Connectar, jouw eigen cultuurnetwerk
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Connectar, jouw eigen cultuurnetwerk

on

  • 952 views

Aantrekkelijkheid, diversiteit en persoonlijke ...

Aantrekkelijkheid, diversiteit en persoonlijke
connectiviteit in kennis-ecologiën voor cultuureducatie.
Onderzoek naar alternatieven voor bestaande (geleide) cultuurnetwerken t.b.v. Master Kunsteducatie Fontys Hogeschool vd Kunsten 2013

Statistics

Views

Total Views
952
Views on SlideShare
952
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
2
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

CC Attribution-NonCommercial-ShareAlike LicenseCC Attribution-NonCommercial-ShareAlike LicenseCC Attribution-NonCommercial-ShareAlike License

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Connectar, jouw eigen cultuurnetwerk Connectar, jouw eigen cultuurnetwerk Document Transcript

  • CONNECTAR (jouw eigen) cultuurnetwerk aantrekkelijkheid, diversiteit en persoonlijke connectiviteit in kennis-ecologiën voor cultuureducatie blokopdracht 1 FHK MKE1 Theo Meereboer november 2013
  • Voorwoord In 2006 werd ik door de bibliotheek Bergen (en Schoorl / Egmond) gevraagd een avond te leiden in het kader van ‘Nederland Leest’, waarbij met een aantal lezers het boek Dubbelspel van Frank Martinus Arion werd besproken1. Het werd een fijne avond met ongeveer twintig zeer geïnteresseerde mensen. Het was wel een gedurfde actie om de allereerste versie van Nederland Leest meteen te beginnen met een boek dat zich afspeelt op de Antillen met een thematiek waar misschien niet iedereen zich direct mee zou kunnen identificeren. Voor mij ging er wel een wereld open en die ‘nieuwe wereld’ was ook Nederland, werd een nieuwe dimensie van mijn Nederlanderschap. Na afloop van de avond vroeg ik aan de directeur van de bibliotheek of ze vanuit de bibliotheek vaker dit soort avonden organiseerden. Dat deden ze niet heel erg vaak, vanwege de tijd en energie die in de organisatie ging zitten. De directeur vertelde mij dat ze wel veel moeite hadden meer mensen te (blijven) interesseren voor de bibliotheek en dat ze in een commissie erover nadachten hoe ze meer mensen naar de bibliotheek konden trekken; want lezen leek niet erg populair meer en ze legden het als bibliotheek in toenemende mate af tegen internet en games. Daarop vroeg ik haar of ze bijvoorbeeld al iets deden met de groeiende hoeveelheid weblogs, waar iedereen naar eigen inzicht en motivatie kan publiceren, die alles bij elkaar een enorme schare lezers vinden, boeien en binden 2. Daar deden ze niets mee en ze had ook geen idee hoe dat zou moeten. Mijn advies aan haar was toen om zelf online veel actiever te worden, communities op te zoeken, eraan deel te nemen, beter te observeren wat speelt in de samenleving en daarop inhaken en meer avonden te organiseren, waar bijvoorbeeld bloggers uitgenodigd zouden worden. Begin september van dit jaar werd ik benaderd door het SIOB, op voordracht van Edwin Mijnsbergen (o.a. oprichter van Bibliotheek 2.0) om mijn visie op de bibliotheek en expertise op gebied van netwerken te delen bij een discussiemiddag over bibliotheekinnovatie 3. Alle aanwezigen, niet voor niets de voorhoede in de bibliotheekwereld, waren het erover eens dat de bekende rol van de bibliotheek, als ‘uitleenbalie’ van boeken, zienderogen afneemt. Tegelijkertijd biedt dit ook een kans voor de bibliotheek als verbindende factor in de culturele sector; vooral als de bibliotheek minder gebonden raakt aan een gebouw, minder zichzelf organiseert, maar anderen helpt zich te verbinden, als de bibliotheek kan inhaken op wat speelt in de samenleving en aansluiten bij (bestaande) netwerken en zich zo toelegt op het bevorderen van geletterdheid in de brede zin. Terug naar de basis, zo klinkt het. Intussen is het wel een grote stap voorwaarts. Dit uitgangspunt, dat ik eerder samen met Lisette Colijn en Manske Poelmann onderzocht en in beginsel uitwerkte voor iDiversity4, werk ik hier onder een ander noemer uit. Daarmee is dit een onderzoek naar de waarde van connectiviteit en aantrekkelijkheid van particuliere initiatieven in combinatie met activiteiten van daarvoor ingerichte organisaties en de manier waarop deze toepasbaar zijn voor een cultuurnetwerk en cultuureducatie. De aanname dat identiteit en diversiteit hierin belangrijke factoren en actoren zijn, wil ik eveneens in dit onderzoek bevestigen en verduidelijken. 1 http://www.nederlandleest.nl/archief.html 2 ‘vinden, boeien, binden’ is al jarenlang een slogan van Sanoma Uitgevers 3 http://www.slideshare.net/Erfgoed/verander-het-innoveren 4 http://idiversity.nl 2
  • Inhoud Voorwoord 1.Verbreding • Onderzoek • Identificatie • Ecosystemen 2.Verwerking • Waarom een cultuurnetwerk? • Voor wie en met wie? • Onderwijsontwikkelingen • Betrokken organisaties • De bibliotheek als libero? 3.Verwezenlijking • Netwerk aanpak • Criteria voor netwerken 4.Verbeelding • Inspirerende voorbeelden • het Connect-AR netwerk 5.Verantwoording • Conclusie • Bronnen / literatuur 3
  • 1. Verbreding Onderzoek Voor een aanzienlijk deel is mijn onderzoek gebaseerd op bronnen in de zin van literatuur, boeken, rapporten en essays. Deels is het ook gebaseerd op eigen ervaring en eerdere publicaties, die op hun beurt weer te herleiden zijn naar bronnen (waar ik evenwel geen verwijzingen meer naar kan maken, omdat ze te lang geleden gelezen zijn) en de vluchtiger bronnen op tal van weblogs, websites, conferenties en workshops; en wederom te herleiden naar eerder opgedane ervaring. Ook is daarin bewust ruimte gelaten voor interpretatie, (re)combinatie en synthese. Zoals elke goede remix, bevat ook dit essay niet alleen footage en feiten, maar ook creativiteit en inzicht. Een ander deel van dit essay bevat praktijkvoorbeelden en observaties van veranderingen in de samenleving. Deze manier van werken is niet toevallig. Het past bij een persoonlijke leerstijl, die zich kenmerkt door een generalistische breedvoerigheid en graag maken van koppelingen en crossovers, door intuïtie maar tegelijk ook afkeer van waanwijsheid; meerdere waarheden naast elkaar, eerder gelaagdheid en een hink-stap-sprong verbondenheid dan specialistische verdieping, eerder synthese en bezinning dan discipline of beslissingen Nog meer past het bij de aard van voorgesteld netwerk, dat dynamisch wil aansluiten bij veranderingen in de samenleving en vanuit robuustheid individuen, communities en organisaties de kans geven daar invloed op uit te oefenen. Volgens Hans Boutellier (2011) is de robuustheid van een netwerk gebaseerd op hubs (belangrijke knooppunten) en connectors (verbindingen tussen hubs)5. Een meme is een begrip uit de memetica en betekent een idee dat zich onder informatiedragers (voornamelijk menselijke hersenen en sociale netwerken) verspreidt en wordt ook wel omschreven als een besmettelijk informatiepatroon. De eerste die de term meme gebruikte voor een breder, in eerste instantie wetenschappelijk, publiek was Richard Dawkins in zijn boek The Selfish Gene (1976). Daniel C. Dennett heeft met Douglas R. Hofstadter in een gezamenlijke uitgave, The Mind's I, het begrip meme in zijn woorden verklaard (Zie hfdst. 10, "Egoïstische memen", 1981). De term internetmeme is een neologisme dat gebruikt wordt om een concept te beschrijven dat zich via het internet van persoon tot persoon verspreidt. Een meme kan zich verspreiden in de vorm van een foto, video- of audiobestand, gerucht, citaat, etc. via elk internetkanaal dat vrijwillig delen toelaat. (bron: Wikipedia) Naar mijn idee zijn die knooppunten tevens op te vatten als ontmoetingsplekken. Tussen mensen, meningen, media en memen, oftewel overstap-momenten, zoals de infrastructuur van een openbaar vervoer stelsel die kent, meestal bij pleinen en belangrijke gebouwen in een stad. Dat is de plek waar (nieuwe) conversaties gevoerd worden, waar connecties gemaakt en onderhouden worden, waar volgens Weinberger en Searls (1999) conversaties een markt vormen 6, waar informatieoverdracht plaatsvindt en waar (derhalve) sprake is van transfer. Hierbij wordt uitgegaan van complexiteit, meerduidigheid en “hybride verschijnselen waarbij een onderscheid tussen natuur en cultuur achterhaald is, zoals gezondheid, milieu, internet, verkeer en veiligheid” (Boutellier, 2011). Het past ook bij een netwerkgedachte waarin waarden als wederkerigheid, gelijkwaardigheid, openheid, vertrouwen, (samen) delen, co-creatie en interactie voorop staan. Dat 5 Boutellier, H., De Improvisatiemaatschappij, Boom Lemma Uitgevers, 2011, pp 125-126 6 Cluetrain Manifesto: the end of business as usual, chapter 4, 1999-2001, http://cluetrain.com/book/markets.html 4
  • heeft consequenties voor de leertheorieën die van toepassing (kunnen) zijn in zo’n netwerkbenadering en daarmee de manier waarop cultuureducatie kan plaatsvinden en (zichzelf) kan organiseren. Of dit allemaal klopt en de samenhang heeft die ik veronderstel, hoe dit toepasbaar te maken voor cultuureducatie, welke criteria daarvoor gelden en wat de toevoeging van nieuwe media technologie als Augmented Reality (AR) kan zijn, welke rol een bibliotheek daarin kan hebben en wat het interessant, relevant en aantrekkelijk maakt voor bijvoorbeeld jongeren, hoe zij er hun eigen netwerk van kunnen maken, daarover gaat dit onderzoek. En-passant ontstaat er hopelijk een visie over cultuureducatie en wat dit kan betekenen voor identiteit en diversiteit en neemt dit de lezer, bij wijze van een zoektocht naar nectar, mee in de denktrant. Er bloeien duizenden bloemen. Toch zullen we ze niet allemaal hoeven bezoeken en proeven. Identificatie tegenstellingen In steeds hoger tempo verandert onze samenleving onder invloed van bijvoorbeeld technologie en al dan niet daarmee samenhangende (schijnbare) dialectiek. Zoals mondialisering versus regionalisering, ‘zijwaartse horizontalisering’ en ‘viscositeit’ versus hiërarchie en stolling. Of diversiteit en vermenging van identiteiten versus focus op eenduidige identiteit, herkenbaarheid (personal branding 7 / ego marketing) en populisme. En ook technologische en sociologische ontwikkelingen versus conservatisme en ecologisch boeren, digitalisering versus klimaatverandering, terug-naar-de-natuur en duurzaamheidsstreven, economisch adagium (verplichte winstgroei) versus shareconomy... dialectiek: redeneervorm die met het gebruik van tegenstellingen probeert te zoeken naar waarheid. Ofwel een metafysica, die meent dat zowel het denken als de wereld verandert (zich ontwikkelt), ten gevolge van tegenstellingen. Dialectiek wordt bij Hegel en Marx gebruikt als term voor het denken vanuit twee polen, de these en de antithese, welke tegenstelling wordt opgeheven (op een hoger plan gebracht) door de synthese. (bron: Wikipedia) Zulke tegenstellingen kunnen in het slechtste geval leiden tot verregaande polarisatie en identiteit reduceren tot chauvinisme en xenofobie en uitbannen van diversiteit, of in het minder angstaanjagende geval van een 2.0 ideologie worden weergegeven in schema’s over oud en nieuw, vroeger en nu, achterhaald en vooruitstrevend. Ze verkondigen de 2.0 gedachte, het geloof in samenwerking en connectiviteit en de overtuiging dat de oude manier van doen nu echt heeft afgedaan. Het hoge tempo van veranderingen, het vervagen van grenzen tussen sectoren en het tegelijkertijd polariseren van opinie en sentimenten in de samenleving dragen er mede toe bij, dat steeds meer mensen de samenleving als immens complex ervaren en het gevoel hebben de veranderingen niet te kunnen bijbenen. Er is behoefte aan geletterdheid op velerlei fronten. Intussen willen we internationaal blijven meetellen en neemt eens te meer de vraag naar innovatie en verbeterde scholing toe. 7 Becker, N., Personal branding, artikel op Frankwatching.com, 2008, http://www.frankwatching.com/archive/2008/05/16/personal-branding/ 5
  • overeenkomsten Identificatie begint met vragen stellen en articulatie van de vragen. In hoeverre is het nodig dat ik me identificeer met de eigenheid van een ander om die ander te kunnen verstaan? Welke taal gebruiken we om elkaar ervan te vergewissen dat we elkaar verstaan, respecteren, begrijpen, waarderen? En helpt kunsteducatie bij die identificatie of biedt het op z’n minst een gemeenschappelijke taal en begrippenkader? Is het als bij een dominospel, dat het aantal punten identiek moet zijn om aansluiting en continuïteit te bereiken? Of domineert de eigenheid van de één per definitie het persoonlijke vocabulaire van de ander; dan zouden we vooral met aanpassingsvermogen te maken hebben en ons daarop moeten richten? In het vraagstuk van diversiteit lijkt steevast sprake te zijn van predominantie waar we eigenlijk een oplossing voor willen (en nauwelijks kunnen) vinden, eerder dan dat we oplossingen zoeken voor (het zichtbaar en invoelbaar maken van) de verschillen. De vervolgvraag is dan of diversiteit een statisch gegeven is of dat daarin evolutie kan optreden, metamorfose misschien. In democratie schuilt het dilemma, dat er ongelijkheid het eigenlijke beginsel is, ongelijkheid in de zin van overheersing en ten opzichte van minderheden waar de democratie liefst gelijke rechten wil toekennen. Is het daarom voor kunsteducatie een te zware taak deze verschillen te overbruggen? Zwaar omdat noch kunst noch educatie de meest geschikte gereedschappen zijn voor overbrugging, hoe graag de mensen die vaardig zijn in het hanteren van deze gereedschappen dat ook zouden willen. Met een nijptang kun je een plan vast timmeren, maar makkelijk is het niet. Hebben we te zeer onze hoop op cultuureducatie gevestigd nu al het andere faalt? Dit is geen schijnbeweging om de duidelijk aanwezige problematiek van identiteit en diversiteit te omzeilen. Het heeft ermee te maken dat het vraagstuk van identiteit en diversiteit vaak gaat over Culturele diversiteit, Nederlandse identiteit en democratisch burgerschap (prof. dr. Halleh Ghorashi, 2010). Dan verschijnen titels in beeld zoals Inburgering in Nederland (Jaarboek Minderheden 2010), Gelijkheid en diversiteit in de multiculturele samenleving (Ashley Béatrice Terlouw, 2010), Nederland Migratieland (B.P. Vermeulen, W.A.R. Shadid, G. Extra, 2008), Verbinden of polariseren? Over de multiculturele kwaliteit van de media in Nederland (Susan Bink, 2008). Waarom zou dat allemaal zo’n zwaarwegend probleem zijn? Is het toevallig dat we in dit kader boeken lezen van Amartya Sen, Manuel Castells of Hans Boutellier? Nee, in deze boeken komen termen als criminaliteit, racisme en conflicten veelvuldig voor. En reken maar dat het een probleem is. Een probleem dat onze cultuur, ons begrippenkader, onderling respect en waardering voor verscheidenheid dreigt te verminken. Kan cultuur deze strijd aangaan en stand houden met behulp van educatie? Wanneer we deze ontwikkelingen koppelen aan kunsteducatie kunnen we voorzichtig constateren dat een verschuiving heeft plaatsgevonden van kunst als hoger doel in zichzelf, als hooggestemde uiting van een samenleving, waartoe educatie de mensen poogt te verheffen, of een vrijplaats voor alternatieve visies en beleving, naar kunst en bijbehorende educatie als middel om problemen helpen oplossen. Of dan toch tenminste het gesprek hierover op gang te brengen. Misschien hoeven we het niet eens zo voorzichtig te constateren. Natuurlijk willen we deze vraagstukken niet ontwijken in culturele instellingen en ook niet in het kunstonderwijs. Toch lossen we ze ook niet op door jongeren met andere ogen naar een werk van Mondriaan, Miró of Moti 8 te laten kijken, zichzelf te laten schilderen, 8 Andrea Lissioni, The Magical Bucket Melvin Moti, Mousse magazine Issue #17, http://moussemagazine.it/articolo.mm?id=9 6
  • met de beste verleidingstactieken een boek te laten lezen of zeer geleidelijk te doordesemen met kunst en cultuur in het klaslokaal. Ik chargeer nogal en het hangt ook van het gekozen metier af. Theater nodigt bijvoorbeeld al heel lang succesvol uit tot confrontatie met de ander. En dat is goed, nobel en nodig. Toch lijkt het me een gemiste kans als binnen cultuureducatie kunstzinnigheid en reflectie daarop vooral ingezet worden voor een maakbare samenleving uit angst voor conflicten; dus dat we de eigenlijke conflicten vermijden door ze in een artistieke vorm minder schadelijk te maken. Uiteindelijk zal dat geen tegenstellingen overbruggen en aversie voor kunst en cultuur eerder vergroten dan omvormen naar affiniteit. En er is al heel veel ondernomen op dat gebied, decennia vol initiatieven, activiteiten en organisaties. Zou het helpen als we van veel activiteiten één beweging weten te maken en on-organiseren? Een beweging waaraan je uit eigen beweging mee wilt doen, omdat je er jezelf in herkent? Is het mogelijk om bovenop de zichtbare werkelijkheid een laag te visualiseren die beweeglijk, divers en uitnodigend is, waar je je op basis van je eigen profiel mee kunt identificeren? alles en iedereen verandert In zijn boek ‘Here comes everybody, The Power of Organizing Without Organizations’ (2008) schreef Clay Shirky over het effect van internet op groepsdynamiek en hoe simpel het is geworden om mensen bij elkaar te brengen. ‘Ridiculously easy group forming’ noemt Shirky het. Wanneer iedereen toegang heeft tot internet, informatie kan zoeken, aanvullen, bewerken en delen, verdwijnen de oude hiërarchieën in organisatie en productiemethoden. Iedereen kan publiceren, produceren, diensten aanbieden en dit vooral ook samen organiseren. “Groep action gives human society its particular character and anything that changes the way groups get things done will effect society as a whole.” 9 Het gaat hem dus om de maatschappelijke gevolgen van internet.” Bij de nieuwe vormen van samenwerken onderscheidt hij 4 hoofdpunten: • onafhankelijk van tijd en plaats • meer betrokkenen per project: • kleinere bijdragen per persoon • deelname aan meerdere groepen Over de vormen van samenwerken zegt Shirky dat de (nieuwe media) gereedschappen dit niet initiëren, maar eerder de bestaande belemmeringen wegnemen en/of de drempels voor deelname te verlagen. Het lukraak inzetten van internet of social media is vanuit die optiek geen garantie voor samenwerking. Beter is het de drempels te identificeren en daarbij de gereedschappen te zoeken die de drempels kunnen verlagen. Hierbij gat het niet om de techniek an sich. “Revolution doesn’t happen when society adopts new technologies – it happens when society adopts new behaviors.” 9 Davied van Berlo op Ambtenaar 2.0 (2009) - http://www.ambtenaar20.nl/?p=1444 7
  • Bij dit proces van samenwerken noemt Shirky Collectieve actie en Productie door samenwerken. Deze manieren van samenwerken worden op hun beurt gevoed door ’sociaal kapitaal’: • bindend sociaal kapitaal (binnen netwerken) • overbruggend sociaal kapitaal (tussen netwerken) Het boek van Shirky heeft, samen met zijn TED-talks10 , weblog11 en boek Cognitive Surplus: Creativity and Generosity in a Connected Age (2010)12, een enorme impact gehad op veel voorvechters van de 2.0 gedachte, Het Nieuwe Werken en het ontstaan van tal van nieuwe organisaties en diensten. Wat betekent dat voor cultuurnetwerken? nu als iedereen voorkeuren, meningen over boeken en beschrijvingen daarover deelt via sociale media, zoals LibraryThing, Goodreads, GetGlue? Je weet wel, iedereen gebruikt het. Of toch tenminste een paar honderdduizend mensen wereldwijd. Welke impact heeft het als iedereen, behalve boeken van anderen lezen, ook volop zelf gaat publiceren? Niet alleen proza en poëzie via weblogs, Facebook pagina’s of zoiets als BraveNewBooks, maar ook onderzoeksrapporten, scripties en essays via Issuu, of Scribd? Is het slechts een hype als iedereen zelf via platforms als Paper.li, TweetedTimes of GoogleCurrents nieuwsvoorziening kan verzorgen, achtergronden becommentariëren, onderzoeksjournalistiek doen? Wat betekent het als bewoners onderling boeken gaan uitlenen, zoals in de UK gebeurt in oude rode telefooncellen? En wat als mensen zelf bijeenkomsten organiseren waar zij het hebben over geletterdheid en dit combineren met publicaties, seminars, adviespraktijk? Doorbreken al die mensen dan het monopolie op kennisoverdracht van uitgeverijen, opleidingsinstituten en bibliotheken? Wat dan? Dan bevinden we ons in de huidige tijd. Dat betekent bijvoorbeeld voor de Openbare Bibliotheken dat zij zichzelf in staat moeten stellen om hierop in te haken, om een zelfde soort organisatievorm te kiezen. Daarbij is een netwerkgedachte een van de voorwaarden. Hoe laat je zo’n netwerk ontstaan, hoe onderhoud je het en welke criteria spelen daarbij mee? Wat betekent het voor diversiteit, identiteit en voor cultuureducatie? Zijn er al voorbeelden van zo’n radicaal andere manier van kennisdelen, waarderuil, educatie en participatie? En niet alleen kennis, maar ook creativiteit en entertainment kunnen door eenieder geproduceerd en gedistribueerd worden. Platforms als YouTube en Facebook staan er vol mee. De impact daarvan op bestaande uitgeverijen, hun business model, auteursrecht en distributiekanalen, laat zich raden. Ook bibliotheken en het onderwijs hebben daar direct en indirect mee te maken. Terwijl de bestaande bedrijven en structuren onder druk staan, morrelen nieuwe initiatieven die van onderop komen aan de bestaande maatschappelijke verhoudingen. 10 http://www.ted.com/search?cat=ss_all&q=clay+shirky 11 http://www.shirky.com/weblog/ 12 Shirky, C., Cognitive Surplus: Creativity and Generosity in a Connected Age (2010) http://isbn.nu/9781594202537 8
  • In Connect!13 schrijft Menno Lanting: “En nu loopt ook het tijdperk waarin kennis binnen organisaties vooral lineair en hiërarchisch gebruikt wordt ten einde. [...] De informatie die nodig is voor het ontwikkelen van kennis komt binnen handbereik van iedereen die er gebruik van wil maken.” Er zijn ook minder optimistische geluiden. In Digital Vertigo (2012)14 spreekt Andrew Keen over een ‘Aristotelian ideal of our natural sociability’, zoals beleefd en gepropageerd door mensen als Biz Stone15 en de misvatting dat mensen a priori sociale dieren zijn. Hij zegt dat mensen juist behoefte hebben aan alleen zijn en geheimen en dat het radicale delen, de openheid en het exhibitionisme van sociale media de individuele vrijheid aantast. In zijn boek The Cult of the Amateur (2007) stelde Keen al dat alle user generated content zou leiden tot een eindeloos digitaal woud van middelmatigheid dat, ongehinderd door professionele normen of redactionele filters, het publieke debat kan veranderen en de publieke opinie zal manipuleren. Tegelijkertijd waarschuwt hij er ook voor dat reviews van het publiek op websites als Amazon.com juist door professionele bedrijven gemanipuleerd kunnen worden. Een interessant argument hierbij is dat door het wegvallen van bestaande verdienmodellen en bijvoorbeeld het verdwijnen van de cd muziek in toenemende mate vooral toegankelijk zal zijn voor de mensen die het geld ervoor hebben naar een concert te gaan. Daardoor zou democratisering van de media juist leiden tot het tegendeel voor wat betreft de beschikbaarheid van cultuur. Andrew Keen deelt een mening over de toenemende middelmatigheid van cultuur onder invloed van populariteit en de bemoeienis van alles en iedereen met Alessandro Barrico (2010). Barrico is echter aanzienlijk minder pessimistisch, of weet het luiden van de noodklok te laten klinken als interessante nieuwe muziek. Het gevaar van de massale betrokkenheid schuilt mogelijk niet in de populariteit, maar in de dreiging van populisme en stemmingmakerij. Nuance en meerduidigheid kunnen zich snel vernauwen tot de meest gangbare, meest populaire of meest activerende oneliners; mede vanwege de toegankelijkheid van media, de snelheid waarmee geproduceerd en gereageerd kan worden. Onder druk van bijvoorbeeld een revival van een nationale identiteit, of dat nu uit ongenoegen t.a.v. multiculturaliteit, uit onderdrukt zelfbewustzijn vanwege Europese eenwording of de canon van de Nederlandse geschiedenis is, kunnen de (vaderlandse) geschiedenis en de cultuur makkelijk misvormd en misbruikt worden. Waar we betrokkenheid wensen, krijgen we dan barricades. Mede daarom zou ik ervoor willen pleiten een beperkende ‘eenkennigheid’ te voorkomen door waar mogelijk dwarsverbanden op te zoeken en aan te tonen. Wanner netwerken worden benut om diverse visies te verbinden aan belangrijke (maatschappelijke) onderwerpen, kan een eendimensionale claim op zo’n onderwerp moeilijk gemaakt worden. Deze strijdende tegenstellingen, die we voor het gemak kunnen versimpelen tot enerzijds de enorme drang tot verandering met het uitzicht op een grootmoedige nieuwe wereld waarin we allen gelijk zijn en samenwerken en anderzijds een pas op de plaats vanuit een angstig voorgevoel over het verlies van privacy en persoonlijke eigenheid, duiden erop dat we het niet hebben over innovatie van techniek alleen. “Onze samenleving bevindt zich op een kantelpunt. Op zo’n moment is de maatschappij instabiel en kwetsbaar voor verstoringen, maar wordt de deur voor radicale veranderin13 Connect! De impact van sociale netwerken op organisaties en leiderschap (2010), pag.19 14 http://issuu.com/stmartinspress/docs/digitalvertigo_excerpt, via http://www.ajkeen.com/books/ 15 Christopher Isaac "Biz" Stone is mede-bedenker en -oprichter van o.a. Twitter 9
  • gen geopend,” schrijft Jan Rotmans in In het Oog van de orkaan 16. Wanneer de druk oploopt door veranderingen in de omgeving (macroniveau) en radicale vernieuwingen van onderop (microniveau) worden de radicale vernieuwingen steeds meer opgenomen door het bestaande systeem en nadert het genoemde kantelpunt. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. “Elk maatschappelijk systeem baseert zich op een stabiele macht en een dominant regime.[...] Veel systemen bereiken het moment waarop ze los komen te staan van mens en omgeving. [...] Vaak proberen ze zich te verdedigen door de eigen routines verder te perfectioneren.” Denk hier bij veranderingen in de omgeving bijvoorbeeld aan digitalisering en democratisering van media en publicatiemiddelen en de invloed daarvan op bestaande business- en organisatiemodellen. Binnen de energiesector en de duurzaamheidsbeweging wordt veel nagedacht over en geëxperimenteerd met de transitie en modellen daarvoor. Voor een deel is dat denken goed te transponeren naar de kunst- en cultuursector. De onafhankelijke activist en schrijver over milieukwesties Rob Hopkins schrijft daarover in het Transitie handboek17 : “In plaats van voorgeschreven oplossingen aan te bieden, hebben Transitie-initiatieven eerder de bedoeling als katalysator te werken voor gemeenschappen om zelf dingen te onderzoeken en met hun eigen antwoorden te komen.” “Transitie-initiatieven zijn erop gericht gemeenschappen te creëren die veerkrachtig zijn, dat wil zeggen beter in staat schokken van buitenaf op te vangen [...]” Eerder in zijn boek heeft hij het over ‘veerkracht’ als vermogen van een ecosysteem samenhang te behouden en te blijven functioneren onder druk van veranderingen. Walker et al. definiëren het als volgt: ‘Veerkracht is het vermogen van een systeem om verstoring te absorberen en zich tijdens veranderingen te reorganiseren, zodat het wezenlijk dezelfde functie, structuur, identiteit en terugkoppelingen blijft behouden.’ Een veerkrachtig systeem kenmerkt zich door 3 ingrediënten, te weten 1. diversiteit 2. modulariteit 3. korte terugkoppelingen. Dat biedt bruikbare criteria voor een cultuurnetwerk, wanneer dit zich als (een stelsel van) ecosystemen ontpopt en afhankelijkheid van bijvoorbeeld subsidiegelden weet om te vormen naar veerkrachtige, lokale initiatieven. Dat betekent dat een cultuurnetwerk in staat moet zijn om er op uit te gaan, te herkennen welke bloemen bloeien, op alternatieve wijze ‘energie’ aan te boren (lees: motivatie, organisatie en financiering), wendbaar te zijn en zich te kunnen aanpassen aan schommelingen en invloeden van buitenaf. Verderop gaan we dieper in op netwerken en zogenaamde kennis ecosystemen. We veronderstellen dat kunst- en cultuureducatie nodig is om mentaal, performaal en ethisch deze ontwikkelingen niet alleen te volgen en te duiden maar ook mede vorm te geven. Willen we dit waarmaken, is het van belang de cultuureducatie aan te laten sluiten bij en van invloed te laten zijn op voornoemde ontwikkelingen in de samenleving. Dat kan alleen door cultuureducatie ingrijpend te innoveren en heel anders te organiseren. Dat kunnen we doen door cultuureducatie ingrijpend te innoveren en heel anders te organiseren. Wanneer we daaraan beginnen, kunnen we niet om diversiteit en identiteit heen. Iedereen dient betrokken te zijn, ieder op een eigen manier, om het volledige po- 16 In het oog van de orkaan, Nederland in transitie (2012) pag. 11 17 Het Transitiehandboek, (2009) pag 68-69 / 153) 10
  • tentieel in de samenleving te benutten, het welzijn te verbeteren en samen te kunnen blijven genieten van cultuur. Vooralsnog zien we innovatie echter vaak beperkt blijven tot professionalisering en optimalisering van bestaande processen en denkwijzen, die vaak nog top-down, vanuit de overheid geïnitieerd worden. Dit overlaten aan marktwerking of veronderstellen dat burgers het zelf organiseren onder het mom van participatie, is geen antwoord op de eigenlijke kwestie. crossovers “In 2020 kunnen we in Nederland uit de sloot drinken”, stelde de directie Kennis en Innovatie van het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat9 (PKB Nota Mobiliteit, februari 2006). Daarvoor is o.a. nodig, werd vanuit de Directie Kennis en Innovatie gedacht, dat we in het bedrijfsleven sneller innoveren en daarnaast het onderwijs verbeteren. Hoewel we ervoor moeten waken cultuureducatie vooral nog te beargumenteren vanuit de bruikbaarheid voor andere, ‘nuttiger’ vakgebieden, vanuit de opbrengst, bereidt dit denken wel de weg voor het benaderen van cultuureducatie in een breder perspectief dan alleen de culturele sector. Dat is ook de richting waarin de Europese subsidies wijzen: meer cross-sectoraal, meet combinaties tussen erfgoed, geletterdheid, ambacht, regio en technologie18. Het ‘verband’ tussen welvaart, welzijn, innovatie, onderwijs en cultuur heeft een extra dimensie gekregen met het (vermeende) gunstige effect van cultuureducatie op (algemene) schoolprestaties. Extra motor hierachter was wellicht het geloof in de creatieve stad, geïnspireerd door Richard Florida (2002)19 . Veel steden proberen de creatieve industrie aan te trekken en te ontwikkelen door het realiseren van zogenaamde broedplaatsen, in oude industriewijken en fabriekspanden, wat moet zorgen voor een aantrekkelijke subcultuur waarin diverse kleine bedrijven, start-ups, eenpitters, kunstenaars, architecten, reclamebureaus, media- en technologiebedrijven, kortom creatieve klasse, zich thuis kan voelen. Het ligt voor de hand te denken dat deze creatieve klasse behoefte heeft aan creatief onderwijs. In het manifest voor de Creatieve stad Nijmegen (2005)20 staat onder meer: “Omarm diversiteit”, “Zorg voor creatief onderwijs”, “Zorg dat iedereen mee doet en mee kan doen” en “Breng mensen bij elkaar. Start netwerken.” Toch is niet onomstotelijk bewezen dat cultuureducatie een gunstig effect heeft. “Vaak is er wel een verband (correlatie) tussen het een en ander, maar een effect (causale relatie) is daarmee niet aangetoond” (OESO rapport Art for art’s sake? The impact of arts education, 2013).21 Cultuureducatie wordt dus niet alleen, terecht, in één adem genoemd met geletterdheid, maar ook met creativiteit en vernieuwing. De denkwijze dat cultuureducatie kan en zou moeten bijdragen aan het innovatieve gehalte van een sector of samenleving is goed te begrijpen. Daartegen kan men ook moeilijk bezwaar maken. Tenzij de plooibaarheid van onderwijs, naar gelang de politieke actualiteit, realiteit of waan, hiermee op de proef gesteld wordt. Geletterdheid in de zin van een genuanceerde en meerduidige blik, die we met alle beschikbare informatie en de daaraan toegevoegde metadata van kenners, liefhebbers en 18 Dutch Culture: Erfgoed en Europa 19 Florida, R., Rise of the creative class (2002) 20 Meer, J. vd, Manifest voor de creatieve stad Nijmegen (GroenLinks), 2005 via http://odeon-nijmegen.nl/leviagro/modules.php?name=News&file=print&sid=58 21 Art for Art's Sake? is een reviewstudie van wetenschappelijk onderzoek naar zogenaamde transfereffecten van kunstonderwijs op prestaties van leerlingen bij andere schoolvakken en op skills for innovation. 11
  • critici kunnen formuleren, is een groot goed. Internet technologie en (online) netwerken leveren daarbij een onmisbare infrastructuur. Van die wederzijdse beïnvloeding - of die nu zijwaarts beweegt zoals in een horizontaal georiënteerd netwerk22 , of driedimensionaal in een ‘time-space-matter’ stelsel, zoals Joe Pine dat gebruikt in Infinite Possibility (2011)23 - gaat een innovatieve werking uit. In ‘collaborative networks’ met hoge connectiviteit, worden betere ideeën geproduceerd. Ron Burt schreef in Structural holes and good ideas, gepubliceerd in the American Journal of Sociology (2003)24, over de verschillen (leemtes) die bestaan (binnen organisaties) tussen mensen en groepen van mensen (afdelingen). Elke organisatie heeft ze. De structural vertegenwoordigen een gebrek aan communicatie tussen mensen en zijn een beperkende factor op het vermogen van ondernemingen wendbaar te zijn en in te spelen op de veranderende omstandigheden. Juist op de knooppunten die de leemtes binnen de structuur van een netwerk overbruggen -bijvoorbeeld tussen verschillende aanbieders in een cultuurnetwerk - vindt de meest belangwekkende uitwisseling en informatieoverdracht plaats. “The hypothesis in this paper is that people who stand near the holes in social structure are at higher risk of having good ideas.“ Crossovers met andere sectoren, denkwijzen / mindsets, identiteiten, of binnen de cultuursector met andere cultuuraanbieders, kunnen zo’n overbrugging en wederzijdse beïnvloeding tot stand brengen en creativiteit (in de zin van goede ideeën) bevorderen. Communicatie (‘conversatie’) is daarbij een belangrijke voorwaarde. Ron Burt noemt vier niveaus van ‘makelaardij’ tussen de structural holes waar een persoon (in toenemende mate) waarde zou kunnen creëren: 1. Make each side aware of the other’s interests and difficulties 2. Transfer best practices 3. Draw analogies between groups ostensibly irrelevant to one another 4. Synthesize beliefs and behaviors that combine elements of both groups Bij een eenvoudige of complexe vorm van ‘makelaardij’ ontstaat waarde vanwege het maken van connecties (leggen van verbindingen zou hier misschien feitelijk de juiste benaming zijn, maar connecties heeft de dubbele betekenis die in kennis maken besloten ligt). Volgens Burt uit de waarde van zulke connecties zich specifiek in de kwaliteit van de geproduceerde ideeën. De sleutel ligt naar zijn idee in de uitbreiding van de kringen waarin wordt samengewerkt tot voorbij de ‘kerngroep’ waarin normaal gesproken wordt samengewerkt. Daarmee worden dus eigenlijk telkens opnieuw de volgende structural holes opgezocht. Dat vraagt om een dynamische benadering van netwerken, verschillen (diversiteit), zoeken naar het nemen van voortdurende ontwikkeling als uitgangspunt en een focus op de transfer. 22 zie Bauman, Z., Vloeibare tijd 23 zie Pine, J. en Korn, K.C., Infinite possibility, 2011 p. 31 e.v. 24 Burt, R., Structural Holes and Good Ideas (pdf), American Journal of Sociology, 2003, via http://faculty.chicagobooth.edu/ronald.burt/research/files/SHGI.pdf 12
  • structuur: grafiet In de visualisatie van zo’n netwerk zien we meestal een hoeveelheid bolletjes met lijnen ertussen. Dat doet denken aan de molecuulstructuur van grafiet (zie bovenstaande afbeelding). Hierin zijn twee hoofdpatronen zichtbaar. Enerzijds een honingraat-vorm, gevormd door telkens zes bolletjes (atomen) met evenveel verbindingen ertussen, waarbij de bolletjes tevens deel uitmaken van een van de omringende zeshoeken. Anderzijds heeft grafiet de eigenschap ‘gelaagd’ te zijn en hoewel de boven elkaar liggen lagen onderling verbonden zijn, kunnen ze ‘schuiven. Dat geeft grafiet de eigenschap waarmee het dienst kan doen in een potlood of als smeermiddel bij sloten. Weliswaar is de analogie niet helemaal correct, omdat in de molecuul structuur van grafiet, anders dan in een netwerk, telkens dezelfde atomen voorkomen en telkens dezelfde verbindingen en er dus geen verscheidenheid is. Bij sociale netwerken, of die zich nu op internet bevinden (digitaal) of in de offline wereld (analoog), of in een combinatie daarvan, zijn juist wel de verscheidenheid en meerduidigheid maar ook de gelaagdheid zoals in grafiet een wezenskenmerk. De zeshoekige vorm komt evenwel overeen met die van de cellen in een honingraat, een denkbeeld dat van pas komt wanneer we een vergelijking maken met de wijze waarop bijen afkomen op nectar en en-passant bloemen bestuiven. Bij netwerken kunnen we er vanuit gaan dat de structuur weliswaar gegeven is, maar niet slechts zijwaarts uitdijend. Waarschijnlijk is die 2-dimensionale weergave hoogstens een voortvloeisel van het platte vlak (papier, schermen) waarin wij de meeste zaken voorstellen en reproduceren. Juist meerdere lagen, die onderling verschuiven, maken inzichtelijk dat die gelaagdheid er is, zowel in netwerken als in de diverse identiteiten die een individu kan bevatten. Die meerdere identiteiten kunnen zich manifesteren wanneer iemand deel uitmaakt van meerdere lagen en/of netwerken. Of door zichzelf te beschouwen als opgebouwd uit lagen, als een gelaagdheid van de bodem in tijd en context. Deze lagen die onderling interactie hebben en ook nog verschuiven, zorgen voor telkens nieuwe dwarsdoorsneden, nieuwe connecties en geven netwerken hun fluïde karakter. Een gelaagdheid die we bijvoorbeeld terugzien bij online sociale netwerken als LinkedIn, Twitter of Google+. De gedachte van Google+ is erop gebaseerd dat individuen niet één enkel ‘bolletje’ zijn ergens in een immens netwerken, maar dat individuen deel uitmaken van verscheidene kringen (circles). Daarin kan iedere persoon zo’n verbindende schakel vormen. Bij LinkedIn wordt dit aangegeven met het aantal ‘stappen’ dat een individu verwijderd is van een andere persoon. Doorgaans zijn dat er overigens zelden meer dan 3. 13
  • honingraat, biodiversiteit De zeshoekige vorm bij de visualisatie van de molecuulstructuur van grafiet zien we ook terug in een honingraat. De bijenkorf, met daarin meerdere honingraten, zou model kunnen staan voor huidige culturele instellingen. De gedachte daarbij is dat mensen (bijen) naar de korf toekomen en er een uitwisseling ontstaan die in z’n totaliteit bijdraagt het goed functioneren en voortbestaan van de korf (cultuur, noodzaak en nut van cultuureducatie). Dat is nogal een simplificatie. Nog steeds focussen veel musea bijvoorbeeld op bezoekersaantallen en daar worden ze ook op afgerekend. Idem voor veel muziekscholen en podia en een bibliotheek die zelden mensen over de vloer krijgt en niks uitleent, heeft in de huidige visie geen bestaansrecht. In 2012 woonden er bijen op de Centrale Bibliotheek Rotterdam12. Bibliotheek Rotterdam en Bureau Botersloot werkten samen om de stad kennis te laten maken met de bijen en tegelijk het nut en de noodzaak van een gezonde bijenbevolking onder de aandacht te brengen. Bijen hebben diversiteit nodig om te overleven en deze biologische diversiteit is nu meer te vinden in de stad dan op het platteland waar voornamelijk monoculturen voorkomen. Op het weblog ‘bijenopdebieb’ deed de bibliotheek verslag van de logeerpartij van het bijenvolk. We kunnen echter ook kijken naar de interactie tussen korf en omgeving, die samen deel uitmaken van een ecosysteem. De bijen vliegen er als zwerm in wisselende samenstelling op uit, vertellen elkaar waar de nectar te vinden is en brengen zo een levendige wisselwerking op gang in het ecosysteem. Niet alleen de honing is het product, ook de aanwezigheid van andere gewassen, vruchten en diersoorten die daar op in weten te spelen. Met andere woorden: biodiversiteit en interactie als voorwaarden voor een vitaal ecosysteem staan hier model voor de diversiteit en uitwisseling die we nodig hebben in onze samenleving. Ecosystemen zwerm De komt overeen met wat in de zwerm-theorie centraal staat: door deel te nemen aan meerdere netwerken die bovendien van wisselende samenstelling zijn, vindt veel en snelle informatie overdracht plaats, wat innovatie en probleemoplossend vermogen ten goede komt 25. In Swarm Intelligence (1999) beschrijven Eric Bonabeau e.a. hoe sociaal opererende insecten als mieren, bijen, termieten en wespen gezien kunnen worden als krachtige probleemoplossende systemen met een geavanceerde collectieve intelligentie. Deze vormen van groeperen en samenwerken in een reactie op interne en externe factoren zonder ogenschijnlijke centrale sturing zien we eveneens bij vogels en scholen vissen. “Composed of simple interacting agents, this intelligence lies in the networks of interactions among individuals and between individuals and the environment. A fascinating subject, social insects are also a powerful metaphor for artificial intelligence, and the problems they solve - finding food, dividing labor among nestmates, building nests, responding to external challenges - have important counterparts in engineering and computer science.” In de voorgestelde modellen worden o.a. de nadruk op controle en centrale aansturing vervangen door autonomie, uit zichzelf naar voren laten treden (van veelbelovende ontwikkelingen) en gedistribueerd functioneren. Deze nieuwe modellen blijken enorm flexibel en robuust, kunnen zich snel aanpassen aan veranderende omstandigheden en blijven functioneren, zelfs als individuele onderdelen mislukken. 25 Bonabeau, E., Dorigo, M. en Theraulaz, G., Swarm Intelligence - From Natural to Artificial Systems, Oxford University Press Inc (1999) 14
  • durf te vragen Een initiatief dat gretig gebruik maakt van zowel de nabijheid binnen (elkaar overlappende) netwerken als het vermogen om snel met initiatieven te komen als daar geen belemmerende hiërarchie van een organisatie tussen zit is #Durftevragen.26 Hier wint motivatie het steevast van schroom. “Durftevragen heeft verschillende werkvormen ontwikkeld om zo veel mogelijk mensen te laten ervaren dat ook zij kunnen laten lukken wat ze Echt Willen. [...] Bij Durftevragen ervaar je dat je hoofd vol zit met kennis, kennissen, ideeën, mogelijkheden & verbindingen waarvan je het bestaan al bijna vergeten was. Durftevragen maakt je hoofd en creativiteit (extra) wakker, zodat je zelf makkelijker dingen in beweging kan zetten, maar ook anderen, met extreem weinig moeite en veel plezier kan helpen met hun plannen en vraagstukken” Tijdens het Nudge Live event in 201227 vond een co-creatie sessie plaats voor het project Plastic Whale. Doelstelling: binnen 3 maanden 100.000 rondslingerende PET-flesjes verzamelen en duurzaam naar één punt vervoeren. Met deze uitdaging gingen 300 bezoekers van het event aan de slag onder leiding van het #durftevragen team. Het hele publiek werkte ter plekke mee aan oplossingen voor dit project. In een co-creatie sessie onder leiding van durftevragen en Ruben Nicolai genereerden ze een grote hoeveelheid tips en suggesties om het initiatief Plastic Whale een stap verder te helpen, zoals manieren om het transport te regelen en meer publiciteit te genereren. kennis ecologieën Een ecosysteem of ecosysteem wordt gevormd door de wisselwerkingen tussen alle organismen en de abiotische omgeving binnen een zekere geografische of anderszins afgebakende eenheid. (bron: Wikipedia “Toen George Pór in 2001/2002 stelde 28: “By knowledge network we mean the frequently unmapped web-like connections not among people, but their knowledge and insights interacting with one another, that organizations produce in their normal course of action,” kon hij moeilijk voorspellen welke rol sociale media zouden gaan spelen in het daarop volgende decennium. Deze fundamentele verandering in hoe we verbindingen maken en interacteren, zette Knowledge Ecologies zoals hij ze noemde (kennis-ecologiën; KE’s) terug op de kaart. Maar plaatste ze tevens buiten het strikt digitale domein. Hoewel veel gereedschappen webgebaseerd zijn en connectiviteit binnen deze netwerken zwaar leunt op internet en mobiele technologie, brengen kennis-ecologiën die technologie verder in de richting van Human Resources, Public Relations, Reputatie Management en Friend-/fundraising. In de huidige internet terminologie kunnen we een optelsom maken van bijvoorbeeld RSS feeds (en soortgelijke syndicatie-technologie die kennisbronnen kunnen ontsluiten), metadata en linked (open) data (die bronnen kunnen voorzien van extra beschrijvingen en toegangen), locatieve mogelijkheden (ter plekke, tezelfdertijd) en de sociale, menselijke factor van interactie, profielen en keuzes. Samen vormen ze de dynamiek achter een uitwisseling van kennis, ervaring en inzicht. 26 zie http://durftevragen.com/ 27 zie: https://www.nudge.nl/live/verslag-van-de-dag 28 Pór, G., Management Education and Knowledge Ecology, 2001, http://www.community-intelligence.com/files/Por%20-%20Management%20Education%20and%20Knowledge% 20Ecology.pdf 15
  • Dit kan een verandering brengen in de manier waarop we werken binnen kennisinstituten, met educatie, maar ook aan tentoonstellingen, werken met vrijwilligers, de wijze waarop we relaties (met partners en politiek) opbouwen en onderhouden terwijl we kennis delen en uitwisselen, zoeken naar talent en vernieuwing, zoeken naar draagvlak bij het publiek en het helpt ons op de lange termijn ons erfgoed relevant te maken en intussen ook fondsen te werven. En die denkwijze van een kennis-ecologie is wellicht disruptief en vertrouwenwekkend tegelijk.”29 Omdat niet alleen feitelijke kennis een belangrijke component is, zouden we misschien moeten spreken van een Kennis en Expertise (als combinatie van ervaring, inzicht en autoriteit) Ecologie (KEE). Daardoor wordt meer recht gedaan aan bijvoorbeeld de ‘authentieke leerervaring’; dat als ingrediënt van educatie minstens zo belangrijk is als kennis. De term ecologie veronderstelt ook dat we het over een daadwerkelijk samenhangend en levend systeem hebben. David Bray schrijft hierover in de publicatie Knowledge Ecosystems30 : “Past research into social dilemmas supports the premise that technology not only enables individuals to exchange knowledge, but also mediates human perceptions with regard to the opportunities and motivations surrounding the exchange of knowledge.” In het Nederlands verwijst een ecologie dan ook eerder naar een methode of manier van doen; zoals ecologische producten niet hetzelfde zijn als een ecosysteem waarin ze ontstaan of geproduceerd worden. Om kennis ecologie begrijpen als productief proces is het nuttig te concentreren op het kennis ecosysteem dat daaraan ten grondslag ligt, zegt Paul Shrivastava (2006)31. “Like natural ecosystems, these knowledge ecosystems have inputs, throughputs and outputs operating in open exchange relationship with their environments. Multiple layers and levels of systems may be integrated to form a complete ecosystem. These systems consist of interlinked knowledge resources, databases, human experts, and artificial knowledge agents that collectively provide an online knowledge for anywhere anytime performance of organizational tasks. The availability of knowledge on an anywhereanytime basis blurs the line between learning and work performance.” Shrivastava heeft het daarbij ook over waardecreatie, die in een kennis-ecologie een symbiotische relatie heeft met productieve uitwisseling. Een netwerk om het netwerk is het dus niet, het gaat om de meerwaarde die geleverd wordt door de connectiviteit en het delen van kennis (en ervaring). In het onderwijs, bij hogescholen, universiteiten, training consultants en andere ‘opleidingsinstituten’, vertegenwoordigt kennismanagement de kern van het werk van die organisaties. Het gaat daarbij volgens Shrivastava over de creatie, interpretatie, kritiek en de distributie van kennis binnen de gemeenschappen van wetenschappers, deskundigen en tussen opleiders / docenten en leerlingen en managers. Daarin zit een aanknopingspunt voor cultuureducatie. Niet in het minst omdat crea29 Meereboer, T., A new knowledge ecology for museums, paper proposal for Museumnext, 2011 30 Knowledge Ecosystems: A Theoretical Lens for Organizations Confronting Hyperturbulent Environments, Social Science research Network (2008), http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=984600 31 Shrivastava, P., Knowledge Ecology: Knowledge Ecosystems for Business Education and Training, Bucknell University (2006) 16
  • tie, interpretatie, kritiek (zowel reflectie als debat) en distributie (publieksbereik) daar de belangrijkste elementen zijn. Toch zijn ook de uitwisseling en dialoog tussen docent, leerling, ouder, buurtbewoner, kunstenaar, culturele instelling, bedrijf en overheid van wezenlijk belang. Juist dat maakt het onderliggende ecosysteem levensvatbaar. Er moet ook ruimte zijn voor crossovers, al dan niet toevallig, ruimte voor vragen en experiment. Wanneer het ecosysteem compleet genoeg is (vandaar alle betrokkenen), robuust (misschien mede vanwege duurzame betrokkenheid van overheden, bedrijven en culturele instellingen) en een hoge graad van connectiviteit (o.a. door media en sociale contacten) bevat, kan het zichzelf blijven ontwikkelen en diverse ecologieën voortbrengen en ondersteunen. Voorbeelden van de diversiteit aan middelen en toepassingen in zo’n ecosysteem zijn in willekeurige volgorde en veelheid aan verschijningsvormen: - bijeenkomsten (lezingen, workshops, seminars, festiviteiten) - uitdagingen (wedstrijden, verkiezingen, speurtochten, games; zowel online als offline) - praktijk (werkervaringssplekken, stages, theater- en atelierbezoek, cursus) - ‘leerlijnen’ (zowel op school als in blended learning of reeksen lespakketten) - online platforms (weblogs, Facebook pagina’s, etc.) - outreach en crowdsourcing projecten (al dan niet vanuit een culturele instelling, in de wijk of in thuissituaties) - nieuwsvoorziening (kranten, tijdschriften, tv, radio, - apps, mobiele toepassingen Deze diversiteit en veelheid vraagt om een zeer flexibele aanpak waarin verschillende modules losjes gekoppeld zijn, zodat de samenstelling op elke gewenst moment aangepast kan worden. Het vraagt voor de communicatie ook om een crossmediale insteek, waarbij elk medium - en bovenstaande zaken worden alle als ‘medium’ gezien - wordt ingezet vanwege de karakteristieken, het bereik en de mogelijkheid om (episodes) uit een verbindend ‘verhaal’ te vertellen. Momenteel vervlechten bestaande netwerken en organisatieverbanden zich steeds meer met sociale netwerken en communities, met interessante knooppunten, kruispunten en overbruggingen tot gevolg. De kennis-ecologieën die hierdoor ontstaan, hebben wisselende samenstellingen en zijn min of meer losjes verbonden met andere (grotere) netwerken, media en organisaties. Andere eigenschap van kennis-ecologiën is dat ze, net als transitie bewegingen, vaak niet van bovenaf (d.w.z. vanuit een overheid of directie) worden opgezet of geïnitieerd, maar van onderop ontstaan; aanvankelijk zonder zichtbaar te zijn. Daarom worden ze vaak vergeleken met het ontstaan van een wijdvertakt wortelstelsel of ‘rizoom’ (Deleuze en Guattari 32, 1976), waaruit bij tijd en gelegenheid gewassen de kop op steken. In de filosofie van Deleuze en Guattari doet een rizoom geen beroep op gezag of geleerdheid (kennis of macht van bovenaf) en probeert het ons niet tot hefboom te maken van veranderingen. Daarentegen leert het ons aan te sluiten op wat zich buiten, op straat, in de samenleving afspeelt. Volgens David Bray ondersteunt de literatuur over complexe adaptieve systemen (Anderson 1999; Clippinger 1999) het uitgangspunt dat een bottom-up benadering, d.w.z. vanuit de basis opgebouwd, beter bestand is tegen schommelingen en dat die systemen daardoor minder van voorbijgaande aard zijn. Hij spreekt daar, vrij vertaald, de verwachting uit dat kennis-ecosystemen die van onderop ontstaan vooruitstrevende vormen van kennisuitwisseling zullen bevorderen, meer dan directieve top-down varianten. 32 Gilles Deleuze (1925 - 1995), Frans filosoof en een centrale figuur in het postmodernisme, Félix Guattari (1930 - 1992) Frans psychoanalyticus, sociaal filosoof en activist 17
  • “In contrast to purely directive management efforts that attempt either to manage or direct outcomes, knowledge ecosystems espouse that knowledge strategies should focus more on enabling self-organization in response to changing environments 33.” Wanneer overheden, organisaties en (commerciële) bedrijven hierin vervolgens willen participeren, zou zo’n ecosysteem wellicht nog beter in staat zijn ook op de lange termijn veranderingen te absorberen. Dat zou een duurzamer oplossing bieden dan de gesubsidieerde en door overheden georganiseerde vorm van cultuurnetwerken. Een hybride vorm ligt voor de hand. Daar is wel een cultuuromslag voor nodig; in denken en in (niet) doen. 33 Jae-Suk Yang, Seungbyung Chae, Wooseop Kwak, Sun-Bin Kim, and In-mook Kim (2009). Agent-Based Approach for Revitalization Strategy of Knowledge Ecosystem J. Phys. Soc. Jpn. 78 18
  • 2. Verwerking CONNECTAR In dit hoofdstuk wordt voortgeborduurd op de netwerk gedachte waarin kennis ecologieën een belangrijk uitgangspunt zijn. Gedachte is dat er niet alleen een ‘ondergronds, min of meer subversief netwerk groeit, maar vooral ook velerlei bloemen, van verschillende aard en in verschillende jaargetijden, die allen een specifieke aantrekkelijkheid hebben. Zij maken onderdeel uit van het algehele ecosysteem en worden betrokken op basis van aantrekkelijkheid, diversiteit en persoonlijke connectiviteit. Met andere woorden: wat maakt de knooppunten (bloemen) aantrekkelijk voor de persoonlijke groei, welke bijdrage leveren zij aan het geheel van het netwerk, hoe dragen zij bij aan de diversiteit en dus de robuustheid en het innovatieve gehalte van de ecologie en welke verbindingen en transfers kunnen hier gemaakt worden? Dit cultuurnetwerk kunnen we met een knipoog de term CONNECTAR meegeven: connectiviteit op basis van aantrekkingskracht en het leveren van een toegevoegde laag (Augmented Reality) aan de bestaande werkelijkheid van een persoon. Verderop koppelen we dit aan Lifelong learning, connectivisme, volggroepen en de bibliotheek als verbindende factor; in dit geval de backbone van het cultuur netwerk. In hoofdstuk 3 is een voorbeeld van CONNECTAR voor jongeren uitgewerkt. De vraag is echter wel waarom dit in een cultuurnetwerk zou moeten plaatsvinden, voordat we dit zomaar als vaststaand gegeven aannemen. Waarom een cultuurnetwerk? Cultuureducatie houdt in: “Alle activiteiten gericht op het leren over en doormiddel van cultuur”, zegt Lode Vermeersch (2012)34 . Kort gezegd zou een cultuurnetwerk ervoor moeten zorgen dat meerdere ontwikkelaars, aanbieders en afnemers van cultuureducatie op elkaar worden afgestemd en dat cultuureducatie in leerlijnen, lesinhouden en ook buitenschools, voor een breed publiek en alle leeftijden optimaal kan plaatsvinden. “Zoveel mogelijk mensen toegang bieden tot cultuur, of dat nu traditionele cultuuruitingen zijn, of popmuziek, gaming en design”35. Daartoe stelt de Rijksoverheid iedere vier jaar het cultuurbeleid met daarin de specifieke beleidsthema’s vast36, dat wordt uitgevoerd op landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleidsniveau. Voor 2013-2016 zijn de Nederlandse beleidsthema's: • Cultuurparticipatie en cultuureducatie • Innovatie en talent-ontwikkeling • Geven aan cultuur en ondernemerschap • Internationalisering Identiteit en diversiteit komen in dit rijtje niet expliciet voor. Toch zijn deze thema’s, met in het achterhoofd de radicalisering van standpunten omtrent immigratie, islam, Nederlanderschap of de discussie over Zwarte Piet, actueler dan ooit. Worden de thema’s gekozen vanuit de actualiteit, als reactie op wat in de samenleving plaatsvindt, of vanuit beleidsmatige motieven; zoals ondernemerschap (bezuinigingen)? Een interessante vraag wellicht en in dit geval met name waar het raakvlakken heeft met de wijze waarop we een 34 De meerwaarde van cultuuronderwijs - Cultuurpunt Altena 14 november 2012, via http://www.cultuurpuntaltena.nl/data/algemeen/lvermeersch.pdf 35 zie: http://www.lkca.nl/overheidsbeleid/ 36 zie: http://www.lkca.nl/overheidsbeleid/ geraadpleegd 6 november 2013) 19
  • netwerk kunnen laten functioneren, waarom we dat eigenlijk doen en wie we daarmee kunnen betrekken. Of: wie ons daarbij kan betrekken. Want wij zijn hier de personen die het netwerk zouden willen organiseren, die nadenken over cultuureducatie en daarvoor visie en missie ontwikkelen. Als we kijken naar de netwerken die online ontstaan, die vanuit enthousiasme, lotgenootschap, saamhorigheid, urgentie, ergernis of (positief) opportunisme ontstaan, als we bekijken hoeveel kennis en kracht daarin schuilt, kunnen we ons afvragen of dat niet de basis moet zijn van onze netwerk aanpak. In zo’n netwerk zijn doorgaans amateurs en professionals verenigt. Zulke netwerken functioneren op basis van contributie (al dan niet financiële bijdragen) en ondernemerschap. Dan hebben we al een paar speerpunten benoemd. We willen ook weten of we cultuureducatie op een zelfde organische manier zich kunnen laten ontwikkelen, wat scholen daaraan kunnen hebben, hoe die kunnen participeren en welke bijdrage wij daarin zouden moeten leveren. Daarvoor moeten we nog eens kijken naar een kennis ecologie. Een verbindende en overbruggende rol is daarin belangrijk om diverse netwerken, personen en organisaties met elkaar in contact te brengen, met elkaar te laten samenwerken en overeenstemming te laten bereiken. Maar wel met behoud van verscheidenheid. We kunnen dat doen door aan matchmaking te doen, door inspirerende netwerk-bijeenkomsten te organiseren, maar soms ook simpelweg door te participeren in netwerken en bijeenkomsten. Dat kan vanuit interesse en aandacht, vanuit hulpvaardigheid en ondersteuning of vanuit autoriteit en expertise. Netwerken functioneren op basis van wederkerigheid. Als wij aandacht geven, verdienen we ook aandacht. Waar we ondersteunen, kunnen we eerder op draagvlak rekenen en expertise beschikbaar stellen, maakt kennis en ervaring bij anderen los, waardoor aan beide zijden de ‘autoriteit’ toeneemt. Dit wordt - o.a. in de blogosfeer - de virtuous circle37 genoemd. In de Virtuous circle of feedback toont Florian Mueck (2011)38 hoe een zelfde soort cirkel, met maar 4 stappen weliswaar, leidt tot persoonlijke groei. De stappen zijn: Deliver, Develop, Dare en Diversify (Lever, Ontwikkel, Durf, Diversificeer). Tussen elke stap zit een zone van positieve en constructieve feedback. Hoewel de uitleg van Mueck in het bijbehorende artikel wat dun is, zit er toch een bruikbare gedachte in dit model. Namelijk de connectie tussen opereren in een 37 Neil Perkin, 2009, A Presentation About Community, By The Community, slide 21 http://www.slideshare.net/neilperkin/a-presentation-about-community-by-the-community 38 Florian Mueck, 2011, The virtuous circle of feedback, via weblog Moving People to action http://conorneill.com/2011/01/20/the-virtuous-circle-of-feedback/ 20
  • netwerk en persoonlijke groei. Maar ook het toewerken naar diversificatie en van daaruit opnieuw leveren. Dat is interessant omdat doorgaans in de praktijk en verdienmodellen wordt toegewerkt naar vereenvoudiging van het proces en de ingrediënten. Deels uit kostenbesparing, deels uit routine in de zin van patronen die erin slijten. Daarin zit echter geen groei en te weinig aanpassingsvermogen. Voor een cultuurnetwerk en cultuureducatie zou dit betekenen dat om de zoveel tijd een nieuw beleid bedacht moet worden, met nieuw onderzoek en nieuwe stuurgroepen, nieuwe innovatietrajecten en evaluatie. Dat is nagenoeg het zelfde model, maar dan veel kosten-intensiever. Gedachte binnen een netwerk aanpak is dat door (gelijkwaardige) deelname in netwerken, door uitwisseling van kennis en ook feedback, iedereen groeit en blijft ontwikkelen. Dat levert snellere aanpassing aan omstandigheden, snellere innovatie en kostenreductie op. Let wel: dit geldt in principe voor alle deelnemers in het netwerk. Dus zowel de aanbieders van diensten en producten (educatie, inspiratie, presentatie, infrastructuur, middelen, etc.) als voor de afnemers, maar ook voor de makelaars en docenten / trainers / facilitators. Eenieder creëert een eigen virtuoze cirkel, of meerdere eigen virtuoze cirkels. Groepen kunnen samen virtuoze cirkels beheren in projecten, voorstellingen, uitvoeringen, leeskringen... En de cirkels vormen overlappende ‘zwermen’ binnen de netwerken. Dit betekent dat cultuureducatie minder beleidsmatig wordt opgezet en meer organisch groeit. Daardoor is het flexibeler en kan het vanuit de diversificatie en feedback gedachte meer op de persoon toegesneden worden. De aanpak is niet eens zo vernieuwend. Netwerken bestaan al lang en veel cultuurnetwerken lijken ook deze manier van werken te omarmen en ook bij het ministerie van OCW wordt de netwerk gedachte gepropageerd. Het is hoogstens de radicaliteit waarin deze gedachte wordt doorgevoerd, gecombineerd met een organische groei en persoonlijke, gelijkwaardige inbreng. Dit cultuurnetwerk. CONNECTAR, is dus ook ‘jouw eigen’ netwerk. Een voorbeeld hiervan, gedacht vanuit jongeren, wordt verderop nog uitgewerkt. Cultuurvisie OCW In de cultuurvisie van minister Bussemaker, 'Cultuur beweegt' (2013)39 , staat cultuuronderwijs voorop; de minister vindt dit van cruciaal belang voor individu en samenleving. “De waarde van cultuur voor onze samenleving is groot. Ik constateer dat dit voor te veel mensen onvoldoende zichtbaar of herkenbaar is. Het begrip cultuur wordt vaak smal opgevat. Cultuur wordt dan gezien als een consumptiegoed in een individuele context. Cultuur gaat voor mij over het delen van (creatieve) uitdrukkingsvormen, kennis, ervaringen en meningen. Het is een dynamisch systeem waarin we waarden, symbolen en identiteiten creëren en met elkaar confronteren” 39 zie: http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/06/11/cultuur-beweegt-de -betekenis-van-cultuur-in-een-veranderende-samenleving/cultuur-beweegt-de-betekenis-van-cultuur-in-een-ver anderde-samenleving.pdf 21
  • Vervolgens laat de minister optekenen: “Ik zie cultuur als onderdeel van een maatschappelijke agenda. Het bestaansrecht van kunstenaars en culturele instellingen ligt niet zozeer in de sector zelf maar in de verbinding met de samenleving. Ik kies daarom voor een beleid dat prioriteit geeft aan de maatschappelijke waarde van cultuur en aan het belang van creativiteit. Maatschappelijke vraagstukken op bijvoorbeeld het gebied van zorg, maatschappelijk verantwoord ondernemen, energie- en voedselvoorziening, krimp of vergrijzing worden steeds complexer. Voor de aanpak van deze vraagstukken groeit het belang van creativiteit en innovatie. Cultuur en cultuuronderwijs40 leveren daaraan een belangrijke bijdrage.” De Cultuurkaart is een culturele creditcard voor alle leerlingen uit het voortgezet onderwijs in Nederland. CJP introduceerde de Cultuurkaart in november 2008. De minister wil dit bereiken door: • een bestuurlijk kader vast te leggen, samen met de staatssecretaris van Onderwijs, de PO-raad en lokale bestuurders • een leerlijn cultuureducatie voor het primair onderwijs • het programma Cultuureducatie met Kwaliteit voort te zetten • deze lijn uit te breiden naar het voortgezet onderwijs (met een rol voor ckv) • de cultuurkaart te behouden De kaart is een onderwijsondersteunend middel dat in alle leerjaren en voor verschillende vakken van het voortgezet onderwijs gebruikt kan worden. Hoe de Cultuurkaart precies ingezet wordt, mag iedere school zelf beslissen. (bron: Wikipedia) Aan de Cultuurkaart is door het ministerie van OCW jaarlijks een bedrag van €15 gekoppeld. Dit Cultuurkaart-tegoed kan door de leerling zelf of met de klas worden uitgegeven bij 1800 aangesloten culturele instellingen. De Cultuurkaart biedt dezelfde kortingen als de CJPpas. Voor wie en met wie? LKCA Uit het (overheids-) beleid noem ik hier nog slechts enkele zaken, omdat dit de toon zet voor de cultuureducatie, het onderwijs en de identiteit en diversiteit, welke hier de eigenlijke onderwerpen zijn en moet aangeven waarom we eigenlijk een cultuurnetwerk en cultuureducatie willen. De landelijke organisatie die zich als kennisinstituut op dit gebied manifesteert, Landelijke Kennisinstituut voor Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA), is een samengaan van twee andere organisaties, Cultuurnetwerk Nederland en Kunstfactor (Sectorinstituut Amateurskunst). Verder wordt gesproken over kinderen en jongeren, waar elders41 gesproken wordt over ‘zoveel mogelijk mensen’. We kunnen daaruit concluderen dat het gaat om alle leeftijden schoolgaande kinderen, (werkende) jongeren, volwassenen en ouderen - en alle sociale groepen, niet alleen de geijkte cultuurliefhebbers maar ook allochtonen, mensen die Nederlands niet als eerste en enige taal spreken, laagopgeleiden, expats, minder validen, etc.. Vreemd eigenlijk, om zo’n opsomming te maken... Alsof een indeling in dat soort groepen ook maar iets van betekenis over al deze mensen zou zeggen. Mensen hebben niet één afgebakende identiteit, behoren niet slechts tot één of enkele groepen, schrijft Amartya Sen in Identity and Violence (jaartal). In het (zelf) benoemen en ervaren van identiteit is 40 “Onder cultuuronderwijs wordt hier al het formele funderend onderwijs over en aan de hand van kunst en erfgoed verstaan. Het betreft in het primair onderwijs in ieder geval de leergebieden Kunstzinnige oriëntatie en Oriëntatie op jezelf en de wereld. In het voortgezet onderwijs betreft het in ieder geval het leergebied Kunst en Cultuur in de onderbouw, het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming en de kunstvakken in de bovenbouw van vmbo, havo en vwo” Uit: ‘Cultuur beweegt” (2013) 41 lkca.nl 22
  • een verschuiving waar te nemen van een gemeenschappelijke, door oude (culturele) patronen bepaalde identiteit naar een eigen samenstelling van voorkeuren, die voortdurend kan wisselen al naar gelang de situatie en context. Hierin zien we een overeenkomst met de wijze waarop mensen op internet, en dan nog meer met sociale media, hun profielen samenstellen, aanpassen en delen. In die zin klopt het wel, dat beoogt wordt zoveel mogelijk mensen toegang te bieden. Dat is wellicht ongeacht hun identiteit, of waarschijnlijk juist met respect voor de diversiteit waarmee hun identiteiten te kennen zijn. Van doelgroep naar mentaliteitsgroep De vraag is vervolgens hoe we al deze mensen bereiken en kunnen betrekken bij de cultuureducatie. Dit is echter vanuit een een beleidsmatig standpunt geredeneerd: wij bedenken en doen iets, willen graag dat anderen meedoen en bedenken daarvoor strategieën en instrumenten. We kunnen ons ook afvragen waarom al die mensen betrokken zouden willen zijn, waar ze zelf mee bezig zijn en van daaruit vertrekken om te zien of we daar waarde, infrastructuur en organisatie aan kunnen toevoegen. Indachtig het beleid en/of indachtig wat de samenleving vraagt. En als we dat laatste erbij willen, reageren op wat speelt in de samenleving, hoe stellen we ons daartoe in staat, wat vraagt dat van een cultuurnetwerk en aan welke criteria en eigenschappen moet zo’n netwerk voldoen? De veronderstelling dat mensen met een overeenkomstig socio-demografisch profiel doorgaans op dezelfde manier benaderd kunnen worden voor dezelfde onderwerpen, activiteiten en producten blijkt aanzienlijk minder goed te werken dan voorheen gedacht werd. Dat zet een streep door het geijkte doelgroep denken en de vaak gebruikte segmentatie. Nu blijkt dat mensen uit ‘dezelfde‘ doelgroep vaak zeer uiteenlopende leefstijlen en consumptiepatronen vertonen. Met internet, sociale en mobiele media is het immers zichtbaar en merkbaar geworden dat eenieder niet één identiteit of persona heeft, maar een meervoudig en meerduidig profiel. Een fluctuerend profiel bovendien, dat naar gelang de situatie, context en bindende elementen van een groep kan veranderen van samenstelling. Hierdoor is de noodzaak doelgroepen anders te definiëren groter geworden. Het Mentality Model (Motivaction, 2002) groepeert mensen daarentegen naar hun levensinstelling, gemeenschappelijke waarden en drijfveren. Waarde en betekenis voor mentaliteitsgroepen Het Young Mentality model dat Sanoma Uitgevers Young, Motivaction en Young Works in 2005 publiceerden is een voorbeeld van mentaliteitsgroepen. In dit model stellen ze terecht de vraag: “Hoe krijg je greep op kinderen en jongeren, een groep die zo enorm divers is?” In het Youngmentality model is aan de hand van onderzoek de achterliggende belevingswereld van kinderen en jongeren van 8 tot 18 jaar in kaart gebracht. Het model gaat uit van een nieuwe indeling op basis van gemeenschappelijke waardepatronen en maakt een indeling in zes mentaliteitsgroepen. Wat betreft waarden en drijfveren lijken de kinderen en jongeren binnen deze groepen sterk op elkaar. Het is bovendien geen statisch gegeven, er is rekening gehouden met migratie van de ene naar een volgende groep. De gedragingen en behoeften van deze groepen kunnen hierdoor vrij goed in kaart gebracht worden. Motivaction definieert deze milieus op basis van persoonlijke opvattingen en waarden die aan de levensstijl van mensen ten grondslag liggen. De mensen uit hetzelfde sociale milieu delen waarden ten aanzien van werk, vrije tijd en politiek, en tonen overeenkomstige ambities en aspiraties. 23
  • Noodzaak bij het werken met de mentaliteitsgroepen is wel, dat het bedoelde fluctuerende en diverse karakter, zoals dat ook in de zwerm-theorie wordt onderschreven, in het model tot z’n recht komt. Anders krijgen de mentaliteitsgroepen toch gauw een vaststaand karakter, met bijbehorende vastgestelde persona’s en wordt het model weinig meer dan een kleine innovatie van het aloude doelgroep denken. Persona’s bevatten immers een tamelijk eenduidige en geconstrueerde identiteit. die weinig recht doet aan de veel complexere identiteit zoals mensen die in werkelijkheid hebben. Mentaliteitsgroepen zijn in dat geval nog steeds op te vatten als (doel)groepen waarop wij onze pijlen richten. Vanuit het cultuurnetwerk is het nodig op basis van een verbindend gedachtegoed, gedeelde waarden en met gebruik van sociale media netwerken mensen op verschillende momenten en vanuit diverse motivatie te betrekken. Te laten volgen. Daarmee tunen we in op de eigen motivatie, het eigen initiatief van individuen (al dan niet in mentaliteitsgroepen), die zich op basis van herkenning en eigen doelstelling willen aansluiten bij het gedachtegoed van het netwerk. Om die reden vullen we het Mentality model aan met het denken in volggroepen. Mentaliteit en interactiviteit bij volggroepen In de theorie die Jan Rijkenberg (BSUR) in zijn boek Concepting (1998)42 heeft verwoord, wordt gesproken over volggroepen ipv doelgroepen. Rijkenberg pleitte voor het ontwikkelen van merken vanuit een gedachtegoed, een mentaliteit of een visie in plaats van omlijnde markten en doelgroepen te bedienen op basis van productproposities. Dat biedt een interessante invalshoek voor cultuur aanbieders, die nog steeds vaak vanuit het aanbod en bijbehorende productie denken en zich steeds meer op netwerken gaan richten. Concepting gaat niet uit van een bestaande ‘doelgroep’, maar van een nieuwe groep mensen die gaat ontstaan, omdat deze mensen zich ieder op hun eigen manier aangesproken zullen voelen tot het gedachtegoed. Wanneer dit althans nauwgezet en met verve wordt verwoord. Onder gedachtegoed worden die dingen (elementen) verstaan die samen de betekenis voor de eindgebruiker vormen, zoals visies (beschouwing/gedachtebeeld), houdingen (gedrag t.o.v. mensen, gebeurtenissen, dingen of meningen) en interessevelden (omgeving van belangstelling/aandacht). In grote lijnen draait concepting om het creëren van een communicatieaanpak die sympathie opwekt bij mensen en/of hen inspireert. Wanneer die communicatieaanpak een faciliterende, luisterende rol kan aannemen, kunnen er vanuit de netwerken initiatieven ontstaan die het gedachtegoed op coöperatieve wijze gaan versterken. De opkomst van sociale media en netwerken heeft de theorie van concepting dan ook weer actueler gemaakt. Hier wordt immers eveneens van volgers gesproken en vinden mensen en communities elkaar op basis van gedeeld gedachtegoed, voorkeuren, mentaliteit. In netwerken draait het daarbij om connectiviteit en de wil (motivatie) om connecties te maken. Daarbij kunnen interesse en inspiratie als katalysator of verbindend element gezien worden. Op respectvolle wijze een beweging starten Ook Derek Sivers spreekt in zijn TED Talk ‘how to start a movement’ over het belang van volgers. Hij benoemt daarbij the first follower(s), die in zijn optiek de eigenlijke leiders zijn. 42 In november 2013 komt een vervolg op Concepting uit: Concepting 2020, waarin Rijkenberg een beeld schetst van waarom conceptmerken in toenemende mate consumenten aan zich weten te binden 24
  • Dat wil zeggen: degenen die aangeven hoe men kan volgen. Aan de initiatiefnemer dan de eer die eerste volgers te omarmen als gelijken. Zo maakt de initiatiefnemer kenbaar dat volgers welkom zijn en variaties op het thema eveneens. Zo wordt tevens de kernboodschap getoond, waarmee hij/zij toegang biedt tot het bedoelde gedachtegoed. De eerste volgers zorgen ervoor dat dit gedachtegoed voor anderen beschikbaar (en aantrekkelijk) wordt door te laten zien hoe zij het zich eigen kunnen maken (adaptie door adoptie). Daarmee openen ze de weg voor de volgende volgers. Deze vorm van interactie zorgt dan ook voor de benodigde contextualisering van het gedachtegoed. Deze aansporing tot gelijkheid, een exponent van de horizontalisering en vloeibaar worden van de samenleving, komt ook terug in het werk van Richard Sennet. In zijn boek Respect, the formation of character in an age of inequality (2003) stelt hij dat er drie manieren zijn, waarop we respect kunnen verwerven. De eerste manier is het zo goed mogelijk gebruiken van onze talenten. Voor ons zelf zorgen is de tweede. De derde manier is onafhankelijk zijn en voor anderen te zorgen en op die manier iets aan de samenleving terug te geven. Alle drie komen in gevaar door de gevolgen van maatschappelijke ongelijkheid. En alle drie passen ze (daarom) in het gedachtegoed van dit cultuurnetwerk dat op basis van gelijkheid functioneert. Tijdens het ARS Electronica festival in Linz43 sprak Richard Sennet over o.a. craftmanship. Ook noemde hij daarin het ‘repareren’ van relaties. Een gedachte die we verderop nog tegenkomen bij de radicale vernieuwers. Wanneer nieuwe initiatieven vanuit communities, individuen, wijken of mentaliteitsgroepen ontstaan, hun eigen volgers aantrekken en een (ondergronds) netwerk vormen, is het zaak vanuit een cultuurnetwerk deze initiatieven ofwel zelf te volgen en aan te geven hoe dat kan, ofwel het initiatief als een gelijke te omarmen. Als we Joseph Pine mogen geloven - en het is best aannemelijk dat te doen - zijn er niet alleen ongekende, maar ook oneindig veel nieuwe mogelijkheden vanwege de eigenschappen van nieuwe media. Door gebruik te maken van netwerken die (deels) gebaseerd zijn op nieuwe media en ruimte te bieden voor diverse initiatieven, boren we een enorm potentieel aan; ook op het gebied van cultuureducatie. Onderwijsontwikkelingen Levenslang leren Lifelong Learning (Jarvis, 2006) kan worden als omschreven als de combinatie van processen gedurende een mensenleven, waarbij de gehele persoon (lichaam en geest) sociale situaties en omstandigheden ervaart. Als de gepercipieerde inhoud, die cognitief, emotioneel of praktisch (of in combinaties daarvan) getransformeerd wordt en geïntegreerd in de persoonlijke biografie. Dat resulteert in een voortdurend veranderend en meer ervaren persoon. Lifelong Learning zet de lerende centraal, binnen een sociale context, net als in de eerder beschreven netwerk gedachte. In The Routledge International Handbook of Lifelong Learning (Jarvis, 2011)44, een samenvatting van recente ontwikkelingen en visies op dit gebied geeft een aantal bruikbare perspectieven, zoals de plekken (sites) waar dit leren kan plaatsvinden, geografische dimensies (beiden bieden een connectie met erfgoed instellingen) en sociale bewegingen. Vandaar de aandacht voor transities en sociale innovatie, waar veel netwerken doorgaans een respons op bieden. 43 http://vimeo.com/14696239 44 Jarvis, P (redactie), The Routledge International Handbook of Lifelong Learning, Routledge – 2011 25
  • Karakteristieken in het Lifelong Learning zijn een onderscheid tussen formeel, non-formeel en informeel leren, eerder ‘leren’ dan trainen, context-gerelateerd leren, combinatie van persoonlijke en professionele ontwikkeling en interdisciplinaire benaderingen en aanmoediging om op autonomen en creatieve manier te leren. Voorgesteld cultuurnetwerk kan dan ook nagenoeg naadloos daarop aansluiten. Het Leven Lang Leren programma, een Europees subsidieprogramma 45, biedt eveneens aanknopingspunten. Het stimuleert uitwisseling, samenwerking en mobiliteit tussen onderwijs- en opleidingsstelsels in Europa. Zo wil het Leven Lang Leren programma bijdragen aan versterking van de kennismaatschappij, duurzame economische groei, meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. Voorgesteld netwerk zou kunnen aansluiten op alle vier de onderdelen: Comenius, Leonardo da Vinci, Erasmus en Grundtvig (Leven Lang Leren in Europa, 2011), omdat een netwerk dat sterk online georiënteerd is nauwelijks onderscheid maakt tussen leeftijden, opleidingsstelsel, of niveau. Op die manier kan dit netwerk grensoverschrijdend zijn op zowel internationaal terrein als op het onderling verbinden van diverse schooltypes, ‘persoonlijke leerperiodes’, praktijk en theorie, etc. Vanuit sociaal constructivisme richting Connectivisme. In deze netwerkgedachte kunnen meerdere waarheden vanuit verschillende perspectieven (en personen) naast elkaar bestaan. Daarbij veranderen zowel kennis als context voortdurend. Wanneer we dit koppelen aan het Levenslang Leren dient zich tevens de leertheorie van het Connectivisme aan, zoals benoemd door George Siemens en Stephen Downes (2005)46. Siemens gebruikt ook de metafoor van het netwerk als beschrijving van het leren. Het verbinden van knooppunten en/of bronnen van informatie is hierbij cruciaal. Zo’n knooppunt (node) kan de lerende zelf zijn, een ander met wie hij/zij contact heeft, een ontmoeting, een boek of andere informatiedrager, een website of app, zolang de lerende zich ermee kan verbinden, werkt het als knooppunt “Connectivism is the integration of principles explored by chaos, network, and complexity and self-organization theories. Learning is a process that occurs within nebulous environments of shifting core elements – not entirely under the control of the individual. [...] Connectivism is driven by the understanding that decisions are based on rapidly altering foundations. New information is continually being acquired. The ability to draw distinctions between important and unimportant information is vital. The ability to recognize when new information alters the landscape based on decisions made yesterday is also critical.”47 Voor deze vorm van leren is een netwerkbenadering, connectiviteit (bouwen en onderhouden van relaties) en het stimuleren van (het ontstaan van) knooppunten essentieel. Maar ook (media) geletterdheid, om zowel met de media om te kunnen gaan als ze op waarde te kunnen schatten, is een noodzakelijke vereiste. Op dit punt ligt een rol voor culturele instellingen, en met name de bibliotheek, als verbindende factor, als ‘mede-leverancier’ van geletterdheid en als contactpersoon. 45 http://www.youblisher.com/p/153819-Leven-Lang-Leren-in-Europa/ 46 Connectivism: A Learning Theory for the Digital Age, Siemens G., International Journal of Instructional Technology and Distance Learning, 2005 47 Siemens, G., Connectivism: A Learning Theory for the Digital Age, http://www.itdl.org/Journal/Jan_05/article01.htm , 2005 26
  • Cultuureducatie en zingeving Gedachte is dat kunsteducatie een wezenlijk verbindende en stimulerende rol kan en moet hebben in de transities die plaatsvinden. Omdat het inspeelt op het creatieve en adaptieve vermogen, omdat het uitzicht biedt op en een bedding biedt voor de diversiteit die nodig is voor ontwikkeling (invloeden en verbindingen), voor begrip (samenwerking en relaties) en voor wederkerig welzijn (altruïsme, solidariteit, mondiale doelen, etc.). Door duidelijk en aanstekelijk te formuleren welk gedachtegoed het (cultuur)netwerk voorstaat en hoe je daaraan bijdraagt, kan het (cultuur)netwerk volgers aantrekken. Op hun beurt kunnen die volgers er invulling aan geven en anderen erbij betrekken. Vanuit het netwerk functioneert cultuureducatie dan als een bezielend en uitvoerend netwerk, dat nauw verweven is met de samenleving. Of het nu gaat om de kunsten, mobiliteit, technologie, kennisoverdracht en geletterdheid, duurzaamheid of erfgoed, het netwerk kan functioneren als een ecosysteem dat zichzelf weet aan te passen, dat wendbaar is, vitaal, in staat om zowel expertise als ervaring en inspiratie te bundelen en te delen. Wanneer we het hebben over zingeving, netwerken en cultuur- / kunsteducatie ligt het voor de hand om nog even stil te staan bij de Five Minds for the Future van Howard Gardner48 . En feitelijk komen ze allen aan bod, maar waar het gaat om crossovers en connecties denken we aan de Synthesizing Mind, waar het gaat om connecties in de zin van relaties en het omarmen van zowel volgers als (nieuwsgierigheid naar) de verschillen is het de Respectful Mind die eerder in beeld komt. Logischerwijs kunnen we bij kunsteducatie de Creating Mind niet overslaan. In alle overvloed aan informatie, meningen, van populisme tot scherpslijperij, zullen we in toenemende mate behoefte krijgen aan de 5e, de Ethical Mind. “The ethical mind proceeds at a much higher level of abstraction than the respectful mind. [...] Some people think about the universe or beyond. ‘What are my rights and responsibilities as a citizen? What should I do because it's the right thing to do, even though I may not personally profit from it, in fact, even though it might sometimes go against my own self interest.’” Hier wijst de Ethical Mind op zowel het punt van zingeving als van geletterdheid de weg en heeft tevens een bindende kracht, waar de Respectful Mind wellicht eerder overbrugt. Hier ligt een rol voor een cultuurnetwerk en met name de bibliotheek als spreekbuis van en naar de samenleving, als gids, als ‘geweten’. Betrokken organisaties In cultuurnetwerken zoals we die nu kennen wordt meer gedaan dan cultuureducatie alleen. In deze netwerken opereren verschillende organisaties: culturele instellingen en podia, verenigingen, (educatieve) uitgevers, particulieren, scholen en buitenschoolse organisaties, overheden en overheidsinstellingen. Niet altijd zijn al die organisaties vertegenwoordigd en niet altijd in dezelfde mate. Een beperkte en willekeurige greep uit een verscheidenheid aan cultuurnetwerken, groot en kleiner, toont een waaier aan activiteiten, taken en beleid. Cultuurpad49 bijvoorbeeld ondersteunt verenigingen op gebied van sport, kunst en cultuur, helpt bij aanvragen van subsidies, biedt naschoolse activiteiten, organiseert “activiteiten op het terrein van theater, beeldende kunst, erfgoed, muziek, dans, techniek, media, literatuur, natuur en sport en spel, faciliteert scholen d.m.v. loketfunctie: (o.a. informatie, advies, ondersteuning op terrein van cultuureducatie en dagarrangementen) en treedt op als makelaar en tussenpersoon tussen vragers en aanbieders van culturele activitei48 http://www.uknow.gse.harvard.edu/teaching/video-teachTC106-607-uk_hg_hu_mind.html 49 http://www.cultuurpad.nl/index.php?menuid=122 27
  • ten en activiteiten in het kader van dagarrangementen” Dat is nog maar en greep uit de taken. Cultuurcompagnie 50 adviseert “vanuit veelzijdige deskundigheid hoe cultuur de leefwereld van jong en oud kan verrijken. Cultuurcompagnie creëert daarmee extra waarde voor opdrachtgevers, bewoners en bezoekers [...] brengt creatieve denkers, kunstenaars, wetenschappers en experts bij elkaar om innovatieve oplossingen en inspirerende ideeën voort te brengen.” Bij Cultuurcompagnie zijn naast adviseurs cultuureducatie bijvoorbeeld ook archeologen betrokken. Kunstbalie 51 “richt zich op het vergroten van de cultuurparticipatie van alle inwoners van Noord-Brabant. Daarmee verstevigt Kunstbalie het fundament voor de culturele levensloop in [de] provincie en investeert in de infrastructuur van kunstbeoefening, werkt aan het verbinden van partijen en bijdragen aan een Brabantse infrastructuur kunst en cultuur en bouwt aan cultuureducatie met kwaliteit, in samenwerking met het onderwijs.” EDU-ART52 werkt in Gelderland samen met KCG53 en Gelders Erfgoed op (o.a.) de terreinen kunst- cultuur- en erfgoededucatie. In de cultuurnota ‘Meer verbindingen’ benadrukt ook Provinciale Staten van Gelderland, dat het doel van EDU-ART ligt in versterking en verankering van cultuureducatie. Daartoe informeert, adviseert, traint, verbindt en ontwikkelt EDU-ART (voorbeeld)projecten en kennisontwikkeling en kennisoverdracht. Ze zeggen daarbij het beleid af te stemmen op ontwikkelingen en trends in de samenleving, de politiek, het onderwijs en culturele instellingen. Eén van de projecten van Edu-art is Kunstwerkplaats, een project waarin hedendaagse beeldende kunst toegankelijk gemaakt wordt voor jongeren tussen de 16 en 25 jaar. Ook de skills voor de 21e eeuw en Ontwerpen voor de toekomst komen aan bod bij EDU-ART. Voor het laatstgenoemde onderwerp bieden ze een platform aan iedereen die zich betrokken voelt bij Ontwerpen voor de toekomst. Op de overige vlakken valt te constateren dat EDU-ART een sterke regierol neemt en vervult. Moeilijkheid is soms de docenten volop mee te krijgen in de innovatie en nieuwe netwerken. Collage Almere 54 is het nieuwe Centrum voor Cultuuronderwijs, een projectbureau dat het kunst- en cultuuronderwijs in Almere gaat vormgeven, met het doel onderwijs (PO en VO) met kunst- en cultuur(aanbieders) te verbinden en biedt een samenhangend cultureel lesaanbod voor alle scholen in Almere. Zij proberen de regie juist meer bij de deelnemende scholen te leggen. De onderwijzers / docenten schijnen goed te gedijen bij de toegenomen autonomie. 50 http://www.cultuurcompagnie.nl/over-ons/missie 51 http://kunstbalie.nl/over-kunstbalie 52 http://www.edu-art.eu/ 53 http://www.kcg.nl/activiteiten-landing/ 54 http://collage-almere.weebly.com/introductie.html 28 21st century skills op een prikbord in een school in Almere
  • Veel cultuurnetwerken lijken in min of meerdere mate bezig de verbindende en aanbiedende rol te herzien, mede onder druk van bezuinigen, onder druk van de vraag naar opbrengst en onder druk van de technologie en daarmee samenhangende ontwikkelingen in de samenleving op gebied van (sociale media) netwerken, mediawijsheid (zowel de vraag ernaar als de toegenomen kennis en gebruik van productiemiddelen) en mondialisering. erfgoededucatie Naast cultuureducatie hebben we doorgaans ook te maken met een verwante vorm (of onderverdeling), erfgoededucatie. Hieronder een korte opsomming van erfgoed instellingen, waarbij de eerste meteen een beetje een vreemde eend in de bijt is. bibliotheek Een bibliotheek is van oudsher een ruimte of gebouw waar een verzameling kennis aangelegd werd, meestal in de vorm van (papieren) boeken. De afgelopen decennia zijn daar o.a. luisterboeken, cd-roms, dvd’s en e-books en websites met databases aan toegevoegd. Daarmee is het concept van de bibliotheek in onze samenleving niet werkelijk vernieuwd. Van oudsher is de bibliotheek echter ook een plek waar mensen bij elkaar komen om kennis te vergaren, te bediscussiëren en te werken aan een synthese van bestaande kennis of nieuwe inzichten. Men komt er bijeen om zich tot elkaar te verstaan. Hoewel dit archaïsch klinkt, ligt hier juist een aanknopingspunt voor een bibliotheek in deze tijd en de nabije toekomst. Archief Archieven onderscheiden zich van bibliotheken en vooral van musea vanwege hun taak die in de Archiefwet (1995) en de daarna volgende archiefbesluiten verankerd is. Hoofdlijnen van de Archiefwet zijn: Vorming van archief en het beheer daarvan door overheidsorganisaties, vernietiging, overbrenging en het in eigendom overdragen van archiefbescheiden (vervreemding) en het inzien (openbaarheid) van archieven. Daardoor ligt er voor archieven minder druk op publieksgerichtheid en ondernemerschap, hoewel ook zij daartoe wel worden aangespoord en in sommige gevallen (o.a. Archief Eemland) veel activiteiten ontplooien. Museum Ook musea kenmerken zich, net als bibliotheken, doorgaans door een verzameling artefacten die kennis (en verhalen) bevatten. Hoewel sinds de jaren ’50 van de 20e eeuw educatie in musea een gestage opmars maakte en sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw ook ict en recent sociale media, is de rol van het museum niet wezenlijk veranderd. In Musea in transitie, Rollen van betekenis (2010)55 is wel gepoogd om tot een andere definitie en gedifferentieerde invulling voor musea te komen, maar de werkelijke transitie lijkt daarmee nog niet ingezet. Nog steeds is er gedacht vanuit het museum, de overheid, en hoe deze zich optimaler kunnen verhouden tot ‘hun’ publiek. Monument, kasteel en buitenplaats, (cultuur)landschap, mobiel, computer en maritiem erfgoed, immaterieel erfgoed, historische vereniging, etc. 55 Musea in transitie. Rollen van betekenis, Erfgoed Nederland, maart 2010, http://www.scribd.com/doc/80229732/Musea-in-Transitie 29
  • Bij monumenten, (cultuur)landschappen, mobiel, computer & maritiem erfgoed en immaterieel erfgoed zien we overeenkomstige tendensen. Er wordt gewerkt aan ondernemerschap, publieksbemiddeling en educatie, maar het inhaken op de veranderende samenleving is vaak nog een moeizame onderneming. Het blijven instituten die eerder reageren op wat gebeurt, dan dat zij het voortouw nemen in nieuwe ontwikkelingen; zowel in het initiëren als in het duiden ervan. Het publiek wordt uitgenodigd deel te nemen, maar de organisatie neemt zelden zelf uit eigen beweging deel. Niettemin is bij de kastelen een kentering waarneembaar, waarbij de kastelen (o.a. Slot Zuylen) zich meer gaan richten op wat in de samenleving speelt. Burg Guttenberg (Haßmersheim) is een prachtig bewaard gebleven middeleeuws kasteel. De Xylothek is een van de meest complete overgebleven collecties overlevende van de "Duitse Hout Bibliotheek", die werd opgezet vanaf 1798. Zoals elk kasteel heeft ook Burg Guttenberg altijd aan bezienswaardige bibliotheek gehad, waarvoor geleerde mensen van heinde en verre naar Guttenberg kwamen om er te studeren en converseren De bibliotheek als libero? Libero (Italiaans voor vrij) is een Tijdens het derde SIOB 56 innovatie overleg (september bijzondere verdedigende positie in 2013) kwamen zaken aan de orde als de overgeorganidiverse teamsporten. Bij voetbal is seerdheid van de bibliotheken, de noodzaak tot innovatie de libero iemand die in de verdeen een aantal succesverhalen zoals bibliotheek op school diging staat opgesteld, maar tegeen de Poolse bibliotheek (Maasbree)57. De bibliotheek lijkertijd als taak heeft de bal mee sector is al jaren in de ban van (digitale) innovatie. Het naar voren te nemen. advies bibliotheekvernieuwing 2009-2012 van de Raad voor Cultuur58 onderstreepte de conclusie dat structurele innovatie van de fysieke en digitale bibliotheek noodzakelijk is om de bibliotheek toekomstbestendig te maken. De raad meende ook dat ‘de benodigde innovatiekracht alleen met meer centrale sturing vorm [kon] krijgen, resulterend in meer focus, effectiviteit en tempo’. 59 Deze roep om centrale sturing was wellicht ingegeven door de gedachte dat in de bibliotheek sector al veel georganiseerd wordt met veel verschillende commissies die niet zelden langs elkaar heen werken. 56 SIOB: Sector Instituut Openbare Bibliotheken 57 “Bibliotheek Maasbree richt zich op Poolse gebruikers”, Bibliotheekblad, 2011, http://www.bibliotheekblad.nl/nieuws/nieuwsarchief/bericht/1000001703/bibliotheek_maasbree_richt_zich_op_p oolse_gebruikers 58 Raad voor Cultuur, Advies bibliotheekvernieuwing 2009-2012, mei 2008 59 Berg van den, A, Projectplan Innovatieagenda 2013-2014, Sectorinstituut Openbare Bibliotheken, Den Haag, Juni 2013 30
  • “De minister verzocht daarop om een innovatieplan voor de sector, wat resulteerde in Innovatie met effect van de adviescommissie bibliotheekinnovatie. Ook daarin werd gepleit voor centrale regie om te garanderen dat de centrale middelen effectief ingezet worden; lokale bibliotheken moeten kunnen profiteren van wat met centrale gelden wordt ontwikkeld” (Projectplan Innovatieagenda 2013-2014, SIOB 2013). De gedachte dat centrale regie alleen niet genoeg is, dat daarvoor ook een gedeeld gedachtegoed nodig is om van De ‘Poolse’ bibliotheek in Maas-die bree richt zich op de vele Polen alle activiteiten en initiatieven één beweging te maken, in dit gebied van Limburg werkwas nog niet als zodanig geformuleerd. In een versplinter- zaam zijn. In de bibliotheek kunde sector als die van de bibliotheken is het wellicht onnen Poolse klanten gratis gebruikdoenlijk om consensus te bereiken over één gedachtemaken van het internet, bijvoorgoed. Mogelijk is de versplintering ook een blijk van verbeeld voor telebankieren, e-mailen en chatten. Via de website van de scheidenheid, die op een radicaal andere manier aangebibliotheek kan er een dertigtal wend een enorme kracht zou moeten worden. Daarvoor is het nodig minder afhankelijk te worden van de centrale middelen. Voor besteding van centrale middelen is immers telkens nieuw beleid nodig, zijn er telkens commissies en stuurgroepen nodig die dat beleid gaan uitvoeren en anderen daarin moeten meekrijgen. Ondernemerschap, dat innovatie niet alleen kan bevorderen maar ook financieren, laat zich echter niet makkelijk of snel door centrale regie en middelen uit de grond stampen. Poolse kranten gelezen worden. De bibliotheek heeft de collectie aangevuld met romans en kinderboeken in het Pools. Op dit moment telt de Poolse collectie zo’n 500 titels. Dit aantal wordt nog uitgebreid met meer titels. Op maandagavonden zijn er Poolse tolken en deskundigen op diverse gebieden in de bibliotheek aanwezig om te helpen met bijvoorbeeld het invullen van formulieren en het beantwoorden van vragen. Er is een andere problematiek die minder met beleid en regie te maken heeft. Het lenen van boeken en verschaffen van informatie in algemene zin lijken steeds minder het privilege van bibliotheken. Nog steeds lijkt geletterdheid daar wel aan gekoppeld te zijn. Als iedereen niet alleen onderling makkelijk boeken kan uitlenen, maar ook elkaar beschrijvingen delen, zelf publiceren (al dan niet in papieren boekvorm) en mondiale organisaties als Google bulk-digitaliseringen uitvoert, in het vrijelijk tonen hoogstens gehinderd door auteursrechten en daarmee samenhangende belangen van uitgeverijen, is de rol van de bibliotheek op dat vlak dusdanig verkleind dat een bezinning hierop onvermijdelijk is. En dat weten we allang. Toch valt het niet mee een andere rol te definiëren, zolang we ons blijven focussen op de bibliotheek als uitleenmagazijn en leverancier van informatie, of dat nu in papieren boekvorm is, of in de digitale variant. Belangrijk daarvoor is wel excentrisch te leren denken met de bibliotheek niet uitsluitend in het middelpunt van de belangstelling. Er gebeurt immers van alles buiten de bibliotheek dat te maken heeft met geletterdheid, met inventarisatie van, verwondering over en reflectie op de samenleving. Er is een wereld van weblogs, microblogs, games, rap (poëzie), etc. Als de bibliotheek nog steeds een gebouw heeft, waarom daar dan niet (nog veel meer) een ontmoetingsplek van maken? Bij excentrisch denken hoort dan ook dat de bibliotheek wellicht zelf niet alle bijeenkomsten organiseert, maar ruimte en faciliteiten biedt voor anderen om dat te doen. De Ontwerpwet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (april 2013) benoemt drie bibliotheekfuncties: • Ter beschikking stellen van kennis en informatie • Bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie • Bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur 31
  • Boeken uitlenen wordt hier niet specifiek genoemd. Deze drie functies bieden echter wel volop mogelijkheden. In feite zou een bibliotheek vanuit die optiek een verbindende rol kunnen nemen in een cultuurnetwerk door dit te faciliteren. Dat wordt mogelijk als de bibliotheek vol inzet op: • connectiviteit - verbinden van mensen en organisaties • (digitale) infrastructuur - zorgen dat bronnen beschikbaar zijn, dat connectiviteit ondersteund wordt en men informatie en ervaringen kan delen. • (achtergrond)informatie (hier wel) - waarom zou elke organisatie zelf een ‘bibliotheek’ of database opzetten? Kan de bibliotheek bijvoorbeeld naslagwerken, inspiratie, registratie, ticketing en reviews voor een theater op zich nemen? • educatie - competentiecentrum zijn op gebied van educatie, leertheorie, levenslang leren, etc. Scholen en ook leerkrachten moeten er terecht kunnen voor nascholing, maar ook delen van ervaring, onderzoek en experimenten. • geletterdheid - met tal van initiatieven, vooral ook van derden (workshops, seminars, lezingen, popUp en guerrilla acties, expertsessies, advies, scholing, etc) participeren en interveniëren in de (nabije) omgeving. Een vorm die inspireert als het gaat om bijeenkomsten, vergaren van kennis en kennisoverdracht, discussie en synthese, wordt geboden door de TED.com. Naast dit bekende voorbeeld zien we kleinschaliger varianten daarvan opkomen, zoals het Nederlandse Fast Moving Targets. waarom connectiviteit in een sociaal netwerk belangrijk is Tijdens het prijsuitreiking van de verkiezing tot Radicale Vernieuwer van Nederland, georganiseerd door Stichting Nederland Kennisland en Vrij Nederland sprak juryvoorzitter Herman Wijffels (co-voorzitter Worldconnectors en hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke verandering aan de Universiteit Utrecht) over de gemeenschappelijke factor bij alle genomineerden. Het was hem opgevallen dat bij alle genomineerde projecten op één of andere manier sprake was van het herstellen van relaties. Of het nu ging om buren die onderling gereedschap ruilen en gebruiken (Peerby), een website voor thuiskoks (thuisafgehaald.nl), het nog eens repareren van spullen zodat ze niet weggegooid hoeven worden (Repair Café) of met een kritische blik naar museale collecties kijken, ontzamelen waar kan en hergebruiken waar mogelijk (Stichting Onterfd Goed), stuk voor stuk zijn ze bezig bruggen te slaan en verbinding te maken. Zo herstellen ze relaties tussen mensen onderling, tussen mensen en technologie, energie, grondstoffen, productieprocessen of gemusealiseerde objecten. En al deze projecten ontstaan van onderop: “onder de oppervlakte bruist en gist het. De drang om te vernieuwen is groot. Ook, of juist, onder slechtere economische omstandigheden. Veel mensen hebben ideeën over hoe het anders, beter kan. De doorzetters maken er ook echt werk van, desnoods tegen de stroom in. Zij halen niet snel de voorpagina's of de praatprogramma's, maar ze bestaan wel degelijk.” Voor een cultuurnetwerk, en in dit geval met name voor een bibliotheek, ligt hier de kans om op zoek te gaan naar zulke bloeiwijzen, ze te omarmen als gelijken, te volgen en zo verbindingen en relaties te herstellen. Vooralsnog zien we echter innovatie, ook bij cultuureducatie, vaak beperkt blijven tot professionalisering en optimalisering van bestaande processen en denkwijzen, die vaak nog top-down, vanuit de overheid geïnitieerd worden. Dit overlaten aan marktwerking of veronderstellen dat burgers het zelf organiseren onder het mom van participatie, is geen antwoord op de eigenlijke kwestie. Marktwerking en een afrekencultuur breken eerder die relaties verder af (waar ze eerder door industrialisatie, urbanisatie en een afstandelijke overheid waren verbroken) dan dat ze in staat zijn die te herstellen; zolang het tenminste om marktwerking alleen gaat. 32
  • De ontwikkelingen in de samenleving op gebied van sociale innovatie, digitalisering en (online) technologie hebben het karakter van een transitie. Dat vraagt om meer dan innovatie, namelijk om transitie initiatieven, die als katalysator kunnen werken voor gemeenschappen om zelf dingen te onderzoeken en met hun eigen antwoorden te komen. Radicale vernieuwing die van onderop ontstaat zijn best te organiseren in kleine netwerken die onderling en met grotere netwerken min of meer los verbonden zijn, zowel online als offline. Deze kunnen we als ecosystemen opvatten, waarbij we ervoor moeten zorgen dat de veerkracht van de ecosystemen zo groot mogelijk is. informatie- & communicatiepaviljoen WorldExpo 2010 in Shanghai van China Telecom 33
  • 3. Verwezenlijking Netwerk aanpak crossmedia, transmedia Netwerken zijn er, groeien en hebben verbindingen vaak zonder dat er van een aanpak sprake lijkt te zijn. We kunnen de termen netwerk en community wel door elkaar gebruiken, omdat in veel gevallen ongeveer hetzelfde wordt bedoeld. Toch wijst een netwerk eerder in de richting van connecties en contacten, de verbindingen en infrastructuur, waar communities eerder wijst in de richting van relaties en de inhoud, gedeelde passie of overeenkomstige belangen. De oprichter van Facebook, Mark Zuckerberg, zei ooit: “communities bouw je niet, die bestaan (al).” Hoewel Facebook plek geeft aan nieuwe communities (verzamelingen vrienden, groepen en pagina’s), was het aanvankelijk bedoeld om te infiltreren in bestaande communities en die vervolgens (beter) te faciliteren. Voor netwerken kun je eveneens een infrastructuur opzetten waardoor ze beter kunnen bestaan. Praktischer is om te spreken van criteria waaraan zo’n netwerk zou moeten voldoen om te functioneren. Daar gaan we straks nog wat dieper op in, maar voordat we zover zijn, is het zinnig stil te staan bij een crossmediale aanpak. Bij het samenstellen van een crossmedia concept, zoals Indira Reynaert en Daphne Dijkerman in het Basisboek crossmedia concepting (2009) voorstellen, worden diverse media ingezet vanuit hun specifieke karakteristieken en bereik om storytelling en het verspreiden van een gedachtegoed te bevorderen, meer relevantie voor individuele consumenten te bieden en deze nauwer te betrekken bij die storytelling middels o.a. co-creatie. Willen we in een cultuurnetwerk meer interactie en participatie bevorderen, is het zinvol meerdere media in te zetten vanuit een crossmedia aanpak. Een crossmedia concept valt aardig te visualiseren met een plattegrond van een metrostelsel, zoals in Barcelona. Elke lijn met eigen kleur is dan op te vatten als een in te zetten medium, waarmee een boodschap (verhaal, conversatie, meme, campagne, nieuwsbericht, etc.) zich verspreidt. Soms lopen de verschillende media eventjes parallel (gelijktijdige, maar niet per se identieke boodschappen), om daarna ieder een weg te gaan. In dit stelsel, dat in combinatie met bovengrondse lijnen en straten overeenkomsten vertoont met de infrastructuur van een netwerk zoals die door een rizoom gevormd wordt (maar dan gepland), bevinden zich knooppunten. Vaak is dit een metro-ingang, die een overstap-plek vormt. Op deze plekken bevinden zich vaak pleinen, belangrijke gebouwen (schouwburg, stadhuis, bibliotheek, monument). Dit zijn de locaties waar mensen samenkomen en conversaties plaatsvinden. Deze locaties zijn op te vatten als transfer-momenten, zowel op gebied van een overstap van ene medium naar volgende, als in de informatie-overdracht en -adoptie. Reynaert en Dijkerman leggen 60 in verband met het verspreiden van een gedachtegoed en het creëren van (crossmedia) concepten daartoe eveneens de link met Rijkenberg (zie ook pag. 24). De consument is niet langer passief, stellen zij, maar “beweegt zich interactief door het universum {...] is participerend, verbindt zich met verschillende netwerken, is veel beweeglijker, uit zijn mening en maakt zijn werk publiekelijk toegankelijk.” Kritische succesfactoren voor een online platform, dat naar hun overtuiging doorgaans de ruggen- 60 Basisboek Crossmedia Concepting pp 29, 35, 142 kritische succesfactoren online platform, 120 (honingraat model, met identiteit centraal) 34
  • graat van een crossmedia concept vormt (want 24/7 aanwezig en raadpleegbaar) worden gevormd door een antwoord op de vragen ‘Hoe trek ik bezoekers, hoe zorg ik dat ze terugkomen, dat ze actief deelnemen en dat ze een evangelist [van het gedachtegoed] worden.’ Bij online platforms staat volgens Reynaert en Dijkerman het honingraatmodel van Peter Morville (2004), en met name de afgeleide daarvan voor social media (ecologieën) centraal. Waar bij Morville ‘Valuable’ in het midden van de 7 cellen staat, is dat bij Kietzmann e.a. (2011) in hun social media ecologie ‘Identity’. Voor verschillende platforms ligt overigens de nadruk telkens op andere cellen van de honingraat; bij Twitter ligt volgens het model de nadruk dan meer op ‘Presence’ waar het bij een social bookmarking site als Delicious meer bij ‘Sharing’ en Conversations’ en op Facebook vooral bij ‘Relations’ zou liggen. Naarmate deze platforms zich ontwikkelen en afhankelijk van hun toepassing binnen een crossmediaal concept zien we echter dat de nadruk kan verschuiven. Verwant aan crossmedia is transmedia, een term die vaker gebruikt wordt naarmate het narratieve gehalte groter wordt, onder meer bij hybride vormen van games en media campagnes (bijvoorbeeld tv, web, mobiel, game). Bij transmedia zijn de overstap momenten nog belangrijker. Ze worden beschouwd als momenten waarop een nieuwe laag aan het verhaal wordt toegevoegd en tevens de momenten waarop een deelnemer vanuit motivatie verder wil gaan. Henry Jenkins, door sommigen beschouwd als de grondlegger van de transmedia theorie, gebruikte de term in zijn artikel Transmedia Storytelling 61: “In the ideal form of transmedia storytelling, each medium does what it does best-so that a story might be introduced in a film, expanded through television, novels, and comics, and its world might be explored and experienced through game play.” Carlos Alberto Scholari (2009) ontwikkelde dit idee verder: "Transmedia is a particular narrative structure that expands through both different languages (verbal, iconic etc.) and media (cinema, comics, television, video games, etc.).”62 Christy Dena (2009) zegt daarover in haar PhD thesis: “Transmedia Practice refers to all practices that involve the employment of multiple distinct media and environments. Fundamentally, the phenomenon [= transmedia] involves the employment of multiple media platforms for expressing a fictional world. To date, theorists have focused on this phenomenon in mass entertainment, independent arts or gaming.” 61 http://www.technologyreview.com/news/401760/transmedia-storytelling/ geraadpleegd 26/11/13 62 Scholari, C. A. (2009) Transmedia Storytelling: Implicit Consumers, Narrative Worlds, via: http://ijoc.org/ojs/index.php/ijoc/article/viewFile/477/336, geraadpleegd 26/11/13 35
  • Transmedia (storytelling) kan volgens Herr-Stephenson en Alper63 (2013) gezien worden als de belichaming van de constructivistische benadering van leren, vanuit de theorie dat leren plaatsvindt door een proces van het actief creëren van kennis, aansluitend op de bestaande kennis en ervaring. “Good transmedia experiences scaffold children’s participation—supporting them through tasks such as asking and answering questions, making connections between information, creating media, and sharing creations with others." In het spelender- en verhalenderwijs ontwikkelen van cognitieve structuren zou een transmediale aanpak kinderen helpen met begrijpend lezen, opbouwen van vaardigheden en vindingrijkheid, het stimuleren van samenwerkend spelen, het begrijpen van hun identiteit, en het uitbreiden van hun verbeelding. Of dat een terechte claim is, kunnen we hier in het midden laten. Voor een cultuurnetwerk echter, waarin meerdere media met elkaar verbonden zijn, waarin diversiteit en (construeren of ervaren) van identiteit van wezenlijk belang zijn, is het verstandig om een crossmedia aanpak te kiezen en te focussen op de knooppunten, waar volgens de transmedia gedachte de meeste kans is op een transfer. kunstgebied Dan is het wel van belang om bij media niet alleen te denken aan kanalen, in de zin van tv, radio, web of mobiel, maar te denken in termen van ‘ontmoetingsplekken en gesprekken.’64 Dan kunnen we ook evenementen, voorstellingen, tentoonstellingen, scholen, seminars etc. tot de media rekenen, te weten de plekken waar mensen samenkomen, interacteren, converseren en uitwisselen. Een Community of Practice (CoP) kan in zo’n netwerk gezien worden als belangrijkste plek van samenkomst, maar steevast in samenhang met een online ontmoetingsplek, waar de CoP wordt aangekondigd, waar de discussie nadien voortgaat en waar verslag gedaan wordt. Een CoP is er dan ook op gericht een hub te vormen, door experts bijeen te brengen, ervaringen te delen en contacten uit te breiden. Een positief gevolg van zo’n CoP kan zijn, dat anderen zich aangetrokken zullen voelen en (een volgende keer) mee willen doen, waardoor de virtuoze cirkel zoals beschreven in hoofdstuk 2 op gang gebracht wordt. Daarmee kan de CoP, in de combinatie van online en offline, uitgroeien tot een expertise-centrum of competentiecentrum. Maar dan wel in een netwerk-vorm. Dit is met name interessant als we het hebben over een cultuurnetwerk waarin diverse culturele instellingen, podia en bijeenkomsten een belangrijke plek innemen. Er hoeft niet één CoP te worden opgezet, zoals er ook niet één expertise-centrum hoeft te ontstaan in een cultuurnetwerk. Om te bepalen waar zo’n CoP in het cultuurnetwerk kan plaatsvinden, op welk terrein, met welke belanghebbenden en bijdragers en op welke locatie, is het zinvol ‘kunstgebieden’ te definiëren. Dat houdt in: gebieden zoals wijken, pleinen of gebouwen, maar ook virtuele gebieden die de potentie hebben als plek van incubatie te dienen. Dat kan zijn vanwege een in te schatten ontvankelijkheid, vanwege de aanwezigheid van infrastructuur, van een reeds aanwezige concentratie culturele instellingen of (invloedrijke en goed ge-connecte) personen die zich daarmee bezighouden of vanwege een achterstand; gebieden waar veel te halen en/of veel te bereiken (brengen) valt. Dit laatste heeft mede te maken met de (mogelijke) impact, zoals Anna Elffers en Marieke Stein (2012) die beschrijven in hun onderzoek Musea in de wijken, De impact op deel- 63 Herr-Stephenson, B. en Alper, M. (2013) T is for Transmedia: Learning through Transmedia Play, via: http://www.annenberglab.com/projects/t-transmedia, geraadpleegd 26/11/13 64 Meereboer, T. (2011) SCCS! Aan de slag met social media (pdf), VSC, via http://issuu.com/sciencecentra/docs/sccs_aan_de_slag_met_social_media_erfgoed2.0_en_vs 36
  • nemers en musea65. “Mensen die doorgaans niet in contact komen met kunst en cultuur zijn vaak een heel dankbare doelgroep, al is het wel moeilijk om hen te (blijven) bereiken. In de verschillende projecten is te zien dat het een misverstand is dat bijvoorbeeld alleen hoog opgeleiden geïnteresseerd zouden zijn in kunst en erfgoed. De musea blijken goed in staat programma's te ontwikkelen die kunst en erfgoed toegankelijk en interessant maken voor wie geen reguliere museumbezoeker is. Daarbij blijkt de inzet van gepassioneerde, gespecialiseerde krachten met goede communicatieve vaardigheden zeer belangrijk.“ Criteria voor een netwerk Zones Om een cultuurnetwerk te verwezenlijken zoals voorgesteld in de voorgaande beschrijvingen is het verstandig criteria te bepalen waaraan zo’n netwerk zou moeten voldoen. We kunnen daarbij een onderscheid maken tussen de zones van activiteit, zoals de eerder genoemde kunstgebieden, CoP’s en een organisatie die als ‘libero’ kan fungeren. Met dat laatste bedoelen we een soort backbone van het netwerk, van waaruit de infrastructuur wordt opgezet en beheerd, waar community management plaatsvindt, van waaruit ook verkenningen worden uitgevoerd en nieuwe connecties gemaakt, maar waar ook andere initiatieven en organisaties op kunnen terugvallen, mocht dat nodig zijn. In dit geval zou de bibliotheek deze rol als libero op zich kunnen nemen. (Infra)structuur Bij het netwerk wordt de infrastructuur voornamelijk bepaald door mensen, media en mogelijkheden (connectiviteit en opportuniteit). De opzet is crossmediaal, waarin op transmediale wijze wordt aangestuurd op een zo hoog mogelijke frequentie van transfers (overstap-, keuze- en uitwisselingsmomenten). Daarbij worden alle media (inclusief voornoemde zones) gekozen op basis van de mogelijkheid als ontmoetingsplek en facilitator van gesprekken te fungeren. Technologie is daaraan ondergeschikt. Kenmerken We kunnen een flink aantal kenmerken benoemen voor een cultuurnetwerk dat sterk georiënteerd is op de 2.0 gedachte. Veel kenmerken overlappen elkaar, of komen op verschillende onderdelen terug; alsof ook de kenmerken zich gedragen volgens de zwermtheorie. 1. diversiteit • confederatie: deelname van meerdere groepen en belanghebbenden • verscheidenheid: volop ruimte houden voor / op zoek blijven gaan naar: - verschillen: tussen mensen, meningen, organisaties, belangen - adaptiviteit: vermogen om te gaan met veranderingen en uitdagingen, zowel persoonlijke groei en ontwikkeling bij deelnemers als in de samenleving / gemeenschap - flexibiliteit: samenwerking, gebruik maken van kansen en mogelijkheden, ook als die zich plotseling voordoen 65 Elffers, A. en Stein, M. (2012) Onderzoek musea in de wijken, De impact op deelnemers en musea http://www.rotterdam.nl/DKC/Document/onderzoek%20Musea%20in%20de%20wijken.pdf 37
  • • • • • - connectiviteit: vermogen verbindingen te maken, ook gebruik kunnen maken van crossmediale mogelijkheden - crossovers: vermogen te overbruggen en van elkaar te leren, vertalen van elkaars goede kanten - mix in tijd: tussen actualiteit, achtergrond en huidige situatie coöperatief: centraal gedachtegoed - decentrale organisatie op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid; ook tussen amateurs en professionals, overheid en burger controle: loslaten van (centrale) controle; koers zit in richting geven en motiveren, niet in teugels strak houden en corrigeren rol: ruimte bieden voor initiatieven, eerder makelaar dan opdrachtgever zijn sociaal: menselijke maat voorop, solidariteit en persoonlijke bijdragen, te vergelijken met social tagging principe 66 2. modulariteit: • zorgen dat er veel kleine en diverse kernen zijn die zelfstandig vanuit overeenkomstige uitgangspunten kunnen opereren • veel kleine deelprocessen, die allen bijdrage aan en vooruit verwijzen naar het overkoepelende gedachtegoed (en dus het waarom en het doel van de hele exercitie). • er volop ruimte is voor (tussentijds) experiment en dus ook missers. Modules die niet of onvoldoende functioneren kunnen snel worden vervangen. Het systeem als zodanig blijft echter overeind. • volop ruimte houden voor inspelen op actualiteit, veranderingen en kansen (samenhang tussen lange termijn visie en terstond acteren) • modules worden gekozen op basis van aantrekkelijkheid en ‘rijkdom’ 3. continuïteit • voortdurende feedback: acties en initiatieven zijn gericht op deelname, interactie en respons, d.w.z. actief vragen om feedback, voortdurend korte terugkoppelingen, • circulaire werkwijze: iteratief, d.w.z. gedurende het hele proces resultaten blijven meten, analyseren, evalueren, verbeteren en opnieuw (elders) inzetten. • vieren: zorgen dat successen tussentijds gedeeld (op piëdestal) en gevierd worden en daar een gewoonte van maken die oom anderen enthousiasmeert • permanente beta: geen projectmatige maar procesmatige benadering, wanneer sprake is van tijdelijke projecten, maken ze deel uit van een ontwikkelingsproces • vraaggestuurd: werken vanuit een vraag, zowel een vraag vanuit gebruikers / bezoekers / afnemers als een vraag vanuit maatschappelijk perspectief / proces / politiek. 4. ondernemerschap • toegevoegde waarde voorop • verbindingen maken en onderhouden met partners en stakeholders (bedrijven, scholen, overheden, bewoners). Vanuit hun belang (eigenbelang en gezamenlijk belang) zullen deze ertoe bijdragen dat netwerken blijven bestaan en functioneren • toetsen op haalbaarheid (voortdurend), maar wel ruimte bieden voor innovatie (met budget) • telkens nieuwe initiatieven ontplooien en/of aanmoedigen (daarin participeren), echter wel vanuit centrale gedachte / masterplan (geen incidenten) 5. kennis ecologieën 66 Social tagging (free-form labeling) houdt in dat je een groep mensen / leken / liefhebbers vrijelijk laat kiezen; in dit geval op gebied van labels/beschrijvingen die ze willen toevoegen. Gedachte is dat daardoor een meer adequate’ontologie’ of thesaurus ontstaat (voor een grote groep mensen) dan wanneer je daarvoor experts zou inhuren. Zie Clay Shirky 38
  • • samenhang tussen kennis, expertise (praktijkervaring en autoriteit) en ervaring (beleving) • samenhang tussen offline en online • cross-sectoraal, sterk op ontwikkelingen in samenleving gericht • crossmedialiteit: meerdere media inzetten vanwege specifieke kwaliteiten en kenmerken voor bereik en relevantie • vanuit gedachtegoed volggroepen betrekken, zie Social Engagement Matrix67 • connectiviteit, engagement en beïnvloeding van personen (social) staat voorop • bottom-up benadering (soms ook subversief), transitioneel; overheden kunnen participeren Social moral transactional why transition involvement reach added value participation interest relevance conversion initiatives conversations communication call to action believers influencers stakeholders ambassadors how what who Social Engagement Matrix 67 Social Engagement Matrix is onderdeel van de Social Engagement Tool van Stichting E30 / Theo Meereboer 2012, zie http://www.slideshare.net/Erfgoed/set-board4 39
  • 4. Verbeelding: Inspirerende voorbeelden Aan de hand van een klein aanta voorbeelden is te zien hoe vanuit netwerken (met meer of minder overheidsbemoeienis) nieuwe vormen ontstaan van omgaan met cultuur, uitwisseling van kennis en ervaring. De Bibliotheek op school 68 is een project van de Openbare Bibliotheken, waarmee zij aan leesbevordering onder de jeugd willen doen. Door vanuit hun gebouw naar de scholen toe te gaan, bereiken bibliotheken een publiek dat nog kan worden meegenomen in het ontdekken en leren appreciëren van lezen. Hoewel dat een goede eerste stap is, bevat deze wijze van leesbevordering misschien nog teveel een aanbod-gerichte opzet. Red telephone boxes libraries: veel dorpen in de UK hebben de bekende rode telefooncellen omgebouwd naar mini-bibliotheken. Je kunt er gewoon een boek pakken en (als tegenprestatie) een ander daarvoor in de plaats leggen.69 Aardig aan dit voorbeeld is bovendien dat het op Pinterest gedeeld werd op een zogeheten bord waar liefhebbers van boeken en bibliotheken hun inspiratie over de bibliotheek van de toekomst delen. Een andere voorbeeld, op hetzelfde bord, van zo’n Urban library is een mini-bibliotheek met boom-design. 70 De gemeente Vennesla (Noorwegen) besloot in 2005 de bibliotheek te verhuizen naar het centrum van de stad en te integreren in een bestaande gemeenschapshuis en leercentrum. Samen met het nieuwe Huis van de Kunsten, dat ook een cafe, open ontmoetingsplaatsen en een klein podium bevat, is de bibliotheek sinds 2011 een integraal onderdeel van het cultuuraanbod en de cultuurbeleving71 geworden. Het buitengewoon vormgegeven gebouw won ook diverse architecturale prijzen. Susan Kruse uit Birmingham had een idee met de afgeschreven boeken van de bibliotheek die soms gewoon bij het oud papier belanden. Zij benaderde collega-kunstenaars om iets creatiefs met deze oude boeken te doen. De herwerkte boeken zullen bij elkaar komen als The Library of Lost Books 72 en samen worden tentoongesteld als onderdeel 68 http://www.debibliotheekopschool.nl/ 69 http://www.pinterest.com/pin/228628118554749141/ 70 http://www.pinterest.com/pin/228628118554687220/ 71 http://www.pinterest.com/pin/228628118553150741/ http://en.wikipedia.org/wiki/Vennesla_Library_and_Culture_House) 72 http://thelibraryoflostbooks.blogspot.co.uk/ 40
  • van het opening festival van de nieuwe bibliotheek van Birmingham op 6 november 2013 en gaat vervolgens als reizende tentoonstelling het Verenigd Koninkrijk door. Een bibliotheek heeft leden, zo ook deze bibliotheek. Je kunt het project sponsoren met een lidmaatschap bij de Library of Lost Books. Binnen de vele voorbeelden van community en outreach projecten nemen Huis van Alijn 73 in Gent en het Museum of Broken Relationships74 een bijzondere positie in. Huis van Alijn omdat het hele museum erop gericht is de cultuur van en over de stad vast te leggen, te tonen en te bediscussiëren door de bevolking door consequent bij te betrekken; ‘bezoek, ontdek, doe mee’ is hier de oproep die centraal staat. Museum of Broken relationships is een initiatief van Drazen Grubisic en Olinka Vistica die het museum startten nadat zij in 2006 hun relaties beïndigden. Inmiddels reist het vernieuwende museum concept de hele wereld rond om ter plekke mensen bijeen te brengen rond het thema van de verbroken liefde of relatie. Rond het museum ontstaat zo een netwerk, dat gedeeld wordt en zich verder verspreidt via social media netwerken als Facebook, Google+ en Twitter. Eind 2013 doet het museum Amsterdam aan. iDROPS 75 is een ‘digitale innovatie agentschap’ voor de culturele, creatieve en sociale sector, gevestigd in Gent. Ze geloven in de kracht die digitale toepassingen hebben om een sociale en economische impact te creëren en koppelt dit aan het creatieve en culturele gebied. Ze brengen vertegenwoordigers en deskundigen uit deze velden samen met bijvoorbeeld games en web-ontwikkelaars. Het Museum LAB 2012 76 is een voorbeeld van de werkwijze waarbij 25 vooraanstaande archivarissen, bibliothecarissen, curatoren en anderen die werken in musea en galeries in het Verenigd Koninkrijk, België en andere Europese landen bijeenbracht werden om drie dagen lang de mogelijkheden van digitale technologieën te verkennen voor het creëren van magische ervaringen in musea: online en op locatie. Stadslab is sinds 2009 een vrijwilligersorganisatie in Leiden ten behoeve van innovatie op gebied van o.a. burgerschap, cultuur, herbestemming en promotie van de stad. Innovatief ondernemerschap, in de zin van iets bijdragen aan cultuur, kennis, communicatie, cultureel erfgoed, kunst of vrijetijdsbestedingen, wordt van harte ondersteund. In het project Stadstijfers leidt Stadslab scholieren op tot Stadslaboranten waarmee ze een alternatief voor maatschappelijke stages ontwikkeld hebben. “Nog te vaak zien leerlingen burgerschapsvorming als iets dat niet over henzelf gaat. Wat betekent het nou om, als burger, invloed te hebben op de samenleving? En hoe doe je dat? Stadslab wil daarom scholen graag de grondslag van het Stadslabsucces aanbieden: een week waarin leerlingen samenwerken aan het vormgeven van hun eigen samenleving. We zijn hiermee dit jaar gestart op het Leonardo College.” De onderwijsvisie bij Stadstijgers 77 is ontwikkeld door bij Frum van Egmond, onderwijsvernieuwer en grondlegger van de Noordwijkse Methode. Haar missie: een kind te laten schitteren met zijn eigen talenten, zodat hij van daaruit een positieve bijdrage kan leveren aan de wereld om zich heen. Pijlers van haar methode zijn: inspiratie, denkstrategieën, talentontwikkeling, ondernemerschap en communicatie. 73 http://www.huisvanalijn.be/ 74 http://brokenships.com/en 75 http://www.idrops.be/ 76 http://www.slideshare.net/iDROPS/appsforghent-idrops-sociaal-innovatie-lab 77 http://www.stadslableiden.nl/projecten/stadstijgers/ 41
  • CitySDK Linked Open Data Distribution API 78 is een distributieplatform voor de distributie en de koppeling van (linked) open data sets en stadsdiensten, ontwikkeld door Waag Society. De CitySDK toolkit ondersteunt de ontwikkeling van open en interoperabele interfaces voor open data en stadsdiensten in acht Europese steden (Amsterdam, Helsinki, Manchester, Lissabon, Istanbul, Lamia, Rome en Barcelona). Een voorbeeld is de datavisualisatie van alle gebouwen van Nederland, op basis van hun bouwjaar door ontwikkelaar ontwikkelaar Bert Spaan. Het principe van Linked Open Data wordt ook toegepast bij o.a. Augmented Reality apps, die een bewoner of bezoeker van een gebied een indruk geven van de informatie die schuilt in of achter het straatbeeld, de gebouwen, etc. In toenemende mate kunnen zo informatie, diensten, initiatieven realtime en ter plekke getoond worden. Dat geeft overheden, bedrijven en instellingen de mogelijkheid dichtbij de (mobiele) gebruiker te komen, in diens netwerken aanwezig te zijn en met die persoon te interacteren. 78 Augmented Reality (AR), of Toegevoegde Realiteit, is een live, direct of indirect, beeld van de werkelijkheid waaraan elementen worden toegevoegd door een computer of mobiel toestel. Deze soms met behulp van QR-code toegevoegde elementen bevatten veelal sensordata of extra informatie over de omgeving. Met behulp van advanced augmented reality technology (bijvoorbeeld objectherkenning) kan er voor gezorgd worden dat de toegevoegde informatie op een intuïtieve manier kan worden weergegeven en er ook interactief mee kan worden omgegaan door de gebruiker. http://www.citysdk.eu/2013/10/23/the-netherlands-from-a-new-perspective/ 42
  • CONNECT-AR Op de vraag aan jongeren wanneer zij kunst en cultuur interessant vinden komen natuurlijk veel verschillende antwoorden. Het hangt er ook van af wie het vraagt, op welke manier en in welke context. Er zijn veel smaken, voorkeuren en mogelijkheden en jongeren behoren in afnemende mate nog tot een enkele groep, stijl of hang-out, maar lijken juist de diversiteit op te zoeken. Het Young Mentality model van Motivaction wijt dat onder meer aan de snel wisselende trends.“Kinderen en jongeren vormen een heterogene groep, die lastig te vangen is. Snel wisselende trends en onvoorspelbaar gedrag maken deze doelgroep vaak ongrijpbaar voor communicatie-, marketingen beleidsmedewerkers.” Met de onbegrensde mogelijkheden van sociale media is het behoren tot één enkele groep, zuil (religie, cultuur) of zelfs nationaliteit ook vrijwel onmogelijk en vermenging onvermijdelijk. “De sociale omgeving waarin identiteitsontwikkeling zich afspeelt, is in toenemende mate pluriform. Dit leidt tot een continu proces van zelfreflectie en positionering. Identiteiten zijn dan ook veranderlijk en samengesteld (meervoudig). Bovendien maken mensen deel uit van meerdere gemeenschappen en kunnen ze zich verbonden voelen met datgene wat die gemeenschappen belangrijk vinden. [...] Een leerling zal dan ook een balans moeten vinden tussen enerzijds zelfrealisatie en het leven volgens eigen waarden en normen, en anderzijds de grenzen en beïnvloeding van de omgeving.”79 Het is de vraag of een overheid, die graag jongeren wil bereiken en bijvoorbeeld voorkomen dat een verstoring van de identiteitsvorming tijdens de adolescentie leidt tot ofwel depressiviteit (internaliserende problemen) ofwel criminaliteit (externaliserende problemen, m.n. bij meisjes) (Klimstra, T. 2010)80, met een agenda voor cultuurparticipatie voldoende invloed kan uitoefenen. Vanuit de overheid wordt vaak bepaald welk aanbod er gaat zijn, wat gesubsidieerd wordt en welke organisatie gebruik kan maken van de infrastructuur. Er zijn intussen zoveel initiatieven van bewoners, (buitenschoolse) activiteiten van verenigingen en podia, erfgoed instellingen, tentoonstellingen, lezingen, debatten en reizen, aanbod van en voor 79 http://jongeburgers.slo.nl/domeinen/identiteit/ Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) 80 Klimstra, T. (2010). The Dynamics of Personality and Identity in Adolescence. Utrecht: Universiteit Utrecht. via website NJI - http://www.nji.nl/nl/Kennis/Databanken/Persoonlijkheid-en-Identiteit-in-de-Adolescentie geraad[;eegd 28/11/13 43
  • onderwijsinstellingen, dat je je misschien afvraagt waar te beginnen. Vooral als je ‘jongere’ bent en niet weer met de haren ergens bij gesleurd wilt worden. Hebben we een cultuurnetwerk nodig om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen? Om een bewoner, leerling of school wegwijs te maken? Om kwaliteit te borgen, beleid van de gemeente uit te voeren en te zorgen dat het voor eenieder toegankelijk is? Dat zou toch allemaal ook in een app moeten kunnen… Biedt een cultuurnetwerk het aanbod waar jongeren naar op zoek zijn? Sluit het voldoende aan op de wisselende interesse en hoge connectiviteit van jongeren? Sluit de infrastructuur van een cultuurnetwerk aan op hun online en mobiele gedrag? En hoe kunnen we dat verbeteren? De doelstelling van CONNECT-AR is jongeren zichzelf met een zo groot mogelijke diversiteit aan cultuur in contact te ;aten brengen; hun cultuur, hun contacten, hun agenda. Het biedt ze de mogelijkheid hun identiteit te vormen, te spiegelen, te versterken en van elkaar te leren. Hoe werkt het? Met CONNECT-AR op je tablet of smartphone krijg je te zien wat er voor jou te doen is bij jou in de buurt, op de plek waar jij op dat moment bent of waar je straks naartoe gaat. Laat je verleiden of verras anderen! Organiseer wat jij interessant vindt, ga in de leer, 44
  • maak theater, nodig anderen uit, schrijf reviews, oogst waardering of help anderen iets te organiseren. Daarbij functioneert een app als een (verzameling) bijenkorf(en) waarin jij je eigen profiel (identiteit) hebt, verspreid over meerdere ‘cellen’ die je als een set eigenschappen of kenmerken (tags) deelt met anderen. Jij hebt jouw specifieke samenstelling, die niet statisch is, maar zich kan ontwikkelen in de loop der tijd onder invloed van deelname aan en invloed op cultuur. Je gaat er op uit, zoals een bij dat doet, op zoek naar nectar. Soms alleen en op eigen initiatief (bijvoorbeeld om als eerste iets te ontdekken), soms op aanraden van anderen, soms met een groep, al naar gelang er iets aantrekkelijks te vinden is. Het sociale aspect speelt dus een grote rol, net als de interactie en uitwisseling van ervaringen. CONNECT-AR werkt op basis van Augmented Reality, dat wil zeggen, het biedt net als een navigatie systeem of net als Foursquare81 een extra informatielaag bovenop de bestaande werkelijkheid. Je maakt een profiel aan en/of koppelt dat naar believen aan je Facebook profiel, je Instragram, Spotify, Gifboom, etc. In je profiel geef je enkele basisvoorkeuren aan, zoals interesse in muzieksoort, bijbehorende stijlen, artiesten en/of instrumenten. Of interesse in dans, beeldende kunst, streetart, boeken, poëzie (rap, songteksten), etc. Via deze Augmented Reality laag kun je zien wat er bij jou in de buurt te doen is, welke evenementen (gaan) plaatsvinden, wie daar ook is / gaat zijn en of er al reviews van gemaakt zijn. Voorbeeld: je komt langs een gebouw waar zich een muziekschool bevindt. Het ziet er niet zo heel erg aantrekkelijk uit. Je richt de camera van je smartphone op het gebouw en krijgt direct een keuze uit het aanbod. Dan kun je kiezen uit foto’s, video’s of audio. Daarbij krijg je ook te zien hoeveel social media accounts daaraan gekoppeld zijn; om een indicatie te hebben van de populariteit onder jouw leeftijdgenoten. Als je een interessante video ziet, of een belachelijke, kun je dit delen met je vrienden. Maar je kunt ook zelf iets toevoegen op een locatie. Heb jij met je bandje ergens geoefend en een nieuw nummer opgenomen, ga je binnenkort ergens optreden? Deel je muziek, de locatie en de contacten via de app (te vergelijken met MySpace82). Idem voor beeldende kunst, dans, theater. De ultieme locatie is waarschijnlijk die waar je zelf avonden kunt organiseren 83 en via de app anderen daarvoor uitnodigen (te vergelijken met MeetUp 84 of Eventbrite85). Dit soort locaties worden je vanuit het CONNECT-AR netwerk onder duidelijke voorwaarden aangeboden. Hieronder een overzicht van wat mogelijk is met de CONNECT-AR app. NB: dit is nog geen voorbeeld van de user interface, alleen een indicatie van een aantal opties... 81 https://foursquare.com/ 82 https://myspace.com/ 83 http://www.ahk.nl/actueel/nieuws/bericht/studenten-reinwardt-academie-organiseren-festival-in-vestingsmuseum 84 www.meetup.com 85 http://www.eventbrite.nl/features/ 45
  • 5. Verantwoording geraadpleegde literatuur boeken Aslander, A. en Witteveen, E. (2010) Easycratie, pagina 41 - 94, Sdu Uitgevers bv, Den Haag Baricco, A. (2010) De Barbaren, De Bezige Bij, Amsterdam Bauman, Z. (2011) Vloeibare tijden, Leven in een eeuw van onzekerheid, vertaald door Valk, J.M.M. de, uitgeverij Klement, Zoetermeer Bauman, Z. (2000) Liquid Modernity, Cambridge: Polity Press/Blackwell Publishing Ltd. Berg van den, A, (juni 2013) Projectplan Innovatieagenda 2013-2014, Sectorinstituut Openbare Bibliotheken, Den Haag Boutellier, H. (2011) De improvisatiemaatschappij, over de sociale ordening van een onbegrensde wereld, Boom Lemma uitgevers, Den Haag Bonabeau, E., Dorigo, M. en Theraulaz, G. (1999) Swarm Intelligence - From Natural to Artificial Systems, Oxford University Press Inc Castells, M. (2012) Networks of Outrage and Hope. Social Movements in the Internet Age, Polity Press Malden USA Deleuze, G. en Guattari, F. (1998) Rizoom, een inleiding, Uitgeverij Rizoom, Utrecht Florida, R. (2002) Rise of the creative class, Hopkins, R. (2009) Het Transitie Handboek, Uitgeverij Jan van Arkel Jarvis, P. (2006) Towards a Comprehensive Theory of Human Learning. London/New York: Routledge. Jarvis, P (redactie), (2011) The Routledge International Handbook of Lifelong Learning, Routledge Koerts, F. en Roemen, N. (2011) Durf te vragen, de kracht van sociale overwaarde, Haystack Lanting, M. (2010) Connect!, De impact van sociale netwerken op organisaties en leiderschap, Uitgeverij Business Contact, Amsterdam/Antwerpen, Pine, B. J. en Korn, C. (2011) Infinite possibilities, creating customer value on the digital frontier, Berret-Koehler Publishers Inc. San Fransisco Rotmans, J. (2012) In het oog van de orkaan, Uitgeverij Aeneas Reynaert, I. en Dijkerman, D. (2009) Basisboek crossmedia concepting, Boom onderwijs Rijkenberg, J (1998) Concepting, het managen van concept-merken in het communicatiegeoriënteerde tijdperk, Uitgeverij BZZTöH, ‘s-Gravenhage 46
  • Sennet, R. (2003) Respect In Een Tijd Van Sociale Ongelijkheid, Byblos Shirky, C. (2008) Iedereen, hoe digitale netwerken onze contacten, samenwerking en organisaties veranderen, Uitgeverij Business Contact, Amsterdam/Antwerpen Shrivastava, P. (2006) Knowledge Ecology: Knowledge Ecosystems for Business Education and Training, Bucknell University Walker, B & Salt, D. (2006) Resilience Thinking: Sustaining Ecosystems and People in a Changing World, Washington, Island Press. artikelen / sites Almer, M. (2003) Respect in een tijd van sociale ongelijkheid, Deviant Boeken december 2003, Geraadpleegd op 25 oktober 2013 via http://www.tijdschriftdeviant.nl/teksten/deviant39/17.pdf Becker, N. (2008) Personal branding, artikel op Frankwatching.com. Geraadpleegd op 6 november 2013 via http://www.frankwatching.com/archive/2008/05/16/personal-branding/ Berlo van, D. (2009) Ambtenaar 2.0 Geraadpleegd op 13 november 2013 via http://www.ambtenaar20.nl/?p=1444 Bibliotheekblad (2011) Bibliotheek Maasbree richt zich op Poolse gebruikers. Geraadpleegd op 11 november 2013 via http://www.bibliotheekblad.nl/nieuws/nieuwsarchief/bericht/1000001703/bibliotheek_maas bree_richt_zich_op_poolse_gebruikers Bray, David A. et all, Knowledge Ecosystems: A Theoretical Lens for Organizations Confronting Hyperturbulent Environments. ORGANIZATIONAL DYNAMICS OF TECHNOLOGY-BASED INNOVATION: DIVERSIFYING THE RESEARCH AGENDA, T. McMaster, D. Wastell, E. Ferneley, and J. DeGross, eds., Springer, June 2007. Geraadpleegd op 12 november 2013 via http://ssrn.com/abstract=984600 Burt, R.S. (2004) Structural Holes and Good Ideas, American Journal of Sociology, Vol. 110, No. 2, pp. 349-399, The University of Chicago Press. Geraadpleegd op 07 november 2013 via http://www.jstor.org/stable/10.1086/421787 Dena, C. (2009) Transmedia Practice: Theorising the Practice of Expressing a Fictional World across Distinct Media and Environments (PhD). Geraadpleegd op 21 november 2013 via http://dl.dropboxusercontent.com/u/30158/DENA_TransmediaPractice.pdf Elffers, A. en Stein, M. (2012) Onderzoek musea in de wijken, De impact op deelnemers en musea. Geraadpleegd op 14 november 2013 via http://www.rotterdam.nl/DKC/Document/onderzoek%20Musea%20in%20de%20wijken.pd f Hartog den M., et all, Young Mentality 05/06, de verhalen achter de cijfers, Sanoma Uitgevers BV, Motivaction International BV, Young Works BV, november 2005. Geraadpleegd op 20 oktober 2013 http://www.contextmasterclass.nl/docs/200709041405182071.pdf Herr-Stephenson, B. en Alper, M. (2013) T is for Transmedia: Learning through Transmedia Play. Geraadpleegd op 26 november 2013 via http://www.annenberglab.com/projects/t-transmedia 47
  • Hillaert, W. (2013) Schrap educatie, onthoud kunst. Geraadpleegd op 19 oktober 2013 via http://www.rektoverso.be/artikel/schrap-educatie-onthoud-kunst Keen, A. (2011) Digital Vertigo, How today’s online social revolution is dividing, diminishing and disorienting us. Geraadpleegd op 6 november 2013 via http://issuu.com/stmartinspress/docs/digitalvertigo_excerpt via http://www.ajkeen.com/books/ Kietzmann, J et all (2011) Social media? Get serious! Understanding the functional building blocks of social media, Kelley School of Business, Indiana University. Geraadpleegd op 1 december 2013 via http://beedie.sfu.ca/files/PDF/research/McCarthy_Papers/2011_Social_Media_BH.pdf Klimstra, T. (2010) The Dynamics of Personality and Identity in Adolescence, Utrecht: Universiteit Utrecht. Geraadpleegd op 28 november 2013 via website NJI http://www.nji.nl/nl/Kennis/Databanken/Persoonlijkheid-en-Identiteit-in-de-Adolescentie Koning, F. (interviews en eindredactie) voor Nationaal Agentschap Leven Lang Leren (2011) Leven Lang Leren in Europa. Geraadpleegd op 6 november 2013 via http://www.youblisher.com/p/153819-Leven-Lang-Leren-in-Europa/ Lissioni, A. (2012?) The Magical Bucket Melvin Moti, Mousse magazine Issue #17. Geraadpleegd op 13 november 2013 via http://moussemagazine.it/articolo.mm?id=9 LKCA (2013) Overheidsbeleid. Geraadpleegd op 6 november 2013 via http://www.lkca.nl/overheidsbeleid/ Meer, J. vd (2005) Manifest voor de creatieve stad Nijmegen (GroenLinks). Geraadpleegd op 18 november 2013 via http://odeon-nijmegen.nl/leviagro/modules.php?name=News&file=print&sid=58 Meereboer, T. (2011) SCCS! Aan de slag met social media (pdf), VSC, Geraadpleegd op 12 november 2013 via http://issuu.com/sciencecentra/docs/sccs_aan_de_slag_met_social_media_erfgoed2.0_e n_vs Meereboer, T. (2011) A new knowledge ecology for museums, paper proposal for Museumnext (niet meer online) Meereboer, T. (2013) Verander het innoveren, presentatie voor expertmeeting SIOB. via http://www.slideshare.net/Erfgoed/verander-het-innoveren Morville, P. (2004) User experience design, Semantic Studios. Geraadpleegd op 22 november 2013 via http://semanticstudios.com/publications/semantics/000029.php Morville, P. (2013), Library 2020: The Future(s) of Libraries, Geraadpleegd op 01 december 2013 via http://findability.org/archives/000667.php Mueck, F. (2011), The virtuous circle of feedback, via weblog Moving People to action. Geraadpleegd op 6 november 2013 via http://conorneill.com/2011/01/20/the-virtuous-circle-of-feedback/ Perkin, N. (2009), A Presentation About Community, By The Community, slide 21 - Geraadpleegd op 6 november 2013 via http://www.slideshare.net/neilperkin/a-presentation-about-community-by-the-community Pór, G. (2001) Management Education and Knowledge Ecology. Geraadpleegd op 13 november 2013 via 48
  • http://www.community-intelligence.com/files/Por%20-%20Management%20Education%2 0and%20Knowledge%20Ecology.pdf Scholari, C. A. (2009) Transmedia Storytelling: Implicit Consumers, Narrative Worlds. Geraadpleegd op 26 november 2013 via http://ijoc.org/ojs/index.php/ijoc/article/viewFile/477/336 Shirky, C. (2005), Clay Shirky’s Writing About the Internet, Ontology is Overrated: Categories, Links, and Tags. Geraadpleegd op 23 oktober 2013 via http://shirky.com/writings/ontology_overrated.html Siemens G. (2005) Connectivism: A Learning Theory for the Digital Age, International Journal of Instructional Technology and Distance Learning. Geraadpleegd op 6 november 2013 via http://www.itdl.org/Journal/Jan_05/article01.htm Vermeersch, L. (2012) De meerwaarde van cultuureducatie. Geraadpleegd op 13 oktober 2013 via http://www.cultuurpuntaltena.nl/data/algemeen/lvermeersch.pdf Wehman, N. et all (samenstelling) en Bras, L. (eindredactie) (2010) Musea in transitie. Rollen van betekenis, Erfgoed Nederland. geraadpleegd op 13 november 2013 via http://www.scribd.com/doc/80229732/Musea-in-Transitie Weinberger, D. et all (2002) The Cluetrain manifesto, the end of business as usual, chapter 4. Geraadpleegd op 12 november 2013 via http://smallpieces.com/index.php Winner, E., Goldstein, T. en Vincent-Lancrin, S. (2013) Art for Art's Sake?: The Impact of Arts Education, Educational Research and Innovation, OECD Publishing. Geraadplegd op 13 oktober 2013 via http://dx.doi.org/10.1787/9789264180789-en Yang, J-S. et all (2009) Agent-Based Approach for Revitalization Strategy of Knowledge Ecosystem, Journal of the Physical Society of Japan 78. Geraadpleegd op 12 november 2013 via http://jpsj.ipap.jp/link?JPSJ/78/034803/ overige verwijzingen en genoemde sites • http://jongeburgers.slo.nl/domeinen/identiteit/ Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) • http://www.ahk.nl/actueel/nieuws/bericht/studenten-reinwardt-academie-organiseren-fe stival-in-vestingsmuseum • http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/ 06/11/cultuur-beweegt-de-betekenis-van-cultuur-in-een-veranderende-samenleving/cul tuur-beweegt-de-betekenis-van-cultuur-in-een-veranderde-samenleving.pdf • http://www.nederlandleest.nl/archief.html • http://idiversity.nl • http://vimeo.com/14696239 • http://www.uknow.gse.harvard.edu/teaching/video-teachTC106-607-uk_hg_hu_mind.ht ml • http://www.cultuurpad.nl/index.php?menuid=122 • http://www.cultuurcompagnie.nl/over-ons/missie • http://kunstbalie.nl/over-kunstbalie • https://www.nudge.nl/live/verslag-van-de-dag • http://www.technologyreview.com/news/401760/transmedia-storytelling/ 49
  • • https://foursquare.com/ • https://myspace.com/ • http://www.meetup.com • http://www.eventbrite.nl/features/ COLOFON Samengesteld t.b.v. Opdracht BLOK 1 Master Kunsteducatie Fontys Hogeschool voor de Kunsten Tilburg Theo Meereboer, november 2013 50