Locatieve media voor                                 onroerend erfgoed                                                    ...
VoorwoordVier jaar geleden ben ik begonnen met de studie Cultureel Erfgoed aan de Reinwardt Academie. Toenik met de studie...
SamenvattingNieuwe media staan tegenover oude media en worden digitale media genoemd. Het begrip locatievemedia lijkt het ...
SummaryNew media are often referred to as digital media. Another term often used is location-based media,this type of digi...
InhoudsopgaveVoorwoord ......................................................................................................
Bijlagen ....................................................................................................................
1. Introductie1.1 InleidingEen visie op de toekomst van de culturele sector kan niet meer zonder een visie op de mogelijke...
3. Publieksonderzoek. Onderzoek naar de wenselijkheid van het inzetten van locatieve          informatie over onroerend er...
biedt de mogelijkheid om een online enquête op te stellen en te verspreiden door middel van hetkopiëren van een link. De e...
Op dit moment is er voor gekozen om de informatie toegankelijk te maken met behulp van QR-codes, maar dit zou kunnen veran...
waarop een volledig overzicht van alle objecten en organisaties te zien is. Ook is deze website eenplek voor informatie ov...
2. Locatieve mediaIn dit tweede hoofdstuk wordt kennisgemaakt met het begrip locatieve media en welke rol dezemedia kan sp...
2. “To measure and visualize what is otherwise not visible.” Voor het meten en visualiseren van        wat niet op andere ...
2.3 QR-code projecten in Nederland m.b.t. erfgoed in de openbare ruimteHet project “Erfgoed-info” heeft ervoor gekozen om ...
Figuur 1 - QR-code projecten in de openbare ruimte.Project & Plaats                      Opdrachtgever                   K...
3. Drie locatieve media projectenIn het voorgaande hoofdstuk werd een schema weergegeven met een aantal QR-code projecten ...
IntroductieUAR (Urban Augmented Reality) is een op locatie gebaseerde applicatie ontwikkeld door het NAI(Nederlands Archit...
GebruikEr zijn twee soorten gebruik van de applicatie:     1. Het toeristische gebruik, waarbij het gaat om de highlights....
3.2 IJdijkenroute van SparkedAfbeelding 3: IJdijkenroute van Sparked, voorbeeld Nassauplein Amsterdam.IntroductieDe IJdijk...
DoelgroepDe “digital natives” zijn de eerste doelgroep, dit zijn mensen die weten hoe ze moeten omgaan meteen telefoon. De...
ToekomstIn de toekomst wil de IJdijkenroute de route uitbreiden met meer QR-code borden. Ook wil hetproject graag audio en...
TechniekHet project “Andere gezichten van Amsterdam” in opdracht van gemeente Amsterdam is eenonderdeel van het gemeenteli...
3. Er is rekening gehouden met de lengte van de URL’s achter de QR-codes. Deze zijn heel kort      gehouden, waardoor de c...
Figuur 2 - De sterke en zwakke punten van de 3 cases.     UAR                                                IJdijkenroute...
4. PublieksonderzoekDe doelstelling van het publieksonderzoek is erachter komen hoe wenselijk het inzetten vanlocatieve in...
Bovengenoemde doelgroepen lopen onderling erg uiteen, maar het is geen blinde steekproef.Hierdoor zijn de resultaten niet ...
Grafiek 1 – Verkrijgen van informatie over erfgoed.                      Op welke wijze komt men aan informatie over erfgo...
Figuur 3 – Informatie over erfgoed op een andere manier verkregen dan de geboden keuzemogelijkheden.Anders, namelijk:Adver...
Grafiek 2 – Smartphonebezit ingedeeld naar leeftijd.                                        Bezit smartphone ingedeeld naa...
heeft. 13 procent heeft een telefoon met Symbian van Nokia.” – Persbericht van nu.nl, 16 maart2011. 47De resultaten uit de...
Figuur 4 – Andere erfgoedapplicaties die door smartphone bezitters gebruikt worden.Anders, namelijk:7scenesAmbachtANWB bui...
Grafiek 5 – Gebruik QR-code scannen ingedeeld naar leeftijdscategorie.                                QR-code scannen inge...
Na het bekijken van het filmpje, zie Afbeelding 9, kreeg de respondent de volgende vraagvoorgelegd: ‘Wat zou u er van vind...
                  ‘QR codes inscannen omslachtig is en omdat de huidige initiatieven (even los van erfgoed)              ...
telefoon). Een groot aantal respondenten past peer-to-peer educatie toe, zij stellen het op prijs als zevan een ander pers...
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Qr in openbare ruimte
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Qr in openbare ruimte

1,699

Published on

eindscriptie Reinwardt Academie

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,699
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
36
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Qr in openbare ruimte

  1. 1. Locatieve media voor onroerend erfgoed Een onderzoek naar de wenselijkheid van QR-codes in de openbare ruimte.Amsterdam, 24 januari 2012Naam: Tessel van LeeuwenStudentnummer: 607770E-mail: t.vanleeuwen@ahk.nlOpdrachtgevers: Liesbeth Jansen en Maarten PedroliOrganisatie: BOEi (www.boei.nl)Reinwardt AcademieAfstudeerscriptie Cultureel ErfgoedBegeleider: Bob Crezee
  2. 2. VoorwoordVier jaar geleden ben ik begonnen met de studie Cultureel Erfgoed aan de Reinwardt Academie. Toenik met de studie begon wist ik in eerste instantie niet goed wat ik met de studie wilde bereiken. Nahet eerste jaar, een tweedejaarsstage bij het Tropenmuseum en een minor Publiek en Participatie,wist ik nog steeds niet goed welke kant ik op wilde gaan. Aan het einde van het derde jaar wist ik het:E-cultuur. Ik kwam met dit onderwerp in aanraking tijdens mijn derdejaars stage op deWestergasfabriek. Tijdens deze stageperiode werd het project “UPlabs” gelanceerd. UPlabs is eenproject waaronder vijf digitale projecten in de openbare ruimte vallen, onder andere een AugmentedReality tijdkijker, QR-codes en GPS-tours.Na de stageperiode op de Westergasfabriek wilde ik graag een scriptie schrijven over locatievemedia. Liesbeth Jansen, oud directrice van de Westergasfabriek, was tijdens de opzet van mijnscriptievoorstel bezig met de opstart van het project “Erfgoed-info”, een project over on the spotinformatie voor onroerend erfgoed in de openbare ruimte. Ik was erg geïnteresseerd in dit project enzij had belang bij een onderzoek, al snel was er een samenwerkingsverband ontstaan.Mede door de gesprekken met Liesbeth Jansen en Maarten Pedroli, de stage bij BOEi, oriënterendegesprekken met de founding partners, de interviews voor de cases, de afspraken met Bob Crezee enhet bijwonen van diverse conferenties ben ik tot deze scriptie kunnen komen.Ik wil graag Liesbeth Jansen en Maarten Pedroli ontzettend bedanken voor de vele interessantegesprekken, creatieve ideeën en oneindige energie. Arno Boon wil ik graag bedanken voor demogelijkheid om stage te lopen bij BOEi.Ik wil Ferry Piekart bedanken voor het interessante interview en David van Zeggeren voor hetinterview en de vele informatiebronnen die ik van hem heb gekregen. Ines Gall en Edgar Vijgeboomwil ik ook bedanken voor het interview en hun kritische en creatieve kijk op diverse projecten.Ik wil Bob Crezee bedanken voor zijn steun, vertrouwen en energie tijdens de geheleonderzoeksperiode.Tessel van LeeuwenAmsterdam, januari 2011 1
  3. 3. SamenvattingNieuwe media staan tegenover oude media en worden digitale media genoemd. Het begrip locatievemedia lijkt het meest geschikt voor digitale media, die van toepassing zijn op echte plaatsen. QR-codes zijn een vorm van locatieve media en worden zowel door de commerciële sector als deerfgoedsector steeds vaker ingezet. Naast de toename van het toepassen van QR-codes, zijn er ookandere nieuwe en opkomende technologieën: Augmented Reality, Points of interest op basis vanGPS, NFC en beeldherkenning. Aan de hand van de Hype Cycle van Gartner kan geconcludeerdworden dat QR-codes nog 2 tot 5 jaar nodig hebben voordat het relevant en toe te passen is op debrede markt.QR-codes bieden erfgoedinstellingen de mogelijkheid om de erfgoedbeleving buiten de viermuseummuren te laten plaatsvinden. Het is laagdrempelig omdat het publiek zijn eigen smartphonegebruikt. Door het toepassen van QR-codes in de openbare ruimte wordt de erfgoedbelevingdaardoor interactiever en persoonlijker. QR-codes worden op verschillende manieren in de openbareruimte toegepast. De projecten die in dit onderzoek zijn opgenomen maken gebruik van: QR-codesop stickers, QR-codes op stoeptegels, QR-codes op bordjes en QR-codes geplaatst op eeninformatiebord. Na het scannen van een QR-code kan de gebruiker verwezen worden naar eenbestaande internetpagina of een website. Dit is vaak niet bevorderlijk voor het gebruik omdat demarges van een website groter zijn dan het scherm van de smartphone en de informatie vaak nietrelevant is voor de locatie. De QR-code kan ook verwijzen naar een mobiele website of mobielewebpagina’s, deze worden vaak speciaal voor het project ontworpen waardoor de informatierelevant en interessant wordt voor de locatie. Ook kan de QR-code verwijzen naar audio- ofvideofragmenten.Om de ervaringen van erfgoedinstellingen met het inzetten van locatieve media in de openbareruimte in kaart te brengen zijn er in deze scriptie drie cases opgenomen. De instellingen hebbendeels dezelfde valkuilen als meevallers gehad als het gaat om het inzetten van locatieve media. Zowordt het onderdeel content vaak onderschat. Het verzamelen van de content, het historisch correctzijn van de content en het maken van te weinig afspraken met deelnemende partijen over de contentzorgde ervoor dat de projecten langer duurde dan verwacht en daardoor meer kosten met zich meebracht. Een meevaller is dat de instellingen als innovatief worden gezien.Uit het publieksonderzoek, een online-enquête, blijkt dat 70% van de respondenten in het bezit isvan een smartphone, de iPhone en toestellen met Android zijn het populairst. Oude media wordtdoor de respondent ook geraadpleegd voor informatie over erfgoed, maar er is een grote toenamevan het gebruik van nieuwe media. De respondent is na het scannen van een QR-code in hetbijzonder geïnteresseerd in informatie over het verleden, het heden en de binnenkant van hetgebouw. Als extra functies vindt de respondent een kaart van de omgeving, een knop met meerinformatie en het delen op sociale media relevant. Als het gaat om het inzetten van QR-codes bijonroerend erfgoed, is de leeftijdscategorie 16-25 het meest geïnteresseerd. De leeftijdscategorie 26-35 is minder geïnteresseerd in de nieuwe technologie QR-codes, maar vind informatie over erfgoedop locatie wel interessant. 2
  4. 4. SummaryNew media are often referred to as digital media. Another term often used is location-based media,this type of digital media applies to concrete physical places. A kind of location-based media are QR-codes. Lately QR-codes have been applied more often in the commercial industry and in the heritagesector. Besides QR-codes other new and upcoming technologies are used, examples are AugmentedReality, Points of Interest based on GPS, NFC and image-recognition. Based upon the Hype Cycle ofGartner the conclusion is drawn that QR-codes need another two to five years of developmentbefore mainstream adoption can take place.Heritage institutions have the opportunity to offer the heritage experience to a greater audience dueto the implementation of QR-codes. People can access the heritage experience outside of themuseum walls. Furthermore the access remains low-key since the public will use their own devices.The heritage experience will become more interactive and will take place on a more personal leveldue to the application of QR-codes in the public space. There are different methods to apply QR-codes in the public space. The reviewed projects for this research use QR-codes in different ways;QR-codes on stickers, QR-codes on the tiles of sidewalks and QR-codes on signs and informationboards.A QR-code is scanned by the user with a device, subsequently the user is redirected to anexisting website. Currently this does not increase the use of QR-codes since the margins of webpagesare larger than the margins of the used devices. Furthermore the offered information is oftenirrelevant for the location. Another possibility is to redirect the user to a mobile website, which isdesigned specifically for the project. In this way interesting and relevant information about thelocation can be offered to the user. Besides that it is possible to redirect the user of a QR-code to anaudio- or video fragment on a mobile webpage.In this research three cases are reviewed to clarify the experiences of heritage institutions whichused location-based media in the public space. These institutions have faced the same kind ofdifficulties while implementing the location-based media. For example, the component ‘content’ isoften underestimated. Collecting content, checking the historical content and the lack ofcommunication between the co-operating parties delayed the projects which resulted in highercosts. An advantage of using location-based media in the public space is the more innovative imageof the institutionsThe results of the research executed in this study, an online survey, show that 70% of therespondents owns a smartphone. The iPhone and the devices using Android are the most popular.Old media is still used by the respondents to get access to information about heritage, but theincrease in the use of new media is larger. It turns out that the respondents who scan a QR code arespecifically interested in information about the past, the present and the interior of a building. Alsothe results show an increased interest in extra functions after scanning the QR-code. They find a mapof the environment, a button with extensive information and the possibility of sharing the experienceon social media relevant. Respondents in the age between 16 and 25 years old are regarding the useof QR-codes most interested in information about non-movable heritage. On the other hand,respondents between the age of 26 and 35 years are less interested in using the new QR-codetechnology. But this age group is certainly interested in accessible information about the heritage atlocation. 3
  5. 5. InhoudsopgaveVoorwoord .............................................................................................................................................. 1Samenvatting........................................................................................................................................... 2Summary ................................................................................................................................................. 3Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 41. Introductie ........................................................................................................................................... 6 1.1 Inleiding ..................................................................................................................................... 6 1.2 Methodologische verantwoording ............................................................................................ 7 1.3 Achtergronden .......................................................................................................................... 82. Locatieve media................................................................................................................................. 11 2.1 Begrip ...................................................................................................................................... 11 2.2 Locatieve media in de erfgoedsector ...................................................................................... 12 2.3 QR-code projecten in Nederland m.b.t. erfgoed in de openbare ruimte ............................... 133. Drie locatieve media projecten ......................................................................................................... 15 3.1 UAR van het NAI ...................................................................................................................... 15 3.2 IJdijkenroute van Sparked ....................................................................................................... 18 3.3 IAM QR project van ATCB ........................................................................................................ 20 3.4 Schema: locatieve media projecten in de openbare ruimte ................................................... 224. Publieksonderzoek ............................................................................................................................ 24 4.1 Resultaten................................................................................................................................ 25 4.1.1 Algemene informatie respondent .................................................................................... 25 4.1.2 Smartphone ..................................................................................................................... 27 4.1.3 QR-codes .......................................................................................................................... 30 4.1.4 On the spot informatie .................................................................................................... 33 4.2 Conclusie ................................................................................................................................. 365. De toekomst van QR-codes ............................................................................................................... 37 5.1 Nieuwe opkomende technologieën ........................................................................................ 37 5.2 Gartner’s Hype Cycle ............................................................................................................... 396. Conclusie ........................................................................................................................................... 41 6.1 Conclusie ................................................................................................................................. 41 6.2 Aanbevelingen ......................................................................................................................... 42Bronnenlijst ........................................................................................................................................... 45Afbeeldingenlijst.................................................................................................................................... 49 4
  6. 6. Bijlagen .................................................................................................................................................. 51Bijlage 1: Scriptievoorstel ...................................................................................................................... 51Bijlage 2: Online enquête formulier ...................................................................................................... 54Bijlage 3: Uitwerkingen interviews ........................................................................................................ 58 1. UAR applicatie van het NAI - Ferry Piekart ................................................................................ 58 2. IJdijkenroute van Sparked – David van Zeggeren...................................................................... 66 3. QR-code project van ATCB – Ines Gall en Edgar Vijgeboom ..................................................... 75 5
  7. 7. 1. Introductie1.1 InleidingEen visie op de toekomst van de culturele sector kan niet meer zonder een visie op de mogelijkebetekenis van internet voor het veld.1 In 2009 waren de gedrukte media, gevolgd door audiovisuelemedia, de belangrijkste informatiebronnen om informatie over cultuur te verkrijgen.2 Voor tieners(12-18 jaar) heeft het internet inmiddels de eerste plaats ingenomen. Internet biedterfgoedinstellingen (zoals archieven, bibliotheken en musea) een extra kanaal om in contact tekomen met het publiek en het is voor deze instellingen belangrijk zich aan te passen aan het nieuwegedrag van consumenten in de digitale wereld.De mogelijkheden die nieuwe media de erfgoedsector bieden zijn de afgelopen jaren exponentieelgegroeid. Nieuwe media (zoals de personal computer en mobiele telefonie) staan tegenover oudemedia (zoals kranten en tijdschriften) en worden meestal digitale media genoemd.3 Het begriplocatieve media lijkt het meeste geschikt te zijn voor digitale media die van toepassing zijn op echteplaatsen. Deze op locatie gebaseerde media bieden de mogelijkheid om de fysieke wereld aan dedigitale wereld te koppelen.4 Op locatie komt informatie ter beschikking o.a. door middel van eensmartphone.5 Door het gebruik van de smartphone kan onder andere het museumbezoekinteractiever en persoonlijker gemaakt worden.6De aanleiding voor het schrijven van deze scriptie is het project “Erfgoed-info”. Dit project is eeninitiatief van BOEi.7 Dit bedrijf heeft Liesbeth Jansen aangesteld als projectbegeleidster. LiesbethJansen heeft mij gevraagd om een onderzoek te doen naar locatieve media voor de erfgoedsector.Voor meer informatie over het project, BOEi en de opdrachtgevers zie: “Achtergronden” bladzijde 8.Het doel van deze scriptie is om antwoord te geven op een onderzoeksvraag en een vijftaldeelvragen. Deze luiden als volgt:OnderzoeksvraagIn welke mate zijn QR-codes geschikt om de kennis over onroerend erfgoed bij een breed publiek tevergroten?Deelvragen 1. Welke organisaties zijn actief met het inzetten van QR-codes in relatie tot erfgoed? Op welke wijze passen zij de QR-codes toe? 2. Wat zijn de ervaringen van bestaande erfgoedinstellingen met het inzetten van QR-codes of locatieve media in de openbare ruimte?1 V. Frissen ‘Digitalisering in het culturele domein: van e-cultuur naar zwart gat’ in: Cultuur en Media in 2015 (Amsterdam2009) 20-352 Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, Brochure Cultuur in Beeld (Den Haag 2011) 34-383 http://www.mediawijsheid.nl/site/228-Wat+is+Mediawijsheid%3F_2.html (geraadpleegd 21 december 2011)4 http://www.virtueelplatform.nl/#1483 (geraadpleegd 24 augustus 2011)5 Een smartphone is een mobiele telefoon met internet en een groot aantal computertoepassingen (applicaties). Eensmartphone wordt ook wel gezien als een handcomputer.6 H. Verwayen en S. Lomonard, ‘Business Model Innovatie’ in: Businessmodel Innovatie Cultureel Erfgoed (2009) 6-267 http://www.boei.nl (geraadpleegd 1 september 2011) 6
  8. 8. 3. Publieksonderzoek. Onderzoek naar de wenselijkheid van het inzetten van locatieve informatie over onroerend erfgoed bij het publiek. Is er interesse vanuit het publiek in locatieve informatie over onroerend erfgoed? 4. In hoeverre is het inzetten van QR-codes door erfgoedinstellingen geschikt voor de toekomst? Welke nieuwe opkomende locatieve media zijn er op de markt om de QR-code eventueel te vervangen?De deelvragen wijken enigszins af van de deelvragen die staan opgenomen in het scriptievoorstel.8Deze aanpassing is gemaakt omdat er tijdens het vooronderzoek, wat bestond uit een internet- enliteratuuronderzoek, andere onderwerpen dan verwacht belangrijk werden gevonden door deopdrachtgevers. In de hoofdstukken worden de deelvragen behandeld, de conclusie zal antwoordgeven op de onderzoeksvraag. De hoofdstukken zijn als volgt opgebouwd:  Hoofdstuk 2 behandelt het begrip locatieve media, een typologie en de relevantie van locatieve media in de erfgoedsector. Om erachter te komen welke erfgoedorganisaties actief zijn met het inzetten van QR-codes in de openbare ruimte in relatie tot erfgoed, is er aan het einde van dit hoofdstuk een schema opgenomen met projecten op dit gebied.  Hoofdstuk 3 beschrijft in de vorm van drie cases ontwikkelde locatieve media projecten in de openbare ruimte. Drie interviews vormen de basis van de cases. Na het beschrijven van de cases is er een schema opgesteld waarin kort een aantal punten, zoals valkuilen en meevallers, staan opgenomen.  In hoofdstuk 4 wordt aan de hand van grafieken, die uit de gegevens van de online enquête zijn afgeleid, de interesse vanuit het publiek in het inzetten van QR-codes in de openbare ruimte beschreven.  Hoofdstuk 5 biedt inzicht in de toekomst van verschillende vormen van locatieve media. Hierbij wordt gekeken naar bestaande en nieuwe opkomende technologieën. Aan de hand van de Hype Cycle van Gartner wordt er gekeken of QR-codes klaar zijn voor de brede markt.  Hoofdstuk 6 beantwoord de onderzoeksvraag door middel van de conclusie en aanbevelingen.1.2 Methodologische verantwoordingVerschillende soorten van onderzoek zijn gebruikt voor het schrijven van deze scriptie. Er isbegonnen met een oriënterend internet- en literatuuronderzoek waarna de onderzoeksvraag endeelvragen zijn geformuleerd. Na deze formulering is er een onderzoek gedaan naar vergelijkendeonderzoeken, deze waren er niet. Toch zijn er aanpassingen gemaakt binnen de formulering van dedeelvragen, dit komt doordat andere onderwerpen belangrijker werden gevonden door deopdrachtgevers. Na het herformuleren van de deelvragen is er verder gegaan met het internet- enliteratuuronderzoek.Een onderdeel van het onderzoek is het publieksonderzoek, voor dit onderzoek hebben 150respondenten een online enquête ingevuld. De enquête heeft op diverse social media gestaan en isgeen blinde steekproef. De enquête is gemaakt in het programma ‘ThesisTools’.9 Dit programma8 Zie bijlage 1: Scriptievoorstel9 http://www.thesistools.com (geraadpleegd 1 september 2011) 7
  9. 9. biedt de mogelijkheid om een online enquête op te stellen en te verspreiden door middel van hetkopiëren van een link. De enquête staat opgenomen in bijlage 2. De resultaten werden verwerkt enin een groot Excell bestand weergegeven. De resultaten heb ik in Excell grafieken verwerkt.Er zijn drie interviews afgenomen om erachter te komen wat de ervaringen van bestaandeerfgoedinstellingen zijn met het inzetten van QR-codes en locatieve media. Deze interviews vormende basis van drie cases: 1. UAR van het NAI.10 2. De IJdijkenroute van Sparked.11 3. IAM QR van het ATCB.12Er zijn vier personen geïnterviewd die elk een andere functie hadden binnen een van de projecten.De interviews zijn opgenomen met een dictafoon, zie bijlage 3 voor de uitwerkingen van deinterviews in spreektaal.Voorafgaand en tijdens de onderzoeksperiode heb ik deelgenomen aan een aantal congressen dievan betekenis waren voor het onderzoek. Deze congressen zijn: ‘Kom je ook? – Buitenspelen metmobiele media’ (9 december 2010), ‘Smart erfgoed’ (27-29 september 2011), ‘Strategiedag e-tourism’ (23 november 2011) en ‘DISH 2011’ (6-8 december 2011).Naast het schrijven van deze scriptie zijn er een aantal opdrachten uitgevoerd vanuit het projectErfgoed-info en BOEi. Dit waren onder andere opdrachten voor de nieuwe projectenwebsite vanBOEi en de vormgeving van de mobiele website van het project. Om een duidelijk beeld te krijgenvan het project Erfgoed-info ben ik aanwezig geweest bij oriënterende gesprekken, hierbij wasLiesbeth Jansen ook aanwezig.13 Deze gesprekken, die in juli 2011 plaatsvonden, gaven een goedbeeld van het project. Deze informatie heeft een bijdrage geleverd aan het schrijven van dezescriptie.1.3 Achtergronden´Van toen, voor nu en straks.´ - slagzin projectvoorstel “Erfgoed-info” september 2011.De slagzin, zoals hierboven vermeld, is een korte introductie naar het project Erfgoed-info. Heterfgoed, iets uit het verleden, nu laten zien en voor een volgende generatie beschikbaar maken.In Nederland zijn naar schatting 200.000 monumentale objecten. Daarnaast zijn er talloze plaatsen,gebouwen en objecten die geen monument zijn maar die wel een eigen verhaal hebben dat hetverdient gehoord te worden.Maar op welke wijze maak je erfgoed en dan in het bijzonder gebouwd erfgoed voor het publiekinzichtelijk? En informatief interessant? Het project Erfgoed-info bestaat uit een zichtbaar, fysiekteken dat aangeeft dat er ter plekke mobiele informatie beschikbaar is.10 http://www.nai.nl/uar (geraadpleegd 10 september 2011)11 http://www.ijdijkenroute.nl/index.html (geraadpleegd 10 september 2011)12 http://www.atcb.nl/persberichten/bebording-andere-gezichten (geraadpleegd 12 september 2011)13 Oriënterende gesprekken met eventuele founding partners: Leo Endedijk (De Hollandsche Molen), Jan van Altenburg(Paleis Soestdijk) en Onno Meerstadt (Stadsherstel Amsterdam) 8
  10. 10. Op dit moment is er voor gekozen om de informatie toegankelijk te maken met behulp van QR-codes, maar dit zou kunnen veranderen door nieuwe opkomende technologieën. De QR-codeszouden vervangen kunnen worden door bijvoorbeeld GPS-coördinaten of het inzetten van NFC-chips(Near Field Communication).Na het scannen van de QR-code met een smartphone wordt de gebruiker doorverwezen naar eenmobiele webpagina die is vormgegeven als een applicatie. Deze pagina laat de gebruiker vijf vragenzien: 1. Wat is het verhaal? 2. Wat gebeurt hier nu? 3. Wat kan ik hier doen? 4. Meer? 5. Wat is er in de buurt?Met deze vragen wil Erfgoed-info informatie bieden die helder en toegankelijk is voor diversedoelgroepen. Naast de antwoorden op de vijf vragen is er voor de deelnemende partijen ook demogelijkheid geboden om een eigen applicatie aan het menu te koppelen, bijvoorbeeld een Layarapplicatie, zie afbeelding 1.14Afbeelding 1: Voorbeeld van mobiele pagina “Erfgoed-info” met Layar applicatie.Mede door de diversiteit van de deelnemende partijen, o.a. Hollandsche Molen, StadsherstelAmsterdam en Eigen Haard, zal er in de eerste fase van het project een groot aantal tags geplaatstkunnen worden. Na de plaatsing van de eerste tags zal er gekeken worden naar de eventuelevalkuilen welke verwerkt en aangepast zouden kunnen worden in de tweede fase, waarin meerderepartijen zich kunnen aansluiten. Naast de mobiele website komt er ook een projectenwebsite14 Layar is een toepassing voor de smartphone en biedt gebruikers de kans informatie toe te voegen aan het beeld van decamera van de telefoon. Deze applicatie maakt het mogelijk een informatielaag over de werkelijkheid te leggen. 9
  11. 11. waarop een volledig overzicht van alle objecten en organisaties te zien is. Ook is deze website eenplek voor informatie over het project Erfgoed-info en de partners en sponsoren.Het project Erfgoed-info is een initiatief van BOEi. BOEi heeft er belang bij dat het imago en debeleving van onroerend erfgoed bij het publiek verbetert. Zij wil graag dat de naamsbekendheid,economische kracht, het draagvlak en het gebruik van onroerend erfgoed toeneemt.Binnen de erfgoedsector houdt de non-profit organisatie BOEi zich bezig met het herbestemmen vanindustrieel erfgoed. Zij doet dit vanuit verschillende invalshoeken: als investeerder, als ontwikkelaaren als adviseur. BOEi staat voor “nationale maatschappij tot behoud ontwikkeling en exploitatie vanindustrieel erfgoed”.15 De organisatie en dagelijkse bedrijfsvoering van BOEi zijn ondergebracht bijFondsenbeheer Nederland te Hoevelaken. BOEi telt 9fte in vaste dienst. Daarnaast werkt BOEi opfreelance basis met verschillende projectmanagers. Het project is ingediend bij de BankGiro Loterijdie jaarlijks projecten honoreert die de publieke waardering voor en kennis van erfgoed vergroten.BOEi heeft Liesbeth Jansen aangesteld als projectbegeleidster van het project Erfgoed-info. LiesbethJansen heeft binnen de organisatie van BOEi de rol van adviseur in het revitaliseren van gebouwenen gebieden. Zij werkte als theaterproducent, communicatieadviseur, projectleider en als directeurvan de Westergasfabriek BV. Op dit moment is zij bestuurslid DCR Network, kernlid Stad-ForumAmsterdam, lid van de Raad van Advies ACMC en voorzitter programmaraad Creatieve Fabriek inHengelo. Samen met Maarten Pedroli hebben zij het bedrijf Linkeroever en zijn zij de opdrachtgeversvan deze scriptie.16 Maarten Pedroli werkte als architect, grafisch ontwerper, brand manager,interactie ontwerper, communicatie consultant, merkontwikkelaar en is nu o.a. ontwikkelaar van hetproject Erfgoed-info. Dit project is de aanleiding voor het schrijven van deze scriptie over locatievemedia.15 http://www.boei.nl (geraadpleegd 1 september 2011)16 http://www.linkeroever.nl (geraadpleegd 25 december 2011) 10
  12. 12. 2. Locatieve mediaIn dit tweede hoofdstuk wordt kennisgemaakt met het begrip locatieve media en welke rol dezemedia kan spelen binnen de erfgoedsector. Om een beeld te krijgen van de reeds ontwikkeldeprojecten op dit gebied is in paragraaf 2.3 een schema opgenomen met betrekking tot dezeprojecten.2.1 BegripHet begrip locatieve media, bedacht door Karlis Kalnins in 2003, lijkt het meeste geschikt te zijn voordigitale media die van toepassing zijn op echte plaatsen. Karlis Kalnins gebruikte het begrip in eersteinstantie als een testcategorie voor producten uit het ‘Locative Media Lab’, een internationaalopgezet netwerk van mensen die met nieuwe computertechnieken en -processen experimenteren.17Het begrip locatieve media volgens DEN (Digitaal Erfgoed Nederland):“Apparaten die gebruik maken van technologieën voor geografische plaatsbepaling, zoals het GlobalPositioning System (GPS), mobiele telefoons, draadloze laptops, RFID en andere systemen voormobiele communicatie. Deze technologieën stellen mensen in staat om zichzelf en anderen op eendigitale plattegrond te lokaliseren en om informatie over de locatie waar ze zich bevinden op tevragen.”18Uit de begripsomschrijving van DEN blijkt dat er twee voorwaarden nodig zijn voor het gebruik vanlocatieve media: 1. De apparaten (dragers) zoals een smartphone of een tablet. 2. De technologieën zoals Augmented Reality, QR-codes en NFC-chips.Het begrip is relatief nieuw en bevindt zich in een constante staat van ontwikkeling. Heel kort gezegdzijn locatieve media een verzamelnaam voor media die communicatie op locatie mogelijk maken. Hetmeest gebruikte apparaat voor locatieve media is de mobiele telefoon met GPS functie en eeninternetverbinding, een smartphone.19 Door het inzetten van locatieve media kunnen informatie,afbeeldingen, audio en filmpjes aan een fysieke plek gekoppeld worden. Door deze media ontstaatde mogelijkheid om de virtuele wereld te verbinden met de fysieke wereld.20 Locatieve media leggenals het ware verschillende lagen van informatie over de fysieke omgeving heen.Michiel de Lange stelt in zijn proefschrift “Moving Circles - Mobile Media and Playful Identies 2010”een vijfvoudige typologie van locatieve media voor. Bij de onderstaande vijf categorieën wordentussenhaakjes voorbeelden gegeven om een beeld te krijgen van de categorie.Locatieve media technologieën worden gebruikt voor: 1. “For navigation and orientation in way finding.” Voor navigatie en oriëntatie (TomTom navigatie systemen, Google Maps);17 T. Thielmann, Locative Media and Mediated Localities: An Introduction to Media Geography (Siegen 2011) 2-1518 http://www.den.nl/abc/Locatieve-media/ (geraadpleegd 5 september 2011)19 http://www.fromstorytolegend.com/?p=210 (geraadpleegd 24 augustus 2011)20 http://www.virtueelplatform.nl/#1483 (geraadpleegd 24 augustus 2011) 11
  13. 13. 2. “To measure and visualize what is otherwise not visible.” Voor het meten en visualiseren van wat niet op andere wijze zichtbaar is. (Amsterdam RealTime); 3. “To annotate physical locations with digital information.” Om fysieke locaties met digitale informatie te verrijken. (Layar, QR-codes); 4. “To organize social interactions.” Om sociale interacties te organiseren. (Foursquare, Facebook places); 5. “For pervasive games.” Bij deze categorie wordt de urbane omgeving het speelbord voor een spel. (Geocaching).21De vijf bovengenoemde categorieën zijn inmiddels niet meer helemaal volledig omdat er continuenieuwe ontwikkelingen op dit gebied plaatsvinden. De indeling geeft een goed beeld van de omvangen doelen van locatieve media.2.2 Locatieve media in de erfgoedsectorIn het voorjaar van 2011 telde Nederland ruim zes miljoen mobiele internetters van 12 tot 75 jaar, ditaantal zal de komende jaren nog meer toenemen. De toename van het mobiele internetgebruik zaleen grote impact hebben op de erfgoedsector.22 Een uitvloeisel van deze explosieve toename vannieuwe apparaten is dat museumbezoekers er van uit gaan dat ze hun smartphone overal kunnengebruiken. Als instelling moet je inspelen op het feit dat vrijwel elke bezoeker die de instellingbinnenloopt in het bezit is van een smartphone.23Locatieve media en de erfgoedsector gaan goed samen omdat er een mogelijkheid ontstaat om deerfgoedbeleving buiten de vier museummuren voort te zetten.24 Ook is het laagdrempelig omdat debezoeker gebruik kan maken van zijn eigen smartphone, een apparaat waar de bezoeker bekend meeis en weet hoe het bedient dient te worden. De erfgoedinstellingen kunnen de bezoeker door middelvan het inzetten van locatieve media op een interactieve en persoonlijke manier betrekken bij deinstelling. Locatieve media kunnen op verschillende manieren in de openbare ruimte worden ingezetdoor erfgoedinstellingen.25 Binnen de vier museummuren is het vaak lastig om gebruik te maken vandeze media, omdat het GPS signaal, waar de technologie gebruik van maakt, binnen in een gebouwzwak is en dus niet locatie gebonden informatie kan weergeven.Naast de mogelijkheden die locatie gebonden applicaties of mobiele websites de erfgoedsectorbieden, zijn er afgelopen jaren een aantal nieuwe technologieën bijgekomen. Een aantal erfgoed- encommerciële instellingen zijn reeds bekend met het inzetten van deze nieuwe technologieën, ziehoofdstuk 5.21 M. de Lange, Moving Circles: Mobile Media and Playful Identities (Rotterdam 2011)22 De erfgoedsector, gevormd door musea, overheidsinstanties, bedrijven en stichtingen, hebben als kerntaak het cultureelerfgoed te behouden en aandacht en begrip van dit erfgoed te bevorderen.23 ‘Mobile Apps Time-to-Adoption Horizon: One Year or Less’ in: The NMC Horizon Report: 2011 Museum Edition (2011) 10-1324 K. Arvanitis, ‘Museums outside walls: mobile phones and the museum in the everyday’ in: Museums in a Digital Age(2010) 170-17625 N. Proctor, ‘From headphones to Microphones’ in: Museums, Creativity and Technology (2011) 20-65 12
  14. 14. 2.3 QR-code projecten in Nederland m.b.t. erfgoed in de openbare ruimteHet project “Erfgoed-info” heeft ervoor gekozen om QR-codes in te zetten om de informatie over tedragen aan het publiek. Het projectteam houdt er rekening mee dat de QR-codes vervangen kunnenworden door nieuwe opkomende technologieën als NFC en Points of Interest via GPS. In dezeparagraaf zal er een korte introductie worden gegeven het begrip QR-code. Hierna zal er in eenschema worden weergegeven welke QR-code projecten reeds door culturele instellingen zijnontwikkeld om inzicht te geven in het veld.QR-codesQR staat voor Quick Response. Dit is een tweedimensionale streepjescode, die via de smartphoneinformatie biedt door automatisch een URL te openen als de code gescand wordt. Volgens ‘The NMCHorizon Report: 2011 Museum Edition’ vallen QR-codes, eveneens als NFC (Near FieldCommunication), onder het kopje ‘Smart Objects’.26 Smart Objects hebben vier eigenschappen: het isklein en daarom makkelijk om overal aan vast te maken, het bevat een eigen Unique code of teken,het heeft een kleine opslag voor data (bijvoorbeeld een link naar een website) en het is een manierom direct data naar een apparaat (bijvoorbeeld smartphone) te sturen.27SchemaZie volgende bladzijde (Figuur 1).Conclusie schemaOp internet is het lastig te vinden welke organisaties actief zijn met het inzetten van QR-codes, er zijnveel kleinschalige projecten welke door relatief kleine instellingen worden geïnitieerd. De projecten,welke staan opgenomen in Figuur 1, passen de QR-codes op vier verschillende manieren toe in deopenbare ruimte: 1. QR-codes op stickers; 2. QR-codes op stoeptegels; 3. QR-codes op bordjes; 4. QR-codes geplaatst op een informatiebord.Bij een aantal QR-code projecten verwijst de QR-code naar bestaande internetpagina’s of websites,wat niet bevorderlijk is voor het gebruik. Vaak zijn de marges van deze websites groter dan hetscherm van de smartphone, hierdoor ziet de gebruiker maar een deel van de website. Ook is deinformatie op een standaard website vaak niet relevant op de locatie. De QR-code kan ook verwijzennaar een mobiele website of naar mobiele webpagina’s. Deze pagina’s worden door een aantal QR-code projecten speciaal ontworpen, hierdoor is de informatie op maat gemaakt en relevant op delocatie. Ook kan de QR-code verwijzen naar een audio- of videofragment, als er audiofragmentenworden toegepast op verschillende locaties kan er bijvoorbeeld een audiotour ontstaan.26 Zie hoofdstuk 5 voor meer informatie over NFC27 The NMC Horizon Report: 2011 Museum Edition, 30-33. 13
  15. 15. Figuur 1 - QR-code projecten in de openbare ruimte.Project & Plaats Opdrachtgever Kader Lancering Methode Vorm Aantal Doorverwijzing naar:Heldenroute van Rosendaele Vrijetijdshuis Brabant* X sep-11 QR Bordjes X Mobiele website QR op URL verwijst naarInformatieborden Zeist Museumkwartier Slot Zeist Vervolg van bestaande audiotour Zomer 2011 QR 14 informatieborden audiofragmentMarkant Friesland Koepel Markant Friesland X X QR QR bij ingang musea 21 Mobiele webpaginaMobiele QR route voor UITweek Hogeschool en Universiteit 13 - 16 augustus UITweek 2011 QR X X XUtrecht Utrecht 2011Monumenten route Breda VVV Breda Monumentendag 2011 sep-11 QR Bordjes 35 X Utrechts Monumenten Fonds 65QR code op monument Utrecht Utrechts Monumenten Fonds dec-09 QR Bordje 1 Mobiele website jaar Onderdeel QR Religieus ErfgoedQR Kerkenroute Zeevang VVV Zeevang jun-11 QR & AR X 7 X Noord-HollandQR-codes Brabantse Project Restauratie van Bordjes met Provincie Noord-Brabant sep-10 QR 5 Desktop websitemonumenten Monumenten monumentenschildQR-codes Hunebeddencentrum Hunebedcenturm in Borger Europa Nostra Award sep-11 QR Borden 5 Mobiele webpaginaBorger Admiraliteitshuis, Speak en QR op affiches enQR-codes in Dokkum X Begin 2010 QR X Desktop website Ynform ansichtkaarten Stichts-Hollandse Historische Themajaar Oude Hollandse VerschillendeQR-codes Woerden nov-11 QR Trottoirtegels 10 Vereniging Waterlinie webpagina´sQR-ommetje van duizend jaar Monumenten Ouder-Amstel Oneindig Noord-Holland** mei-11 QR Bordjes 19 Desktop websiteOuder-AmstelQR-route Heerlen Heerlen Vertelt X apr-11 QR Stickers 9 Mobiele websiteQR-wandelroute door Venlo Limburgs Museum Ouverture 2010 X QR Bordjes X XSpeurtocht met QR-code Tabaksteeltmuseum X jul-11 QR X X Mobiele websiteAmerongen 100 jaar geleden de eerste 21 april - 19 meiStadswandeling QR Rotterdam Maritiem Museum Rotterdam QR Stickers op de grond 80 Mobiele webpagina Chinezen 2011QR Parklezer Westergasfabriek Westergasfabriek Stichting + X apr-10 QR Emaille borden 30 Mobiele webpaginaAmsterdam BV* Oneindig Noord-Holland is een platform van verhalen over het verleden van Noord-Holland. ONH ontwikkelde meerdere QR-code routes. Zie www.onh.nl** Vrijetijdshuis Brabant is een organisatie die het vrijetijdsbeleid van de provincie Noord-Brabant uitvoert en ontwikkelde meerdere QR-code routes. Zie www.vrijetijdshuis.nl 14
  16. 16. 3. Drie locatieve media projectenIn het voorgaande hoofdstuk werd een schema weergegeven met een aantal QR-code projecten inde openbare ruimte om een beeld te geven van het veld. Dit hoofdstuk zal dieper ingaan op drielocatieve media projecten in de openbare ruimte. Aan de hand van drie cases er worden verduidelijktwelke valkuilen en meevallers de projecten hebben ondervonden, met welke doelen de projectenvan start gingen en welke behaald zijn. De technieken die toegepast zijn, met welke doelgroepen,gebruikersaantallen en partijen de projecten te maken hebben en de kosten die er gemaakt zijn. Ookwordt er besproken welke toekomstplannen de projecten hebben.Drie interviews vormen de basis voor de cases, zie bijlage 3 voor de uitwerkingen. De projecten zijn:UAR van het NAI, de IJdijkenroute van Sparked en het IAM QR project van ATCB. Voor UAR is FerryPiekart geïnterviewd, hij is curator bij het NAI en houdt zich onder andere bezig met publieksbereik.David van Zeggeren van Sparked is geïnterviewd voor het project IJdijkenroute waarvan hij deprojectmanager is. Voor het project van ATCB, IAM QR, zijn Ines Gall en Edgar Vijgeboomgeïnterviewd, zij hebben voor dit project een gedeelte van het design, de invoer en het CMSgemaakt.28Na het beschrijven van de drie cases word er in een schema weergegeven wat de sterke en zwakkepunten van de projecten zijn. Het doel van het geven van de drie cases en het schema is dat het voornieuwe locatieve media projecten ideeën genereert en met welke punten rekening gehouden kanworden.3.1 UAR van het NAIAfbeelding 2: UAR applicatie van het NAI, voorbeeld De Bijenkorf Amsterdam.28 Een Content Management System (CMS) is een software toepassing die het mogelijk maakt informatie te publiceren opeen internetpagina. Via de toepassing kunnen gegevens direct worden gepubliceerd op het internet en kan de informatieop elk moment worden aangepast. 15
  17. 17. IntroductieUAR (Urban Augmented Reality) is een op locatie gebaseerde applicatie ontwikkeld door het NAI(Nederlands Architectuurinstituut) en werd in Rotterdam gelanceerd op 30 juni 2010. Al lopend dooreen stad met een smartphone maakt de applicatie het mogelijk om aan de hand van tekst, beeld,archiefmateriaal, film en 3D modellen meer te weten te komen over de gebouwde omgeving. UARlaat de stad zien zoals het was, zoals het had kunnen zijn en zoals het er in de toekomst uit komt tezien. Op dit moment zijn de steden Amsterdam, Den Bosch, Den Haag, Gouda, Haarlem, Rotterdamen Utrecht in UAR opgenomen.DoelHet doel van UAR is om over heel Nederland uit te groeien, dat er uiteindelijk één applicatie is overNederlandse architectuur waarin alles samen komt. Een doel van het NAI was om een nieuwe groepmensen geïnteresseerd te krijgen voor architectuur of voor het NAI, dit doel is bereikt.PartijenUAR maakt gebruik van een stramien, ze zoeken één partij in een plaats die de leiding neemt, dit isvaak een lokaal architectuurcentrum, deze partij zoekt daar zelf partijen bij. Het NAI vertrouwt departij volledig en deze krijgt carte blanche om het CMS te vullen. Er zijn dus tientallen partijen dieeen rol spelen binnen UAR.TechniekDe UAR applicatie maakt gebruik van Augmented Reality in Layar. Er wordt geen gebruik gemaaktvan fysieke punten, dit komt omdat er teveel punten zijn. UAR wilde juist werken met geo-locatiesvia de satelliet zonder dat er markeringen aangebracht moesten worden, dit was voor hennoodzakelijk. UAR werkt nu nog via een CMS waarin de verschillende partijen toegang tot hebben.UAR dient als het ware als een platform. Op dit moment vindt er een onderzoek plaats naar dekoppeling van databases, zodat er minder tijd gaat zitten in het invoeren van informatie in het CMS.De content is alleen te bekijken via de UAR app. Het ontwerp voor een pagina op het web ligt klaar,maar daar is op dit moment geen budget voor. Naast deze financiële afweging is er ook eenauteursrechtelijke reden, er is toestemming om op een lage resolutie het fotomateriaal op eenmobiele website te gebruiken maar niet met een hogere resolutie op websites, dit heeft metconcurrentie te maken.DoelgroepDe doelgroep van UAR is niet het vak-publiek, maar iedereen die belangstellend is voor zijn eigenomgeving. In eerste instantie dacht UAR de groep van twintigers te bereiken, maar dertigers enveertigers downloadde de applicatie het vaakst.KostenBij de opzet van het project was er geen businessplan. De reden hiervoor is dat het project heel kleinis ontstaan, het project is proefondervindelijk veel groter geworden. UAR heeft constantgeanticipeerd en doorgepakt op de successen die het project boekte. UAR is deels gefinancierd meteen subsidie voor digitalisering van twee ton, maar dit is maar een deel van de kosten, de rest heefthet NAI zelf betaald. 16
  18. 18. GebruikEr zijn twee soorten gebruik van de applicatie: 1. Het toeristische gebruik, waarbij het gaat om de highlights. 2. Het “Shazam-achtige” gebruik, waarbij het gaat om het verkrijgen van sec informatie.29Dit zijn twee verschillende manieren van gebruik, het ene heel recreatief en het andere om alleeninformatie te verkrijgen. Er zijn 60.000 downloads van de applicatie geweest, er is niet te achterhalenof mensen de app nog steeds gebruiken. Wel kan er worden nagegaan hoeveel mensen de updatevan de app downloaden, op deze manier kan het NAI het aantal actieve gebruikers bijhouden. Het ismoeilijk te achterhalen wat er in één sessie gebeurt.Valkuilen 1. UAR is een technologisch project waar de organisatie van het NAI eigenlijk geen ervaring mee heeft. Door veel met externen te werken is dit uiteindelijk opgelost. 2. Binnen een instelling gaat het vaak om het maken van een product, je zet het product neer (bijvoorbeeld een tentoonstelling) en dan is het klaar. Bij de UAR applicatie werkt het niet zo, het is een continu proces en er moet doorontwikkeld blijven worden. Doordat dit binnen het NAI niet altijd is gebeurd heeft het project bijna een paar keer stil gelegen, even aankijken is geen optie. 3. UAR is meer een platform dan een tentoonstelling van het NAI. UAR faciliteert voor veel andere partijen die zelf content toevoegen en aanpassen. Hierdoor heeft UAR niet overal greep op. Soms moet je als instituut accepteren dat content iets minder is, je kunt niet alles controleren en editen. 4. Het doel van UAR was om over heel Nederland uit te groeien, dit duurt langer verwacht. Dit heeft te maken met financiën en de economische situatie waardoor partijen vaker op de rem gaan.Meevallers 1. Het NAI wordt mede door de UAR applicatie als een heel innovatief instituut gezien en dat is voor hen heel waardevol. 2. Het bereik van de mensen is goed gelukt, er zijn heel veel nieuwe mensen geïnteresseerd voor architectuur of voor het NAI. Dit had het NAI in eerste instantie niet verwacht.ToekomstBinnenkort gaat UAR ondergronds, dat betekent dat je bijvoorbeeld de Noord-Zuid lijn kunt bekijken.Een consortium van partijen die heel veel met het ondergrondse hebben, zoals Ballast-Nedam. Oversommige nieuwe ideeën kan nog niets gezegd worden. In de toekomst zal UAR meer steden gaantoevoegen, Hilversum staat bovenaan deze lijst.29 Shazam is software die je kunt downloaden op een smartphone. De gratis applicatie kan snel muziek herkennen en geeftvrijwel meteen weer wat de titel en artiest is van het liedje. 17
  19. 19. 3.2 IJdijkenroute van SparkedAfbeelding 3: IJdijkenroute van Sparked, voorbeeld Nassauplein Amsterdam.IntroductieDe IJdijkenroute is gerealiseerd door Sparked, een jong en innovatief bedrijf dat diensten enoplossingen biedt voor de verbetering van online communicatie en interactie tussen bedrijven enpersonen. De IJdijkenroute loopt van het Pontplein in Velsen naar de Jodenbreestraat in Amsterdamen is ongeveer 40 km lang.DoelDe IJdijkenroute heeft als doel de dijken zichtbaar en beleefbaar te maken en de verborgen verhalenvan de dijken te vertellen. De route richt zich op het uitdragen van de landschappelijke,waterkerende, recreatieve, educatieve en cultuurhistorische waarden van de dijken.30 De fysiekezichtbaarheid en het vertellen van verhalen aan verschillende doelgroepen zijn doelen die het projectIJdijkenroute inmiddels heeft bereikt.PartijenOneindig Noord-Holland (ONH) heeft als het ware de IJdijkenroute geadopteerd. ONH is hetcultuurhistorische verhalenplatform van de Provincie Noord-Holland. De samenwerking is ontstaanomdat de IJdijkenroute op zoek was naar een platform waar de verhalen op konden staan en er nietgenoeg budget was. ONH betaalt nu de helft van het project budget. De overheid, de gemeente enverschillende stadsdelen zijn ook partners van de IJdijkenroute, zij hebben een aantal bordjesgeadopteerd.TechniekVoor het project IJdijkenroute is er gekozen voor QR-codes omdat dit voor de IJdijken toegankelijkeris dan veel andere locatiegebonden media (AR, applicaties) en omdat het zichtbaar is. De hele routeis op de website van ONH te vinden, daarmee wordt het voor de gebruiker duidelijk dat het eenroute is en geen losse verhalen. Naast het platform van ONH is er de website IJdijkenroute.nl waarinformatie over het project te vinden is en routes te downloaden zijn. Het project is autonoom, er iswel een samenwerking, maar het is een project van Sparked en dat probeert men met de websiteijdijkenroute.nl te verduidelijken.30 http://www.ijdijkenroute.nl (geraadpleegd 2 januari 2012) 18
  20. 20. DoelgroepDe “digital natives” zijn de eerste doelgroep, dit zijn mensen die weten hoe ze moeten omgaan meteen telefoon. De cultuurhistorisch geïnteresseerden zijn de tweede doelgroep, dit zijn mensen tussende vijfenveertig en de zestig die routes fietsen en lopen. Ook de bewoners van de dijken zijn alsmogelijke doelgroep vastgesteld. Op dit moment is er weinig zicht op wie de codes scant waardoorhet moeilijk is een doelgroep analyse te maken, het is moeilijk te achterhalen of er gebruikers zijn dieeen bepaalde route lopen of meerdere bordjes scannen.KostenOm een mobiele website in de lucht te houden betaal je dataverkeer kosten. Hoe vaker de mobielewebsite wordt geraadpleegd, hoe hoger de kosten zijn, dit is voor het project IJdijkenroute een paarhonderd euro. De financiering van de IJdijkenroute is rond tot 2013, er is momenteel geen budgetvoor communicatie.GebruikAlle gegevens worden verzameld in Google Analytics, hier kan worden teruggezien zien hoe vaak eenbordje gescand wordt.Valkuilen 1. Er waren te weinig afspraken met de deelnemende partijen gemaakt over de content, waardoor er last minute nog veel verhalen geschreven moesten worden. 2. Er is te weinig aan communicatie gedaan om uiteindelijk een goed effect te krijgen. Mensen die erover hebben gehoord of gelezen gaan er gebruik van maken. Er was voor dit onderdeel te weinig budget geraamd. 3. Er is vertrouwd op de aanwezigheid van bordjes op straat, wat misschien niet helemaal goed was. Mensen herkennen de bordjes op straat niet en weten niet wat ze ermee moeten doen. 4. Mensen kunnen zonder smartphone de route niet volgen. Er zijn kleine foldertjes uitgegeven, maar deze zijn vormgegeven als een soort communicatieboekjes met informatie over de route met een paar verhaaltjes. De plattegrond die in de foldertjes is opgenomen is te klein, er had eigenlijk gekozen moeten worden voor een boekje waarmee men zonder de mobiele telefoon de route alsnog kan lopen en een groot deel van de verhalen kan lezen. 5. De kleine foldertjes liggen op een aantal plekken langs de route maar lang niet bij alle VVV´s, hierdoor is de zichtbaarheid niet optimaal.Meevallers 1. De taken waren goed verdeeld onder de verschillende partijen, hierdoor is de uitvoerfase heel snel gegaan. Door deze goede communicatie is binnen drie weken een mobiele website gebouwd, zijn vijfentachtig verhalen afgerond, zijn bordjes ontwikkeld, gemaakt en geplaatst en de communicatie tussen Oneindig Noord-Holland geregeld. 2. De uiteindelijke kwaliteit en de hoeveelheid van de verhalen is heel goed. Er zijn vijfentachtig verhalen op vierentwintig locaties. 3. De samenwerkingen met een aantal musea gingen boven verwachting goed. Bijvoorbeeld met het Amsterdam Museum. 4. Er wordt veel aandacht uit de tafel gehaald. Dit is een tafel met een kaart erop, die langs de verschillende culturele instanties reist die meedoen. 19
  21. 21. ToekomstIn de toekomst wil de IJdijkenroute de route uitbreiden met meer QR-code borden. Ook wil hetproject graag audio en video in de bestaande en nieuwe routes toevoegen. Het aangaan van nieuwesamenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld de ANWB, Staatsbosbeheer, Stadsherstel, VVV´s enandere cultuurhistorische projecten lijkt de IJdijkenroute interessant.3.3 IAM QR project van ATCBAfbeelding 4: Iam Amsterdam QR applicatie, voorbeeld van een bord.IntroductieHet QR-code project van ATCB (Amsterdam Toerisme en Congres Bureau) is een onderdeel van hetproject “Explore Amsterdam”. Door middel van het scannen van een QR-code ontvangt de gebruikerinformatie over bijvoorbeeld het gebouw waar de gebruiker op dat moment voor staat. Naast dezeinformatie ontvangt de gebruiker, op basis van de locatie, tips over andere interessante plekken in deomgeving. De borden bestaan uit vier tegels: een tegel met een rood kruis die verwijst naar de 3kruizen in het wapen van Amsterdam, een tegel met een gekantelde QR-code, een tegel met eenkorte Engelse tekst en een tegel met een korte Nederlandse tekst over de locatie. In totaal zullen er132 borden worden geplaatst.31DoelHet doel van het project is de toeristen (zowel Nederlandse als buitenlandse) te stimuleren om hetcentrum uit te gaan en ook andere buurten van Amsterdam te ontdekken, de QR-code dient hierbijals een soort trigger.PartijenHet project is uitgevoerd door het ATCB. Reclamebureau EdenSpiekermann bedacht en ontwikkeldehet design van de 132 borden samen met de aardewerkfabriek Koninklijke Tichelaar in Makkum.32Studio Parkers heeft een deel van het design gedaan, de invoer en het CMS gemaakt. Het project iseen opdracht van gemeente Amsterdam Economische Zaken en is gerealiseerd in samenwerking metBureau Monumenten & Archeologie, Stadsarchief en de betreffende stadsdelen.3331 http://www.dmmediaplein.nl/news/item-1359-citymarketingactie-amsterdam (geraadpleegd 3 januari 2011)32 Ibidem.33 http://www.atcb.nl/persberichten/bebording-andere-gezichten (geraadpleegd 2 januari 2011) 20
  22. 22. TechniekHet project “Andere gezichten van Amsterdam” in opdracht van gemeente Amsterdam is eenonderdeel van het gemeentelijke project “Explore Amsterdam”, waar het QR-project aanhaakt. Methet QR-project heeft het ATCB twee vliegen in klap, er is een mobiele website gemaakt en binnendeze mobiele website bevindt zich het QR-project. Binnen het QR gedeelte bevindt zich een QR-codescanner applicatie die de gebruikers gratis kunnen downloaden.DoelgroepHet project is zowel voor Amsterdammers als binnen- en buitenlandse toeristen bedoelt.KostenHet maken en bevestigen van de borden (132 in totaal) kostte naar inschatting 75.000 euro. Naastdeze kosten zijn er kosten gemaakt voor alle website ontwerpen, hosting etc., dit was een bedragvan 25.000 euro. Na de oplevering van de borden lopen alleen de hostingkosten door.GebruikOp dit moment is alleen nog stadsdeel Noord live gegaan, dit was eind november 2011. Naarverwachting is het Centrum het volgende stadsdeel wat live gaat. Het aantal gebruikers valt nu nogmee, er zijn nog niet veel web statistieken beschikbaar. Op dit moment wordt de mobiele websitegemiddeld 25 keer per maand bezocht. Er kan worden achterhaald hoe vaak de app wordt download,maar niet hoeveel QR codes er worden gescand.Valkuilen 1. De content moest door verschillende partijen goedgekeurd worden en historisch correct zijn. Dit duurde langer dan verwacht omdat er partijen om de hoek kwamen kijken, zoals de eigenaren van de historische panden, die soms andere dingen wilden dan het stadsarchief. 2. Het ophangen van borden aan een monumentaal pand is als vrij lastig ondervonden, er is een vergunning nodig en het kost veel tijd om die te krijgen. 3. Soms moet het bordje worden opgehangen op een locatie waar het niet mogelijk is om een bordje op te hangen, bijvoorbeeld op een plek waar een bepaalde slag heeft plaatsgevonden. Er moet dan een andere oplossing worden bedacht, bijvoorbeeld een paal neerzetten, wat vaak hogere kosten met zich mee brengt. 4. Op dit moment worden QR-codes ingezet, maar over vijf jaar zijn deze misschien verouderd. Misschien dat GPS nauwkeuriger wordt en dit veel vaker wordt toegepast, wat doe je dan met de bordjes? 5. Op dit moment staan de standaard locaties in de applicatie, maar er wordt nog gekeken of QR echt doorzet. Hierdoor wordt het niet helemaal 100% goed gedaan, er zijn bijvoorbeeld nog geen thema’s.Meevallers 1. Er is goed over nagedacht wat er allemaal op het bord komt te staan, het is geen soort sponsor bord waar de QR-code in het niet valt. 2. Wat je je moet blijven afvragen: Is het relevant voor de gebruiker of de consument om op dat moment te weten? Geen dubbele informatie geven, niet vertellen wat de gebruiker met zijn eigen ogen kan zien. 21
  23. 23. 3. Er is rekening gehouden met de lengte van de URL’s achter de QR-codes. Deze zijn heel kort gehouden, waardoor de code er duidelijk uit blijft zien en op deze manier kan de code gemakkelijk gescand worden met een smartphone. 4. Er is rekening gehouden met vandalisme. Als er een derde van het QR-code bordje wegkrast wordt dan blijft de code alsnog werken.ToekomstEr is nagedacht over het verwerken van een aantal thema’s binnen de QR-codes en stadsdelen, dit isnu om budget redenen niet gerealiseerd, dit zal in de toekomst wel gedaan worden. Door hetkoppelen van stadsdelen en QR-codes aan thema’s ontstaan er verhalen met een begin en een eindewat gebruikers zal stimuleren om door te gaan en om meer te willen weten. Er zullen in de komendemaanden steeds meer borden worden geplaatst in de deelnemende stadsdelen.3.4 Schema: locatieve media projecten in de openbare ruimteZie volgende bladzijde (Figuur 2). 22
  24. 24. Figuur 2 - De sterke en zwakke punten van de 3 cases. UAR IJdijkenroute IAM QRSterke punten van het project Nieuwe groep mensen geïnteresseerd in Fysieke zichtbaarheid van de dijken Toerist wordt door dit project uit het centrum geleid1. architectuur en het NAI In 7 grote steden aanwezig met veel punten Vergeten verhalen teruggehaald Tweetaligheid van de bordjes2. van informatie Collectie van het NAI in de openbare ruimte Eigen website waar informatie te vinden is en routes te De borden zijn overzichtelijk, duidelijke teksten, herkenbaar3. te bekijken downloaden zijn op straat Proefondervindelijk is het project veel groter Onderdeel van grootschalig verhalenplatform waardoor Rekening gehouden met invloeden van buitenaf, o.a.4. geworden dan verwacht meer bekendheid verkleuring van de borden door de zon Constant geanticipeerd en doorgepakt op de Uitvoerfase ging heel snel en goed door duidelijke Rekening gehouden met vandalisme, een derde van de QR-5. successen onderlinge communicatie code kan weggekrast worden 60.000 downloads van de applicatie geweest Uiteindelijke kwaliteit en de hoeveelheid (85) van de Op meerdere locaties in de verschillende stadsdelen6. verhalen erg goed aanwezig Het NAI wordt mede door de UAR app als Er zijn in totaal 24 QR-code borden waar de verhalen te Na het scannen van een code ontvang je meer interessante7. heel innovatief gezien vinden zijn punten in de buurtZwakke punten van het project Door samenwerking veel partijen geen Subsidie loopt tot 2013, daarna geen geldtoevoer meer Geen thema´s of duidelijke verhaallijn aanwezig1. controle op toegevoegde content UAR is meer een platform dan een Veel logo´s op de QR-code borden aanwezig, waardoor Hoge bandbreedte waardoor hoge kosten voor buitenlandse2. tentoonstelling van het NAI geworden wirwar toerist Geen website van het project vanwege Door weinig afspraken met partijen over de content, Veel partijen zeggenschap over de content waardoor dit3. budget en auteursrecht lastminute veel verhalen geschreven langer duurde dan verwacht Content is alleen te bekijken via UAR Op dit moment geen budget meer voor communicatie Het verkrijgen van vergunningen om borden op te hangen4. aan een historisch pand duurde lang financiële en de economische situatie: Het project heeft vertrouwd op de aanwezigheid op Nu maakt het project gebruik van QR-codes, straks is dit5. partijen vaker op de rem straat, dit is niet genoeg misschien verouderd Technologisch project: het inzetten van Foldertjes zijn verkeerd vormgegeven, mensen kunnen6. externen kost extra geld zonder smartphone de route niet lopen 23
  25. 25. 4. PublieksonderzoekDe doelstelling van het publieksonderzoek is erachter komen hoe wenselijk het inzetten vanlocatieve informatie over onroerend erfgoed bij het publiek is en of er vanuit de markt vraag is naarhet project ´Erfgoed-info’. De deelvraag die tijdens het onderzoek beantwoordt dient te worden: ‘Iser interesse vanuit het publiek in locatieve informatie over onroerend erfgoed?’.Om de deelvraag te kunnen beantwoorden is er gekozen om een kwantitatief onderzoek uit tevoeren in de vorm van een online enquête.34 Online onderzoek is een snelle en betrouwbare maniervan dataverzameling.Een online onderzoek brengt een aantal voordelen met zich mee: 1. In korte tijd zijn veel respondenten te bereiken; 2. De onderzoekgegevens worden direct in bestandsvorm beschikbaar gemaakt; 3. Respondenten kunnen de vragenlijst invullen wanneer het hen goed uitkomt; 35 4. Er kan gebruik worden gemaakt van zowel audio- als videofragmenten.Een aantal nadelen van een online onderzoek zijn: 1. Het bereik van de enquête is beperkt tot internetgebruikers; 2. Intensieve begeleiding van de respondent en extra uitleg bij de enquêtevragen is niet mogelijk; 36 3. Minder inzicht in non-respondenten.Het opstellen van de online enquête bestond uit een aantal fasen. Deskresearch, gesprekken37,voorlopige vragen opstellen, controle door expert, proef enquête uitdelen onder testpubliek,definitieve vragen formuleren en de enquête online zetten.38De enquête heeft online gestaan op diverse sociale media van erfgoed instanties. De enquête heeftgestaan op de Facebookpagina van de Reinwardt Academie, de Erfgoed2.0 pagina op LinkedIn en opTwitter via David van Zeggeren en Bob Crezee. Ook heb ik gebruik gemaakt van mijn eigen netwerk.In totaal hebben 150 respondenten de enquête ingevuld. Hierbij is rekening gehouden met driedoelgroepen: 39 1. De professional; experts uit het veld via Linkedin pagina Erfgoed 2.0 en Twitter. 40 2. De erfgoed student; via de Facebookpagina van de Reinwardt Academie. 3. De niet cultureel- of erfgoedexperts; vrienden, familie, kennissen.34 Zie bijlage 2 voor de online enquête.35 http://www.right.nl/kwantitatief-onderzoek/voor-en-nadelen-kwantitatief-onderzoek (geraadpleegd 26 september 2011)36 http://www.cultuurformatie.nl/Onderzoeksrapporten/VRM05_Publieksonderzoek.pdf (geraadpleegd 26 september2011)37 Kennismakingsgesprekken waarbij ik aanwezig was o.l.v. Liesbeth Jansen. Gesprekken met Onno Meerstadt (StadsherstelAmsterdam), Leo Endedijk (De Hollandsche Molen) en Jan Altenburg (Paleis Soestijk).38 B. Verhage, Inleiding tot de marketing (2005) 114-11639 http://www.linkedin.com/groups/Erfgoed-20-1160637?home=&gid=1160637&trk=anet_ug_hm (geraadpleegd 6september 2011)40 https://www.facebook.com/ReinwardtAcademie (geraadpleegd 6 september 2011) 24
  26. 26. Bovengenoemde doelgroepen lopen onderling erg uiteen, maar het is geen blinde steekproef.Hierdoor zijn de resultaten niet representatief voor de totale populatie.In dit hoofdstuk zullen de resultaten van het online onderzoek uitgelicht worden. De resultaten vande online enquête zullen besproken worden aan de hand van grafieken en tabellen. Omdat er geenvergelijkbaar onderzoek uitgevoerd is op het gebied van QR-codes voor onroerend erfgoed, zullen deuitkomsten en bevindingen achteraf niet vergeleken worden met soortgelijke onderzoeken. Eenaantal enquête vragen zullen apart vergeleken worden met onderzoeken, deze onderzoeken dienenals referentiekader.414.1 Resultaten4.1.1 Algemene informatie respondentIn totaal hebben 150 respondenten de enquête ingevuld. Naar schatting is 65% van de enquêtesingevuld via Linkedin of Twitter, 10% door Reinwardt studenten en 25% door vrienden, familie enkennissen. 34.67% van de respondenten is man en 65.33% is vrouw. De gemiddelde leeftijd van derespondent is 35 jaar.Ruim 42% van de respondenten geeft aan werkzaam te zijn in de kunst-of cultuur sector en 19.33%geeft aan een kunst- of cultuur gerelateerde studie te volgen. Als je het percentage van derespondenten werkzaam in de culturele sector vergelijkt met het percentage Nederlanders datwerkzaam is in de culturele sector, is 42% van de respondenten een zeer hoog percentage. In 2009werkte 2.0% van de totale Nederlandse bevolking in de culturele sector volgens Eurostat, CulturalStatitics, 2011.42Op de vraag: ‘Hoe vaak bezoekt u erfgoedinstelling?’ werd verschillend geantwoord. Er is éénpersoon die aangeeft nooit erfgoedinstellingen te bezoeken en 29% van de respondenten bezoektvaak een erfgoedinstelling. 28% van de respondenten gaf als antwoord regelmatig eenerfgoedinstelling te bezoeken.Informatie over erfgoed wordt door de respondent op verschillende manieren verkregen. De meestvoorkomende media hiervoor is internet dat zowel thuis als op de mobiele telefoon wordtgeraadpleegd, dit medium werd door de respondent 131 keer gekozen.Op de gestelde vraag waren verschillende antwoorden mogelijk wat betekent dat sommigerespondenten één medium hebben aangevinkt en sommige meerdere antwoorden hebben ingevuld.De respondent heeft gemiddeld 2.84 keer een antwoord ingevuld. Het is dus niet zo dat depercentages in Grafiek 1 laten zien welk medium het vaakst gebruikt wordt, maar het aantal kerendat de media door de respondent gekozen is.41 T. Thomassen (red.) Archiefgebruikers: Consumenten van het verleden (2004) 59-6942 http://epp.eurostat.ec.europa.eu/cache/ITY_OFFPUB/KS-32-10-374/EN/KS-32-10-374-EN.PDF (geraadpleegd 25november 2011) 25
  27. 27. Grafiek 1 – Verkrijgen van informatie over erfgoed. Op welke wijze komt men aan informatie over erfgoed? Vakbladen 32,67% Tijdschriften 46,67% Televisie 36% Sociale media 53,33% Internet 87,33% Anders 28% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% PercentageHet medium internet wordt door 87.33% van de respondenten geraadpleegd voor het verkrijgen vaninformatie over erfgoed. Uit een recent onderzoek van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)blijkt dat in Nederland het aantal internetgebruikers procentueel snel stijgen.“De toename van mobiel internetten is vooral te danken aan de ontwikkelingen en verspreiding vande smartphone. In 2011 gaf 43 procent van de internetgebruikers aan online te gaan via een mobieletelefoon. Dat is een verdubbeling vergeleken met een jaar eerder (21 procent). Ruim 20 procent vande internetters ging mobiel op het web via de laptop. Dit aandeel is vrijwel gelijk gebleven aan vorigjaar, maar is wel anderhalf keer zo hoog als in 2007 (13 procent).” – CBS, persbericht 25 oktober2011.43Naast het raadplegen van internet worden ook sociale media en tijdschriften door de respondentvaak geraadpleegd. Het gebruik van sociale media zie je steeds meer toenemen in Nederland. In2011 gaf 53% van de internetgebruikers aan dat ze in de voorgaande drie maanden actief warengeweest op sociale netwerken zoals Hyves, Facebook en Twitter. Vooral jongeren maken hier veelgebruik van (88%).44Op de vraag: ‘Hoe komt u doorgaans aan informatie over erfgoed?’ was er ook de mogelijkheid omeen ander medium in te vullen, 42 respondenten (28%) hebben hiervan gebruik gemaakt. Zie Figuur3 voor de anders genoemde media door de respondent.43 http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/C80FA519-21C2-4421-A52B-BE47E543CC80/0/pb11n067.pdf (geraadpleegd 25 oktober2011)44 Ibidem. 26
  28. 28. Figuur 3 – Informatie over erfgoed op een andere manier verkregen dan de geboden keuzemogelijkheden.Anders, namelijk:Advertenties op straat (2)Bij erfgoed zelfBoeken (2)Familie (2)Folder MuseumjaarkaartFolders (2)Historische verenigingenKennissen (3)Krant (6)Mond op mond/ via via (9)Netwerk (5)Via opleiding (3)Vrienden (5)4.1.2 SmartphoneOm erachter te komen hoeveel respondenten in het bezit zijn van een smartphone werd de volgendevraag gesteld: ‘Bent u in het bezit van een smartphone?’. Op deze vraag gaven 105 respondenten aanin het bezit te zijn van een smartphone (70%). 45 respondenten (30%) gaven aan niet in het bezit tezijn van een smartphone.Uit een onderzoek van Telecom Paper (4 augustus 2011) blijkt dat vier op de tien Nederlandseconsumenten (42%) in het tweede kwartaal van 2011 een smartphone gebruikten.45 Dit is een flinkestijging ten opzichte van het jaar daarvoor, toen waren nog maar 30% van de Nederlandseconsumenten in het bezit van een smartphone. Deze stijging is vooral te danken aan de jongeren. Inde leeftijdscategorie 15-29 bezit 60% een smartphone terwijl tussen de 60 en 64 jaar slechts 20% eensmartphone bezit.46Onderstaande grafiek (Grafiek 2) geeft het aantal smartphone bezitters per leeftijdscategorie weer.De leeftijdscategorie 16-25 jaar is duidelijk de koploper in het bezit van een smartphone. Naar matede leeftijden oplopen, loopt het bezit van een smartphone af. De gegevens uit de enquête zijnvergelijkbaar met de gegevens uit het onderzoek van Telecom Paper.Uitgerekend is 81,25% van de mannen en 68,49% van de vrouwen in het bezit van een dergelijketelefoon.45 http://www.telecompaper.com/nieuws/smartphone-penetratie-stijgt-naar-42-procent-in-nederland (geraadpleegd 1december 2011)46 http://www.marketingfacts.nl/berichten/20110804_42_procent_van_de_nederlanders_in_bezit_van_smartphone/(geraadpleegd op 1 december 2011) 27
  29. 29. Grafiek 2 – Smartphonebezit ingedeeld naar leeftijd. Bezit smartphone ingedeeld naar leeftijd 50 Aantal respondenten 45 40 44 35 30 25 20 nee 15 18 19 ja 10 13 12 14 5 10 6 4 6 2 2 0 16-25 26-35 36-45 46-55 56-65 66-75 LeeftijdscategorieDe groep van 70% respondenten die in het bezit is van een smartphone, bezitten verschillende typesmartphones. De iPhone is met 38 gebruikers de meest voorkomende telefoon binnen de groepsmartphone bezitters. De Android telefoon komt op de tweede plaats met 36 gebruikers. Hetantwoord: ‘Anders, namelijk’ werd twee keer ingevuld met Vodafone 360 en de Sony-Ericsson.Grafiek 3 geeft in percentages weer welk type smartphone de respondent bezit.Grafiek 3 – Type smartphone bezit in percentages. Type smartphones 1,90% 20% iPhone 36,19% Android 7,62% Nokia Blackberry Anders 34,29%“Ruim een derde van de smartphonebezitters in Nederland bezit een telefoon met Android alsbesturingssysteem. Een op de vijf maakt gebruik van een iPhone met iOS. Dat blijkt uit onderzoek vanThe Phone House onder duizend smartphonebezitters. The Phone House noemt de cijfers opmerkelijkomdat de iPhone voorheen altijd aan de leiding ging. Uit het onderzoek kwam naar voren dat 17procent van de respondenten WindowsMobile gebruikt en 16 procent een Blackberry in het bezit 28
  30. 30. heeft. 13 procent heeft een telefoon met Symbian van Nokia.” – Persbericht van nu.nl, 16 maart2011. 47De resultaten uit de enquête komen in de buurt van het onderzoek van The Phone House (ziebovenstaand persbericht). Uit beide onderzoeken blijkt dat ruim een derde van desmartphonebezitters in het bezit is van een telefoon met Android als besturingssysteem. Alskoploper komt de iPhone uit de enquête met ruim 36%, dit is in het onderzoek van The Phone Houseanders. In dat onderzoek komt naar voren dat maar een op de vijf Nederlanders in het bezit is vaneen iPhone, hier zit dus een duidelijk verschil tussen. Uit het onderzoek van The Phone House blijktdat 16% van de respondenten in het bezit is van een Blackberry, uit de online enquête komt naarvoren dat 20% van de respondenten in het bezit is van een Blackberry. Deze percentages zijn tenopzichte van elkaar geen groot verschil. De resultaten uit de online enquête komen deels overeenmet de cijfers uit het onderzoek van The Phone House over het algemene smartphone bezit inNederland.48Om een beeld te krijgen van wat voor soort erfgoedapplicaties de smartphone bezitters gebruikmaken, werd hen de volgende vraag voorgelegd: ‘Binnen de erfgoedsector zijn een groot aantalmobiele applicaties ontwikkeld. Van welke applicaties heeft u wel eens gebruik gemaakt?’.Van de respondenten die in het bezit zijn van een smartphone raadpleegt 41.9% wel eens eenapplicatie die is ontwikkeld door een erfgoedinstelling. In Grafiek 4 staan de applicaties opgenomendie de respondenten raadplegen. Er zijn 44 respondenten die deze vraag hebben ingevuld, omdat ermeerdere antwoorden mogelijk waren is deze vraag gemiddeld 1.75 keer ingevuld.Bij deze vraag werd de respondent ook de mogelijkheid geboden om voor ‘anders, namelijk’ tekiezen. Deze mogelijkheid van het geven van een open antwoord werd door 20 respondentengebruikt. Hier kwamen interessante antwoorden uit. Deze antwoorden zijn terug te vinden in Figuur4.Grafiek 4 - Geraadpleegde erfgoed applicaties door smartphone bezitters. Geraadpleegde erfgoed applicaties UAR (NAi) 38,64% Streetmuseum(London) 22,73% Museumapp (Amsterdam Museum, Waag Society) 27,27% JeVincent (Van Gogh Museum) 29,55% IkophetMuseumplein (Stedelijk Amsterdam) 4,55% IJdijkenroute (Sparked) 6,82% Anders 45,45% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%47 http://www.nu.nl/gadgets/2468941/een-derde-smartphonebezitters-heeft-android.html (geraadpleegd 25 november2011)48 Ibidem. 29
  31. 31. Figuur 4 – Andere erfgoedapplicaties die door smartphone bezitters gebruikt worden.Anders, namelijk:7scenesAmbachtANWB buitenlevenDe streetARt LayarHistoryPinLayar (kunst) (2)Layar, Unesco, e.v.aLeidse LoperLove Art: National Gallary, LondenMAMS (layar)QR codes bij het KeringhuisQR Heerlen VerteltRijksmonumenten e.v.a.StellingtourTOPs groene hartVoornamelijk apps van buitenlandse instellingenXwashier4.1.3 QR-codesOm erachter te komen in hoeverre de respondent bekend is met het scannen van QR-codes werd devolgende vraag in de enquête gesteld: ‘Scant u wel eens QR-codes met uw smartphone?’.104 van de 105 respondenten in het bezit een smartphone hebben deze vraag ingevuld. Om eenevenwichtig beeld te krijgen van het gebruik van QR-codes is een grafiek opgesteld waarinleeftijdscategorieën staan opgenomen (Grafiek 5). De antwoorden van de respondent op de verticaleas lopen op van het nooit scannen van een QR-code (1) naar het vaak scannen van een QR-code (5).Uit een wereldwijd onderzoek van Queaar.com blijkt dat de grootste groep (25%) QR-code scannersin de leeftijdscategorie 35-44 jaar te zitten.49 Uit de enquête blijkt dat de leeftijdscategorie 16-25 jaarde grootste groep is met 43.75%. Uit de twee onderzoeken blijkt dat de leeftijdscategorieën uitelkaar lopen. Het onderzoek van Quaar.com is wereldwijd, het verschilt per land welkeleeftijdscategorie het vaakst gebruik maakt van het scannen van een QR-code. Zo wordt erbijvoorbeeld in Japan het meeste gebruik gemaakt van het scannen van QR-codes, gevolgd door deVerenigde Staten. In deze landen is de trend QR-codes groter dan in Nederland.5049 http://www.frankwatching.com/archive/2011/10/21/de-snelle-opkomst-van-qr-codes-infographic/ (geraadpleegd 5december 2011)50 Ibidem. 30
  32. 32. Grafiek 5 – Gebruik QR-code scannen ingedeeld naar leeftijdscategorie. QR-code scannen ingedeeld naar leeftijd Vaak 5 16-25 4 26-35 3 36-45 2 46-55 Nooit 1 56-65 Geen antwoord 66-75 0 2 4 6 8 10 12 14 Aantal respondentenWat opvalt aan de grafiek is dat er vaak de keuzemogelijkheid ‘geen antwoord’ is gegeven door derespondent. Een reden hiervoor kan zijn dat de respondent niet bekend is met het fenomeen QR-codes en de vraag links heeft laten liggen. Wat je kunt opmaken uit de gegevens in de grafiek is dathet gebruik van QR-codes niet optimaal is. Slechts 4 respondenten geven aan vaak van de methodegebruik te maken. Dit staat tegenover 18 respondenten, in dezelfde leeftijdscategorie, die aangevennooit gebruik te maken van het scannen van QR-codes. Gemiddeld scant de leeftijdscategorie 16-25het vaakst QR-codes.In de online enquête is een filmpje opgenomen om de respondent een beeld geven van locatievemedia in de openbare ruimte. Het filmpje bevat een fragment van een Youtube filmpje over ‘TheWorld Park Campaign’, dit is een project in Central Park, New York City, USA.51 Het project gaat overQR-codes in het Central Park. De bezoeker krijgt na het scannen van een QR-code verschillendedingen te zien. Zo kan de QR-code doorlinken naar Augmented Reality, naar filmpjes, informatie overde geschiedenis van het park en naar een kinderpagina met een speurtocht waarin ‘Mister Squirrel’kinderen door het park rondleidt.Afbeelding 9: Fragment uit YouTube filmpje over de World park Campaign.51 http://www.youtube.com/watch?v=7OCyfV_k2_g (geraadpleegd 28 september 2011) 31
  33. 33. Na het bekijken van het filmpje, zie Afbeelding 9, kreeg de respondent de volgende vraagvoorgelegd: ‘Wat zou u er van vinden als er een herkenbaar, fysiek teken komt wat aan geeft dat erop een (fysieke)plek (virtuele)informatie beschikbaar is. Dit teken of Tag zal na het scannen met desmartphone informatie weergeven in de vorm van een mobiele webpagina. Zou dit voor u eeninteressante manier zijn om aan informatie te komen?’Deze vraag werd door 125 respondenten ingevuld, 113 respondenten (90.4%) antwoordden ‘ja’ en12 respondenten (9.6%) antwoordden ‘nee’.Terugkerende antwoorden (Ja):  ‘Het eenvoudig is, snel, kort en bondig, plus ik zit niet met een irritante gids opgescheept of een flyer waarvan ik de helft niet lees.’  ‘Het snel en toegankelijk is. De informatie is op een gemakkelijke manier te verkrijgen. Naar verwachting is deze informatie accuraat en up to date.’  ‘Ik dan extra informatie krijg wat ik anders zou missen. En de plek krijgt extra lading en betekenis.’  ‘Het leuk lijkt. Iets wat ik misschien zou doen als ik op vakantie ben of in elk geval geen haast heb. Ik zie het vooral als vermaak. Dat het informatief is, is bijzaak. Tenzij je het voor educatieve doeleinden voor bijvoorbeeld speurtochten of schoolreisjes wil inzetten.’  ‘Vernieuwend is en omdat je zo ook interactieve informatie kan krijgen. Niet alleen een saai bord met tekst, maar ook film, geluid en daarnaast ook veel foto’s.’  ‘Het onnodig papierverspilling tegengaat.’  ‘Er geen moeilijke URL ingetikt moeten worden. Je snel bij de info bent terwijl je die anders nooit zou achterhalen.’De 90.4% respondenten die ‘ja’ hebben geantwoord geven vaak als reden dat het scannen van codesgemakkelijk en snel is. Ook dat de informatie aan een plek gekoppeld wordt (on the spot) vinden derespondenten relevant. De informatie zal hierdoor laagdrempelig worden, mits je in het bezit vaneen smartphone bent. Je krijgt direct de informatie die beschikbaar is op je telefoon, waardoor hetminder tijd en moeite kost en dat maakt het voor de respondenten leuk. Ook de keuzevrijheid wordtals een groot pluspunt gezien. De omgeving van het bordje speelt voor de respondenten ook een rol,door het scannen van de code krijgt de omgeving meer context en kan er een confrontatie ontstaantussen oud en nieuw. De codes voorkomen dat de informatie in de vorm van bordjes aan de gevelmoet, wat door het grotendeel van de respondenten als iets positiefs wordt gezien.Terugkerende antwoorden (Nee):  ‘Nee, omdat ik weet dat ik beperkte informatie bekijk terwijl ik mogelijk ook nog meer er om heen wil weten.’  ‘QR-scanner op Blackberry zit er niet automatisch op en moet eerst als app gedownload worden. Daarom eerder geneigd om via internet te zoeken, hoewel een eenmalige download wellicht handiger zou zijn omdat in buitenland mobiel internet vaak niet beschikbaar is.’  ‘Ik geen geduld heb om uitgebreid (op straat) te gaan lezen, of op zo een mini schermpje een website te bekijken.’  ‘Een foto maken en wachten op de informatie via een mobiel netwerk is vaak nog net iets te sloom om fijn te gebruiken, en over enkele jaren is er waarschijnlijk weer een nieuw systeem. Bijvoorbeeld via NFC.’ 32
  34. 34.  ‘QR codes inscannen omslachtig is en omdat de huidige initiatieven (even los van erfgoed) kampen met te weinig inhoud of gewoon botte reclame bevatten.’Een aantal respondenten geeft aan ‘nee’ te hebben geantwoord omdat zij niet in het bezit zijn vaneen smartphone. Ook geeft iemand aan niets te hebben met QR-codes en dat het overbodig is. Erwordt ook aangekaart dat men op zoek is naar specifieke informatie en deze door het scannen vaneen QR-code niet zal krijgen.De vraag ‘Hoe vaak denkt u van de methode (het scannen van Tags) gebruik te maken?’ werd doorde respondent positief beantwoord. Uit Grafiek 6 kan er opgemaakt worden dat de grootste groeprespondenten kiest voor de middenweg, het regelmatig scannen van de codes. Het kopje ‘1 keer’ ismet 3 respondenten de kleinste groep.Met deze resultaten geeft de respondent aan geïnteresseerd te zijn in de methode van het scannenvan informatie op locatie. Ook kan er geconcludeerd worden dat de respondenten de methodegemiddeld 5 keer zouden gebruiken.Grafiek 6 – In welke mate denkt de respondent gebruik te maken van de methode (het scannen van tags) ingedeeld naar leeftijd. Gebruik van methode ingedeeld naar leeftijd Meer dan 10 keer 16-25 Gebruik naar aantal keer 7,5 26-35 5 36-45 2,5 46-55 1 keer 56-65 Geen antwoord 66-75 0 5 10 15 20 25 Aantal respondenten4.1.4 On the spot informatieOm erachter te komen op welke wijze de respondent op dit moment aan informatie komt overonroerend erfgoed, werd de volgende vraag in de online enquête opgenomen: ‘Stel dat u eenwandeling maakt door een stad en u ziet een interessant gebouw staan. U bent geïnteresseerd in degeschiedenis, de bouwconstructie of het huidige gebruik van het gebouw. Op welke wijze komt u opdit moment aan dergelijke informatie?’. Deze open vraag is door de respondent meerdere maleningevuld. Het antwoord ‘niet’ staat ook opgenomen als informatiebron in Figuur 5. 10 respondentengeven aan niet aan informatie te willen komen en hebben geen vragen als ze op een locatie aanwezigzijn. De respondenten verkrijgen op diverse manieren informatie over onroerend erfgoed. Deverschillende informatiebronnen kunnen worden ingedeeld in twee groepen. De oude media(kranten, tijdschriften, folders) en de nieuwe media (applicaties, QR scannen, internet op mobiele 33
  35. 35. telefoon). Een groot aantal respondenten past peer-to-peer educatie toe, zij stellen het op prijs als zevan een ander persoon de informatie krijgen en daar vervolgens op kunnen reageren (gebouwbinnen lopen, familie, voorbijgangers). De getallen die tussenhaakjes staan in Figuur 5 geven aan hoevaak de informatiebron gekozen is door de respondent.Figuur 5 – Huidige informatiebronnen on the spot.InformatiebronnenANWB bordjesAugmented Reality applicatieBoeken (12)Erfgoed.mobiFamilie (3)Folder (6)Gebouw binnen lopen (3)Google (Maps/Places) (16)Informatieborden (20)Internet telefoon (66)Internet thuis (36)iPadLayarMuseumNiet (10)QR scannen (7)Reisgids (2)Schriftelijke bronnen (3)Straat advertentiesUAR applicatie (2)Voorbijgangers (6)VVV (7)Wikipedia (9)Een aantal terugkerende antwoorden:  ‘Soms staat er een tekst bij een gebouw, maar vaker zoek ik informatie later op internet op. Ik vind het hoe dan ook veel prettiger om rustig thuis verder te zoeken, dan dat ik ter plekke info moet lezen. Dat geldt ook voor info in musea ed.’  ‘Folder. PS mijn iPhone is een 3G. Die kan nog geen QR aan! Hoop dat u zoiets meeneemt in de enquêteresultaten! Ook dat dit op Twitter te lezen is...als de enquête verder nergens zou staan (weet ik niet...) dan sociale media vertekent dit uiteraard de resultaten... PS2 onderstaande filmpje met mijn iPhone niet aanklikbaar en dus niet te zien!’  ‘Ik vraag het mij even af en vergeet het weer. Ik neem dus eigenlijk niet de moeite om het nog op te zoeken.’  ‘Ja, via internet of sneller via een smartphone.’  ‘Als er geen informatiebordje bij staat, probeer ik het op te zoeken via mijn telefoon.’  ‘In eerste instantie hopelijk via een bordje, zo niet dan QR-code/Layar/erfgoed.mobi/UAR of opzoeken via straatnaam.’ 34

×