Creative industries in Europees en regionaal perspectief

2,089 views
2,020 views

Published on

Creative industries in Europees en regionaal perspectief, door Sako Musterd (5 maart 2008). Copyright: Sako Musterd. Creative Cities Amsterdam Area, www.ccaa.nl

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,089
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
72
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Creative industries in Europees en regionaal perspectief

  1. 1. Creative industries in Europees en regionaal perspectief Sako Musterd Universiteit van Amsterdam Creative Cities Amsterdam Area - 5 maart 2008 - Amsterdam
  2. 2. or: The Overnight Making of the Creative City Source: Built Environment 2004, 30 (3)
  3. 3. ACRE project focus <ul><li>Wat zijn de harde en zachte voorwaarden voor creatieve en kennisintensieve werkgelegenheid in Europese stedelijke regio’s? </li></ul><ul><li>Wat zijn de ontwikkelingspaden van creatieve kennisregio’s? </li></ul><ul><li>Wat is de invloed van economische en sociale contexten op de ontwikkelingspaden? </li></ul>
  4. 4. Werkwijze <ul><li>13 stedelijke regio’s in Europa </li></ul><ul><li>4 jaar onderzoek (4.5 mln Euro) </li></ul><ul><li>Statistische analyse van ontwikkelingspaden </li></ul><ul><li>3 surveys in creative industries en kennisintensieve bedrijven </li></ul><ul><ul><li>Graduates en andere werknemers </li></ul></ul><ul><ul><li>Managers </li></ul></ul><ul><ul><li>Transnationale migranten </li></ul></ul>Amsterdam Barcelona Birmingham Budapest Dublin Helsinki Leipzig Milan Munich Poznan Riga Sofia Toulouse
  5. 5. Enkele eerste resultaten: gewortelde ontwikkelingspaden en actuele vestigingscondities; de confrontatie van hypothesen en bevindingen
  6. 6. Hypothese (1) <ul><li>Stedelijke regio’s die bekend staan als nationale of internationale politieke en economische besluitvormingscentra hebben een betere kans op innovatieve herstructurering (richting creative industries en kennisintensieve bedrijvigheid) dan andere steden. </li></ul>
  7. 7. Hypothese (2) <ul><li>Stedelijke regio’s die open (verwelkomend) en pluralistisch zijn hebben een betere kans om mensen met verschillende leefstijlen en verschillende culturen aan te trekken en daardoor meer kans op innovatie verbonden aan deze factoren. </li></ul>
  8. 8. Hypothese (3) <ul><li>Stedelijke regio’s met veel kleine bedrijven, gespecialiseerd in hooggeschoolde en high-tech activiteit en regio’s met een vroeg dienstenprofiel, waar (manufacturing) industrie niet gedomineerd heeft, hebben een betere positie om creative industries en kennisintensieve bedrijven aan te trekken dan stedelijke regio’s met een ander profiel. </li></ul>
  9. 9. Hypothese (4) <ul><li>Stedelijke regio’s die internationaal bekend staan als historisch-culturele centra zijn attractiever voor de creatieve klasse en hebben daarom voordeel boven andere stedelijke regio’s. </li></ul>
  10. 10. Hypothese (5) <ul><li>Stedelijke regio’s met goed bestuur en met de benodigde financiële en organisatorische capaciteit om te reageren op verandering, hebben meer mogelijkheden om de voorwaarden te scheppen om de creative industries en kennisintensieve bedrijven aan zich te binden. </li></ul>
  11. 11. Hypothese (6) <ul><li>Stedelijke regio’s die actief innovatiebeleid ontwikkelen om de creative industries en kennisintensieve bedrijven aan zich te binden, hebben meer succes dan andere stedelijke regio’s. </li></ul>
  12. 12. Hypothesen op basis van de gewortelde positie (inter)nationale politieke en economische besluitvormings centra (inter)nationaal bekende historisch-culturele centra Steden met goed bestuur en financiële en organisatorische capaciteiten Vroeg dienstenprofiel, industrie nooit dominant Actief innovatie en technologie beleid Verwelkomend en pluralistisch
  13. 13. Actuele ‘harde’ of ‘klassieke’ condities <ul><li>agglomeratievoordelen </li></ul><ul><li>clustering in industriële complexen </li></ul><ul><li>verbindingen (weg, lucht, water, rail, telecommunicatie) </li></ul><ul><li>goed geschoolde arbeid </li></ul><ul><li>bredere institutionele inbedding (belastingklimaat, wetgeving, bestuursstructuur, etc.) </li></ul>
  14. 14. Actuele ‘harde’ of ‘klassieke’ condities; hypothetische rangorde <ul><li>Milaan, Munchen, Amsterdam </li></ul><ul><li>Helsinki, Barcelona, Dublin, Leipzig </li></ul><ul><li>Birmingham, Budapest, Riga, Toulouse </li></ul><ul><li>Poznan, Sofia </li></ul>
  15. 15. Actuele ‘zachte’ condities <ul><li>Aantrekkelijkheid (stedelijke atmosfeer; leefklimaat; woningmarkt) </li></ul><ul><li>Diversiteit </li></ul><ul><li>Image </li></ul><ul><li>Historische kenmerken </li></ul><ul><li>Tolerantie </li></ul><ul><li>Openheid </li></ul>
  16. 16. Actuele ‘zachte’ condities; hypothetische rangorde <ul><li>W.Europa: Amsterdam, Munchen, Barcelona </li></ul><ul><li>O. Europa: Budapest, Leipzig, Riga </li></ul>
  17. 17. Hypothesen: gewortelde positie én positie op basis van harde en zachte condities (inter)nationale politieke en economische besluitvormings-centra (inter)nationaal bekende historisch-culturele centra Steden met goed bestuur en financiële en organisatorische capaciteiten Vroeg dienstenprofiel, industrie nooit dominant Actief innovatie en technologie beleid Verwel-komend en pluralistisch
  18. 18. Hypotheses in het kort <ul><li>Amsterdam en Barcelona zouden de beste kansen hebben op succes in de creative industries en kennisintensieve bedrijvigheid. </li></ul><ul><li>Gevolgd door Munchen, Dublin en Helsinki die iets achterblijven op het gebied van tolerance en het niveau van pluralisme </li></ul><ul><li>Birmingham en Milaan hebben niet de voordelen van de andere Westerse stedelijke regio’s, maar hebben een betere positie vergeleken met Oost Europe (Leipzig uitgezonderd). </li></ul>
  19. 19. Eerste empirische resultaten
  20. 20. Werkgelegenheid in creative en kennisintensieve ‘industries’ (data 2000-2006) <ul><li>Creative industries </li></ul><ul><li>Advertentiebranch, architectuur, kunsten, antiek, handwerk, design, modeontwerp, video, film, muziek, fotografie, beeldende kunst, uitvoerende kunst, uitgeverij, computer gaming, software, electronic publishing, radio and TV </li></ul>
  21. 21. Werkgelegenheid in creative en kennisintensieve ‘industries’ (data 2000-2006) <ul><li>Kennisintensieve bedrijven </li></ul><ul><li>rechtskundige sfeer (juridische sector, accounting, boekhouding, auditing, etc), financiële sector, R&D, ICT, hoger onderwijs </li></ul>
  22. 22. Werkgelegenheid in creative en kennisintensieve ‘industries’ (data 2000-2006) 22 16 6 Toulouse 27 19 8 Sofia 29 23 6 Riga 18 11 7 Poznan 29 21 8 Munich 31 17 14 Milan 25 16 9 Leipzig 31 18 13 Helsinki 21 10 11 Dublin 29 16 13 Budapest 25 19 6 Birmingham 22 10 12 Barcelona 26 18 8 Amsterdam Totaal % werkge-legenheid in creative en kennis-intensieve ‘industries’ % werkgelegen-heid in kennisintensieve bedrijven % werkgelegen-heid in creative industries Stadsregio
  23. 23. Empirie versus Theorie <ul><li>Geen opvallend verschil tussen Oost en West Europa </li></ul><ul><li>Wel doorgaans of focus op creative industries of op kennisintensieve bedrijven </li></ul><ul><li>‘ Leaders’ treden niet erg op de voorgrond wat betreft werkgelegenheid in geanalyseerde sectoren (Munchen, Amsterdam, Barcelona, Dublin and Toulouse) </li></ul><ul><li>Wie doet het beter dan verwacht? Helsinki, Milaan, Birmingham, Budapest, Sofia, Riga) </li></ul><ul><li>Wie doet het slechter dan verwacht? (Amsterdam, Barcelona, Dublin) </li></ul>
  24. 24. Empirie versus Theorie <ul><li>Geen opvallend verschil tussen Oost en West Europa </li></ul><ul><li>Wel doorgaans of focus op creative industries of op kennisintensieve bedrijven </li></ul><ul><li>‘ Leaders’ treden niet erg op de voorgrond wat betreft werkgelegenheid in geanalyseerde sectoren (Munchen, Amsterdam, Barcelona, Dublin and Toulouse) </li></ul><ul><li>Wie doet het beter dan verwacht? Helsinki, Milaan, Birmingham, Budapest, Sofia, Riga) </li></ul><ul><li>Wie doet het slechter dan verwacht? (Amsterdam, Barcelona, Dublin) </li></ul>3 van de 3 met beleids-interventie. 4 van de 6 zonder beleids-interventie.
  25. 25. Empirie versus Theorie (2) <ul><li>Vier hypothesen: </li></ul><ul><li>Steden waar de voorwaarden voor ontwikkeling van creative industries en kennisintensieve bedrijven gunstig zijn, hebben minder efficiënt innovatiebeleid (?) </li></ul><ul><li>In andere steden, waar het potentieel zwakker is, is het beleid meer efficiënt (?) </li></ul><ul><li>In andere steden, waar het potentieel zwakker is, zijn marktinitiatieven sterker (?) </li></ul><ul><li>De kwaliteit van de banen in termen van toegevoegde waarde is zeer verschillend (?) </li></ul>
  26. 26. Aanvullende overwegingen <ul><li>Past performance is geen garantie voor toekomstig succes (padafhankelijkheid is geen pad-determinantie) </li></ul><ul><li>De kwaliteit van de statistiek kan een bescheiden effect hebben </li></ul><ul><li>Stedelijke regio’s met zeer sterke beleidsinterventie kunnen wellicht nieuwe initiatieven remmen. </li></ul><ul><li>Een grotere differentiatie naar subsector en bedrijfsgrootte is gewenst </li></ul>
  27. 27. Subsector en bedrijfsgrootte <ul><li>Zachte condities dienen in groter detail te worden bezien en hebben met name effect op kleinere bedrijven in specifieke sectoren van de creative industries en kennisintensieve bedrijvigheid. </li></ul>
  28. 28. Tegengestelde theorie over het aantrekken van werkgelegenheid <ul><li>Talent wordt aangetrokken door plekken (met veel kwaliteit)  bedrijven volgen </li></ul><ul><li>Bedrijven worden aangetrokken door plekken (met agglomeratievoordelen)  talent volgt </li></ul><ul><li>(kan per bedrijfsgrootte verschillen) </li></ul>
  29. 29. Metropolitan Amsterdam <ul><li>1.6 M inwoners </li></ul><ul><li>7535 cellen van 200 x 200 meter (met >= 1 werknemer) </li></ul><ul><li>Deze cellen bevatten 800,000 werkplekken </li></ul><ul><li>Gedetailleerde ruimtelijke en sector informatie </li></ul>
  30. 30. Zachte condities o.a. <ul><li>Sociale structuur : demografisch (leeftijd, huishoudtype), ‘etnisch’, sociaal-economisch (aandeel met sociale uitkering, werkloosheid, inkomen) </li></ul><ul><li>Sociale mix: leeftijd, etniciteit en inkomen </li></ul><ul><li>Fysieke structuur: woz waarde, eigendom, bouwjaar </li></ul><ul><li>Fysieke mix: woz waarde, eigendom, bouwjaar </li></ul><ul><li>Functionele mix : functievariatie per grid; aantal creatieve industries per grid </li></ul><ul><li>Centraliteit </li></ul>
  31. 31. Werkzame personen in metropolitan Amsterdam
  32. 32. Aantal zzp in kunsten
  33. 33. Werkzame personen in kleine bedrijven in de kunstensector
  34. 34. Werkzame personen in grote bedrijven in de kunsten-sector
  35. 35. Aantal zzp in media en entertainment
  36. 36. Werkzame personen in kleine bedrijven in media en entertainment
  37. 37. Werkzame personen in grote bedrijven in media en entertainment
  38. 38. Ruimtelijke oriëntatie van bedrijven naar sector en grootte Perifeer Perifeer Computer bedrijven Centraal en perifeer Perifeer Creatieve zakelijke diensten Centraal, maar m.n. perifeer Centraal Media & entertainment Centraal en bedrijventerreinen Perifeer Architecten Centraal Centraal Alle sectoren reflecteren de verdeling van de huishoudens Geen speciaal patroon Kunsten Grote bedrijven Kleine bedrijven Self-employed
  39. 39. Te verklaren variabele is % werkgelegenheid in een specifieke sector ten opzichte van alle werkgelegenheid Verklarende variabelen perc unemployed ge2 1564 perc unemployed lt2 1564 perc income low perc income high perc non-western immigr perc dutch distance to the Dam perc other creative industry entr income entr ethnicity entr household types entr inhabitants age entr tenure entr building year entr real estate value entr functional mix perc owner occupied perc building year af90 perc building year 7589 perc building year 6074 perc building year 2044 perc building year bf19 perc real estate value high perc real estate mid-low perc real estate value low perc hh 1person perc hh family perc hh couple perc inhabitants age2554 perc inhabitants age1824 perc soc benefits ge3 1564 perc soc benefits lt3 1564
  40. 40. significance: * p<.10; ** p<0.05; *** p<0.01 .729 .451 .391 .659 R2 -0.066 0.012 0.032 *** -0.299 perc_house_ownocc *** 0.191 0.034 0.160 *** -0.318 perc_rest_byear_af90 0.022 0.068 * 0.182 ** -0.240 perc_rest_byear_2044 * 0.124 -0.084 -0.104 *** -0.330 perc_rest_byear_bf19 *** -0.250 *** 0.248 *** 0.271 0.025 perc_restvalue_high 0.027 0.028 0.097 *** -0.292 perc_restvalue_midlow ** -0.110 0.010 0.021 ** -0.135 perc_restvalue_low -0.005 *** -0.399 * -0.369 *** -0.857 perc_hh_1per -0.036 ** -0.256 -0.169 ** -0.395 perc_hh_fam -0.037 *** -0.503 * -0.204 0.040 perc_hh_cwc 0.015 -0.134 *** -0.401 *** 0.246 perc_inh_age2554 -0.030 *** -0.150 0.104 0.016 perc_inh_age1824 -0.059 * -0.153 0.131 *** 0.293 perc_socben_mt3_1564 0.050 -0.057 -0.032 *** -0.228 perc_socben_lt3_1564 -0.034 -0.084 ** -0.219 0.011 perc_unempl_mt2_1564 *** -0.200 -0.096 *** 0.392 0.134 perc_inc_low ** -0.208 *** -0.352 * 0.281 -0.029 perc_inc_high *** -1.129 *** -0.739 ** -0.323 -0.126 perc_ethn_nonwest *** -1.575 *** -0.690 -0.149 0.138 perc_ethn_dutch -0.073 * -0.124 -0.101 *** 0.204 dist_Dam *** -0.175 * -0.168 ** -0.187 -0.044 entr_inc *** -0.775 * -0.157 0.002 *** 0.217 entr_ethn *** -0.214 *** -0.227 -0.070 *** -0.447 entr_hhtypes 0.075 -0.166 *** -0.355 ** -0.212 entr_inh_age *** 0.097 0.031 -0.058 0.034 entr_functi Crea bus serv Media entert. Architects Arts OLS selfemployees
  41. 41. Soft conditions van belang voor zzp-ers in diverse sectoren (associaties) <ul><li>Kunsten : etnische mix, huursector </li></ul><ul><li>Architectuur : woningen van jaren 20 en 30, dure buurten, maar ook met veel lage inkomens (gentrification potentieel?) </li></ul><ul><li>Media+entertainment : dure buurten, westerse migranten </li></ul><ul><li>Creative business services : functionele mix, westerse migranten, midden inkomens </li></ul>
  42. 42. Conclusies <ul><li>Condities verschillen aanzienlijk per bedrijfssector en bedrijfsgrootte </li></ul><ul><li>I.h.a. zachte condities belangrijker voor self-employed (en kleine bedrijven) (‘talent-theorie’), maar verschillend per sector </li></ul><ul><li>Harde condities belangrijker voor grote bedrijven (‘cluster- en agglomeratietheorie’) </li></ul><ul><li>Veel sturing geen garantie voor succes </li></ul>
  43. 43. Sako Musterd Stadsgeografie Universiteit van Amsterdam

×