Your SlideShare is downloading. ×
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Magazine Medical Delta
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Magazine Medical Delta

745

Published on

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
745
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
11
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Op het snijvlak van zorg en wetenschap
  • 2. I n Medical Delta werken wetenschappers, zorgprofessionals, bedrijven en ande- re betrokkenen samen aan oplossingen voor de gezondheidsvraagstukken van morgen. De hoge concentratie aan topkennisinstellingen, bedrijven, zorgpro- fessionals en lokale overheden kan door samen te werken echt het verschil ma- ken. Daarom brengt Medical Delta deze partijen bij elkaar om behoeften en ideeën om te zetten in nieuwe samenwerkingsverbanden en projecten voor betere zorg en voor economische groei. Wat vindt u in de Medical Delta regio? • Life Science en Medische Technologie industrie: 1.000 bedrijven, meer dan 12.000 werknemers en een jaaromzet van meer dan 6,5 miljard euro. De hoog- ste concentratie innovatieve bedrijven bevindt zich op de Science Parks (zoals Leiden Bio Science Park) en bij de incubators (YES!Delft en Erasmus incubator). Van alle investeringen in biotechbedrijven in de EU hebben vijf van de tien groot- ste investeringen tussen 2008 en 2010 plaatsgevonden in Leidse bedrijven. • Hoge concentratie van kennisinstellingen: Erasmus Universiteit Rotterdam en Erasmus Medisch Centrum, TU Delft, Universiteit Leiden en LUMC. Hier wer- ken circa 4.350 wetenschappers aan life science en medische technologie. De Medical Delta-samenwerking tussen deze academici richt zich met name op de volgende drie onderwerpen: Targeted Molecular Technology, Imaging and Ima- ge Guided Medicine en Interventions and Care. • Aan de universitaire kennisinstellingen studeren ongeveer 14.000 studenten in voor dit veld relevante onderwerpen, zoals (bio)informatica, geneeskunde, (technische) natuurkunde, life science technology, molecular science tech- nology, electrical engineering, biomedische en biofarmaceutische wetenschap- pen, biomedical engeneering en industrieel ontwerpen. • Op de hbo’s en (v)mbo’s worden 14.500 en 7.000 studenten opgeleid voor ba- nen in de zorgsector, het onderzoek en de life science medisch-technologi- sche industrie. • Incubatoren in Leiden, Delft en Rotterdam waar vijftig life science- en medisch- technologische bedrijven gestart zijn in de jaren 2007 tot 2010. • Tien gedeelde hoogleraarsposities en vijf gezamenlijke opleidingsprogramma’s op het gebied van life science en medische technologie tussen de kennisinstel- lingen in Delft, Leiden en Rotterdam. • Een Europees erkende Region of knowledge op het gebied van biomedische in- novatie, samen met Barcelona, Debrecen, Oxford en Zurich. Medical Delta: betere zorg en economische groei Colofon Dit een publicatie van Medical Delta. Een samenwerkingsverband waarin participeren: Technische Universiteit Delft Leids Universitair Medisch Centrum Erasmus MC Universiteit Leiden Erasmus Universiteit Rotterdam Redactie Communicatie-afdelingen van de deelnemende organisaties Aan dit nummer werkten mee Mieke van Baarsel, Ilona van den Brink, Ondine Gort, Raymon Heemskerk, Desiree Hoving, Diederik Rep, Liesbeth Spies, Gerben Stolk/PlumaTekst, Diana de Veld Eindredactie Raymon Heemskerk, Pancras Hogendoorn Fotografie Marc de Haan, Arno Massee, Kees Nuyten Jan van Rietschoten, Hans Stakelbeek Layout Tigges, Rijswijk Prepress en druk Drukkerij Groen, Leiden Oplage 40.000 exemplaren Contact Medical Delta Dagelijks Bestuur Ted Young, voorzitter, i.t.young@tudelft.nl Pancras Hogendoorn, namens Univ. Leiden en LUMC p.c.w.hogendoorn@lumc.nl Lucas van Vliet, namens TU Delft, l.j.vanvliet@tudelft.nl Ton van der Steen, namens Erasmus MC en Universiteit a.vandersteen@erasmusmc.nl Nettie Buitelaar, namens Leiden Biosciencepark en Science Port Holland nettie.buitelaar@leidenbiosciencepark.nl Roel Kamerling, programmamanager Medical Delta r.kamerling@tudelft.nl www.medicaldelta.nl info@medicaldelta.nl en 015 278 98 52 Prof. dr. Tim van der Hagen TU Delft, decaan, voorzitter Stuurgroep Medical Delta ‘nieuwe technologie is de motor achter belangrijke innovaties in de gezondheidszorg’ Prof. dr. Huibert Pols Erasmus MC, decaan, vicevoorziter RvB, lid Stuurgroep Medical Delta ‘we richten de blik naar buiten en zijn grensverleggend’ [2]
  • 3. A ls bestuurder wil ik graag antwoord op de vraag: is Zuid-Holland een Europese topregio? Zo’n regio die met innovatie- en ondernemerskracht het verschil kan maken en die voor mensen met een vooruitziende blik ook the place to be is? Hoe herken ik die sterke punten, wat zijn de belangrijke initiatieven waar we het van moeten hebben? De samenleving is vindingrijk. Mensen willen graag bijdra- gen aan wetenschappelijke, technische en logistieke oplos- singen voor de toekomst. Die houding spoort met de eeu- wenoude reputatie die Zuid-Holland heeft als het gaat om nieuwe vindingen en internationale handel. We hebben drie topuniversiteiten (55.000 studenten), een groot modern Ha- ven Industrieel Complex, de Greenport, Den Haag als inter- nationale stad van recht, vrede en veiligheid, en een sterke creatieve sector. Maar we kunnen niet op onze lauweren rusten. Vooruitzien betekent samenwerken en verbindingen leggen die ons blij- vend uniek maken. Universiteiten en bedrijven doen dat op raakvlakken van kennisgebieden. Zo zoeken ze nieuwe op- lossingen voor vraagstukken die wereldwijd spelen. Van groot belang is dat gemeenten, de provincie en het Rijk die inspanningen ondersteunen met goede randvoorwaarden. Onze innovatieve handelsgeest moeten we blijvend stimule- ren. Sterke regio’s zullen zich daarmee onderscheiden. Daarom ben ik geweldig enthousiast over Medical Delta. Op het gebied van de medische wetenschap en life sciences hebben we een internationale reputatie opgebouwd. Om die reputatie te versterken is de Medical Delta opgericht, een unieke samenwerking van drie universiteiten (Leiden, Delft en Rotterdam), twee universitair medische centra, bedrijven, drie gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Het is een initiatief dat inspireert, toekomstgericht is en kan- sen biedt om internationaal voorop te lopen in de ontwikke- ling van geneesmiddelen, het vinden van oplossingen voor problemen in de zorg en in een vergrijzende samenleving. Het biedt extra werkgelegenheid en kansen om de kosten van een snel groeiende zorgsector omlaag te brengen. Het bewijs van dit alles vindt u in deze uitgave. Medical Delta heeft een stevig ambitieprogramma opgesteld waar ook de overheden bij betrokken zijn. Daar zijn we in 2011 mee aan de slag gegaan. Ook werkt Medical Delta sa- men met vier andere topregio’s in Europa onder de vlag van HealthTIES. Medical Delta sterkt mij in mijn overtuiging dat Zuid-Holland inderdaad een Topregio is voor ondernemers, onderzoekers en studenten met ambitie. Ik wens Medical Delta heel veel succes! Liesbeth Spies Gedeputeerde voor Economische Zaken van de provincie Zuid-Holland Prof. dr. Eduard Klasen Leids Universitair Medisch Centrum, decaan, lid Stuurgroep Medical Delta ‘in zorg en wetenschap is samenwerking een basis voor succes’ Prof. dr. Sjoerd Verduyn-Lunel Universiteit Leiden, decaan, lid Stuurgroep Medical Delta ‘het geheel is meer dan de som der delen’ [3] Voorwoord
  • 4. [4] Dora Ook apparatuur in de operatiekamer kan kuren krijgen of verkeerd bediend worden. Dankelman: “Artsen zijn ijzersterk in het ter plekke en op creatieve wijze oplossen van onverwachte tegenslagen of problemen met ap- paratuur. Toch wilden we een manier vinden om technische problemen structureel in kaart te brengen en aan te pakken.” Dit idee werd de ‘Digital Operating Room Assistant’ (DORA) waar MISIT dit voorjaar een subsidie van 1,7 miljoen euro voor ontving. Het DORA-systeem zal met slimme camera’s en sensoren de instellingen en werking van apparatuur in de operatiekamer in de gaten houden en aan de bel trekken bij mogelijke risico’s. “Hiermee kunnen we zowel het operatieproces als de trainingsprogramma’s efficiënter maken.” G eduldig worden de vele opstellingen gedemon- streerd, bijvoorbeeld om een ruggenprik te oefenen. Een pieptoon snerpt waar in een daadwerkelijke kli- nische situatie onomkeerbare zenuwschade zou zijn aange- richt. Al ruim tien jaar werken de ingenieurs van de onder- zoeksgroep Minimally Invasive Surgery and Interventional Techniques (MISIT) samen met artsen om technologische op- lossingen te vinden voor in de operatiekamer. Sinds de start van het Medical Delta initiatief is die samenwerking alleen maar verstevigd. “Artsen weten ons steeds beter te vinden en wij hen,” aldus professor Jenny Dankelman van MISIT. Intuïtief bedienbare apparatuur voor de chirurg De operatiekamer van Drie jaar geleden werd de samenwerking beklonken door de dubbelaanstelling van hoogleraar Frank Willem Jansen aan zowel LUMC als TU Delft. Cockpit Dat de operatiekamer van de toekomst vol zal staan met technologie, daar twijfelen weinigen nog aan. Jansen bena- drukt dat het om gestuurde technologie gaat. “De arts stuurt de apparatuur aan en niet andersom.” Jansens onderzoeks- opdracht is om bij al die nieuwe technologie kritisch te kijken naar veiligheid, rendement en toegevoegde waarde vanuit het klinische perspectief. “De nauwe samenwerking met Jansen is een essentiële stap in ons onderzoek,” aldus Dankelman. Geen gesprek over de operatiekamer van de toekomst kan zonder de vergelijking met de cockpit van een vliegtuig. Zo- als een piloot beschikt over instrumentarium waarmee hij alle vliegtuigfuncties bedient, statusfeedback en waarschuwin- gen krijgt, zo kan een chirurg in de operatiekamer van de toe- komst beschikken over medische technologieën om het ope- ratieresultaat te verbeteren. Het gaat daarbij niet alleen om een geslaagde operatie maar ook om snelle genezing en zo min mogelijk bijwerkingen of littekens. Minimaal invasieve chirurgie is daarom niet weg te denken uit de operatiekamer van de toekomst. Sleutelgatchirurgie Bij minimaal invasieve chirurgie, ook wel sleutelgatchirur- gie genoemd, worden veel kleinere snedes gemaakt dan bij een conventionele operatie. De instrumenten die in het li- chaam gebracht worden om te verkennen of in te grijpen, zijn zo klein mogelijk en worden via nauwe doorvoerkanalen door Het is bij de Delftse onderzoeksgroep Minimally Invasive Surgery and Inter- ventional Techniques (MISIT) een ko- men en gaan van bezoekers. Van jour- nalisten tot kamerleden, iedereen wil met eigen handen voelen hoe slimme technologie chirurgen kan helpen in de operatiekamer van de toekomst. door Diederik Rep Foto:ArnoMassee
  • 5. [5] Minimaal invasieve technieken Dankelman publiceerde recent samen met het LUMC, het Erasmus MC en het AMC een ambitieus plan om gezamenlijk innovatieve technieken voor minimaal invasieve chirurgie te ontwikkelen. Dit zou tot een Centre of Research Excellence, NIMIT, moe- ten leiden binnen het ‘Innovatieve Medical Devices Initiatief Nederland’ (IMDI.nl) dat in 2010 van start ging. Hoofdbestanddeel van Dankelmans ambities voor 2020 is het combineren van verschillende func- ties voor diagnose en interventie in één minuscuul instrument. “Er is veel interesse voor ons plan, ook vanuit het bedrijfsleven. Met de juiste financiering kunnen we een grote stap vooruit maken.” de toekomst de arts bediend. Hij ziet via beeldschermen wat hij doet. Dat vereist de nodige handigheid. Jansen: “Daarom hebben we speciale skills labs waar chirurgen in een simulator leren wer- ken met de nieuwe instrumenten. Ze moeten eerst hun ‘rijbe- wijs’ halen voordat ze in de operatiekamer aan de slag kun- nen.” Om de leercurve te verkorten, is een groot deel van het werk van Dankelmans MISIT gericht op het eenvoudig be- dienbaar maken van complexe instrumenten. “De operatieka- mer van de toekomst moet een intuïtieve omgeving worden voor het operatieteam.” Nieuwsgierige vragen Voorbeeld van technologie voor trainingsdoeleinden is het zogenaamde generieke krachtenplateau. Het stelt een stuk weefsel voor en meet de krachten die erop worden uitgeoe- fend tijdens een gesimuleerde operatie. “Als die te groot zijn, verschijnt een rood signaal op het beeldscherm van de chi- rurg. Zo traint hij zijn intuïtie bij het opereren sneller dan op conventionele manieren.” Om deze innovatie mogelijk te ma- ken, bracht het team samen met hun medische partners sy- stematisch in kaart wanneer krachten ‘te groot’ worden, of het nou om het hechten van een wond gaat of om het geven van een ruggenprik. Dankelman: “We luisteren niet alleen naar de vragen die we vanuit de medische centra krijgen, maar we kijken het liefst ook mee zodat we precies begrijpen waar de uitdaging ligt. Onze ingenieurs zijn vaak te vinden rond de operatiekamers.” Jansen merkt hoe de nieuwsgierige vragen van ingenieurs in het ziekenhuis tot frisse benaderingen leiden. Artsen zijn en- thousiast. “Als het aan mij ligt, groeien we nog veel sneller naar elkaar toe.” ■ Foto:ArnoMassee
  • 6. [6] Steeds betere diagnose van hartaan- doeningen. Dat is waarnaar binnen Medical Delta wordt gestreefd onder de noemer ‘Het hart in drie dimensies’. door Gerben Stolk “I n dit gedeelte van de wereld is er heel veel kennis over beeldvorming van het hart.” Gabriel Krestin, af- delingshoofd Radiologie in het Erasmus MC, spreekt die woorden na de expertises te hebben samengevat van het Erasmus MC in Rotterdam, het LUMC in Leiden en de TU in Delft. Medewerkers van de TU Delft vernemen bijvoor- beeld onmiddellijk van hun partners uit de medische cen- tra, of hun technieken succesvol zijn in de kliniek en of er eventueel aanpassingen nodig zijn. Er wordt samengewerkt tussen onder meer natuurkundigen, werktuigbouwkundi- gen, elektrotechnici, hartchirurgen, cardiologen, radiologen, anesthesisten en softwarespecialisten. 3D Vier jaar geleden schreven vertegenwoordigers van ge- noemde academische organisaties en de bedrijven OlDelft en Medis de aanvraag ‘Het hart in drie dimensies’. Het werd ingediend bij Pieken in de Delta, het toenmalige overheids- programma om het ondernemersklimaat in ons land te ver- sterken. Auteurs waren onder anderen Wiro Niessen en Nico de Jong. De eerste is hoogleraar medische beeldbewer- king aan zowel het Erasmus MC als de TU Delft. De Jong, de eerste Medical Delta-hoogleraar, dient eveneens beide organisaties, maar dan als specialist op het vlak van beeld- opnamen. “Het project gaat er uiteindelijk om beter zicht te krijgen op hartproblemen”, aldus De Jong. “Denk aan slecht functionerende kransslagaders of aan een verslechterde pompfunctie van het hart. Rotterdam, Leiden en Delft rich- ten zich ruwweg op twee verbeteringen. De eerste is het verwerven van beelden. Het hart heeft drie dimensies, dus wil je ook beelden in drie dimensies hebben. Met 2D-tech- nieken krijg je een vlak beeld van het hart en mis je het over- Wetenschappers en bedrijven ijveren samen voor betere diagnostiek Hart in beeld zicht. Met 3D verandert dat. Je snijdt dan een kegeldoor- snede uit. Het zijn vooral de TU Delft en het Erasmus MC die samenwerken bij het maken van beelden.” Kalk in de aderen Diagnosticeren van hartproblemen kan met behulp van ul- trageluid, ofwel echografie, een specialisme van het Eras- mus MC. Een andere optie is een CT-scan van het hart. Ver- der zijn er metingen van de doorbloeding van de hartspier, bijvoorbeeld via MRI. De laatste twee zijn speerpunten van de LUMC-afdeling Radiologie. De tweede ambitie van ‘Het hart in drie dimensies’ is het verwerken en analyseren van de combinatie van de 3D-beelden die de verschillende tech- nieken opleveren. Verwerking is een paradepaardje van het LUMC, waarmee het Laboratorium voor Klinische en Expe- rimentele Beeldverwerking van de afdeling Radiologie een wereldwijde reputatie geniet. Het LUMC trekt hier vooral op met de TU Delft om stappen te zetten. Boudewijn Lelie- veldt is hoogleraar ‘Biomedical Imaging’ aan beide instellin- gen. “Ik probeer in Delft bestaande technische concepten te spotten en die, eventueel met aanpassingen, geïntroduceerd te krijgen in de kliniek in Leiden. Stel, er is een techniek om gezichten in foto’s te herkennen. Misschien kun je daar ook iets mee bij diagnose van hartziekten”, aldus Lelieveldt. De Jong over de fusie van beeldmaterialen: “CT, MRI en ul- trageluid hebben alle hun voor- en nadelen. Een CT-scan toont kalk in de aderen goed, maar met MRI en ultrageluid zie je beter hoe het hart functioneert. We proberen al die in- formatie over elkaar heen te leggen om een vollediger beeld te krijgen. De gedachte van informatiebundeling bestond twintig jaar geleden al. Dankzij snelle computers en snel- le verwerkingen kan de arts er nu steeds meer gebruik van maken.” Tijd Krestin voegt een vierde dimensie toe aan het betoog: tijd. “Het hart heeft een complexe beweging. Het pompt niet al- leen, maar draait ook. Dan is het onvoldoende als je één 3D- beeld hebt. Je wilt 3D-beelden over de tijd.” De hoogleraar Radiologie benadrukt dat de steeds verfijndere beelden niet alleen nuttig zijn voor diagnostiek. Bij behandelingen komen ze ook om de hoek kijken. “We kunnen bijvoorbeeld beter bepalen wat de beste behandeling is. Neem een vernauwing van een kransslagader. Alleen bij een significante vorm be-
  • 7. [7] Iedereen brengt zijn eigen sterke punten in handel je met een stent. Anders heb je net zoveel baat bij medicamenteuze behandelingen. Belangrijke kennis, want voor plaatsing van een stent is catheterisatie nodig, en dat is altijd belastend voor een patiënt. Ton van der Steen, hoofd Biomedische Technologie van het Thorax centrum, Erasmus MC en bestuurslid Medical Delta: “Dankzij samenwerking tussen cardiologen, ingenieurs en het bedrijfsleven heb- ben we een enorme progressie gemaakt in afbeelden van de vernauwing van binnenuit via door catheterisatie verkregen beelden. We hopen met ‘het hart in 3D’ soortgelijke informa- tie te krijgen zónder het lichaam in te gaan.” Wetenschappelijke massa De kracht van ‘Het hart in drie dimensies’ schuilt ook in de betrokkenheid van bedrijven. “Zo kunnen wetenschappe- lijke resultaten sneller leiden tot commerciële toepassin- gen”, zegt Hans Reiber. Hij is niet alleen hoogleraar Medi- sche Beeldverwerking in het LUMC, maar ook directeur van Medis Medical Imaging Systems. Deze producent van ana- lysesoftware doet eveneens mee aan het project. Reiber werkt al 35 jaar samen met technische wetenschappers van de TU Delft, eerst namens het Erasmus MC en later via het LUMC. “Het mooie van Medical Delta is dat er een paraplu is voor samenwerking die voorheen incidenteel plaatsvond. Zo creëer je wetenschappelijke massa. Vroeger gebeurde het bijvoorbeeld dat Rotterdam en Leiden een vergelijkbare subsidieaanvraag indienden. Nu concurreren we niet meer, maar werken samen, waarbij iedereen zijn eigen sterke pun- ten inbrengt in een gezamenlijke aanvraag.” ■ Verschillende 3D-afbeeldingstechnieken van het hart worden gecombineerd tot één weergave waarop vaatvernauwingen zichtbaar zijn.
  • 8. [8] Studenten leren over vakgrenzen heen te kijken Verstand van kliniek én Sander van Lidth de Jeude (23) studeert Natuurkunde aan de Universiteit Leiden. “Ik heb voor de minor Geneeskun- de gekozen omdat ik graag iets toegepasts wilde doen. Mijn studie is namelijk best abstract. Ik vond het ook erg leuk dat deze minor een samenwerking is tussen drie verschillende universiteiten. De sfeer in Delft, Leiden en Rotterdam is heel De curricula van technische en medische studies vertonen weinig overlap. Maar in de praktijk is het waardevol om van beide onderwerpen kennis te hebben. Medical Delta biedt studenten Geneeskunde daarom sinds vorig jaar met de minor Medische technologie de mogelijkheid technische vakken te volgen. Voor technische studenten is er de minor Geneeskunde. door Desiree Hoving en Ilona van den Brink verschillend en je krijgt op een andere manier les. Daarnaast hadden we heel goede docenten, die erg enthousiast over de minor waren.” Bij de minor horen veel groepsopdrachten. Sander: “We kregen veel vrijheid in de invulling van het pro- ject en het was leuk om samen te werken met studenten van een andere studierichting. Opvallend was dat de medisch Dorette Spaans en Rick van der Vliet Foto:HansStakelbeek
  • 9. [9] techniek en heel divers. Ik heb onder andere opdrachten gedaan met studenten van de TU Delft. Zo hebben we gewerkt aan een automatisch beeldverwerkingssysteem voor uitstrijkjes. Nor- maal beoordeelt de arts de uitstrijkjes zelf. Wij hebben voor- al naar het ontstaan en ontwikkelen en naar de microscopi- sche kenmerken van baarmoederhalskanker gekeken, terwijl de technische studenten zich voornamelijk met de beeldver- werking bezighielden.” Maar af en toe draaiden de studenten de taken juist om. “Zo zijn de technische studenten naar Leiden geweest om met laboranten de huidige handmatige beoordeling te bespre- ken, en hebben wij de technieken van de huidige apparaten onderzocht. Door deze samenwerking konden we in korte tijd de mogelijkheden op het gebied van het beoordelen van baarmoederhalskankercellen beschrijven en zelf een een- voudig beeldverwerkingssysteem maken.” Rick begint nu aan het vierde jaar van zijn studie Geneeskun- de. Over twee jaar zal hij aan zijn specialisatie beginnen. “Ik zou dit ook als arts willen doen: mensen uit andere vakgebie- den erbij halen om oplossingen te bedenken voor een pro- bleem. Dat doen mensen van de allerbeste geneeskunde- universiteiten ter wereld ook. Zij durven samen te werken.” ■ De indeling in faculteiten sluit niet aan op hoe het in de natuur geregeld is studenten zich vooral richtten op de apparaten, terwijl wij ons verdiepten in de medische vraagstukken.” De medische colleges hadden van Sander nog meer puur medisch mogen zijn. “Veel natuurkundestudenten doen dit echt als verbreding en dan hoef je niet per se een link te hebben naar wat je normaal studeert. Zo vond ik het blok in Leiden, waarbij we samen met studenten Biomedische We- tenschappen een vak volgden, erg leuk.” Sander wil nu ook zijn bacheloronderzoek in de medische richting doen. “Tij- dens de minor heb ik geleerd dat er ontzettend veel moge- lijkheden zijn om als natuurkundige in een ziekenhuis of in biomedisch onderzoek aan de slag te gaan.” Dorette Spaans (22) studeert Molecular Science Techno- logy aan de TU Delft. Dit studiejaar volgde ze de minor Ge- neeskunde. “Ik heb ooit overwogen geneeskunde te stude- ren, maar uiteindelijk een andere keuze gemaakt. Nu kreeg ik de kans om alsnog ‘een kijkje in de keuken’ te nemen. Het bij- zondere aan deze minor vond ik dat we met veel verschillen- de disciplines in aanraking kwamen. We werkten samen met onder andere studenten Natuurkunde, Industrieel ontwerpen en Geneeskunde. We kregen college van artsen en onder- zoekers, maar ook van iemand uit de industrie. Daarnaast is het mooi om met gezondheid be- zig te zijn. Iedereen is wel eens ziek, en de on- derwerpen die we behandelden ken je uit je ei- gen omgeving.” Als aankomend ingenieur vindt ze de koppeling tussen techniek en geneeskunde heel logisch. Het is volgens haar vanzelfsprekend om dingen met elkaar te verbinden: “De indeling in facultei- ten sluit eigenlijk helemaal niet aan op hoe het in de natuur geregeld is”, zegt ze. “Als je naar de mens als geheel kijkt, dan is biologie een lo- gisch vakgebied, maar zodra je wilt onderzoe- ken hoe signalen in het lichaam worden doorge- geven, dan komen natuurkunde en scheikunde om de hoek kijken. En als je iets mankeert, dan is geneeskunde weer belangrijk.” Rick van der Vliet (21) studeert Geneeskun- de aan het Erasmus MC. Hij heeft de minor Medische technologie eind 2010 afgerond. “Het programma van de minor was erg goed Foto:ArnoMassee Sander van Lidth de Jeude
  • 10. [10] Loszittende gewrichtsprothesen vormen een toenemend ongemak in een vergrijzende samenleving. Onder- zoeker Edward Valstar wil dit probleem veel eerder signaleren en voorkomen dat patiënten opnieuw onder het mes moeten. “Voor dit onderzoek is de samenwerking tussen clinici en technici essentieel.” door Raymon Heemskerk B ij vrijwel alle bewegingen die we maken belasten we onze gewrichten. Vooral knieën en heupen krijgen het soms zwaar te verduren. Ze kunnen gelukkig wel te- gen een stootje, maar gaan toch niet bij iedereen een leven lang mee. “Wereldwijd worden er ieder jaar zo’n 2,5 miljoen heup- en knieprothesen geplaatst”, vertelt dr. ir. Edward Val- star, orthopedisch onderzoeker. Door de vergrijzing zal dat aantal in 2030 verdubbeld zijn, zo wordt verwacht. “Prothe- sen zijn een goede vervanging van een versleten gewricht. Probleem hierbij is dat de prothese soms los gaat zitten. Na tien jaar is dat bij ongeveer 10 procent van de prothesen het geval.” Een loszittende prothese kan veel pijn en ongemak veroorzaken. Vaak wordt er dan gekozen voor een operatie waarbij de oude prothese wordt vervangen door een nieuwe. Ontstekingsweefsel Om een loszittende prothese te verwijderen moet het bot soms zelfs gespleten worden. Dat is eigenlijk te drastisch, vonden Valstar en prof. Rob Nelissen, orthopedisch chi- rurg in het LUMC. “De prothese zelf is meestal nog hele- maal goed, daarom willen we die liever opnieuw vastzetten in plaats van een nieuwe plaatsen. Dat is veel minder belas- Na tien jaar zit 10 procent van de prothesen los Op tijd ingrijpen tend voor de patiënt”, aldus Valstar. Bij patiënten die te zwak zijn voor een operatie gebeurt dat soms nu al. De oude pro- these wordt vastgezet met cement dat de arts via kleine gaatjes in het bot injecteert. Maar de oorzaak van het los- laten van de prothese blijft hiermee bestaan. Valstar: “Pro- thesen gaan loszitten doordat zich een fibreuze weefsellaag vormt tussen het bot en de prothese.” Dit is ontstekings- weefsel met daarin afweercellen die vergeefs proberen klei- ne slijtagedeeltjes van de prothese op te ruimen. Deze cel- len scheiden stoffen af die het bot ernstig kunnen aantasten. Doordat het bot hierdoor dunner wordt gaat de prothese steeds losser zitten. Biologische trucjes Op verschillende manieren is al geprobeerd het ontstekings- weefsel te verwijderen. Gentherapie waarbij een virus wordt ingespoten dat ontstekingsweefsel tot zelfdoding aanzet, was omslachtig en gaf bijwerkingen. “We onderzoeken nu verschillende technische oplossingen om te kijken wat het beste werkt”, zegt Valstar. “We proberen bijvoorbeeld of we het weefsel met een sterke waterstraal los kunnen snijden en dan weg kunnen zuigen. Daarvoor ontwikkelen we flexi- bele instrumenten die door een klein gaatje naar binnen kun- nen.” Ook onderzoeken promovendi de bruikbaarheid van instrumenten die nu al voor wortelkanaalbehandelingen wor- den gebruikt. Verder is er gekeken naar het wegbranden met laserstralen. “Daarbij is het probleem dat het gezonde weef- sel niet te warm mag worden.” Biologische trucjes vormen een andere mogelijkheid die wordt onderzocht. “We kijken of het mogelijk is het ontstekingsweefsel om te zetten in bot. Dat doen we samen met de onderzoeksgroep van LUMC- professor Clemens Löwik.” De toekomst Een loszittende prothese weer goed vastzetten is mooi, maar Valstar zou liever nog eerder ingrijpen, vóórdat de prothe- se los gaat zitten. “We willen onderzoeken of al in het begin voorspeld kan worden wie veel kans heeft op een loslatende prothese.” Daarvoor gebruikt hij computerprogramma’s die kunnen zien waar de prothese zich precies bevindt. Na het plaatsen van de prothese wordt er een scan gemaakt en na een aantal maanden weer, zodat gevolgd kan worden of de prothese ten opzichte van het bot verschuift, een te- ken dat hij niet goed vast zit. “Bij 90 procent van de prothe- Foto:ArnoMassee
  • 11. [11] sen gaat het goed, maar we weten nu niet bij wie het niet goed gaat. Dat willen we veranderen. Stel dat je dan tijdens de eerste controle ziet dat de prothese vastzit, dan hoeft de patiënt pas over een jaar of vijf terug te komen. Terwijl je de loszittende prothesen vaker moet controleren zodat je op tijd kunt ingrijpen. Het liefst dus niet door een nieuwe prothese te plaatsen, maar met een niet-belastende ingreep waarbij het ontstekingsweefsel wordt verwijderd of omgezet in bot terwijl je de prothese vastzet met cement. Dat is de toekomst.” Diepgang Valstar, die een technische achtergrond heeft, is zowel bij de TU Delft als het LUMC aangesteld. Hij noemt de samenwer- king tussen deze twee instituten essentieel. “Als je een tech- nicus en een clinicus bij elkaar zet is er altijd kennisuitwisse- ling. Soms botsen de culturen natuurlijk ook wel. Dan wil de arts iets bijvoorbeeld te snel en de technicus te mooi. Maar ik zou absoluut niet voor elkaar kunnen krijgen wat ik wil zonder deze samenwerking. Voor de diepgang die nodig is zijn clinici en technici allebei nodig”, aldus de orthopedisch onderzoeker die zijn tijd verdeelt tussen Leiden en Delft. “Soms ga ik op een middag heen en weer; met de trein is het maar achttien minuten. Dat heb je niet op veel plekken in de wereld.” ■ We kijken of het mogelijk is het ontstekingsweefsel om te zetten in bot
  • 12. [12] D e traditionele grenzen tussen wetenschap en techno- logie vervagen. Sterker nog, innovaties lijken juist daar te ontstaan waar de grenzen met bravoure worden overschreden. Al jaren leggen algemene universiteiten ver- bindingen met de technische universiteiten. Zo ontstonden in het verleden gemeenschappelijke opleidingen tussen de Uni- versiteit Leiden en de TU Delft met namen als ‘Life Science Technology’. Vijf jaar geleden lanceerde de Delftse hoogleraar natuurkunde Ted Young de term ‘Health Science Techno- logy’ om de groeiende samenwerking op medisch-technisch gebied tussen Leiden, Delft en Rotterdam te belichten en ver- der te stimuleren. De realisatie dat de regio op dit gebied een bijzonder potentieel kent, kreeg daarna vleugels en werd ‘Me- dical Delta’. Overheden en bedrijven sloten zich aan, plan- nen werden gesmeed. “De liefde kwam vanaf de werkvloer en groeide richting de top, niet andersom,” vertelt Young. Rode draad Pancras Hogendoorn, hoogleraar pathologie aan het LUMC - zijn collega in Oxford noemde hem bij de start van HealthTIES “a man with great vision” - coördineert de bijdra- ge van Medical Delta aan HealthTIES. “Een enorme erken- ning”, noemt hij de subsidie vanuit het Europese Regions of Knowledge-programma. “Op het internationale speelveld moet je je sterkste kaart uitspelen. De overheid heeft met haar steun voor ons voorstel een goede keuze gemaakt. Van Health Science Technology tot Europees consortium Vijf jaar Medical Delta HealthTIES bevestigt nu dat Nederland meedoet in de Euro- pese eredivisie van de innovatieve zorg.” Om de subsidie zelf gaat het hem niet. “Dat is slechts aanjaaggeld. Belangrijker is dat de erkende Europese regio’s onderling kennis en ervaring uitwisselen.” Rode draad is dat kennisinstellingen, bedrijven en overheden gezamenlijk optrekken om antwoorden te vin- den op maatschappelijke problemen en economische kansen benutten. Medical Delta vormt het cement tussen die drie partijen, ook wel de Triple Helix filosofie genoemt. Locomotieven Volgens Hogendoorn is er geen sfeer van concurrentie maar synergie tussen de HealthTIES regio’s. “We koppelen ster- ke locomotieven aan elkaar.” Deze koppeling heeft in korte tijd al de eerste onderzoekssubsidies opgeleverd. Op de lan- ge termijn koersen Medical Delta en haar Europese partners naar een stevige rol binnen de plannen van het ‘European In- stitute of Innovation and Technology’ (EIT). Ook op econo- misch vlak verwacht Hogendoorn veel van HealthTIES. “Als het cluster in Zürich ons vertelt hoe het de valorisatie (het omzetten van kennis naar commercieel gezien interessante producten, processen of diensten – red.) regelt, dan luisteren wij vol ontzag.” ■ Wat begon als een samenwerking tussen onderzoekers, heeft zich in vijf jaar tijd ontwikkeld tot een cluster met internationale uitstraling. Medical Delta draait om de ambitie om met vereende krachten de gezondheidszorg te innoveren en een economische motor voor de regio te creëren. Daar past een organisatie bij die vooral verbindingen legt, tussen partners onderling en met de buitenwereld. Verbindingen met soortgelijke clusters in Europa hebben nu tot het HealthTIES- consortium geleid. door Diederik Rep Foto:ArnoMassee
  • 13. [13] HealthTIES Onder de slogan ‘Technologische Innovaties en Economisch Succes’ heeft het HealthTIES-consor- tium een subsidie van 2 miljoen euro ontvangen vanuit het Zevende Kaderprogramma van de EU, specifiek bedoeld om kennisintensieve regio’s te versterken. Naast Medical Delta nemen de kennis- regio’s Oxford Thames Valley (Engeland), Zürich (Zwitserland), BioCat (Catalonië) en Észak-Alfö- ld (Hongarije) deel. HealthTIES ging in oktober 2010 van start. Zie www.HealthTIES.eu. HealthTIES HealthTIES bevestigt dat Nederland meedoet in de Europese eredivisie van de innovatieve zorg
  • 14. [14] Van lab naar markt. Van knowhow tot product. Bedrijven in Medical Delta vertalen inzichten naar een commercieel niveau. door Gerben Stolk E en succesvol middel tegen reuma, de ziekte van Crohn en andere auto-immuunziekten. Een medicijn om te voorkomen dat mensen overlijden aan de ziekte van Duchenne, een erfelijke spieraandoening bij mannen. Vocht- sensoren die duidelijk maken wanneer de luier van oudere mensen vochtig is, zodat medewerkers in een verpleeghuis die tijdig kunnen vervangen en ook voorkomen dat iemand onnodig wordt geholpen. Het zijn stuk voor stuk producten die tot stand kwamen nadat bedrijven in Medical Delta had- den voortgeborduurd op kennis uit universiteiten. De basis voor de medicijnen tegen reuma en Duchenne werd gelegd in het LUMC, waarna achtereenvolgens de bedrijven Remicade en Prosensa de slag maakten naar introductie op de markt. Dichtbij gevestigd Het fundament voor de vochtsensoren werd gelegd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Twee studenten bouwden er hun onderneming Salusion omheen. De bedrijven hebben met elkaar gemeen dat ze deel uitmaken van Leiden Bio Sci- ence Park (LBSP) of Science Port Holland. Dat zijn bedrijven- parken die samenwerken met Medical Delta. Ze zijn er ook dichtbij gevestigd. “Science Port Holland is in 2008 door de Gemeenten Delft en Rotterdam en de TU Delft opgezet met als doel de innovatieve bedrijvigheid in de regio te stimuleren en vijf innovatiecampussen te ontwikkelen.” Dat zegt marke- ting director Job Nijs van Science Port Holland. “Een van de drie thema’s is de medische sector. Onder de laatste vallen zorg, beeldvormende technieken en doelgerichte moleculaire biologie. Op het sciencepark van de TU Delft hebben zich bij- voorbeeld al ruim vijftig bedrijven gevestigd.” Geneesmiddelen sneller Multinationals Het Leiden Bio Science Park bestaat sinds 1984. De Univer- siteit Leiden, de Gemeente Leiden, het LUMC en de onderne- mersvereniging van het Bio Science Park richtten in 2006 de LBSP-foundation op om het park verder te ontwikkelen. Hier- onder vallen ongeveer zeventig bedrijven. Evenals bij Scien- ce Port Holland is het scala breed. Relatief groot is het aantal spin off-bedrijven, opgezet door onderzoekers van een ken- nisinstelling. Maar er zijn ook ondernemingen waartoe het ini- tiatief is genomen door multinationals. Die laten er research development verrichten in samenwerking met een gerenom- meerde kennisinstelling. “Het draait bij ons om biotechno- logie”, zegt Nettie Buitelaar, directeur van Leiden Bio Scien- ce Park. “Het doel is geneesmiddelen sneller bij de patiënt te brengen. Het vergt veel tijd en deskundigheid om kennis om te zetten naar een marktproduct. Vaak besteden bedrijven veel taken uit die nodig zijn om tot een eindresultaat te ko- men. Het mooie van LBSP is dat de zeventig bedrijven samen met de kennisinstellingen alle schakels in het proces beheer-
  • 15. [15] ‘We moeten uitdragen dat we soms de beste zijn’ Excellente kennis omzetten in banen. Dat is wat de TU Delft, het LUMC en het Erasmus MC hebben gevraagd aan immunoloog, ondernemer en hoogleraar Kennisva- lorisatie in de Life Sciences Eric Claassen. “Het is mijn taak voor Medical Delta de grootste opdrachten van be- drijven binnen te halen.” Waarom kiezen farmaceutische bedrijven bij de om- vangrijkste onderzoeken of de meest uitgebreide ont- wikkeling van medicijnen vaak bijvoorbeeld voor Duits- land of Amerika? Waarom zetten ze geen voet aan wal in de Medical Delta? Eric Claassen kan er eigenlijk geen antwoord op bedenken. “Neem nou het bestuderen van ziekteprocessen in weefsel. Onze kennisinstellingen en bedrijven hebben de hardware en de software. We kun- nen moleculen bestuderen door ze fluorescerend te ma- ken. We hebben de pathologische kennis. Op onderdelen is Medical Delta excellent. Maar dan is het wel zaak dat te laten zien. We moeten op een nette manier uitdragen dat we soms de beste zijn.” Claassen is hoogleraar aan het Erasmus MC. Onder de noemer van Medifocus Lelystad bv is hij bovendien al jaren ac- tief als ondernemer. De immunoloog ontwikkelt bedrij- ven die voortvloeien uit onderzoek in het Erasmus MC. Claassen kent dus zowel de academische als de be- drijfskundige wereld. Hij zegt: “Medical Delta krijgt veel opdrachten van de industrie. Maar het kan beter. We willen strategische, langdurige en industriële relaties aangaan met de grootste partijen. Stel, een groot bedrijf in hartkathe- ters wil een klinisch onderzoek verrichten dat tientallen miljoenen euro’s kost. Wij moeten ons zo gaan presen- teren dat we niet meer worden voorbijgelopen.” naar patiënt Vijf jaar geleden kende Delft geen medische ondernemin- gen. Nu zijn het er zeventien sen. Dus van het moment dat een molecuul wordt ontdekt tot de ontwikkeling van een product. Samenwerken en netwerken is de meerwaarde van wat hier in Leiden tot stand is gebracht en ook van wat is gerealiseerd in de hele Medical Delta.” Ambitieus Nijs plaatst de een-tweetjes tussen kennisinstellingen in een maatschappelijke ontwikkeling. “Qua kennis behoort Neder- land op vele vlakken minstens tot de subtop van de wereld. We scoren minder goed met de ontwikkeling van innovatie- ve bedrijven. Gelukkig zijn universiteiten zich in de afgelopen jaren niet langer hoofdzakelijk gaan richten op onderwijs en kennisontwikkeling. Het gaat steeds meer om de vertaalslag van kennis naar markt. Neem incubator YES!Delft. Daar vind je veel ambitieuze, startende bedrijven die samenwerken met kennisinstellingen. Vijf jaar geleden kende Delft geen onder- nemingen in de medische sector. Nu zijn het er zeventien.” ■ Het bedrijf Salusion ontwikkelde een sensorsticker die aangeeft wanneer een luier verwisseld moet worden Foto:KeesNuyten,copyrightSalusionB.V.
  • 16. [16] Minder dierproeven Peter Peters boekte eerder dit jaar al zijn eerste succes met NeCEN. Dankzij een Europese subsidie ging het internationale consortium NOTOX, gericht op het terugdringen van dierproeven, van start. “De uitdaging is om gifstoffen te herkennen zonder ze op dieren uit te proberen. De nanoscopen van Ne- CEN gaan hieraan bijdragen door minuscule ver- storingen in het functioneren van de cel zichtbaar te maken wanneer deze in contact wordt gebracht met potentiële gifstoffen,” aldus Peters. R uim vier meter hoog zijn ze, de microscopen van het ‘Nederlands Centrum voor Elektronen Nanoscopie’ (NeCEN). De wetenschappers die er straks mee gaan werken, hebben het niet over microscopen maar over nanos- copen, aangezien ze kunnen inzoomen op details die kleiner Landelijk centrum met nanoscopen opent dit najaar zijn deuren Supermicroscopen voor De beste onderzoeksvoorstellen krijgen prioriteit zijn dan een nanometer oftewel een miljoenste millimeter. Een ervan zal gebruikt worden om biomoleculen, eiwitten bijvoor- beeld, of DNA, atoom voor atoom in kaart brengen. De andere om ze voor het eerst te bekijken in hun natuurlijke habitat, de levende cel. Het is geen eenvoudige opgave om zo’n resolutie te halen bij het bekijken van dergelijke fragiele biomoleculen. Feestelijk geopend De nanoscopen van NeCEN behoren dan ook tot de wereld- wijde top in elektronenmicroscopie. “Rondom deze appara- ten zal een centre of excellence ontstaan waar wetenschap- pers uit de hele wereld metingen komen doen en ervaringen kunnen uitwisselen,” vertelt Peter Peters (Nederlands Kanker Instituut/TU Delft). Samen met Henny Zandbergen (TU Delft), Jan Pieter Abrahams (Universiteit Leiden) en Bram Koster (LUMC) geeft hij leiding aan het centrum dat op 27 oktober feestelijk geopend wordt. Kosten: ruim 12 miljoen euro. Mijlpaal In 2008 stak een zestal wetenschappers van verschillende universiteiten de koppen bij elkaar. Allen werkten ze met elek- tronenmicroscopen, allen zagen zij fascinerende mogelijkhe- den voor de toekomst. De visie van de zes mondde uit in een voorstel voor de commissie ‘Nationale Roadmap Grootscha- lige Onderzoeksfaciliteiten’. Sindsdien hebben universitei- ten, medische centra en overheden zich achter het plan ge- schaard en is het centrum bijna operationeel. “NeCEN is een mijlpaal in mijn carrière,” zegt Peters, één van de plannenma- kers van het eerste uur. “Metingen met de microscopen zul- len nieuw licht werpen op tal van biologische vraagstukken.” Open access Ook Abrahams, hoogleraar Biofysische Structuurchemie in Leiden, staat te popelen om de apparatuur te gebruiken. “Met deze microscopen wil ik kristallen in kaart brengen Twee splinternieuwe microscopen zijn afgelopen juni afgeleverd in een nieuwe vleugel van de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen in Leiden. Deze microscopen ‘kijken’ niet met licht maar met elektronenbundels. Zo ontrafelen ze de mysteries van eiwitten en andere biologische moleculen in en rond de levende cel. door Diederik Rep
  • 17. [17] State of the art De microscopen van NeCEN worden opgebouwd uit het geavanceerde ‘Titan’ platform dat door de Nederlandse fabrikant FEI is ontwikkeld. FEI blijft nauw betrokken bij NeCEN en zal er technologische innovaties testen om ze in haar productlijn integre- ren. “Over enkele jaren zullen ‘onze’ nanoscopen commercieel beschikbaar worden,” voorspelt Abra- hams. “Tegen die tijd zijn wij samen met FEI alweer met verdere verbeteringen bezig. NeCEN is en blijft state of the art.” in Leiden iedereen die we tot dusver niet konden onderzoeken. Eiwitten die het doelwit zijn van geneesmiddelen bijvoorbeeld. Er zijn heel wat doorbraken te verwachten.” Maar hij haast zich om te benadrukken dat hij geen voorrang heeft bij het gebruik van de microscopen van NeCEN. “Open access betekent dat wetenschappers uit de hele wereld welkom zijn bij NeCEN. De beste onderzoeksvoorstellen krijgen prioriteit, welke dat zijn bepaalt een onafhankelijk panel van experts.” Daarnaast kunnen bedrijven meettijd op de apparatuur inkopen. “Ne- CEN moet zichzelf kunnen bedruipen.” Trillingsvrij De eerste horden, de financiering en bouw van het cen- trum, zijn nu bijna genomen. Waarom viel de keus op Lei- den? Abrahams: “Toen we op zoek gingen naar een plek om NeCEN te bouwen, gaven de Medical Delta-partners aan hoe belangrijk zij dit landelijke centrum vonden. Met zo- veel gewicht in de schaal had NeCEN de perfecte locatie gevonden.” Die locatie grenst niet toevallig aan het Leiden Cell Observatory, een laboratorium waar eveneens onder- zoek wordt gedaan naar de bouwstenen van de cel. “De Universiteit Leiden heeft een trillingsvrije oase gebouwd om de microscopen van NeCEN te huisvesten.” Trillingen door langsrijdend verkeer (of enthousiaste wetenschappers) zijn immers desastreus als de gevoelige nanoscopen willen doordringen in de wereld van afzonderlijke atomen. ■ Driedimensionale elektronenmicroscopische reconstructie van een deel van een cel. Roze gekleurd is een mitochondrion, een soort energiecentrale.
  • 18. [18] “Ouderdom is binnenkort te genezen” en “de mens kan duizend jaar worden”. Deze prikkelende uitspraken die de Britse ouderdomsonderzoeker Aubrey de Grey recentelijk in dagblad Trouw deed, jagen zijn Leidse vakgenoot prof. Rudi Westendorp niet op de kast. door Diederik Rep “D e Grey is een over-optimist maar het principe van zijn boodschap deugt. Nu al stijgt onze le- vensverwachting met drie jaar per decade”, zegt prof. Rudi Westendorp. Mensen die nu geboren worden zul- len gemiddeld meer dan honderd jaar oud worden, een en- keling zelfs 150. Met innovaties op het gebied van de ou- derenzorg kunnen mensen langer gezond blijven zonder de gebreken die we nu associëren met ouderdom.” Vergrijzing Ouderdomsonderzoek wordt sinds enkele jaren in één adem genoemd met de veelbesproken vergrijzing. Het CBS becij- ferde afgelopen juni dat de vergrijzing in Nederland aan het versnellen is. In 2011 zullen er meer 65-plussers bijkomen dan in de afgelopen vijf jaar bij elkaar opgeteld. Daarnaast Ouderdomsonderzoek met superlatieven bestrooid Het grande idée van de Ons uiteindelijke doel is iedereen zolang als mogelijk gezond en succesvol ouder te laten worden worden de ouderen dus ook steeds ouder. Westendorp merkt hoe zorgen over deze ontwikkelingen de weten- schapsfinanciers hebben bereikt. “Het vakgebied bloeit als nooit tevoren.” Goed voorbeeld hiervan is het in 2008 opge- richte ‘Netherlands Consortium for Healthy Ageing’ (NCHA), dat recent door een internationaal panel van deskundigen als “excellent” werd beoordeeld. Erasmus MC en LUMC vor- men het hart van deze publiek-private samenwerking, die lange tijd door Westendorp geleid werd. Repareren “Ook binnen het NCHA hebben we ons lange tijd geconcen- treerd op onderzoek naar de genetische oorzaken van ver- oudering. De genetica zou het geheim van de ouderdom onthullen en daarna zouden we de gevolgen van de ouder- dom, de aangerichte schade, kunnen aanpakken. Nu richten we ons steeds vaker op het repareren van die schade, zelfs wanneer nog niet helemaal duidelijk is welke fundamentele biologische oorzaken er aan ten grondslag liggen.” De Grey
  • 19. [19] Opzienbarende samenwerking Het Netherlands Consortium for Healthy Ageing (NCHA) werd in 2008 als publiek-private samenwer- king opgericht door het Erasmus MC en het LUMC. Het gaat dit jaar de tweede fase in, waarbij het con- sortium wordt uitgebreid met universiteiten, me- dische centra en bedrijven. De eerste fase van het NCHA werd afgesloten met een zelfevaluatie en een beoordeling door een onafhankelijk panel van inter- nationale experts. Het eindrapport hiervan, dat in maart 2011 werd gepresenteerd, is doorspekt met superlatieven. Niet alleen krijgt het NCHA de maxi- male score (5 uit 5) op alle criteria (kwaliteit, pro- ductiviteit, relevantie, valorisatie en levensvatbaar- heid), het consortium wordt ook geprezen om de effectieve manier van samenwerken, dat door het panel “opzienbarend” wordt genoemd. “Het NCHA heeft geleerd dat iedereen wint door samen te wer- ken in plaats van concurreren”, concludeert het rapport. Wat is het geheim van het succes? Wes- tendorp: “Het beeld dat wordt opgeroepen door de term ‘gezond ouder worden’ is zeer sterk. Het is een helder einddoel op basis waarvan we er in ge- slaagd zijn om experts uit allerlei disciplines te la- ten samenwerken in gerichte proefprojecten. We hebben op allerlei onderwerpen een snelle vertaling naar patiëntenzorg gemaakt.” Ondanks de eerste successen breekt Westendorp een lans voor door- gaande vernieuwing en verbetering. “Ik zou graag nog meer nadruk zien op de tweeledige aanpak van het ouderdomsonderzoek, namelijk via fundamen- teel begrip én via praktische herstelstrategieën.” samenwerking is een exponent van die benadering. “Ons uiteindelijke doel is om iedereen zolang als mogelijk gezond en succesvol ou- der te laten worden.” Regeneratieve geneeskunde, de wetenschap van het her- stel, draait traditioneel om gentherapie en stamcellen. Wes- tendorp: “Ik zie ook een biofysische variant in ontwikkeling: we kunnen biosynthetische materialen en technologieën in- zetten om biologische functies over te nemen wanneer die beschadigd zijn.” Denk aan een minuscuul implantaat op het niveau van zenuwcellen dat beschadigde gehoorfuncties kan herstellen. Dit type technologie is van een hele ande- re orde dan een extern gehoorapparaatje, legt Westendorp uit. “Het vereist een intensieve samenwerking tussen medici, wetenschappers en technologen. Die samenwerking was tot dusver nog spielerei.” Ontzuiling “Medical Delta is de gedroomde motor voor een dergelijke samenwerking, stelt Westendorp. “Ik geloof heilig in dit type samenwerking. Dat de drie centra zo dicht bij elkaar liggen, maakt het alleen maar makkelijker. De eigen, unieke culturen en expertisen zijn complementair.” Essentieel is dat iedereen meewerkt aan vernieuwing van het verouderingsonderzoek. “Modern onderzoek vraagt om openheid en om flexibele, in- terdisciplinaire onderzoeksomgevingen in plaats van de tra- ditionele lange onderzoeklijnen. Medical Delta is een grande idée dat ontzuiling vertegenwoordigt.” ■
  • 20. [20] Gebruiksvriendelijk Mert Mumcu (19) heeft sinds zijn dertiende diabetes. Kort geleden heeft hij de jeugdarts verruild voor de diabetespoli voor volwassenen. Hij was hier een van de eerste patiënten die het DiabetesStation als proef gebruikt heeft. “Ik heb bijna alles gedaan: mijn bloeddruk, bloedsuiker en BMI bepaald en oog- foto’s gemaakt. Het is zeer gebruiksvriendelijk”, vertelt de student Internatio- nal Business Administration. Zeker voor een stad als Rotterdam, waar veel oudere allochtonen wonen, vindt hij het apparaat een schot in de roos. “Mijn opa bijvoorbeeld zou het prettig vinden om in zijn moedertaal, het Turks, te worden aangesproken. Nu gaan mijn vader of moeder vaak mee naar de dok- ter om te vertalen, maar dat is toch lastig.” Zelf twijfelt hij of hij liever het Di- abetesStation heeft dan een echte arts. “Ik heb nog wel eens vragen over mijn ziekte en daarmee wil ik wel bij een arts terecht kunnen”, aldus Mumcu. “Maar voor de korte controles vind ik het DiabetesStation heel handig.” Met het DiabetesStation kunnen patiënten met suikerziekte zelfstandig allerlei metingen verrichten. Het spoort ze bovendien aan om af te vallen en hun medicijnen trouw te nemen. “Patiënten verkiezen deze virtuele arts zelfs boven een echte arts.” door Raymon Heemskerk H et DiabetesStation waarmee patiënten zelf hun bloeddruk meten, bloedprikken en foto’s van ogen en voeten laten maken is bedacht door Eric Sij- brands, hoogleraar Interne Geneeskunde aan het Erasmus MC. “Als verwijscentrum voor andere ziekenhuizen zien we alleen diabetespatiënten met complexe problematiek”, ver- telt hij. “Zij hebben vaak al allerlei complicaties, zoals oog- problemen en hartinfarcten.” 70 procent van de patiënten Virtuele dokter spreekt taal van de patiënt is van allochtone afkomst en sommige van hen, zoals Hin- dostanen en Chinezen, krijgen gemiddeld op jongere leef- tijd diabetes en hun complicaties zijn erger. Vanwege de vele culturen in Rotterdam worden er op de diabetespoli in het Eramus MC ook maar liefst 168 talen gesproken. “Ik vroeg me af of we die patiënten in de spreekkamer wel bereikten. Via hun tolk gaven ze aan hun best te doen hun diabetes goed te reguleren, maar ik dacht: dit moet anders.” Groot zorgprobleem Daarnaast zijn er ook culturele verschillen die een goede be- handeling in de weg kunnen staan. “Sommige culturen kij- ken vreemd aan tegen het gebruik van preventieve medicij- nen. Die patiënten moet je dus extra goed overtuigen van het belang van de behandeling”, aldus Sijbrands. Hij ver- wachtte patiënten beter te kunnen helpen doordat het Dia- betesStation ze direct in hun eigen taal aanspreekt en hun culturele waarden in acht neemt. Tegelijkertijd wil hij de enorme druk op de diabetespoli verlichten. “Diabetes is een groot zorgprobleem. Het aantal patiënten groeit in Neder- land jaarlijks met 9 procent. En de directe zorgkosten bedra- gen nu al 1,6 miljard euro.” Snel terugverdiend Een proef met het DiabetesStation in het Erasmus MC ver- liep uitstekend. Sommige patiënten waren er zelfs zo en- Foto:JanvanRietschoten
  • 21. [21] Patiënten ontvangen een sms’je met hun bloeddrukwaarden en artsen krijgen bericht als hun patiënt erg slecht scoort thousiast over dat ze niet meer naar de echte arts wilden. Sijbrands: “Rond de feestdagen konden ze even niet bij het Diabetesstation terecht en daar kwamen patiënten aan de balie over klagen. Ik had wel gehoopt dat de ‘arts 2.0’ veel patiënten zou aanspreken, maar dat ze zouden aangeven het contact met de virtuele arts persoonlijker te vinden dan met een echte arts, dat had ik echt niet verwacht.” Het DiabetesStation is nu klaar voor de volgende fase: in- voering op een aantal plaatsen in Nederland. Sijbrands: “Het apparaat is geschikt voor grote huisartsen- of thuisorgani- saties waar minimaal vierduizend diabetespatiënten onder controle zijn. Het is dure technologie en het is dus zonde als het apparaat te weinig gebruikt wordt, maar instellingen met grote aantallen patiënten hebben de aanschafprijs heel snel terugverdiend.” Sijbrands denkt dat er in Nederland uitein- delijk plaats is voor zestig DiabetesStations. Maar ook in het buitenland melden zich geïnteresseerden. “In Duitsland en Turkije gaan we er binnenkort een aantal plaatsen.” Tips Het DiabetesStation is samen met IPT Telemedicine ont- wikkeld, een dochter van KPN. “Er komt veel communica- tietechnologie bij kijken”, zegt Sijbrands. “Patiënten ontvan- gen een sms’je met hun bloeddrukwaarden en behandelaars krijgen bericht als hun patiënt erg slecht scoort. Zij kunnen hierbij zelf aangeven hoe en wanneer zij hierover geïnfor- meerd willen worden.” Foto:ArnoMassee Het vrolijk gekleurde DiabetesStation werd mede vormgege- ven door medewerkers van de afdeling Industrial design van de TU Delft. Psychologen van de Erasmus Universiteit Rot- terdam maken speciale modules die patiënten voorgescho- teld krijgen als ze het DiabetesStation gebruiken. Een van die modules geeft patiënten tips om regelmatig hun medicij- nen te gebruiken, als ze aangeven daar moeite mee te heb- ben. Een andere helpt werkverzuim te voorkomen. Alle mo- dules zijn nu in de zes meest gesproken talen beschikbaar: Nederlands, Duits, Engels, Frans, Turks en Arabisch. Portu- gees en Spaans worden momenteel ontwikkeld: “Nog maar 160 talen te gaan”, zegt Sijbrands laconiek. ■ Prof. Eric Sijbrands bedacht een apparaat waarmee diabetespatienten zelf hun gezondheid kunnen monitoren.
  • 22. [22] Geneeskunde op maat heeft de toe- komst. Onlangs werd nog bekend dat er 29 miljoen euro beschikbaar komt voor zeven onderzoeksprojecten naar personalized medicine. Dat wil zeggen: niet meer dezelfde pil of therapie voor iedereen, maar voor elk individu de perfect toegesneden oplossing. door Diana de Veld “D e grootste vooruitgang in de strijd tegen ziek- ten is te danken aan betere hygiëne en voeding, antibiotica en vaccinatie. Wat er nu nog over- blijft zijn systeemfouten, die - vaak samen met infecties, om- geving en leefstijl - tot ziektes kunnen leiden”, vertelt prof. Gert-Jan van Ommen (Humane Genetica, LUMC). Dat niet iedereen een even sterk gestel heeft, is duidelijk. Kijk maar naar families waarin veel mensen heel oud worden, of naar mensen die eigenlijk heel ongezond gedrag vertonen maar daar wonderwel mee weten te overleven. Of mensen met zwaar overgewicht. Van die groep blijft 15 tot 20 procent gewoon gezond. Zij moeten een bijzondere genetische opmaak hebben. “Geneesmiddelen werken beter als je probeert de therapie aan te passen aan zulke genetische verschillen tussen men- sen”, aldus Van Ommen. “En als je je realiseert dat achter dezelfde ziekteverschijnselen andere mechanismen kunnen schuilen.” Moeilijk te registreren Ziekten als leukemie en borstkanker kunnen steeds nauw- keuriger in subtypes onderscheiden worden, met een beter afgestemde behandeling als gevolg. Maar ook voor scree- ning kan personalized medicine gevolgen hebben. “Als je Zelfde ziekte, andere pil bijvoorbeeld het gen kent dat ervoor zorgt dat er in een fa- milie veel darmkanker voorkomt, dan hoeven alleen nog de familieleden met een positieve gentest elke twee jaar een darmonderzoek te ondergaan.” Zelf houdt Van Ommen zich onder andere bezig met de spierziekte van Duchenne, waarvoor hij de exon-skipping-therapie bedacht. “Het gaat meestal om een ontbrekend deel van een gen. Maar daar- in zijn honderden verschillende variaties. De grootste behan- delbare variant komt voor bij 14 procent van de patiënten, maar de andere subgroepen zijn veel kleiner. Voor elke vari- ant heb je een andere therapie nodig. De vraag is: hoe krijg je dan nog een groep patiënten bij elkaar die groot genoeg is om statistiek te bedrijven? Kun je groepen gaan combine- ren?” Dat is iets waar de personalized medicine in het alge- meen last van heeft. “Een medicijn voor kleine subgroepen is moeilijker te registreren. Het is verleidelijk om de kleine groepen dan maar te laten liggen, maar dat doen we voor Duchenne niet.” Antidepressivum De praktijk is er al. Jesse Swen, ziekenhuisapotheker in het LUMC, kijkt naar het effect van genetische verschillen op de werking van geneesmiddelen. “Je kunt je voorstellen dat je bijvoorbeeld de dosis moet verhogen als iemand met een bepaalde genetische variant een medicijn sneller afbreekt.” Genetische verschillen kunnen ook leiden tot een andere reactie op een geneesmiddel door middel van veranderin- gen in de receptor, enzym of ionkanaal waarop het genees- middel aangrijpt “Als iemand een andere receptor heeft, krijg je een ander effect.” Met kennis van deze zaken kan de dosering of de keuze voor een bepaald geneesmiddel worden aangepast. “In Nederland zijn alle huisartsen, ziekenhuizen en stads- apothekers aangesloten op een database waarin de beken- de polymorfismen – vrij veel voorkomende genvarianten – met een bijbehorend (dosis)advies zijn opgeslagen”, vertelt Swen. Als een patiënt met een genetische variant van een leverenzym (CYP2D6) bijvoorbeeld het antidepressivum nortriptyline krijgt voorgeschreven, dan ziet de arts of apotheker automatisch dat hij de dosis moet aanpassen. Nederland is daarin een voorloper. “Onze richtlijnen stam- men al uit 2005. De VS zijn afgelopen jaar pas begonnen, vandaar dat ik binnenkort naar Stanford ga om ze te hel- pen.”
  • 23. [23] Genetische verschillen kunnen leiden tot een andere reactie op een geneesmiddel Voedingssupplementen Prof. Cock van Duijn is hoogleraar Genetische Epidemiolo- gie aan het Erasmus MC. “We zijn in Rotterdam bezig met de vraag: hoe vertaal je de snelgroeiende maar verre van complete kennis naar de gezondheidszorg en preventie?” Dat is vooral een uitdaging voor complexe ziektes als Alzhei- mer, die niet rechtstreeks aan één gen gekoppeld zijn. “Dat vraagt statistische overwegingen: hoe zeker moet je zijn van je voorspellingen voordat je deze gaat toepassen in de ge- neeskunde? Wat is de foutenmarge die je acceptabel vindt? Op dat gebied zijn wij leidend in de wereld.” De Rotterdamse houding was altijd kritisch maar optimis- tisch. “Er is nu een aantal ziektes waarbij we echt kunnen gaan nadenken over de praktijk. Bijvoorbeeld de oogziek- te maculadegeneratie. Daarvoor zijn genen bekend die – in combinatie met omgevingsfactoren, zoals roken, en bijvoor- beeld vroege afwijkingen in de retina – het risico voorspel- len. En daar kún je ook wat mee: je kunt mensen met een hoog risico specifieke voedingssupplementen aanbieden.” Dat is wel essentieel, benadrukt Van Duijn. “Personalized medicine heeft weinig zin als je niets meer kunt bieden dan adviezen die voor iedereen gelden, zoals: u moet stoppen met roken. Dat is gezond voor iedereen en daarom niet personalized.” Toekomstvooruitzicht Een punt van overweging is dat risicovoorspellingen op zich- zelf waarde kunnen hebben voor mensen, zonder dat er een behandeling plaats vindt. “Bij de ziekte van Huntington, waar geen therapie voor bestaat, accepteren we dat jonge mensen willen weten of ze de ziekte geërfd hebben. Dat is belangrijk voor hun planning: neem ik kinderen? Kies ik voor prenatale diagnostiek?” Zelf is ze gaan inzien dat ook ou- deren behoefte hebben aan een toekomstvooruitzicht. “Als je 75 bent, wil je misschien weten of je binnenkort dement zult worden, zodat je je vakantiehuisje in Frankrijk maar be- ter kunt verkopen.” Voor dementie zijn – naast leeftijd en ge- slacht – cognitieve testen nog steeds de beste voorspel- ler, gevolgd door het gen apoE. “Maar ik geloof heilig in de technologie: in de toekomst zullen genetisch onderzoek en MRI-scans veel betere voorspellingen bieden”, aldus Van Duijn. ■
  • 24. Medical Delta Cafés Voor artsen, wetenschappers en ondernemers op het gebied van medische technologie zijn er ieder jaar een aantal Medical Delta Cafés. Steeds staat een ander thema binnen de medische technologie centraal. Experts vertellen waar de kansen liggen voor samenwerking in onderzoek en ontwikkeling van innovatieve producten. Napraten met een hapje en een drankje is een vast onderdeel van een Medical Delta Café. De locatie is steeds wisselend: op de universiteit, in het ziekenhuis of bij een incubator. Het eerstvolgende Medical Delta Café is op dinsdag 10 oktober in Rotterdam, thema: virologie. Op dinsdag 6 december staat de bio-informatica centraal in Leiden. Kijk voor meer informatie op www.medicaldelta.nl. Foto’s:RinusBoone

×