Beeldcom les5

5,489 views
5,292 views

Published on

Published in: Education
0 Comments
3 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
5,489
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
3
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Beeldcom les5

  1. 1. Visuele retorica
  2. 2. Klassieke retorica = “De leervan de welbesprekendheid”
  3. 3. Visuele retorica stelt de vraag naar de overtuigings-kracht van beeld.
  4. 4. Hoe stuur je met een beeld de kijker een bepaalde richting op?
  5. 5. Hiervoor kan je gebruik makenvan retorische stijlmiddelen:• Ethos (geloofwaardigheid)• Pathos (gevoel of emotie)• Logos (rationeel, doordacht, beargumenteerd)
  6. 6. • Ethos (geloofwaardigheid)
  7. 7. • Pathos (gevoel of emotie)
  8. 8. • Logos (rationeel, doordacht, beargumenteerd)
  9. 9. Wat betekent het om op eenretorische manier beeld teanalyseren?
  10. 10. Retorische analyse trechtertonze waarneming.
  11. 11. Retorische analyse dirigeertons naar middelen dieovertuigen.
  12. 12. Retorische analyse zegt ietsover de effecten van beeld.
  13. 13. Drie belangrijke vragen:1. Wie is de spreker of zender in de visuele communicatie?2. Leent het beeld zich voorretorische analyse?3. Is er aandacht voor hetbeeld?
  14. 14. 1. Wie is de spreker of zender in de visuele communicatie?
  15. 15. 2. Leent het beeld zich voorretorische analyse?
  16. 16. Gezellig rondrijden in jecabrio?
  17. 17. Of toch niet?
  18. 18. Geënseneerde fotografie
  19. 19. Geënseneerde fotografie?
  20. 20. Beeldmanipulatie
  21. 21. Beeldmanipulatie?
  22. 22. Beeld leent zich voorretorische analyse wanneer ersturende elementen aanwezigzijn.
  23. 23. 3. Is er aandacht voor hetbeeld?
  24. 24. Een video.
  25. 25. De roddelpers.
  26. 26. De serieuze pers.
  27. 27. De kunstwereld.
  28. 28. Om een beeld over te brengenmoet men aandacht trekken.Beeld beschikt over meervoordelen t.o.v. tekst.
  29. 29. Naast de globale indeling inethos, pathos en logos is ereen uitgebreide verzamelingstijlfiguren of retorischevormen.
  30. 30. Stijlfiguren:1. Beeldrijm2. Verbo-picturaal schema3. Repetitio4. Contrast5. Metafoor6. Synecdoche7. Vergelijking8. Personificatie9. Hyperbool10. Oxymoron11. Pastiche
  31. 31. 1. Beeldrijm(herhaling van vormen)
  32. 32. 2. Verbo-picturaal schema(tekst door beeld aangevuld)
  33. 33. 3. Repetitio(herhaling van een beeld)
  34. 34. 4. Contrast(tegenstelling van beeld)
  35. 35. 5. Metafoor(verduidelijking van een objectof idee door iets anders metgelijke karakteristieken)
  36. 36. 6. Synecdoche(een deel staat voor hetgeheel)
  37. 37. 6. Vergelijking(beelden met overeenkomstigeeigenschappen)
  38. 38. 7. Personificatie(objecten of dieren worden als persoon voorgesteld)
  39. 39. 9. Hyperbool(sterke overdrijving)
  40. 40. 10. Oxymoron(twee zaken die elkaartegenspreken)
  41. 41. 11. Pastiche(nabootsing van een bekendbeeld)
  42. 42. HuiswerkIedereen wisselt de gemaaktefoto’s van vorige week uit meteen groepsgenoot. Bij die foto’s geef je eenomschrijving mee in welkecontext de beelden toegepastworden (in welk onderdeel vande presskit)
  43. 43. HuiswerkMaak een analyse van degekregen foto’s van jegroepsgenoot volgens het modelvoor retorische beeldanalyse.(pag. 111 van het boekbeeldtaal)

×