• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Qr in openbare ruimte
 

Qr in openbare ruimte

on

  • 1,807 views

eindscriptie Reinwardt Academie

eindscriptie Reinwardt Academie

Statistics

Views

Total Views
1,807
Views on SlideShare
1,452
Embed Views
355

Actions

Likes
0
Downloads
35
Comments
0

3 Embeds 355

http://erfgoed20.wordpress.com 249
http://www-ig-opensocial.googleusercontent.com 101
http://feeds.feedburner.com 5

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

CC Attribution-NonCommercial-ShareAlike LicenseCC Attribution-NonCommercial-ShareAlike LicenseCC Attribution-NonCommercial-ShareAlike License

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Qr in openbare ruimte Qr in openbare ruimte Document Transcript

    • Locatieve media voor onroerend erfgoed Een onderzoek naar de wenselijkheid van QR-codes in de openbare ruimte.Amsterdam, 24 januari 2012Naam: Tessel van LeeuwenStudentnummer: 607770E-mail: t.vanleeuwen@ahk.nlOpdrachtgevers: Liesbeth Jansen en Maarten PedroliOrganisatie: BOEi (www.boei.nl)Reinwardt AcademieAfstudeerscriptie Cultureel ErfgoedBegeleider: Bob Crezee
    • VoorwoordVier jaar geleden ben ik begonnen met de studie Cultureel Erfgoed aan de Reinwardt Academie. Toenik met de studie begon wist ik in eerste instantie niet goed wat ik met de studie wilde bereiken. Nahet eerste jaar, een tweedejaarsstage bij het Tropenmuseum en een minor Publiek en Participatie,wist ik nog steeds niet goed welke kant ik op wilde gaan. Aan het einde van het derde jaar wist ik het:E-cultuur. Ik kwam met dit onderwerp in aanraking tijdens mijn derdejaars stage op deWestergasfabriek. Tijdens deze stageperiode werd het project “UPlabs” gelanceerd. UPlabs is eenproject waaronder vijf digitale projecten in de openbare ruimte vallen, onder andere een AugmentedReality tijdkijker, QR-codes en GPS-tours.Na de stageperiode op de Westergasfabriek wilde ik graag een scriptie schrijven over locatievemedia. Liesbeth Jansen, oud directrice van de Westergasfabriek, was tijdens de opzet van mijnscriptievoorstel bezig met de opstart van het project “Erfgoed-info”, een project over on the spotinformatie voor onroerend erfgoed in de openbare ruimte. Ik was erg geïnteresseerd in dit project enzij had belang bij een onderzoek, al snel was er een samenwerkingsverband ontstaan.Mede door de gesprekken met Liesbeth Jansen en Maarten Pedroli, de stage bij BOEi, oriënterendegesprekken met de founding partners, de interviews voor de cases, de afspraken met Bob Crezee enhet bijwonen van diverse conferenties ben ik tot deze scriptie kunnen komen.Ik wil graag Liesbeth Jansen en Maarten Pedroli ontzettend bedanken voor de vele interessantegesprekken, creatieve ideeën en oneindige energie. Arno Boon wil ik graag bedanken voor demogelijkheid om stage te lopen bij BOEi.Ik wil Ferry Piekart bedanken voor het interessante interview en David van Zeggeren voor hetinterview en de vele informatiebronnen die ik van hem heb gekregen. Ines Gall en Edgar Vijgeboomwil ik ook bedanken voor het interview en hun kritische en creatieve kijk op diverse projecten.Ik wil Bob Crezee bedanken voor zijn steun, vertrouwen en energie tijdens de geheleonderzoeksperiode.Tessel van LeeuwenAmsterdam, januari 2011 1
    • SamenvattingNieuwe media staan tegenover oude media en worden digitale media genoemd. Het begrip locatievemedia lijkt het meest geschikt voor digitale media, die van toepassing zijn op echte plaatsen. QR-codes zijn een vorm van locatieve media en worden zowel door de commerciële sector als deerfgoedsector steeds vaker ingezet. Naast de toename van het toepassen van QR-codes, zijn er ookandere nieuwe en opkomende technologieën: Augmented Reality, Points of interest op basis vanGPS, NFC en beeldherkenning. Aan de hand van de Hype Cycle van Gartner kan geconcludeerdworden dat QR-codes nog 2 tot 5 jaar nodig hebben voordat het relevant en toe te passen is op debrede markt.QR-codes bieden erfgoedinstellingen de mogelijkheid om de erfgoedbeleving buiten de viermuseummuren te laten plaatsvinden. Het is laagdrempelig omdat het publiek zijn eigen smartphonegebruikt. Door het toepassen van QR-codes in de openbare ruimte wordt de erfgoedbelevingdaardoor interactiever en persoonlijker. QR-codes worden op verschillende manieren in de openbareruimte toegepast. De projecten die in dit onderzoek zijn opgenomen maken gebruik van: QR-codesop stickers, QR-codes op stoeptegels, QR-codes op bordjes en QR-codes geplaatst op eeninformatiebord. Na het scannen van een QR-code kan de gebruiker verwezen worden naar eenbestaande internetpagina of een website. Dit is vaak niet bevorderlijk voor het gebruik omdat demarges van een website groter zijn dan het scherm van de smartphone en de informatie vaak nietrelevant is voor de locatie. De QR-code kan ook verwijzen naar een mobiele website of mobielewebpagina’s, deze worden vaak speciaal voor het project ontworpen waardoor de informatierelevant en interessant wordt voor de locatie. Ook kan de QR-code verwijzen naar audio- ofvideofragmenten.Om de ervaringen van erfgoedinstellingen met het inzetten van locatieve media in de openbareruimte in kaart te brengen zijn er in deze scriptie drie cases opgenomen. De instellingen hebbendeels dezelfde valkuilen als meevallers gehad als het gaat om het inzetten van locatieve media. Zowordt het onderdeel content vaak onderschat. Het verzamelen van de content, het historisch correctzijn van de content en het maken van te weinig afspraken met deelnemende partijen over de contentzorgde ervoor dat de projecten langer duurde dan verwacht en daardoor meer kosten met zich meebracht. Een meevaller is dat de instellingen als innovatief worden gezien.Uit het publieksonderzoek, een online-enquête, blijkt dat 70% van de respondenten in het bezit isvan een smartphone, de iPhone en toestellen met Android zijn het populairst. Oude media wordtdoor de respondent ook geraadpleegd voor informatie over erfgoed, maar er is een grote toenamevan het gebruik van nieuwe media. De respondent is na het scannen van een QR-code in hetbijzonder geïnteresseerd in informatie over het verleden, het heden en de binnenkant van hetgebouw. Als extra functies vindt de respondent een kaart van de omgeving, een knop met meerinformatie en het delen op sociale media relevant. Als het gaat om het inzetten van QR-codes bijonroerend erfgoed, is de leeftijdscategorie 16-25 het meest geïnteresseerd. De leeftijdscategorie 26-35 is minder geïnteresseerd in de nieuwe technologie QR-codes, maar vind informatie over erfgoedop locatie wel interessant. 2
    • SummaryNew media are often referred to as digital media. Another term often used is location-based media,this type of digital media applies to concrete physical places. A kind of location-based media are QR-codes. Lately QR-codes have been applied more often in the commercial industry and in the heritagesector. Besides QR-codes other new and upcoming technologies are used, examples are AugmentedReality, Points of Interest based on GPS, NFC and image-recognition. Based upon the Hype Cycle ofGartner the conclusion is drawn that QR-codes need another two to five years of developmentbefore mainstream adoption can take place.Heritage institutions have the opportunity to offer the heritage experience to a greater audience dueto the implementation of QR-codes. People can access the heritage experience outside of themuseum walls. Furthermore the access remains low-key since the public will use their own devices.The heritage experience will become more interactive and will take place on a more personal leveldue to the application of QR-codes in the public space. There are different methods to apply QR-codes in the public space. The reviewed projects for this research use QR-codes in different ways;QR-codes on stickers, QR-codes on the tiles of sidewalks and QR-codes on signs and informationboards.A QR-code is scanned by the user with a device, subsequently the user is redirected to anexisting website. Currently this does not increase the use of QR-codes since the margins of webpagesare larger than the margins of the used devices. Furthermore the offered information is oftenirrelevant for the location. Another possibility is to redirect the user to a mobile website, which isdesigned specifically for the project. In this way interesting and relevant information about thelocation can be offered to the user. Besides that it is possible to redirect the user of a QR-code to anaudio- or video fragment on a mobile webpage.In this research three cases are reviewed to clarify the experiences of heritage institutions whichused location-based media in the public space. These institutions have faced the same kind ofdifficulties while implementing the location-based media. For example, the component ‘content’ isoften underestimated. Collecting content, checking the historical content and the lack ofcommunication between the co-operating parties delayed the projects which resulted in highercosts. An advantage of using location-based media in the public space is the more innovative imageof the institutionsThe results of the research executed in this study, an online survey, show that 70% of therespondents owns a smartphone. The iPhone and the devices using Android are the most popular.Old media is still used by the respondents to get access to information about heritage, but theincrease in the use of new media is larger. It turns out that the respondents who scan a QR code arespecifically interested in information about the past, the present and the interior of a building. Alsothe results show an increased interest in extra functions after scanning the QR-code. They find a mapof the environment, a button with extensive information and the possibility of sharing the experienceon social media relevant. Respondents in the age between 16 and 25 years old are regarding the useof QR-codes most interested in information about non-movable heritage. On the other hand,respondents between the age of 26 and 35 years are less interested in using the new QR-codetechnology. But this age group is certainly interested in accessible information about the heritage atlocation. 3
    • InhoudsopgaveVoorwoord .............................................................................................................................................. 1Samenvatting........................................................................................................................................... 2Summary ................................................................................................................................................. 3Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 41. Introductie ........................................................................................................................................... 6 1.1 Inleiding ..................................................................................................................................... 6 1.2 Methodologische verantwoording ............................................................................................ 7 1.3 Achtergronden .......................................................................................................................... 82. Locatieve media................................................................................................................................. 11 2.1 Begrip ...................................................................................................................................... 11 2.2 Locatieve media in de erfgoedsector ...................................................................................... 12 2.3 QR-code projecten in Nederland m.b.t. erfgoed in de openbare ruimte ............................... 133. Drie locatieve media projecten ......................................................................................................... 15 3.1 UAR van het NAI ...................................................................................................................... 15 3.2 IJdijkenroute van Sparked ....................................................................................................... 18 3.3 IAM QR project van ATCB ........................................................................................................ 20 3.4 Schema: locatieve media projecten in de openbare ruimte ................................................... 224. Publieksonderzoek ............................................................................................................................ 24 4.1 Resultaten................................................................................................................................ 25 4.1.1 Algemene informatie respondent .................................................................................... 25 4.1.2 Smartphone ..................................................................................................................... 27 4.1.3 QR-codes .......................................................................................................................... 30 4.1.4 On the spot informatie .................................................................................................... 33 4.2 Conclusie ................................................................................................................................. 365. De toekomst van QR-codes ............................................................................................................... 37 5.1 Nieuwe opkomende technologieën ........................................................................................ 37 5.2 Gartner’s Hype Cycle ............................................................................................................... 396. Conclusie ........................................................................................................................................... 41 6.1 Conclusie ................................................................................................................................. 41 6.2 Aanbevelingen ......................................................................................................................... 42Bronnenlijst ........................................................................................................................................... 45Afbeeldingenlijst.................................................................................................................................... 49 4
    • Bijlagen .................................................................................................................................................. 51Bijlage 1: Scriptievoorstel ...................................................................................................................... 51Bijlage 2: Online enquête formulier ...................................................................................................... 54Bijlage 3: Uitwerkingen interviews ........................................................................................................ 58 1. UAR applicatie van het NAI - Ferry Piekart ................................................................................ 58 2. IJdijkenroute van Sparked – David van Zeggeren...................................................................... 66 3. QR-code project van ATCB – Ines Gall en Edgar Vijgeboom ..................................................... 75 5
    • 1. Introductie1.1 InleidingEen visie op de toekomst van de culturele sector kan niet meer zonder een visie op de mogelijkebetekenis van internet voor het veld.1 In 2009 waren de gedrukte media, gevolgd door audiovisuelemedia, de belangrijkste informatiebronnen om informatie over cultuur te verkrijgen.2 Voor tieners(12-18 jaar) heeft het internet inmiddels de eerste plaats ingenomen. Internet biedterfgoedinstellingen (zoals archieven, bibliotheken en musea) een extra kanaal om in contact tekomen met het publiek en het is voor deze instellingen belangrijk zich aan te passen aan het nieuwegedrag van consumenten in de digitale wereld.De mogelijkheden die nieuwe media de erfgoedsector bieden zijn de afgelopen jaren exponentieelgegroeid. Nieuwe media (zoals de personal computer en mobiele telefonie) staan tegenover oudemedia (zoals kranten en tijdschriften) en worden meestal digitale media genoemd.3 Het begriplocatieve media lijkt het meeste geschikt te zijn voor digitale media die van toepassing zijn op echteplaatsen. Deze op locatie gebaseerde media bieden de mogelijkheid om de fysieke wereld aan dedigitale wereld te koppelen.4 Op locatie komt informatie ter beschikking o.a. door middel van eensmartphone.5 Door het gebruik van de smartphone kan onder andere het museumbezoekinteractiever en persoonlijker gemaakt worden.6De aanleiding voor het schrijven van deze scriptie is het project “Erfgoed-info”. Dit project is eeninitiatief van BOEi.7 Dit bedrijf heeft Liesbeth Jansen aangesteld als projectbegeleidster. LiesbethJansen heeft mij gevraagd om een onderzoek te doen naar locatieve media voor de erfgoedsector.Voor meer informatie over het project, BOEi en de opdrachtgevers zie: “Achtergronden” bladzijde 8.Het doel van deze scriptie is om antwoord te geven op een onderzoeksvraag en een vijftaldeelvragen. Deze luiden als volgt:OnderzoeksvraagIn welke mate zijn QR-codes geschikt om de kennis over onroerend erfgoed bij een breed publiek tevergroten?Deelvragen 1. Welke organisaties zijn actief met het inzetten van QR-codes in relatie tot erfgoed? Op welke wijze passen zij de QR-codes toe? 2. Wat zijn de ervaringen van bestaande erfgoedinstellingen met het inzetten van QR-codes of locatieve media in de openbare ruimte?1 V. Frissen ‘Digitalisering in het culturele domein: van e-cultuur naar zwart gat’ in: Cultuur en Media in 2015 (Amsterdam2009) 20-352 Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, Brochure Cultuur in Beeld (Den Haag 2011) 34-383 http://www.mediawijsheid.nl/site/228-Wat+is+Mediawijsheid%3F_2.html (geraadpleegd 21 december 2011)4 http://www.virtueelplatform.nl/#1483 (geraadpleegd 24 augustus 2011)5 Een smartphone is een mobiele telefoon met internet en een groot aantal computertoepassingen (applicaties). Eensmartphone wordt ook wel gezien als een handcomputer.6 H. Verwayen en S. Lomonard, ‘Business Model Innovatie’ in: Businessmodel Innovatie Cultureel Erfgoed (2009) 6-267 http://www.boei.nl (geraadpleegd 1 september 2011) 6
    • 3. Publieksonderzoek. Onderzoek naar de wenselijkheid van het inzetten van locatieve informatie over onroerend erfgoed bij het publiek. Is er interesse vanuit het publiek in locatieve informatie over onroerend erfgoed? 4. In hoeverre is het inzetten van QR-codes door erfgoedinstellingen geschikt voor de toekomst? Welke nieuwe opkomende locatieve media zijn er op de markt om de QR-code eventueel te vervangen?De deelvragen wijken enigszins af van de deelvragen die staan opgenomen in het scriptievoorstel.8Deze aanpassing is gemaakt omdat er tijdens het vooronderzoek, wat bestond uit een internet- enliteratuuronderzoek, andere onderwerpen dan verwacht belangrijk werden gevonden door deopdrachtgevers. In de hoofdstukken worden de deelvragen behandeld, de conclusie zal antwoordgeven op de onderzoeksvraag. De hoofdstukken zijn als volgt opgebouwd:  Hoofdstuk 2 behandelt het begrip locatieve media, een typologie en de relevantie van locatieve media in de erfgoedsector. Om erachter te komen welke erfgoedorganisaties actief zijn met het inzetten van QR-codes in de openbare ruimte in relatie tot erfgoed, is er aan het einde van dit hoofdstuk een schema opgenomen met projecten op dit gebied.  Hoofdstuk 3 beschrijft in de vorm van drie cases ontwikkelde locatieve media projecten in de openbare ruimte. Drie interviews vormen de basis van de cases. Na het beschrijven van de cases is er een schema opgesteld waarin kort een aantal punten, zoals valkuilen en meevallers, staan opgenomen.  In hoofdstuk 4 wordt aan de hand van grafieken, die uit de gegevens van de online enquête zijn afgeleid, de interesse vanuit het publiek in het inzetten van QR-codes in de openbare ruimte beschreven.  Hoofdstuk 5 biedt inzicht in de toekomst van verschillende vormen van locatieve media. Hierbij wordt gekeken naar bestaande en nieuwe opkomende technologieën. Aan de hand van de Hype Cycle van Gartner wordt er gekeken of QR-codes klaar zijn voor de brede markt.  Hoofdstuk 6 beantwoord de onderzoeksvraag door middel van de conclusie en aanbevelingen.1.2 Methodologische verantwoordingVerschillende soorten van onderzoek zijn gebruikt voor het schrijven van deze scriptie. Er isbegonnen met een oriënterend internet- en literatuuronderzoek waarna de onderzoeksvraag endeelvragen zijn geformuleerd. Na deze formulering is er een onderzoek gedaan naar vergelijkendeonderzoeken, deze waren er niet. Toch zijn er aanpassingen gemaakt binnen de formulering van dedeelvragen, dit komt doordat andere onderwerpen belangrijker werden gevonden door deopdrachtgevers. Na het herformuleren van de deelvragen is er verder gegaan met het internet- enliteratuuronderzoek.Een onderdeel van het onderzoek is het publieksonderzoek, voor dit onderzoek hebben 150respondenten een online enquête ingevuld. De enquête heeft op diverse social media gestaan en isgeen blinde steekproef. De enquête is gemaakt in het programma ‘ThesisTools’.9 Dit programma8 Zie bijlage 1: Scriptievoorstel9 http://www.thesistools.com (geraadpleegd 1 september 2011) 7
    • biedt de mogelijkheid om een online enquête op te stellen en te verspreiden door middel van hetkopiëren van een link. De enquête staat opgenomen in bijlage 2. De resultaten werden verwerkt enin een groot Excell bestand weergegeven. De resultaten heb ik in Excell grafieken verwerkt.Er zijn drie interviews afgenomen om erachter te komen wat de ervaringen van bestaandeerfgoedinstellingen zijn met het inzetten van QR-codes en locatieve media. Deze interviews vormende basis van drie cases: 1. UAR van het NAI.10 2. De IJdijkenroute van Sparked.11 3. IAM QR van het ATCB.12Er zijn vier personen geïnterviewd die elk een andere functie hadden binnen een van de projecten.De interviews zijn opgenomen met een dictafoon, zie bijlage 3 voor de uitwerkingen van deinterviews in spreektaal.Voorafgaand en tijdens de onderzoeksperiode heb ik deelgenomen aan een aantal congressen dievan betekenis waren voor het onderzoek. Deze congressen zijn: ‘Kom je ook? – Buitenspelen metmobiele media’ (9 december 2010), ‘Smart erfgoed’ (27-29 september 2011), ‘Strategiedag e-tourism’ (23 november 2011) en ‘DISH 2011’ (6-8 december 2011).Naast het schrijven van deze scriptie zijn er een aantal opdrachten uitgevoerd vanuit het projectErfgoed-info en BOEi. Dit waren onder andere opdrachten voor de nieuwe projectenwebsite vanBOEi en de vormgeving van de mobiele website van het project. Om een duidelijk beeld te krijgenvan het project Erfgoed-info ben ik aanwezig geweest bij oriënterende gesprekken, hierbij wasLiesbeth Jansen ook aanwezig.13 Deze gesprekken, die in juli 2011 plaatsvonden, gaven een goedbeeld van het project. Deze informatie heeft een bijdrage geleverd aan het schrijven van dezescriptie.1.3 Achtergronden´Van toen, voor nu en straks.´ - slagzin projectvoorstel “Erfgoed-info” september 2011.De slagzin, zoals hierboven vermeld, is een korte introductie naar het project Erfgoed-info. Heterfgoed, iets uit het verleden, nu laten zien en voor een volgende generatie beschikbaar maken.In Nederland zijn naar schatting 200.000 monumentale objecten. Daarnaast zijn er talloze plaatsen,gebouwen en objecten die geen monument zijn maar die wel een eigen verhaal hebben dat hetverdient gehoord te worden.Maar op welke wijze maak je erfgoed en dan in het bijzonder gebouwd erfgoed voor het publiekinzichtelijk? En informatief interessant? Het project Erfgoed-info bestaat uit een zichtbaar, fysiekteken dat aangeeft dat er ter plekke mobiele informatie beschikbaar is.10 http://www.nai.nl/uar (geraadpleegd 10 september 2011)11 http://www.ijdijkenroute.nl/index.html (geraadpleegd 10 september 2011)12 http://www.atcb.nl/persberichten/bebording-andere-gezichten (geraadpleegd 12 september 2011)13 Oriënterende gesprekken met eventuele founding partners: Leo Endedijk (De Hollandsche Molen), Jan van Altenburg(Paleis Soestdijk) en Onno Meerstadt (Stadsherstel Amsterdam) 8
    • Op dit moment is er voor gekozen om de informatie toegankelijk te maken met behulp van QR-codes, maar dit zou kunnen veranderen door nieuwe opkomende technologieën. De QR-codeszouden vervangen kunnen worden door bijvoorbeeld GPS-coördinaten of het inzetten van NFC-chips(Near Field Communication).Na het scannen van de QR-code met een smartphone wordt de gebruiker doorverwezen naar eenmobiele webpagina die is vormgegeven als een applicatie. Deze pagina laat de gebruiker vijf vragenzien: 1. Wat is het verhaal? 2. Wat gebeurt hier nu? 3. Wat kan ik hier doen? 4. Meer? 5. Wat is er in de buurt?Met deze vragen wil Erfgoed-info informatie bieden die helder en toegankelijk is voor diversedoelgroepen. Naast de antwoorden op de vijf vragen is er voor de deelnemende partijen ook demogelijkheid geboden om een eigen applicatie aan het menu te koppelen, bijvoorbeeld een Layarapplicatie, zie afbeelding 1.14Afbeelding 1: Voorbeeld van mobiele pagina “Erfgoed-info” met Layar applicatie.Mede door de diversiteit van de deelnemende partijen, o.a. Hollandsche Molen, StadsherstelAmsterdam en Eigen Haard, zal er in de eerste fase van het project een groot aantal tags geplaatstkunnen worden. Na de plaatsing van de eerste tags zal er gekeken worden naar de eventuelevalkuilen welke verwerkt en aangepast zouden kunnen worden in de tweede fase, waarin meerderepartijen zich kunnen aansluiten. Naast de mobiele website komt er ook een projectenwebsite14 Layar is een toepassing voor de smartphone en biedt gebruikers de kans informatie toe te voegen aan het beeld van decamera van de telefoon. Deze applicatie maakt het mogelijk een informatielaag over de werkelijkheid te leggen. 9
    • waarop een volledig overzicht van alle objecten en organisaties te zien is. Ook is deze website eenplek voor informatie over het project Erfgoed-info en de partners en sponsoren.Het project Erfgoed-info is een initiatief van BOEi. BOEi heeft er belang bij dat het imago en debeleving van onroerend erfgoed bij het publiek verbetert. Zij wil graag dat de naamsbekendheid,economische kracht, het draagvlak en het gebruik van onroerend erfgoed toeneemt.Binnen de erfgoedsector houdt de non-profit organisatie BOEi zich bezig met het herbestemmen vanindustrieel erfgoed. Zij doet dit vanuit verschillende invalshoeken: als investeerder, als ontwikkelaaren als adviseur. BOEi staat voor “nationale maatschappij tot behoud ontwikkeling en exploitatie vanindustrieel erfgoed”.15 De organisatie en dagelijkse bedrijfsvoering van BOEi zijn ondergebracht bijFondsenbeheer Nederland te Hoevelaken. BOEi telt 9fte in vaste dienst. Daarnaast werkt BOEi opfreelance basis met verschillende projectmanagers. Het project is ingediend bij de BankGiro Loterijdie jaarlijks projecten honoreert die de publieke waardering voor en kennis van erfgoed vergroten.BOEi heeft Liesbeth Jansen aangesteld als projectbegeleidster van het project Erfgoed-info. LiesbethJansen heeft binnen de organisatie van BOEi de rol van adviseur in het revitaliseren van gebouwenen gebieden. Zij werkte als theaterproducent, communicatieadviseur, projectleider en als directeurvan de Westergasfabriek BV. Op dit moment is zij bestuurslid DCR Network, kernlid Stad-ForumAmsterdam, lid van de Raad van Advies ACMC en voorzitter programmaraad Creatieve Fabriek inHengelo. Samen met Maarten Pedroli hebben zij het bedrijf Linkeroever en zijn zij de opdrachtgeversvan deze scriptie.16 Maarten Pedroli werkte als architect, grafisch ontwerper, brand manager,interactie ontwerper, communicatie consultant, merkontwikkelaar en is nu o.a. ontwikkelaar van hetproject Erfgoed-info. Dit project is de aanleiding voor het schrijven van deze scriptie over locatievemedia.15 http://www.boei.nl (geraadpleegd 1 september 2011)16 http://www.linkeroever.nl (geraadpleegd 25 december 2011) 10
    • 2. Locatieve mediaIn dit tweede hoofdstuk wordt kennisgemaakt met het begrip locatieve media en welke rol dezemedia kan spelen binnen de erfgoedsector. Om een beeld te krijgen van de reeds ontwikkeldeprojecten op dit gebied is in paragraaf 2.3 een schema opgenomen met betrekking tot dezeprojecten.2.1 BegripHet begrip locatieve media, bedacht door Karlis Kalnins in 2003, lijkt het meeste geschikt te zijn voordigitale media die van toepassing zijn op echte plaatsen. Karlis Kalnins gebruikte het begrip in eersteinstantie als een testcategorie voor producten uit het ‘Locative Media Lab’, een internationaalopgezet netwerk van mensen die met nieuwe computertechnieken en -processen experimenteren.17Het begrip locatieve media volgens DEN (Digitaal Erfgoed Nederland):“Apparaten die gebruik maken van technologieën voor geografische plaatsbepaling, zoals het GlobalPositioning System (GPS), mobiele telefoons, draadloze laptops, RFID en andere systemen voormobiele communicatie. Deze technologieën stellen mensen in staat om zichzelf en anderen op eendigitale plattegrond te lokaliseren en om informatie over de locatie waar ze zich bevinden op tevragen.”18Uit de begripsomschrijving van DEN blijkt dat er twee voorwaarden nodig zijn voor het gebruik vanlocatieve media: 1. De apparaten (dragers) zoals een smartphone of een tablet. 2. De technologieën zoals Augmented Reality, QR-codes en NFC-chips.Het begrip is relatief nieuw en bevindt zich in een constante staat van ontwikkeling. Heel kort gezegdzijn locatieve media een verzamelnaam voor media die communicatie op locatie mogelijk maken. Hetmeest gebruikte apparaat voor locatieve media is de mobiele telefoon met GPS functie en eeninternetverbinding, een smartphone.19 Door het inzetten van locatieve media kunnen informatie,afbeeldingen, audio en filmpjes aan een fysieke plek gekoppeld worden. Door deze media ontstaatde mogelijkheid om de virtuele wereld te verbinden met de fysieke wereld.20 Locatieve media leggenals het ware verschillende lagen van informatie over de fysieke omgeving heen.Michiel de Lange stelt in zijn proefschrift “Moving Circles - Mobile Media and Playful Identies 2010”een vijfvoudige typologie van locatieve media voor. Bij de onderstaande vijf categorieën wordentussenhaakjes voorbeelden gegeven om een beeld te krijgen van de categorie.Locatieve media technologieën worden gebruikt voor: 1. “For navigation and orientation in way finding.” Voor navigatie en oriëntatie (TomTom navigatie systemen, Google Maps);17 T. Thielmann, Locative Media and Mediated Localities: An Introduction to Media Geography (Siegen 2011) 2-1518 http://www.den.nl/abc/Locatieve-media/ (geraadpleegd 5 september 2011)19 http://www.fromstorytolegend.com/?p=210 (geraadpleegd 24 augustus 2011)20 http://www.virtueelplatform.nl/#1483 (geraadpleegd 24 augustus 2011) 11
    • 2. “To measure and visualize what is otherwise not visible.” Voor het meten en visualiseren van wat niet op andere wijze zichtbaar is. (Amsterdam RealTime); 3. “To annotate physical locations with digital information.” Om fysieke locaties met digitale informatie te verrijken. (Layar, QR-codes); 4. “To organize social interactions.” Om sociale interacties te organiseren. (Foursquare, Facebook places); 5. “For pervasive games.” Bij deze categorie wordt de urbane omgeving het speelbord voor een spel. (Geocaching).21De vijf bovengenoemde categorieën zijn inmiddels niet meer helemaal volledig omdat er continuenieuwe ontwikkelingen op dit gebied plaatsvinden. De indeling geeft een goed beeld van de omvangen doelen van locatieve media.2.2 Locatieve media in de erfgoedsectorIn het voorjaar van 2011 telde Nederland ruim zes miljoen mobiele internetters van 12 tot 75 jaar, ditaantal zal de komende jaren nog meer toenemen. De toename van het mobiele internetgebruik zaleen grote impact hebben op de erfgoedsector.22 Een uitvloeisel van deze explosieve toename vannieuwe apparaten is dat museumbezoekers er van uit gaan dat ze hun smartphone overal kunnengebruiken. Als instelling moet je inspelen op het feit dat vrijwel elke bezoeker die de instellingbinnenloopt in het bezit is van een smartphone.23Locatieve media en de erfgoedsector gaan goed samen omdat er een mogelijkheid ontstaat om deerfgoedbeleving buiten de vier museummuren voort te zetten.24 Ook is het laagdrempelig omdat debezoeker gebruik kan maken van zijn eigen smartphone, een apparaat waar de bezoeker bekend meeis en weet hoe het bedient dient te worden. De erfgoedinstellingen kunnen de bezoeker door middelvan het inzetten van locatieve media op een interactieve en persoonlijke manier betrekken bij deinstelling. Locatieve media kunnen op verschillende manieren in de openbare ruimte worden ingezetdoor erfgoedinstellingen.25 Binnen de vier museummuren is het vaak lastig om gebruik te maken vandeze media, omdat het GPS signaal, waar de technologie gebruik van maakt, binnen in een gebouwzwak is en dus niet locatie gebonden informatie kan weergeven.Naast de mogelijkheden die locatie gebonden applicaties of mobiele websites de erfgoedsectorbieden, zijn er afgelopen jaren een aantal nieuwe technologieën bijgekomen. Een aantal erfgoed- encommerciële instellingen zijn reeds bekend met het inzetten van deze nieuwe technologieën, ziehoofdstuk 5.21 M. de Lange, Moving Circles: Mobile Media and Playful Identities (Rotterdam 2011)22 De erfgoedsector, gevormd door musea, overheidsinstanties, bedrijven en stichtingen, hebben als kerntaak het cultureelerfgoed te behouden en aandacht en begrip van dit erfgoed te bevorderen.23 ‘Mobile Apps Time-to-Adoption Horizon: One Year or Less’ in: The NMC Horizon Report: 2011 Museum Edition (2011) 10-1324 K. Arvanitis, ‘Museums outside walls: mobile phones and the museum in the everyday’ in: Museums in a Digital Age(2010) 170-17625 N. Proctor, ‘From headphones to Microphones’ in: Museums, Creativity and Technology (2011) 20-65 12
    • 2.3 QR-code projecten in Nederland m.b.t. erfgoed in de openbare ruimteHet project “Erfgoed-info” heeft ervoor gekozen om QR-codes in te zetten om de informatie over tedragen aan het publiek. Het projectteam houdt er rekening mee dat de QR-codes vervangen kunnenworden door nieuwe opkomende technologieën als NFC en Points of Interest via GPS. In dezeparagraaf zal er een korte introductie worden gegeven het begrip QR-code. Hierna zal er in eenschema worden weergegeven welke QR-code projecten reeds door culturele instellingen zijnontwikkeld om inzicht te geven in het veld.QR-codesQR staat voor Quick Response. Dit is een tweedimensionale streepjescode, die via de smartphoneinformatie biedt door automatisch een URL te openen als de code gescand wordt. Volgens ‘The NMCHorizon Report: 2011 Museum Edition’ vallen QR-codes, eveneens als NFC (Near FieldCommunication), onder het kopje ‘Smart Objects’.26 Smart Objects hebben vier eigenschappen: het isklein en daarom makkelijk om overal aan vast te maken, het bevat een eigen Unique code of teken,het heeft een kleine opslag voor data (bijvoorbeeld een link naar een website) en het is een manierom direct data naar een apparaat (bijvoorbeeld smartphone) te sturen.27SchemaZie volgende bladzijde (Figuur 1).Conclusie schemaOp internet is het lastig te vinden welke organisaties actief zijn met het inzetten van QR-codes, er zijnveel kleinschalige projecten welke door relatief kleine instellingen worden geïnitieerd. De projecten,welke staan opgenomen in Figuur 1, passen de QR-codes op vier verschillende manieren toe in deopenbare ruimte: 1. QR-codes op stickers; 2. QR-codes op stoeptegels; 3. QR-codes op bordjes; 4. QR-codes geplaatst op een informatiebord.Bij een aantal QR-code projecten verwijst de QR-code naar bestaande internetpagina’s of websites,wat niet bevorderlijk is voor het gebruik. Vaak zijn de marges van deze websites groter dan hetscherm van de smartphone, hierdoor ziet de gebruiker maar een deel van de website. Ook is deinformatie op een standaard website vaak niet relevant op de locatie. De QR-code kan ook verwijzennaar een mobiele website of naar mobiele webpagina’s. Deze pagina’s worden door een aantal QR-code projecten speciaal ontworpen, hierdoor is de informatie op maat gemaakt en relevant op delocatie. Ook kan de QR-code verwijzen naar een audio- of videofragment, als er audiofragmentenworden toegepast op verschillende locaties kan er bijvoorbeeld een audiotour ontstaan.26 Zie hoofdstuk 5 voor meer informatie over NFC27 The NMC Horizon Report: 2011 Museum Edition, 30-33. 13
    • Figuur 1 - QR-code projecten in de openbare ruimte.Project & Plaats Opdrachtgever Kader Lancering Methode Vorm Aantal Doorverwijzing naar:Heldenroute van Rosendaele Vrijetijdshuis Brabant* X sep-11 QR Bordjes X Mobiele website QR op URL verwijst naarInformatieborden Zeist Museumkwartier Slot Zeist Vervolg van bestaande audiotour Zomer 2011 QR 14 informatieborden audiofragmentMarkant Friesland Koepel Markant Friesland X X QR QR bij ingang musea 21 Mobiele webpaginaMobiele QR route voor UITweek Hogeschool en Universiteit 13 - 16 augustus UITweek 2011 QR X X XUtrecht Utrecht 2011Monumenten route Breda VVV Breda Monumentendag 2011 sep-11 QR Bordjes 35 X Utrechts Monumenten Fonds 65QR code op monument Utrecht Utrechts Monumenten Fonds dec-09 QR Bordje 1 Mobiele website jaar Onderdeel QR Religieus ErfgoedQR Kerkenroute Zeevang VVV Zeevang jun-11 QR & AR X 7 X Noord-HollandQR-codes Brabantse Project Restauratie van Bordjes met Provincie Noord-Brabant sep-10 QR 5 Desktop websitemonumenten Monumenten monumentenschildQR-codes Hunebeddencentrum Hunebedcenturm in Borger Europa Nostra Award sep-11 QR Borden 5 Mobiele webpaginaBorger Admiraliteitshuis, Speak en QR op affiches enQR-codes in Dokkum X Begin 2010 QR X Desktop website Ynform ansichtkaarten Stichts-Hollandse Historische Themajaar Oude Hollandse VerschillendeQR-codes Woerden nov-11 QR Trottoirtegels 10 Vereniging Waterlinie webpagina´sQR-ommetje van duizend jaar Monumenten Ouder-Amstel Oneindig Noord-Holland** mei-11 QR Bordjes 19 Desktop websiteOuder-AmstelQR-route Heerlen Heerlen Vertelt X apr-11 QR Stickers 9 Mobiele websiteQR-wandelroute door Venlo Limburgs Museum Ouverture 2010 X QR Bordjes X XSpeurtocht met QR-code Tabaksteeltmuseum X jul-11 QR X X Mobiele websiteAmerongen 100 jaar geleden de eerste 21 april - 19 meiStadswandeling QR Rotterdam Maritiem Museum Rotterdam QR Stickers op de grond 80 Mobiele webpagina Chinezen 2011QR Parklezer Westergasfabriek Westergasfabriek Stichting + X apr-10 QR Emaille borden 30 Mobiele webpaginaAmsterdam BV* Oneindig Noord-Holland is een platform van verhalen over het verleden van Noord-Holland. ONH ontwikkelde meerdere QR-code routes. Zie www.onh.nl** Vrijetijdshuis Brabant is een organisatie die het vrijetijdsbeleid van de provincie Noord-Brabant uitvoert en ontwikkelde meerdere QR-code routes. Zie www.vrijetijdshuis.nl 14
    • 3. Drie locatieve media projectenIn het voorgaande hoofdstuk werd een schema weergegeven met een aantal QR-code projecten inde openbare ruimte om een beeld te geven van het veld. Dit hoofdstuk zal dieper ingaan op drielocatieve media projecten in de openbare ruimte. Aan de hand van drie cases er worden verduidelijktwelke valkuilen en meevallers de projecten hebben ondervonden, met welke doelen de projectenvan start gingen en welke behaald zijn. De technieken die toegepast zijn, met welke doelgroepen,gebruikersaantallen en partijen de projecten te maken hebben en de kosten die er gemaakt zijn. Ookwordt er besproken welke toekomstplannen de projecten hebben.Drie interviews vormen de basis voor de cases, zie bijlage 3 voor de uitwerkingen. De projecten zijn:UAR van het NAI, de IJdijkenroute van Sparked en het IAM QR project van ATCB. Voor UAR is FerryPiekart geïnterviewd, hij is curator bij het NAI en houdt zich onder andere bezig met publieksbereik.David van Zeggeren van Sparked is geïnterviewd voor het project IJdijkenroute waarvan hij deprojectmanager is. Voor het project van ATCB, IAM QR, zijn Ines Gall en Edgar Vijgeboomgeïnterviewd, zij hebben voor dit project een gedeelte van het design, de invoer en het CMSgemaakt.28Na het beschrijven van de drie cases word er in een schema weergegeven wat de sterke en zwakkepunten van de projecten zijn. Het doel van het geven van de drie cases en het schema is dat het voornieuwe locatieve media projecten ideeën genereert en met welke punten rekening gehouden kanworden.3.1 UAR van het NAIAfbeelding 2: UAR applicatie van het NAI, voorbeeld De Bijenkorf Amsterdam.28 Een Content Management System (CMS) is een software toepassing die het mogelijk maakt informatie te publiceren opeen internetpagina. Via de toepassing kunnen gegevens direct worden gepubliceerd op het internet en kan de informatieop elk moment worden aangepast. 15
    • IntroductieUAR (Urban Augmented Reality) is een op locatie gebaseerde applicatie ontwikkeld door het NAI(Nederlands Architectuurinstituut) en werd in Rotterdam gelanceerd op 30 juni 2010. Al lopend dooreen stad met een smartphone maakt de applicatie het mogelijk om aan de hand van tekst, beeld,archiefmateriaal, film en 3D modellen meer te weten te komen over de gebouwde omgeving. UARlaat de stad zien zoals het was, zoals het had kunnen zijn en zoals het er in de toekomst uit komt tezien. Op dit moment zijn de steden Amsterdam, Den Bosch, Den Haag, Gouda, Haarlem, Rotterdamen Utrecht in UAR opgenomen.DoelHet doel van UAR is om over heel Nederland uit te groeien, dat er uiteindelijk één applicatie is overNederlandse architectuur waarin alles samen komt. Een doel van het NAI was om een nieuwe groepmensen geïnteresseerd te krijgen voor architectuur of voor het NAI, dit doel is bereikt.PartijenUAR maakt gebruik van een stramien, ze zoeken één partij in een plaats die de leiding neemt, dit isvaak een lokaal architectuurcentrum, deze partij zoekt daar zelf partijen bij. Het NAI vertrouwt departij volledig en deze krijgt carte blanche om het CMS te vullen. Er zijn dus tientallen partijen dieeen rol spelen binnen UAR.TechniekDe UAR applicatie maakt gebruik van Augmented Reality in Layar. Er wordt geen gebruik gemaaktvan fysieke punten, dit komt omdat er teveel punten zijn. UAR wilde juist werken met geo-locatiesvia de satelliet zonder dat er markeringen aangebracht moesten worden, dit was voor hennoodzakelijk. UAR werkt nu nog via een CMS waarin de verschillende partijen toegang tot hebben.UAR dient als het ware als een platform. Op dit moment vindt er een onderzoek plaats naar dekoppeling van databases, zodat er minder tijd gaat zitten in het invoeren van informatie in het CMS.De content is alleen te bekijken via de UAR app. Het ontwerp voor een pagina op het web ligt klaar,maar daar is op dit moment geen budget voor. Naast deze financiële afweging is er ook eenauteursrechtelijke reden, er is toestemming om op een lage resolutie het fotomateriaal op eenmobiele website te gebruiken maar niet met een hogere resolutie op websites, dit heeft metconcurrentie te maken.DoelgroepDe doelgroep van UAR is niet het vak-publiek, maar iedereen die belangstellend is voor zijn eigenomgeving. In eerste instantie dacht UAR de groep van twintigers te bereiken, maar dertigers enveertigers downloadde de applicatie het vaakst.KostenBij de opzet van het project was er geen businessplan. De reden hiervoor is dat het project heel kleinis ontstaan, het project is proefondervindelijk veel groter geworden. UAR heeft constantgeanticipeerd en doorgepakt op de successen die het project boekte. UAR is deels gefinancierd meteen subsidie voor digitalisering van twee ton, maar dit is maar een deel van de kosten, de rest heefthet NAI zelf betaald. 16
    • GebruikEr zijn twee soorten gebruik van de applicatie: 1. Het toeristische gebruik, waarbij het gaat om de highlights. 2. Het “Shazam-achtige” gebruik, waarbij het gaat om het verkrijgen van sec informatie.29Dit zijn twee verschillende manieren van gebruik, het ene heel recreatief en het andere om alleeninformatie te verkrijgen. Er zijn 60.000 downloads van de applicatie geweest, er is niet te achterhalenof mensen de app nog steeds gebruiken. Wel kan er worden nagegaan hoeveel mensen de updatevan de app downloaden, op deze manier kan het NAI het aantal actieve gebruikers bijhouden. Het ismoeilijk te achterhalen wat er in één sessie gebeurt.Valkuilen 1. UAR is een technologisch project waar de organisatie van het NAI eigenlijk geen ervaring mee heeft. Door veel met externen te werken is dit uiteindelijk opgelost. 2. Binnen een instelling gaat het vaak om het maken van een product, je zet het product neer (bijvoorbeeld een tentoonstelling) en dan is het klaar. Bij de UAR applicatie werkt het niet zo, het is een continu proces en er moet doorontwikkeld blijven worden. Doordat dit binnen het NAI niet altijd is gebeurd heeft het project bijna een paar keer stil gelegen, even aankijken is geen optie. 3. UAR is meer een platform dan een tentoonstelling van het NAI. UAR faciliteert voor veel andere partijen die zelf content toevoegen en aanpassen. Hierdoor heeft UAR niet overal greep op. Soms moet je als instituut accepteren dat content iets minder is, je kunt niet alles controleren en editen. 4. Het doel van UAR was om over heel Nederland uit te groeien, dit duurt langer verwacht. Dit heeft te maken met financiën en de economische situatie waardoor partijen vaker op de rem gaan.Meevallers 1. Het NAI wordt mede door de UAR applicatie als een heel innovatief instituut gezien en dat is voor hen heel waardevol. 2. Het bereik van de mensen is goed gelukt, er zijn heel veel nieuwe mensen geïnteresseerd voor architectuur of voor het NAI. Dit had het NAI in eerste instantie niet verwacht.ToekomstBinnenkort gaat UAR ondergronds, dat betekent dat je bijvoorbeeld de Noord-Zuid lijn kunt bekijken.Een consortium van partijen die heel veel met het ondergrondse hebben, zoals Ballast-Nedam. Oversommige nieuwe ideeën kan nog niets gezegd worden. In de toekomst zal UAR meer steden gaantoevoegen, Hilversum staat bovenaan deze lijst.29 Shazam is software die je kunt downloaden op een smartphone. De gratis applicatie kan snel muziek herkennen en geeftvrijwel meteen weer wat de titel en artiest is van het liedje. 17
    • 3.2 IJdijkenroute van SparkedAfbeelding 3: IJdijkenroute van Sparked, voorbeeld Nassauplein Amsterdam.IntroductieDe IJdijkenroute is gerealiseerd door Sparked, een jong en innovatief bedrijf dat diensten enoplossingen biedt voor de verbetering van online communicatie en interactie tussen bedrijven enpersonen. De IJdijkenroute loopt van het Pontplein in Velsen naar de Jodenbreestraat in Amsterdamen is ongeveer 40 km lang.DoelDe IJdijkenroute heeft als doel de dijken zichtbaar en beleefbaar te maken en de verborgen verhalenvan de dijken te vertellen. De route richt zich op het uitdragen van de landschappelijke,waterkerende, recreatieve, educatieve en cultuurhistorische waarden van de dijken.30 De fysiekezichtbaarheid en het vertellen van verhalen aan verschillende doelgroepen zijn doelen die het projectIJdijkenroute inmiddels heeft bereikt.PartijenOneindig Noord-Holland (ONH) heeft als het ware de IJdijkenroute geadopteerd. ONH is hetcultuurhistorische verhalenplatform van de Provincie Noord-Holland. De samenwerking is ontstaanomdat de IJdijkenroute op zoek was naar een platform waar de verhalen op konden staan en er nietgenoeg budget was. ONH betaalt nu de helft van het project budget. De overheid, de gemeente enverschillende stadsdelen zijn ook partners van de IJdijkenroute, zij hebben een aantal bordjesgeadopteerd.TechniekVoor het project IJdijkenroute is er gekozen voor QR-codes omdat dit voor de IJdijken toegankelijkeris dan veel andere locatiegebonden media (AR, applicaties) en omdat het zichtbaar is. De hele routeis op de website van ONH te vinden, daarmee wordt het voor de gebruiker duidelijk dat het eenroute is en geen losse verhalen. Naast het platform van ONH is er de website IJdijkenroute.nl waarinformatie over het project te vinden is en routes te downloaden zijn. Het project is autonoom, er iswel een samenwerking, maar het is een project van Sparked en dat probeert men met de websiteijdijkenroute.nl te verduidelijken.30 http://www.ijdijkenroute.nl (geraadpleegd 2 januari 2012) 18
    • DoelgroepDe “digital natives” zijn de eerste doelgroep, dit zijn mensen die weten hoe ze moeten omgaan meteen telefoon. De cultuurhistorisch geïnteresseerden zijn de tweede doelgroep, dit zijn mensen tussende vijfenveertig en de zestig die routes fietsen en lopen. Ook de bewoners van de dijken zijn alsmogelijke doelgroep vastgesteld. Op dit moment is er weinig zicht op wie de codes scant waardoorhet moeilijk is een doelgroep analyse te maken, het is moeilijk te achterhalen of er gebruikers zijn dieeen bepaalde route lopen of meerdere bordjes scannen.KostenOm een mobiele website in de lucht te houden betaal je dataverkeer kosten. Hoe vaker de mobielewebsite wordt geraadpleegd, hoe hoger de kosten zijn, dit is voor het project IJdijkenroute een paarhonderd euro. De financiering van de IJdijkenroute is rond tot 2013, er is momenteel geen budgetvoor communicatie.GebruikAlle gegevens worden verzameld in Google Analytics, hier kan worden teruggezien zien hoe vaak eenbordje gescand wordt.Valkuilen 1. Er waren te weinig afspraken met de deelnemende partijen gemaakt over de content, waardoor er last minute nog veel verhalen geschreven moesten worden. 2. Er is te weinig aan communicatie gedaan om uiteindelijk een goed effect te krijgen. Mensen die erover hebben gehoord of gelezen gaan er gebruik van maken. Er was voor dit onderdeel te weinig budget geraamd. 3. Er is vertrouwd op de aanwezigheid van bordjes op straat, wat misschien niet helemaal goed was. Mensen herkennen de bordjes op straat niet en weten niet wat ze ermee moeten doen. 4. Mensen kunnen zonder smartphone de route niet volgen. Er zijn kleine foldertjes uitgegeven, maar deze zijn vormgegeven als een soort communicatieboekjes met informatie over de route met een paar verhaaltjes. De plattegrond die in de foldertjes is opgenomen is te klein, er had eigenlijk gekozen moeten worden voor een boekje waarmee men zonder de mobiele telefoon de route alsnog kan lopen en een groot deel van de verhalen kan lezen. 5. De kleine foldertjes liggen op een aantal plekken langs de route maar lang niet bij alle VVV´s, hierdoor is de zichtbaarheid niet optimaal.Meevallers 1. De taken waren goed verdeeld onder de verschillende partijen, hierdoor is de uitvoerfase heel snel gegaan. Door deze goede communicatie is binnen drie weken een mobiele website gebouwd, zijn vijfentachtig verhalen afgerond, zijn bordjes ontwikkeld, gemaakt en geplaatst en de communicatie tussen Oneindig Noord-Holland geregeld. 2. De uiteindelijke kwaliteit en de hoeveelheid van de verhalen is heel goed. Er zijn vijfentachtig verhalen op vierentwintig locaties. 3. De samenwerkingen met een aantal musea gingen boven verwachting goed. Bijvoorbeeld met het Amsterdam Museum. 4. Er wordt veel aandacht uit de tafel gehaald. Dit is een tafel met een kaart erop, die langs de verschillende culturele instanties reist die meedoen. 19
    • ToekomstIn de toekomst wil de IJdijkenroute de route uitbreiden met meer QR-code borden. Ook wil hetproject graag audio en video in de bestaande en nieuwe routes toevoegen. Het aangaan van nieuwesamenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld de ANWB, Staatsbosbeheer, Stadsherstel, VVV´s enandere cultuurhistorische projecten lijkt de IJdijkenroute interessant.3.3 IAM QR project van ATCBAfbeelding 4: Iam Amsterdam QR applicatie, voorbeeld van een bord.IntroductieHet QR-code project van ATCB (Amsterdam Toerisme en Congres Bureau) is een onderdeel van hetproject “Explore Amsterdam”. Door middel van het scannen van een QR-code ontvangt de gebruikerinformatie over bijvoorbeeld het gebouw waar de gebruiker op dat moment voor staat. Naast dezeinformatie ontvangt de gebruiker, op basis van de locatie, tips over andere interessante plekken in deomgeving. De borden bestaan uit vier tegels: een tegel met een rood kruis die verwijst naar de 3kruizen in het wapen van Amsterdam, een tegel met een gekantelde QR-code, een tegel met eenkorte Engelse tekst en een tegel met een korte Nederlandse tekst over de locatie. In totaal zullen er132 borden worden geplaatst.31DoelHet doel van het project is de toeristen (zowel Nederlandse als buitenlandse) te stimuleren om hetcentrum uit te gaan en ook andere buurten van Amsterdam te ontdekken, de QR-code dient hierbijals een soort trigger.PartijenHet project is uitgevoerd door het ATCB. Reclamebureau EdenSpiekermann bedacht en ontwikkeldehet design van de 132 borden samen met de aardewerkfabriek Koninklijke Tichelaar in Makkum.32Studio Parkers heeft een deel van het design gedaan, de invoer en het CMS gemaakt. Het project iseen opdracht van gemeente Amsterdam Economische Zaken en is gerealiseerd in samenwerking metBureau Monumenten & Archeologie, Stadsarchief en de betreffende stadsdelen.3331 http://www.dmmediaplein.nl/news/item-1359-citymarketingactie-amsterdam (geraadpleegd 3 januari 2011)32 Ibidem.33 http://www.atcb.nl/persberichten/bebording-andere-gezichten (geraadpleegd 2 januari 2011) 20
    • TechniekHet project “Andere gezichten van Amsterdam” in opdracht van gemeente Amsterdam is eenonderdeel van het gemeentelijke project “Explore Amsterdam”, waar het QR-project aanhaakt. Methet QR-project heeft het ATCB twee vliegen in klap, er is een mobiele website gemaakt en binnendeze mobiele website bevindt zich het QR-project. Binnen het QR gedeelte bevindt zich een QR-codescanner applicatie die de gebruikers gratis kunnen downloaden.DoelgroepHet project is zowel voor Amsterdammers als binnen- en buitenlandse toeristen bedoelt.KostenHet maken en bevestigen van de borden (132 in totaal) kostte naar inschatting 75.000 euro. Naastdeze kosten zijn er kosten gemaakt voor alle website ontwerpen, hosting etc., dit was een bedragvan 25.000 euro. Na de oplevering van de borden lopen alleen de hostingkosten door.GebruikOp dit moment is alleen nog stadsdeel Noord live gegaan, dit was eind november 2011. Naarverwachting is het Centrum het volgende stadsdeel wat live gaat. Het aantal gebruikers valt nu nogmee, er zijn nog niet veel web statistieken beschikbaar. Op dit moment wordt de mobiele websitegemiddeld 25 keer per maand bezocht. Er kan worden achterhaald hoe vaak de app wordt download,maar niet hoeveel QR codes er worden gescand.Valkuilen 1. De content moest door verschillende partijen goedgekeurd worden en historisch correct zijn. Dit duurde langer dan verwacht omdat er partijen om de hoek kwamen kijken, zoals de eigenaren van de historische panden, die soms andere dingen wilden dan het stadsarchief. 2. Het ophangen van borden aan een monumentaal pand is als vrij lastig ondervonden, er is een vergunning nodig en het kost veel tijd om die te krijgen. 3. Soms moet het bordje worden opgehangen op een locatie waar het niet mogelijk is om een bordje op te hangen, bijvoorbeeld op een plek waar een bepaalde slag heeft plaatsgevonden. Er moet dan een andere oplossing worden bedacht, bijvoorbeeld een paal neerzetten, wat vaak hogere kosten met zich mee brengt. 4. Op dit moment worden QR-codes ingezet, maar over vijf jaar zijn deze misschien verouderd. Misschien dat GPS nauwkeuriger wordt en dit veel vaker wordt toegepast, wat doe je dan met de bordjes? 5. Op dit moment staan de standaard locaties in de applicatie, maar er wordt nog gekeken of QR echt doorzet. Hierdoor wordt het niet helemaal 100% goed gedaan, er zijn bijvoorbeeld nog geen thema’s.Meevallers 1. Er is goed over nagedacht wat er allemaal op het bord komt te staan, het is geen soort sponsor bord waar de QR-code in het niet valt. 2. Wat je je moet blijven afvragen: Is het relevant voor de gebruiker of de consument om op dat moment te weten? Geen dubbele informatie geven, niet vertellen wat de gebruiker met zijn eigen ogen kan zien. 21
    • 3. Er is rekening gehouden met de lengte van de URL’s achter de QR-codes. Deze zijn heel kort gehouden, waardoor de code er duidelijk uit blijft zien en op deze manier kan de code gemakkelijk gescand worden met een smartphone. 4. Er is rekening gehouden met vandalisme. Als er een derde van het QR-code bordje wegkrast wordt dan blijft de code alsnog werken.ToekomstEr is nagedacht over het verwerken van een aantal thema’s binnen de QR-codes en stadsdelen, dit isnu om budget redenen niet gerealiseerd, dit zal in de toekomst wel gedaan worden. Door hetkoppelen van stadsdelen en QR-codes aan thema’s ontstaan er verhalen met een begin en een eindewat gebruikers zal stimuleren om door te gaan en om meer te willen weten. Er zullen in de komendemaanden steeds meer borden worden geplaatst in de deelnemende stadsdelen.3.4 Schema: locatieve media projecten in de openbare ruimteZie volgende bladzijde (Figuur 2). 22
    • Figuur 2 - De sterke en zwakke punten van de 3 cases. UAR IJdijkenroute IAM QRSterke punten van het project Nieuwe groep mensen geïnteresseerd in Fysieke zichtbaarheid van de dijken Toerist wordt door dit project uit het centrum geleid1. architectuur en het NAI In 7 grote steden aanwezig met veel punten Vergeten verhalen teruggehaald Tweetaligheid van de bordjes2. van informatie Collectie van het NAI in de openbare ruimte Eigen website waar informatie te vinden is en routes te De borden zijn overzichtelijk, duidelijke teksten, herkenbaar3. te bekijken downloaden zijn op straat Proefondervindelijk is het project veel groter Onderdeel van grootschalig verhalenplatform waardoor Rekening gehouden met invloeden van buitenaf, o.a.4. geworden dan verwacht meer bekendheid verkleuring van de borden door de zon Constant geanticipeerd en doorgepakt op de Uitvoerfase ging heel snel en goed door duidelijke Rekening gehouden met vandalisme, een derde van de QR-5. successen onderlinge communicatie code kan weggekrast worden 60.000 downloads van de applicatie geweest Uiteindelijke kwaliteit en de hoeveelheid (85) van de Op meerdere locaties in de verschillende stadsdelen6. verhalen erg goed aanwezig Het NAI wordt mede door de UAR app als Er zijn in totaal 24 QR-code borden waar de verhalen te Na het scannen van een code ontvang je meer interessante7. heel innovatief gezien vinden zijn punten in de buurtZwakke punten van het project Door samenwerking veel partijen geen Subsidie loopt tot 2013, daarna geen geldtoevoer meer Geen thema´s of duidelijke verhaallijn aanwezig1. controle op toegevoegde content UAR is meer een platform dan een Veel logo´s op de QR-code borden aanwezig, waardoor Hoge bandbreedte waardoor hoge kosten voor buitenlandse2. tentoonstelling van het NAI geworden wirwar toerist Geen website van het project vanwege Door weinig afspraken met partijen over de content, Veel partijen zeggenschap over de content waardoor dit3. budget en auteursrecht lastminute veel verhalen geschreven langer duurde dan verwacht Content is alleen te bekijken via UAR Op dit moment geen budget meer voor communicatie Het verkrijgen van vergunningen om borden op te hangen4. aan een historisch pand duurde lang financiële en de economische situatie: Het project heeft vertrouwd op de aanwezigheid op Nu maakt het project gebruik van QR-codes, straks is dit5. partijen vaker op de rem straat, dit is niet genoeg misschien verouderd Technologisch project: het inzetten van Foldertjes zijn verkeerd vormgegeven, mensen kunnen6. externen kost extra geld zonder smartphone de route niet lopen 23
    • 4. PublieksonderzoekDe doelstelling van het publieksonderzoek is erachter komen hoe wenselijk het inzetten vanlocatieve informatie over onroerend erfgoed bij het publiek is en of er vanuit de markt vraag is naarhet project ´Erfgoed-info’. De deelvraag die tijdens het onderzoek beantwoordt dient te worden: ‘Iser interesse vanuit het publiek in locatieve informatie over onroerend erfgoed?’.Om de deelvraag te kunnen beantwoorden is er gekozen om een kwantitatief onderzoek uit tevoeren in de vorm van een online enquête.34 Online onderzoek is een snelle en betrouwbare maniervan dataverzameling.Een online onderzoek brengt een aantal voordelen met zich mee: 1. In korte tijd zijn veel respondenten te bereiken; 2. De onderzoekgegevens worden direct in bestandsvorm beschikbaar gemaakt; 3. Respondenten kunnen de vragenlijst invullen wanneer het hen goed uitkomt; 35 4. Er kan gebruik worden gemaakt van zowel audio- als videofragmenten.Een aantal nadelen van een online onderzoek zijn: 1. Het bereik van de enquête is beperkt tot internetgebruikers; 2. Intensieve begeleiding van de respondent en extra uitleg bij de enquêtevragen is niet mogelijk; 36 3. Minder inzicht in non-respondenten.Het opstellen van de online enquête bestond uit een aantal fasen. Deskresearch, gesprekken37,voorlopige vragen opstellen, controle door expert, proef enquête uitdelen onder testpubliek,definitieve vragen formuleren en de enquête online zetten.38De enquête heeft online gestaan op diverse sociale media van erfgoed instanties. De enquête heeftgestaan op de Facebookpagina van de Reinwardt Academie, de Erfgoed2.0 pagina op LinkedIn en opTwitter via David van Zeggeren en Bob Crezee. Ook heb ik gebruik gemaakt van mijn eigen netwerk.In totaal hebben 150 respondenten de enquête ingevuld. Hierbij is rekening gehouden met driedoelgroepen: 39 1. De professional; experts uit het veld via Linkedin pagina Erfgoed 2.0 en Twitter. 40 2. De erfgoed student; via de Facebookpagina van de Reinwardt Academie. 3. De niet cultureel- of erfgoedexperts; vrienden, familie, kennissen.34 Zie bijlage 2 voor de online enquête.35 http://www.right.nl/kwantitatief-onderzoek/voor-en-nadelen-kwantitatief-onderzoek (geraadpleegd 26 september 2011)36 http://www.cultuurformatie.nl/Onderzoeksrapporten/VRM05_Publieksonderzoek.pdf (geraadpleegd 26 september2011)37 Kennismakingsgesprekken waarbij ik aanwezig was o.l.v. Liesbeth Jansen. Gesprekken met Onno Meerstadt (StadsherstelAmsterdam), Leo Endedijk (De Hollandsche Molen) en Jan Altenburg (Paleis Soestijk).38 B. Verhage, Inleiding tot de marketing (2005) 114-11639 http://www.linkedin.com/groups/Erfgoed-20-1160637?home=&gid=1160637&trk=anet_ug_hm (geraadpleegd 6september 2011)40 https://www.facebook.com/ReinwardtAcademie (geraadpleegd 6 september 2011) 24
    • Bovengenoemde doelgroepen lopen onderling erg uiteen, maar het is geen blinde steekproef.Hierdoor zijn de resultaten niet representatief voor de totale populatie.In dit hoofdstuk zullen de resultaten van het online onderzoek uitgelicht worden. De resultaten vande online enquête zullen besproken worden aan de hand van grafieken en tabellen. Omdat er geenvergelijkbaar onderzoek uitgevoerd is op het gebied van QR-codes voor onroerend erfgoed, zullen deuitkomsten en bevindingen achteraf niet vergeleken worden met soortgelijke onderzoeken. Eenaantal enquête vragen zullen apart vergeleken worden met onderzoeken, deze onderzoeken dienenals referentiekader.414.1 Resultaten4.1.1 Algemene informatie respondentIn totaal hebben 150 respondenten de enquête ingevuld. Naar schatting is 65% van de enquêtesingevuld via Linkedin of Twitter, 10% door Reinwardt studenten en 25% door vrienden, familie enkennissen. 34.67% van de respondenten is man en 65.33% is vrouw. De gemiddelde leeftijd van derespondent is 35 jaar.Ruim 42% van de respondenten geeft aan werkzaam te zijn in de kunst-of cultuur sector en 19.33%geeft aan een kunst- of cultuur gerelateerde studie te volgen. Als je het percentage van derespondenten werkzaam in de culturele sector vergelijkt met het percentage Nederlanders datwerkzaam is in de culturele sector, is 42% van de respondenten een zeer hoog percentage. In 2009werkte 2.0% van de totale Nederlandse bevolking in de culturele sector volgens Eurostat, CulturalStatitics, 2011.42Op de vraag: ‘Hoe vaak bezoekt u erfgoedinstelling?’ werd verschillend geantwoord. Er is éénpersoon die aangeeft nooit erfgoedinstellingen te bezoeken en 29% van de respondenten bezoektvaak een erfgoedinstelling. 28% van de respondenten gaf als antwoord regelmatig eenerfgoedinstelling te bezoeken.Informatie over erfgoed wordt door de respondent op verschillende manieren verkregen. De meestvoorkomende media hiervoor is internet dat zowel thuis als op de mobiele telefoon wordtgeraadpleegd, dit medium werd door de respondent 131 keer gekozen.Op de gestelde vraag waren verschillende antwoorden mogelijk wat betekent dat sommigerespondenten één medium hebben aangevinkt en sommige meerdere antwoorden hebben ingevuld.De respondent heeft gemiddeld 2.84 keer een antwoord ingevuld. Het is dus niet zo dat depercentages in Grafiek 1 laten zien welk medium het vaakst gebruikt wordt, maar het aantal kerendat de media door de respondent gekozen is.41 T. Thomassen (red.) Archiefgebruikers: Consumenten van het verleden (2004) 59-6942 http://epp.eurostat.ec.europa.eu/cache/ITY_OFFPUB/KS-32-10-374/EN/KS-32-10-374-EN.PDF (geraadpleegd 25november 2011) 25
    • Grafiek 1 – Verkrijgen van informatie over erfgoed. Op welke wijze komt men aan informatie over erfgoed? Vakbladen 32,67% Tijdschriften 46,67% Televisie 36% Sociale media 53,33% Internet 87,33% Anders 28% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% PercentageHet medium internet wordt door 87.33% van de respondenten geraadpleegd voor het verkrijgen vaninformatie over erfgoed. Uit een recent onderzoek van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)blijkt dat in Nederland het aantal internetgebruikers procentueel snel stijgen.“De toename van mobiel internetten is vooral te danken aan de ontwikkelingen en verspreiding vande smartphone. In 2011 gaf 43 procent van de internetgebruikers aan online te gaan via een mobieletelefoon. Dat is een verdubbeling vergeleken met een jaar eerder (21 procent). Ruim 20 procent vande internetters ging mobiel op het web via de laptop. Dit aandeel is vrijwel gelijk gebleven aan vorigjaar, maar is wel anderhalf keer zo hoog als in 2007 (13 procent).” – CBS, persbericht 25 oktober2011.43Naast het raadplegen van internet worden ook sociale media en tijdschriften door de respondentvaak geraadpleegd. Het gebruik van sociale media zie je steeds meer toenemen in Nederland. In2011 gaf 53% van de internetgebruikers aan dat ze in de voorgaande drie maanden actief warengeweest op sociale netwerken zoals Hyves, Facebook en Twitter. Vooral jongeren maken hier veelgebruik van (88%).44Op de vraag: ‘Hoe komt u doorgaans aan informatie over erfgoed?’ was er ook de mogelijkheid omeen ander medium in te vullen, 42 respondenten (28%) hebben hiervan gebruik gemaakt. Zie Figuur3 voor de anders genoemde media door de respondent.43 http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/C80FA519-21C2-4421-A52B-BE47E543CC80/0/pb11n067.pdf (geraadpleegd 25 oktober2011)44 Ibidem. 26
    • Figuur 3 – Informatie over erfgoed op een andere manier verkregen dan de geboden keuzemogelijkheden.Anders, namelijk:Advertenties op straat (2)Bij erfgoed zelfBoeken (2)Familie (2)Folder MuseumjaarkaartFolders (2)Historische verenigingenKennissen (3)Krant (6)Mond op mond/ via via (9)Netwerk (5)Via opleiding (3)Vrienden (5)4.1.2 SmartphoneOm erachter te komen hoeveel respondenten in het bezit zijn van een smartphone werd de volgendevraag gesteld: ‘Bent u in het bezit van een smartphone?’. Op deze vraag gaven 105 respondenten aanin het bezit te zijn van een smartphone (70%). 45 respondenten (30%) gaven aan niet in het bezit tezijn van een smartphone.Uit een onderzoek van Telecom Paper (4 augustus 2011) blijkt dat vier op de tien Nederlandseconsumenten (42%) in het tweede kwartaal van 2011 een smartphone gebruikten.45 Dit is een flinkestijging ten opzichte van het jaar daarvoor, toen waren nog maar 30% van de Nederlandseconsumenten in het bezit van een smartphone. Deze stijging is vooral te danken aan de jongeren. Inde leeftijdscategorie 15-29 bezit 60% een smartphone terwijl tussen de 60 en 64 jaar slechts 20% eensmartphone bezit.46Onderstaande grafiek (Grafiek 2) geeft het aantal smartphone bezitters per leeftijdscategorie weer.De leeftijdscategorie 16-25 jaar is duidelijk de koploper in het bezit van een smartphone. Naar matede leeftijden oplopen, loopt het bezit van een smartphone af. De gegevens uit de enquête zijnvergelijkbaar met de gegevens uit het onderzoek van Telecom Paper.Uitgerekend is 81,25% van de mannen en 68,49% van de vrouwen in het bezit van een dergelijketelefoon.45 http://www.telecompaper.com/nieuws/smartphone-penetratie-stijgt-naar-42-procent-in-nederland (geraadpleegd 1december 2011)46 http://www.marketingfacts.nl/berichten/20110804_42_procent_van_de_nederlanders_in_bezit_van_smartphone/(geraadpleegd op 1 december 2011) 27
    • Grafiek 2 – Smartphonebezit ingedeeld naar leeftijd. Bezit smartphone ingedeeld naar leeftijd 50 Aantal respondenten 45 40 44 35 30 25 20 nee 15 18 19 ja 10 13 12 14 5 10 6 4 6 2 2 0 16-25 26-35 36-45 46-55 56-65 66-75 LeeftijdscategorieDe groep van 70% respondenten die in het bezit is van een smartphone, bezitten verschillende typesmartphones. De iPhone is met 38 gebruikers de meest voorkomende telefoon binnen de groepsmartphone bezitters. De Android telefoon komt op de tweede plaats met 36 gebruikers. Hetantwoord: ‘Anders, namelijk’ werd twee keer ingevuld met Vodafone 360 en de Sony-Ericsson.Grafiek 3 geeft in percentages weer welk type smartphone de respondent bezit.Grafiek 3 – Type smartphone bezit in percentages. Type smartphones 1,90% 20% iPhone 36,19% Android 7,62% Nokia Blackberry Anders 34,29%“Ruim een derde van de smartphonebezitters in Nederland bezit een telefoon met Android alsbesturingssysteem. Een op de vijf maakt gebruik van een iPhone met iOS. Dat blijkt uit onderzoek vanThe Phone House onder duizend smartphonebezitters. The Phone House noemt de cijfers opmerkelijkomdat de iPhone voorheen altijd aan de leiding ging. Uit het onderzoek kwam naar voren dat 17procent van de respondenten WindowsMobile gebruikt en 16 procent een Blackberry in het bezit 28
    • heeft. 13 procent heeft een telefoon met Symbian van Nokia.” – Persbericht van nu.nl, 16 maart2011. 47De resultaten uit de enquête komen in de buurt van het onderzoek van The Phone House (ziebovenstaand persbericht). Uit beide onderzoeken blijkt dat ruim een derde van desmartphonebezitters in het bezit is van een telefoon met Android als besturingssysteem. Alskoploper komt de iPhone uit de enquête met ruim 36%, dit is in het onderzoek van The Phone Houseanders. In dat onderzoek komt naar voren dat maar een op de vijf Nederlanders in het bezit is vaneen iPhone, hier zit dus een duidelijk verschil tussen. Uit het onderzoek van The Phone House blijktdat 16% van de respondenten in het bezit is van een Blackberry, uit de online enquête komt naarvoren dat 20% van de respondenten in het bezit is van een Blackberry. Deze percentages zijn tenopzichte van elkaar geen groot verschil. De resultaten uit de online enquête komen deels overeenmet de cijfers uit het onderzoek van The Phone House over het algemene smartphone bezit inNederland.48Om een beeld te krijgen van wat voor soort erfgoedapplicaties de smartphone bezitters gebruikmaken, werd hen de volgende vraag voorgelegd: ‘Binnen de erfgoedsector zijn een groot aantalmobiele applicaties ontwikkeld. Van welke applicaties heeft u wel eens gebruik gemaakt?’.Van de respondenten die in het bezit zijn van een smartphone raadpleegt 41.9% wel eens eenapplicatie die is ontwikkeld door een erfgoedinstelling. In Grafiek 4 staan de applicaties opgenomendie de respondenten raadplegen. Er zijn 44 respondenten die deze vraag hebben ingevuld, omdat ermeerdere antwoorden mogelijk waren is deze vraag gemiddeld 1.75 keer ingevuld.Bij deze vraag werd de respondent ook de mogelijkheid geboden om voor ‘anders, namelijk’ tekiezen. Deze mogelijkheid van het geven van een open antwoord werd door 20 respondentengebruikt. Hier kwamen interessante antwoorden uit. Deze antwoorden zijn terug te vinden in Figuur4.Grafiek 4 - Geraadpleegde erfgoed applicaties door smartphone bezitters. Geraadpleegde erfgoed applicaties UAR (NAi) 38,64% Streetmuseum(London) 22,73% Museumapp (Amsterdam Museum, Waag Society) 27,27% JeVincent (Van Gogh Museum) 29,55% IkophetMuseumplein (Stedelijk Amsterdam) 4,55% IJdijkenroute (Sparked) 6,82% Anders 45,45% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%47 http://www.nu.nl/gadgets/2468941/een-derde-smartphonebezitters-heeft-android.html (geraadpleegd 25 november2011)48 Ibidem. 29
    • Figuur 4 – Andere erfgoedapplicaties die door smartphone bezitters gebruikt worden.Anders, namelijk:7scenesAmbachtANWB buitenlevenDe streetARt LayarHistoryPinLayar (kunst) (2)Layar, Unesco, e.v.aLeidse LoperLove Art: National Gallary, LondenMAMS (layar)QR codes bij het KeringhuisQR Heerlen VerteltRijksmonumenten e.v.a.StellingtourTOPs groene hartVoornamelijk apps van buitenlandse instellingenXwashier4.1.3 QR-codesOm erachter te komen in hoeverre de respondent bekend is met het scannen van QR-codes werd devolgende vraag in de enquête gesteld: ‘Scant u wel eens QR-codes met uw smartphone?’.104 van de 105 respondenten in het bezit een smartphone hebben deze vraag ingevuld. Om eenevenwichtig beeld te krijgen van het gebruik van QR-codes is een grafiek opgesteld waarinleeftijdscategorieën staan opgenomen (Grafiek 5). De antwoorden van de respondent op de verticaleas lopen op van het nooit scannen van een QR-code (1) naar het vaak scannen van een QR-code (5).Uit een wereldwijd onderzoek van Queaar.com blijkt dat de grootste groep (25%) QR-code scannersin de leeftijdscategorie 35-44 jaar te zitten.49 Uit de enquête blijkt dat de leeftijdscategorie 16-25 jaarde grootste groep is met 43.75%. Uit de twee onderzoeken blijkt dat de leeftijdscategorieën uitelkaar lopen. Het onderzoek van Quaar.com is wereldwijd, het verschilt per land welkeleeftijdscategorie het vaakst gebruik maakt van het scannen van een QR-code. Zo wordt erbijvoorbeeld in Japan het meeste gebruik gemaakt van het scannen van QR-codes, gevolgd door deVerenigde Staten. In deze landen is de trend QR-codes groter dan in Nederland.5049 http://www.frankwatching.com/archive/2011/10/21/de-snelle-opkomst-van-qr-codes-infographic/ (geraadpleegd 5december 2011)50 Ibidem. 30
    • Grafiek 5 – Gebruik QR-code scannen ingedeeld naar leeftijdscategorie. QR-code scannen ingedeeld naar leeftijd Vaak 5 16-25 4 26-35 3 36-45 2 46-55 Nooit 1 56-65 Geen antwoord 66-75 0 2 4 6 8 10 12 14 Aantal respondentenWat opvalt aan de grafiek is dat er vaak de keuzemogelijkheid ‘geen antwoord’ is gegeven door derespondent. Een reden hiervoor kan zijn dat de respondent niet bekend is met het fenomeen QR-codes en de vraag links heeft laten liggen. Wat je kunt opmaken uit de gegevens in de grafiek is dathet gebruik van QR-codes niet optimaal is. Slechts 4 respondenten geven aan vaak van de methodegebruik te maken. Dit staat tegenover 18 respondenten, in dezelfde leeftijdscategorie, die aangevennooit gebruik te maken van het scannen van QR-codes. Gemiddeld scant de leeftijdscategorie 16-25het vaakst QR-codes.In de online enquête is een filmpje opgenomen om de respondent een beeld geven van locatievemedia in de openbare ruimte. Het filmpje bevat een fragment van een Youtube filmpje over ‘TheWorld Park Campaign’, dit is een project in Central Park, New York City, USA.51 Het project gaat overQR-codes in het Central Park. De bezoeker krijgt na het scannen van een QR-code verschillendedingen te zien. Zo kan de QR-code doorlinken naar Augmented Reality, naar filmpjes, informatie overde geschiedenis van het park en naar een kinderpagina met een speurtocht waarin ‘Mister Squirrel’kinderen door het park rondleidt.Afbeelding 9: Fragment uit YouTube filmpje over de World park Campaign.51 http://www.youtube.com/watch?v=7OCyfV_k2_g (geraadpleegd 28 september 2011) 31
    • Na het bekijken van het filmpje, zie Afbeelding 9, kreeg de respondent de volgende vraagvoorgelegd: ‘Wat zou u er van vinden als er een herkenbaar, fysiek teken komt wat aan geeft dat erop een (fysieke)plek (virtuele)informatie beschikbaar is. Dit teken of Tag zal na het scannen met desmartphone informatie weergeven in de vorm van een mobiele webpagina. Zou dit voor u eeninteressante manier zijn om aan informatie te komen?’Deze vraag werd door 125 respondenten ingevuld, 113 respondenten (90.4%) antwoordden ‘ja’ en12 respondenten (9.6%) antwoordden ‘nee’.Terugkerende antwoorden (Ja):  ‘Het eenvoudig is, snel, kort en bondig, plus ik zit niet met een irritante gids opgescheept of een flyer waarvan ik de helft niet lees.’  ‘Het snel en toegankelijk is. De informatie is op een gemakkelijke manier te verkrijgen. Naar verwachting is deze informatie accuraat en up to date.’  ‘Ik dan extra informatie krijg wat ik anders zou missen. En de plek krijgt extra lading en betekenis.’  ‘Het leuk lijkt. Iets wat ik misschien zou doen als ik op vakantie ben of in elk geval geen haast heb. Ik zie het vooral als vermaak. Dat het informatief is, is bijzaak. Tenzij je het voor educatieve doeleinden voor bijvoorbeeld speurtochten of schoolreisjes wil inzetten.’  ‘Vernieuwend is en omdat je zo ook interactieve informatie kan krijgen. Niet alleen een saai bord met tekst, maar ook film, geluid en daarnaast ook veel foto’s.’  ‘Het onnodig papierverspilling tegengaat.’  ‘Er geen moeilijke URL ingetikt moeten worden. Je snel bij de info bent terwijl je die anders nooit zou achterhalen.’De 90.4% respondenten die ‘ja’ hebben geantwoord geven vaak als reden dat het scannen van codesgemakkelijk en snel is. Ook dat de informatie aan een plek gekoppeld wordt (on the spot) vinden derespondenten relevant. De informatie zal hierdoor laagdrempelig worden, mits je in het bezit vaneen smartphone bent. Je krijgt direct de informatie die beschikbaar is op je telefoon, waardoor hetminder tijd en moeite kost en dat maakt het voor de respondenten leuk. Ook de keuzevrijheid wordtals een groot pluspunt gezien. De omgeving van het bordje speelt voor de respondenten ook een rol,door het scannen van de code krijgt de omgeving meer context en kan er een confrontatie ontstaantussen oud en nieuw. De codes voorkomen dat de informatie in de vorm van bordjes aan de gevelmoet, wat door het grotendeel van de respondenten als iets positiefs wordt gezien.Terugkerende antwoorden (Nee):  ‘Nee, omdat ik weet dat ik beperkte informatie bekijk terwijl ik mogelijk ook nog meer er om heen wil weten.’  ‘QR-scanner op Blackberry zit er niet automatisch op en moet eerst als app gedownload worden. Daarom eerder geneigd om via internet te zoeken, hoewel een eenmalige download wellicht handiger zou zijn omdat in buitenland mobiel internet vaak niet beschikbaar is.’  ‘Ik geen geduld heb om uitgebreid (op straat) te gaan lezen, of op zo een mini schermpje een website te bekijken.’  ‘Een foto maken en wachten op de informatie via een mobiel netwerk is vaak nog net iets te sloom om fijn te gebruiken, en over enkele jaren is er waarschijnlijk weer een nieuw systeem. Bijvoorbeeld via NFC.’ 32
    •  ‘QR codes inscannen omslachtig is en omdat de huidige initiatieven (even los van erfgoed) kampen met te weinig inhoud of gewoon botte reclame bevatten.’Een aantal respondenten geeft aan ‘nee’ te hebben geantwoord omdat zij niet in het bezit zijn vaneen smartphone. Ook geeft iemand aan niets te hebben met QR-codes en dat het overbodig is. Erwordt ook aangekaart dat men op zoek is naar specifieke informatie en deze door het scannen vaneen QR-code niet zal krijgen.De vraag ‘Hoe vaak denkt u van de methode (het scannen van Tags) gebruik te maken?’ werd doorde respondent positief beantwoord. Uit Grafiek 6 kan er opgemaakt worden dat de grootste groeprespondenten kiest voor de middenweg, het regelmatig scannen van de codes. Het kopje ‘1 keer’ ismet 3 respondenten de kleinste groep.Met deze resultaten geeft de respondent aan geïnteresseerd te zijn in de methode van het scannenvan informatie op locatie. Ook kan er geconcludeerd worden dat de respondenten de methodegemiddeld 5 keer zouden gebruiken.Grafiek 6 – In welke mate denkt de respondent gebruik te maken van de methode (het scannen van tags) ingedeeld naar leeftijd. Gebruik van methode ingedeeld naar leeftijd Meer dan 10 keer 16-25 Gebruik naar aantal keer 7,5 26-35 5 36-45 2,5 46-55 1 keer 56-65 Geen antwoord 66-75 0 5 10 15 20 25 Aantal respondenten4.1.4 On the spot informatieOm erachter te komen op welke wijze de respondent op dit moment aan informatie komt overonroerend erfgoed, werd de volgende vraag in de online enquête opgenomen: ‘Stel dat u eenwandeling maakt door een stad en u ziet een interessant gebouw staan. U bent geïnteresseerd in degeschiedenis, de bouwconstructie of het huidige gebruik van het gebouw. Op welke wijze komt u opdit moment aan dergelijke informatie?’. Deze open vraag is door de respondent meerdere maleningevuld. Het antwoord ‘niet’ staat ook opgenomen als informatiebron in Figuur 5. 10 respondentengeven aan niet aan informatie te willen komen en hebben geen vragen als ze op een locatie aanwezigzijn. De respondenten verkrijgen op diverse manieren informatie over onroerend erfgoed. Deverschillende informatiebronnen kunnen worden ingedeeld in twee groepen. De oude media(kranten, tijdschriften, folders) en de nieuwe media (applicaties, QR scannen, internet op mobiele 33
    • telefoon). Een groot aantal respondenten past peer-to-peer educatie toe, zij stellen het op prijs als zevan een ander persoon de informatie krijgen en daar vervolgens op kunnen reageren (gebouwbinnen lopen, familie, voorbijgangers). De getallen die tussenhaakjes staan in Figuur 5 geven aan hoevaak de informatiebron gekozen is door de respondent.Figuur 5 – Huidige informatiebronnen on the spot.InformatiebronnenANWB bordjesAugmented Reality applicatieBoeken (12)Erfgoed.mobiFamilie (3)Folder (6)Gebouw binnen lopen (3)Google (Maps/Places) (16)Informatieborden (20)Internet telefoon (66)Internet thuis (36)iPadLayarMuseumNiet (10)QR scannen (7)Reisgids (2)Schriftelijke bronnen (3)Straat advertentiesUAR applicatie (2)Voorbijgangers (6)VVV (7)Wikipedia (9)Een aantal terugkerende antwoorden:  ‘Soms staat er een tekst bij een gebouw, maar vaker zoek ik informatie later op internet op. Ik vind het hoe dan ook veel prettiger om rustig thuis verder te zoeken, dan dat ik ter plekke info moet lezen. Dat geldt ook voor info in musea ed.’  ‘Folder. PS mijn iPhone is een 3G. Die kan nog geen QR aan! Hoop dat u zoiets meeneemt in de enquêteresultaten! Ook dat dit op Twitter te lezen is...als de enquête verder nergens zou staan (weet ik niet...) dan sociale media vertekent dit uiteraard de resultaten... PS2 onderstaande filmpje met mijn iPhone niet aanklikbaar en dus niet te zien!’  ‘Ik vraag het mij even af en vergeet het weer. Ik neem dus eigenlijk niet de moeite om het nog op te zoeken.’  ‘Ja, via internet of sneller via een smartphone.’  ‘Als er geen informatiebordje bij staat, probeer ik het op te zoeken via mijn telefoon.’  ‘In eerste instantie hopelijk via een bordje, zo niet dan QR-code/Layar/erfgoed.mobi/UAR of opzoeken via straatnaam.’ 34
    • Om er achter te komen welke informatie de respondent op locatie wil ontvangen, is de volgendevraag in de enquête opgesteld: ‘Stel dat u voor een gebouw staat en een dergelijke tag scant metuw smartphone. Welke informatie zou u dan willen ontvangen?’ Onderstaande grafiek, Grafiek 7,geeft weer welke soorten informatie de respondent zou willen ontvangen. 126 respondenten hebbendeze vraag beantwoord, omdat het een meerkeuze vraag was hebben de respondenten meerdereantwoorden ingevuld. Gemiddeld heeft de respondent de vraag 4.23 keer ingevuld.Grafiek 7 – Soorten van informatie over de locatie. Soorten van informatie op locatie Anders 13,49% De binnenkant van het gebouw 73,02% De huur of verhuur van het gebouw 12,70% De omgeving van het gebouw 27,78% De toekomst 53% Het heden 85,71% Het programma (als het een publiek gebouw is) 64,29% Het verleden 92,86% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Percentage respondentenDe percentages in bovenstaande grafiek lopen erg uiteen. Opvallend zijn de soorten van informatieover het verleden, het heden en de binnenkant van het gebouw, deze percentages zijn erg hoog. Watmij opviel was dat er nauwelijks animo is voor informatie over de omgeving van het gebouw. In veelapplicaties over erfgoed, bijvoorbeeld I AM QR van het ATCB, zie je dat de omgeving een grote rolspeelt. Zo kan je bijvoorbeeld na het scannen van een QR code op de kaart kijken welke plekken ernog meer een verhaal vertellen. Bij deze vraag was er ook de mogelijkheid om ‘anders’ in te vullen,op deze open mogelijkheid werd divers gereageerd. Een aantal terugkerende antwoorden.  ‘ALLES!!! natuurlijk, wat ik op dat moment op die plek nodig heb/wil zien, kan ik nu niet voorspellen, het wordt juist interessant als al deze dingen in principe beschikbaar zijn en makkelijk te bereiken...’  ‘Voor/na restauratie incl. technische of esthetische afwegingen.’  ‘Bouwconstructie/tekeningen, detailfotos, het verhaal van de plek.’  ‘Bijzondere feiten en/of gebeurtenissen.’  ‘Welke ambtelijke status (rijks/provinciaal/gemeentelijk monument of niet).’De vraag ‘Welke extra functies, naast de gegeven informatie, lijken u geschikt voor een tag?’ geeftinzicht in wat de respondent, naast de gegeven informatie, verder met de informatie wilt doen. Wilhij/zij informatie delen? Een mening geven? Zelf informatie toevoegen? Deze vraag werd door 123respondenten gemiddeld 2.42 ingevuld. Zie Grafiek 8 voor de resultaten.Wat mij opviel is dat het keuzemogelijkheid ‘Kaart (van de omgeving)’ door de respondent bijna 72%is gekozen. Bij de voorgaande vraag over soorten van informatie vulde de respondent slechts 27.78%het antwoord ‘De omgeving van het gebouw’ in. Het antwoord ‘Een knop: Meer’, waarbij het 35
    • voorbeeld ‘Informatie over de buurt waar u zich op dat moment bevindt’ wordt gegeven,antwoordde 56.10% geïnteresseerd te zijn. Kortom, een conclusie over hoe graag het publiekinformatie over de omgeving wil ontvangen, wordt uit dit onderzoek niet duidelijk. Wel is derespondent geïnteresseerd in een kaart van de omgeving waar de respondent zich op dat momentbevindt.Grafiek 8 – Welke extra functies zijn geschikt binnen een tag. Extra functies binnen een tag Rate (het gebouw beoordelen d.m.v. het geven 25,20% van een aantal sterren) Kaart (van de omgeving) 71,54% Een knop: Voeg toe (eigen fotos, tekst toevoegen 25,20% aan de tag) Een knop: Meer (met informatie over de buurt 56,10% waar u zich op dat moment bevindt) Delen (op Facebook, Twitter, Google+) 56,91% Anders 7,32% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Percentage respondenten4.2 ConclusieNederlanders zitten minder vaak dan vroeger voor de televisie of achter de computer. Een grootaantal mensen draagt zijn eigen computer dagelijks met zich mee, de smartphone. 70% van derespondenten is in het bezit van een smartphone, de iPhone en toestellen met Android zijn hetpopulairst. Mensen zijn on the spot goed te bereiken via dit medium. Hoewel oude media (kranten,tijdschriften) nog steeds door de respondent geraadpleegd wordt voor informatie over erfgoed zie jeeen grote toename van het gebruik van nieuwe media.De leeftijdscategorie 16-25 is het meest geïnteresseerd is als het gaat om het inzetten van QR-codesbij erfgoed, zij scannen gemiddeld het vaakst QR-codes en zijn de grootste groep smartphonebezitters. De groep 26-35 is minder geïnteresseerd in de nieuwe technologie, maar juist welgeïnteresseerd in informatie over erfgoed op locatie. Over het algemeen is het gebruik van hetscannen van QR-codes nog niet optimaal. Hier tegenover staat dat het merendeel van derespondenten aangeeft geïnteresseerd te zijn in de methode van het scannen van een QR-code ominformatie op locatie te ontvangen.De respondent is na het scannen van een QR-code in het bijzonder geïnteresseerd in informatie overhet verleden, het heden en de binnenkant van het gebouw. Als extra functies worden een kaart vande omgeving, een knop met meer informatie en delen op sociale media door de respondentgenoemd. 36
    • 5. De toekomst van QR-codesQR-codes hebben een zeer lucratief jaar gehad in Nederland, steeds meer commerciële bedrijvenrealiseren zich het belang van mobiele marketing.52 Maar ook binnen de erfgoedsector zie je steedsmeer projecten die de QR-codes toepassen, zie hoofdstuk 2 paragraaf 2.3.Naast de toename van het toepassen van QR-codes zijn er ook andere nieuwe en opkomendetechnologieën zoals Augmented Reality, Points of interest op basis van GPS, NFC enbeeldherkenning. Om een beeld te krijgen van wat deze nieuwe opkomende technologieën inhoudenwordt er in dit hoofdstuk een korte introductie gegeven op deze technologieën. Na deze introductiewordt er gekeken naar de technologie QR-codes met behulp van de Hype Cycle van Gartner, waarinde stand van zaken geschetst wordt voor wat betreft de trend QR-code.5.1 Nieuwe opkomende technologieënAugmented Reality (AR)AR is het toevoegen van extra informatie aan het beeld van de werkelijkheid. De term AR is bedachtin 1990 en de eerste mobiele AR applicaties kwamen in 2008, op dit moment zijn er veel applicatiesmet AR op de markt.53 De twee vormen van AR zijn de fysieke objecten van informatie voorzien envan print naar multimediaal.54 De AR technologie past goed bij een van de hoofdfuncties van musea:interpretatie. Het toevoegen van meerdere lagen van informatie bij een object of tentoonstelling iseen simpele manier om bezoekers een diepgaandere ervaring te bieden.55“AR can be seen as an intuitive doorway through which data can be easily attached to real worldobject, settings, and processes that facilitates a deeper meaning and understanding of what is beingseen.” – The NMC Horizon Report: 2011 Museum Edition.56Volgens Hein Wils (Projectmanager ARtours, mobile Augmented Reality & Art. van het StedelijkAmsterdam) is AR een extra laagje over de werkelijkheid en zorgt voor botsingen tussen virtueelerfgoed en de werkelijke ruimte. AR creëert volgens hem een nieuw platform voor artistiekeexperimenten, is het perfecte middel voor museuminnovatie en samenwerking en genereertcommunicatie, interpretatie en contextualisatie.57Voorbeeld: ARtotheque van het Stedelijk Museum (SM), tijdens het Lowlands festival 2010 leendehet SM digitale versies van beroemde kunstwerken gratis uit aan de festivalbezoekers. De bezoekers52 http://www.qrcodepress.com/qr-codes-news/ (geraadpleegd 24 december 2011)53 ‘Augmented Reality Time-to-adoption Horizon: Two to Three Years’ in: The NMC Horizon Report: 2011 Museum Edition(2011) 18-2154 http://www.frankwatching.com/archive/2009/04/14/de-naakte-waarheid-over-augmented-reality-waar-liggen-de-kansen/ (geraadpleegd 24 december 2011)55 G. Black, The Engaging Museum (2005) 179-21056 ‘Augmented Reality Time-to-adoption Horizon: Two to Three Years’ in: The NMC Horizon Report: 2011 Museum Edition(2011) 1957 Conferentie Smarterfgoed, 27-29 september 2011, De Waag Amsterdam. 37
    • konden de kunstwerken overal op het terrein ophangen en creëerden daarmee een digitaletentoonstelling.Afbeelding 5: ARtotheque Stedelijk Museum Lowlands Festival.BeeldherkenningDe technologie beeldherkenning vond haar oorsprong in 2006. Bij beeldherkenning wordt er geengebruik gemaakt van een tag of marker. De gebruiker maakt een foto van iets, zowel print als echteobjecten, bijvoorbeeld van een monument, waarbij het hele beeld wordt herkend. Aan elk beeldkunnen verschillende links worden gekoppeld, naast mobiele websites kunnen dat ook afbeeldingen,audiobestanden of videofragmenten zijn.Voorbeeld: Adidas Iapp.58 Deze app van Adidas maakt het mogelijk om een foto van een paar Adidasschoenen te maken waarna je een overzicht krijgt van die specifieke schoen, andere soortgelijkeschoenen en de dichtstbijzijnde winkel waar je ze kunt kopen.Afbeelding 6: Voorbeeld van beeldherkenning met de Adidas I App.Near Field CommunicationEen NFC-chip kan op drie verschillende manieren toegepast worden: als tag emulatie (passief), alseen reader (actief) en als peer-to-peer mode waarbij het mogelijk is om te communiceren tussen58 http://counterkicks.com/2011/08/05/adidas-originals-iphone-app (geraadpleegd 29 december 2011) 38
    • twee toestellen met NFC met een afstand van maximaal 10 centimeter. NFC kan bijvoorbeeldworden gebruikt voor betalingen en wordt gebruikt in de OV-chipkaart.59Voorbeeld: in Berlijn zijn op 250 plekken door de hele stad NFC stickers geplakt. Gebruikers kunnendoor middel van het ‘swipen’ van hun telefoons over deze stickers heen hun vrienden vertellen datze zijn ingecheckt op die locatie.60 Dit project bestond al voor Foursquare.61Afbeelding 7: Smartphone met voorbeeld Friendticker.Points of Interest op basis van GPS(POI)Een POI is een specifieke locatie die iemand nuttig of interessant vindt. Op basis van je locatieverkrijg je informatie op je smartphone. Navigatiesoftware maakt onder ander gebruik van dezetechnologie, je krijgt dan bijvoorbeeld in een TomTom navigatiesysteem een tankstation, hotel ofrestaurant te zien. In de toekomst zal deze technologie ook gebruikt kunnen worden doorerfgoedinstellingen. In een later stadium zal het ook mogelijk worden om als gebruiker een POI aante bevelen en meer informatie toe te voegen.5.2 Gartner’s Hype CycleIn de voorgaande paragraaf werden een aantal nieuwe opkomende technologieën geïntroduceerddie gebruik maken van de locatie waar de gebruiker zich op dat moment bevindt en welke worden ofkunnen worden ingezet door erfgoedinstellingen. Aan de hand van de Hype Cycle van Gartner wil ikin gaan op de trend of hype van de QR-codes.De Hype CycleDe Hype Cycle van Gartner is een grafische weergave van de volwassenheid, adoptie entoepasbaarheid van nieuwe technologieën voor de komende tien jaar. De Hype Cycle wordt elk jaargepubliceerd. De Cycle probeert in te schatten welke technologieën gehyped worden en wanneer zegemeengoed worden. Zie afbeelding 8.59 http://tweakers.net/nieuws/71011/simkaarten-krijgen-zelfde-soort-nfc-chip-als-ov-chipkaart.html (geraadpleegd 25december 2011)60 http://en.friendticker.com (geraadpleegd 29 december 2011)61 https://foursquare.com (geraadpleegd 29 december 2011) 39
    • Afbeelding 8: Hype Cycle Gartner 2011.62Aan de hand van vijf fasen worden de technologieën ingedeeld: 1. Technology Trigger: De doorbraak of productlancering. Belangstelling van de media leidt tot aanzienlijke publiciteit. Vaak zijn deze technologieën niet bruikbaar en de commerciële levensvatbaarheid is niet bewezen. 2. Peak of Inflated Expectations: “Piek van de opgeblazen verwachtingen”. Ontwikkelingen waarvan de verwachtingen op dit moment erg hoog gespannen zijn. Er kunnen succesvolle toepassingen van een technologie zijn maar er zijn vaker mislukkingen. 3. Trough of Disillusionment: Ontwikkelingen die zijn afgedaald naar een dieptepunt. De belangstelling neemt af omdat er niet aan de verwachtingen wordt voldaan. 4. Slope of Enlightenment: Tweede en derde generatie producten. Ontwikkelingen die alsnog geaccepteerd worden en hard op weg zijn mainstream te worden.63 5. Plateau of Productivity: “Plateau van productiviteit.” De voordelen worden gedemonstreerd en aanvaard. De mainstream adoptie begint toe te nemen.QR-codes in de hype CycleDe QR-codes bevinden zich in het begin van de “Slope of Enlightenment” fase in de Hype Cycle.Volgens Gartner zijn de QR-codes op dit moment bezig met het beklimmen van de helling, onderwegnaar het “Plateau of Productivity”. De QR-codes zijn hard op weg om mainstream te worden. In deCycle (Afbeelding 8) staat er een licht blauwe bolletje wat aan de QR/Color code is verbonden, ditbetekend dat het 2 tot 5 jaar kan duren voordat mainstream adoptie plaats vind. Aan de hand van deHype Cycle van Gartner kan geconcludeerd worden dat QR-codes nog 2 tot 5 jaar nodig hebbenvoordat het relevant en toe te passen is op de brede markt.62 http://www.marketingfacts.nl/berichten/20110811_gartners_hype_cycle_2011_social_analytics_en_activity_streams_bere (geraadpleegd 5 december 2011)63 Mainstream betekend in deze context de grote massa mensen. 40
    • 6. ConclusieIn dit laatste hoofdstuk worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. In dit hoofdstuk zaldaarmee geprobeerd worden een antwoord te geven op de onderzoeksvraag: “In welke mate zijnQR-codes geschikt om de kennis over onroerend erfgoed bij een breed publiek te vergroten?”6.1 ConclusieDe mogelijkheden die digitale media de erfgoedsector bieden zijn de afgelopen jaren exponentieelgegroeid. Het begrip locatieve media lijkt het meeste geschikt te zijn voor digitale media die vantoepassing zijn op echte plaatsen. De erfgoedsector ziet locatieve media als een kans en een manierom zich op een andere manier te profileren, het publiek beter te begrijpen en te bereiken en om eennieuw publiek aan te spreken. Ook kan door het inzetten van locatieve media de erfgoedbelevingbuiten de vier museummuren worden voortgezet en is het laagdrempelig omdat het publiek zijneigen smartphone gebruikt. Door het inzetten van locatieve media wordt de erfgoedbelevinginteractiever en persoonlijker. Een vorm van locatieve media zijn QR-codes. Dit zijntweedimensionale streepjescodes, deze kunnen via een smartphone informatie bieden doorautomatisch een URL te openen als een code gescand wordt. Er zijn tal van erfgoedorganisaties actiefmet het inzetten van QR-codes, toch was het vrij lastig om al deze projecten te achterhalen, vaakomdat het om kleinschalige projecten gaat. De QR-codes worden op verschillende manieren in deopenbare ruimte toegepast: op stickers, stoeptegels, bordjes en op bestaande informatieborden. Nahet scannen van een QR-code met een smartphone kan je als gebruiker doorverwezen worden naareen mobiele website, applicatie, audio- of videofragmenten, naar losse webpagina’s of een website.Om een antwoord te geven op de deelvraag: “Wat zijn de ervaringen van bestaandeerfgoedinstellingen met het inzetten van QR-codes of locatieve media in de openbare ruimte?” zijner in hoofdstuk 3 drie cases opgenomen. Vanuit deze cases wordt er inzichtelijk gemaakt wat deervaringen van de erfgoed projecten zijn met het inzetten van QR-codes en locatieve media in deopenbare ruimte. Het hoofdstuk behandelt twee projecten op basis van QR-codes en één projectmet Augmented Reality. In de laatste paragraaf van het hoofdstuk staat een schema opgenomen metde sterke en zwakke punten van de projecten. De ervaringen van de 3 projecten komen vaak metelkaar overeen. Het verzamelen van de content, het historisch correct zijn van de content en hetmaken van te weinig afspraken met deelnemende partijen over de content zorgde ervoor dat deprojecten langer duurde dan verwacht en meer kosten met zich mee bracht. Het verkrijgen vanvergunningen voor het ophangen van de QR-codes op een monumentaal pand kostte de projectenook meer tijd en geld dan in eerste instantie was ingepland. Aan de hand van de volgende punten isgeprobeerd inzichtelijk te maken wat de ervaringen van de drie projecten zijn met het inzetten vanlocatieve media in de openbare ruimte: introductie, doel, partijen, techniek, doelgroep, kosten,gebruik, valkuilen, meevallers en toekomst.Er is een publieksonderzoek uitgevoerd om een antwoord te geven op de deelvraag: “Is er interessevanuit het publiek in locatieve informatie over onroerend erfgoed?”. Voor dit onderzoek is er eenonline enquête onder 150 respondenten afgenomen. Om de interesse van het publiek te meten zijner diverse vragen gesteld om algemene informatie van de respondent te achterhalen, over hetsmartphonebezit, over QR-codes en over locatiegebonden informatie. Uit de antwoorden kan hetvolgende geconcludeerd worden: 70% van de respondenten is in het bezit van een smartphone, de 41
    • iPhone en toestellen met Android zijn het populairst. Het publiek is door dit medium on the spotgoed te bereiken. De oude media (kranten, tijdschriften) worden door de respondent geraadpleegdvoor informatie over erfgoed, maar je ziet een grote toename van het gebruik van nieuwe media. Alshet gaat om locatiegebonden informatie is de respondent in het bijzonder geïnteresseerd ininformatie over het verleden, het heden en de binnenkant of interieur van het gebouw. Derespondent is naast deze informatie geïnteresseerd in het delen op sociale media, in een kaart vande omgeving en een knop met meer informatie. De leeftijdscategorie 16-25 is de doelgroep die hetmeest geïnteresseerd is als het gaat om het inzetten van QR-codes bij erfgoed. Dit is de grootstegroep smartphone bezitters en geïnteresseerd in het toepassen van nieuwe technologieën. De groep26-35 is minder geïnteresseerd in de QR-codes, maar juist wel geïnteresseerd in informatie overerfgoed op locatie. Er kan geconcludeerd worden dat de respondent over het algemeen weiniggebruik maakt van het scannen van QR-codes. Het merendeel van de respondenten geeft aangeïnteresseerd te zijn in de methode van het scannen van een QR-code om informatie over erfgoedop locatie te ontvangen.In hoeverre is het inzetten van QR-codes door erfgoedinstellingen geschikt voor de toekomst?Het zal twee tot vijf jaar duren voordat de QR-codes mainstream worden. Dit betekent dat de QR-code de komende jaren steeds meer zal worden toegepast en algemeen geaccepteerd zal worden.De QR-code is fysiek aanwezig op straat, mensen herkennen het steeds vaker, omdat het vaker wordttoegepast, ook door de commerciële sector. Met elk jaar neemt het aantal smartphonebezitters toe,waardoor straks iedereen de mogelijkheid heeft om de QR-code te scannen. De fysieke zichtbaarheidop straat is een groot voordeel van de QR-codes, nieuwe opkomende technologieën maken vaakgeen gebruik van deze fysieke zichtbaarheid. In de toekomst zal de smartphone zelf aangevenwanneer er informatie beschikbaar is waardoor het scannen van een dergelijke tag overbodig wordt.Erfgoedinstellingen die gebruik maken of gaan maken van het toepassen van QR-codes moetenrekening houden met nieuwe opkomende technologieën. Dit kan bijvoorbeeld door het ontwikkelenvan QR-code bordjes die kunnen switchen naar een andere technologie, zoals NFC chips. Dergelijkechips kunnen bijvoorbeeld bij het bordje geplaatst worden. Erfgoedinstellingen moeten wel rekeninghouden dat het niet een wirwar van verschillende technologieën gaat worden. Nieuwe opkomendelocatieve media zijn: NFC-chips, beeldherkenning, Augmented Reality en GPS-coördinaten.6.2 AanbevelingenQR-codes zijn geschikt om informatie over erfgoed aan een breed publiek over te dragen. Instellingendie deze technologie willen toepassen in de openbare ruimte, met betrekking tot erfgoed, kunnenrekening houden met de volgende punten.De instellingInstellingen moeten niet alleen rekenen op de aanwezigheid van QR-code bordjes op straat, dit isniet genoeg. Een goed communicatieplan is van belang voor een QR-code project in de openbareruimte. Hierdoor krijgt het publiek van het project te horen, zien zij de bordjes op straat en zullen zijhet vervolgens gaan gebruiken. Als er geen manier wordt geboden om de route of informatie op eenandere manier dan met een smartphone te krijgen, loop je als instelling de groep mensen mis dieniet in het bezit zijn van een smartphone. Om deze groep alsnog te kunnen bereiken zouden er 42
    • bijvoorbeeld plattegronden gemaakt kunnen worden, die zowel op de website te downloaden zijn alseen papieren versie die bijvoorbeeld verkrijgbaar is bij een VVV.Een project website, met informatie over het project en QR-code punten, is een goede manier om denaamsbekendheid te vergroten. Er moet hierbij rekening gehouden worden dat er veelarchiefmateriaal alleen op lage resolutie gepubliceerd mag worden, dit vanwege auteursrechten enconcurrentie.Erfgoedinstellingen moeten er rekening mee houden dat er vaak binnen de instelling weinig ervaringis op het gebied van het inzetten van locatieve media. Door dit probleem tijdig te onderkennen kande instelling kiezen voor het inzetten van een professionele extern, dit scheelt veel tijd en uiteindelijkook geld. Er moet worden stilgestaan bij het feit dat wanneer het project eenmaal gelanceerd is, hetnog niet af is. Het inzetten van locatieve media is een continu proces waarbij doorontwikkeld moetblijven worden. Tussen de erfgoedinstellingen en eventuele deelnemende partijen moeten duidelijkeafspraken over de content gemaakt worden. Er komen vaak onverwachte partijen in beeld, zoals deeigenaren van de historische panden. Het inzetten en gebruiken van een duidelijke CMS isbevorderlijk voor de snelle en systematische invoer van de content.Het ophangen van bordjes aan bijvoorbeeld een historisch gebouw vergt veel vergunningen, dit kosttijd en geld. Er moet ook nagedacht worden over de manier waarop de bordjes worden bevestigdaan het gebouw, deze moeten weer verwijderd kunnen worden en vaak geen beschadigingen aanhet gebouw achterlaten.Als erfgoedinstelling kan je rekening houden met nieuwe opkomende technologieën. Zorg er alsinstelling voor dat je op de hoogte blijft en dat de bordjes eventueel vervangen kunnen worden dooreen nieuwe technologie.QR-codesInstellingen moeten rekening houden met het gegeven dat de gebruiker op het moment van hetscannen van de QR-code op de locatie is, er moet geen informatie gegeven worden die de gebruikerop dat moment met het eigen oog kan zien. De informatie moet relevant en interessant zijn op delocatie en wijzen op bijvoorbeeld interessante ornamenten die de gebruiker in eerste instantie nietzal zien. Ook moet er op gelet worden dat er niet te veel informatie wordt gegeven, het moetoverzichtelijk blijven. Als instelling moet je blijven afvragen: Is het relevant voor de gebruiker of deconsument om op die locatie, op dat moment, die informatie te krijgen?Na het scannen van een QR-code met een smartphone kan je als gebruiker doorverwezen wordennaar een mobiele website, applicatie, audio- of videofragmenten, naar losse webpagina’s of eenwebsite. De beste doorverwijzing voor informatie is naar een mobiele webpagina, deze pagina kanspeciaal voor de locatie gemaakt worden en is een stuk goedkoper dan het maken van een applicatie.De instelling kan ervoor kiezen om gebruik te maken van verschillende thema’s of categorieën,bijvoorbeeld architectuur en geschiedenis. Op deze manier kan de gebruiker kiezen wat voor soortinformatie hij of zij op dat moment interessant vindt om te weten.Er zijn verschillende manieren waarop de QR-code kan worden toegepast. Eentoepassingsmogelijkheid zijn QR-code stickers. Het voordeel van het gebruik van QR-code stickers isdat ze snel en met een klein budget gerealiseerd kunnen worden. Voor projecten van korte duur ofevenementen, zoals de Monumentendagen, zijn de QR-code stickers een goede manier om snelinformatie over te dragen. Nadelen van de stickers zijn dat ze snel kapot gaan, niet weerbestendigzijn en kunnen snel en gemakkelijk in zijn geheel verwijderd worden. Bij het toepassen van QR-codesop stoeptegels moet er rekening gehouden worden met het feit dat ook deze snel te beschadigen 43
    • zijn, bijvoorbeeld door schoonmaakwagens van de gemeente. Bij het plaatsten van een QR-codebordje moet men rekening houden met de kijkhoogte van mensen, dat de bordjes hufterproof zijn enweersbestendig. Als er een QR-code geplaatst gaat worden op een informatiebord moet menrekening houden dat de code niet wegvalt tussen andere teksten of afbeeldingen op het bord. Ookmoet de QR-code niet te klein zijn, een kleine QR-code valt minder goed op en is lastig te scannenmet een smartphone.Op dit moment zijn er zowel door de commerciële sector als door de erfgoedsector QR-codeprojecten op de markt gebracht. Alle QR-codes lijken op elkaar waardoor het vaak niet duidelijk iswelke codes bij één project horen. Verduidelijk daarom als instelling dat het gaat om één project. Ditkan bijvoorbeeld worden gedaan door een herkenbare vorm en kleur toe te passen of eenprojectnaam of website op de QR-code te vermelden. In de QR-codes zit een errorcorrectie, ditbetekend dat er één derde van de QR-code bijvoorbeeld weggekrast kan worden en dat de code danalsnog werkt. Ook kan er voor gekozen worden om het logo van bijvoorbeeld het project middeninde code te plaatsen, dit betekend wel dat de één derde errorcorrectie niet meer geldt. Er kan op eeneenvoudige manier rekening gehouden worden met de lengte van de URL’s achter de QR-codes.Door een korte simpele URL achter de QR-code te plaatsen blijft de code er duidelijk uitzien, hierdoorgaat het scannen van een QR-code met een smartphone sneller dan wanneer er een lange URLachter de code is geplaatst.Als instelling is het natuurlijk leuk om een route te maken met behulp van QR-codes, er moet hierbijrekening gehouden worden dat wanneer mensen de route afleggen er een bordje over het hoofdgezien kan worden, of dat er maar één bordje van de route wordt gescand. De bordjes moetenonafhankelijk van elkaar gescand kunnen worden en geen chronologisch verhaal bevatten. 44
    • BronnenlijstLiteratuurBlack, G., The Engaging Museum, Routledge, 2005DEN, Kennisland, OCW, Publicatie Businessmodel Innovatie Cultureel Erfgoed, 2009Frissen, V., Cultuur en Media in 2015 (Amsterdam 2009)Grit, R., Project Management, Noordhoff Uitgevers, (Groningen 2011)Hooper-Greenhill, E., The Educational Role of the Museum, Routledge, 2004Johnson, L., Adams, S., Witchey, H., The NMC Horizon Report: 2011 Museum Edition, The New MediaConsortium en MIDEA, 2011Katz, J., LaBar, W., Lynch, E. (red.) Museums, Creativity and Technology, Social Media, Mobiles andMuseums, MuseumEtc Ltd, (Edinburgh 2011)Lange, de, M., Moving Circles: Mobile Media and Playful Identities, (Rotterdam 2010)Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, Brochure Cultuur in Beeld, (Den Haag 2011)Parry, R. (edit.), Museums in a Digital Age, 2010Thielmann, T., Locative Media and Mediated Localities: An Introduction to Media Geography, (Siegen2011)Thomassen, T. (red.), Archiefgebruikers. Consumenten van het verleden, Stichting Archiefpublicaties,(’s-Gravenhage 2004)Verhage, B., Inleiding tot de marketing, Stenfert Kroese, (Groningen 2005)InterviewsInterview met David van Zeggeren, projectmanager van de IJdijkenroute. 8 november 2011Interview met Ferry Piekart, curator van het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) en UrbanAugmented Reality (UAR). 1 november 2011Interview met Ines Gall en Edgar Vijgeboom, voor het QR-code project van het Amsterdam Toerismeen Congres Bureau (ATCB) hebben zij een gedeelte van het design, de invoer en het CMS gemaakt. 2december 2011 45
    • URL´shttp://counterkicks.com/2011/08/05/adidas-originals-iphone-app (geraadpleegd op 29 december2011)http://en.friendticker.com (geraadpleegd op 29 december 2011)http://epp.eurostat.ec.europa.eu/cache/ITY_OFFPUB/KS-32-10-374/EN/KS-32-10-374-EN.PDF(geraadpleegd op 25 november 2011)http://tweakers.net/nieuws/71011/simkaarten-krijgen-zelfde-soort-nfc-chip-als-ov-chipkaart.html(geraadpleegd op 25 december 2011)http://www.atcb.nl/persberichten/bebording-andere-gezichten (geraadpleegd op 2 januari 2011)http://www.boei.nl (geraadpleegd op 1 september 2011)http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/C80FA519-21C2-4421-A52B-BE47E543CC80/0/pb11n067.pdf,(geraadpleegd op 25 oktober 2011)http://www.cultuurformatie.nl/Onderzoeksrapporten/VRM05_Publieksonderzoek.pdf (geraadpleegdop 26 september 2011)http://www.den.nl/abc/Locatieve-media/ (geraadpleegd op 5 september 2011)http://www.dmmediaplein.nl/news/item-1359-citymarketingactie-amsterdam (geraadpleegd op 3januari 2011)https://www.facebook.com/ReinwardtAcademie (geraadpleegd 6 op september 2011)http://www.frankwatching.com/archive/2009/04/14/de-naakte-waarheid-over-augmented-reality-waar-liggen-de-kansen/ (geraadpleegd op 24 december 2011)http://www.frankwatching.com/archive/2011/10/21/de-snelle-opkomst-van-qr-codes-infographic/(geraadpleegd op 5 december 2011)http://www.fromstorytolegend.com/?p=210 (geraadpleegd op 24 augustus 2011)http://www.ijdijkenroute.nl (geraadpleegd op 2 januari 2012)http://www.linkedin.com/groups/Erfgoed-20-1160637?home=&gid=1160637&trk=anet_ug_hm(geraadpleegd 6 op september 2011)http://www.linkeroever.nl (geraadpleegd op 25 december 2011) 46
    • http://www.marketingfacts.nl/berichten/20110811_gartners_hype_cycle_2011_social_analytics_en_activity_streams_bere (geraadpleegd op 5 december 2011)http://www.mediawijsheid.nl/site/228-Wat+is+Mediawijsheid%3F_2.html (geraadpleegd op 21december 2011)http://www.nai.nl/uar (geraadpleegd 10 september 2011)http://www.nu.nl/gadgets/2468941/een-derde-smartphonebezitters-heeft-android.html(geraadpleegd op 25 november 2011)http://www.qrcodepress.com/qr-codes-news/ (geraadpleegd op 24 december 2011)http://www.right.nl/kwantitatief-onderzoek/voor-en-nadelen-kwantitatief-onderzoek (geraadpleegdop 26 september 2011)http://www.thesistools.com (geraadpleegd op 1 september 2011)http://www.virtueelplatform.nl/#1483 (geraadpleegd op 24 augustus 2011)http://www.virtueelplatform.nl/#1483 (geraadpleegd op 24 augustus 2011)https://foursquare.com (geraadpleegd op 29 december 2011)URL’s QR-code projectenhttp://utrecht.nieuws.nl/nieuws/35389 (geraadpleegd op 11 december 2011)http://www.groenehart.nl/routes/alle-routes/194/op-pad-met-qr-codes-in-woerden (geraadpleegdop 11 december 2011)http://www.heerlenvertelt.nl/qr-route/ (geraadpleegd op 8 december 2011)http://www.kennispleinvrijetijd.nl/?p=5748 (geraadpleegd op 10 december 2011)http://www.limburgsmuseum.nl/glazenalbum/achtergrond/qr.doc/ (geraadpleegd op 8 december2011)http://www.maritiemmuseum.nl/website/index.cfm?fuseaction=persbericht.show&id=145(geraadpleegd op 5 december 2011)http://www.museumfederatiefryslan.nl/qr-codes-in-dokkum (geraadpleegd op 11 december 2011) 47
    • http://www.oneindignoordholland.nl/#!/routes/QR-ommetje_van_duizend_jaar (geraadpleegd op11 december 2011)http://www.tabaksteeltmuseum.nl/2011/08/nieuwe-activiteit-speurtocht-via-smartphone/(geraadpleegd op 5 december 2011)http://www.uplabs.nl/qr-parklezer (geraadpleegd op 5 december 2011)http://www.utrechtsmonumentenfonds.nl/nieuws/qr-code-op-monument (geraadpleegd op 10december 2011)http://www.vrijetijdshuis.nl/index.php/2011/05/vrijetijdshuis-brabant-introduceert-qr-codes-en-augmented-reality/ (geraadpleegd op 10 december 2011)http://www.vvvbreda.nl/nl/ontdek-breda/cultuur-historie/stadswandelingen/monumentenroute-aan-de-hand-van-qr-codes/8118 (geraadpleegd op 11 december 2011)http://www.vvvzeevang.nl/v_beheer/print.asp?n_code=592&print_type=40&group=6&lang=1(geraadpleegd op 10 december 2011)http://www.ynform.nl/qr-code.ashx (geraadpleegd op 10 december 2011)http://www.ynform.nl/qr-codes-in-het-hunebedcentrum-borger.ashx (geraadpleegd op 10 december2011)http://www.zeist.nl/Actueel/Nieuws/Nieuwsberichten/Nieuwsberichten_2011/Nieuwsberichten_2e_kwartaal_2011/Cultuurhistorische_borden_ook_te_beluisteren (geraadpleegd op 8 december2011)OverigConferentie, Kom je ook? – Buitenspelen met mobiele media, Amsterdam, december 2010Workshop, Smart erfgoed, Amsterdam, september 2011Strategiedag e-tourism, Amsterdam, november 2011Conferentie, DISH 2011, Rotterdam, december 2011Gesprekken met founding partners project Erfgoed-info, Leo Endedijk (De Hollandsche Molen), Janvan Altenburg (Paleis Soestdijk) en Onno Meerstadt (Stadsherstel Amsterdam), augustus 2011 48
    • AfbeeldingenlijstAfbeeldingenAfbeelding voorkant: Maarten Pedroli (januari 2011)Afbeelding 1: Voorbeeld van mobiele pagina “Erfgoed-info” met Layar applicatie, Maarten Pedroli enTessel van Leeuwen (december 2011)Afbeelding 2: UAR applicatie van het NAI, voorbeeld De Bijenkorf Amsterdam,http://www.nai.nl/toolbar/nieuws/archief/item/_rp_kolom2-1_elementId/1_834384Afbeelding 3: IJdijkenroute van Sparked, voorbeeld Nassauplein Amsterdam, Tessel van Leeuwen(2011)Afbeelding 4: Iam Amsterdam QR applicatie, voorbeeld van een bord,http://www.dmmediaplein.nl/news/item-1359-citymarketingactie-amsterdam/Afbeelding 5: ARtotheque Stedelijk Museum Lowlands Festival,http://www.mediamatic.net/page/174791Afbeelding 6: Voorbeeld van beeldherkenning met de Adidas I App,http://counterkicks.com/2011/08/05/adidas-originals-iphone-app/Afbeelding 7: Smartphone met voorbeeld Friendticker,https://www.facebook.com/visitfriendticker?ref=tsAfbeelding 8: Hype Cycle Gartner 2011,http://www.gartner.com/it/section.jsp?type=press_releases&format=xhtml&year=2011&show_archived=trueAfbeelding 9: Fragment uit YouTube filmpje over de World park Campaign,http://www.youtube.com/watch?v=D7JRfz9Jc_MFigurenFiguur 1 - QR-code projecten in de openbare ruimte, Tessel van Leeuwen (2011)Figuur 2 - De sterke en zwakke punten van de 3 cases, Tessel van Leeuwen (2011)Figuur 3 – Informatie over erfgoed op een andere manier verkregen dan de gebodenkeuzemogelijkheden, Tessel van Leeuwen (2011)Figuur 4 – Andere erfgoedapplicaties die door smartphone bezitters gebruikt worden, Tessel vanLeeuwen (2011)Figuur 5 – Huidige informatiebronnen on the spot, Tessel van Leeuwen (2011) 49
    • GrafiekenGrafiek 1 – Verkrijgen van informatie over erfgoed, Tessel van Leeuwen (2011)Grafiek 2 – Smartphonebezit ingedeeld naar leeftijd, Tessel van Leeuwen (2011)Grafiek 3 – Type smartphone bezit in percentages, Tessel van Leeuwen (2011)Grafiek 4 - Geraadpleegde erfgoed applicaties door smartphone bezitters, Tessel van Leeuwen (2011)Grafiek 5 – Gebruik QR-code scannen ingedeeld naar leeftijdscategorie, Tessel van Leeuwen (2011)Grafiek 6 – In welke mate denkt de respondent gebruik te maken van de methode (het scannen vantags) ingedeeld naar leeftijd, Tessel van Leeuwen (2011)Grafiek 7 – Soorten van informatie over de locatie, Tessel van Leeuwen (2011)Grafiek 8 – Welke extra functies zijn geschikt binnen een tag, Tessel van Leeuwen (2011) 50
    • BijlagenBijlage 1: ScriptievoorstelNaam: Tessel van LeeuwenStudentnummer: 607770E-mail: t.vanleeuwen@ahk.nlTelefoonnummer: 0615340973Datum: 10-07-2011ScriptievoorstelWerktitelQR-codes voor onroerend erfgoed.1. InleidingBinnen de erfgoedsector houdt de non-profit organisatie BOEi zich bezig met het herbestemmen vanindustrieel erfgoed. Zij doet dit vanuit verschillende invalshoeken: als investeerder, als ontwikkelaar en alsadviseur. BOEi staat voor “nationale maatschappij tot behoud ontwikkeling en exploitatie van industrieelerfgoed” (www.boei.nl).BOEi heeft er belang bij dat het imago en de beleving van onroerend erfgoed bij het publiek verbetert. Zij wilgraag dat de naamsbekendheid, economische kracht, het draagvlak en het gebruik van onroerend erfgoedtoeneemt. De mogelijkheid om het publiek op een interactieve manier te betrekken bij onroerend erfgoed zalcentraal staan in dit onderzoek. Specifiek zal het gebruik en de inzet van QR-codes worden onderzocht.De opdrachtgevers van het afstudeeronderzoek zijn Liesbeth Jansen en Maarten Pedroli. Gezamenlijk hebbenzij het project ‘Erfgoed-tag’ opgezet in opdracht van BOEi. Momenteel bevind het project zich in devoorbereidende fase, deze fase duurt 6 maanden. De publieke start van het project is gepland op 15 januari2012. Het onderzoek wat ik ga uitvoeren zal een belangrijke rol spelen binnen het project ‘Erfgoed-tag’.2. DoelstellingHet onderzoek naar de effectiviteit van QR-codes op onroerend erfgoed zal worden uitgevoerd door middelvan een verkennend onderzoek en een publieksonderzoek. De voor- en nadelen van QR-codes op onroerenderfgoed zal worden onderzocht. De uitkomsten van het onderzoek zullen worden gepresenteerd in de vormvan aanbevelingen en conclusies over de geschiktheid van QR-codes om de kennis over onroerend erfgoed bijeen breed publiek te vergroten.3. VraagstellingHet onderzoek zal bestaan uit een vooronderzoek en het publieksonderzoek. Het vooronderzoek zal eenverkennend onderzoek zijn naar het huidige gebruik van QR-codes en andere locatieve media bij verschillendesoorten organisaties en de ervaringen van deze organisaties zullen worden beschreven. Tijdens hetvooronderzoek zal ook worden onderzocht van welke lay-out, soorten van informatie en mobiele webpagina’s 51
    • de verschillende organisaties gebruik maken. Het doel dit het verkennend onderzoek is om verbanden en 64verschillen te ontdekken tussen de verschillende organisaties.Het hoofdonderzoek is een publieksonderzoek. Het doel van dit onderzoek is om de interesse van het publiekmet betrekking tot locatieve informatie over onroerend erfgoed vast te stellen. 65Ook zal tijdens het hoofdonderzoek onderzocht worden in welke mate founding partners geïnteresseerd zijnin het gezamenlijk beheren, delen en gebruiken van de database.De onderzoeksvraag is:In welke mate zijn QR-codes geschikt om de kennis over onroerend erfgoed bij een breed publiek te vergroten?De deelvragen voor het vooronderzoek zijn: 1. Welke organisaties zijn actief met het inzetten van QR-codes en andere vormen van locatieve media in de openbare ruimte in relatie tot erfgoed? Op welke wijze passen zij QR-codes of locatieve media toe? 2. Wat zijn de ervaringen van bestaande erfgoedinstellingen en commerciële organisaties met het inzetten van QR-codes of locatieve media in de openbare ruimte? 3. Welke vorm (informatie en lay-out) zou de informatie achter de bordjes moeten hebben om het gebruik ervan te stimuleren? Welk uiterlijk past het beste bij QR-code bordjes over erfgoed?De deelvragen voor het hoofdonderzoek zijn: 4. Publieksonderzoek. Onderzoek naar de wenselijkheid van het inzetten van locatieve informatie over onroerend erfgoed bij het publiek. Is er interesse vanuit het publiek in locatieve informatie over onroerend erfgoed? 5. In welke mate zijn de founding partners van het project ‘Erfgoed-Tag’ bereid om de database gezamenlijk te beheren, te delen en te gebruiken?4. Methodologie/ stappenplanVooronderzoek 1. Analyse van bestaande QR-projecten en andere vormen van locatieve media in de openbare ruimte met behulp van internet research. Door middel van deze research wordt geprobeerd een globaal beeld te krijgen van de verschillende projecten. Maand: september. 2. Het bezoeken van interessante QR-projecten en andere vormen van locatieve media in de openbare ruimte en interviews afnemen met betrokken personen. Maand: september en oktober 3. Met behulp van de gegevens, die uit de onderzoeken van punt 1 en punt 2 komen, een advies uitbrengen over het uiterlijk van de QR-code bordjes en de inhoud (mobiele webpagina) van de QR- codes. Maand: november.Hoofdonderzoek 4. Publieksonderzoek. Het opstellen van een enquête en deze bij het publiek afnemen. De enquête zal geplaatst worden op de diverse erfgoed pagina´s van LinkedIn en op de websites en social media van de founding partners. Uitkomst van het publieksonderzoek verwerken en een conclusie maken. Maand: oktober en november. 5. Contact leggen met de founding partners en erachter komen welke partners geïnteresseerd zijn in het gezamenlijk beheren van de database. Het gaat hierbij om de data die achter de QR-codes zit waarbij64 A.C. Burns, R.F. Bush, Principes van marktonderzoek. Toepassingen met SPSS. (2006).65 Liesbeth Jansen is op dit moment bezig founding partners te werven voor het project ‘Erfgoed-Tag’, bedrijven die reeds hebbentoegezegd geïnteresseerd te zijn: BOEi, Hendrick de Keyser, Stadsherstel Amsterdam, Paleis Soestdijk (Rijksgebouwendienst), HollandscheMolen ten behoeve van de aanvraag bij de BankGiro loterij. 52
    • een gezamenlijk CMS (Content Management System) wordt ontwikkeld. Maand: november en december.Conclusie 6. Het afwegen van de voor- en nadelen met betrekking tot het inzetten van QR-codes in de openbare ruimte wat resulteert in een aanbeveling. Maand: december5. Literatuurlijst - Algemene informatie QR-codes http://www.qrcode.nu - Boer H. P.G. de, ‘Oude fabrieken, nieuwe functies: herbestemming industrieel erfgoed’ (1995) - Burns A.C., Bush R.F., ‘Principes van marktonderzoek’ (2006) - Diverse artikelen over QR-codes http://www.frankwatching.com - Groei en gebruik van QR-codes http://www.dmmediaplein.nl/blogs/item-721-explosieve-groei- gebruik-qr-code - QR-codes in onderwijs en onderzoek http://www.surfnet.nl/Documents/SNKN_QRtags.pdf - QR-project Tilburg http://bd.nl/nieuws/tilburg-stad/project-met-qr-codes-erfgoed-gestart-1.91093 - QR-projecten Noord-Holland http://www.oneindignoordholland.nl/#!/verhalen/Routes_in_Noord- Holland - Softwaremogelijkheden QR-codes http://www.qrcode-software.nlOpdrachtgevers: Liesbeth Jansen en Maarten Pedroli.Instelling: BOEi (www.boei.nl) 53
    • Bijlage 2: Online enquête formulier 54
    • 55
    • 56
    • 57
    • Bijlage 3: Uitwerkingen interviews1. UAR applicatie van het NAI - Ferry PiekartDatum: 01-11-2011 13.00Interview: Ferry Piekart (FP)Functie: curator NAI (Nederlands Architectuurinstituut)Project: UAR (Urban Augmented Reality)Duur van het interview:44 minutenTVL: Kan je een korte introductie geven op het project?FP: Ik vertel wel even hoe het is begonnen met UAR en wat ik doe en dan heb ik misschien al wat vragenkunnen beantwoorden, maar dat zien we dan zo meteen wel. Ik werk als curator bij het NAI en met namecurator publieksbereik. Dus ik hou mij vooral bezig met alle projecten die een breed publiek moeten binnenbrengen, dit is voor het NAI een geheel nieuw traject. Omdat we toch jaren een soort van bastion voor vakpubliek zijn geweest, behoorlijk ontoegankelijk waren. Nou dat zijn we helemaal gaan aanpassen, het gebouwis verbouwd waardoor de entree vriendelijker wordt er is een groot café bij nu en ook het museum is helemaalopnieuw aangepakt. Ik heb een nieuwe vaste presentatie gedaan, Stad van Nederland, ik heb een doe-dekgedaan, dat is speciaal voor kinderen en dan UAR, de digitale component in het uitreiken naar een brederpubliek. UAR is eigenlijk een uit de hand gelopen audiotour. Toen wij twee jaar geleden begonnen metnadenken over onze nieuwe vaste presentatie. Toen dachten we al heel snel goh wat jammer dat we alleenmaar binnen zijn want architectuur staat buiten. Wat we binnen laten zien is een foto, een model, tekeningen,maar het is altijd een afgeleide. Het echte ding staat buiten. Dat zou je toch ook graag laten zien aan mensen.En dat deden we ook wel met rondleidingen, uit educatieoogpunten voor scholen, klassenprogramma’s buiten.Maar we dachten wat zou het toch leuk zijn als het publiek zelfstandig, als ze hierbinnen dingen hebbenbekeken ook naar buiten kunnen en daar nog meer tot zich kunnen nemen. Zo begon het idee eigenlijk, deaudiotour die we binnen hebben, moet buiten ook verder gaan. En dan kom je al heel snel op een aantalpraktische bezwaren, dan moet je audioapparaten gaan uitlenen en dan krijg je de helft niet terug, gedoe enborg en lastig lastig, willen we allemaal niet. Totdat je denkt, ja maar wacht even, iedereen heeft natuurlijk eenapparaat in zijn zak en dat is die telefoon. Daar kunnen we misschien iets mee doen. Toen zagen we een app,die was door Rotterdam marketing gemaakt, dat was nog voor het Iphone tijdperk, dus dat was echt nog eenapplicatie die op een Nokia kon draaien. En die heette ‘Get-lost’. En dat was een app bedoelt voor studentendie nieuw in de stad kwamen en die moesten de stad leren kennen en die app liet je echt verdwalen in de stad,dus die gaf je allemaal aanwijzingen waardoor je op een gegeven moment gewoon de hele weg kwijt was. Dusdat was heel grappig. En dat hadden ze heel mooi gedaan, heel leuk, dus we dachten we gaan praten met demakers daarvan. Dat was het bedrijf Intien in Rotterdam. Toen we daarmee aan tafel zaten, aanvankelijk methet idee misschien kunnen we een soort audiotour plus doen, toen viel het kwartje eigenlijk want toen hadzowel ik als iemand bij Intien een filmpje gezien van Layar. En dat was het eerste filmpje waarin Funda voor heteerst hier in Amsterdam huizen had gelabeld en liet op locatie zien wat er te koop stond. En toen dachten wedat is helemaal perfect voor ons want daarmee kunnen we eigenlijk zoveel tekst en informatie gaan koppelenaan de locatie. En wat we eigenlijk wilden, wat Layar nog niet deed, was dingen laten zien die er nog niet zijn.Niet alleen informatie geven bij de omgeving maar ook een andere omgeving laten zien. En we waren de eerstedie dat deden door 3D in Layar in te voegen, we begonnen met de Markthal in Rotterdam, dat gebouw is pas in2014 af, maar nu kan je dat al zien staan als je via je telefoon kijkt. Dat is 3D, dat kun je vanaf meerdere kantenbekijken, daar kun je omheen lopen.TVL: Op ware grote is dat?FP: Ja, dus dat gebouw staat echt op die plek in de stad, in de skyline van Rotterdam. Nou, dat ging de wereldover destijds, eind 200p was dat. En sindsdien zijn we daarmee verder gegaan, we hebben het steeds verder 58
    • uitgebouwd. We zijn nu in een stuk of 8 steden hebben we content, het meeste zit in Rotterdam en inAmsterdam, daar hebben we dan ook de meeste collectie van. En we hebben het veel breder getrokken danwat we aanvankelijk bedacht hadden: dit is ons museum buiten de museummuren. Maar dan kom je erachterdat dat eigenlijk niet werkt. Want als je in een museum komt kan je een mooie zaal vullen met onze collectie,we hebben een hele grote collectie, maar als je het gaat uitsmeren over Nederland dan is het eigenlijkhelemaal niet zoveel. Want dan merk je dan heb je her en der een dingetje. En ik zag het ook bij een andereapp, Mimoa. Ik was in Tilburg en stapte daar uit de trein, nou eens kijken wat Mimoa mij hier in Tilburg kanvertellen over architectuur in de stad. En toen waren er twee treffers in heel de stad en toen dacht ik ja dat isjammer. Voor iemand die in Tilburg woont om nou die app te gaan downloaden voor twee gebouwen, dat iseen beetje suf. Dus we hadden gezegd het moet wel echt flink geladen zijn en daarom zijn we het stad voorstad gaan doen. In Rotterdam hadden we 350 points verspreid over de stad waar informatie bij was. En inAmsterdam zelfs 450. En dan merk je als je in die hoeveelheden dan red je het ook zelf niet meer dus toen zijnwe met eindeloos veel partijen gaan samenwerken en alle content bij elkaar gaan brengen. Van andere musea,gemeentearchieven, lokale architectuurcentra, architectenbureaus en projectontwikkelaars.TVL: En hoe verloopt die samenwerking precies? Hoe moet ik dat zien? Jullie leveren het platform en zij vullende content in?FP: Ja precies. Het werkt via een CMS nu nog en we zijn aan het onderzoeken naar koppeling van databases. Viaapenstaartjes dat het met elkaar kan praten, dat maakt het een stuk makkelijker en vaak een stuk moeilijkertegelijk, dus dat zijn we nog aan het bestuderen. Een heel goed voorbeeld daarvan is de Rijksdienst voorCultureel Erfgoed, RCE, die beheert alle rijksmonumenten. Dat zijn 60.000 objecten die willen wij graag in UARhebben natuurlijk want dat is allemaal informatie over gebouwen en zij willen dat ook graag in UAR hebben.Alleen zijn het 60.000 teksten in allerlei verschillende statussen, soms is een beschrijving niet meer dan éénwoord, soms staat er alleen hoekhuis. Dat is niet zo interessant want dat zie je al met je eigen ogen als jeervoor staat, want het is een locatief medium dus als ik daar sta hoef je mij dat niet meer te vertellen. Of het ismeteen een verhaal van 24 pagina’s waar op locatie niemand op zijn Iphone of Android doorheen gaat scrollen.Dus het zomaar koppelen van die databases, dat gaat mank en levert niet de gebruikerservaring. Hetzelfdegeldt voor het gemeentearchief, als die 500 foto’s hebben van één gebouw, en dat hebben ze soms, ik wil nietmijn mensen lastig vallen met 500 foto’s, dat is veel te veel. Die willen een selectie van highlights, dus jeontkomt ook weer niet helemaal aan redactie. Of misschien kunnen we dat ook via crowdsourcing doen, datmoeten we nog even kijken. Maar daar moet iets mee gebeuren.TVL: Dus de 60.000 objecten van de Rijksdienst zouden jullie graag willen toevoegen aan UAR. Het probleem isdus de database?FP: Daar wachten we nu mee, omdat zij nu met een heel spannend project bezig zijn. Zij willen publiekstekstengaan generen uit die database. En automatisch, je kunt niet iemand op die teksten zetten, dat is gewoon veelte veel.TVL: Is er gedacht aan het inzetten van vrijwilligs of stagiaires?FP: Het moeilijke is dat die teksten een soort wettelijke bepalingen zijn, dus je mag er niet zomaar dingen inveranderen. Een stagiaire erop zetten ligt erg gevoelig. Maar ze hebben nu een soort format bedacht, dat vindik wel stoer, waarbij ze een soort standaard stramien zin hebben, waar alles met variabelen ingevuld wordt.Dus dit is een … woonhuis. Uit het jaar …TVL: Dus de informatie wordt dan automatisch uit de bestaande teksten gehaald?FP: Dat is bedoeling. Dat ze gaan taggen en niet gaan editen. Je krijgt er weliswaar saaie teksten uit, want zezijn allemaal hetzelfde maar wel feitelijk juist, kort en beknopt. Daar wachten wij dus op of dat gaat lukken ofze het rond krijgen. Dat zou een hele spannende zet zijn, dat zou mooi zijn.TVL: Wat wil je uiteindelijk met het UAR project bereiken?FP: Dat er één architectuur app is over Nederlandse architectuur waarin alles samen komt. Ik bedoel dat iederearchitectuurinstelling zijn eigen wiel gaat uitvinden, maar voor de gebruikers is het vriendelijker als ze ietswillen weten over architectuur dat ze UAR kunnen downloaden waarin alles samen komt. Daarom is het merkUAR sterk neergezet en eigenlijk belangrijker gemaakt dan een project onder onze eigen naam. UAR is haasteen groter merk dan het NAI. 59
    • TVL: Dat valt wel op ja, ook in veel Youtube filmpjes komt het merk UAR sterk naar voren. De volgende vraagzal ik graag aan je willen stellen. Hoe is het project gefinancierd?FP: Dat is een hele belangrijke vraag. Er was geen businessplan in het begin. Omdat het plan echt heel klein isontstaan, het is veel groter geworden eigenlijk proefondervindelijk groter geworden. We zijn verrast door desuccessen die we boekten en daar hebben we constant op geanticipeerd en doorgepakt zonder eigenlijk deeerste anderhalf jaar rust te kunnen nemen, om nou eens rustig te zitten en te zeggen van ok, hoe gaat we hetterugverdienen? Hoe gaan we dat doen? Het is deels gefinancierd met een subsidie voor digitalisering van tweeton, maar dat is maar een deel van de kosten de rest heeft het NAI gewoon echt zelf betaald.TVL: Op de website staan ook allerlei logo’tjes van bijvoorbeeld de Staatsloterij en allerlei fondsen. Zijn dat danmeer sponsors? Hoe zit dat precies?FP: Ja en nee. Dat is een beetje complex. Het begon als een onderdeel van onze vaste presentatie. En die heeftsubsidie gehad van de Bankgiro en al die andere dingen. En al hun geld is in die vaste tentoonstelling gaanzitten, dat was een hele dure tentoonstelling. Maar omdat wij oorspronkelijk een plan hebben ingediendwaarbij dat een onderdeel was vermelden wij hen nog steeds bij UAR, ook al zit er eigenlijk geen geld van hunin, maar zij hebben ons geld gegeven in principe voor de tentoonstelling in combinatie met iets wat digitaal zalgaan gebeuren.TVL: Hoe wordt het project geëxploiteerd?FP: We hebben er sinds kort een business manager op zitten. Dat is wel een stoere beslissing eigenlijk. Die isvijf dagen in de week bezig om te kijken waar geld uit de markt te halen is. Er zijn deels heel veel partijen diezelf content willen aanbieden, projectontwikkelaars en de bouwsector. Dus daar zijn we mee bezig. Voor degebruikers blijft het gratis.TVL: Waarom is er gekozen voor AR en het programma Layar in plaats van QR-codes?FP: Wat daar belangrijk bij is, is dat we zoveel punten hebben dat QR-codes eigenlijk niet meer te doen zijn.350 QR-codes in de stad plakken, op verschillende gebouwen, dat krijg je gewoon niet geregeld. Voor ons washet juist het werken met geo-locaties via de satelliet zonder dat je markeringen hoeft aan te brengen eigenlijknoodzakelijk om te doen.TVL: Er is net nieuw dat de gebruiker ook zelf content kan toevoegen. Ik heb jou zien spreken bij Smart Erfgoedin de Waag, waar je daar ook al over vertelde. Waarom is daarvoor gekozen?FP: Ik moet zeggen dat dat onderdeel voor mij nog een beetje ontdekken is. We hebben altijd een beetje hetbeeld van het zou zo mooi zijn als het een soort democratiserende werking heeft, als mensen kunnen volgen inhun eigen buurt van wat gaat hier gebouwd worden? Welke verschillende ideeën zijn hiervoor? En dat je daardan ook, misschien heel eenvoudig je mening over kan geven. Of misschien kan stemmen. Soms zijn erwedstrijden waar ook het publiek op kan stemmen. Dat is nog niet helemaal uit de verf gekomen. We hebbennu al wel die mogelijkheid tot zelf content toevoegen toegevoegd. Het is voor mij nog een beetje een puzzel,het loopt ook nog niet goed.TVL: Nee, het wordt niet vaak door de gebruiker gebruikt?FP: Nee, daar moet nog iets mee.TVL: En op dit moment. Als er een gebruiker iets toevoegt wordt daar dan ook redactioneel naar gekeken ofwordt gewoon alles geaccepteerd en in de database gezet?FP: Het wordt in eerste instantie geaccepteerd en vervolgens kijken we ernaar. Dat hebben we gedaan omdatiemand voegt iets toe op zijn mobiele telefoon en dan wil je eigenlijk ook wel meteen resultaat zien. En niet pasdrie dagen later als onze redacteur weer eens gekeken heeft. Dat zal heel jammer zijn. Misschien dat we dat inde toekomst gaan veranderen, maar het is nu ook nog wel goed te behappen. Maar het is nog geen winningformule zeg maar, daar moet nog iets mee.TVL: Het is wel echt een leuk idee. Je kunt door deze functie als gebruiker veel meer een participerende rolspelen. Het is geen statische informatie, maar nu kan je er ook iets mee doen. De bezoeker zal hierdoor deinformatie mee naar huis nemen en het eerder onthouden door de actievere rol die hij krijgt.FP: Ja dat wel. Maar ik zie dus mensen, ondanks het feit dat we veel gebruikers hebben, het niet gebruiken. Duskennelijk mist daar nog iets of voelt het nog niet als relevant, dus daar moeten we nog even naar zoeken.TVL: Hoeveel gebruikers zijn er? 60
    • FP: We hebben 60.000 downloads van de applicatie. Dan weet je natuurlijk nooit of mensen het nog steedsgebruiken. Wel zien we dat als we een update van de app doen, hoeveel mensen dit doen. En dat zijn er heelveel, zeker twee derde. Dus dat is best wel fors.TVL: Ja, dat is een groot aantal. Wat waren de grootste valkuilen tijdens het opzetten van het project?FP: De grootste valkuil was dat het ons boven het hoofd groeide. Het is een heel technologisch traject waareigenlijk onze organisatie geen ervaring mee heeft.TVL: Hoe lossen jullie dit dan op?FP: We werken heel veel met externen. Je merkt dat de cultuur binnen zo’n culturele instelling heel erg gerichtis op, je maakt een product, je zet het neer net als een tentoonstelling en dan is het klaar. En dat werkt bij ditsoort dingen niet, het is een continu proces en continu blijven door ontwikkelen. En dat zit niet in de genen vandat soort mensen in zo’n instituut als het onze. En dat was denk ik een grote valkuil. Daardoor heeft het projectbijna een paar keer stil gelegen, omdat er wordt gezegd nu stoppen we er maar eens even mee en gaan we hetaankijken. En even aankijken is geen optie. Want dan mis je de boot. Dan gaan anderen ermee aan de haal,voor je het weet zit je in een verouderde app. De laatste keer heb ik iets gezien van Beeld en Geluid en op eennieuwe Iphone werkte dat al niet meer. En dat is toch jammer. Je moet zorgen dat dat up to date blijft.TVL: Nu is de app beschikbaar voor Android en Iphone?FP: Ja.TVL: Was dat de enige echte valkuil?FP: Dat was wel de grootste. De andere valkuil is ook dat het heel moeilijk is, het is nu meer een platform daneen tentoonstelling van ons is, het is niet het NAI zozeer, het is meer dat wij faciliteren voor een hele hoopandere partijen dat zij hun content kunnen uiten. En dat was ook een hele lastige, omdat je niet overal greepop hebt. Je kunt niet alles controleren en niet alles editen en dat je ook soms moet accepteren dat er dingen instaan die iets minder zijn. Dat je een faciliteit geeft in plaats van de content. Dat is moeilijk.TVL: Zijn de doelen van het project bereikt? Wat heeft het project nog meer voor jullie opgeleverd?FP: Het bereik van de mensen is goed gelukt. We hebben heel veel nieuwe mensen geïnteresseerd voorarchitectuur of voor het NAI. Dat is natuurlijk ook heel belangrijk. Het doel van het project om ook over heelNederland uit te groeien dat duurt langer dan we dachten en dat heeft nu ook met financiën te maken en deeconomische situatie. Dan merk je toch wel dat heel veel partijen op de rem gaan. Dus dat is moeilijk, dat gaatlangzamer. Wat het nog meer heeft opgeleverd is dat we opeens als een heel innovatief instituut wordengezien en dat is voor ons heel waardevol. En dat willen we ook graag zijn omdat we ook in het buitenlandDutch Design promoten en Nederlands ontwerp.TVL: In het buitenland is de UAR app ook bekend?FP: Je hebt er in principe in het buitenland niets aan want alleen in Nederland zie je content. Maar het gaat welde wereld over via allerlei blogs en toestanden, over technologie nieuws zeg maar.TVL: De doelgroepen. Was er een doelgroep voor ogen in het begin? Een specifiek omschreven doelgroep?FP: Aanvankelijk was natuurlijk gewoon de bezoeker van Stad van Nederland die moest die app kunnengebruiken om buiten iets te doen. Dat hebben we heel snel los gelaten. Wij dachten aanvankelijk dat we mikteop een heel jonge doelgroep, van twintigers, en het grappige was dat, daar heb ik het nog met Hein Wils overgehad van het Stedelijk, die dacht dat eigenlijk ook. We kwamen er allebei achter dat bij onze eersteexperimenten dat het helemaal niet de twintigers waren maar eerder dertigers of zelfs veertigers die daarmeeaan de slag gingen en dat was eigenlijk heel logisch als je erover nadacht. Een Iphone, zeker toen, was prijzigom te hebben. Twee jaar geleden zeker nog wel. Dus jongeren hadden dat niet, die hadden een blackberry ofeen gewone Nokia. Het waren mensen met net iets meer geld die een Iphone hadden. Dus dat was eigenlijkheel logisch. Onze doelgroep is in ieder geval niet de professional, dus niet voor het vak publiek. Echt vooriedereen die belangstellend is voor zijn eigen omgeving.TVL: Is het resultaat meetbaar? Hier bedoel ik mee, je kunt bijvoorbeeld zien hoeveel gebruikers zijn, is dat danjullie resultaat?FP: Deels wel. Deels niet. Je kunt wel zien hoeveel keer de app is gedownload, je kunt ook zien hoe vaakpagina’s worden bekeken. Want de achterkant informatie is gewoon HTLM, in feite gewoon web paginaatjes.Dat kan je wel meten, maar het is heel moeilijk om te zien wat nou in één sessie gebeurt. 61
    • TVL: Dus of iemand meerdere pagina’s bezoekt of na één pagina al stopt?FP: Ja, dat is heel moeilijk om grip op te krijgen. En dat lukt eigenlijk niet zo goed. Dus dat blijft altijd een beetjegokken. We weten wel dat iemand ongeveer meestal vier á vijf keer de app opstart. Dat was tenminste tot eenjaar geleden het gemiddelde, dus dat iemand de app vier á vijf keer gebruikt. En gezien het feit dat er toen nogmaar een paar steden waren, vond ik dat ook wel ok. Maar we willen wel meer toegroeien naar dat het meereen app is die je vaker paraat hebt of die je heel gericht kan gebruiken.TVL: Jullie beschikken niet over een online homepage, de projecten van UAR zie je online niet terug. Is daarbewust voor gekozen?FP: Ja, want we hebben een ontwerp liggen voor een landingspage op het web, maar daar is op dit momentgewoon geen geld voor. Helaas een financiële afweging, dat de content niet online staat heeft ook eenauteursrechtelijke reden, dat heel veel fotomateriaal gewoon fotoarchieven gebruiken, waarvan we dantoestemming hebben om op een lage resolutie wel op mobiele media te gebruiken maar niet voor websiteswant dan concurreren we met weer met hun eigen websites. Dus dat ligt ook best wel ingewikkeld.TVL: Je moet het project van UAR kennen om te gebruiken. Je moet de app gedownload hebben op je telefoon.Er is niet gekozen voor een fysiek teken. Is dat dan een handicap? Of juist niet?FP: Ja en nee. Aan de ene kant….TVL: Er zijn bijvoorbeeld in Amsterdam al vierhonderdvijftig objecten.FP: Ja, dat kun je sowieso niet allemaal labelen. Want dat krijg je niet overal op elke plek gedaan. Zichtbaar terplekke ben je niet en dat is jammer. Want dat zou je soms wel willen doen. We doen het wel eens met acties,met de museumnacht bijvoorbeeld. We hebben het ook in het museumpark van Rotterdam gedaan. Daar zagje ook dat mensen het echt gebruikten. Dus dat doen we dan wel. En we hebben er wel eens met de ANWBover gesproken om het inzichtelijk te maken maar het is gewoon ingewikkeld. Dus dat zie ik voorlopig nog nietgebeuren.TVL: Dus er is over nagedacht waarna er bewust niet voor gekozen is. Dan wil ik graag door gaan naar eenvolgende vraag. Hoeveel mensen werken er op dit moment aan het project? Worden er stagiaires ofvrijwilligers ingezet?FP: Ik kan het alleen voor het NAI zeggen en niet voor de tientallen andere partijen. Wij werken nu met tweemensen erop, we hebben één fulltime business manager erop. En ik werk er dan als curator voor, maar ik doeook nog een aantal andere projecten. En daarnaast zijn er nog mensen van de collectie die beeld uitzoeken alswe ergens weer online gaan op een nieuwe plek. Dus dat is redelijk ad hoc. Ja, dat is het binnen ons instituut.En daarnaast heeft elke instelling wel zijn eigen manier om het te doen, sommige hebben een team, anderenzetten, zoals in Haarlem, een stagiair in die het CMS vult. Dus als je het bekijkt over al die instellingen gaat hetecht om tientallen mensen. Maar binnen het NAI is het eigenlijk maar tweeëneenhalf misschien.TVL: Dus dat is vrij weinig voor zo’n grote applicatie?FP: Ja, dat is heel weinig. Dat betekend dat je ook een heleboel dingen niet goed kan doen. Ik bedoel, insupport naar al die partijen toe, schieten we gewoon echt tekort. En ook in het naar buiten brengen, hetmarketen daarvan. We hebben natuurlijk wel een marketingafdeling, maar die is dan wel geneigd om als er eenevent is er dan iets mee te doen, maar dat is lastig.TVL: En een stagiaire voor het NAI? Kan die niet iets voor jullie betekenen?FP: Dat is lastig, want je moet zoveel leren aan zo iemand dan weer. En stagiaires zijn er meestal toch maarkort. Dus ik zou er niet heel gelukkig van worden. Ik moet wel zeggen dat er trouwens wel veel mensen bijandere externe partijen mee werken, bij DPI, bij Intien en die worden gewoon betaald voor het bouwen van deapp.TVL: En vrijwilligers? Maken jullie daar gebruik van?FP: Nee, doen we niet.TVL: Ok. Dan een geheel andere vraag. Hoe word de exploitatie bekostigd?FP: Oh dat was. De exploitatie bedoel je nu zeg maar? Niet de opstartfase?TVL: Nee, op dit moment bedoel ik.FP: Op dit moment is het een lijntaak, binnen onze organisatie net zoals onze website. Dus er is vanuit de NAIbegroting een deel van gereserveerd voor UAR. En dat is een deel wat eigenlijk de jaarlijkse kosten en licenties 62
    • betaald. Dat is niet zo’n groot bedrag. Dan praat je ergens over tussen de twintig á dertig duizend euro. Endaarnaast voor alles wat we nu willen doen, een toevoeging van een functionaliteit, moet we eerst een externezien te vinden die daar een belang bij hebben en die daarvoor willen betalen. We gaan binnenkort bijvoorbeeldondergronds. Dat je ook ondergronds dingen kan zien. En dat is een consortium van partijen die heel veel methet ondergrondse hebben, Ballast-Nedam en dat soort partijen. Die graag daar promotie voor maken.TVL: Wat bedoel je precies met ondergrondse? Aan wat voor soort objecten denk je dan?FP: Daar kun je dan onder de grond mee kijken. Dan zie je bijvoorbeeld een parkeergarage.TVL: De Noord-zuid lijn?FP: Ja, de Noord Zuid lijn. Al dat soort dingen. Zo kun je boven de grond zien wat er ondergronds is. En datfinancieren we dus helemaal uit marktpartijen die daar een belang bij hebben om hun informatie naar buitente brengen. Ja, dus dat is een beetje de nieuwe weg.TVL: Dus dat is een mooi toekomstplan. Zijn er nog meer toekomstplannen op dit moment? Of is dit financieelniet mogelijk?FP: Nou goed, we zijn heel hard bezig met allerlei nieuwe ideeën. Over sommige kan ik eigenlijk gewoon nogniets zeggen. Het meest in de buurt liggende is het ondergrondse project waar we nu volop mee bezig zijn. Weblijven ook bezig met steden toevoegen. We gaan binnenkort met Hilversum aan de slag. Dat vloeit eigenlijkgestaag door.TVL: Met Hilversum aan de slag. Dan benader je partijen in Hilversum die belang hebben bij het project?FP: Ja precies. In dit geval is dat een woningbouwvereniging daar die enthousiast was, DUDOK wonen. Wehebben een soort stramien, we zoeken één partij in een plaats die daar de leiding neemt. Vaak is dat een lokaalarchitectuurcentrum. We hebben ook ARCAM hier in Amsterdam en die zoekt daar dan zelf partijen bij, zodatwij dat niet allemaal hoeven te doen. En dat is een partij die we volledig vertrouwen dus die geven we gewooncarte blanche om het CMS te vullen. En daardoor wordt het iets van hun zelf en dat is ook heel erg prettig,want ze zetten het ook gewoon in, dus we worden heel vaak verrast door allerlei leuke nieuwe routes die er inworden gezet door bijvoorbeeld ARCAM. Daar hebben ze een nieuwe tentoonstelling en daar maken ze daneen route bij in UAR. En dat is hartstikke leuk.TVL: Dat is een goede manier om aan nieuwe content te komen voor UAR. Welke andere doelen zie je voor je?Heb je daar nog een toevoeging bij?FP: We denken wel een beetje na, het hangt een beetje samen met de doelgroep vraag. Er zijn twee soortengebruik van de app en daar moeten we nog iets mee doen. Dus dat is ook wel een doel voor de toekomst. Aande ene kant heb je mensen die zeggen, ik noem maar wat: we gaan een dagje naar Amsterdam en leuk dan gaik hier een wandeling lopen met UAR en dan loop ik over de Dam en dan zie ik allerlei dingen die ik nog nooitgezien had. Dat is het toeristische gebruik. En binnen dat toeristische gebruik gaat het om highlights en mooiedingen zien en wandelingen lopen. En aan de andere kant heb je meer het shazam achtige gebruik van mensendie gewoon set informatie willen hebben over bijvoorbeeld een bouwproject bij hen in de straat. Die denken:hé wat gaat hier gebouwd worden, ik wil het even weten, ik richt mijn telefoon erop en ik zie het. Dus dat zijntwee hele verschillende manieren om er mee om te gaan. Het ene heel recreatief en het andere een belangpuur informatie te hebben.TVL: Is de applicatie Nederlands en Engels talig?FP: Ja, dat kun je niet kiezen. Dat hangt af van de keuze die je instelt in je telefoon. Dus als je telefoon op Engelsstaat is UAR ook in het Engels. Dus die twee groepen, daar zijn we naar het kijken, of we dat een beetje kunnengaan splitsen. Dat we kunnen zeggen, we willen, UAR heeft eigenlijk twee lagen, een informatie laag en eenbeleving laag en die hoeven elkaar niet noodzakelijk in de weg te zitten, maar dat moeten we goed gaanstructureren. Want je wilt die twee verschillende groepen ook op hun eigen ding aanspreken. Dus dat is eenduidelijk doel voor de toekomst.TVL: Dan wil ik graag doorgaan naar de laatste vragen, namelijk over het project Erfgoed-info. Ik weet er vrijveel van af en ik hoop al je vragen te kunnen beantwoorden. Ik wil beginnen met jou eerste indruk. Wat wasjouw eerste indruk van het project voorstel?FP: Mijn eerste indruk was goh dit zit eigenlijk heel simpel in elkaar, het idee is simpel en dat is goed. Ik dachtook wel er zijn al een aantal dingen die in het zelfde vaarwater zitten. Zoals AB-C media met hun 63
    • rijksmonumenten app, dat zit al wel een beetje in die hoek. UAR zit er natuurlijk voor een gedeelte ook in. Duswat dat betreft is er wel al een soort van overlap. Oneindig Noord-Holland heeft er ook wel weer raakvlakkenmee. Daar zie ik dan wel een ding. En wat ik mij bij dit ook wel afvraag is, in welke mate voor het publiek hetwoord erfgoed, en de invalshoek erfgoed, aansprekend is. Weet het publiek wat dat is, erfgoed? Is het ietswaarvan je denkt: Ik moet een erfgoed app hebben? Dat vind ik lastig, dat vind ik ook bij Oneindig Noord-Holland lastig. Dat zijn verhalen over Noord-Holland, dat is ook heel breed. Dat vind ik bij UAR dan weerduidelijker, niet om mijzelf nou op de borst te kloppen, maar dat is gewoon architectuur. En als je iets overarchitectuur wilt weten dan moet je UAR downloaden.TVL: Dus dan doel je op de naam: Erfgoed-info?FP: Ja, de focus dus. Want erfgoed-info. Zijn het gebouwen? Of zijn het ook kunstwerken buiten? Zijn het danook erfgoed dingen binnen? Dus waar gaat het precies om?TVL: Dat zal jij dan zien als een valkuil van het project?FP: Ja, in het ver marketen van het idee zeg maar. Is dat een aansprekende term of is eigenlijk erfgoed eenvakterm? Ik denk het wel namelijk. Ik denk niet dan mijn ouders het woord erfgoed gebruiken, die hebben hetover kunst of over gebouwen. Over concretere dingen dan erfgoed.TVL: Erfgoed is natuurlijk een breed begrip. Je kunt erfgoed in verschillende categorieën verdelen. Mobielerfgoed, industrieel erfgoed, immaterieel erfgoed et cetera. Wat vind je juist sterke punten van het project?FP: Het is wel een point en shoot idee, gewoon de simpelheid daarvan spreekt mij heel erg aan. Dus je hebtzo’n code houdt je telefoon erbij en je krijgt gewoon heel sec informatie.TVL: Wat vind je van de QR-code? Vind je dat een goed middel voor het overbrengen van informatie?FP: Ik ben de laatste tijd aangenaam verrast door hoe goed en snel het werkt zeg maar. Ik zie bij mijn eigenreader hoe snel die het oppakt. Ook als je denkt, ik moet het nog gaan doen, en dan heeft hij hem al. Dus datvind ik wel heel goed. Mijn probleem is dat ik ze lelijk vind en dat ik weet dat het niet meer nodig is om ditsoort dingen te gebruiken. Je zou ook mooie logo’s zelf kunnen maken en dan kan het ook. Maar dat hangt ookeen beetje af van de hoeveelheid natuurlijk. Maar dat vind ik altijd het jammere in het ding, het grootste deelvan de aandacht gaat naar dat vierkant met die blokjes waarin mensen wel lezen, hé daar zit iets, maar dat dingonderscheidt zich niet van alle andere QR-codes.TVL: Je kunt wel 30% van de code weghalen en dan in het midden van de code bijvoorbeeld een logo plaatsen.FP: Ja, van die herkenbaarheid, daar zal ik wel heel veel werk van maken.TVL: Oneindig Noord-Holland heeft dat ook, daar staat midden in de QR code een logo.FP: Ik blader er nog even doorheen (projectvoorstel) en ik kijk nog even naar wat voor meer eerste indrukken ikhad. Het was voor mijn vakantie dat ik er naar keek. Gaan jullie deze informatie wel op een website laptopzetten?TVL: Ja, dat is wel de bedoeling. Daar zal de content van de mobiele website ook beschikbaar zijn. Het wordtwel een aparte website.FP: Hebben jullie ook een idee hoeveel bereidheid er is om die dingen te mogen plakken? Bij eigenaren.TVL: Als die eigenaren mee doen met het project, in de samenwerkingsverbanden zoals dat is afgesproken dankan dat. Het zal zo kunnen zijn dat er al bordjes op het gebouw aanwezig zijn, waar de QR-code bij geplaatstkan worden, of misschien wel dat de bordjes worden vervangen door de code, waardoor er maar één bordjeoverblijft.FP: Ja. En ik had ergens zien staan dat het ook een soort van keurmerk is. Dat vond ik een heel frappanteomschrijving. Een keurmerk van dat het erfgoed is?TVL: Dit weet ik niet zo goed. Maar een keurmerk dat het erfgoed is en dat er meer informatie beschikbaar isop de locatie. Ik heb voor mijn onderzoek ook een online enquête afgenomen, bij ongeveer 100 mensen.Daarin heb ik ook de vraag gesteld hoe de informatie eruit zal moeten zien. Daar zijn interessante dingenuitgekomen. Veel mensen hebben de enquête serieus ingevuld, waardoor er veel informatie is. Ik zal dezeresultaten nog naar je opsturen.FP: Ohja, kijk. Dit logo’tje lijkt alweer een beetje op…TVL: Een schildje van de rijksmonumenten.FP: Ja, van AB-C. 64
    • TVL: Nu is het logo, het rondje op de voorkant met een QR-code, het idee.FP: Ja. Wat mijn indruk was, het was heel straight forward. Het is niet moeilijk te begrijpen wat het is zeg maar.Dat vind ik heel helder. Had je daar nog vragen over?TVL: Nee, daar heb ik concreet geen vragen meer over. Wel nog over de samenwerking. Is er eensamenwerking mogelijk tussen UAR en het project Erfgoed-info?FP: Dat zou kunnen. We zouden moeten kijken in welke manier het elkaar dan aanvult. Het zijn natuurlijk tweetotaal verschillende manieren van Augmented Reality, de QR-code versus GPS. Dus je kunt wel een koppelingmaken, maar daar moet je altijd een beetje afvragen hoe wenselijk is het dan weer als je hierop kliktbijvoorbeeld op bekijk in UAR, ik noem maar wat, en dat mensen vervolgens geconfronteerd worden dat ze ietsmoeten gaan downloaden, dat is meestal iets waar mensen van schikken.TVL: En als je nu bijvoorbeeld een code scant, op een point waar een object te zien is en dan wordt je meteendoorgelinkt naar Layar. Zonder de kopjes van de standaard code. Dan kan je meteen doorgelinkt worden naarbijvoorbeeld een 3D model uit UAR. Dan heb je wel het fysieke teken.FP: Daar zouden we eens goed over na moeten denken, welke informatie dan in UAR en andersom, nietdubbelop is. En hoe dat zou kunnen. Wat mij ergens een hele logische manier lijkt om het te koppelen is door,hebben jullie ook wandelingen erin zitten?TVL: Nee, dat nog niet.FP: Dat is wel een functie die in UAR heel duidelijk is.TVL: Er komt wel een kaartje in waar de gebruiker kan zien waar hij of zij zich op dat moment bevindt en of ereventueel andere projecten in de buurt te zien zijn. De routes lijken ons ook erg leuk, maar daar is nog geenconcreet plan voor bedacht.FP: Hoe staan jullie daarin, als je een knop hebt met een bepaald soort informatie en hij schakelt over naar eenandere app? Naar UAR in dat geval dan, is dat ok of zeg je van nee, we willen eigenlijk al onze gebruikers in deapp houden?TVL: Volgens mij is dat, sorry ik weet het niet precies, maar ik denk dat daar zeker over te praten valt en dat erdan een koppeling zou kunnen ontstaan. Als we een partij hebben met veel objecten zal er ook doorgelinktworden naar die website, net zoals bijvoorbeeld een gebouw te huur is of waar evenementen gehoudenkunnen worden. Er zal ook een nieuw ontwerp voor de mobiele website komen, waarin de verschillendepartijen kunnen kiezen uit een vorm. Nu zijn bijvoorbeeld ook de knopjes te klein, dat moet duidelijker. Volgensmij is er zeker een mogelijkheid. Maar ik zal dan voorstellen om een keer met zijn allen, met Liesbeth erbij, heterover te hebben.FP: Ja dat zeker en dan ook met onze manager van UAR erbij, Marlies den Hartog en die kan daar dan afsprakenmaken over hoe wat we dan kunnen koppelen.TVL: Ja, dat lijkt mij erg interessant.FP: Ja het is vooral ook interessant als jullie geïnteresseerd zouden zijn om te kijken, wat wij nu ook aan hetonderzoeken zijn, wat je automatisch kan koppelen. En of je dan kunt zeggen van, je kunt ook eensamenwerking waarin je niet zozeer naar elkaars app verwijst maar waar je wel content van elkaar kuntgebruiken. Dat kan ook. Wij doen daar niet zo krampachtig over. Ik weet dat Oneindig Noord-Holland heelmoeilijk over doet, die hebben zoiets, nou dat is van ons en die denken heel erg in termen van concurrentie.Maar, je zou kunnen kijken of je op vlak van, dat wij jullie beelden kunnen leveren uit onze collectie, die bij degebouwen horen. Schetsen van gebouwen of foto´s van maquettes. Dat jullie op je beurt weer tekstjes hebbendie wij kunnen gebruiken. En dan zou het kunnen. Dat kan heel goed. Ik denk dat we een keer met Liesbetherbij, kunnen inventariseren.TVL: Ja, dat lijkt mij een goed idee. Ik weet er wel veel van, maar op samenwerkingsgebied vind ik dat moeilijkom te zeggen.FP: Ja dat begrijp ik, ja.TVL: Ok. Dat was het. We hebben alle vragen doorgelopen.FP: Nou, mooi.TVL: Hartelijk bedankt voor je tijd. 65
    • 2. IJdijkenroute van Sparked – David van ZeggerenDatum: 08-11-2011 10.00Interview: David van Zeggeren (DVZ)Functie: Projectmanager SparkedProject: IJdijkenroute (QR)Duur van het interview: 50 minutenTVL: Van wat soort projecten op het gebied van locatieve media heb je de laatste tijd gehoord?DVZ: Het QR-project waar ik van weet, dat weet Liesbeth sinds gisteren, is van IAmsterdam en van het ATCB.De website daarvan is IamQR punt info of punt nl, dat zal je even moeten checken. Dat is nu een test site, als jedaar nu naar toe gaat zie je wel wat content, het ziet er nog niet helemaal top uit.TVL: Is dat een project van Studio Parkers?DVZ: Dat zei Liesbeth ook al, maar dat zal je even moeten uitzoeken.TVL: Volgens mij waren zij daar mee bezig, een jaar geleden ongeveer.DVZ: Ik weet dat Studio Parkers voor de eerste versie van de IJdijkenroute is gevraagd om een plan te maken.Dat is uiteindelijk niet bij hun terecht gekomen puur omdat ze volgens mij een andere budgetberaming haddendan eigenlijk Sparked. Ik ben eigenlijk een beetje partijen langsgegaan in mijn beginfase van mijn stage bijDienst Ruimtelijke Ordening. Misschien dat Parkers het hadden over het QR project waar wij nu mee aan deslag zijn gegaan. Maar het kan ook zijn dat dit het is. Maar IamQR, wat ik zie, het wordt eigenlijk een beetje eensoort toeristische informatie, het wordt ook weer aan locatie gekoppeld. Door middel van vier bordjes, dat iswel echt heel veel, één bordje met een Amsterdams rood kruis, één met een Nederlandse tekst, één met eenEngelse tekst en één met een QR-code. Het zijn een soort tegels, platte tegels, ik denk zo groot ongeveer. Endie plakken ze dus op gevels, dat wordt dus een grote rommel.TVL: Zijn er nog meer projecten waar je iets over kunt vertellen?DVZ: Ja er is een project tussen stadsdeel Noord, stadsdeel Centrum en Oost gaat lopen. En we zijn bezig methet project van de IJdijken uit te rollen, er zijn meer dijken, we willen naar Muiderberg en aan de Noordkant entoen kwamen we met stadsdeel Noord in gesprek en die zeiden van ja luister eens er komt al een QR-project,kunnen jullie niet samen doen? Al die nieuwe locatieve media projecten die telkens weer het nieuwe wielwillen uitvinden. Toen zei ik van ja dat is goed, ik neem contact met ze op. En dat heb ik gedaan, maar zij zijn inzo’n laat stadium dat samenwerken bijna niet meer kan. Echt samen optrekken, dus daar moeten we nog ietsanders voor bedenken. Ja, ze zijn al klaar, die tegels zijn al gebakken en die codes liggen er al. Dus dat word eenheel gedoe om dan via die QR-code erachter te komen, dat zou je moeten communiceren dat de IJdijken routedaar dan ook in zit, dat is allemaal best moeilijk. Als een partij nu tegen ons zegt, we willen graag aanhaken bijjullie route, dat is ook lastig, dat werkt moeilijk.TVL: Waarom is ervoor gekozen om het project IJdijkenroute op te zetten?DVZ: Nou, het project is eerst een takenproject geweest die ik heb gedaan bij de Dienst Ruimtelijke Ordeningvan de gemeente Amsterdam. Daar waren ze al begonnen met het project IJdijken, maar dat was meer eenbeleidsmatig plan. Er was een onderzoek gedaan door een historicus, wiens naam ik even ben vergeten, en diezei van die dijken zijn echt van groot belang voor de stad. We willen niet dat ze verdwijnen in.. want deplanologische plannen die er altijd vanuit de stad komen, maar de elementen zijn bewaard, en dat is het eerstedoel van het project in 2006, een soort van rapport, ook met belangende partijen die willen dat de dijkenbewaard blijven, dat we ze niet snel vergeten. Nou daar zijn een aantal monumenten statussen aangekoppeld,aan het plan en vervolgens ontstond het idee om ook die dijken naar het publiek te gaan brengen. Om er eensoort publieksproject van te maken. Omdat het ook historisch interessant is voor de inwoners van de stad.TVL: Was dit nog steeds een onderdeel van je stage?DVZ: Nee, dit was allemaal het project van 2006, een beleidsmatig plan met een aanzet tot een publieksplan,dat werd nooit uitgevoerd, dat is in de kast terecht gekomen. En in 2010 kwam ik daar vanuit stage vanErfgoedstudies van de UvA terecht en toen zeiden ze nou we hebben nog wel wat in de kast staan dat 66
    • misschien voor jou interessant is. Toen heb ik daar naar gekeken, en gedacht wat kunnen we daar nou meedoen? Toen heb ik het project aangenomen en gezegd nou daar wil ik wel mee aan de slag. En al heel gauw washet duidelijk dat er een aantal eisen waren aan het project en dat was fysieke zichtbaarheid, de dijken die je nuaf en toe nog wel ziet, maar hoe maak je dat zichtbaar? Hoe doe je dat dan? Het is tegelijkertijd informatie diegaat over de dijken en hun rol, maar ook over wat daar gebeurde en ook om wat daar gaat gebeuren, dat je dievertelde aan het publiek. En hoe je dat dan ging doen, dat was dan mijn taak om dat uit te zoeken. Uiteindelijkkwamen we dus doordat je die fysieke zichtbaarheid moet hebben en een verhaal wilt vertellen, dan kom je alheel gauw bij locatieve media. Daar zijn een aantal mogelijkheden voor en toen uiteindelijk voor QR gegaan. Enin eerste instantie QR op tegels, straattegels, dat had een beetje te maken met de eisen van StadsdeelCentrum, omdat die zeiden we willen zo min mogelijk bordjes in het centrum, maak het eigenlijk zo minmogelijk zichtbaar, dat was een beetje hun idee. Dus uiteindelijk zijn er voor tegels een ontwerp gemaakt endat is uiteindelijk weer afgebroken en uiteindelijk zijn het borden geworden. Dat is specifiek omdat we willendat de dijken worden, eigenlijk zouden we een rode of een bronzen lijn over die hele dijk willen trekken, om telaten zien, dit is een IJdijk en hier kun je verhaal ophalen, dat is een beetje te duur. En als je dat overal gaatdoen wordt het een beetje een wirwar.TVL: Jullie hebben dus voor QR gekozen omdat dat echt zichtbaar is?DVZ: Je hebt natuurlijk Augmented Reality maar dat is niet zichtbaar en je kunt een app maken en dat is ookniet zichtbaar. En verder, ja je kunt natuurlijk ook bordjes maken met hier is een Augmented Reality Layarzichtbaar, dat gebeurt nooit, wat op zich best wel zou kunnen. Dit was het meeste voor de hand liggend. Endan hebben we nog getwijfeld of we de QR of de Microsoft Tag gingen gebruiken, maar die laatste is een tagdie bijna niemand kan lezen. We hebben echt gekozen voor QR omdat dat toegankelijker is dan veel anderenen dat het zichtbaar is.TVL: Op welke manier is de samenwerking met Oneindig Noord-Holland ontstaan? Bestond dat platform al?DVZ: Ja dat platform bestond al. Nou dat is een goede vriend van Laurens, mijn baas die af en toe langsloopt,en die is projectleider bij Oneindig Noord-Holland en die had al vrij snel gehoord van dit initiatief en die vondhet heel interessant. Maar hij zag ook wel dat we heel erg onze eigen weg aan het gaan waren. Ik had er zelf alwat partijen bij betrokken, al wat musea maar ook al wat gemeentes en stadsdelen. En uiteindelijk kregen wedaar de gehele financiering niet rond. Toen heeft Oneindig Noord-Holland gezegd van ok dit vinden we zo’nbijzonder project, dit willen we adopteren, dan betalen wij de helft van het project budget, maar dan willen weook meer dingen te zeggen hebben. En dat hebben we gedaan om twee redenen. We waren op zoek naar eenplatform waar we onze verhalen op kwijt konden, niet alleen mobiel maar ook web. Daar was Oneindig Noord-Holland wel in the picture. Maar ook gewoon uit nood geboren omdat we gewoon niet genoeg geld hadden enzij zeiden, nou we willen hier wel aan mee investeren. Maar dan haakt het wel direct aan en dan moeten jullieook ons logo communiceren, dat was allemaal helemaal prima. Dat was helemaal goed.TVL: Het logo van Oneindig Noord-Holland staat elke keer in het midden van de QR-codes?DVZ: Ja en in de volgende fase gaan we dat niet meer doen, omdat zij dan ook de opdrachtgevers niet meerzijn. Dan wordt het of het IJdijken logo erin. Het is nu ook een heel gecommuniceer met logo’s. Een QR-codemet een Oneindig Noord-Holland logo, een IJdijkenroute logo en je hebt het logo van de partij die het bordjebeheert. Dus dat is best wel veel.TVL: Wat willen jullie uiteindelijk bereiken met het project?DVZ: Dat heb ik al een klein beetje verteld. De waarden van de dijken zichtbaar maken en dat zijn er een aantal.De waterkerende waarde die de dijken nog steeds hebben, landschappelijke waarde, als je uit de stad gaat enje de dijken ziet liggen, ik denk dat dat ook wel een bepaald stukje erfgoed wat je daarmee weghaalt, als je dedijken verwijdert. En het heef in dit geval een recreatieve waarde denken wij, mensen gaan op die dijkenfietsen, van punt A naar punt B en genieten van de natuur. Het heeft ook een, dat rapport heb ik nog nooitgezien, maar het heeft ook een ecologische functie, een soort van ecologische verbindingszone tussen eenaantal plekken. Het heeft een aantal waarden die we wilden uitdragen, dat is één. Twee was de historie willenvertellen aan mensen en simpelweg het behoud van de dijken proberen te garanderen. Mensen leren hetkennen. Als iets dreigt te verdwijnen is het het beste om er veel reuring omheen te creëren en dan te zorgendat mensen dat het publiek er een connectie mee krijgt. Nou zeg ik niet dat die dijken echt bedreigd worden, 67
    • maar het is altijd goed om iets te duiden, zodat als het ooit bedreigd raakt, dat je kunt zeggen van nou, dezegroep mensen maken er gebruik van. Dat is bijvoorbeeld ook met die Anne Frank boom gebeurd. De AnneFrank boom dreigde te verdwijnen, maar toen heeft een groep van Erfgoedstudies gezegd, Anne Frank keek ernaar, het is erfgoed en ineens viel heel Nederland erover en is het gigantisch groot geworden.TVL: Ok, over de rol van Oneindig Noord-Holland hebben we gesproken en ook hoe de samenwerking tot standis gekomen. Wat was het businessplan? Hoe is het project gefinancierd?DVZ: Nou, hoe we dat hebben gedaan is zo, we hebben een deel van de financiering van Oneindig Noord-Holland laten doen, dat was ongeveer de helft. En de rest van de financiering hebben we verdeeld over deverschillende partijen, die ook bordjes adopteerden. De overheid, ook gemeente en stadsdeel, kunnen eenaantal bordjes, minimaal vijf, minimaal vier eigenlijk, adopteren. Daar krijg je een startbedrag voor envervolgens moet je ook het beheer kunnen doen.TVL: Wat is het voordeel voor bijvoorbeeld een stadsdeel om aan het project mee te doen? Wat krijgen zeervoor terug?DVZ: De route, als wij het niet hadden gedaan, was het er nooit gekomen. Dat is sowieso één en er zijn eenaantal andere dingen, dat zit ook in de doelen, die je ervoor terug krijgt. Er zijn een aantal projecten per jaardie stadsdelen en gemeentes moeten doen op het gebied van ecologie, educatie, recreatie, dat soort dingen.Daar valt dit ook onder en het zijn allemaal redelijk kleine investeringen wat ze moeten doen. Maximaal betaalteen gemeente vijfduizend euro en dan krijgen ze een route met alles erop en eraan. De verhalen, de mobielewebsites, de communicatie, alles zat daarbij. En dat was voor hun best wel een lage drempel, wat een nog ietshogere drempel voor ze was waren de blijvende kosten. Er blijven nu ook altijd kosten, die zijn niet zoveel,maar dat vinden gemeentes irritant, die willen het liefst alles in een keer afkopen en dan moet het klaar zijn endat is in dit geval niet.TVL: Waar zijn deze lopende kosten voor bedoelt?Doordat je een mobiele website in de lucht houdt, betaal je daar dataverkeer kosten voor. Hoe meer het wordtgebruikt, hoe hoger de kosten zijn. Dat is nog steeds niet heel veel, een paar honderd euro.TVL: Kan je achterhalen hoe vaak één bordje wordt gescand?DVZ: Ja al die gegevens hebben we in Google Analytics, daar kan je bijvoorbeeld zien welk bordje het meestegebruikt is.TVL: Kan je ook terugzien of gebruikers een bepaalde route hebben gelopen? Of zij maar één bordje hebbengescand of meerdere?DVZ: Dat is wat moeilijker. Omdat het verschillende pagina’s zijn. Je kunt bijvoorbeeld op één locatie staan endan uitchecken en dan vervolgens wel naar een volgende locatie gaan. Maar je kunt ook binnen de websitedoorklikken naar de volgende locatie, dat kan ook. Je kunt of die code opnieuw scannen op de volgende locatieof binnen die pagina klik je door.TVL: Je hoeft dus niet de code te scannen om de informatie op je telefoon te krijgen?DVZ: Hoeft niet. Als je de eerste pagina hebt geopend, dan hoef je de hele route niet te scannen. Behalve als jetelefoon uitvalt, kun je in principe gewoon door. Dat mensen uitstappen is vrij hoog en dat heeft deels temaken met het feit dat mensen denken, ok ik heb de eerste locatie gezien, ik ga nu naar de volgende. Ik klik opde home button van je IPhone, dan ben je dus al uitgecheckt. Dus dat is wel een beetje lastig, maar we kunnenhet bijhouden.We hebben financiering rond tot tweeduizenddertien. De meeste partijen hebben toegezegd om bij te dragentot tweeduizenddertien. Dan komt er een moment dat we met zijn allen rond de tafel gaan zitten en het tehebben over of we het de moeite waard vinden om door te gaan. Dan zouden er extra lopende kosten bijkomen, die niet zo heel hoog zijn trouwens. Maar er zijn verder nu ook niet meer zo verschrikkelijk hoge kostenmeer om te dekken, we hoeven er niet een heel verdienmodel uit te halen omdat er nu simpelweg niet zo veelte doen is. Behalve dat je er natuurlijk ook wel verse content in wilt blijven stoppen, daar wil je wel iemandopzetten die de communicatie gaat doen, dat nog meer mensen het te weten komen. En dat is wel wat er nuaan mist, daar is nu gewoon geen budget voor. En ik doe dat wel een beetje in mijn vrije tijd, maar het zounatuurlijk mooi zijn als er één of twee mensen op zitten die constant het ding levend houden.TVL: De gebruiker kan zelf geen content toevoegen toch? 68
    • DVZ: Nee, dat klopt inderdaad.TVL: Je hebt het net al kort toegelicht, maar waarom hebben jullie eigenlijk gekozen voor het inzetten van QR-codes?DVZ: Ik vind QR eigenlijk een beetje een tussenoplossing wat mij betreft. Ik vind het niet helemaal een mooimedium, maar dat heeft met een aantal dingen te maken. Sowieso met dat ik het lelijke codes vind over hetalgemeen, zelfs als ze in kleur zijn vind ik ze niet altijd heel mooi. Wat wel is, ze zijn wel herkenbaar, ook doordat zwart witte juist. Iemand sprak laatst over robot kots.TVL: Ja, dat had ik ook ergens op internet gelezen.DVZ: Dat vind ik wel een mooie, want dat is het ook wel gewoon. Het ziet er eigenlijk helemaal niet uit, maarmensen herkennen het wel van iets van hé hier zit iets achter, dus wel een soort van missie, je wilt wel wetenwat het is over het algemeen, niet altijd. Maar ik denk dat er binnenkort wel andere technieken aankomen diede drempel een stuk lager maken om in te checken. Dat is nu nog van ik zie die code ergens, ik wil eigenlijk welweten wat erachter zit, maar ik weet zeker dat het wel een halve minuut gaat duren dus dan doe ik het niet. Endat is eigenlijk zonde, als ik een techniek heb waarvan ik zeker weet van als ik daar incheck dan heb ik binnendrie á vier seconden heb ik de content op mijn telefoon, dan ga ik het zeker doen.TVL: Dan doel je op RFID?DVZ: Ja, via NFC. RFID is niet met je telefoon te doen, nog. Dat zijn van die chips, ik heb er bijvoorbeeld een aanmijn sleutelbos van Mediametic, daarmee kan je inderdaad ook informatie ophalen, maar NFC werkt tweekanten op. Near Field Communication is dat, de nieuwste telefoons, Blackberry heeft dat, maar ook Androidtelefoons volgens mij, die hebben zo’n chip in de telefoon. Dat is vooral bedoeld voor het digitale betalen wateraan komt, maar ook, je legt je telefoon op een andere NFC chip die ergens ligt of bij een museum hangt opstraat. En die leg je erop en je hebt meteen dat wat erin zit. Wat het verschil is met RFID sowieso dat hij niet inje telefoon zit, maar ook dat je heen en weer kan communiceren. RFID is eigenlijk één kant op. Dus eigenlijk diezender zend iets naar mij toe, maar als ik NFC heb kan ik ook terug communiceren. Dan kan je bijvoorbeeld ookuser generated content toevoegen aan iets wat in NFC is gedaan, kan dus gewoon. Je kunt dus zeggen nou ikvond het leuk of je kunt er vier sterren aan geven en dan slaat hij dat ook op en dan komt het daar ook echt interecht. En het is supersnel, dat is echt een mooi alternatief voor QR en voor andere tagging dingen. Maar datis er nog niet, het zou leuk zijn om binnenkort een keer een pilot te zien daarvan. Maar ik denk dat het nog welerg duur is en nog iets te weinig telefoons die dat hebben. Ik heb nog nooit een telefoon gezien die het heeft.Op internet wel van die filmpjes en dat ziet er allemaal flashy uit. En er is ook al een herkenningslogo voorMuseum Near Field Communication, dus dat is wel goed, want dat mist ook wel heel vaak nog. QR is natuurlijkook wel herkenbaar maar eigenlijk is Augmented Reality ook een locatieve media, het zou leuk zijn als daar ookeen of ander herkenbaar iets voor komt. Maar voor NFC is dat er dus al, door een soort van Near FieldCommunication werkgroep, die heeft dat opgezet.TVL: Ja, vorige week heb ik met Ferry Piekart gesproken, van het NAI, van de UAR app. En die hebbenAugmented Reality waar ze gebruik van maken en daar heb ik het met hem ook heel lang over gehad. Zijhebben 450 objecten in Amsterdam, dus mensen die de app op hun mobiel hebben die weten als ze de appopenen, dat er iets te zien is en dat is voor hen een groot voordeel.DVZ: Ja, UAR is mooi. Een van de dingen waardoor het bij hun ook heel erg goed werkt is dat er een gigantischcommunicatie achter hebben gezet en dat het heel erg hip is. Dus dat je dingen kan zien die er nog niet zijn ofdie er waren, die kun je tot leven brengen met je mobiele telefoon. Dat is hartstikke tof.TVL: UAR heeft nu ook toegevoegd dat mensen zelf informatie kunnen toevoegen, gebouwen kunnentoevoegen, waardoor de database steeds grote zal gaan worden door heel Nederland.DVZ: Ja leuk, oké.TVL: Ik wil het graag met je hebben over het opzetten van het project. Wat waren toen de grootste valkuilen?Waar liep je tegenaan?DVZ: Een van de valkuilen was dat we wat betreft content te weinig afspraken hadden gemaakt. We hebbeneen aantal partijen gevraagd om voor ons verhalen te schrijven waar onder, we hebben het een beetjeverkocht alsof het een pilot was, dat het een testproject was. Het was een hele kleine bijdrage wat zij moestendoen en het waren allemaal partijen die bij Oneindig Noord-Holland waren aangesloten. En die hadden een 69
    • afspraak met hun van het is goed om af en toe wat op Oneindig Noord-Holland te zetten, maar uiteindelijkhebben we dat zelf dan losgelaten en hebben we gezegd van willen jullie alsjeblieft 10 verhalen schrijven. Endat heeft er uiteindelijk toe geleid dat we op het eind heel veel hebben moeten doen, voor de volgende fasezouden we dat wel anders doen. We hebben met de gemeente en de stadsdelen contracten gesloten, nou dit isverantwoordelijkheid, en dat is allemaal goed gegaan. Maar die content was heel vrijblijvend, wil je misschien 5verhalen schrijven en dan zeiden ze van ja. Maar uiteindelijk is dat van een aantal partijen gewoon niet vangekomen. En één partij heeft helemaal niets meer gedaan uiteindelijk. En die is op het eind wel meegenomenin het communicatietraject en dat is een beetje suf geweest. En nog een andere partij heeft wel bronnen aanons gegeven, maar uiteindelijk niets geschreven. Dus dat was een beetje zuur. We hadden vijfentachtigverhalen in de planning staan en drie weken voor tijd waren het er vijfenveertig, dus er moesten er nog veertigbij. Toen heb ik een aantal oud studiegenoten van mij gevraagd om aan de slag te gaan en die hebben het erggoed gedaan. Dus uiteindelijk nog wel op tijd klaar, maar dat was een valkuil, dat je echt op die content, dat isecht een van de grootste uitdagingen om dat voor elkaar te krijgen. Al die content van al die plekken, opdezelfde manier, op tijd, kwalitatief hoogstaand erin te krijgen. Maar het kan wel, je moet het gewoon goedorganiseren.TVL: Was er nog een andere valkuil bij het opzetten van het project?DVZ: Een andere valkuil is dat we uiteindelijk wat betreft communicatie, weinig budget hebben gehad, ookingeraamd. We hebben wel wat communicatie kunnen doen, maar om uiteindelijk effect te krijgen heb je welwat nodig.TVL: Oneindig Noord-Holland heeft volgens mij wel een duidelijk communicatie plan.DVZ: Oneindig Noord-Holland hebben heel veel projecten die ze willen promoten en die promoten de IJdijkenniet heel erg. Ook omdat ze volgens mij een beetje het idee hebben dat we redelijk autonoom zijn. Dus dat zouik in de volgende fase wel anders willen doen. Het is wel weer zo dat als je echt goede communicatie wiltmaken, dat je echt op tienduizend euro uitkomt. En dan wordt het duurder dan je hele project zelf, dat kanniet. We hebben ook een beetje vertrouwd op de aanwezigheid van bordjes op straat en dat is misschien welniet helemaal goed. Want mensen herkennen het niet, dus die denken van wat is dit? Mensen die het hebbengehoord en gelezen, die gaan het erna doen, er gebruik van maken. Dus communicatie is ook wel een valkuil,niet te onderschatten. Ik zit even te denken… Wat misschien niet een valkuil is, maar wat wel heel mooi zal zijngeweest als we het wel hadden gedaan, maar dat heeft ook weer met budget te maken, dat het nu echt alleenmaar tekst en beeld is en ik er eigenlijk toch ook wel graag audio en video erin had gewild. Maar dan ga jegewoon zo in de kosten lopen, we hebben er nu alleen maar verlies op gemaakt, maar uiteindelijk zal het voorde volgende fase heel mooi zijn als het er wel in komt. Omdat ik denk dat dat gewoon wat wij makenlaagdrempelig is als je dat bijvoegt, dat audio, dat mensen niet de tekst hoeven te lezen maar dat je hetgewoon kunt horen, dat zal wel leuk zijn.TVL: Een soort audiotour?DVZ: Ja een soort audiotour in de openbare ruimte, dat zal wel leuk zijn. Wat we ook hadden bedacht, dat wemet een kenner over straat lopen, met een camera erbij, en diegene per locatie een minuut over de plek telaten vertellen. Dat kan je door een bekende Nederlander laten doen, maar ook door een historicus bij wijzevan spreken.TVL: Je hebt wel een tour op de Westergas, een gps tour, dat alle huurders iets vertellen over hun bedrijf en delocatie waar zij zitten, daarbij zit ook beeld, geen video, maar een soort van slideshow van afbeeldingen.DVZ: Ja leuk. Maar het is gewoon lastig, het is niet alleen diegene vragen om even een verhaal te vertellen, jehebt iemand nodig die de montage gaat doen, je moet het geluid goed hebben, en dat gaat gewoon echt weerin de kosten lopen. En dat hadden we voor dit project niet. En zeker als je het hebt over twee of drie ton die jete besteden hebt, dan was het een heel ander project geweest. We hebben met de minimale middelen hetmaximale neergezet. Dus aan de andere kant die valkuilen die zijn er wel, maar ik ben best tevreden over hoehet is gegaan. Ik zit te denken, er zijn nog wel wat meer dingen, misschien kom ik er zo nog wel op. Ohja wateen valkuil ook nog wel is, zijn de printboekjes.TVL: De kleine foldertjes? 70
    • DVZ: Ja, de kleine foldertjes inderdaad. En wat we daarmee misschien verkeerd hebben gedaan is dat we, wewilden dat echt een beetje vormgeven als een soort van communicatieboekje van dit is de IJdijken route, hijloopt zo, met een paar verhaaltjes. Maar uiteindelijk kunnen mensen zonder telefoon de route niet lopen, wantde plattegrond is te klein. Dus we hebben eigenlijk voor een tussenvorm gekozen. We hadden eigenlijk moetenkiezen voor een boekje waarmee je zonder die mobiele telefoon de route alsnog kan lopen en een groot deelvan de verhalen gewoon kan lezen.TVL: Op de website zie je toch wel alle punten van de route? Kan je het daar niet op lezen?DVZ: Ja, dat gaan mensen niet doen. Die willen echt een boekje zien, dit is wat ik nodig heb en dan hoeven zenog niet zozeer al die verhalen te hebben, maar wel een deel daarvan. Dus we hadden het eigenlijk iets moetenuitbreiden. En wat nog steeds wel lastig blijft is de zichtbaarheid van al die boekjes, die liggen dan wel op eenaantal plekken maar lang niet alle VVV’s, echt maar een aantal.TVL: Ook gemeentehuizen toch?DVZ: Ja, maar mensen gaan daar gewoon niet echt naar toe. Je kunt ze wel weer bestellen op onze website, datis op zich wel fijn. Maar je ziet ze eigenlijk niet overal langs de route liggen, en gewoon wel bij veel VVV’s, maardie zijn dan weer op. Dus dat is dan weer lastig. Kijk we kunnen niet zeggen, die route hebben we uitgevoerd,maar we willen hem in stand houden dus gooien we er nog even wat geld in om wat meer boekjes en wat meercommunicatie te doen, maar het geld is er gewoon op dat moment niet. En we hebben gewoon andere takente doen. Dus ja op dat gebied is Sparked niet echt de goede partij om het eindelijk verder uit te rollen. Het zoueigenlijk het mooiste zijn als het ergens een keer land, bij een partij die zegt we willen hier in tijd en in geld noginvesteren om het echt levendig te houden, dat zou voor de toekomst wel een mooie zijn.TVL: Wat ging er juist heel goed? Dat is natuurlijk ook belangrijk om te weten.DVZ: Ja zeker! Wat er heel goed ging is dat het nogal snel is opgezet. De oriëntatiefase was heel lang, dat hadmet politiek te maken en omdat het lastig is om het in de openbare ruimte dingen voor elkaar te krijgen, metvergunningen enzo, dat duurde heel lang. Maar de uiteindelijke uitvoerfase ging heel snel. Daarin hebben wede mobiele website gebouwd, hebben we communicatie tussen Oneindig Noord-Holland en de mobielewebsite, een heel ingewikkeld verhaal, voor elkaar gekregen. De vijfentachtig verhalen, bordjes ontwikkeld,gemaakt en geplaatst, de communicatie erop gezet, we hebben eigenlijk alles gedaan binnen drie weken, dat isongelofelijk snel. Dat kan ook best wel makkelijk als je alle taken verdeeld, dat je het niet allemaal zelf doet. Alsde ene met de techniek bezig is, de ander met de content, en de ander met de precieze plaatsing dan krijg jehet wel voor elkaar.TVL: Er werd dus onderling goed met elkaar gecommuniceerd?DVZ: Ja er was een redelijk goed projectmanagement uiteindelijk, dus dat is heel goed gegaan. Wat is er nogmeer goed gegaan? Nou, ik denk dat we, nou er zijn wel meer dingen goed gegaan natuurlijk, ik denk datuiteindelijk de kwaliteit en de hoeveelheid van de verhalen heel goed is, er zitten echt goed en leuke verhalenbij. Over de vorm, daar zal nog wel iets van verbetering aan kunnen. Maar over het algemeen zijn ervijfentachtig verhalen, dat is hartstikke mooi op vierentwintig locaties en een heel goed onderwerp, dus dat isnatuurlijk wel leuk. Even nadenken… er zijn ook een aantal samenwerkingen met musea die goed gingen, methet Amsterdam Museum, dat was echt heel leuk samenwerken. De lancering ging heel goed en ook wat erdaarna, we hebben een tafel gemaakt met een kaart erop en die reist nu langs de culturele instanties diemeedoen en dat is wel hartstikke leuk. Daar halen we nu ook wel veel aandacht uit, dat is ook wel heel goed.De communicatie die we hebben gedaan met het krappe budget is echt goed gegaan. Ja, dat een beetje denkik.TVL: Ik heb nog een deelvraag, die ik wil beantwoorden in mijn scriptie. En dat is welke vorm zou de informatieen lay-out achter de QR-bordjes moeten hebben om het gebruik ervan te stimuleren? Welk uiterlijk past hetbeste bij QR-code bordjes over erfgoed? Hiermee bedoel ik, bijvoorbeeld ik had een tijdje geleden over eenproject gehoord, waarbij ze letterlijk de toeristische informatie uit een boekje achter de QR-codes wildenplaatsen. Wat voor informatie vind jij belangrijk om te krijgen op een plek?DVZ: Nou zo relevant mogelijk en dat is inderdaad wat jij zegt, als ik op de Nieuwmarkt een code scan dan wil ikniets weten over het Centraal Station of over de Dam. Dat is natuurlijk onzin. Het moet heel erg locatiegebonden zijn, dus relevant op die locatie. Wat je ook niet moet bieden is informatie die ik al zie. Een foto van 71
    • de locatie waar ik al sta, dat is natuurlijk raar, want ik sta op de locatie. Je moet gewoon de omgeving proberente duiden en dat kan op een heleboel verschillende manier, dat kan door bijvoorbeeld er een historisch verhaalover te vertellen en wat heel leuk is om wat geheime plekjes te kunnen tonen, van ga hier eens sta, kijk naardie toren, zie je dat? Je moet heel duidelijk zijn op locatie en niet dat je een verhaal wilt vertellen. Je moetgewoon kijken wat is hier te beleven? Wat is hier ooit gebeurt? En hoe kan ik mensen met de telefoon in dehand op verschillende plekken krijgen. Dat vind ik heel belangrijk. Kort, zo kort mogelijk, korte tekstjes. Mensende keuze geven om een korte of een lange tekst te lezen. Als ik in een keer een gigantische lap tekst zie dandenk ik van ja daar heb ik geen zin in, geen tijd voor. Je wilt misschien maximaal vijfenzeventig tot honderdwoorden met een krantenkop, een krantenartikel, dat wil je lezen en je wilt misschien ook de mogelijkheid omeen wat langer artikel te lezen, met achterliggende achtergrond informatie.TVL: Is de IJdijkenroute eigenlijk in meerdere talen beschikbaar?DVZ: Nee, Nederlands. En dat heeft echt te maken met het feit dat je als toerist niet gebruik kan maken vaninternet in de openbare ruimte in Nederland. En dat is ook met de QR-codes van het ATCB, die hebben hethelemaal in het Engels gedaan, dat is natuurlijk hartstikke leuk, maar daar gaat de toerist helemaal geengebruik van maken want die heeft geen internet in Amsterdam. Je moet dan echt voor het buitenland een databundel kopen en dat doen te weinig mensen nog. Het is wel voor de toekomst gedaan, de verwachting is dathet wordt opengesteld, binnen nu en een paar jaar. Dat Europa geen grens meer heeft wat betreft internetverbinding en daarmee, de IJdijkenroute, moet dan ook een Engelse versie hebben. Anders mis je al diemiljoenen toeristen die wel opzoek zijn naar die informatie. Wat zij ook wel doen is een Engelse versie van dietegeltjes, dat is wel relevant, dat is wel heel goed.TVL: Maar dan zit je weer in de oude vorm van gevelbordjes.DVZ: Ja dan zijn het eigenlijk weer gewoon ANWB bordjes, ja precies. Een Engelse versie van een app is weerwat anders, dan kan je gewoon op WIFI in je hotel ofzo, de app downloadden en dan ga je gewoon lopen.Anders dan QR of mobiele websites, dat gaat gewoon niet werken.TVL: En welk uiterlijk moet volgens jou een QR-code bordje hebben? Jullie hebben een logo erin, je kunt de QRkantelen en in een rondje zetten, op welke manier zal een bordje de toerist of een bezoeker aan Amsterdamhet beste aanspreken? Is het alleen een code, of moet er nog tekst, een logo of uitleg bij?DVZ: Ik denk wel dat je moet uitleggen wat erachter zit, want het is eigenlijk heel raar als je ergens een codeplaatst zonder te vertellen wat mensen uiteindelijk gaan zien. En dat hoeft helemaal niet lang te zijn, volgensmij had ik ook nog een artikel naar jou doorgestuurd met een aantal richtlijnen voor het gebruik van QR endaar stond in, ik ga toch ook geen boek lezen waar niets op de kaft staat. Dat kan interessant zijn van hé dit iseen boek zonder titel, wel grappig, maar op een gegeven moment ben je daar ook wel klaar mee, dan wil jegewoon zien wat erachter zit. Al is het dat je aangeeft dat het cultureel historische informatie is, dat is op zichal wel genoeg, maar helemaal niets communiceren is denk ik.. of een logo, dat doen de IJdijken ook wel maarwe hadden er op zich ook wel wat meer teksten op kunnen zetten, maar dat had ook te maken dat het bordjegewoon heel klein was. In de buiten gebieden doen we dat trouwens wel, daar zijn de borden groter, op hetonderste gedeelte staat een introductietekst over de IJdijken. Je staat op een IJdijk, cultureel historischinteressant, je kunt hier verhalen lezen over en dan staan er een aantal onderwerpen. En dan weten mensen,dat ga ik lezen of beleven als ik die code scan. Als er alleen maar een code staat zouden mensen denken oh datzal wel weer een reclame zijn. Wat heel veel partijen vergeten dat het in principe een URL is dat ook een viruskan zijn bij wijze van spreken, ik kan een QR-code op straat plaatsen en daar een virus achter zetten.TVL: Ja dat klopt. Ik stond bij het stoplicht en bij de knop om over te steken was ook een QR-code stickergeplakt en toen dacht ik meteen wat zal het zijn? Want er stond helemaal niets bij en toen dacht ik zo meteenis het echt iets heel raars waar ik opeens terecht kom of een virus inderdaad.DVZ: Ja dat weet je inderdaad niet. Dat is echt lastig. Ik ben wel van mening dat je er iets bij moet zetten wathet is. En het kan ook zo zijn dat het een bepaald beeldmerk wordt, dat mensen op een gegeven momentweten dat het een QR-project met erfgoed is. Dat iedereen Erfgoed-info herkend omdat er een blauw logo’tjeboven staat, dan hoeft dat misschien niet eens meer omdat mensen weten wat het is. Maar ik denk dat hetgoed is de strekking van de inhoud een beetje vrij te geven.TVL: Zijn de doelen van het project inmiddels bereikt? 72
    • DVZ: Ja, ik denk het wel. Er waren een aantal doelen en dat waren fysieke zichtbaarheid en het vertellen vanverhalen aan verschillende doelgroepen en die hebben we zeker wel bereikt. Ik denk dat het uiteindelijkmooier zal zijn als nog meer mensen het gaan gebruiken. Ik denk ook dat het voor een QR-project best welgoed gebruikt wordt, maar we liggen dan ook wel in het centrum van Amsterdam. We zouden wel willen dathet nog iets beter zal worden gebruikt. Maar de doelen die we ons gesteld hebben en dat is ook het ontdekkenvan een nieuwe manier van informatie ophalen, dat we daar zeker in geslaagd zijn. En wat betreft opgeleverd isdat andere partijen en instanties enthousiast zijn om het te gaan uitrollen, het blijft niet bij die dertigkilometer, we gaan waarschijnlijk vanaf januari naar Muiderberg, dat is vijfentwintig kilometer erbij. En aan deNoordkant praten we over zestig kilometer erbij. Het verhaal nu verkopen aan partijen is nu heel makkelijkomdat je iets kan laten zien, je kunt laten zien dat het ook werkt. En we kunnen ook laten zien wat de valkuilenzijn en hoe we dat moeten oplossen voor een volgende fase. En dat werkt voor partijen heel goed, die zien dat,ok dit werkt, ziet er goed uit, leuk en we hoeven niets meer te bouwen. Dus de startinvesteringen zijn ook veellager. Dus dat is wel leuk om te merken.TVL: Was er in het begin een doelgroep vastgesteld die jullie wilden bereiken of is dat gaande weg gebeurt?DVZ: Ja, we hebben wel een doelgroep vastgesteld. We hebben, dat hebben we de digital natives genoemd,dat zijn mensen die wel weten hoe ze met een telefoon om moeten omgaan. Dat we die op een of anderemanier wilden uitdagen door inderdaad de QR te gebruiken. Maar wat we tegelijkertijd hebben geprobeerd isde doelgroep die cultuur historisch geïnteresseerd zijn, de wat oudere mensen tussen de vijfenveertig en dezestig die routes fietsen en lopen. Dat we die op de een of andere manier ook proberen uit te dagen door eenlaagdrempelige manier van informatie verkrijgen. Dus herkenning op een unieke locatie iets zien, in plaats vaneen ANWB bordje en nu staat er een ander soort bordje. Om daar mee aan de slag te gaan hebben we naar QR-codes ook gekozen voor een deel print te verstrekken aan hen. Maar wat ik net al zei, daar hadden we ietsverder in kunnen gaan. Dat waren eigenlijk de twee grote doelgroepen. Tegelijkertijd hebben we ook debewoners van de dijken als mogelijke doelgroep, dus eigenlijk een groep mensen die het project zoudenkunnen gaan trekken, en daar heb ik weinig zicht op, hoe dat is gegaan, dat weet ik eigenlijk niet zo goed. Datvind ik heel moeilijk en het is heel moeilijk om een doelgroep analyse te doen, omdat je niet ziet wie met welketelefoon de codes scant. Misschien dat we daar nog iets mee kunnen doen in een volgend stadium.TVL: Online kan je ook de route terugvinden op de homepage. Elk stukje van de route. Zit daar een bepaaldegedachte achter? Op Oneindig Noord-Holland maar ook op de website van de IJdijken zelf en ook in deapplicatie zelf.DVZ: Dat het op Oneindig Noord-Holland een route is, dat is een eis van Oneindig Noord-Holland zelf. Diewillen de routes tegelijkertijd in het veld maar ook op de website zelf tonen. Omdat we daarmee denken ookop die manier goed te laten zien dat het een route is, geen losse verhalen. IJdijkenroute punt NL hebben wegekozen omdat Oneindig Noord-Holland wat ons betreft niet echt een goede landingspagina is om echt iets tevertellen over het project. En omdat het wel echt een autonoom project is, het is een project van Sparked enniet van Oneindig Noord-Holland. We werken wel samen. We hebben inderdaad gekozen voor eenlandingspagina er buiten en we merken ook wel dat die veel beter wordt bezocht dan de pagina van OneindigNoord-Holland. Gewoon logisch dat je de IJdijkenroute ziet dat je dan naar IJdijkenroute punt NL wilt gaan, enniet naar ONH punt NL slash IJdijkenroute. Dus het gaat echt om de autonomie dat we die willen behouden,dat we daarvoor hebben gekozen.TVL: Hoeveel mensen werken er nu aan het project? Op dit moment?DVZ: Op dit moment werk ik alleen aan het project, en doe ik wel een beetje in mijn vrije tijd, maar dat isminimaal. Dus daarin valt nog wel een slag te maken, om in de volgende fase wat meer mensen ook aan hetproject te zetten. Maar ik werk ook nog met iemand aan de uitrol, om de route uiteindelijk langer te maken. Enom het uiteindelijk ook voor elkaar te krijgen dat ook het beheer, de inhoud ervan, echt tot zijn recht komt. Ja,dus op dit moment werken er, ben ik eigenlijk de enige die daarmee aan de slag gaat.TVL: Dus jullie maken geen gebruik van stagiaires of vrijwilligers?DVZ: Nee, daar maken we nog geen gebruik van.TVL: De toekomst, daar hebben we het eigenlijk al een beetje over gehad. Plannen voor de toekomst quafunctionaliteit en techniek. Zijn er nog een zelfde soort projecten in de planning, daar hebben we het ook over 73
    • gehad, de uitbreiding van de route naar twee kanten toe. Welke samenwerkingsverbanden zie je nog voor je?Jullie hebben nu natuurlijk al met Oneindig Noord-Holland samengewerkt.DVZ: Ja, ik zie wel samenwerkingsverbanden met partijen uiteindelijk als de ANWB, ook met Staatsbosbeheer,maar daar zijn we ook al mee aan het praten. Eigenlijk zoveel mogelijk partijen die iets doen in het landschap,iets doen met de stad, die hun content waarvan hun verhaal of content interessant zal kunnen zijn voor eenIJdijkenroute. Dat zou bijvoorbeeld ook Stadsherstel kunnen zijn met hun panden langs de route. We zoekeneigenlijk bij de verhalen die we zouden willen vertellen, dus als je kijkt naar de volgende fase, je wiltbijvoorbeeld een verhaal vertellen over een landhuis, welke partijen zal je daarvoor nodig hebben omtoestemming te vragen om dat te mogen doen en dan kom je gewoon bij een aantal partijen uit die we graagwillen betrekken bij de inhoud en samenwerkingsverbanden. Het zou ook leuk zijn om samen te werken meteen ANWB of een andere organisatie zodat je het wat groter kan neerzetten. Bijvoorbeeld ook VVV’s dat zijnwel mooie samenwerkingsverbanden. En wat ik zelf ook heel leuk zal vinden is dat we samenwerken metandere cultuurhistorische projecten en ik heb een beetje het idee dat die projecten daar een beetje huiverigvoor zijn, dat ze niet willen delen ofzo. Terwijl dat wel heel leuk zou zijn, want als je mensen kan aanreiken dater meer is dan alleen dit, dat je kunt doorverwijzen. Dat zijn ook samenwerkingsverbanden die interessant zijn.TVL: Ik heb het project Erfgoed-Info tussen haakjes gezet, omdat we het hier al een keer uitgebreid over gehadhebben. Wil je er nog iets over zeggen?DVZ: Nee, eigenlijk niet. Ik hoop dat het doorgaat. Leuk, ik ben benieuwd. Als je nog hulp of tips bij iets nodighebt, dan moet je het gewoon vragen of mailen.TVL: Zal ik zeker doen, dankjewel. Hartelijk bedankt voor je tijd. 74
    • 3. QR-code project van ATCB – Ines Gall en Edgar VijgeboomDatum: 02-12-2011 19.30Interview: Ines Gall (IG) en Edgar Vijgeboom (EV)Functies: Ontwikkelaar, projectmanager en ontwerper Studio ParkersProject: o.a. QR-code project van ATCBDuur van het interview: 1 uur en 8 minutenTVL: Ik heb een aantal vragen opgesteld, deze gaan onder andere over de projecten met betrekking tot QR-codes die jullie hebben gedaan. Tijdens mijn stage op de Westergasfabriek hebben jullie het CMS voor het QR-project gemaakt, zijn er nog meer projecten waar jullie op dit moment mee bezig zijn?IG: Explore Amsterdam voor I Amsterdam.TVL: Dat is het project met de vier tegeltjes?IG: Dat worden uiteindelijk volgens mij driehonderdzestig plaatsen door de hele stad die met zo’n QR-codevoorzien worden.EV: Die zijn onderverdeelt in wijken en die wijken hebben allemaal thema’s en het zijn zeg maar tours die jekunt volgen.IG: We gingen vanuit de stad mensen proberen te stimuleren om het centrum uit te gaan en ook anderebuurten van Amsterdam te ontdekken. We hopen dat die QR-code een soort trigger is om ook eens die kant opte lopen.TVL: En voor dit project hebben jullie het CMS gemaakt of kwam er nog meer bij kijken?IG: Volgens mij werd uiteindelijk ook het CMS van ons gebruikt. Het was omdat het oorspronkelijke CMS tochte ingewikkeld was. En we hebben alle interactie en design gedaan voor de mobiele website waar de QR-codenaar toegaat. En de techniek heeft ook een andere partij gedaan en daar zijn wij niet zo blij mee, uiteindelijkhad alles veel beter kunnen werken.EV: Nou ja, wij hebben de ideeën verder met ATCB uitgewerkt.TVL: ATCB kwam naar jullie toe van: Wij willen zo’n soort project opstarten?IG: Ja, zoals bij de Westergasfabriek. En ik denk qua interactie is ook alles relatief direct, het is niet ingewikkeld,je scant iets is en je komt direct bij de pagina terecht waar die informatie staat. Bij I Amsterdam was er nog eenin de buurt functie heel erg belangrijk, juist ook om mensen te stimuleren de andere kant op te lopen. Dat jezegt ‘dat is interessant over die brug’ en dan zie je ook op de kaart waar je staat en dan zie je dat niet ver wegnog een QR-code is.EV: En dat maakt het interessant. Want zij hebben zelf een database met locaties, dus je weet waar een locatieis want er hangt een geo coördinaat aan. Op het moment dat je een QR-code in scant zie je informatie over datpunt en over dat gebouw of over de architect en je kunt naar binnen kijken. Maar je hebt dus ook dingen in debuurt die niet per se met een QR-code zijn getagd, maar die worden wel weergegeven omdat je dus die codesweet en die andere punten hebben ook geo coördinaten dus die worden ook getoond. Dus dat is grappig. Het isecht een ijkpunt. Ik ben hier nu, fysiek dat je dat bord scant en dat je daar bent. Dan gaat het bolletje op dekaart bouncen, daar ben je en dingen in de buurt kan je dan ook zien. Het hoeft dus niet per se een QR-code tezijn, maar je kunt er wel naar toe, want die kaart geeft weer dat daar ook informatie is.TVL: Maar je kunt bijvoorbeeld ook een QR-code scannen in het centrum en dan bijvoorbeeld in Noord eenpunt openen en die informatie lezen. Of moet je daarvoor meer in de buurt zijn van dat punt.IG: Goede vraag.EV: Volgens mij hadden we een radius gedaan van geloof ik een kilometer of iets. Dat is zeg maar een cirkelwaarin alle punten worden getoond, maar je kunt niet de punten daarbuiten openen.IG: Zij hebben een kaart gemaakt, dat is niet Google Maps maar een overzicht van Amsterdam waarin de zevenstadsdelen uitgelicht worden. En als je dan op Noord klikt, dan krijg je een verhaal over Noord en dan krijg jedaaronder ook alle bijzondere locaties. En dat komt heel erg overeen met dezelfde locaties die een QR-codehebben. Dus theoretisch kan je die informatie ook verkrijgen zonder voor het gebouw of punt te staan. 75
    • EV: Ja, je kunt erbij komen.IG: Het is natuurlijk echt een keuze, doe je dat of doe je dat niet.EV: Ja, er zijn twee ingangen. Je gaat of via de QR-code inscannen naar binnen of je gaat via de buurt naarbinnen. Dus bijvoorbeeld de Pijp, dan krijg je een verhaal met alle leuke locaties in de Pijp. Het is de bedoelingdat in de Pijp ook al die locaties zo’n bord krijgen. Dus andersom, ik scan dat bord en dan zie je op de websitehé er is nog meer in de buurt. En dan leer je bijvoorbeeld over de architectuur in de Pijp. Ze hebbenbijvoorbeeld de Joodse Buurt, de Joodse Wijk, daar heb je op allemaal punten waar verteld word over hetgebouw en over de historie.TVL: Je kunt dus uit allerlei verschillende thema’s kiezen?IG: Dat was de bedoeling. Want ze zeggen dat ze denken dat als je er een thema aan vastmaakt, alsbijvoorbeeld architectuur of natuur of water. Als je bijvoorbeeld uitlegt de bijzonderheid van hoe de stadgebruik maakt van water, dat het dan mensen, waarschijnlijk omdat het meer een verhaal is door een begin eneen einde, dat het dan veel meer stimuleert om door te gaan en om meer te willen weten. En dat, volgens mijwaren dat meer budgetterende redenen, waardoor dat nu niet gebeurd is. Dat er nu de standaard locaties instaan en dat ze even willen kijken of de QR echt doorzet. En aan de andere kant wil de gemeente ook ietsmoderns, dus doen ze het wel, maar doen ze het eigenlijk nog niet helemaal honderd procent goed.TVL: In hoeverre hadden jullie inspraak over hoe het eruit kwam te zien? Is dat in samenspraak gegaan ofhebben jullie een voorstel gedaan? Hoe de mobiele pagina eruit ziet en uit wat voor soort informatie hetopgebouwd is.IG: Daar hebben we echt aan meegewerkt met hun. Van dat is handig en dat is belangrijk en dat moet in defirst view staan en elke locatie moet ook een historische foto hebben.EV: Ja, zij hebben gezegd van: Wij hebben die content. Wij hebben gezegd hoe je dat kan presenteren. Wehebben daarbij ook met een prototype gewerkt. Van te voren, voordat het echt ontworpen is, dat je dan ookecht erdoorheen kan klikken en op basis van het prototype is het uiteindelijk ontworpen. Het is natuurlijk welin de huisstijl van I Amsterdam, want het is in wezen ook de website geworden voor de mobiele telefoon.IG: Ja, met dit project hebben ze twee vliegen in een klap.EV: Ze hebben een eigen E-tourism mobiele website gebouwd en een deel daarvan is dat Explore verhaal,waarin al die verhalen van Noord, het Centrum en de wijken om het Centrum heen in zitten. Ze willen detoeristen uit het centrum krijgen, dat is het doel. Op de site kan je dus ook al de verhalen terugvinden over dewijken, de gezichten van Amsterdam heette dat oorspronkelijk. Rond dat thema zijn de verhalen geschrevenmet als doel mensen te triggeren van nou ik ga die buurt ook eens bezoeken.TVL: Dus de content komt vanuit de stadsdelen?EV: Ja, vanuit de stadsdelen en ook vanuit ATCB.IG: Ja, Marieke heette zij. Zij was daarvoor verantwoordelijk. Eerst moesten de historische feiten gecontroleerdworden door het stadsarchief, of monumentenzorg. Dat is zo’n afdeling die ervoor verantwoordelijk is dat alleinformatie correct is. Dus er werden teksten geschreven en die werden naar hun toegestuurd en zij hebben dieteksten gecorrigeerd zodat er geen fouten meer in zitten. Dan moesten die tekstschrijvers het weer zoformuleren dat het nog een beetje boeiend was en een beetje gezellig. En dan kwamen ook nog de mensen diede eigenaren zijn van de historische gebouwen, die wilden soms niet dat er bepaalde dingen in stonden of zewilden juist dat er nog iets over hun familie gezegd werd. Dus dan moest er nog een keer met de eigenaren, diehadden dan ook weer informatie gestuurd waarbij soms de eigenaren ruzie kregen met het stadsarchief. Wantdie zeiden bijvoorbeeld nee die gevel is vernieuwd in zestienzevenenvijftig en het stadsarchief zijn neeachtenvijftig en daar stond Marieke een beetje tussenin.EV: En dan krijg je nog het probleem om de borden op te hangen en al helemaal om het aan een monumentaalpand te hangen, dat is vrij lastig. Dus dan wordt het al snel aan een paal gedaan of iets. En volgens mij is hetpas tweeduizendveertien, dat hoor ik dan van het project, dat het project pas klaar is. Het zijn we echt mooieborden geworden, echt prachtige borden met een klein verhaaltje over het bord. En we hebben de URL’s echtheel kort gehouden. Want als je zo’n lange URL in zo’n QR-code plakt dan krijg je een grote QR-code, rommeligwordt het dan. Dus we hebben daar IAM QR van gemaakt punt info. Dat is een hele korte URL en daar hangtgewoon een nummertje aan. Dat is zo kort waardoor die barcodes wat groter en wat minder complex worden. 76
    • En dan heb je ook minder het ‘bird shit problem’ zeg maar. Dat is blijkbaar een term, als er een vogel op poeptdan doet hij het niet meer. Het is een manier waarbij je een derde kunt wegkrassen en dan doet de code hetnog steeds, maar is het meer, dan doet hij het niet meer.TVL: Ik wil graag doorgaan naar het volgende onderwerp over de fysieke uitstraling van QR-code bordjes. InAmsterdam zie je op verschillende locaties QR-codes hangen, zoals bij de Westergas met de link van de websiteeronder vermeld, maar ook heb je QR-codes die alleen zeg maar de code bevatten en geen korte link ofverdere tekst zoals de grote QR-codes hier in West die gedichten bevatten. Heb je daar een idee over? Van zomoet het eruit zien wil de code het publiek op een juiste manier aanspreken?EV: Ligt eraan wat het is. Als het onderdeel is van een groter project, dan zal het niet slecht zijn om iets uit teleggen. Want dan zit je echt ergens in, in een soort van belevenis of een tour. En dan moet je misschien demensen een beetje op weg helpen om mensen de QR-scanner op hun mobiele telefoon te laten installeren endan is een kleine URL en verkorte URL ontzettend handig. Zoals de IAM QR punt info, als je dat intikt dan kan jedat nog wel intikken op je mobiel. Maar als er staat www punt I Amsterdam punt com slash Amsterdam toeristslash QR-code slash driehonderdvijftien dan heb je zoiets van laat maar dat ga ik echt niet in typen. Maar als jedat I am QR punt info intikt dan kom je op de site en daar wordt dan uitgelegd dat het een QR-code is, en zoinstalleer je die en zo ga je naar een website waar je een scanner installeert. Dat is dus echt belangrijk vind ik.Maar als het een kunst ding is zoals bijvoorbeeld die gedichten, dan zijn ook grote QR-codes, er zit heel veeldata in dus die kan je ook heel groot maken, dus dan ga je op een andere manier presenteren. Dan is het welleuk aan de belevenis om er gewoon niks bij te zetten.IG: Ja, ik ben heel benieuwd want ik vind dit een interessante vraag. Neem bijvoorbeeld de IJdijken die hebbeneen ander soort bordjes dan de I Amsterdam, de gemeente. Maar die route naar Noord is ook een wijk dus deIJdijken wilden daar ook bordjes ophangen maar dan zegt de gemeente van ja dan worden het zoveel bordjesbij elkaar en allemaal verschillende borden. Dus er komt, als de QR doorzet, wat natuurlijk iedereen ergenshoopt, betekend dat ook dat er misschien noise krijgt van al die borden. Bijvoorbeeld Woerden heeft nu net deWoerden geschiedenis in tegels op de straat gezet. Dus dan loop je en dan ligt er gewoon een beetjegeschiedenis op de straat. QR gedrukt op zo’n grote betontegel en daar staat ook geen afzender bij en dat kannu nog omdat ze nu nog in de pers komen van hé de gemeente van Woerden en kijk maar en loop maar langsen ontdek, maar er is gewoon heel veel gebeurd. En dan vraag ik mij heel erg af hoe gaat de consumentreageren, moet je dan een logo erbij zetten zodat de consument weet dat zou voor mij interessant kunnen zijnof niet. Of moet je portals gaan ontwikkelen waarin verschillende projecten zitten.TVL: Ja dat kan bijvoorbeeld. Zoals Oneindig Noord-Holland heeft het logo in de code zelf, veel tekst er omheenen nog een logo van de IJdijken zelf. Naar mijn idee moet je goed opletten wat er allemaal op zo’n bord komt testaan, niet dat het een soort sponsor bord wordt waarin de code in het niet valt.IG: Wat je je moet afvragen. Is dat relevant voor jou om op dat moment te weten? Het is vaak zo dat mensentrots zijn van ‘wij zijn onderdeel van dit project’ dus ons logo moet hierop. Maar is het echt relevant voor degebruiker of consument? Maar je denkt ook dat mensen het inscannen en dat je het op een manier kanpresenteren waarin het meer stimuleert om het in te scannen?TVL: Ja, deze vraag komt uit het begin van mijn onderzoeksperiode omdat ik het interessant vind omdat je QR-codes of andere tags steeds meer ziet in het straatbeeld. Op welke manier maak je het uniform dat het éénproject is en dat het een bepaalde groep mensen aanspreekt? Is daar een verschil tussen vroeg ik mijzelf af.IG: Ja, je kunt natuurlijk wel op bepaalde manieren die code er anders uit laten zien, dat je dingen in die codezet of dat je een andere kleur gebruikt. Nu heeft die I Amsterdam zijn codes veertig graden gedraaid en heefthele bijzondere borden genomen, waardoor je het ook herkent, dat hoort bij elkaar of dat is iets anders.TVL: Ja, het valt volgens mij wel goed op die vier bordjes bij elkaar. Want het zijn toch vier losse tegeltjes?IG: Ja, precies.TVL: Wat je net ook op de afbeelding zag bij het nieuwsartikel. Er zijn twee tegels met een korte Nederlandsetekst en een korte Engelse tekst en de QR-code.IG: En de afzender, de gemeente, met die kruisjes.TVL: Wel vrij groot bij elkaar?IG: Ik vind het heel groot. 77
    • EV: Ja, het zijn grote borden. Het is wel grappig want in het design, ik weet niet of het uiteindelijk zo isgeworden, is dat zo geworden? Dat het gedraaid is? Ja, omdat die drie kruizen van Amsterdam te krijgenhebben ze, oh het is toch net anders geworden dan het design. Maar nog wel de gedraaide QR-code.TVL: Ja, die zit er nog wel in. Hiermee vraag ik mij af op welke manier het iemand aanspreekt om iets tescannen. Dit project van I Amsterdam spreekt mij erg aan. Als toerist waarschijnlijk ook omdat I Amsterdameen groot merk is voor hen, wat een soort herkenning biedt.EV: Als ik zo’n ding zie ben ik altijd nieuwsgierig. Heb jij dat ook niet?TVL: Ja, dat heb ik ook. Laatst zag ik er een bij het oversteken met de fiets, er zat een sticker geplakt net bovende oversteekknop. Ik was erg nieuwsgierig maar helaas met mijn telefoon duurt het even voordat het gescandis. Maar het kon van alles zijn, helaas stond er niet is bij. Aan de andere kant maakt dat het ook weerspannender. Kan het eigenlijk ook een virus zijn?IG: Nee.EV: Nee, nou je kunt natuurlijk op een website een virus hebben maar goed.IG: Moet je dat dan niet installeren? Een bezoek aan een website is dat genoeg voor een infectie?EC: Nee.IG: Ik had het ook al gehoord maar ik kan het mij bijna niet voorstellen. Hoe moet dat dan werken?EV: Nou, bij Internet Explorer, je zit op een PC je hebt geen virusscanner en geen firewall, dan kunnen ze hetinstalleren, ja dat kan dan.IG: Wauw, heftig.EV: Ja, je moet ook een virusscanner hebben, een mobiel is er nog niet zo gevoelig voor.IG: Ja, dan maakt het niet uit of het QR is. Dan kan iemand jou ook een e-mail sturen.EV: Ja, je moet je ook afvragen waarom zou iemand daar een virus achter plakken. Ik denk niet dat iemand demoeite gaat nemen om dat op het stoplicht te plakken.IG: Ken je ook dat subway project in Azië? Voor mensen die moeten wachten op de metro, die kunnen metbehulp van QR-codes boodschappen doen.TVL: Ja, dat filmpje heb ik inderdaad gezien, leuk project.IG: Wij zoeken met de QR-codes inderdaad naar erfgoed, de onzichtbare informatie, of als je meer wilt wetenenzovoort. Maar bij het boodschappen project is er gewoon een hele duidelijke toegevoegde waarde. Want jijzit nu te wachten, jij kunt nu ook die producten uitkiezen, hoef je later niet meer de winkel in, dat scheelt jougewoon echt een uur in je tijd.TVL: Je hebt nu ook zoiets vergelijkbaars in Nederland, maar dan met speelgoed van Bart Smit. Op veel NSstations hangen grote posters met zo’n acht producten erop. Naast elk product staat een QR-code die je kuntscannen, je wordt direct doorverwezen naar een aankoop formulier van dat product en de volgende dag heb jehet in huis. Helemaal goed voor de tijd van het jaar.EV: Ja, dat is de goede manier. Als je het in een magazine of zoiets gezien hebt of in een blad, dat is superhandig.TVL: Jazeker. Maar zeker in een openbare ruimte, helemaal op een station, mensen zijn toch aan het wachten.IG: Ja en als je er dan over nadenkt oké we hebben een QR-code maar het thema wat wij dan nu hebben iserfgoed, dus het is niet shoppen. Wat zijn nou de momenten waarop mensen met erfgoed bezig zijn? Het isnatuurlijk super dat je op locatie staat en dan zie je het echt, je denk van wauw, dit is echt wel heel oud of dit isdoor die gebouwd. Maar ja, meestal gaan mensen dan toch langsfietsen of gehaast omdat ze te laat zijn of iets.Dus misschien moet het dan ook andersom. Misschien moet de QR-code daar heen gaan waar mensen bezigzijn met erfgoed. Dus in een folder of in een boek of in een… ja weet je als iemand zo terug geleund zoiets zegtover de geschiedenis van Amsterdam of … dat is ook nog een andere manier, niet alleen dat hier en nu enneem nu tijd om die tekst te lezen.TVL: Of dat je het bijvoorbeeld scant en de pagina achteraf thuis bekijkt. Dat vind ik zelf wel echt een voordeelvan QR dat het in je telefoon blijft staan.IG: Ja, dat is waar. Maar misschien kan je veel meer, want dat vind ik super wat je nu zegt, dat je veel meer zegtvan pick up the informatie, doe het heel even, en dan kan je het thuis verder doornemen, dan is het bijna meereen soort van bookmark. 78
    • TVL: Ja. Jullie zeiden net dat jullie met I Amsterdam discussies hadden over wat voor soort informatie achter deQR-codes zal moeten komen en dat jullie daar ook voorbeelden voor hebben aangedragen.IG: Ja, wat mij echt heel erg opviel bij de Westergasfabriek was dat we toen we met dat project bezig waren,echt totaal enthousiast, mensen komen op dat terrein en hebben vragen wat was dit dan vroeger? Dus dat iseen perfect scenario, het is nog beter dan een bordje ergens in de stad, mensen herkennen dat het iets was,maar wat dan. Nou, QR-code antwoord, dat is een hele mooie directe vorm. Maar het is ook nog steeds goed,het is volgens mij hoe het werkt, maar ik denk dat het nog veel sterker had kunnen werken als die teksten echtvoor dit scenario waren geschreven. En nu was het zo dat de teksten werden hergebruikt, die al voor dewebsite waren ontwikkeld en dat is jammer. Er staat iemand bij de Zuiveringshal en dan staat daar een tekst, ikkan het me niet herinneren, maar waarvan je denkt tsja.TVL: Ja, klopt. Ik vind het er wel heel mooi uitzien en het spreekt heel erg voor zich. Maar het is per bordje welveel tekst.IG: Ja, het is veel tekst en ik zou echt zoiets hebben van je staat nu voor of kijk naar boven en zie de bijzonderegevelconstructie of loop naar links, zodat je er heel erg mee speelt. Of wat ook perfect zou zijn, maar ja dat gingtoen ook niet, dat was ingewikkeld met vergunningen en zo. We hadden ook gedacht dat het heel gaaf is als wedat historische beeldmateriaal gaan bekijken en gebruiken en de QR-codes precies daar plaatsen waar die fotowas genomen. Want dan scan je dat ding in en het eerste wat je ziet is waar je nu staat honderd jaar geleden.Volgens mij word het dan veel leuker, dan gaat het veel meer ook iets doen. Want dat erfgoed is toch altijd eensoort van tijd reis wat je met iemand wilt doen. En dat hebben we niet gedaan, daar was gewoon niet genoegtijd voor. En ik denk dus dat dat veel sterker had kunnen zijn.TVL: Ja, dat denk ik ook wel, maar bij de Westergas heb ik eigenlijk nooit zo bekeken. En ATCB, het project, watvoor informatie gebruiken zij?IG: Ja, shame on me, ik heb het gewoon uiteindelijk niet meer gevolgd. Het gaat heel erg over de historischebetekenis van gebouwen volgens mij.TVL: Je scant een QR-code en dan kom je op, dan kan je een keuze maken over wat voor informatie je wilt ofkrijg je één pagina te zien?IG: Nee, een pagina. We hadden eerst, toen we het nog over die thema’s hadden, want een gebouw heeftsoms meerdere rollen, het heeft zowel een historische belangrijke rol als een architectonische interessante rol.Dus dan kan het zijn, je komt op een punt dat je zegt, wil je meer weten over architectuur? Wil je meer wetenover de geschiedenis? Of wil je meer weten over de toekomst of functie of wat nog meer dan ook. En daarvanwerd gezegd in de toekomst, dat doen we in de toekomst, maar nu, we zijn al blij als we de basis informatie inhet systeem hebben.EV: Ja, dat is het leuke, die borden hangen er net zoals op de Westergasfabriek.IG: Ja, dus je kunt het altijd optimaliseren.EV: Ja, op het Westergasfabriek, die borden kan je echt voor alles gebruiken. Dus je hoeft daar niet alleen maarinformatie over het gebouw, maar daar kunnen we iets heel anders mee doen, misschien kunnen we er weleen audiotour van maken. Dan speelt er audio of een filmpje af wanneer je de code scant.IG: Ja, dat gebeurt nog veels te weinig.EV: Ja. Dat was een beetje omdat I Amsterdam wil focussen op de toeristische markt dat ze een beetje opmoesten passen met hoge bandbreedte voor toeristen want die gaan echt niet een audiofilmpje of een filmpjebekijken, dan is gelijk de prepaid op of dat zit boven het standaard pakket.TVL: Maar nu op dit moment gebruikt de toerist nog geen internet in Nederland?EV: Nee, nu nog niet. Maar misschien wel over tien jaar, dat het dan zo normaal is, dan zit dat er op elketelefoon standaard op. Het begint nu wel echt een beetje door te breken, je ziet nu ook veel printgebruik voorreclame en dat wordt vaak gebruikt puur om te meten, om te meten hoeveel mensen dat blad nou werkelijklezen.IG: De meetbaarheid is een voordeel.EV: Ja, het is wel leuk want we hadden een project voor de Uitmarkt, dat was drie jaar geleden. We zeiden vanja je moet echt op de poster een QR-code doen, want dan kan je gewoon het programma direct zien wat er die 79
    • dag is. Maar oeh ja dat vonden ze wel een beetje eng, op zo’n poster zo’n lelijk doen. Dus wij zeiden nee johdoe maar dat is echt heel cool, maar niemand deed dat toen nog. En nu zie je het juist heel veel.IG: Ja, maar weet je wat grappig was, toen durfde ze het niet helemaal. Dus ze hebben het er wel opgeplakt,maar ze wisten het niet en de ontwerper vond het ook lelijk.TVL: Wanneer was dit precies?IG: Het was zeker drie jaar geleden. De Uitmarkt drie jaar geleden.EV: Dus we hadden een paar formaten doorgestuurd van zo moet je hem erop zetten, toen deden ze hem er zoklein op.IG: En niet alleen zo klein, maar het was ook een A nul poster en helemaal bovenin hadden ze de codegeplaatst en ik was gewoon te klein om hem te scannen. Dus zij hadden totaal niet begrepen wat zo’n codeallemaal kon doen. Je ziet het nu ook bij filmposters, je scant de QR-code en je ziet de trailer van de film.EV: Je hebt nu ook dat van Google, dat heet Google Goggles, maar dat is niet zozeer met QR-codes scannenmaar een poster.TVL: Beeldherkenning?EV: Ja. Dus dan scan je de poster van TinTIn of van Kuifje en dan herkent hij die poster en dan linkt hij directdoor naar de website van TinTin.TVL: Heb jij dat zelf wel eens geprobeerd?EV: Ik heb het nog nooit gedaan, want zelf heb ik alleen nog maar gezien dat het zo gaat worden. Maar dat iszeg maar wel waar het in de toekomst naar toe gaat. Hij herkent iets en daar wordt iets over verteld.TVL: Ja, ik ben bekend met Google Goggles, zelf trouwens ook nooit geprobeerd. Het lastige aan dit lijkt mij dater zoveel miljoenen afbeeldingen zijn, hoe ga je het onderscheidt maken tussen verschillende afbeeldingen? Ofkomt er iets van een link?EV: Tsja, filmposters zijn altijd hetzelfde, meestal heb je drie versies van filmposters, dus die wordenopgeslagen zodat ze bij Google bekend zijn. Google heeft het zo gedaan dat het gezichten niet herkend, wantdat willen ze uit privacy redenen niet doen, maar dat kunnen ze allang. Dus als jij op Google staat met je hoofden je scant hem in dan, eigenlijk weet Google wel dat jij dat bent, maar dat hebben ze niet geactiveerd. Maarde Eiffeltoren of De Dam als je daar een foto van neemt met Goggles, dan ziet hij van hé dit is De Dam en danverteld hij daar ook echt over. Dus dat is wel een beetje waar het naar toe zal gaan. Vooral met musea is hetheel handig, maar ja, je mag heel vaak niet in musea fotograferen of niet je mobiel gebruiken, maar daar komthet oorspronkelijk vandaan. Dus dan neem je een foto of je kijkt naar een schilderij van Van Gogh en dan neemje die foto en dan verteld hij daar dan iets over, wanneer het gemaakt is. Hij herkent dat beeld. Maar je moetdan wel verbonden met internet zijn.TVL: Maar hoe komt de informatie bij de afbeelding?EV: Het enige wat Google doet is die foto die je hebt gemaakt, die wordt geproccesed bij Google Images waarje dus ook Image search normaal kunt doen maar dan andersom zeg maar. En dan gaat hij kijken, oh het ziet erzo uit het beeld en dan gaat hij het vergelijken met zijn beelden die hij al kent en dan geeft hij dat terug. Deresultaten, als je normaal op image search klikt dan zie je allemaal foto’s en als je daarop klikt dan krijg je duseen foto te zien maar eigenlijk in de context van een pagina. Hij heeft vaak de context opgeslagen bij dat beeld.Dus een logo, een Heineken logo of een Mercedes logo dat zal het wel herkennen, maar ja een heel bekendpersoon zal misschien ook wel leuk zijn.TVL: Wat zijn de valkuilen bij het opzetten van een QR-project? De content?EV: Een hele heftige valkuil. Wat ik zelf vind bij de Westergasfabriek is dat we zo zijn bezig geweest met demobiele website, met het QR tegeltje mooi te maken, perfect. En uiteindelijk gaat het erom wat er op staat opdie pagina’s, dus de content inderdaad. Ik vind nu persoonlijk dat de verhalen die er op de Westergasfabriekstaan, die achter de gebouwen hangen, die vind ik niet spannend genoeg. Je ziet vaak ook een foto van buitenhet gebouw en dan denk ik van ja ik sta toch buiten, laat dan iets zien wat er binnen is. En wat ze wel bij deWestergasfabriek hebben gedaan is de detailopnames vanuit binnen van de dakconstructies van deZuiveringshal, nou dat zijn wel interessante dingen. Maar ja. Een andere valkuil is natuurlijk de bordjesophangen, want je mag uiteindelijk nergens een bordje ophangen of het is een plek waar je nergens een bordjekan ophangen, misschien heb je wel iets over een bepaalde plek waar iets gebeurd is een bepaalde slag ofzo, er 80
    • is geen mogelijkheid om een bordje op te hangen dus dan moet je een paal neerzetten en dan worden dekosten ook veel hoger. En natuurlijk ook het probleem dat die bordjes kunnen beklad worden, die kunnenkapot gaan, bekrast worden en als je daar niet rekening houd met een soort beveiliging, dat noemen ze errorcorrectie, als je een derde van het bordje wegkrast dat hij nog wel blijft werken, dat stukje QR barcode, dat datnog leesbaar is.TVL: Maar bijvoorbeeld nu bij de IJdijkenroute hebben ze ervoor gekozen om een logo in het midden van decode te plaatsen, dan hebben ze de een derde error correctie al gebruikt?EV: Exact. Zo werkt het. Ja, dat stukje wat je dan nog overhoudt, daar moet je wel zuinig mee om gaan. Bij IAmsterdam hebben we gewoon vijfentwintig procent wat beklad kan worden en dan zou hij het nog doen. Enlet erop dat je bij die bordjes, dat als je ze maakt, ja misschien iets stoms, maar die verkleuren in de zon. En dankan je niet meer zo goed het onderscheidt maken tussen het zwart en het wit, dan wordt het een beetjegebleekt. Het wit wordt geel en het zwart word een beetje bleek en dan krijg je geen contrast meer, danwerken ze niet meer. Dus dat zal wel gebeuren bij projecten. En wat ook natuurlijk dat ze door de wind en doorhet weer worden ze ook echt beschadigd. Als je ze op staart legt ook, die tegels, dat hadden we met de IJdijkenook bedacht, gewoon op straat allemaal van die tegels, maar ja die gaan natuurlijk ook, die straten wordenschoongemaakt en dat zijn wel heftige machines, die kunnen echt kapot gaan. Ja, wat zijn nog meer valkuilenvan zo’n project, wat het nu met I Amsterdam is dat het in tweeduizendveertien echt af zou zijn, dat is toch wellang wachten vind ik. En dat heeft allemaal met vergunningen te maken. Wat ook een valkuil is, wat misschienwel de grootste valkuil is, we hebben het nu allemaal over QR, maar over vijf jaar is het misschien heel ergoutdated, dat zou heel goed kunnen. Het kan heel goed zijn dat er op dat moment GPS zo nauwkeurig is datwaar jij staat. Als je weet dat je op de zes à zeven meter nauwkeurig kan bepalen waar je bent in debuitenlucht, laten we het daar over hebben, dus niet binnen in een gebouw want daar heb je geen GPSontvangst. Als jij gewoon in de Kalverstraat staat en je staat daar middenin dan kan je via GPS ongeveer welbepalen op welke hoogte je van de Kalverstraat ongeveer staat. Dus dan kan je ook weten welke winkels zijndaar in de buurt, dat zou je kunnen bepalen. Dus je kunt een lijstje terugkrijgen van je zit nu bij de Zara, naastde H&M, om gewoon heel simpel een lijstje voor je neus te krijgen van waar zijn de laatste aanbiedingen.TVL: Maar stel, dat je als bedrijf of erfgoedinstelling, iets zou willen vertellen over De Dam door middel vanGPS. En die informatie wil je aan een specifieke doelgroep meegeven met een iPhone bijvoorbeeld. Hoe bereikje deze mensen dan? Dat je een app hebt?EV: Ja. Je zou een app installeren en daar zeg je van, dan zorg je dat de GPS continu actief is.TVL: En dan krijg je als gebruiker een soort van alert dat er informatie in de buurt is?EV: Ik zou het eerder andersom zeggen. Ik zou zeggen van laat die persoon, in die app zit bijvoorbeeld geluid,wat ik zelf wel erg interessant vind. Daar zitten de aanbiedingen. Je zit op De Dam, nou dan druk je op een knopI am here, tell me about this place. Nou dan weet je telefoon dat je op De Dam zit en dan ga je een verhaal overDe Dam krijgen. Want je GPS ziet dat je op De Dam bent en dat is wel makkelijk. Maar als je op een plek zitwaar twee historische locaties naast elkaar zitten, dat is lastig. Dan zou je ooit iets moeten krijgen van je bentnu bij het smalste huis, maar daarnaast zit de bank van toen en toen. Dus dan is het waar wil je wat van weten.Maar dan heb je helemaal geen QR-code meer nodig, dan gaat het puur om locatie.TVL: En het hangt er ook een beetje vanaf hoeveel locaties je in zo’n app hebt? Bijvoorbeeld UAR hebben zevierhonderdvijftig locaties in Amsterdam, misschien inmiddels wel meer, wanneer je die app ook opent is erwel iets te zien.EV: Ja. Het probleem is daar, als je het over de Nederlander hebt, die gewoon met zijn mobiel van het internetspullen mag downloaden, dan maakt het niets uit. Want dan zit jij gewoon in een app, de I Amsterdam app ofiets anders, we hebben een Amsterdam Heritage app en daar staat dan heel duidelijk in ik ben nu hier en hijhaalt via het internet de gegevens op en die toont hij in die app. Dus je hebt gewoon een internetverbindingdus het hoeft niet allemaal in die app te zitten. Die app is gewoon een lege huls, een presentatiedingetje en diehaalt van internet al die gegevens, die jij ergens hebt staan. Dat is vervelend voor een toerist, want die kan datdus niet doen, want die zegt ja ik ga niet op het internet want dat kost mij drie euro per megabyte. Dus dat ishet enige probleem wat we ook hadden, dat is misschien ook meer een valkuil want we hebben dus een appgebouwd voor I Amsterdam, of tenminste dat is geadviseerd. De Amsterdam I app, een app voor Android en 81
    • voor de iPhone en een website. De website kan je dan mooi gebruiken voor de Nederlandse toerist en die appis voor de Nederlandse maar ook de buitenlandse toerist, dus daar zit alles in. Maar ja, je hebt dus wel hetprobleem, niet alle locaties zullen erin kunnen passen want dan is die app heel groot. Want er zitten ookfotootjes bij en dingen, dat kost veel ruimte. Maar ik denk dat het hele web en app dat dat gewoon één word.Dus dan bekijk je een app en daarin zit een website. Maar je denkt dat je een app opstart, maar het is eigenlijkeen link naar een website en dat ziet er mooi uit. Dus je hebt niet het gevoel dat het een website is. Maar danin combinatie met GPS en als je er dan ook nog een QR code in zou hebben in die app, een reader, want datheeft die I Amsterdam app, daar zit een QR-reader ingebouwd. Dat maakt hem trouwens wel heel leuk wantvaak moet je voor die readers betalen, vooral de goede, die kosten vaak een euro of tachtig cent. En dan heb jeheel veel van die gratis readers maar die zijn soms niet goed, dan moet je een foto nemen, terwijl echt diegoede readers die houdt je ervoor en dan word je gelijk doorgelinkt.TVL: Dus de QR-code reader zit in de I Amsterdam app ingebouwd?EV: Ja, die zit erin. Daar moesten we wel voor betalen, maar hij zit er wel in die QR-reader. Ze wilden ook eenAugmented Reality ding erin hebben, maar dan ga je zoveel in één app aanbieden, dan denken mensen ookwat is dit voor kermis app.TVL: Wat vind je zelf van Augmented Reality?EV: Ja, ik denk dat het met een telefoon is het scherm een beetje te klein. Je zit toch met zo’n klein schermpjeen dan krijg je visuele informatie over waar je bent, ook weer GPS. Hij weet je bent hier, dus wat is hiergetwitterd en wat zijn hier voor video’s gemaakt, maar als je heel veel informatie vind dan loopt je schermhelemaal vol. Dus dan kan je heel moeilijk oriënteren, dus dan krijg een je een beetje een soep en ik vind datniet fijn werken dus dan is het veel handiger om te gaan filteren. Dan zeg je van ik ben geïnteresseerd inmisschien alleen maar popmuziek en dan wordt het gefilterd, maar dan krijg je soms ook helemaal niets. Hetzou veel leuker zijn als die applicaties weten waarin jij geïnteresseerd bent en dan wordt het daarop gefilterd.Maar dat is volgens mij ook meer toekomstmuziek want daar zijn ze wel mee bezig. Via Augmented Reality vindik nu een beetje, dat die drie D die erin zit, dat heb je ook, dat dat er een beetje knullig er uit ziet.TVL: Je had of hebt een project van het Stedelijk Amsterdam op het museumplein met Augmented Reality. Ophet plein hebben studenten virtuele kunstwerken geplaats die je met je telefoon kunt bekijken. Ik vond dat weleen hele goede alternatieve manier om buiten de vier museummuren te treden.EV: Klopt ja. Ik weet wat je bedoelt. Dat heb ik ook gezien. Het idee is leuk maar ga je er echt naar kijken dan ishet natuurlijk geen kunstwerk. Maar nu het nieuwe ding is de bridge tussen Augmented Reality en QR-codes.Want die Augmented Reality, die zie je niet, je weet het niet. Ja, wat kan je, een bordje ophangen, dat gaatniemand lezen, maar als je een QR-code ophangt, hé dan kan je namelijk direct, als je dat dan in scant en jegaat naar de website van iemand die een Layar heeft en daar staat dan hé klik hierop en start de Layar op. Dankan je de link krijgen die weet waar je bent, met GPS kan de exacte coördinaten doorsturen en dan kan je dusdie Layar starten. Dus ze hebben elkaar een beetje nodig. Ik vind die QR-codes juist super handig om dit soortplekken, om dit soort punten, om die zichtbaar te maken. Dus een QR-code is iets wat super handig is om eenAugmented Reality project te lanceren of om kennis te geven dat het hier is. Want je kunt iemand gewoonlinken naar een Layar. Je kunt volgens mij een commando geven intern in je iPhone dat hij Layar opstart, metzo’n QR-code. Maar ik denk wat Augmented Reality betreft, dat we nog in het begin zitten want dat wordtecht. Ik denk dat we over tien jaar allemaal met een ding, een bril of zoiets, oplopen. Gewoon een normale brilwaar je een hele Layar van informatie in ziet. Bijvoorbeeld bij producten, een pak sap, daar staat een QR-codeop en daar kijk je dan naar door je bril naar en dan krijg je bijvoorbeeld een filmpje te zien met wat er in hetpak zit, of waar de ingrediënten vandaan komen of misschien een reclamefilm.IG: Je hebt toch ook McDonalds met die calorieën met QR-codes?EV: Nou, ik heb het over Augmented Reality. Ik denk dat dat wel meer gaat gebeuren, het toepassen vanAugmented Reality. Sommige mensen vinden het misschien niet zo leuk, want dan ga je naar een feestje endan kijk je gewoon in het rond en dan zie je van nou die rookt, die is achtenveertig. Het kan ook heel negatiefzijn, je weet niet of je bepaalde dingen zou willen weten. Bij een sollicitatie gesprek kan het bijvoorbeeldverkeerd uitpakken, met bijvoorbeeld foto’s van feestjes, privé dingen. Het is bijna de Matrix. En wil je dat? Dushet is, ik denk dat je bij dit soort dingen echt moet denken om de privacy van mensen. 82
    • TVL: Even terug naar de QR-codes. Wat voor soort publiek denk je dat er bereikt wordt met het inzetten vanQR-codes?EV: Ik denk dat het vooral heel erg nerdie personen zijn die het zullen gebruiken. Wij hebben bijvoorbeeld weleen QR-code op onze visitekaartjes staan, dit is heel handig. Kijk, je scant hem en ik sta direct in jou adresboek,met naam en telefoonnummer en e-mailadres, er kan alleen niet teveel informatie in komen te staan want danwordt de code veel te groot en rommelig. En dan hoef je het allemaal niet in te typen en dat is heel handig. Ikheb nog maar weinig mensen gezien met een visitekaartje waar het op stond, maar als ik het van iemand krijgzal ik het zeker gaan gebruiken. Het scheelt gewoon een handeling. Ja, het publiek wat je bereikt, ja, dat is nogeen beetje afwachten want op dit moment. Ik denk dat we nu in een fase zitten waarin mensen zeggen van watis dit? Vier jaar geleden toen we er voor het eerst van hoorden werd het heel veel gebruikt in Japan en daarwerd het zelfs op een begraafplaats gebruikt, daar is het de eerste keer waarvan ik ervan hoorde. Als je die QR-code scande dan kreeg je allemaal foto’s van die man, met een kind, het was dus gewoon alleen die code. Ikhoop dat ze het wel altijd online houden want, maar ja zo’n graf wordt op een gegeven moment ookweggehaald.TVL: Beetje een gek verhaal, nog nooit gehoord.EV: Ja en heb je ook wel eens gehoord van dat verhaal met dat spel in de krant?TVL: Nee.EV: Dat is ook in Japan, QR is helemaal hip in Japan, daar is het helemaal doorgeslagen. Maar daar hebben zedus, dan open je de krant en dan heb je een pagina vol met QR-codes, stuk of veertig, gewoon op één pagina.En dan moet je ze allemaal scannen, maar op een gegeven moment scan je een code waar iets van een luikje ofiets achter zit en dan win je iets. Maar als je hem scant dat kost dat dan ook wel geld, dus via je mobiel wordteen paar cent afgeschreven, maar als je die hele pagina scant dan heb je misschien vijf euro uitgegeven. Maarals je direct de goede scant dan win je vijf euro. En heel veel mensen doen dat, het is gewoon een spel.TVL: Net zoals een december kalender.EV: Ja, het zijn een beetje gokverslaafden die Japanners. Heb je voor jezelf kunnen bedenken wat jij, want dat iswel leuk, wat is de ideale applicatie? Wat zou de ideale applicatie zijn en wat denk jij wat er met dat QR zalgebeuren?TVL: Met QR vind ik het lastig om te zeggen. Maar ik denk wel, wat er ook zeg maar komt, dat er altijd, in iedergeval voor mij persoonlijk, een fysiek teken moet blijven voor on the spot informatie.EV: Ja, een fysiek iets.TVL: Of je applicatie moet zo sterk zijn van hierbij krijg ik altijd de informatie die ik interessant vind en dat ereen soort van push factor inzit.EV: Maar dat teken kan dus ook een ander teken zijn, je zou het met een ander bordje kunnen oplossen?TVL: Ja, als er bordje of teken is wat iedereen herkent.EV: Ja, bijvoorbeeld het oude monumentenbord, dat herken je. Daar hangt dan misschien geen QR-code meeraan.TVL: Nee, maar dat kan je bijvoorbeeld oplossen met NFC.EV: Ja, Near Field Communication, dus zo’n chip, GPS code. Dat zou in alle steden gedaan moeten worden. Diehebben geaccepteerd dat de toerist het kent, ohja dat is zo’n bord dus dat betekend dat, dus net zoals eenbord met een mannetje en een vrouwtje, dat zit zo in je hoofd. Als je zoiets zal bedenken. Bijvoorbeeld eenWIFI bord, dat icoon, met zo’n antennetje, dan weet je al direct hier kan ik gratis WIFI krijgen. Ik denk dat datook wel leuk is, als ze zoiets zouden maken. Maar in zo’n app wat zou je bijvoorbeeld meer geluid, meer videomeer tekst willen zien?TVL: Ik denk, als het gaat om erfgoed, zeg gebouwen, dan moet je opletten dat je geen informatie geeft die eral is, dat je daar goed op let. Dit is een hoekhuis ofzo, dat soort informatie moet je niet geven. En ik denk dat jeheel erg moet proberen in te spelen op interesses. Dus dat je iets in die app instelt wat jou interesseert, zegeen soort van thema’s die jou persoonlijk aanspreken. Dat dat werkt. Er zijn zeg maar tweehonderd bordjes enmisschien gaan er maar dertig over architectuur waar ik geïnteresseerd in ben, maar tussen die bordjes is weleen route te vinden of een soort van samenhang, een verhaal. 83
    • EV: Ja, dat is volgens mij wel heel goed. Om een gebouw in te delen bijvoorbeeld geschiedenis, architectuur enje hebt eventueel nog.TVL: En binnen het gebouw kijken, interieur.EV: Ja, interieur, dat zou je nog kunnen doen. Ja, en verhalen, mensen vinden verhalen vaak leuk. Maar je hebtook geen zin om een heel verhaal te lezen als je voor een gebouw staat. Ik denk dat een audiotour, maar ikdenk dat als je op een punt staat en je gewoon oordopjes indoet en je hoort even een kort verhaaltje over hetgebouw waar je voor staat, dat vind ik ook een extra toevoeging. 84