordt er geëvalueerd?/ Wat zijn de relevante eigenschappen? Wat zijn de positieve aspecten? Wat zijn de negatieve aspecten? Hoe luidt het totaaloordeel? Wat kan/moet er dus gedaan worden?De onderzoekstructuurTHEMA = een onderzoeksobject Wat wordt er precies onderzocht? Volgens welke methode verloopt het onderzoek? Wat zijn de resultaten van het onderzoek? Wat zijn de conclusies uit het onderzoek?De maatregelstructuurTHEMA = een maatregel Wat is de maatregel precies? Waarom is de maatregel nodig? Hoe wordt de maatregel uitgevoerd? Wat zijn de effecten van de maatregel?De ontwerpstructuurTHEMA = een ontwerp Waartoe dient het ontwerp? Aan welke eisen moet het voldoen? Welke middelen worden er gekozen? Hoe ziet het ontwerp eruit? Wat is de waarde van het ontwerp?(Uit: M. Steehouder e.a. (2006) Leren Communiceren. Handboek voor mondelinge enschriftelijke communicatie. Groningen: Noordhoff.)
  • 17. Academische teksten - Pagina 17 van 22Bijlage 2: de centrale vraagHier vind je voorbeelden van de centrale vraag. Lees eerst de titel en vervolgens de centrale vraag. Let op hetverschil in vraagwoord. Dat zegt iets over de inhoud én de structuur van de tekst.VOORBEELD 1“Muziek verbetert het cognitief functioneren na een herseninfarct” (J.A.F. Koekkoek)Centrale vraag:Hoe heeft onderzoek aangetoond dat muziek het cognitief functioneren na eenherseninfarct verbetert?Bron: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 11dejaargang nummer 4 december 2008VOORBEELD 2“Het concept democratie binnen het VN-systeem” (C. Vandewoude)Centrale vraag:Welke invulling geeft de VN aan het begrip ‘democratie’?Bron: Rechtskundig Weekblad 2010-2011- nr. 31 - 2 april 2011VOORBEELD 3“De hervorming van het appartementsrecht door de wet van 2 juni 2010” (V. Sagaert)Centrale vraag:In hoeverre is de hervorming van het appartementsrecht geslaagd?Bron: Rechtskundig Weekblad 2010-2011- nr. 2 - 2 oktober 2010VOORBEELD 4“De vreemdeling en het recht. Over: Albert Camus, De Vreemdeling” (H. Van Schooten)Centrale vraag:Welk kritisch commentaar kunnen juristen formuleren bij de praktijk van het strafrecht opbasis van het boek “De Vreemdeling” (Camus)?Bron: In: Verbeeldingsmacht. Wat juristen moeten lezen, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2000, 101-106.VOORBEELD 5“Politiek en politieke wetenschap”Centrale vraag van dit hoofdstuk:Wat is politiek (enerzijds) en de wetenschappelijke analyse van politiek (anderzijds)?Bron: Hoofdstuk uit: “Politiek. Een inleiding in de politieke wetenschappen.” (K. Deschouwer en M. Hooghe)Terug naar tekst
  • 18. Academische teksten - Pagina 18 van 22Bijlage 3: verbindingswoordenOm verbanden tussen zinnen en alinea’s duidelijk te maken, zijn er twee mogelijkheden:- signaalwoorden: deze woorden geven bijvoorbeeld een opsomming of eentegenstelling aan- verwijswoorden: deze woorden verwijzen naar de vorige zinDoor deze woorden te gebruiken maak je de tekst niet alleen overzichtelijk voor de lezer,maar heb je ook voor jezelf een houvast bij het schrijven.SignaalwoordenOpsomming Ten eerste, ten tweede, ten derde,… ten slotteAls laatste (…)Ook, bovendien, daarnaast, verderBehalve, niet alleen… maar ook…Eerst, daarna, vervolgens, later, ten slotte (chronologische opsomming)Tijd Wanneer, als, toen, terwijl, nadat, voordat, totdat, zolangIntussen, inmiddelsEerst, daarna, vervolgens, later, ten slotteTegenstelling MaarEchter, toch, daarentegenHoewelOndanksAan de ene kant… aan de andere kant; enerzijds… anderzijds…In tegenstelling tot, in vergelijking metVergelijking Hetzelfde, dezelfdeNet alsTen opzichte van, in vergelijking metToelichting(voorbeeld)BijvoorbeeldZoals, zoTer illustratieOorzaak-gevolgDoor…Doordat, omdat, aangezien, wantDus, zodat, dan ook, daardoor, daaromImmers, namelijkOm die reden(en)De reden daarvoor; de oorzaak daarvan; het gevolg daarvanSamenvatting Kortom, samengevatConclusie Dus, daarom, dan ookConcluderendDaaruit volgt…Voorwaarde AlsDe voorwaarde is…
  • 19. Academische teksten - Pagina 19 van 22VerwijswoordenMet verwijswoorden vervang je woorden die je eerder al genoemd hebt. Er zijn viersoorten:Persoonlijk Hij, zij, het, ze,…Bezittelijk Zijn, haar, hun,…Aanwijzend Dit, deze, dat, dieBijwoordelijk Eraan, daaraan, hierbij, daarmee,…Let er wel op dat het duidelijk is waarnaar je verwijst. Een veel voorkomende fout bij hetgebruik van verwijswoorden is namelijk dat de lezer niet weet wat of wie je bedoelt met hetverwijswoord.
  • 20. Academische teksten - Pagina 20 van 22Bijlage 4: kolommenschema’sVoorbeeld 1Dit kolommenschema geeft een globaal overzicht van de syllabus ‘Bronnen en beginselen van het recht’ J. Velaers (2010). Universiteit Antwerpen.Kolom 1: grote delen Kolom 2: aspecten Kolom 3: deelaspectenHet objectief recht Het begrip objectief rechtDe bronnen van het objectief rechtHet doel van het recht: ordening in het samenleven van mensenHet recht als middel: rechtsregels, hun toepassingen en handhavingDe oorsprong en de evolutie van het rechtRecht en andere gedragsregelsHet begrip rechtsbronMateriële bronnen van het rechtFormele rechtsbronnenHet subjectief recht Begrip “subjectief recht”Soorten subjectief rechtenHet leven van de subjectieve rechtenRechtssubjectRechtsobjectEen rechtstheoretische duidingEen positiefrechterlijke analyseHet ontstaan van subjectieve rechten en verplichtingenHet uitoefenen van subjectieve rechten en verplichtingenTenietgaan van subjectief rechtDe studie van het recht(de rechtsdogmatiek)Indeling in rechtstakkenPubliekrecht en privaatrecht(vb. handelsrecht, fiscaal recht, Europees recht)PrivaatrechtPubliek recht
  • 21. Academische teksten - Pagina 21 van 22Voorbeeld 2Dit kolommenschema geeft de inhoud en opbouw weer van een deel van de tekst ‘Vrouwen buitenspel? Een onderzoek naar de genderverhoudingenin de Vlaamse sportsector. Eindrapport.’1. Gelijke kansen in de sport een eerste verkenning1.1 Verschillende betekenissen van sportKolom 1: aspecten Kolom 2: deelaspecten Kolom 3: kerngedachteDe betekenis van sport voor onzegezondheidGezondheidsenquête 2004(België:)- Aanbeveling: Minimum 30 min. per dag lichaamsbeweging- te weinig lichaamsbeweging (Belgen)- m sporten meer dan v- risico tekort lichaamsbeweging: vrouwen tussen 15-24 j. en 75+, risicoWaals > Vlaams gewestSteunpunt Sport, Beweging en Gezondheid (2006, Vlaanderen):- 65% Vlamingen <1.5 u/week gezondheidsgerelateerde sport- Risico: werkenden (30-50j.)- Sport: lager opgeleiden < hoger opgeleidenVrouwen: inhaalbewegingDe maatschappelijke betekenis van sport Sport als vorm van maatschappelijke participatieSport en sociaal kapitaalDe ‘bonding’ en ‘bridging’ functie van sportSport nu: in het centrum van het sociale en economische leven (beoefenen,bekijken, besturen, bestuderen)Herstel sociale cohesie ( individualisering)Sport: ontmoetingsplaats – breekt sociale gelaagdheid bevolgingSportbeoefening = sociaal gelaagd (vb. golf)Bonding: netwerk actoren zelfde beroepen, levensbeschouwingen, etc.Bridging: netwerk actoren verschillende ‘gemeenschappen’
  • 22. Academische teksten - Pagina 22 van 22Voordelen van sport Vb. gezondheid verbeteren, relaxen, plezier maken, sociale contacten, fysiekeinspanning, …Sport promoot bepaalde waarden Vb. groepsgevoel, vriendschap, discipline, inspanning, fair play, respect,tolerantieDe Bruyn, E. & Mortelmans D. (2008). Vrouwen buitenspel? Een onderzoek naar de genderverhoudingen in de Vlaamse sportsector.Eindrapport. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid.Terug naar overzicht