Afstudeerscriptie netwerkbijeenkomsten sylvana bol definitief

  • 1,470 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,470
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
13
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 Netwerken of samenwerken? ‘Over de behoefte aan samenwerken en kennisdeling in de erfgoedsector’ Sylvana Bol - 608027 0 Sylvana Bol - 608027
  • 2. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 Netwerken of samenwerken? ‘Over de behoefte aan samenwerken en kennisdeling in de erfgoedsector’Student: Sylvana BolAdres: De Weiden 41Postcode en woonplaats: 2361 VX WarmondE-mailadres: sylvana.bol@student.ahk.nlStudentnummer: 608027Datum: 1 juni 2012Begeleider: Simone StoltzOnderdeel: AfstudeerscriptieOpleiding: Bachelor Cultureel ErfgoedSchool: Reinwardt Academie 2012 1 Sylvana Bol - 608027
  • 3. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012‘Een belangrijke taak van de erfgoedsector is om het materiaal zo breed mogelijk toegankelijk te maken. Omdit op een zinvolle manier te doen, is het van groot belang om in de huid van de gebruiker te kruipen.’(Harry van Vliet, Lectoraat Crossmedia Content, Hogeschool Utrecht) 2 Sylvana Bol - 608027
  • 4. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012SamenvattingDeze afstudeerscriptie is het resultaat van een onderzoek naar de mogelijke waarde vannetwerkbijeenkomsten bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie voor publiek. Daarnaast richtdeze scriptie zich op de mogelijkheden die netwerkbijeenkomsten kunnen bieden op het gebied vansamenwerken en kennisdeling binnen de erfgoedsector. Dit onderzoek dient ter afsluiting van de BachelorCultureel Erfgoed en heeft betrekking op erfgoedinstellingen die kampen met problemen bij het digitaaltoegankelijk maken van erfgoedinformatie en hierbij op zoek zijn naar vormen van samenwerking enkennisdeling. Tevens onderzoekt deze scriptie de rol van netwerkbijeenkomsten in dit proces.Het toegankelijk maken van digitale erfgoedinformatie is de afgelopen decennia aan verandering onderheviggeweest. Diverse instellingen spanden zich in om erfgoedcollecties voor publiek digitaal te ontsluiten enaudiovisueel materiaal online beschikbaar te maken. Ondanks dit gegeven wordt het proces dat aan hetdigitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie vooraf gaat, niet door elke erfgoedinstelling evennauwkeurig uitgevoerd. Het gevolg hiervan is dat wetenschappers en andere gebruikers bronnen niet kunnenvinden of doorzoeken, waaruit valt af te leiden dat het digitaliseringsproces in de erfgoedsector nog niet oporde is.De erfgoedsector staat momenteel voor de uitdaging om nieuwe methodes te vinden om een financieeldraagvlak voor kunst en cultuur te realiseren en gemeenschappelijke vormen van standaardisering teontwikkelen. Om dit te kunnen bewerkstelligen, dienen er nieuwe verbindingen worden aangegaan metandere sectoren, doelgroepen en gemeenschappen. Daarnaast dient het ondernemerschap in de sector teworden vergroot.Het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden en het verbreden van de blik naar buiten gebeurt nietvanzelf. Vernieuwing gaat samen met onderzoeken, bestuderen en bezinnen. De erfgoedsector heeft behoefteaan standaardisering op het gebied van het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie. Door opdezelfde manier als collega-instellingen en verwante erfgoedorganisaties content digitaal te ontsluiten, kan eengemeenschappelijk doel worden gerealiseerd, namelijk het digitaal beschikbaar maken van erfgoedcontentvoor publiek.Doordat er in de erfgoedsector een toenemende vraag naar digitale erfgoedinformatie is ontstaan en op welkemanier deze het beste voor publiek toegankelijk kan worden gemaakt, richten steeds meer organisaties zich opsamenwerkingsverbanden met andere erfgoedinstellingen. Deze samenwerkingsverbanden zijn veelal hetresultaat van een opkomend fenomeen binnen de sector, namelijk ‘netwerkbijeenkomsten’. Op dezebijeenkomsten komen erfgoedprofessionals bijeen om met elkaar van gedachten te wisselen over onderandere aan welke (digitale) erfgoedinformatie in de sector momenteel behoefte is en op welke manier menhier een bijdrage aan kan leveren.Erfgoedorganisaties zoeken bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie contact met andereerfgoedinstellingen, netwerkbijeenkomsten en conferenties met als doel informatie vergaren overgemeenschappelijke knelpunten waarmee diverse erfgoedinstellingen te maken hebben. De knelpuntenhebben betrekking op het digitaliseren van erfgoedinformatie, en de vraag op welke manier dit helder enefficiënt kan worden uitgevoerd. Om hier een antwoord op te krijgen, bezoekt men netwerkbijeenkomsten,waar men met professionals uit de sector bespreekt op welke manier men hier binnen de eigen organisatiemee omgaat en geeft men elkaar tips om problemen op te lossen of te voorkomen.Gedreven vanuit individuele en organisatorische belangen gaan veel instellingen een samenwerkingsverbandmet een collega-instelling of verwante sector aan. Hierin worden gemeenschappelijke doeleinden ten aanzienvan het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie gerealiseerd. Om een succesvol en langdurigsamenwerkingsverband aan te gaan, dienen gemeenschappelijke kennis en expertise optimaal te wordenbenut, gezamenlijke doelstellingen te worden geformuleerd en conflicten tijdig te worden opgelost. 3 Sylvana Bol - 608027
  • 5. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Door het gezamenlijk belang zo groot mogelijk te maken, kunnen collectieve doelstellingen wordengerealiseerd en langdurige samenwerkingsverbanden in stand worden gehouden.Nieuwe (sociale) media kunnen een belangrijke rol spelen binnen erfgoedinstellingen en netwerken.Nieuwe media kunnen door erfgoedinstellingen worden ingezet bij het delen van erfgoedinformatie met desector en het publiek. Daarnaast kunnen zij binnen netwerkbijeenkomsten voor diverse doeleinden wordeningezet, zoals (online)informatie met elkaar delen en communiceren over behandelde themaonderwerpen.De media publiceren informatie, en zorgen ervoor dat zowel instellingen, organisaties en het publiek informatieop verschillende manieren toegankelijk kunnen maken. Hierdoor ontstaat een netwerkproces waarininformatie en kennis met elkaar worden gedeeld en gezamenlijk toegankelijk worden gemaakt. Om die redenkunnen nieuwe media als online netwerken functioneren en kunnen erfgoedinstellingen en deelnemers vannetwerken via de media zowel online als offline netwerken.Naast het gebruik van nieuwe media, kunnen erfgoedinstellingen gebruik maken van de Behoeftepiramide vansocial media & personal branding expert John Antonios bij het digitaal toegankelijk maken vanerfgoedinformatie. Met behulp van de piramide wordt duidelijk op welke manier men binnenerfgoedinstellingen of netwerkbijeenkomsten nieuwe media kan inzetten om erfgoedinformatie digitaal teontsluiten en eigen geld te verdienen. Wel dient hierbij met factoren zoals transparantie en bereidheid totdelen rekening te worden gehouden.AdviesWanneer erfgoedinstellingen netwerkbijeenkomsten als hulpmiddel willen inzetten bij het digitaal toegankelijkmaken van erfgoedinformatie en op zoek zijn naar vormen van samenwerking en kennisdeling, dient met devolgende punten rekening te worden gehouden: verbreed de blik naar buiten, creëer waarde en innoveerbusiness -en verdienmodellen. Indien met deze aspecten rekening wordt gehouden, kunnennetwerkbijeenkomsten als waardig hulpmiddel bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatiefungeren. Indien dit niet het geval is, kunnen netwerkbijeenkomsten bijdragen aan de informatiebehoefte vanerfgoedprofessionals en mogelijk leiden tot samenwerkingsverbanden met collega’s uit het erfgoedveld, maarzal hiermee geen positief antwoord op de hoofdvraag van dit onderzoek kunnen worden gegeven.Blik naar buiten verbredenAllereerst dienen erfgoedinstellingen de blik naar buiten te verbreden. Menig organisatie is geneigd om demiddelen die binnen de eigen instelling voor handen zijn te raadplegen en hierdoor kosten te besparen.Hierbij realiseert men zich niet dat niet alle informatie zich binnen de eigen instelling bevindt en deze zichwellicht bij collega-instellingen of verwante sectoren begeeft. Mede door de bezuinigingen binnen de sectorrealiseert men zich meer dan ooit tevoren dat samenwerkingsverbanden binnen en buiten de sector eenoplossing kunnen vormen wanneer het gaat om kostenreducering en op een effectieve manierorganisatiedoelstellingen behalen. Door de blik naar buiten te verbreden en actief op zoek te gaan naarsamenwerkingsvormen, kunnen kosten worden bespaard en (tezamen) geld voor de instelling wordenverdiend. Denk hierbij aan het gemeenschappelijk organiseren van een tentoonstelling die in beideninstellingen is te bezichtigen en de opbrengsten met elkaar te delen of een studentenavond binnen deinstelling te organiseren die wordt georganiseerd door vrijwilligers.Waarde creërenDe primaire doelstelling van erfgoedinstellingen heeft betrekking op het fysiek en digitaal toegankelijk makenvan de eigen collectie en haar bijbehorende informatie. Door waarde aan deze content toe te voegen, kan eraan bezoekers een experience worden meegegeven. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door deerfgoedinstelling een bepaalde rol te laten vervullen, zoals de rol van ervaringsmaker. Hierbij biedt de instellingeen ervaring aan (zoals het bekijken van een interactieve tentoonstelling waar men foto’s mag maken en viaeen afgesloten netwerk met elkaar kan delen) die voor een bezoeker waarde kan creëren. Door het toevoegenvan waarde aan een instelling en haar objecten, zijn bezoekers geneigd om de website of instelling vaker tebezoeken en zorgt dit voor positieve mond tot oor reclame. 4 Sylvana Bol - 608027
  • 6. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Innoveren business -en verdienmodellenBusiness -en verdienmodellen zijn van grote waarde voor erfgoedinstellingen. Door als instelling aan de slag tegaan met het Business Model Innovatie of het Business Model Canvas van Alex Osterwalder en Yves Pigneur,kunnen problemen op het gebied van business -en verdienmodellen worden omzeild en kan op zoek wordengegaan naar effectieve verdienmogelijkheden. De verdienmogelijkheden van erfgoedinstellingen kunnen weerworden teruggevoerd op het aangaan van samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld partners binnen ofbuiten de eigen sector. Een goed voorbeeld hiervan is het samenwerkingsverband tussen het RijksmuseumAmsterdam en de HEMA. Door een business model op te stellen, kan een organisatie continu blijvenvernieuwen en meegaan in de ontwikkelingen die ontstaan door een steeds meer digitaal wordendesamenleving en hier middels een samenwerkingsverband met een andere organisatie op inspelen. 5 Sylvana Bol - 608027
  • 7. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012SummaryThis final assessment is the result of a research to the possible value of meetings for networking to digitallyexpose heritage information for the audience. Besides that, this research is focused on possibilities, likecooperating and sharing knowledge, that meetings for networking can offer to the heritage sector. Thisresearch is the final assessment of the Bachelor study ‘Cultural Heritage’ and is about heritage organizations,which deal with problems in digitally exposing heritage information, and are searching for forms of cooperationand knowledge shearing. This research is also about the role of meetings for networking in this process.Exposing digital heritage information had been changing al lot in the past decennia. Various organizations havebeen trying hard to digitally expose heritage collections and making audiovisual material available online.Despite this effort, is not every heritage organization doing this precise enough. Because of this scientists andusers cannot find sources. This leads to the conclusion that the process of digitalizing is not accurate enough.Heritage is challenging to find new methods of making art and culture profitable and developing new forms ofstandardization. In order to realize this, new connections should be made with other sectors, target groups andcommunities. Besides this the entrepreneurship should be made more important in heritage.Starting new cooperation’s and widening the view outside is not happening automatically. A revolutions copeswith research, studying and thinking. The heritage sector has a need for standardization in digitally exposingheritage information. By exposing digital information like other heritage organizations do, a common goal canbe realized, which is exposing digital heritage content for the public.Because there is an increasing need for digital heritage information and in what way this information can beexposed best, more and more organizations focus on cooperating with other heritage organizations. Thesecooperation’s are mostly the result of a phenomenon within the sector, which are ‘meetings for networking’.At these meetings heritage professionals come together to change thoughts about the possible need forcertain heritage information, and in which way they can help.Heritage organizations search contact with other heritage organizations for digitally exposing heritageinformation, and visit meetings for networking and conferences with the aim gathering information aboutcommon troubles. The troubles are about exposing digital heritage information, and the question in which waythis can operated in a clear and efficient way. To answer this question people visit meetings for networking,where people can meet heritage professionals. People can help each other solving problems.Driven from individual and organizational means a lot of organizations start a cooperation’s with a colleagueorganization or similar sector. In these cooperation’s common goals for exposing digital heritage informationare set and realized. To have a successful and long term cooperation, the common knowledge and expertiseshould be totally used. Common goals should be set and conflicts should be avoided and solved as quick aspossible. By making the common use as big as possible, common goals can be realized and long termcooperation’s can be kept alive.New (social) media can play an important role in heritage organizations and networks. New media can be usedby heritage organizations in sharing heritage information with the sector and audience. Meetings fornetworking can also be used for various goals, like sharing (online) information about important theme’s. Themedia publish information and make sure that organizations and the audience can expose this informationwith this medium. This establishes a networking process in which information and knowledge can be sharedand exposed together. Because of this new media can make online networks function. Heritage organizationsand networks can network online and offline, because of this media. 6 Sylvana Bol - 608027
  • 8. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Besides the use of new media heritage organization can use social media & personal branding expert JohnAntonios’ Hierarchy Of Needs in digitally exposing heritage information. With the help of this pyramid it getsclear in what way people within heritage organizations or meetings of networking can use new media indigitally exposing heritage information and being profitable. Elements like transparency and the will for sharingshould be taken in mind.AdviceWhen heritage organizations want to use meetings for networking for digitally exposing heritage informationand are looking for forms of cooperation and sharing knowledge, the following points have to be kept in mind:widen the view outside, create value and innovate business and earning models. When these aspects are keptin mind meetings for networking can be worthy in digitally exposing heritage information. When this is not thecase, meetings for networking can transform information to heritage professionals and possibly lead tocooperation’s with colleagues of heritage, but this will not give a positive answer to the main question of thisresearch.Widen the view outsideAt first heritage organizations should widen the view outside. Many organization use forces within the actualorganization and are hoping to save money this way. People do not realize that not all the information can befound in the organization and that colleagues might have this needed information. Because of cutting in thecosts in the sector people realize more than ever that cooperation’s in and outside of the sector can be asolution for cutting in the costs and realizing the organizations’ goals. By widening the view outside and lookingfor possible cooperation’s, costs can be saved or money can even be made. Think of common exhibitions,which can be visited in both organizations, so that costs and earnings can be splitted, or organizing a student’snight in the organization, which is being organized by volunteers.Creating valuePrimary goals of heritage organizations are about physically and digitally exposing the own collection withadditional information. By adding value to this content, audience can be given an experience. For example byletting the heritage organization fulfill a certain role, like the role of experience maker. The organization offersexperiences (like exhibitions where people are allowed to make pictures, which can be shared in an closednetwork), which can generate value for a visitor. By adding value to an organization and the organization’sobjects, visitors are likely to visit the organization’s website more often. This encourages positive mouth tomouth publicity.Innovating business and earing modelsBusiness and earning models are of great value for heritage organizations. From these business models hadoccurred that the heritage sector has the need for being profitable and a concrete steps plan to accomplishthis. By using the Business Model Innovation Cultural Heritage or the Business Model canvas of AlexOsterwalder and Yves Pigneur, problems of earning models can be avoid. This makes sure that effective earingpossibilities can be found. The earning possibilities of heritage organizations can be established bycooperation’s. A good example is the cooperation between the Rijksmuseum Amsterdam and the HEMA. Bysetting a business model an organization can continue to improve and keep up with developments that occur,because of a world that is getting more a more digital, and cope with this or making advantage of this byestablishing cooperation’s and networks. 7 Sylvana Bol - 608027
  • 9. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012VoorwoordVoor u ligt een afstudeerscriptie welke het resultaat is van een onderzoek naar de mogelijke waarde vannetwerkbijeenkomsten bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie voor publiek.Daarnaast wordt in deze scriptie onderzoek gedaan naar de mogelijkheden die netwerkbijeenkomsten kunnenbieden op het gebied van samenwerken en kennisdeling binnen de erfgoedsector.Deze afstudeerscriptie is geschreven ter afronding van de Bachelor Cultureel Erfgoed aan de ReinwardtAcademie in Amsterdam.Mijn interesse in het onderwerp ‘netwerken binnen de erfgoedsector’ is ontstaan tijdens mijn stageperiode bijIf then is now (voorheen Plaatsen van Betekenis) in het derde studiejaar. If then is now is een erfgoedinitiatiefdat een crossmediaal platform voor cultuurtoeristen wil ontwikkelen en hierbij netwerkbijeenkomsten inzetom deelnemers (erfgoedprofessionals) te bevragen over hun ervaringen met digitale erfgoedprojecten en hunvisie op het door If then is now nog te ontwikkelen erfgoedplatform. Door netwerkbijeenkomsten alshulpmiddel bij het digitaliseren van erfgoedinformatie in te zetten, hoopt If then is now meterfgoedprofessionals helder te krijgen op welke manier het platform een waardevolle bijdrage kan leveren aanhet digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie.Tijdens mijn stageperiode merkte ik dat de initiatiefnemers van If then is now bij het ontsluiten vanerfgoedinformatie met diverse obstakels te maken kregen. Knelpunten als tijdgebrek, kennis van nieuwe mediaen de vraag op welke manier geld aan het concept kon worden verdiend, speelden hierbij een belangrijke rol.Daarnaast ontstond binnen de erfgoedsector een toenemende vraag naar samenwerking en de behoefte omeigen geld te verdienen als gevolg van de bezuinigingen binnen de sector. Deze punten vormden voor mij eenextra impuls om na te de denken over (potentiële) samenwerkingsvormen en de rol van netwerken binnen deerfgoedsector.Tijdens het afstudeeronderzoek heb ik verschillende erfgoedprofessionals gesproken die een bijdrage aan detotstandkoming van deze scriptie hebben geleverd. Hun kennis, expertise en enthousiasme hebben eenbelangrijke bijdrage geleverd aan dit onderzoek en mij geholpen bij het vormen van een globaal beeld overnetwerken en samenwerken binnen de erfgoedsector. Graag wil ik van deze gelegenheid gebruik maken en devolgende mensen bedanken voor hun bijdrage aan dit onderzoek.Frans Hoving -Erfgoed NederlandHella Hollander -Coördinator e-depot Nederlandse ArcheologieMarjelle van Hoorn -Projectmanager Vereniging van samenwerkende centra en musea in wetenschap entechniek (VSC)Menno Heling -Mede-initiatiefnemer If then is nowMonica Lechner –Medewerker kwaliteitszorg Stichting Digitaal Erfgoed NederlandNikki Timmermans -Adviseur Stichting Nederland KennislandNynke Coenraads -Medewerker If then is nowRobert Gillesse –Senior medewerker kwaliteitszorg Stichting Digitaal Erfgoed NederlandTheo Meereboer -Oprichter Erfgoed 2.0Daarnaast wil ik mijn scriptiebegeleidster Simone Stoltz bedanken. Zij heeft mij gedurende het proces geholpeneen juiste structuur aan te brengen in deze scriptie en heeft met haar advies en expertise een belangrijkebijdrage geleverd aan dit onderzoek.Tot slot wil ik een ieder die op enige wijze een bijdrage heeft geleverd bij het schrijven van deze scriptievriendelijk bedanken.Sylvana Bol, Warmond 2012 8 Sylvana Bol - 608027
  • 10. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012InhoudsopgaveInleiding................................................................................................................................................................. 13Methode en verantwoording ................................................................................................................................ 14Situatieschets ........................................................................................................................................................ 171. Erfgoedinitiatieven ....................................................................................................................................... 20 1.1 If then is now .............................................................................................................................................. 21 1.1.1 Organisatie .......................................................................................................................................... 21 1.1.2 Doelgroepen ........................................................................................................................................ 21 1.1.3 Digitaal erfgoedproject ........................................................................................................................ 21 1.1.4. Omgang met netwerkbijeenkomsten ................................................................................................. 22 1.2 Stichting Nederland Kennisland .................................................................................................................. 24 1.2.1 Organisatie .......................................................................................................................................... 24 1.2.2 Doelgroepen ........................................................................................................................................ 24 1.2.3 Digitaal erfgoedproject ........................................................................................................................ 25 1.2.4 Omgang met netwerkbijeenkomsten .................................................................................................. 26 1.3 Stichting DEN .............................................................................................................................................. 27 1.3.1 Organisatie .......................................................................................................................................... 27 1.3.2 Doelgroepen ........................................................................................................................................ 27 1.3.3 Digitaal project .................................................................................................................................... 28 1.3.4 Omgang met netwerkbijeenkomsten .................................................................................................. 281.4 Afsluiting ......................................................................................................................................................... 292. Strategische allianties en samenwerkingsverbanden ....................................................................................... 30 2.1 Samenwerking en digitalisatie binnen de erfgoedsector ........................................................................... 30 2.1.1 Samenwerking ..................................................................................................................................... 30 2.1.2 Digitaliseren erfgoedmateriaal ............................................................................................................ 31 2.2 Redenen voor samenwerking ..................................................................................................................... 31 2.3 Samenwerkingsvormen .............................................................................................................................. 33 9 Sylvana Bol - 608027
  • 11. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 2.3.1 Detachering ......................................................................................................................................... 33 2.3.2 Uitbesteding ........................................................................................................................................ 33 2.3.3 Co-makership ...................................................................................................................................... 34 2.3.4 Partnership .......................................................................................................................................... 34 2.3.5 Fusie of overname ............................................................................................................................... 35 2.3.6 Netwerken ........................................................................................................................................... 35 2.4 Samenwerkingsvorm selecteren................................................................................................................. 36 2.5 Samenwerkingsverbanden in erfgoedsector .............................................................................................. 38 2.5.1 Archieven ............................................................................................................................................. 38 2.5.2 Audiovisuele archieven ....................................................................................................................... 39 2.5.3 Musea .................................................................................................................................................. 40 2.5.4 Bibliotheken ........................................................................................................................................ 42 2.5.5 Archeologie.......................................................................................................................................... 42 2.6 Erfgoedinitiatieven nader verklaard ........................................................................................................... 43 2.6.1 If then is now ....................................................................................................................................... 43 2.6.2 Digitaal Erfgoed Nederland ................................................................................................................. 47 2.6.3 Kennisland ........................................................................................................................................... 49 2.7 Succesvol samenwerken ............................................................................................................................. 52 2.8 Afsluiting ..................................................................................................................................................... 523. Nieuwe media ................................................................................................................................................... 53 3.1 Omschrijving en kenmerken nieuwe media ............................................................................................... 53 3.1.1 Ontstaansgeschiedenis nieuwe media ................................................................................................ 53 3.1.2 Kenmerken nieuwe media................................................................................................................... 54 3.2 Nieuwe sociale media ................................................................................................................................. 55 3.2.1 Weblog ................................................................................................................................................ 55 3.2.2 Microblog ............................................................................................................................................ 56 3.2.3 Sociale netwerken ............................................................................................................................... 57 3.2.4 User generated content ...................................................................................................................... 57 10 Sylvana Bol - 608027
  • 12. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 3.3 Aspecten nieuwe media ............................................................................................................................. 58 3.3.1 Voordelen nieuwe media .................................................................................................................... 58 3.3.2 Nadelen nieuwe media ........................................................................................................................ 59 3.4 Behoeftemodellen binnen erfgoedinstellingen .......................................................................................... 59 3.4.1 Behoeften Maslow .............................................................................................................................. 59 3.4.2 Behoeften Antonius ............................................................................................................................. 60 3.4.3 Voorwaarden sociale media ................................................................................................................ 61 3.5 Afsluiting ..................................................................................................................................................... 624. Verdienmodellen ............................................................................................................................................... 63 4.1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 63 4.1.1 Toegang en waardecreatie .................................................................................................................. 64 4.1.2 Toegang tot erfgoedvormen ............................................................................................................... 64 4.2 Belang van business modellen .................................................................................................................... 65 4.2.1 Sectoraal belang .................................................................................................................................. 66 4.2.2 Oplossingsrichting ............................................................................................................................... 66 4.3 Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed .............................................................................................. 67 4.3.1 Aanleiding ............................................................................................................................................ 67 4.3.2 Stappenplan Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed ................................................................. 67 4.4 Business Model Canvas Osterwalder en Pigneur ........................................................................................ 69 4.4.1 Omschrijving ........................................................................................................................................ 69 4.4.2 Business Model Canvas ....................................................................................................................... 69 4.4.3 Toelichting canvasmodel .................................................................................................................... 71 4.5 Betaling voor erfgoedactiviteiten ............................................................................................................... 71 4.5.1 Betalende en niet-betalende klant ...................................................................................................... 72 4.5.2 Type klanten ........................................................................................................................................ 72 4.6 Erfgoedinstellingen en verdienmodellen .................................................................................................... 72 4.7 Afsluiting ..................................................................................................................................................... 75Conclusie ............................................................................................................................................................... 76 11 Sylvana Bol - 608027
  • 13. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Geraadpleegde bronnen en literatuur .................................................................................................................. 79Bijlagen .................................................................................................................................................................. 84A. Interview Nikki Timmermans, adviseur Stichting Nederland Kennisland .................................................... 85B. Interview met Nynke Coenraads en Menno Heling, if then is now .............................................................. 88C. Interview Theo Meereboer, oprichter Erfgoed 2.0 ...................................................................................... 91D. Interview met Hella Hollander, coördinator e-depot Nederlandse Archeologie ......................................... 93E. Interview met Marjelle van Hoorn, projectmanager VSC ............................................................................ 94F. Vragenlijst enquête Locatie+Belevenis bijeenkomsten ................................................................................ 96G. Enquêteresultaten ...................................................................................................................................... 101H. Stroomschema Cultuurnetwerk ................................................................................................................. 104 12 Sylvana Bol - 608027
  • 14. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012InleidingDe afgelopen jaren is het internet een waardevol middel gebleken om erfgoedbronnen digitaal te ontsluiten envoor publiek beschikbaar te maken. Met behulp van dit medium kunnen gebruikers die interesse hebben inerfgoed op een eenvoudige manier informatie raadplegen, zonder hiervoor een instelling te hoeven bezoeken.Ondanks de vele mogelijkheden die internet biedt om erfgoedinformatie toegankelijk te maken, hebben veelerfgoedinstellingen problemen met de ontsluiting hiervan. De problemen zijn veelal terug te voeren op hetgebrek aan financiële middelen en het gebrek aan kennis en expertise binnen de eigen organisatie. Hierdoorzijn veel erfgoedinstellingen op verschillende manieren gaan digitaliseren en is het voor gebruikers lastig om 1bronnen te doorzoeken.Om tegemoet te komen aan de wensen van de gebruikers, besluiten steeds meer instellingen over te gaan totsamenwerking. Door samenwerkingsverbanden met collega-instellingen en verwante sectoren aan te gaan,kunnen kosten worden gereduceerd en heeft men meer kennis en expertise binnen bereik dan binnen de eigenorganisatie. Bovendien kunnen door samenwerking de grenzen tussen collecties en instellingen (virtueel)worden overschreden en kan men niet alleen het publiek, maar ook elkaar toegang bieden tot 2erfgoedcontent.Dit onderzoek gaat uit van erfgoedinstellingen die kampen met problemen ten aanzien van het digitaaltoegankelijk maken van erfgoedinformatie en hierbij op zoek zijn naar vormen van samenwerking enkennisdeling. Er is onderzocht op welke manier netwerkbijeenkomsten binnen de erfgoedsector een sleutelrolin dit proces kunnen vervullen. Om hierop een antwoord te kunnen krijgen, is gekozen voor devolgende hoofdvraag: Welke mogelijkheden bieden netwerkbijeenkomsten de erfgoedsector bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie?1 Hermans, R., Taekema, J. Digitale samenwerking; een handleiding voor erfgoedinstellingen (Den Haag 2005) 3-42 Ibidem 13 Sylvana Bol - 608027
  • 15. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Methode en verantwoordingHoofd- en deelvragenIn deze afstudeerscriptie is onderzoek gedaan naar de rol van netwerkbijeenkomsten bij het digitaaltoegankelijk maken van erfgoedinformatie. Daarnaast is onderzocht welke vormen van samenwerking er opdigitaal gebied tussen erfgoedinstellingen zijn en op welke manier men binnen netwerkbijeenkomsten metsamenwerken en kennisdeling omgaat. Ook is gekeken naar de manier waarop erfgoedinstellingen onlineinformatie met elkaar en met het publiek kunnen delen door middel van nieuwe media en is belicht op welkemanier nieuwe media binnen netwerkbijeenkomsten (kunnen) worden ingezet. Tot slot is ingegaan op debusiness modellen die zijn ontstaan vanuit netwerkbijeenkomsten en de rol van waardecreatie hierin. Eenerfgoedorganisatie zal immers waarde aan een product of dienst moeten toevoegen om hogerebezoekersaantallen op het digitale platform te krijgen.Om deze informatie helder te krijgen, is gekozen voor de volgende deelvragen: o Welke erfgoedinitiatieven ten aanzien van netwerkbijeenkomsten zijn er tot op heden in praktijk gebracht? o Welke strategische allianties en samenwerkingsverbanden zijn er op dit moment tussen erfgoedorganisaties? o Welke rol spelen nieuwe media in de netwerkbijeenkomsten? o Welke verdienmodellen ontstaan er uit netwerkbijeenkomsten?In eerste instantie was dit onderzoek uit vijf deelvragen opgebouwd, maar dit aantal is in een later stadium totvier deelvragen gereduceerd. Oorspronkelijk zou de derde deelvraag van dit onderzoek gaan over de mogelijkesamenwerkingspartners van netwerkbijeenkomsten, maar deze vraag had veel overlappingen met deelvraag 2.Daarom is besloten om de deelvragen samen te voegen en te kiezen voor de volgende formulering:Welke strategische allianties en samenwerkingsverbanden zijn er op dit moment tussen erfgoedorganisaties?Het eerste hoofdstuk van dit onderzoek schetst een globaal beeld van de belangrijkste erfgoedinitiatieven ophet gebied van netwerkbijeenkomsten. Daarnaast behandelt dit hoofdstuk de digitale erfgoedprojectenwaarmee de organisaties actief zijn en wordt ingegaan op hun omgang met netwerkbijeenkomsten.Het tweede hoofdstuk gaat in op de samenwerkingsverbanden binnen de erfgoedsector. In het eerste deel vanhet hoofdstuk zijn diverse vormen van samenwerking behandeld en is uiteengezet op welke maniererfgoedinstellingen de geboden informatie kunnen gebruiken om een geschikte vorm van samenwerking tekiezen. Het tweede deel van het hoofdstuk gaat in op verschillende praktijkvoorbeelden binnen deerfgoedsector ten aanzien van samenwerking. Hierin wordt uitgelegd welke argumenten men voorsamenwerking heeft en wat hun belangen hierbij zijn. De samenwerkingsverbanden zijn op sectoraal niveauonderscheiden. Daarnaast is een omschrijving gegeven van de erfgoedinitiatieven uit hoofdstuk 1 en isingegaan op hun motieven voor samenwerking en op welke manier zij hier binnen netwerkbijeenkomsten meeomgaan.Hoofdstuk 3 heeft betrekking op nieuwe media en de manieren waarop zij door erfgoedinstellingen kanworden ingezet bij het delen van erfgoedinformatie met de sector en het publiek. Daarnaast behandelt hethoofdstuk voor welke doeleinden nieuwe media binnen netwerkbijeenkomsten kunnen worden gebruikt en opwelke manier zij door erfgoedinstellingen kunnen worden ingezet om online informatie met elkaar te delen enmet elkaar te communiceren.Het vierde hoofdstuk van dit onderzoek belicht de business modellen die vanuit netwerkbijeenkomsten zijnontstaan. Ook is uiteengezet op welke manier men waarde aan een product of dienst kan toevoegen, zodatgebruikers online erfgoedinformatie kunnen consumeren en er voor erfgoedinstellingen eenverdienmogelijkheid ontstaat. Om waarde aan een product of dienst toe te kunnen voegen, bespreekt menbinnen netwerkbijeenkomsten de mogelijkheden op dit gebied. 14 Sylvana Bol - 608027
  • 16. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Uit de vier deelvragen is een hoofdvraag ontstaan. Deze hoofdvraag luidt:Welke mogelijkheden bieden netwerkbijeenkomsten de erfgoedsector bij het digitaal toegankelijk maken vanerfgoedinformatie?Met de hoofdvraag is een antwoord verkregen op de mogelijkheden van netwerkbijeenkomsten ten aanzienvan het toegankelijk maken van erfgoedinformatie op digitaal gebied. De mogelijkheden beperken zich tot hettoegankelijk maken van erfgoedinformatie en de rol van erfgoedprofessionals en verwante partijen en sectorenhierin op het gebied van samenwerken en kennis uitwisselen.LiteratuurVoor dit afstudeeronderzoek is gebruik gemaakt van literatuur, afkomstig uit de Universiteitsbibliotheken vanAmsterdam en Leiden, de Openbare Bibliotheek Amsterdam en de bibliotheken van de faculteiten van deAmsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Daarnaast hebben de publicaties van Stichting DEN, StichtingNederland Kennisland en het Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed (FARO) een belangrijke bijdrage aan ditonderzoek geleverd. De literatuur is geselecteerd op basis van de connectie met de hoofd -en deelvragen vandit onderzoek en is met behulp van databases en catalogi in bibliotheken en op internet gevonden.Het onderzoek is zowel kwalitatief als kwantitatief van aard. Enerzijds is op zoek gegaan naar relevanteliteratuur en publicaties die zijn geschreven door erfgoedprofessionals. Anderzijds is gebruik gemaakt van eenenquête onder de deelnemers van de netwerkbijeenkomsten van erfgoedorganisatie If then is now, waarvanvier bijeenkomsten zijn bijgewoond. Tot slot zijn er interviews met verschillende erfgoeddeskundigenafgenomen.In het eerste hoofdstuk van dit onderzoek nemen de erfgoedinitiatieven op het gebied vannetwerkbijeenkomsten een centrale rol in. Daarnaast wordt omschreven op welke manier men met netwerkenomgaat en met welke digitale erfgoedprojecten zij actief zijn. Dit hoofdstuk dient als globale inleiding op derest van het onderzoek en is met behulp van interviews, online publicaties over netwerken en aanvullendewebsite-informatie van de initiatieven uiteengezet.Het tweede hoofdstuk heeft betrekking op de verschillende vormen van samenwerking. Om de bijbehorendedeelvraag van dit hoofdstuk te kunnen beantwoorden, is veel informatie uit marketingliteratuur gehaald engebruik gemaakt van literatuur over samenwerken en netwerken van organisatieadviesbureau TwynstraGudde. Omdat deze informatie gericht is op de marketingsector, is in dit onderzoek veel informatie vertaaldnaar de erfgoedsector en gebruik gemaakt van publicaties van Stichting Digitaal Erfgoed Nederland (DEN)waarin wel de koppeling met erfgoed wordt gemaakt.In hoofdstuk 3 staan de nieuwe media centraal. Hierover is zowel op nationaal als internationaal niveau veelgepubliceerd. Met name in de Verenigde Staten is men op het gebied van nieuwe media actief en wordendiverse modellen vertaald naar de economische en culturele sector. De informatie die in hoofdstuk 3 isbehandeld, is onder andere afkomstig van auteur Erwin Blom (2009) Handboek communities;de kracht vansociale netwerken en de figuren en modellen zijn via internet gevonden op marketingwebsites en in ditonderzoek vertaald naar de erfgoedsector. Doordat de figuren betrekking hebben op zowel nieuwe media alsnetwerken vormen zij een waardevolle aanvulling op het hoofdstuk.In het laatste hoofdstuk van dit onderzoek staan de verdienmogelijkheden van netwerkbijeenkomsten centraal.Om hier een antwoord op te kunnen geven, is gebruik gemaakt van literatuur die voornamelijk uitnetwerkbijeenkomsten binnen de erfgoedsector is voortgekomen, zoals de publicatie van Stichting DEN,Stichting Nederland Kennisland en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2009) Business ModelInnovatie Cultureel Erfgoed en literatuur over waardecreatie. Tot slot is gebruik gemaakt van interviews metorganisatoren en deelnemers van de netwerkbijeenkomsten. 15 Sylvana Bol - 608027
  • 17. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012InterviewsVoor dit afstudeeronderzoek zijn verschillende erfgoedprofessionals geïnterviewd. Een overzicht van de namenvan deze personen is te vinden in de bronnenlijst. De interviews met de erfgoedprofessionals zijn opgenomenin de bijlagen A tot E. De verantwoording van de keuze om deze personen te interviewen is op de volgendefactoren gebaseerd: ten eerste moest men kennis hebben van het begrip netwerkbijeenkomsten en hier alsdeelnemer en/of organisator actief binnen de erfgoedsector mee zijn. Daarnaast was het van belang dat depersoon in kwestie hier informatie over kon verschaffen die voor dit onderzoek kon worden gebruikt. Veelorganisaties zijn immers terughoudend op het gebied van informatie over het eigen erfgoedinitiatief of deinstelling prijsgeven en dit zou het onderzoek niet ten goede komen.Ook was het van belang dat men kennis had van de opbouw van de erfgoedsector en de verschillendesamenwerkingsverbanden. De input die via erfgoedprofessionals is verkregen, heeft hierdoor een goedeaanvulling op dit onderzoek gevormd.De eerste gesprekken die voor de scriptie zijn gevoerd, waren met de organisatoren van de drie belangrijkstenetwerkbijeenkomsten op het gebied van erfgoed. Deze netwerken worden in hoofdstuk 1 van dit onderzoekbesproken. Via de bevraagden ontstond er een globaal beeld van netwerkbijeenkomsten en de behoefte aansamenwerking vanuit de organisatoren en deelnemers. De personen die hiervoor zijn geïnterviewd, zijn MennoHeling en Nynke Coenraads van erfgoedinitiatief If then is now, Nikki Timmermans van Stichting NederlandKennisland en via de e-mail is er gecorrespondeerd met Monica Lechner en Robert Gillesse van Stichting DEN.Deze personen hebben geholpen om inzicht te verkrijgen in de problematiek rondom het toegankelijk makenvan erfgoedinformatie en het belang van netwerken hierin.Na de gesprekken met de netwerkorganisatoren zijn een aantal personen geïnterviewd die informatie hebbengegeven over de opzet van netwerkbijeenkomsten en de rol van deelnemers in dit proces.Theo Meereboer, oprichter van Erfgoed 2.0 en Marjelle van Hoorn van de Vereniging van samenwerkendecentra en musea in wetenschap en techniek (VSC) zijn benaderd voor een interview waarin zij hebben verteldover netwerken en samenwerking vanuit de rol als organisator en deelnemer. Daarnaast heeft TheoMeereboer mij geïnformeerd over de verdienmodellen die vanuit netwerkbijeenkomsten zijn ontstaan en opwelk manier organisaties hier een bijdrage aan kunnen leveren.Op het gebied van samenwerken en kennisdelen binnen de erfgoedsector, is het van belang om ookinstellingen in dit onderzoek te betrekken die zich binnen de erfgoedsector begeven, maar bijvoorbeeld op hetgebied van audiovisuele media of archeologie actief zijn. Ook moest achterhaald worden of er overeenkomstenen verschillen op het gebied van het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie zijn, en of men binnende erfgoedsector met elkaar kan samenwerken en van elkaars ervaring kan leren.Om hier een antwoord op te kunnen krijgen, heb ik Hella Hollander, coördinator e-depot NederlandseArcheologie en coördinator van het CARARE project in samenwerking met digitale erfgoedbibliotheekEuropeana, bevraagd over de samenwerking tussen erfgoedinstellingen op sectoraal niveau. 16 Sylvana Bol - 608027
  • 18. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012SituatieschetsDe afgelopen decennia is het toegankelijk maken van digitale erfgoedinformatie voor publiek aan veranderingonderhevig geweest. Diverse instellingen spanden zich in om erfgoedcollecties voor gebruikers digitaal teontsluiten en audiovisueel materiaal online beschikbaar te maken. Ondanks dit gegeven wordt het proces dataan het digitaal beschikbaar maken van erfgoedinformatie vooraf gaat, niet door elke instelling evennauwkeurig uitgevoerd. Het gevolg hiervan is dat wetenschappers en andere gebruikers bronnen niet kunnenvinden of doorzoeken, waaruit valt af te leiden dat het digitaliseringsproces in de erfgoedsector nog niet op 3orde is.Naar aanleiding van de ontwikkelingen rondom het digitaliseringsproces in de erfgoedsector, schreef KarelBerkhout het artikel Het digitale drama (NRC 10 sep. 2011). Het artikel werpt een kritische blik op de huidigestand van zaken in het digitaliseringsproces van historische boeken, tijdschriften en archieven in deNederlandse erfgoedsector. Volgens Berkhout maken erfgoedinstellingen hun materiaal via digitale platformsvoor publiek openbaar, maar denken zij nog onvoldoende na over de vraag voor welke gebruikers zij content 4ontsluiten en op welke manier de erfgoedinformatie door gebruikers optimaal kan worden geconsumeerd.In Het digitale drama geven erfgoedprofessionals hun mening over, en hun visie op de huidige gang van zakenrondom het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie voor publiek. Volgens Astrid Verheusen, hoofdinnovatieve projecten van de Koninklijke Bibliotheek, worden gebruikers door erfgoedinstellingen te weinigbetrokken. Ook zegt zij dat er met een andere gebruikersgroep van erfgoedinformatie, namelijkwetenschappers, te weinig wordt gepraat over hun digitale informatiebehoeften, terwijl dit juist hard nodig is.De Koninklijke Bibliotheek is samen met de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren de grootste 5speler op het gebied van het digitaliseren van erfgoedinformatie.Erfgoedinstellingen gaan bij het digitaal ontsluiten van erfgoedinformatie op verschillende manieren te werk enpraten nauwelijks met haar publiek over hun digitale informatiebehoeften op het gebied van erfgoed.Daarnaast kampt de erfgoedsector ten aanzien van het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie mettwee andere problemen. Deze problemen kunnen het beste worden omschreven als het gebrek aan kwaliteitvan computers op het gebied van tekstherkenning en financiële nood.Gebrek aan tekstherkenningBij het gebrek aan kwaliteit van computers op het gebied van tekstherkenning kampt de erfgoedsector mettwee problemen. Het eerste probleem heeft betrekking op het softwareprogramma Optical CharacterRecognition, oftewel OCR. OCR is een transformatieproces waarbij een tekstafbeelding in een bewerkbare tekst 6wordt veranderd. Hierdoor wordt het voor gebruikers mogelijk om teksten te bewerken en te doorzoeken.Doordat de computer moeite heeft met het herkennen van woorden in oude spelling, worden sommigewoorden niet correct omgevormd en zijn organisaties genoodzaakt teksten te laten her corrigeren in Azië. 7Aziatische landen worden beschouwd als pioniers op het gebied van Optical Character Recognition.Een ander probleem op het gebied van tekstherkenning is metadata. Dit komt doordat bij oude auteursnamende spelling niet vastligt. Volgens Wijnand Mijnhardt (2011), Hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit vanUtrecht, valt dit probleem als volgt te verklaren:“En wij kennen nog maar één Jean-Jacques Rousseau, maar in de 18de eeuw had je wel meer Franse auteurs 8met die naam. Het is soms bij een geschrift even zoeken of je dé Rousseau voor je hebt.”3 http://www.den.nl/blog/bericht/3228 (geraadpleegd 05-03-2012)4 Berkhout, K. Het digitale drama, NRC Handelsblad, 10 september 20115 Ibidem6 Stichting DEN, De digitale feiten (Den Haag 2009) 547 http://www.den.nl/blog/bericht/3228 (geraadpleegd 05-03-2012)8 Ibidem 17 Sylvana Bol - 608027
  • 19. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Financiële noodDe slechte kwaliteit van het digitale erfgoedmateriaal kan niet alleen worden verweten aansoftwareprogramma’s en metadata. De oorsprong van de nalatigheid van erfgoedinstellingen bij het digitaaltoegankelijk maken van erfgoedinformatie zit voornamelijk in de hoge kosten. Wanneer men een object wil 9digitaliseren kost dit een instelling 18 uur per week en 762,21 euro aan personeelskosten.Door bezuinigingen in de erfgoedsector kiezen veel instellingen ervoor om slechts een deel van de collectie tedigitaliseren. Mede hierdoor zijn veel erfgoedinstellingen niet in staat om aan de publieksvraag naar digitaleerfgoedinformatie te voldoen.Een andere verklaring voor het feit dat digitale erfgoedinformatie tot op heden niet optimaal wordt ontsloten, 10is de manier waarop het digitaliseringsproces ongeveer 20 jaar geleden is begonnen. Astrid Verheusen (2011)zegt hierover: Archieven en musea wilden hun topstukken tonen en gebruikten hun website als de boetiek van de mooiste spullen. De nadruk lag op de mooie plaatjes. Pas laat in de jaren negentig kwam de ommezwaai naar tekst. We 11 waren de eersten en moesten zelf uitvinden hoe het moest.Marco de Niet (2011), directeur van Digitaal Erfgoed Nederland, haakt hierop in: De pioniers gingen daarbij voort op een bekende maar doodlopende weg. Instellingen zijn vaak al te vroeg begonnen met digitaliseren voor het tijdperk van het World Wide Web. Zij werken nog steeds met de verouderde 12 ICT. Daarbij koppelen ze de ene database aan de andere; dat is wat anders dan het web gebruiken.Door slecht werkende softwaresystemen, metadata, te hoge digitaliseringskosten en het gebrek aan eenoverkoepelende handleiding op het gebied van erfgoedcontent digitaal ontsluiten, zijn veel instellingen allenop een eigen manier gaan digitaliseren. In een brief aan de Tweede Kamer sprak toenmalig staatssecretaris Vander Ploeg (2002) dan ook van: Sterk monolithische systemen en een versnippering van projecten waarmee een aanzienlijke verspilling van energie en geld dreigt. Het leidt er toe dat gedigitaliseerde erfgoedbronnen maar zelden hun potentieel in 13 cultureel, sociaal of economisch opzicht ten volle kunnen realiseren.Om het digitaliseringsprobleem te kunnen ondervangen, probeert Stichting DEN erfgoedinstellingen teadviseren over het belang van een gemeenschappelijke standaardisering van erfgoedinformatie. De organisatielaat zien op welke manier erfgoedinstellingen hun informatie het beste kunnen digitaliseren, maar dwingt ditniet af. Door standaarden op het gebied van digitalisering aan te bieden, tracht DEN een verandering in hetdigitaliseringsproces aan te brengen. Het nadeel van dit initiatief is dat instellingen niet verplicht zijn deze 14handvatten aan te grijpen, waardoor men in de sector nog steeds op verschillende manieren digitaliseert.De erfgoedsector staat momenteel voor de uitdaging om nieuwe methodes te vinden om een financieeldraagvlak voor kunst en cultuur te realiseren en wellicht gemeenschappelijke vormen van standaardisering teontwikkelen. Om dit te kunnen bewerkstelligen, moeten er nieuwe verbindingen worden aangegaan metandere maatschappelijke sectoren, nieuwe doelgroepen en gemeenschappen. Daarnaast zal hetondernemerschap in de sector moeten worden vergroot.Het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden en het verbreden van de blik naar buiten gebeurt nietvanzelf. Vernieuwing gaat samen met onderzoeken, bestuderen en bezinnen. De erfgoedsector heeft behoefteaan standaardisering op het gebied van het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie. Door opdezelfde manier als collega-instellingen en verwante erfgoedorganisaties content digitaal te ontsluiten, kan een9 Gillisse, R., e.a. Handleiding Rekenmodel Digitaliseringskosten (Den Haag 2010) 710 http://www.den.nl/blog/bericht/3228 (geraadpleegd 14-03-2012)11 Ibidem12 Ibidem13 http://www.europa-nu.nl/id/vi3akj8s57qg/brief_staatssecretaris_over_de (geraadpleegd 14-03-2012)14 Correspondentie met Monica Lechner, medewerker kwaliteitszorg Stichting DEN 18 Sylvana Bol - 608027
  • 20. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012gemeenschappelijk doel worden gerealiseerd, namelijk het digitaal beschikbaar maken van erfgoedinformatievoor gebruikers. Maar op welke manier kan dit gemeenschappelijke doel worden gerealiseerd en denkeninstellingen eigen geld te verdienen nu de kosten voor digitaliseringswerkzaamheden amper zijn op tebrengen? Kunnen samenwerking en kennisdeling in de erfgoedsector en wellicht hierbuiten, een rol in ditproces spelen? En tot slot: kunnen netwerkbijeenkomsten een bijdrage leveren aan deze potentiëlesamenwerkingsverbanden? 19 Sylvana Bol - 608027
  • 21. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 1. ErfgoedinitiatievenIn dit hoofdstuk is omschreven welke initiatieven er momenteel op het gebied van netwerkbijeenkomsten zijn enop welke manier zij in de praktijk worden gebracht. De initiatieven zijn op basis van hun doelgroep, digitaleerfgoedproject en omgang met netwerkbijeenkomsten onderzocht. Daarnaast geeft dit hoofdstuk een globaleomschrijving van het begrip netwerkbijeenkomsten en is onderzocht met welk doel erfgoedprofessionals debijeenkomsten van de belangrijkste spelers ten aanzien van netwerkbijeenkomsten, namelijk If then is now,Stichting Nederland Kennisland, Stichting DEN en Innovators Netwerk Erfgoedsector (INE), bezoeken.Ter afsluiting is een eigen visie op de bijbehorende deelvraag van dit hoofdstuk gegeven. Deze deelvraag luidtals volgt: Welke erfgoedinitiatieven ten aanzien van netwerkbijeenkomsten zijn er tot op heden in praktijkgebracht?De afgelopen jaren is het digitaliseringsproces rondom erfgoed in een stroomversnelling gekomen. Diverseerfgoedinstellingen spanden zich in om collecties voor gebruikers digitaal te ontsluiten en de objecten binnende instellingen door bezoekers virtueel te laten bekijken en beleven. Dit, door elementen als tekstmateriaal,beeld en voorwerpen met elkaar te combineren, waardoor de bezoeker een waardevolle en informatieveexperience kon worden meegegeven.Ondanks de handelingen vanuit de erfgoedsector, hebben deze processen tot op heden niet structureel tot eengroter publieksbereik binnen de culturele instellingen geleid en bleven vernieuwende publiekstoepassingen opveel museale websites uit. Niet-museale instellingen, waaronder digitale erfgoedbibliotheek Europeana en dewebsite Google Books, brachten met behulp van erfgoedprofessionals erfgoedinformatie naar buiten, maarkregen bij de ontsluiting hiervan te maken met een gebrek aan een overkoepelende standaard, waardoor deinstellingen allen op een verschillende manier informatie toegankelijk zijn gaan maken. Dit kwam hetdigitaliseringsproces niet ten goede.Doordat er in de erfgoedsector een toenemende vraag naar digitale erfgoedinformatie is ontstaan en op welkemanier deze het beste voor publiek toegankelijk kan worden gemaakt, richten steeds meer organisaties zich opsamenwerkingsverbanden met andere erfgoedinstellingen. Deze samenwerkingsverbanden zijn veelal hetresultaat van een opkomend fenomeen binnen de sector, namelijk ‘netwerkbijeenkomsten’. Op dezebijeenkomsten komen erfgoedspecialisten en medewerkers van erfgoedorganisaties bijeen om met elkaar vangedachten te wisselen over onder andere aan welke (digitale) erfgoedinformatie in de sector momenteelbehoefte is en op welke manier zij hier een bijdrage aan kunnen leveren.NetwerkbijeenkomstenHet begrip netwerkbijeenkomsten omvat het bijeen zijn van een (kleine) groep mensen, veelal werkzaam indezelfde sector, die op een informele manier met medewerkers van collega-instellingen of geïnteresseerdenvan kennis en gedachten kunnen wisselen. Op een netwerkbijeenkomst is men in de gelegenheid om contactenuit te wisselen, expertise over beroepsvraagstukken te delen en sociale contacten uit te bouwen en teonderhouden. Het verzamelen en beheren van contacten kan van belang zijn bij het realiseren van doelen met 15betrekking tot de beroepssector waarin men werkzaam is of het interessegebied van een deelnemer.15 Tol, R. Het netwerkboek (z. pl. 2002) 20-22 20 Sylvana Bol - 608027
  • 22. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20121.1 If then is nowIn paragraaf 1.1 is een overzicht gegeven van het initiatief op het gebied van netwerkbijeenkomsten van If thenis now. De paragraaf geeft een omschrijving van de organisatie, de doelgroep, digitaal erfgoedproject en demanier waarop men netwerkbijeenkomsten inzet voor dit project.1.1.1 OrganisatieIf then is now is een erfgoedinitiatief van Menno Heling (Buro Menno Heling) en Pieter de Nijs (Etant Donnes),en is sinds 2010 in samenwerking met het Amsterdam Museum in ontwikkeling. If then is now wil een digitaledatabank en bijbehorend web platform voor erfgoedpromotie ontwikkelen, waarvoor de content met de hulpvan erfgoedprofessionals, amateur-experts op het gebied van erfgoed en toerisme en cultuurliefhebbers wordtverzameld. Door middel van user generated content leveren professionele en niet-professionele gebruikers eeninhoudelijke bijdrage aan het digitale platform van de organisatie.If then is now wil met het digitale platform enerzijds mogelijk maken dat erfgoedinstellingen gedigitaliseerdebronnen via een erfgoednetwerk en in bredere context kunnen ontsluiten. Via dit erfgoedinitiatief kunnenerfgoedbronnen ook worden verbonden aan een andere sector, namelijk het toerisme.Anderzijds wil de organisatie meer samenhang voor erfgoedpubliek aanbrengen in het aanbod en deherkenbaarheid van erfgoedinformatie. De organisatie wil dit bewerkstelligen, door gebruikers via het virtueleplatform een weg te wijzen naar objecten in archieven en museale collecties, en deze verbinden aan bestaande 16locaties. Hierdoor kan een deel van het platform als portaalwebsite worden beschouwd.1.1.2 DoelgroepenIf then is now heeft een brede doelgroep, namelijk cultuurtoeristen. Cultuurtoeristen zijn personen met eeninteresse in zowel toerisme als erfgoed en kunnen worden onderverdeeld in erfgoedprofessionals, amateur-experts op het gebied van erfgoed en toerisme en cultuurliefhebbers. Volgens Menno Heling (2012), mede-initiatiefnemer van If then is now, wil de organisatie een brede doelgroep aanhalen en hen stimuleren omzowel toeristische als erfgoed gerelateerde informatie digitaal toegankelijk te maken. Hiermee wil deorganisatie voorkomen dat potentiële websitebezoekers onnodig worden buitengesloten, terwijl zij wel in staat 17zijn om bruikbare content aan te leveren.Volgens Nynke Coenraads (2012), medewerkster van If then is now, heeft de organisatie de volgendedoelstelling: Met behulp van cultuurtoeristen wil If then is now een koppeling maken tussen erfgoedinstellingen, zoals musea, archieven en bibliotheken, en het in erfgoed en toerisme geïnteresseerde publiek. Hierbij kan worden gedacht 18 aan professionele en niet-professionele gebruikers van erfgoedinformatie en de toerismebranche.1.1.3 Digitaal erfgoedprojectIf then is now ontwikkelt een digitaal web platform waarop erfgoedprofessionals, amateur-experts encultuurliefhebbers informatie kunnen toevoegen. De content heeft betrekking op feitelijke informatie of eeneigen verhaal over een plaats, plek of monument met een cultuurhistorische waarde. Een voorbeeld hiervan isinformatie over de werking van een stoomtrein in een historische plaats of een eigen, persoonlijk verhaal overde Tweede Wereldoorlog. Aan de verhalen kan ook audiovisueel materiaal worden toegevoegd.Om het user generated content proces op gang te krijgen, zal de organisatie in de beginfase zelf verhalen,afbeeldingen en filmmateriaal rondom drie pilotthema’s opvoeren. Dit zijn Napoleon, de Amsterdamsegrachtengordel en de Hanzesteden.Naar aanleiding van de input van de organisatie hoopt men gebruikers te enthousiasmeren en hen aan tesporen om content via het web platform voor cultuurtoeristen te ontsluiten en via het platform een bijdrage te 19kunnen leveren aan het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie voor publiek.16 Heling, M., de Nijs, P. Uitgeefplan Plaatsen van Betekenis (Amsterdam 2011) 4-617 Zie bijlage B: interview met Nynke Coenraads en Menno Heling, If then is now18 Ibidem 21 Sylvana Bol - 608027
  • 23. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Naast het feit dat er door de doelgroep content aan het platform kan worden toegevoegd, kan de informatiedoor bezoekers worden bekeken en worden gebruikt voor een daadwerkelijk bezoek aan zo’n plaats, plek ofmonument. Dit kan worden gedaan door een persoonlijk profiel op de website aan te maken en via de zoekbalkinformatie over een ‘plaats van betekenis’ op te zoeken. Vervolgens verschijnt de gewenste informatie inbeeld, voorzien van afbeeldingen en links naar andere erfgoedwebsites. Ook zal er toeristische informatie teraadplegen zijn, waardoor het mogelijk wordt om via het platform een hotel naast een plaats van betekenis te 20boeken of een wandelroute rondom een plaats uit te stippelen.Het erfgoedinitiatief rust op 3 pijlers, namelijk het ontwikkelen van een sociaal netwerk, een brede doelgroep 21aantrekken en persoonlijke informatie aanbieden. Elk van deze punten is hieronder beschreven.Sociaal netwerkHet primaire doel van If then is now is om een online community te ontwikkelen. Het initiatief wil een breedpubliek aanmoedigen om een steentje bij te dragen aan de redactionele inhoud van het virtuele platform. Dit,door allereerst zelf plaatsen aan te bevelen, te beschrijven en eigen foto’s en verhalen toe te voegen. Op dezemanier hoopt men het publiek te stimuleren om hetzelfde te doen. De gebruiker wordt aangespoord omobjecten uit erfgoedcollecties toe te voegen aan eigen verhalen en deze op te sporen en te linken aan deoorspronkelijke locaties. Op deze manier kan If then is now fungeren als portaalwebsite voor erfgoedcontent.Brede doelgroepNaast een sociaal netwerk, wil If then is now ook een brede doelgroep aantrekken. De informatie die op dewebsite wordt geboden, is bedoeld voor een ieder die een bezoek aan een stad, streek of land wil combinerenmet een prettig verblijf. Naast thematisch te ordenen informatie over interessante websites bevat het platformook toeristische informatie over reizen, horeca -en verblijfmogelijkheden. Ook zijn er suggesties voor wandel-en fietsroutes te vinden.PersoonlijkDoor middel van het aanmaken van een persoonlijk interesseprofiel, krijgt de gebruiker bij een bezoek aan dewebsite individuele informatie aangeboden. De informatie sluit aan op de persoonlijke belangstelling en aan dehand hiervan kan men een eigen bezoek aan een plaats van betekenis voorbereiden en via het platform eenwandel, fiets –of autoroute samenstellen. Naast persoonlijk afgestemde informatie kan de gebruiker locatieszelf beoordelen. Via de beoordelingen komt de organisatie tot een ranglijst met hierop de meest interessante, .22populaire of publieksvriendelijke plaatsen van betekenis.De toerismesector, een sector waarmee If then is now graag wil samenwerken, wordt aan het platformgekoppeld door de plaatsing van advertenties voor vakantiereizen en het aanbieden van toeristischeinformatie. Hierbij valt te denken aan lijsten van hotels in de buurt van plaatsen van betekenis of wandel -enfietsroutes van de ANWB. Op deze manier krijgt de toerismesector de mogelijkheid om cultuurhistorischeinformatie te koppelen aan toeristische informatie en kan op deze manier een voor de erfgoedsector 23vernieuwend samenwerkingsverband ontstaan.1.1.4. Omgang met netwerkbijeenkomstenIn november 2011 is If then is now van start gegaan met het organiseren van netwerkbijeenkomsten. Dit, onderde noemer ‘Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsten.’ Aangezien het digitaal platform van If then is now nog inontwikkeling is en zij in 2011 een naamsverandering van Plaatsen van Betekenis naar If then is now heeftondergaan, wil de organisatie bij verdere innovatie de erfgoedsector betrekken en kennis met collega-instellingen delen.19 Ibidem20 Ibidem21 http://www.plaatsenvanbetekenis.nl/over-pvb/plaats-van-betekenis/voor-wie-is-plaatsen-van-betekenis/ (geraadpleegd 01-03-2012)22 http://www.plaatsenvanbetekenis.nl/over-pvb/plaats-van-betekenis/uitgangspunten-van-pvb/ (geraadpleegd 01-03-2012)23 http://www.plaatsenvanbetekenis.nl/over-pvb/plaats-van-betekenis/voor-wie-is-plaatsen-van-betekenis/ (geraadpleegd 01-03-2012) 22 Sylvana Bol - 608027
  • 24. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Via de netwerkbijeenkomsten hoopt If then is now feedback op het erfgoedproject te verkrijgen en wil men opdeze manier te weten komen op welke manier men door middel van het potentiële erfgoedplatform eenbijdrage kan leveren aan het toegankelijk maken van bruikbare erfgoedinformatie.Door het organiseren van netwerkbijeenkomsten, wil If then is now kennis met erfgoedinstellingen delen enmateriaal aanbieden om erfgoed en toerisme te koppelen en op een betekenisvolle manier digitale content te 24ontsluiten.De netwerkbijeenkomsten zijn als workshops vormgegeven en zijn bedoeld om kennis en ervaringen uit tewisselen met erfgoedprofessionals die concreet en praktisch aan de slag willen gaan met problemen op hetgebied van het digitaliseren van erfgoedinformatie. Voorbeelden van onderwerpen die tijdens de vijfbijeenkomsten onder andere aan bod zijn gekomen zijn Erfgoed en Toerisme, Locatieve Media,Verdienmodellen, Sociale Media en Vrijwilligers. Daarnaast hebben de organisatoren van de bijeenkomsteneen toelichting gegeven op het gebruik van nieuwe media en verdienmodellen om de eigen instellingen tepromoten en eigen geld te verdienen en is er aan de hand van themaonderwerpen besproken welkeproblemen er binnen de sector zijn en hoe men hier door middel van kennisdeling op de bijeenkomsten meeomgaat. De uitkomsten van deze bevindingen zijn na de bijeenkomsten via het Locatie + Beleving web platformvan de organisatie toegankelijk gemaakt, zodat men hier verder kon discussiëren. Daarnaast zijn debevindingen via de e-mail naar de deelnemers toegestuurd en konden via deze weg vragen worden gesteld of 25worden beantwoord.Met de opzet van de netwerkbijeenkomsten wil If then is now een handvat aanbieden waarmeeerfgoedorganisaties zelf verder kunnen gaan. Dit, is samenwerking met het Landelijk Contact vanMuseumconsulenten, erfgoedhuizen en adviesbureaus, en met elkaar. De deelnemers zijn afkomstig uit deerfgoedsector, zoals medewerkers van archieven, historische verenigingen en adviesbureaus.Inmiddels zijn de netwerkbijeenkomsten van If then is now gestopt. Dit komt doordat men momenteel bezig ismet het lanceren van het erfgoedplatform waarvoor de input van de deelnemers wordt gebruikt. Hierdoor is ermomenteel geen tijd en om bijeenkomsten te houden. Wanneer het platform is gelanceerd, worden er weer 26bijeenkomsten georganiseerd.24 http://www.plaatsenvanbetekenis.nl/2011/10/28/locatie-beleving-netwerkbijeenkomsten/ (geraadpleegd 29-05-2012)25 Zie bijlage B: interview met Nynke Coenraads en Menno Heling, If then is now26 Correspondentie met Nynke Coenraads,medewerker If then is now 23 Sylvana Bol - 608027
  • 25. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20121.2 Stichting Nederland KennislandIn deze paragraaf is een overzicht gegeven van het initiatief op het gebied van netwerkbijeenkomsten vanStichting Nederland Kennisland (2011). Daarnaast is een omschrijving gegeven van de organisatie, dedoelgroep, het digitale erfgoedproject en de manier waarop men netwerkbijeenkomsten inzet voor dit project. De huidige maatschappelijke uitdagingen vragen om nieuwe manieren van innoveren. Deze vraagstukken lopen in elkaar over, versterken elkaar, zijn veranderlijk, complex en uniek. Om ze te kunnen aanpakken is kennis nodig van mensen die er direct mee verbonden zijn: deze mensen betrekken is volgens ons de enige manier om tot duurzame vernieuwing te komen. De kunst is om die kennis te mobiliseren en te benutten. Dit vergt een sociaal innovatieve aanpak die zowel ruimte biedt voor een beweging van onderop als van bovenaf, die samenwerking tussen verschillende partijen mogelijk maakt en die anticipeert op de wereld van morgen. Een slimmere inzet van 27 arbeid, organisatie en technologie is daarbij cruciaal.1.2.1 OrganisatieStichting Nederland Kennisland is een organisatie die in samenwerking met overheden, bedrijven enkennisinstituten een bijdrage wil leveren aan maatschappelijke vernieuwing. De stichting stelt bij dewerkzaamheden het publieke belang voorop en werkt aan projecten die een bijdrage kunnen leveren aan deverdere ontwikkeling van een kennissamenleving.Kennisland heeft als doel om de samenleving van meer kennis te voorzien en op deze manier slimmer temaken. De organisatie is van mening dat elk individu in staat is om te leren en zich continu kan blijven 28ontwikkelen. Binnen de erfgoedsector wordt dit begrip ook wel lifelong learning genoemd.Volgens de website van Kennisland (2011) kan dit leerproces als volgt worden omschreven: Deze manier van leren vindt voornamelijk in interactie met andere individuen en groepen plaats. Dit kan worden samengevat als een ‘samenwerkende samenleving’. In zo’n samenleving worden kennis, talent, ervaring en 29 intuïtie op verschillende niveaus en terreinen benut.Kennisland ontwikkelt oplossingen voor situaties die zich voordoen in een kennissamenleving en kijkt op welkemanier zo’n samenleving het beste kan worden opgebouwd. Met behulp van ingrepen binnen en buiten deorganisatie leert men hoe dit het beste kan worden gerealiseerd. Volgens Kennisland moet de kennis die bij ditproces wordt opgebouwd met zoveel mogelijk mensen worden gedeeld, aangezien naar hun mening kennis pas 30waarde krijgt op het moment dat zij met andere individuen wordt gedeeld.1.2.2 DoelgroepenStichting Nederland Kennisland heeft organisaties die zich willen vernieuwen door middel van sociale innovatieals doelgroep. Hierbij kan worden gedacht aan organisaties op het gebied van onderwijs, overheid, erfgoed encultuur. Doel is om professionals uit deze organisaties te betrekken bij het oplossen van vraagstukken enproblemen op lange termijn. Kennisland helpt hen om kennis, talent, ervaring en intuïtie naar boven te halenen optimaal te benutten. Volgens Nikki Timmermans (2012), adviseur van Kennisland heeft de stichting als doelom organisaties te helpen bij het oplossen van gecompliceerde vraagstukken die binnen organisaties leven.Daarnaast helpt de stichting bij het oplossen van complexe vraagstukken binnen de organisatie, hetmaximaliseren van kennisontwikkeling, kennisdeling binnen en tussen organisaties, en bij het vormen van 31nieuwe samenwerkingsverbanden.27 http://www.kennisland.nl/over-kennisland (geraadpleegd 27-02-2012)28 Black, G. The engaging museum, (z. pl. 2005) 123-13229 http://www.kennisland.nl/over-kennisland (geraadpleegd 28-05-2012)30 Ibidem31 Zie bijlage A: interview met Nikki Timmermans, adviseur Stichting Nederland Kennisland 24 Sylvana Bol - 608027
  • 26. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20121.2.3 Digitaal erfgoedproject Digitalisering is de afgelopen tien jaar de motor geweest achter een krachtig veranderingsproces in de erfgoedsector. In die tijd hebben musea, archieven en andere erfgoed beherende instellingen een start gemaakt met het digitaliseren van erfgoedcollecties en het ontwikkelen van digitale diensten. Door deze slag te maken verandert de positie van de erfgoedinstellingen in de samenleving aanzienlijk, het digitale aanbod reikt immers 32 veel verder dan de fysieke locatie van een instelling.Volgens Kennisland (2011) vormt een sterke kennissamenleving de motor achter het bieden van toegang totdigitale erfgoedinformatie. Mede hierdoor ziet Kennisland veel maatschappelijke potentie in de erfgoedsector.Door erfgoed op een heldere en vernieuwende manier beschikbaar te maken, kan publiek nieuwe kennisopdoen en bijdragen aan het slimmer worden van de kennissamenleving. Zo’n proces verloopt niet vanzelf. Ineen door Kennisland en Stichting DEN uitgevoerde studie in 2009 is gebleken dat men bij het vernieuwen vande sector op een aantal knelpunten stuit. Dit, op de gebieden auteursrecht, ICT-infrastructuur,verdienmodellen en de eigen organisatie ten aanzien van het verder ontwikkelen van digitale producten endiensten.Als antwoord op het gebied van digitaliseringsproblemen binnen de eigen organisatie, startte Kennisland op 1juli 2007 het project ‘Beelden voor de Toekomst’. Het project heeft een looptijd van 7 jaar en wordt insamenwerking met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, het Nationaal Archief en het EYEFilminstituut Nederland ontwikkeld. Dit, aangezien in de archieven van deze instellingen de beeldgeschiedenisvan de afgelopen eeuw is opgeslagen en dit materiaal voor velen een belangrijke waarde bevat. Dankzij hetFonds Economische Structuurversterking heeft het initiatief een budget van 154 miljoen euro ontvangen voorhet digitaliseren van het audiovisueel materiaal van een groot aantal archieven. Beelden voor de Toekomstheeft als doel om 91.183 uur video, 22.086 uur film, 98.734 uur audio en 2,5 miljoen foto’s uit de archieven vanerfgoedinstellingen te conserveren, digitaliseren en toegankelijk te maken. Het voornaamste doel van hetproject is om een zo groot mogelijke beschikbaarheid van audiovisueel materiaal voor de gebruikersgroepenonderwijs, het brede publiek en de creatieve sector realiseren. Dit kan worden bewerkstelligt door het 33ontwikkelen en aanbieden van nieuwe diensten en toepassingen.Het project Beelden voor de Toekomst kent 3 kerndoelen. Ten eerste wil men het audiovisueel erfgoed van deafgelopen eeuw conserveren, waardoor het niet verloren kan gaan. Daarnaast wil men het audiovisueelmateriaal digitaal beschikbaar maken voor de samenleving en materiaal dat normaliter ligt opgeslagen inarchieven toegankelijk maken voor de doelgroepen onderwijs, de markt en het brede publiek. Tot slot wil mendoor middel van dit project vernieuwen en door samenwerking bijdragen aan het toegankelijk maken van 34erfgoedinformatie.Met het Beelden voor de Toekomst project kan Kennisland de samenleving van kennis voorzien enbewerkstelligen dat individuen zich blijvend vernieuwen en op deze manier in staat zijn om een bijdrage televeren aan de ontwikkeling van de huidige kennissamenleving. Daarnaast wil Kennisland de samenlevingwaarde meegeven door middel van de volgende punten: o De missie combineren met het verspreiden van kennis over sociale innovatie. o Interventies ontwikkelen waarbij vernieuwing en leren een belangrijke plaats innemen. o Resultaten en kennis delen. o Vernieuwende professionals opsporen en hen helpen bij het uitwerken van ideeën. 35 o Met behulp van passie en vanuit een onafhankelijk perspectief werken.32 http://www.kennisland.nl/over-kennisland/werkvelden/erfgoed (geraadpleegd 27-02-2012)33 http://beeldenvoordetoekomst.nl/nl/project/algemene-informatie (geraadpleegd 15-03-2012)34 http://beeldenvoordetoekomst.nl/nl/project/doel (geraadpleegd 15-03-2012)35 http://www.kennisland.nl/over-kennisland (geraadpleegd 27-02-2012) 25 Sylvana Bol - 608027
  • 27. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20121.2.4 Omgang met netwerkbijeenkomstenTen aanzien van netwerkbijeenkomsten organiseert Kennisland de Innovators Netwerk Erfgoedsector (INE)netwerkbijeenkomsten. Deze bijeenkomsten zijn een initiatief van Kennisland en worden mede mogelijkgemaakt door Beelden voor de Toekomst. Het netwerk wil een bijdrage leveren aan het erfgoedveld door hetvernieuwend vermogen te versterken. Door gesprekken die de medewerkers van het erfgoedinitiatief meterfgoedprofessionals afkomstig uit Nederlandse erfgoedinstellingen voerde, kwam naar voren dat hetinnovatief vermogen binnen de erfgoedsector verbeterd zou kunnen worden. Volgens de erfgoedinstellingenmoeten vooral de mogelijkheden op digitaal gebied worden aangepast en worden verbeterd. Vaak is hierbinnen de eigen organisatie niet of nauwelijks ruimte voor.Veelal ontbreekt het aan een duidelijke strategie op digitaal gebied en voldoende budget hiervoor.Het gevolg hiervan is dat vele ideeën onbenut blijven, waardoor veel erfgoedinstellingen zich met hun 36digitaliseringsproces de afgelopen jaren niet optimaal hebben kunnen ontwikkelen.Tijdens de bijeenkomsten van INE wordt onderzocht op welke manier samenwerken binnen de erfgoedsectoreen bijdrage kan leveren aan het versterken van innovatief vermogen. Onderwerpen als kennisdeling, hetvormen van een duidelijke visie en meedenken over nieuwe samenwerkingsverbanden in de sector vormen dekern van de bijeenkomsten. De organisatoren richten zich hierbij voornamelijk op erfgoedprofessionals die 37binnen de eigen organisatie willen vernieuwen.Het initiatief organiseert ongeveer 10 keer per jaar informele bijeenkomsten rondom verschillendeonderwerpen en probleemsituaties. Deze onderwerpen zijn niet per definitie technisch of media gerelateerd,maar zijn wel actueel binnen de erfgoedsector. Tijdens de bijeenkomsten worden kennis, ervaring en expertisedoor erfgoedprofessionals uitgewisseld. Volgens Nikki Timmermans (2012) medeorganisator van de INEbijeenkomsten, hebben de bijeenkomsten een praktisch kader, waardoor alle deelnemers er concrete enrelevante informatie uit kunnen halen. De organisatie hecht waarde aan kleinschaligheid en een informelesfeer, zodat de deelnemers zich meer betrokken kunnen voelen en beter in staat zijn om hun ideeën met elkaarte bespreken.Een belangrijk verschil met andere netwerkbijeenkomsten in de erfgoedsector is dat de deelnemers van hetINE netwerk niet namens een organisatie deelnemen. Men schrijft zich in als erfgoedprofessional, waardoor 38elke deelnemer vrij is om te spreken en niet het gevoel krijgt dit namens de eigen organisatie te doen.De INE netwerkbijeenkomsten worden op verschillende locaties georganiseerd. De deelnemers dragen zelf eenlocatie binnen de eigen instelling aan, waardoor de kosten voor het huren van een zaal of ruimte kunnenworden bespaard. De bijeenkomsten behandelen onderwerpen die actueel binnen de erfgoedsector zijn, zoalscrowdsourcing, open data en de veranderende rol van erfgoedinstellingen door de omslag naar digitalisering.Daarnaast worden de onderwerpen door de deelnemers zelf aangedragen, waardoor zij een waardevolleaanvulling op de informatiebehoefte van de deelnemers kunnen vormen.In tegenstelling tot de bijeenkomsten van If then is now, die gemiddeld uit 15 deelnemers bestonden, is hetnetwerk van INE sinds 2009 uitgegroeid van 20 naar ruim 120 deelnemers en worden de bijeenkomsten nogsteeds georganiseerd. Hoewel op de bijeenkomsten van INE ook gemiddeld 15 personen aanwezig zijn, heeftmet name het Meetup netwerk van het netwerkinitiatief ervoor gezorgd dat veel deelnemers zich hierbij 39hebben aangesloten en op de hoogte willen worden gehouden van de ontwikkelingen rondom het netwerk.Over de overeenkomsten en verschillen tussen de netwerken van If then is now en INE, is meer te lezen inhoofdstuk 2.36 Zie bijlage A: interview met Nikki Timmermans, adviseur Stichting Nederland Kennisland37 http://inerfgoed.nl/ditisine/ (geraadpleegd 15-03-2012)38 Zie bijlage A: interview met Nikki Timmermans, adviseur Stichting Nederland Kennisland39 Onderzoek naar digitaal platform Meetup van het Innovators Netwerk Erfgoedsector (INE) over aantal deelnemers en informatie overthemaonderwerpen (geraadpleegd 18-05-2012) 26 Sylvana Bol - 608027
  • 28. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20121.3 Stichting DENIn deze paragraaf is een overzicht gegeven van het initiatief op het gebied van netwerkbijeenkomsten vanStichting DEN. Daarnaast is een omschrijving gegeven van de organisatie, de doelgroep, digitale erfgoedprojecten de manier waarop men netwerkbijeenkomsten inzet voor dit project.1.3.1 OrganisatieStichting DEN is het nationale kenniscentrum voor ICT in de cultureel erfgoedsector. De stichting bevordert enbewaakt de kwaliteit ten aanzien van het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie en verleentdigitale diensten aan de erfgoedsector. DEN werkt samen met archieven, musea, bibliotheken, enarcheologische en bouwhistorische instellingen. Daarnaast houdt DEN zich bezig met de ontwikkeling vankennis op het gebied van ICT-standaarden en landelijke kwaliteitsprincipes ten aanzien van duurzamedigitalisering. Tevens helpt de organisatie erfgoedinstellingen bij het vernieuwen van diensten op het gebiedvan digitaal erfgoed. Door zorg te dragen voor de kwaliteit van erfgoed en het digitaliseringsproces dat hieraan 40vooraf gaat, probeert de stichting de infrastructuur van digitaal erfgoed te verbeteren en te versterken.Naast het helpen van erfgoedorganisaties bij het innovatieproces en samenwerkingsverbanden te bevorderen,draagt DEN bij aan de kwaliteitszorg van digitaal erfgoed. Dit vormt de belangrijkste taak van de organisatie. 41Door kwaliteitszorg hoopt DEN digitale samenwerking in de erfgoedsector tot haar recht te laten komen.Kort gezegd kan worden vastgesteld dat DEN diverse activiteiten ontplooit met als doel de digitaletoegankelijkheid van erfgoedinformatie voor publiek te verbeteren. DEN doet dit door studiedagen enexpertmeetings te organiseren en te discussiëren over op welke manier erfgoedinstellingen hun informatie hetbeste kunnen ontsluiten. Om daadwerkelijk een nationale infrastructuur te kunnen vormen waarerfgoedinstellingen een bijdrage aan kunnen leveren, zal de stichting zich moeten richten opkennisontwikkeling bij instellingen. Dit kan worden bewerkstelligt door zelf meer als digitaal vraagbaken tefunctioneren, en door praktische documentatie en specifieke service te leveren en door ondersteuning van dedigitaliseringsactiviteiten van instellingen.1.3.2 DoelgroepenDe doelgroep van Stichting DEN bestaat uit erfgoedinstellingen die kunnen worden onderverdeeld in musea,archieven, bibliotheken, en archeologische en bouwhistorische instellingen. Digitaal Erfgoed Nederland helptde organisaties bij het doorlopen van het vernieuwingsproces op het gebied van het digitaal toegankelijkmaken van erfgoedinformatie, bevordert samenwerkingsverbanden binnen de erfgoedsector en geeftinformatie over de rol van ICT bij het vergroten van digitale samenwerking tussen erfgoedinstellingen.‘’DEN heeft als doelstelling om alle erfgoedinstellingen te betrekken bij de totstandkoming van een nationaleinfrastructuur voor digitaal erfgoed. Zij vormt de belangrijkste bouwsteen voor een culturele dienstverlening ineen steeds meer digitaal wordende samenleving’’, aldus Robert Gillisse (2012) van Stichting DEN.Men streeft ernaar om alle erfgoedinstellingen te betrekken bij het tot stand komen van een nationaleinfrastructuur voor digitaal erfgoed, welke volgens DEN het fundament voor culturele dienstverlening in de 42digitale samenleving vormt.40 DEN beleidsplan 2009-2012 http://www.den.nl/getasset.aspx?id=Over%20DEN/beleidsplanDEN_2009-2012.pdf&assettype=attachments (geraadpleegd 29-02-2012)41 Correspondentie met Monica Lechner, medewerker kwaliteitszorg Stichting DEN42 Correspondentie met Robert Gillesse, senior kwaliteitsmedewerker Stichting DEN 27 Sylvana Bol - 608027
  • 29. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20121.3.3 Digitaal projectStichting DEN is met verschillende digitaliseringsprojecten actief. Ten aanzien van dit onderzoek is het projectdat de organisatie in samenwerking met Stichting Erfgoed 30 (Stichting E30), kennisorganisatie TNO-ICT enStichting Kennisland in 2009 en 2010 realiseerde, het meest van belang. Naar aanleiding van de discussies diein het erfgoedveld ontstonden als gevolg van de problemen op het gebied van auteursrecht, verdienmodellen,ICT-infrastructuur en de eigen organisatie, heeft men hier in opdracht van het ministerie van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap onderzoek naar gedaan en hierover gezamenlijk een publicatie geschreven.De Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed publicatie beschrijft de knelpunten waarmeeerfgoedinstellingen bij het verlenen van (digitale) diensten te maken kunnen krijgen en biedt hier mogelijkeoplossingen voor aan.Door een gemeenschappelijke samenwerking aan dit onderzoek en de hieruit voortkomende publicatie,hopen de organisaties de erfgoedsector een handvat te kunnen aanreiken bij het verlenen van digitaleproducten of diensten die van belang kunnen zijn bij het ontsluiten van erfgoedcontent.Om de publicatie met zoveel mogelijk gebruikers te kunnen delen, is de website www.bmice.nl ontwikkeld,waarop gebruikers de publicatie gratis kunnen bekijken, en hier informatie over het stappenplan dat in depublicatie wordt beschreven, kunnen raadplegen. Daarnaast kunnen gebruikers zich via de website aanmeldenvoor de Linkedin groep van het project en kan men hier met de organisatoren discussiëren over de problemen 43in de erfgoedsector die in de publicatie worden besproken. Een andere manier waarop de organisatie haarbevindingen met erfgoedprofessionals wil delen, is door middel van netwerkbijeenkomsten. Hierover is meerte lezen in sub paragraaf 1.3.41.3.4 Omgang met netwerkbijeenkomstenDigital Strategies for Heritage (DISH) is een tweejaarlijkse internationale conferentie over digitaal erfgoed ende strategieën die erfgoedinstellingen bij het toegankelijk maken van digitale erfgoedinformatie kunneninzetten. DISH wordt georganiseerd door Erfgoed Nederland en Stichting DEN en verzorgt bijeenkomsten vooreen ieder wie invloed heeft op beslissingen ten aanzien van erfgoed. Denk hierbij aan directeuren en managersvan erfgoedinstellingen, beleidsmakers, innovators en onderzoekers. De bijeenkomsten van DISH zorgen ervoordat de deelnemers niet enkel van elkaar leren, maar ook over de strategische besluitvorming met betrekkingtot alle aspecten van het culturele erfgoedveld, en over hoe andere ondernemers omgaan met het begrip 44strategie.De conferenties van DISH staan in het teken van erfgoedthema’s welke momenteel een belangrijke rol spelenbij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie en samenwerken in de sector, zoals Business for 45Heritage, Crowdsourcing en Co-creation, Institutional Change, en Building a New Public Space.Een ander themaonderwerp dat tijdens de bijeenkomst van DISH in 2009 werd besproken, is het onderwerpbusiness modellen. Tijdens deze bijeenkomst werd de Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed publicatievan Stichting DEN en samenwerkende partijen gepresenteerd en onder 500 erfgoedprofessionals verspreid.Het project heeft hiermee netwerkbijeenkomsten als hulmiddel ingezet om kennis met elkaar te delen enerfgoedprofessionals op de hoogte te brengen van de knelpunten waarmee de sector op digitaal gebied temaken heeft.Door via de publicatie oplossingen aan te reiken en dit op een bijeenkomst met elkaar te delen, kunnennetwerkbijeenkomsten een belangrijke bijdrage leveren aan het digitaal toegankelijk maken vanerfgoedinformatie.43 http://www.bmice.nl/ (geraadpleegd 18-05-2012)44 http://www.erfgoednederland.nl/projecten/digital-strategies-for-heritage-dish/item7167 (geraadpleegd 04-03-2012)45 http://www.dish2011.nl/ (geraadpleegd 01-03-2012) 28 Sylvana Bol - 608027
  • 30. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20121.4 AfsluitingAfsluitend kan worden vastgesteld dat erfgoedorganisaties bij het digitaal toegankelijk maken vanerfgoedinformatie contact zoeken met andere erfgoedinstellingen, netwerkbijeenkomsten en conferentiesbezoeken met als doel informatie vergaren over de gemeenschappelijke knelpunten waarmee de sector tekampen heeft. De problemen hebben betrekking op het digitaliseren van erfgoedinformatie, en de vraag opwelke manier dit snel en efficiënt kan worden uitgevoerd. Om hier een antwoord op te krijgen, bezoekt mennetwerkbijeenkomsten, om met professionals uit de sector te bespreken op welke manier zij hiermee omgaan.Welke samenwerkingsverbanden er ten aanzien van het digitaliseren van erfgoed actief zijn en op welkemanier netwerkbijeenkomsten hier mogelijk een rol in kunnen spelen, wordt behandeld in het tweede enderde hoofdstuk van dit onderzoek. 29 Sylvana Bol - 608027
  • 31. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20122. Strategische allianties en samenwerkingsverbandenErfgoedinstellingen zijn niet altijd in staat om de gecompliceerde vraagstukken die in de sector leven, binnen deeigen organisaties op te lossen. Strategische allianties en samenwerkingsverbanden zijn dan ook voor veel 46instellingen van grote waarde gebleken. Ondanks dit gegeven leven er binnen de erfgoedsector veel vragenomtrent succesvol samenwerken. Welke samenwerkingsverbanden ten aanzien van het digitaal toegankelijkmaken van erfgoedinformatie zijn er momenteel tussen erfgoedorganisaties? Op welke manier werken zijsamen om gemeenschappelijke doeleinden te verwezenlijken? Waarom zijn samenwerking en kennisdeling vanbelang binnen de erfgoedsector? De toelichting op deze vragen volgt in dit hoofdstuk over strategischeallianties en (mogelijke) samenwerkingsverbanden in de erfgoedsector.Strategische alliantieEen strategische alliantie is een benaming voor een (langdurige) samenwerking tussen minimaal twee partnersof partijen, waarbij kennis, expertise en capaciteiten met elkaar worden gedeeld. Het doel van een alliantie isom een bijdrage te leveren aan een oplossing, vernieuwing of verbetering in een keten of netwerk waarin de 47partij(en) zich begeven en hiermee de concurrentiepositie van alle deelnemers verbeteren of versterken.SamenwerkenHet begrip samenwerken kan het beste worden gedefinieerd als een middel om een doel te realiseren, waarbijde samenwerking tussen minimaal twee personen of partijen met complementaire doelstellingen en eengelijkwaardige betrokkenheid, centraal staat. Een samenwerkingsverband wordt gekenmerkt door elkaar tehelpen bij de uitvoering van doelgerichte activiteiten die kunnen resulteren in een van tevoren afgesproken 48doelstelling, welke door beiden partijen op deze manier kan worden gewaardeerd.Samenwerken kan worden gezien als een belangrijke competentie, omdat het een efficiënte manier is omorganisatiedoelen te bereiken.2.1 Samenwerking en digitalisatie binnen de erfgoedsector2.1.1 SamenwerkingIn de erfgoedsector neemt het besef toe dat samenwerking met collega-instellingen en digitalisatie vanerfgoedinformatie van belang zijn om gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken. Ondanks dit 49gegeven blijft de praktijk tot op heden achter. Veel instellingen zijn terughoudend op het gebied vanlangdurige samenwerkingsverbanden, die veelal voortkomen uit onzekerheid. Menig organisatie is bang om deeigen identiteit en onafhankelijkheid op te geven en vraagt zich af of dit opweegt tegen eensamenwerkingsverband op langere termijn. Wel kan men zich vinden in het proces van samenwerking.Door de huidige bezuinigingen zijn culturele instellingen genoodzaakt om slechts een deel van de collectie(digitaal) toegankelijk te maken. Mede hierdoor besluiten steeds meer instellingen om te gaan samenwerken.Door een samenwerkingsverband kunnen de fysieke grenzen tussen collecties, instellingen en sectoren(virtueel) worden overschreden en kan men het publiek toegang en interactiemogelijkheden toterfgoedinformatie bieden. Bovendien kan het samenbrengen van erfgoed de achtergronden van verhalen en 50objecten meer diepgang geven.46 http://www.twynstragudde.nl/Succesvolsamenwerken.pdf (geraadpleegd 17-03-2012)47 http://www.ketens-netwerken.nl/begrippen#jy (geraadpleegd 18-03-2012)48 http://www.samenwerkentussenorganisaties.nl/Oversamenwerken/Watissamenwerken/tabid/75/Default.aspx (geraadpleegd 17-03-2012)49 http://www.den.nl/art/uploads/files/Missie_hoofddoelstellingenDEN_2013_2016.pdf (geraadpleegd 19-05-2012)50 Hermans, R., Taekema, J. Digitale samenwerking; een handleiding voor erfgoedinstellingen (Den Haag 2005) 3 30 Sylvana Bol - 608027
  • 32. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20122.1.2 Digitaliseren erfgoedmateriaalOp het gebied van het digitaal beschikbaar stellen van erfgoedcontent, spelen erfgoedinstellingen een steedsbelangrijkere rol. Men is zich ervan bewust dat door het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie eengrotere doelgroep dan voorheen kan worden aangetrokken, en erfgoedpubliek hierdoor sneller en op eenmeer toegankelijke manier informatie kan raadplegen. Op deze manier kan tevens aan de publieksvraag van inerfgoed geïnteresseerd publiek worden voldaan. Bovendien kan digitalisering kansen bieden ten aanzien van 51toegang tot cultureel erfgoed.Uit onderzoek naar de presentatie van museale voorwerpen via digitale erfgoedwebsites door Stichting DEN(2007), is gebleken dat 280 van de 562 culturele instellingen, individuele informatie over museale objectenaanboden. In 2004 lag dit aantal op 70. Wanneer er een verband wordt gelegd tussen digitaal toegankelijkemuseale voorwerpen en de objecten binnen de erfgoedinstellingen, wordt duidelijk dat er tot op heden 3,8 52miljoen voorwerpen zijn gedigitaliseerd en 45 miljoen objecten zich binnen de instellingen bevinden.Volgens Ewout Sanders (2011), medewerker van het NRC Handelsblad, zouden erfgoedinstellingen digitaalmeer content kunnen ontsluiten wanneer er een centraal register voor erfgoed zou worden ontwikkeld waarinelke instelling vastlegt welke content is gedigitaliseerd en waar men mee bezig is. Volgens Sanders kan ditworden bewerkstelligt door bestaande databanken aan elkaar te koppelen. Bovendien bespaart dit ideevolgens hem tijd en geld, doordat bijvoorbeeld bibliotheken niet hetzelfde boek hoeven te digitaliseren.Daarnaast stelt Sanders dat erfgoedinstellingen gebaat zijn bij een samenwerking met het publiek. Zij kunnen 53boeken in bibliotheken inleveren en via het centraal register nagaan of het boek al is gedigitaliseerd.Op deze manier bespaart de bibliotheek tijd en kan door middel van een samenwerkingsverband met hetpubliek op een snellere en effectieve manier erfgoedinformatie digitaal worden ontsloten.2.2 Redenen voor samenwerkingIndien een erfgoedinstelling besluit om een samenwerkingsverband met een collega-instelling of sector aan tegaan, kan dit vanuit verschillende beweegredenen worden gedaan. De belangrijkste motieven om eensamenwerking met een andere organisatie aan te gaan, kunnen worden onderverdeeld in de volgendegroepen: kostengerichte samenwerking, positioneringsgerichte samenwerking en een op leren gerichte 54samenwerking.Kostengerichte samenwerkingEen kostengerichte samenwerking kan worden ingezet wanneer een organisatie als doel heeft om tebezuinigen binnen de onderneming. De samenwerking heeft voornamelijk betrekking op de werkzaamhedenbinnen de eigen organisatie. Door een kostengerichte samenwerking aan te gaan, kunnen de uitgaven binnende eigen onderneming worden verlaagd, en de opbrengsten worden verhoogd. Dit wordt mogelijk doordat hetaantal concurrenten verminderd en er een investering op globale markten kan worden gedaan.Positioneringsgerichte samenwerkingBij een positioneringsgerichte samenwerking richt een organisatie zich op het uitbreiden van bestaandemarkten, het verzilveren van nieuwe markten en het realiseren van een bepaalde positionering op markten.Op leren gerichte samenwerkingEen op leren gerichte samenwerking kan worden ingezet wanneer beiden partijen van elkaars expertise enkennis willen leren en profiteren. De kennis kan worden gerelateerd aan de doelstellingen van beidenondernemingen. Door een op leren gerichte samenwerking aan te gaan, kan de vernieuwingskracht van beideninstellingen worden verhoogd.51 Erfgoed Nederland, Retour Brussel Erfgoed en Europa (Amsterdam 2011) 7552 Landelijk Contact van Museumconsulenten & DEN, Wegwijzer collecties op internet (Den Haag 2008) 1153 http://www.den.nl/art/uploads/files/Opiniestuk%20massedigitalisering%20DEF%20_12-9-2011_%20JE.pdf (geraadpleegd 18-05-2012)54 Marcus, J.,van Dam, N. Een praktijkgerichte benadering van organisatie en management (z. pl.2004) 139-141 31 Sylvana Bol - 608027
  • 33. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Men leert elkaars ambities, vaardigheden en bedrijfscultuur kennen en heeft een gemeenschappelijke focus opgezamenlijke doelstellingen. Daarnaast kunnen de doelgroepen beter worden geholpen, doordat beiden 55instellingen verschillende kennis en expertise in huis hebben.Op basis van de drie bovengenoemde redenen voor samenwerking door erfgoedinstellingen, is er een schemavoor samenwerking ontwikkeld (zie figuur 1 en 2). In dit schema zijn argumenten weergeven dieerfgoedinstellingen voor een samenwerking kunnen hebben. Daarnaast is aan beiden figuren een vierdecategorie toegevoegd, namelijk ‘gericht op politiek’. Uit onderzoek van FARO (2011) naar motieven voorsamenwerking door erfgoedorganisaties is gebleken dat erfgoedinstellingen vanuit politiek oogpunt motieven 56voor samenwerking kunnen hebben. Hierdoor vormt de categorie een waardevolle aanvulling op deargumentatie voor samenwerking van erfgoedinstellingen.Gericht op kosten Gericht op positionering Gericht op leren Gericht op politiekSchaalvoordelen Ontwikkelen van nieuwe Maatschappelijke vernieuwing Eén gezicht naar buiten vormen markten en productenRealiseren van Toegang tot nieuwe markten Toegang tot nieuwe Wettelijke verplichting totgemeenschappelijke verkrijgen technologie consultatieondersteunende dienstenMinder kosten en risico’s Betere bescherming tegen Gebruikmaken van Voldoen aan concurrentie competenties van partners overheidsverplichting tot samenwerking Strategische positie verbeteren Leren van elkaars kennis en expertise Snellere toegang tot markten Leren van elkaars cultuur Innoveren (samen nieuwe Toegang tot aanvullende producten/diensten competenties van andere ontwikkelen) partijenFiguur 1. Samenwerkingsmotieven van erfgoedinstellingenNaast motieven voor samenwerking zijn er ook verschillende bezwaren ten aanzien van samenwerking tebenoemen. De voornaamste bezwaren voor samenwerking kunnen als volgt worden onderverdeeld:Gericht op kosten Gericht op positionering Gericht op leren Gericht op politiekWederzijdse afhankelijkheid Trage besluitvorming Informatie delen met Dwang om samen te werken samenwerkingspartner(s) samenwerkende partij(en)Extra sturing en communicatie Weinig eigen controle Kennis en expertise delen metnodig (mogelijk meer kosten) risico om het te verliezen Gebrek aan vertrouwen t.o.v. Opgave eigen onafhankelijkheid andere partij(en) Afname autonoom handelen Afschuiven van verantwoordelijkhedenFiguur 2. Samenwerkingsbezwaren van erfgoedinstellingen55 http://www.samenwerkentussenorganisaties.nl/Oversamenwerken/Waaromsamenwerken/tabid/76/Default.aspx (geraadpleegd: 17-03-2012)56 Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed, Prisma publicatie (Brussel 2011) 4 32 Sylvana Bol - 608027
  • 34. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20122.3 SamenwerkingsvormenIn deze paragraaf zijn 6 vormen van samenwerking onderscheiden. Dit zijn detachering, uitbesteding, co-makership, partnership, en fusie of overname als formele samenwerkingsvormen en netwerken als informelesamenwerkingsvorm. Daarnaast behandelt paragraaf 2.3 de voor -en nadelen van samenwerkingsvormen enworden deze aan de hand van praktijkvoorbeelden uit de erfgoedsector belicht.2.3.1 DetacheringEen detachering is een dienstverleningsrelatie waarbij een organisatie (tijdelijk) werknemers van een collega-instelling inhuurt met als doel ondersteuning bij een project of taak te krijgen. Een instelling kan kiezen voordetachering wanneer zij bepaalde expertise nodig heeft, en hier zelf niet over beschikt. De kosten voor de 57werknemer worden op rekening gebracht van de organisatie die de persoon in kwestie inhuurt.Voordeel NadeelDe werknemer is direct inzetbaar De werknemer is tijdelijk inzetbaarKennis en expertise kunnen worden ingehuurd op het moment dat De kosten voor het inhuren van extern personeel zijn relatief hoogdit nodig is Kennis en expertise zijn niet structureel binnen een organisatie aanwezigFiguur 3. Voor -en nadelen detacheringPraktijkvoorbeeld erfgoedsectorIf then is now wil een virtueel web platform ontwikkelen waarop informatie door cultuurtoeristen kan wordengeraadpleegd. Omdat men binnen de eigen organisatie niet de kennis en expertise heeft om het project op testarten, wordt er tijdelijk een projectleider ingeschakeld met als doel de organisatie te helpen bij het indelenvan de projectactiviteiten en het benaderen van de juiste personen. Op deze manier kan de organisatie de 58doelstellingen om een digitaal web platform te ontwikkelen verwezenlijken.2.3.2 UitbestedingEr is sprake van een uitbesteding wanneer er een samenwerkingsverband tussen producenten van kracht is.Eén partij is leverancier en de andere partij afnemer. Het doel van een uitbesteding is om de regulierewerkzaamheden van de afnemer te ondersteunen. Het resultaat van de samenwerking is altijd een product ofdienst. De samenwerking ontstaat veelal doordat de afnemer kennis of expertise mist om een bepaalde taak ofeen vraagstuk te realiseren. De leverancier en afnemer zijn afhankelijk van elkaar. Daarentegen is de keuze aan 59de afnemer om de leverancier te kiezen en niet andersom.Voordeel NadeelDe leverancier is direct beschikbaar De afnemer heeft weinig invloed op de inhoud en kwaliteit van het product of de dienstDe samenwerkingsdoelen zijn vooraf besproken, en hierdoor Tussentijdse aanpassingen maken is zelden mogelijkduidelijkIndien de samenwerking niet naar wens verloopt, is er een Kennis en expertise verdwijnen wanneer de samenwerking eindigtmogelijkheid om als afnemer een andere leverancier in teschakelenFiguur 4. Voor -en nadelen uitbestedingPraktijkvoorbeeld erfgoedsectorEen voorbeeld van een uitbesteding in de erfgoedsector is het initiatief ‘VeleHanden maken licht werk’ vanstadsarchief Amsterdam en Pictura. VeleHanden is een digitaal platform waarop onder andere scans vanmilitieregisters kunnen worden ingescand door het publiek, oftewel de leveranciers. Het Stadsarchief enPictura kunnen als afnemers worden beschouwd.57 http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/detachering.html (geraadpleegd 28-04-2012)58 Zie bijlage B: interview met Nynke Coenraads en Menno Heling, If then is now59 http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/uitbesteding.html (geraadpleegd 28-04-2012) 33 Sylvana Bol - 608027
  • 35. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Door als erfgoedinstelling werk uit te besteden, kunnen er kosten worden bespaard. Het resultaat van desamenwerking is een product (de scans) en de leveranciers (het publiek) leveren een dienst, namelijk het 60digitaliseren van erfgoedcontent.2.3.3 Co-makershipEen co-makership is een samenwerkingsverband tussen twee organisaties die gezamenlijk tot een eindproductkomen. Beiden partijen zetten kennis en middelen in en werken tijdelijk met elkaar samen op basis van een vante voren opgesteld contract. De samenwerking kan ontstaan vanuit verschillende beweegredenen. Dit kan zijn,omdat een instelling niet alleen het gewenste eindproduct kan realiseren, of omdat beiden partijen kosten 61willen besparen.Voordeel NadeelBeiden partijen kunnen middelen (kennis, expertise, financiën, tijd) Beiden partijen zijn afhankelijk van elkaarmet elkaar uitwisselen en hierdoor geld uitsparenBeiden partijen kunnen door het intensieve samenwerkingsband Een samenwerking vergt veel tijd en overlegvan elkaar leren De exclusiviteit van kennis en expertise wordt door een samenwerking verminderd Er bestaat een mogelijkheid dat een van de partners bij het tot stand komen of tijdens de samenwerking wegvalt. Hierdoor kan de ontwikkeling van een product in gevaar worden gebrachtFiguur 5. Voor -en nadelen co-makershipPraktijkvoorbeeld co-makershipEen praktijkvoorbeeld van een co-makership is de samenwerking tussen Stichting DEN en Erfgoed Nederlandbij het organiseren van de netwerkbijeenkomst Digital Strategies For Heritage (DISH). Beiden instellingenwerken samen om tot een gemeenschappelijk eindproduct te komen, namelijk de netwerkconferentie. Desamenwerking ontstaat vanuit het feit dat beiden instellingen pioniers op het gebied van digitaal erfgoed zijnen samen beter in staat zijn om een gemeenschappelijk eindproduct te realiseren dan binnen de eigen 62organisatie.Een nadeel uit de praktijk die zich bij deze vorm van samenwerking kan voordoen is het wegvallen van een vande partners door bijvoorbeeld de stopzetting van subsidie. Dit is bij de samenwerking tussen ErfgoedNederland en Stichting DEN het geval. Doordat Erfgoed Nederland per 2012 geen instellingssubsidie meerkrijgt, kan zij het voortbestaan niet langer voortzetten, en is Stichting DEN genoodzaakt om vanaf die periodealleen met de bijeenkomsten van DISH verder te gaan of een andere samenwerkingspartner te zoeken. 63Mede hierdoor brengt het aangaan van een co-makership risico’s met zich mee.2.3.4 PartnershipEen partnership is een samenwerkingsverband waarbij een product of dienst wordt gerealiseerd waarvoorbeiden partijen verantwoordelijk zijn. De partijen hebben allen beslissingsrecht en zijn eigenaar van hetproduct. De samenwerking kan zowel commercieel als niet-commercieel van aard zijn en is veelal gericht ophet leveren van kwalitatief beter werk. Een partnership is tevens kostenbesparend, omdat de kosten wordengedeeld. Het gevolg van een partnership is dat de concurrentiepositie ten opzichte van andere marktpartijenverbeterd, aangezien zij samen beter in staat zijn om producten of diensten te leveren die andere organisaties 64niet alleen kunnen leveren.60 http://velehanden.nl/projecten/bekijk/details/project/militieregisters (geraadpleegd 29-05-2012)61 http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/co_makership.html (geraadpleegd 28-04-2012)62 Correspondentie met Frans Hoving, Erfgoed Nederland63 http://www.erfgoednederland.nl/ (geraadpleegd 29-05-2012)64 http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/partnership.html (geraadpleegd 28-04-2012) 34 Sylvana Bol - 608027
  • 36. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Voordeel NadeelVersterkende machtspositie t.o.v. andere marktpartijen door De partij die meer middelen investeert dan de ander, kan eengelijkwaardige investering van middelen door beiden organisaties grotere machtspositie binnen de samenwerking verkrijgenVermindering kosten doordat deze met de samenwerkende partij Het is moeilijk om een even grote bijdrage aan het eindresultaat teworden gedeeld leverenFiguur 6. Voor -en nadelen partnershipPraktijkvoorbeeld erfgoedsectorEen voorbeeld van een partnership is de samenwerking tussen de HEMA en het Rijksmuseum Amsterdam. DeHEMA liet alledaagse voorwerpen bedrukken met kunstwerken uit het museum en gaf hierdoor eencommerciële wending aan de samenwerking. De samenwerking was voornamelijk gericht op de verbeteringvan de concurrentiepositie. Het Rijksmuseum maakt namelijk reclame buiten de instelling en de HEMA gebruiktafbeeldingen van het Rijksmuseum op verkoopwaren. Een sterk retail merk bundelt dus de krachten met een 65sterk merk uit de erfgoedsector.2.3.5 Fusie of overnameBij een fusie of overname worden instellingen gefuseerd tot één onderneming en rechtspersoon. Het verschiltussen een fusie en overname is dat bij een fusie organisaties samengaan en zij in overleg de doelen van denieuwe organisatie vastleggen en de middelen in kaart brengen. Bij een overname maakt de overgenomenpartij zich volledig ondergeschikt aan de doelen van de overnemende partij.Bij beiden vormen zijn de samenwerkende partijen afhankelijk van elkaar tijdens het proces en ernaartoe. Dereden om tot een fusie over te gaan is veelal strategisch van aard. Het samengaan leidt tot kostenbesparing en 66meer kennis en middelen.Voordeel NadeelGroter publieksbereik verkrijgen De cultuurverschillen tussen de oorspronkelijke partijen kunnen voor problemen zorgen.Kennis en middelen van instellingen verbreden door samenwerking De machtsverschillen kunnen tijdens het fusie of overnameproces voor problemen zorgen.Figuur 7. Voor -en nadelen fusie of overnamePraktijkvoorbeeld erfgoedsectorEen praktijkvoorbeeld van een fusie in de erfgoedsector is het samengaan van de voormalige Rijksdienst voorOudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in 2006. Sinds 2011 is hetInstituut Collectie Nederland (ICN) door middel van haar kerntaken bij de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed(RCE) aangesloten. Zij is door middel van haar kerntaken op het gebied van collectiebeheer, kennisontwikkeling–en spreiding verbonden met de Rijksdienst. De fusering van het ICN in de RCE is een van de meest invloedrijke 67fusies binnen de RCE geweest.2.3.6 NetwerkenEen netwerk is een geheel van personen die doelgericht kennis en expertise uitwisselen over een specifiekonderwerp. Het netwerk kan bestaan uit medewerkers van diverse organisaties. De inrichting van een netwerkwordt bepaald door de doelen van het netwerk en de deelnemers die nodig zijn om het doel te bereiken. Dedoelen kunnen zijn gericht op het bevorderen van deskundigheid en het onderzoeken van 68samenwerkingsverbanden.65 http://www.rijksmuseum.nl/nieuwsenagenda/hema?lang=nl (geraadpleegd 29-05-2012)66 Marcus, J., van Dam, N. Een praktijkgerichte benadering van organisatie en management (z. pl.2004) 132-13567 http://www.europa-nu.nl/id/vipdeyawcijs/rijksdienst_voor_het_cultureel_erfgoed (geraadpleegd 29-05-2012)68 http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/netwerken.html (geraadpleegd 28-04-2012) 35 Sylvana Bol - 608027
  • 37. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Voordeel NadeelDe samenwerkende partijen kunnen direct gebruik maken van De afbakening van het onderwerp van een netwerk kan andereelkaars kennis en ervaring onderwerpen buitensluitenVia een netwerk kan men verbindingen met elkaar maken Wanneer de deelnemers tevreden zijn over een bepaalde samenwerkingsvorm, wordt er niet meer gekeken naar de verbetering of vernieuwing van het netwerkFiguur 8. Voor -en nadelen netwerkenPraktijkvoorbeeld erfgoedsectorIn sub paragrafen 1.1.4, 1.2.4 en 1.3.4 van hoofdstuk 1 zijn diverse praktijkvoorbeelden vannetwerkbijeenkomsten in de erfgoedsector gegeven.2.4 Samenwerkingsvorm selecterenIn paragraaf 2.2 is een globale omschrijving gegeven van de 3 voornaamste motieven voor samenwerking. Inparagraaf 2.3 is uiteengezet welke samenwerkingsvormen er in de erfgoedsector zijn en hoe deze in de praktijkworden gebracht. Met behulp van deze informatie en het ‘stroomschema samenwerking’ vanexpertisecentrum voor Cultuurnetwerk (zie bijlage H), kan een passende vorm van samenwerking wordengekozen. Dit schema behandelt formele samenwerkingsvormen en laat hiermee netwerken als informelesamenwerkingsvorm buiten beschouwing. 36 Sylvana Bol - 608027
  • 38. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012In de vorige paragrafen is een overzicht gegeven van redenen voor erfgoedinstellingen om eensamenwerkingsverband met een collega-erfgoedinstelling of verwante sector aan te gaan en welke argumentenen bezwaren hiervoor kunnen zijn. Daarnaast is een omschrijving gegeven van formele en informele vormen vansamenwerking, en is uitgelegd wat de voor -en nadelen hiervan zijn.Maar hoe kan een erfgoedinstelling na het bepalen van de samenwerkingsvorm haar samenwerkingsprocesuiteindelijk van idee tot concept vormgeven? Welke fases dienen hierbij te worden doorlopen en met welkefactoren dient er rekening te worden gehouden? In deze paragraaf is het Kijkglas van organisatieadviesbureauTwynstra Gudde uitgelegd, en aan de hand hiervan zijn de al bestaande erfgoedinitiatieven geanalyseerd.Kijkglas voor samenwerkingOrganisatieadviesbureau Twynstra Gudde heeft het ‘Kijkglas voor samenwerking’ ontwikkeld met als doel eenhulpmiddel te vormen voor organisaties bij het analyseren van samenwerkingsverbanden. Het Kijkglas isopgebouwd uit 3 ringen. De binnenste ring heeft betrekking op de ambities en doelstellingen vansamenwerkende partijen. Zij raken met elkaar in gesprek naar aanleiding van een project of probleemstellingen zoeken in samenwerking naar een duurzame oplossing. Hierbij worden de partijen gedreven doormaatschappelijke, organisatie en persoonlijke belangen, welke de middelste ring beslaan. Vervolgensontwikkelt de samenwerking zich in een bepaalde context. Deze context bestaat uit organisaties die met elkaaraan een proces deelnemen en hieraan waarde proberen toe te voegen en op deze manier de samenwerking 69succesvol willen maken.Het Kijkglas helpt organisaties bij het vormgeven van het samenwerkingsproces van idee tot concept, en welke 70fasen hierbij doorlopen worden en met welke factoren rekening dient te worden gehouden.Afbeelding 1. Kijkglas voor samenwerking69 Bremekamp, R., Kaats, E., Opheij, W., Vermeulen, I. Succesvol samenwerken; een kompas voor aanbevelingen en betekenisvolleinteractie (Amersfoort 2010) 370 Ibidem 37 Sylvana Bol - 608027
  • 39. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20122.5 Samenwerkingsverbanden in erfgoedsectorBinnen de erfgoedsector zijn verschillende samenwerkingsverbanden ten aanzien van het digitaliseren vanerfgoedinformatie actief. Deze samenwerkingsverbanden kunnen op sectoraal niveau in 6 categorieën wordenverdeeld, namelijk archeologie, archieven, audiovisuele archieven, bibliotheken, monumenten en musea. Decategorie monumenten is in deze paragraaf buiten beschouwing gelaten, omdat hier tijdens de uitvoering vandit onderzoek geen digitaal samenwerkingsverband van bekend was.In deze paragraaf is een definitie gegeven van de meest vernieuwende samenwerkingsverbanden op het gebiedvan het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie. Daarnaast zijn de motieven en doelstellingen voorsamenwerking behandeld. De analyse is met behulp van het Kijkglasmodel gedaan.2.5.1 ArchievenProjectomschrijvingStichting Archiefprogrammatuur (STAP) is een organisatie die zich bezighoudt met nationalesamenwerkingsprojecten binnen de erfgoedsector. Deze projecten zijn in het bezit van eentechnologiecomponent. De organisatie richt zich op het ontwikkelen, exploiteren en beheren van projecten dieeen aandeel kunnen leveren bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie voor publiek (proces).De organisatie heeft niet de intentie om winst bij haar activiteiten te maken.Momenteel is STAP (speler) met verschillende erfgoedprojecten actief. Hiervan zijn WatWasWaar en 71WieWasWie binnen de sector het meest bekend.Samenwerking en argumentenWatWasWaar is een digitaal erfgoedplatform waarop historische informatie over topografische locaties inNederland is te vinden. De aanleiding (waardevolle kans) voor dit initiatief is ontstaan vanuit een grotepublieke interesse voor historische informatie over de eigen leefomgeving. Dit blijft tevens uit SCP onderzoek.Het doel van het project is om de beschikbaarheid, het publieksbereik en de toename van erfgoedcontent voorgebruikers te vergroten (context). Het digitale platform biedt historisch materiaal, waaronder luchtfoto’s enlandkaarten met hierop verschillende plekken in Nederland. Het materiaal is afkomstig uit diverse collecties 72van nationale erfgoedinstellingen. De doelgroep van het project bestaat uit algemeen publiek en definanciering wordt mede mogelijk gemaakt door een meerjarige subsidie van het ministerie van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap en een financiële bijdrage van de 25 deelnemende erfgoedinstellingen, stichtingen, 73verenigingen en privé personen (spelers).ProjectomschrijvingEen tweede initiatief van projectbureau STAP is het digitaal erfgoedproject WieWasWie. Dit project wordtmomenteel ontwikkeld in samenwerking met Nederlandse erfgoedinstellingen (spelers). WieWasWie wil eendigitaal platform ontwikkelen waarop historische bronnen doorzoekbaar zijn. De content op de website kan 74door gebruikers worden aangevuld en met anderen worden gedeeld. WieWasWie is gericht op het realiserenvan een duurzame strategie om het publieksbereik te vergroten en de kwaliteit van dienstverlening teverhogen. De aanleiding van het project is ontstaan vanuit de toenemende populariteit van al bestaandegenealogische websites (waardevolle kans). Het project speelt in op de toenemende interesse vanuitgebruikers naar geschiedenis en identiteitsbepaling (beoogde vorm).Samenwerking en argumentenNaar aanleiding van de capaciteitsproblemen (duurzame oplossing) op de genealogiewebsites GENLIAS enDigitale stamboom (spelers), besloten beiden partijen tot een samenwerkingsverband en hierbij partijen uit deerfgoedsector (spelers) te betrekken. Hierdoor ontstond een samenwerkingsverband tussen verschillendearchieven (spelers), in de vorm van een gemeenschappelijke website. 7571 http://stapblog.nl/( geraadpleegd 18-03-2012)72 http://stapblog.nl/projecten/ (geraadpleegd 18-03-2012)73 http://stapblog.nl/participanten-watwaswaar/ (geraadpleegd 18-03-2012)74 http://stapblog.nl/ (geraadpleegd 18-03-2012)75 http://wieiswiewaswie.wordpress.com/waarom/ (geraadpleegd 20-05-2012) 38 Sylvana Bol - 608027
  • 40. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012WieWasWie wil een gratis digitaal platform met genealogische informatie ontwikkelen en content uit archievenvan ruim 20 erfgoedinstellingen (spelers) aanbieden. De deelnemende instellingen zorgen voor eeninhoudelijke sturing door middel van een stuurgroep en een actieve beleidsvorming door middel van driethematische werkgroepen. De gebruikers van het platform worden betrokken met behulp vangebruikersonderzoeken, tests en twee bèta fases van de website (proces). Daarnaast wordt er eensamenwerking met vrijwilligers ontwikkeld (proces). De vrijwilligers leveren een bijdrage door informatie op 76het web platform toegankelijk te maken.Belangen en doelstellingenDoor een samenwerkingsverband met elkaar aan te gaan, willen deelnemende erfgoedinstellingen detoegankelijkheid, uitwisselbaarheid en het gebruik van genealogische informatie stimuleren en verbreden(beoogde vorm). De realisering voor beiden projecten wordt mede mogelijk gemaakt door een meerjarigeprojectsubsidie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarnaast leveren de deelnemende 77instellingen zelf een financiële bijdrage aan het project. De investeringssubsidie wordt voor vijf jaar verstrekten werd op voorwaarde gegeven dat er een business model door de initiatiefnemers zou worden ontwikkeld.De instellingen die aan WieWasWie meewerken brengen tezamen 50% van de projectkosten op. Behalve meteen financiële bijdrage steunen zij het project ook in natura (onder meer door deel te nemen aan destuurgroep en werkgroepen), in tijd, producten en door te investeren in de digitalisering van hun eigencollectie. Het resterende deel van de projectkosten wordt gedekt door een projectsubsidie vanuit PRIMA. Dezesubsidieregeling is verstrekt namens het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Om de toekomstvan WieWasWie.nl ook na het wegvallen van de subsidie zeker te stellen is een business model ontwikkeld(duurzame oplossing). Dit business model heeft geen winstoogmerk maar is gericht op het beheer en de 78doorontwikkeling van de website en de collecties die via de website te raadplegen zijn.Daarnaast wordt WieWasWie aan het einde van de subsidieregeling in stand gehouden door de inkomsten uitpublieksabonnementen en advertenties. Dit wordt gedaan door bezoekers globale, gratis informatie aan te 79bieden, maar hen voor extra activiteiten te laten betalen.2.5.2 Audiovisuele archievenProjectomschrijvingEuropeana (speler) is een digitale erfgoedbibliotheek en portaalwebsite voor cultureel erfgoed. Insamenwerking met diverse archieven, bibliotheken en musea wordt er via de website erfgoedmateriaalaangeboden die uiteenloopt van oude tot moderne kunst en van media -tot schilderkunst. Vanwege het e egebrek aan materiaal uit de 20 en 21 eeuw, besloot Europeana een project op te starten (waardevolle kans).In samenwerking met 25 partners (spelers) uit 10 Europese lidstaten en de landen Kroatië en IJsland, is hetproject ‘Digitalisering van Eigentijdse Kunst’ (Digitalizing Contemporary Art) gelanceerd (collectief belang). Doelvan dit project is om de aanwezigheid van eigentijdse kunst in het Europeana portaal te realiseren. In 30maanden tijd gaan 21 musea en erfgoedinstellingen 27.000 moderne en hedendaagse kunstobjecten, en 2000contextuele voorwerpen digitaal ontsluiten, waardoor deze beschikbaar worden via de portaalwebsite vanEuropeana. 80Samenwerking en argumentenHet Digitalizing Contemporary Art (DCA) project is ontstaan vanuit de vraag van de Europese Commissie naareen gecoördineerde en vereenvoudigde toegang tot gedigitaliseerde Europese kunstwerken die eenvertegenwoordiging van de Europese cultuur vormen (context). Europeana stelt via haar platform het publiekin staat om het digitaal erfgoed uit Europese verzamelingen in een overkoepelende erfgoedportaal te bekijkenen te beleven. Sinds de lancering in november 2008 bevat de portaalwebsite 14,6 miljoen items en hogebezoekersaantallen. De hoge aantallen verwijzen naar de wereldwijde belangstelling van gebruikers voor(gedigitaliseerd) Europees cultureel erfgoed.76 http://wieiswiewaswie.wordpress.com/wie/ (geraadpleegd 18-03-2012)77 http://stapblog.nl/projecten/ (geraadpleegd 18-03-2012)78 http://wiewaswie.wordpress.com/organisatie/ (geraadpleegd 18-03-2012)79 http://wieiswiewaswie.wordpress.com/hoe/ (geraadpleegd 20-05-2012)80 http://nimk.nl/nl/archief/digitising-contemporary-art-for-europeana (geraadpleegd 20-05-2012) 39 Sylvana Bol - 608027
  • 41. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Voor een digitale erfgoedbibliotheek als Europeana die zich richt op een grootschalig scala van de Europesecultuur, is het een noodzaak om eigentijdse kunst bij het project te betrekken (organisatorische belangen).Door een samenwerkingsverband met andere erfgoedinstellingen aan te gaan, kan het DCA project eenbelangrijke bijdrage leveren aan het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie. Het project wordtgecoördineerd door stichting PACKED (speler), een in Brussel gevestigde organisatie die sinds de oprichting in2005 is uitgegroeid van een platform voor archiveren en bewaren van audiovisuele kunst, tot eenexpertisecentrum voor digitaal cultureel erfgoed. De organisatie wordt financieel gesteund door het Ministerievan de Vlaamse Gemeenschap van België. 81Belangen en doelstellingenHet DCA project is vanuit verschillende belangen en doelstellingen ontwikkeld. De eerste doelstelling van het e eproject is om het gebrek aan kunst uit de 20 en 21 eeuw in het Europeana platform op te vullen. Daarnaastwil men door middel van een Europees overkoepelende erfgoed-portaalwebsite, gebruikers kennis latenmaken met het Europese erfgoed en de belangstelling van een groot publiek in kunst stimuleren. Dankzij definanciering van de Europese commissie en de medewerking van 25 erfgoedpartners is het initiatief in staat omhoogwaardige digitale materiaal te vervaardigen en te behouden, en online toegang tot deze gegevens teverstrekken. Om toekomstige en soortgelijke gedigitaliseerde projecten te kunnen ondersteunen, zal het DCAproject ook richtlijnen en documentatie publiceren over het goed publiceren en digitaliseren van eigentijdsekunst. Het project zal Europeana voorzien van digitale mini schetsen van items en links naar reproducties. Dedeelnemende organisaties kunnen dit digitale materiaal dan ook via hun eigen websites voor publiektoegankelijk maken. Dit zal de algemene toegang tot het delen van hedendaagse kunstcollecties vanpartnerinstellingen vergemakkelijken en de gebruikservaring bevorderen en verbeteren.822.5.3 MuseaProjectomschrijvingHet Regionaal Bureau Voor Toerisme Arnhem Nijmegen (speler) is in 2010 van start gegaan met het HistorischBelevenis Netwerk Arnhem-Nijmegen. Binnen dit project spelen de websites www.spannendegeschiedenis.nlen de mobiele website www.spgs.nl een centrale rol. Via de website zijn 87 door historici geselecteerdeplaatsen rondom Arnhem en Nijmegen geselecteerd, die een belangrijke rol in de Nederlandse geschiedenishebben gespeeld. De plaatsen kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën, namelijk Romeinen enBataven, de Middeleeuwen en de Tweede Wereldoorlog. Het Historisch Belevenis Netwerk is eensamenwerking tussen Regionaal Bureau voor Toerisme Arnhem-Nijmegen, Provincie Gelderland, Ministerie vanOCW, diverse gemeenten, Geldersch landschap en Gelderse kastelen, VSB fonds, Prins Bernard Cultuurfonds enhet Nationaal Comité 4 en 5 mei (spelers). Het samenwerkingsconcept is zodanig succesvol gebleken, dat men 83heeft besloten om in 2012 en 2013 het project uit te breiden (waardevolle kans).Samenwerking en argumentenDe samenwerking is ontstaan vanuit de vraag van de provincie Gelderland om de rijke geschiedenis vanGelderland breder en bekender te maken (context). De samenwerking heeft geresulteerd in het project ‘Beleefde Spannende Geschiedenis van Gelderland’. Door de samenwerking ontstaat er een verbinding tussen hetdigitale platform mijngelderland.nl van Gelders Erfgoed met het toeristische ‘Historisch Belevenis Netwerk’. Viade website van www.spannendegeschiedenis.nl kunnen arrangementen, evenementen, routes en eenrouteplanner worden bekeken en op de bijbehorende websites worden geraadpleegd. Hierdoor kan het doelvan het initiatief, namelijk een spannende, toeristische beleving van de geschiedenis van Gelderland voor eenbreed publiek creëren, worden gerealiseerd. De doelgroepen van dit project zijn inhoudelijk geïnteresseerden,toeristen, recreanten en lokale inwoners. De oplevering van het project gebeurd in fases (proces). In 2013 84wordt het project afgerond. Momenteel zijn op de website enkel de basiselementen te raadplegen.81 http://nimk.nl/nl/archief/digitising-contemporary-art-for-europeana (geraadpleegd 04-04-2012)82 http://nimk.nl/nl/archief/digitising-contemporary-art-for-europeana (geraadpleegd 03-04-2012)83 http://www.rbtkan.nl/projecten/historisch-belevenis-netwerk (geraadpleegd 03-04-2012)84 http://www.gelderland.nl/eCache/DEF/18/170.html (geraadpleegd 03-04-2012) 40 Sylvana Bol - 608027
  • 42. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012ProjectomschrijvingEen ander project waaraan diverse musea en erfgoedinstellingen meewerken, is ‘Beleef mijn Gelderland’. Ditproject is door het consulentschap voor erfgoed, musea en geschiedoefening in de provincie Gelderland, 85oftewel Gelders erfgoed bedacht en wordt met ruim 25 erfgoedinstellingen ontwikkeld (spelers).Het project heeft als doel om erfgoedorganisaties te helpen bij de verkenning van nieuwe toepassingen vooreen actieve beleving van cultureel erfgoed binnen en buiten de muren van de organisatie. In twee jaar tijd wilmen de huidige website mijngelderland.nl verder ontwikkelen en voorzien van de nieuwste technologischeapplicaties en historisch kaartmateriaal. Daarnaast wil men in samenwerking met de andere instellingen eenlokaal verhaal ontwikkelen, waarvoor musea informatie over interessante plaatsen, oftewel ‘points of interests’aanleveren. Over deze plaatsen worden 3D-foto’s en een panoramafilm gemaakt. Ook worden er insamenwerking met deelnemende musea historische reconstructies van landschappen en kastelen gemaakt enwordt er een erfgoedspel ontwikkeld dat via mobiele apparaten op de website kan worden gespeeld (beoogde 86vorm).Samenwerking en argumentenGelders Erfgoed werkt in samenwerking met 29 Gelderse musea (spelers), verenigd in de Collectie Gelderland,aan het Beleef mijn Gelderland project. De deelnemende instellingen produceren per organisatie 20 tot 50interessante historische plaatsen uit de omgeving en leveren hierover informatie aan (proces). Door de omvangvan het samenwerkingsverband is het mogelijk om een samenhangend verhaal over verschillende objecten tevertellen. Hierdoor kunnen verbanden worden gelegd tussen voorwerpen en verhalen die in cultureleerfgoedinstellingen zijn te bezichtigen en de omgeving buiten de instelling waar de verhalen zich daadwerkelijkhebben afgespeeld (waardevolle kans). Beleef mijn Gelderland is ontstaan vanuit het cultuurbeleid van deprovincie Gelderland. De provincie heeft als doel om een platform te ontwikkelen waarop informatie over deregio kan worden geraadpleegd. Daarnaast wil men inspelen op het aspect beleving, en het draagvlakvergroten door de huidige website uit te bouwen en te vernieuwen. Hiermee kan de interesse voor cultureelerfgoed voor bewoners en bezoekers worden verbeterd en versterkt. Aan dit project werken 14 deelnemendemusea uit de Collectie Gelderland mee, en na afronding van het project 1000 erfgoedinstellingen, waaronderde Provincie Gelderland, het Gelders Overijssels Bureau voor Toerisme en het Regionaal Bureau voor Toerisme 87Arnhem Nijmegen en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.Belangen en doelstellingenDe belangen van de partijen zijn om in brede context het historische materiaal van het Gelders erfgoed teontsluiten (organisatiebelangen). Door het project de komende jaren uit te bouwen, hoopt men 250.000 extrabezoekers en 1,65 miljoen euro aan extra bestedingen via bezoekers en gebruikers van het Historisch netwerk 88en de website te verkrijgen.Het samenwerkingsverband heeft als doelstelling om een actieve inbreng van de gebruikers te genereren eneen actieve community te creëren tussen de museale instelling (de kenners) en de gebruikers en verzamelaarsvan de museale voorwerpen. Beleef mijn Gelderland wil erfgoedorganisaties ondersteunen bij het verkennenvan nieuwe toepassingen voor een actieve beleving van erfgoed, die toepasbaar binnen educatie encultuurtoerisme is (organisatiebelangen). De kennis en ervaring van nieuwe media en ontwikkelde productenkunnen inzetbaar zijn binnen de erfgoedinstellingen. Daarom worden de toepassingen zodanig ontwikkeld datinstellingen ook in een later stadium bij het project kunnen aanhaken.85 http://www.gelderserfgoed.nl/ (geraadpleegd 03-04-2012)86 http://www.gelderserfgoed.nl/projecten.php (geraadpleegd 03-04-2012)87 http://www.gelderserfgoed.nl/projecten.php (geraadpleegd 03-04-2012)88 http://www.rbtkan.nl/projecten/historisch-belevenis-netwerk (geraadpleegd 03-04-2012) 41 Sylvana Bol - 608027
  • 43. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20122.5.4 BibliothekenProjectomschrijvingDe Koninklijke bibliotheek (KB) (speler) is in 2010 een samenwerkingsverband met Google (speler) aangegaanmet als doel het digitaal toegankelijk maken van 160.000 boeken uit de collectie van de bibliotheek. De boekenzijn via Google Books, een initiatief van Google, voor publiek gratis digitaal toegankelijk en worden door Google e egedigitaliseerd. De collectie bevat historische, juridische en maatschappelijke literatuur uit de 18 en 19 eeuwwaar geen auteursrecht op rust en van belang zijn voor onderzoek door wetenschappers, onderzoekers enstudenten (beoogde vorm).Samenwerking en argumentenHet samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Bibliotheek (KB) en Google vormt onderdeel van eenstrategie van de KB om deze doelstelling te realiseren en dient als aanvulling op de huidigedigitaliseringsactiviteiten(organisatiebelang). Een belangrijk argument voor de bibliotheek was dat men in hetbezit is van een collectie die binnen de eigen organisatie moeilijk kan worden gedigitaliseerd en het vermogen 89van Google om dit te kunnen bewerkstelligen (proces). Vanuit het perspectief van Google valt dit teonderbouwen doordat Google literatuur toegankelijk wil maken maar geen eigen collectie heeft. Door degemeenschappelijke belangen samen te brengen, kon een gezamenlijk doel worden gerealiseerd, namelijk hetduurzaam en in brede context digitaliseren van (erfgoed)content (context). Kort samengevat kunnen demotieven voor samenwerking volgens Bas Savenije (2010), algemeen directeur van de KB, als volgt wordenonderbouwd: De samenwerking met Google geeft ons de unieke kans om het digitaliseringsproces te versnellen, de vindbaarheid van onze collectie te vergroten en te zorgen voor optimale toegang tot, en gebruik van een unieke 90 verzameling van wetenschappelijke, juridische en maatschappelijke werken uit de 18e en 19e eeuw.Belangen en doelstellingenDe doelstelling van het samenwerkingsverband is om literatuuronderzoekers de mogelijkheid te bieden omcontent digitaal doorzoekbaar te maken. Daarnaast richt het samenwerkingsverband zich op personen diefamilieonderzoek willen verrichten, en studenten die op zoek zijn naar onderzoeksbronnen en op deze maniermateriaal gratis digitaal kunnen raadplegen. Een andere doelstelling van de samenwerking was om het voorgebruikers inzichtelijk te maken om bronnen op woordniveau doorzoekbaar te maken. In samenwerking metGoogle Books kon dit worden gerealiseerd. De samenwerking met Google is onderdeel van eendigitaliseringsproject waarin alle Nederlandse boeken, kranten en tijdschriften vanaf 1470 digitaal kunnenworden ontsloten. De Koninklijke bibliotheek heeft twee belangrijke doelen bij haar samenwerking: het voor inde eeuwigheid bewaren van boeken en zoveel mogelijk content digitaal beschikbaar stellen. Zonder een 91samenwerkingsverband had men dit binnen de eigen organisatie moeilijk kunnen realiseren.2.5.5 ArcheologieProjectomschrijvingConnecting Archaeology and Architecture (CARARE) is een Europees digitaal infrastructuur project ommateriaal uit archieven, musea en andere erfgoedinstellingen beter toegankelijk te maken via de websiteEuropeana. Doordat men binnen Europeana een gebrek aan content uit monumenten, architectuur enarcheologie heeft, wordt dit via het CARARE project aangevuld. In samenwerking met 29 instellingen enorganisaties worden objecten uit bovengenoemde categorieën digitaal toegankelijk gemaakt. De bedoeling vanhet project is dat nationale databanken en archieven met digitaal materiaal worden verbonden aan Europeanaen zij via het Europeana portaal content toegankelijk maken.89 Correspondentie met de Koninklijke Bibliotheek90 http://www.kb.nl/nieuws/2010/google.html (geraadpleegd 03-04-2012)91 Ibidem 42 Sylvana Bol - 608027
  • 44. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Op het gebied van samenwerking is Data Archiving and Networked Services (DANS) ten aanzien van hetCARARE project een belangrijke partner van Europeana. DANS, een instituut van KNAW en NWO, bevordert deduurzame toegang tot digitale onderzoeksgegevens. Hiertoe stimuleert DANS dat wetenschappelijkeonderzoekers gegevens duurzaam archiveren en hergebruiken, bijvoorbeeld via het online archiveringssysteemEASY. Tevens biedt DANS met Narcis.nl toegang tot duizenden wetenschappelijke datasets, e-publicaties enandere onderzoeksinformatie in Nederland. Gedreven door data zorgt DANS er met zijn dienstverlening endeelname in (inter)nationale projecten en netwerken voor dat de toegang tot digitale onderzoeksgegevensverder verbetert. Eén van de projecten waar DANS actief in is, is het CARARE project. Met het CARARE projectwil DANS archeologische publicaties en data voor een breed publiek toegankelijk maken en werkt hierbij samenmet Europeana.Samenwerking en argumentenCARARE wordt in samenwerking met Europese erfgoedinstellingen gerealiseerd en heeft als doel om 2 miljoenobjecten op het gebied van archeologie, architectuur en monumenten te ontsluiten. Naast data-archieven zijndiverse culturele instellingen en archeologische musea bij het initiatief betrokken. Zij maken het mogelijk dat 92content voor commercieel, toeristisch of wetenschappelijk gebruik kan worden geraadpleegd.Omdat opgravingsgegevens 10 jaar geleden nauwelijks werden gearchiveerd en gedigitaliseerd, hebbenarcheologen in samenwerking met DANS hier verandering in aangebracht. Dit werd onder de slogan ‘De digitalearcheologie heeft een digitaal geheugen nodig’ gedaan.De samenwerking vanuit DANS is ontstaan vanuit het feit dat men binnen de sector behoefte heeft aan(digitale) plaatsen waar archeologische beschrijvingen kunnen worden geraadpleegd. Door gegevens teverzamelen en via het Europeana portaal te verspreiden, kunnen bijvoorbeeld wetenschappers en docenten 93maar ook studenten en andere geïnteresseerden gebruik maken van deze gegevens.Belangen en doelstellingenDe doelstelling van de samenwerking voor Europeana is om archeologische content digitaal te ontsluiten envoor DANS is het een mogelijkheid om op een duurzame manier content voor een breder publiek toegankelijk 94te maken. De samenwerking maakt dit voor beide partijen mogelijk.2.6 Erfgoedinitiatieven nader verklaardIn paragraaf 2.5 is een omschrijving gegeven van de samenwerkingsverbanden op digitaal gebied tussenerfgoedorganisaties, ingedeeld op sectoraal niveau. De projecten zijn op basis van hun organisatie, argumentenvoor samenwerking en belangen en doelstellingen ten aanzien hiervan omschreven. Door een beeld te schetsenvan de verschillende samenwerkingsverbanden, dient een overzicht te worden gegeven van de verschillendemanieren van samenwerking binnen de erfgoedsector.Ter aansluiting op paragraaf 2.5 staan in deze paragraaf de (potentiële) samenwerkingsverbanden van If then isnow, Stichting Kennisland en Stichting DEN centraal. Aangezien de initiatieven in grootte, deelnemers ensamenwerkingspartners verschillen, is ervoor gekozen om de initiatieven allen op een andere manier teonderzoeken. If then is now is op basis van interviews en een enquête onder de deelnemers van debijeenkomsten onderzocht, Kennisland door middel van een interview en haar digitale communicatieplatformen Digitaal Erfgoed Nederland met behulp van correspondentie en publicaties en onderzoeksresultaten rondomnetwerken, samenwerking en digitalisatie.2.6.1 If then is nowOnderzoeksmethode92 http://www.edna.nl/carare.html (geraadpleegd 22-05-2012)93 Data Archiving Networked Services, DANS op zoek naar archeologische publicaties en data (Den Haag 2012) 2-494 Zie bijlage D: interview Hella Hollander, coördinator e-depot Nederlandse Archeologie 43 Sylvana Bol - 608027
  • 45. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Het netwerk van If then is now is op basis van interviews met de organisatoren van de Locatie+Belevingnetwerkbijeenkomsten en een enquête onder de deelnemers onderzocht. De bijeenkomst is door 50 deelnemersbezocht en op de enquête hebben 12 deelnemers gereageerd. De enquête is in de bijlagen F en G opgenomen engepubliceerd via de website www.thesistools.nl. De enquête heeft 1 maand online gestaan (van 1 maart tot 1april). 44 Sylvana Bol - 608027
  • 46. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Daarnaast is voor dit onderzoek gebruik gemaakt van website informatie over achtergronden en theorieën vanIf then is now en is er door deelname aan de Locatie+Beleving bijeenkomsten informatie verkregen over hoemen over netwerkbijeenkomsten denkt en welke motieven zij voor een deelname hebben. Tot slot is gebruikgemaakt van literatuur over netwerken, samenwerking en digitalisatie op het gebied van erfgoed.Waarom netwerkenDe afgelopen jaren hebben verschillende erfgoedinstellingen onderzocht op welke manier men binnen deorganisatie aan netwerkvorming doet. Veelal speelt het begrip samenwerking hierbij een belangrijke rol.Samenwerking heeft als doel om informatie te verzamelen en expertise te delen en vormt binnen een 95netwerkbijeenkomst een belangrijk instrument om een netwerk te verbreden.OrganisatorenSamenwerking speelt binnen de Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsten een belangrijke rol en vormt één vande uitgangspunten van het netwerk. Het idee voor een netwerk is ontstaan vanuit de vraag van If then is nownaar feedback op haar nog te ontwikkelen erfgoedplatform voor cultuurtoeristen. Door het organiseren vannetwerkbijeenkomsten wil men de erfgoedsector kennis laten maken met haar erfgoedproject en op dezemanier naamsbekendheid genereren. Via deelnemers hoopt If then is now kennis omtrent gemeenschappelijkevraagstukken rondom het digitaliseren van erfgoedinformatie helder te krijgen en op de bijeenkomsten metdeelnemers te bespreken op welke manier zij met het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie 96omgaan.DeelnemersDe Locatie+Beleving bijeenkomsten hebben als doel om kennis en naamsbekendheid te realiseren en feedbackop het digitale erfgoedproject van If then is now te verkrijgen. Omdat netwerkbijeenkomsten gebaseerd zijn ophet uitwisselen van informatie, dient een bijeenkomst ook door deelnemers als waardevol te kunnen wordenbeschouwd. Uit een enquêteonderzoek onder deelnemers van de Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsten, isgebleken dat participanten verschillende motieven hebben om deel te nemen aan een bijeenkomst van If thenis now 58,33% bezoekt netwerkbijeenkomsten om kennis voor zijn of haar vakgebied te vergaren, 33,33%vanwege een interessant thema en 8,33% omdat de instelling waarvoor men werkzaam is, dit graag wil. Doorhet bezoeken van netwerkbijeenkomsten hopen deelnemers van de Locatie+Beleving bijeenkomstenwaardevolle informatie rondom een themaonderwerp te verkrijgen, contacten op te bouwen en 97gemeenschappelijke vraagstukken rondom erfgoed digitalisatie met elkaar te delen.SamenwerkingHet Locatie+Beleving netwerk is een samenwerkingsverband tussen If then is now en Erfgoed 2.0De samenwerking is ontstaan vanuit de behoefte van If then is now om vijf netwerkbijeenkomsten teorganiseren, met als doel kennis en naamsbekendheid voor het potentiële digitale erfgoedplatform verkrijgen.Daarnaast wil If then is now via de bijeenkomsten feedback op haar format verwerven en de input van 98deelnemers gebruiken om een helder en bruikbaar platform voor cultuurtoeristen te ontwikkelen.Erfgoed 2.0 is als kennisnetwerk voor professionals in de erfgoedsector, media en creatieve industrie in staat 99om Locatie+Beleving deelnemers te voorzien van verdiepende informatie over themaonderwerpen. Desamenwerking is enerzijds gericht op de erfgoedsector kennis laten maken met het project van If then is now,en anderzijds de deelnemers van informatie over de behandelde thema’s voorzien en gezamenlijk helder tekrijgen welke problemen er rondom deze thema’s binnen de eigen instellingen leven en op welke manier men 100dit binnen de organisatie probeert op te lossen.95 Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed Prisma publicatie (Brussel 2011) 496 Zie bijlage B:interview met Nynke Coenraads en Menno Heling, If then is now97 Enquête onder deelnemers Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsten (geraadpleegd 01-03-2012)98 Zie bijlage B: interview met Nynke Coenraads en Menno Heling, If then is now99 http://erfgoed20.wordpress.com/about-2/ (geraadpleegd 14-04-2012)100 Zie bijlage C: interview met Theo Meereboer, Oprichter Erfgoed 2.0 45 Sylvana Bol - 608027
  • 47. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012ThemaonderwerpenDe Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsten zijn opgebouwd uit vijf thema’s. Dit zijn Erfgoed en Toerisme, 101Locatieve Media, Verdienmodellen, Sociale Media en Vrijwilligers.Erfgoed en ToerismeDe onderwerpen erfgoed en toerisme spelen een belangrijke rol voor If then is now. Omdat deze onderwerpenvan toepassing op het te ontwikkelen erfgoedplatform zijn, is ervoor gekozen om deze onderwerpen in een vande bijeenkomsten te belichten. Tijdens de bijeenkomst werd besproken op welke manier de initiatiefnemersvan If then is now het beste een koppeling tussen erfgoed en toerisme konden maken, waardoor de content ophun potentiële platform optimaal kan worden geconsumeerd. Daarnaast werd met deelnemers besproken ofzij momenteel met een project op dit gebied bezig waren en zijn er tips uitgewisseld met betrekking tot hetkoppelen van erfgoed en toerisme ten aanzien van een digitaal erfgoedproject.VerdienmodellenVerdienmodellen spelen bij alle erfgoedinitiatieven op het gebied van netwerkbijeenkomsten een belangrijkerol. De bezuinigingen sporen organisaties aan om eigen geld te verdienen en veel instellingen weten niet goedop welke manier zij hiermee om moeten gaan. Op de netwerkbijeenkomsten van If then is now werd ditonderwerp besproken en werd met deelnemers uitgewisseld op welke manier er eigen geld kan wordenverdiend. Ook werden de verdienmodellen die uit andere netwerkbijeenkomsten naar voren zijn gekomenbehandeld, zoals het Business Model Innovatie, waarover in hoofdstuk vier meer wordt verteld.Sociale MediaNieuwe (sociale) media spelen momenteel een belangrijke rol bij het uitwisselen van informatie. Ookerfgoedinstellingen kunnen hier gebruik van maken. Binnen de netwerkbijeenkomsten werd besproken opwelke manier men binnen de eigen organisatie omgaat met sociale media en op welke manier de mediaworden ingezet om informatie met elkaar en het erfgoedpubliek te delen. Daarnaast werden door deorganisatie van de bijeenkomsten informatie en tips gegeven met betrekking tot het gebruik van sociale mediabinnen de eigen organisatie.VrijwilligersVrijwilligers spelen een belangrijke rol bij het toegankelijk maken van erfgoedinformatie.Tijdens de bijeenkomsten heeft men informatie uitgewisseld over op welke manier men vrijwilligers binneneigen projecten inzet en werd er informatie uitgewisseld aan deelnemers over op welke manier zij dit het bestekunnen doen.Uit enquêteonderzoek onder de deelnemers van If then is now is gebleken dat men de meeste interesse heeftin Verdienmodellen (41,67%), Vrijwilligers (41,67%) en Erfgoed en Toerisme (8,33%) en het minst interesse 102heeft in Contextualisering (0%).De onderwerpen spelen in op de behoeften van de deelnemers. Uit onderzoek van FARO (2011) naar dedeelname van erfgoedprofessionals aan netwerkbijeenkomsten is gebleken dat de motivatie voor deelnameaan netwerkbijeenkomsten niet alleen betrekking heeft op het onderwerp, maar ook of deelname eenmeerwaarde biedt aan de bijeenkomst. Men bezoekt een netwerkbijeenkomst wanneer er een meerwaardewordt geboden waarin hij of zij zich kan herkennen. Het netwerk dient aan te sluiten bij de kerndoelen vanerfgoedinstellingen en in het bevredigen van behoeften. Door in te spelen op actuele thema’s en kennis metdeelnemers te delen kunnen door If then is now en Erfgoed 2.0 aan zowel de eigen doelstellingen, als aan de 103doelstellingen van de deelnemers kunnen worden voldaan.101 Heling, M. Community plan If then is now (Amsterdam 2011) 2-16102 Enquête onder deelnemers Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsten (geraadpleegd 01-03-2012)103 Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed Prisma publicatie (Brussel 2011) 4 46 Sylvana Bol - 608027
  • 48. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Doel netwerkenDe doelstelling van de netwerkbijeenkomsten is om kennis te creëren en te verspreiden. Enerzijds wordt kennisgecreëerd door deelnemers feedback op het digitale platform van If then is now te laten geven en anderzijdsdoor kennis en expertise met elkaar rondom digitaal erfgoed te delen. Dit wordt gedaan doorgemeenschappelijke knelpunten ten aanzien van erfgoed digitalisatie met elkaar te bespreken en van elkaarhelder te krijgen hoe men hier binnen de eigen organisatie mee omgaat.Naast kennis creëren heeft het netwerk als doel om kennis te verspreiden. Dit wordt gedaan door aan de handvan themaonderwerpen elkaars projecten te bespreken en gemeenschappelijke successen en complicatieshelder te krijgen. De resultaten hiervan kunnen dienen als inspiratiebron voor het eigen project. Ook wordtkennis verspreid door Erfgoed 2.0 en If then is now informatie te laten geven over de themaonderwerpen en 104deelnemers tips mee te geven, zodat de deelnemers van kennis kunnen worden voorzien.Potentiële samenwerkingspartnersUit een interview met de organisatoren van Locatie+Beleving is gebleken dat er geen behoefte is aansamenwerkingspartners op het gebied van de netwerkbijeenkomsten. De organisatie wil het netwerkkleinschalig houden, en heeft enkel de ambitie om met deelnemers uit de erfgoedsector samen te werken.Voor het digitale erfgoedproject van If then is now is wel behoefte aan samenwerking. Voor het digitaleerfgoedplatform wil If then is now een samenwerking met het publiek, collega-erfgoedinstellingen en verwantesectoren aangaan. If then is now wil door middel van samenwerking met het publiek realiseren dat zijerfgoedcontent via het platform gaat ontsluiten. De collega-instellingen zijn om nodig materiaal uit de eigeninstelling toegankelijk te maken en door te verwijzen naar de eigen website. Tot slot is eensamenwerkingsverband met verwante sectoren noodzakelijk, in dit geval het toerisme, omdat de website voorcultuurtoeristen wordt ontwikkeld en de toerismesector via eigen reiswebsites informatie over reizen in de 105buurt van een erfgoedlocatie kunnen aanbieden.2.6.2 Digitaal Erfgoed NederlandOnderzoeksmethodeHet netwerk van Digitaal Erfgoed Nederland, namelijk Digital Strategies For Heritage (DISH) is op basis vancorrespondentie met de organisatoren en deelnemers onderzocht. De bijeenkomsten van DISH uit 2011 zijn alsuitgangspunt voor deze scriptie genomen, omdat zij het meest actueel is. Daarnaast is voor dit onderzoekgebruik gemaakt van website informatie over achtergronden en theorieën van Stichting DEN en ErfgoedNederland en is er via publicaties van beiden instellingen informatie verkregen over hoe men overnetwerkbijeenkomsten denkt en welke motieven zij voor een deelname hebben. Tot slot is gebruik gemaakt vanliteratuur over netwerken, samenwerking en digitalisatie op het gebied van erfgoed.Waarom netwerkenOrganisatorenDISH is een internationale, tweejaarlijkse erfgoedconferentie over vernieuwingen binnen de culturele sector.De conferentie is ontstaan vanuit de informatiebehoefte van erfgoedprofessionals naar innovaties binnen hetcultureel erfgoedveld. De bijeenkomsten gaan in op de vernieuwing van digitaal erfgoed en strategieën dieerfgoedinstellingen hierop kunnen toepassen. Erfgoedinstellingen worden steeds meer gedwongen om keuzesten aanzien van digitaal erfgoed rondom hun activiteiten en diensten te maken. Via de conferentie willen DENen Erfgoed Nederland erfgoedprofessionals en vernieuwers binnen de cultuursector kennis met elkaar latendelen, gastsprekers van vernieuwende erfgoedprojecten aan het woord laten en diverse workshopsorganiseren. Hiermee draagt de organisatie bij aan de eigen doelstellingen door op (inter)nationaal gebied als 106vraagbaken voor digitaal erfgoed binnen de erfgoedsector te functioneren.104 www.plaatsenvanbetekenis.nl/doelstellingen (geraadpleegd 20-05-2012)105 Zie bijlage B: interview met Nynke Coenraads en Menno Heling, If then is now106 http://www.dish2011.nl/ (geraadpleegd 01-03-2012) 47 Sylvana Bol - 608027
  • 49. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012DeelnemersDe organisatie speelt in op de wensen en behoeften van deelnemers, door diverse lezingen, workshops,debatten, discussies en netwerkactiviteiten te organiseren. De deelnemers nemen deel aan de conferentie uittwee overwegingen, namelijk kennis vergaren en netwerken. Aangezien DISH een verscheidenheid aan digitaleerfgoedinformatie biedt, vormt een bezoek voor deelnemers een goede aangelegenheid om kennis op te doenen door middel van lezingen en workshops meer over een onderwerp te weten te komen.Naast kennis opdoen, vormt de conferentie voor de gebruiker de ideale plek om te netwerken met collega’s uit 107andere erfgoedinstellingen.SamenwerkingDISH is een samenwerkingsverband van Digitaal Erfgoed Nederland en Erfgoed Nederland. De samenwerking isontstaan vanuit de expertise van beiden organisaties op het gebied van digitaal erfgoed. Daarnaast worden zijgezien als de belangrijkste kenniscentra ten aanzien van digitaal erfgoed en bezitten zij de middelen om een 108conferentie te organiseren.ThemaonderwerpenDe conferentie van Digital Strategies For Heritage bestaat uit vier thema’s. Dit zijn Business for Heritage,Crowdsourcing and Co-creation, Institutional Change en Building a new public space. De motivatie voor deze 109thema’s komt voort uit de behoefte vanuit de erfgoedsector naar informatie over deze vier onderwerpen.Business for HeritageVanwege de stimulatie voor cultureel ondernemerschap door de overheid, is het voor de erfgoedsector vanbelang om probleemsituaties zakelijker te benaderen. Business for Heritage biedt als themaonderwerpinformatie en inspiratie om methodes te ontwikkelen voor het museummanagement om haarondernemingsvaardigheden te ontwikkelen. Tijdens de DISH conferentie werd uitgelegd op welke maniererfgoedinstellingen waarde aan de maatschappij kunnen meegeven door middel van cultureelondernemerschap.Crowdsourcing and Co-creationBinnen dit themaonderwerp werd uitgelegd op welke manier het publiek binnen een netwerksamenleving kanworden gemanaged. De samenleving is steeds belangrijker op het gebied van het beleid vanerfgoedinstellingen en de producten en diensten die zij leveren. Hierdoor wordt het managen van kennis net zobelangrijk als het managen van erfgoedcollecties.Institutional changeHet derde thema van de conferentie was Institutional change en had betrekking op de digitalisering van demaatschappij. Door de digitalisering van de maatschappij verwacht het publiek dat erfgoedinstellingen hiereven actief mee zijn als zijzelf. Op welke manier kunnen instellingen nieuwe taken ontwikkelen die een gevolgzijn van de verschuiving van fysiek naar digitaal? En hoe kan er door erfgoedinstellingen succesvol op nieuweveranderingen worden ingespeeld? Tijdens de DISH conferentie waren er diverse gastsprekers die op ditonderwerp inspeelden en waren er verschillende workshops omtrent institutional change.Building a new public spaceErfgoedinstellingen hebben vaak te maken met spanningen tussen de wensen van beleidsmakers en debehoeften van het publiek. De strategieën zijn veelal op beleidsdoelstellingen gericht, en minder op gebruikersvan erfgoed. De relatie tussen beleidsontwikkeling en digitale strategieën van instellingen is hierdoor eenbelangrijk onderwerp. De Europese beleidsdoelstellingen zijn een belangrijke factor, maar dienen zij wel debelangen van erfgoedinstellingen? Verschillende workshops op de conferentie speelden op dit onderwerp in endeelden met erfgoedprofessionals informatie over dit onderwerp.107 http://www.dish2011.nl/ (geraadpleegd 01-03-2012)De website www.dish2011.nl is tijdens dit onderzoek offline gegaan. Omdat de website een belangrijke bijdrage aan dit onderzoek heeftgeleverd, is ervoor gekozen de informatie hiervan alsnog in dit onderzoek te publiceren.108 Correspondentie met Frans Hoving, Erfgoed Nederland109 Ibidem 48 Sylvana Bol - 608027
  • 50. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Doel netwerkenHet doel van de netwerkbijeenkomsten van DISH is om erfgoedprofessionals informatie en middelen te biedenover de omgang met digitale erfgoedinformatie. Door een tweejaarlijkse bijeenkomst te organiseren, kunnendeelnemers worden voorzien van informatie op het gebied van knelpunten waar niet alleen de sector, maarook diverse erfgoedinstellingen mee te maken hebben. Door een bijeenkomst te organiseren waargastsprekers over deze punten vertellen en door middel van workshops deelnemers informatie aan te biedendie zij op digitaal gebied binnen de eigen organisatie kunnen inzetten, wil het initiatief de erfgoedsector vanmeer kennis op digitaal gebied voorzien en hen helpen bij het oplossen van problemen en gemeenschappelijke 110standaarden aanbieden.Potentiële samenwerkingspartnersNa schriftelijke correspondentie met een van de organisatoren van de DISH, is gebleken dat er wel behoefte isaan nieuwe samenwerkingspartners in de vorm van gastsprekers en erfgoedprofessionals die workshops op debijeenkomsten willen organiseren. Aangezien mede organisator Erfgoed Nederland dit jaar stopt met dewerkzaamheden en hierdoor geen medeorganisator van DISH meer zal zijn, zal er wel op zoek worden gegaannaar een andere samenwerkingspartner. Over een nieuwe samenwerkingspartner kan de organisatie nog niets 111zeggen.2.6.3 KennislandOnderzoeksmethodeHet netwerk van Stichting Kennisland (Innovators Netwerk Erfgoedsector) is met behulp van interviews met deorganisatoren en deelnemers van het netwerk onderzocht. Daarnaast is gebruik gemaakt van de informatie ophet gemeenschappelijke digitale communicatieplatform ‘Meetup’ en is door middel van literatuuronderzoekonderzocht hoe het netwerk is ontstaan en welke toegevoegde waarde zij aan de erfgoedsector op het gebiedvan digitalisatie biedt. Tot slot is gebruik gemaakt van publicaties van Kennisland en samenwerkendeerfgoedinstellingen.Waarom netwerkenOrganisatorenIn 2010 is Stichting Kennisland van start gegaan met Innovators Netwerk Erfgoedsector, oftewel het INEnetwerk. Het netwerk is ontstaan vanuit het samenwerkingsverband tussen Kennisland en het project Beeldenvoor de Toekomst. Binnen dit project kampte men met problemen op het gebied van het digitaal toegankelijkmaken van erfgoedinformatie. Naar aanleiding van deze problemen startte Kennisland een onderzoek onderNederlandse erfgoedprofessionals en kwam uit deze gesprekken naar voren dat het innovatief vermogenbinnen de erfgoedsector meer versterkt zou kunnen worden. Vooral op het gebied van het digitale publiekedomein was een behoefte aan vernieuwend vermogen. Naar aanleiding van deze resultaten, startte Kennislandin samenwerking met Beelden voor de Toekomst de INE netwerkbijeenkomsten. Binnen het netwerk bundelenerfgoedprofessionals en vernieuwers binnen de erfgoedsector de krachten en heeft het netwerk als doel om 112het vernieuwend vermogen binnen de erfgoedsector te versterken.DeelnemersDe deelnemers spelen binnen het Innovators Netwerk een belangrijke rol. De eerste deelnemers zijn viagesprekken met de organisatoren benaderd en geselecteerd op basis van hun vernieuwende ideeën enprojecten binnen de erfgoedsector. De andere deelnemers zijn via een inschrijving op de websites vanKennisland en Beelden voor de Toekomst bij het netwerk gekomen. Een belangrijk uitgangspunt van deorganisatie is dat het netwerk concrete en praktijkgerichte informatie aanbied, waarmee deelnemersvervolgens zelf binnen de eigen organisatie mee aan de slag kunnen. Het aanbieden van kennis en informatieen de mogelijkheid tot netwerken met een selecte groep erfgoedprofessionals was voor veel deelnemers eenmotivatie om deel te nemen aan het netwerk.110 Correspondentie Robbert Gillissen, senior kwaliteitsmedewerker Stichting DEN111 Correspondentie Frans Hoving, Erfgoed Nederland112 http://www.kennnisland.nl/projecten (geraadpleegd 20-05-2012) 49 Sylvana Bol - 608027
  • 51. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Een andere reden voor deelname was het feit dat het netwerk uitgaat van de individuele deelnemer en menhierdoor niet voor of namens een organisatie hoeft te spreken. Dit geeft deelnemers de mogelijkheid om vrijuit 113over vraagstukken binnen de erfgoedsector te praten.SamenwerkenHet netwerk is een initiatief van Stichting Kennisland en wordt mede mogelijk gemaakt door Beelden voor deToekomst. De samenwerking tussen beiden partijen is ontstaan vanuit de gemeenschappelijke behoefte aaninnovatieve oplossingen ten aanzien van het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie. Aangezien veelerfgoedinstellingen een gebrek aan budget, kennis en expertise op dit gebied hebben, is besloten om eensamenwerkingsverband aan te gaan en met deelnemers tot gemeenschappelijke ideeën te komen op hetgebied van het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie en bijpassende methodes en initiatieven te 114ontwikkelen die dit proces kunnen vergemakkelijken.ThemaonderwerpenDe themaonderwerpen van het netwerk worden aangedragen door de deelnemers. De onderwerpen dienenactueel binnen de erfgoedsector te zijn en voor alle deelnemers waardevol te zijn. Enkele voorbeelden vanthemaonderwerpen die tijdens de bijeenkomsten zijn besproken zijn Mobiele technologie, Samenwerken met 1151.0 collega’s, Google Analytics en Crowdsourcing.Mobiele technologieMobiele technologie is een verzamelnaam voor verschillende types van mobiele communicatie technologie.Hierbij kan worden gedacht aan tablets, computers en mobiele telefoons. Binnen het INE netwerk speelt menop dit onderwerp in door de bijeenkomst te beginnen met een tour door een museum of archief met behulpvan mobiele technologie en vervolgens gezamenlijk het onderwerp te bespreken en nieuwe initiatieven tenaanzien van het onderwerp te ontwikkelen. Hierbij kan worden gedacht aan een App voor een tablet.Samenwerken met 1.0 collega’sDe term samenwerken met 1.0 collega’s verwijst naar het samenwerken met instellingen die behoudend zijnmet het uitwisselen van gegevens met collega-instellingen en oude technieken gebruiken. Op de bijeenkomstover samenwerken heeft het netwerk nieuwe mediatoepassingen rondom tentoonstellingen in hetGemeentemuseum in Den Haag bedacht. Ook werd er een strategie bedacht om collega’s enthousiast voordeze toepassingen te maken. Hierdoor draagt praktijkgerichte samenwerking bij aan het verbeteren van hettoegankelijk maken van erfgoedinformatie.Google AnalyticsGoogle Analytics is een gratis dienst van Google om statistieken van een website te verzamelen en teweergeven. Binnen het netwerk werd ingegaan op de manier van omgang met Google Analytics binnen deeigen instelling en op welke manieren dit verbeterd zou kunnen worden.CrowdsourcingCrowdsourcing speelt een belangrijke rol bij de netwerkbijeenkomsten. Organisaties zijn geïnteresseerd in hetfeit op welke manier erfgoedpubliek kan en wil meewerken bij het beschikbaar maken van content. Door opbijeenkomsten dit onderwerp aan te halen, kan men met elkaar bespreken hoe organisaties hiermee omgaanen kunnen zij tips uitwisselen over hoe crowdsourcing een bijdrage kan leveren aan het toegankelijk maken van 116informatie binnen de erfgoedsector.113 Zie bijlage A: interview met Nikki Timmermans, adviseur Stichting Nederland Kennisland114 Ibidem115 http://www.kennisland.nl/filter/projecten/innovators-netwerk-erfgoedsector (geraadpleegd 29-05-2012)116 Onderzoek naar digitaal platform Meetup van het Innovators Netwerk Erfgoedsector (INE) over aantal deelnemers en informatie overthemaonderwerpen (geraadpleegd 18-05-2012) 50 Sylvana Bol - 608027
  • 52. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Doel netwerkenHet doel van de netwerkbijeenkomsten is om gezamenlijk een visie te vormen, kennis te delen en nieuwesamenwerkingsverbanden binnen het erfgoedveld en met elkaar te realiseren. De bijeenkomsten zijnpraktijkgericht, zodat men er altijd iets concreets uit kan halen. Het netwerk dient kleinschalig te zijn, heeft een 117informele sfeer en een betrokken groep professionals.Potentiële samenwerkingspartnersHet netwerk is voor een ieder die een bijdrage kan leveren aan vernieuwend vermogen binnen deerfgoedsector en werkzaam binnen de sector is. INE is niet op zoek naar potentiele samenwerkingspartners, 118maar wel naar deelnemers die een bijdrage aan het netwerk kunnen leveren.117 Zie bijlage A: interview met Nikki Timmermans, adviseur Stichting Nederland Kennisland118 http://www.kennisland.nl/filter/projecten/innovators-netwerk-erfgoedsector (geraadpleegd 29-05-2012) 51 Sylvana Bol - 608027
  • 53. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20122.7 Succesvol samenwerkenIn de voorgaande paragrafen is een omschrijving gegeven van de definitie van samenwerking en welkesamenwerkingsvormen door instellingen kunnen worden ingezet om gemeenschappelijke doeleinden terealiseren. Daarnaast is omschreven welke erfgoedinstellingen momenteel actief met samenwerking zijn,waarom zij samenwerken, welke belangen zij hierbij hebben en op welke manier zij betekenis geven aan hetdigitaliseren van erfgoedinformatie.In deze paragraaf volgt een overzicht met tips voor erfgoedinstellingen om succesvol te kunnen samenwerken.Deze tips heb ik, als onderzoeker, samengesteld en geformuleerd op basis van de publicatie succesvolsamenwerken van organisatieadviesbureau Twynstra Gudde (2010).Tip ToelichtingVergroot het vertrouwen Bouw vertrouwen op met een samenwerkende instelling en bevestig dit continu. Het opbouwen van een vertrouwensband en een passende houding zijn van belang voor een goede samenwerking. Toon oprechte interesse, geef openheid van zaken en zorg voor een consistente betrouwbaarheidLos conflicten op Voorkom tijdig conflicten en los deze zo snel mogelijk op. Veel samenwerkingsverbanden falen doordat men elkaar niet vertrouwd, wat veelal terug te voeren is op een voorgaand conflict. Praat problemen uit en zorg voor een heldere communicatieFormuleer gemeenschappelijke doelstellingen Stel individuele en gemeenschappelijke doelstellingen op en formuleer hieruit gemeenschappelijke doelen. Wat wil men door middel van samenwerking bereiken? Hoe worden de doelstellingen verwezenlijkt? Welke resultaten komen hieruit voort?Gebruik capaciteiten van organisaties Maak gebruik van de kennis en expertise uit beide organisaties. Maak helder over welke capaciteiten beiden partijen beschikken en verdeel deze over het project. Hierdoor zal men beter in staat zijn om een positief resultaat te behalen dan voorheen.Neem voldoende tijd Om organisatiedoelen te verwezenlijken, moet voldoende tijd worden ingepland. Houd rekening met uitloop en niet nagekomen afspraken van de samenwerkende partij.Figuur 9. Tips voor samenwerkingKort gezegd, door gemeenschappelijke standpunten te formuleren en hierin elkaars belangen te benoemen,kunnen individuele waarden en normen gemeenschappelijk worden. Door het gezamenlijk belang zo grootmogelijk te maken, kunnen gemeenschappelijke doelstellingen worden gerealiseerd en langdurigesamenwerkingsverbanden in stand worden gehouden.2.8 AfsluitingGedreven vanuit individuele en organisatorische belangen gaan veel instellingen een samenwerkingsverbandmet een collega-instelling of verwante sector aan. Hierin worden gemeenschappelijke doeleinden ten aanzienvan het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie gerealiseerd. Om een succesvol en langdurigsamenwerkingsverband aan te gaan, dienen gemeenschappelijke kennis en expertise optimaal te wordenbenut, gezamenlijke doelstellingen te worden geformuleerd en conflicten tijdig te worden opgelost. Wanneermet deze punten rekening wordt gehouden, kan een succesvol samenwerkingsverband worden gerealiseerd. 52 Sylvana Bol - 608027
  • 54. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20123. Nieuwe mediaIn hoofdstuk 1 is een globale omschrijving van de drie belangrijkste erfgoedinitiatieven ten aanzien vannetwerkbijeenkomsten gegeven. In hoofdstuk twee is uiteengezet waarom samenwerking voor de erfgoedsectorvan belang is en welke samenwerkingsverbanden er op digitaal gebied tussen erfgoedinstellingen zijn.In hoofdstuk 3 staan de nieuwe media centraal en zijn tegenover het begrip ‘netwerken’ geplaatst.Het eerste deel van dit hoofdstuk behandelt het begrip nieuwe media, de ontstaansgeschiedenis en kenmerken.Daarnaast zijn er diverse onderdelen van nieuwe media belicht en is omschreven op welke manier deonderdelen een bijdrage kunnen leveren aan netwerkbijeenkomsten en bij het digitaal toegankelijk maken vanerfgoedinformatie.In het tweede deel van dit hoofdstuk is de Behoeftepiramide van social media & personal branding expert JohnAntonios belicht en is uiteengezet op welke manier deze behoeften kunnen bijdragen aan kennisdeling ensamenwerking op het gebied van netwerkbijeenkomsten.Tot slot is middels een conclusie antwoord gegeven op de bijbehorende deelvraag van dit onderzoek, namelijkwelke rol spelen nieuwe media in de netwerkbijeenkomsten?3.1 Omschrijving en kenmerken nieuwe mediaNieuwe mediaNieuwe media zijn communicatiemiddelen die worden gebruikt om op grote schaal informatie met anderen tekunnen delen. Zij verspreiden informatie en zijn het ambivalent van oude media. Nieuwe en oude mediakunnen op verschillende manieren worden onderscheiden, zoals op fysieke basis (elektronische informatietegenover bedrukt papier) of door woorden (geluid tegenover gedrukte tekst). De nieuwe media kunnen in vijfcategorieën worden onderverdeeld. Dit zijn de computer, mobiele telefoon, virtual reality, internet en 119handhelds.3.1.1 Ontstaansgeschiedenis nieuwe mediaDe afgelopen decennia zijn media een waardevol middel gebleken om verhalen aan anderen over te brengenen met elkaar te delen. De Grieken maakten gebruik van boodschappers te paard, de Egyptenaren haddenpapyrusrollen en de indianen communiceerden door middel van rooksignalen. eIn de 17 eeuw kwam het communicatieproces in een stroomversnelling en werd informatie door middel van 120kranten op grote schaal voor publiek toegankelijk. Later kwamen hier de radio en televisie bij.In de jaren 90 kwam het internet in opkomst. In tegenstelling tot bovengenoemde ‘oude media’ werden dankzijhet internet nieuwe media ontwikkeld. Zij werden met behulp van het World Wide web toegankelijk 121gemaakt.Tegenwoordig zijn er diverse nieuwe media en kunnen zij met behulp van internet en anderecommunicatiesystemen worden geraadpleegd. Doordat zij allen via het internet kunnen worden bekeken, 122worden zij ook wel digitale media genoemd. Onder digitale media vallen tevens digitale film en fotografie,maar deze zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.119 http://api.ning.com/files/*0rcJGoGIDELtfplYQcvhxeAgN-djZHUChLY*mVgbJeB*4jS0DVYZcpMA*halr6HoTu3SfZa4YMTgStCWiq43BkMSqzXhZnI/MichielvanIersel091007.pdf (geraadpleegd 30-05-2012)120Bruins, R., Pinkster, B. Informatiemanagement (Amsterdam 2007)121 Ibidem122 Zie bijlage E: interview met Marjelle van Hoorn, projectmanager VSC 53 Sylvana Bol - 608027
  • 55. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20123.1.2 Kenmerken nieuwe mediaDe nieuwe media zijn verschillend van aard en hebben diverse kenmerken. Volgens auteur Hans van Driel(1999) in Internet en communicatie hebben nieuwe media twee belangrijke kenmerken en kunnen zij als volgtworden omschreven: 1. “Multimodaliteit: verschillende media zijn met elkaar verbonden en hebben dezelfde digitale code (enen en nullen). Beeld, tekst en geluid kunnen zo vastgelegd worden op hetzelfde schijfje. 2. Interactiviteit: hiervan is sprake indien bij de gebruiker zowel expliciet een mogelijkheid bestaat om te 123 kiezen als een mogelijkheid om daadwerkelijk veranderingen aan te brengen.’’Volgens Jon Dovey (2003), auteur van het boek New media, a critical introduction zijn er naast multimodaliteiten interactiviteit nog een aantal belangrijke kenmerken van nieuwe media. Dit zijn analoog en digitaal, hypertekstueel, netwerken, virtueel en gesimuleerd.Om een goede omschrijving van de vijf kenmerken van nieuwe media te geven, zijn deze nieuwe media in dezeparagraaf tegenover oude media geplaatst en is van beiden een omschrijving gegeven.Analoog versus digitaalHet verschil tussen oude en nieuwe media kan worden vergeleken met de begrippen analoog en digitaal.Analoge informatie kan enkel worden veranderd in analoge informatie, terwijl dit bij digitale informatie juistniet het geval is. Bij digitale informatie (nieuwe media) kunnen wel veranderingen worden ondergaan.De uitkomsten van analoge processen zijn onveranderlijk (fixed) en bij digitale media veranderlijk (flux).Een voorbeeld van analoge erfgoedinformatie is tekst in een museumcatalogus en op het gebied van digitale 124informatie de catalogus op de website van de instelling.Hyper tekstueelEen hypertekst is een opschrift met verwijzingen die door een gebruiker direct kunnen worden aangeklikt.Door de verwijzing aan te klikken, kan er direct naar een specifiek stuk worden doorverwezen.Door het gebruik van een hypertekst wordt het lezen van een volledige tekst overbodig. De hyperlinks kunnenhierdoor de inhoud van een tekst vervangen. Het verschil tussen oude en nieuwe media hierin is dat bij oudemedia (kranten, tijdschriften) er door het gedrukte woord niet naar andere tekstdelen kan worden gelinkt.Dit kan alleen door verwijzingen worden gedaan. Bij nieuwe media is dit door middel van hyperlinks welmogelijk. Het gebruik van hyperteksten vormt voor gebruikers van erfgoedinformatie een ideaal initiatief omteksten op een snelle manier doorzoekbaar te maken en de informatie voor eigen doeleinden te kunnen 125gebruiken.NetwerkenHet begrip netwerken is op een interactieve manier verbonden met de kenmerken van nieuwe media. Dankzijnieuwe media zijn gebruikers in staat om met elkaar te communiceren en via sociale medianetwerken metelkaar informatie te delen en kennis uit te wisselen. In tegenstelling tot oude media kan er via dit medium geennetwerk worden opgebouwd. Dit komt doordat oude media enkel informatie met anderen delen, maar niet indiscussie gaan over de informatiebehoefte van de gebruiker of kennis met hen willen uitwisselen.Dankzij het gebruik van nieuwe media, kunnen netwerken worden opgebouwd en kan er met elkaar overgebruikersbehoeften worden gecommuniceerd en kunnen erfgoedinstellingen dit gegeven toepassen bij 126organisatie strategieën ten aanzien van erfgoedcontent digitaal ontsluiten.123 Van Driel, H. Internet en communicatie (z. pl. 1999) 8-32124 Dovey, J.,Giddings,S. New media a critical introduction (tweede editie, New York 2009)13-43125 http://www.handleidinghtml.nl/html/hyperlinks/hyperlinks01.html (geraadpleegd 19-05-2012)126 Dovey, J.,Giddings,S. New media a critical introduction (tweede editie, New York 2009)13-43 54 Sylvana Bol - 608027
  • 56. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012VirtueelHet begrip virtueel kan als kenmerk van nieuwe media in de context van virtuele werkelijkheid wordengeplaatst. Dit betekent dat via een computer gebruikers in een driedimensionale ervaring kunnen wordenondergedompeld en er op deze manier een digitale belevenis rondom een gebeurtenis kan worden ontwikkeld.Ten aanzien van nieuwe media kan hierbij worden gedacht aan het spelen van een virtueel computerspel of hetbekijken van een online erfgoedcollectie met een 3D-bril. In tegenstelling tot nieuwe media spelen oude medianauwelijks in op virtuele werkelijkheid. Afgezien van films over dit begrip kan virtuele werkelijkheid nietworden gekoppeld aan oude media. Dit, doordat deze via computers kan worden beleefd en niet onder oude, 127maar onder nieuwe media vallen.GesimuleerdEen belangrijk kenmerk van nieuwe media is simulatie, oftewel het imiteren of representeren van dewerkelijkheid. Volgens John Dovey (2003) New media, a critical introduction kan simulatie in drie categorieënworden onderverdeeld. Dit zijn postmodernistische, computer –en gamesimulatie. Postmodernistischesimulatie heeft betrekking op een voorwerp dat alleen bestaat vanwege het signaal dat het afgeeft. Operfgoedgebied kan hierbij worden gedacht aan een poster van een tentoonstelling langs de weg. De postergeeft het signaal ‘bezoek het museum’ af en wordt hierdoor ook wel hyperrealiteit genoemd.Een computersimulatie is een gebeurtenis waarbij een deel van de werkelijkheid wordt nagebootst door eencomputerprogramma. Een voorbeeld hiervan is het bekijken van een 3D-film in een museum.Gamesimulatie is het laatste onderwerp van simulatie en heeft niet direct betrekking op erfgoedinstellingen.Organisaties kunnen ervoor kiezen om in een tentoonstelling een game te plaatsen en deze door gebruikers te 128laten spelen.3.2 Nieuwe sociale mediaIn de vorige paragraaf is een overzicht gegeven van het begrip nieuwe media, de ontstaansgeschiedenis enkenmerken. In deze paragraaf komen verschillende vormen van nieuwe media aan de orde die tevens onder denoemer nieuwe digitale media kunnen worden geschaard. Omdat dit onderzoek betrekking heeft op het digitaaltoegankelijk maken van erfgoedinformatie, zijn in deze paragraaf alleen de digitale media behandeld diewellicht een bijdrage kunnen leveren aan een antwoord op de hoofdvraag van dit onderzoek, namelijk welkemogelijkheden bieden netwerkbijeenkomsten erfgoedorganisaties bij het digitaal toegankelijk maken vanerfgoedinformatie? Daarnaast is omschreven op welke manier de verschillende digitale media een rol kunnenvervullen op netwerkbijeenkomsten.Sociale mediaSociale media is een verzamelterm voor digitale web platforms waarop gebruikers (met geringetussenkomst)van de redactie de content op het platform toegankelijk maken. Binnen sociale media staat deinteractie tussen het publiek centraal en gaat men digitaal een dialoog met elkaar aan. Onder sociale mediakunnen onder andere weblogs, microblogs, en social networking sites worden verstaan. Sociale media hebbenals doel om de stem van het publiek te laten horen en een communicatieproces tussen gebruikers op gang tebrengen. Sociale media beginnen veelal met communicatie, maar kunnen overgaan in vormen van 129samenwerking en correlatie.3.2.1 WeblogEen weblog is een persoonlijke website of pagina waarop informatie kan worden bijgehouden. De informatieheeft betrekking op gebeurtenissen die de gebruiker heeft meegemaakt en kunnen met het publiek wordengedeeld. Een weblog is geschikt voor gebruikers die informatie willen verspreiden en met elkaar willendiscussiëren. Het online medium wordt gebruikt om reisverslagen te delen of de ontwikkelingen rondom eenspecifiek onderwerp toe te lichten.127 Ibidem.128 Ibidem.129 Blom, E. Handboek communities ;de kracht van sociale netwerken (z. pl. 2009) 26-27 55 Sylvana Bol - 608027
  • 57. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Op een weblog zijn naast teksten ook foto –en videomateriaal te raadplegen. Daarnaast kunnen op een weblog 130berichten worden gepost en is er specifieke informatie rondom diverse thematische onderwerpen te vinden.Gebruik door erfgoedinstellingenEen weblog kan door erfgoedinstellingen worden gebruikt om bezoekers op de hoogte te houden van deontwikkelingen binnen de organisatie. Op deze manier brengt de instelling informatie naar de bezoekers, inplaats van hen informatie binnen de instelling aan te bieden. Ook kan een weblog worden ingezet om een(kleine) gebruikersgroep inspraak te geven in nieuwe producten of diensten van een instelling. Enkelevoorbeelden hiervan zijn meedenken voor een nieuw tentoonstellingsconcept of het ontwerpen van een nieuwmuseumlogo. Erfgoedinstellingen kunnen door middel van een weblog producten en diensten beter op hetpubliek toespitsen en hiermee een grotere groep gebruikers bekend maken met haar ontwikkelingen binnen demuseale muren.Gebruik door netwerkenOnder de netwerkbijeenkomsten die voor dit onderzoek zijn onderzocht, is If then is now het enigeerfgoedinitiatief met een eigen weblog. Op deze weblog worden de ontwikkelingen rondom heterfgoedinitiatief bijgehouden en worden er minimaal één keer per maand berichten geplaatst over discussiesen andere gegevens rondom de bijeenkomsten en het erfgoedinitiatief.Het gebruik van een weblog vormt voor If then is now de ideale plaats om informatie met geïnteresseerden uithet erfgoedveld te delen en via hen reacties op het ontwikkelingsproces te vragen. Daarnaast kan men verder 131discussiëren over de netwerkbijeenkomsten en hier vragen over stellen.3.2.2 MicroblogEen microblog is verwant aan een weblog en heeft als doel om met elkaar te discussiëren en gebruikers teinformeren. Een microblog heeft in vergelijking met een weblog een kleinere opzet en beperkt zich in deberichten tot 140 tekens. De tekens kunnen worden gebruikt om berichten te plaatsen of hierop te reageren.Microblogs hebben als doel om op een snelle manier informatie toegankelijk te maken. Dit wordt deels doorhet minimale gebruik van tekens bewerkstelligt. Een bekend voorbeeld van een microblog is Twitter. Hierbijwordt gebruik gemaakt van korte berichten waarin een korte mededeling kan worden geplaatst. Door de korteteksten kunnen deze sneller worden gelezen en kan er ook op een snellere manier informatie met anderen 132worden gedeeld.Gebruik door erfgoedinstellingenMicroblogs kunnen evenals weblogs door erfgoedinstellingen worden toegepast om met het publiek tecommuniceren. Door een microblog te gebruiken kan een dialoog met het publiek worden aangegaan, en kanworden achterhaald aan welke informatie men behoefte heeft of welke informatie men juist mist. Door eenmaximum aantal leestekens hoeven erfgoedinstellingen weinig tekst te typen en kunnen zij op een snellemanier het publiek van informatie voorzien.Gebruik door netwerkenDe erfgoedinitiatieven ten aanzien van netwerkbijeenkomsten die voor dit onderzoek zijn onderzocht, zijn allenactief met microblogs. Het belangrijkste voorbeeld van een microblog waarmee de organisaties bekend zijn, ishet sociale medium Twitter. If then is now heeft 485 volgers en 241 berichten, Kennisland heeft 1009 volgers 133en 551 berichten en DEN heeft 2159 volgers en 1214 berichten. Hieruit kan worden geconcludeerd datStichting DEN op het gebied van Twitter het meest actief is en via dit medium het meest met de doelgroepcommuniceert. De instellingen gebruiken dit medium om met de doelgroep en gebruikers te communiceren enhen over de netwerkbijeenkomsten te bevragen.130 http://www.thesocialmedianetwork.nl/blog.html (geraadpleegd 18-05-2012)131 Zie bijlage B: interview met Nynke Coenraads en Menno Heling, If then is now132 http://www.thesocialmedianetwork.nl/microblog.html (geraadpleegd 28-05-2012)133 Informatie over aantal volgers en berichten op website Twitter van de drie verschillende netwerkenhttp://twitter.com/#!/ifthenisnow van If then is now, http://twitter.com/#!/Kennisland van Kennisland enhttp://twitter.com/#!/stichtingden van Stichting DEN. (geraadpleegd 28-05-2012) 56 Sylvana Bol - 608027
  • 58. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Doordat via een digitaal medium sneller reacties kunnen worden verkregen en gebruikers op elk moment eenreactie of vraag kunnen plaatsen, kunnen microblogs ten aanzien van netwerkbijeenkomsten en hetdigitaliseren van erfgoedinformatie een interessante rol spelen.3.2.3 Sociale netwerkenSociale netwerken zijn websites die ervoor zorgen dat gebruikers informatie met hun contacten kunnen delenen hen op de hoogte van activiteiten kunnen brengen. Sociale netwerken hebben als doel om profielinformatiemet anderen te delen en kunnen in twee categorieën worden onderverdeeld. Dit zijn zakelijke en persoonlijkenetwerken. Zakelijke netwerken worden gebruikt door personen die formele of zakelijke informatie met elkaarwillen delen. Een goed voorbeeld hiervan is het Linkedin netwerk. Via dit netwerk kan een digitaal CV wordengedeeld en kan men zich aansluiten bij digitale groepen die aansluiten op de (zakelijke) interesses van degebruiker. Daarnaast kunnen via Linkedin producten en diensten worden gepresenteerd, zoals advertenties envacatures. Sociale netwerken worden gebruikt om profielinformatie met ‘bevriende’ gebruikers te delen enpersoonlijke interesses te publiceren. Voor erfgoedinstellingen vormt deze informatie een waardevolle bron,omdat zij op deze manier kunnen achterhalen waar de (persoonlijke) interesses van de doelgroep liggen. 134Zij kunnen hier door middel van website informatie of tentoonstellingen op inspelen.Gebruik door erfgoedinstellingenSociale netwerken bieden veel persoonlijke gebruikersinformatie en vormen hierdoor voor erfgoedinstellingeneen waardevolle bron. Via de berichten op sociale netwerkpagina’s kan men achterhalen waar de behoeftesvan gebruikers liggen en kan worden gekeken hoe men hier binnen de instelling met organisatieactiviteiten opkan aansluiten. Daarnaast kunnen via sociale netwerken gebruikers op de hoogte worden gebracht van eennieuw museaal product of concept en kunnen er via erfgoedpagina’s waarbij men zich kan aansluiten, 135discussies op gang worden gebracht en via het netwerk worden uitgediept.Gebruik door netwerkenEen belangrijk sociaal netwerk waarop alle erfgoedinitiatieven actief zijn, is Linkedin. Op deze website hebbenalle initiatieven een eigen netwerkpagina en zijn de organisatoren als individuele deelnemer bij het netwerkaangesloten. In het kader van de eigen instelling, publiceren en discussiëren zij over de eigen organisatie,knelpunten en de (mogelijke) rol van het publiek. Op de persoonlijke sociale netwerksites, zoals Facebook, zijnde organisaties met een eigen pagina actief en kunnen geïnteresseerden zich hierbij aansluiten. Evenals opLinkedin kan hier informatie worden gedeeld en een dialoog met elkaar worden aangegaan. Doordatgebruikers zelf de keuze hebben om zich op een sociale netwerkpagina aan te sluiten, hoeven instellingen nietactief naar gebruikers op zoek te gaan. Daarnaast kunnen door het plaatsen van video’s en fotomateriaal 136reacties van gebruikers worden verkregen die weer een bijdrage kunnen leveren aan de instellingen zelf.3.2.4 User generated contentUser generated content, oftewel gebruiker gegenereerde inhoud, is van toepassing op nieuwe sociale mediadie worden beheerd door gebruikers die de bijbehorende website van inhoud voorzien. De informatie wordtvia de gebruiker toegankelijk gemaakt en de organisatie van wie de website is, speelt bij dit proces geen rol.Veelal hebben de oorspronkelijke eigenaren geen tijd en middelen om te investeren in de website en wordt dehulp van het publiek ingeschakeld. De gebruikers kunnen informatie uploaden naar de website en maken decontent voor publiek beschikbaar. Voorbeelden van user generated content zijn de films over musea opYouTube. Dit medium geeft gebruikers hiermee de mogelijkheid om audiovisueel materiaal te uploaden en met 137andere gebruikers te delen.134 http://www.thesocialmedianetwork.nl/sociale-netwerken.html (geraadpleegd 29-05-2012)135 Zie bijlage E: interview met Marjelle van Hoorn, projectmanager VSC136 Zie bijlage A, B en correspondentie met Stichting DEN137 http://www.thesocialmedianetwork.nl/user-generated-content.html (geraadpleegd 29-05-2012) 57 Sylvana Bol - 608027
  • 59. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Gebruik door erfgoedinstellingenUser generated content wordt momenteel in diverse erfgoedorganisaties toegepast. Een voorbeeld hiervan is 138het project ‘VeleHanden maken licht werk’ van Stadsarchief Amsterdam. Voor erfgoedinstellingen is detoepassing van UGC erg belangrijk. Mede door de huidige bezuinigingen en het gebrek aan tijd vormt de hulpvan buitenaf een welkome bron om informatie voor het publiek toegankelijk te kunnen maken.Gebruik door netwerkenUser generated content wordt binnen netwerkbijeenkomsten ingezet als offline vorm. User generated contentis namelijk gebaseerd op het delen en toevoegen van informatie, iets dat binnen een netwerkbijeenkomst metdeelnemers wordt gedaan. Door informatie met elkaar te delen en door middel van feedback of het aandragenvan ideeën, kan een bijdrage worden geleverd aan de projecten van collega’s en kan user generated content 139binnen netwerkbijeenkomsten als hulpmiddel worden ingezet.Kort samenvattend kunnen erfgoedinstellingen en netwerkorganisatoren nieuwe (sociale) media gebruiken bijhet verwezenlijken van hun doeleinden, zoals het delen van kennis en het uitwisselen van informatie met hundoelgroep. In figuur 6 is een overzicht gegeven van de eerder behandelde sociale mediavormen en debijbehorende aspecten.Nieuwe (sociale) media Aspecten ToepassingWeblog Ervaringen en belevingen delen Erfgoedinstellingen/netwerkorganisatiesMicroblog Belevingen delen, informeren Erfgoedinstellingen/netwerkorganisatiesSociale netwerksite Contacten leggen Erfgoedinstellingen/netwerkorganisatiesUser generated content Informeren, samen creëren ErfgoedinstellingenFiguur 10. Sociale mediavormen3.3 Aspecten nieuwe mediaNieuwe media kunnen voor zowel erfgoedinstellingen als netwerkorganisaties op verschillende manierenworden gebruikt voor organisatiedoeleinden. Om erfgoedinstellingen aan het einde van dit onderzoek op hetgebied van nieuwe media van advies te kunnen voorzien, volgt in deze paragraaf een overzicht van de voor –ennadelen, kansen en bedreigingen van de toepassing van nieuwe media.3.3.1 Voordelen nieuwe media 1. BereikDankzij het groeiende aantal mensen en de snelle toegankelijkheid van informatie is het bereik van socialemedia de afgelopen jaren toegenomen. Bovendien zijn sociale media door middel van internet entelecommunicatiesystemen op een snelle manier toegankelijk en kunnen zij een waardevol hulpmiddel voorerfgoedinstellingen bij het delen en toegankelijk maken van informatie vormen. 2. VerenigingDoor sociale media kunnen gebruikers effectiever hun krachten bundelen. Hoe groter de groep is, hoe groterde impact op bedrijven en organisaties is. Door gebruikers met behulp van sociale media te verenigen, kunneninstellingen helder krijgen waar men behoefte aan heeft en hierop inspelen. 3. Waarde creatieSociale media geven de mogelijkheid om een band aan te gaan met andere gebruikers en hiermee waarde voorelkaar te creëren. Door het gesprek aan te gaan, kunnen informatie en ideeën met anderen worden gedeeld enkunnen argwaan en wantrouwen worden weggenomen. 4. VeranderlijkDankzij het snel veranderde karakter van sociale media kunnen organisaties en individuen zich onderscheidenvan anderen en hierdoor als eerste gebruik maken van nieuwe mogelijkheden. Met behulp van sociale mediakan men zich van anderen onderscheiden en hierdoor succesvol worden.138 Zie hoofdstuk twee, sub paragraaf 2.3.2 voor een uitgebreide omschrijving van dit project.139 Zie bijlage E: interview met Marjelle van Hoorn, projectmanager VSC 58 Sylvana Bol - 608027
  • 60. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 5. Nieuwe waardenSociale media bieden nieuwe mogelijkheden op het gebied van samenwerkingsverbanden en sociale innovatie.Dankzij de veranderende relaties tussen aandeelhouders en instellingen, kunnen sociale media een bijdrage 140leveren aan samenwerkingsverbanden. Zij verlagen de deelname en bieden nieuwe mogelijkheden.3.3.2 Nadelen nieuwe media 1. MiscommunicatieDoor teveel informatie, verkeerde vertalingen, en incomplete informatie of zelfs te snelle communicatie, kanop sociale media platformen miscommunicatie ontstaan. Hierdoor kan men verkeerde conclusies trekken. Integenstelling tot een echte conversatie hebben sociale media als nadeel dat gebruikers bepaalde situatiesverkeerd kunnen opvatten. 2. MisbruikKwaadwillende personen kunnen misbruik van sociale media maken en hiermee zichzelf verrijken. Hierbij kanworden gedacht aan het overnemen van andere gebruikersaccounts of het plaatsen van onterechte informatie.Als een organisatie is aangesloten bij een netwerk dat niet van de instelling zelf is, is het moeilijk om dezeinformatie te verwijderen. Dit gegeven kan voor instellingen een motief zijn om niet aan sociale netwerken 141deel te nemen.3.4 Behoeftemodellen binnen erfgoedinstellingenIn het tweede deel van dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de Behoeftepiramide van Abraham Maslowen het model van social media & personal branding expert John Antonios, en er is een koppeling gemaakt metde behoeften vanuit nieuwe sociale media. De piramide dient een bijdrage te leveren aan het proces vanerfgoedinstellingen bij het actief zijn met en op nieuwe sociale mediapagina’s.3.4.1 Behoeften MaslowAfbeelding 2 geeft de behoeftepiramide van Abraham Maslow weer met aan de linkerzijde en aan debehoeften van Maslow en aan de rechterzijde de behoeftes van John Antonios vanuit sociale media.De behoeftepiramide van Maslow bestaat uit vijf onderdelen. Dit zijn fysiologische behoeften, behoefte aanveiligheid en zekerheid, sociale behoeften, herkenning en waardering en zelfverwezenlijking.Maslow stelt dat elk individu behoeftes heeft waarin op verschillende manieren kan worden voorzien.Wanneer aan de onderste behoefte is voldaan, schuift men door naar het volgende niveau. Indien een trapontbreekt of wegvalt, zal het individu opnieuw onderaan moeten beginnen om weer te kunnen stijgen. 142Het is niet mogelijk om bepaalde niveaus over te slaan.Het eerste onderdeel bestaat uit fysiologische behoeften (zie afbeelding 2 op de volgende pagina). Dit zijnprimaire levensbehoeften en zijn volgens Maslow nodig om te overleven. De tweede schaal bestaat uit debehoefte aan veiligheid en zekerheid. Hierbij zoekt een individu bescherming in een groep of gezin. Ookhuisvesting, werk en relaties vallen hieronder. In de derde schaal krijgt men sociale behoeften. Dit zijnvriendschap, sociale relaties en contacten leggen. In de vierde categorie heeft men behoefte aan waarderingen erkenning, zoals status in sociale context.In de vijfde schaal heeft men behoefte aan zelfverwezenlijking. Dit is de behoefte om mentale vaardigheden teontwikkelen en zichzelf te ontplooien. Zelfverwezenlijking is het hoogste wat de mens kan bereiken, maar 143alleen de eerste stap is nodig om te overleven.140 http://www.frankwatching.com/archive/2011/05/26/social-media-swot-met-een-twist-kansen/ (geraadpleegd 19-05-2012)141 http://www.frankwatching.com/archive/2011/06/03/social-media-swot-met-een-twist-bedreigingen/ (geraadpleegd 19-05-2012)142 Kotler, P. Principes van Marketing (vierde editie Amsterdam 2006)143 Ibidem 59 Sylvana Bol - 608027
  • 61. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20123.4.2 Behoeften AntoniusVolgens de nieuwe sociale mediaconsultant John Antonios kan de Behoeftepiramide van Maslow wordentoegepast op sociale media. In onderstaand model worden de behoeften van Maslow (links) met de socialemediabehoeften van Antonios (rechts) vergeleken. De behoeften van sociale media volgens Antonios kunnenals volgt worden onderverdeeld: 1. Bestaan: creëer een eigen sociaal netwerkprofiel en laat je stem horen. Dit is het meest van belang om een succesvol sociaal netwerk te kunnen opzetten. 2. Vormgeven: kies de platforms waar je je op je gemak voelt een mening te geven. De menselijke drang de massa te volgen is vaak een veilige keuze. 3. Opbouwen van een community: kom in contact met de doelgroep. Zoek aansluiting in groepen, neem deel aan conversaties en vind mensen die je passies en overtuigingen delen. 4. Persoonlijke branding: bouw een solide imago op door tijdens gesprekken de expertise van de onderneming door te laten klinken. 5. Optimaliseer je werkzaamheden ten aanzien van sociale media.Afbeelding 2. De behoeftepiramide van Maslow versus Antonios 60 Sylvana Bol - 608027
  • 62. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012De eerste levensbehoefte van sociale media is het aanwezig zijn. Om uiteindelijk een succesvol initiatief teworden, zijn stemmen nodig. In stap twee wordt er structuur in het sociale netwerk aangemaakt. Zonder goedestructuur kan een netwerk onmogelijk functioneren. Bij stap drie wordt er aan de community gebouwd. In dezestap wordt op zoek gegaan naar potentiële leden voor het netwerk en wellicht adverteerders. Voor gebruikersgeldt dat zij op zoek gaan naar ‘vrienden’, en lid worden van bepaalde interessegroepen.Evenals bij de piramide van Maslow zijn stap vier en vijf het meest lastig en kunnen moeilijk wordengerealiseerd. Stap vier heeft betrekking op het mengen in discussies en het verspreiden van kennis. Stap vijf ishet proces van optimaliseren en hopen om geld te verdienen aan het gebruik van sociale media. Stap vier envijf kunnen tevens worden vertaald naar de problemen waarmee men binnen de erfgoedsector te kampen 144heeft, namelijk het ontsluiten van informatie en het verdienen aan sociale media en andere initiatieven.Uit de nieuwe sociale mediatheorie van Antonios blijkt dat erfgoedinstellingen en netwerkorganisaties geldkunnen verdienen en informatie op een heldere manier via digitale erfgoedplatforms kunnen ontsluiten,wanneer zij actief zijn met sociale media. Door alle stappen te doorlopen en terug naar het begin te gaanwanneer de stappen niet kunnen worden waargemaakt, kunnen instellingen bijdragen aan de eigenorganisatiedoelstellingen.3.4.3 Voorwaarden sociale mediaAan het inzetten van sociale media zijn enkele randvoorwaarden verbonden. Daarom volgt in deze subparagraaf een advies aan erfgoedinstellingen die actief willen worden met sociale media en dit medium willeninzetten om met de doelgroep te communiceren of met collega-instellingen kennis uit te wisselen. De tips zijngebaseerd op het Handboek communities; de kracht van sociale netwerken van Erwin Blom (2009).TransparantieEen belangrijke voorwaarde bij het inzetten van sociale media is transparantie. Het publiek wil immers ietsterug voor het feit dat hij of zij veel tijd en energie in een website steekt. Door het publiek inzicht te geven inde organisatie, uitleg te geven en aan de slag te gaan met feedback, ontstaat er een open communicatie. Ditkan worden gedaan door in te gaan op kritische vragen, bepaalde keuzes uit te leggen en een open en eerlijkgesprek met het publiek te voeren. Een community bestaat immers uit de gratie van leden en de activiteit vanbezoekers. Bovendien heeft de community recht op een stem en luisterend oor.Bereidheid tot delenAls organisatie moet je af en toe bereid zijn om informatie met elkaar en het publiek te delen. Stop tijd enenergie in een website en je zal er iets voor terugkrijgen. Deel in de overtuiging dat je hier ook iets voor terugkrijt. Een blogger geeft immers ook kennis weg. Hij werkt aan zijn autoriteit, en als het goed is, krijgt hijhierdoor gelijkgestemden om zich heen.BetrokkenZorg dat je als initiatiefnemer van een project zichtbaar binnen een community bent. Zorg dat je meedoet enmeepraat en deel inzichten via blogsposts en reageer op andermans fora. Zet ook een nieuwsbrief in omanderen op de hoogte te brengen van wat er momenteel binnen de organisatie wordt gedaan.FlexibelDoordat internet een onvoorspelbaar medium is, kunnen er veel dingen misgaan. Daarom is het van belang omals organisatie flexibel te zijn. Lanceer een website in een vroege fase en kijk hierbij naar het gedrag vanbezoekers en houd deze in het achterhoofd. Wees flexibel naar wat er gebeurd en speel hierop in.Doordat het een community is, zal de regie aan het publiek moeten worden gegeven.144 Ibidem 61 Sylvana Bol - 608027
  • 63. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012RealismeVolgens Erwin Blom (2009) Handboek communities; de kracht van sociale netwerken is slechts 10% actief en de 145rest van de gebruikers passief op het internet. Het overtuigen van bezoekers kan even duren en hierdoor kaneen website niet direct een succes worden. In de praktijk zijn weinig websites direct succesvol. Houdt hier bijhet gebruik van sociale media rekening mee.3.5 AfsluitingDit hoofdstuk kan met behulp van afbeelding 3 ‘De opkomst van sociale media’ op deze pagina wordensamengevat. Op het gebied van media kunnen er twee ambivalents worden onderscheiden. Dit zijn detraditionele (oude) media (televisie, radio, tijdschriften) en de sociale (nieuwe) media (platforms, weblogs). Detraditionele media observeren en publiceren gebeurtenissen en voorzien hiermee het publiek van informatie.De sociale media publiceren ook informatie, maar zorgen er ook voor dat het publiek dit via sociale netwerkentoegankelijk maakt. Hierdoor ontstaat een netwerkproces van informatie en kennis met elkaar delen en dit(gezamenlijk) toegankelijk maken. Door de verschuiving van traditionele naar sociale media verandert deinstitutionele controle in een gebruikersgerichte controle en zijn sociale media in staat om als onlinenetwerken te functioneren.Afbeelding 3. De opkomst van sociale mediaErfgoedinstellingen kunnen deze informatie toepassen door de Behoeftepiramide van social media & personalbranding expert John Antonios bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie via nieuwe (sociale)media toe te passen op organisatiedoelstellingen. Met behulp van de piramide wordt duidelijk op welke maniermen binnen erfgoedinstellingen of netwerkbijeenkomsten nieuwe media kan inzetten om erfgoedinformatiedigitaal te ontsluiten en hieraan eigen geld te verdienen. Wel dient hierbij rekening te worden gehouden metde bevindingen uit sub paragraaf 4.4.4, waarin de voorwaarden staan omschreven waaraan sociale mediamoeten voldoen om succesvol te kunnen worden ingezet.145 Blom, E. Handboek communities; de kracht van sociale netwerken (z. pl. 2009) 51 62 Sylvana Bol - 608027
  • 64. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20124. VerdienmodellenIn de vorige hoofdstukken zijn achtereenvolgens de erfgoedinitiatieven ten aanzien van netwerkbijeenkomsten,de (potentiële) samenwerkingsverbanden op digitaal niveau en de nieuwe media aan bod gekomen.Dit hoofdstuk behandelt de definitie van het business model, het verband met netwerkbijeenkomsten enverschillende methodes die erfgoedinstellingen kunnen inzetten om waarde aan het eigen business model toe tevoegen. Ter afsluiting is een advies aan de erfgoedsector ten aanzien van de omgang met business modellengegeven.4.1 InleidingDe afgelopen jaren hebben erfgoedinstellingen een voortvarende start met het digitaliseren vanerfgoedinformatie gemaakt. Daarnaast is men zich steeds meer gaan specialiseren in het ontwikkelen vandigitale diensten en is het ICT-beleid steeds meer met organisatieplannen verworven. Deze diensten warenvoorheen experimenteel van aard, maar zijn in korte tijd om geschaald naar een strategisch instrument voorerfgoedinstellingen bij het digitaliseren van erfgoedinformatie. De omscholing van een dergelijk proces helptorganisaties bij het versterken van de huidige rol van erfgoed binnen een steeds meer digitaal wordende 146samenleving.Erfgoedinstellingen zien een brede toegankelijkheid van erfgoed als een bijdrage aan het gemeenschappelijkkapitaal. Evenwel loopt men bij deze opdracht tegen diverse knelpunten aan, waaronder de stimulatie van deoverheid om samenwerkingsverbanden aan te gaan en enige vorm van ondernemerschap in digitale 147dienstverlening te vertonen.De culturele sector staat voor een nieuwe uitdaging. Vanwege de bezuinigingen binnen de sector en dedigitaliseringproblemen, dient de sector op een nieuwe manier te worden gefinancierd. De Nederlandseoverheid wil in 2015 200 miljoen euro bezuinigen op kunst en cultuur. Dit is een fors bedrag van het huidigebudget van 900 miljoen euro. Instellingen zijn hierdoor genoodzaakt om op zoek te gaan naar nieuwe vormen 148van financiering.Het toegankelijk maken van erfgoedinformatie brengt nieuwe technieken en diensten met zich mee diegefinancierd moeten worden. Een belangrijke vraag is op welke manier business modellen voor digitaal erfgoedkunnen worden ontwikkeld zonder dat hierbij de brede toegankelijkheid van erfgoedinformatie wordt 149verhinderd.Business modelVolgens marketingexperts Alex Osterwalder en Yves Pigneur (2009)Business Model Innovatie Cultureel Erfgoedkan een business model als volgt worden omschreven:‘’Een business model is een raamwerk (logica) dat een organisatie hanteert om maatschappelijke en 150economische waarden te creëren.’’Een business model kan tevens worden omschreven als een manier waarop een organisatie geld kanverdienen. Door een business model voortdurend te innoveren, kan een organisatie tot duurzame groei komenen kunnen organisatiedoelen effectiever worden bereikt. Een verdienmodel kan succesvol worden wanneermet de volgende formule rekening wordt gehouden: kosten<prijs<waarde.146 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (z. pl. 2009) 4-5147 Ibidem148 N. Timmermans E-brief business model innovatie Kennisland (Amsterdam 2011)149 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (z. pl. 2009). 4-5150 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (z. pl. 2009). 15 63 Sylvana Bol - 608027
  • 65. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Wanneer de kosten lager zijn dan de prijs is de eigenaar tevreden en wanneer de prijs lager is dan de waarde 151die de gebruikers eraan toekennen, zijn de gebruikers tevreden.Onderscheid business –en verdienmodelTen aanzien van dit onderzoek is het van belang om het verschil tussen het business -en verdienmodel teonderschrijven, omdat de termen een aantal overlappingen hebben. Een business model heeft betrekking opde manier waarop een organisatie eigen geld wil verdienen, zoals het idee om een digitaal platform teontwikkelen waaraan geld kan worden verdiend. Door hierop verschillende tools en gebruiksmogelijkhedenvoor het publiek te bieden ontstaat een verdienmodel. Een verdienmodel heeft betrekking op de manierwaarop het geld daadwerkelijk wordt verdiend, zoals door te verdienen aan de verkoop van T-shirts op eenwebsite.4.1.1 Toegang en waardecreatieOver toegang en waardecreatie zei Anderson (2006) Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (BMICE) hetvolgende: Sinds de opkomst van het World Wide Web in de jaren 90, hebben erfgoedinstellingen in toenemende mate geïnvesteerd in digitale dienstverlening met als doel de collecties voor een breed publiek beschikbaar te maken. Het digitaal erfgoed vertegenwoordigt niet enkel cultureel belang, maar brengt ook nieuwe vormen van 152 maatschappelijke waarden.Naar aanleiding van de behoefte aan digitaliseren binnen de erfgoedsector heeft de Stichting EconomischOnderzoek (SEO) in 2006 een analyse gemaakt van de economische en maatschappelijke baten bij het digitaalbeschikbaar maken van erfgoed (Baten in beeld, 2006). De kosten voor digitaliseren van erfgoedinformatieworden vaak als hoog beschouwd, maar toch blijkt uit deze analyse dat het totaal aan baten de kosten vandigitalisering over het algemeen overstijgt. Volgens het onderzoek zou de erfgoedsector vrijwel direct batenmoeten ondervinden aan het breed ontsluiten van erfgoedinformatie. Daarnaast spelen indirecte baten zoalshet vergroten van de geletterdheid en het versterken van een kenniseconomie een belangrijke rol.Hiermee sluit dit onderzoek aan op de woorden van Anderson, door te stellen dat digitale erfgoedcollectiesniet alleen een culturele, maar ook een economische en maatschappelijke waarde vertegenwoordigen 153wanneer zij optimaal worden ontsloten.4.1.2 Toegang tot erfgoedvormenOm tot een goed business model te komen, moet eerst worden vastgesteld op welke manier de gebruikertoegang tot erfgoed heeft en of hier verdienmogelijkheden voor erfgoedinstellingen liggen. Volgens de BMICEpublicatie kunnen er op het gebied van toegang tot erfgoedvormen vier ‘distributieringen’ wordenonderscheiden (zie afbeelding 4 op de volgende pagina). Dit zijn analoog in huis, digitaal in huis, online enonline in het netwerk. De distributieringen zijn in deze sub paragraaf omschreven.Volgens het model kunnen erfgoedgebruikers op vier manieren toegang tot content van erfgoedinstellingenverkrijgen: 1. Analoog in huis: het werk wordt fysiek tentoongesteld of is in een archief of depot voor publiek toegankelijk en te raadplegen. 2. Digitaal in huis: het werk is digitaal beschreven en veelal ook gedigitaliseerd. De content is binnen de erfgoedinstelling via een gesloten netwerk toegankelijk gemaakt. Een voorbeeld hiervan is het raadplegen van erfgoedinformatie via een computer binnen de organisatie. 3. Online: het werk wordt via de website van de instelling aangeboden en heeft geen specifieke (her)gebruiksrechten.151 http://www.managementsite.nl/8952/strategie-bestuur/innovatie-businessmodellen.html (geraadpleegd 11-05-2012)152 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (z. pl. 2009). 15153 www.kennisland.nl/.../dea06dfa-86a1-4239-a11a-65e260f0dc8e (geraadpleegd 14-05-2012) 64 Sylvana Bol - 608027
  • 66. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 4. Online in het netwerk: het werk (of onderdelen hiervan) worden online aangeboden en heeft bepaalde (her)gebruiksrechten. Wanneer een gebruiker de content wil bekijken, worden er 154 gebruiksrechten verleendAfbeelding 4. DistributieringenUit het onderzoeksrapport De digitale feiten (2009) van Stichting DEN is gebleken dat onder 130 grote –enmiddelgrote instellingen in de erfgoedsector gemiddeld 26% is gedigitaliseerd. 42% van de collecties moet nog 155digitaal worden ontsloten en 32% hoeft niet te worden gedigitaliseerd.Het onderzoek toont aan op welke manier bovenstaande distributieringen betrekking hebben op hetgedigitaliseerde bronnenmateriaal van de onderzochte instellingen. Uit het onderzoek kan opgemaakt wordendat 61% van de gedigitaliseerde content binnen de muren van de instelling toegankelijk wordt gemaakt.Hierdoor wordt de informatie voornamelijk door erfgoedmedewerkers gebruikt, en minder door het publiek.Een groot deel van het erfgoedmateriaal (41%) is online voor de gebruiker raadpleegbaar, maar dit wordt op dewebsite van de betreffende instellingen zelf gedaan. Hierbij worden geen expliciete gebruikslicenties voorhergebruik verleend. Volgens het onderzoek zijn instellingen in de vierde distributiering nauwelijks actief,terwijl hier juist een verdienmogelijkheid voor de instelling ligt. Door een (kleine) bijdrage voor gebruiksrechtente vragen, kan een instelling op digitaal gebied eigen geld verdienen en kan dit aspect een bijdrage leveren aan 156een potentieel verdienmodel.4.2 Belang van business modellenOm een verdienmodel tot een succes te maken is Osterwalder (2009) de volgende mening toebedeeld: Een erfgoedinstelling die op zoek is naar een verdienmodel, kan het beste starten bij potentiële klanten en niet bij een collectie. Voor veel instellingen is dit een onnatuurlijk gegeven, aangezien de collectie altijd in het middelpunt staat. Maar als duidelijk is welke waarde de klant zoekt, kan de dienstverlening hierop worden aangepast. Hierdoor kan in het business model canvas niet over verdienmodellen worden gepraat, zonder hierbij de 157 bouwsteen ‘klant’ te betrekken.154 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (z. pl. 2009) 6-16155 Stichting DEN Onderzoek naar de omvang en kosten van gedigitaliseerd Cultureel Erfgoed (z. pl. Den Haag 2009)27-30156 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (z. pl. 2009) 10157 Ibidem 65 Sylvana Bol - 608027
  • 67. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20124.2.1 Sectoraal belangBinnen de erfgoedsector wordt op diverse gebieden geëxperimenteerd en er worden kortlopende projectenopgezet welke als doel hebben om dienstconcepten ten aanzien van digitalisatie in een breed veld te testen.Nederland is één van de koplopers bij het ontwikkelen van Europese digitaliseringprojecten. Denk hierbij aanhet Europeana project waaraan men samen met Engeland en Duitsland de meeste input levert en de bijdragedie Nederland levert aan de hieraan ten grondslag liggende projecten, zoals IMPACT en The European LibraryProject. Wanneer men als land, sector en instelling een bijdrage op dit niveau wil blijven leveren, moeten erbewuste keuzes worden gemaakt op het gebied van business modellen van de sector en individuele 158instellingen.4.2.2 OplossingsrichtingWanneer men besluit om een business model te ontwerpen, staat dit niet op zichzelf. Het is een onderdeel vaneen proces dat begint bij het formuleren van de visie en missie van een organisatie. De visie en missie wordengecombineerd met de omgevingsfactoren (de digitalisering van de samenleving) en vormen tezamen deleidraad voor een kant en klare strategie. Daarnaast dient er een koers te worden uitgezet (het bereiken vannieuwe doelgroepen) en kan hiermee de basis voor een succesvol verdienmodel worden gelegd. Wel dient hetmodel verder te worden uitgewerkt in de vorm van een helder business –en informatieplan (zie figuur 11 op 159deze pagina). Missie sie Strategie Omgevingsfactoren Business model Implementatie/Informatie plannenFiguur 11. Het business model als onderdeel van het strategisch veranderingsproces158 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (z. pl. 2009) 14-16159 Ibidem 66 Sylvana Bol - 608027
  • 68. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20124.3 Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed4.3.1 AanleidingNaar aanleiding van de problemen rondom digitalisatie en de bezuinigingen binnen de erfgoedsector, zijn velediscussies in het erfgoedveld gevoerd. In het kader van een project van Stichting DEN en Kennisland (2009) inopdracht van het Ministerie van OCW heeft men helder gekregen met welke problemen men in de 160erfgoedsector kampt en op welke manier deze kunnen worden opgelost.Uit dit onderzoek is de publicatie Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed voortgekomen. Dit is hetresultaat van vele formele en informele discussies die in het erfgoedveld zijn gevoerd op het gebied vanbusiness modellen. De knelpunten hebben betrekking op de organisatie, ICT-infrastructuur, auteursrechten enverdienmodellen. Rondom deze vier thema’s hebben de onderzoekers in 2009 diverse expertmeetingsgeorganiseerd, waar ongeveer 100 vertegenwoordigers uit de erfgoedsector, overheid, wetenschap, onderwijscreatieve industrie en het bedrijfsleven aan het woord zijn gekomen. Ook zijn de bevindingen met behulp van 161een seminar in 2009 in het najaar getest.De input van erfgoedprofessionals binnen deze netwerkbijeenkomsten zijn verwerkt in de publicatie vanStichting DEN, Kennisland en het Ministerie van OCW (2009) Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed enwordt gebruikt voor dit onderzoek om een beeld te kunnen schetsen van de business modellen die uitnetwerkbijeenkomsten zijn ontstaan. De publicatie is tevens gepresenteerd op de conferentie van DISH in2009, waardoor erfgoedmedewerkers een handleiding werd aangereikt om te kunnen omgaan met deknelpunten ten aanzien van digitalisatie waarmee menig instelling te maken heeft.In de publicatie worden vier knelpunten uitgelegd waar erfgoedinstellingen mee kampen als zij hun businessmodel op een meer strategische wijze willen innoveren om optimaal in te kunnen spelen op de digitale 162omslag.4.3.2 Stappenplan Business Model Innovatie Cultureel ErfgoedIn de publicatie is tevens een stappenplan opgenomen, waarin staat omschreven welke stappenerfgoedinstellingen kunnen doorlopen om het eigen business model optimaal te innoveren.Het stappenplan is uit 7 stappen opgebouwd en helpt bij het omzeilen van knelpunten bij het toegankelijkmaken van digitale erfgoedinformatie. De stappen kunnen meerdere keren worden herhaald en helpen ombestaande of nieuwe digitale dienstconcepten te verbinden aan het business model van de erfgoedinstelling.De hieronder omschreven stappen kunnen worden toegepast op de erfgoedsector, en in het bijzonder op dedigitale diensten en producten. De methodiek is ook inzetbaar voor de creatieve industrie.Stap 1. Business model mapping: stap 1 heeft betrekking op het in kaart brengen van het al bestaandebusiness model van een organisatie. Een belangrijke voorwaarde voor deze stap is om te kunnen omschrijvenwelke vernieuwingen wel en niet binnen de organisatie gewenst zijn.Stap 2. Product –of dienstenconcept uitwerken: bij stap 2 wordt het product –of dienstconcept uitgevoerd. Ditconcept staat aan de basis van de vernieuwing(en) die de erfgoedinstelling wil doorvoeren.Stap 3. Fit & vitability check: in de derde stap wordt het product –of dienstconcept getest met behulp van een‘fit & vitability check’. Met behulp van de fit & vitabillity check wordt getest of het concept past bij deorganisatie en of het levensvatbaar in de markt is. De test gaat na op welke onderdelen van het bestaandebusiness model aanpassingen nodig zijn om het nieuwe product –of dienstconcept succesvol en duurzaam teverwezenlijken.160 Zie bijlage A:Interview Nikki Timmermans, adviseur Stichting Nederland Kennisland161 Ibidem162 Ibidem 67 Sylvana Bol - 608027
  • 69. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Stap 4. Koers kiezen: de vierde stap bestaat uit het maken van een keuze over het al dan niet doorvoeren vanaanpassingen aan het business model.Stap 5. Actieplan vaststellen: stap vijf heeft betrekking op het vaststellen van de concrete acties die nodig zijnom de benodigde aanpassingen aan het business model daadwerkelijk door te voeren.Stap 6. Uitvoeren: bij stap 6 neemt de uitvoering van de aanpassingen aan het product –of dienstconcept eenbelangrijke plaats in. Deze fase kan tevens als een vernieuwingsfase worden beschouwd.Stap 7. Evalueren: in stap 7 wordt het nieuwe business model in kaart gebracht en het proces van het model 163geëvalueerd.Afbeelding 5. Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed163 http://www.bmice.nl/?page_id=53 (geraadpleegd 30-05-2012) 68 Sylvana Bol - 608027
  • 70. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20124.4 Business Model Canvas Osterwalder en Pigneur4.4.1 OmschrijvingEen ander model ten aanzien van business modellen dat bekend is binnen de erfgoedsector, is het BusinessModel Canvas van Alex Osterwalder en Yves Pigneur. Het model bestaat uit 9 bouwstenen. Dit zijn propositie,klant, distributie, relatie, opbrengsten, activiteiten, resources, partners en kosten. Het canvasmodel helptorganisaties om meer inzicht te geven in de situatie van het eigen business model. Enerzijds wordt er structuurin al bestaande kennis over de werkwijze van een organisatie aangebracht, en anderzijds kunnen er nieuwe 164ontdekkingen worden gedaan. Het business model canvas is afkomstig van de website www.bmice.nl en isonderbouwd met voorbeelden uit de beroepspraktijk.4.4.2 Business Model CanvasBusiness Model Canvas 1. Propositie: de propositie is het onderscheidend vermogen van een organisatie. De propositie lost een klantprobleem op of vervult een klantbehoefte. Een voorbeeld hiervan is de behoefte van een klant aan een kledingstuk met het logo van een museum. De gebruiker kan zich met de kleding onderscheiden van anderen en het kledingstuk via de museale website bestellen. Het museum onderscheid zich hiermee van andere instellingen door iets aan te bieden wat andere instellingen niet doen, zoals bijvoorbeeld een T-shirt van de instelling in verschillende kleuren voor mannen, vrouwen en kinderen, in plaats van één regulier T-shirt aan te bieden.Klant 2. Klant: de klant neemt een belangrijke plaats binnen het business model in. De klant is verantwoordelijk voor de inkomsten van de onderneming en is hierdoor voor elke organisatie van belang. De organisatie kan zich ten aanzien van de klant richten op een specifieke klantgroep. Hierdoor kunnen er doelgerichte beslissingen worden genomen over bijvoorbeeld de inzet van personeel en middelen die de propositie kunnen versterken. Een voorbeeld hiervan is om als organisatie te richten op mensen die graag geassocieerd met jou instelling willen worden en bereid zijn kleding te kopen waarop het logo van jou instelling staat. Een voorbeeld hiervan is het aanbieden van T-shirts in verschillende kleuren en maten en via de website een uitgebreid advies hierover geven. Denk hierbij aan een maattabel voor kleding en gebruikers reacties over de tevredenheid te laten posten op de website. Hierdoor kan een instelling zich van andere organisaties onderscheiden. 3. Distributie: het distributiekanaal kan worden ingezet om diensten te leveren en bepaald de communicatie en ervaring van de klant. Het maakt namelijk een belangrijk verschil wanneer men een T-shirt in een dure winkel koopt of via een postorderbedrijf besteld. Dit aspect bepaald deels de relatie die een instelling met de klant gaat onderhouden. De relatie, distributie, klant en instelling bepalen samen wat een klant bereid is voor een T-shirt te betalen en bepalen hiermee de opbrengsten van een organisatie.164 Timmermans, N. E-brief Business Model Innovatie in de Culturele sector (Amsterdam 2011) 5 69 Sylvana Bol - 608027
  • 71. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 4. Klantrelatie: het type klant en de manier waarop een product of dienst wordt gedistribueerd, bepaald voor een groot gedeelte de manier waarop een organisatie met haar klanten omgaat. In het geval van de digitale verkoop van T-shirts is dit minder persoonlijk dan via een museumshop. Toch kunnen door museummedewerkers via het platform over de verkoop actief te laten discussiëren, geld worden verdiend. Door continu actief op de website te zijn, kan dit meer opleveren, doordat er op deze manier reclame wordt gemaakt. 5. Opbrengsten: de eerste vier punten bepalen samen wat de klant bereid is te betalen en bepalen hiermee de opbrengsten van een organisatie op digitaal gebied.Organisatie 6. Activiteiten: activiteiten zijn nodig om de propositie te kunnen realiseren. De T-shirts moeten worden ontworpen, geproduceerd en naar de klant worden gedistribueerd. In de productieketen moet de instelling keuzes maken: Welke activiteiten doet men zelf en welke activiteiten besteed men uit? 7. Resources: een organisatie kan ervoor kiezen om alle activiteiten zelf uit te voeren (resources) of een gedeelte hiervan in te kopen bij andere partijen (partners). Voor instellingen als erfgoedorganisaties kan het van strategisch belang zijn om op dit gebied een samenwerking met een andere instelling aan te gaan, omdat zij veelal binnen de eigen organisatie moeten bezuinigen, of omdat andere instellingen dit efficiënter kunnen. Ook kan het zo zijn dat de instelling zelf niet voldoende kennis in huis heeft. 8. Partners: door onder andere bezuinigingen blijkt het voor erfgoedinstellingen steeds aantrekkelijker om een strategische partnership aan te gaan voor activiteiten die niet tot de elementaire competenties van een onderneming behoren. Een goed voorbeeld hiervan is de samenwerking van de HEMA met het Rijksmuseum Amsterdam waarbij de HEMA in de winkels en via de website alledaagse producten verkoopt, bedrukt met afbeeldingen van het Rijksmuseum. Bovendien behoort het verkopen van T-shirts niet tot de kernactiviteiten van een erfgoedinstelling, maar kan middels een samenwerking wel in eigen middelen worden voorzien. 9. Kosten: de kosten hebben betrekking op de combinatie van eigen activiteiten en de inzet van eigen middelen en de kosten voor inkoop van partners. Zij bepalen de kostenstructuur van een organisatie. 70 Sylvana Bol - 608027
  • 72. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Afbeelding 6. Business Model Canvas4.4.3 Toelichting canvasmodelHet canvas model op deze pagina laat zien dat innovatie van het business model verschillende beweegredenenkan hebben. Een organisatie kan ervoor kiezen om de resources en activiteiten te vernieuwen waardoor ernieuwe waarde proposities ontstaan. Ook het bereiken van nieuwe klantsegmenten kan een basis voorvernieuwing vormen, welke een impact op de activiteiten van een onderneming kunnen hebben. In het gevalvan erfgoed komt de innovatieve kracht uit de digitaliseringslag die de organisaties en samenleving als geheeldoormaken.4.5 Betaling voor erfgoedactiviteitenDigitalisering geeft naast nieuwe mogelijkheden om collecties te ontsluiten ook nieuwe mogelijkheden ominkomsten te genereren. Erfgoedinstellingen begeven zich bij de verkenning van nieuwe business –enverdienmodellen vaak op nieuw terrein. De belangrijkste taak van erfgoedinstellingen is om collecties tebeheren, conserveren en voor een breed publiek te ontsluiten. Om een verdienmodel te ontwikkelen, kan menzich binnen de erfgoedsector afvragen of er wellicht geld voor bepaalde publieksactiviteiten zoals producten ofdiensten kan worden gevraagd. Dit wordt immers al in de vorm van entreekaarten en het raadplegen vanarchiefmateriaal gedaan. Veel erfgoedconsumenten zien deze betalingsvorm als een eerlijke overeenkomst envinden het normaal om hiervoor te betalen.Een tweede argument om inkomsten te verkrijgen, is om een bijdrage aan het publiek te vragen. Hetdigitaliseren van erfgoedcontent is een dure en arbeidsintensieve operatie en brengt veel werkzaamheden metzich mee. Denk hierbij aan het digitaal ontsluiten van informatie, contextualiseren en het aanbrengen vanmetadata. Dit digitaliseringproces wordt niet of slechts gedeeltelijk door de overheid betaald.Erfgoedinstellingen moeten hierdoor de digitaliseringkosten via andere wegen bekostigen.De derde overweging om een bijdrage aan het publiek te vragen, is dat veel erfgoedinstellingen zijn gebondenaan afrekenmodellen die instellingen dwingen om inkomsten uit de markt te halen.Cultuur producerende instellingen met een rijkssubsidie moeten vanaf 2012 minimaal 17,5% eigen inkomstengenereren (Cultuurprofijt, 2009). Indien dit niet lukt, zal er geen subsidie meer worden geschonken. 71 Sylvana Bol - 608027
  • 73. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Het laatste argument is het feit dat digitale diensten en producten een investering van een instelling vereisen. 165Daarom is het niet vreemd om de diensten of producten vervolgens tegen betaling aan te bieden.4.5.1 Betalende en niet-betalende klantWanneer het onderwerp ‘klant’ in ogenschouw wordt genomen, is het goed om te onthouden dat er tweesoorten klanten zijn, namelijk de betalende en niet-betalende klant. Een instelling kan ervoor kiezen om eenbreed publiek gratis toegang te verlenen tot de digitale collectie, maar adverteerders tegen betaling eenadvertentie op de website te laten plaatsen.Door de verschillende klanten zijn er tevens uiteenlopende klantwaarden waarmee rekening dient te wordengehouden. Voor het publiek is de waarde de toegang tot het collectiemateriaal en voor de adverteerders zit de 166waarde in de aandacht voor het product.4.5.2 Type klantenOm een business model te kunnen realiseren en waarde aan de geboden producten of diensten toe te kunnenvoegen, is het van belang om helder te krijgen welke klanten erfgoedinstellingen hebben. In de Business ModelInnovatie Cultureel Erfgoed (BMICE) publicatie worden vijf klanttypen onderscheiden, te weten de consument,de creatieve industrie, de zakelijke professional, het onderwijs en onderzoek, en de overheid. 1. De consument: de consument is een niet-zakelijke afnemer en is voor instellingen de meest voor de hand liggende klant om te benaderen. 2. De creatieve industrie: de creatieve industrie bestaat uit een klantengroep van kunstenaars en zijn tevens de afnemers van erfgoed in de vorm van halffabricaten. De halffabricaten worden gebruikt om eigen producten te vervaardigen die in de creatieve industrie worden ontwikkeld. Voorbeelden hiervan zijn film –en muziekmateriaal en games. 3. De zakelijke professional: deze klantgroep bestaat uit afnemers die zich met erfgoed willen associëren en zich als bedrijf hiermee willen onderscheiden. Denk hierbij aan het verbinden van kunstcollecties aan de eigen organisatie of het sponsoren van een erfgoedinstelling of tentoonstelling. Daarnaast bestaat er een kleine markt voor dienstverlening aan zakelijke partijen die de kennis en expertise van erfgoedprofessionals willen inhuren of hen om advies willen vragen. 4. Het onderwijs en onderzoek: in deze klantgroep staat de onderwijzer centraal. De klant is veelal vanuit educatief of wetenschappelijk perspectief in (digitaal) erfgoed geïnteresseerd. 5. De overheid: de overheid is verantwoordelijk voor subsidies aan erfgoedinstellingen, en is hierdoor 167 een klantgroep van veel erfgoedinstellingen.4.6 Erfgoedinstellingen en verdienmodellenVolgens de BMICE publicatie kunnen er vijf verschillende oplossingsrichtingen voor verdienmodellen wordenontwikkeld. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen origineel, origineel digitaal, curator digitaal, 168brand digitaal en bundeling. 1. Origineel: de erfgoedinstelling als ervaringsmakerDe fysieke toegang tot museale collecties vormt voor bijna elke erfgoedinstelling een belangrijkeinkomstenbron. Door kaartverkoop, het museumrestaurant en de verkoop van plattegronden en catalogizijn instellingen grotendeels in staat om in eigen behoeften te voorzien en het overige deel aan te vullen metoverheidssubsidies. Door de collectie en het bijbehorende materiaal digitaal te ontsluiten, kan een instellingzichzelf in bredere zin onder de aandacht van (potentiële) bezoekers brengen. Hierdoor kunnen groterebezoekersaantallen dan voorheen worden aangetrokken.165 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed ( z. pl. 2009) 84-85166 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed ( z. pl. 2009) 86167 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (z. pl. 2009) 86-87168 DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed ( z. pl. 2009) 88-99 72 Sylvana Bol - 608027
  • 74. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Ook ontstaan hierdoor mogelijkheden om waarde te creëren. Wel is hiervoor een verschuiving van de albestaande waarde propositie nodig. De digitalisering heeft een verandering doen ontstaan waardoor er eennieuwe waardering voor het ‘fysiek origineel’ is ontstaan.Een voorbeeld hiervan is de omslag van de verkoop van cd’s naar de toenemende belangstelling voor lifeconcerten of optredens. Hierdoor ontstaat bij het organiseren van optredens een verdienmogelijkheid, terwijldeze bij de verkoop van cd’s alsmaar afneemt. Bovendien verandert de waarde perceptie van het beluisterenvan een cd naar het beleven van een authentiek optreden. Een erfgoedinstelling kan hierop inspelen door lokaleartiesten in een ruimte van de instelling te laten optreden, waardoor een gemeenschappelijke ervaring aan debelevenis van een optreden kan worden meegegeven. Bovendien kan aan de bezoekers entreegeld voor eenkaartje worden gevraagd, waardoor de artiest kan worden betaald en kan de bezoekers een waardevollebeleving worden meegegeven.Praktijkvoorbeeld erfgoedsectorVolgens de BMICE publicatie is het initiatief ‘Wiki Loves Art’ een gebeurtenis waarbij een groot aantal museacollectiemateriaal door bezoekers lieten fotograferen. Het doel hiervan was om lege plekken op Wikipedia opte vullen. De foto’s konden door bezoekers worden geupload op de fotowebsite Flickr en op de website vanWiki Loves art, waardoor niet alleen content voor publiek toegankelijk werd gemaakt, maar via de platformsook met elkaar over de collectie kon worden gediscussieerd .De fysieke collectie is voor alle klantgroepenrelevant, alleen kan hier nauwelijks geld aan worden verdiend. Wel is er door de verschuiving van waardepropositie onder gebruikers sterk de behoefte om een collectie te ‘beleven’. Door de omschakeling van analoognaar digitaal kan via het internet steeds meer in de behoeften van gebruikers worden voorzien, dan alleenbinnen de eigen organisatie. 2. Origineel digitaal: de erfgoedinstelling als digitaal erfgoedmakelaarEen andere oplossing is om de digitale collectie te zien als ‘grondstof’ die kan worden gebruikt voor een nieuwcreatief idee of voor het verlenen van diensten aan andere gebruikers. Volgens de BMICE publicatie kan deerfgoedinstelling als digitaal erfgoedmakerlaar functioneren door bijvoorbeeld licenties voor het (her)gebruikvan filmfragmenten te verstrekken. Door aan filmmakers licenties te verkopen, kunnen zij nieuwedocumentaires en films maken met behulp van oud materiaal. Bij fysieke collecties wordt het zeggenschap overvoorwerpen geregeld door eigendomsrechten en huisregels, zoals verboden te fotograferen. In het digitaledomein heeft men alleen te maken met auteursrecht die handvatten biedt om een exclusief zeggenschap tewaarborgen. Het moeilijke gegeven waarmee erfgoedinstellingen te maken hebben, is het feit dat oudereobjecten geen auteursrecht meer hebben, en recente voorwerpen auteursrechten hebben die in handen zijnvan de kunstenaar zelf.Een voorbeeld van hoe erfgoedinstellingen als digitale erfgoedmakelaar kunnen functioneren, is door hetaanbieden van digitale afbeeldingen van objecten in hoge resolutie. Doordat de afbeeldingen een hoge resolutiehebben, kunnen zij worden gebruikt voor onderzoek en bijvoorbeeld tegen een kleine betaling aan deorganisatie worden bekeken. Hierdoor kan de erfgoedinstelling als digitaal erfgoedmakelaar functioneren, dooreen kleine bijdrage voor de afbeeldingen te vragen en hierdoor een verdienmogelijkheid te ontwikkelen.Praktijkvoorbeeld erfgoedsectorIn dit geval kan een instelling als een ‘makelaar’ optreden voor de rechthebbende, zoals Beeld en Geluid nudoet. De erfgoedinstelling krijgt een percentage van de opbrengsten uit de licencering of handel in rechten.Dit kan als compensatie voor de door de instelling geleverde diensten worden beschouwd. De propositie vanwaarde is de bemiddeling tussen de maker en rechthebbenden. 3. Curator digitaal: de erfgoedinstelling als contextmakerCurator digitaal heeft betrekking op de ontwikkeling van diensten rondom digitale erfgoedinformatie.Curator digitaal stelt dat de expertise van erfgoedorganisaties een waardevol middel is waar inkomsten uitkunnen worden verkregen. 73 Sylvana Bol - 608027
  • 75. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012De klantgroepen die hierop van toepassing zijn, zijn de consument, onderwijs en onderzoek en de zakelijkeprofessional. Volgens de BMICE publicatie liggen bij dit onderdeel op twee terreinen verdienmogelijkheden.Erfgoedinstellingen hebben kennis en expertise binnen de eigen organisatie en kunnen hierdoor via de websitediensten aanbieden waarvoor een ‘digitale curator’ kan worden ingezet. Hierbij kan worden gedacht aanspecifieke achtergrondinformatie die niet op de gemiddelde museale website is te vinden of het aanbiedeneducatief materiaal.Praktijkvoorbeeld erfgoedsectorDaarnaast kunnen digitale diensten worden ontwikkeld die inspelen op de beleving en ervaring van de fysiekecollectie. Hierbij kan worden ingespeeld op de individuele behoeftes van gebruikers.Ontwikkel een individuele route door het museum en laat de bezoeker deze digitaal bekijken, of houd degebruiker op de hoogte met informatie over collectiestukken die hij of zij interessant vindt. Dit wordt in science 169center NEMO al gerealiseerd.4: Brand digitaal: de erfgoedinstelling als reputatiemaker en merkenbouwerDe vierde oplossing om geld te kunnen verdienen heeft betrekking op het digitale collectiemateriaal tenaanzien van merk en reputatie. De inkomstenbronnen kunnen worden verkregen vanuit de naam en reputatievan de instelling, en geven organisaties de mogelijkheid om hier inspiratie uit te halen.Een instelling kan ervoor kiezen op welke manier zij door het publiek wil worden herinnerd, namelijk alsinstelling met een hip merk, als instelling met status of als sociale aangelegenheid. Het begrip brand digitaalspeelt hierop in.Praktijkvoorbeeld erfgoedsectorEen goed voorbeeld van de erfgoedinstelling als reputatiemaker en merkenbouwer is het gebruik van Twitterdoor erfgoedinstellingen. Door het publiek op de hoogte te houden van de organisatieactiviteiten, kannaamsbekendheid worden gecreëerd en kan de reputatie van een organisatie verder worden ontwikkeld.Door het publiek op de hoogte te houden van activiteiten binnen de instelling en hen bijvoorbeeld eerder tevertellen wanneer een tentoonstelling in première gaat of wanneer er aanbiedingen zijn, kan er met dedoelgroep worden gecommuniceerd en gezamenlijk aan het merk van de instelling worden gebouwd.5: Bundel: de erfgoedinstelling als aanbieder van productbundelsIn de laatste oplossing tot eigen inkomsten genereren, worden een aantal voorgaande onderwerpengebundeld. Een voorbeeld van een productbundel die door erfgoedinstellingen zou kunnen worden gemaakt,is het verkopen van een dvd waarop een rondleiding door de instelling wordt gegeven, en dit te koppelen aande verkoop van een entreekaartje. Hierdoor kan er waarde aan een bezoek worden meegegeven in de vormvan een thuis te bekijken dvd en kunnen er door het aanbieden van een productbundel (extra) inkomstenworden verkregen.Praktijkvoorbeeld erfgoedsectorEen ander voorbeeld van hoe een erfgoedinstelling als aanbieder van productbundels zou kunnen fungeren, isdoor het aanbieden van een museumjaarkaart voor één museum, zodat men vaker een museum naar keuzekan bezoeken. Door een bepaald bedrag per maand te betalen, kan de bezoeker ook een boek over detentoonstelling worden meegegeven, waarvan het bedrag bij de aankoop van de kaart is inbegrepen. Hiermeekan een erfgoedinstelling door het aanbieden van projectbundels (meer) eigen geld verdienen.169 Zie bijlage E: interview met Marjelle van Hoorn, projectmanager VSC 74 Sylvana Bol - 608027
  • 76. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20124.7 AfsluitingTer afsluiting kan worden vastgesteld dat wanneer erfgoedinstellingen eigen geld willen verdienen, zij voor driebelangrijke opgaven staan. Dit zijn de blik naar buiten verbreden, waarde genereren en de eigen business –ofverdienmodellen continu vernieuwen. Deze punten hebben ook betrekking op de hoofdvraag van ditonderzoek.Blik naar buiten verbredenAllereerst dienen erfgoedinstellingen de blik naar buiten te verbreden. Menig organisatie is geneigd om demiddelen die binnen de eigen instelling voor handen zijn te raadplegen en hierdoor kosten te besparen.Hierbij realiseert men zich niet dat niet alle informatie zich binnen de eigen instelling bevindt en deze zichwellicht bij collega-instellingen of verwante sectoren begeeft. Mede door de bezuinigingen binnen de sectorrealiseert men zich meer dan ooit tevoren dat samenwerkingsverbanden binnen en buiten de sector eenoplossing kunnen vormen wanneer het gaat om kostenreducering en op een effectieve manierorganisatiedoelstellingen behalen. Door de blik naar buiten te verbreden en actief op zoek te gaan naarsamenwerkingsvormen, kunnen kosten worden bespaard en (tezamen) geld voor de instelling wordenverdiend. Denk hierbij aan het gemeenschappelijk organiseren van een tentoonstelling die in beideninstellingen is te bezichtigen en de opbrengsten met elkaar te delen of een studentenavond binnen deinstelling te organiseren die wordt georganiseerd door vrijwilligers.Waarde creërenDe primaire doelstelling van erfgoedinstellingen heeft betrekking op het fysiek en digitaal toegankelijk makenvan de eigen collectie en haar bijbehorende informatie. Door waarde aan deze content toe te voegen, kan eraan bezoekers een experience worden meegegeven. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door deerfgoedinstelling een bepaalde rol te laten vervullen, zoals de rol van ervaringsmaker. Hierbij biedt de instellingeen ervaring aan (zoals het bekijken van een interactieve tentoonstelling waar men foto’s mag maken en viaeen afgesloten netwerk met elkaar kan delen) die voor een bezoeker waarde kan creëren. Door het toevoegenvan waarde aan een instelling en haar objecten, zijn bezoekers geneigd om de website of instelling vaker tebezoeken en zorgt dit voor positieve mond tot oor reclame.Innoveren business -en verdienmodellenBusiness -en verdienmodellen zijn van grote waarde voor erfgoedinstellingen. Door als instelling aan de slag tegaan met het Business Model Innovatie of het Business Model Canvas van Alex Osterwalder en Yves Pigneur,kunnen problemen op het gebied van business -en verdienmodellen worden omzeild en kan op zoek wordengegaan naar effectieve verdienmogelijkheden. De verdienmogelijkheden van erfgoedinstellingen kunnen weerworden teruggevoerd op het aangaan van samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld partners binnen ofbuiten de eigen sector. Een goed voorbeeld hiervan is het samenwerkingsverband tussen het RijksmuseumAmsterdam en de HEMA. Door een business model op te stellen, kan een organisatie continu blijvenvernieuwen en meegaan in de ontwikkelingen die ontstaan door een steeds meer digitaal wordendesamenleving en hier middels een samenwerkingsverband met een andere organisatie op inspelen. 75 Sylvana Bol - 608027
  • 77. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012ConclusieIn deze scriptie is onderzoek gedaan naar de mogelijke waarde van netwerkbijeenkomsten bij het digitaaltoegankelijk maken van erfgoedinformatie voor publiek. Daarnaast is onderzocht welke mogelijkhedennetwerkbijeenkomsten kunnen bieden op het gebied van samenwerking en kennisdeling binnen deerfgoedsector. Hierbij richt het onderzoek zich op erfgoedinstellingen die kampen met problemen ten aanzienvan het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie en hierbij op zoek zijn naar vormen van kennisdelingen samenwerking. Om hierop een antwoord te krijgen is de volgende hoofdvraag geformuleerd:Welke mogelijkheden bieden netwerkbijeenkomsten de erfgoedsector bij het digitaal toegankelijk maken vanerfgoedinformatie?De deelvragen zijn als volgt: 1. Welke erfgoedinitiatieven ten aanzien van netwerkbijeenkomsten zijn er tot op heden in praktijk gebracht? 2. Welke strategische allianties en samenwerkingsverbanden zijn er op dit moment tussen erfgoedorganisaties? 3. Welke rol spelen nieuwe media in de netwerkbijeenkomsten? 4. Welke verdienmodellen ontstaan er uit netwerkbijeenkomsten?De informatie uit de deelvragen vormt het onderzoeksgedeelte van deze scriptie. De adviezen die aan heteinde van de hoofdstukken zijn opgenomen, zijn gebaseerd op de informatie uit de deelvragen en gevengezamenlijk een antwoord op de hoofdvraag van dit onderzoek.Het toegankelijk maken van digitale erfgoedinformatie is de afgelopen decennia aan verandering onderheviggeweest. Diverse instellingen spanden zich in om erfgoedcollecties voor publiek digitaal te ontsluiten enaudiovisueel materiaal online beschikbaar te maken. Ondanks dit gegeven wordt het proces dat aan hetdigitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie vooraf gaat, niet door elke erfgoedinstelling evennauwkeurig uitgevoerd. Het gevolg hiervan is dat wetenschappers en andere gebruikers bronnen niet kunnenvinden of doorzoeken, waaruit valt af te leiden dat het digitaliseringsproces in de erfgoedsector nog niet oporde is.Erfgoedinstellingen gaan bij het digitaal ontsluiten van erfgoedinformatie op verschillende manieren te werk enpraten nauwelijks met het publiek over hun digitale informatiebehoeften op het gebied van erfgoed.Door slecht werkende softwaresystemen, metadata, te hoge digitaliseringskosten en het gebrek aan eenoverkoepelende handleiding op het gebied van erfgoedcontent digitaal ontsluiten, zijn veel instellingen allenop een eigen manier gaan digitaliseren.De erfgoedsector staat momenteel voor de uitdaging om nieuwe methodes te vinden om een financieeldraagvlak voor kunst en cultuur te realiseren en gemeenschappelijke vormen van standaardisering teontwikkelen. Om dit te kunnen bewerkstelligen, dienen er nieuwe verbindingen worden aangegaan metandere sectoren, doelgroepen en gemeenschappen. Daarnaast dient het ondernemerschap in de sector teworden vergroot.Het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden en het verbreden van de blik naar buiten gebeurt nietvanzelf. Vernieuwing gaat samen met onderzoeken, bestuderen en bezinnen. De erfgoedsector heeft behoefteaan standaardisering op het gebied van het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie. Door opdezelfde manier als collega-instellingen en verwante erfgoedorganisaties content digitaal te ontsluiten, kan eengemeenschappelijk doel worden gerealiseerd, namelijk het digitaal beschikbaar maken van erfgoedcontentvoor publiek.Doordat er in de erfgoedsector een toenemende vraag naar digitale erfgoedinformatie is ontstaan en op welkemanier deze het beste voor publiek toegankelijk kan worden gemaakt, richten steeds meer organisaties zich opsamenwerkingsverbanden met andere erfgoedinstellingen. 76 Sylvana Bol - 608027
  • 78. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Deze samenwerkingsverbanden zijn veelal het resultaat van een opkomend fenomeen binnen de sector,namelijk ‘netwerkbijeenkomsten’. Op deze bijeenkomsten komen erfgoedprofessionals bijeen om met elkaarvan gedachten te wisselen over onder andere aan welke (digitale) erfgoedinformatie in de sector momenteelbehoefte is en op welke manier men hier een bijdrage aan kan leveren.Erfgoedorganisaties zoeken bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie contact met andereerfgoedinstellingen, netwerkbijeenkomsten en conferenties met als doel informatie vergaren overgemeenschappelijke knelpunten waarmee diverse erfgoedinstellingen te maken hebben. De knelpuntenhebben betrekking op het digitaliseren van erfgoedinformatie, en de vraag op welke manier dit helder enefficiënt kan worden uitgevoerd. Om hier een antwoord op te krijgen, bezoekt men netwerkbijeenkomsten,waar men met professionals uit de sector bespreekt op welke manier men hier binnen de eigen organisatiemee omgaat en geeft men elkaar tips om problemen op te lossen of te voorkomen.Gedreven vanuit individuele en organisatorische belangen gaan veel instellingen een samenwerkingsverbandmet een collega-instelling of verwante sector aan. Hierin worden gemeenschappelijke doeleinden ten aanzienvan het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie gerealiseerd. Om een succesvol en langdurigsamenwerkingsverband aan te gaan, dienen gemeenschappelijke kennis en expertise optimaal te wordenbenut, gezamenlijke doelstellingen te worden geformuleerd en conflicten tijdig te worden opgelost.Door het gezamenlijk belang zo groot mogelijk te maken, kunnen collectieve doelstellingen wordengerealiseerd en langdurige samenwerkingsverbanden in stand worden gehouden.Nieuwe (sociale) media kunnen een belangrijke rol spelen binnen erfgoedinstellingen en netwerken.Nieuwe media kunnen door erfgoedinstellingen worden ingezet bij het delen van erfgoedinformatie met desector en het publiek. Daarnaast kunnen zij binnen netwerkbijeenkomsten voor diverse doeleinden wordeningezet, zoals (online)informatie met elkaar delen en communiceren over behandelde themaonderwerpen.De media publiceren informatie, en zorgen ervoor dat zowel instellingen, organisaties en het publiek informatieop verschillende manieren toegankelijk kunnen maken. Hierdoor ontstaat een netwerkproces waarininformatie en kennis met elkaar worden gedeeld en gezamenlijk toegankelijk worden gemaakt. Om die redenkunnen nieuwe media als online netwerken functioneren en kunnen erfgoedinstellingen en deelnemers vannetwerken via de media zowel online als offline netwerken.Naast het gebruik van nieuwe media, kunnen erfgoedinstellingen gebruik maken van de Behoeftepiramide vansocial media & personal branding expert John Antonios bij het digitaal toegankelijk maken vanerfgoedinformatie. Met behulp van de piramide wordt duidelijk op welke manier men binnenerfgoedinstellingen of netwerkbijeenkomsten nieuwe media kan inzetten om erfgoedinformatie digitaal teontsluiten en eigen geld te verdienen. Wel dient hierbij met factoren zoals transparantie en bereidheid totdelen rekening te worden gehouden.AdviesWanneer erfgoedinstellingen netwerkbijeenkomsten als hulpmiddel willen inzetten bij het digitaal toegankelijkmaken van erfgoedinformatie en op zoek zijn naar vormen van samenwerking en kennisdeling, dient met devolgende punten rekening te worden gehouden: verbreed de blik naar buiten, creëer waarde en innoveerbusiness -en verdienmodellen. Indien met deze aspecten rekening wordt gehouden, kunnennetwerkbijeenkomsten als waardig hulpmiddel bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatiefungeren. Indien dit niet het geval is, kunnen netwerkbijeenkomsten bijdragen aan de informatiebehoefte vanerfgoedprofessionals en mogelijk leiden tot samenwerkingsverbanden met collega’s uit het erfgoedveld, maarzal hiermee geen positief antwoord op de hoofdvraag van dit onderzoek kunnen worden gegeven.Blik naar buiten verbredenAllereerst dienen erfgoedinstellingen de blik naar buiten te verbreden. Menig organisatie is geneigd om demiddelen die binnen de eigen instelling voor handen zijn te raadplegen en hierdoor kosten te besparen.Hierbij realiseert men zich niet dat niet alle informatie zich binnen de eigen instelling bevindt en deze zichwellicht bij collega-instellingen of verwante sectoren begeeft. 77 Sylvana Bol - 608027
  • 79. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Mede door de bezuinigingen binnen de sector realiseert men zich meer dan ooit tevoren datsamenwerkingsverbanden binnen en buiten de sector een oplossing kunnen vormen wanneer het gaat omkostenreducering en op een effectieve manier organisatiedoelstellingen behalen. Door de blik naar buiten teverbreden en actief op zoek te gaan naar samenwerkingsvormen, kunnen kosten worden bespaard en(tezamen) geld voor de instelling worden verdiend. Denk hierbij aan het gemeenschappelijk organiseren vaneen tentoonstelling die in beiden instellingen is te bezichtigen en de opbrengsten met elkaar te delen of eenstudentenavond binnen de instelling te organiseren die wordt georganiseerd door vrijwilligers.Waarde creërenDe primaire doelstelling van erfgoedinstellingen heeft betrekking op het fysiek en digitaal toegankelijk makenvan de eigen collectie en haar bijbehorende informatie. Door waarde aan deze content toe te voegen, kan eraan bezoekers een experience worden meegegeven. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door deerfgoedinstelling een bepaalde rol te laten vervullen, zoals de rol van ervaringsmaker. Hierbij biedt de instellingeen ervaring aan (zoals het bekijken van een interactieve tentoonstelling waar men foto’s mag maken en viaeen afgesloten netwerk met elkaar kan delen) die voor een bezoeker waarde kan creëren. Door het toevoegenvan waarde aan een instelling en haar objecten, zijn bezoekers geneigd om de website of instelling vaker tebezoeken en zorgt dit voor positieve mond tot oor reclame.Innoveren business -en verdienmodellenBusiness -en verdienmodellen zijn van grote waarde voor erfgoedinstellingen. Door als instelling aan de slag tegaan met het Business Model Innovatie of het Business Model Canvas van Alex Osterwalder en Yves Pigneur,kunnen problemen op het gebied van business -en verdienmodellen worden omzeild en kan op zoek wordengegaan naar effectieve verdienmogelijkheden. De verdienmogelijkheden van erfgoedinstellingen kunnen weerworden teruggevoerd op het aangaan van samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld partners binnen ofbuiten de eigen sector. Een goed voorbeeld hiervan is het samenwerkingsverband tussen het RijksmuseumAmsterdam en de HEMA. Door een business model op te stellen, kan een organisatie continu blijvenvernieuwen en meegaan in de ontwikkelingen die ontstaan door een steeds meer digitaal wordendesamenleving en hier middels een samenwerkingsverband met een andere organisatie op inspelen. 78 Sylvana Bol - 608027
  • 80. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Geraadpleegde bronnen en literatuurBronnenOngedrukte bronnenBremekamp, R., Kaats, E., Opheij, W., Vermeulen, I. Succesvol samenwerken; een kompas voor aanbevelingenen betekenisvolle interactie (Amersfoort 2010) 3Gillisse, R., e.a. Handleiding Rekenmodel Digitaliseringskosten (Den Haag 2010) 7Heling, M., Community plan If then is now (Amsterdam 2011) 2-16Heling, M., de Nijs, P. Uitgeefplan Plaatsen van Betekenis (Amsterdam 2011) 4-6Timmermans, N., E-brief business model innovatie Kennisland (Amsterdam 2011)Data Archiving Networked Services, DANS op zoek naar archeologische publicaties en data (Den Haag 2012) 2-4DEN, Kennisland, OCW Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed (z. pl. 2009) 14-16Stichting DEN, De digitale feiten (Den Haag 2009) 54Stichting DEN, Onderzoek naar de omvang en kosten van gedigitaliseerd Cultureel Erfgoed (z. pl. Den Haag2009)27-30Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed, Prisma publicatie (Brussel 2011) 4Mondelinge bronnen - Coenraads, Nynke Medewerker If then is now Datum interview: 06-03-2012 - Heling, Menno Mede-initiatiefnemer If then is now Datum interview: 06-03-2012 - Hollander, Hella Coördinator e-depot Nederlandse Archeologie Datum interview: 08-05-2012 - Meereboer, Theo Oprichter Erfgoed 2.0 Datum interview: 13-03-2012 - Timmermans, Nikki Adviseur Stichting Nederland Kennisland Datum interview: 20-03-2012 - van Hoorn, Marjelle Projectmanager Vereniging van samenwerkende centra en musea in wetenschap en techniek /organisator netwerkbijeenkomsten Datum interview: 13-03-2012Correspondentie - Gillesse, Robert 13-05-2012 Inhoud: Antwoord op vragen over Stichting DEN - Hoving, Frans 12-03-2012 Inhoud: Antwoord op vragen over conferentie van DISH 2011 en de rol van Erfgoed Nederland hierin - Lechner, Monica 07-03-2012 Inhoud: Antwoord op vragen over Stichting DEN - Koninklijke Bibliotheek (KB) 04-03-2012 Inhoud: Antwoord op vragen over samenwerkingsverband KB en Google 79 Sylvana Bol - 608027
  • 81. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Bijeenkomsten - Netwerkbijeenkomsten If then is now over Erfgoed en Toerisme, Nieuwe Media, Verdienmodellen en Locatieve Media, 14-11-2011, 28-11-2011, 19-12-2011,30-01-2012Netwerken - Onderzoek naar digitaal platform Meetup van het Innovators Netwerk Erfgoedsector (INE) over aantal deelnemers en informatie over themaonderwerpen, 18-05-2012Enquête - Enquête onder deelnemers Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsten (geraadpleegd 01-03-2012)LiteratuurBlack, G. The engaging museum, (z. pl. 2005) 123-132Blom, E. Handboek communities ;de kracht van sociale netwerken (z. pl. 2009) 26-27Bruins, R., Pinkster, B. Informatiemanagement (Amsterdam 2007)Hermans, R., Taekema, J. Digitale samenwerking; een handleiding voor erfgoedinstellingen (Den Haag 2005) 3-4Kotler, P. Principes van Marketing (vierde editie Amsterdam 2006)Dovey, J.,Giddings,S. New media a critical introduction (tweede editie, New York 2009)13-43Marcus, J.,van Dam, N. Een praktijkgerichte benadering van organisatie en management (z. pl.2004) 139-141Tol, R. Het netwerkboek (z. pl. 2002) 20-22Erfgoed Nederland, Retour Brussel Erfgoed en Europa (Amsterdam 2011) 75Landelijk Contact van Museumconsulenten & DEN, Wegwijzer collecties op internet (Den Haag 2008) 11KrantenberichtenKarel Berkhout, Het digitale drama, NRC Handelsblad, 10 september 2011Internet - http://www.den.nl/blog/bericht/3228 (Bericht krantenartikel DEN) (geraadpleegd 05-03-2012) - http://www.europa-nu.nl/id/vi3akj8s57qg/brief_staatssecretaris_over_de (Ingezonden brief staatssecretaris) (geraadpleegd 14-03-2012) - http://www.plaatsenvanbetekenis.nl/over-pvb/plaats-van-betekenis/uitgangspunten-van-pvb/ (Informatie over Plaatsen van Betekenis) (geraadpleegd 01-03-2012) - http://www.plaatsenvanbetekenis.nl/over-pvb/plaats-van-betekenis/voor-wie-is-plaatsen-van- betekenis/ (Informatie over erfgoedproject If then is now) (geraadpleegd 01-03-2012) - http://www.plaatsenvanbetekenis.nl/2011/10/28/locatie-beleving-netwerkbijeenkomsten/ (Informatie over Locatie+Beleving bijeenkomsten) (geraadpleegd 29-05-2012) - http://www.kennisland.nl/over-kennisland (Informatie over Stichting Kennisland) (geraadpleegd 27- 02-2012) - http://www.kennisland.nl/over-kennisland/werkvelden/erfgoed (Informatie over werkvelden Kennisland) (geraadpleegd 27-02-2012). - http://beeldenvoordetoekomst.nl/nl/project/algemene-informatie (Algemene informatie Beelden voor de Toekomst) (geraadpleegd 15-03-2012) - http://beeldenvoordetoekomst.nl/nl/project/doel (Informatie over doel Beelden voor de Toekomst) (geraadpleegd 15-03-2012) - http://inerfgoed.nl/ditisine/ (Informatie over INE netwerk) (geraadpleegd 15-03-2012) - http://www.bmice.nl/ (Informatie over BMICE project) (geraadpleegd 18-05-2012) - http://www.erfgoednederland.nl/projecten/digital-strategies-for-heritage-dish/item7167 (Informatie over conferentie van DISH) (geraadpleegd 04-03-2012) - http://www.dish2011.nl/ (Informatie over DISH conferentie) (geraadpleegd 01-03-2012) - http://www.twynstragudde.nl/Succesvolsamenwerken.pdf (Informatie over succesvol samenwerken) (geraadpleegd 17-03-2012) - http://www.ketens-netwerken.nl/begrippen#jy (Informatie over ketens en netwerken) (geraadpleegd 18-03-2012) 80 Sylvana Bol - 608027
  • 82. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 - http://www.samenwerkentussenorganisaties.nl/Oversamenwerken/Watissamenwerken/tabid/75/Def ault.aspx (Informatie over samenwerken tussen organisaties) (geraadpleegd 17-03-2012) - http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/detachering.html (Samenwerkingsvorm detachering) (geraadpleegd 28-04-2012) - http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/uitbesteding.html (Samenwerkingsvormen uitbesteding) (geraadpleegd 28-04-2012) - http://velehanden.nl/projecten/bekijk/details/project/militieregisters (Project VeleHanden) (geraadpleegd 29-05-2012) - http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/co_makership.html (Samenwerkingsvorm co-makership) (geraadpleegd 28-04-2012) - http://www.erfgoednederland.nl/ (Website Erfgoed Nederland) (geraadpleegd 29-05-2012) - http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/partnership.html (Samenwerkingsvorm partnership) (geraadpleegd 28-04-2012) - http://www.rijksmuseum.nl/nieuwsenagenda/hema?lang=nl (Samenwerking HEMA en Rijksmuseum Amsterdam) (geraadpleegd 29-05-2012) - http://www.europa-nu.nl/id/vipdeyawcijs/rijksdienst_voor_het_cultureel_erfgoed (Website fusie RCE) (geraadpleegd 29-05-2012) - http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/samenwerken/netwerken.html (Samenwerkingsvorm netwerken) (geraadpleegd 28-04-2012) - http://stapblog.nl/ (Weblog van erfgoedinitiatief STAP) (geraadpleegd 18-03-2012) - http://stapblog.nl/projecten/ (Informatie over erfgoedprojecten van STAP) (geraadpleegd 18-03- 2012) - http://stapblog.nl/participanten-watwaswaar/ (Informatie over WatWasWaar project) (geraadpleegd 18-03-2012) - http://wieiswiewaswie.wordpress.com/waarom/ (Informatie over WieWasWie project) (geraadpleegd 20-05-2012) - http://wieiswiewaswie.wordpress.com/wie/ (Informatie over organisatie WieWasWie project) (geraadpleegd 18-03-2012) - http://stapblog.nl/projecten/ (Informatie over erfgoedprojecten van STAP) (geraadpleegd 18-03-2012) - http://wiewaswie.wordpress.com/organisatie/ (Informatie over organisatie WieWasWie) (geraadpleegd 18-03-2012) - http://wieiswiewaswie.wordpress.com/hoe/ (Informatie over project WieWasWie) (geraadpleegd 20- 05-2012) - http://nimk.nl/nl/archief/digitising-contemporary-art-for-europeana (Informatie over DCA project Europeana) (geraadpleegd 20-05-2012) - http://www.rbtkan.nl/projecten/historisch-belevenis-netwerk (Projecten van RBTKAN) (geraadpleegd 03-04-2012) - http://www.gelderland.nl/eCache/DEF/18/170.html (Website-informatie Provincie Gelderland) (geraadpleegd 03-04-2012) - http://www.gelderserfgoed.nl/ (Website-informatie Geldersch Erfgoed) (geraadpleegd 03-04-2012) - http://www.gelderserfgoed.nl/projecten.php (Projecten Geldersch Erfgoed) (geraadpleegd 03-04- 2012) - http://www.kb.nl/nieuws/2010/google.html (Informatie samenwerking Google en KB) (geraadpleegd 03-04-2012) - http://www.edna.nl/carare.html (Informatie over CARARE project) (geraadpleegd 22-05-2012) - http://erfgoed20.wordpress.com/about-2/ (Informatie over Erfgoed 2.0) (geraadpleegd 14-04-2012) - http://www.dish2011.nl/ (Website-informatie over DISH conferentie) (geraadpleegd 01-03-2012) - http://www.kennisland.nl/filter/projecten/innovators-netwerk-erfgoedsector (Informatie over INE netwerk)(geraadpleegd 29-05-2012) - http://www.handleidinghtml.nl/html/hyperlinks/hyperlinks01.html (Informatie over hyperlinks) (geraadpleegd 19-05-2012) - http://www.thesocialmedianetwork.nl/blog.html (Weblog over sociale media) (geraadpleegd 18-05- 2012) 81 Sylvana Bol - 608027
  • 83. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 - http://www.thesocialmedianetwork.nl/microblog.html (Informatie over microblogs) (geraadpleegd 28-05-2012) - Informatie over aantal volgers en berichten op website Twitter van de drie verschillende netwerken http://twitter.com/#!/ifthenisnow van If then is now, http://twitter.com/#!/Kennisland van Kennisland en http://twitter.com/#!/stichtingden van Stichting DEN. (geraadpleegd 28-05-2012) - http://www.thesocialmedianetwork.nl/sociale-netwerken.html (Informatie over sociale netwerken) (geraadpleegd 29-05-2012) - http://www.thesocialmedianetwork.nl/user-generated-content.html (Informatie over user generated content) (geraadpleegd 29-05-2012) - http://www.frankwatching.com/archive/2011/05/26/social-media-swot-met-een-twist-kansen/ (Kansen van sociale media) (geraadpleegd 19-05-2012) - http://www.frankwatching.com/archive/2011/06/03/social-media-swot-met-een-twist-bedreigingen/ (Bedreigingen van sociale media) (geraadpleegd 19-05-2012) - http://johnantonios.com/2010/02/06/the-social-media-hierarchy-of-needs/ (Website-informatie over behoeftepiramide) (geraadpleegd 28-05-2012) - http://www.managementsite.nl/8952/strategie-bestuur/innovatie-businessmodellen.html (Informatie over business modellen) (geraadpleegd 11-05-2012) - www.kennisland.nl/.../dea06dfa-86a1-4239-a11a-65e260f0dc8e (Informatie over Stichting Kennisland) (geraadpleegd 14-05-2012) - http://www.bmice.nl/?page_id=404 (Informatie over BMICE project) (geraadpleegd 12-05-2012) - http://www.den.nl/getasset.aspx?id=Over%20DEN/beleidsplanDEN_2009- 2012.pdf&assettype=attachments (Informatie over beleidsplan DEN) (geraadpleegd 29-02-2012) - http://www.den.nl/art/uploads/files/Missie_hoofddoelstellingenDEN_2013_2016.pdf (Informatie over missie en doelstellingen DEN) (geraadpleegd 19-05-2012) - http://www.den.nl/art/uploads/files/Opiniestuk%20massedigitalisering%20DEF%20_12-9- 2011_%20JE.pdf (Informatie over Stichting DEN) (geraadpleegd 18-05-2012) Afbeeldingen en figurenAfbeeldingenAfbeelding op voorpagina: Afbeelding netwerkenBron:http://www.google.nl/imgres?q=netwerken&num=10&hl=nl&gbv=2&biw=1600&bih=785&tbm=isch&tbnid=FNEkYObpZDGzaM:&imgrefurl=http://www.sociosite.org/netwerken_theorie.php&docid=eG7ovnqTf1OUEM&imgurl=http://www.sociosite.org/pictures/netwerk_01.gif&w=650&h=600&ei=zwG1T_XSMMeyhAf3k5zCBQ&zoom=1&iact=hc&vpx=1068&vpy=171&dur=293&hovh=216&hovw=234&tx=100&ty=100&sig=104547135074415668058&sqi=2&page=1&tbnh=128&tbnw=138&start=0&ndsp=32&ved=1t:429,r:5,s:0,i:106Afbeelding 1: Kijkglas voor samenwerkingBron: http://www.twynstragudde.nl/Succesvolsamenwerken.pdfAfbeelding 2: De behoeftepiramide van Maslow versus AntoniosBron: http://johnantonios.com/2010/02/06/the-social-media-hierarchy-of-needs/Afbeelding 3: De opkomst van sociale mediaBron: http://www.flickr.com/photos/dionh/373848076/Afbeelding 4: DistributieringenBron: Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed publicatie 8Afbeelding 5: Business Model Innovatie Cultureel ErfgoedBron: http://www.bmice.nl/?page_id=53Afbeelding 6: Business Model CanvasBron:http://www.google.nl/imgres?q=business+model+canvas+osterwalder+pigneur&um=1&hl=nl&biw=1600&bih=785&tbm=isch&tbnid=j62iDn3B6tK7sM:&imgrefurl=http://www.bmice.nl/%3Ftag%3Dbusiness-model&docid=auVUO61Bhh0UgM&imgurl=http://www.bmice.nl/wp-content/uploads/Canvas-Osterwalder.jpg&w=547&h=367&ei=xKfIT7riHMPX0QWSxYy8AQ&zoom=1&iact=hc&vpx=385&vpy=163&dur=396&hovh=135&hovw=197&tx=108&ty=80&sig=104547135074415668058&page=1&tbnh=135&tbnw=197&start=0&ndsp=29&ved=1t:429,r:1,s:0,i:70 82 Sylvana Bol - 608027
  • 84. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012FigurenFiguur 1: Samenwerkingsmotieven van erfgoedinstellingenBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 2: Samenwerkingsbezwaren van erfgoedinstellingenBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 3: Voor -en nadelen detacheringBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 4: Voor- en nadelen uitbestedingBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 5: Voor- en nadelen co-makershipBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 6: Voor- en nadelen partnershipBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 7: Voor- en nadelen fusie of overnameBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 8: Voor- en nadelen netwerkenBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 9: Tips voor samenwerkingBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 10: Sociale mediavormenBron: Door Sylvana Bol gemaakt in WordFiguur 11: Het business model als onderdeel van het strategisch veranderingsprocesBron: Business Model Innovatie Cultureel Erfgoed publicatie 15 83 Sylvana Bol - 608027
  • 85. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Bijlagen 84 Sylvana Bol - 608027
  • 86. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 A. Interview Nikki Timmermans, adviseur Stichting Nederland KennislandHoe is het idee ontstaan om de Innovators Netwerk Erfgoedsector bijeenkomsten te organiseren?Het idee voor de bijeenkomsten is ontstaan vanuit een samenwerkingsverband tussen Kennisland en hetproject Beelden voor de Toekomst, waarvan Kennisland in 2007 samenwerkingspartner werd. Doordat menbinnen het project te maken kreeg met diverse knelpunten op het gebied van content digitaal ontsluiten, is erintern met elkaar gesproken over het idee om bijeenkomsten te organiseren waar men deze onderwerpen metelkaar kan bespreken. Bovendien zijn Kennisland en Beelden voor de Toekomst van mening dat binnen deerfgoedsector veel creatieve ideeën aanwezig zijn, maar hier door bezuinigingen niets mee kan wordengedaan. Daarom wil men deze jonge, innovatieve professionals bij elkaar brengen en gemeenschappelijkeknelpunten uit de erfgoedsector met elkaar bespreken, oplossingen bedenken en een extern front naar buitenvormen.Wat is het doel van het netwerk?Het netwerk wil een bijdrage leveren aan het erfgoedveld door het vernieuwend vermogen te versterken. Doorgesprekken die de medewerkers van het erfgoedinitiatief met erfgoedprofessionals afkomstig uit Nederlandseerfgoedinstellingen voerde, kwam naar voren dat het innovatief vermogen binnen de erfgoedsector verbeterdzou kunnen worden. Volgens de erfgoedinstellingen moeten vooral de mogelijkheden op digitaal gebiedworden aangepast en worden verbeterd. Veelal is hier binnen de eigen organisatie niet of nauwelijks ruimtevoor. Veelal ontbreekt het aan een duidelijke strategie op digitaal gebied en voldoende budget hiervoor.Het gevolg hiervan is dat vele ideeën onbenut blijven, waardoor veel erfgoedinstellingen zich met hundigitaliseringsproces de afgelopen jaren niet optimaal hebben kunnen ontwikkelen. Dit vind Kennisland alsorganisatie erg spijtig.Wat is het doel van Kennisland bij het organiseren van de bijeenkomsten?Kennisland heeft organisaties die zich willen vernieuwen door middel van sociale innovatie als doelgroep.Hierbij kan worden gedacht aan organisaties op het gebied van onderwijs, overheid, erfgoed en cultuur. Doel isom professionals uit deze organisaties te betrekken bij het oplossen van vraagstukken en problemen op langetermijn. Kennisland helpt hen om kennis, talent, ervaring en intuïtie naar boven te halen en optimaal tebenutten. Kennisland heeft als doel om organisaties te helpen bij het oplossen van gecompliceerdevraagstukken die binnen organisaties leven. Daarnaast helpen zij bij het oplossen van complexe vraagstukkenbinnen de organisatie, het maximaliseren van kennisontwikkeling, kennisdeling binnen en tussen organisaties,en bij het vormen van nieuwe samenwerkingsverbanden.Op welke manier zijn de deelnemers bij het netwerk terecht gekomen?De deelnemers spelen binnen het Innovators Netwerk een belangrijke rol. De eerste deelnemers zijn viagesprekken met de organisatoren benaderd en geselecteerd op basis van hun vernieuwende ideeën enprojecten binnen de erfgoedsector. De andere deelnemers zijn via een inschrijving op de websites vanKennisland en Beelden voor de Toekomst bij het netwerk gekomen. Een belangrijk uitgangspunt van deorganisatie was dat het netwerk concrete en praktijkgerichte informatie kon aanbieden, waarmee deelnemersvervolgens zelf binnen de eigen organisatie aan de slag konden gaan.Op basis waarvan zijn de onderwerpen die tijdens de bijeenkomsten worden besproken, uitgekozen?De onderwerpen zijn gekozen door de deelnemers van de bijeenkomsten. Elke deelnemer kan een onderwerpvoordragen, op voorwaarde dat dit onderwerp actueel binnen de erfgoedsector is en de deelnemers hier alsprofessional concreet mee aan de slag kunnen. Het idee voor een onderwerp kan bij de organisators van hetnetwerk worden ingediend en zij beslissen of dit onderwerp een bijdrage aan het netwerk kan leveren.Hoe zijn de bijeenkomsten opgebouwd en hoeveel keer per jaar worden de bijeenkomsten georganiseerd?Kennisland organiseert ongeveer 10 keer per jaar informele bijeenkomsten rondom verschillende onderwerpenen probleemsituaties. Deze onderwerpen zijn niet per definitie technisch of media gerelateerd, maar zijn welactueel binnen de erfgoedsector. Tijdens de bijeenkomsten worden kennis, ervaring en expertise doorerfgoedprofessionals uitgewisseld. 85 Sylvana Bol - 608027
  • 87. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Een belangrijk verschil met andere netwerkbijeenkomsten in de erfgoedsector is dat de deelnemers van hetINE netwerk niet namens een organisatie deelnemen. Men schrijft zich in als erfgoedprofessional, waardoorelke deelnemer vrij is om te spreken en niet het gevoel krijgt dit namens de eigen organisatie te doen.Welke informatie die uit bijeenkomsten is voortgekomen heeft bijgedragen aan anderenetwerkbijeenkomsten?Kennisland heeft in samenwerking met andere erfgoedorganisaties de publicatie Business Model InnovatieCultureel Erfgoed ontwikkeld. De publicatie is voortgekomen uit formele en informele discussies die in heterfgoedveld ontstonden naar aanleiding van de problemen op het gebied van business modellen. Kennislandheeft deze discussies met erfgoedprofessionals besproken en hieruit is de publicatie ontstaan.De knelpunten hadden betrekking op de organisatie, ICT-infrastructuur, auteursrechten en verdienmodellen.Rondom deze vier thema’s hebben de onderzoekers in 2009 diverse expertmeetings georganiseerd, waarongeveer 100 vertegenwoordigers uit de erfgoedsector, overheid, wetenschap, onderwijs creatieve industrieen het bedrijfsleven aan het woord zijn gekomen. Ook zijn de bevindingen met behulp van een seminar in 2009in het najaar getest.Heeft u de afgelopen jaar zelf netwerkbijeenkomsten bezocht? Zo ja, welke?De bijeenkomsten die zijn bezocht, waren voornamelijk voor werkdoeleinden, zoals de bijeenkomsten van Komje ook? Van Mediamatic, de Erfgoedarena van de Reinwardt Academie en Erfgoed Nederland en hetMuseumcongres. Op internationaal niveau zijn de bijeenkomsten van Museums and the Web bezocht.Miste u op deze bijeenkomsten bepaalde onderwerpen die volgens u wel een rol in de erfgoedsector spelen?Speelt u hier met INE op in?Op deze bijeenkomsten kwamen niet per se onderwerpen naar voren die binnen de erfgoedsector wel een rolspelen. Wel is het een belangrijk verschil dat de bijeenkomsten op internationaal niveau veel groter dan inNederland zijn en de bijeenkomsten hier vaak gratis zijn. De bijeenkomsten in Angelsaksische landen en deVerenigde staten lopen voor op de ontwikkelingen ten opzichte van andere landen. Wel zijn er bij Kennislandonderwerpen zoals Google Analytics, waarmee websitestatistieken kunnen worden bekeken, en eenbijeenkomst over auteursrecht georganiseerd, omdat veel deelnemers hier binnen de eigen organisatie mee temaken kregen en de onderwerpen hierdoor een waardevolle betekenis binnen het netwerk hebben.Wat is voor u een reden om een bijeenkomst van een collega-instelling te bezoeken?Een belangrijke reden om een netwerkbijeenkomst van een collega-instelling te bezoeken is de relevantie vanhet onderwerp voor eigen werkdoeleinden. Daarnaast kan op een bijeenkomst worden onderzocht of er eenpotentieel samenwerkingsverband kan worden aangegaan, kan via de onderwerpen inspiratie wordenopgedaan en kan kennis worden uitgewisseld met collega’s van andere instellingen.Is er in de erfgoedsector behoefte aan samenwerking en kennisdeling op het gebied vannetwerkbijeenkomsten?Ja, hier is zeker behoefte aan. Dit is ook een van de redenen geweest waarom de INE bijeenkomsten zijnbegonnen. Veel jonge professionals zijn opgegroeid met het internet en hebben vernieuwende ideeën tenaanzien van de erfgoedsector. Helaas kan hier door de bezuinigingen niets mee worden gedaan en gaan dezepersonen vaak op zoek naar een andere baan. Omdat te voorkomen dat deze vernieuwers, die een belangrijkebijdrage aan de erfgoedsector kunnen leveren, weggaan is het voor Kennisland een belangrijke bijdragegeweest om te starten met de INE bijeenkomsten. Op het gebied van netwerken is daarom zeker een behoefteaan samenwerking en kennisdeling. Men ziet dit als een goedkope manier om informatie met elkaar uit tewisselen. Daarom is het netwerk van Kennisland gratis en regelen deelnemers een ruimte binnen de eigeninstelling, die hierdoor vaak gratis kan worden gehuurd.En bij het toegankelijk maken van digitale erfgoedinformatie?Ook bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie is er behoefte aan samenwerking enkennisdeling. Netwerkbijeenkomsten kunnen hiervoor worden ingezet om informatie met elkaar te delen. 86 Sylvana Bol - 608027
  • 88. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Op welke manier gebruiken jullie de input die via netwerkbijeenkomsten wordt verkregen?De input wordt gebruikt voor het evaluatieverslag dat na een reeks bijeenkomsten is opgesteld. Dit verslag isook naar de deelnemers gestuurd, zodat zij weten wat er is besproken. Daarnaast wordt de input op hetdigitale web platform ‘Meetup’ met elkaar besproken, hoewel in de praktijk opvalt dat weinig deelnemers hiergebruik van maken.Wie zijn voor jullie netwerk mogelijke samenwerkingspartners?Mogelijke samenwerkingspartners zijn vernieuwers uit de erfgoedsector die ideeën hebben om deerfgoedsector te verbeteren. Dit kunnen erfgoedprofessionals van marketingbureaus zijn, maar ook collega’suit musea en de creatieve sector. Daarnaast heeft het netwerk de intentie om uit te breiden en de provincie inte gaan, maar is dit tot nu toe geen succes gebleken. Kennisland heeft kunnen concluderen dat deelnemers uitde Randstad voornamelijk het netwerk beslaan. Ook vind Kennisland het van belang dat het netwerklaagdrempelig blijft en er geen entree hoeft te worden betaald, zoals bij netwerken als ‘Kom je ook?’ wel hetgeval is. Bovendien past betaling niet binnen het format. 87 Sylvana Bol - 608027
  • 89. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 B. Interview met Nynke Coenraads en Menno Heling, if then is nowHoe is het idee ontstaan om de Locatie+Beleving bijeenkomsten te organiseren?Het idee voor de bijeenkomsten is ontstaan vanuit een nog te ontwikkelen web platform voorerfgoedpromotie. If then is now wil een web platform voor cultuurtoeristen ontwikkelen waarop de informatiemet behulp van user generated content is verzameld. Doordat men tijdens de ontwikkeling van dit projecttegen diverse knelpunten aanliep en zij tijdens dit project veel kennis en ideeën over het toegankelijk makenvan erfgoedinformatie hebben verzameld, wil men dit graag delen met de sector. Door het organiseren vannetwerkbijeenkomsten wil If then is now deelnemers uit de erfgoedsector informatie bieden overthemaonderwerpen die zij aandragen en willen zij de deelnemers bevragen over het platform en willen zij viade bijeenkomsten feedback genereren.Wat is het doel van de bijeenkomsten?Via het organiseren van bijeenkomsten hoopt de organisatie goodwill in de erfgoedsector te creëren en hier optermijn iets voor terug te krijgen. Door de organisatoren kennis te laten delen met de deelnemers, wil deorganisatie complicaties rondom het digitaliseren van erfgoedmateriaal helder krijgen.En wat is het doel van het platform?If then is now wil een virtueel web platform ontwikkelen waarop informatie door cultuurtoeristen kan wordengeraadpleegd. Omdat men binnen de eigen organisatie niet de kennis en expertise heeft om het project op testarten, wordt er tijdelijk een projectleider ingeschakeld met als doel de organisatie te helpen bij het indelenvan de projectactiviteiten en het benaderen van de juiste personen. Op deze manier kan de organisatie dedoelstellingen om een digitaal web platform te ontwikkelen verwezenlijken. Met de opzet van denetwerkbijeenkomsten wil If then is now een handvat aanbieden waarmee erfgoedorganisaties zelf verderkunnen gaan. Dit, is samenwerking met het Landelijk Contact van Museumconsulenten, erfgoedhuizen enadviesbureaus, en met elkaar. De deelnemers zijn afkomstig uit de erfgoedsector, zoals archieven, historischeverenigingen en adviesbureaus.Hoe zijn de netwerkbijeenkomsten opgebouwd?De netwerkbijeenkomsten zijn als workshops vormgegeven en waren bedoeld om kennis en ervaringen uit tewisselen met erfgoedprofessionals die concreet en praktisch aan de slag wilden gaan met problemen op hetgebied van het digitaliseren van erfgoedinformatie. Voorbeelden van onderwerpen die tijdens de vijfbijeenkomsten aan bod zijn gekomen zijn onder meer Erfgoed en Toerisme, Locatieve Media, Verdienmodellen,Sociale Media en Vrijwilligers. Daarnaast hebben de organisatoren van de bijeenkomsten een toelichtinggegeven op het gebruik van nieuwe media en verdienmodellen om de eigen instellingen te promoten en eigengeld te verdienen en is er aan de hand van themaonderwerpen besproken welke problemen er binnen desector zijn en hoe men hier door middel van kennisdeling op de bijeenkomsten mee omgaat. De uitkomstenvan deze bevindingen werden na de bijeenkomsten via het Locatie + Beleving web platform van de organisatietoegankelijk gemaakt, zodat men hier verder kon discussiëren. Daarnaast werden de bevindingen via de e-mailnaar de deelnemers toegestuurd en konden via deze weg vragen worden gesteld of worden beantwoord.Op basis waarvan zijn de onderwerpen die tijdens de bijeenkomsten worden besproken, uitgekozen?De onderwerpen zijn gekozen op basis van hun actualiteit binnen de sector en hun connectie met het projectwaar If then is now mee bezig is. Hierdoor zijn de onderwerpen voor beiden partijen relevant en kan men erconcrete informatie uithalen.Hoeveel deelnemers hebben de bijeenkomsten?De bijeenkomsten zijn vijf keer georganiseerd in de periode november 2011-feburari 2012 en bestondengemiddeld uit 10 tot 15 deelnemers. De deelnemers konden zich via een invulformulier op de website van Ifthen is now inschrijven of contact opnemen met de organisatie. Het weblog van de organisatie kan ook doordeelnemers worden gebruikt om verslagen van de bijeenkomsten na te lezen en om verder te discussiëren overde behandelde themaonderwerpen. Omdat dit netwerk beperkt toegankelijk is, kan niet worden opgemaakt uithoeveel bezoekers het platform bestaat. 88 Sylvana Bol - 608027
  • 90. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012De deelnemers van het Locatie+Belevenis netwerk zijn bij het netwerk gekomen door inschrijving via dewebsite en via de organisatoren, maar ook via mond tot oor reclame. Het netwerk is informeel en er wordtmeegedaan op naam en organisatienaam.Hebben jullie de afgelopen jaren zelf bijeenkomsten bezocht? Zo ja, welke?De organisatoren hebben verschillende bijeenkomsten, op zowel nationaal als internationaal niveau bezocht.De bijeenkomsten zijn voor werkdoeleinden bezocht en zijn gebruikt om samenwerkingsverbanden teonderzoeken en helder te krijgen met welke knelpunten collega-instellingen te maken hebben en op welkemanier deze kunnen worden opgelost. Enkele voorbeelden van bijeenkomsten die zijn gezocht, zijn Kom jeook? Van Mediamatic, de Erfgoedarena van de Reinwardt Academie en Museums and the Web in de VerenigdeStaten.Miste u op deze bijeenkomsten bepaalde onderwerpen die volgens u wel een rol in de erfgoedsector spelen?Speelt u hier met Locatie+Beleving op in?De organisatoren zijn op de bijeenkomsten geen onderwerpen tegengekomen waar men binnen de eigenbijeenkomsten niet op inspeelt. Dit komt doordat een van de vereisten aan de themaonderwerpen is dat zijactueel binnen de sector moeten zijn. De onderwerpen die het netwerk aandraagt hebben vooral betrekkingop het digitaal toegankelijk maken van het eigen web platform en zijn hierdoor veelal digitaal van aard. Hierbijkan worden gedacht aan onderwerpen als omgang met sociale media, het publiek betrekken enverdienmodellen.Wat is voor u een reden om een bijeenkomst van een collega-instelling te bezoeken?Een belangrijke reden voor de organisatoren om een bijeenkomst te bezoeken, is de actualiteit van eenonderwerp ten aanzien van de eigen werkzaamheden, in dit geval voor het nog te ontwikkelen erfgoedproject.Daarnaast kunnen op een bijeenkomst nieuwe vormen van samenwerking worden onderzocht en kan er kennismet collega’s worden uitgewisseld. Bovendien moet het onderwerp aanspreken en heeft de bijeenkomst eennetwerk dat van belang is voor eigen werkdoeleinden. Daarnaast draagt nieuwsgierigheid naar een project eenbelangrijke bijdrage aan een bezoek. Bovendien speelt de locatie ook een belangrijke rol. Veel organisatiesspelen hier momenteel op in om bijvoorbeeld een bijeenkomst te koppelen aan een bezoek aan de instelling eneen informele borrel in een nabijgelegen café. Ook dit kan deelnemers aansporen om deel te nemen aan eenbijeenkomst. Er dient een locatie te worden gezocht die iets toevoegt. If then is now doet dit door steeds opeen andere locatie in het land actief te zijn.Is er in de erfgoedsector behoefte aan samenwerking en kennisdeling op het gebied vannetwerkbijeenkomsten?Ja, hier is behoefte aan maar niet op korte termijn. Omdat If then is now met de bijeenkomsten is gestopt, zijnzij voor het netwerk niet op zoek naar samenwerking. Wel zijn zij op zoek naar vormen van samenwerking tenaanzien van het platform. Dit kan voor andere organisaties wel gelden. Netwerken als DISH werken samen metdiverse gastsprekers en professionals die workshops organiseren. Ook werkt men samen op het gebied vansponsors en netwerkorganisatoren. Dit soort initiatieven hebben momenteel een grotere behoefte aansamenwerking dan If then is now. Samenwerking speelt binnen de Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsteneen belangrijke rol en vormt één van de uitgangspunten van het netwerk.Kunt u iets vertellen over de samenwerking tussen If then is now en Erfgoed 2.0?Het Locatie+Beleving netwerk is een samenwerkingsverband tussen If then is now en Erfgoed 2.0De samenwerking is ontstaan vanuit de behoefte van If then is now om vijf netwerkbijeenkomsten teorganiseren, met als doel kennis en naamsbekendheid voor het potentiële digitale erfgoedplatform verkrijgen.Daarnaast wil If then is now via de bijeenkomsten feedback op het format verwerven en de input vandeelnemers gebruiken om een helder en bruikbaar platform voor cultuurtoeristen te ontwikkelen. 89 Sylvana Bol - 608027
  • 91. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Op welke manier gebruiken jullie de input die via netwerkbijeenkomsten wordt verkregen?De input wordt gebruikt voor de digitale weblog van If then is now waar verslagen door deelnemers kunnenworden nagelezen. Ook kan men via het weblog met elkaar discussiëren over de onderwerpen die aan bod zijngekomen en worden deelnemers via de e-mail op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen rondom debijeenkomsten op het platform.Wie zijn voor jullie netwerk mogelijke samenwerkingspartners?Mogelijke samenwerkingspartners zijn voor If then is now professionals uit de erfgoedsector die vernieuwendeideeën hebben die een bijdrage kunnen leveren aan de sector, elkaar en aan het platform. Daarnaast zijnmogelijke samenwerkingspartners van belang voor het te ontwikkelen web platform. Het Airborne museumomdat zij met diverse erfgoedprojecten actief zijn en veel ervaring op dit gebied hebben, Zoover, omdat dezewebsite zich richt op vakantiebeoordelingen door gebruikers en dit kan worden gekoppeld aan het platformvan If then is now. Daarnaast heeft men ten aanzien van het project de intentie om met hotelketens, VVVkantoren en reisbureaus samen te werken.Hoe ziet het digitale erfgoedproject eruit?If then is now ontwikkelt een digitaal web platform waarop erfgoedprofessionals, amateur-experts encultuurliefhebbers informatie kunnen toevoegen. De content heeft betrekking op feitelijke informatie of eeneigen verhaal over een plaats, plek of monument met een cultuurhistorische waarde. Een voorbeeld hiervan isinformatie over de werking van een stoomtrein in een historische plaats of een eigen, persoonlijk verhaal overde Tweede Wereldoorlog. Aan de verhalen kan ook audiovisueel materiaal worden toegevoegd.Om het user generated content proces op gang te krijgen, zal de organisatie in de beginfase zelf verhalen,afbeeldingen en filmmateriaal rondom drie pilotthema’s opvoeren. Dit zijn Napoleon, de Amsterdamsegrachtengordel en de Hanzesteden.Wie is de doelgroep van het erfgoedplatform?If then is now heeft een brede doelgroep, namelijk cultuurtoeristen. Cultuurtoeristen zijn personen met eeninteresse in zowel toerisme als erfgoed en kunnen worden onderverdeeld in erfgoedprofessionals, amateur-experts op het gebied van erfgoed en toerisme en cultuurliefhebbers. Volgens Menno Heling, mede-initiatiefnemer van If then is now, wil de organisatie een brede doelgroep bedienen en hen stimuleren omzowel toeristische als erfgoed gerelateerde informatie digitaal toegankelijk te maken. Hiermee wil deorganisatie voorkomen dat potentiële websitebezoekers onnodig worden buitengesloten, terwijl zij wel in staatzijn om bruikbare content aan te leveren.Wat is de doelstelling van het project?Met behulp van cultuurtoeristen wil If then is now een koppeling maken tussen erfgoedinstellingen, zoalsmusea, archieven en bibliotheken, en het in erfgoed en toerisme geïnteresseerde publiek. Hierbij kan wordengedacht aan professionele en niet-professionele gebruikers van erfgoedinformatie en de toerismebranche. 90 Sylvana Bol - 608027
  • 92. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 C. Interview Theo Meereboer, oprichter Erfgoed 2.0Hoe is het idee ontstaan om de Locatie+Beleving bijeenkomsten te organiseren?Het idee voor de bijeenkomsten is vanuit If then is now ontstaan en omdat men op zoek was naar eenprofessional uit de sector die de deelnemers kennis kon bijbrengen over de themaonderwerpen die tijdens debijeenkomsten centraal stonden, is Theo Meereboer door Menno Heling benaderd of hij hier het een en anderover zou kunnen vertellen. Bovendien vind Theo Meereboer het interessant om informatie overgemeenschappelijke knelpunten waar de erfgoedsector mee kampt, met collega’s te bespreken en gezamenlijkop zoek te gaan naar innovatieve oplossingen, zoals bijvoorbeeld bij de bijeenkomsten van INE van Kennislandhet geval is.Welke rol speelde uw organisatie binnen de bijeenkomsten van If then is now?Erfgoed 2.0 is als kennisnetwerk voor professionals in de erfgoedsector, media en creatieve industrie in staatom Locatie+Beleving deelnemers te voorzien van verdiepende informatie over themaonderwerpen. Desamenwerking is enerzijds gericht op de erfgoedsector kennis laten maken met het project van If then is now,en anderzijds de deelnemers van informatie over de behandelde thema’s te voorzien en gezamenlijk helder tekrijgen welke problemen er rondom deze thema’s binnen de eigen instellingen leven en op welke manier mendit binnen de organisatie probeert op te lossen.Welke rol speelde u of uw organisatie binnen de netwerkbijeenkomsten van INE?Stichting Kennisland en Beelden voor de Toekomst kwamen op het idee om het vernieuwend vermogen in deerfgoedsector te versterken en benaderden hiervoor diverse ‘vernieuwers’ uit het erfgoedveld. Via eerderuitgevoerde projecten met deelnemers van het netwerk is Theo Meereboer in contact gekomen met debijeenkomsten. Binnen de bijeenkomsten zijn zij gezamenlijk op zoek gegaan naar innovatieve oplossingen voorknelpunten waar de erfgoedsector momenteel mee te maken heeft.Waarom is er voor themaonderwerpen vanuit ITIN gekozen?Er is voor deze onderwerpen gekozen, omdat zij een goede aansluiting vormen op de informatiebehoefte van Ifthen is now met betrekking tot het te ontwikkelen erfgoedproject. Daarnaast zijn deze onderwerpen actueelbinnen de erfgoedsector en zijn er veel erfgoedinstellingen die niet goed weten hoe zij hier binnen deorganisatie mee om moeten gaan. De onderwerpen hebben allen betrekking op het digitaal toegankelijk makenvan erfgoedmateriaal, en zijn hierdoor ook voor Erfgoed 2.0 van belangrijke waarde.Wat verstaat u onder nieuwe media?Nieuwe media zijn communicatiemiddelen die kunnen worden gebruikt om op grote schaal informatie metanderen te kunnen delen. Zij verspreiden informatie en zijn het tegenovergestelde van oude media.Op basis waarvan zijn de onderwerpen die tijdens de bijeenkomsten van INE worden besproken, uitgekozen?De onderwerpen zijn door de deelnemers zelf aangedragen. Doordat men binnen de sector op zoek is naar(voordelige)oplossingen, is het van belang hier met de onderwerpkeuze op in te spelen.Welke deelnemers bezoeken de bijeenkomsten van INE?De personen die deelnemen aan de bijeenkomsten, zijn afkomstig uit de erfgoedsector en willenvernieuwingen in processen binnen de sector aanbrengen. De deelnemers doen mee op basis van hun naam,en niet namens een instelling, waardoor iedereen het gevoel heeft om vrijuit te kunnen praten.Hoe kan volgens u een succesvolle bijeenkomst worden omschreven vanuit de rol als deelnemer enorganisator?Vanuit de rol van organisator bij de bijeenkomsten van If then is now, hanteerde Theo Meereboer de volgendevolgorde. Hij begon met de opening van de bijeenkomst en vertelde in vijf minuten de hoogtepunten van hetproject. Daarna vertelde hij welke themapunten tijdens de bijeenkomsten worden besproken en zijn dedeelnemers hierna in de gelegenheid om zichzelf voor te stellen en te vertellen voor welke organisatie zijwerken en tegen welke problemen zij binnen de eigen organisatie met betrekking tot het onderwerp aanlopen. 91 Sylvana Bol - 608027
  • 93. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Door een open houding naar elkaar te hebben en rekening te houden met de verschillende karakters binneneen groep en de belangen die men heeft bij het bezoek aan een bijeenkomst, kan een bijeenkomst slagen.Bovendien is het van belang om bij het kiezen van de thematiek rekening te houden met de deelnemers. Welkedeelnemers komen op mijn bijeenkomst af en aan welke informatie hebben zij behoefte? Het is tijdens eenbijeenkomst van belang dat er niet alleen informatie wordt verkregen, maar dat er ook informatie wordtgegeven. Binnen het netwerk van If then is now had Theo Meereboer hier als organisator een belangrijke rol in.En wanneer kan een bijeenkomst als niet succesvol worden beschouwd?Wanneer er geen interesse in de deelnemers en hun informatiebehoefte wordt getoond, heeft TheoMeereboer in de praktijk ondervonden dat deelnemers de keer daarna niet meer komen.Welke rol spelen nieuwe media bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie?Nieuwe media spelen in dit proces een belangrijke rol en kunnen ervoor zorgen dat organisaties en projectenmet elkaar worden verbonden. Door als organisatie nieuwe media in te zetten kan informatie met collega-instellingen en met het publiek worden gedeeld. Hiermee creëren nieuwe media nieuwe verbindingen.Daarnaast spelen de media een belangrijke rol bij het ontwikkelen van een eigen identiteit voor eenorganisatie, doordat zij kunnen worden ingezet om de instelling te promoten en met het publiek tecommuniceren. Dit geldt ook voor netwerken, waarin veelal het belang en de toekomst van nieuwe mediawordt aangeduid en ook door deelnemers gebruikt wordt om met elkaar te communiceren en informatie tedelen.Op welke manier kunnen nieuwe media een rol spelen binnen netwerkbijeenkomsten?Het onderwerp nieuwe media kan tijdens bijeenkomsten worden besproken en de deelnemers kunnen over ditonderwerp van informatie worden voorzien. Door via bijeenkomsten informatie aan te bieden, kunnendeelnemers op de hoogte worden gebracht van het medium en kunnen zij helder krijgen hoe zij hier binnen deeigen organisatie mee om kunnen gaan. Ook trainingen en lezingen over dit onderwerp kunnen een belangrijkebijdrage leveren aan de erfgoedsector. Om organisaties goed met de informatie aan de slag te kunnen latengaan, dient kennis te worden herhaald, en dienen fysieke bijeenkomsten te worden georganiseerd waar mendeze kennis kan verkrijgen en hierover met elkaar kan discussiëren. Organisaties kunnen nieuwe mediainzetten om te Twitteren, waardoor deelnemers en erfgoedpubliek op de hoogte kunnen worden gehoudenvan de instelling en haar activiteiten. Bovendien kan hierdoor de vertrouwensband worden verbeterd enontstaan er connecties en relaties die online kunnen worden verbonden. Ook weblogs spelen hierbij eenbelangrijke rol, zoals If then is now en BMICE doen. Ook stichting DEN is hiermee actief.Heeft u de afgelopen jaar zelf netwerkbijeenkomsten bezocht? Zo ja, welke?Theo Meereboer heeft het afgelopen jaar verschillende bijeenkomsten bezocht, waaronder de bijeenkomstenvan INE als deelnemer en van ITIN als organisator.Wat is voor u een reden om een bijeenkomst van een collega-instelling te bezoeken?Een belangrijke reden voor Theo Meereboer om een bijeenkomst te bezoeken, is om kennis te verkrijgen overeen bepaald thema. Wat hij ook belangrijk vind aan een bijeenkomst, is dat er ook informatie wordt teruggeboden en er interesse in de deelnemer wordt getoond. Veelal vergroot dit de gunfactor en kan het eenbijeenkomst een succes worden en kan de expertise worden vergroot en dient er interesse in elkaar te wordengetoond.En bij het toegankelijk maken van digitale erfgoedinformatie?Theo Meereboer denkt dat die behoefte er zeker is. Zeker door de omschakeling naar het digitale, zijn voorveel instellingen een belangrijk motief om ook online een meer actieve rol te vervullen. Het BMICE projectwaaraan Erfgoed 2.0 heeft meegewerkt, speelde ook een belangrijke rol bij deze ‘drang naar vernieuwing’. Depublicatie leverde een belangrijke bijdragen aan het verbeteren van de digitale diensten vanerfgoedorganisaties. Daarom is de website www.bmice.nl ontwikkeld en is de BMICE publicatie uitgegeven. 92 Sylvana Bol - 608027
  • 94. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 D. Interview met Hella Hollander, coördinator e-depot Nederlandse ArcheologieWat houdt het CARARE project ten aanzien van de erfgoedsector in?Connecting Archaeology and Architecture (CARARE) is een Europees digitaal infrastructuur project ommateriaal uit archieven, musea en andere erfgoedinstellingen beter toegankelijk te maken via de websiteEuropeana. Doordat men binnen Europeana een gebrek aan content uit monumenten, architectuur enarcheologie heeft, wordt dit via het CARARE project aangevuld. In samenwerking met 29 instellingen enorganisaties worden objecten uit bovengenoemde categorieën digitaal toegankelijk gemaakt. De bedoeling vanhet project is dat nationale databanken en archieven met digitaal materiaal worden verbonden aan Europeanaen zij via het Europeana portaal content toegankelijk maken.Op het gebied van samenwerking is Data Archiving and Networked Services (DANS) ten aanzien van hetCARARE project een belangrijke partner van Europeana. DANS, een instituut van KNAW en NWO, bevordert deduurzame toegang tot digitale onderzoeksgegevens. Hiertoe stimuleert DANS dat wetenschappelijkeonderzoekers gegevens duurzaam archiveren en hergebruiken, bijvoorbeeld via het online archiveringssysteemEASY. Tevens biedt DANS met Narcis.nl toegang tot duizenden wetenschappelijke datasets, e-publicaties enandere onderzoeksinformatie in Nederland. Gedreven door data zorgt DANS er met zijn dienstverlening endeelname in (inter)nationale projecten en netwerken voor dat de toegang tot digitale onderzoeksgegevensverder verbetert. Eén van de projecten waar DANS actief in is, is het CARARE project. Met het CARARE projectwil DANS archeologische publicaties en data voor een breed publiek toegankelijk maken en werkt hierbij samenmet Europeana.Wat is de doelstelling van het CARARE project?Met de deelname aan het CARARE project ontsluit DANS archeologische publicaties door middel van openaccess beleid via Europeana. CARARE wordt in samenwerking met 29 Europese erfgoedinstellingen gerealiseerden heeft als doel om 2 miljoen objecten op het gebied van archeologie, architectuur en monumenten teontsluiten. Naast data-archieven zijn diverse culturele instellingen en archeologische musea bij het initiatiefbetrokken en maken zij mogelijk dat content voor commercieel, toeristisch of wetenschappelijk gebruik kanworden geraadpleegd.Omdat in de archeologiesector digitale opgravingsgegevens 10 jaar geleden nauwelijks werden gearchiveerd engedigitaliseerd, hebben archeologen in samenwerking met DANS hier verandering in aangebracht. Dit werdonder de slogan ‘’De digitale archeologie heeft een digitaal geheugen nodig’’ gedaan. Omdat een opgravingniet opnieuw kan worden gedaan is een digitaal archief noodzakelijk om materiaal op te zoeken voor verderonderzoek. Door gegevens te verzamelen, te digitaliseren en beschikbaar te stellen via EASY, het onlinearchiefsysteem van DANS (https://easy.dans.knaw.nl),wordt de content toegankelijk gemaakt. Door publicatiesvia Europeana te ontsluiten, wordt de zichtbaarheid vergroot en kunnen nog meer wetenschappers, docenten,onderzoekers, studenten maar ook andere geïnteresseerden hier gebruik van maken. De doelstelling van desamenwerking voor Europeana is om archeologische content digitaal te ontsluiten en voor DANS is desamenwerking een mogelijkheid om content voor een breder publiek toegankelijk te maken. 93 Sylvana Bol - 608027
  • 95. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 E. Interview met Marjelle van Hoorn, projectmanager VSCOp welke manier is uw instelling actief met netwerkbijeenkomsten?Het netwerk van VSC is opgebouwd uit 30 leden, afkomstig van de instellingen die zijn aangesloten bij het VSC.De bijeenkomsten staan altijd in het teken van onze instellingen, en hun gemeenschappelijke activiteiten enknelpunten tijdens organisatieprocessen.Op basis waarvan worden de onderwerpen van de bijeenkomsten uitgekozen?De onderwerpen zijn uitgekozen op basis van hun actualiteit binnen de instellingen en de museale sector.Daarnaast kijkt Marjelle van Hoorn ook altijd naar de overlap met de museumvereniging, omdat deze altijdactuele informatie bied. Wanneer men bijvoorbeeld een nieuwe tentoonstelling willen ontwikkelen en hierbijtegen problemen aanloopt, worden deze tijdens de bijeenkomsten met andere musea besproken en wisselthet VSC hier informatie met andere instellingen over uit. Op deze manier kan het netwerk bijdragen aan eensuccesvolle tentoonstelling.Daarnaast zijn de bijeenkomsten van het VSC altijd voorzien van een thema.Hierdoor kunnen de deelnemers zelf beslissen of dit thema op dat moment een rol speelt bij deorganisatieprocessen en zijn zij vrij om deel te nemen.Hoeveel deelnemers hebben de bijeenkomsten?De bijeenkomsten bestaan uit gemiddeld 10 tot 15 deelnemers. De deelnemers komen voornamelijk wanneerhet onderwerp voor hen op dat moment actueel is en de locatie draagt ook vaak bij aan het aantal deelnemers.Voor het VSC heeft Marjelle van Hoorn diverse bijeenkomsten bijgewoond en heeft zij ondervonden dat ditpunt een belangrijke rol speelt ten aanzien van het aantal bezoekers op bijeenkomsten.Heeft u het afgelopen jaar zelf netwerkbijeenkomsten bezocht? Zo ja, welke?Marjelle van Hoorn heeft diverse netwerkbijeenkomsten bezocht, waaronder de Museumconferentie en debijeenkomsten van DISH. Zij bezoekt de bijeenkomsten voor werkdoeleinden en om haar kennis te verbreden.De kleine bijeenkomsten zijn vaak wat informeler en hierdoor krijgt zij bij deze bijeenkomsten vaak meerinformatie dan bij de grotere.Miste u op deze bijeenkomsten bepaalde onderwerpen die volgens u wel een rol in de erfgoedsector spelen?Speelt u hier met het VSC op in?Omdat het VSC als erfgoedinstelling voornamelijk interne bijeenkomsten organiseert ten aanzien van eigententoonstellingen en projecten is de onderwerpkeuze hier veelal op gebaseerd. Hierdoor komt Marjelle vanHoorn tijdens bijeenkomsten wel onderwerpen tegen die zij binnen de eigen organisatie niet aanhalen, maargebruikt zij de grotere bijeenkomsten wel als inspiratiebron om relevante informatie te verkrijgen of ideeënvoor onderwerpen uit te halen.Op welke manier gebruiken jullie de input die via netwerkbijeenkomsten wordt verkregen?Van de bijeenkomsten worden evaluatieverslagen gemaakt en deze worden via de e-mail naar deelnemersverstuurd. Om verdere input voor bijeenkomsten te verkrijgen, maakt het VSC gebruik van socialemediawebsites zoals Twitter en Linkedin. Niet alleen om informatie met deelnemers te delen over onderandere aankomende evenementen, maar ook om het publiek enthousiast te maken over de activiteiten van deorganisatie. Voor het eigen netwerk heeft het VSC gebruik gemaakt van digitaal communicatieplatform ‘NING’,maar in de praktijk vonden deelnemers het lastig om hier met anderen te communiceren.En sociale netwerken?Sociale netwerken bieden veel persoonlijke gebruikersinformatie en vormen hierdoor voor erfgoedinstellingeneen waardevolle bron. Via de berichten op sociale netwerkpagina’s kan men achterhalen waar de behoeftesvan gebruikers liggen en kan worden gekeken hoe men hier binnen de instelling met organisatieactiviteiten opkan aansluiten. Daarnaast kunnen via sociale netwerken gebruikers op de hoogte worden gebracht van eennieuwe museale product, dienst of concept en kunnen er via erfgoedpagina’s waarbij men zich kan aansluiten,discussies op gang worden gebracht en via het netwerk worden uitgediept.User generated content wordtbinnen netwerkbijeenkomsten ingezet als offline vorm. User generated content is namelijk gebaseerd op hetdelen en toevoegen van informatie, iets dat binnen een netwerkbijeenkomst met deelnemers wordt gedaan. 94 Sylvana Bol - 608027
  • 96. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Door informatie met elkaar te delen en door middel van feedback of het aandragen van ideeën, kan eenbijdrage worden geleverd aan de projecten van collega’s en kan User generated content binnennetwerkbijeenkomsten als hulpmiddel worden ingezet. 95 Sylvana Bol - 608027
  • 97. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 F. Vragenlijst enquête Locatie+Belevenis bijeenkomstenEnquête netwerkbijeenkomstenBeste heer/mevrouw,Mijn naam is Sylvana Bol en ik ben een vierdejaars studente Cultureel Erfgoed aan de Reinwardt Academie inAmsterdam. Naar aanleiding van uw deelname aan de netwerkbijeenkomsten van If then is now en mijnafstudeerscriptie over netwerkbijeenkomsten, zou ik u graag willen vragen onderstaande enquête in te vullen.De gegevens van deze enquête worden gebruikt voor mijn afstudeeronderzoek en uiteraard vertrouwelijkbehandeld.Indien u een overzicht van de door u beantwoorde vragen wilt ontvangen, is dit mogelijk door de laatste vraagmet ja of nee te beantwoorden.Bij voorbaat dank voor het invullen.Vriendelijke groet,Sylvana BolEnquête netwerkbijeenkomsten 1.Wanneer heeft u voor het laatst een netwerkbijeenkomst bezocht?0-3 maanden geleden3-6 maanden geleden6-9 maanden geleden9-12 maanden geleden> 12 maanden geleden 2.Hoe vaak heeft u de afgelopen 2 jaar een netwerkbijeenkomst bezocht? 96 Sylvana Bol - 608027
  • 98. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-20121-2 bezoeken2-4 bezoeken4-6 bezoeken6-8 bezoeken> 8 bezoeken 3.Heeft u naast de bijeenkomsten van If then is now de afgelopen 2 jaar andere netwerkbijeenkomsten *bezocht? Indien ja, van welke organisaties waren deze bijeenkomsten afkomstig? 4.Was de vorm van deze netwerkbijeenkomsten relevant? *Indien ja, zou u hier vaker gebruik van willen maken? 5.Heeft u een professionele of studie-gerelateerde interesse in een van de onderwerpen van denetwerkbijeenkomsten van If then is now?Erfgoed en ToerismeLocatieve Media 97 Sylvana Bol - 608027
  • 99. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012VerdienmodellenVrijwilligersContextualiseringMuseumwinkels (online retail) 6. *Welke onderwerp(en) had u tijdens de bijeenkomsten van If then is now graag terug willen zien? 7. *Welke punten zijn redenen voor u om een netwerkbijeenkomst te bezoeken? 8.Hoe staat uw instelling tegenover samenwerking met andere erfgoedinstellingen op het gebied van digitaalerfgoed? Positief Neutraal Negatief 9.Hoe staat uw instelling tegenover kennisdeling met andere erfgoedinstellingen op het gebied van digitaalerfgoed? Positief Neutraal Negatief 98 Sylvana Bol - 608027
  • 100. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 10.Welke nieuwe media gebruikt uw organisatie bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie voor *publiek? 11.Welke rol spelen nieuwe media binnen uw organisatie bij het digitaal toegankelijk maken van *erfgoedinformatie voor publiek? 12.In welk verband bezoekt u netwerkbijeenkomsten?AlleenMet een collegaMet een kennisMet een studiegenoot 13. 99 Sylvana Bol - 608027
  • 101. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Met welk doel bezoekt u netwerkbijeenkomsten?Kennis op vakgebied vergarenInteresse in onderwerpIn opdracht van mijn werkgever 14. *Wat is uw leeftijd? 15.Wat is uw geslacht? Man VrouwHartelijk dank voor uw medewerking. Uw gegevens worden vertrouwelijk behandeld en niet verstrekt aanderden. Indien u naar aanleiding van deze enquête nog vragen heeft, kunt u een e-mail sturen naar hetvolgende e-mailadres: sylvana.bol@student.ahk.nl of contact opnemen via 06-46251963. 100 Sylvana Bol - 608027
  • 102. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 G. Enquêteresultaten 1. Wanneer heeft u voor het laatst een netwerkbijeenkomst bezocht?0-3 maanden geleden ( - )3-6 maanden geleden ( - )6-9 maanden geleden ( - )9-12 maanden geleden ( - )> 12 maanden geleden ( - )1 6 (50 .00%)2 0 (0.00 %)3 4 (33.33%)4 0 (0.00 %)5 2 (16.67 %) 2. Hoe vaak heeft u de afgelopen 2 jaar een netwerkbijeenkomst bezocht? 1-2 bezoeken ( - ) 2-4 bezoeken ( - ) 4-6 bezoeken ( - ) 6-8 bezoeken ( - ) > 8 bezoeken ( - )1 10 (83.33 %)2 2 (16.67 %)3 0 (0.00 %)4 0 (0.00 %)5 0 0 (0.00 %) 5. Heeft u een professionele of studie-gerelateerde interesse in een van de on... Verdienmodellen ( - ) Locatieve Media ( - ) Contextualisering ( - ) Museumwinkels ( - ) Erfgoed en Toerisme ( - ) Vrijwilligers ( - )1 5 (41.67 %)2 1 (8.33 %)3 0 (0.00%)4 0 (0.00%)5 1 (8.33%)6 5 (41.67%) 101 Sylvana Bol - 608027
  • 103. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 8. Hoe staat uw instelling tegenover samenwerking met andere erfgoedinstellingen?Positief 7 (58.33%)Neutraal 3 (25.00 %)Negatief 2 (16.67 %) 9. Hoe staat uw instelling tegenover kennisdeling met andere erfgoedinstellingen?Positief 9 (75.00 %)Neutraal 2 (16.67%)Negatief 1 (8.33%) 12. In welk verband bezoekt u netwerkbijeenkomsten? Alleen ( - ) Met een collega ( - ) Met een kennis ( - ) Met een studiegenoot ( - )1 11 (91.67 %)2 1 (8.33%)3 0 (0.00 %)4 0 (0.00 %)5 0 0 (0.00 %) 13. Met welk doel bezoekt u netwerkbijeenkomsten? Kennis op vakgebied vergaren ( - ) Vanwege het themaonderwerp ( - ) Vanwege mijn werkgever ( - )1 7 (58.33 %)2 4 (33.33 %)3 1 (8.33%)4 0 (0.00 %)5 0 (0.00 %) 15. Wat is uw geslacht?Man 7 (58.33 %)Vrouw 5 (41.67 %) 102 Sylvana Bol - 608027
  • 104. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012Open vragen3. Heeft u naast de bijeenkomsten van If then is now de afgelopen 2 jaar andere netwerkbijeenkomsten bezocht? Indien ja, van welke organisaties waren deze bijeenkomsten afkomstig?4. Was de vorm van deze netwerkbijeenkomsten relevant? Indien ja, zou u hier vaker gebruik van willen maken?6. Welke onderwerp(en) had u tijdens de bijeenkomsten van If then is now graag terug willen zien?7. Welke punten zijn redenen voor u om een netwerkbijeenkomst te bezoeken?10. Welke nieuwe media gebruikt uw organisatie bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie voor publiek?11. Welke rol spelen nieuwe media binnen uw organisatie bij het digitaal toegankelijk maken van erfgoedinformatie voor publiek?14. Wat is uw leeftijd?Meest voorkomende antwoorden3. o Digital Strategies for Heritage o Museums and the Web o Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsten4. o Ja, omdat de bijeenkomsten kleinschalig zijn o Nee, omdat de themaonderwerpen nauwelijks aan bod kwamen o Ja, omdat ik via een kleine bijeenkomst beter mijn netwerk kan uitbreiden6. o Samenwerkingsvormen o De rol van organisaties binnen digitalisering van erfgoedmateriaal o Erfgoededucatie7. o Het onderwerp o De relevantie voor de eigen organisatie o Netwerk opbouwen10. o Twitter o Facebook o Linkedin11. o Communiceren met collega-instellingen o Gebruik van ‘Twitterlijst’ om alle berichten van organisatie na te kijken o Kijken naar de doelgroep14. o De gemiddelde leeftijd van de Locatie+Beleving netwerkbijeenkomsten was 42. 103 Sylvana Bol - 608027
  • 105. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 H. Stroomschema Cultuurnetwerk 104 Sylvana Bol - 608027
  • 106. Scriptie Cultureel Erfgoed 2011-2012 105 Sylvana Bol - 608027