• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Teksten over Paus en Kerk
 

Teksten over Paus en Kerk

on

  • 699 views

Met de abdicatie van Paus Benedictus XVI en de keuze van Paus Franciscus stonden de katholieke Kerk en de Paus volop in de belangstelling van de media. Niet voor iedereen is even duidelijk hoe de ...

Met de abdicatie van Paus Benedictus XVI en de keuze van Paus Franciscus stonden de katholieke Kerk en de Paus volop in de belangstelling van de media. Niet voor iedereen is even duidelijk hoe de katholieke Kerk zelf over de Paus en zijn taak denkt. In dit document zijn enkele teksten bij elkaar gebracht die hierbij verheldering kunnen bieden.
-- Paus Benedictus XV, 29-6-2012: homilie op het feest van de heilige Petrus en Paulus,: Het spanningsveld tussen menselijke zwakte en goddelijke genade
-- Paus Franciscus: 19-3-2013: Homilie bij aanvang petrinische dienst: Ware macht is dienstbaar zijn
-- De Catechismus van de Katholiek Kerk, 1992
Het college van bisschoppen en zijn hoofd, de paus, punten 880-887
--De heilige Jozefmaria Escrivá (1902-1975)
enkele punten uit De Weg, De Voor en De Smidse;
homilie op 4-6-1972: Trouw aan de Kerk
--Omnes cum Petro ad Iesum per Mariam
Allen met Petrus naar Jezus door Maria

Statistics

Views

Total Views
699
Views on SlideShare
699
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Teksten over Paus en Kerk Teksten over Paus en Kerk Document Transcript

    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 1Teksten over Paus en KerkPaus Franciscus IPaus Benedictus XVICatechismus van de Katholieke Kerkde heilige Jozefmaria EscriváOmnes cum Petro ad Iesum per MariamAllen met Petrus naar Jezus door MariaOnze Lieve VrouwekerkKeizersgracht 2201016 DZ Amsterdamhttp://www.amsterdam.onze-lieve-vrouw.nl/mei 2013
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 2
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 3homilie van Benedictus XVI op het feest van de heilige Petrus en Paulus,29 juni 2012,Het spanningsveld tussen menselijke zwakte engoddelijke genadeHeren Kardinalen,Vereerde Broeders in het bisschopsambt en het priesterschapDierbare zusters en broeders,1. Wij zijn samen rond het altaar om deheiligen Petrus en Paulus, de belangrijkstepatronen van de Kerk van Rome, plechtigte vieren. Aanwezig zijn deaartsbisschoppen die in het afgelopen jaarbenoemd werden en die zopas het palliumontvingen en die ik bijzonder en hartelijkgroet. Eveneens aanwezig is een hogedelegatie van het OecumenischPatriarchaat van Constantinopel, gezondendoor Zijne Heiligheid Bartolomeüs I, die ikmet broederlijke en hartelijkeerkentelijkheid verwelkom. In oecumenische geest verheugt het mij het koor vanWestminster Abbey te begroeten en te danken, dat samen met het koor van deSixtijnse Kapel de liturgie opluistert. Ik begroet eveneens de Heren ambassadeursen de burgerlijke autoriteiten: dank aan u allen voor uw aanwezigheid en gebed.2. Zoals iedereen weet, staan voor de Sint-Pietersbasiliek twee indrukwekkendebeelden van de apostelen Petrus en Paulus, gemakkelijk herkenbaar aan hunattributen: de sleutels in de hand van Petrus en het zwaard in die van Paulus. Ookde hoofdingang van de basiliek Sint-Paulus-buiten-de-muren geeft taferelen weeruit het leven en het martelaarschap van deze twee zuilen van de Kerk. Dechristelijke traditie heeft de heilige Petrus en de heilige Paulus steedsonafscheidelijk gezien: samen vertegenwoordigen zij inderdaad heel het Evangelievan Christus. Hun band als broeders in het geloof heeft daarenboven eenbijzondere betekenis gekregen in Rome. De christengemeenschap van deze Stadbeschouwt hen namelijk als een soort tegen-altaar ten overstaan van demythologische Romulus en Remus, de broeders aan wie de stichting van Romewerd toegeschreven. Men had ook aan een ander tegengesteld parallellisme kunnendenken, ook binnen het thema van de broederschap: terwijl de eerste broederschapin de Bijbel ons het resultaat van de zonde toont waardoor Kaïn Abel doodt, hebbenPetrus en Paulus - die menselijk gesproken zeer sterk van elkaar verschilden en inwiens verstandhouding conflicten niet ontbraken - een nieuwe manier vanbroederschap gerealiseerd, namelijk volgens het Evangelie, een authentieke manierdie mogelijk werd door de genade van het Evangelie van Christus die in henwerkzaam was. Alleen navolging van Christus leidt naar deze nieuwe broederschap:
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 4dit is de eerste fundamentele boodschap die het hoogfeest van vandaag ieder vanons biedt en waarvan het belang ook weerspiegeld wordt in de zoektocht naar devolle gemeenschap waarnaar het Oecumenisch Patriarchaat en de Bisschop vanRome streven, evenals alle Christenen.3. In de passage uit het Evangelie van de heilige Matteüs die we zojuist hoorden,belijdt Petrus zijn geloof in Jezus en erkent Hem als Messias en Zoon van God; hijdoet dit tevens in naam van de andere apostelen. In Zijn antwoord openbaart deHeer hem de zending die Hij hem wil toevertrouwen: ‘steen’, ‘rots’ te zijn, dezichtbare fundering waarop heel het geestelijke bouwwerk van de Kerk isopgericht.1Doch op welke manier is Petrus de rots? Hoe moet hij van dit voorrechtgebruik maken, dat hij natuurlijk niet voor zichzelf ontvangen heeft? Het verhaalvan de evangelist Mattheüs zegt ons vooral dat de erkenning van Jezus’ identiteitdie Simon in naam van de Twaalf heeft uitgesproken, niet “van vlees en bloed”komt, dat wil zeggen van menselijke capaciteiten, maar van een bijzondereopenbaring van God de Vader. Onmiddellijk daarna echter, wanneer Jezus Zijnlijden, dood en verrijzenis aankondigt, reageert Simon Petrus echt vanuit “vlees enbloed”: hij “begon Hem ernstig daarover te onderhouden: ... Zo iets mag U nooitoverkomen!” (Mt. 16, 22). En Jezus zegt op Zijn beurt: “Ga weg, satan, terug! Gijzijt Mij een aanstoot” (Mt. 16, 23). De leerling die door Gods gave, een stevige rotskan worden, toont ook zijn ware aard in zijn menselijke zwakheid: een steen op deweg, een steen waaraan men zich kan stoten – in het Grieks, “skandalon”. Hierblijkt duidelijk de spanning tussen de gave van de Heer en de menselijkecapaciteiten; en in deze scène tussen Jezus en Simon Petrus zien wij enigszins hetdrama geanticipeerd van de geschiedenis van hetpausdom, die gekenmerkt wordt door hetsamengaan van deze twee elementen: enerzijdsis het pausdom dank zij het licht en de kracht vanboven, het fundament van de pelgrimerende Kerkin de tijd; anderzijds komt in de loop der eeuwenook de zwakheid van de mens naar boven, diealleen door openheid voor Gods werking kanomgevormd worden.4. Uit het Evangelie van vandaag komt deduidelijke belofte van Jezus’ kracht naar voor: “depoorten van de hel”, dat wil zeggen de krachtenvan het kwaad, zullen niet overheersen, “nonpraevalebunt”. Het roepingverhaal van de profeetJeremia komt voor de geest, aan wie de Heer eenzending toevertrouwt: “Ik maak heden van u eenversterkte stad, een ijzeren zuil, een koperenmuur tegenover het hele land; de koningen enedelen van Juda, de priesters en de burgers. Zijzullen u bestrijden, maar u niets kunnen doen.Want Ik ben bij u om u te redden” (Jer. 1, 18-19). In feite is Jezus’ belofte aan Petrus noggroter dan die aan de vroegere profeten: dezenwerden namelijk uitsluitend bedreigd door1vgl. Mt. 16, 16-19
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 5menselijke vijanden, terwijl Petrus zal moeten beschermd worden tegen de“poorten van de hel”, de vernietigende macht van het kwaad. Jeremia krijgt eenbelofte die hem als persoon aangaat en in zijn profetisch ambt . Petrus wordtgerustgesteld aangaande de toekomst van de Kerk, de nieuwe gemeenschap doorJezus Christus gesticht, die zich uitstrekt over alle tijden, verder dan het persoonlijkleven van Petrus zelf.5. Laat ons nu overgaan tot het symbool van de sleutels, waarover het Evangeliespreekt dat we pas beluisterden. Het verwijst naar het orakel van de profeet Jesajaover de ambtenaar Eljakim van wie gezegd wordt: “De sleutel van Davids huis legIk hem op de schouders, wat hij opent, kan niemand sluiten; wat hij sluit, kanniemand openen” (Jes. 22, 22). De sleutel vertegenwoordigt het gezag over hethuis van David. En in het Evangelie richt Jezus zich tot de schriftgeleerden enfarizeeën met het verwijt dat zij het Rijk der Hemelen voor de mensen geslotenhouden 2. Dit helpt ons eveneens de belofte aan Petrus te begrijpen: aan hem, alstrouwe bedienaar van de boodschap van Christus, komt het toe de deur te openenvan het Rijk der Hemelen en te oordelen of men dient te verwelkomen of teverwerpen 3. De twee beelden – dat van de sleutels en dat van binden enontbinden, drukken dus gelijkaardige betekenissen uit en versterken elkaar. Deuitdrukking “binden en ontbinden” behoort tot het rabbijnse taalgebruik en verwijstenerzijds naar leerstellige beslissingen en anderzijds naar disciplinaire macht, datwil zeggen naar de mogelijkheid om excommunicatie uit te spreken of op te heffen.Het parallellisme “op aarde ... in de hemel” staat er borg voor dat de beslissingenvan Petrus binnen zijn kerkelijke functie, ook waarde hebben bij God.6. In hoofdstuk 18 van het Evangelie van Mattheüs, gewijd aan het leven van deKerkgemeenschap, vinden wij een andere uitspraak van Jezus tot Zijn leerlingen:“Voorwaar, Ik zeg u: wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebondenzijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn” (Mt.18, 18). En de heilige Johannes geeft in het verhaal over de verschijning van deverrezen Christus aan de apostelen op Paasavond, dit woord van de Heer:“Ontvangt de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, enaan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven” (Joh. 20, 22-23). In het licht vandeze parallellen blijkt duidelijk dat het gezag om te binden en te ontbinden ligt inde macht om zonden te vergeven. En deze genade die aan de krachten van chaosen kwaad de energie ontneemt, staat midden in het mysterie en het ambt van deKerk. De Kerk is niet een gemeenschap van volmaakte personen, maar vanzondaars die moeten erkennen dat zij Gods liefde nodig hebben en dat zij zuiveringnodig hebben door het kruis van Jezus Christus. Jezus’ woorden over het gezag vanPetrus en de apostelen laten juist doorschijnen dat Gods macht de liefde is, deliefde die haar licht vanaf Calvarië verspreidt. Zo kunnen wij ook begrijpen waaromin het evangelieverhaal, op de geloofsbelijdenis van Petrus onmiddellijk de eersteaankondiging van het lijden volgt: door Zijn dood heeft Jezus namelijk de machtenvan de hel overwonnen, door Zijn bloed heeft Hij een immense stroom vanbarmhartigheid over de wereld uitgegoten, die met haar zuiverend water heel demensheid bevloeit.7. Dierbare broeders, zoals ik bij de aanvang in herinnering bracht, stelt deiconografische traditie de heilige Paulus voor met een zwaard en wij weten dat dit2Vgl. Mt. 23, 133Vgl. Hand. 3, 7
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 6het werktuig verbeeldt waarmee hij gedood werd. Maar wanneer wij de geschriftenvan de Apostel van de heidenen lezen, ontdekken wij dat het beeld van het zwaardverwijst naar heel zijn werk als evangelieverkondiger. Wanneer hij bijvoorbeeld dedood voelt naderen, schrijft hij aan Timoteüs: “ik heb de goede strijd gestreden” (2Tim. 4, 7). Inderdaad niet de strijd van een groot kapitein, maar als verkondigervan het Woord Gods, trouw aan Christus en Zijn Kerk, waaraan hij zich helemaalgegeven heeft. En juist daarom heeft de Heer hem de kroon der glorie gegeven enhem, met Petrus, tot zuil gemaakt van het geestelijke bouwwerk van de Kerk.8. Dierbare aartsbisschoppen, het pallium dat ik u gegeven heb, zal u er steeds aanherinneren dat u aangesteld werd in en voor het grote mysterie van degemeenschap die de Kerk is, het geestelijke bouwwerk op Christus, de hoeksteen,opgericht en in zijn aardse en historische dimensie, op de rots van Petrus. Bezielddoor deze ingesteldheid, voelen wij ons allen samen medewerkers van de waarheid,die – zoals wij weten – één en ‘symfonisch’ is en die van ieder van ons en van onzegemeenschappen een voortdurend engagement vraagt van bekering tot de eneHeer in de genade van de ene Geest. Moge de Heilige Moeder Gods ons leiden enaltijd vergezellen op de weg van het geloof en de naastenliefde. Koningin van deApostelen, bid voor ons!
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 7PREEK VAN PAUS FRANCISCUS OP 19 MAART 2013Homilie bij aanvang petrinische dienst: Ware macht is dienstbaar zijnDierbare broeders en zusters!1) Ik dank de Heer, dat ik deze heilige Mis bijhet feestelijke begin van mijn Petrusdienst ophet Hoogfeest van de heilige Jozef, debruidegom van de Maagd Maria en de patroonvan de Wereldkerk mag vieren. Het is een zeerbetekenisvolle samenkomst en het is ook denaamdag van mijn vereerde voorganger - diewe nabij zijn in gebed vol liefde en dankbaar-heid. Hartelijk begroet ik mijn medebroeders,de kardinalen en bisschoppen, de priesters,diakens, religieuzen en alle gelovige leken. Ikdank de vertegenwoordigers van de anderekerken en kerkelijke gemeenschappen, en ookde vertegenwoordigers van de Joodsegemeente en andere religieuzegemeenschappen voor hun aanwezigheid. Mijnhartelijke groet richt ik ook aan deStaatshoofden en Regeringsleiders, aan deofficiële delegaties van vele landen der wereld en aan het corps-diplomatique.Custos - behoeder2) We hebben in het Evangelie gehoord, dat Jozef “deed wat de Engel des Herenhem had bevolen en zijn vrouw tot zich nam” (Mt. 1, 24). In deze woorden is al deopdracht gegeven, die God aan Jozef toevertrouwt, namelijk custos - behoeder - tezijn. Behoeder van wie? Van Maria en Jezus; maar het is een zorgzaamheid die zichdan ook naar de gehele Kerk uitbreidt. De zalige Johannes Paulus II heeftbenadrukt, dat “de heilige Jozef, zoals hij liefdevol zorg droeg voor Maria en zichvol ijver en vreugde wijdde aan de opvoeding van Jezus Christus, hij ook zorgdroeg voor het mystieke lichaam, de Kerk, waarvoor de heilige Maagd Maria hetvoorbeeld en voorafbeelding is en die Jozef ook beschermt en behoedt”. 13) Hoe voert Jozef die taak van behoeder uit? Met aandacht, deemoedig, nietopvallend, maar steeds tegenwoordig en in absolute toewijding, ook dan wanneerhij niet alles begrijpt. Vanaf het naar huis halen van Maria tot aan de episode vande twaalfjarige Jezus in de tempel van Jeruzalem begeleidt hij zorgzaam enliefdevol ieder moment. Hij staat Maria, zijn bruid, in de goede maar ook in demoeilijke momenten van het leven ter zijde, op weg naar Bethlehem bij devolkstelling en in de bange en vreugdevolle uren van de geboorte; bij hetdramatische moment van de vlucht naar Egypte en bij het bezorgd zoeken naar deZoon die in de tempel is achtergebleven; en dan ook in het leven van alle dag inhet huis te Nazareth, in de werkplaats waar hij Jezus het handwerk leerde.4) Hoe beleeft Jozef zijn roeping als behoeder van Maria, Jezus en de Kerk? Invoortdurende opmerkzaamheid tegenover God, open voor Diens teken, beschikbaar
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 8voor Zijn plan, waaraan hij zijn eigen plannen ondergeschikt maakt. Het is dat, watGod verlangt van David, zoals we in de eerste lezingen hebben gehoord: God wilniet een door de mens gebouwd huis, maar Hij verlangt van de mens trouw aan zijnWoord, trouw aan zijn plan. En dan is het God zelf die het huis bouwt, maar uitlevende, van zijn Geest doordrenkte stenen. En Jozef is behoeder, omdat hij kanluisteren naar God en zich door Diens wil laat leiden. En juist daardoor heeft hij nogmeer empathie voor de aan hem toevertrouwde mensen en weet realistisch degebeurtenissen te duiden, is zeer attent naar zijn omgeving en weet deverstandigste beslissingen te nemen. Aan hem kunnen we zien, lieve vrienden, hoemen aan de roep van God antwoordt: beschikbaar en onmiddellijk; maar we zienook wat het centrum van de christelijke roeping is: Christus! Behoeden we Christusin ons leven, om de naaste te behoeden, om de schepping te bewaren.5) De roeping tot behoeden geldt echter niet alleen ons Christenen; ze heeft eendimensie, die daar aan voorafgaat en die eenvoudig menselijk is, die allen aangaat.Ze bestaat daaruit, om de gehele schepping, de schoonheid van de schepping tebewaren zoals ons in het boek Genesis wordt voorgehouden en zoals ons de heiligeFranciscus dat heeft laten zien: ze bestaat er uit om achting te hebben voor iederschepsel van God en voor de omgeving waarin we leven. De mensen te behoeden,voor allen zorg te hebben, voor ieder mens, met liefde, zeer bijzonder voorkinderen, oude mensen, voor diegenen die zwak zijn en vaak in ons hart naar derand worden gedrongen. Ze bestaat eruit om binnen het gezin op elkaar te letten:de echtelieden moeten voor elkaar zorgen en als ouders moeten zij zorg hebbenvoor hun kinderen. En mettertijd worden dan de kinderen ook de behoeders vanhun ouders. De zorg bestaat er uit om te leven in oprechte vriendschappen; dat iselkaar wederzijds behoeden in vertrouwdheid, wederzijds respect en goedheid. Infeite is alles aan de zorg van de mens toevertrouwd en is het verantwoordelijkheiddie allen aangaat. Weest hoeders van de gaven van God!6) En als de mens deze verantwoordelijkheid nietwaarmaakt, als we niet zorgen voor de scheppingen de medemens, dan wint de vernietigingterrein en verdort het hart. In iedere periodekomen helaas dergelijke “Herodussen” voor dieplannen van de dood smeden en het zicht van demens vertroebelen en vervormen.7) Alle dragers van verantwoordelijkheid opeconomisch, politiek en sociaal gebied, allemannen en vrouwen van goede wil, wil ik van harte vragen: laten wij hoeder zijnvan de schepping en van het in de natuur gelegde plan van God, behoeder van deander, van de omgeving. Laten we niet toe dat tekenen van vernietiging en dood deweg van onze wereld begeleiden! Maar om te kunnen behoeden, moeten we ookonszelf niet verwaarlozen. Laat ons in gedachten houden dat haat, afgunst enhoogmoed het leven verontreinigen! Hoeden betekent dus te waken over onzegevoelens, over ons hart, want daaruit komen onze goede of slechte voornemens:zowel die welke opbouwen, alsook die vernietigen. We mogen geen angst hebbenvoor het goede, ja, ook niet voor de tederheid!
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 9Het begin van het dienstambt van de nieuwe bisschop van Rome8) Vandaag vieren we tegelijk met het feest van de heilige Jozef het begin van hetdienstambt van de nieuwe bisschop van Rome, de opvolger van Petrus, - een ambt,dat ook macht heeft. Zeker, Jezus Christus heeft Petrus macht verleend, maar omwat voor macht gaat het dan? Op de drievoudige vraag van Jezus aan Petrus overde liefde volgt de drievoudige oproep: weidt mijn lammeren, hoedt mijn schapen.Vergeten we niet, dat de ware macht de dienst is, en dat ook de Paus, om zijnmacht te kunnen uitoefenen, zich steeds meer moet overgeven aan diedienstbaarheid die haar hoogtepunt heeft in het kruis; dat hij een voorbeeld moetnemen aan de deemoedige en concrete door het geloof vervulde dienst van Jozefen hoe hij zijn armen moet spreiden om het hele volk van God te hoeden en metliefde en tederheid de gehele mensheid aan te nemen, in het bijzonder deallerarmsten, de zwaksten, de geringsten, diegenen die Matteus in het laatsteoordeel over de liefde beschrijft: de hongerenden, de dorstigen, de vreemdelingen,de naakten, de zieken, de gevangenen (zie Mt. 25, 31-46). Alleen hij die in liefdedient, weet te behoeden.9) In de tweede lezing spreekt de heilige Paulus over Abraham, die “tegen alle hoopin ... vol hoop geloofd heeft” (Rom. 4, 18). Tegen alle hoop in, vol van hoop! Zelfsvandaag de dag, met de aanwezigheid van vele grauwe luchten, moeten we hetlicht van de hoop zien en onszelf hoop geven. De schepping bewaren, iedere manen iedere vrouw te behoeden met een blik vol tederheid en liefde, dat betekent, dehorizon van de hoop openen, betekent, alle wolken open te scheuren voor éenlichtstraal, betekent de warmte van de hoop te brengen. En voor de gelovigen, voorons Christenen - zoals reeds voor Abraham en voor de heilige Jozef - biedt de hoopdie wij brengen, de horizon van God, die ons is getoond in Christus en die gegrondis op de Rots, die God is.10) Jezus met Maria te behoeden, de gehele schepping te behoeden, ieder mens tebehoeden, in het bijzonder de armsten en ons zelf te behoeden: dat is een dienst,waartoe de bisschop van Rome is geroepen en waartoe wij allen zijn geroepen, omde ster van de hoop te laten oplichten: behoeden we met liefde wat God onsgeschonken heeft.11) Ik vraag om de voorspraak van de Maagd Maria, de heilige Jozef, de heiligenPetrus en Paulus, de heilige Franciscus, dat de Heilige Geest mijn dienst magbegeleiden, en tot u allen zeg ik: bid voor mij! Amen.Bron: http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/ hier kunt u ook andere preken/toespraken vinden in hetnederlands
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 10De Catechismus van de Katholiek KerkHet college van bisschoppen en zijn hoofd, de paus880 Toen Christus de Twaalf aanstelde "maakte Hij van hen een college of vastegroep en stelde hij Petrus, uit hun midden gekozen, aan hun hoofd". Zoals Petrusen de andere apostelen één apostolisch college vormen door de instelling van deHeer, zo zijn op gelijke wijze de paus van Rome, de opvolger van Petrus, en debisschoppen, de opvolgers van de apostelen, met elkaar verbonden".881 De Heer heeft alleen van Simon, aan wie Hij de naam Petrus ("rots") gaf, derots van zijn Kerk gemaakt. Hij heeft hem de sleutels ervan overhandigd; vgl. Mt.16, 18-19. Hij heeft hem aangesteld tot herder van heel de kudde, vgl. Joh. 21, 15-17. Maar het staat vast dat deze taak om te binden en te ontbinden, die aan Petrusis gegeven, ook aan het college van apostelen, verbonden met hun hoofd, gegevenis". Deze pastorale taak van Petrus en de andere apostelen behoort tot defundamenten van de Kerk. Zij wordt voortgezet door de bisschoppen onder hetprimaatschap van de paus.882 De paus, bisschop van Rome en opvolger van Petrus, "is het blijvend enzichtbaar beginsel en fundament van de eenheid, zowel van de bisschoppen als vande menigte van de gelovigen". "De paus van Rome immers heeft, juist krachtenszijn ambt als plaatsvervanger van Christus en herder over de gehele Kerk, devolledige, hoogste en universele macht, die hij altijd vrij kan uitoefenen".883 "Het college of corps van bisschoppen heeft echter geen gezag, als men hetniet beschouwt als verenigd met de paus, de opvolger van Petrus, als zijn hoofd".Als zodanig is dit college "ook subject van de hoogste en volledige macht over dehele Kerk, een macht die echter niet zonder toestemming van de paus van Romeuitgeoefend kan worden".884 "De macht over de gehele Kerk oefent het bisschoppencollege op plechtigewijze uit in een oecumenisch concilie". "Een oecumenisch concilie is nooit mogelijk,als het niet door de opvolger van Petrus als zodanig is bekrachtigd of tenminsteaanvaard".885 "Voor zover dit college uit velen is samengesteld, brengt het deverscheidenheid en de universaliteit van het volk van God tot uitdrukking, voorzover het "verenigd is onder één hoofd, drukt het de eenheid uit van Christuskudde".886 "De afzonderlijke bisschoppen zijn echter het zichtbaar beginsel en fundamentvan de eenheid in hun particuliere kerken". Als zodanig "oefenen zij hun herderlijkgezag uit over dat gedeelte van het volk Gods dat hun is toevertrouwd", hierinbijgestaan door priesters en diakens. Maar als lid van het college van bisschoppen
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 11deelt ieder van hen in de zorg voor alle Kerken, een taak die zij allereerstuitoefenen door hun eigen Kerk als deel van de universele Kerk goed te besturen",en zo bij te dragen "tot het welzijn van heel het mystieke lichaam, dat ook hetlichaam is van de Kerken". Deze zorg dient zich in het bijzonder uit te strekken totde armen, vgl. Gal. 2, 10, tot hen die om het geloof vervolgd worden, evenals totde missionarissen die over heel de aarde werkzaam zijn.887 De particuliere Kerken die zich in elkaars nabijheid bevinden en een homogenecultuur hebben, vormen kerkprovincies of grotere eenheden die patriarchaten ofregios genoemd worden. De bisschoppen van deze eenheden kunnen zichverenigen in synodes of in provinciale concilies. "Eveneens kunnen debisschoppenconferenties tegenwoordig op vele manieren en vruchtbaar bijdragentot de concrete verwezenlijking van de collegialiteit".
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 12De heilige Jozefmaria EscriváOmnes cum Petro ad Iesum per MariamAllen met Petrus naar Jezus door MariaDe Weg520 Katholiek, Apostolisch, Rooms! - Het bevalt me dat je zo rooms bent, en dat jeeen bedevaart naar Rome verlangt te maken videre Petrum, om Petrus te zien.573 Dank U, mijn God, voor de liefde tot de Paus, die U in mijn hart gelegd hebt.De Voor353 Iedere dag moet je groeien in trouw aan de Kerk, de Paus, de Heilige Stoel -Met een liefde die steeds theologischer wordt!De Smidse133 Neem het woord van de paus aan met een vrome en nederige houding, meteen innerlijke en effectieve instemming. Zorg dat het weerklank krijgt!134 Bemin de paus en bejegen hem met respect. Bid voor hem en doeverstervingen voor hem; en dat met steeds meer liefde. Hij is het fundament vande Kerk. In de loop der eeuwen en tot aan het einde der tijden zal hij onder allemensen het heiligingswerk en de leiding voortzetten, die Jezus aan Petrustoevertrouwde.135 Je grootste liefde, je hoogste achting, je diepste respect, je meest toegewijdegehoorzaamheid en je grootste genegenheid dient uit te gaan naar deplaatsvervanger van Christus op aarde, naar de paus. Wij, katholieken, moetenbedenken dat de Heilige Vader, in de hiërarchie van de liefde en het gezag, na Goden onze Moeder de allerheiligste Maagd Maria komt.136 Moge het dagelijks overwegen van de zware last die op de paus en debisschoppen rust, je ertoe aanzetten hen met respect en genegenheid te bejegenenen hen te steunen met je gebed.633 De trouw aan de paus brengt ook de duidelijke plicht met zich mee zijngedachtengoed te kennen uit encyclieken en andere documenten. We moeten doenwat we kunnen, opdat alle katholieken aandacht schenken aan het onderricht vande heilige Vader en hun gedrag daar op afstemmen.647 Draag je gebed, je boete en je werk voor dit doel op:Ut unum sint! Opdat allechristenen eenzelfde wil, eenzelfde hart en eenzelfde geest hebben en daardoor,geheel verenigd met de paus, naar Jezus gaan door Maria. Omnes cum Petro adIesum per Mariamhttp://www.escrivaworks.nl/
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 13De heilige Jozefmaria EscriváTrouw aan de Kerk, homilie gehouden op 4 juni 19721 De teksten van de liturgie van deze zondag vormen een keten van aanroepingentot de Heer. Wij zeggen Hem dat Hij onze toevlucht, onze burcht en onze veste is(vgl. Ps 18, 19-20 en 2-3; Introïtus van de Mis). Het gebed herneemt dit thema vande introïtus: "Gij onttrekt nimmer uw leiding aan hen, die Gij in de duurzaamheidvan uw liefde bevestigt" (Gebed, Mis van de tweede zondag na Pinksteren).In de graduale blijven wij tot Hem onze toevlucht nemen: Tot de Heer riep ik inmijn nood... Verlos mij, Heer, van leugenlippen en lastertongen. O Heer, tot Uneem ik mijn toevlucht (Ps 120 1-2; Ps 7, 2; Graduale van de Mis). Dit aandringenbij God onze Vader is aangrijpend. Het doet ons er nadrukkelijk aan denken dat wij,gebeure wat gebeurt, onze toevlucht tot zijn barmhartigheid moeten nemen. Ooknu, nu verwarde stemmen een spoor in de Kerk achterlaten; nu, in tijden vandwaling, wanneer zoveel zielen geen goede herder vinden —een andere Christus diehen naar de Liefde tot God zou leiden— en vinden integendeel dieven en rovers, diekomen stelen, slachten en vernietigen (Joh 10, 8 en 10).Laten we niet bang zijn. De Kerk, die het lichaam van Christus is, zal onomstotelijkde weg en de schaapskooi van de Goede Herder zijn, de stevige grondslag, de wegdie voor alle mensen open staat. Wij hebben het zojuist gelezen in het evangelie:Ga dan naar de wegen en de binnenpaden en dwing hen binnen te komen; wantmijn huis moet vol worden (Luc 14, 23).2 Maar, wat is de Kerk? Waar is de Kerk? Veel onthutste gelovigen die het spoorbijster zijn, krijgen geen duidelijk antwoord op deze vragen. Zij komen er misschientoe de antwoorden die het kerkelijk leergezag door de eeuwen heen geformuleerdheeft —en die elke goede catechismus met wezenlijke nauwkeurigheid en eenvoudvoorhoudt— achterhaald te achten. Zij zouden door nieuwe antwoorden vervangenmoeten worden. Een serie feiten en moeilijkheden lijken opgesomd te worden omhet heldere gelaat van de Kerk te verduisteren. Sommigen houden vol: de Kerk ishier, en zij blijven ijveren voor een aanpassing van de Kerk aan wat modernetijden wordt genoemd. Anderen schreeuwen: de Kerk is niets meer dan de dorstnaar solidariteit van de mens; we moeten haar met de omstandigheden van nu inovereenstemming brengen.Zij vergissen zich. De Kerk van vandaag is dezelfde als de Kerk die Christusstichtte. Anders kan het niet. "De apostelen en hun opvolgers zijn deplaatsbekleders van God in het besturen van de Kerk die op het geloof en desacramenten van het geloof gegrondvest is. En zoals het niet geoorloofd is eenandere kerk te vestigen, kan er evenmin een ander geloof ingevoerd worden ofkunnen er andere sacramenten ingesteld worden. Uit die sacramenten echter dievloeiden uit Christus zijde toen Hij aan het kruis hing, is de Kerk opgebouwd" (H.Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III q64 a2 ad3). De Kerk moet kenbaarzijn aan de vier kentekenen die uitgedrukt worden in de geloofsbelijdenis van eenvan de eerste concilies, zoals wij die bidden in het credo van de Mis: "Ik geloof... inde ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk" (Symbolum Constantinopolitanum;DS 150 (86)). Dat zijn de wezenlijke eigenschappen van de Kerk die voortvloeienuit haar natuur, zoals Christus die gewild heeft. Omdat zij wezenlijk zijn, zijn dezeeigenschappen ook kenmerken, tekenen die de Kerk onderscheiden van welke
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 14andere groepering mensen dan ook, waaraan niet afdoet dat men in die anderegroeperingen ook de naam van Christus in de mond neemt.Iets meer dan een eeuw geleden vatte paus Pius IX dit onderricht van de traditiesamen: "De ware Kerk van Jezus Christus wordt door de vier kentekenen, die wijons in het symbolum als geloofspunt eigen maken, op goddelijk gezag gevormd engekend. Elk van deze kenmerken is zo onlosmakelijk met de overige verbonden,dat het daardoor niet van de andere losgemaakt kan worden. Hieruit volgt, dat watwerkelijk katholiek is en genoemd wordt, zou moeten schitteren met de andereeigenschappen van zowel eenheid als heiligheid, als de apostolische successie"(Pius IX, Brief van het Heilig Officie aan de bisschoppen van Engeland, 16september 1864; DS 2888 (1686)). Dit is —daar hamer ik op— het traditioneleonderricht van de Kerk dat onlangs herhaald is —ook al zijn er de laatste jarenmensen die dat, uit een verkeerde zucht naar oecumene, vergeten— door hetTweede Vaticaans Concilie: "Dit is de enige Kerk van Christus, die wij in hetsymbolum als één, heilig, katholiek en apostolisch belijden. Onze Verlosser heefthaar, na zijn verrijzenis, aan Petrus als herder toevertrouwd. Aan hem en deandere apostelen heeft Hij haar uitbreiding en leiding opgedragen. Haar heeft Hijvoor eeuwig opgericht als pijler en grondslag van de waarheid" (Tweede VaticaansConcilie, Dogmatische constitutie Lumen gentium, 8).De Kerk is één3 Opdat zij één mogen zijn, zoals Wij (Joh 17, 11), roept Christus tot zijn Vader;mogen zij allen één zijn zoals Gij, Vader, het zijt in Mij, en Ik in U (Joh 17, 21). Dieaansporing tot eenheid ontsnapte telkens aan de lippen van Christus, omdat elk rijkdat innerlijk verdeeld is, vervalt tot een woestenij; en geen stad of huis, in zichzelfverdeeld, standhoudt (Mat 12, 25). Het is een onderricht dat uitmondt in een hevigverlangen: Ik heb ook nog andere schapen die niet uit deze schaapsstal zijn. Ookdie moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem luisteren en het zal worden: éénkudde, één herder (Joh 10, 16).Met welk een wondermooie nuanceringen heeft de Heer over deze leer gesproken.Hij vermeerdert woorden en beelden, opdat wij het begrijpen, opdat dezehartstocht voor de eenheid in onze ziel gegrift wordt. Ik ben de ware wijnstok enmijn Vader is de wijnbouwer. Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt, snijdt Hijaf; en elke rank die wel vrucht draagt, zuivert Hij, opdat zij meer vrucht magdragen... Blijft in Mij, zoals Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uitzichzelf, maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin, als gij niet blijft inMij. Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, draagt veelvrucht, want los van Mij kunt gij niets (Joh 15, 1-5).Ziet u niet hoe mensen, die zich losmaken van de Kerk, ook als ze soms rijk in hetloof zitten, spoedig uitdrogen en hun eigen vruchten laten verworden tot voer voorwormen? Bemin de heilige, apostolische, roomse, éne Kerk. "Wie —zoals de heiligeCyprianus immers schrijft— elders zijn heil zoekt, buiten de Kerk, doet de Kerk vanChristus verdwijnen" (H. Cyprianus, De catholicae Ecclesiae unitate, 6; PL 4, 503).En de heilige Johannes Chrysostomus benadrukt: "scheidt u niet af van de Kerk.Niets is sterker dan de Kerk. Uw hoop is de Kerk; uw toevlucht is de Kerk. Zij ishoger dan de hemel en breder dan de aarde; zij wordt nooit oud en haar krachtkent geen einde" (H. Johannes Chrysostomus, Homilia de capto Eutropio, 6).
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 15Het verdedigen van de eenheid van de Kerk wordt vertaald in een dieper beleefdeeenheid met Christus die onze wijnstok is. Hoe? Onze trouw aan het altijddurendLeergezag van de Kerk vergroten: "De opvolgers van Petrus werd immers deHeilige Geest niet beloofd opdat zij door zijn openbaring een nieuwe leer zoudenverbreiden, maar opdat zij, met zijn bijstand, de door de apostelen overgeleverdeopenbaring en geloofsschat heilig zouden bewaken en trouw zouden uitleggen"(Eerste Vaticaans Concilie, Dogmatische constitutie Pastor aeternus; DS 3070(1836)). Zo zullen wij de eenheid bewaren: door eerbied te betuigen aan onzesmetteloze Moeder; door de paus van Rome lief te hebben.4 Sommigen stellen dat wij nog maar met weinigen over zijn in de Kerk. Ik zoudaar tegenover willen stellen: als wij allen trouw de leer van Christus zoudenbewaken, zou dat aantal onmiddellijk een flink stuk groeien. God wil immers datzijn huis vol is. In de Kerk zullen wij Christus ontdekken, die de Liefde van onzeliefdes is. En wij moeten voor allen deze roeping verlangen, deze intieme vreugdedie onze ziel dronken maakt met de heldere zoetheid van het barmhartig Hart vanJezus.We moeten oecumenisch zijn, hoor je vaak zeggen. Heel goed. Niettemin ben ikbang, dat achter een paar zichzelf oecumenisch noemende initiatieven bedrogschuilt. Het zijn immers initiatieven die niet leiden naar de liefde van Christus, naarde ware wijnstok. Daarom brengen zij ook geen vrucht voort. Ik bid de Heer elkedag, dat Hij mijn hart groter maakt, dat Hij deze liefde die ik van Hem in mijn zielontvangen heb, voor alle mensen bovennatuurlijk blijft maken, zonder onderscheidnaar ras, nationaliteit, cultureel niveau of rijkdom. Ik heb voor allen oprechteachting, katholiek of niet katholiek, voor hen die geloven en voor hen die nietgeloven en die mij verdriet berokkenen. Christus stichtte echter één Kerk, Hij heeftéén Bruid.Eenwording van de christenen? Ja. Meer nog: eenwording van allen die in Godgeloven. Echter, er bestaat maar één ware Kerk. We hoeven haar niet teherbouwen met fragmenten die over de hele wereld verspreid zijn. Het is niet nodigeen of andere reiniging te ondergaan om uiteindelijk zuiver te zijn. "De Bruid vanChristus kan geen overspel plegen, omdat zij zuiver en niet aan bederf onderhevigis. Zij kent slechts één huis, zij beschermt de ongeschondenheid van éénbruidsvertrek met kuise ingetogenheid. Zij behoudt ons voor God. Zij bestemt dekinderen die zij gebaard heeft, voor het Rijk. Iedereen die zich afscheidt van deKerk, verbindt zich met een overspelige, doet afstand van de beloften van de Kerk.En wie de Kerk van Christus in de steek laat, zal de beloning van Christus nietverwerven" (H. Cyprianus, De catholicae Ecclesiae unitate, 6; PL 4, 503).De Kerk is heilig5 Nu zullen wij beter begrijpen hoe de eenheid van de Kerk naar haar heiligheidleidt en hoe een van de belangrijkste aspecten van deze heiligheid juist dezeeenheid is, die het middelpunt vormt van het mysterie van de Drieëne God: éénlichaam en één Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot één en dezelfde hoopwaarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doopsel. Eén God enVader van allen, die is boven allen en met allen en in allen (Ef 4, 4-6).Heiligheid betekent niets anders dan eenheid met God. Hoe meer intimiteit metGod, des te heiliger. De Kerk is door Christus gewild en gesticht. Daarmee
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 16volbracht Hij de wil van de Vader. De Bruid van de Zoon wordt bijgestaan door deHeilige Geest. De Kerk is het werk van de Allerheiligste Drieëenheid; zij is heilig enmoeder, onze Moeder de heilige Kerk. Wij kunnen in de Kerk een volmaaktheidbewonderen, die met haar oorsprong te maken heeft en een andere, deeschatologische, die haar laatste en definitieve volmaaktheid zal zijn. De heiligePaulus verwijst naar beide in zijn brief aan de Efeziërs: Christus heeft de Kerkliefgehad en zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend doorhet waterbad met het woord, teneinde haar voor zich te doen verschijnen als eenheerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet (Ef 5, 25-27).De oorspronkelijke en constitutieve heiligheid van de Kerk kan versluierd blijven,maar nooit vernietigd, want de Kerk is onvergankelijk: de poorten der hel zullenhaar niet overweldigen (Mat 16, 18). Deze volmaaktheid kan immers voormensenogen verborgen blijven, zei ik, in momenten van vrijwel algeheleverduistering. De heilige Petrus echter sierde de christenen met de titel gens sancta(1 Petr 2, 9), heilig volk. En als leden van een heilig volk hebben alle gedooptendeze roeping tot heiligheid gekregen, behoren zij te trachten aan de genade tebeantwoorden en persoonlijk heilig te worden. In de loop van de hele geschiedenis,ook tegenwoordig, zijn vele katholieken werkelijk heilig geworden: jongeren enouderen, ongehuwden en gehuwden, priesters en leken, mannen en vrouwen.Het komt echter voor, dat de persoonlijke heiligheid van zoveel gelovigen —vroegeren nu— niet in het oog springt. Wij herkennen regelmatig de gewone, alledaagse enheilige mensen niet, die te midden van ons werken en wonen. Voor het aardse oogtekenen zich de zonde en het gebrek aan trouw duidelijker af: die zijn opvallender.6 Gens sancta, heilig volk, samengesteld uit schepselen met ellende. Dezeschijnbare tegenstelling duidt een aspect van het mysterie van de Kerk aan. DeKerk die goddelijk is, is ook menselijk, omdat zij gevormd wordt door mensen enmensen hebben hun gebreken: omnes homines, terra et cinis (Sir 17, 32), allemensen zijn stof en as.Onze Heer Jezus Christus, die de heilige Kerk stichtte, verwacht dat de leden vandat volk zich ononderbroken inspannen die heiligheid te verwerven. Niet allenreageren trouw op hun roeping. En in de Bruid van Christus ziet men tegelijk dewonderschone weg naar de zaligheid en de zwakheden van hen die deze weg gaan."De goddelijke Verlosser heeft gewild, dat de door Hem gestichte vereniging vanmensen een in haar soort volkomen gemeenschap zou zijn, die met alle juridischeen sociale elementen is toegerust, opdat zij hier namelijk zijn zaligmakendverlossingswerk zou bestendigen. [...] Wanneer wij nu echter in de Kerk iets zien,waaruit de zwakheid van de menselijke natuur blijkt, is dit niet toe te schrijven aanhaar juridische inrichting, maar veeleer aan de droevige geneigdheid tot het kwaadin de afzonderlijke personen. Deze zwakheden laat haar goddelijke stichter, ook inhoger geplaatste leden van zijn mystiek lichaam, slechts daarom toe, opdat dedeugd van schapen en herders zou worden beproefd en in allen de verdiensten vanhet christelijk geloof worden vermeerderd" (Pius XII, Encycliek Mystici CorporisChristi, 29 juni 1943).Dat is de werkelijkheid van de Kerk hier en nu. Om die reden is het nietonverenigbaar met de heiligheid van de Bruid van Christus, dat er mensen metgebreken in haar schoot verkeren. "Christus wilde de zondaars niet uitgesloten zienuit de gemeenschap die Hij stichtte. Wanneer dus sommige leden geestelijk ziek
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 17zijn, mag dat geen reden zijn om in onze liefde jegens de Kerk te verflauwen, maarveeleer moet dit een aansporing zijn ons medelijden met haar ledematen inniger tedoen maken" (Ibidem)7 Het zou van weinig rijpheid getuigen als iemand, in verband met de aanwezigheidvan gebreken en kleine foutjes bij een of ander lidmaat van de Kerk —hoe hoog diemisschien op grond van functie gestegen is— zijn geloof in de Kerk en in Christuszou voelen verminderen. De Kerk wordt noch door Petrus, noch door Paulus, nochdoor Johannes geleid; Zij wordt geleid door de Heilige Geest. En de Heer heeftbeloofd dat Hij aan haar zijde zal blijven, alle dagen tot aan de voleinding derwereld (Mat 28, 20).Luister naar wat Thomas van Aquino hierover zegt, als hij spreekt over hetontvangen van de sacramenten die oorzaak en teken zijn van de heiligmakendegenade: "Wie tot de sacramenten nadert, ontvangt deze stellig van de bedienaarvan de Kerk, maar niet in zoverre deze persoon is, maar in zoverre hij bedienaarvan de Kerk is. Daarom zal, nu de Kerk toestaat dat hij zijn ambt uitoefent, degenedie uit zijn handen het sacrament ontvangt, niet delen in de zonden van deonwaardige dienaar. Hij communiceert immers bij de Kerk die een mens alsbedienaar heeft" (H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III q64 a6 ad2).Wanneer de Heer toelaat dat de menselijke zwakte naar buiten treedt, moet onzereactie dezelfde zijn als bij het zien van een zieke of harteloos behandelde moeder:meer van haar houden, haar meer uit- en inwendige blijken van tederegenegenheid geven.Als wij van de Kerk houden, zullen wij er nooit een ziekelijk belang aan hechten dezwakheden van sommige van haar kinderen naar buiten te brengen als de foutenvan de Moeder. De Kerk, de Bruid van Christus, hoeft geen mea culpa aan teheffen. Wij wel: mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa! Het enige ware meaculpa is de persoonlijke schuldbekentenis, niet het signaleren en moedwilligoverdrijven van de menselijke fouten van sommige geloofsgenoten, alsof dezefouten persoonlijk de heilige Kerk aan te rekenen zijn. Die fouten zullen zoverkunnen gaan als de mensen vermogen, maar nooit zover dat wat wij deoorspronkelijke en constitutieve heiligheid van de Kerk noemen, vernietigd of zelfsmaar geraakt wordt.God onze Heer heeft de Kerk inderdaad vergeleken met een dorsvloer, waar hetstro opgestapeld is samen met de tarwe waaruit brood gemaakt zal worden voor detafel en voor het altaar. Hij heeft de Kerk vergeleken met een sleepnet ex omnigenere piscium congreganti (Mat 13, 47), dat vissen van allerlei soort bijeenbracht;goede vissen en slechte vissen die later weggegooid zullen worden.8 Het mysterie van de heiligheid van de Kerk —dat oorspronkelijke licht datverborgen kan blijven door de schaduwen van de laagheid der mensen— verwerptzelfs de kleinste verdenking over of twijfel aan de schoonheid van onze Moeder.Men mag niet zonder protest toelaten dat anderen haar beledigen. Laten wij niet dezwakke plekken in de Kerk opzoeken om kritiek te kunnen leveren, zoals sommigendoen die geloof noch liefde tonen. Ik kan me niet indenken dat de liefde voor deeigen moeder echt is, als men met afstandelijkheid over haar spreekt.Onze Moeder is heilig, omdat zij zuiver geboren is en smetteloos tot in eeuwigheidzal voortbestaan. Als wij haar schone gelaat eens een keer niet kunnen ontwaren,moeten wij ons de ogen uitwrijven. Als wij bemerken dat haar stem ons niet bevalt,
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 18moeten wij alle hardheid van onze oren verwijderen die ons belemmert, op dejuiste toonhoogte, het gefluit te horen van de liefhebbende Herder. Onze Moeder isheilig met de heiligheid van Christus met Wie zij naar lichaam —dat zijn wij allen—verenigd is en naar geest —de Heilige Geest— die ook in het hart van ieder van onsverblijft, als wij tenminste in staat van genade blijven.Heilig, heilig, heilig! durven wij de Kerk toe te zingen, daarmee de lofzang ter erevan de Allerheiligste Drieëenheid aanheffend. Kerk, mijn Moeder, gij zijt heilig,omdat de Zoon van God, de Heilige, u heeft gesticht; omdat de Vader, de bron vanalle heiligheid, het zo beschikt heeft; omdat de Heilige Geest, die in de zielen vande gelovigen verblijft, u bijstaat om de kinderen van de Vader bijeen te brengen,zodat zij zullen wonen in de hemelse Kerk, het eeuwig Jeruzalem.De Kerk is katholiek9 God wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen.Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mensChristus Jezus die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen: op de vastgesteldetijd legde Hij zijn getuigenis af (1 Tim 2, 4-6). Christus heeft slechts één Kerkingesteld, zijn Kerk. Om die reden is de Bruid van Christus één en katholiek:universeel, voor alle mensen.De Kerk is al heel wat eeuwen over de hele wereld verspreid. Zij telt onder haarlidmaten mensen van alle rassen en sociale omstandigheden. De universaliteit vande Kerk echter is niet afhankelijk van de geografische spreiding, ook al is dat eenzichtbaar teken en een argument voor haar geloofwaardigheid. De Kerk was alkatholiek met Pinksteren; zij is katholiek geboren uit het doorwonde hart van Jezusals een door de Heilige Geest ontstoken vuur.In de tweede eeuw gingen de christenen de Kerk betitelen met katholiek om haarte onderscheiden van sekten die de naam van Christus gebruikten, maar op een ofander punt verraad pleegden aan zijn leer. "Wij noemen haar katholiek —schrijft deheilige Cyrillus— niet alleen omdat zij over de gehele bewoonde wereld verspreid is,van de ene uithoek tot aan de andere, maar ook omdat zij op universele wijze enzonder gebreken alle dogmas onderricht die de mensen moeten kennen van hetzichtbare en het onzichtbare, van het hemelse en van het aardse. Ook omdat zijalle klassen van mensen, regeerders en burgers, geleerden en onwetenden tot deware eredienst brengt. En tenslotte omdat zij elke soort zonde heelt en geneest,zowel naar ziel of als naar lichaam. Daarbij bezit zij bovendien —hoe men ze ookzou willen noemen— alle vormen van deugd, in daad en woord en in alle soortengeestelijke gaven" (H. Cyrillus, Catechesis, 18, 23).De katholiciteit van de Kerk is evenmin afhankelijk van het feit of niet-katholiekenhaar al dan niet toejuichen en waarderen. Zij heeft ook niets van doen met deopvattingen over tijdelijke zaken van bepaalde personen, die in de Kerk met gezagbekleed zijn en door verwante stromingen beschouwd —vaak gemanipuleerd—worden als middel om de publieke opinie te beïnvloeden. Het komt vaak voor, datwat er in een of andere menselijke ideologie aan waarheid zit en verdedigd wordt,een weerklank of een basis vindt in het altijddurend onderricht van de Kerk. Dit is,in een bepaald opzicht, een aanduiding van de goddelijkheid van de Openbaringwaarover dit Leergezag waakt. Maar de Bruid van Christus is katholiek, ook al
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 19wordt zij door velen weloverwogen ontkend, en zelfs gehoond en vervolgd, zoalstegenwoordig ongelukkig genoeg op zoveel plaatsen voorkomt.10 De Kerk is geen politieke partij, geen maatschappelijke ideologie, geen wereldseorganisatie, gericht op samenwerking of materiële vooruitgang, hoewel zij hetnobele in deze en andere activiteiten erkent. De Kerk heeft zich altijd ingezet en zalaltijd een enorme inspanning aan de dag leggen ten gunste van de behoeftigen,van mensen die lijden, van allen die op een of andere manier aan de gevolgen vanhet enige echte kwaad, de zonde, blootstaan. Aan allen —aan mensen die op een ofandere manier behoeftig zijn en aan mensen die menen de aardse goederen tenvolle te genieten— komt de Kerk één enkele wezenlijke zaak bevestigen: dat onzebestemming eeuwig en bovennatuurlijk is, dat alleen Jezus Christus ons voor altijdredt en dat wij alleen in Hem hier al in dit leven op een of andere wijze de echtevrede en het echte geluk zullen kunnen verwerven.Vraag nu met mij aan God onze Heer: dat wij katholieken deze waarheden nooitzullen vergeten en dat wij besluiten ze in praktijk te brengen. De katholieke Kerkheeft de goedkeuring van mensen niet nodig, want zij is een werk van God.Wij zullen laten zien dat wij katholiek zijn door de vruchten van heiligheid die wijafwerpen, want heiligheid staat geen grenzen toe en is ook niet het erfdeel van eenspeciale groep mensen. Wij zullen laten zien dat wij katholiek zijn als wij bidden,als wij ons voortdurend tot God richten, als wij ons inspannen altijd en in allesrechtvaardig te zijn —in de breedste betekenis van de term rechtvaardigheid die indeze tijden niet zelden gebruikt wordt met een materialistische of leugenachtigebijklank— als wij de persoonlijke vrijheid van de andere mensen beminnen enverdedigen.Ik houd u ook nog een ander duidelijk teken van de katholiciteit van de Kerk voor:het trouw bewaren en toedienen van de sacramenten zoals Christus die ingesteldheeft, zonder menselijke verdraaiingen, zonder ze van een psychologische ofsociologische dimensie te voorzien. "Het staat niet vrij over iets te beschikken datzich in de macht van iemand anders bevindt, maar alleen over dat wat zich iniemands eigen macht bevindt. En nu de heiliging van de mens in de macht van Godis, staat het de mens niet vrij naar eigen inzicht de zaken te bepalen waardoor hijgeheiligd wordt, maar moet dit op goddelijke aanwijzing bepaald worden" (H.Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III q60 a5 c). Deze pogingen om aan hetwezen van de sacramenten de universaliteit te ontnemen, zouden misschien noggerechtvaardigd kunnen worden als het alleen ging om de tekenen, de symbolendie onderworpen zijn aan de natuurwetten van begrip en rede. "De sacramentenvan de nieuwe wet zijn zowel oorzaak als teken. Daarom werken zij uit, watalgemeen geleerd wordt, wat zij aanduiden. Daaruit blijkt ook dat zij qua natuurvolmaakt sacrament zijn: in zoverre zij namelijk geordend zijn naar iets sacraals,iets heiligs, niet alleen bij wijze van teken, maar ook bij wijze van oorzaak"(Ibidem, III q62 a1 ad1).11 Deze katholieke Kerk is rooms. Ik geniet van dat woord: rooms! Ik voel mijrooms, omdat rooms wil zeggen universeel, katholiek; omdat het mij de paus innigdoet liefhebben, il dolce Cristo in terra, de lieve Christus op aarde, zoals de heiligeCatharina van Siëna —die ik zo liefheb— telkens graag zei."Vanuit dit rooms katholiek centrum —onderstreepte paus Paulus VI in deslotzitting van het Tweede Vaticaans Concilie— is, in theorie, niemand
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 20onbereikbaar. Allen kunnen en moeten bereikt worden. Voor de katholieke Kerk isuiteindelijk niemand een vreemdeling, niemand wordt buitengesloten, niemand kandenken zich op verre afstand te bevinden" (Tweede VaticaansConcilie,Constitutiones, Decreta, Declarationes, Vaticaanstad, 1966, p. 1079). Uitalle macht vereer ik het Rome van Petrus en Paulus, doordrenkt met het bloed vande martelaren, het centrum van waaruit zovelen vertrokken zijn om in de helewereld het verlossende woord van Christus te verbreiden. Rooms zijn heeft niets temaken met een of ander soort particularisme, maar alles met authentiekoecumenisme. Het veronderstelt het verlangen het hart te verruimen en voor allente openen met de verlossende hartstocht van Christus die allen zoekt, allenopneemt, omdat Hij als eerste alle mensen bemind heeft.De heilige Ambrosius schreef een paar korte woorden die een vreugdelied vormen:"Waar Petrus is, daar is de Kerk, daar heerst niet de dood, maar het eeuwig leven"(H. Ambrosius, In XII Ps Enarratio, 40, 30). Waar immers Petrus en de Kerk zijn,daar is Christus: en Hij is de redding en de enige weg.De Kerk is apostolisch12 De Heer heeft zijn Kerk gesticht op de zwakte —maar ook op de trouw— vaneen paar mannen, de apostelen, aan wie Hij de blijvende bijstand van de HeiligeGeest beloofde. Laten we nogmaals die bekende tekst lezen die altijd weer nieuwen actueel is: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus enmaakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader ende Zoon en de Heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolenheb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld(Mat 28, 18-20).De prediking van het evangelie in Palestina begint niet uit privé initiatief van enigezeer vurige personen. Wat konden de apostelen doen? Zij telden in hun tijd nietmee. Zij waren niet rijk, niet ontwikkeld, in menselijk opzicht geen helden. Jezuslegde een onmetelijke, goddelijke taak op de schouders van deze handvolleerlingen. Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven optocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn. Dan zal deVader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt (Joh 15, 16).Door de tweeduizend jaren van de geschiedenis van de Kerk heen is deapostolische successie in stand gebleven. "De bisschoppen —verklaarde het Concilievan Trente— zijn de apostelen, op hun plaats opgevolgd [...] en zijn, zoals deapostel [Paulus] zelf zegt: aangesteld door de Heilige Geest tot leiders om GodsKerk te hoeden (Hand 20, 28)" (Concilie van Trente, Doctrina de sacramentisordinis; DS 1768 (960)). En onder de apostelen heeft Christus zelf Simon totvoorwerp van een bijzondere uitverkiezing gemaakt: Gij zijt Petrus, en op dezesteenrots zal ik mijn Kerk bouwen (Mat 16, 18). Ik heb voor u gebeden —voegt Hijer verder aan toe—dat uw geloof niet zou bezwijken. Wanneer ge eenmaal totinkeer gekomen zijt, versterk dan op uw beurt uw broeders (Luc 22, 32).Petrus ging naar Rome en vestigde daar de zetel van de primaat, van de VicariusChristi, de plaatsbekleder van Christus op aarde. Om die reden vertegenwoordigtRome het duidelijkst de apostolische successie, daarom wordt zij bij uitstek deapostolische stoel genoemd. Het Eerste Vaticaans Concilie heeft met de woordenvan een eerder concilie, dat van Florence, verklaard dat "allen die Christus trouwzijn, dienen te geloven, dat aan de heilige Apostolische Stoel en aan de paus van
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 21Rome het primaatschap over de gehele wereld toekomt en dat dezelfde paus vanRome opvolger is van de gelukzalige Petrus, de eerste onder de apostelen; dat hijde waarachtige plaatsbekleder van Christus is en hoofd van de hele Kerk en vaderen leraar van alle christenen; dat hem in de persoon van de gelukzalige Petrus dooronze Heer Jezus Christus de volle macht werd overgedragen de Wereldkerk tehoeden, te regeren en te besturen" (Eerste Vaticaans Concilie, Dogmatischeconstitutie Pastor aeternus; DS 3059 (1826)).13 De oppermacht van de paus van Rome en zijn onfeilbaarheid, als hij excathedra spreekt, zijn geen menselijke uitvinding. Zij zijn gebaseerd op deexpliciete stichterswil van Christus. Het is dan ook dwaas het gezag van de paustegenover dat van de bisschoppen te stellen, of de geldigheid van het pauselijkleergezag afhankelijk te stellen van de instemming van de gelovigen. Niets is aande Kerk meer vreemd dan een evenwicht in de machtsverdeling: aan menselijkemodellen hebben we niets, hoe aantrekkelijk en functioneel die ook zijn. Niemandin de Kerk geniet, in zoverre hij mens is, uit zichzelf absolute macht. De Kerk kentgeen andere leider dan Christus; en Christus heeft een plaatsbekleder aan willenstellen —de paus van Rome— voor zijn in deze wereld pelgrimerende Bruid.De Kerk is op grond van haar stichting apostolisch: "zij die werkelijk Katholiek is engenoemd wordt, moet uitblinken in haar kentekenen van eenheid, heiligheid,apostolische successie. De katholieke Kerk is derhalve één, met een zichtbare envolmaakte eenheid over de hele aarde, onder alle volken, waarachtig in die eenheidwaarvan begin, wortel en oorsprong duurzaam gelegen zijn in het oppergezag enhet uitmuntende primaatschap van de eerste onder de apostelen, de gelukzaligePetrus en van diens opvolgers op de zetel van Rome. En er is geen anderekatholieke Kerk dan deze, welke op de ene Petrus gebouwd is en in de eenheid vangeloof en liefde opgericht is als één samenhangend en compact lichaam" (Pius IX,Brief van het Heilig Officie aan de bisschoppen van Engeland, 16 september 1864;DS 2888 (1686)).Laten wij deze apostoliciteit doen blijken door, voor de ogen van allen, de eenheidmet de paus, dat is eenheid met Petrus, met grote trouw te beleven. De liefde totde romeinse opperherder moet een zoete hartstocht in ons zijn, omdat wij in hemChristus zien. Als wij met de Heer omgaan in het gebed, zullen wij metonbelemmerde blik onze weg gaan, waardoor wij, ook in gebeurtenissen die wijsoms niet begrijpen of die ons verdriet of smart berokkenen, in staat zijn deinwerking van de Heilige Geest te onderscheiden.De apostolische zending van alle katholieken14 De Kerk heiligt ons, nadat zij ons door het doopsel in haar schoot heeftopgenomen. Direct na onze geboorte in het natuurlijk leven kunnen wij al onzetoevlucht zoeken bij de heiligmakende genade. "Het geloof van een christen,sterker nog, het geloof van de gehele Kerk komt het kind ten goede door dewerking van de Heilige Geest die de Kerk één maakt en de goederen van de eenmeedeelt aan de ander" (H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III q68 a9ad2). Dit bovennatuurlijk moederschap van de Kerk is een wonderbaarlijk iets, doorde Heilige Geest verleend. "De geestelijke wedergeboorte, die door het doopselbewerkstelligd wordt, lijkt op een bepaalde wijze op de geboorte naar het vlees.Kinderen immers die in de moederschoot ontvangen zijn, krijgen niet door zichzelf
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 22voedsel, maar worden door het voedsel van de moeder verzadigd. Zo ontvangenook de kinderen die nog niet tot de jaren van het verstand gekomen zijn en als hetware in de schoot van hun Moeder de Kerk verblijven, niet uit zichzelf, maar doorhet handelen van de Kerk het heil" (Ibidem, III q68 a9 ad1).De priesterlijke macht van de Kerk, die rechtstreeks van Christus afkomstig is,treedt in alle grootsheid naar voren. "Christus nu is de bron van alle priesterschap:want de priester van de Wet was zijn voorafbeelding; de priester van de nieuwewet echter handelt in de persoon van Hem zelf, zoals geschreven staat in 2 Kor 2,10: En wat ik vergeven heb —zo ik tenminste iets te vergeven heb— dat heb ik omuwentwille in de persoon van Christus vergeven" (Ibidem, III q22 a4 c).De verlossende bemiddeling tussen God en de mens wordt in de Kerk voortgezetdoor het sacrament van het priesterschap, dat mensen de macht verleent —doorhaar sacramentele karakter en de daaruit voortvloeiende genade— te handelen innaam van Jezus Christus tot heil van alle mensen. "Dat de één een handeling kanstellen die de ander niet kan stellen, komt niet voort uit een verschil in goed ofkwaad, maar uit de verkregen macht die de een wel bezit en de ander niet. Omdatnu de leek niet de macht ontvangen heeft om te consacreren, kan hij, hoe grootzijn persoonlijke goedheid ook is, geen consecratie bewerkstelligen" (H. Thomasvan Aquino,In IV Sent, d13 q1a1).15 In de Kerk bestaat een veelheid aan ambten, maar er is slechts één enkel doel:de heiliging van de mensen. Aan die taak hebben op de een of andere manier allegelovigen deel door het bij doopsel en vormsel ontvangen merkteken. Allen moetenwij ons verantwoordelijk voelen voor deze zending van de Kerk: de zending vanChristus. Wie niet ijvert voor de verlossing van de zielen, wie niet zorgt al zijnkrachten in te zetten om de naam en de leer van Christus bekend en bemind temaken, zal niets begrijpen van de apostoliciteit van de Kerk.Een passief katholiek is nog niet zover, dat hij begrijpt wat Christus van ons allenverlangt. Een katholiek die zijn eigen gang gaat en zijn ogen niet gericht heeft ophet heil van de anderen, bemint niet met het hart van Jezus. Het apostolaat is nieteen zending die uitsluitend aan de hiërarchie, de priesters en kloosterlingentoekomt. De Heer roept ons allemaal, om in voorbeeld en woord, werktuigen te zijnvan die genadestroom die opspringt tot het eeuwig leven.Altijd als we de Handelingen van de Apostelen lezen, raakt ons de stoutmoedigheid,het vertrouwen in hun zending en de opofferingsgezinde blijmoedigheid van deleerlingen van Christus. Zij vragen niet om mensenmenigten. Maar ook als ermenigten komen, richten zij zich concreet tot elke ziel apart, tot elke mens, eenvoor een: Filippus tot de Ethiopiër (vgl. Hand 8, 26-40); Petrus tot de honderdmanCornelius (vgl. Hand 10, 1-48); Paulus tot de proconsul Sergius Paulus (vgl. Hand13, 6-12).Zij hebben geleerd van de Meester. Denk eens aan de parabel van de werkers diemidden op het marktplein wachtten tot zij ingehuurd werden. Toen de eigenaar vande wijngaard kwam en de dag al een flink stuk verstreken was, ontdekte hij dat ernog steeds dagloners met de armen over elkaar stonden: Wat staat ge heel de dagwerkloos? ... Niemand heeft ons gehuurd (Mat 20, 6-7). Laat dat een katholiek nietoverkomen; laat het niet gebeuren dat iemand uit zijn omgeving zou kunnenzeggen, dat hij niet over Christus heeft horen spreken, omdat niemand Hemverkondigd heeft.
    • teksten over Paus en Kerk, mei 2013 pagina 23Mensen denken regelmatig dat niets hen weerhoudt het zonder God te stellen. Zijbedriegen zichzelf. Ook al weten zij het niet, zij liggen als die lamme in debadinrichting bij de Schaapspoort, niet in staat naar het genezende water toe tegaan, naar de leer die blijdschap brengt in de ziel. Zo vaak is het de schuld vankatholieken. Die mensen zouden ook kunnen zeggen: hominem non habeo (Joh 5,7), er is niet één mens die mij helpt. Iedere christen moet apostel zijn, omdat God,die niemand nodig heeft, toch ons nodig heeft. Hij rekent erop dat wij onstoeleggen op het verbreiden van zijn verlossende leer.16 Wij beschouwen het mysterie van de Kerk, de Ene, Heilige, Katholieke enApostolische Kerk. Dit is het geëigende moment ons af te vragen: deel ik het vurigverlangen van Christus naar de zielen? Bid ik voor de Kerk, waarvan ik deeluitmaak, waarin ik een specifieke zending heb te volbrengen die niemand anders inmijn plaats kan doen? Bij de Kerk behoren is al veel, maar niet alles. Wij moetenKerk zijn, opdat onze Moeder nooit zal verworden tot een vreemde, iets uitwendigs,ver verwijderd van onze diepste gedachten.Laten wij deze overwegingen over de kentekenen van de Kerk besluiten. Met dehulp van de Heer zullen deze in onze ziel geprent blijven en zullen wij gesterktblijven met een heldere, zekere, goddelijke maatstaf om deze heilige Moeder, dieons het leven van de genade gegeven heeft en ons dag na dag met onvermoeibarezorg voedt, lief te hebben.Als u ooit bij toeval woorden of kreten hoort die een belediging van de Kerk zijn,laat deze liefdelozen dan, met menselijkheid en deernis, zien dat je een moederniet op een dergelijke wijze slecht mag behandelen. Zij vallen haar nu straffeloosaan, omdat haar rijk, het rijk van haar Meester en Stichter, niet van deze wereld is."Zolang de tarwe onder het graan kreunt, zolang de aren door het onkruid verstiktworden, zolang de kruiken met barmhartigheid wenen tussen die met toorn, zolangde lelie tranen vergiet tussen de doornen, zullen de vijanden niet ontbreken diezeggen: wanneer zal zij sterven en wanneer zal haar naam vervagen? Zij bedoelen:let op, er komt een tijd waarin de gelovigen verdwijnen en er geen meer over zalzijn... En terwijl zij dit zeggen, sterven zij onvermijdelijk. En de Kerk blijft" (H.Augustinus, Enarrationes in Psalmos, 70, 2, 12).Gebeure wat gebeurt, Christus zal zijn Bruid nooit in de steek laten. Detriomferende Kerk is al bij Hem, aan de rechterhand van de Vader. Vandaar roepenons onze gelovige broeders en zusters, die God verheerlijken om die werkelijkheiddie wij nog steeds zien in de heldere schaduw van het geloof: de Ene, Heilige,Katholieke en Apostolische Kerk.