Deel 2 Ecologische begrippen

  • 2,079 views
Uploaded on

Deel 2 behandelt de belangrijkste begrippen uit de ecologie. …

Deel 2 behandelt de belangrijkste begrippen uit de ecologie.
Deze zullen verderop in de andere delen volop gebruikt worden, om zo de studies van de relaties tussen milieu en organismen en organismen onderling die de verspreiding en aantallen ervan in ruimte en tijd bepalen, te bestuderen.

More in: Education
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
No Downloads

Views

Total Views
2,079
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
20
Comments
0
Likes
2

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. DEEL 2ECOLOGISCHE BEGRIPPEN 1
  • 2. Ecologie – Enkele begrippen • Relaties tussen levende wezens en buitenwereld: talrijk • Ecologie - beperken tot de studie van relaties tussen organismen en milieu… • …welke verspreiding en het aantal organismen in ruimte en tijd bepalen • In Afrikaanse savanne en bos is de tsétsévlieg algemeen • Afhankelijkheid van vee, ook vatbaar voor infectie, maakt de oplossing moeilijk • Akkerbouw schaars door droogte e.a. milieu- variabelen 2
  • 3. Relaties organismen – milieu: op verschillende niveaus • Auto-ecologie: studie van relaties tussen individuen en milieu • Bv. invloeden (neerslag, T , licht, biotische interacties,…) op 1 soort bestuderen • Verspreiding ervan begrijpen, ondersteund• Polylepis tarapacana (Rosaceae- door de aanpassingen van Sanguisorbeae): Andes < 4400m de soort op deze• Jaarringen worden onderzocht om invloeden invloed van geringe neerslag (<500mm/j.) en Tº op de groei van de soort na te gaan 3
  • 4. Populatiebiologie • Studie van individuen van eenzelfde soort op een bepaalde plaats • Demografie populaties: • O.a. geboorte, sterfte, densiteit en grootte populatie,… • Strategie, migratie, draagkracht van omgeving…• Populatie Geospiza fortis, • Biotische en abiotische Darwinvink, Daphne major factoren, natuurgrillen• Droogte en tekort zaden (stormen, branden, waarvan deze vink leeft droogte,..) brengen vaak populatieveranderingen tot• Hoe kleiner het eiland, hoe stand kleiner populatie van elke soort, hoe groter impact catastrofes 4
  • 5. Gemeenschap • Boven: Ficus carica (Vijgeboom) op voorgrond • Gemeenschap is het geheel van alle planten en dieren op een bepaalde plaats • De in de gemeenschap voorkomende organismen hebben een overlappend en van grootte verschillend areaal • Tropisch Droogbos – gemeenschap 5
  • 6. Gemeenschap • Amazona auropalliata (Geelnekparkiet) • Leptotila verreauxi (Witkraagduif) • In dit voorbeeld zie je enkele organismen van een Tropisch Droogbos, zoals dit voorkomt in Centraal-Amerika • Gemiddelde neerslag is genoeg voor boomgroei, maar een 3-tal droge maanden verliezen de bomen hun bladeren • Veel van deze bossen zijn tot weidegrond met ingevoerde grassoorten gecultiveerd, met achteruitgang van de natieve bossoorten tot gevolg 6
  • 7. Ecosysteem • = levensgemeenschap met inbegrip van alle milieufactoren • ‘Ecosysteem’ wordt gewoonlijk gebruikt in studie voedselketens, energie-uitwisselingen • Men kan ecosystemen van verschillende grootte bestuderen • Sonneratia sp., mangrovesoorten, ademwortels • Gemeenschap, waarvan ook oesters, Porifera (sponzen),… deel uitmaken, kan bestudeerd worden met inbegrip van golfslag, min.Tº, saliniteit, lage [O2], droogteresistentie, verwering van kiemplanten door krabben,.. 7
  • 8. Milieufaktoren: fysisch en chemisch • Licht • Temperatuur • Bodem • Mineralen • Neerslag – waterbeschikbaarheid • Atmosfeer, wind en luchtverontreiniging • Zowel abiotische, biotische en historische factoren bepalen verspreiding van taxaInvasieve flora van Cytisus scoparius(Brem) Patagonië - Petrohue, alssierplant in California ingevoerdBrem als invasieve neofyt zeer agressieftegenover de lokale flora 8
  • 9. Milieufactoren: biotisch • Florida-struikvegetatie met C. evansii (lichen, mutualisme Ascomycetes en Chlorophyta) • Biotische interacties die verder aan bod komen: • Mutualisme • Commensalisme • Parasieten en parasitoïden • Predatoren • ConcurrentieCladina evansii of rendiermos: • Biotische/abiotische faktoren:primaire successiesoort xerarche werkterrein ecoloog breedvegetatie van pyrofyten o.a. Pinus • Ecologie =sp., Quercus sp.,… synthesewetenschap: gegevens uit diverseZeer gevoelig aan vervuiling wetenschappen in verbandRotsachtige en zanderige bodem met levende organismenwordt zo gekoloniseerd 9
  • 10. Auto-ecologie: nadruk invloed van de milieufactoren op taxa 10
  • 11. Tolerantie • Van elke factor is er voor elk organisme een ecologisch optimum, ecologisch minimum, ecologisch maximum • Bij benadering van het ecologisch min./max., spreken we van beperkende factoren. • Organismen kunnen deze ongunstige situaties ‘vermijden’ of ‘tolereren’ • Vermijden = de ongunstige omstandigheden niet ondergaan bv. succulenten met waterreserve • Tolereren = ongunstige omstandigheden ondergaan, niet sterven bv. korstmossen kunnen praktisch volledig uitdrogen • Eigenschappen van riet (Phragmites australis) - met belangrijke rol bij waterzuivering- : vorstresistent, droogteresistent, zeer zoutresistent, textuurindifferent, pH-tolerantie en grote weerstand tegen verontreiniging 11
  • 12. Tolerantie• Tussen het ecologisch minimum en maximum ligt het tolerantiegebied• Brede curves wijzen erop dat de organismen t.o.v. bepaalde factor veel kunnen verdragen, een smalle curve wijst op een klein verspreidingsgebied• Grenswaarden kunnen verschillend zijn voor de verschillende ontwikkelingsstadia (kiemplant,bloemaanleg,…)• De optimale pH voor Vaccinium sp., waaronder de bosbes (V. myrtillus) het meest gekend is, is gelegen tussen 4,5 en 6 12
  • 13. Belangrijk gevolg van tolerantie… • Shelford’s wet van tolerantie (1913): ‘organismen zijn beperkt tot omgevingen die ze kunnen tolereren’ • Meestal wordt slechts tolerantie t.o.v. 1 factor bestudeerd, terwijl er in de natuur verschillende factoren samenwerken• Issoria lathonia (Kleine parelmoervlinder), te Torgny - Belgische Gaume• Vlaamse Rode Lijst: met uitsterven bedreigd 13
  • 14. …is geografische spreiding van taxa • Bepaalde organismen – in het bijzonder planten en insecten – zal je enkel op kalkbodem aantreffen • Dus deze organismen nooit op zure bodem • Kalkplanten zijn wel gevoelig aan hoge [Al3+] • In W.Ierland komen kalkplanten wel op zure bodem voor – Ierland heeft• Kalkplanten mijden competitie geen Al-ionen sneller groeiende soorten door • Hoe zou je dit verschijnsel alkalische bodems te verkiezen kunnen verklaren als• Tolereren hoog kalkgehalte tolerantie?• Experimenteel ook bij pH 7 • Welke factor(en) bepalen• Lage pH van bodem: beperkende hun verspreiding? factor verspreiding kalkplanten• Eerder ecologisch als fysiologisch 14
  • 15. Ecologische tolerantie vaak nauwer dan fysiologische tolerantie • Viola arvensis (Akkerviooltje), V. calaminaria, V. tricolor • Als belangrijke waardplanten van I. Lathonia, zal de voorkeur voor kalkbodems mee verspreiding van de vlinder bepalen 15
  • 16. Andere voorbeelden van beperkende factoren • Bij een windtemperatuur van 6 , zal 80% van de kievitten (Vanellus vanellus) overleven, bij 0 amper 40% • Interessant om uit de grenzen van de verspreidingsgebieden de aard van de limiterende factoren te ontdekken • Sinds 1880 is door een geleidelijke stijging van temperatuur in Finland, het broedgebied van de kievit noordwaarts verschoven • Sinds de jaren ‘80 neemt in Nederland de populatie elk jaar met een paar % af, door verstedelijking, intensievere landbouw en verlaging van het grondwater • Het eerste kievitsei is de afgelopen honderd jaar steeds vroeger in het jaar gevonden (Friesland) met klimaatverandering als mogelijke verklaring 16
  • 17. Biosfeer • Biosfeer is de zone waar levende wezens voorkomen • Atmosfeer, hydrosfeer en lithosfeer • Leven mogelijk dankzij energie zonnestraling • De organismen oefenen een grote invloed uit op abiotische factoren: kringloop van stoffen en klimaat 17
  • 18. Biosfeer is een mozaïek aan biotopen • Biotoop = gebied met variabele volume met homogene milieufactoren • Fysische milieufactoren (T , neerslag, bodem,…) bepalen voorkomende vegetatie (toendra, savanne, loofbos, naaldbos heide,…) • In biotoop: alle organismen afhankelijk van elkaar als een levensgemeenschap • Neottia nidus-avis (vogelnestje) in beukbosbiotoop van Hoog- Rijnland 18
  • 19. Biomen • Grote levensgemeenschaps- typen of terrestrische ecosystemen • Ze worden ook wel vegetatiegordels genoemd • Gewoonlijk genoemd: naam vegetatietype (regenwoud- bioom, grasland-bioom,…) • Het gaat hierbij om gebieden waarvan de door het macroklimaat bepaalde climaxvegetatie een eenheid vormt, zoals bv. het tropische regenwoud • Met ‘formatie’ geeft men de vegetatie aan van de biomen • Het begrip ‘bioom’ is inclusief fauna 19
  • 20. Zonobiomen… 20
  • 21. …van pool tot evenaar 21
  • 22. Zonobiomen, van links naar rechts• 1: Toendra 2: Taiga• 3: Loofbos 4: Grasland en prairie• 5 en 6: Woestijn/woestijnbiomen op aarde• 7: Savanne 8: Tropisch regenwoud 22
  • 23. Bioomdiagram – tropische regenwouden • Gemiddelde en uiterste van Tº en neerslag bepalen heersend bioom • Tropische regenwouden: nooit droog,vegetatie immergroen • Door hoge Tº organische stof snel afgebroken, weinig humus • Voedingsstoffen in biomassa • Vele planten guttatie en druppelpunten, toch nog xyleemstroming ondanks geringe transpiratie • Vele soorten, bv. +40 sp. bomen/km2, +1500 sp. vlinders/km2 • Seizoenregenwouden met kort droog seizoen • Bomen verliezen bladeren en bloeien op zelfde moment • Seizoenregenwoud in Afrika door mens gewijzigd tot savanne 23
  • 24. Savanne • Overgang tussen half- woestijnen en tropisch regenwoud • Regenseizoen in zomer, lang droogteseizoen in winter • Subtiel evenwicht tussen schaarse bomen en grassen • Grassen benutten water met dicht wortelstelsel, bomen met diepere wortels • Karakteristieke grazende• Adansonia digitata, baobab, zoogdieren en hun predatoren bladeren paar weken per jaar domineren• Groeit traag tot 2000j. oud • Branden komen regelmatig• Hitte doorbreekt dormantie voor• Stam met pulp - sponzig • Nutriëntarm, zuur (Al3+-rijk) weefsel ter bewaring H2O 24
  • 25. Woestijnen en atmosferische circulatie • Evenaar: warmte doet lucht stijgen en neerslag verliezen – lucht warmt op, wordt minder dens en verspreidt zich – lage p • Lage equatoriale p trekt wind aan van N en Z • Neerslag laag 30º NB/ZB: woestijn • Als hogere luchtmassa’s 30º NB/ZB - hoge p - bereikt hebben, daalt verkoelde lucht • En zal hierbij weer opwarmen en weinig neerslag verliezen…• Andere woestijnen (<250 mm/j.) continentaal door verre • … omdat warme lucht vocht beter afstand tot zee bijhoudt• Maquis,… westenwinden in • Warme lucht reist verder naar zomer van koude oceaan op 60º NB/ZB, stijgt er op en botst op polaire winden – lage p warmer land • Hoge neerslag door afkoeling lucht: gematigd loofwoud 25
  • 26. Graslanden • Overblijvende grassen dringen diep in bodem • Graslandbodem is diep en vruchtbaar • Zeer productief voor landbouw • Verschil met savanne is de lange, koude winter en eerder alkalische, rijke bodem • Grote grazende herbivorenPampas (Argentinië) met en periodisch brandenpampasgras (Cortaderia selloana) vernietigen bomen, maar houden grassen in stand 26
  • 27. Gematigd loofwoud • Europa: 40º-60º NB • Amerika, Azië: 30º-48º NB • Z.Amerika: hellingen Andes in Zuid-Chili met Nothofagusbos • Noordgrens daar waar nog 4 vorstvrije maanden voorkomen • Bodem vruchtbaar, in Europa hele loofwoudgebied in cultuur • 75/200 cm regen, in winter onbeschikbaar door vorst • Bij minder neerslag grasland, bij koude coniferen • Nothofagus dombeyi vormt bossen op lage hellingen in Chili en Peru, waar voldoende H2O beschikbaar - immergroen 27
  • 28. Taiga• Min. 4 maanden > 6º• Relatief weinig neerslag (25-100cm) valt in zomer• Vele meren: Salix sp. (wilg), Betula sp. (berk), Alnus sp. (els),...• Coniferen in Europa: Pinus sylvestris - grove den (droog), Picea abies - spar (vochtig)• In winter migreren dieren, of passen zich aan o.a. vachtkleur,…• Sneeuw beschermt grond tegen te felle vorst en laat zo boomgroei toe• In Russische taiga leven populaties topcarnivoren: Gulo gulo (veelvraat), Ursus sp. (beren), Lynx sp., habitatveranderende Castor fiber (bever),… als gevolg van schaarse bevolking 28
  • 29. Toendra • Geringe neerslag: < 25 cm./j • Water is meestal onbeschikbaar door permafrost • Tijdens korte arctische zomer (<10º) staat water op ijs • Toendra is moerassig of venig met op grovere bodem Empetrum sp. (kraaiheide), Ericaceae, lichenen,… • Overblijvende planten: Salix sp., Eriophorum sp. (wollegras), Dryas octopetala,… • Snel nestelen van Gavia sp. (o.a. ijsduiker), Anser sp. (ganzen), Falco sp., Stercorarius sp. (jagers),… • Ovibos moschatus (muskusos), Rangifer tarandus (rendier),… 29
  • 30. Orobiomen • Afwijkende (azonale) levensgemeenschappen die voorkomen in gebergten met verticale klimaatsverandering • Op grote hoogten kunnen relictsoorten voorkomen • Betula nana is een relictsoort uit de ijstijd, van een vorig successiestadium• Betula nana (dwergberk) • Zo kunnen arctische• De dwergberk kleurt de soorten voorkomen als veenlanden van Lapland in de alpiene flora of fauna herfst , maar komt bv. ook in het Centraal Massief voor 30
  • 31. Orobiomen • De benedenhelling zal steeds de vegetatie weerspiegelen van de aanwezige zonobiomen • Montane zone afhankelijk van het zonobioom: mogelijk nevelwouden (tropen), loofwoud of al dadelijk coniferenwoud • In montane zone wisselen grasvlakten en boszones • Mogelijk wordt de boomgrens bereikt • Er komen nog gedrongen struiken voor • De top kan voorzien zijn van eeuwige sneeuw 31
  • 32. Orobiomen: afhankelijk van de zonobiomen • De vegetatie op grotere hoogte is toch afhankelijk van het aanwezige zonobioom • Taiga-bergen zullen nooit loofwouden dragen,… • De vegetatie is ook afhankelijk van de N- Z-oriëntatie van de bergketen • Op zuidflanken kunnen teelten tot op grote hoogten optimaal renderen 32
  • 33. Ecosystemen, van klein tot groot: 4 hoofdcomponenten • Abiotische factoren • Producenten organische stof: autotrofen • Consumenten: heterotrofen, voeden zich met andere organismen: herbivoren en primaire en secundaire carnivoren • Reducenten: heterotrofen, vooral bacteriën en schimmels • Ze verbruiken organisch• Reducenten worden ingedeeld in materiaal en zetten het saprotrofe niveau mineralen vrij• Macro- en microconsumenten • Studie via isotopen (15N, 13C) in weefsels om de• Saprotrofe macroconsumenten plaats van biota in zijn insecten, slakken,… voedselweb te bepalen• Saprotrofe microconsumenten Game of environment vnl. bacteriën, protozoa, fungi 33
  • 34. Habitat en niche • Eichhornia paniculata- habitat: zoete waters in zuiden VS en in regenwouden of savanne van neotropis en palaeotropis • Habitat is de plaats waar organismen leven (standplaats) • Vooral in auto-ecologie • Biotopen voor levensgemeenschappen • Bij dieren kan habitat verschillen afhankelijk van de ontwikkeling (bv. bij amfibieën) • De teelt van Eichornia sp. (waterhyacinten) is in warme landen verboden, omdat de plant zich razendsnel kan vermeerderen en zo rivieren overwoekert 34
  • 35. Niche bij dieren • Coccothraustes coccothraustes (appelvink) • Dendrocopos major (grote bonte specht) • Niche is de ‘functie’ van organismen in hun levensgemeenschap • Dieren: opmerkelijke verschillen voedingsniche: planteneters, zaadeters, insecteneters, bladmineerders, houtboorders, alleseters,… • Niche voor broeden of zogen, jachtgedrag,… 35
  • 36. Voorbeeld van een sterkenichespecialisatie: de spechtenniche • Sterke snavels voor het hameren en kleverige tongen voor voedselextractie • Om hersenbeschadiging te voorkomen: klein brein, hersenen met maximaal contactoppervlak met de zeer dense schedel • Borstelvormige veertjes beschermen de neusgaten en een stijve, wigvormige staart kluistert hen tegen de boom • Door de bouw van de poot zijn sommige soorten in staat verticaal bomen te bewandelen • Picoides scalaris legt zich op cactussen toe in droog gebied, en kan zo in boomloze woestijnen leven (ZW-USA tot Nicaragua) 36
  • 37. Voorbeeld van een sterkenichespecialisatie: de spechtenniche • Ecologisch belang: bomen gezond te houden van verregaande infectie door xylofage insecten... • ...zoals kevers, mieren, spinnen, termieten en rupsen • Aanpassing om gaten te boren in hout, laat sommige soorten toe het sap van bomen op te zuigen • Melanerpes formicivorus leeft vnl. van insecten, eikenkatjes, vruchten, nectar en sap • Leeft in groep om hun graanschuren met eikels als wintervoorraad te onderhouden en te beschermen • Een ‘graanboom’ kan wel 50 103 gaatjes hebben • NW.-USA tot Andes, habitatverlies door vernieting den- en eikenwoud 37
  • 38. Niche: totaliteit alle ecologische aspecten die belangrijk zijn voor een soort • Abiotische factoren • Biotische factoren: parasieten, predatoren, voedselbronnen,… • Niche als 3-dimensionale figuur: 1) biotische factoren 2) abiotische factoren 3) tijd • Nuttig om niche- overlappingen visueel voor te stellen • Lege niches in bv. West- Europa voor grote herbivoren 38
  • 39. Niche en tolerantie 39
  • 40. Niche: voorgesteld als een n-dimensionale figuur • Niche van een diersoort bestaat uit vele fysische en omgevingsvariabelen • Deze variabelen kunnen elk dimensionaal worden voorgesteld • Concurrentie tussen 2 soorten kan gaan over 1 of meer dimensies • Hoe meer gespecialiseerd een niche is, des te minder kans op overlap 40
  • 41. Ecologische of gerealiseerde niche kleiner dan de fundamentele of fysiologische • Overlap in 1 dimensie tussen 2 species • Interspecifieke concurrentie dwingt de soorten hun brongebruik te verengen 41
  • 42. Niche draagt bij tot geografische verspreiding van een soort • Studie populaties van de haagleguaan (Scelopurus undulatus) • Tempatuur veroorzaakt variatie in omvang nageslacht, volwassen lengte en groeisnelheid • Hagedissen van het noorden ontwikkelen sneller als embryo, worden groter en leggen grotere eieren – als respons op een lagere energie-opname • Intraspecifieke studies bevestigen convergente evolutie langs breedtegraden 42
  • 43. Niche en geografische verspreiding van de ondersoorten van de haagleguaan Scelopurus undulatus (Sc./Nj.) • Energie-opname binnen deze soort varieert bij verschillende temperaturen, en hierdoor zal de geografische verspreiding van de ondersoorten bepaald zijn • T =beperkende factor • Door het verschil in energie- opname versus tº, kan ervoor zorgen dat de niches van beide ondersoorten niet overlappen • De zuiderse ondersoort wordt gekenmerkt door een hogere energie-opname, de noorderse door een meer gedreven ontwikkelingsrespons 43
  • 44. Overlappende niches: soorten met uitsterven bedreigd 44
  • 45. Overlappende niches: soorten met uitsterven bedreigd! • Sciurus vulgaris (rode eekhoorn), inheems in Europa • S. carolinensis (grijze eekhoorn) ingevoerd in Engeland • Beiden voeden zich met coniferenzaden (specialist), maar de grijze eet vooral loofboomzaden (generalist) • Als dan coniferen minder vrucht dragen in een seizoen, zal de populatie S. vulgaris achteruitgaan t.o.v. S. carolinensis • Twee organismen kunnen nooit identieke niches bezetten • In Engeland verdwijnt de inheemse soort 45
  • 46. Lege niches en gevolgen • Macropus agilis (zandwallabie), met niche van grote herbivoren • Sarcophilus harrisii (Tasmaanse duivel); populatie bedreigd door een gezichtstumor sinds ‘90 • Buideldieren: Z-Amerika, Australië • In Europa, N-Amerika ook fossiel • Ooit kosmoplitische verspreiding van de Metatheria of buideldieren • Waar geen roofdierbedreiging, konden ze blijven bestaan • Radiatie met vertakkende specialisatie is een gevolg van het ontbreken van een bepaalde niche • Wegeners continentendrift vooral van belang om afwezigheid van niches te verklaren... van bv. zoogdieren als herbivoren • Of het ontbreken van spechten op eilanden, Australië, Madagascar,... 46
  • 47. Voorbeelden van radiatie van deParadisaeidae (Nieuw Guinea, N. Australië) • 1: Paradisaea minor • 2: Paradisaea raggiana • 3: Paradisaea rubra • (kleine, Raggi’s en rode paradijsvogel) allen behorend tot het Paradisaea-genus 47
  • 48. Radiatie op niveau van het genus, doorgeografie, dieet en paar- en baltsgedrag 48
  • 49. Hawaii als labo evolutie • De Hawaiiaanse vogelfauna kende voor de komst van Polynesische en Europese kolonisten meer dan 100 gekende endemische soorten • Drepanidini-soorten beslaan er de helft van, radiatie vanuit een paar kolonisten waarschijnlijk overgewaaid na een tropische storm • Nectareters zoals Vestiaria coccinea (foto op Kauai) , spechtenniche zoals Hemignatus wilsoni • Laatste genus met 5 levende en 4 recent uitgestorven soorten • Psittirostra psittacea: vinkenniche, Loxops coccinea benadert kruisbekniche 49
  • 50. Hawaii als labo evolutie • De Akiapōlāau (Hemignatus wilsoni) heeft de hele weg afgelegd tot in de spechtenniche • Miniatuur-adaptieve radiatie, een secundaire ontplooing in een uiterst gespecialiseerde niche • Vanuit primaire nectareters evolueerde deze soort zich met een verkorte ondersnavel om te hameren en een langere bovensnavel om te peuteren • Picidae (spechten) vliegen nooit boven open water en bereikten nooit eilanden • Overbejaging, ontbossing, ratten, malaria en invoer exoten deed de meeste Drepanidini verdwijnen 50
  • 51. Hawaii als labo evolutie• Het ontbreken van de predatorenniche op Hawaii, liet 6 soorten van het genus Eupithecia evolueren tot nachtvlinders waarvan de rupsen exclusief carnivoor zijn• Eupithecia-genus kent een wereldwijde verspreiding en duizenden soorten waarvan de rupsen plantaardig materiaal eten• Verschuiving van een eiwitrijk pollendiet en defensief gedrag tot predatie, met aangepaste klauwtjes en camouflage van het lange lichaam langs de zijde van een blad, waar het zich afwachtend ophoudt Eupithecia sp. vangt insect 51
  • 52. Als tijd het toestaat, kan evolutie zich hard maken en fijnstellen in extreme radiatie • Haaien, superordes Galeomorphi en Squalomorphi, kenden een 1e radiatie 350 miljoen jaar geleden gevolgd door een achteruitgang sinds het Perm (290 mj J.) • Lagere diversiteit gedurende 100 miljoen jaar • Er trad een 2e radiatie waarbij de soorten de K/T-massa-extinctie overleefden • Haaien evolueerden in zeer verschillende ecologische niches • De walvishaai (Rhincodon typus) is een filtervoeder• De walvishaai is de grootste • Dermale tandjes nabij de kieuwen vis ter wereld filteren Copepoda, krill, kleine• Alle wereldzeeën tussen 30 vertebraten, inktvisjes,… kleiner dan 3 mm. N- en Z-breedte 52
  • 53. Koekjessnijders en reuzenbekhaaien • De sigaarvormige koekjessnijder (Isistius brasiliensis) is geen predator maar een parasiet van dolfijnen, walvissen, tonijnen en ook andere haaien • Door bioluminescentie lokt hij prooien en is hij zelf als prooi van dieper moeilijk zichtbaar • Zelden waargenomen, 50 cm. groot, diepte van ± 1000 m., levenswijze pas in ‘71 duidelijk • Gebogen onderkaak met forse tanden • Reuzenbekhaai (Megachasma pelagios) met ‘koekje van eigen deeg’ 53
  • 54. Megachasma pelagius • De reuzenbekhaai is net als de walvishaai een filtervoeder • De enorme bek is omgeven door talrijke lichtgevende orgaantjes, die het zoöplankton en kleine vertebraten in de val lokken • Eerste vangst en dus ontdekking in 1976, Kaneohe, Hawaii 54
  • 55. Sphyrna mokarran (Grote hamerhaai) is ernstig bedreigd (IUCN 2008)• Hamerhaaien hebben een arsenaal elektroreceptore porieën op de kop, ampullen van Lorenzini genoemd• Hiermee kunnen ze de kleinste trillingen en ladingen tot minder dan een biljoenste van een volt waarnemen• Met de neusgaten ver uit elkaar staand, jagen ze zeer efficiënt• Solitair of in scholen van 100, zijn bodems van ondiepe en warmere kustwateren hun jachtgebied (bv. Molokai, Cocos)• Zeer ‘jonge haaien’, de negen gekende soorten zijn niet langer dan 40 miljoen jaar geleden ontstaan 55
  • 56. Engels in de modder • De zandduivel (Squatina dumeril) heeft het uiterlijk van een rog maar behoort tot de haaien • Squatinidae of zee-engels • Noordwestelijk deel van het continentaal plat van de Atlantische oceaan, Golf van Mexico • Begraaft zich in de bodem en wacht er op prooien • Observaties van Squatina californica die een stierkophaai (Heterodonthus francisci) at, maar deze weer uitspuwde o.m.v. de stekels 56
  • 57. Heterodontus francisci voedt zich met de hardste prooi• De stierkophaai gebruikt zijn harde tanden om zich met mossels, stekelhuidigen en kreeftachtigen te voeden• Grote exemplaren voeden zich met vnl. zeeëgels in bijzonder Strongylocentrotus purpuratus – een ecologische sleutelsoort in kelpwouden- , wat vinnen en bek paars kleurt• De vis zuigt zijn prooi op om hem daarna kapot te bijten 57
  • 58. Eilanden laten bijzondere vormen toe • Er zijn voorbeelden van vogels bekend op eilanden die niet kunnen vliegen • Wegens beperkte oppervlakte is het innemen van een specifieke niche aanleiding tot specialisatie en dus soortvorming • Eerder nog dan het ontbreken van roofdieren, is het innemen van de lege niche van mollen en egels voor de kiwi een kwestie van voortbestaan... • ...en oorzaak verdwijnen vleugels, eerder als tekort aan predatoren• Apteryx mantellii; alle • Kiwi’s hebben een bijzonder ruikvermogen, graven met kiwi’s zijn nachtdieren snavel, maar zijn quasi blind (Nieuw-Zeeland) • Tegenwoordig enorm bedreigd• Apart is dat het mannetje door katten, hermelijnen,... broedt 58
  • 59. Phalacrocorax harrisi(Galapagos aalscholver) • Eilanden Isabela en Fernandina • Niet-vliegende aalscholver door het ontbreken van predatoren en het enorm kleine jachtterrein • Aquatische predator op vis en octopus, vederkleed niet waterdicht • ♀ met 2 broedsels zodat populatie zich snel herstelt • De hitte van El Nino 1983 reduceerde populatie met 50% • In 1999 werd populatie op 900 vogels geschat • Onbevreesdheid voor mensen, invoer hond, kat en rat, oliepollutie belangrijkste bedreigingen • Meestal nooit te heet op Galapagos, door koude golfstroom • Galapagos aalscholver op met guano overladen kust 59
  • 60. Vampierenvinken op Galapagos • Geospiza difficilis septentrionalis komt voor op 2 eilanden (Darwin, Wolf, beide zonder zoetwater) waar Geospiza fuligunosa afwezig is • Meest variabel in morfologie en dieet van alle Darwins vinken, waarbij G. difficilis de ouste van alle grondvinken is • Ze drinken bloed van blauwvoetgenten (Sula nebouxii), smijten de eieren tegen de rotsen en drinken occasioneel nectar • Galapagosradiatie heeft zo een aanpassing uniek onder vogels opgeleverd • Mogelijk aanpassing vanuit insectendieet: teken worden soms uit schildpadden verwijderd 60
  • 61. Vampierenvinken op Galapagos• ‘Going anywhere nice this year, sir?’ 61
  • 62. Melanisme • Op kleine eilanden, bergfauna • Voordelen: bestralende warmte beter opgenomen en UV (bergen!) beter tegengehouden • Maar nadeel is de opzichtigheid voor jagers • Melanisme krijgt een kans waar geen roofdieren leven • Tenzij op bijzonder hete eilanden bv. Sokotra (Rode Zee): geen melanisme • Boven: Lacerta sicula coerulea (Faraglione-rotsen bij Capri) • Onder: Salamandra atra (Alpensalamander), weinig afhankelijk van water • De 2 jongen blijven in ♀ tot ze 5 cm. zijn en voeden er zich met dooier van onontwikkelde eieren • Alpen, Balkan 700 – 3000 m 62
  • 63. Compositae-bomen op St. Helena• Melanodendron integrifolium, de zwarte koolboom in een bergachtig habitat op St. Helena• Zeer kleine populatie houdt stand op het eiland• Composieten zijn overal ter wereld kruidachtig• Op kleine vulkanische eilanden kregen ze de ecologische opportuniteit tot boomachtige evolutie• Meeste tropische en gematigde bomen in tegenstelling tot Compositae : beperkte dispersie en hun zaden overleven niet in zout water 63
  • 64. Compositae-bomen op St. Helena • Commidendrum rugosum • De lagere hellingen waren vroeger bekleed met deze ‘gumwood’- Compositae • De vernietiging van de oorspronkelijke vegetatie van St. Helena begon al snel na de ontdekking door de Portugezen (1502) • De introductie van geiten was nefast, daar de flora zich nooit moest wapenen tegen de niet- aanwezige herbivoren • Heden is habitatverlies meest ernstige bedreiging • Veel van de endemische plantensoorten zijn kritisch bedreigd of uitgestorven 64
  • 65. Begrip niche voor planten • Groene planten: gelijkaardige niche – producenten • Nichedifferentiaties bij planten: bv. gebruik verschillende voedingsbronnen, verschillende parasieten, predatoren, bestuivers, mycorrhiza,… • Apis mellifera, Borago officinalis • Archilochus colubris, Hibiscus species 65
  • 66. …of ook verschillendevoedings-en lichtniches • Bomen, struiken, kruiden en mossen bezetten verschillende niches in een loofbos • Bovendien treden er seizoensverschillen op • Gelaagdheid is nog meer uitgesproken in regenwouden • Epifyten: planten die zich op andere planten vestigen, enkel om genoeg zonlicht te ontvangen 66
  • 67. Referenties• Dia 2: http://www.indiana.edu/~origins/images/tsetsemap.jpg• Dia 3: http://www.monografias.com/trabajos48/region-tarapaca/region-tarapaca2.shtml• Dia 4: http://users.rcn.com/jkimball.ma.ultranet/BiologyPages/P/Populations2.html• Dia 5: http://thebirdzoo.com/Tropical%20Dry%20Forest.htm• Dia 7: http://www.biocrawler.com/encyclopedia/Mangrove• http://www.biologie.uni-hamburg.de/b-online/world/malaysia/bako_mangrove.htm• Dia 8: http://www.hat.net/album/south_america/patagonia/024_lake_district/002_petrohue/detail014.htm http://www.snapshotjourneys.com/chileflora.html http://www.projectufo.ca/drupal/node/38• Dia 9: http://www.killerplants.com/plant-of-the-week/20020114.asp• Dia 10-12: http://www.bact.wisc.edu/Microtextbook/index.php?name=Sections&req=viewarticle&artid=&allpages=1&theme=P rinter• Dia 11: http://www.cas.vanderbilt.edu/bioimages/species/phau7.htm http://www.tuinkrant.com/info/riet-phragmites- australis-speelt-een-belangrijke-rol-bij-de-waterzuivering• Dia 12: http://www.ehow.com/how_12091208_grow-vaccinium-myrtillus.html http://www.comnur.com/vaccinium_macrocarpon.htm http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Vaccinium_myrtillus_001.JPG• Dia 13, 14: http://biodiversite.wallonie.be/especes/ecologie/papillons/Issoria_lathonia03.html• Dia 15: http://biodiversite.wallonie.be/especes/ecologie/papillons/Issoria_lathonia03.html http://www.kuleuven- kortrijk.be/facult/wet/biologie/pb/kulakbiocampus/images/lage%20planten/Viola%20arvensis%20- %20Akkerviooltje/index.htm• Dia 16, 17: http://www.bto.org/survey/complete/bwwm.htm http://nl.wikipedia.org/wiki/Kievit http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl1118-Vinddatum-eerste-kievitsei-in- Friesland.html?i=9-55 67
  • 68. Referenties• Dia 18: http://www.schmitzens-botanikseite.de/galfag/galfag2.htm• Dia 19: http://www.ves.nvusd.k12.ca.us/vichy/vichy2003/pages/student/science/gr4_025.html• Dia 20-22: http://photo.net/samantha/samantha-IV• http://www.royalsaskmuseum.ca/research/building/build_bog.shtml• http://www.ves.nvusd.k12.ca.us/vichy/vichy2003/pages/student/science/gr4_026.html• http://www.nctexasbirds.com/australia/pics.htm• Dia 23: http://www.bbc.co.uk/schools/gcsebitesize/geography/weather/globalclimaterev2.shtml• http://raieh.homelinux.net/cgi-bin/raieh.pl?Biome• Dia 24: http://www.barbadine.com/pages/adansonia_digitata_lien.htm http://www2.ac- lyon.fr/enseigne/biologie/photossql/photos.php?RollID=images&FrameID=baobab1• Dia 25: http://www.atmosphere.mpg.de/enid/1vs.html• Dia 26: http://www.proteger.org.ar/doc306.html• Dia 27: http://en.wikipedia.org/wiki/Coihue• Dia 28: http://www.ranuazoo.com/?deptid=6800 http://www.naturetrek.co.uk/wildlife-holidays-in- europe/detailsdb.asp?ID=217• Dia 29: http://users.informatik.haw-hamburg.de/~klauck/muskox.html http://www.trekearth.com/gallery/North_America/Canada/Northern/Nunavut/photo251688.htm• Dia 30: http://www.skarja.de/bilder/pflanzen/dia/Seiten/p2.htm http://www.luontoportti.com/suomi/en/puut/dwarf- birch• Dia 31, 32: http://www.hewett.norfolk.sch.uk/curric/NewGeog/Habitats/elev.htm• Dia 33: http://www.treedictionary.com/DICT2003/hardtoget/ma149/pg_1-29/index.html• http://wwwrcamnl.wr.usgs.gov/isoig/projects/fingernails/foodweb/definition.html 68
  • 69. Referenties• Dia 34: http://www.eeb.uconn.edu/Courses/EEB271/Commelinids/ http://www.neerlandstuin.nl/vijver/eichhornia.html• Dia 35: http://pdubois.free.fr/espece.php?MyEspece=COCCOC http://vogelsfotoblog.blogspot.com/• Dia 36: http://en.wikipedia.org/wiki/Woodpecker http://en.wikipedia.org/wiki/Ladder-backed_Woodpecker• Dia 37: http://en.wikipedia.org/wiki/Woodpecker http://animaldiversity.ummz.umich.edu/site/accounts/information/Melanerpes_formicivorus.html http://ruralchatter.blogspot.com/2008_12_01_archive.html• Dia 38: http://viceroy.eeb.uconn.edu/?EEB301Site?Competition2.htm• Dia 39-41: http://www.muweb.millersville.edu/~biology/bio.247/23_biodiversity_ecology.ppt• Dia 42-43: http://www.indstate.edu/ecology/faculty/angilletta http://www.uga.edu/srelherp/jd/jdweb/Herps/species/uslizards/Sceundhya.htm• Dia 44: http://blog.ibs-b.hu/2012/01/02/bbc-wildlife-photographer-of-2011/• Dia 45: http://www.iolfree.ie/~alanpoole/ http://en.wikipedia.org/wiki/File:Eastern_Grey_Squirrel_in_St_James%27s_Park,_London_-_Nov_2006_edit.jpg http://www.guardian.co.uk/environment/2008/jun/07/red.squirrel• Dia 46: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Macropus_agilis_-_01.jpg• http://www.arkive.org/tasmanian-devil/sarcophilus-harrisii/image-G39942.html• Dia 47, 48: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Paradisaea_minor_(Lesser_Bird_of_Paradise).jpg http://www.timlaman.com/• Dia 49: http://wwwevolvedie.blogspot.com/ http://www.mangoverde.com/birdsound/picpages/pic197-20-5.html http://en.wikipedia.org/wiki/Hemignathus• Dia 50: http://www.freebase.com/view/en/akiapolaau• Dia 51: http://bioblog.biotunes.org/bioblog/2007/06/22/cool-bugs-8-carnivorous-hawaiian-caterpillars/ 69
  • 70. Referenties• Dia 52: http://en.wikipedia.org/wiki/Whale_shark http://marinebio.org/upload/Rhincodon_typus4.jpg• Dia 53: http://www.wildlifeonline.me.uk/megamouth.html http://fishindex.blogspot.com/2008/10/cookiecutter- shark-isistius.html• Dia 54: http://www.groovily.com/v/Animals/Megamouth_Shark.jpg.html http://en.wikipedia.org/wiki/Megamouth_shark• Dia 55: http://viersterren.wordpress.com/2009/06/28/haaien-en-roggen-ernstig-bedreigd/ http://en.wikipedia.org/wiki/Hammerhead_shark• Dia 56: http://fishindex.blogspot.com/2008/07/atlantic-angel-shark.html• Dia 57: http://en.wikipedia.org/wiki/Horn_shark http://reference.findtarget.com/search/horn%20shark/• Dia 58: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kiwis http://www.wildcam.com/guides/critter.jsp?animalid=64• Dia 59: http://www.arkive.org/flightless-cormorant/phalacrocorax-harrisi/biology.html http://ontdekkingsreis.org/vogels/aalscholvers/infogalapagos%20aalscholver.html• Dia 60: http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2007/02/vampire_finches_and_the_path_t.php http://nl.wikipedia.org/wiki/Blauwvoetgent http://www.agpix.com/catalog/AGPix_MiPi14/AGPix_MiPi14_140720.jpg• Dia 61: http://weirdimals.wordpress.com/2009/11/03/vampire-finch/• Dia 62: http://www.meditflora.com/fauna/podarcisfaraglionensis.htm http://www.ag- urodela.de/daten_arten/salamandra/atra/atra3.JPG• Dia 63: http://www.arkive.org/black-cabbage-tree/melanodendron-integrifolium/• Dia 64: http://fr.academic.ru/pictures/frwiki/67/Commidendrum_rugosum01.jpg http://en.wikipedia.org/wiki/Flora_of_St_Helena http://en.wikipedia.org/wiki/Commidendrum_rugosum• Dia 65: http://www.elizajewett.com/portfolio_pages/pollination.htm http://www.rondayphotography.com/Ruby- Throated%20Hummingbird%20%203.htm• Dia 66: http://www.thewildclassroom.com/biomes/rainforest.html• Achtergrond: http://www.iclei-europe.org/enewsletter/2012/february/ 70
  • 71. Literatuurlijst• Billen J. – 1994 Morfologie en Systematiek van de Invertebrata• Blamey M. & Grey-Wilson C. - 1989 De Geïllustreerde Flora Thieme – Baarn• Buchsbaum R. – 1962 De Ongewervelde Dieren Het Spectrum – Antwerpen• Fitter R. & Fitter A. – 1974 Tirions Nieuwe Bloemengids Elsevier – Amsterdam• Heimans E., Heinsius H.W., Thysse J.P. – 1947 Geïllustreerde Flora Van Nederland W. Versluys N.V. – Amsterdam - Antwerpen 71
  • 72. Literatuurlijst• Heywood V.H. – 1993 Flowering Plants Of The World Oxford University Press – New York• Hillenius D. - 1967 De Vreemde Eilandbewoner N.V. De Arbeidspers – Amsterdam• Keizer G.J. – 1997 Paddestoelen Encyclopedie Rebo Productions, Lisse• Kohlhaupt Paula – 1971 Wilde orchideeën W.J. Thieme & Cie - Zutphen Rebo Productions – Lisse• Perl P. – 1979 Varens De Lantaarn – Amsterdam 72
  • 73. Literatuurlijst• Peterson R., Mountfort G. & Hollom P.A.D. – 1983 Petersons Vogelgids Tirion, Elsevier - Amsterdam• Raven & Johnson – 1992 Biology Mosby-Yearbook – Missouri• Rozema J. & Verhoef H.A. – 1997 Leerboek Toegepaste Ecologie VU-Uitgeverij – Amsterdam• Van Assche J. – 1989 Inleiding Tot De Plantenecologie Katholieke Universiteit Leuven – Leuven• Van Veen M. & Zeegers Th. – 1988 Insecten Basis Boek Jeugdbondsuitgeverij – Utrecht 73
  • 74. Literatuurlijst• Weier T. Elliot, Stocking C.R., Barbour M.G. & Rost T.L. – 1982 Botany – An Introduction To Plant Botany John Wiley & Sons - California• Wilson E.O. – 1992 The Diversity Of Life Allen Lane The Penguin Press – Harmondsworth, Middlesex• Wynhoff I., Van Der Made J., Van Swaay C. – 1990 Dagvlinders Van De Benelux De Vlinderstichting - Utrecht 74