Your SlideShare is downloading. ×
Steek WATT in je zak!
CREDITS   COÖRDINATIE:Willy Ivens – Voka Kamer van Koophandel Mechelen   ALGEMENE PROJECTLEIDING:Laetitia Lemahieu – Voka ...
Een lichtpuntje zonder energieverbruik…Beste ondernemer,“Steek Watt in je zak!” Het klinkt leuk als slogan, maar eigenlijk...
Inhoudsopgave INLEIDING 1. RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK   1.1. Wetgevend kader               1.1.1. Reductie van de broeikasga...
4. DUURZAME ENERGIE     4.1. Waarom is duurzame energie belangrijk?     4.2. Warmte uit zonlicht: passieve thermische zonn...
INLEIDINGEnergie brengt welvaart en zorgt voor een comfortabel leven. Maar ons energiegebruik heeft ook nadelen: milieuver...
1. RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK       1.1. Wetgevend kader          1.1.1. Reductie van de broeikasgassenWoestijnen in Spanje ...
De landen die het Klimaatverdrag ondertekenden, moeten:  - een inventaris opmaken van hun emissie aan broeikasgassen;  - n...
1.1.2. Energiemarkt na de vrijmakingVroeger was de band tussen u en uw elektriciteits- of gasleverancier een band voor het...
Aangezien de percentages van een elektrische centrale algemeen gelden binnen Europa in het kader van de CO2-problematiek e...
TIP  Perslucht is een zeer dure vorm van energie. Enige acties rond het persluchtverbruik leveren dan ook een mooie bespar...
2. ENERGIEBOEKHOUDING      2.1. Energieboekhouding: wat en waarom?         2.1.1. Wat is een energieboekhouding ?Een energ...
- Indien er een transformator aanwezig is, hoe wordt deze gekoeld? Olie, PCB-olie of luchtgekoeld?   PCB-houdende toestell...
2.2.2. Registratie van elektriciteitsverbruikEen systematische en regelmatige registratie van elektriciteitsverbruik vormt...
INVULLEN VAN DE GEGEVENSDe oranje gekleurde vlakken bevatten formules. U moet deze niet aanpassen.Enkel in de witte vakken...
Volgende grafieken worden dan automatisch aangemaakt :- Verbruik per maand- Gemiddeld verbruik per werkdag- Elektriciteits...
2.2.2.2. Registratie van energieverbruik voor hoogspanningsverbruikersVoor hoogspanningsverbruikers geeft het aflezen van ...
U kan in deze kolom ook een andere parameter invoeren, zoals bijvoorbeeld productiehoeveelheden.Let wel op dat de gebruikt...
2.2.3. Opvolging van het hoogspanningsverbruik met behulp van softwareprogramma’sEr bestaat een heel gamma softwareprogram...
2.3.1.1. MachineparkWaarschijnlijk is in uw bedrijf reeds een lijst aanwezig van machines en hun geïnstalleerde vermogens....
OPBOUW VAN DE FILEDe file bevat 4 tabbladen: een tabblad voor het machinepark, een voor de verlichting, een voor de kantoo...
2.3.1.2.VerlichtingHet opstellen van een inventaris van de verlichting vindt best plaats per afdeling of per lokaal.Net zo...
Invullen van de gegevensPer lokaal of afdeling inventariseren we de kantoortoestellen met gelijk of ongeveer gelijk vermog...
3. REG-MAATREGELEN        3.1. InleidingDit hoofdstuk concentreert zich op breed toegepaste mogelijkheden van energiebespa...
Bron: Verlichting, Gedis 2004.PraktijkvoorbeeldEen spaarlamp kost gemiddeld 7 euro en een gloeilamp 0,90 euro. Een spaarla...
Sturing van de binnenverlichtingIn ruimten waar niet continu personen aanwezig zijn, zoals een magazijn of een opslagruimt...
Kleurweergave geeft aan in hoeverre je kleuren kunt zien in het licht van een dergelijke lamp. Voor het aanlichten van een...
3.3. Verwarming         3.3.1. Verwarmen van grote ruimtesDe meest traditionele manier om grote bedrijfshallen te verwarme...
3.3.2. Verwarmen van kantoren            3.3.2.1. Centrale verwarmingBij gebouwen met een centrale verwarmingsinstallatie ...
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Voka energei
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Voka energei

853

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
853
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
8
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Voka energei"

  1. 1. Steek WATT in je zak!
  2. 2. CREDITS COÖRDINATIE:Willy Ivens – Voka Kamer van Koophandel Mechelen ALGEMENE PROJECTLEIDING:Laetitia Lemahieu – Voka Kamer van Koophandel Kempen en Mechelen REDACTIE:An Maes – Voka - Kamer van Koophandel arr. LeuvenEls Heyvaert – Voka - Kamer van Koophandel Halle-VilvoordeKatrien Moens – Voka - Kamer van Koophandel Oost-VlaanderenLaetitia Lemahieu – Voka - Kamer van Koophandel Kempen en MechelenLieven Dehandschutter – Voka - Kamer van Koophandel arr. Leuven en Halle-Vilvoorde EINDREDACTIE:Luc van Balberghe - Ready Press Agency BIJZONDERE DANK AAN DE LEDEN VAN DE BEGELEIDINGSCOMMISSIE EN DE TESTBEDRIJVEN VOOR HUN BEREIDWILLIGE MEDEWERKING AAN EN ONDERSTEUNING VAN HET PROJECT.Jeroen Persyn - OVAMJohan Liekens - VITO Katleen Marien - Voka - VEV Kirsten Loncke - GEDISPaul Zeebroek - ANRE TESTBEDRIJVEN:Provincie Antwerpen:Bulo Kantoormeubelen NVNovotel Mechelen CentrumSopraco NVXeikon International NVProvincie Oost-Vlaanderen:Argo Reclame BVBAAutojet Technologies BVBAConfiserie Trefin NV De Cuyper – Robberecht Drukkerij NVGates Europe NVTransport Mervielde NVProvincie Vlaams-Brabant:Antalis NVCarrosserie Celis NVFithuis BVBAL.M.S. International NVVan Os - Sonnevelt BVBA Met dank aan Electrabel die het project ondersteunde met o.a. de uitvoering van energiescans bij de testbedrijven. Contactadres: milieu@kvkov.voka.be Steek WATT in je zak 01
  3. 3. Een lichtpuntje zonder energieverbruik…Beste ondernemer,“Steek Watt in je zak!” Het klinkt leuk als slogan, maar eigenlijk zit er veel meer achter. Het betekent gewoon:‘Keep the money in yourpocket! Gewoontes en een gevoel van evidentie bepalen het leven van ons allemaal. Tot op zekere hoogte geeft dat ook een rust eneen veiligheid. Maar boven een bepaalde grens, begint het geld te kosten. Erger, we zijn belangrijke dingen –van ons, van anderen, vande gemeenschap- aan t verspillen.Dat is zeker het geval met energie. Staan we er nog bij stil dat het verklikkerlampje van ons pc-scherm elektriciteit verbruikt en geenhele nacht moet blijven branden? Beseffen we genoeg dat we ons in de winter bij 20°C behaaglijk voelen, maar dat we in de zomer totminder dan 16°C zouden koelen en daarvoor heel wat dure energie verbruiken? Maakten we al de berekening dat een spaarlamp opeen periode van 2 jaar eigenlijk veel goedkoper is dan een gewone gloeilamp, door de winst op minder verbruik en langere levensduur,ook al is ze bij de aankoop duurder?Dit werk is een uniek initiatief, uitgewerkt door de milieucellen van vijf Voka – Kamers van Koophandel, onder coördinatie van Voka –Kamer van Koophandel Mechelen, in het kader van Presti 5.Elke bedrijfsleider, hoe groot of hoe klein ook, heeft hier iets aan.Het werk is zeer volledig en bestrijkt zowat alle terreinen waarop een bedrijf energie verbruikt. Telkens staat uitgelegd hoe dat gebeurt,hoe bepaalde mechanismen in hun werk gaan, wat de alternatieven zijn. Praktische voorbeelden van energiebesparing zijn zeer herken-baar en zullen u ongetwijfeld aansporen om in uw eigen omgeving het energieverbruik bewust te evalueren. Ook aan de wetgevingterzake besteedt dit werk aandacht.Lees de volgende bladzijden aandachtig. De tijd die u daarvoor nodig heeft, is de beste investering van de laatste jaren! Dit werk bevateen lichtpunt dat zelfs geen energie verbruikt.Deze handleiding heeft een dubbel doel: u en de toekomst.Wat u nu bespaart, heeft u het eerst verdiend. Maar wat u bespaart, blijft over voor de volgende generatie.Veel succes!Willy IvensDirecteurVoka – Kamer van Koophandel Mechelen Steek WATT in je zak 02
  4. 4. Inhoudsopgave INLEIDING 1. RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK 1.1. Wetgevend kader 1.1.1. Reductie van de broeikasgassen 1.1.2. Energiemarkt na de vrijmaking 1.2. Wat is rationeel energiegebruik? 1.2.1. Inleiding 1.2.2. Primair energiegebruik 1.2.3. Energiekosten 1.3. Algemene principes van REG 2. ENERGIEBOEKHOUDING 2.1. Energieboekhouding: wat en waarom? 2.1.1. Wat is een energieboekhouding? 2.1.2. Waarom een energieboekhouding bijhouden? 2.2. Elektriciteitsverbruiken in kaart brengen 2.2.1. Uw elektriciteitsinstallatie 2.2.2. Registratie van elektriciteitsverbruik 2.2.3. Opvolging van het hoogspanningsverbruik met behulp van softwareprogramma’s 2.3. REG-mogelijkheden in kaart brengen 2.3.1. Principes 3. REG-MAATREGELEN 3.1. Inleiding 3.2. Verlichting 3.2.1. Binnenverlichting 3.2.2. Gebouw- en terreinverlichting 3.2.3. LED-verlichting 3.2.4. Energiebesparende mogelijkheden verlichting 3.3. Verwarming 3.3.1. Verwarmen van grote ruimtes 3.3.2. Verwarmen van kantoren 3.3.3. Productiegebonden verwarming 3.4. Koeling 3.4.1. Inleiding 3.4.2. Het koelproces 3.4.3. Koel- & vriescel-installaties 3.4.4. Klimaatkoeling (airco) 3.5. Bureautica 3.5.1. Energiebesparende stand 3.5.2. Screensaver (schermbeveiliging) 3.5.3. Power-management 3.5.4. Voordelen 3.5.5. Energielabels 3.5.6. Besparingstips 3.6. Productiegerelateerde maatregelen 3.6.1. Actief - Reactief energieverbruik 3.6.2. Kwartuurpiekbewaking 3.6.3. Motoren 3.6.4. Perslucht Steek WATT in je zak 03
  5. 5. 4. DUURZAME ENERGIE 4.1. Waarom is duurzame energie belangrijk? 4.2. Warmte uit zonlicht: passieve thermische zonne-energie 4.3. Warmte uit zonlicht: de zonneboiler 4.4. Elektriciteit uit zonlicht: fotovoltaïsche panelen of zonnecellen 4.5. Windenergie 4.6. Energie uit biomassa 4.7. Waterkracht 4.8. Warmtekrachtkoppeling (WKK) 4.9. Warmtepomp5. REG-STEUNMAATREGELEN 5.1. Vlaams Gewest 5.1.1. Ecologiepremie 5.1.2. Steun voor demonstratieprojecten energietechnologieën 5.1.3. Adviescheques 5.1.4. PRODEM-steun 5.2. Acties van de distributienetbeheerders 5.3. Federale Overheid 5.3.1. Energie-investeringsaftrek 5.3.2. Acties van het IWT6. WETGEVING 6.1. Acties in het kader van het Vlaams Klimaatsbeleidsplan 6.1.1. REG-decreet dd. 2 april 2004 6.1.2. Energieprestatiedecreet dd. 7 mei 2004 6.2. Wetgeving m.b.t de specifieke thema’s vermeld onder hoofdstuk 3 6.2.1. Verlichting 6.2.2. Elektrische installaties 6.2.3. PCB-houdende apparaten (condensatoren, transformatoren,…) 6.2.4. Verwarming 6.2.5. Koeling 6.2.6. Perslucht 6.2.7. Isolatie van gebouwenBijlage 1 - Definities en eenhedenBijlage 2 - Spreadsheets hoofdstuk 2 Inventaris verbruikers.xls Steekkaart X1.doc Rekenblad primair energiegebruik.xls Registratieformulier laagspanning.xls Registratieformulier hoogspanning.xlsReferenties Steek WATT in je zak 04
  6. 6. INLEIDINGEnergie brengt welvaart en zorgt voor een comfortabel leven. Maar ons energiegebruik heeft ook nadelen: milieuvervuiling, kli-maatverandering, uitputting van de natuurlijke voorraden.Wat kunnen we daartegen doen? Allereerst het terugdringen van de energievraag, dus energie zo efficiënt mogelijk gebruiken.Vervolgens duurzame bronnen inzetten, zoals zon, wind en biomassa. Tenslotte, zolang ze nog niet kunnen worden gemist, de fossielebrandstoffen zo schoon mogelijk aanwenden. 1. Reduceer de vraag (energiebesparing) 2. Zet duurzame 3. Gebruik fossiele brand- energiebronnen in stoffen zo schoon mogelijk EnergievraagRationeel EnergieGebruik, kortweg REG, kadert precies binnen die maatregelen om het energieverbruik te verminderen. Rationeelenergiegebruik is immers het zo efficiënt mogelijk omspringen met energie zodat het energieverbruik daalt zonder verlies aan produc-tiecapaciteit, veiligheid en comfort.Voor bedrijven heeft REG nog een ander belangrijk voordeel: minder energieverbruik betekent ook een lagere energierekening. Studiestonen immers aan dat de energiekost een groot aandeel vertegenwoordigt in de totale werkingskosten van de bedrijven. Zeker voorkmo’s kan deze kost zwaar doorwegen. Precies zij kunnen door rationalisering hun energieverbruik doen dalen.Binnen het door de Vlaamse Overheid gesubsidieerde Presti 5-project “Steek Watt in je zak !” hebben vijf Voka - Kamers van Koophandeldeze handleiding opgesteld rond rationeel energiegebruik in een kmo.De handleiding is modulair opgebouwd rond 6 hoofdstukken: rationeel energiegebruik, energieboekhouding, REG-maatregelen,duurzame energie, REG-steunmaatregelen en wetgeving. Bedrijven kunnen dus rechtstreeks het hoofdstuk raadplegen waar hun inter-esse naar uitgaat. De handleiding is opgemaakt op maat van de kmo met veel tips en praktische voorbeelden, met een aantal directbruikbare hulpmiddelen (spreadsheets) en met verwijzingen naar interessante websites. Steek WATT in je zak 05
  7. 7. 1. RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK 1.1. Wetgevend kader 1.1.1. Reductie van de broeikasgassenWoestijnen in Spanje en Italië, tropische onweersbuien en tornado’s in onze streken, stijging van het zeeniveau met 5 meter,… u heeftdie doemscenario’s over klimaatsveranderingen en de mogelijke gevolgen de laatste jaren vast ook gehoord.Broeikasgassen, CFK’s, Kyoto, ozon,… aan moeilijke woorden geen gebrek in deze materie. Wat houdt dit nu in, en vooral welke invloedheeft dit op uw bedrijf en kunnen we er misschien ook voordeel uit halen ?Klimaatverandering door broeikasgassen is een feit!Om te beginnen, broeikaseffect en klimaatverandering zijn natuurlijke fenomenen. Meer nog, zonder broeikaseffect zou er op aardegeen leven mogelijk zijn.De aarde wordt omgeven door een atmosfeer, bestaande uit stikstof en zuurstof, maar ook uit broeikasgassen zoals waterdamp, ozon,koolstofdioxide (CO2), methaan en andere. Zonder atmosfeer zou de temperatuur op aarde overdag zeer hoog en ’s nachts zeer laagzijn.De atmosfeer vermindert de hoeveelheid zonnewarmte die de aarde bereikt. Op aarde wordt de zonnewarmte gedeeltelijk geab-sorbeerd en gedeeltelijk teruggekaatst als infraroodstraling. Deze wordt door de broeikasgassen in de atmosfeer geabsorbeerd enteruggekaatst naar de aarde. Broeikasgassen zorgen er dus voor dat de warmte niet verloren gaat en ze ken als een serre. Zonderbroeikasgassen zou de gemiddelde temperatuur op aarde –18°C zijn.Samen maken de broeikasgassen minder dan 1 procent van de atmosfeer uit, maar kleine verschillen in de concentraties kunnen grotegevolgen hebben voor het terugkaatsendevermogen en dus voor de gemiddelde temperatuur op aarde en ons klimaat.Klimaatveranderingen worden voor een groot deel veroorzaakt door natuurlijke fenomenen zoals de continentendrift, vulkaanuit-barstingen, bosbranden, …Ondertussen weten we met zekerheid dat ook menselijke activiteiten bijdragen aan klimaatveranderingen, onder meer door de pro-ductie van broeikasgassen en ozonafbrekende stoffen.Deze klimaatveranderingen zullen zeker hun invloed hebben op de wereldorganisatie, zowel sociaal als economisch.Tijd voor actie!De verandering van het wereldklimaat is per definitie een internationale zaak: elk land zal er vroeg of laat mee geconfronteerd worden.Daarom besliste het hoogste orgaan van de Verenigde Naties, de Algemene Vergadering, in 1990 om een verdrag voor te bereiden omiets aan het probleem te doen.In 1992, tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties over Milieu en Ontwikkeling, ondertekenden in Rio de Janeiro (Brazilië) deafgevaardigden van 150 landen het Verdrag van Rio.De EU speelde een belangrijke rol bij de onderhandelingen in Rio en heeft nog steeds een voortrekkersfunctie op wereldvlak. Reeds in1986 keurde het Europese Parlement de eerste resoluties over klimaatbeheer goed. In 1990 besloot de Europese Unie om tegen het jaar2000 de uitstoot van broeikasgassen te stabiliseren op het peil van 1990. Steek WATT in je zak 06
  8. 8. De landen die het Klimaatverdrag ondertekenden, moeten: - een inventaris opmaken van hun emissie aan broeikasgassen; - nationale plannen uitwerken voor de stabilisering of vermindering van de uitstoot van broeikasgassen; - het wetenschappelijke en technische onderzoek steunen over het klimaatsysteem, evenals de ontwikkeling en verspreiding van relevante technologieën; - promotie voeren voor educatie- en sensibiliseringprogrammas over klimaatverandering.Het Verdrag duidt de geïndustrialiseerde landen aan als hoofdverantwoordelijke voor de uitstoot, nu en in het verleden. Zij moetendaarom de voortrekkersrol spelen bij het nemen van maatregelen en hebben een aantal bijkomende verplichtingen: - een beleid voeren zodat de netto emissie aan broeikasgassen in 2000 niet hoger is dan in 1990; - bijkomende financiële en technische ondersteuning aan ontwikkelingslanden geven, zodat ook zij aan hun verplichtingen kunnen voldoen; - ontwikkelingslanden die speciaal kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering financieel bijstaan, zodat zij zich aan deze gevolgen kunnen aanpassen.Reeds in 1995 bleek dat de verplichtingen, die de geïndustrialiseerde landen door het Verdrag van Rio kregen, niet volstaan. Daaromondertekenden ze in december 1997 in het Japanse Kyoto een bijkomend Protocol.Dit Protocol van Kyoto bevat onder meer een concrete doelstelling voor de vermindering van de emissies van broeikasgassen door degeïndustrialiseerde landen.Het Kyoto protocol voorziet voor de EU een vermindering van de emissie van 8% ten opzichte van referentiejaar 1990 voor de volgende 2gassen: CO , CH4, N2O, HFKs, PFKs en SF6 tegen de periode 2008-2012. Deze 8 % werd binnen de EU verdeeld over de Lidstaten.Ook Vlaanderen engageert zich!In Kyoto heeft België zich verbonden om een reductie te bekomen van 7,5 % broeikasgassen in 2010 t.o.v.. het referentiejaar 1990.Voor Vlaanderen werd een reductie van 5,2 % vooropgesteld.In 2004 zaten we aan 77.000 kton CO2 en de doelstelling die we moeten halen in 2010 is 62.000 kton. We hebben nog een lange wegvoor de boeg, vooral omdat de prognoses nog wijzen op een stijging in plaats van op een daling op korte termijn.De overheid wil de reductie bewerkstelligen bij die groepen, die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de CO2-uitstoot: dehuishoudens, de energiesector en de industrie.Om de kloof tussen de doelstellingen en de reële emissies van CO2 te dichten, heeft Vlaanderen een Vlaams Klimaatsbeleidsplan (VKP)opgemaakt. Om dit plan te verwezenlijken kan de Vlaamse overheid verschillende beleidsinstrumenten inzetten die zowel deCO2-emissie aan de bron als het energieverbruik verminderen. Totale CO2-emissie = CO2-emissie aan de bron x energieverbruikDe mogelijkheden om CO2 te reduceren aan de bron bestaan (vb. windenergie, zonne-energie, warmtekrachtcentrales,…), maar ze zijnbeperkt. Ook kernenergie biedt mogelijkheden om een CO2-reductie te bekomen, maar heeft dan weer andere nadelen. De reductie zaldus vooral moeten komen door een vermindering van het energieverbruik. Rationeel energiegebruik is de boodschap!Om onze Kyoto-doelstellingen te behalen werkte de Vlaamse overheid een aantal acties om minder energie te verbruiken. Specifiekvoor de sector Industrie voorziet de overheid in een aanpassing van de milieureglementering (wettelijke verplichtingen voor processen,installaties en gebouwen) en in het afsluiten van convenanten (vrijwillige overeenkomsten). Daarnaast houdt de overheid een fiscalestok achter de deur om de CO2-emissie te doen dalen: de CO2-taks.Als de doelstelling voor 2010 dan nog niet binnen handbereik is, kunnen we nog altijd emissierechten verhandelen met het buitenland.Ter ondersteuning van de industrie voorziet de overheid een aantal directe (vernieuwde ecologiesteun, fiscale aftrek, adviescheques,…)en indirecte (via de elektriciteitsnetbeheerders) steunmaatregelen. TIP Meer info over de Vlaamse acties in het kader van het Vlaamse Klimaatsbeleidsplan: raadpleeg hoofdstuk 6, punt 6.1. TIP Meer info over de steunmaatregelen op Vlaams en federaal niveau en de acties van de distributienetbeheerders: raadpleeg hoofdstuk 5. Steek WATT in je zak 07
  9. 9. 1.1.2. Energiemarkt na de vrijmakingVroeger was de band tussen u en uw elektriciteits- of gasleverancier een band voor het leven. Een gearrangeerd huwelijk, waar niemandzich echt vragen bij stelde. Die tijden zijn voorbij. Met de vrijmaking van de elektriciteits- en gasmarkt in Vlaanderen kan u zelf kiezenwaar u uw energie vandaan haalt.Sinds 1 juli 2003 is de elektriciteits- en gasmarkt in het Vlaamse Gewest volledig vrijgemaakt.De vroegere energiemarkt, waarin de intercommunales/netbeheerders zowel voor de levering van de energie als het beheer van hetdistributienetwerk zorgden, ligt nu al een tijdje achter ons. In de vrije markt zijn beide activiteiten strikt gescheiden.Aan de ene kant zijn er de netbeheerders die het distributienet uitbaten, onderhouden en ontwikkelen. De VlaamseReguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (kortweg VREG) wijst deze netbeheerders aan voor een periode van 12 jaar. Hetbeheer van het distributienet blijft een monopolieactiviteit. Dit laat toe, het bestaande net zo efficiënt mogelijk te gebruiken envoorkomt dat verschillende elektriciteits- en gasnetten naast elkaar zouden bestaan, zoals in de telecomsector wel het geval was.Aan de andere kant is de levering of de verkoop van elektriciteit en gas in de vrijgemaakte markt een concurrentiële activiteit. In tegen-stelling tot vroeger, kunt u dus kiezen tussen diverse leveranciers, onder andere op basis van de prijs en de kwaliteit van dienstverlening.De bevoegdheden van de VREG zijn beperkt door de Vlaamse energiebevoegdheid. De VREG zorgt voor een efficiënte organisatie enwerking van de Vlaamse elektriciteits- en gasmarkt. Ze wijst de netbeheerders aan en reikt leveringsvergunningen uit aan de lever-anciers. Daarnaast geeft ze adviezen aan de Vlaamse overheid om de organisatie en de werking van de energiemarkt te optimaliseren.Het Vlaamse gewest blijft ook aandacht schenken aan de bevordering van het rationele energiegebruik en de promotie van hernieuw-bare energiebronnen. Dergelijke, belangrijke elementen mogen door de vrije markt zeker niet in het gedrang komen.De elektriciteits- en aardgasprijs in de vrijgemaakte marktAls vrije afnemer heeft u een leverancier en een netbeheerder. Uw leverancier levert u elektriciteit en/of aardgas, uw netbeheerder steltzijn distributienet ter beschikking om deze energie te vervoeren tot bij u op het bedrijf. Beiden hebben recht op een vergoeding voorhun prestaties.Toch krijgt u net zoals vroeger, maar een factuur. De vergoeding van de netbeheerder is een onderdeel van de elektriciteits- enaardgasprijs die de leverancier u aanrekent op uw factuur. De leverancier stort deze vergoeding door naar de betrokken netbeheerder. TIP Meer info over de voordelen en andere aspecten van de vrijmaking van de elektriciteits- en gasmarkt of wil u de verschillende leveranciers voor elektriciteit en aardgas vergelijken: surf naar http://www.vreg.be 1.2. Wat is rationeel energiegebruik? 1.2.1. InleidingRationeel EnergieGebruik, kortweg REG, is een onderdeel van een beleid van duurzame ontwikkeling. REG tracht dit te doen doorenerzijds minder energie te gebruiken en anderzijds over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen.Economische groei op lange termijn is enkel houdbaar wanneer we rekening houden met de draagkracht van het milieu en deeindigheid van de fossiele brandstoffen aardolie, aardgas en steenkool. REG = energieverspilling, waar mogelijk, elimineren met behoud (of verbetering) van prestatie, veiligheid en comfort 1.2.2. Primair energiegebruikOm de verschillende energievormen met elkaar te vergelijken, moet we meten met dezelfde maten. Bijgevolg dienen we steeds alles teherleiden tot primair energiegebruik.Primaire energie omvat de ingekochte brandstoffen zoals aardgas en stookolie. Voor de opwekking van ingekochte, secundaireenergiedragers zoals elektriciteit is echter eveneens een hoeveelheid brandstof nodig. Ook deze hoeveelheid brandstof dienen we inrekening te brengen. Voor de omrekening van secundaire naar primaire energie, gaan we uit van een energetisch rendement van 40%voor elektriciteit en 90% voor warmte. Op bedrijfsniveau bedrijf ligt dit energetisch rendement lager door van de verliezen bij het over-brengen van de elektriciteit van de centrale naar de machines (o.a. door transport en transformeren). Steek WATT in je zak 08
  10. 10. Aangezien de percentages van een elektrische centrale algemeen gelden binnen Europa in het kader van de CO2-problematiek en debenchmarkconvenanten (zie ook hoofdstuk 6, punt 6.1.1.2 Energiebeleidsovereenkomsten), gebruiken we in deze handleiding de pri-maire energetische rendementen van 40% voor elektriciteit en 90% voor warmte, om de secundaire energie naar primaire energie teberekenen.Gebruik dus steeds volgende omrekeningsfactoren bij het vergelijken van secundaire energievormen en primaire energievormen.Herleiden tot primair energiegebruik (voor een preciezer berekening van de waarden kan u gebruik maken van het “rekenblad voor deberekening van het primair energiegebruik” in bijlage 1): • Elektriciteit: 1,0 kWhe = 2,5 kWhprim (OPGELET: DE KWH VERMELD OP DE ELEKTRICITEITSFACTUUR IS STEEDS UITGEDRUKT ALS HET SECUNDAIRE VERBRUIK EN DIENT DUS OMGEREKEND NAAR PRIMAIR VERBRUIK)∑ • Stoom: 1,0 kWhth = 1,1 kWhprim∑ • Aardgas: 1,0 kWhB = 1,0 kWhprim ~ 0,1 m3 gas∑ • Stookolie: 1,0 kWhB = 1,0 kWhprim ~ 0,1 liter 1.2.3. EnergiekostenIn de vrijgemaakte elektriciteits- en aardgasmarkt zijn het de leveranciers die de elektriciteits- en aardgasprijzen factureren aan debedrijven, de eindafnemers.De prijs die de leveranciers aanrekenen hangt meestal af van verschillende factoren: het totale jaarlijkse verbruik van de afnemer, hetaansluitvermogen, de netbeheerder, het aantal tellers,...De onderstaande tabel geeft indicatief de kostprijs voor een aantal energievormen weer.Voor de juiste energieprijzen die de leveranciers aanrekenen, kunnen we best contact opnemen met de leveranciers zelf. Zij vragen dande nodige gegevens op en bieden een aangepaste offerte.In de tabel zien we een onderscheid tussen de energievorm die het bedrijf toegeleverd krijgt en ook direct moet betalen (energievormdirect) en de energievorm die het bedrijf zelf produceert (energievorm indirect). Energievorm Gemiddelde kostprijs (EUR/kWh)* Energievorm direct Elektriciteit hoogspanning 0,04 … 0,12 (de zogenaamde Elia klanten en klanten recht- (gemiddeld 0,07 … 0,1) streeks aangesloten op het distributienet) Elektriciteit laagspanning 0,12 … 0,17 Aardgas niet-huishoudelijk 0,012 … 0,021 gebruik Aardgas huishoudelijk gebruik 0,021 … 0,025 Stookolie 0,017 … 0,045 Energievorm indirect Warm water uit CV 1,2 ...1,4 x brandstofprijs 0,015 … 0,05 Koeling op –20°C 0,4 x elektriciteitsprijs (0,015 …) 0,03 … 0,04 (…0,07) Koeling op –40°C 0,6 x elektriciteitsprijs (0,025 …) 0,045 … 0,06 (… 0,1) Perslucht op 7 bar 5 … 7 x elektriciteitsprijs (0,2 …) 0,37 … 0,7 (… 1,2)* De elektriciteits- en aardgasprijzen die door de leveranciers aangerekend worden, bestaan uit verschillende factoren, niet altijdafhankelijk van de leverancier. Ze zijn de som van de transmissiekost, de distributiekost, de heffingen en de energiekost. Steek WATT in je zak 09
  11. 11. TIP Perslucht is een zeer dure vorm van energie. Enige acties rond het persluchtverbruik leveren dan ook een mooie besparing op, want een persluchtlek van 1 mm3 kost algauw zo’n 325 EUR per jaar. Ga naar hoofdstuk 3 en bekijk onder het punt 3.6.4 de mogelijkheden om energie te besparen op een persluchtinstallatie. 1.3. Algemene principes van REGOm te komen tot rationeel energiegebruik binnen een onderneming, dienen we steeds de volgende stappen en in de onderschrevenvolgorde, te respecteren:Stap 1: Minimaliseer de energiebehoefteStap 2: Maximaliseer de energierecuperatieStap 3: Optimaliseer de energieconversieREG vergt een kritische kijk op het proces en het bedrijf, maar met gezond boerenverstand en met behulp van de onderstaande “regelsvan de goede huisvader” ligt REG binnen handbereik. Regel 1: Onderhoud de machines: een slecht onderhoud leidt tot een kwalitatief slecht product en een enorme energieverspilling Regel 2: Schakel uit wat niet moet werken: denk aan de verlichting overdag, afzetten van doseerunits, menglijnen, enz. Regel 3: Doe niet meer dan nodig: produceren met overbodige handelingen leidt tot een overdreven slijtage van de machines, een capaciteitsdaling en een hoger energiegebruikIn hoofdstuk 3 “REG-maatregelen” bespreken we een aantal mogelijkheden van energiebesparing rond de specifieke thema’s: verlicht-ing, verwarming, koeling, bureautica en productiegerelateerde maatregelen (waaronder perslucht). TIP Wanneer u rond de specifieke thema’s aan de slag gaat, vergeet dan niet dat er voor elk van de besproken faciliteiten in hoofdstuk 3 regelgevingen bestaan die een aantal verplichtingen opleggen aan de bedrijven zoals een vergunningsplicht, periodieke keuringen en metingen. Volledigheidshalve worden de belangrijkste wettelijke verplichtingen voor elk van de faciliteiten onder hoofdstuk 6, punt 6.2 besproken. Steek WATT in je zak 10
  12. 12. 2. ENERGIEBOEKHOUDING 2.1. Energieboekhouding: wat en waarom? 2.1.1. Wat is een energieboekhouding ?Een energieboekhouding volgt het energieverbruik kritisch op. De doelstelling van een energieboekhouding is immers, inzicht verwer-ven in het energieverbruik om het op te volgen en te optimaliseren.De basis voor een energieboekhouding is een analyse van het energieverbruik gedurende een representatieve en voldoende langeperiode. Deze analyse is mogelijk met een systeem dat het verbruik met een vaste regelmaat registreert (wekelijks, maandelijks,…) .Dit kan handmatig, door het noteren van de meterstanden van de energiemeters in een tabel, of automatisch via energiemeters die aaneen verwerkingspakket op pc (intern of bij de energieleverancier) gekoppeld zijn.Een hoogspanningsklant kan bij zijn elektriciteitsleverancier zijn verbruiksprofiel opvragen. Ook deze gegevens leveren veel informatie.Een energieboekhouding omvat naast de registratie van de verbruiken ook het kritisch opvolgen van de geregistreerde gegevens.Voorstelling van de gegevens in grafieken over een voldoende ruime periode is hiervoor het meest geschikt. In de softwarepakkettenvoor energieopvolging zijn steeds grafieken voorzien, voor handmatig geregistreerde gegevens kan dit vrij eenvoudig in Excel.In deze handleiding beperken we ons tot het elektriciteitsverbruik. De registratie ervan bespreken we uitvoerig met uitgewerkte voor-beelden in punt 2.2.2.Vanzelfsprekend kunnen we deze principes ook toepassen om het verbruik van andere soorten energie op te volgen (aardgas, brand-stof, …). Deze registraties gebeuren analoog maar we behandelen ze niet verder in deze handleiding. 2.1.2. Waarom een energieboekhouding bijhouden?Het regelmatig opvolgen van het energieverbruik maakt energieverbruikpatronen zichtbaar. Voordelen hiervan zijn : • U kan afwijkende verbruiken snel opsporen door het geregistreerde verbruik te vergelijken met het verbruik in vergelijkbare periodes, komen onregelmatigheden sneller aan het licht en kunnen we fouten lokaliseren. • Door het kritisch analyseren van de verbruiksgegevens kan u verbeter-mogelijkheden in kaart brengen. Hoge piekvermogens kunnen bij voorbeeld leiden tot maatregelen zoals piekuurbewaking. Bij hoog verbruik gedurende de nacht, kan u nagaan of alle toestellen die gedurende de nacht blijven opstaan, noodzakelijk zijn. • U kan de doeltreffendheid van maatregelen voor energiebesparing opvolgen. Door het energieverbruik na de maatregel te vergelijken met de vroegere verbruiken kan u de gerealiseerde energiebesparing in kaart brengen en vergelijken met de verwachte besparing. Indien het gaat om organisatorische maatregelen (vb. doven van lichten, uitschakelen van niet gebruikte toestellen, …) kan u door het opvolgen van het verbruik ook nagaan of de instructies na enkele maanden nog steeds worden opgevolgd. • U kan de gegevens gebruiken om uw medewerkers te motiveren voor energiebesparingen. Veel energiebesparingen zijn afhankelijk van de inzet van de verbruikers, bijvoorbeeld het doven van lichten of uitschakelen van niet gebruikte apparatuur. Het zichtbaar maken van de gerealiseerde besparingen overtuigt hen van het nut van de geleverde inspanningen en motiveert hen. • U krijgt een beter zicht op uw energieverbruik. Door het opvolgen van een energieboekhouding krijgt u een beter zicht op uw energieverbruik en kan u eventuele fouten in de facturatie opsporen. Bovendien kan u deze kennis gebruiken bij tariefonderhandelingen met uw elektriciteitsleverancier. • Door het opvolgen van uw elektriciteitsverbruik, gekoppeld aan productiecijfers kan u correlaties tussen elektriciteitsverbruik en productie ontdekken, waardoor u een beter zicht krijgt op de elektriciteitskosten, veroorzaakt door bepaalde niet-continue producties.Bij het in kaart brengen van uw energieverbruik merken we nogal wat begrippen uit de wereld van energie en elektriciteit. Indien uhierin niet thuis bent, kan u in bijlage 1 uitleg vinden over de meest gebruikte termen en eenheden. 2.2. Elektriciteitsverbruik in kaart brengen 2.2.1. Uw elektriciteitsinstallatieDe eerste stap bij het in kaart brengen van uw energieverbruik, is de elektriciteitsinstallatie zelf.De antwoorden op volgende vragen zullen u reeds heel wat informatie geven.Hoogspanning of laagspanning ?Indien hoogspanning : - Welke transformator is aanwezig, wat is het vermogen (in kVA) van deze transformator? Opgelet : transformatoren zijn vergunningplichtig vanaf een individueel nominaal vermogen van 100 kVA – zie hoofdstuk 6, punt 6.2.2 Steek WATT in je zak 11
  13. 13. - Indien er een transformator aanwezig is, hoe wordt deze gekoeld? Olie, PCB-olie of luchtgekoeld? PCB-houdende toestellen zijn niet meer toegelaten tenzij u een afwijking hebt verkregen. In het laatste geval moet u bij verwijdering een strikte reglementering volgen – zie hoofdstuk 6, punt 6.2.3 - Zijn er cos-phi batterijen aanwezig? Zijn deze PCB-vrij? Opgelet: PCB-houdende toestellen zijn slechts in bepaalde gevallen nog toegelaten en dienen volgens een strikte reglementering verwijderd te worden – zie hoofdstuk 6, punt 6.2.3 - Wordt de installatie regelmatig gekeurd? Zijn de laatste keuringsattesten ter beschikking?Indien laagspanning ;- Wat is het aansluitvermogen? (terug te vinden op de factuur van uw elektriciteitsleverancier)- Beschikt u over drijfkracht (380 V)?U kunt hierbij gebruik maken van de voorbeeld-steekkaart in bijlage 2. Indien u verscheidene aansluitingen hebt, moet u voor elkeaansluiting een steekkaart opmaken.VOORBEELD STEEKKAART X1 Steek WATT in je zak 13
  14. 14. 2.2.2. Registratie van elektriciteitsverbruikEen systematische en regelmatige registratie van elektriciteitsverbruik vormt de basis van een goede energieboekhouding.De voordelen van een energieboekhouding kwamen reeds eerder aan bod.Registratie van elektriciteitsverbruik gebeurt best met een vaste regelmaat, bijvoorbeeld dagelijks, wekelijks of maandelijks.Welke periodiciteit u voor uw bedrijf best hanteert, is afhankelijk van de activiteiten en het elektriciteitsverbruik. Voor kleine verbruikersmet een vrij stabiel verbruikspatroon, volstaat een maandelijkse registratie. Voor grotere verbruikers kan een wekelijkse of zelfsdagelijkse registratie aangewezen zijn.Voor verbruikers met een stabiel verbruikspatroon geeft het bijhouden van een tabel met de verbruiksgegevens voldoende informatie.Visuele voorstelling van de gegevens in een grafiek, maakt het eenvoudiger om afwijkingen vast te stellen en eventuele acties op tevolgen.In de volgende hoofdstukken bespreken we met enkele voorbeelden hoe een dergelijke registratie kan gebeuren.U kan bij de bijlagen een excel-file downloaden om direct te gebruiken of eventueel aan uw eigen behoeften aan te passen.Verbruikers met een sterk wisselend verbruikspatroon zullen uit deze eenvoudige tabellen niet voldoende informatie halen.Voor deze bedrijven bestaat een gamma softwarepakketten om hun elektriciteitsverbruik op te volgen. De mogelijkheden hiervanbespreken we verder.Ook bedrijven die een sterk wisselend piekvermogen hebben en aan piekvermogenbeheer – zie hoofdstuk 3, punt 3.6.2 - willen doen,zijn wellicht gebaat met een softwarepakket.Om te beoordelen of een dergelijk pakket interessant is, maakt u een afweging tussen de kosten voor het pakket en de bijkomendeinformatie die u erdoor verkrijgt.Bij de beoordeling van de kosten houdt u niet alleen rekening met de aankoop- of abonnementskosten voor het pakket, maar ook metde noodzakelijke aanpassingen aan de elektriciteits- of andere meters, de kosten voor het invoeren van gegevens, de eventuele kostenvoor aanpassingen (updates) of technische bijstand, ….De meeste van de aangeboden pakketten kunnen naast het elektriciteitsverbruik ook het aardgasverbruik en stookolieverbruik opvol-gen, waardoor u een volledige energieboekhouding kunt voeren. Onder het punt 2.2.3 vindt u meer informatie over deze pakketten. 2.2.2.1. Registratie van het elektriciteitsverbruik voor laagspanningsverbruikersRegistratie van het elektriciteitsverbruik op basis van meterstandenHet regelmatig aflezen van de elektriciteitsmeters en het noteren van deze gegevens in een tabel, geeft veel informatie over hetverloop van het elektriciteitsverbruik.Bij het noteren van de meterstanden is het belangrijk, de periodiciteit te respecteren. U kan bijvoorbeeld telkens de eerste werkdag vande maand de meterstanden noteren. TIPNoteer dit als taak in uw elektronische of papieren agenda!De meterstanden noteert u vervolgens in een tabel, samen met de datum van de opname.Om een correcte vergelijking te maken tussen de verschillende maanden kan u rekening houden met het aantal werkdagen in deafgelopen periode en het gemiddeld verbruik per werkdag berekenen.U kan het elektriciteitsverbruik ook koppelen aan productiegegevens en in plaats van ‘aantal werkdagen’, ‘productieaantallen’ als refer-entie gebruiken.Hieronder staat een voorbeeld gegeven van een dergelijke opvolgingstabel voor maandelijkse registratie van de meterstanden.U kan dit formulier – opgemaakt in Excel - downloaden bij de bijlagen.Gebruik van de excel-file voor het registreren van elektriciteitsverbruik per maandDeze file kan als basis dienen voor uw registraties. U kan deze file aanpassen aan de eigen behoeften van uw bedrijf.Let op: indien u meer aansluitingen hebt, kan u een afzonderlijke registratie starten voor elk van de meters (bijvoorbeeld dag en nacht-meter). U kan elk afzonderlijk verbruik samentellen zodat u een overzicht hebt van het totale verbruik.Opbouw van de fileDe file bevat een afzonderlijk tabblad voor 5 jaren (2002 –2006) en een tabblad met grafieken.U kan de tabbladen aanpassen om ook de gegevens van andere jaren te noteren. U kan het jaartal gewoon vervangen in het vak J7,waardoor alle vermeldingen van jaartallen aangepast worden.U kan dan ook de naam van het tabblad wijzigen (op de tab – rechtermuisklik – naam wijzigen – nieuw jaartal intypen).De grafieken worden automatisch opgemaakt bij het invullen van de gegevens. Steek WATT in je zak 14
  15. 15. INVULLEN VAN DE GEGEVENSDe oranje gekleurde vlakken bevatten formules. U moet deze niet aanpassen.Enkel in de witte vakken dienen gegevens ingevuld te worden.In de 2de kolom (datum opname begin maand) vult u de datum van de eerste meteropname voor januari in.Voor de volgende maanden wordt telkens de datum van de meteropname op het einde van de vorige maand overgenomen.In de 3de kolom (datum opname einde maand) vermeldt u de datum van de meteropname op het einde van de maand.In de 4de kolom (meterstand begin maand) vult u voor de maand januari de meterstand van het begin van de maand in.Voor de andere maanden wordt telkens de meterstand van het einde van de vorige maand overgenomen.In de 5de kolom (meterstand einde maand) vult u telkens de meterstand op het einde van de maand in.In de 6de kolom ( jaartal Verbruik per maand (kWh)) wordt het verbruik automatisch berekend door het verschil te maken tussen demeterstand op het einde van de maand en bij het begin van de maand.In de 7de kolom (aantal gewerkte dagen) vult u het aantal werkdagen in voor de periode tussen de twee meteropnames (dag van delaatste meteropname inbegrepen). U kan in deze kolom ook een andere parameter invoeren, zoals bijvoorbeeld productiehoeveel-heden. Let wel op dat de gebruikte parameter een eenduidig verband heeft met het energieverbruik.In de 8ste kolom (jaartal Verbruik / werkdag (kWh)) wordt het gemiddeld verbruik per werkdag voor de betreffende periode berekend.In de 9de kolom (jaartal Kost per maand in euro) kan u de kost voor de betreffende periode noteren. Indien u slechts jaarlijks eenafrekeningfactuur krijgt, kan u op basis van deze afrekeningfactuur de totale kost per kWh berekenen en deze kost vermenigvuldigenmet het totale verbruik voor de betreffende periode.Dit kan u slechts berekenen na afloop van de facturatieperiode. U kan natuurlijk van tevoren de berekeningen uitvoeren met dekostprijs per kWh van de vorige facturatieperiode en de gegevens updaten na ontvangst van de factuur.In de 10de kolom (Opmerkingen) hebt u de mogelijkheid om abnormale omstandigheden of nieuwigheden te noteren.Voorbeeld: plaatsing van een nieuwe installatie, storing van de airco-installatie, vervanging van installatie, in werking treding van eenREG-maatregel,… Steek WATT in je zak 15
  16. 16. Volgende grafieken worden dan automatisch aangemaakt :- Verbruik per maand- Gemiddeld verbruik per werkdag- Elektriciteitskost / maandUW VERBRUIK REGISTREREN OP BASIS VAN FACTUREN* Verbruik opvolgen op basis van jaarlijkse afrekeningenIndien u slechts jaarlijks een afrekening ontvangt waarop ook meterstanden zijn vermeld, zal u hieruit weinig informatie halen. U kandan enkel een gemiddeld maandelijks verbruik over het volledige jaar bepalen.De maandelijkse of driemaandelijkse voorschotfacturen die u ontvangt, zijn berekend op basis van het verbruik van het vorige jaren enbevatten geen informatie over de huidige verbruiken.We raden u dan ook aan om minimaal maandelijks de meterstanden op te nemen en te registreren zodat u een beter zicht krijgt op deschommelingen in het verbruik .Verbruiksgegevens op basis van jaarlijkse afrekeningen uit het recente verleden (1 tot 2 jaar) kunnen u evenwel nuttige informatiegeven en als vergelijkingsbasis dienen voor de geregistreerde gegevens.Indien u niet de beschikking hebt over maandelijkse registraties van meterstanden van de vorige jaren, kan u in elk geval op basis vande elektriciteitsfacturen een gemiddeld maandelijks verbruik voor deze periode bepalen.U kan deze informatie invoeren in de Excel-file voor opvolging van de maandelijkse meteropnames. De kolommen 2 tot en met 5 (dataen meterstanden) blijven dan blanco.In kolom 6 (verbruik per maand in kW) voert u het gemiddeld maandelijks verbruik over de facturatieperiode in.* Verbruik opvolgen op basis van maandelijkse afrekeningsfacturenIndien u maandelijks een factuur ontvangst met vermelding van meterstanden kan u deze gegevens invoeren in de Excel-file voor reg-istratie van de maandelijkse meteropnames. TIP Bij laagspanning bepaalt het aansluitvermogen het maximale vermogen dat u kan afnemen. Indien u meer vermogen afneemt, zal de zekering springen. Indien u uw machinepark uitbreidt, kan het dus nodig zijn om het aansluitvermogen te laten verhogen. Ga echter eerst na of de stroombanen gelijkmatig verdeeld zijn over de drie fasen. Misschien kan u door een gelijkmatige verdeling vermijden dat u een verzwaring van het aansluitvermogen moet vragen en kan u besparen op uw elektriciteitskost. Voor het aansluitvermogen wordt immers een vaste vergoeding per maand aangerekend. Steek WATT in je zak 16
  17. 17. 2.2.2.2. Registratie van energieverbruik voor hoogspanningsverbruikersVoor hoogspanningsverbruikers geeft het aflezen van de meterstand slechts een deel van de informatie. De waarde van cos-phi en hetkwartiervermogen (piekvermogen) kan u immers niet op de meters aflezen. In bijlage 1 vindt u een omschrijving van een aantal vaakgebruikte termen, zoals cos phi en piekvermogen.Indien u van uw elektriciteitsleverancier maandelijks afrekeningfacturen ontvangt, kan u deze gegevens gebruiken om uw elek-triciteitsverbruik op te volgen.Volgende gegevens zal u op uw factuur terugvinden : - verbruik normale uren (in kWhnu) - verbruik stille uren (in kWhsu) - reactief verbruik (in kVAhr), eventueel opgesplitst naar inductief en capacitief verbruik - cos phi - kwartiervermogen (in kW) of piekvermogen - maximale kwartuurpiek (in kW, soms ook opgedeeld in een piekvermogen tijdens de stille uren en een piekvermogen tijdens de normale uren)Deze gegevens kan u opvolgen in een Excel werkblad. U kan in bijlage een excelwerkblad downloaden waarin u deze gegevens overeen periode van vijf jaar kan invullen.De file bevat afzonderlijke tabbladen voor 5 jaren (2002 –2006) en drie tabbladen met grafieken. Het tabblad Tabellen dient enkel omde grafieken op te maken – u hoeft hierin niets in te vullen.De grafieken worden automatisch opgemaakt bij het invullen van de gegevens.U kan de tabbladen aanpassen om ook de gegevens van andere jaren te noteren. U kan het jaartal gewoon vervangen in het vak J7,waardoor alle vermeldingen van jaartallen aangepast worden.U kan dan ook de naam van het tabblad wijzigen (op de tab – rechtermuisklik – naam wijzigen – nieuw jaartal intypen).Invullen van de gegevensDe oranje gekleurde vlakken bevatten formules. U moet deze niet aanpassen.Enkel in de witte vakken dienen gegevens ingevuld te worden.In de 2de kolom (jaartal verbruik Normale uren (kWh nu) komt het verbruik gedurende de normale uren (op de factuur vermeld alsverbruik normale uren of verbruik dag)In de 3de kolom (jaartal verbruik stille uren (kWh su) komt het verbruik gedurende de stille uren (nacht – weekend), op de factuur ver-meld als verbruik stille uren, verbruik nacht of verbruik weekend.In de 4de kolom (jaartal Totaal verbruik) komt het totale elektriciteitsverbruik, berekend door de som te maken van kolom 2 en kolom 3In de 5de kolom (Aantal werkdagen) vult u het aantal werkdagen in voor de periode tussen de twee meteropnames (dag van de laatstemeteropname inbegrepen). Steek WATT in je zak 17
  18. 18. U kan in deze kolom ook een andere parameter invoeren, zoals bijvoorbeeld productiehoeveelheden.Let wel op dat de gebruikte parameter een eenduidig verband heeft met het energieverbruik.In de 6de kolom ( jaartal Verbruik per werkdag normale uren) komt het verbruik per werkdag voor de normale uren automatisch, berek-end door het verbruik normale uren te delen door het aantal werkdagen.In de 7de kolom ( jaartal Verbruik per werkdag stille uren) komt het verbruik per werkdag voor de stille uren, automatisch berekenddoor het verbruik stille uren te delen door het aantal werkdagen.In de 8ste kolom (jaartal totaal verbruik per werkdag) wordt het verbruik automatisch berekend door het totaal verbruik te delen doorhet aantal werkdagen.In de 9de kolom (cos phi) vult u de cos phi waarde in.In de 10de kolom (maximaal vermogen) noteert u het piekvermogen.In de 11de kolom (Opmerkingen) hebt u de mogelijkheid om abnormale omstandigheden of nieuwigheden te noteren. Voorbeeld:plaatsing van een nieuwe installatie, storing van de airco-installatie, vervanging van installatie, inwerkingtreding van een REG-maatregel,…Volgende grafieken worden automatisch aangemaakt :- verbruik normale uren- verbruik stille uren- totaal verbruik- gemiddeld verbruik per werkdag- Overzicht elektriciteitsverbruik (tab overzicht – grafieken)- Overzicht cos phi (tab grafieken – cos phi –piekv)- Overzicht piekvermogens (tab grafieken – cos phi –piekv) Steek WATT in je zak 18
  19. 19. 2.2.3. Opvolging van het hoogspanningsverbruik met behulp van softwareprogramma’sEr bestaat een heel gamma softwareprogramma’s voor opvolging van energiegebruik, zowel aangeboden door elektriciteitsleveranciersals door softwareleveranciers.Met behulp van deze softwaretoepassingen kan u uw (hoogspannings)verbruik opvolgen en er een beter inzicht in krijgen. Voorlaagspanning zijn deze toepassingen niet geschikt.Beter inzicht in uw elektriciteitsverbruik laat u toe om uw verbruik bij te sturen en een efficiënt energiebeleid uit te werken.De aangeboden softwaretoepassingen variëren van zeer eenvoudige toepassingen die slechts toelaten het elektriciteitsverbruik uit hetverleden op te volgen, tot toepassingen waarmee u het verbruik onmiddellijk (in real time) kan opvolgen en waaraan u besturingssyste-men kan koppelen, bijvoorbeeld in het kader van piekbeheer (zie hoofdstuk 3, punt 3.6.2).Er is een onderscheid tussen de verschillende systemen, zowel op niveau van de dataregistratie, van de dataverwerking als van debeschikbare gegevens.Dataregistratie : - telemetriesystemen, die via dataloggers die pulsen ontvangen van de energiemeters, automatisch de meetgegevens inlezen - systemen met manuele ingave waarbij de gebruiker zelf de meterstanden ingeeft in de software.Dataverwerking : - internetsystemen, waarbij de software en de databank op een internetserver zijn geplaatst en de gebruiker zijn gegevens invoert en opvraagt via het internet. Let hierbij op dat het systeem werkt met een beveiligde internetverbinding en een persoonlijk paswoord. - systemen die geïnstalleerd zijn op lokale PCs.Beschikbare gegevens - systemen waarbij u kan beschikken over uw verbruiksgegevens uit het verleden. Meestal zijn de gegevens beschikbaar na een dag. U kan dus telkens de gegevens tot en met de vorige dag bekijken. - Real-time systemen waarbij u de onmiddellijke verbruiksgegevens kan zien, naast de verbruiksgegevens uit het verledenBij de keuze van een softwaretoepassing kan u zich laten leiden door volgende aandachtspunten : - Is de softwaretoepassing gratis of dient u hiervoor een abonnement of een eenmalige kost te betalen? - Indien u het softwarepakket dient aan te kopen, wat kosten updates van het programma? - Is een aanpassing van uw elektriciteitsmeter(s) nodig en hoeveel kost deze aanpassing? - Draait de toepassing op uw pc’s (let op voor oudere besturingssystemen)? - Kan u in het systeem op een eenvoudige manier rapporten en grafieken opvragen? - Kan u gedetailleerde verbruiksgegevens opvragen, bijvoorbeeld tot op 15 minuten? - Kan u de tabellen en grafieken op een eenvoudige wijze kopiëren of exporteren zodat u deze kan gebruiken in een presentatie of eigen verslagen? - Is de invoer van gegevens niet te omslachtig? - Kan u terecht bij een helpdesk indien u vragen hebt? - Kan u andere verbruik opvolgen binnen hetzelfde pakket (vb. aardgas, water, stookolie, …)Contacteer uw energieleverancier of uw installateur voor een overzicht van de mogelijkheden. 2.3. REG-mogelijkheden in kaart brengen 2.3.1. PrincipesOm te weten waar u energie kan besparen, is het belangrijk inzicht te hebben in de verdeling van het elektriciteitsverbruik over de ver-schillende installaties en toestellen in uw bedrijf.Meestal denkt men de grootste verbruikers wel te kennen, maar het opstellen van een verbruikerslijst kan soms tot verrassende vast-stellingen leiden.Een inventaris van elektrische toestellen en hun verbruik verstrekt inzicht in de verdeling van het elektrische verbruik.Ideaal zou zij als u het energieverbruik van elke installatie over een voldoende lange periode zou kunnen meten zodat u het gemid-delde verbruik van elk van deze installaties kent.Voor belangrijke energieverbruikers kan u overwegen afzonderlijke meters te plaatsen of kan u het verbruik gedurende een periodelaten opvolgen. U kan het verbruik van individuele toestellen gedurende een korte periode opvolgen door het gebruik van eenenergiemeter. Deze energiemeters zijn te koop in de vakhandel of bij uw installateur. Meestal bestaat ook de mogelijkheid omenergiemeters te ontlenen voor een korte periode.Voor de meeste installaties is het plaatsen van extra meters moeilijk en wegen de kosten en inspanningen niet op tegen de teverwachten informatie. In dat geval kunnen we het verbruik theoretisch berekenen. Hou er echter rekening mee dat deze theoretischeberekeningen slechts indicaties zijn en zeker geen exacte gegevens zijn.We splitsen de werkwijze op in drie delen : het machinepark, de verlichting en het kantoor (bureautica). Als voorbeeld nemen we deinventaris van het bedrijf WATT-test, een klein bedrijf met 20 werknemers met als activiteit machinebouw.In de bijlage vindt u een excel-werkblad dat als basis kan dienen voor de berekeningen voor uw eigen bedrijf. Steek WATT in je zak 19
  20. 20. 2.3.1.1. MachineparkWaarschijnlijk is in uw bedrijf reeds een lijst aanwezig van machines en hun geïnstalleerde vermogens. Deze lijst is immers nodig in hetkader van een milieuvergunningsaanvraag of een aangifte van de bedrijfsactiviteit.Indien dergelijke lijst niet ter beschikking is kan u het vermogen terugvinden in de technische informatie van de machine of op het zil-verkleurige plaatje met technische gegevens op de machine.Voorbeeld inventaris machinepark Inventaris machinepark WATT-test Machine nummer Omschrijving machine Geïnstalleerd vermogen M1 Draaibank 0.75 kW M2 Draaibank 1.00 kW M3 Plooibank 7.50 kW M4 Lasinstallatie halfautomaat 0.50 kW M5 Kolomboor 1.50 kW M6 Zaagmachine 0.75 kW M7 Freesmachine 0.90 kW M8 Plaatschaar 7.80 kW M9 Compressor 25 kW M10 Verwarming 50 kWTheoretisch zouden we het verbruik van elke installatie kunnen bepalen door het geïnstalleerde vermogen te vermenigvuldigen methet aantal draaiuren.Indien we dit theoretische vermogen zouden vergelijken met het werkelijk afgenomen vermogen, zouden we echter merken dat ditveel te hoog is.Dit is eenvoudig te verklaren. Een machine neemt niet steeds het maximale, geïnstalleerde, vermogen op. Het werkelijk opgenomen ver-mogen is namelijk afhankelijk van de belasting van de motor. Vooral bij mechanisch toepassingen kan het werkelijk afgenomen vermo-gen merkelijk lager zijn dan het geïnstalleerde vermogen.Voor verlichting wordt het geïnstalleerde vermogen volledig benut gedurende de branduren.Bij compressoren en verwarming wordt het geïnstalleerde vermogen enkel volledig benut tijdens de draaiuren, tenzij de compressorvoorzien is van een toerentalregeling.In de berekening moet u dus rekening houden met een benuttingfactor, afhankelijk van het soort installatie. Deze factor ligt steedstussen 0 en 1.Het inschatten van deze benuttingfactor is niet eenvoudig en kan enkel een raming zijn.In elk geval dient u op het einde van alle berekeningen het berekende verbruik te vergelijken met het werkelijke verbruik. Op basis vandeze vergelijking kan u de benuttingfactoren nog aanpassen zodat het berekende en het werkelijke verbruik in overeenstemming zijn.In de bijlage kan u een excel-file downloaden die als basis kan dienen voor de inventarisatie. U kan deze file aanpassen aan debehoeften van uw bedrijf.U kan de lijst vereenvoudigen door een aantal machines samen te vermelden. U kan bijvoorbeeld alle machines van de onderhoud-safdeling of alle machines van een productielijn op een lijn vermelden, op voorwaarde dat het aantal draaiuren en de benuttingfactorongeveer gelijk zijn. Steek WATT in je zak 20
  21. 21. OPBOUW VAN DE FILEDe file bevat 4 tabbladen: een tabblad voor het machinepark, een voor de verlichting, een voor de kantoortoestellen en een samenvat-ting.De oranje gekleurde vlakken bevatten formules. U moet deze niet aanpassen.Enkel in de witte vakken komen gegevens.Invullen van de gegevensIn de tabel worden volgende zaken ingevuld : - Interne code of machinenummer - Naam of omschrijving machine - Geïnstalleerd vermogen - Draaiuren per dag voor de betreffende machine - Werkdagen per jaar voor de betreffende machine - Benuttingfactor: factor tussen 0 en 1De laatste kolom (verbruik per jaar) berekenen we op basis van de ingevulde gegevens.Het verbruik per jaar bekomen we door het geïnstalleerde vermogen te vermenigvuldigen met de draaiuren per dag, het aantalwerkdagen per jaar en de benuttingfactor.Bij de berekening maken we gebruik van een aantal geschatte waarden. De benuttingfactor is in elk geval reeds een raming en veelbedrijven zullen ook een schatting van het aantal draaiuren moeten maken. Indien het aantal draaiuren van de verschillende machinesniet bekend is, kunnen sommige bedrijven dit wellicht inschatten op basis van productiegegevens .Het aantal productie-eenheden per uur voor een bepaalde installatie geeft een indicatie van het aantal draaiuren, nodig voor een pro-ductie-eenheid (of honderd eenheden) zodat op basis van het aantal geproduceerde eenheden per jaar een raming kan gemaakt wor-den van het aantal draaiuren).Het berekende verbruik is in elk geval slechts een indicatie van het werkelijke verbruik.Indien voor bepaalde installaties een werkelijk gemeten verbruik beschikbaar is kan dit rechtstreeks in de laatste kolom ingevuld worden. Steek WATT in je zak 21
  22. 22. 2.3.1.2.VerlichtingHet opstellen van een inventaris van de verlichting vindt best plaats per afdeling of per lokaal.Net zoals voor het opstellen van de inventaris van het machinepark stellen we een tabel op met de geïnstalleerde vermogens en debranduren.Invullen van de gegevensPer lokaal of afdeling vullen we het aantal lampen, het type en het vermogen per lamp in. Voor het aantal branduren maken we eenschatting.Indien in een afdeling of lokaal verschillende types lampen gebruikt, nemen we een lijn per type lamp.Opgelet: vergeet het vermogen van de ballast niet in te vullen bij TL-lampen! Deze kolom vullen we niet in voor gloeilampen en halo-geenlampen.Het totaal vermogen berekenen we door het aantal lampen te vermenigvuldigen met de som van het vermogen van de lamp en deballast, en dit te delen door 1000. Het vermogen van lampen is immers uitgedrukt in W. Bij het berekenen van het totale vermogen inkW dient u dus te delen door 1000.Het verbruik per jaar berekenen we door het totale vermogen te vermenigvuldigen met het aantal branduren per dag en het aantalwerkdagen per jaar. 2.3.1.3. KantoortoestellenU kan een vergelijkbare inventaris maken van het kantoormateriaal (PC’s, printers, kopiers, …) met de werkelijke vermogens voor elk vande toestellen.Een gedetailleerde inventaris van het verbruik van kantoormateriaal is echter enkel interessant als het elektriciteitsverbruik door kan-toortoestellen een groot gedeelte uitmaakt van uw totaal verbruik.In het andere geval kunt u een raming maken van het verbruik aan de hand van een aantal richtwaarden voor kantoorapparatuur. Vermogen Vermogen Toestel bij actief verbruik (in Watt) in stand-by ( in Watt) PC 40 20-30 Scherm (CRT) 80 10-15 Flatscreen 15-30 Laserprinter 90-130 20-30 Kopieertoestel 120-1000 30-250 Faxtoestel 30-40 10 Drankautomaat 350-700 300 Steek WATT in je zak 22
  23. 23. Invullen van de gegevensPer lokaal of afdeling inventariseren we de kantoortoestellen met gelijk of ongeveer gelijk vermogen.Voor het vermogen kunnen we werkelijke vermogens of richtwaarden gebruiken. Het aantal uren zullen we waarschijnlijk moetenschatten. De vermogens voeren we in Watt in.Het totale verbruik berekenen we door het aantal toestellen te vermenigvuldigen met het vermogen per toestel, het aantal activiteit-suren per dag en het aantal werkdagen per jaar en te delen door 1000 (omrekening naar kW). In het tabbladsamenvatting staat dan hetoverzicht van de energiegebruikers.Het totaal berekende verbruik kunnen we dan vergelijken met het werkelijke energiegebruik op jaarbasis.Indien er een groot verschil is tussen het berekende en het werkelijke energiegebruik, dienen we te concluderen dat een aantal vanonze ramingen niet correct waren. We kunnen dan bijvoorbeeld de benuttingfactor voor een aantal installaties aanpassen zodat hetberekende verbruik beter in overeenstemming is met het werkelijke elektriciteitsverbruik.Houd er steeds rekening mee dat deze inventarisatie slechts een indicatie is en enkel de bedoeling heeft de grootste energieverbruikerste identificeren en de mogelijkheden voor energiebesparende maatregelen in kaart te brengen. In hoofdstuk 3 vindt u een overzichtvan de energiebesparende maatregelen (REG-maatregelen) voor verschillende toepassingen.Op basis van het overzicht van de verbruikers en de REG-mogelijkheden voor de verschillende toepassingen kunnen we dan een REG-actieplan uitgewerken, rekening houdend met de benodigde investering en terugverdientijd. Maatregelen, die invloed hebben op degrootste verbruikers en maatregelen met beperkte investeringen (bvb. organisatorische maatregelen), hebben hierbij vanzelfsprekendvoorrang.Voor het voorbeeldbedrijf Watt-test kunnen we concluderen dat REG-maatregelen voor het machinepark en de verlichting het meestaangewezen zijn. Hiernaast kunnen we ook een aantal organisatorische maatregelen zoals het doven van lichten en het uitschakelenvan computers en kopieertoestellen bij afwezigheid doorvoeren. Steek WATT in je zak 23
  24. 24. 3. REG-MAATREGELEN 3.1. InleidingDit hoofdstuk concentreert zich op breed toegepaste mogelijkheden van energiebesparing bij energie-intensieve voorzieningen. Denadruk ligt hierbij op technische maatregelen. De informatie in dit hoofdstuk richt zich niet op toepassingen of maatregelen die speci-fiek zijn voor een bepaalde bedrijfstak. Ze probeert een globaal overzicht te geven van mogelijke REG-maatregelen.Naast het toepassen van bovengenoemde technische maatregelen is natuurlijk ook het sensibiliseren van de medewerkers rond zuinigenergieverbruik heel belangrijk om tot effectieve energiebesparing te komen. Energiezorg omvat immers maatregelen op het vlak vancommunicatie, gedrag en techniek. 3.2. VerlichtingVerlichting is in vele gevallen een grote energieverbruiker. In kantoren gaat gemiddeld 50% van het elektriciteitsverbruik naar verlicht-ing; in montagehallen en magazijnen loopt het verbruik van verlichting vaak op tot 70 à 90% van het totale verbruik. Dankzij moderneverlichtingstechnieken zoals hoogfrequente TL-lampen en elektronische voorschakelapparatuur kan het energiegebruik van de meesteverlichting drastisch worden teruggeschroefd. Ook daglichtgestuurde regelingen en schakelingen in zones kunnen een groteenergiewinst opleveren.De verlichtingssterkte heeft een belangrijke invloed hebben op het energieverbruik. Het is dus noodzakelijk een juiste keuze van ver-lichtingsterkte te maken. Onderstaande tabel geeft de standaard verlichtingsterktes weer: Aard van de verlichting typering van de taak verlichtingsterkte (lux*) Voorbeelden Oriëntatieverlichting (geen of Waarnemen van grote objecten incidentieel gebruik als 50 Opslagruimte, parkeergarage en beweging van personen werkruimte) Waarnemen van zeer grove 100 Gang, trappenhuis details Werkverlichting (permanent Constructiewerk, smederij, mag- Waarnemen van grove details 200 gebruik als werkruimte) azijn Lezen, schrijven en waarnemen van vergelijkbare details en con- 400 Kantoor, leslokaal trasten Waarnemen van kleinere details 800 Tekenkamer, fijn montagewerk en zwakkere contrasten Waarnemen van zeer fijne Precisiewerk, kadastraal tekenen, Speciale werkverlichting details en zwakke contrasten op 1.600 fijn inspectiewerk donkere achtergrond Waarnemen aan de grens van Microminiaturisatie, operati- >3.200 het gezichtsvermogen etafelTabel: Standaard verlichtingssterktes*verlichtingssterkte (lux) = lichthoeveelheid per oppervlakte-eenheid (1 lx = 1 lm/m_) 3.2.1. BinnenverlichtingEerst en vooral moeten we nagaan op welke plaatsen en in welke mate licht noodzakelijk is. Het verlichtingsniveau is immers afhanke-lijk van de werkzaamheden die in de ruimte gebeuren. TIP Gloeilampen mogen dan wel spotgoedkoop zijn en een aangenaam licht geven, toch produceren ze hoofdzakelijk warmte. Vervang daarom gloeilampen door spaarlampen. Dit levert een elektriciteitsbesparing op van 75% à 80%. De meeste spaarlampen passen in dezelfde fittings en armaturen als voor gloeilampenSpaarlampen zijn in feite kleine, gebogen TL-buisjes met in de voet een ingebouwd voorschakelapparaat. Ze gebruiken veel minderenergie dan gloeilampen en kunnen in gewone armaturen gebruikt worden. Tegenwoordig hebben spaarlampen vaak dezelfdeafmetingen en dezelfde lichtkleur als gloeilampen.Verder zijn er nu elektronische spaarlampen te koop die binnen een halve seconde zonder flikkeren opstarten en binnen 100 seconden90% van de lichtsterkte bereiken. Dit verhoogt het comfort. Ze kunnen zonder bezwaar vaak in- en uitgeschakeld worden.Regelmatig aan en uit doen van TL- en spaarlampen kost geen extra energie. Het kan wat extra slijtage geven. Vuistregel: verlaat u eenruimte voor langer dan 3 minuten, dan loont het de lamp uit te doen.Wilt u een gloeilamp vervangen door een spaarlamp, deel dan het vermogen van de gloeilamp (Watt) door vier. Steek WATT in je zak 23
  25. 25. Bron: Verlichting, Gedis 2004.PraktijkvoorbeeldEen spaarlamp kost gemiddeld 7 euro en een gloeilamp 0,90 euro. Een spaarlamp is in aanschaf dus duurder dan een gloeilamp.Maar die extra kosten verdient u in een jaar weer terug. Op de lange duur zijn spaarlampen erg voordelig. Dat komt door de lageenergiekosten en de lange levensduur.Een spaarlamp van 15 Watt geeft net zo veel licht als een gloeilamp van 60 Watt. De spaarlamp verbruikt per jaar (uitgaande van1000 branduren) 15 kWh elektriciteit, de gloeilamp 60 kWh. Dat is een besparing 45 kWh, ofwel van 7,65. Binnen een jaar heeft u deaanschafprijs van de spaarlamp er dus al uit. Vanaf dat moment gaat u verdienen op de spaarlamp.Een goede spaarlamp brandt gemiddeld 10.000 uren, dat is ongeveer tien keer langer dan een gloeilamp (1000 branduren). In die 10.000branduren betaalt u maar enmaal de aanschafkosten van een spaarlamp ( 7 ) en voor de gloeilamp doet u dat tien keer (10 X 0,909 ). TIP De lichtopbrengst per armatuur (lichtbak) verbetert met spiegeloptiekarmaturen. Bij bestaande systemen kunnen we reflecterende kappen toevoegen. Hierdoor bekomen we met minder armaturen dezelfde lichtopbrengst. In een bestaande situatie kunnen we overgaan tot het halveren van het aantal TL-buizen wat dus ook een halvering van het energieverbruik oplevert.De licht-efficiency kunnen we ook verhogen door het toepassen van hoogfrequente voorschakelapparatuur. Hierdoor kunnen we dehoeveelheid armaturen verminderen. Bij deze armaturen met voorschakelapparaten kan ook de nieuwe TL5-lamp* worden toegepast.Het elektriciteitsverbruik is 20 % tot 30 % lager dan van een conventionele armatuur. Bij een volledige relighting, waar we oudereweinig efficiënte lampen én armaturen vervangen, kan de totale energiebesparing oplopen tot 60% en meer.In ruimten, waar de omgevingscondities het gebruik van hoogfrequente voorschakelapparatuur niet toelaten (bv. temperaturen <5°Cen > 35°C), kunnen we ook verliesarme, magnetische ballasten gebruiken in plaats van de traditionele voorschakelapparaten. TIP Een goed onderhoud van uw verlichting zorgt voor efficiëntere verlichting. Door vuil en stof op de verlichting gaat de licht sterkte achteruit. Een regelmatige reiniging van de verlichting is dus noodzakelijk. TIP Streef voor ruimtes met een plafondhoogte van maximaal 3m, een energetisch verantwoord verbruik na van maximaal 2W/m_/100 lux.ACCENTVERLICHTINGSpot- of accentverlichting is altijd energie-intensief en inefficiënt als basisverlichting. In representatieve ruimten of showrooms isaccentverlichting echter een veelgebruikte vorm. De volgende lamptypes zijn de meest efficiënte vormen van accentverlichting:Voor kleine spots, bedoeld voor het verlichten van kleine voorwerpen vanaf korte afstand, zijn laagvolt halogeenlampen (20 W of 50 W)geschikt. Het energiegebruik hiervan is 25% van dat van kopspiegellampen. Een nog veel beter alternatief voor de halogeenspots, zijnde metaalhalogenidelampen. Deze zijn vanaf een vermogen van 38 W beschikbaar en geven 6x meer licht dan een halogeenspot vanhetzelfde vermogen. Wat ook kan, is gebruik maken van compacte fluorescentielampen (spaarlampvormige lampen). Deze zijnongeveer 5x zuiniger dan halogeenlampen. Voor grote spots komen de metaalhalogenide lamp (binnen en buitenverlichting) en desuperhogedruk natriumlamp (buitenverlichting) in aanmerking. Deze zijn extra aantrekkelijk omdat, vergeleken met reflector- en pers-gaslampen, minder lampen nodig zijn. Bijkomend voordeel is de langere levensduur van de lampen. De kosten zijn afhankelijk van hettype. Een los halogeen reflectorlampje kost ongeveer 3,5 per stuk (20 of 50 Watt). De bijpassende steeklampjes zijn er vanaf 2 perstuk. Besparing op het energieverbruik van de verlichting tot 25% Terugverdientijd 4-6 jaar. Daarnaast is de levensduur van halogeen-lampen langer.* TL5-lamp: relatief nieuwe generatie fluorescentielamp. Met zijn kleine diameter 16mm, 40% dunner dan de huidige TLD-generatie.Ontworpen voor hoge lichtopbrengst (tot 7000 lm); gemiddelde levensduur van 20.000 branduren, hoge specifieke lichtstroom tot104 lm/W, 8% zuiniger dan traditionele TL-buizen; zeer efficiënte fluorescerende laag, bevat absoluut de minimale waarde aan kwik,specifiek ontworpen voor gebruik met een elektronisch hoogfrequent voorschakelapparaat en dimbaar. Steek WATT in je zak 24
  26. 26. Sturing van de binnenverlichtingIn ruimten waar niet continu personen aanwezig zijn, zoals een magazijn of een opslagruimte, kunnen we een aanwezigheidsschakelaarplaatsen. Sensoren stellen vast of iemand in het vertrek aanwezig is. Is dit niet het geval, dan schakelt de verlichting na een bepaaldetijd automatisch uit. De besparing kan oplopen van 10% tot 90% , afhankelijk van het gebruikspatroon.Met behulp van daglichtafhankelijke regeling wordt de verlichting afgestemd op de lichtbehoefte, afhankelijk van de hoeveelheiddaglicht. Bijv. in een gang, kantine, magazijn. De besparing loopt snel op tot 50%! Natuurlijk is de beste en goedkoopste oplossing omzoveel mogelijk gebruik te maken van het natuurlijke daglicht m.b.v. lichtkoepels en lichtstraten in loodsen en magazijnen.De verlichting kan beter worden afgestemd op de aanwezigheid van mensen en/of de verlichtingsbehoefte door het aanbrengen vanmeer lichtschakelgroepen (indelen in zones) die elk apart aan- of uitgezet kunnen worden. In ruimten waar niemand aanwezig is of ingedeelten van een ruimte waar men geen licht nodig heeft, kan het licht dan uit.Installeer bij voorkeur een raamzijdegroep en een binnenzijdegroep. Plaats de schakelknoppen iets uit elkaar zodat niet met een drukalle verlichting ingeschakeld kan zijn. Deze maatregel bespaart al snel zo’n 15%.Een tijdschakelklok kan de verlichting uitschakelen als er geen behoefte aan is. De schakelaar kan gekoppeld zijn aan een armatuur, aande verlichting in een ruimte of aan de verlichting van het gehele gebouw. In het specifieke geval van showroomverlichting, kan de ver-lichting van modellen in de showroom opgedeeld zijn in verschillende groepen, gekoppeld aan een tijdschakelaar. Buiten bedrijfstijdenworden dan alleen nog die modellen verlicht, die van buiten zichtbaar moeten zijn. Een digitale tijdschakelaar met weekprogrammeringkost tussen de 15 en 35. Een met de hand instelbare tijdklok kost ongeveer 10. De besparing op het elektriciteitsverbruik ligttussen de 10% en 25% en is sterk situatieafhankelijk. Terugverdientijd 1-3 jaar.Een andere vorm van de tijdschakelklok is de veegschakeling. Met een veegschakeling wordt op een zeker tijdstip (bijvoorbeeld bij aan-vang van de pauze of bij einde van de werkdag) de gehele verlichting uitgeschakeld. Gebruikers dienen zelf de verlichting weer in teschakelen. Deze veegschakeling kan ook voor bureautica gebruikt worden zodat ook computers en printers uitgeschakeld worden.Deze techniek is vooral bij nieuwbouw een haalbare kaart: toestellen die niet mogen uitgeschakeld worden (zoals server, back-up, etc)dienen immers op een andere netschakeling te staan die niet gestuurd wordt door de veegschakeling.Praktijkvoorbeeld:Cera Holding uit Heverlee, een kantoorsituatie met 42 medewerkers, maakte tot voor kort gebruik van de bestaande infrastructuur,namelijk een schakelsysteem van de verlichting dat niet afgestemd was op de functionele entiteiten. Bovendien bleef de verlichtinggedurende de nacht branden omwille van de veiligheid. Het elektriciteitsverbruik lag vrij hoog: op jaarbasis werd ongeveer 155.000kWh verbruikt.Door zonering van de verlichting (een investering van 1.186 ), intensieve sensibilisatie van het personeel en een aanpassing van defysische en elektronische beveiliging, daalde het totale elektriciteitsverbruik 67.000 kWh per jaar, een vermindering met 56 %! Hetfinanciële resultaat was een minder uitgave van 9.536. Rekening houdende met de investering van 1.186, geeft dit een nettoresultaat van 8.350 op jaarbasis. 3.2.2. Gebouw- en terreinverlichtingOok de buitenverlichting wordt best zo energie-efficiënt mogelijk gekozen. De keuze van verlichting is afhankelijk van het doel:beveiligingsverlichting heeft andere vereisten dan verlichting van bijvoorbeeld een parking.In het algemeen moet men zich afvragen of de verlichting continu aan moet.Wanneer verlichting alleen ter beveiliging is geïnstalleerd, hoeft deze alleen aan bij aanwezigheid van indringers aan te springen: dezogenaamde schrikverlichting. Bij camerabeveiliging moet de soort verlichting afgestemd zijn op de soort camera. Tegenwoordig zijn ercamera´s op de markt, die voldoende kunnen registreren bij 1 lux of minder.Voor buitenverlichting zijn verschillende soorten lampen beschikbaar, met elk hun eigen toepassingsgebied. Energieverbr Type Levensduur (uren) Kleurweergave [W/1000 lm] (**) lagedruk natriumlamp 5-10 7.500 Geen hogedruk natriumlamp 6,5-12,5 5.000 - 7.500 slecht tot matig langwerpige fluorescentielamp 9,5-12,5 6.000 - 12.500 matig tot goed metaalhalogenidelamp 12-15 6.000 matig tot goed compacte fluorescentielamp 13-20 5.000 - 8.000 Goed inductielamp (*) 14-15 60.000 Goed hogedruk kwiklamp 17-25 7.500 slecht tot matig halogeenlamp 66-145 2.000 - 3.500 zeer goed gloeilamp 90-145 1.000 zeer goed(*) Aanschafkosten zijn zeer hoog. Alleen rendabel voor moeilijk bereikbare plaatsen. Bron: Informatieblad Kantoorgebouwen, Infomil. Steek WATT in je zak 25
  27. 27. Kleurweergave geeft aan in hoeverre je kleuren kunt zien in het licht van een dergelijke lamp. Voor het aanlichten van eenrepresentatief gebouw of op plekken waar gewerkt moet worden of waar mensen herkenbaar moeten zijn (toegangspoort) iskleurweergave belangrijk. Voor het aanlichten van muren, trappen en dergelijke (inbraakpreventie, veiligheid) is kleurweergave echterminder belangrijk.Lagedruk natriumlampen zijn het energiezuinigst. Bij hogedruk natriumlampen ligt het energieverbruik 1,5 tot 2,0 keer hoger, bijhogedruk kwiklampen ligt het energieverbruik 2,5 tot 3,0 keer hoger.Lampen moeten vanaf 1 januari 2001 verplicht een energielabel hebben (behalve laagvoltage halogeenlampen en reflectorlampen,zoals kopspiegellampen). Een lamp met de code ‘A’ is het zuinigst (spaarlamp), die met een ‘G’ verbruikt het meest (gloeilamp). Verdervermeldt de label het vermogen en de lichtopbrengst (in lumen) en (niet verplicht) het aantal branduren.Sturing van de gebouw- en terreinverlichtingOm te voorkomen dat buitenverlichting onnodig brandt, zijn verschillende regelingen mogelijk. De meest eenvoudige is het aansluitenvan de verlichting op een schakelklok. Dit bespaart energie als de schakelklok de verlichting ´s nachts automatisch uitzet en als deinschakeltijd aangepast is aan de lengte van de dag (kan worden aangepast bij de overgang van zomer- naar wintertijd).Een betere regeling krijg je door het aanzetten van de verlichting te koppelen aan een schemerschakelaar. Daardoor wordt de verlicht-ing automatisch aangezet als het daglicht beneden een ingesteld niveau komt. Gemiddeld vermindert het aantal branduren van deinstallatie met 180 uur per jaar (vergeleken met regeling d.m.v. een schakelklok).Een optimale regeling van de verlichting is het aanzetten koppelen aan een schemerschakelaar, en het uitzetten aan een schakelklok.Praktijkvoorbeeld:De firma Grohe uit Herent liet een relighting-studie uitvoeren.Uit de studie bleek dat de verlichting een pak “energiezuiniger”kon.De oudeverlichtingsinstallatie bestond uit 443 armaturen voor een totaal vermogen van bijna 33 kW.De nieuwe verlichtingsinstallatie heeft een ver-mogen van slechts 18,8 kW wat een besparing inhoud van 42%.De besparing zal echter nog groter worden door het invoeren van een licht-sturingssysteem.Uit de totale berekening bleek dat maar liefst 75% bespaard kon worden op de energiefactuur.Grohe besloot dan ook devoorgestelde investeringen van 32.000 euro in fases uit te voeren.Praktijkvoorbeeld:Autojet Technologies uit Gent voerde een relamping uit in haar kantoren. De 120 halogeenspots van 50Watt ( levensduur 2.000 uur,kostprijs 4/spot ) werden geleidelijk vervangen door spaarlampen van 9Watt (levensduur 15.000 uur, kostprijs 11/lamp). Dezeaanpassingen leverden volgende besparing op: 3.2.3 LED-verlichting Halogeenspots Spaarlampen Besparing 120 spots (50W) x 10h/dag x 120 lampen (9W) x 10h/dag x 220 220 werkdagen/jaar werkdagen/jaar -> 13.200 kWh -> 2.376 kWh 10.824 kWh -> aankoop lampen: 1.320 (periode van 7jaar)LED-verlichting is ongetwijfeld dé verlichting van de toekomst. LED staat voor Light Emitting Diode: een elektronische component dieoplicht als er een geringe stroom doorheen gaat. LED’s verbruiken tot 8 maal minder dan gewone klassieke verlichting (voor dezelfdelichtintensiteit). Lager stroomverbruik vertaalt zich ook in een lagere elektriciteitsrekening. Brandt 1000 watt klassieke verlichting 4u perdag, dan kost dit ongeveer 143 euro per jaar. Met LED-verlichting wordt dit 18euro.LED’s hebben een zeer lange levensduur, tot 100.000 uren. Dit resulteert in een levensduur van 35 jaar wanneer men een armatuur metLED’s 8 uur per dag laat branden.LED’s zijn zeer veilig doordat ze werken op laagspanning en een zeer geringe warmteontwikkeling hebben. Door hun epoxy omhulselzijn ze slagvast, in tegenstelling tot een gewone gloeilamp die zeer kwetsbaar is.Het aanbod van LED-verlichting is momenteel nog vrij beperkt maar de markt is in volle expansie. Houd deze markt dus zeker in de gaten!Voor toepassingen zoals noodverlichting en verlichting in koel- en vriestunnels bestaan steunmaatregelen.Energiebesparende mogelijkheden verlichting: TIP Maatregel Besparing % Schakel het licht via het deurcontact uit 1-3 Verdeel de verlichting over meer groepen 5 - 20 Pas een centrale lichtbediening naar functionaliteit toe 5 - 40 Plaats reflectoren achter open TL-lampen 50 Pas een centrale lichtbron toe met gasontladingslamp met lichttransporterende kabels 20 - 50 Pas een kunststof lichttoetredingssysteem toe (reflecterende koker) 5 - 20 Maak armaturen en lichtsensoren regelmatig schoon 20 - 40 Pas schakelklokinstellingen aan 5 - 40 Regel een lager verlichtingsniveau tijdens de nacht (bijv. hal) 20 - 40 Schilder muren en plafonds in heldere kleuren (optimale weerkaatsing licht) 5 - 20 Schakel verlichting uit in ongebruikte ruimten 20 - 40 Schakel verlichting uit bij voldoende lichtinval 5 – 40** Uitgedrukt in watt per 1000 lumen (W/1000 lm). Dit geeft aan hoeveel elektriciteit [W] men nodig heeft om een lichtstroom van1000 lumen te bekomen. Een klassieke spaarlamp van 15 W geeft bijvoorbeeld 900 lm licht. Steek WATT in je zak 26
  28. 28. 3.3. Verwarming 3.3.1. Verwarmen van grote ruimtesDe meest traditionele manier om grote bedrijfshallen te verwarmen is stoom of warm water in een centrale stookplaats op te wekkenen de warmte van daaruit te verdelen. Gecentraliseerde verwarming gaat echter gepaard met onvermijdbare warmteverliezen in destookplaats, in het distributienet en bij de eindtoepassing zelf. Vanuit energetisch oogpunt is het beter om een groot aantal toestellenmet klein vermogen te plaatsen i.p.v. één enkel toestel met een groot vermogen. Door het plaatsen van directe verwarmingstoestellenin de ruimte waar de warmte effectief nodig is, kan een energiebesparing tot 50% worden bereikt. Bovendien zal in de meeste gevallenhet werkklimaat er aanzienlijk op verbeteren.Bij de verwarming van grote industriële ruimten met een hoogte van tien meter of meer krijgt men te maken met het probleem van destijging van de warme lucht naar het dak. In dat geval treden er grote warmteverliezen op. Twee manieren van verwarming kunnendeze verspilling voorkomen door de warmte precies te sturen naar de te verwarmen zones, namelijk convectie en straling.Verwarming door convectieDe convectie bestaat erin, warme lucht te blazen door middel van luchtverhitters op aardgas. De luchtver-hitter verdeelt de lucht op een toereikende manier over een niet al te hoog lokaal.Rendement: 88% voor de moderne luchtverhitters op gas; 98% of meer voor de apparaten met conden-satietoepassing. Nadeel: accumulatie van de warme lucht onder het dak (stratificatie). In gebouwen met een grote hoogte blijft de stratificatie van warme lucht onder het dak bestaan. Door een ondersteunings-ventilator aan het plafond kan in hoge ruimtes, met een significante gradiënt van de luchttemperatuur (zoals werkplaatsen), warme lucht van bovenin de hal naar werkplekniveau worden ges- tuurd. De inregeling is bijzonder kritisch. Als de ventilatoren te langzaam draaien werkt het systeem niet, maar ook niet als de ventilatoren te snel draaien (omdat dan op werkniveau een "koude wind" kan waaien).Verwarming door stralingIn ruimtes waarvan de deur regelmatig openstaat of waar alleen op vaste plaatsen gewerkt wordt, kan stralingsverwarming aantrekke-lijk zijn. Stralingsverwarming levert warmte in de vorm van infraroodstraling op die plaatsen waar gewerktwordt. Dit levert een verhoogde bijdrage aan de thermische behaaglijkheid, zodat een lagere luchttem-peratuur in de omgeving kan volstaan. In gedeeltelijk of plaatselijk te verwarmen ruimten van 4 meter ofhoger waarvan de deur vaak open staat en/of de isolatie van muren en dak slecht en niet te verbeteren is,is stralingsverwarming de beste oplossing.De straling brengt de warmte tot bij de werknemers zonder dat de omgevingslucht eraan te pas komt.Het thermische comfort is bevredigend, ondanks de lage temperatuur van de lucht.Opgelet: Stralingsverwarming is niet toegestaan in ruimten waar meer dan 10 ton rubber, textiel of papier/karton opgeslagenwordt!(zie ook hoofdstuk 6, punt 6.2.4.2)Voordelen:- Duidelijk verminderd warmteverlies- Mogelijkheid om de verwarming te richten op duidelijk afgebakende zones- Verwarmingsmodulatie van iedere zone, in functie van de warmte die de machines verspreidenVerwarmingstechnieken op aardgas door straling Bij een lichtgevend stralingspaneel maakt verbranding van aardgas een keramische plaat roodgloeiend, die daardoor een thermische straling verspreid in de richting van de te verwarmen zone. Deze techniek heeft een rendement van 50 à 70% naargelang het type apparaat.De donkere stralingsbuis is een U-vormige buis waarvan een uiteinde is uitgerust met een brander en hetandere met een extractor. Deze techniek heeft een rendement van 50% Steek WATT in je zak 28
  29. 29. 3.3.2. Verwarmen van kantoren 3.3.2.1. Centrale verwarmingBij gebouwen met een centrale verwarmingsinstallatie maken we tegenwoordig gebruik van een klassieke hoogrendementsketel, dieeen rendement van 90% heeft. Bij deze ketels wordt de voelbare warmte in de verbrandingsproducten gerecupereerd en ze zijnbeduidend zuiniger dan de conventionele verwarmingsketels (rendement van < 90 %).Er bestaan echter nog betere technieken dan de hoogrendementsketels. Condensatietechnieken kunnen het energieverbruik van deinstallatie sterk verminderen doordat zowel ze de voelbare als de latente warmte in de verbrandingsproducten onttrekken. Bovendienwerken condensatieketels op lage temperaturen zodat ze de stralingsverliezen tot een minimum herleiden.Voorwaarde dat de condensatieketels hun voordeel ten volle kunnen waar maken, is het toepassen van een lage temperatuurverwarm-ing zoals vloerverwarming, luchtverwarming met geforceerde ventilatie of overgedimensioneerde radiatoren.Bij vervanging van een conventionele ketel door een condensatieketel komen de volgende varianten in aanmerking:• vervanging door een (grote) condensatieketel;• vervanging door meer kleine condensatieketels, gecombineerd met een klassieke HR-ketel voor pieklasten (bijvoorbeeld tijdens hetopwarmen) opgenomen in een cascadeschakeling. De investeringskosten zijn in dit geval 3-5% lager dan die voor een grote conden-satieketel. De cascaderegeling voorkomt het onnodig aanslaan van de tweede ketel. De meerinvesteringen in een condensatieketelt.o.v. een HR-ketel verdienen zich gemiddeld in 2 tot 4 jaar terug. In deze berekening zijn extra kosten voor aanpassing van hetschoorsteenkanaal en de condensafvoer slechts beperkt (10% van de ketelkosten) meegenomen. De besparing bedraagt ca. 24% t.o.v.het aardgasgebruik van een conventionele ketel en ca. 11% t.o.v. een gewone HR-ketelEen mogelijk alternatief voor de klassieke verwarmingssystemen is de warmtepomp. Hierover lees je meer in het volgende hoofdstuk 4“Duurzame energie” punt 4.9 Warmtepomp. ,Sturing van de centrale verwarmingBij het instellen van regelingen en thermostaten moeten we ermee rekening houden dat niet alle ruimtes dezelfde warmtebehoeftehebben. Door de ruimtes in groepen in te delen, is redelijk eenvoudig het warmteaanbod op de vraag te regelen. Deze maatregel werktin combinatie met thermostaatknoppen en optimaliserende regelingen. Soms kan het zelfs zinvol zijn een ruimte een eigen CV-instal-latie te geven.Toepassing van een schakelklok voorkomt dat de verwarming onnodig in bedrijf is. Voor een centrale verwarming is het beter eenschakelklok te combineren met een weersafhankelijke optimalisatieregeling.Weersafhankelijke optimaliseringsregelingDe tijdklok van de cv-regeling schakelt de installatie geruime tijd van tevoren op een zeker tijdstip in. Als het buiten extra koud is, kandit ertoe leiden dat het gebouw te laat op de gewenste temperatuur komt. Als het buiten relatief warm is, zal het gebouw te vroeg optemperatuur zijn. Een optimaliseringsregeling kan ervoor zorgen dat de opwarmtijd zo kort mogelijk is. Hierbij regelen we het tijdstipvan inschakelen van de cv-installatie op basis van:• de heersende buitentemperatuur;• de op een bepaald tijdstip gewenste binnentemperatuur; en• de historische opstarttijden van voorgaande dagen.De optimaliseringsregeling is ook uitermate geschikt om de verwarmingsinstallatie per groep te regelen. Per groep kunnen we,afhankelijk van de gebruiksfunctie van de desbetreffende ruimten en de geveloriëntatie een aparte stooklijn en nachtverlaginginstellen. Hierdoor sluiten we nauwkeuriger aan bij de individuele warmtevraag per groep. De investering ligt tussen EUR 160,- en EUR900,- (exclusief kosten voor montage). Terugverdientijd (en besparingen) afhankelijk van de huidige CV-regeling, de klimaateisen enoptimale instellingen, maar meestal 1-3 jaar. De besparing bedraagt ca. 5%-15% op het aardgasgebruik voor verwarming.Belangrijk is ook dat de verwarming wordt uitgeschakeld op plaatsen waar ze niet nodig is. Dit lijkt een zeer voor de hand liggendemaatregel, maar in de praktijk blijkt toch dat in veel gevallen de verwarming onnodig blijft aanstaan. Dat komt bijvoorbeeld doordatdegene die de verwarming heeft aangedaan, vergat ze weer uit te zetten. Deze situatie kunnen we voorkomen door de radiatorknop-pen of de thermostaat beter zichtbaar te maken. De investering voor thermosstatische radiatorknoppen ligt tussen EUR 45,- en EUR 70,-(inclusief montage). De besparingen zijn afhankelijk van gebruik en ruimte, en de terugverdientijd ligt tussen de 4 en 6 jaar. 3.3.2.2. Gedecentraliseerde verwarmingSoms kan het zinvol zijn, een ruimte een eigen cv-installatie of gedecentraliseerde (aardgas)toestellen te geven. Niet alle ruimteshebben immers dezelfde warmtebehoefte. Een pc-lokaal hoeft bijvoorbeeld zelden bij verwarmd te worden. Door elke ruimte eenaparte verwarmingsinstallatie te geven, kan de temperatuurregeling beter en efficiënter verlopen. Het is immers niet altijd zinvol eengrote centrale verwarmingsketel te installeren in een groot kantoorgebouw waar bijvoorbeeld in het weekend slechts enkele lokalenverwarmd moeten zijn. Steek WATT in je zak 29

×