E&L-slotpresentatie Pilot 2 GeoVocabulaires

248
-1

Published on

E&L-slotpresentatie Pilot 2 GeoVocabulaires

Published in: Internet
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
248
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

E&L-slotpresentatie Pilot 2 GeoVocabulaires

  1. 1. Eindverslag Pilotgroep Geovocabulaires (Pilotgroep 2) 21 mei 2014
  2. 2. Leden werkgroep P2: Linda van den Brink Ben Companjen Walther Hasselo Rik Hoekstra Martha Kist Menne Kosian Gerard Kuys Hans Laagland
  3. 3. Doel Requirements en criteria voor een geotemporele thesaurus (georeferentiestructuur)
  4. 4. Invulling •‘Geotemporele thesaurus’ opgevat als een datastructuur achter een API •‘Datastructuur’ opgevat als een gemakkelijk te bevragen data- infrastructuur –Twee ingangen en één parameter: •Geef mij de plaats die gekoppeld is aan naam ‘X’ of varianten daarvan •Geef mij alle beschrijvingen door de tijd heen van de plaats met coördinaten X, Y •(Bij voldoende data) Geef mij alles met nauwkeurigheid ‘N’ •‘Geotemporeel’ opgevat als de tijdsdimensie bij een locatie, en niet als een geo-dimensie bij een tijdvak
  5. 5. Besef •Geografische locatie en natuurkundige tijd zijn in de erfgoedsector maar half interessant •Dienen als gemeenschappelijk canvas voor heel veel variëteit •Maatvoering voor locatie en tijd grotendeels bepaald door het perspectief van waaruit je ernaar kijkt •Daarom beschouwen wij dat perspectief als een context die zoveel mogelijk vastgelegd moet worden •‘De Brabantse zandgronden van klokbekers tot Sicco Mansholt’ •Dit zijn voor Pilotgroep Geovocabulaires tal van contexten: –Archeologie –Bodemkunde –Cultuurgeschiedenis –Politieke geschiedenis –Rechtsgeschiedenis –Enz.
  6. 6. En nog een besef •Overal wordt nagedacht over geotemporele modellen, zeker niet alleen door ons •Dus ook niet erop uit zijn ‘de meridiaan van Amersfoort’ uit te vinden •Zelf een weg inslaan met in het achterhoofd de richting waarheen andere werkgroepen lijken te koersen •En intussen communiceren, communiceren –Het verhaal van Rein over Linking Geospatial Data –Naar het GeoKnow programma (Institut Mihajlo Pupin) –Naar de TemporalDomain Work Group OGC –Naar het Diachron Project
  7. 7. Context •Al naar gelang de context zijn de volgende dingen telkens anders: (en dat is niet uitputtend): –Terminologie –Systematiek –Aanpalende disciplines –Grof- of fijnkorreligheid van eenheden van plaats en tijd –Last but not least: traditie (‘zo moet je dat zien’) •We weten nu al zeker, dat we in onze E & L – infrastructuur te maken gaan krijgen met niet-congruente benaderingen •We weten ook, dat we liefst niet een hoogsteigen niet-congruente benadering daaraan gaan toevoegen •Is er een systeem dat contexten kan objectiveren?
  8. 8. Contexten knopen •Op metaniveau kiezen voor SKOS •Op formeel niveau (‘de kennisinfrastructuur’) kiezen voor UDC, de ‘moeder aller contexten’ •Op niveau van aansluitbaarheid en locale variaties kiezen voor folksonomies (de ‘wolk’ met DBpedia als naaf )
  9. 9. Hoe heeft P2 dat dan gedaan? •Alleen maar het meest elementaire eigen model: –Zoeken op naam –Zoeken op coördinaten –De actuele situatie dient als scharnier tussen de toestand in een verleden •Vind je via naam of coördinaten een locatie, dan vind je een locatie- object dat alleen gegevens verstrekt onder vermelding van: –Wat / wie is de bron (herkomst) –Welke typologie hanteert die bron –Wat is de context?
  10. 10. Een Plaats-in-de-Tijd object •Elke soort plaatsaanduiding heeft in principe een geschiedenis –Geschiedenis qua naamgeving –Geschiedenis qua geometrie •Zowel lokaal-geografisch als nationaal-administratief •In het donker (en zeker voor een API) zijn alle historische muizen grijs •Daarom niet meer dan één type object (‘resource’) met een externe type-aanduiding: •Een PlaceInTime-object van een bepaald type dat uit een bepaalde typologie komt
  11. 11. Een Plaats-in-de-Tijd object •We beginnen met een geraamte van Plaats-in-de-Tijd objecten, in het nu •Op basis van een EU-schema door RCE aangevuld •De typologie is dus die van RCE: RCE_places_typology Bestuurd gebied Archeoregio Bebouwd gebied Natuur gebied Provincie Gemeente Wijk Stad Dorp Gehucht skos:topConceptOf skos:topConceptOf skos:broader skos:broader skos:broader RCE dbpedia-owl:owner Straat skos:broader
  12. 12. Een Plaats-in-de-Tijd object •We beginnen met een geraamte van Plaats-in-de-Tijd objecten in het nu •Op basis van een EU-schema door RCE aangevuld •En de invulling van die typologie is als volgt: Provincie Land Gemeente Wijk Buurt Plaats Bestuurd gebied Bebouwd gebied grs:typeOfPlace grs:typeOfPlace skos:broader skos:broader skos:broader 2 landen (alleen NL ingevuld) 12 provincies 415 gemeenten 1.780 wijken 4.257 buurten 6.286 plaatsen en gehuchten grs:typeOfPlace skos:broader Straat 219.923 straten
  13. 13. Dat levert dit soort lijsten op
  14. 14. Dat levert dit soort lijsten op
  15. 15. En de tijdsdimensie dan? •Een Plaats-in-de-Tijd heeft zowel een set benamingen als een set geometrieën in het nu •Een Plaats-in-de-Tijd heeft daarnaast sets benamingen en sets geometrieën gekoppeld aan een bepaalde periode (time:Interval) in het verleden •Maar elke combinatie van aanduidingen-in-het-verleden en geometrieen-in-het-verleden is telkens uniek voor één bepaalde bron •Een andere vermelding in een andere bron leidt tot een nieuwe verzameling van namen-en-geometrieën-in-de-tijd, maar die is nog wel steeds gekoppeld aan de scharnier-Plaats-in-de-Tijd in het nu
  16. 16. 61.1(4..) Benamingen Geometrie Tijds- bepaling Archeologie Cultuurgeschiedenis …… Bestuursvorm en bestuurlijke indeling bepaalt bepaalt context is context is context is UDC 61.1(493) 61.1(492) 94(492) 904(492) 903(492) 902(492) Type Bron Bron Typo- logie Eigenaar
  17. 17. Dat levert dit soort plaatjes op
  18. 18. Dat levert dit soort plaatjes op
  19. 19. Met dank voor jullie aandacht!

×