Your SlideShare is downloading. ×
Experimenteren in het Open Bestel_Ho Management 2009
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Introducing the official SlideShare app

Stunning, full-screen experience for iPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Experimenteren in het Open Bestel_Ho Management 2009

1,790
views

Published on

In 2006 is vanuit OCW een oproep gedaan aan hoger onderwijs instellingen om een opleiding aan te bieden in het kader van de experimenten open bestel hoger onderwijs. Deze oproep kwam voort uit de wens …

In 2006 is vanuit OCW een oproep gedaan aan hoger onderwijs instellingen om een opleiding aan te bieden in het kader van de experimenten open bestel hoger onderwijs. Deze oproep kwam voort uit de wens om wetgeving te ontwikkelen die een modern, flexibel en open bestel mogelijk maakt. Hogeschool NTI heeft de handschoen opgepakt en doet voor de opleidingen HBO Rechten en Toegepaste Psychologie mee aan het Experiment, waardoor er met bekostiging extra wordt ingezet op het verhogen van het studierendement.


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,790
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
7
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Nummer 1 jaargang 1 HO maart 2009 hoger onderwijs management Hét vakblad voor management en bestuur van hbo- en wo-instellingen Rankings en Classificaties De Europese aanpak Toekomstscenario’s Onderweg naar een nieuwe leer- en werkomgeving Sirius Programma Excellentie stimuleren Open bestel: Op zoek naar de juiste dynamiek www.ho-management.nl
  • 2. Colofon Hoger Onderwijs management is een voort- zetting van HO Actueel. Inhoud HO management richt zich op managers en bestuurders in het hoger onderwijs en is hét onafhankelijke vakblad dat op zakelijke wijze informeert over trends, ontwikkelingen en praktijk binnen het hoger onderwijs. Op zoek naar de juiste HO management bestaat uit een magazine, de website www.homanagement.nl en de maandelijkse e-nieuwsbrief Regelingen dynamiek Onderwijs Hoger Onderwijs. De Commissie Experimenten Open Bestel hoger onder- Verschijningsfrequentie wijs bracht onlangs een advies uit aan minister Plas- tijdschrift HO management: 8x per jaar terk. De belangrijkste punten uit het advies op een rij. e-nieuwsbrief Regelingen Onderwijs HO: 12x per jaar Hogeschool NTI heeft de handschoen inmiddels opge- pakt en experimenteert met een tweetal opleidingen. Hoofdredactie Theo Douma (InHolland) 04 Redactie Bas Derks (ministerie van OCW) Febe Jansen (ministerie van OCW) Anka Mulder (TU Delft) Nicolette van der Velde (ministerie van OCW) Bert Nijveld (eindredactie) Rankings en classificaties Vaste auteurs Lisette Griep (ministerie van OCW) De internationale rankings van hoger onderwijsinstellingen zijn niet Redactieadres meer weg te denken uit de hoger onderwijswereld. Ze zullen in de Sdu Uitgevers toekomst alleen maar aan invloed winnen. Maar komen ze ook op HO management een goede manier tot stand? Postbus 20025 2500 EA Den Haag tel. 070-378 05 51 ho-management@sdu.nl website: www.HOmanagement.nl 08 Uitgever Mathilde Vreugdenhil, HOmanagement@ Toekomstscenario’s sdu.nl Marketing Mark Jongerius, Manon de Vreede, HOma- nagement@sdu.nl Hoger onderwijsinstellingen beraden zich op een nieuwe digitale leer- en werkomgeving. Vier toekomst- Vormgeving Dupuis Communicatie, Rotterdam scenario’s dienen zich aan. En wat betekent dit voor de dagelijkse praktijk? Druk Giethoorn Ten Brink, Meppel Abonnementen Een jaarabonnement op HO management 14 HO bestaat uit een magazine dat 8x per jaar ver- schijnt, een website www.homanagement.nl en de e-nieuwsbrief Regelingen Onderwijs management HO die 12x per jaar verstuurd wordt. Jaarabonnementsprijs: 122,- (excl. btw) Sirius Programma maart 2009 pagina 3 Losse nummers: 18,50 (excl. btw) Abonnementen kunnen schriftelijk worden aangevraagd via www.sdu.nl/onderwijs of via Met de ‘Subsidieregeling Sirius Programma’ beoogt het ministerie klantenservice. Een abonnement kan op elk moment ingaan van OCW kennis te vergaren over en inzicht te verkrijgen in de wijze en heeft een looptijd van een jaar. waarop de beste studenten tot een zo hoog mogelijk niveau kunnen Sdu Klantenservice, Postbus 20014, worden gebracht. 2500 EA Den Haag, tel: 070-378 98 80, fax: 070-378 97 83 www.sdu.nl/service Advertenties Recent bv, Postbus 17229, 1001 JE Amsterdam En 20 Tel. 020 3308998, Fax 020 4204005 lap@recent.nl verder Kopijdata (HOmanagement@sdu.nl) Nummer 2: 3 april Nummer 3: 15 mei Nummer 4: 18 juni Nummer 5: 4 augustus Nummer 6: 8 september Nummer 7: 13 oktober 6 Experimenteren in het Open Bestel Nummer 8: 17 november 10 Interview Theo Douma 13 Column 19 Personalia/agenda © Sdu Uitgevers BV, Den Haag, 2009 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd, opgeslagen 24 Hanzehogeschool Groningen staat in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op ‘Open voor Talent’ enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande 26 Stand van de wetgeving schriftelijke toestemming van de uitgever. ISSN 1877-7597
  • 3. Advies Open Bestel DOOR BERT TIEBEN EN FRANS DE VIJLDER Op zoek naar de juiste dynamiek De Commissie Experimenten Open Bestel steeds competitiever wordende internationale ruimte. ‘Meer hoger onderwijs bracht onlangs een advies uit muziek’ in het Nederlandse hoger onderwijs moet ons econo- aan minister Plasterk rondom vragen als: is misch en sociaal sterker maken. er voldoende ruimte voor nieuwe toetreders, is het zinvol die ruimte te vergroten en kan TOETREDING TOT DE ‘VASTE’ LIJST dat dan bijdragen aan meer variatie in leer- Allereerst bepleit de commissie om in de wet een procedure routes en betere toegang voor niet-traditionele en criteria op te nemen die het in beginsel mogelijk maken doelgroepen? De belangrijkste punten uit het om de nu niet-bekostigde, maar wel geaccrediteerde opleidin- advies op een rij. gen voor bekostiging in aanmerking te laten komen. Daarmee wordt het onder andere mogelijk om specifieke opleidingen, waaraan in Nederland een duidelijke behoefte bestaat en die H et advies is gebaseerd op een onderzoeksrapport dat in onvoldoende mate door de bekostigde instellingen (kun- de commissie heeft laten opstellen door SEO Eco- nen) worden aangeboden, (deels) door de overheid te laten nomisch Onderzoek. In dit rapport wordt een vijftal financieren. Dit dwingt de wetgever tevens om te expliciteren scenario’s onderzocht, variërend van niets doen tot en met aan welke eisen een aanvraag voor publieke financiering door een vrij vergaande vorm van toegang tot publieke bekostiging een niet-bekostigde aanbieder zou moeten voldoen. voor aanbieders die geaccrediteerd zijn, dus de vereiste basis- kwaliteit kunnen leveren. EEN LEVEN LANG LEREN Ten tweede is er volgens ons nog een wereld te winnen op het HO management OPEN OF GESLOTEN BESTEL Volgens de commissie is de discussie over ‘het open bestel’ vlak van een leven lang leren. De ambities voor de ontwikke- ling van een dynamische en innovatieve kennissamenleving de afgelopen jaren teveel gevoerd alsof er maar twee opties vragen een hogere deelname aan een leven lang leren dan maart 2009 pagina 4 zijn: open of gesloten met de suggestie erbij dat het bestel nu op dit moment het geval is. Wij zijn van mening dat via de ‘gesloten’ is voor nieuwe toetreders? Maar sinds de invoering bekostigingsvoorwaarden zowel vraag als aanbod van hoger van het accreditatiestelsel kan elke aanbieder via een duide- onderwijs dat hierop gericht is een impuls zullen krijgen. In lijke procedure de bevoegdheid krijgen om wettelijk erkende ons scenario versterkt de invoering van een scholingsvoucher hogeronderwijsdiploma’s af te geven. Zo gezien is het stelsel of een scholingsbudget de vraag van werkenden en werkzoe- al heel erg toegankelijk voor nieuwe aanbieders. Voor toegang kenden naar onderwijs in dit postinitiële segment. Het aanbod tot bekostiging ligt dat anders. Alle instellingen die daarvoor wordt in dit scenario sterker vraaggericht door de gelijke in aanmerking komen staan met naam in de wet genoemd. behandeling van bekostigde en niet-bekostigde instellingen bij Het is praktisch onmogelijk om als nieuwe aanbieder op die de besteding van de vouchers door de onderwijsdeelnemers. lijst terecht te komen, want er zijn geen duidelijke criteria en Ook bevelen we aan om bekostigd en niet-bekostigd onder- procedures voor opname in (of verwijdering uit) deze lijst. wijs in samenwerkingsverbanden krachten te laten bundelen, De keuze om het zo te doen dateert uit de vroege jaren zodat beide partijen kunnen profiteren van hun sterke kanten. negentig, dus nog van vóór de Bologna-verklaring en de eruit We realiseren ons dat een leven lang leren meer omvat dan voortgevloeide invoering van het accreditatiestelsel en de Ba- het hoger onderwijs en dat onze aanpak moet passen in de chelor-Master structuur. Ook in ander opzicht zijn de omstan- bredere agenda voor dit beleidsveld. De plannen van de com- digheden sterk gewijzigd. Denk aan de grote verschuivingen missie Arbeidsparticipatie (Bakker) voor invoering van een in de mondiale verhoudingen, waardoor zich geleidelijk aan werkbudget, onder meer bestemd voor scholing, laten zien dat een nieuwe ordening ontwikkelt van de hogeronderwijsmarkt, interessante combinaties mogelijk zijn. compleet met Europese en mondiale ranglijsten van instellin- gen. De internationalisering in de hogeronderwijsmarkt is een MASTEROPLEIDINGEN antwoord op de groeiende behoefte aan hoogopgeleiden, nati- Ten slotte richten we onze aandacht op de masteropleidingen onaal en wereldwijd. Daarom moeten we ons de vraag stellen in het HO. De dynamiek op deze markt zal de komende jaren hoe meer dynamiek in het Nederlandse hoger onderwijs ons toenemen onder druk van nationale en internationale ontwik- kan helpen in het versterken van de positie van ons land in de kelingen. Dit betekent dat het mastersegment gebaat is bij meer
  • 4. differentiatie in het aanbod in combinatie met prikkels voor - De OESO en ook de beleidsagenda van Minister Plasterk excellentie, nadrukkelijke aansluiting bij een maatschappelijke stellen dat er meer behoefte is aan flexibiliteit, maatwerk behoefte en hoge motivatie aan de kant van deelnemers. Hier- en variëteit in hoger onderwijs. De voorwaarden voor voor zou gezocht moeten worden naar een vorm van bekosti- publieke bekostiging beperken instellingen op dit moment ging die loopt via de deelnemers en eventueel hun werkgevers, om deze doelen actiever na te streven. Ook bieden deze bijvoorbeeld in de vorm van hogere eigen bijdragen voor de voorwaarden hiervoor onvoldoende financiële prikkels. Bij deelnemers en een vraaggestuurde bijdrage van de overheid het verbeteren van flexibiliteit, maatwerk en variëteit kan (beurzenstelsel). We onderkennen de knelpunten die bij dit het bekostigd onderwijs leren van specifieke instellingen in scenario gaan optreden, bijvoorbeeld bij masteropleidingen die het niet-bekostigd onderwijs, die op dit vlak meer expertise nodig zijn voor beroepsuitoefening of onderzoek. Hiervoor zul- en ervaring hebben dan de bekostigde instellingen. Dit pleit len pragmatische oplossingen gevonden moeten worden. voor het mogelijk maken van kruisbestuivingen, ook in het bekostigd segment van het hoger onderwijs. GEEN HARVARD AAN DE RIJN - Internationalisering van de hogeronderwijsmarkt, waardoor Een verdergaande invulling van een opener bestel valt volgens per saldo meer studenten van over de grens een oplopende ons alleen te overwegen bij belangrijke positieve effecten druk op de rijksmiddelen tot gevolg hebben. De bekosti- hiervan op de kwaliteit of toegankelijkheid van het hoger gingssystematiek is met andere woorden niet langer louter onderwijs. De bewijsvoering voor het optreden van dit positieve een nationale kwestie, maar moet worden afgestemd op rendement is echter mager. Zo laat ons rapport zien dat de mo- internationale ontwikkelingen. gelijkheid van publieke financiering geen doorslaggevende fac- - Vervaging van het onderscheid tussen initieel en postiniti- tor is voor excellente buitenlandse aanbieders om zich in ons eel onderwijs. Hierdoor ontstaat de situatie dat inhoudelijke land te vestigen. Harvard komt met andere woorden nog niet zo vergelijkbare opleidingen een verschillende bekostiging snel naar de Rijn. De reden hiervoor is tweeledig. Ten eerste is kennen, de ene publiek, maar de ander niet. Dit geldt onder het niet zozeer het ontberen van publieke financiering dat hen meer voor de masteropleidingen, maar ook voor een aantal tegenhoudt, maar vooral het accreditatieproces specifiek voor beroepsopleidingen op het bachelorniveau. de Nederlandse markt en de kwetsbaarheid voor onvoorziene - En tot nu toe is bekostigd hoger onderwijs door de NMa beleidswijzigingen van de overheid. In de tweede plaats ligt het aangemerkt als een activiteit waarop de Mededingingswet voordeel van de internationaal opererende onderwijsaanbie- niet van toepassing is. Maar het is twijfelachtig of dat zo ders niet bij de kwalitatief hoogwaardige opleidingen die we in blijft, gelet op de zojuist geschetste ontwikkelingen. Dit zou eigen land als een verrijking van het hogeronderwijslandschap betekenen dat het nationale en Europese mededingings- zouden beschouwen. De nadruk in de internationale markt recht van toepassing wordt, met inbegrip van staatssteunre- ligt bij bacheloropleidingen op terreinen zoals ICT en business gels, concentratietoezicht en het kartelverbod. Dit is eerder administration, opleidingen die met relatief lage vaste kosten op enkele andere terreinen van de publieke sector gebeurd, een groot marktpotentieel kunnen bestrijken. waaronder de AWBZ-zorg. Dat betekent niet dat de publieke HERZIENING MARKTORDENING ONONTKOOMBAAR bekostiging zonder meer een verboden vorm van staats- steun wordt, maar wel dat er andere randvoorwaarden voor HO management ‘Niets doen’ is volgens de commissie op den duur geen reële subsidiëring zullen gaan gelden. maart 2009 pagina 5 optie. Daarvoor zijn de omstandigheden teveel gewijzigd sinds het begin van de jaren negentig. De voorstelling van bekostigd NAAR EEN EVENWICHTIGE DYNAMIEK hoger onderwijs als een ‘officieel’ publiek systeem voor het Meer dynamiek in het hoger onderwijs is nodig, maar niet te- initieel onderwijs en niet-bekostigd hoger onderwijs voor het gen elke prijs. We hebben voorstellen gedaan voor aanpassing marktsegment van werkenden en bedrijven als twee volle- van de bekostigingssystematiek in het hoger onderwijs met dig gescheiden systemen gaat niet meer op. Daarvoor is een als doel om meer ruimte te bieden voor bestaande en moge- vijftal oorzaken/redenen. lijke nieuwe aanbieders. De noodzaak voor meer dynamiek - Wet- en regelgeving staan toe dat bekostigde instellingen moet echter worden gewogen tegen de functie van de knel- onder voorwaarden postinitiële opleidingen ontwikkelen die lende regels. De voorwaarden voor bekostiging zijn er voor de buiten de publieke bekostiging vallen. Van deze ruimte wordt borging van publieke belangen zoals toegankelijk, doelmatig in toenemende mate gebruik gemaakt. Door de groeiende en kwalitatief uitstekend onderwijs. Dit zijn belangen die ook aandacht voor het postinitiële onderwijs en leven lang leren bij meer ruimte voor nieuwe onderwijsaanbieders geborgd schurken de bekostigde instellingen met de aard van hun moeten blijven, dus in evenwicht met de gevraagde dynamiek. activiteiten steeds nadrukkelijker aan tegen het niet-bekos- tigde segment. Maar omgekeerd kunnen de niet-bekostigde Reageren? Stuur een mail naar HOmanagement@sdu.nl instellingen geen beroep doen op de publieke middelen. Bert Tieben, Senior onderzoeker bij SEO Frans de Vijlder, Lector Governance en innovatie- Economisch Onderzoek en opsteller van het dynamiek in het onderwijs aan de Hogeschool van onderzoeksrapport Arnhem en Nijmegen en voorzitter van de Commissie Experimenten Open Bestel hoger onderwijs.
  • 5. Experimenteren in het Open Bestel DOOR ELLIS NIEVEEN G rondslag van de experimenten is de ‘Tijdelijke regeling subsidie experimenten hoger onderwijs’. Doel is kennis op te doen over de effecten van het toelaten tot publieke financiering van nieuwe aanbie- ders en over de voorwaarden waaronder dat mogelijk zou kunnen zijn. Een goede manier om te onderzoeken of de kwaliteit, doelmatigheid en toegankelijkheid van het hoger onderwijs op deze manier verbetert kan worden. Na formele toetsing op de kwaliteit en doelmatigheid bleven enkele opleidingen over voor deelname aan de subsidieregeling, waaronder Hogeschool NTI. De commis- sie experimenten open bestel stelde dat de toetreding van een particuliere aanbieder als Hogeschool NTI een inte- ressante ontwikkeling is waar van valt te leren. Vooral de opleiding Rechten en de opleiding Toegepaste Psychologie via afstandsonderwijs bieden volgens de commissie een duidelijke meerwaarde voor het bestel. Vooral ook omdat HO management deze opleidingen in het onderzoek zowel goed onderling te vergelijken zijn, als met bekostigde varianten van deze opleidingen. Heel concreet kan geleerd worden over het maart 2009 pagina 6 gedrag van instellingen en studenten, alsmede arbeids- markteffecten. Deze leermomenten worden ingezet bij de vormgeving van een definitief open bestel. BEROEPSGERICHTE ZELFSTUDIE Het NTI is van oorsprong een instelling voor afstands- onderwijs, waarbij studenten en docenten elkaar niet of slechts in beperkte mate ‘face to face’ ontmoeten. Afstand is echter een relatief begrip geworden. Zeker door het con- cept blended learning waaronder Hogeschool NTI een mix van onderwijsvormen verstaat die het leerproces van de student op alle vlakken kan ondersteunen en stimuleren. Deze mix bestaat uit een deel zelfstudie, een deel contact- onderwijs door middel van praktijktrainingen en begeleid onderwijs via een digitale leeromgeving. In 2006 is vanuit OCW een oproep gedaan In onze visie is het onderwijs flexibel ingericht, dit betekent aan hoger onderwijs instellingen om een dat studenten een grote mate van keuzevrijheid hebben bij opleiding aan te bieden in het kader van de het kiezen van een passende combinatie van deze blended experimenten open bestel hoger onderwijs. learning-componenten. Hoewel er wel beperkende organi- Deze oproep kwam voort uit de wens om satorische kaders voor de studenten blijven bestaan, kan wetgeving te ontwikkelen die een modern, worden gezegd dat onze studenten op hun eigen manier flexibel en open bestel mogelijk maakt. Hoge- kunnen studeren. Hierdoor is de combinatie leren en wer- school NTI heeft de handschoen opgepakt. ken niet langer belemmerend, maar eerder stimulerend.
  • 6. Studenten die hieraan deelnemen kiezen voor een opleiding en via het forum binnen de digitale leeromgeving. Iedere die de gelegenheid biedt op afstand te studeren met veel student kan op ieder moment in het jaar aan zijn studie be- ruimte voor een persoonlijke invulling van het leertraject ginnen. Tijdens de eerste contacten worden de eerste vragen naar tempo, tijd en plaats. Hun achtergrond is zeer divers: weggenomen en worden studenten zo op weg geholpen met gemiddeld tussen de 20-45 jaar oud, getrouwd, kinderen, en hun studie en hun studiemateriaal. Ook worden zij direct veelal werkzaam binnen de beroepspraktijk. Het werk of de uitgenodigd deel te nemen aan de studie- en beroepenoriën- privé-situatie biedt vaak onvoldoende mogelijkheden om tatiedag om kennis te maken met de hogeschool en met de dag- of voltijdsonderwijs te volgen. medestudenten. De kern van de hbo-opleidingen bestaat uit beroepsgerichte Bovendien worden studenten per kwartaal pro-actief be- zelfstudie. De student moet in staat en bereid zijn actief naderd om de studievoortgang te bespreken en eventuele en gedisciplineerd te leren om het vereiste leerresultaat belemmeringen weg te nemen. Naast dagelijkse telefonisch te behalen, het NTI biedt vraaggestuurde begeleiding met mentoraat (spreekuren) houden ook docenten spreekuur pro-actieve benaderingsmomenten. Daarbij zijn mentoren binnen de digitale leeromgeving. aangesteld voor studiebegeleiding, om vakdocenten te on- Het uitbreiden en testen van de mogelijkheden deze digitale dersteunen. Onze student voldoet daarom in algemene zin omgeving in het kader van de begeleiding van studieproces aan de kenmerken: zelfstandig, verantwoordelijk, gediscipli- en studieproduct is een belangrijk onderzoeksonderwerp. neerd, resultaatgericht, gemotiveerd, nieuwsgierig en leergie- Daarnaast experimenten wij met motiveringsacties om rig. De opleiding en de begeleiding sluiten hierbij aan. tentamens af te leggen (tentamentraining) en deel te nemen aan SBO-dagen en praktijktrainingen. HET EXPERIMENT Nieuw is ook de inzet van studiegroepen, digitale nieuws- Hogeschool NTI stelt zich binnen dit experiment ten doel brieven, opleidingsevents en workshops. Een recent suc- om de geselecteerde hbo-opleidingen Rechten en Toegepaste cesvol voorbeeld is de organisatie van ‘de dag van de Psychologie nog optimaler in te richten volgens het blended psychologie’, waarbij studenten verbreding in het vakgebied learning-principe. Hierbij kijken wij naar de mogelijkheden vinden (boeien) en kennis kunnen maken met studiegenoten van andere vormen van begeleiding en ondersteuning, bij- (binden). Uiteraard worden studenten betrokken bij de evalu- voorbeeld via de digitale leeromgeving. Bijkomend voordeel atie van de experimenten. is dat NTI-breed vruchten van het experiment geplukt kun- nen worden. Experimenten vinden plaats op het gebied van DE EERSTE RESULTATEN de onderwijsorganisatie en vooral de onderwijsuitvoering. Hogeschool NTI is vanaf september 2008 gestart met het Onderwijsorganisatorisch worden voorwaarden gecreëerd, experiment. De eerste resultaten van het intensiveren van de die van belang zijn om tot de wenselijke onderwijsuitvoering te komen. Essentiële elementen zijn hierbij een beroeps- studiebegeleiding zijn positief, de geformuleerde doelstellin- gen voor extra acties zijn behaald dan wel overtroffen. HO management gericht curriculum, een geschikte materiële infrastructuur, Zo was de eerste examentraining voor Toegepaste Psychologie maart 2009 pagina 7 effectieve methoden en instrumenten en een adequate binnen korte tijd volgeboekt. Aan de eerder genoemde ‘dag organisatie van het personeel. Concreet bekijken wij hoe de van de psychologie’ namen circa 400 personen deel. Ook de vraaggestuurde begeleiders (docent of mentor) nog pro- facultatieve ‘meet & greet’ in het kader van kennismaken met actiever ingezet kunnen worden in combinatie met oplei- medestudenten en docenten scoort zeer goed. Belangrijke ver- dingsevents, praktijktrainingen, workshops en de digitale volgstap is nu de uitkomsten te toetsen aan de kwantitatieve leeromgeving. én kwalitatieve meetpunten van succes om tot een optimale balans in kwaliteit, doelmatigheid en toegankelijkheid van het hoger onderwijs te komen. De eerste resultaten van het Voor Hogeschool NTI biedt het experimenteren in het open bestel informatie voor veranderingen op het niveau van on- intensiveren van de studie- derwijsorganisatie en onderwijsuitvoering. Ook in de breedte begeleiding zijn positief kunnen vruchten geplukt worden van de uitkomsten van het experiment. De resultaten gaan input bieden om wetgeving te ontwikkelen die een meer modern, flexibel en open bestel Concrete experimenten op het niveau van de onderwijs- mogelijk moet maken met gelijke rechten en plichten voor uitvoering richten zich op het intensiveren van studievoor- aangewezen en bekostigde instellingen. Dit levert de student lichting (voor inschrijving) en de studiebegeleiding (tijdens keuzevrijheid op om te kiezen voor een onderwijsconcept dat inschrijving). optimaal aansluit bij persoonlijke wensen en omstandigheden. Potentiële studenten kunnen persoonlijk of telefonisch stu- dieadvies krijgen om tot een juiste studiekeuze te komen die Drs. Ellis Nieveen is senior opleidingscoördinator Hogeschool NTI past bij de persoonlijke wensen en omstandigheden. projectleider experiment open bestel. De studiebegeleiders geven intensiever en daarmee (naast de docent) meer inhoudelijke begeleiding per telefoon, mail Reageren? Stuur een mail naar HOmanagement@sdu.nl
  • 7. Rankings en Clas De Europese aanpak Ook al vinden we het niet altijd gemakkelijk om het toe te geven, we weten het eigenlijk allemaal wel: de internationale rankings van hoger onderwijsinstel- lingen zijn niet meer weg te denken uit de internationale hoger onderwijswe- reld. Ze zullen in de toekomst alleen maar aan invloed winnen. Rankings zijn er en zullen er blijven. Maar ze moeten wel op een goede manier tot stand komen. N atuurlijk is er op die rankings veel dominante rankings (de Shanghai Jiao Tong en aan te merken. De bestaande rankings Times Higher Education rankings) één type hoger wekken de suggestie dat er slechts één onderwijsinstelling tot ideaal en norm verheffen type hoger onderwijsinstelling is dat wereldwijd (de ‘comprehensive research university’) en vervol- de concurrentie aan kan: de grote onderzoeks- gens alle instellingen daarmee vergelijken. Hiermee universiteit. Dat is niet alleen onjuist, het heeft worden andere criteria dan onderzoeksprestaties ook een negatief effect op de diversiteit van hoger en schaalomvang ondergeschikt verklaard in de onderwijssystemen omdat zo’n beeld slechts een rankings, en wordt de reputatie van instellingen, prikkel is tot imitatiegedrag en ‘academic drift’. die andere kwaliteiten dan academisch onderzoek Ten onrechte marginaliseert de nadruk op de nastreven, geschaad. grote, internationaal concurrerende onderzoeks- Een ander kritiekpunt betreft de holistische verge- universiteit het belang van de instellingen die lijkingsprocedure in de rankings. Diverse beoorde- hun kracht en toewijding in andere onderwerpen lingscriteria worden tot één geaggregeerd oordeel zoeken dan grensverleggend academisch onder- samengevoegd (veelal op basis van betwistbare HO management zoek; onderwerpen als ‘undergraduate’ onderwijs, kennistransfer, regionale ontwikkeling, sociale in- ‘wegingen’) waardoor subjectieve elementen in de rankings sluipen. tegratie, ‘lifelong le- maart 2009 pagina 8 arning’, enzovoort. De eenzijdige focus De huidige dominante rankings verheffen één op de rankings van type hoger onderwijsinstelling tot ideaal en norm veronderstelde topuniversiteiten (waarbij ‘top’ wordt gedefinieerd in termen van Daar komt nog bij dat de rankings niet alleen ge- grensverleggende internationale onderzoekspre- bruik maken van min of meer ‘objectieve” presta- sentaties) leidt tot een verarming van de diver- tiegegevens, maar veelal ook gebaseerd zijn op de siteit van hoger onderwijssystemen. Zeker als subjectieve meningen van ‘peers’, van wie bekend het overheidsbeleid zo’n focus versterkt (door de is dat die bij instellingsbeoordelingen in belangrijke ééndimensionele internationale competitie op mate beïnvloed worden door de veronderstelde onderzoeksexcellentie aan te wakkeren) en geen reputatie en bekendheid van instellingen. oog heeft voor mogelijke andere dimensies in de Verder blijken de huidige rankings vooral de weten- profielen van hoger onderwijsinstellingen, zullen schappelijke kwaliteitskenmerken van de natuur- we met een toenemende stratificatie in het hoger wetenschappen te benadrukken, een vertekening onderwijs te maken krijgen (van academische in de richting van Engelstalige prestaties te hebben, prestaties en kwaliteit) en met een afnemende en weinig tot geen oog te hebben voor onderzoeks- diversiteit (in typen oriëntaties en profielen van gerelateerde onderwijsprestaties. Kortom, op de instellingen). huidige rankings is wel wat aan te merken. KRITIEKPUNTEN MEERDIMENSIONEEL In de betreffende literatuur is inmiddels een ste- Toch zullen, zoals gezegd, de rankings van vige kritiek op de huidige rankings geformuleerd. hoger onderwijsinstellingen niet verdwijnen en Het belangrijkste kritiekpunt luidt dat de huidige waarschijnlijk zelfs aan invloed winnen. Diverse
  • 8. sificaties DOOR FRANS VAN VUGHT overheden hebben inmiddels meer of minder Gedurende de afgelopen jaren is op Europees expliciete beleidsdoelstellingen geformuleerd die niveau gewerkt aan het tot stand brengen van gericht zijn op het realiseren van zodanige pres- een Europees classificatie-instrument. De basis taties van een aantal van ‘hun’ hoger onderwijs- van het instrument is gelegd en een eerste instellingen zodat deze in de top 100 of top 50 serie testen ervan is inmiddels uitgevoerd. De in de rankings terecht komen. En ook hoger on- verwachting is dat het instrument in de loop van derwijsinstellingen zijn niet ongevoelig voor de 2010 beschikbaar zal zijn. aantrekkingskracht van de reputatie die rankings De volgende stap wordt op Europees niveau nu blijken te bieden. Hoewel hun bestuurders dat ook gezet. De Europese Commissie heeft onlangs niet altijd zullen toegeven, blijkt heel wat instel- een ‘call for tender’ uitgeschreven voor een meer- lingsbeleid niettemin gericht op een verhoging dimensioneel, wereldwijd, ranking instrument. In van de positie van de instelling in de Shanghai of deze nieuwe ranking zal nadrukkelijk aandacht Times ranking. moeten zijn voor de diversiteit aan instellings- profielen en voor meer dimensies dan alleen De cruciale uitdaging is de kwaliteit van rankings academische onderzoeksprestaties. De nieuwe te verbeteren, en met name de ééndimensionele ranking zal als het ware een verzameling van ver- focus op het volume van academische onder- schillende rankings zijn, waarmee vergelijkbare zoeksprestaties te verbreden. Dat is wat een instellingen (vast te stellen door middel van de hoger onderwijsclassificatie probeert te doen. classificatie) onderling kunnen worden vergele- Een hoger onderwijsclassificatie is erop gericht ken op voor hen relevante kenmerken. Het Euro- een meerdimensionele context te scheppen pese alternatief voor de Shanghai ranking zoekt waarin verschillende hoger onderwijsinstellin- gen verschillend kunnen ‘scoren’. In een clas- een antwoord op de kritiek die op de huidige ran- kings wordt geformuleerd en zal de verscheiden- HO management heid aan profielen maart 2009 pagina 9 en strategische Verschillen in instellingsprofielen zullen in de missies van hoger komende jaren ongetwijfeld belangrijker worden onderwijsinstellin- gen tot uitgangs- punt nemen. sificatie wordt gepoogd instellingen te groeperen die onderling sterke overeenkomsten vertonen. Het lijkt verstandig daar in het Nederlandse Een classificatie biedt een aantal dimensies en hoger onderwijs en hoger onderwijsbeleid maar indicatoren, aan de hand waarvan het profiel van vast rekening mee te houden. Verschillen in een individuele instelling in beeld kan wor- instellingsprofielen zullen in de komende jaren den gebracht, en waarmee vervolgens groepen ongetwijfeld belangrijker worden. instellingen kunnen worden geïdentificeerd die onderling vergelijkbaar zijn. Een classificatie is Reageren? geen beoordelingsinstrument in de zin van een Stuur een mail naar HOmanagement@sdu.nl ranking. Een classificatie ordent en groepeert; maar op basis van zo’n ordening kunnen natuur- lijk wel vergelijkende rankings worden opgesteld. Frans van Vught is top-adviseur van de Zulke rankings zijn dan echter beoordelingen aan Europese Commissie en bestuurder van de hand van één of meer dimensies waarop de diverse Europese hoger onderwijsorgani- betrokken instellingen daadwerkelijk vergelijk- saties. Hij is ook voorzittervan Nether, de baar zijn, eenvoudigweg omdat de betreffende Brusselse lobby instelling van de gezamen- dimensies kennelijk van belang zijn voor de lijke Nise onderwijs- en onderzoeksinstel- strategische profielen van die instellingen. lingen. Voorheen was hij o.m. Rector en voorzitter van de Universiteit Twente.
  • 9. In Hoger Onderwijs Management ook aandacht voor de mens achter de manager. In deze eerste aflevering een gesprek met Theo Douma, directeur onderwijs InHolland. ‘Open voor Talent’. Zo heet de aanvraag van de Hanzehogeschool Groningen in het kader van het Siriusprogramma ter bevordering van excellentie in het hoger onderwijs. Die aanvraag is het afgelopen najaar goedgekeurd. Inmiddels zijn we begonnen met de uitvoering van ons vierjarige Siriustraject. De bedoe- ling is dat de getalenteerde student zich over vier jaar thuis zal voelen in de Hanzehogeschool Groningen. DOOR BERT NIJVELD FOTO ROBERT GORDDYN P as helemaal aan het eind van ons de lerarenopleiding gedaan om in het onder- gesprek met Theo Douma blijft het een wijs terecht te komen. Ik dacht meer aan een tijdje stil als wij een vraag gesteld heb- loopbaan bij Europese instellingen. Maar uitein- ben. Waar ligt hij wel eens wakker van? Hoe hij delijk kreeg ik toch een klein baantje als docent zijn hersens ook pijnigt, verder dan de nieuwe geschiedenis. Ik ben geen geboren leraar maar dienstregeling van NS komt hij niet. Wellicht had er wel verdomd veel lol in. Het ging mij dat dit hem meteen ook het meest kenmerkt. goed af. Nog steeds: als je mij voor een groep Douma beschikt over een opgeruimde natuur mensen zet dan beleef ik daar plezier aan. De die weinig ruimte laat voor sombere bespiege- combinatie van inhoud en met mensen om lingen. “Als ik tegen een probleem aanloop dan gaan. Ook in mijn huidige functie maak ik nog ga ik daar, voor zover dat in mijn mogelijkhe- vaak gebruik van wat ik in die tijd geleerd heb.” den ligt, iets aan doen. Als manager probeer Hoe fantastisch het vak ook, Theo Douma ging ik daar pro-actief in te zijn. Managen is meer zich ook hier al vrij snel bezighouden met or- dan zaken oplossen waar je tegenaan loopt. Ik ganisatieontwikkeling, veranderingsprocessen, probeer vijf jaar vooruit te kijken: waar willen bedrijfsvoering en kwaliteitszorg. “Onderwijs wij met onze organisatie naar toe?” in de breedte boeide mij al snel, dat je echt op systeemniveau gaat kijken, tot OCW aan toe. En Zijn loopbaan start in wezen al tijdens zijn dat doet het nog steeds. Je groeit door tot het studentenleven, waarin hij zeer actief is in de niveau waarop ik nu bezig ben. Ik probeer het HO management studentenbeweging. “Ik hield mij ook toen al bezig met allerlei organisatorische zaken, dat onderwijssysteem zo in te richten dat de do- cent en de student optimaal tot hun recht kun- heeft mij voor een groot deel gevormd tot wat nen komen. Daarbij helpt het dat ik zelf ook les maart 2009 pagina 10 ik nu ben. Je doet kennis en ervaring op die je heb gegeven en weet wat de effecten van mijn Theo Douma: “Het onderwijs maak je samen” de rest van je leven mee neemt. En ik genoot beleid zijn. Je weet waar docenten tegenaan van het studeren, een voorrecht.” lopen als er weer de zoveelste administratieve Die studie begon op de lerarenopleiding, waar eis wordt gesteld. Het maakt het zeker mak- hij geschiedenis en maatschappijleer deed, kelijker ja, wanneer je zelf met de voeten in de en werd universitair voortgezet. Douma: “Het klei hebt gestaan.” klinkt vreemd maar zoals zo velen heb ik nooit
  • 10. Inter view Theo Douma is werkzaam als directeur onderwijs, kwaliteit en research bij INHolland en is tevens lid van de Raad van Advies van het NTI. Vanaf 1 juni gaat hij werken als lid van het College van Bestuur bij het ROC Nijmegen. HO management maart 2009 pagina 11 Douma was verder werkzaam als directeur onderwijs aan de TU Eindhoven en als consultant bij Cap Gemini, Ernst & Young. Hij was hoofd Onderwijsstrategie bij Wageningen Universiteit and Researchcentrum. Daarvoor was hij coördi- nator Strategisch beleid bij OC&W, in die functie was hij onder meer projectleider accreditatie en bachelor master. In de jaren daaraan voorafgaand was hij landelijk procesmanager van de Leraar in Opleidingenprojecten (LIO). Daarvoor was hij adjuncthoofd voor Onderwijs en Innovatie bij de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden. In de afgelopen jaren heeft hij als kerncommissielid onder andere deel uitgemaakt van de visitatiecommissies voor de 1e en 2e graads lerarenopleidingen en de visitatiecommissie voor het agrarische HBO. Tevens is hij adviseur voor ac- creditatie van onder andere de universiteit op Curacao: de UNA Tevens is hij auteur van twee publicaties over Accreditatie in het hoger onderwijs en redacteur bij de uitgave Hoger Onderwijs Actueel. Medio 2009 komt er een nieuwe publicatie over accreditatie uit bij de SDU. Daarnaast schrijft hij artikelen. Onder andere in het Onderwijskundig Handboek (2006). HELIKOPTERVIEW je concept maar moet je ook de kwaliteitszorg, “Het onderwijs maak je samen”, vanuit deze de bedrijfsvoering en de ICT daarop afstemmen. overtuiging geeft Douma inhoud aan zijn Als die processen los van elkaar bestaan dan functie. “Je moet het samen doen, docenten gaan ze elkaar tegenwerken. Je moet echt een en managers. Ik merk wel dat aan de manager helikopterview ontwikkelen; dat vraagt om een steeds hoger eisen gesteld worden. Vroeger was bepaald type manager. Een allrounder die be- er een onderwijsconcept en dat voerde je in. grijpt dat de effecten van zijn beleid consequen- Tegenwoordig heb je niet alleen te maken met ties hebben op de werkvloer. Dat laatste vind ik
  • 11. ontzettend belangrijk. Je kunt Hoofdredacteur de meest prachtige systemen Naast zijn vele andere activiteiten is Theo Douma hoofdredacteur van Hoger Onderwijs management. invoeren die vervolgens in de “Ik vind het leuk over zaken te schrijven en een stuk theorie te koppelen aan je dagelijkse praktijk. Door arti- praktijk niet blijken te werken. kelen te schrijven structureer je je denken en breng je jezelf verder. Het leuke van meewerken aan dit blad is Operatie geslaagd, patiënt dat je dat samen met andere mensen doet en zo zaken bij elkaar ziet komen. Het is prettig mee te draaien in overleden. Daar moet je enorm netwerken, je hoort veel en bent snel op de hoogte van dingen die spelen. Je kunt combinaties maken die je mee uitkijken. Zeker als de in je eentje, in je eigen werkomgeving niet zo snel kunt maken. Dit blad heeft de functie vooruit te kijken met grootschaligheid toeneemt. Een een breder perspectief dan de directe actualiteit. Als hoofdredacteur lees je alle stukken, je kijkt er scherper belangrijk punt van discussie naar dan de gemiddelde lezer. Die betrokkenheid vind ik leuk.” trouwens. Mijn standpunt is dat je kleinschaligheid ook in een grote organisatie prima kunt inbouwen. Maar dan moet je het wel zo organiseren. grenzen heen te bevorderen. Euroleague heette dat.” De student moet het idee hebben dat hij het middelpunt Ook in zijn huidige functie ziet hij mooie resultaten. “Het der dingen is. Met InHolland lukt dat heel goed. Op vrijwel onderwijsmodel zoals wij dat hier bij InHolland opzetten alle locaties waar wij zitten, zijn wij niet de grote kolos - een model dat stevig staat en recht doet aan de professio- maar juist de compacte hogeschool. Dat lukt ons mede nal, recht doet aan de inhoud en waarmee we mensen weer vanwege onze zeer geavanceerde ICT-infrastructuur waar inspireren – daar ben ik echt wel trots op.” wij trots op zijn. Wat zijn momenteel de topics bij InHolland? Douma: “We zijn bezig een nieuw kwaliteitszorgsysteem te ontwikkelen We gaan veel meer naar een waarbij je weliswaar op centraal niveau een aantal checks uitvoert, maar de verantwoordelijkheid nadrukkelijk decen- kwaliteitscultuur in plaats traal komt te liggen. Van daaruit sluiten wij beter aan bij het van het afvinken van allerlei functioneren van de docent en van de school. Een andere beoordelingscriteria interessante ontwikkeling is dat we bezig zijn met een nieuwe ICT-strategie. Daarbij willen we differentiëren tussen de verschillende gebruikers. Je hebt docenten die alleen de basale tools willen gebruiken en zij die daar veel verder in Natuurlijk ondervindt hij ook weerstand. “Het mooiste voor- willen gaan. Tegelijkertijd komt er een generatie studenten beeld is accreditatie. Je hebt op landelijk niveau heel speci- binnen die kan lezen en schrijven met de computer. Het is fieke eisen waar het onderwijs aan moet voldoen. Niet direct een enorme uitdaging dat alles goed op elkaar af te stemmen, het soort eisen waar een docent warm van wordt. Je moet da in te bedden in het onderwijs, in de bedrijfsvoering, in HO management alles verantwoorden, alles kunnen aantonen. Docenten heb- ben daar vaak moeite mee: waar gaat het over en waarom het totaal. Je kunt zaken niet los van elkaar zien, maar moet uitgaan van een totaalconcept.” moet ik dat doen!? Zij willen met hun vak bezig zijn. Ik ben Hij ziet de toename van ICT-onderwijstoepassingen dan ook maart 2009 pagina 12 dan toch verantwoordelijk dat zaken als kwaliteitszorg rond als één van dè ontwikkelingen voor de komende jaren. Verder komen. Je moet dus eisen stellen waarvan docenten de logi- ziet hij de invloed van Europa groter worden. “We krijgen te ca niet inzien. Ikzelf trouwens ook niet in alle gevallen. Maar maken met een kwalificatiestructuur waarin opleidingen met je hebt wel een wettelijke verplichting. Dan probeer je er met elkaar te vergelijken zijn. Daarmee zal mogelijk het hele pri- zo’n club docenten toch uit te komen door aan te geven wat maire stelsel verder onder druk komen te staan. Accreditatie- de noodzaak is en ze waar mogelijk te ondersteunen. Het be- instellingen van verschillende landen praten met elkaar. De langrijkste is dan dat je ze erkent in hun rol van professional. gevolgen daarvan zijn niet vrijblijvend. In Engeland hebben En ik moet zeggen dat ik een zekere mate van achterdocht ze een degree awarding systeem. Dat gaat nog een slag verder bij docenten ook wel gezond vind. Er moet een zekere balans dan wat men in Nederland van plan is. Al dit soort ontwik- zijn tussen de mensen die de kaders neerzetten en bewaken kelingen hebben onontkoombaar invloed.” Ook op het gebied en degenen die met hun vak bezig willen zijn. Die balans kun van de kwaliteitszorg ziet hij belangrijke tendensen. “We je alleen in de discussie vaststellen.” gaan veel meer naar een kwaliteitscultuur in plaats van het aloude afvinken van allerlei beoordelingscriteria.” ONTWIKKELINGEN Waar hij het meest trots op is als het gaat om zijn loop- Zoals in de eerste alinea opgemerkt heeft Theo Douma een baan? “Een aantal zaken. Ik was landelijk projectleider voor optimistische natuur. Dat optimisme geldt ook de verdere leraren-in-opleiding-projecten. In die tijd was het not done ontwikkeling van het Hoger Onderwijs in Nederland. “In het iemand voor de klas te zetten die de opleiding nog niet vol- oude paradigma zit nog dat we alles kunnen sturen vanuit tooid had. Allerlei politici die over je heen rolden. We heb- één punt. Ik denk dat we naar een situatie toegaan dat je ben een mooi landelijk netwerk neergezet en van daaruit veel meer de professional gaat faciliteren en dat daarmee zijn heel goede projecten gestart. Nu is het idee compleet weer een stuk energie en inspiratie terugkeert. Dat zal lang- geaccepteerd en wordt overal in de praktijk gebracht. Verder zaam gaan, maar die ontwikkeling gaat er wel komen.” heb ik in mijn Wageningse tijd samen met anderen een in- ternationaal netwerk neergezet om samenwerking over de Reageren? Stuur een mail naar HOmanagement@sdu.nl
  • 12. Column Euroshopper universiteit Een potje Calvé pindakaas is duurder dan universiteiten en een sterke toename van het pindakaas van de Euroshopper. Calvé is wel lek- aantal publicaties. kerder volgens de consumentenprogramma’s. De kwaliteit is beter: meer pinda’s en smeuïg- In ons land heeft de Commissie Kwaliteit en heid. Kwaliteit kost nu eenmaal meer en een Bekostiging in het hoger onderwijs onlangs deel van de consumenten is bereid hiervoor iets voorgesteld om opleidingen die door de NVAO extra’s te betalen. als ‘excellent’ worden beoordeeld een financiële Wat zou er gebeuren als de overheid zou opleg- beloning te geven. Het is redelijk om universi- gen dat een potje pindakaas niet duurder mag teiten die boven de middelmaat uitsteken, een zijn dan de prijs van de Euroshopper? De dure extra inspanning leveren en beter presteren Calvé pindakaas is anders niet voor iedereen extra te belonen. Omgekeerd vormt een financi- bereikbaar. Het gevolg van een dergelijk beleid ële beloning een stimulans om de kwaliteit van is waarschijnlijk dat Calvé stopt met het maken onderwijs te verbeteren. van pindakaas of zijn kwaliteit verlaagt tot het Minister Plasterk heeft de voorstellen van de niveau van de Euroshopper. Commissie Kwaliteit en Bekostiging naar de Niemand wil dat de overheid de prijs van pinda- prullenmand verwezen. De koppeling tus- kaas oplegt. Toch vinden we het heel normaal sen visitatie en bekostiging zou ertoe kunnen dat dit in het hoger onderwijs en wetenschap- leiden dat universiteiten zwakke punten gaan pelijk onderzoek wel gebeurt. Goede opleidin- verzwijgen. Leden van visitatiecommissies gen ontvangen dezelfde bekostiging als slechte zouden onder druk gezet kunnen worden bij de opleidingen. Excellent onderzoek krijgt evenveel beoordeling. Waarop deze angst is gebaseerd geld als middelmatig onderzoek. blijft onduidelijk. De uitkomsten van de REA in Groot-Brittannië hebben grote consequenties Het vakblad Economisch Statistische Berich- ten publiceert jaarlijks de economentop. De voor de onderzoeksfinanciering. Toch lijken de averechtse effecten waar de minister voor HO management verschillen op deze ranglijst van publicaties zijn vreest niet voor te komen. maart 2009 pagina 13 groot. Op de lijst van economische faculteiten scoort de nummer één ruim drie tot vijf keer De minister wil liever een verkiezing “waar- hoger dan de nummer laatst. Toch ontvangen bij gewerkt wordt met prijzen, nominaties en alle negen economische faculteiten dezelfde een jury”, zoals hij in zijn brief aan de Tweede financiering: de koploper wordt voor zijn betere Kamer schrijft. Een beetje Idols dus, vermengd prestaties niet extra beloond. met de X-factor en Boer zoekt Vrouw. Dat levert Wim Groot & Henriëtte In het onderwijs is het net zo. De Elsevier- dan straks de nominaties voor de ‘Student zoekt Maassen van den Brink enquête naar de beste studies en de Keuzegids opleiding met X-factor op’. In een rechtstreekse Hoogleraren evidence based Hoger Onderwijs geven aan dat aanzienlijke uitzending kunnen we dan sms-en wie van de onderwijs Universiteit kwaliteitsverschillen tussen opleidingen en tus- genomineerden afvalt. De winnaar krijgt de Maastricht en hoogleraar sen instellingen bestaan. De bekostiging is voor prijs uit handen van de minister zelf. economie aan de Universi- alle opleidingen gelijk. De beste geneeskun- Zoals Idols weinig heeft bijgedragen aan de teit van Amsterdam deopleiding ontvangt evenveel als de slechtste. kwaliteit van de zangkunst, zal de prijs die de minister in gedachten heeft niets toevoegen aan ! In Groot-Brittannië worden de middelen voor de kwaliteit van het onderwijs. onderzoek verdeeld op basis van kwaliteitscrite- Voor kwaliteit moet worden betaald, ook in ria. Dit gebeurt in de Research Assessment Exer- onderwijs en onderzoek. Zolang we niet bereid Wilt u úw visie op het cise (REA). Faculteiten die vijf sterren krijgen zijn kwaliteit te belonen houden we hoger on- Hoger Onderwijs kwijt? bij de onderzoeksvisitatie krijgen veel geld voor derwijs van Euroshopper niveau. Schrijf de volgende onderzoek, faculteiten met twee sterren of min- column! der krijgen vrijwel geen geld. In ‘The Changing Mail de redactie: Idea of a University’ betoogt David Smith dat HOmanagement@sdu.nl REA heeft geleid tot meer competitie tussen
  • 13. Onderweg naar een leer- en werkomgevi Bij veel, zo niet alle hoger onderwijsinstellingen in Nederland is de toekomstige keuze en inrichting van een digitale leer- en werkomgeving een punt van discussie. Dit artikel presenteert vier toekomstscenario’s. Daarnaast worden de trends die van invloed zijn op de inrichting van digitale leer- en werkomgeving weergegeven. HO management maart 2009 pagina 14
  • 14. nieuwe DOOR WIM LIEBRAND, JOCELYN MANDERVELD, TOM DOUSMA ing D e inrichting van een digitale leer- en ario’s werkomgeving is een onderwerp waarbij veel factoren een rol spelen. Factoren die niet alleen te maken hebben met de technische en onderwijskundige ontwikkelin- gen, maar ook afhankelijk zijn van de algemene ontwikkelingen binnen het hoger onderwijs. Deze onderwerpen hebben de afgelopen drie jaar centraal gestaan tijdens de ‘Over de grenzen van de ELO’ conferenties die door SURFfoundation voor hoger stscen onderwijsinstellingen werden georganiseerd. Tijdens de conferentie in 2007 werd een toekomstper- spectief op het Amerikaanse hoger onderwijs ‘Edu @ 2020’ gepresenteerd door Richard Katz (vice-president Educause). Edu @ 2020 schetste het beeld van een Ame- rikaans hoger onderwijs dat gedomineerd wordt door het bedrijfsleven. Bedrijven als Disney, Google, Microsoft en de filmindustrie in Hollywood bieden diensten aan op het gebied van hoger onderwijs. Ze doen dit op een aantrek- kelijke wijze in de vorm van edutainment, gaming en het m gepersonaliseerd aanbieden van content. Naar aanleiding van dit confronterende Amerikaanse Toeko toekomstperspectief ontstond tussen de deelnemers van de conferentie discussie over de toekomst van het Nederlandse hoger onderwijs en de consequenties daarvan voor de inrichting voor de digitale leer- en werkomgeving. Centrale vragen tijdens HO management deze discussie waren: hoe ziet het hoger onderwijs eruit in 2020, maart 2009 pagina 15 met welke krachten krijgt het Nederlandse hoger onderwijs de komende jaren te maken, wat zijn trends waarop geanticipeerd moet worden en wat betekent dit alles voor de inrichting (technisch en functioneel) van de digitale leer- en werkomgeving voor onze studenten en docenten? Vanuit de hoger onderwijsinstellingen ont- stond de behoefte om samen met SURFfoundation te gaan werken aan de ontwikkeling van een toekomstperspectief voor het Neder- landse hoger onderwijs, waarbij het onderwerp de nieuwe leer- en werkomgeving centraal zou staan. Om te komen tot een voor Nederland vergelijkbaar toekomstperspectief is gekozen voor de scenariomethode. Deze methode is opgezet om te le- ren omgaan met toekomstige onderzekerheden en om beleidsmakers te helpen richting te geven om strategie en koers uit te zetten. In totaal heb- ben meer dan driehonderd personen uit het Nederlandse hoger onderwijs onder regie van SURFfoundation hun medewerking verleend aan de uit- voering van de scenariomethode. Het betrof ICTO- en IT-medewerkers, CIO’s en de directeuren strategie en onderwijs van het HBO. Ook waren studenten en docenten van verschillende instellingen betrokken bij de scenariostudie. Al deze mensen leverden een bijdrage tijdens de vijftien workshops over de toekomst van de digitale leer- en werkomgeving. Toe- komst- Gedurende deze workshops zijn meer en minder waarschijnlijke ontwikke- scena- lingen in het hoger onderwijs geïdentificeerd. De deelnemers verplaatsten zich rio’s naar 2020 en maakten hun gedachteprocessen los van het nu. Op basis van de
  • 15. In onderstaande tabel wordt een schematisch overzicht weergegeven van de vier scenario’s. Instelling gestuurd Curriculum Scenario 1 Scenario 2 Kernwoorden: Kernwoorden: - motto: structuur, contact en kwaliteit - motto: gestandaardiseerde vrijheid - geborgenheid en borging - trainees stellen eigen curriculum samen - educhip implantatie - alle kwalificaties voor beroepen en opleidingen in Europa zijn vastgelegd - focus op het individuele leerproces - alle modules in Europa 7,5 ECTS - structureren en standaardisering - bekostiging onderwijs via Barroso’s (leerbonnen van 16e tot 70ste) - private en publieke aanbieders - alleen bachelor en master opleidingen - leren op (eigen) niveau in communities - nog maar 20 HO-instellingen - integraal platform voor werken, leren, Metafoor: luchthaven netwerken en communiceren - services van HO-instellingen verschijnen verschillende trends met mogelijke impact op via plug-ins op platform, gebruikmakend de toekomstige inrichting van de digitale leer- van standaarden en werkomgeving, ontwierpen ze een viertal toekomstvarianten. Metafoor: warenhuis HO management Instelling gestuurd Gebruiker gestuurd VIER TOEKOMSTSCENARIO’S Uit de resultaten van de workshops komt naar DLWO DLWO voren dat de toekomstbeelden voor een digitale maart 2009 pagina 16 Scenario 4 Scenario 3 leeromgeving in 2020 in ieder geval door twee Kernwoorden: Kernwoorden: duidelijk geïdentificeerde onzekerheden wor- - student = lerende werkende of werkende - Talent en excellentie bepalend den gestuurd: student - Ik als uitgangspunt, zodat WIJ profijt - student bepaalt volledig z’n eigen leer- en hebben warenhuis waar studenten gegeven vast- ontwikkeltraject - EXIT: Overheid, Hoger onderwijssysteem gestelde eindtermen een grote mate van - ontwikkelen = investeren = tijd, geld, en diploma’s keuzevrijheid hebben in de onderdelen die ze netwerken, kennis - Gildesysteem is wat WERKT volgen of zijn curricula gesloten en gestan- - maatwerk onderwijs i.p.v. standaard- - Leven, leren en werken geïntegreerd daardiseerd? curricula - Verbondenheid en wederzijdse Dit leidt tot de dimensie Instelling vs Student - student kiest zijn eigen ‘stimulator’ (‘geen afhankelijkheid gestuurd curriculum. klassieke docent meer’) - Basisbehoefte: digitaal en persoonlijk - stimulator of ‘European Learning Profes- netwerken en ontmoeten sional’ opereert Europees-breed - Basisinfrastructuur GUIDE: GUild facilitair onafhankelijk van hetgeen een - stimulator is gecertificeerd om kwaliteit Information & DEvelopment system hoger onderwijsinstelling biedt? Kunnen (kennis en netwerk) te borgen - Open leertechnologie en Open die gebruikers, zelf interactieve middelen en - flexibiliteit in openstellen netwerken en Content standaard applicaties kiezen of zijn ze afhankelijk van kennis de faciliteiten die de instelling biedt? Zal een Metafoor: beurs instelling in 2020 nog wel investeren in een Metafoor: supermarkt digitale leeromgeving? Dit leidt tot de dimensie Instelling- vs Stu- Gebruiker gestuurd dent gestuurde werkomgeving (DLWO). Curriculum De geschetste dimensies hebben een grote im- Voor meer informatie zie www.surffoundation.nl/scenario2020. pact op de toekomstige inrichting (zowel tech-
  • 16. stellingen zijn zodanig ingericht dat zij internationalisering optimaal kunnen faciliteren. In 2020 zijn hoger onderwijsinstellingen georganiseerd aan de hand van communities en netwerken. Een structuur, waarin een docent en student vaker van groep verwisselt. Branding van hoger onderwijsinstellingen wordt is in 2020 belangrijk. Studenten kiezen een instelling op basis van het ‘merk en product’ dat een instelling is. Bijvoorbeeld een stu- dent kiest een instelling vanwege haar fysieke omgeving, dat wil zeggen keuze voor de kwaliteit van de omgeving, facilitei- ten, sociale studielandschappen, etc. In 2020 zijn partijen buiten het hoger onderwijs verantwoor- delijk voor de bouw, beheer, onderhoud en hosting van de infrastructuur en applicaties van onderwijsinstellingen. In 2020 is de participatie in het hoger onderwijs substantieel toegenomen. Instellingen bieden onderwijs aan voor verschil- lende doelgroepen en maken geen onderscheid meer tussen voltijd, deeltijd en duale studenten. CONCLUSIE & DISCUSSIE Het toekomstscenarioproject heeft inspirerende beelden opgeleverd over de toekomst van het hoger onderwijs en de consequenties voor de inrichting van de digitale leer- en werkomgeving. Door het toepassen van de scenariomethode, nisch als functioneel) van de digitale leer- en werkomgeving. heeft er tevens een belangrijk collectief leer- en reflectieproces Op basis van deze twee dimensies is een viertal toekomstsce- plaatsgevonden bij de medewerkers uit het hoger onderwijs. nario’s ontwikkeld. Deze vier scenario’s geven ieder een beeld Met elkaar hebben zij ontwikkelingen in het hoger onderwijs van het hoger onderwijs in 2020 en de consequenties daarvan proberen te duiden en gewerkt aan een gemeenschappelijk voor de digitale leer- en werkomgeving. referentiekader over de digitale leer- en werkomgeving van de TRENDS toekomst. HO management Een bijzonder groot voordeel van het doorlopen van de scena- Wat opvalt, is dat de Nederlandse toekomstscenario’s weinig maart 2009 pagina 17 riomethode is, dat de belangrijkste trends binnen het hoger overlap vertonen met de Amerikaanse scenario’s van Richard onderwijs die van invloed zijn op de inrichting van de digitale Katz. Het lijkt wel alsof de invloed van het bedrijfsleven in de leer- en werkomgeving kenbaar zijn geworden. Volgens de Amerikaanse scenario’s al te veel genegeerd wordt in de Ne- driehonderd Nederlandse experts zijn dit de trends waarmee derlandse scenario’s. Sterker, het zou wel eens zo kunnen zijn men de komende jaren rekening dient te houden bij de keuze dat de interactie in het krachtenveld onderwijs, onderzoek en inrichting van een digitale leer- en werkomgeving: en maatschappij/arbeidsmarkt te weinig aan bod komt in de huidige scenario’s. Mede met het oog op de totstandkoming van het nieuwe SURF-meerjarenplan ligt het voor de hand om In 2020 zijn studenten als prosumer (samentrekking van het rijke scenariomateriaal in die discussie over de verhoudin- producer en consumer) actief betrokken bij hun opleiding. Zij gen tussen onderwijs, onderzoek en maatschappij/arbeids- gaan op zoek naar informatie en adviezen, delen hun mening markt te betrekken. Deze discussie zal SURFfoundation in het en ervaringen met anderen en de opleiding. voorjaar 2009 opstarten. In 2020 is de content (kennis, lesmaterialen) in grote mate vrij Reageren? Stuur een mail naar HOmanagement@sdu.nl toegankelijk voor iedereen (Open Educational Resources). In 2020 zijn er meer freelance (individueel of collectief) docen- ten. Zij sluiten contracten af bij diverse hoger onderwijsinstel- lingen, zijn verantwoordelijk voor hun eigen profilering en marktwaarde. Referenties Katz, R. (2007). Edu @ 2020. Opgehaald van: http://video.google.com/videopla In 2020 is internationalisering gemeengoed binnen de hoger y?docid=1050148478310355725&q=richard+K%C3%A4tz+edu@2020. onderwijsinstellingen. Of het nu gaat om (fysieke of virtu- ele) student en docent mobiliteit en/of het aanbieden van Informatie internationale onderwijsprogramma’s, de hoger onderwijsin- Voor meer informatie: www.surf.nl; Jocelyn Manderveld (Manderveld@surf.nl)
  • 17. De praktijk DOOR ANKA MULDER Toe- komst- scena- ario’s rio’s Het aardige van scenario’s is hun geestverrui- mende effect. Dat is ook het geval bij de scena- riostudie over de digitale leer- en werkomge- ving. In hun artikel buigen de auteurs zich over de vraag wie er in de toekomst aan het roer staat van het onderwijs en daarmee de digitale leeromgeving: is dat de student of de instel- ling? Conclusies worden nog niet getrokken. stscen Interessant is om te kijken of er in de praktijk van het hoger onderwijs nu al signalen zijn, die aangeven welke richting het op zal gaan. WIE STUURT HET CURRICULUM? DIGITALE LEER- EN WERKOMGEVING Alle instellingen zullen herkennen dat studenten steeds meer Dan de digitale leer- en werkomgeving zelf: stuurt de student keuzevrijheid genieten bij het inrichten van hun curriculum: deze of de instelling? Verschillende door de auteurs genoemde keuzevakken, majors en minors en de opzet van het bachelor- tendensen zijn in de praktijk zeer herkenbaar: hoger onder- mastersysteem zijn daar bewijzen van. Ook in het aanbieden wijs als netwerk, internationalisering, branding van instel- van werkvormen wordt in toenemende mate rekening gehou- lingen leiden er allemaal toe dat het belang van de digitale m den met de individuele student: studenten hebben immers werk- en leeromgeving toeneemt. De ervaring leert dat deze verschillende leerstijlen. omgeving steeds meer is toegesneden op de gebruiker: een digitale leer- en werkomgeving is immers alleen dan succes- Toeko Anderzijds zijn er ontwikkelingen die ertoe leiden dat die vol, als hij veel wordt gebruikt. Overigens is die omgeving ook keuzevrijheid niet ongebreideld is. De eerste is dat studenten zo open mogelijk, want een universiteit die haar kennis voor HO management niet alleen onderwijs volgen om iets te leren, maar ook omdat een diploma in hoge mate bepalend is voor hun toekomstige de buitenwereld afschermt is historie. Zo hebben de TU Delft en de Open Universiteit gekozen voor een hoge mate van loopbaan: een goede opleiding van een kwaliteitsinstelling digitale toegankelijkheid. Open Course Ware, het publiceren maart 2009 pagina 18 leidt gemakkelijker tot een succesvolle loopbaan. Daarom zijn van openbare en herbruikbare content, is daar het experimen- er eigenlijk geen studenten die een curriculum bijeen shop- teerstadium al ontstegen. pen uit het aanbod van verschillende universiteiten. Studen- ten kiezen voor een instelling met een kwaliteitsstempel, voor In de scenario’s is gekeken naar de student en de instelling. opleidingen met curricula die zijn geaccrediteerd en die hoog De docent komt echter in het stuk nauwelijks terug. Dat is staan aangeschreven. Daar hoort een relatief sterke rol van jammer, want de docent is niet alleen een belangrijke gebrui- een instelling bij. Ook het beleid van de overheid is daarop ker van de digitale werk- en leeromgeving, maar speelt ook gericht: instellingen worden steeds zwaarder gecontroleerd op een grote rol in de ontwikkeling ervan. hun aansturing van het onderwijs. Een voorbeeld hiervan is het nieuwe systeem van accreditatie in het Hoger Onderwijs, Ten slotte, onderwijs is mensenwerk en dat geldt zelfs voor de dat in 2010 zal worden ingevoerd. Daarin wordt de instelling digitale leeromgeving. Technologische mogelijkheden leiden gevisiteerd en gekeken of de instelling in zijn geheel in control niet automatisch tot gebruik ervan. Een digitale leeromgeving is van de kwaliteit van al haar onderwijs. moet ruimte bieden voor experimenteren, maar het accent hoort te liggen op werkelijk nuttige toepassingen en gebruiks- Ook financiën beperken de keuze. De afgelopen decennia is gemak, op wat docenten en studenten ermee willen doen. het bedrag dat de overheid per student afdraagt aan het WO Een omgeving ook die in hoge mate wordt gestuurd door de met zo’n 50% gedaald. Dit dwingt universiteiten tot efficiency gebruiker. en maakt extreme keuzevrijheid voor studenten niet mogelijk. Gestandaardiseerde vrijheid dus. Reageren? Stuur een mail naar HOmanagement@sdu.nl
  • 18. Personalia/agenda De leden van de Onderwijsraad worden telkens be- Drs. H.M. (Erik) Martijnse wordt per 1 april 2009 di- noemd voor een periode van twee jaar. recteur Toezicht Hoger Onderwijs bij de Inspectie van Met ingang van 1 januari 2009 is de samenstelling van het Onderwijs. Martijnse is op dit moment plaats- de Onderwijsraad als volgt: vervangend directeur, tevens hoofd Bestuur bij de Prof. dr. A.M.L. van Wieringen, hoogleraar Onderwijs- directie Hoger Onderwijs & Studiefinanciering van het kunde, Universiteit van Amsterdam blijft voorzitter. ministerie van OCW. R.C.G. (Ron) van der Meer, hoofd Zes nieuwe raadsleden zijn aangetreden: Control, Begroting en Verantwoording, bij deze directie Mw. drs. F. Bont MPM, directiesecretaris Koninklijke volgt Martijnse op als plaatsvervangend directeur Horeca Nederland; prof. dr. L. Borghans, hoogleraar Hoger Onderwijs & Studiefinanciering. Arbeidsmarkteconomie en sociaal beleid, universiteit Maastricht; prof. dr. F. A. van der Duyn Schouten, Met ingang van 1 april 2009 legt de huidige hoofd- hoogleraar Operations Research, Universiteit van directeur van de Informatie Beheer Groep, de heer Tilburg, uittredend rector magnificus, Universiteit van Chr. G. (Chris) Spanjaard zijn functie neer en komt Tilburg; mr. L.K. Geluk, wethouder Jeugd, Gezin en de leiding van de IB-Groep in handen van de drie Onderwijs van de Gemeente Rotterdam; drs. B. Kamp- kwartiermakers van de Nieuwe Uitvoeringsorganisa- huis, voorzitter College van Bestuur ROC Alfa-college, tie voor het onderwijs (NUO). Het voornemen is dat in Groningen; mw. J.M. Reijman, algemeen directeur van deze Nieuwe Uitvoeringsorganisatie de IB-Groep en de Laurentius Stichting, Delft; mw. dr. J. Snippe, lid de Centrale Financiële Instellingen (CFI) per 1 januari College van Bestuur Hogeschool INHolland. 2010 samengaan. Herbenoemd als raadsleden zijn: prof. mr. P.J.J. Zoon- tjens, hoogleraar Onderwijsrecht, Universiteit van Een driemanschap bestaande uit voorzitter drs. R.J.A. Tilburg; prof. dr. R.J. Bosker, hoogleraar Onderwijskun- (Rob) Kerstens (directeur-generaal voor NUO), W.J. de, Rijksuniversiteit Groningen, directeur GION, mw. (Wim) Westerbeek (directeur Fincanciën, Portfolio prof. dr. G.T.M. ten Dam, hoogleraar Onderwijskunde, en Services van de IB-Groep) en drs. J.J. (Jan Jurgen) Universiteit van Amsterdam, rector Instituut voor de Huizing (hoofddirecteur CFI) wordt gezamenlijk Lerarenopleiding; en mw. C.J. Drenthe, lid College van verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing van de Bestuur LMC Voortgezet Onderwijs, Rotterdam. IB-Groep, in ieder geval tot de fusie met CFI. De heer H.G.J. (Rick) Steur treedt uiterlijk op 1 april Agenda 2009 aan als hoofdinspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs met als portefeuille het voortgezet HO management onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie JAARCONGRES HBO-RAAD maart 2009 pagina 19 en hoger onderwijs. De heer Steur is op dit moment Op dinsdag 21 april 2009 organiseert de HBO-raad voorzitter van het College van Bestuur van het Chris- het vijfde grote jaarcongres, met als titel “Vorm- telijk Voortgezet Onderwijs in Zuidwest Friesland. geven aan vernieuwing”. Aan de orde komt de Van 1996 tot 2000 werkte hij als inspecteur voortgezet interactie tussen opleidingen, lectoraten en de onderwijs bij de Inspectie van het Onderwijs. Daar- beroepspraktijk als motor voor actuele curricula voor was hij werkzaam bij de Noordelijke Hogeschool en aantrekkelijke stages en afstudeeropdrach- Leeuwarden. ten, maar ook voor innovatie bij bedrijven en de ontwikkeling van de professie. Op het congres Mr. J. F. (Hans) van der Vlugt is per 1 februari 2009 worden onder meer resultaten van allianties tus- directeur Lerarenbeleid van OCW. Daarvoor was Van sen opleidingen, lectoraten/kenniscentra en hun der Vlugt plaatsvervangend directeur Voortgezet professionele omgeving gepresenteerd. Het con- onderwijs bij het ministerie. gres vindt plaats in het Beurs-World Trade Center in Rotterdam. Mw. drs. M. (Monique) Vogelzang is per 1 februari De doelgroep van het congres zijn bestuurders, 2009 directeur Kunsten van het ministerie van OCW. lectoren, managers, onderwijskundigen, docenten, Zij volgt drs. O. (Ocker) van Munster op die per 1 fe- studenten, projectleiders hoger beroepsonderwijs bruari 2009 benoemd is tot directeur van de Stichting en relaties van hoge scholen. Kunstzinnige Vorming Rotterdam. Mw. Vogelzang was Kosten: 75,-. Voor studenten is deelname gratis. directeur van de Directie Lerarenbeleid. Eerder werkte Informatie over het programma, de verschillende zij bij het ministerie onder meer als projectleider thema’s en de sprekers is te vinden op de website Actieprogramma Ruimte en Cultuur en als hoofd van van de HBO-raad (www.hbo-raad.nl) de afdeling Beleidsontwikkeling bij directie Cultureel Erfgoed.
  • 19. Stimuleren van excellentie in het hoger onderwijs DOOR MARJOLIJN VERMEULEN, PROGRAMMAREGISSEUR EN SARA STEYN, PROGRAMMALEIDER Sirius Programma HO management maart 2009 pagina 20 Ter bevordering van excellentie in het Nederlandse hoger onderwijs is 50 miljoen euro beschikbaar gesteld1. Met de ‘Subsidierege- ling Sirius Programma’ beoogt het ministerie van OCW kennis te vergaren over en inzicht te verkrij- gen in de wijze waarop de beste studenten tot een zo hoog mogelijk niveau kunnen worden gebracht. Belangrijk onderdeel is het identifi- ceren van huidige belemmeringen.2 Excel- lentie
  • 20. D e programma-uitvoering ligt in handen van het onderwijs. Diversiteit van de voorgestelde programma’s is ‘Siriusteam’, een nieuw onderdeel van het Plat- belangrijk. Beide stappen resulteren in een ranking, die de form Bèta Techniek. Het Platform adviseert de basis vormt voor het advies aan de minister. Het Siriusteam minister over de beoordeling van de ingediende aanvragen, wordt bijgestaan door een speciale expertcommissie, die maar begeleidt ook de instellingen wier aanvraag gehono- bestaat uit een groep beoordelende en een groep leading reerd is. Voor deze uitvoeringsconstructie is gekozen gezien experts3. de ruime ervaring van het Platform met stimuleringspro- gramma’s in het (hoger) onderwijsveld. Prestatiegericht In de consultatieronde stonden de begrippen ‘excellen- werken staat hierbij centraal, gebaseerd op het principe van tie’ en ‘excellente studenten’ centraal en is een aanzet incrementele innovatie en high trust. gedaan tot het formuleren van nuttige indicatoren om de Het Programma omvat de bachelor- en de masterfase, meerwaarde van de voorgestelde programma’s te identifi- waarvoor respectievelijk 40 en 10 miljoen euro beschikbaar ceren. Over de definitie ‘excellentie’ bleken de meningen is. Het bachelorprogramma is in 2008 gestart en heeft een sterk uiteen te lopen. Excellentie in een wetenschappelijke looptijd van 4 jaar. Het masterprogramma wordt momen- omgeving is iets anders dan professionele excellentie, maar teel voorbereid en zal hoogstwaarschijnlijk voorjaar 2010 hogescholen en universiteiten verschilden ook onderling starten. van mening. Het Siriusteam heeft besloten ruimte te bieden aan divergerende visies van instellingen op excellentie. Het KENMERKEN beoordelingskader is inhoudelijk dan ook weinig dwingend Door beschikbaarstelling van dit aanzienlijke subsidiebe- en richt zich op de kern van de aanvraag: drag wordt excelleren in het onderwijs voor de eerste keer - op grote schaal gestimuleerd. Het Programma is ontworpen stelling: hoe ambitieus zijn de geformuleerde prestaties na uitgebreide consultatie van het veld, wat unieke elemen- en wat is de toegevoegde waarde ten opzichte van de ten heeft opgeleverd. huidige situatie? Essentieel is dat er concrete, meetbare prestaties opgesteld zijn. Inspiratie hiervoor vormen de, stellen zelf hun einddoel en route vast. Zij hebben een in de consultatieronde, opgestelde prestatie-indicatoren grote mate van vrijheid: op basis van hun eigen visie kiezen zij definities, instrumenten en prestaties. Dit als: ‘een significante verhoging van studieprestaties van deelnemende studenten’ en ‘de instelling scoort mi- HO management ligt in lijn van de innovatiestrategie van het Platform, nimaal plaats X in een internationale benchmark’. Dit maart 2009 pagina 21 die gebaseerd is op het principe van resultaatgericht vergt inzicht in de huidige situatie (nulmetingen) en een innoveren. Het Siriusteam ondersteunt als ‘buitenboord- helder beeld van het beoogde einddoel. Door zicht op de motor’ de instellingen in hun ambities. eigen performance kan een instelling gerichter sturen op het behalen van het gewenste resultaat en groeit het niet hoofdelijk verdeeld over alle bekostigde hoger lerend vermogen. onderwijsinstellingen, maar is een beoordelingscyclus gecreëerd waarin alleen de kwalitatief beste aanvragen getoetst onder de noemer ‘haalbaarheid’. Het trackre- gehonoreerd worden. cord is hierbij van belang, of een heldere visie inclusief doortastende aanpak, indien een instelling nog niet zo- het subsidiebedrag. Er zijn geen normbedragen voorge- veel ervaring heeft met excellentiebevordering. Belang- schreven. rijke elementen zijn een cultuur die excellentie omarmt, Er zijn ook enkele basisvoorwaarden gesteld. Zo is iedere optimale faciliteiten voor excellente studenten/pro- instelling uitgedaagd een instellingsbrede aanvraag in te gramma’s en een beloningsstructuur die excellentie van dienen, die minimaal de beste 5% van de studentenpo- studenten, docenten en opleidingen stimuleert. pulatie beïnvloedt. Daarnaast wordt een cofinanciering - verwacht van 50% en formuleert iedere instelling concrete sant aanbod neerzetten. Onder de noemer ‘integraliteit’ meetbare prestaties. wordt gekeken naar de rode lijn in de aanvraag. Getoetst wordt of er een logisch verband bestaat tussen visie BEOORDELINGSPROCEDURE van de instelling, gehanteerde definitie van excellentie, De beoordeling van de aanvragen geschiedt getrapt. Aller- scouting en selectie van studenten (input), gekozen eerst zijn de aanvragen individueel beoordeeld. Vervolgens maatregelen (throughput) en prestaties (output). wordt gekeken naar de leerfunctie van het Sirius Pro- - gramma: de aanvragen dienen bij te dragen aan de ken- nationale) partijen en studenten zijn essentieel voor een nisopbouw over excellentiebevordering in het gehele hoger succesvol programma. Om te voorkomen dat er aanbod
  • 21. gecreëerd wordt waarvoor geen interesse is en extra OBSERVATIES EXPERTCOMMISSIE vaardigheden van excellente studenten niet aansluiten Veel instellingen zijn pas recent gestart met excellentiebe- op de behoefte van de maatschappij (arbeidsmarkt en vordering, maar er is duidelijk een eerste grote stap gezet. vervolgopleidingen) is het criterium ‘vraaggerichtheid’ Door het subsidieprogramma hebben zij een impuls gekre- opgenomen. gen om daadwerkelijk de slag te maken van kleinschalige losse projecten naar een gestructureerde instellingsbrede excellentie binnen het hoger onderwijs bewerkstelligen. aanpak. Geconstateerd wordt wel dat de denkbeelden Iedere instelling moet kunnen verantwoorden dat de over excellentiebevordering nog moeten groeien binnen maatregelen, die zij vanuit visie inzet, daadwerkelijk veel instellingen. In het algemeen hebben zij moeite met resultaat hebben. Onder ‘verantwoording’ wordt gelet het denken vanuit hun eigen identiteit/ instellingsprofiel, op de meetbaarheid en concreetheid van geformuleerde het definiëren van ‘excellentie’, en het formuleren van kwalitatieve en kwantitatieve prestatie-indicatoren. prestatie-indicatoren. Slechts enkele instellingen hebben excellentie benaderd vanuit hun eigen identiteit. Met name van ‘innovativiteit’, ‘aansluiting bij maatschappelijke hogescholen kunnen nog grote stappen zetten. Zij worste- thema’s’ en ‘complexiteit/samenwerking’. De instel- len nog met de invulling van de professionele excellentie ling moet op deze onderdelen echt boven het maaiveld van beroepsbeoefenaars en zetten dikwijls in op het ont- uitsteken. wikkelen van meer doorstroomprofielen naar universitaire masters. De experts zijn van mening dat dit een te eenzij- De eerste beoordelingsronde van bacheloraanvragen heeft dige kijk op excellentie is. plaatsgevonden in 2008. Omdat excellentiebevordering voor de meeste instellingen een relatief nieuw fenomeen is en Wat betreft het criterium ‘ambitie’ zijn slechts enkele ontwikkeling van ideeën tijd vergt, zijn de aanvragen inge- instellingen erin geslaagd om concrete, meetbaar nieuwe deeld in drie categorieën: 1) ‘zeer veelbelovend’, 2) ‘veelbelo- en hogere prestaties te formuleren. Het hanteren van de vend’ en 3) ‘onvoldoende’. bedachte prestatie-indicatoren blijkt in de praktijk moeilijk: zelden zijn de indicatoren vertaald naar de eigen situatie. Gebleken is dat universiteiten in het algemeen meer erva- Tabel 1: Aanvragen Sirius Programma 2008 ring hebben met het ontwerpen en uitvoeren van excellen- tiebevorderend beleid dan hogescholen. In het kader van de Aanvragen Hbo Wo Duo-aanvraag Totaal ‘haalbaarheid’ wordt weinig aandacht besteed aan docen- Geplaatst in categorie 1 1 3 1 (wo/ wo) 5 ten. Daarnaast stimuleert de expertcommissie de creatie Geplaatst in categorie 2 15 5 1 (hbo/ hbo) 21 van een community van excellente studenten en docenten Geplaatst in categorie 3 9 1 1 (hbo/ wo) 11 als stimulans van de gemeenschapszin die veel instellingen Ingediend totaal 25 9 3 37 beogen. HO management Wat betreft ‘integraliteit’ valt in positieve zin op dat met name universiteiten aandacht besteden aan het voortgezet De beoordeling van de aanvragen was een interactief onderwijs in het kader van samenwerking in de onderwijs- maart 2009 pagina 22 proces. Na indiening heeft iedere instelling de aanvraag keten. Volledige financiering van dergelijke trajecten past mondeling toegelicht. In juli 2008 heeft het Platform een alleen binnen het Programma als deze direct bijdragen aan voorlopig advies uitgebracht en zijn de beoordelingen de geformuleerde prestaties. Het identificeren van talent schriftelijk individueel terug gekoppeld. Tegen de beoor- vergt volgens de meeste instellingen nog veel onderzoek. deling kon protest worden aangetekend, wat in één geval Naast de eisen die bijna alle instellingen stellen (hoge heeft geleid tot bijstelling. Gelijktijdig zijn de instellingen cijfers en studievoortgang), wordt vaak gekeken naar de die voorlopig waren ingedeeld in categorie 1 in staat gesteld motivatie van de studenten en in enkele gevallen ook naar hun aanvragen verder te vervolmaken. Eind september persoonskenmerken. Veel instellingen geven aan gebruik te heeft het Platform een definitief advies uitgebracht dat eind willen maken van assessments, die in vrijwel alle geval- oktober 2008 integraal door de minister is overgenomen len nog (verder) ontwikkeld moeten worden. Vooral de waardoor de ‘zeer veelbelovende’ aanvragers konden star- hogescholen zetten wat betreft de selectie van excellente ten.4 Na de eerste beoordelingsronde is 20.875 miljoen van studenten zwaar in op studieloopbaanbegeleiding. het beschikbare budget belegd, zodat er voor de tweede in De aandacht voor ‘vraaggerichtheid’ kan verbeterd worden, 2009 nog 17.575 miljoen beschikbaar is. met name richting de behoefte van (excellente) studenten. Vaak is slechts sprake van behoeftepeilingen of studen- DWARSDOORSNEDE AANVRAGEN: GROTE DIVERSITEIT teninspraak in de vorm van voornemens. Het afnemend In categorie 1 zijn meer aanvragen van universiteiten werkveld bepaalt voor een groot deel wat excellentie is. geplaatst dan van hogescholen, voor categorie 2 geldt het Instellingen doen er goed aan om het veld beter te betrek- omgekeerde. In tabel 2 zijn enkele karakteristieken van de ken bij de verschillende excellentietrajecten. hbo- en de wo- aanvragen vergeleken ten aanzien van de Ten slotte valt op dat er weinig aandacht is voor directe verschillende beoordelingscriteria5. aansluiting van excellentieprojecten op maatschappelijke thema’s. Als er al een verbinding gelegd wordt is dit meestal een verwijzing naar de algemene zaken die op dit vlak bin- nen de instelling spelen .
  • 22. Tabel 2: Karakteristieken van hbo- en de wo- aanvragen Criterium Karakteristiek Hbo-veld Wo-veld Ambitie Streven % Tussen 1,5 % - 10% Tussen 5%-20% Prestaties Moeite met formuleren van meetbare prestaties Eerste aanzet aanwezig, vaak geen nulmetingen Haalbaarheid Aandacht voor Vaak wel aandacht voor de noodzaak, maar Soms duidelijke visie en selectiecriteria, enkele keer excellente docenten beperkt uitgewerkt aan harde kant bijscholing, geen extra beloning o.i.d. (personeelsbeleid) Opbouw groep Voornamelijk vaste groepen per cohort, soms Even vaak vaste cohorten als wisselende wisselende samenstellingen samenstelling Community building Erg onderbelicht in meeste aanvragen, Slechts mondjesmaat aandacht: werken in kleine genoemd: koppeling aan lectoraten, coachings- groepen, honoursclas van 200X, netwerkruimte groepen, aparte klassen, ontmoetingsruimtes Trackrecord Weinig ervaring met excellentiebevordering Op kleine schaal ervaring met excellentiebevordering Integraliteit Tijdstip selectie Vooral na de poort, soms twee instroom- Vooral na de poort, uitzondering vormen de colleges momenten Criteria selectie Veelal combinatie van cijfers, motivatie en Met name cijfers en studievoortgang, maar ook persoonlijkheidkenmerken. Soms brieven, motivatie, enkele keer via studieadviseur meestal gesprekken, enkele keer zelfselectie of assessments/tests Start programma Helft start in het eerste, rest in het tweede jaar Meestal in eerste jaar al aandacht (colleges vanaf dag 1), focus vanaf tweede jaar Aantal ECTS Variërend, soms ook binnen instellingen. Van 15-45 ECTS, enkel geval 180 programma’s. Meestal tussen 30-60 ECTS Twee volledige programma’s Additioneel of Voornamelijk combinatie van beiden. Naast Voornamelijk additioneel, enkele keer vervangend (oa vervangend volledige programma’s maar 1 puur vervangend colleges) en 1 puur additioneel Vraaggerichtheid Betrokkenheid studenten Over het algemeen nauwelijks aandacht voor Wel aandacht voor studenten, maar weinig visie op oa vraag/input van studenten. input via alumnibeleid. Werkveld vaak wel betrokken, maar onduidelijk Vaak onduidelijk hoe werkveld betrokken is, en hoe dit hoe specifiek gebruik in kader excellentie- ingezet wordt bij excellentiebevordering bevordering of niet optimaal Samenwerking Veelal algemene samenwerkingsverbanden Veelal samenwerking met andere (buitenlandse) van instelling, niet specifiek voor Sirius. Pabo’s universiteiten, vaak is specifieke inzet ten behoeve van met basisscholen, andere Nederlandse excellentiebevordering onduidelijk ho-instellingen. Weinig specifieke bedrijven/ internationale partners Verant- Soort Vaak middelen als doel opgesteld Erg terughoudend, meerwaarde excellente studenten woording prestaties vaak niet scherp gedefinieerd HO management VERVOLGPROCEDURE 1 Volgend op het eerdere subsidieprogramma ‘Ruim Baan voor maart 2009 pagina 23 Eind 2008 zijn met de ‘zeer veelbelovende’ aanvragers Talent’ prestatieafspraken gemaakt. Momenteel werken alle ‘veel- 2 Art 1 sub 2 Subsidieregeling Sirius programma nr. HO/ belovende’ aanvragers aan hun aanvragen. Het Siriusteam BS/2008/2196 heeft iedere beoordeling in een persoonlijk gesprek nader 3 Beoordelende experts: Taede Sminia (vz), Bert Vroon, Marca Wol- toegelicht. De tweede beoordelingsprocedure voor de ba- fensberger, Frans Nauta, Chiel Renique en Fabiënne Hendricks. chelorfase start op 15 mei 2009 en de minister kent uiterlijk Leading experts: Frans van Vught (vz), Hans Adriaansens, Rob- 31 juli de subsidiegelden toe. bert Dijkgraaf, Caren van Egten en Norbert Verbraak 4 Hanzehogeschool Groningen, Radboud Universiteit, Universiteit Gezien de doelstelling en de vormgeving van het Sirius Maastricht, Universiteit Utrecht en het samenwerkingsverband Programma is er sprake van een ‘lerend programma’ waarin Universiteit van Amsterdam/de Vrije Universiteit. kennisvergaring en -deling centraal staan. Dit streven gaat 5 Dit is geen uitputtende lijst: de criteria omvatten ieder meer verder dan het stimuleren van excellentiebevordering karakteristieken dan in de tabel vermeld binnen afzonderlijke instellingen. Belangrijk is dat álle 6 Zie www.siriusprogramma.nl hoger onderwijsinstellingen tijdens de Programmalooptijd individueel, van elkaar en van derden leren hoe excellentie bevorderd kan worden. Het Siriusteam heeft de ambitie dit te stimuleren en faciliteren, onder meer door de organisatie van kennisconferenties. De eerste heeft op 19 maart 2009 plaatsgevonden.6 Reageren? Stuur een mail naar HOmanagement@sdu.nl
  • 23. Excellentie DOOR HENK PIJLMAN Hanzehogeschool Groningen staat ‘Open voor Talent’ ‘Open voor Talent’. Zo heet de aanvraag van de Hanzehogeschool Groningen in het kader van het Siriusprogramma ter bevordering van excellentie in het hoger onderwijs. Die aanvraag is het afgelopen najaar goedgekeurd. Inmiddels zijn we begonnen met de uitvoering van ons vierjarige Siriustraject. De bedoe- ling is dat de getalenteerde student zich over vier jaar thuis zal voelen in de Hanzehogeschool Groningen. T erugkijkend op het aanvraagtraject divers. De omgang daarmee in een hogeschool denk ik dat een aantal factoren bepa- moet daarom ook een integraal pakket zijn ge- lend is geweest voor het succes. Een richt op het herkennen, erkennen en stimuleren daarvan is in ieder geval dat we niet pas begon- van talent. Herkennen – weten wie talentvol is, nen zijn met het ontwikkelen van beleid voor en wie niet (en daarbij hoort selectie). Erken- talenten toen het Siriusprogramma werd afge- nen – zorgen voor een stimulerende cultuur. En kondigd. We waren er al veel eerder mee bezig. stimuleren – zorgen voor uitdagend onderwijs HO management Zoals in vele andere hogescholen waren ook in Groningen her en der al jaren kiemen aanwezig voor talentvolle studenten. van een talentbeleid: een cum laude-regeling Wij hebben ons daarbij expliciet gericht op maart 2009 pagina 24 in het studentenstatuut, hogeschoolbrede professioneel talent: studenten die in potentie prijzen voor de meest innovatieve en de meest behoren tot de top van de beroepsbeoefenaars in maatschappelijk betrokken afstudeerprojecten, de beroepen waarvoor wij opleiden. Die gericht- een jaarlijkse prijs voor de meest innovatieve heid op het beroepenveld, en het trouw blijven docent, steeds meer aandacht in onze commu- aan de rol van de hogeschool in het Nederlandse nicatie voor succesvolle projecten van studen- binaire stelsel van hoger onderwijs, is denk ik ten en medewerkers, doorstroomroutes naar ook een belangrijke succesfactor geweest van de masters aan de universiteit. aanvraag. Hoe dat professionele talent er precies uitziet verschilt van domein tot domein en van Een aantal jaren geleden hebben we geïnven- werkveld tot werkveld, maar zeker is dat het tariseerd wat we al deden voor getalenteerde voor professionals niet louter om intellectuele ei- studenten en waar we konden intensiveren. Wij genschappen gaat, maar dat ook eigenschappen deden dat als onderdeel van ons diversiteitsbe- als creativiteit, ondernemerschap en communi- leid, dat er voor moet zorgen dat elke student catieve vaardigheden een rol spelen. die bij ons studeert ook zoveel mogelijk op maat bediend wordt. Onze observatie daarbij was dat Die definitie van ons talent als professioneel we van oudsher relatief veel aandacht besteed- talent leidt overigens tot een interessante po- den aan de ‘onderkant’ van de diversiteit, maar sitionering van de hogeschool ten opzichte van de talenten daarbij uit het oog waren verloren. de universiteit. Kort gezegd: de universiteit richt zich idealiter op de tamelijk homogene groep En aandacht voor talent in een hogeschool gaat van vwo’ers met een academische gerichtheid, verder dan het bieden van een cum laude- de hogeschool richt zich op de veel meer diverse regeling en een doorstroomgarantie naar uni- groep van mbo’ers, havisten én vwo’ers met een versitaire masters. Talent in een hogeschool is professionele gerichtheid. Een van onze doel-
  • 24. stellingen is dan ook om het aandeel ontwikkelen van één vorm van onderwijs (zoals vwo’ers in onze instroom, tegen de een honourscollege), maar op verschillende vor- dalende tendens in, minstens in stand men. Honoursprogramma’s, maar ook selectieve te houden en liefst te vergroten. Door het opleidingsspecialisaties die kennis en vaardighe- excellentieprogramma moet de hogeschool den verdiepen en selectieve hogeschoolbrede mi- wat ons betreft óók een thuis worden voor nors die juist het perspectief verbreden, worden de uitstekende vwo’er die eigenlijk minder naast elkaar ontwikkeld. Uiteindelijk moet zo vijf academisch en meer professioneel georiën- tot tien procent van de 25.000 studenten van de teerd is, en dus eigenlijk op een hogeschool hogeschool bereikt worden. en niet op een universiteit zou moeten studeren. Daar zijn er waarschijnlijk meer Die aanpak vraagt om een stevige projectstu- van dan we zo zouden denken. ring op resultaat en om veel interne commu- nicatie. Zetten we daar niet op in, dan valt het Ons ingezette talentenbeleid heeft er parapluproject uiteen. We hebben inmiddels ondertussen toe geleid dat we er al op een rechtstreeks onder het College van Bestuur sturen dat de cum laude-regeling ook vallende directeur Sirius benoemd, die met daadwerkelijk in alle opleidingen een programmateam zorgt voor aansturing en wordt toegepast, dat we onze gebou- interne afstemming. De schools moeten hun wen inmiddels hebben hernoemd eigen weg kunnen gaan, tegelijkertijd moeten naar illustere voorgangers uit ze leren van elkaar en best practices van elkaar onze 210-jarige geschiedenis, en kunnen overnemen. In die zin is het project ook dat we op het plaveisel van ons een oefening in kennismanagement. HanzeForum namen en verdien- sten van excellente studenten De Hanzehogeschool Groningen is de enige hebben geschilderd. Onze eigen hogeschool van wie in de eerste ronde van het Si- Walk of Fame – een sprekend riusprogramma een aanvraag is goedgekeurd. Wij voorbeeld van een cultuuromslag zijn daar natuurlijk trots op, maar hopen ook dat in het denken over talent in de er zich snel meer hogescholen bij ons zullen voe- hogeschool. Want talent erken- gen. Het bieden van faciliteiten aan getalenteerde nen en verschil durven maken is studenten hoort wat ons betreft onlosmakelijk bij niet vanzelfsprekend voor een hogescholen. Het past bij de opdracht om profes- hogeschool, en in ons geval was sioneel hoger onderwijs te bieden aan de enorm daar dan ook een bewust geno- diverse doelgroep die het hbo kent, inclusief de men besluit voor nodig. Toen het Siriusprogramma bekend getalenteerde student. Wij kijken natuurlijk uit naar de uitwisseling van expertise met de vier HO management werd gemaakt waren we dus al universiteiten die ook in de eerste Siriusronde maart 2009 pagina 25 Wij hebben ons expliciet gericht op professioneel talent: studenten die in potentie behoren tot de top van de beroepsbeoefenaars in de beroepen waarvoor wij opleiden. een goed eind op streek en de een programma toegekend hebben gekregen, aanvraag paste naadloos in maar evenzeer naar de uitwisseling met collega- ons al ingezette beleid. hogescholen die werk maken van talent. Een andere succesfactor is Reageren? mogelijk de hogeschoolbrede, di- Stuur een mail naar HOmanagement@sdu.nl verse aanpak geweest. Dit heeft geleid tot een echte paraplu- aanvraag, waarbinnen de ne- Volgende keer úw praktijkverhaal in gentien verschillende schools HO Management? Stuur een mail naar van de hogeschool hun eigen HOmanagement@sdu.nl accenten kunnen leggen, pas- send bij de eigenschappen van hun domein en werkveld en bij hun ontwikkelingssta- dium. In het project wordt, Henk Pijlman is voorzitter College van om een voorbeeld te ge- Bestuur Hanzehogeschool Groningen ven, niet ingezet op het
  • 25. Het heeft even geduurd maar nu is het er dan toch: het wetsvoorstel versterking besturing hoger onderwijs. Hieronder een korte beschrijving van de inhoud. Ook informatie over de intrekking van het wetsvoorstel financiering hoger onderwijs van oud-staatssecretaris Rutte dat onder meer een regeling van leerrechten bevatte. Ten slotte wordt u bijgepraat over de stand van zaken van enkele lopende trajecten en een tweetal relevante ministeriële regelingen. Stand van de wetgeving HO management Versterking besturing hoger onderwijs, definitief een streep door de leerrechten maart 2009 pagina 26 en nog wat andere zaken DOOR WIM VAN HOLSTEIJN VERSTERKING BESTURING HOGER ONDERWIJS Er is gekozen voor een wijziging van de WHW I n het Coalitieakkoord is het voornemen en niet voor een geheel nieuwe wet. Een andere aangekondigd in deze kabinetsperiode een keuze zou de suggestie hebben kunnen wekken, wetsvoorstel voor bekostiging en besturing dat er sprake is van een fundamentele breuk van het hoger onderwijs bij de Tweede Kamer in met de huidige sturingsfilosofie en het huidige te dienen. Verder is in de zogenaamde Strategi- wettelijke instrumentarium. Daarvan is geen sche Agenda een aantal plannen ontvouwd dat sprake. Deze wijzigingswet beoogt in hoofdzaak op relatief korte termijn vorm kan krijgen. Deze een aantal breed onderschreven verbeteringen zaken samen hebben geleid tot een wetsvoor- door te voeren. Voorstellen voor een wijziging stel dat op 18 december 2008 aan de Tweede van de onderwijsbekostiging zijn niet in dit Kamer is gestuurd (TK 2008/09, 31 821). Het wetsvoorstel opgenomen. De bekostigingssyste- wetsvoorstel heeft als werktitel meegekregen: matiek wordt geregeld bij algemene maatregel versterking besturing hoger onderwijs. van bestuur, te weten het Uitvoeringsbesluit
  • 26. Achter- grond WHW 2008. De aanpassing daarvan vindt plaats de Eerste Kamer aan zet. Op 15 januari 2009 is in een met dit wetsvoorstel min of meer parallel een gewijzigd voorstel van wet daar ingediend. lopend traject. Het wetsvoorstel regelt dat in artikel 7.52, vierde lid, van de WHW het Sofinummer worden ver- In dit wetsvoorstel worden de volgende onder- vangen door het burgerservicenummer. werpen geregeld of gewijzigd: goed bestuur en medezeggenschap, studenten (rechten en plich- VERHOGING COLLEGEGELD EN AANPASSING ten), collegegeldsystematiek, kwaliteit (examens AFLOSSING STUDIESCHULDEN en accreditatie), internationalisering (joint de- Op 21 januari 2009 heeft de Tweede Kamer het grees, onderwijs in het buitenland), erkenning verslag vastgesteld dat hoort bij de wijziging van verworven competenties (EVC’s), de onder- van onder meer de WSF 2000 en de WHW in zoekstaak van hogescholen, de introductie van verband met de verhoging van het collegegeld rechtspersonen voor hoger onderwijs in plaats en de aanpassing van het aflossingssysteem van aangewezen instellingen en op een aantal studieschulden (TK 2008/09, 31 790, nr. 6). De plaatsen vereenvoudiging van de regelgeving. minister van OCW is nu aan zet om een nota naar aanleiding van dit verslag in te dienen. De Tweede Kamer heeft voorlopig 10 maart 2009 Vervolgens kan de parlementaire behandeling vastgesteld als datum waarop het verslag klaar worden voortgezet. zou moeten zijn. Het verslag bevat de vragen die in eerste instantie bij de leden van de Kamer ACCREDITATIE zijn gerezen na kennisneming van het wets- Bij de Raad van State is sinds kort aanhangig voorstel. een voorstel van wet tot wijziging van de WHW in verband met aanpassing van het accredita- DEFINITIE EINDE LEERRECHTEN tiestelsel. Het is nog niet bekend wanneer het Alleen de echte diehards in het volgen van de wetgeving op het gebied voor het hoger onder- advies van de Raad te verwachten is. HO management wijs zullen in de gaten hebben gehad dat bij REGELING FINANCIËN HOGER ONDERWIJS maart 2009 pagina 27 de Eerste Kamer nog steeds het voorstel voor In de Staatscourant van 27 januari 2009, nr. de Wet financiering hoger onderwijs (WFHO) 17, is de Regeling financiën hoger onderwijs aanhangig was. Het wetsvoorstel waarin onder gepubliceerd. Deze regeling bevat voor de be- meer een stelsel van leerrechten was opge- kostigde instellingen voor hoger onderwijs de nomen, is door middel van een brief van 23 aanpassing van de onderwijsopslag vanwege januari 2009 (EK 2008/09, 30 387, E) definitief in- sectorale en instellingspecifieke afspraken die getrokken. Er is een direct verband tussen deze gevolgen hebben voor de rijksbijdrage 2008. De intrekking en het indienen van het wetsvoorstel Regeling bevat ook een technische correctie van versterking besturing hoger onderwijs dat hier- de bedragen en percentages onderwijsopslag boven is genoemd. van universiteiten en hogescholen die gevolgen heeft voor de berekening van de rijksbijdrage GEVOLGEN VRIJHEIDSONTNEMING 2009. Het wetsvoorstel dat onder andere regelt dat personen die langer dan een maand gedeti- REGELING ONDERWIJSPROTOCOL OCW 2008 neerd zijn geen recht hebben op studiefinancie- De Staatscourant van 28 januari 2009, nr. 18, ring (EK 2008/09, 31 525) is op 23 december 2008 bevat de Regeling onderwijsprotocol OCW 2008. door de Eerste Kamer zonder beraadslaging en Dit is een protocol ten behoeve van de controle zonder stemming ofwel als hamerstuk aan- door de instellingsaccountant. De instellingen vaard. Het Staatsblad zal zijn verschenen op het voor hoger onderwijs moeten naast de jaarstuk- moment dat u dit leest. ken met de accountantsverklaring ook diens rapport van bevindingen insturen. AANPASSINGSWET BURGERSERVICENUMMER Na de aanvaarding van de aanpassingswet bur- gerservicenummer (T.K. 2008/09, 30 907), is nu
  • 27. Binask lokalen met TopFLEX Audio visuele middelen Practicummeubilair Kasten Leerlingen stoelen Altijd Top en heel FLEXibel TopFLEX, het traploos vertikaal te verstellen systeem vanuit het plafond met daarin alle mogelijke energie bronnen inclusief data verkeer. Geen vaste zuilen meer op de vloer waardoor ruimte multifunctioneel gebruikt kan worden Traploos verstelbaar op de gewenste werkhoogte Kantoorinrichting Vanaf een centraal schakelpunt te bedienen en te beheren Keuze schakelaars voor gas en electra inclusief noodstoppen Natuur- en scheikundelokalen met een TopFLEX-inrichting kunnen voor alle lessen worden ingezet TOP en Flexibel dus! Meer informatie over TopFLEX en ons uitgebreide producten aanbod kunt u Leerlingen sets vinden op www.schoolpoint.nl. P.O. Box 474 7000 AL Doetinchem - NL Vierde Broekdijk 21 7122 JD Aalten - NL T. +31(0)543 47 47 00 F. +31(0)543 47 42 82 Collegezalen E. info@schoolpoint.nl I. www.schoolpoint.nl