Ontwikkelingspsychologie I:  bijeenkomst 7<br />Beroepstaak Ontwikkelingsstimulering<br />2010-2011<br />
Sociaal-emotionele ontwikkeling<br /><ul><li>Sociale ontwikkeling: gaat over de omgang met andere mensen
Emotionele ontwikkeling gaat vooral over de ontwikkeling van het zelf, (zelfbeeld, zelfvertrouwen, persoonlijkheid)
Humanistische stroming: houdt zich voornamelijk met  het zelf  en de subjectieve ervaring bezig</li></li></ul><li>Sociale ...
Wat opvoeders DOEN wordt overgenomen, wat ze ZEGGEN minder.
 Kind leert om te gaan met anderen en zich op anderen af te stemmen en de eigen bijdrage in te schatten</li></li></ul><li>...
Sociale cognitie<br /><ul><li>Waarnemen en Weten
Perspectief nemen: je kunnen inleven in wat de ander denkt, voelt, beleeft
Voelen (mensen kunnen tegenstrijdige gevoelens hebben, ze kunnen blij kijken maar zich anders voelen)
Bedoelen (doet iemand iets expres of per ongeluk)</li></li></ul><li>Jongens en meisjes<br />De meeste tweejarigen weten of...
sociaal gedrag<br />In de psychologie spreken we over sociaal gedrag als het gaat om gedrag ten opzichte van de ander. (ee...
prosociaal gedrag empathie, meeleven<br />Meeleven  met de ervaringen en emoties van iemand anders, je kunnen verplaatsen ...
een heel jong kind kan al meegaan in een emotie, dat is niet afhankelijk van verstandelijke ontwikkeling
Biologische psychologie: Wellicht heeft het te maken met de aanwezigheid van zgn. spiegelneuronen in het brein
Wanneer indenkennog niet mogelijk is, wordt het kind in de emotie meegezogen</li></li></ul><li>Niveaus bij ontwikkeling va...
prosociaal gedrag behulpzaamheid<br />verklaringen voor behulpzaamheid: <br /><ul><li>instinctief, evolutionair bepaald
behaviorisme:  prosociaal gedrag minder snel geïmiteerd dan agressief gedrag; opvoeders kunnen wel steeds het goede voorbe...
cognitief: naarmate kind ouder wordt zijn  verstandelijke ontwikkeling en geweten verder, meer mensenkennis</li></li></ul>...
2 jaar: overdreven eigendomsgevoel en verzamelen
3-4 jaar: sociaal gericht weggeven als middel om contact te zoeken
kleuters: modeling, navolgen van elkaar , maar met moeite delen
7 jaar:eerlijk delen (vergelijk gewetensontwikkeling)</li></li></ul><li>Emotionele ontwikkeling:<br /><ul><li>Hechting
Angsten
Moraliteit
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Bijeenkomst 7 ontwikkelingspsychologie

1,172

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,172
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
13
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Bijeenkomst 7 ontwikkelingspsychologie

  1. 1. Ontwikkelingspsychologie I: bijeenkomst 7<br />Beroepstaak Ontwikkelingsstimulering<br />2010-2011<br />
  2. 2. Sociaal-emotionele ontwikkeling<br /><ul><li>Sociale ontwikkeling: gaat over de omgang met andere mensen
  3. 3. Emotionele ontwikkeling gaat vooral over de ontwikkeling van het zelf, (zelfbeeld, zelfvertrouwen, persoonlijkheid)
  4. 4. Humanistische stroming: houdt zich voornamelijk met het zelf en de subjectieve ervaring bezig</li></li></ul><li>Sociale ontwikkeling<br /><ul><li>Kind is al vanaf de geboorte sterk georiënteerd op mensen</li></ul>Menselijke gezichten en menselijke stem zijn favoriet<br /><ul><li>Kind heeft een sterk vermogen tot imitatie, kan ideeën en gedrag overnemen (modeling, identificatie, gender-rol).
  5. 5. Wat opvoeders DOEN wordt overgenomen, wat ze ZEGGEN minder.
  6. 6. Kind leert om te gaan met anderen en zich op anderen af te stemmen en de eigen bijdrage in te schatten</li></li></ul><li>Sociale cognitiemensenkennis<br />Ontstaat door omgang met verschillende mensen<br />kinderen ontdekken bij wie ze voor wat kunnen aankloppen<br />Door omgang met anderen/leeftijdgenoten worden de sociale regels geleerd<br />Sociale cognitie loopt parallel aan cognitieve ontwikkeling<br />
  7. 7. Sociale cognitie<br /><ul><li>Waarnemen en Weten
  8. 8. Perspectief nemen: je kunnen inleven in wat de ander denkt, voelt, beleeft
  9. 9. Voelen (mensen kunnen tegenstrijdige gevoelens hebben, ze kunnen blij kijken maar zich anders voelen)
  10. 10. Bedoelen (doet iemand iets expres of per ongeluk)</li></li></ul><li>Jongens en meisjes<br />De meeste tweejarigen weten of ze een jongetje of een meisje zijn<br />meisjes vaker meegaand en coöperatief t.o.v. anderen dan jongens<br />jongens meer gericht op competitie en eigenbelang<br />nature? nurture? <br />
  11. 11. sociaal gedrag<br />In de psychologie spreken we over sociaal gedrag als het gaat om gedrag ten opzichte van de ander. (een neutrale term dus)<br />prosociaal gedrag :positief gedrag naar de ander; (meeleven, helpen en delen)<br />antisociaal gedrag : negatief gedrag naar de ander.<br />
  12. 12. prosociaal gedrag empathie, meeleven<br />Meeleven met de ervaringen en emoties van iemand anders, je kunnen verplaatsen in de ander.<br />Theorieën:<br /><ul><li>Piaget (cognitieve theorie): je kunt je pas inleven in de ander, wanneer je het pre-operationele stadium met zijn egocentrisch denken hebt verlaten.
  13. 13. een heel jong kind kan al meegaan in een emotie, dat is niet afhankelijk van verstandelijke ontwikkeling
  14. 14. Biologische psychologie: Wellicht heeft het te maken met de aanwezigheid van zgn. spiegelneuronen in het brein
  15. 15. Wanneer indenkennog niet mogelijk is, wordt het kind in de emotie meegezogen</li></li></ul><li>Niveaus bij ontwikkeling van sociaal perspectief nemen (soms zijn twee tegelijk aanwezig):<br />
  16. 16.
  17. 17. prosociaal gedrag behulpzaamheid<br />verklaringen voor behulpzaamheid: <br /><ul><li>instinctief, evolutionair bepaald
  18. 18. behaviorisme: prosociaal gedrag minder snel geïmiteerd dan agressief gedrag; opvoeders kunnen wel steeds het goede voorbeeld blijven geven
  19. 19. cognitief: naarmate kind ouder wordt zijn verstandelijke ontwikkeling en geweten verder, meer mensenkennis</li></li></ul><li>prosociaal gedragdelen<br />Delen is voor kinderen ingewikkelder dan helpen, heeft te maken met het begrip hebben van eigendom en dat hangt samen met de cognitieve ontwikkeling<br /><ul><li>1-2 jaar: “alles wat ik vasthoud is van mij”
  20. 20. 2 jaar: overdreven eigendomsgevoel en verzamelen
  21. 21. 3-4 jaar: sociaal gericht weggeven als middel om contact te zoeken
  22. 22. kleuters: modeling, navolgen van elkaar , maar met moeite delen
  23. 23. 7 jaar:eerlijk delen (vergelijk gewetensontwikkeling)</li></li></ul><li>Emotionele ontwikkeling:<br /><ul><li>Hechting
  24. 24. Angsten
  25. 25. Moraliteit
  26. 26. Agressie
  27. 27. Persoonlijkheid
  28. 28. Zelfbeeld
  29. 29. Faalangst
  30. 30. Motivatie</li></ul>Al bovenstaande thema’s komen bij de OWE Opvoedingsondersteuning aan bod<br />
  31. 31. Persoonlijkheid: Big Five<br />Persoonsbeschrijving in vijf dimensies:<br />Extraversie - introversie<br />Vriendelijkheid - vijandigheid<br />Zorgvuldigheid – laksheid, gebrek aan motivatie<br />Stabiliteit – emotionele labiliteit<br />Ideeënrijkdom, openheid voor ervaringen, intellect , creativiteit – het tegenovergestelde <br />
  32. 32. Erik Erikson (1902-1994)<br />
  33. 33. De ontwikkelingstheorie van Erikson<br />Hoort tot de psychoanalytische stroming<br />Elke levensfase kent zijn eigen ontwikkelingstaak.<br />Erikson noemde zo’n taak een psycho-sociaal conflict.<br />De oplossing van dat conflict kan positief dan wel negatief uitvallen.<br />Elke oplossing is weer de basis voor het oplossen van het volgende conflict.<br />
  34. 34. Fase 1 (0 tot 1 jaar)<br />Fundamenteel vertrouwen tegenover fundamenteel wantrouwen<br />Wordt ontwikkeld op basis van gunstige dan wel ongunstige ervaringen die met name de moeder verschaft.<br />Eigenschap die zich onder gunstige omstandigheden ontwikkelt is de hoop<br />
  35. 35. Fase 2 (1 tot 4 jaar)<br />Autonomie tegenover schaamte en twijfel<br />Kind streeft naar onafhankelijkheid en zelfbeschikking maar weet waar nodig hulp in te schakelen. Keuzes leren maken en grenzen leren kennen.<br />Eigenschap uit deze periode: wilskracht<br />
  36. 36. Fase 3 (4 tot 6 jaar)<br />Initiatief tegenover schuld<br />Kind leert om initiatieven te ontplooien, bij teveel beperking ontstaat schuldgevoel.<br />Eigenschap uit deze fase: doelgerichtheid<br />
  37. 37. Fase 4 (6 tot 12 jaar)<br />Vlijt tegenover minderwaardigheid<br />Taakgerichtheid en succes hebben, prestaties leveren. Minderwaardigheidsgevoelens als het kind niet aan de verwachtingen van zichzelf of van anderen kan voldoen.<br />Eigenschap die hieruit kan ontstaan: competentie<br />
  38. 38. Fase 5 (12 tot 19 jaar)<br />Identiteit tegenover identiteitsverwarring<br />Zelfstandig worden en op eigen verantwoordelijkheden aangesproken kunnen worden is de centrale ontwikkelingstaak in deze periode.<br />Eigenschap bij gunstige uitkomst: loyaliteit<br />
  39. 39. Humanistische psychologie<br /><ul><li>Ontwikkelingen van de mens als subject staan centraal
  40. 40. Zelf(bewustzijn) en mogelijkheid tot zelfcontrole
  41. 41. Nadruk op mogelijkheden, groei, potentie & vrije wil, keuze
  42. 42. Handelen wordt beïnvloed door zelfbeeld
  43. 43. Grondleggers:Maslow, Rogers</li></li></ul><li>Carl Rogers (1902-1987)<br /><ul><li>Client-centered therapie
  44. 44. Non-directief
  45. 45. Actief luisteren
  46. 46. Reflecteren van gevoelens
  47. 47. Empathie
  48. 48. Aanvaarding van de client zoals hij/zij is</li></li></ul><li>Abraham Maslow (1908-1970)<br />Behoeftenpyramide: <br /> als aan basisbehoeften (voedsel, onderdak, veiligheid) is voldaan, kan iemand toekomen aan hogere behoeften als ontplooiing, enz. <br />
  49. 49. Stromingen binnen de psychologie:<br />De psychodynamische benadering <br />De biologische benadering<br />De cognitieve benadering <br />De behavioristische benadering<br />De humanistische benadering<br />De systeem benadering<br />De omgevingsbenadering<br />
  1. A particular slide catching your eye?

    Clipping is a handy way to collect important slides you want to go back to later.

×