Strategisch omgevingsmanagement bij Eneco's Leiding over Noord

  • 597 views
Uploaded on

Waarom is het noodzakelijk stadswarmte te verduurzamen? Hoe pak je dat aan en wat komt erbij kijken? Hoe helpt strategisch omgevingsmanagement bij het creeren van het benodigde draagvlak bij …

Waarom is het noodzakelijk stadswarmte te verduurzamen? Hoe pak je dat aan en wat komt erbij kijken? Hoe helpt strategisch omgevingsmanagement bij het creeren van het benodigde draagvlak bij stakeholders in de omgeving leidend tot de juiste vergunningen en toestemmingen? Tegen welke dilemma's loop je aan? Welke afwegingen dienen gemaakt te worden?

Een kijkje in de keuken van het Eneco project Leiding over Noord - de aanleg van een hoofdwarmtetransportleiding van Rotterdam Rozenburg via Vlaardingen en Schiedam naar Rotterdam.

More in: Business
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
597
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
7
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide
  • 15 november 2010 Kijkend naar het totale primaire energiegebruik in NL (olie, gas): Ruim een kwart (27%) wordt gebruikt om elektriciteit van te maken 50% van de primaire energie wordt gebruikt om warmte mee te maken Ca. 20% daarvan zijn warmtetoepassingen in de gebouwde omgeving Bij die 20% kan potentieel meer dan 50% CO2 bespaard worden. Besparingspotentieel is afhankelijk van: soort bron dat gebruikt wordt, efficientie van bron Bijdrage die de bron levert in de totale warmtelevering.
  • 27 juni 2011
  • Samen gaan we voor duurzaam

Transcript

  • 1. Masterclass Warmte & Koude2 februari 2012.................................................................................................Vergroening Stadswarmte:wat betekent dat in praktijk?Bianca BoverhoffManager Business Development
  • 2. Agenda ................................................................................................. • Waarom verduurzamen warmtenet • Hoe verduurzamen warmtenet • Voorbeeld “Leiding over Noord” • Facts & Figures • Speelveld • Rollen en belangen • Aanpak • Afwegingen en dilemma’s • Waar welke methode van verduurzamen? • Vergroening stadswarmte: wat betekent dat in prakijk?2 ........................................................................
  • 3. Eens of oneens ................................................................................................. Stadsverwarming is een ouderwetse techniek3 ........................................................................
  • 4. Waarom verduurzamen warmtenet? Motivatie ................................................................................................. • Eneco strategie en bedrijfsvoering (eigen targets) • In 2013 50% CO2 reductie t.o.v. nulmeting in 2007 • Toekomstige verkoopbaarheid warmteproduct • Verminderen afhankelijkheid minder duurzame bronnen • Besparingsdoelstellingen overheid, vertaald in wetgeving (bijv. EPC) • Klantbehoefte: • Woningcorporaties (energielabels) • Projectontwikkelaars (duurzaamheidsscores zoals BREEAM) • Gemeenten (CO2 reductiedoelstellingen) • Kans: regelgeving is aangepast (*EMG), zodat het effect van verduurzaming meegenomen kan worden in EPC, energielabel en BREEAM-score.4 ........................................................................ * EMG = energiemaatregel gebied
  • 5. Motivatie verduurzaming warmtelevering ................................................................................................. Warmte toepassingen raffinaderijen 4% industrie 14% elektriciteitTotaal primair 27% landbouwenergiegebruik 3%in Nederland: Gebouwde omgeving3233 PJ huishoudens 10% transport- utiliteitsbouw brandstoffen 7% Potentieel 17% ≥50% CO2 besparing grond-stoffen 18% (tov HR ketel als referentie) Besparingspotentieel afhankelijk van: •Soort bron •Efficiëntie van bron •Aandeel bron in totale warmtelevering 5 ........................................................................
  • 6. Hoe verduurzamen warmtenet? ................................................................................................. Biomassa Industriële restwarmte Geothermie6 ........................................................................
  • 7. ................................................................................................. Voorbeeld “Leiding over Noord”7 ........................................................................
  • 8. Leiding over Noord Facts & figures ................................................................................................. • Warmtetransportleiding Rozenburg – Rotterdam • Aftakkingen Vlaardingen en Schiedam • Totale tracélengte primair net 16 km • Totale leidinglengte primair net 32 km • Diameter per leiding (90 cm inclusief isolatie) • 160 MW • Start bouw 1 januari 2013 • Datum gereed 1 februari 2014 • Warmtelevering per september 2014 (start stookseizoen) • Vlaardingen en Schiedam geen concessiegebied8 ........................................................................
  • 9. Warmtetransportleiding over Noord ................................................................................................. AVR Tuinders B3Hoek 140 STEG 170 200 WKK Hulpketels AVI 120 Eneco 80 leiding over Noord 44 (160MW) WbR leiding over Zuid 100 (100MW) 39 1609 ........................................................................
  • 10. Warmtenet in Rotterdam Weetjes ................................................................................................. Totale afzet in Rotterdam 3,6 PJ* (= 3.600.000 GJ) *Incl. tuinders 6,0 PJ Waarvan 480.000 GJ ingekocht via WBR (in 2020) Aansluitingen: • Woningen, ca. 44.000 woningequivalent, 1.2 PJ • Zakelijk, ca. 1.400 (44.000 woningequivalent, 1.2 PJ) • Grootzakelijk, ca. 100 (44.000 woningequivalent, 1.2 PJ) • Tuinbouwbedrijven, ca. 120 (250 ha, 88.000 woningequivalent, 2.4 PJ) Maximale warmtevraag: Bij strenge vorst ca. 850 MW (waarvan 250 MW in tuinbouw) Gemiddelde warmtevraag is 30 GJ/woningequivalent (excl. B3-Hoek)10 ........................................................................
  • 11. Warmtenet in Rotterdam Grote rol in verduurzaming ................................................................................................. Huidige situatie Na aanleg Leiding over Noord CO2 reductie CO2 reductie per jaar per jaar 110 kton 140 kton11 ........................................................................
  • 12. Complex speelveld Dossiers, stakeholders en rollen Gemeente Gemeente Corporaties Beleidsmaker duurzaam Schiedam Aandeelhouder Vlaardingen ................................................................................................. Projectontwikkelaars Eneco Aandeelhouder WBR Exploitatie Burgervaderschap Etc. Politiek Provincie ZH Bevoegd gezag Aandeelhouder Overeenkomst WBR Infra warmtelevering Aandeelhouder Bevoegd WBR Infra gezag Gemeente Trekker/ Biomassa Concessie Rotterdam partner RCI Beleidsmaker duurzaam Inkoopprijs Vastgoed- Bevoegd Warmte ontwikkelaar gezag RWS Trekker Sourcing Geothermie Stadsregio Rotterdam Gebiedsontwikkelaar warmte Warmte Concessieverlener Shell Warmte regio regio Leiding Afnemer/ Rotterdam Rotterdam over klant warmte WBR Noord ConcessiehouderEx- Kwaliteit warmteaandeelhouderWBR warmte/ Investeerder warmte- Producent EOR Leiding en koudeinfrastructuur warmte Distributeur warmte Trader over Zuid Ontwikkelaar/ investeerder Waterschappen Installateur warmteproductie Regie ondergrond/ WKO Afnemer/ klant Eigenaar productiecentrales warmte WBRBevoegd gezag Leverancier NUONPartner RCI DCMR WBR E.ON Woonbron ........................................................................ Producent Aandeelhouder warmte WBR Exploitatie Concessiehouder HBR Exploitatie Infra AVR Aandeelhouder Investeerder warmte Beheerder/exploitant/ontwikkelaar Gebouweigenaren infrastructuuur WBR Infra Verhuurder R’dams haven- en industriegebied
  • 13. Belangen “Datum gereed 1-2-2014”“Beperken “Niet door de “Bij voorkeur door deverkeersoverlast” ................................................................................................. groenstrook” groenstrook” “Snelle vergunningverlening” “Energiebesparing”“Rendabele business case” “Lage woonlasten” “Gelijkblijvende energiekosten” “Verduurzamen “Warmteafzet in warmtelevering” “Vergroten onze gemeente” wooncomfort”“Tracé bij voorkeurniet door ons gebied” “Geen interferentie met “Betaalbare aanleg A4” energie”“Lage aansluitbijdrage” “Wel langs de snelweg” “Niet langs de“Continuïteit snelweg” “Geen interferentie metwarmtelevering” Blankenburg tracé” “CO2 reductie” “Zoveel mogelijk“Veilige “Ongehinderde ........................................................................ aansluiten”waterkeringen” scheepvaart” “Geen aansluitplicht” Etc. etc.
  • 14. Rollen ................................................................................................. • Eneco: initiator, regisseur, investeerder, ontwikkelaar, onderhoud & beheer • Gemeente: sponsor, bevoegd gezag, beleidsmaker, klant • Woningbouwcorporatie: sponsor, klant, intermediair14 ........................................................................
  • 15. Leiding over Noord Meersporen aanpak .................................................................................................Spoor 1 Inkoop Warmte (prijs, beschikbaarheid, kwaliteit – voldoende duurzaam)Spoor 2 Tracé LeveringSpoor 3 restwarmte Afzet warmte (additioneel)Spoor 4 Overgang naar nieuwe constellatie 15 ........................................................................
  • 16. Leiding over Noord Dialoog gemeenten ................................................................................................. • Bestuurlijk commitment betrokken gemeenten ten behoeve van onderzoek naar en medewerking aan tracé. • Verkennen interesse & wensen in aansluiting op warmte, o.a.: • Wat draagt aansluiting bij aan duurzame ambities van gemeente? • Hoe scoort dit ten opzichte van alternatieven? • Is er aansluitpotentieel in mijn gemeente? • Kosten/baten? • Zijn er mogelijkheden om warmte in te voeden op het net? • Overlast aanleg? • Willen de woningcorporaties meewerken? • Hoe verhoudt de voorgenomen tracéloop zich ten opzichte van aansluitpotentieel?16 ........................................................................
  • 17. Afwegingen Gemeenten ................................................................................................. • Aanleg leiding biedt unieke kans om aan te sluiten op duurzame warmte, maar staat overlast die aanleg zal geven in verhouding tot (duurzame) baten? • Wat draagt aansluiting bij aan realisatie van onze duurzame ambities? • Hoe ‘scoort’ dit t.o.v. alternatieven? • Is er strategisch commitment van de woningbouwcorporaties? • Is er voldoende afzet in onze gemeente? • Wat met Eneco afspreken aan randvoorwaarden?17 ........................................................................
  • 18. Leiding over Noord Dialoog woningbouwcorporaties ................................................................................................. • Strategisch commitment ten behoeve van vervolgonderzoek. • Verkennen interesse & wensen in aansluiting op warmte, o.a.: • Duurzame doelstellingen: wat is er al gedaan, draagt aansluiting op warmte bij en in welke mate? • Uitgangspunten strategisch voorraadbeleid? • Wat zijn de beleidsuitgangspunten? Worden duurzame maatregelen doorberekend in woonlasten? Doet de gemeente mee? Andere corporaties? • Instemmingsrecht bewoners? (70%) • Inventarisatie aansluitpotentieel: • Object en locatie • Huidige aansluitsituatie (individueel vs collectief) • Technische staat installatie(s) • Geplande vervanging/renovatie • Wat wordt de Bijdrage Aansluitkosten?18 ........................................................................
  • 19. Afwegingen Woningbouwcorporaties ................................................................................................. • Wat draagt aansluiting bij aan realisatie duurzame ambities? • Hoeveel duurzaamheid kunnen we ‘extra’ realiseren voor marktconforme kosten/inveseringen? • Wat zijn alternatieven en wat kosten die? • Wat betekent dit voor mijn strategisch woningvoorraadbeleid? • Woonlasten versus energierekening • Keuzevrijheid bewoners versus langdurige aansluiting • Biedt het extra comfort/gemak? • Hoe verkrijgen we instemming van onze bewoners? • Wat betekent dit voor mijn exploitatie, beheerskosten en organisatie? • Is er bestuurlijk commitment bij de gemeente? • Wat met Eneco afspreken aan randvoorwaarden?19 ........................................................................
  • 20. Leiding over Noord ................................................................................................. • Gewenst resultaat dialoog • Bestuurlijk commitment gemeenten medewerking tracé en vervolgonderzoek • Strategisch commitment woningbouwcorporaties vervolgonderzoek • Vlekkenkaart met aansluitbaar potentieel • Conceptueel ontwerp secundair net (waar komen de aansluitingen en hoe zien deze er globaal uit?) • Gevoel bij kosten/baten en bijdrage aan duurzame ambities. • Input om afweging te kunnen maken.20 ........................................................................
  • 21. Dilemma ................................................................................................. • Lange termijn commitment is nodig, maar soms zijn bepaalde/bepalende zaken nog niet helder. • Bijv. gaat nieuwbouw in gebied X wel/niet door? In welke mate en wanneer? • Hoe ga je daarmee om? • Je maakt afspraken voor de toekomst, maar gaan partijen zich daar in de toekomst ook daadwerkelijk aan binden?21 ........................................................................
  • 22. Afwegingen Eneco ................................................................................................. • Leveringszekerheid bron (inkoop warmte) • Voldoende afname (in de toekomst)*? • Benodigde warmteinfrastructuur aanwezig? Werken gemeenten zonodig mee aan aanleg? • Is er evenwicht in korte termijn, hoge investering versus lange termijn terugverdientijd en begrensde tariefmogelijkheden (NMDA)? • Gaan we uiteindelijk de investering terugverdienen? • Andere investeringsmogelijkheden (ook op holdingniveau)* Vgl. Openbaarvervoer:minimaal aantalgebruikersnoodzakelijk omvoorziening instand te houden22 ........................................................................
  • 23. Balans in belangen als voorwaarde ................................................................................................. • Om tot een gezonde en goede business case te komen is balans in belangen van de diverse stakeholders noodzakelijk. Bewoners Corporaties Inwoners Gemeenten Investeerder(s) Klanten Bevoegd gezagen23 ........................................................................
  • 24. Voorbeeld Eneco Maaskoudenet Belangen (nog) niet in evenwicht ................................................................................................. • Integrale warmte én koudeoplossing voor nieuwbouw en bestaande bouw • Duurzame koeling via Maaswater • Warmte via het bestaande net • Rotterdam Central District, Coolsingel en Schiedamsedijk • 56% CO2-besparing t.o.v. referentie* • Projectfase: plan ontwikkeld, haalbaarheidsstudie afgerond • Conclusie: onder huidige marktcondities is project niet haalbaar. Zodra vastgoedmarkt aantrekt zal plan in wellicht aangepaste vorm opnieuw bezien worden. * CV-ketel en compressiekoelmachine24 ........................................................................
  • 25. Welke methode van verduurzamen? ................................................................................................. • Contextafhankelijk • Belangen stakeholders • Gebiedsafhankelijk • Welke (natuurlijke) warmtebronnen zijn er voorhanden? • Inbedding in/aansluiting op bestaade infrastructuur en bronnen25 ........................................................................
  • 26. Welke methode van verduurzamen? Issues ................................................................................................. • Bij biomassa invoeden duurzaamheidsissues, locatieissues etc. • Geothermie hoge kosten, bijvangstproblematiek etc. • Bij industriële restwarmte, lange termijn leveringszekerheid, duurzaamheid Conclusie: Elk alternatief heeft eigen specifieke issues, voor- en nadelen.26 ........................................................................
  • 27. Vergroening stadswarmte Wat betekent dat in praktijk? ................................................................................................. • Noodzaak tot verduurzaming om toekomstbestendig te kunnen zijn • Rekening houden met belangen stakeholders, (context) en gebied (bronnen, infrastructuur) • Marktconforme prijs voor afnemers, extra comfort • Voldoende investeringszekerheid (terugverdientijd) • Bijdrage leveren aan doelstellingen woningbouwcorporaties, gemeenten en projectontwikkelaars in € en CO2 • Evenwicht in belangen als randvoorwaarde voor succes.27 ........................................................................
  • 28. .................................................................................................28 ........................................................................