DEEL 9SUCCESSIE
Inhoudstafel3 - 4 Bialowieza-oerbos, een dicht en donker climax-stadium5 – 10 Inleiding: r-selectie, K-selectie11 Selectie...
De laatste wisent (Bison bonasus) verdween in 1919 uit het oerbosvan Bialowieza en werd geherintroduceerd zodat in ‘08 aan...
Het Bialowieza-oerbos is de climaxvegetatie in de successie van eenEuropees gemengd laaglandbos met eeuwenoude eiken en es...
Inleiding: r-selectie, K-selectieK/2: populatiegrootte die dientbehouden om om uitroeiing tevoorkomenVoor visvangst is dit...
r- en K-selectieEen lemmingpopulatie (Lemmus lemmus)groeit en valt met een cyclus van 4 jaarHermelijnen (Mustela erminea) ...
Populatiegroei volgens r- of K-selectieVele organismen zoals éénjarigeplanten, insecten, bacteriënkennen een zeer snellepo...
Balans tussen Darwiniaanse fitheidversus langlevendheid van de soortDe ivoorsnavelspecht, foto 1935,(Campephilus principal...
r-TypenAkkerkers (Rorippa sylvestris )Ruderale plant, maakt veelbloemen en immens veel zadenGeen mycorrhizaVerschijnt snel...
K-typenK is gelimiteerd en deze soortenkennen hoogstens aanvankelijk eenquasi-exponentiële groeiDraagkracht K kan bereikt ...
Selectie, eilanden en natuurbehoudGrafiek Mac-Arthur & Wilson(1967)Verband tussen het aantalsoorten reptielen en amfibieën...
Het tellen van biodiversiteit(sverlies)Geelgors (Emberiza citrinella), zwartevanilleorchis (Gymnadenia nigra)De relatie tu...
Het tellen van biodiversiteit(sverlies)Het Amazoneregenwoud is nietalleen bedreigd doorontbossing, maar ook doordroogte en...
Het tellen van biodiversiteit(sverlies)Afname van soortenrijkdomvan endemische gewerveldenop land bij toenemendetemperatur...
Anemofilie of windbestuivingEénslachtig eerder dan tweeslachtig,één- of tweehuizigBv. Coniferae, Fagales (o.a. eiken,beuke...
Overige kenmerken windbloeiende r-typenGroene en nectarloze bloemenVele bloemen in katjes of arenHelmdraden op lange, slan...
Anemochorie of windverspreidingvan sporen of zadenWindverspreiding van zaden envruchten kenmerken r-strategieSterke concur...
Voorbeelden van ‘ruderalen’R- en K-selectie van planten enbomen spelen een belangrijke rolin de ecologische successie enre...
Successie en biomenPlantengemeenschappen wordengebruikt om biomen aan te duidenDierengemeenschappen zijn mindernuttig, daa...
Het bodemvoedselwebFotosynthetisch aangemaakte suikers worden door de plant gebruiktvoor groei, maar ook in vele vormen aa...
Het bodemvoedselwebRondwormen (Nematoda) voeden zich met bacteriën, Protozoa,fungi, wortels en rondwormen en geven hun mes...
Het bodemvoedselwebPathogene én symbiotische micro-organismen doen de planten hungenetische immuniteit opbouwenNet zoals s...
Het belang van bodemsuccessieEen braakliggend terrein wordt snel ingenomen door éénjarigeplanten; de bodem wordt vooral be...
Successie van mineralen binnen een sereNatuurlijk hangt de toegediende bemesting ook af van de teeltDruiven bv. eisen een ...
Aard van successie is afhankelijkvan de bodemgesteldheidPrimaire successie treft menaan op gebieden waarvoorheen geen begr...
Bij het droogleggen van de Flevopolder bleef een vochtig deelongebruikt, waar rietland ontstond en moerasvogels bv. lepela...
Hydrarche successie vond plaats met verruiging met o.a. vlier en wilgwaardoor Heckrunderen, konikpaarden en edelherten moe...
De begrazing zorgt voor een halfopen landschap zoals in 17e eeuwselandschapsschilderijen te bewonderen is, waarin grote gr...
Voorbeeld van hydrarche successie-sereOp middelpunt vijver: opeenvolgend:(A) Water + wieren(B) Waterplanten bv. Alismatace...
Fauna volgt flora in successie
Voorbeeld van xerarche successie-sereVerlaten akkers verruigen met éénjarige onkruiden bv. Taraxacumsp., Epilobium sp., St...
Ingrijpen in de vegetatiesuccessie is cruciaal voor het beheer vandroge heidegebieden gedomineerd door struikheide (Callun...
Een heidegebied met de pioniersfase én de oudere stadia zorgt vooreen diversiteit met bv. een strooisellaag voor overwinte...
Andere methoden zijn maaien met maaiselafvoer om te verschralenof plaggen met biomassa-afvoer als maaien niet uitvoerbaar ...
Vochtige heide gedomineerd door dopheide (Erica tetralix) metunieke flora met o.a. klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe)...
Meest opvallend in de grassigekruidlaag is de uitbundig bloeiendebeenbreek (Narthecium ossifragum)Het plantje dankt zijn n...
De Ericetum tetralicis-associatie is in België enkel te vinden in deAntwerpse en Limburgse Kempen en herbergt een rijke fa...
Algemene trends in successieGraslandschap met kamgras(Cynosurus cristatus),overblijvend, windbestuivingDe vroege pionierss...
De eerste bosvorminggebeurt doorwindverspreidde zaadjesvan bv. berk en wilg,welke enkel in zongroeienPioniersoorten van ee...
Elzen (Alnus sp.) in symbiose met N2-fixerende Frankiabacteriënverrijken de bodem voor soorten die volgen in de successieD...
Deze groenbemester verdraagt tot -46° en verkiest zonnige plaatsen
Successie van mineralen binnen een sere
Karakteristieken van de vegetatie ineen vroeg en laat successiestadium Biomassa klein Eenvoudige gelaagdheid Voedingsst...
Eenbes (Paris quadrifolia), op de Nederlandse Rode lijst, zal alsbossuccessiesoort met een zeer beperkte verspreiding door...
Oorzaken van successieAllogene successie is te wijten aan externe milieuomstandighedenBv. branden, het afsnijden van meand...
Oorzaken van successieHet Koelbroek is een laat-pleistocene oude, verveende Maasmeandergelegen ten westen van Venlo en wor...
Oorzaken van successieHet grootste deel van het jaar komt het grondwater tot het maaiveldOp deze natte gronden overheerst ...
Om verdroging tegen te gaan startte men in de jaren ‘90 met hetopstuwen van water met een opvallende eutrofiëring tot gevo...
Autogene successie wordt veroorzaakt door de organismen zelfKorstmossen zijn de pioniersoorten van een lithosere of rotssu...
Bv. schaduw laat enkel aangepaste soorten toe, er heerst een grotereluchtvochtigheid in een climaxstadium, allelopathie wo...
Onvolkomen successie door verstoringenSuccessie door hogere planten wordt tegengehouden aan rotskustendoor de golfslag waa...
Na een 4 jaar durende vulkaanuitbarsting werd in 1967 in Zuid-Ijsland het eiland Surtsey gevormdEén van de eerst waargenom...
De slikke- en schorrevegetatie vormt het habitat van steltloperso.a. de tureluur (Tringa totanus), strandlopers (Calidris ...
De Manteling: een uniek Zeeuws duinlandschap
Successie van slik naar duinbosOp de vloedlijn en primaire duinen vindt men o.a. zeewieren,zandkokerwormen, strandvlooien ...
Successie van slik naar duinbosVolgend in de halosere zijn helmduinen (Ammophila arenaria)De struwelen zijn begroeid met d...
Successie van slik naar duinbosOnder natuurlijke omstandigheden zouden vanwege de langzamehumusophoping de primaire duinva...
Successie van slik naar duinbosLandinwaarts van de uitblazingskommen van de duinvalleien gedeienstruwelen met vlier, duinr...
Door humusophoping kunnen primaire duinvalleien moerasbossenmet een rijk vogelbestand vormenEen hoge bemestingsgraad en on...
Duinstruweel met duinroos (Rosa pimpinellifolia)
Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), Den Helder
Een beheersmaatregel die vroeger veel in duinen werd toegepast ishet aanplanten van dennen, waardoor duinen vastgehouden w...
In de biotopen van de verschillende typen van het open duin komenbijzondere soorten voor, waarbij de kalkrijke grijze duin...
De floristische en faunistische rijkdom van open kalkduingebied isaangetast door een achteruitgang van konijnenpopulatiesH...
Bij eutrofiëring zullen de vergrassers zandzegge (Carex arenaria),helm en duinriet (Calamagrostis epigejos) woekerenEen la...
De grauwe klauwier (Lanius collurio) met in Nederland slechts 200broedparen, is haast verdwenen uit de duinen sinds de jar...
Hondskruid (Anacamptis pyramidalis) en bitterkruidbremraap(Orobanche picridis), kalkkliffen Kingsdown nabij Dover
Een duinlandschap bij de Hoek van Holland met paraboolduinen,waarbij de successie vertraagd wordt door begrazing met runde...
Als oude duinvalleien niet verzuren,maar wel regelmatig gemaaidworden, kunnen zeer soortenrijkenatte duingraslanden ontsta...
Het grondwater mag in de winter tot het maaiveld reiken, maar(langdurige) overstroming kan zeer nefast zijn voor een aanta...
Enkele dagvlinders waarvan de rupsen leven van één of enkeleplantensoorten behoren tot de specifieke fauna van blauwgrasla...
Climaxgemeenschappen zijn niet altijd uitgestrekte woudenGrassen in prairies en savannes en cactuslandschappen in woestijn...
Branden met natuurlijke oorzaakHet doorbreken van de zaaddormantie van Chamaecristamimosiodes na een korte blootstelling a...
PyrofytenPyrofyten zijn bevoordeeld inselectie door herhaaldelijk brandenEen mineralisatie met extra K, Ca,Mg en PO43- in ...
Dennenkegels van Pinus contorta met in resine gekapselde zaadjes
Stikstof gaat massaal verloren bij een brandIn Noord-Amerika vindt men na branden een verhoogde groei vanLeguminosae die s...
Pyrofyten in AustralisGrasbomen (Xanthorrhoea sp.)beginnen volop te bloeien na vuurwaarna ze overvloedig bezochtworden doo...
Xanthorrhoea australis, Barrington Tops National Park,New South Wales, Australia
Verhoutte vruchten van Banksia serrata na een brand
Vuur zorgt voor een mozaïekvan habitat-patchesKurkeiken (Quercus suber) wordenregelmatig geteisterd door brandenSlechts 3-...
Branden, vaak gekatalyseerd door olie- en terpentijnhoudende flora,creëren een continuüm aan habitats en geven diversiteit...
Case-studie – Successie op KrakatauOp 26/08/1883 spuwde deKrakatauvulkaan 30 kilometer asen stenen om zich heenKrakatau wa...
N2-fixerende bacteriën startten kolonisatieDe eerste vegetatie werd in 1886waargenomen (Dr. M. Treub )Associatie van diato...
Expeditie in 1906 nam een weelderigegroei waar van Casuarina equisetifoliaReeds in 1895 werdenkiemplanten aangetroffenIn 1...
Ook vond men een vrouwelijke ingeroldepalmvaren (Cycas circinalis)Eén exemplaar met verdorde onbevruchte carpelbladeren en...
In 1897 bereikte 60% van de zaadplantenKrakatau door oceaanstromingen ......32% door de wind en 9% doorvruchtenetende voge...
De visgifboom (Barringtonia asiatica)bereikte vroeg al drijvend KrakatauDe visgifboom behoort tot de mangrove van tropisch...
De watervaraan (Varanus salvator) wasin 1899 het eerst waargenomen reptielAl is hij een goede zwemmer,19 km tot het dichts...
Een netpython (Broghammerus reticulatus) werd eerst waargenomenop Krakatau in 1905, later in 1933, maar was afwezig in 1984
De flora tussen 1908 en 1920 bestondvooral uit varens en monocotylenVooral grassen (Poaceae) enOrchidaceae namen sterk toe...
Spathoglottis plicata, in 1906 op Krakatau, staat in Australië alskwetsbaar genoteerd door overcollectie en een wijzigende...
Regenwouden in Indonesië kennen duizenden boomsoorten waarvande woudreuzen van de familie Dipterocarpaceae dominerenOp Kra...
ReferentiesDia 16: http://www.ruhr-uni-bochum.de/boga/html/Anthoxanthum_odoratum_Foto.htmlDia 17: http://en.wikipedia.org/...
ReferentiesDia 33: http://www.arkive.org/sand-lizard/lacerta-agilis/image-A23203.htmlhttp://nl.wikipedia.org/wiki/Zandhage...
ReferentiesDia 45-48: http://www.bakhei.nl/oefen/index.php/alles-over-de-bakhei/93-historie.htmlhttp://www.google.be/url?s...
ReferentiesDia 65: http://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=1&subgroep=25http://sciencebitz.com/?page_id=3...
ReferentiesDia 81: http://en.wikipedia.org/wiki/Fire_ecologyDia 82-89:http://www.archive.org/stream/newfloraofvolcan00erns...
LiteratuurlijstBillen J. – 1994Morfologie en Systematiek van de InvertebrataBlamey M. & Grey-Wilson C. - 1989De Geïllustre...
LiteratuurlijstHeywood V.H. – 1993Flowering Plants Of The WorldOxford University Press – New YorkHillenius D. - 1967De Vre...
LiteratuurlijstRaven & Johnson – 1992BiologyMosby-Yearbook – MissouriRozema J. & Verhoef H.A. – 1997Leerboek Toegepaste Ec...
Deel 9  Successie
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Deel 9 Successie

1,812

Published on

Al zijn natuurkrachten onvoorspelbaar, de weg naar succes is biologisch onderbouwd

Published in: Education
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
1,812
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
17
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Deel 9 Successie

  1. 1. DEEL 9SUCCESSIE
  2. 2. Inhoudstafel3 - 4 Bialowieza-oerbos, een dicht en donker climax-stadium5 – 10 Inleiding: r-selectie, K-selectie11 Selectie, eilanden en natuurbehoud12 – 14 Het tellen van biodiversiteit(sverlies)15 Anemofilie of windbestuiving16 Overige kenmerken windbloeiende r-typen17 Anemochorie of windverspreiding sporen of zaden18 Voorbeelden van ‘ruderalen’19 Successie en biomen20 – 22 Het bodemvoedselweb23 Het belang van bodemsuccessie24, 42 Successie van mineralen binnen een sere25 Aard van successie afhankelijk van bodemgesteldheid26 – 30 Hydrarche successie31 Xerarche successie32 – 37 Beheer van droge en vochtige heidebiotopen38 – 41 Algemene trends in successie43 - 44 Karakteristieken van de vegetatie in een vroeg en laat successiestadium45 – 50 Oorzaken van successie51 – 52 Onvolkomen successie door verstoringen53 - 68 Successie van slik naar duinbos69 - 71 Beheer van blauwgraslandschap72 – 81 Branden met natuurlijke oorzaak82 - 92 Case-studie – Successie op Krakatau93 - 101 Referenties en literatuurlijst
  3. 3. De laatste wisent (Bison bonasus) verdween in 1919 uit het oerbosvan Bialowieza en werd geherintroduceerd zodat in ‘08 aan Poolsezijde met 456 dieren de grootste populatie op aarde stand houdt
  4. 4. Het Bialowieza-oerbos is de climaxvegetatie in de successie van eenEuropees gemengd laaglandbos met eeuwenoude eiken en esdoornsDrieteenspecht (Picoides tridactylus), mei 2012, Bialowieza
  5. 5. Inleiding: r-selectie, K-selectieK/2: populatiegrootte die dientbehouden om om uitroeiing tevoorkomenVoor visvangst is dit van grootbelang: vissen is duurzaam alsde populatie > K/2 blijft(kabeljauw, Peruviaanseansjovis na ‘El Nino’ 1972)Verhulst-vergelijking:dN/dt = rN [(K-N)/K]r is de groeiratio van eenpopulatie met aantal NK is de draagcapaciteit vaneen biotoop nl. het aantalorganismen van een populatiedat een biotoop kan dragenAls N toeneemt, wordt rsteeds met een kleiner getalvermenigvuldigd……en vermindert de groei vaneen populatie tot zestabiliseert tot ongeveer dedraagcapaciteit van hetbiotoop
  6. 6. r- en K-selectieEen lemmingpopulatie (Lemmus lemmus)groeit en valt met een cyclus van 4 jaarHermelijnen (Mustela erminea) alsbelangrijkste predatoren kennen een gelijkepopulatiegroei, maar met 1 jaar vertragingAls de lemmingpopulatie de draagkrachtvan de omgeving bereikt, zullen ook vossenen uilen erop jagenConcurrentie, ziekte,emigratie enparasitisme wordenbelangrijker als eenpopulatie dedraagcapaciteit van eenhabitat benadertIndividuele organismenbinnen een populatiekennen eentoenemendeconcurrentie voorbeperkende factoren……en passen zichvolgens Darwin beteraan in de strijd om dezebeperkende factoren
  7. 7. Populatiegroei volgens r- of K-selectieVele organismen zoals éénjarigeplanten, insecten, bacteriënkennen een zeer snellepopulatiegroeiBij reductie van de populatie zaldeze exponentieel hergroeien totde oorspronkelijke grootteReductie van een traagbroedende of groeiende populatiezoals bv. walvissen ofneushoorns, Metasequioa sp.,regenwoudreuzen,……kan tot uitsterven leidenNoordkapers (Eubalaena glacialis)zijn zoals vele walvissen bedreigddoor jacht½ van de dieren heeft een schip-of netaanvaring tijdens hun leven
  8. 8. Balans tussen Darwiniaanse fitheidversus langlevendheid van de soortDe ivoorsnavelspecht, foto 1935,(Campephilus principalis) wordt alsuitgestorven beschouwd, met in 1987een laatste waarneming op CubaVele expedities zijn opgezet om de soortte lokaliseren in oude bossen in Louisiana(‘02), Arkansas (‘05) en mangroves inFlorida (‘09), maar er werd nooit eenovertuigend bewijs geleverdHet is de tweede grootste specht terwereld, volledig afhankelijk van bebostmoeras met veel vermolmd houtEén broedpaar heeft een voedselgebiedvan 8 km2 nodigDe hoge eisen en de uitgestrektheid vanhet habitat bespoedigden de teloorgangBossen in dit uiterste successiestadiumzijn vooral vernietigd door dehoutindustrie
  9. 9. r-TypenAkkerkers (Rorippa sylvestris )Ruderale plant, maakt veelbloemen en immens veel zadenGeen mycorrhizaVerschijnt snel op verstoordeplaatsenr-Typen zijn organismen wienspopulaties exponentieel groeien……vaak gevolgd door plotsereducties (K vaak niet bereikt)Vroege reproductie en kortelevensduur dus……een korte generatiewisselVeel nakomelingenHoge mortaliteitKleine nakomelingenSnelle volwassenwordingOf voor planten: woekeringEfficiënt in het veroveren vannieuw habitatZe houden van naakte bodemsMulch kan voor rotting zorgenWeinig of geen ouderzorgZeer concurrerend voor planten:1 zaadje van een r-strateeg bijeen K-strateeg met mycorrhizakan voor deze laatste fataal zijn
  10. 10. K-typenK is gelimiteerd en deze soortenkennen hoogstens aanvankelijk eenquasi-exponentiële groeiDraagkracht K kan bereikt wordenLate reproductie en lange levensduur…dus een trage generatiewisselingZekere grootte van de nakomelingenLangzame volwassenwording en groeiKomen voor in stabiele habitatsDeze soorten zijn vaak sterkmutualistisch met voor hogere plantenmycorrhiza-uitwisselingen en zijnvoorzien op stressfactoren bv. water-of nutriënttekortenZe houden van mulchIntensieve ouderzorgVele bedreigde soorten zijn K-typenDe kokospalm (Cocos nucifera), metenkele grote vruchten, is een K-type
  11. 11. Selectie, eilanden en natuurbehoudGrafiek Mac-Arthur & Wilson(1967)Verband tussen het aantalsoorten reptielen en amfibieënen eilandgrootteIn het algemeen zal een eilandof een biotoop 10x groter 2xmeer soorten herbergenHet aantal species is afhankelijkvan de afstand tot het vastelandHetzelfde principe is toepasbaarop habitatsHabitatfragmentatie op land gaatvooral K-typen treffen……met een tragere regeneratie… & meer complexevruchtverspreiding… & een afhankelijkheid van meersymbiotische partnersK-typen bezitten allelen terexploitatie van het habitat om dedraagkracht K te vergrotenZe worden bevoordeeld doornatuurlijke selectieK-typen zijn gevolg van K-selectie
  12. 12. Het tellen van biodiversiteit(sverlies)Geelgors (Emberiza citrinella), zwartevanilleorchis (Gymnadenia nigra)De relatie tussen het aantal soorten inen de oppervlakte van een habitat kanworden uitgedrukt volgens S = CAzS is het aantal soorten, C eenconstante per eenheid van oppervlakteen z – als constante van belang – issoortafhankelijkz is afhankelijk van het habitat envooral van de mogelijkheid totverspreidingDe z-waarde is tussen 0,15 en 0,35met de laagste waarden voor soortenmet een vlotte verspreiding bv. vogelsen de hoogste z-waarden voor bv.landslakken, orchideeën
  13. 13. Het tellen van biodiversiteit(sverlies)Het Amazoneregenwoud is nietalleen bedreigd doorontbossing, maar ook doordroogte en opwarmingBij ‘business as usual’ zou 50%van de jungle verdwenen zijntegen 2050Een hoge z-waarde betekent datde soort waarschijnlijk verdwijntals de oppervlakte van het habitatverkleintAls richtlijn kan je stellen dat als Avermindert tot 1/10e van z’noorspronkelijke oppervlakte, hetaantal soorten tot de helft kandalen (bij z = 0,30)Zeer waarschijnlijk sterven velesoorten hierbij onmiddellijk uitDe soorten-oppervlakte-relatie iseen direct gevolg van de 2e wetvan de thermodynamica die deentropieverhoging en hetfenomeen van deonomkeerbaarheid van natuurlijkeprocessen verwoordt
  14. 14. Het tellen van biodiversiteit(sverlies)Afname van soortenrijkdomvan endemische gewerveldenop land bij toenemendetemperaturenTropisch regenwoud,Queensland, AustraliëIn de jaren ‘90 verloren detropische regenwoudengecombineerd ± 1,8%/jaarBij een typische z-waarde van0,30 zou ieder jaar daarbij0,54% van het aantal soortener verdwenen zijnDe helft van het overblijvendtropisch regenwoud op aardezou binnen 30 jaar verdwijnenbij een ± 1,8%/jaar-evolutie,wat zou inhouden dat hetsoortenverlies, afhankelijk vande z-waarde, tussen de 10 en22% gelegen is
  15. 15. Anemofilie of windbestuivingEénslachtig eerder dan tweeslachtig,één- of tweehuizigBv. Coniferae, Fagales (o.a. eiken,beuken, berken en elzen), Urticales,Poales, Cyperales, Malpighiales (o.a.wilgen) Plantago sp., Rumex sp.,…Zeer kleine pollenkorrels, vaak metluchtblazen, stempels somsgevederd bv. lisdodde (Typha sp.),kleine pimpernel (Sanguisorbaminor),…Ontbreken van het bloembekleedselof perianth, weinig ovulen,..Eigenschappen van r-type: wijdeverspreiding en eerder eenoverrepresentatie (bv. Pinus sp.,Ephedra sp. tot honderden km.)Ruige weegbree (Plantago media)kent windbestuiving, maar wordtook door insecten bezocht
  16. 16. Overige kenmerken windbloeiende r-typenGroene en nectarloze bloemenVele bloemen in katjes of arenHelmdraden op lange, slanke steeltjes,welke zo door de wind bewogen wordenMassa individuen producerend; hetaantal insecten om pollen van ene naarandere plant te dragen, zou enormmoeten zijnWindbestuiving is in praktijkkruisbestuiving, met inbegrip datéénslachtige planten niet opzelfbestuiving terug kunnen vallenReukgras (Anthoxanthum odoratum) –bloeiwijze met tweeslachtige bloemen oftweeslachtige en ♂e bloemen2 meeldraden per bloem, per aartjeslechts 1 bloem – de aartjes zijnverenigd tot een aarpluim
  17. 17. Anemochorie of windverspreidingvan sporen of zadenWindverspreiding van zaden envruchten kenmerken r-strategieSterke concurrentiekracht,langlevendheid, volume kenmerktbomen als K-typenVooral bomen met anemochoriehebben vele, kleine zaadjes, metverre verspreiding ……wat hen kenmerkt als r-typenBomen zoals berken, wilgen en elzenzijn pioniersoortenVele soorten binnen o.a. volgendegenera: Clematis, Taraxacum,Epilobium, Cirsium, Betula, Acer,…De gewone esdoorn (Acerpseudoplatanus) wordt bestovendoor vliegen en de wind, degevleugelde vruchten worden doorde wind verspreid
  18. 18. Voorbeelden van ‘ruderalen’R- en K-selectie van planten enbomen spelen een belangrijke rolin de ecologische successie enregeneratie van ecosystemenRuderalen zijn r-strategen en dusplanten die op terreinen groeiendie door mens sterk verstoord zijnbv. akkers, dijken, gekaptebossen,…Zij worden in de successieopgevolgd door een fauna en floramet toenemende competiviteitKlein hoefblad (Tussilago farfara)met pluisbol plant zich ook snelvoort via de wortelstok, foto 21april 2008Zwarte nachtschade (Solanumnigrum) is met 40.000 zaadjes perplant een lastig onkruid
  19. 19. Successie en biomenPlantengemeenschappen wordengebruikt om biomen aan te duidenDierengemeenschappen zijn mindernuttig, daar planten immobiel zijnPlantengemeenschappen veranderengeleidelijk doorheen de tijdIn de successie naar een climaxstelde Jozef Paczoski (1864-1941)dat planten het habitattransformeren, hun eigen micro-omgeving creëren en dat competitietussen soorten tot successie leidtDe climax wordt volgens Clements(1916) slechts bepaald door klimaatClements zag gemeenschappen alsorganismen met voorgeschrevenlevenscycliWarming (1841-1924) benadruktede rol van de bodem als meerbepalend dan het klimaatBosstadium in Finland metzachte berk (Betula pubescens)
  20. 20. Het bodemvoedselwebFotosynthetisch aangemaakte suikers worden door de plant gebruiktvoor groei, maar ook in vele vormen aan de bodem afgestaanBodembacteriën voeden zich met de afgescheiden sucrose, glucose,aminozuren en geoxideerde C-verbindingen bv. malaat en citraatFungi voeden zich met lignine, cellulose en tanninesProtozoa bv. Amoebozoa, Flagelatta en Ciliophora voeden zich metbacteriën en geven meststoffen vrij
  21. 21. Het bodemvoedselwebRondwormen (Nematoda) voeden zich met bacteriën, Protozoa,fungi, wortels en rondwormen en geven hun mest aan de bodem vrijDeze organismen staan in competitie met pathogene organismen,welke ze niet toelaten in hun rhizosfeer door ze op te eten of af testoten door antibiotica
  22. 22. Het bodemvoedselwebPathogene én symbiotische micro-organismen doen de planten hungenetische immuniteit opbouwenNet zoals successie bovengronds bestaat, zal ook ondergronds hetvoedselweb evolueren met een groter aandeel fungi in wouden
  23. 23. Het belang van bodemsuccessieEen braakliggend terrein wordt snel ingenomen door éénjarigeplanten; de bodem wordt vooral bevolkt boor bacteriën (C/N-ratio = ± 5) die een grote hoeveelheid stikstof vereisen,bemesting dient hier te gebeuren volgens een C/N = ± 25,omdat 4/5 van de toegediende C verloren gaat als CO2Leg je landbouwgrond aan op een akker bevolkt door meerjarigeplanten bv. grassen of doe je aan agrobosbouw, bemest je bestmet een C/N-ratio = ± 50, omdat de bodembewerkende fungi(C/N-ratio = ± 10) meer C vereisen
  24. 24. Successie van mineralen binnen een sereNatuurlijk hangt de toegediende bemesting ook af van de teeltDruiven bv. eisen een hogere C/N, daar druiven (Vitis vinifera)van nature klimplanten in bossen zijnEen sere is een synoniem voor een successiereeks
  25. 25. Aard van successie is afhankelijkvan de bodemgesteldheidPrimaire successie treft menaan op gebieden waarvoorheen geen begroeiing wasOp lava, duinen, berghellingenna erosie,…Secundaire successie gebeurtop terrein waar voorheenvegetatie wasNa brand, vallen van bomen,omhakken van bos, stormen…Xerarche successie gebeurt opdroog substraatTijdens successie gebeurenveranderingen in bepaaldevolgorde en zijn dus min ofmeer voorspelbaarHydrarche successie voltrekt zichop nat substraat
  26. 26. Bij het droogleggen van de Flevopolder bleef een vochtig deelongebruikt, waar rietland ontstond en moerasvogels bv. lepelaars(Platalea leucorodia), reeën en hazen poelen en grasland bezochten
  27. 27. Hydrarche successie vond plaats met verruiging met o.a. vlier en wilgwaardoor Heckrunderen, konikpaarden en edelherten moetenvoorkomen dat het gebied weer bos wordtUiteindelijk zullen ook meidoorn, sleedorn, eik en es hun weg vinden
  28. 28. De begrazing zorgt voor een halfopen landschap zoals in 17e eeuwselandschapsschilderijen te bewonderen is, waarin grote grazers thuishoren, doornige struiken en bramen de grazers weghouden enwilgenbroek plaats maakt voor climaxpatches van eik en es
  29. 29. Voorbeeld van hydrarche successie-sereOp middelpunt vijver: opeenvolgend:(A) Water + wieren(B) Waterplanten bv. Alismataceae,Potamogeton sp., Polygonum sp.(veen- en adderwortel), Phragmitescommunis (riet)Waterplantenresten bezinken, hogengestadig de bodem op, waardoor ookoeverplanten postvatten in het midden(B) Oevervegetatie met met alsoverblijvende planten o.a. Hypericumelodes (moerashertshooi), Lythrumsalicarna (kattestaart), Typhus sp.,…(C) Vegetatie op drogere veenbodem(Sphagnum sp.) van o.a. Erica sp.,Calluna sp., Molinia caerulea(pijpestrootje),…(D) Struiken, bomen o.a. Frangulaalnus, Betula sp., Salix sp., Alnus sp.Een Quercusclimaxbos voltooit de sere
  30. 30. Fauna volgt flora in successie
  31. 31. Voorbeeld van xerarche successie-sereVerlaten akkers verruigen met éénjarige onkruiden bv. Taraxacumsp., Epilobium sp., Stellaria sp., Papaver sp., Chelidonium majus,…Later ontstaan graslanden met overblijvende plantenDit evolueert tot een struweel van zonneminnende Betula sp., Salixsp., Sambucus sp., eventueel Pinus sp.,…Ten slotte ontstaat climaxbos met schaduwtolerante kiemers o.aQuercus sp., Fagus sp., Fraxinus excelsior,…
  32. 32. Ingrijpen in de vegetatiesuccessie is cruciaal voor het beheer vandroge heidegebieden gedomineerd door struikheide (Calluna vulgaris)Heide op de zandgronden in het binnenland is een door de eeuwengevormd halfnatuurlijk landschap dat extensieve begrazing vereist
  33. 33. Een heidegebied met de pioniersfase én de oudere stadia zorgt vooreen diversiteit met bv. een strooisellaag voor overwinterende poppenvan vlinders en eilegplaatsen, zonnebadlocaties voor de zandhagedis(Lacerta agilis), welke in België enkel in Wallonië voorkomt
  34. 34. Andere methoden zijn maaien met maaiselafvoer om te verschralenof plaggen met biomassa-afvoer als maaien niet uitvoerbaar isIn een te vergraste situatie kan 1/5 deel elke 5 jaar geplagd wordenBrand werkt bemestend zodat struikopslag een kans krijgt en schaadtde fauna, maar de in België uitgestorven wrattenbijter (Gampsocleisglabra) komt alleen voor in gebieden die op deze manier beheerd zijn
  35. 35. Vochtige heide gedomineerd door dopheide (Erica tetralix) metunieke flora met o.a. klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) isdoor ontginning, eutrofiëring, verlaging van de grondwatertafel enverbossing door verwaarlozing van beheer zeldzaam geworden
  36. 36. Meest opvallend in de grassigekruidlaag is de uitbundig bloeiendebeenbreek (Narthecium ossifragum)Het plantje dankt zijn naam aan dekalkarme, drassige bodem waarophet vee de poten zou brekenGewone pantserjuffers (Lestessponsa) komen algemeen voor opde vochtige heidevegetaties
  37. 37. De Ericetum tetralicis-associatie is in België enkel te vinden in deAntwerpse en Limburgse Kempen en herbergt een rijke fauna van bv.heikikkers (Rana temporaria), rugstreeppadden (Epidalea calamita)en adders (Vipera berus) - Foto Dwingelderveld, Drenthe
  38. 38. Algemene trends in successieGraslandschap met kamgras(Cynosurus cristatus),overblijvend, windbestuivingDe vroege pioniersstadiaconcurreren om weinigenutriënten,……welke energie verschaffen,die ze vooral in voortplantingsteken met gemakkelijkverspreidbaar zaadr-Strategen, welke jong stervenzorgen voor extra nutriënten,welke ze niet zelf kunnengebruikenEen deel ervan lekt uit in debodemEen deel wordt gebruikt voorgroei grassen, 2-jarigen,……vervolgens overblijvendeplanten en struiken… welke de voedingsstofcyclusmeer gesloten houden
  39. 39. De eerste bosvorminggebeurt doorwindverspreidde zaadjesvan bv. berk en wilg,welke enkel in zongroeienPioniersoorten van eenstruikvegetatie in eengrasland zijn bv.meidoorn, vlier of wilgDeze worden geleidelijkvervangen door detypischeclimaxbossoortenDit zijn de soortenbevoordeeld door K-selectieMatrixmodel van eengebied met es-iep alsclimax geeft voor eenaantal tijdstippen (2-100j.) de kans opvoorkomen
  40. 40. Elzen (Alnus sp.) in symbiose met N2-fixerende Frankiabacteriënverrijken de bodem voor soorten die volgen in de successieDeze boompioniersoorten in een hydrarche sere kunnen zoonvruchtbare gronden koloniseren, wat hun voorkomen tot in detaïga verklaart – als pionier na gletsjerregressieGroene els (Alnus viridis subsp. crispa), Valdez, Alaska
  41. 41. Deze groenbemester verdraagt tot -46° en verkiest zonnige plaatsen
  42. 42. Successie van mineralen binnen een sere
  43. 43. Karakteristieken van de vegetatie ineen vroeg en laat successiestadium Biomassa klein Eenvoudige gelaagdheid Voedingsstoffen in bodem Extreme milieuomstandigheden Mineralencyclus met verlies –open Netto primaire productie groot Detritus onbelangrijk Lage soortendiversiteit r-Selectie Opportunisten, weinigconcurrerend – eliminatie doorlatere successiesoorten Lage stabiliteit Anemochorie Lange levensduur zaden -zaadbanken Biomassa groot Complexe gelaagdheid Voedingsstoffen in biomassa Gematigdemilieuomstandigheden Gesloten mineralencyclus Netto primaire productie laag Detritus belangrijk Hoge soortendiversiteit K-selectie Specialisten, sterkconcurrerend – eliminerenvroegere successiesoorten Hoge stabiliteit Zoöchorie Korte levensduur zaden
  44. 44. Eenbes (Paris quadrifolia), op de Nederlandse Rode lijst, zal alsbossuccessiesoort met een zeer beperkte verspreiding doorheen degeneraties veel moeite hebben een klimaatopwarming te volgenDe populatie verkleint in het Verenigd Koninkrijk waarbij velegroeiplaatsen verloren zijn in Noord-Ierland en Schotland sinds 1930
  45. 45. Oorzaken van successieAllogene successie is te wijten aan externe milieuomstandighedenBv. branden, het afsnijden van meanderarmen, het droogleggenvan moerassen door de mens,… Foto: Maasmeander Koelbroek
  46. 46. Oorzaken van successieHet Koelbroek is een laat-pleistocene oude, verveende Maasmeandergelegen ten westen van Venlo en wordt beschouwd als één van debest bewaarde beekbegeleidende elzenbroekbossen van Nederland
  47. 47. Oorzaken van successieHet grootste deel van het jaar komt het grondwater tot het maaiveldOp deze natte gronden overheerst de zwarte els (Alnus glutinosa)De oude meander is rijk aan zeldzame aan kwel gebonden soortenVerdroging leidt tot successie met zomereik en lijsterbesFoto: ‘Mannen in het Koelbroek’, begin 20e eeuw
  48. 48. Om verdroging tegen te gaan startte men in de jaren ‘90 met hetopstuwen van water met een opvallende eutrofiëring tot gevolgDe verhoogde waterstanden leidden tot het afsterven van elzenNa opstuwen ontwikkelde zich een laag klein kroos (Lemna minor)In ‘01 verlaagde men de afvoerbuizen waardoor het broek periodiekkan droogvallen en geaccumuleerde stoffen verwijderd worden
  49. 49. Autogene successie wordt veroorzaakt door de organismen zelfKorstmossen zijn de pioniersoorten van een lithosere of rotssuccessiedie door zure afscheidingen oppervlakken verkruimelen, waaropandere kleine planten zich kunnen vestigen
  50. 50. Bv. schaduw laat enkel aangepaste soorten toe, er heerst een grotereluchtvochtigheid in een climaxstadium, allelopathie wordt belangrijkerVoorwaarden voor symbiose worden door organismen gecreëerd,moerassen kunnen verdrogen door plantenmateriaal,…Riet zal op drogere niet-overstroomde schorren domineren en dus ismaaien een noodzaak, ook om successie door bomen en struiken tevoorkomen - foto: rietkragen in de Oostvaardersplassen
  51. 51. Onvolkomen successie door verstoringenSuccessie door hogere planten wordt tegengehouden aan rotskustendoor de golfslag waarbij organisch materiaal ophoopt op de vloedlijnOp hogere delen kan men pioniersoorten van een typische slikke- enschorrevegetatie aantreffen bv. loogkruid (Salsola kali), zeekamille(Matricaria maritima), melde (Atriplex sp.) zeekraal (Salicornia sp.),lepelblad (Coclearia sp.) en Engels gras (Armeria maritima)
  52. 52. Na een 4 jaar durende vulkaanuitbarsting werd in 1967 in Zuid-Ijsland het eiland Surtsey gevormdEén van de eerst waargenomen hogere planten was het succulenteoesterblad (Mertensia maritima), waarvan de zaadjes door de zeeverspreid worden
  53. 53. De slikke- en schorrevegetatie vormt het habitat van steltloperso.a. de tureluur (Tringa totanus), strandlopers (Calidris sp.),scholeksters (Haematopus ostralegus) en sternen (Sterna sp.)Kanoetstrandlopers (Calidris canutus) Porsanger, Noorwegen
  54. 54. De Manteling: een uniek Zeeuws duinlandschap
  55. 55. Successie van slik naar duinbosOp de vloedlijn en primaire duinen vindt men o.a. zeewieren,zandkokerwormen, strandvlooien en loopkeversOp hogere stranddelen groeien de halofyte pioniersplanten zeeraket(Cakile maritima), loogkruid (Salsola kali), zeepostelein (Honckenyapeploides) en als eerste duinvormer biestarwegras (Elytrigia juncea)
  56. 56. Successie van slik naar duinbosVolgend in de halosere zijn helmduinen (Ammophila arenaria)De struwelen zijn begroeid met duindoorn (Hippophae rhamnoides),vlier (Sambucus nigra) en liguster (Ligustrum vulgare)Primaire verzoette zeeduinen tussen schor en duin tooien zich metsierlijk vetmuur (Sagina nodosa), zilverschoon (Potentilla anserina),Parnassia, strandduizendguldenkruid (Centaurium littorale),…
  57. 57. Successie van slik naar duinbosOnder natuurlijke omstandigheden zouden vanwege de langzamehumusophoping de primaire duinvalleien kunnen evolueren tot bosVoorjaarsbloeiers groeien op de hete open duinen bv. reigersbek(Erodium cicutarium), de hellingen van de secundaire zoete enmoerassige duinvalleien kunnen vastgelegd worden doordauwbramen (Rubus caesius) en duinrozen
  58. 58. Successie van slik naar duinbosLandinwaarts van de uitblazingskommen van de duinvalleien gedeienstruwelen met vlier, duinrozen, liguster, kardinaalsmuts (Euonymuseuropaeus), heggeranken (Bryonia dioica) en mogelijk het schaarswordende meidoorn-berkenbosverbond (Crataego-Betuletum)Minstens 1 kilometer van de zeereep wordt de climax met o.a. eiken,beuken, berken en elzen bereikt
  59. 59. Door humusophoping kunnen primaire duinvalleien moerasbossenmet een rijk vogelbestand vormenEen hoge bemestingsgraad en ontwatering geeft dit biotoop en haarflora van bv. Parnassia palustris weinig kans
  60. 60. Duinstruweel met duinroos (Rosa pimpinellifolia)
  61. 61. Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), Den Helder
  62. 62. Een beheersmaatregel die vroeger veel in duinen werd toegepast ishet aanplanten van dennen, waardoor duinen vastgehouden wordenen schaduwkiemers zoals eiken kansen krijgenGrove den (Pinus sylvestris), zwarte den (Pinus nigra) en zeeden(Pinus pinaster) op gefixeerde duinen in Koksijde, 1907
  63. 63. In de biotopen van de verschillende typen van het open duin komenbijzondere soorten voor, waarbij de kalkrijke grijze duingraslanden demeest soorten kent met een flora van bv. hondskruid (Anacamptispyramidalis) en bitterkruidbremraap (Orobanche picridis)De open droge duinen met stuivend zand zijn door de afwisseling vanmicroklimaten divers, zodat men is afgestapt van het aanplanten vande mediterrane zeeden die verzuring en ontwatering katalyseertAanplanting van zeedennen in Texel moest de verstuiving voorkomen
  64. 64. De floristische en faunistische rijkdom van open kalkduingebied isaangetast door een achteruitgang van konijnenpopulatiesHun graas- en graafwerk schept groeiplaatsen voor zeldzameplantensoorten en zet nieuwe verstuivingen in gangEen toename van stikstofbemesting uit de lucht in combinatie metde verminderde begrazing leidde tot vermesting en verruigingSchilderij: Spaniels stalking konijnen in de duinen door Jan Fyt
  65. 65. Bij eutrofiëring zullen de vergrassers zandzegge (Carex arenaria),helm en duinriet (Calamagrostis epigejos) woekerenEen lagere rijkdom aan plantensoorten heeft een direct effect op devoedselketen bv. de grauwe klauwier vindt hierdoor minder insecten
  66. 66. De grauwe klauwier (Lanius collurio) met in Nederland slechts 200broedparen, is haast verdwenen uit de duinen sinds de jaren ‘90
  67. 67. Hondskruid (Anacamptis pyramidalis) en bitterkruidbremraap(Orobanche picridis), kalkkliffen Kingsdown nabij Dover
  68. 68. Een duinlandschap bij de Hoek van Holland met paraboolduinen,waarbij de successie vertraagd wordt door begrazing met runderen,wisenten en paarden om een harlekijnlandschap te bevorderen
  69. 69. Als oude duinvalleien niet verzuren,maar wel regelmatig gemaaidworden, kunnen zeer soortenrijkenatte duingraslanden ontstaan,waaronder blauwgraslandenBlauwgrasland is een mesotroofnat grasland op voedselarme niette zure zand- of veenbodemDe zuurtegraad is gebufferd doorbasenrijk kwel en er heerst eenlage beschikbaarheid van fosfatenIn Nederland resten er nog eentiental hectaren van ditvegetatietype wegens verzuring enverlaging van het grondwaterVan nature zijn ze echter geen langleven beschoren, omdat ze vrij snelin struweel en bos veranderenHet Torfbroek in Kampenhout is hetbest bewaarde blauwgrasland inBelgië met kleine ratelaar(Rhinanthus minor) als indicator
  70. 70. Het grondwater mag in de winter tot het maaiveld reiken, maar(langdurige) overstroming kan zeer nefast zijn voor een aantalkarakteristieke soorten van het bloemenrijke blauwgraslandHet heropenen van de drainagegreppels om stagnerend regenwateren verzuring te vermijden en jaarlijks maaien op het einde van dezomer met afvoer van materiaal zijn cruciale beheersmaatregelenVerspreiding van blauwgrasland, slechts op 0,01-0,02% van deoppervlakte in Vlaanderen, toont de zeldzaam- en kwetsbaarheid
  71. 71. Enkele dagvlinders waarvan de rupsen leven van één of enkeleplantensoorten behoren tot de specifieke fauna van blauwgraslandAardbeivlinder (Pyrgus malvae) op tormentil (Potentilla erecta)
  72. 72. Climaxgemeenschappen zijn niet altijd uitgestrekte woudenGrassen in prairies en savannes en cactuslandschappen in woestijnenzijn de eindstadia van de sere’s in deze zonobiomenRegeneratie van bomen wordt door natuurlijke branden geremd,waarna grassen uit dicht gepakte meristemen uit de bodem kiemenGrants gazellen (Nanger granti), Serengeti
  73. 73. Branden met natuurlijke oorzaakHet doorbreken van de zaaddormantie van Chamaecristamimosiodes na een korte blootstelling aan temperaturen tussen80° en 100° bewijst dat vuur de efemere kieming promoot vansavanne-Leguminosae in Eucalyptussavannes
  74. 74. PyrofytenPyrofyten zijn bevoordeeld inselectie door herhaaldelijk brandenEen mineralisatie met extra K, Ca,Mg en PO43- in de bodem en een pH-stijging zorgen voor weelderige groeiAanpassingen zijn bv. ontvlambareoliën bij Eucalyptussoorten welkesnel regenereren na vuurBoomsterfte zorgt voor extra zaadPinus contorta op veenbodems inNoord-Amerika heeft kegels metresine verzegeld tot vuur ze smeltBijgevolg zijn P. contorta-bomen ineen bepaald biotoop even oudSommige Eucalyptussoorten groeienna een brand uit door lignotubersDit zijn korte verdikte ondergrondsestengels met adventiefknoppen vanwaaruit nieuwe groei mogelijk iswelke ook voorkomen bijProteaceae, Leguminosae,…
  75. 75. Dennenkegels van Pinus contorta met in resine gekapselde zaadjes
  76. 76. Stikstof gaat massaal verloren bij een brandIn Noord-Amerika vindt men na branden een verhoogde groei vanLeguminosae die symbiotisch N2 fixeren en het stikstofgehalte vanhet oorspronkelijk ecosysteem herstellenCeanothus cyaneus na brand, Crestridge Preserve, San Diego
  77. 77. Pyrofyten in AustralisGrasbomen (Xanthorrhoea sp.)beginnen volop te bloeien na vuurwaarna ze overvloedig bezochtworden door nectarzoekende bijen envlindersDe graskronen branden, de onderstemeristemen zijn beschermd door eendichte pakking van bladerenBepaalde orchideeën (Diurus sp.)profiteren van het vrijgekomen lichtZe overleven door ondergrondsetubers of verdikte stengelsPyrofyte Banksiasoorten geven meerzaden vrij bij hoge vuurtemperaturenDe wind zorgt voor zaadverspreidingmet variatie in tijdNa 5 tot 6 jaar zijn de plantenvolwassenEen lori op nectarbezoek bij Banksiarobur zorgt ook voor bestuivingBanksia’s behoren tot de Proteaceaemet een opvallende bloeiwijze en eenuitbundige nectarproductie
  78. 78. Xanthorrhoea australis, Barrington Tops National Park,New South Wales, Australia
  79. 79. Verhoutte vruchten van Banksia serrata na een brand
  80. 80. Vuur zorgt voor een mozaïekvan habitat-patchesKurkeiken (Quercus suber) wordenregelmatig geteisterd door brandenSlechts 3-8% van de bomen sterftDe jongste bomen overleven niet,oudere exemplaren kunnenhergroeien vanuit de stamKurkwinning tast de regeneratie aan,daar de dikke schors een natuurlijkebescherming is tegen brandHerhaaldelijke droogte maakt bossenextra kwetsbaar voor brandenOudere bomen sterven na meerderebranden, zodat er uiteindelijk eenmozaïek met bomen van gemiddeldeleeftijd met open ruimtes ontstaatDeze open kurkeikbossen en maquisvormen het biotoop van de bedreigdeIberische lynx (Lynx pardinus)
  81. 81. Branden, vaak gekatalyseerd door olie- en terpentijnhoudende flora,creëren een continuüm aan habitats en geven diversiteit extra kansen
  82. 82. Case-studie – Successie op KrakatauOp 26/08/1883 spuwde deKrakatauvulkaan 30 kilometer asen stenen om zich heenKrakatau was een eiland metweelderige tropische bossen en isgelegen in de Sunda-Straattussen Sumatra en JavaDe kracht van de explosie hadeen equivalent van 150 megatonTNT en was tot in BogotahoorbaarDe 40 meter hoge tsunami dievolgde doodde 36.000 mensen inde Straat van SundaNa de explosie was de groottevan het eiland tot 1/3 herschapenHet centrale deel met ingestortecaldera, 7 kilometer lang, kwam270 meter onder de zeespiegel teliggen
  83. 83. N2-fixerende bacteriën startten kolonisatieDe eerste vegetatie werd in 1886waargenomen (Dr. M. Treub )Associatie van diatomeeën,bacteriën, blauwwieren engroenwieren (Lyngbya sp.) vormdeeen slijmerige zelfvoorzienendelaag op de lavaDeze was een geschikt substraatvoor de sporen van mossen en 11soorten varensTreub trof in bodemmonsters eenkiem van Pteris longifolia aanHij ontdekte Compositae (4soorten) en Poaceae (2 soorten,genera Imperata en Saccharum)Het gros van deze soortenbereikten het eiland viazeestromen of als eolisch planktonen werden dus als sporen of zadendoor de wind meegedragenEen ander deel kiemde uit deontlasting van fruitetende vogels ofreisde mee in het verenkleed
  84. 84. Expeditie in 1906 nam een weelderigegroei waar van Casuarina equisetifoliaReeds in 1895 werdenkiemplanten aangetroffenIn 1906 waren deze totbomen uitgegroeid tot 35meter hoogCasuarinasoorten zijnxeromorf aangepast aanenorm droge habitatsDe blaadjes zijn klein en defotosynthese, stomata endus transpiratie is beperkttot de bladrandZaden van Casuarina hebbenenkel zonlicht en een weinighumus nodigIn hun schaduw kunnenschaduwminnende soorteneen kans krijgenHet hart van het eiland wasgetooid met manshogegrassteppen
  85. 85. Ook vond men een vrouwelijke ingeroldepalmvaren (Cycas circinalis)Eén exemplaar met verdorde onbevruchte carpelbladeren engekrompen ovulen en met carpelbladeren van het vorige jaar naastde stam werd nabij de Casuarina’s aangetroffenDaar de kans klein is dat een mannelijke plant zich vestigt, zullenrijpe Cycaszaden op Krakatau in de volgende jaren niet voorkomen
  86. 86. In 1897 bereikte 60% van de zaadplantenKrakatau door oceaanstromingen ......32% door de wind en 9% doorvruchtenetende vogelsVerspreiding van zaden over zeewordt thalassochorie genoemdIn 1897 ontdekte men o.a.Kokospalmen (Cocos nucifera)6 FicussoortenDeze laatste en Trichosanthes sp.o.a. T. tricuspidata als kolonisten…...waarvan wordt aangenomen datde zaden endozoïsch doorvruchtenetende vogels wordenverspreidIn 1906 hadden bossen vanBarringtonia speciosa, naar welkede Barringtoniavegetatie wordtgenoemd, delen van degrasvlakten ingepalmd
  87. 87. De visgifboom (Barringtonia asiatica)bereikte vroeg al drijvend KrakatauDe visgifboom behoort tot de mangrove van tropische kusten eneilanden van de Indische Oceaan en westelijke Pacifische OceeanDe zaden kunnen tot 15 jaar meedrijven op de oceaangolvenAangespoeld zullen ze kiemen als ze doorweekt worden door regenSaponinen maken de drijvende en waterresistente vruchten giftigwat hun gebruik als een visdodend poeder in de visvangst verklaart
  88. 88. De watervaraan (Varanus salvator) wasin 1899 het eerst waargenomen reptielAl is hij een goede zwemmer,19 km tot het dichtsbijzijndeSebesby, is wel heel verNiet later dan in 1899aangekomen, met krab op defeestdisDe eerst verschenen faunakwam in 4 golvenAfvaleters, alleseters,planteneters en tot slotroofdieren en parasietenVaranen, meeuwen en kraaien,ratten (via bagage Duitser!)waren de nieuwe weinigkieskeurige eerste bewonersIn 1908 leefden er 16 soortengewervelden, waarvan 14vogelsoorten en 2 reptielsoortenFlora 1928: ± 300 soortenFauna 1933: 870 soortenwaarvan 84% gevleugeldSpinnen kunnen aan spindradenhonderden kilometers met dewind als eolisch ‘plankton’worden meegenomenAl in 1884 ontdekte men eenmicroscopisch spinnetje
  89. 89. Een netpython (Broghammerus reticulatus) werd eerst waargenomenop Krakatau in 1905, later in 1933, maar was afwezig in 1984
  90. 90. De flora tussen 1908 en 1920 bestondvooral uit varens en monocotylenVooral grassen (Poaceae) enOrchidaceae namen sterk toeVanaf de uitbarsting kwam eenbombardement van sporen enzaden op gang, al kwamen demeesten te vroegDe flora van Krakatau blijftdisharmonieus......maar wordt het steeds minderVruchten met grote zaden, voor hunverspreiding afhankelijk van anderedieren als vogels, bleven langondervertegenwoordigdDe flora kende vooral een overvloedaan windverspreidde epifytischekruiden met zeer kleine zaden inbijzonder OrchidaceaeBamboe-orchideeën(Arundina graminifolia) meteen grasachtig habitatwerden in 1906 op Krakatauwaargenomen
  91. 91. Spathoglottis plicata, in 1906 op Krakatau, staat in Australië alskwetsbaar genoteerd door overcollectie en een wijzigende hydrologie
  92. 92. Regenwouden in Indonesië kennen duizenden boomsoorten waarvande woudreuzen van de familie Dipterocarpaceae dominerenOp Krakatau zijn slechts 80 boomsoorten aanwezig, wat een bewijs isdat diversiteit na regenwoudvernietiging zich pas na millennia herstelt
  93. 93. ReferentiesDia 3: http://www.en.ug.bialowieza.pl/index.php?id=15http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=88Dia 4: http://www.wildpoland.com/bialowieza-in-may-photoreport/#.UY92cUrWiRNhttp://en.wikipedia.org/wiki/Eurasian_Three-toed_WoodpeckerDia 5: http://users.rcn.com/jkimball.ma.ultranet/BiologyPages/P/Populations2.htmlDia 6: http://www.solvinzankl.com/html/english/galerie/lemming/index.htm#1Dia 7: http://www.animalinfo.org/species/cetacean/eubaglac.htmDia 8:http://www.arkanimals.com/ark/e_ivory_billed_woodpecker_campephilus_principalis.html http://nl.wikipedia.org/wiki/Ivoorsnavelspecht http://en.wikipedia.org/wiki/Ivory-billed_WoodpeckerDia 9: http://www.kuleuven-kortrijk.be/facult/wet/biologie/pb/kulakbiocampus/images/lage%20planten/Rorippa%20sylvestris%20-%20Akkerkers/index.htmhttp://www.laspilitas.com/easy/easycompanion.htm http://www.species.be/nl/23591Dia 10: http://www.esu.edu/~jjewett/cocos.nucifera.jpgDia 11: http://users.rcn.com/jkimball.ma.ultranet/BiologyPages/P/Populations2.htmlDia 12: http://en.wikipedia.org/wiki/Species-area_curvehttp://www.hidephotography.com/getpage.php?pg=search&sr=Emberiza%20citrinellahttp://nl.wikipedia.org/wiki/Gymnadenia_nigrahttp://www.panoramio.com/photo/65487265Dia 13: http://en.wikipedia.org/wiki/Second_law_of_thermodynamicshttp://en.wikipedia.org/wiki/Species-area_curvehttp://www.futuretimeline.net/subject/energy-environment.htmDia 14: http://en.wikipedia.org/wiki/Species-area_curvehttp://www.environment.gov.au/soe/2006/publications/drs/indicator/105/index.htmlDia 15: http://www.nature.chita.ru/Plants/Flowers/Plantag/plantago_media.htmhttp://www.geo.arizona.edu/palynology/geos581/lec_06.htmlhttp://bio.fsu.edu/~winn/3402L/WinnCH4.html
  94. 94. ReferentiesDia 16: http://www.ruhr-uni-bochum.de/boga/html/Anthoxanthum_odoratum_Foto.htmlDia 17: http://en.wikipedia.org/wiki/K-selectionhttp://environnement.ecoles.free.fr/photos_libres_de_droits_education_environnement.htmDia 18: http://www.stingersplace.com/photolistsp.htmlhttp://landscapeofmeaning.blogspot.be/2010/05/perfect-antidote-to-trademarked-plants.html http://www.naturespot.org.uk/species/colts-foothttp://www.sci.muni.cz/bot_zahr/fototexty/druhy%20foto.htmDia 19: http://www.marietta.edu/~biol/102/grasslnd.html /teaching/biol474/biol474-06_lesson02.pdfDia 20–23:http://vimeo.com/42140886?utm_source=SoilDoctor+Newsletter&utm_campaign=fbebab6920-2012_Winter_Survey12_17_2012&utm_medium=emailhttp://www.groen.net/Article.aspx?id=21637 http://www.icrisat.org/what-we-do/learning-opportunities/lsu-pdfs/Carbon%20Nitrogen%20Ratio%20in%20the%20Soil.pdfhttp://www.scribd.com/doc/59025849/12/Geographic-Origin-and-Distribution-of-Vitis-and-Vitis-vinifera https://sites.google.com/site/permaculturescienceorg/english-pages/3-earth-care/2-regeneration/techniques/compost-teaDia 25-30, 33: http://www.colby.edu/biology/BI271/Lectures/Succession.pptDia 26: http://www.vivf.nl/oostvaardersplassen.htmDia 27, 28: http://www.arkinspace.com/2010/06/prehistoric-landscape-returns-to-europe.htmlDia 31: http://www.physicalgeography.net/fundamentals/9i.htmlDia 29: http://www.kuleuven-kortrijk.be/bioweb/?lang=nl&detail=117Dia 32:http://www.landschapsbeheer.nl/uploads/landschapsbeheernederland/misc/products/3.4.2_heide.pdf _%28vegetatie%29
  95. 95. ReferentiesDia 33: http://www.arkive.org/sand-lizard/lacerta-agilis/image-A23203.htmlhttp://nl.wikipedia.org/wiki/Zandhagedishttp://www.landschapsbeheer.nl/uploads/landschapsbeheernederland/misc/products/3.4.2_heide.pdfhttp://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=4&subgroep=106&subsubgroep=1018&subsubsubgroep=40&deel=insthttp://nl.wikipedia.org/wiki/Heide_%28vegetatie%29Dia 34: http://nl.wikipedia.org/wiki/Heide_%28vegetatie%29http://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=4&subgroep=106&subsubgroep=1018&subsubsubgroep=40&deel=insthttp://www.insecte.org/forum/viewtopic.php?p=785425Dia 35:http://forums.botanique.free.fr/index.php?file=Forum&page=viewtopic&forum_id=4&thread_id=310Dia 36: http://www.arkive.org/bog-asphodel/narthecium-ossifragum/image-A20063.htmlhttp://wilde-planten.nl/beenbreek.htmDia 37: https://nl.wikipedia.org/wiki/Associatie_van_gewone_dopheihttp://www.landschapsbeheer.nl/uploads/landschapsbeheernederland/misc/products/3.4.2_heide.pdf http://www.nationaalpark-dwingelderveld.nl/documents/home.xml?lang=nlDia 38: https://www.kuleuven-kulak.be/kulakbiocampus/images/lage%20planten/Cynosurus%20cristatus%20-%20Kamgras/Dia 39: http://www.staff.science.uu.nl/~penni101/lunetten/rap/rap3/r3a.htmlDia 40: http://naturalhistoryofpws-ak.blogspot.be/ http://en.wikipedia.org/wiki/AlderDia 41: http://euromed.luomus.fi/euromed_map.php?taxon=512841&size=mediumhttp://en.wikipedia.org/wiki/Alnus_viridis http://en.hortipedia.com/wiki/Alnus_viridisDia 44: http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1365-2745.2008.01397.x/pdfhttp://blog.metmuseum.org/cloistersgardens/2010/06/23/herb-paris/paris-quadrifolia_01_500/
  96. 96. ReferentiesDia 45-48: http://www.bakhei.nl/oefen/index.php/alles-over-de-bakhei/93-historie.htmlhttp://www.google.be/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=6&ved=0CFQQFjAF&url=http%3A%2F%2Fwww.limburg.nl%2Fdsresource%3Fobjectid%3D8266%26type%3Dorg&ei=_pCsUYSADcGXPd_AgGg&usg=AFQjCNGwD48BlAQ_5TpOYACQPoU3FXf4iA&sig2=WXx8mPNU9zlVaVIn1dUaHw&bvm=bv.47244034,d.ZWUDia 49:http://www.hwdsb.on.ca/hillpark/Departments/Science/Watts/SNC2D/Assigned_Work/class_summary_snc2d_-_spring_2009.htmlDia 50: http://sijmenhendriks.wordpress.com/2011/03/22/oostvaardersplassen/Dia 51-61: http://www.xs4all.nl/~pcvdklis/zonnehove/fysgeogr/manteling.htmDia 51: http://www.arkive.org/thrift/armeria-maritima/Dia 52: http://www.habitas.org.uk/priority/species.asp?item=4018 http://www.iceland-nh.net/plants/data/Mertensia-maritima/znl-mertensia_maritima.htmlhttp://www.surtsey.is/pp_ens/biola_2.htmhttp://www.flickr.com/photos/rannveigm/6137313475/in/photostream/Dia 53: http://www.grida.no/photolib/detail/red-knots-calidris-canutus-in-porsanger-norway_fb08#Dia 54:http://www.trekearth.com/gallery/Europe/Netherlands/South/Zeeland/Domburg/photo1146852.htmDia 59: http://pallenhoven.be/My%20Albums/Scenery/slides/Parnassia%20Palustris.htmlDia 60: http://www.flickr.com/photos/27758822@N04/2698666917/Dia 61: http://www.drachtplanten.nl/PLD.Fotos/BijplC/Crataegus/Crataegus.htm#puihoui8uyDia 62: http://www.vliz.be/wetenschatten/beeldbank.php?p=full&album=812&pic=15410Dia 63: http://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=1&subgroep=25http://plantenrijk.blogspot.be/2011/09/deel-41-zeeden.htmlDia 64: http://www.schilderijen.nu/?n=Jan-Fyt-Spaniels-Stalking-Konijnen-in-de-duinen&i=9039http://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=1&subgroep=25
  97. 97. ReferentiesDia 65: http://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=1&subgroep=25http://sciencebitz.com/?page_id=33Dia 66: http://www.nationalgeographic.nl/fotografie/foto/grauwe-klauwier-3Dia 67: http://www.flickr.com/photos/14508691@N08/7606067316/in/photostream/Dia 68: http://www.ark.eu/ark/natuurontwikkeling/natuurlijke-processen/stuivende-duinenDia 69-71: http://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=1&subgroep=25http://nl.wikipedia.org/wiki/Blauwgraslandhttp://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=3&subgroep=109&subsubgroep=1025&subsubsubgroep=220 http://www.inbo.be/docupload/1519.pdfDia 71: http://www.natuur-forum.be/phpBB3/viewtopic.php?f=15&t=1486&start=160&st=0&sk=t&sd=aDia 72: http://www.arkive.org/grants-gazelle/nanger-granti/image-G30261.htmlDia 73:http://lucymery.blog.tianya.cn/blogger/post_Date.asp?BlogID=70141&idWriter=0&Key=0&month=9&year=2012Dia 74: http://en.wikipedia.org/wiki/Fire_ecology http://en.wikipedia.org/wiki/Gum_treehttp://www.ubcbotanicalgarden.org/potd/2005/09/pinus_contorta_var_contorta.phphttp://kmimages.smugmug.com/keyword/lodgepole%20pine#!i=2441235566&k=PXJ43BKDia 75: http://rockymountainbushcraft.blogspot.be/2012/12/rocky-mountain-tree-identification.htmlDia 76: http://www.soenyun.com/Blog/tag/recovery-after-fire/Dia 77: http://asgap.org.au/gallery.htmlhttp://thebegavalley.org.au/uploads/tx_steverplantgallery/index.htmlhttp://www.flickr.com/groups/banksia/pool/sydneydawg2006/?view=lgDia 78: http://www.botanicalgarden.ubc.ca/potd/2007/08/xanthorrhoea_australis_1.phpDia 79: http://www.flickr.com/photos/zosterops/3186197503/Dia 80: http://en.wikipedia.org/wiki/Iberian_lynx http://hal.archives-ouvertes.fr/docs/00/58/34/08/PDF/AX2010-PUB00030114.pdfhttp://jgpausas.blogs.uv.es/tag/regeneration/
  98. 98. ReferentiesDia 81: http://en.wikipedia.org/wiki/Fire_ecologyDia 82-89:http://www.archive.org/stream/newfloraofvolcan00ernsuoft/newfloraofvolcan00ernsuoft_djvu.txtDia 82: http://www.krakatautour.com/krakatau-explosion.htmDia 83: http://www.vansandick.com/familie/archief/In_het_Rijk_van_Vulcaan/12.phphttp://www.helechos.com.mx/5Galeria/1Galeria_de_fotos_de_helechos_y_plantas_afines_a_helechos/1aGaleria_de_fotos_de_helechos_y_plantas_afines_a_helechos/1aGaleria_de_fotos_de_helechos.htmlDia 84: http://www.sms.si.edu/IRLFieldGuide/Plants.htmhttp://www.noosanativeplants.com.au/plants/115/casuarina-equisetifolia-var-incanaDia 85: http://www.henriettesherbal.com/pictures/p04/pages/cycas-circinalis-1.htmDia 86: http://oki-park.jp/tropical/hanadayori/akahige/2008/08/Dia 87: http://waynesword.palomar.edu/pldec398.htmhttp://en.wikipedia.org/wiki/Barringtonia_asiaticahttp://davesgarden.com/guides/pf/showimage/182158/http://www.visualphotos.com/image/1x9090504/sea_putat_barringtonia_asiatica_flowers_onDia 88: http://www.naturephoto-cz.com/water-monitor:varanus-salvator-photo-1729.htmlDia 89: http://iappsofts.com/tiger-reticulated-python-reticulatus-at-gary-carter-s-in/jnbphotography.com*Nature*Reptiles-and-Amphibians*i-rmxNBTK*1*L*Tiger%20Reticulated%20Python%20JN030430-L.jpg/Dia 90: http://www.springerlink.com/content/m45516m14v729285/http://rahmadyvandewabeza.blogspot.be/2010/11/arundina-graminifolia.htmlDia 91: http://www.langkawi-nature.com/Orchid-photos.htmDia 92: http://alexhyde.photoshelter.com/image/I0000kR7YPsuemrwhttp://www.bcrescue.org/krakatau.htmlYoutube: http://www.youtube.com/watch?v=R4FR3iPLyXEhttp://www.youtube.com/watch?v=RWi1FIeN3j8
  99. 99. LiteratuurlijstBillen J. – 1994Morfologie en Systematiek van de InvertebrataBlamey M. & Grey-Wilson C. - 1989De Geïllustreerde FloraThieme – BaarnBuchsbaum R. – 1962De Ongewervelde DierenHet Spectrum – AntwerpenDe Pauw - Vannevel - 1991Macro-invertebraten en waterkwaliteitStichting Leefmilieu - AntwerpenFitter R. & Fitter A. – 1974Tirions Nieuwe BloemengidsElsevier – AmsterdamHeimans E., Heinsius H.W., Thysse J.P. – 1947Geïllustreerde Flora Van NederlandW. Versluys N.V. – Amsterdam - Antwerpen
  100. 100. LiteratuurlijstHeywood V.H. – 1993Flowering Plants Of The WorldOxford University Press – New YorkHillenius D. - 1967De Vreemde EilandbewonerN.V. De Arbeidspers – AmsterdamKeizer G.J. – 1997Paddestoelen EncyclopedieRebo Productions – LissePerl P. – 1979VarensDe Lantaarn – AmsterdamPeterson R., Mountfort G. & Hollom P.A.D. – 1983Petersons VogelgidsTirion, Elsevier - Amsterdam
  101. 101. LiteratuurlijstRaven & Johnson – 1992BiologyMosby-Yearbook – MissouriRozema J. & Verhoef H.A. – 1997Leerboek Toegepaste EcologieVU-Uitgeverij – AmsterdamVan Assche J. – 1989Inleiding Tot De PlantenecologieKatholieke Universiteit Leuven – LeuvenVan Veen M. & Zeegers Th. – 1988Insecten Basis BoekJeugdbondsuitgeverij – UtrechtWeier T. Elliot, Stocking C.R., Barbour M.G. & Rost T.L. – 1982Botany – An Introduction To Plant BotanyJohn Wiley & Sons - California

×