Spe salvi ben_xvi
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Spe salvi ben_xvi

on

  • 824 views

Encycliek Spe Salvi van Paus Benedictus XVI aan de bisschoppen, aan de priesters en diakens, aan de godgewijde personen en aan alle christengelovigen over de christelijke hoop. Rome 30 november 2007. ...

Encycliek Spe Salvi van Paus Benedictus XVI aan de bisschoppen, aan de priesters en diakens, aan de godgewijde personen en aan alle christengelovigen over de christelijke hoop. Rome 30 november 2007. Vertaling dr. N. Stienstra met medewerking van drs. N.M. Schnell, pr.

Statistics

Views

Total Views
824
Views on SlideShare
824
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
2
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Spe salvi ben_xvi Document Transcript

  • 1. kerkelijke documentatiejanuari 2008 Paus Benedictus XVI Spe salvi
  • 2. COLOFONKerkelijke documen-tatie is een uitgavevan de afdeling Persen Communicatie vanhet Secretariaat RKK.De reeks verschijnttien maal per jaar,samen met een num-mer van het bladrkkerk.nl.Redactie:M. Bemelmans(hoofd Pers &Communicatie a.i.)drs. Roland Enthoven(eindredactie)drs. Caroline WentingBasisontwerp:Artgrafica,AmsterdamDruk:Gregorius bv, SoestOpmaak:Secretariaat RKKAbonnementsprijs:(inclusief porto) inNederland: 52,50per jaar, gecombi-neerd met rkkerk.nl;studenten: 41,50.In België: 33,-.Abonnementen inNederland:Secretariaat RKK,Biltstraat 121,Postbus 13049,3507 LA Utrecht,tel.: 030 2326911,fax: 030 2334601.e-mail: media@rkk.nlBestellingen:tel.: 030 2326909e-mail: bestel@rkk.nlAbonnementen:e-mail: abonnemen-ten@rkk.nlIn BelgiëUitgeverij Licap bv,Guimardstraat 1, © Utrecht 20081040 Brussel,tel.: 02 5099670,postrekening: Papst Benedikt XVI., Enzyklika Spe salvi an die Bischöfe, an die Priester und Diako-000-0947400-01. ne, an die Gottgeweihten Personen und an alle Christgläubigen über die Christliche Hoffnung, Rom, 30. November 2007, © Copyright 2007 – Libreria Editrice VaticanaKerkelijke documen-tatie en rkkerk.nl opinternet:www.rkkerk.nl Omslag: Wapen van paus Benedictus XVIISSN: 1871-4579 2008 • 2
  • 3. Benedictus XVIEncycliek‘Spe salvi’aan de bisschoppen, aan de priesters en diakens, aan de godgewijde personenen aan alle christengelovigen over de christelijke hoopInleiding1. “Spe salvi facti sumus” – “In deze hoop zijn wij gered”, zegt Paulus tot de Romeinen en tot ons(Rom 8,24). De ‘verlossing’, het heil, is er volgens het christelijk geloof niet zonder meer. Verlossing isons gegeven in de zin dat ons hoop geschonken is, een betrouwbare hoop, van waaruit wij ons hedenaankunnen: het heden, ook het moeilijke heden, kan geleefd en aanvaard worden, als het naar eendoel leidt en als wij zeker kunnen zijn van dat doel, als dat doel zo groot is dat het de inspanning vande weg rechtvaardigt. Nu dringt zich meteen de vraag op: wat voor soort hoop is dit, die het onstoestaat te zeggen dat vanuit die hoop en omdat die hoop er is, wij verlost zijn? En wat voor soortzekerheid hebben wij?Geloof is hoop Hoezeer de gave van een betrouwbare hoop het bewustzijn van de vroege chris-2. Voor we deze voor ons actuele vragen tenen bepaalde, wordt ook duidelijk alsnagaan, moeten we iets preciezer luiste- het christelijke bestaan wordt vergelekenren naar het getuigenis van de bijbel over met het leven vóór het geloof of de situ-de hoop. Hoop is inderdaad een kern- atie van de aanhangers van andere gods-woord van het bijbelse geloof, zozeer dat diensten. Paulus brengt de Efeziërs inde woorden geloof en hoop op verschil- herinnering dat zij vóór hun ontmoetinglende plaatsen verwisselbaar zijn. Zo ver- met Christus “zonder hoop en zonder Godbindt de Brief aan de Hebreeën “de volle in de wereld” waren (Ef 2,12). Natuurlijkovertuiging van ons geloof” (10,22) en weet hij dat ze goden hadden, dat zehet “onwrikbaar vasthouden aan de belij- godsdienst hadden, maar hun goden wa-denis van onze hoop” (10, 23) heel nauw ren twijfelachtig geworden en van hunmet elkaar. Ook als de Eerste brief van tegenstrijdige mythen ging geen hoop uit.Petrus de christenen aanmoedigt altijd Ondanks hun goden waren ze “zonderbereid te zijn te getuigen over de Logos – God” en daarom in een donkere wereld,de zin en de grond – van hun hoop (vgl. met een donkere toekomst vóór zich. “In3,15), is ‘hoop’ synoniem met ‘geloof’. nihil ab nihilo quam cito recidimus” (Hoe3 • 2008 3
  • 4. snel vallen wij van het niets in het niets waarneembaar. Een voorbeeld van een terug)1 luidt een grafschrift uit die tijd, heilige uit onze tijd mag verduidelijken waaruit het bewustzijn waar Paulus op wat het betekent deze God voor de eerste zinspeelt onverbloemd spreekt. In diezelf- maal en werkelijk te ontmoeten. Ik denk de geest zegt hij tot de Tessalonicenzen: aan de door paus Johannes Paulus II hei- Gij moogt niet bedroefd zijn “zoals de lig verklaarde Afrikaanse Giuseppina andere mensen, die geen hoop hebben” Bakhita. Ze werd omstreeks – de precieze (1Tes 4,13). Ook hier blijkt het onder- datum wist ze niet – 1869 geboren in scheidende kenmerk van de christenen te Darfur, in Soedan. Toen ze negen jaar was zijn dat ze toekomst hebben; niet dat ze werd ze door slavenhandelaren ontvoerd, tot in detail weten wat hun te wachten tot bloedens toe geslagen en vijf maal op staat, maar ze weten wel in het algemeen de slavenmarkten van Soedan verkocht. dat hun leven niet uitloopt op leegte. Pas Uiteindelijk was ze als slavin in dienst wanneer toekomst als positieve realiteit van de moeder en de echtgenote van een zeker is, wordt ook het heden leefbaar. Zo generaal en werd daar dagelijks tot bloe- kunnen we nu zeggen: het christendom dens toe gegeseld, waaraan ze levenslang was niet enkel een ‘blijde boodschap’, een 144 littekens overhield. In 1882 werd ze mededeling met een tot dan toe onbeken- ten slotte door een Italiaanse handelaar de inhoud. We zouden nu zeggen: de gekocht voor de Italiaanse consul Callisto christelijke boodschap was niet alleen Legnani, die vanwege de opmars van de ‘informatief’ maar ook ‘performatief’, dat Mahdisten naar Italië terugkeerde. Hier wil zeggen: het evangelie is niet alleen leerde Bakhita uiteindelijk, na de zo vre- een mededeling wat betreft dingen die selijke ‘meesters’ aan wie ze onderge- geweten kunnen worden; het is een mede- schikt was geweest, een heel andere deling die dingen bewerkt en het leven ‘meester’ kennen – “Paron” noemde ze in verandert. De donkere deur van de tijd, het Venetiaanse dialect dat ze nu leerde, van de toekomst, is opengebroken. Zij die de levende God, de God van Jezus Chris- hoop hebben leven anders; hun is een tus. Tot dan toe had ze alleen meesters nieuw leven geschonken. gekend die haar verachtten en mishandel- den of op zijn best als een nuttige slavin 3. Maar nu dringt de vraag zich op: beschouwden. Maar nu hoorde ze dat er waaruit bestaat die hoop, die als hoop een “Paron” is die boven alle meesters ‘verlossing’ is? Welnu, de kern van het staat, de Heer aller heren, en dat deze antwoord wordt aangegeven in de zojuist Heer goed is, de goedheid zelf. Ze vernam aangehaalde passage uit de Brief aan de dat deze Heer ook haar kent, ook haar christenen van Efeze: de Efeziërs waren geschapen heeft – ja, dat Hij haar lief- vóór de ontmoeting met Christus zonder heeft. Ook zij werd bemind, en nog wel hoop, omdat ze “zonder God in de we- door de allerhoogste “Paron”, voor Wie reld” waren. God leren kennen – de ware alle andere meesters ook zelf maar arm- God – dat betekent hoop ontvangen. Voor zalige knechten zijn. Ze werd gekend en ons, die altijd geleefd hebben met het bemind en verwacht. Ja, deze Meester had christelijk godsbesef en er ongevoelig Zelf het lot op Zich genomen gegeseld te1. Corpus voor geworden zijn, is het hebben van de worden en wachtte nu “aan de rechter-InscriptionumLatinarum, VI, hoop die uitgaat van de waarachtige ont- hand van de Vader” op haar. Nu had ze26003. moeting met deze God, bijna niet meer ‘hoop’ – niet meer slechts de kleine hoop4 2008 • 4
  • 5. minder wrede heren te vinden, maar de vormend, zodat wij ons verlost wetengrote hoop: Ik word definitief bemind en door de hoop, die verlossing is. Het is nietwat mij ook gebeurt – ik word door die moeilijk in te zien dat de ervaring van deliefde verwacht. En dus is mijn leven kleine Afrikaanse slavin Bakhita ook degoed. Door dit besef van hoop was ze ervaring is geweest van veel geslagen en‘verlost’, nu geen slavin meer, maar een tot slavendienst veroordeelde mensen invrij kind van God. Ze begreep wat Paulus de tijd dat het christendom ontstond. Hetzei toen hij de Efeziërs eraan herinnerde christendom heeft geen sociaal-revolutio-dat ze van tevoren zonder hoop en zonder naire boodschap gebracht, zoals bijvoor-God in de wereld waren geweest – zonder beeld die van Spartacus, die met bloedigehoop omdat ze zonder God waren. Daar- strijd op niets uitliep. Jezus was geenom weigerde ze toen men haar weer naar Spartacus, Hij was geen vrijheidsstrijderSoedan wilde sturen; ze was niet bereid zoals Barabbas of Bar-Kochba. Wat Jezus,zich nog ooit van haar “Paron” te laten die Zelf aan het kruis was gestorven, hadscheiden. Op 9 januari 1890 werd ze gebracht was iets heel anders: de ontmoe-gedoopt en gevormd en ontving de eerste ting met de Heer aller heren, de ontmoe-Heilige Communie uit de handen van de ting met de levende God en aldus de ont-patriarch van Venetië. Op 8 december moeting met een hoop die sterker was1896 legde ze in Verona haar geloften af dan het lijden van de slavernij en daarombij de Zusters van Canossa en vanaf dat het leven en de wereld van binnenuitmoment heeft ze – naast haar werk in de omvormde. Wat nieuw geworden was,sacristie en aan de kloosterpoort – vooral wordt het duidelijkst in Paulus’ Brief aantijdens verschillende reizen door Italië Filémon. Dat is een zeer persoonlijkegetracht de missie te bevorderen: de be- brief, die Paulus in de gevangenis schrijftvrijding die zij zelf door de ontmoeting en de weggelopen slaaf Onesimus voormet de God van Jezus Christus had ont- zijn heer, Filémon, meegeeft. Ja, Paulusvangen, die moest ze doorgeven, die stuurt de slaaf die naar hem gevlucht ismoest ook aan anderen, aan zoveel mo- terug naar zijn heer, niet bevelend, maargelijk mensen, geschonken worden. De vragend: “Mijn verzoek geldt het kind dathoop die haar ten deel was gevallen en ik hier in de gevangenis heb verwekt. Ikdie haar ‘verlost’ had, kon ze niet voor bedoel Onésimus … Ik stuur hem terugzichzelf houden; die moest velen, ja allen, naar u en met hem heel mijn liefde …bereiken. Misschien was dat wel de reden waarom hij een tijd lang bij u is weg geweest: datHet begrip van de hoop van het ge hem voorgoed terug zoudt krijgen, nugeloof in het Nieuwe Testament en niet meer als slaaf, maar als veel meerin de vroege Kerk dan een slaaf, als een geliefde broeder” (Film 10-16). Mensen die qua burgerlijke4. Laten we nog even terugkeren tot de status als heren en slaven tegenover el-vroege Kerk, aleer we ons de vraag stel- kaar staan, zijn als leden van de ene Kerklen: kan de ontmoeting met de God, die elkaars broeders en zusters geworden –ons in Christus Zijn gelaat heeft getoond zoals christenen elkaar aanspraken. Zeen Zijn hart heeft geopend, ook voor ons waren door het Doopsel opnieuw gebo-meer zijn dan ‘informatief’, namelijk ‘per- ren, met dezelfde Geest gedrenkt en ont-formatief’, dat wil zeggen het leven om- vingen naast elkaar en met elkaar het5 • 2008 5
  • 6. Lichaam des Heren. Dat veranderde, ook kan een tekst van de heilige Gregorius als de uiterlijke structuren gelijk bleven, van Nazianze verhelderend zijn. Hij zegt de samenleving van binnen uit. Als de dat op het moment dat de door de ster Brief aan de Hebreeën zegt dat de christe- geleide Wijzen de nieuwe koning Christus nen hier geen blijvende stad hebben, aanbaden, het einde van de astrologie maar op zoek zijn naar de stad van de was gekomen, daar de sterren nu de door toekomst (vgl. Heb 11,13-16; 13,14; Fil. Christus bepaalde baan volgen.2 Inder- 3,20), dan betekent dat allesbehalve enkel daad wordt in deze scène het wereldbeeld troost voor de toekomst; de huidige sa- van toen omgedraaid, dat op een andere menleving wordt door de christenen als wijze ook vandaag de dag weer bepalend oneigenlijke samenleving beschouwd; zij is. Niet de elementen van de kosmos, de behoren tot een nieuwe samenleving, wetten van de materie, heersen uiteinde- waarnaar ze met elkaar onderweg zijn en lijk over de wereld en over de mensen, waarop zij op hun tocht door het leven doch een persoonlijke God heerst over de anticiperen. sterren, dat wil zeggen, over alles. Niet de wetten van de materie en de evolutie zijn 5. Wij moeten er nog een nader ge- ten slotte bepalend, doch verstand, wil, zichtspunt bijnemen. De Eerste brief aan liefde – een Persoon. En als wij die Per- de christenen van Korinte (1,18-31) toont soon kennen, als Hij ons kent, dan heeft ons dat een groot gedeelte van de eerste de onverbiddelijke macht van de materië- christenen tot de lage sociale klassen le ordening niet langer het laatste woord; behoorde en zij dus juist daarom open dan zijn wij geen slaven van het univer- stonden voor de ervaring van de nieuwe sum en zijn wetten, dan zijn wij vrij. Een hoop, zoals we hebben gezien in het dergelijk bewustzijn heeft de zoekende en voorbeeld van Bakhita. Maar toch zijn er oprechte geesten van de klassieke Oud- ook vanaf het begin bekeringen geweest heid bepaald. De hemel is niet leeg. Het in de aristocratische en de ontwikkelde leven is niet slechts een product van de standen. Want juist ook zij leefden “zon- wetten en het toeval van de materie, doch der hoop en zonder God in de wereld”. De in alles en tegelijk ook boven alles staat mythe had zijn geloofwaardigheid verlo- een persoonlijke wil, staat een Geest, die ren; de Romeinse staatsgodsdienst was zich in Jezus als Liefde heeft geopen- verstard tot louter ceremonieel, dat gewe- baard.3 tensvol werd uitgevoerd, maar toch niet meer dan ‘politieke godsdienst’ was. Het 6. De vroegchristelijke sarcofagen ver- filosofisch rationalisme had de goden beelden dit inzicht – in het aangezicht naar het rijk van het onwerkelijke verwe- van de dood, als de vraag naar de zin van zen. Het goddelijke werd op verschillende het leven onontkoombaar wordt. De manieren gezien in de kosmische mach- gestalte van Christus wordt op de vroege ten, maar een God tot wie men kon bid- sarcofagen vooral op twee manieren2. Vgl. Poem.dogm., V, 53-64, den was er niet. Paulus schildert de wer- voorgesteld: als filosoof en als herder.in: PG 37, 428- kelijke problematiek van de toenmalige Onder filosofie verstond men destijds429. godsdienst op geheel adequate wijze als gewoonlijk geen moeilijke academische3. Vgl. Katechis- hij het ‘leven volgens Christus’ stelt te- discipline, zoals men dat tegenwoordigmus van deKatholieke Kerk, genover een leven onder “de machten van doet. De filosoof was veel meer degene1817-1821. de kosmos” (vgl. Kol 2,8). In dit verband die de werkelijke kunst kon onderwijzen:6 2008 • 6
  • 7. de kunst op de juiste wijze mens te zijn – mijn herder, niets kom ik tekort. … Alde kunst te leven en te sterven. De men- voert mijn weg door donkere kloven, iksen hadden zich overigens allang gereali- vrees geen onheil waar Gij mij leidt …”seerd dat veel van diegenen die zich voor (Ps 23 [22],1.4). De werkelijke herder isfilosofen, voor leraren van het leven uit- degene die ook de weg door het dal vangaven, slechts charlatans waren, die met de dood kent, die op de weg van de laat-hun woorden geld verdienden en over het ste eenzaamheid, waar niemand mij kanware leven helemaal niets te melden had- begeleiden, met mij mee gaat en mij erden. Des te meer zocht men naar de ware doorheen voert: Hij is die weg Zelf ge-filosoof, die werkelijk de weg naar het gaan, is afgedaald in het rijk van de dood,leven kon wijzen. Aan het einde van de heeft de dood overwonnen en is weerge-derde eeuw vinden we voor de eerste keerd, om ons te begeleiden en ons demaal in Rome, op de sarcofaag van een zekerheid te geven dat er, samen metkind, in verband met de opwekking van Hem, een weg doorheen leidt. Dit bewust-Lazarus de gestalte van Christus als de zijn, dat er Iemand is die mij ook in deware filosoof, die in de ene hand het dood begeleidt en met Zijn “stok en her-evangelie houdt, in de ander de reisstaf derstaf moed en vertrouwen” geeft, zodatvan de filosoof. Met Zijn staf overwint Hij ik “geen onheil” hoef te vrezen (Ps 23de dood; het evangelie brengt de waar- [22],4) – dat was de nieuwe ‘hoop’, dieheid, waarnaar de rondtrekkende filoso- opging over het leven van de gelovigen.fen tevergeefs gezocht hebben. In ditbeeld, dat zich daarna lange tijd hand- 7. Wij moeten nogmaals terugkeren tothaaft in de kunst van sarcofagen, wordt het Nieuwe Testament. In het elfde hoofd-aanschouwelijk wat zowel ontwikkelde stuk van de Brief aan de Hebreeën (vers 1)als eenvoudige mensen in Christus von- staat een soort definitie van het geloof,den: Hij zegt ons wie de mens werkelijk is waarbij dit nauw verweven wordt met deen wat hij moet doen om waarachtig een hoop. Over het centrale woord van dezemens te zijn. Hij toont ons de weg en die zin strijden exegeten sinds de Reformatie,weg is de waarheid. Hij Zelf is beide en terwijl zich sinds kort weer een weg totdaarom ook het leven, waar wij allen gemeenschappelijke interpretatie schijntnaar uitzien. Hij toont ons ook de weg te openen. Ik laat dit centrale woord omover de dood heen; alleen wie dat kan is te beginnen onvertaald. Dan luidt de zin:een werkelijke meester van het leven. “Het geloof is hypostase van wat wijHetzelfde wordt aanschouwelijk gemaakt hopen, het overtuigt ons van de werke-in het beeld van de herder. Evenals wat lijkheid van onzichtbare dingen.” Voor debetreft het beeld van de filosoof kon de kerkvaders en voor de theologen van devroege Kerk ook wat betreft de gestalte Middeleeuwen was het duidelijk dat hetvan de herder aanknopen bij bestaande Griekse woord hypostasis in het Latijnvoorbeelden van Romeinse kunst. De her- vertaald moest worden met substantia. Zoder was daar een algemeen symbool van luidt dan ook de in de oude Kerk ontstaneeen opgewekt en eenvoudig leven, waar Latijnse vertaling van de tekst: “Est au-de mensen in de chaos van de grote stad tem fides sperendarum substantia rerum,naar verlangden. Nu werd het beeld van- argumentum non apparentium” – hetuit een nieuwe achtergrond geduid, die geloof is de ‘substantie’ van de dingenhet een diepere inhoud gaf: “De Heer is waarop men hoopt, bewijs voor dingen7 • 2008 7
  • 8. die men niet ziet. Thomas van Aquino,4 subjectieve betekenis van ‘overtuiging’, die zich bedient van de terminologie van maar de objectieve betekenis van ‘bewijs’. de filosofische traditie waarin hij staat, Daarom is de nieuwere protestantse exe- verklaart het als volgt: het geloof is een gese terecht tot een andere opvatting habitus, dat wil zeggen een aanhoudende gekomen: “Het kan nu niet meer worden gesteldheid van de geest, waardoor het betwijfeld dat deze klassiek geworden eeuwig leven in ons begint en de rede protestantse uitleg onhoudbaar is.”5 Het ertoe gebracht wordt aan te nemen wat geloof is niet slechts een persoonlijk uit- niet wordt gezien. Het begrip ‘substantie’ zien naar het komende dat nog helemaal wordt dus gewijzigd in de zin dat door uitstaat: het schenkt ons iets. Het schenkt het geloof datgene waarop wij hopen er ons nu al iets van de verwachte werke- op beginnende wijze – we zouden kunnen lijkheid en deze aanwezige werkelijkheid zeggen in de kiem, en dus volgens de wordt voor ons tot ‘bewijs’ van datgene ‘substantie’ – al is: het volle, werkelijke wat we nog niet kunnen zien. Het trekt de leven. En juist daarom, omdat de zaak toekomst in het heden, zodat de toekomst zelf er al is, geeft deze aanwezigheid van niet slechts ‘nog niet’ is. Dat die toekomst het komende ook zekerheid; dit komende er is, verandert het heden; het heden is nog niet zichtbaar in de uiterlijke we- wordt door het toekomstige aangeraakt, reld (het ‘verschijnt’ niet), maar omdat wij en zo loopt het komende over in het te- het als beginnende en dynamische werke- genwoordige en het tegenwoordige in het lijkheid in ons dragen, ontstaat nu reeds komende. inzicht. Luther, die niet veel op had met de Brief aan de Hebreeën, kon met het 8. Deze uitleg wordt nog versterkt en begrip ‘substantie’ wat betreft zijn kijk op uitgebreid naar de praktijk, als we naar het geloof niets beginnen. Daarom heeft Hebreeën 10,34 kijken, een passage die hij het woord hypostase/substantie niet in taalkundig en inhoudelijk in verband de objectieve zin (in ons aanwezige wer- staat met deze definitie van het hopende kelijkheid) maar in de subjectieve zin, als geloof en deze voorbereidt. De schrijver uitdrukking van een overtuiging ver- spreekt hier tot gelovigen die vervolging staan, en daarom moest hij ook het woord hebben gekend en zegt tot hen: “Ge zijt argumentum als overtuiging van het sub- solidair gebleven met hen die gearres- ject verstaan. Deze uitleg heeft, althans in teerd waren. Gij hebt zelfs blijmoedig Duitsland, in de twintigste eeuw ook in- verdragen, dat men uw bezittingen (hy- gang gevonden in de katholieke exegese. parchonton – Vg: bonorum) in beslag Zo luidt deze zin in de door de bisschop- nam. Ge waart u immers bewust iets te pen goedgekeurde oecumenische ver- bezitten dat meer waard is (hyparxin – taling van het Nieuwe Testament: “Glau- Vg. substantiam) en nooit verloren gaat.” be aber ist: Feststehen in dem, was man Hyparchonta refereert aan bezit dat in het erhofft, Überzeugtsein von dem, was man aardse leven nodig is voor het levenson- nicht sieht” (Geloof is echter: vaststaan in derhoud, dus de basis, de ‘substantie’, van4. Summa Theo- datgene wat men hoopt, overtuigd zijn het leven vormt, waarop men vertrouwt.logiae II-IIae, q. 4,a. 1. van datgene wat men niet ziet). Op zich is Deze ‘substantie’, deze normale veiligstel- dit niet onjuist, maar het is niet de bete- ling van het leven, is de christenen in de5. H. Köster, in:ThWNT, VIII kenis van de tekst, want het gebruikte vervolging ontnomen. Ze verdroegen dat(1969), 585. Griekse woord (elenchos) heeft niet de omdat ze deze materiële substantie toch8 2008 • 8
  • 9. al als betrekkelijk beschouwden. Ze kon- mensen kijken, is hun handelen en levenden die missen omdat ze nu een betere inderdaad een ‘bewijs’ dat het komende,‘basis’ voor hun bestaan gevonden had- de belofte van Christus, niet alleen ver-den, een basis die blijft en die niemand wachting is, maar werkelijke tegenwoor-een mens ontnemen kan. De samenhang digheid; dat Hij werkelijk de ‘filosoof’ entussen deze beide vormen van ‘substantie’ de ‘herder’ is, die ons toont wat het leven– levensonderhoud en materiële basis is en waar we het leven kunnen vinden.enerzijds en het woord van het geloof als‘basis’, als ‘substantie’ die blijft anderzijds 9. Om deze beschouwing over de beide– mag niet uit het oog verloren worden. soorten substantie – hypostasis en hypar-Het geloof geeft het leven een nieuwe chonta – en de beide levenswijzen diebasis, een nieuw fundament, waarop de daarmee tot uitdrukking worden gebrachtmens staat, en daarmee wordt het norma- beter te begrijpen, moeten we nog evenle fundament, de betrouwbaarheid van aandacht besteden aan twee gerelateerdehet materiële inkomen gerelativeerd. Er woorden, die voorkomen in het tiendeontstaat een nieuwe vrijheid met betrek- hoofdstuk van de Brief aan de Hebreeën.king tot dit levensfundament dat slechts Het gaat hier om de woorden hypomoneschijnzekerheid biedt, al wordt de norma- (10,36) en hypostole (10,39). Hypomonele betekenis ervan natuurlijk niet ont- wordt over het algemeen vertaald metkend. Deze nieuwe vrijheid, de kennis van ‘geduld’, uithoudingsvermogen, standde nieuwe ‘substantie’, die ons geschon- houden. Kunnen wachten in het geduldigken is, heeft zich niet slechts geopenbaard verdragen van de beproeving is noodza-in het martelaarschap, waarbij mensen de kelijk voor de gelovige, opdat hij “dealmacht van de ideologie en de politieke belofte binnenhaalt” (10,36). In de vroeg-organen daarvan hebben weerstaan en zo joodse vroomheid werd dit woord uit-door hun dood de wereld vernieuwd heb- drukkelijk gebruikt voor het wachten opben. Deze nieuwe vrijheid heeft zich bo- God, dat kenmerkend is voor Israël; hetvenal geopenbaard in de grote onthech- werd gebruikt voor trouw zijn aan Godting van de monniken uit de oudheid tot vanuit de zekerheid van het verbond, inaan Franciscus van Assisi en tot aan een wereld die God weerspreekt. Hetmensen van onze tijd, die in de heden- woord betekent dus geleefde hoop, levendaagse religieuze bewegingen alles heb- vanuit de zekerheid van de hoop. In hetben achtergelaten omwille van Christus, Nieuwe Testament krijgt dit wachten opom mensen het geloof en de liefde van God, dit trouw zijn aan God een nieuweChristus te brengen, om mensen bij te betekenis: God heeft Zich in Christus geo-staan, die lijden naar lichaam en ziel. penbaard. Hij heeft de ‘substantie’ van hetDaar heeft de nieuwe ‘substantie’ zich komende al meegedeeld, en zo krijgt hetwerkelijk bewezen als ‘substantie’; daar is wachten op God een nieuwe zekerheid.uit de hoop van deze door Christus aan- Het is wachten op het komende vanuitgeraakte mensen hoop ontstaan voor an- een reeds geschonken aanwezigheid. Hetderen, die in het donker leefden en geen is wachten in de aanwezigheid van Chris-hoop hadden. Daar is aangetoond dat dit tus, met de aanwezige Christus, op denieuwe leven werkelijk ‘substantie’ heeft voltooiing van Zijn Lichaam, op Zijnen ‘substantie’ is, die leven voortbrengt definitieve komst. Het woord hypostolevoor anderen. Voor ons die naar deze daarentegen betekent het terugdeinzen,9 • 2008 9
  • 10. het niet aandurven open en vrij de wel- zij in het geloof de sleutel tot ‘het eeuwig licht gevaarlijke waarheid te zeggen. Dit leven’ zagen. Inderdaad, daarom gaat het terugdeinzen voor de mensen vanuit een tegenwoordig, net als vroeger, bij de houding van mensenvrees leidt ertoe dat doop, bij het christen worden, niet slechts men “verloren” gaat (Heb 10,39). “God om een socialiseringshandeling binnen de heeft ons niet een geest geschonken van gemeente, niet eenvoudigweg om opna- vreesachtigheid, maar een geest van me in de Kerk, doch de ouders verwach- kracht, liefde en bezonnenheid”, zo ka- ten meer voor de dopeling: dat het geloof, rakteriseert daarentegen de Tweede brief waartoe het lichaam van de Kerk en haar aan Timóteüs (1,7) op een mooie wijze de sacramenten behoort, de dopeling leven grondhouding van de christen. schenkt – het eeuwig leven. Geloof is de substantie van hoop. Maar nu rijst de Eeuwig leven – wat is dat? vraag: willen wij dat eigenlijk wel, eeu- wig leven? Misschien verwerpen veel 10. Tot nu toe hebben we gesproken over mensen vandaag de dag het geloof wel het geloof en de hoop van het Nieuwe omdat het eeuwig leven hun helemaal Testament en van de vroege christenheid, niet begerenswaardig schijnt. Ze willen maar toch ook is duidelijk geworden dat het eeuwig leven helemaal niet, maar het het niet alleen over het verleden gaat, huidige leven, en daarbij lijkt het geloof doch dat dit alles met het leven en sterven in het eeuwig leven eerder een obstakel te van de mens in het algemeen, en dus ook zijn. Eeuwig – eindeloos – doorleven lijkt met ons hier en nu, te maken heeft. Toch eerder een vloek dan een geschenk. Zeker, moeten wij nu heel uitdrukkelijk vragen: men wil de dood zo ver mogelijk voor is het christelijk geloof ook voor ons van- zich uitschuiven. Maar altijd doorleven daag hoop die ons leven omvormt en zonder einde – dat kan toch ten slotte draagt? Is het geloof voor ons ‘performa- alleen maar eentonig en uiteindelijk on- tief’, een boodschap die het leven zelf draaglijk zijn. Precies dat zegt bijvoor- opnieuw vorm geeft, of is het alleen nog beeld de kerkvader Ambrosius in de graf- maar ‘informatie’, die wij inmiddels aan rede voor zijn overleden broer Satyrus: de kant geschoven hebben en die ons “De dood behoort weliswaar niet tot de achterhaald lijkt door nieuwere informa- natuur, maar hij is tot natuur geworden. tie? Op zoek naar een antwoord wil ik God heeft de dood niet vanaf het begin uitgaan van de klassieke vorm van de voorzien, doch heeft hem als geneesmid- dialoog waarmee het doopritueel de op- del geschonken … Ten gevolge van de name van de nieuwgeborene in de ge- zonde is het leven van de mens getekend meenschap van de gelovigen en de we- door de dagelijkse last en door ondraag- dergeboorte in Christus opende. De lijke ellende en daardoor erbarmelijk ge- priester vroeg eerst naar de door de worden. Er moest een grens aan de misère ouders gekozen naam van het kind en worden gesteld, opdat de dood zou her- vroeg dan verder: Wat verlangt gij van de stellen wat het leven verloren had. On-6. De excessu Kerk? Antwoord: het geloof. En wat sterfelijkheid zou eerder een last dan eenfratris sui Satyri,II, 47, in: CSEL 73, schenkt het geloof u? Het eeuwig leven. gave zijn, als de genade niet naar binnen274. Volgens deze dialoog zochten de ouders zou schijnen.”6 Al eerder had Ambrosius7. A.w., II, 46, in: voor het kind de toegang tot het geloof, gezegd: “We moeten de dood niet betreu-a.w., 73, 273. de gemeenschap met de gelovigen, omdat ren, hij is de oorzaak van het heil …”.710 2008 • 10
  • 11. 11. Wat de heilige Ambrosius dan ook niet. In deze onwetendheid weten we tochprecies met deze woorden bedoeld mag dat het moet bestaan. “Er is, om zo te zeg-hebben, het is waar dat het afschaffen gen, een zekere wetende onwetendheidvan de dood of het bijna onbegrensd uit- (docta ignorantia)”, schrijft hij. Wij wetenstellen ervan de aarde en de mensheid in niet wat wij werkelijk zouden willen; wijeen onmogelijke positie zou plaatsen en kennen dit “ware leven” niet, en toch we-ook helemaal geen weldaad zou zijn voor ten wij dat er iets moet zijn, dat wij nietde individuele persoon. Er is hier duide- kennen en waartoe wij ons aangetrokkenlijk sprake van een tegenstrijdigheid in voelen.8onze houding, die duidt op een tegenstrij-digheid in ons bestaan zelf. Van de ene 12. Ik denk dat Augustinus hier heel pre-kant willen we niet sterven, wil vooral cies de werkelijke situatie van de mensook de ander, die van ons houdt, niet dat beschrijft zoals die nog altijd is, de situ-wij sterven. Maar van de andere kant wil- atie waaruit al zijn tegenspraak en al zijnlen we toch ook niet zo eindeloos door hoop voortkomt. Wij zouden het levenblijven bestaan, en ook de aarde is daar- zelf willen, het ware leven, dat dan ookvoor niet geschapen. Wat willen we dan niet door de dood wordt aangetast; maareigenlijk wel? Deze paradoxale houding tegelijkertijd kennen wij datgene waartoelokt een diepere vraag uit: Wat is dat we ons aangetrokken voelen niet. Weeigenlijk, ‘leven’? En wat betekent dat kunnen niet ophouden er ons naar uit teeigenlijk, ‘eeuwigheid’? Er zijn momenten strekken en weten toch dat alles wat wijwaarop wij plotseling voelen: Ja, dit zou kunnen ervaren of tot stand brengen niethet eigenlijk zijn – het ware ‘leven’ – zo datgene is waarnaar wij verlangen. Ditzou het moeten zijn. Bovendien is dat wat onbekende is de werkelijke hoop die onswij gewoonlijk ‘leven’ noemen, helemaal drijft, en tegelijkertijd is het feit dat hetgeen werkelijk leven. St. Augustinus heeft onbekend is de oorzaak van alle vertwij-in een lange brief over het gebed, gericht feling, evenals van alle pogingen, zowelaan Proba, een rijke Romeinse weduwe en positieve als destructieve, die gericht zijnmoeder van drie consuls, eens gezegd: op de juiste wereld, de juiste mens. DeEigenlijk willen we maar één ding – “het term ‘eeuwig leven’ is een poging ditgelukkige leven”, het leven dat eenvou- onbekende bekende een naam te geven.digweg leven, eenvoudigweg “geluk” is. Het kan niet anders dan een irritante, eenUiteindelijk vragen we in het gebed ner- onvoldoende term zijn. Want bij ‘eeuwig’gens anders om. Dat is het enige waar- denken wij aan eindeloosheid, en dienaar we op weg zijn – alleen om dat éne schrikt ons af; bij leven denken wij aangaat het. Maar Augustinus zegt dan ook: het door ons ervaren leven, waarvan wijOp de keper beschouwd weten we hele- houden en dat wij niet zouden willen ver-maal niet waarnaar we eigenlijk verlan- liezen, en dat ons toch tegelijkertijdgen, wat we eigenlijk zouden willen. We steeds opnieuw meer last dan vervullingkennen het helemaal niet; zelfs op die brengt, zodat wij het enerzijds verlangenogenblikken waarop we menen het aan te en tegelijkertijd toch niet willen. We kun-raken, ontglipt het ons toch. “Wij weten nen alleen proberen in gedachten de tij-niet hoe wij behoren te bidden”, herhaalt delijkheid waarin wij gevangen zitten te 8. Vgl. Brief 130 Ad Probam 14,hij een uitspraak van de heilige Paulus verlaten en te vermoeden dat eeuwigheid 25-15, 28, in: CSEL(Rom 8,26). Wij weten alleen: dat is het niet een steeds doorgaande opeenvolging 44, 68-73.11 • 2008 11
  • 12. van kalenderdagen is, maar zoiets als het Lubac heeft in de inleiding op zijn baan- volledig vervulde ogenblik, waarin het al brekende werk Catholicisme. Aspects ons omvat en wij het al omvatten. Het sociaux du dogme enkele kenmerkende zou het ogenblik zijn van onderduiken in getuigenissen van deze soort verzameld, de oceaan van oneindige liefde, waarin er van wie er één geciteerd moet worden: geen tijd meer is, geen vóór en na. Wij “Heb ik de vreugde gevonden? Nee … kunnen alleen proberen te denken dat dit mijn vreugde heb ik gevonden. En dat is ogenblik het leven in de volle zin is, ons iets geheel anders … De vreugde van steeds opnieuw onderdompelen in de uit- Jezus kan persoonlijk zijn. Die kan een gestrektheid van het zijn, waarin wij een- mens alleen toebehoren en hij is gered. voudigweg door vreugde overweldigd Hij is in vrede … nu en voor altijd, maar worden. Zo drukt Jezus het bij Johannes hij alleen. Deze eenzaamheid in de vreug- uit: “Ik zal u weerzien, [en] uw hart zal de verontrust hem niet. Integendeel. Hij is zich verheugen en uw vreugde zal nie- immers de uitverkorene! In zijn zaligheid mand u kunnen ontnemen” (Joh 16,22). schrijdt hij door veldslagen met een roos In deze richting moeten we denken als we in zijn hand.”10 willen begrijpen waarop de christelijke hoop zich richt, wat wij verwachten van 14. Daartegenover kon De Lubac, puttend het geloof, van ons zijn met Christus.9 uit het hele arsenaal van de theologie van de kerkvaders, aantonen dat het heil altijd Is de christelijke hoop als een gemeenschappelijke werkelijkheid individualistisch? is beschouwd. De Brief aan de Hebreeën spreekt zelfs van een “stad” (vgl. 11,10.16; 13. De christenen hebben in de loop van 12,22; 13,14), dus van gemeenschappelijk hun geschiedenis geprobeerd dit niet we- heil. In overeenstemming hiermee wordt tende weten in voorstelbare beelden te de zonde door de kerkvaders opgevat als vertalen en voorstellingen van de ‘hemel’ de vernietiging van de eenheid van het ontwikkeld, die altijd ver verwijderd blij- menselijk geslacht, als versplintering en ven van datgene wat wij juist alleen maar scheuring. Babel, de plaats van de spraak- negatief, in niet kennen, kunnen kennen. verwarring en de scheiding, brengt tot Al deze pogingen de hoop te verbeelden uitdrukking wat zonde ten diepste is. En hebben veel mensen door de eeuwen heen zo toont de ‘verlossing’ zich juist als her- bezield om vanuit het geloof te leven en stel van de eenheid, waarin wij elkaar daarvoor ook hun hyparchonta, de mate- opnieuw ontmoeten in een ‘één-zijn’ dat riële substantie van hun leven, te laten zich baan breekt in de wereldwijde ge- varen. De schrijver van de Brief aan de meenschap van de gelovigen. We hoeven9. Vgl. Katechis- Hebreeën heeft in hoofdstuk 11 een soort hier niet op alle teksten in te gaan, waarinmus van deKatholieke Kerk, geschiedenis geschetst van mensen die in het gemeenschappelijke karakter van de1025. hoop leven en op weg zijn, van Abel tot hoop tot uitdrukking komt. Beperken wij10. Jean Giono, aan zijn eigen tijd. In onze moderne tijd ons tot Augustinus’ brief aan Proba,Les vraies riches- is er een steeds heftiger kritiek op deze waarin hij tracht dit onbekende bekendeses (Parijs, 1936),Préface, in: H. de vorm van hoop ontbrand; die zou een dat wij zoeken, nu toch een weinig teLubac, Catholicis- vorm van puur individualisme zijn, die de omschrijven. Tot dan toe had hij daarvoorme. Aspectssociaux du dogme wereld aan haar ellende overlaat en eenvoudigweg de term “zalig (gelukkig)(Parijs 1983), VII. gevlucht is in eigen privé heil. Henri de leven” gebruikt. Nu citeert hij psalm 14412 2008 • 12
  • 13. [143],15: “Gelukkig het volk dat de Heer vaux, die met zijn hervormde Orde scha-heeft als God.” Dan gaat hij verder: “Op- ren jonge mensen had geïnspireerd totdat wij tot dit volk zouden behoren en … intreden, zag dit heel anders. Volgenstot eeuwigdurend leven bij God kunnen hem hebben de monniken een opgavekomen, daarom is het doel van het gebod voor de hele Kerk en dus ook voor de‘de liefde, die voortkomt uit een rein hart, wereld. Hij heeft in vele beelden de ver-een goed geweten en een ongeveinsd antwoordelijkheid van de monniken voorgeloof’ (1Tim 1,5).”11 Dit werkelijke leven, het hele lichaam van de Kerk, ja, voor dewaar wij altijd op de één of andere ma- mensheid, benadrukt. Hij paste op hen denier weer naar reiken, is gebonden aan woorden van Pseudo-Rufinus toe: “Hethet samenzijn met een “volk” en kan al- menselijk geslacht leeft van weinigen,leen in dit “wij” voor ieder individu wer- want als die er niet waren, zou de helekelijkheid worden. Het veronderstelt juist wereld te gronde gaan …”.12 De beschou-de exodus uit de gevangenis van het ei- wenden – contemplantes – moeten land-gen ‘ik’, omdat alleen in de openheid van arbeiders – laborantes – worden, zegt hij.ieder subject de blik geopend wordt op de De adel van de arbeid, die het christen-bron van de vreugde, op de liefde zelf – dom van het jodendom geërfd heeft, wasop God. al naar voren gekomen in de kloosterre- gels van Augustinus en Benedictus. De15. Dit op gemeenschap georiënteerde jonge edellieden die naar zijn kloostersuitzicht op het ‘zalig leven’ richt zich stroomden moesten zich bekwamen inweliswaar over de huidige wereld heen, handenarbeid. Bernardus zegt weliswaarmaar heeft juist ook met het opbouwen uitdrukkelijk dat ook het klooster het pa-van deze wereld te maken – in zeer ver- radijs niet kan herstellen, maar het moetschillende vormen, afhankelijk van de toch als plaats van ontginning van prak-historische context en de mogelijkheden tische en geestelijke aard het nieuwe pa-die daardoor geboden of juist uitgesloten radijs voorbereiden. Woest bosland wordtwerden. In de dagen van Augustinus, vruchtbaar – juist daar waar tegelijkertijdtoen de inval van nieuwe volken de sa- de bomen van de hoogmoed wordenmenhang van de wereld bedreigde, waar- geveld, de wildgroei van de zielen wordtin tot dan toe een bepaalde rechtszeker- ontgonnen en zo de grond wordt klaarge-heid en het leven in een juridisch geor- maakt, waarop het brood voor lichaam endende samenleving gegeven waren, ging ziel kan gedijen.13 Zien we niet juist in hethet erom de solide grondslagen van deze licht van de huidige geschiedenis weervreedzame levensgemeenschap te verster- dat er geen positieve wereldorde kan ge-ken, om te kunnen overleven in een ver- dijen, waar de zielen verwilderen?anderende wereld. Laten we nu nog even 11. Brief 130 Adkijken naar een min of meer toevallig De omvorming van de christelijke Probam 13, 24, in:gekozen en in veel opzichten exemplari- ‘geloofshoop’ in de moderne tijd a.w., 44, 67.sche episode uit de Middeleeuwen. In het 12. Sententiae III,algemeen bewustzijn leken kloosters oor- 16. Hoe kon zich echter de voorstelling 118, in: Bernardus van Clairvaux (ed.den van vlucht uit de wereld (contemptus ontwikkelen dat de boodschap van Jezus G.B. Winkler), IV,mundi) en het zich terugtrekken van ver- strikt individualistisch zou zijn en zich 686.antwoordelijkheid voor de wereld, op alleen zou richten tot de enkeling? Hoe 13. Vgl. a.w., III,zoek naar privé heil. Bernardus van Clair- kwam het zover dat de ‘redding van de 71, 470-473.13 • 2008 13
  • 14. ziel’ als vlucht voor de verantwoordelijk- wordt het op de één of andere manier heid voor het geheel kon worden opgevat, voor de wereld onbelangrijk. Deze pro- en daarmee het programma van het chris- grammatische visie heeft de weg van de tendom als heilsegoïsme, dat de dienst moderne tijd bepaald en bepaalt ook nu aan anderen weigert? Om daarop ant- nog altijd de geloofscrisis van de tegen- woord te krijgen moeten we een blik wer- woordige tijd, die ten diepste een crisis pen op de fundamenten van de moderne van de christelijke hoop is. Zo krijgt bij tijd. Die verschijnen heel duidelijk bij Bacon ook de hoop een nieuwe vorm Francis Bacon. Dat er een nieuwe tijd was onder de naam geloof in de vooruitgang. aangebroken, door de ontdekking van Want voor Bacon is het duidelijk dat de Amerika en door de nieuwe verworven- nu op gang gekomen ontdekkingen en heden van de techniek, die deze ontwik- uitvindingen slechts een begin zijn, dat keling mogelijk gemaakt hadden, is hel- uit het samenspel van wetenschap en der. Waarop berust echter deze ommekeer praxis geheel nieuwe ontdekkingen zul- in de tijd? Die berust op de nieuwe corre- len voortkomen en een geheel nieuwe latie tussen experiment en methode, die wereld zal ontstaan, het rijk van de de mensen in staat stelt tot een wetmatige mens.16 Zo heeft hij ook een visie gepre- verklaring van de natuur te komen en zo senteerd van te verwachten uitvindingen, uiteindelijk “de overwinning van de tot aan het vliegtuig en de onderzeeër toe. kunst op de natuur” (victoria cursus artis In het verdere verloop van de ontwikke- super naturam) te behalen.14 Het nieuwe – ling van de vooruitgangsgedachte blijft zo ziet Bacon het – is een nieuwe correla- de vreugde om de zichtbare vooruitgang tie tussen wetenschap en praxis. Dit van het menselijk kunnen een voortdu- wordt nu ook in de theologie toegepast: rende bevestiging van het vooruitgangs- deze nieuwe correlatie tussen wetenschap geloof als zodanig. en praxis zou betekenen dat de door God aan de mens geschonken en bij de zonde- 18. Tegelijkertijd rukken twee categorieën val verloren gegane heerschappij over de steeds verder op naar het centrum van de schepping zou worden hersteld.15 vooruitgangsidee: rede en vrijheid. Voor- uitgang is bovenal vooruitgang van de 17. Als men deze zinnen zorgvuldig leest toenemende heerschappij van de rede en en overweegt, herkent men daarin een deze rede wordt vanzelfsprekend be- ontstellende stap: het herstel van datgene schouwd als de macht van het goede en wat de mens bij de uitdrijving uit het voor het goede. De vooruitgang is de paradijs had verloren, werd tot dan toe overwinning van alle vormen van afhan- verwacht van het geloof in Jezus Chris- kelijkheid – vooruitgang naar volkomen tus, en dat werd als ‘verlossing’ gezien. vrijheid. Ook vrijheid wordt zuiver als Nu wordt deze ‘verlossing’, dit herstel van belofte beschouwd, waarin de mens zich het verloren ‘paradijs’, niet meer ver- ten volle verwezenlijkt. In beide begrip-14. Novum Orga- wacht van het geloof, maar van de nieuw pen – vrijheid en rede – is ook een poli-num I, 117. ontdekte samenhang tussen wetenschap tiek aspect mede aanwezig. Want het rijk15. Vgl. a.w., I, en praxis. Het geloof wordt daarbij niet van de rede wordt verwacht als nieuwe129. eenvoudigweg ontkend, maar op een an- toestand van de geheel vrij geworden16. Vgl. New der niveau geplaatst – puur privé en be- mensheid. Maar de politieke omstandig-Atlantis. horende tot het hiernamaals – en tegelijk heden van zo’n rijk van rede en vrijheid14 2008 • 14
  • 15. schijnen vooralsnog weinig duidelijk van kerkelijk geloof naar geloof in deomschreven. Rede en vrijheid lijken op rede. Het ‘Rijk Gods’ waar Jezus van ge-grond van hun eigen goedheid vanzelf sproken had, heeft hier een nieuwe de-een nieuwe, volmaakte menselijke ge- finitie en ook een nieuwe aanwezigheidmeenschap te waarborgen. In de beide gekregen; er is zo te zeggen sprake vancentrale begrippen ‘rede’ en ‘vrijheid’ is een nieuwe ‘onmiddellijke verwachting’.uiteraard altijd stilzwijgend de tegenstel- Het ‘Rijk Gods’ komt daar waar het ‘ker-ling met de banden van het geloof en van kelijk geloof’ is overwonnen en is afgelostde Kerk aanwezig, evenals de banden van door het ‘godsdienstige geloof’, dat wilde toenmalige politieke structuren. Zo zeggen door het geloof in de zuivere rede.bevatten beide begrippen een revolutio- In 1795, in het geschrift Das Ende allernair potentieel van geweldige explosieve Dinge (Het einde van alle dingen), ver-kracht. schijnt een veranderd beeld. Kant over- weegt nu de mogelijkheid dat er naast het19. We moeten even kort kijken naar de natuurlijke einde van alle dingen ook eentwee wezenlijke etappes in de politieke tegennatuurlijk, een verkeerd einde vanrealisatie van deze hoop, omdat die voor alle dingen zou kunnen intreden. Daar-de weg van de christelijke hoop, voor het over schrijft hij: “Zou het christendombegrijpen en het bestaan daarvan, van eenmaal ophouden beminnelijk te zijn …grote betekenis zijn. Daar is om te begin- dan zou … afkeer en verzet ertegen denen de Franse Revolutie als poging de heersende denkwijze van de mensen wor-heerschappij van de rede en de vrijheid den; en de antichrist … zou zijn (vermoe-nu ook als politieke realiteit te vestigen. delijk op vrees en zelfzucht gevestigde),Het verlichte Europa heeft om te begin- zij het korte, heerschappij beginnen: ver-nen gefascineerd naar deze gebeurtenis- volgens echter, daar het christendom wel-sen gekeken, maar gegeven de ontwikke- iswaar voorbestemd is algemene wereld-ling echter ook opnieuw moeten naden- godsdienst te worden, maar door het lotken over rede en vrijheid. Kenmerkend niet begunstigd wordt om het worden, hetvoor de beide fasen van wat er in Frank- (verkeerde) einde van alle dingen inrijk gebeurde zijn twee geschriften van moreel opzicht intreden.”18Immanuel Kant, waarin hij over het ge- 17. In: Werke IVbeurde reflecteert. In 1792 schrijft hij een 20. De negentiende eeuw hield vast aan (ed. W. Weische- del, 1956), 777.werk ‘Der Sieg des guten Prinzips über het vooruitgangsgeloof als nieuwe vorm De verhandelingdas böse und die Gründung eines Reichs van de menselijke hoop en beschouwde over de Sieg des guten Prinzips isGottes auf Erden’ (‘De overwinning van verder rede en vrijheid als de ‘leidsterren’ zoals bekend alshet goede principe over het slechte en de die men op de weg van de hoop moest derde hoofdstuk verschenen vanvestiging van een Rijk Gods op aarde’). volgen. De steeds snellere voortschrijding het geschrift DieDaarin zegt hij: van de technische ontwikkeling en de Religion innerhalb daarmee gepaard gaande industrialisering der Grenzen der bloßen Vernunft,“De geleidelijke overgang van het kerke- zorgden echter voor een geheel nieuwe dat Kant in 1793lijk geloof naar de alleenheerschappij van sociale situatie: de klasse van de indus- publiceerde.het zuiver godsdienstige geloof is het triearbeiders ontstond, evenals het ‘indus- 18. I. Kant, Dasnaderbij komen van het Rijk Gods.”17 Hij triële proletariaat’, waarvan Friedrich Ende aller Dinge, in: Werke VI (ed.zegt tevens dat revolutie het voortschrij- Engels de afgrijselijke levensomstandig- W. Weischedelden kan bespoedigen van de overgang heden in 1845 op aangrijpende wijze 1964), 190.15 • 2008 15
  • 16. heeft geschilderd. Het moest duidelijk zijn heeft dan ook plaats gevonden, het radi- voor de lezer: Dit mag niet zo blijven. Er caalst in Rusland. moet verandering komen. Maar de veran- dering zal de gehele structuur van de bur- 21. Maar met de overwinning werd ook gerlijke samenleving aan het wankelen de fundamentele vergissing van Marx brengen en op zijn kop zetten. Na de bur- zichtbaar. Hij heeft weliswaar zeer precies gerlijke revolutie van 1789 was een nieu- aangetoond hoe de omwenteling bewerk- we revolutie, de proletarische revolutie, stelligd moet worden, maar hij heeft ons noodzakelijk; de vooruitgang kon niet niet verteld hoe het dan verder moet. Hij eenvoudigweg met kleine, lineaire stapjes ging er eenvoudigweg vanuit dat met de verder gaan. Er was een revolutionaire onteigening van de heersende klasse, de sprong nodig. Karl Marx heeft de oproep val van de politieke macht en het natio- opgenomen en met kracht van spreken en naliseren van de productiemiddelen het denken deze nieuwe, grote – en naar hij nieuwe Jeruzalem er zou zijn. Dan zou- dacht – definitieve stap in de geschiede- den alle tegenstellingen opgeheven zijn, nis naar het heil, naar wat Kant als ‘Rijk de mens en de wereld zijn eindelijk met Gods’ had aangeduid, getracht te lance- zichzelf in het reine. Nu gaat alles vanzelf ren. Nadat de waarheid aangaande het de goede kant op, omdat alles aan allen hiernamaals zou zijn verdwenen, ging het toebehoort en iedereen het beste voor de er alleen nog om de waarheid van het ander wil. Zo heeft Lenin na de geslaagde hier en nu te vestigen. De kritiek van de revolutie moeten zien dat er bij de mees- hemel wordt de kritiek van de aarde; de ter niets te vinden was over de vraag hoe kritiek van de theologie wordt de kritiek het nu verder moest. Ja, Marx had ge- van de politiek. De vooruitgang naar het sproken over de tussenfase van de dicta- betere, naar de definitief goede wereld tuur van het proletariaat als een nood- komt nu niet meer eenvoudigweg van de zaak, die dan echter vanzelf overbodig wetenschap, maar van de politiek, van zou worden. Deze ‘tussenfase’ kennen wij een wetenschappelijk opgevatte politiek, maar al te goed, ook hoe die zich dan die de structuur van de geschiedenis en ontwikkelt en niet de geheelde wereld van de samenleving erkent en zo de weg heeft gebracht, maar een troosteloze ver- wijst naar de revolutie, naar de ommekeer woesting heeft achtergelaten. Marx heeft van alle dingen. Marx heeft met grote niet alleen verzuimd voor de nieuwe we- nauwgezetheid, zij het dan ook partijdig reld de nodige structuren te bedenken – en eenzijdig, de situatie in zijn tijd be- die zouden immers helemaal niet meer schreven en met groot analytisch vermo- nodig zijn. Dat hij daar niets over zegt is, gen de wegen die tot revolutie leiden uit- vanuit zijn perspectief gezien, logisch. gezet, niet alleen theoretisch, maar met de Zijn dwaling ligt dieper. Hij is vergeten Communistische Partij, die uit het Com- dat de mens altijd mens blijft. Hij is de munistisch Manifest van 1848 ontstond, mens vergeten en hij is diens vrijheid ver- en ook de aanzet tot de revolutie gege- geten. Hij is vergeten dat de vrijheid altijd ven. Zijn belofte heeft, door de helderheid ook de vrijheid tot het kwaad blijft. Hij van de analyse en het eenduidig aange- geloofde dat als de economie op orde zou ven van de middelen voor radicale veran- zijn, alles vanzelf op orde zou zijn. Zijn dering, mensen gefascineerd, en doet dat werkelijke dwaling is het materialisme: de nog steeds en steeds weer. De ‘revolutie’ mens is juist niet enkel het product van16 2008 • 16
  • 17. de economische omstandigheden, en hij het innerlijk leven’ (vgl. Ef. 3,16; 2Korkan niet alleen van buitenaf, door het 4,16), dan is er geen vooruitgang, doch eenscheppen van gunstigere economische bedreiging voor mens en wereld.voorwaarden geheeld worden. 23. Wat betreft de beide grote thema’s22. Zo staan wij opnieuw voor de vraag: ‘rede’ en ‘vrijheid’, kunnen de vragen diewat mogen wij hopen? Een zelfkritiek van daarmee samenhangen hier slechts evende moderne tijd in dialoog met het chris- aangestipt worden. Ja, de rede is de grotetendom en het christelijk concept van gave van God aan de mens en de over-hoop is noodzakelijk. In zo’n dialoog moe- winning van de rede op de onredelijkheidten ook de christenen in de context van is ook een doel van het christelijk geloof.hun inzichten en ervaringen opnieuw le- Maar wanneer heerst de rede werkelijk?ren waaruit hun hoop werkelijk bestaat, Als zij zich van God heeft losgemaakt?wat zij de wereld te bieden hebben en wat Als zij blind is geworden voor God? Is deniet. Van de zelfkritiek van de moderne rede van het kunnen en het doen de heletijd moet ook een zelfkritiek van het mo- rede? Als de vooruitgang de morele groeiderne christendom deel uitmaken, dat van de mensheid nodig heeft om werke-zichzelf vanuit zijn wortels steeds weer lijk vooruitgang te zijn, dan is het evenopnieuw moet leren verstaan. Daarover noodzakelijk dat de rede van het kunnenkunnen hier slechts enkele opmerkingen en het doen wordt aangevuld met het zichworden gemaakt. Eerst moet de vraag wor- openstellen van de rede voor de reddendeden gesteld: wat betekent ‘vooruitgang’ kracht van het geloof, en met het onder-werkelijk; wat belooft die vooruitgang en scheid tussen goed en kwaad. Alleen zowat niet? Al in de negentiende eeuw was kan de rede tot waarlijk menselijke redeer ook kritiek op het vooruitgangsgeloof. worden. Ze wordt alleen dan menselijkIn de twintigste eeuw heeft Theodor W. als ze de wil de weg kan wijzen, en datAdorno de problematiek van het vooruit- kan zij alleen als ze verder kijkt dan zich-gangsgeloof drastisch geformuleerd: de zelf. Anders wordt de positie van devooruitgang is, nauwkeurig bekeken, de mens, gegeven het ontbreken aan even-vooruitgang van steenslinger tot super- wicht tussen materiële mogelijkheid enbom. Nu is dat zeker een aspect van de het gebrek aan oordeelsvermogen van hetvooruitgang waarvoor men de ogen niet hart, tot bedreiging voor zichzelf en voormag sluiten. Anders gezegd: de dubbelzin- de schepping. Zo moeten we bij hetnigheid van de vooruitgang wordt zicht- thema ‘vrijheid’ bedenken dat menselijkebaar. De vooruitgang biedt ongetwijfeld vrijheid altijd een samengaan van vrijhe-nieuwe mogelijkheden tot het goede, maar den verlangt. Dit samengaan kan echteropent ook peilloze mogelijkheden voor het niet slagen als het niet door een gemeen-kwaad, die er eerder niet waren. Wij zijn schappelijke, innerlijke maat wordt be-allen getuigen geworden van het feit dat paald, die het fundament en het doel vande vooruitgang in verkeerde handen tot onze vrijheid is. Laten wij het heel een-onmenselijke vooruitgang in het kwaad voudig zeggen: de mens heeft God nodig,kan worden en ook geworden is. Als de anders heeft hij geen hoop. De ontwikke-technische vooruitgang niet hand in hand ling van de moderne tijd toont aan dat degaat met vooruitgang in de morele vor- uitspraak van de heilige Paulus, helemaalming van de mens, met ‘vernieuwing van aan het begin geciteerd (vgl. Ef 2,12),17 • 2008 17
  • 18. geheel realistisch en gewoonweg waar is. kunnen zeker bouwen op de kennis en de Er kan geen twijfel over bestaan dat een ervaringen van hen die hun zijn voorge- zonder God tot stand gebracht ‘Rijk Gods’ gaan, en putten uit de morele schat van – dat wil zeggen alleen een rijk van de de gehele mensheid. Maar ze kunnen die mens – onvermijdelijk uitloopt op het ook afwijzen, omdat die nooit zo vanzelf- door Kant beschreven “verkeerde einde” sprekend kan zijn als de materiële uitvin- van alle dingen: we hebben het gezien en dingen. De morele schat van de mensheid zien het steeds weer. Maar het is ook waar is niet beschikbaar zoals apparaten die dat God dan pas werkelijk binnentreedt in gebruikt worden, doch is aanwezig als de menselijke aangelegenheden als Hij een oproep aan de vrijheid en als moge- niet alleen aanwezig is in onze gedach- lijkheid daarvoor. Dan volgt echter: ten, maar als Hij Zelf naar ons toekomt en tot ons spreekt. Daarom heeft de rede het a) De juiste toestand van de menselijke geloof nodig, om helemaal zichzelf te dingen, het morele welzijn van de wereld, worden: rede en geloof hebben elkaar kan nooit eenvoudigweg door structuren nodig om hun ware wezen en hun zen- alleen worden gewaarborgd, hoe goed die ding tot vervulling te brengen. ook mogen zijn. Zulke structuren zijn niet alleen belangrijk, doch noodzakelijk, De ware vorm van de maar ze kunnen en mogen de vrijheid christelijke hoop van de mens niet buiten werking stellen. Ook de beste structuren functioneren al- 24. Laten we het nog een keer vragen: leen maar als in een gemeenschap vitale wat mogen wij hopen? En wat mogen we overtuigingen heersen, die de mensen niet hopen? Om te beginnen moeten we kunnen stimuleren tot vrije instemming vaststellen dat accumulatieve vooruit- met de gemeenschappelijke orde. Vrijheid gang alleen op materieel gebied mogelijk vereist overtuiging; overtuiging bestaat is. Gegeven de groeiende kennis van de niet los, doch moet steeds weer gemeen- structuren van de materie en in relatie schappelijk bevochten worden. daarmee de steeds geavanceerdere uitvin- dingen, is daar duidelijk sprake van een b) Omdat de mens altijd vrij blijft en continuïteit van de vooruitgang richting omdat zijn vrijheid ook altijd broos is, zal een steeds grotere beheersing van de het rijk van het goede nooit definitief in natuur. Maar op het gebied van het more- deze wereld worden gevestigd. Wie de le bewustzijn en het nemen van morele definitieve, altijd blijvende betere wereld beslissingen is er geen vergelijkbare ac- belooft, doet een valse belofte; hij negeert cumulatie, om de eenvoudige reden dat de menselijke vrijheid. De vrijheid moet de vrijheid van de mens steeds weer steeds opnieuw voor het goede worden nieuw is en hij steeds opnieuw zijn beslis- gewonnen. De vrije instemming met het singen moet nemen. Die zijn nooit sim- goede bestaat nooit eenvoudigweg van pelweg door anderen reeds voor ons zichzelf. Als er structuren zouden zijn die genomen – dan zouden wij immers niet onherroepelijk een bepaalde – goede – vrij meer zijn. Vrijheid vereist dat er wat wereldorde tot stand zouden brengen, betreft de fundamentele beslissingen van dan zou de vrijheid van de mens worden iedere mens, van iedere generatie, een ontkend, en dan waren het uiteindelijk nieuw begin is. De nieuwe generaties ook geen goede structuren.18 2008 • 18
  • 19. 25. Dat betekent dat iedere generatie op- vlak. Als iemand in zijn leven de grotenieuw de plicht heeft te strijden voor de liefde ervaart, is dat een moment vanjuiste ordening van de menselijke zaken; ‘verlossing’, waardoor zijn leven nieuwedie taak is nooit eenvoudigweg ten einde zin krijgt. Maar hij zal ook al spoediggebracht. Iedere generatie moet een bij- erkennen dat de hem geschonken liefdedrage leveren om overtuigende structuren alleen het probleem van zijn leven nietvan vrijheid en goedheid te vestigen, die oplost. Die liefde blijft broos. Ze kan doorde volgende generatie als wegwijzers die- de dood worden vernietigd. De mensnen voor het juiste gebruik van de men- heeft behoefte aan onvoorwaardelijkeselijke vrijheid en zo, binnen alle mense- liefde. Hij heeft behoefte aan de zekerheidlijke beperkingen, een zekere waarborg die hem doet zeggen: “Noch de doodook voor de toekomst geven. Anders ge- noch het leven, noch engelen noch bozezegd: goede structuren helpen, maar ze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, enzijn op zich niet voldoende. De mens kan geen macht in den hoge of in de diepte,nooit eenvoudigweg alleen maar van bui- noch enig wezen in het heelal zal onstenaf verlost worden. Francis Bacon en de kunnen scheiden van de liefde Gods, dienavolgers van de door hem geïnspireerde is in Christus Jezus onze Heer” (Romstroming van de moderne tijd dwaalden 8,38-39). Als deze onvoorwaardelijkedoor te geloven dat de mens door de we- liefde er is met haar onvoorwaardelijketenschap verlost zou worden. Met een zekerheid, dan, en alleen dan, is de mensdergelijke verwachting worden er al te ‘verlost’, wat hem verder ook persoonlijkhoge eisen gesteld aan de wetenschap; mag overkomen. Dat wordt bedoeld alsdeze vorm van hoop is bedrieglijk. De wij zeggen: Jezus Christus heeft ons ‘ver-wetenschap kan veel bijdragen tot de ver- lost’. Door Hem zijn wij zeker van Godmenselijking van de wereld en de mens- geworden, een God die niet een verreheid. Ze kan de mensen en de wereld ech- ‘eerste beweger’ van de wereld is, wantter ook vernietigen, als ze niet geordend Zijn eniggeboren Zoon is mens gewordenwordt door krachten die buiten haar lig- en van Hem kan iedereen zeggen: “Ik leefgen. Van de andere kant moeten wij ook in het geloof in de Zoon van God, die mijzien dat het moderne christendom, ge- heeft liefgehad en zichzelf heeft overgele-confronteerd met de successen van de verd voor mij” (Gal 2,20).wetenschap in de ontwikkeling van deinrichting van de wereld, zich in hoge 27. In deze zin geldt dat wie God nietmate heeft beperkt tot het individu en kent, weliswaar allerlei soorten hoop kanzijn heil. Daarmee heeft het christendom hebben, maar ten slotte zonder hoop is,het bereik van zijn hoop begrensd en zonder die geweldige, het hele leven dra-tevens de grootheid van zijn opdracht on- gende hoop (vgl. Ef 2,12). Die ware, dievoldoende erkend, ook al heeft het verder geweldige hoop, die door alle teleurstel-grote dingen gedaan voor de vorming lingen heen stand houdt, kan alleen Godvan de mens en de zorg voor de zwakken zijn, de God die ons “tot het uiterste toe”en lijdenden. (Joh 13,1) en totdat alles was volbracht (vgl. Joh 19,30) heeft liefgehad en lief-26. Niet de wetenschap verlost de mens. heeft. Wie door de liefde wordt aange-De mens wordt verlost door de liefde. Dat raakt, begint te beseffen wat het eigenlijkgeldt allereerst op het binnenwereldlijke is: ‘leven’. Hij begint te beseffen wat be-19 • 2008 19
  • 20. doeld wordt met het woord van de hoop voor zichzelf houden. Hij deelt het op dat ons in de doopritus tegemoet geko- ‘goddelijke’ wijze uit … op dezelfde wijze, men is: Van het geloof verwacht ik het naar de maat van de gerechtigheid.”19 Uit ‘eeuwig leven’, het werkelijke leven dat, de liefde tot God volgt de deelname aan heel en onbedreigd, in zijn gehele volheid Gods gerechtigheid en goedheid jegens eenvoudigweg leven is. Jezus, die van anderen. God liefhebben vereist innerlijke Zichzelf heeft gezegd dat Hij gekomen is vrijheid ten opzichte van alle bezit en alle opdat wij leven zouden bezitten en wel in materiële goederen. De liefde van God overvloed (vgl. Joh 10,10), heeft ons ook toont zich in de verantwoordelijkheid duidelijk gemaakt wat dat betekent, ‘le- voor anderen.20 Hetzelfde verband tussen ven’: “Dit is het eeuwige leven, dat zij U liefde tot God en verantwoordelijkheid kennen, de enige ware God en Hem die voor de mensen toont zich op indrukwek- Gij hebt gezonden, Jezus Christus” (Joh kende wijze in het leven van de heilige 17,3). Leven in de ware zin heeft men niet Augustinus. Na zijn bekering tot het chris- in zichzelf alleen en niet uit zichzelf telijk geloof wilde hij met gelijkgezinde alleen: het is een relatie. En het leven in vrienden een leven leiden dat geheel zou zijn volheid is relatie met Hem die de zijn gewijd aan het woord van God en de bron des levens is. Als wij een relatie heb- dingen van de eeuwigheid. Het door de ben met Hem, Die niet sterft, Die het grote Griekse filosofie geformuleerde ide- leven zelf is en de liefde zelf, dan staan aal van het beschouwende leven wilde hij wij in het leven. Dan ‘leven’ wij. met christelijke inhoud verwezenlijken, en zo “het beste deel” kiezen (vgl. Lc 10,42). 28. Maar nu komt de vraag: zijn we daar- Maar het pakte anders uit. Bij een bezoek mee toch niet weer aangeland bij het aan de zondagse liturgieviering in de ha- heilsindividualisme? Bij de hoop voor mij venstad Hippo werd hij door de bisschop alleen, die dan echter geen echte hoop is, uit de menigte gehaald en gedwongen omdat anderen worden vergeten en uitge- zich voor de dienst als priester in deze sloten? Nee. De relatie tot God wordt aan- stad te laten wijden. Terugblikkend op dit gegaan door gemeenschap met Jezus; moment schrijft hij in zijn Confessiones: alleen en uit onszelf kunnen we die niet “Verslagen om mijn zonden en om de bereiken. De relatie met Jezus is echter een zware last van mijn ellende had ik in mijn relatie met Hem die Zichzelf voor ons hart de gedachte opgevat en het plan allen gegeven heeft (vgl. 1Tim 2,6). Het overwogen de vlucht te nemen naar de met Jezus Christus zijn voert ons binnen eenzaamheid. Gij hebt mij echter tegenge- in Zijn ‘voor allen’, en wordt dan ook houden en Gij hebt mij moed ingesproken onze manier van leven. Dat verplicht ons door te zeggen: ‘Daarom is Christus voor er te zijn voor de anderen, maar alleen in allen gestorven, opdat zij die leven niet19. Hoofdstukkenover de liefde, gemeenschap met Hem is het mogelijk er meer voor zichzelf zouden leven, maarCenturia 1, werkelijk voor anderen, voor het geheel te voor Hem die ter wille van hen is gestor-Hoofdstuk 1, in:PG 90, 965. zijn. Daarbij wil ik de grote Griekse kerk- ven’ (2Kor 5,15).”21 Christus is voor allen leraar Maximus Confessor (+ 622) citeren, gestorven. Voor Hem leven betekent zich20. Vgl. a.w., in:a.w., 90, 962-966. die ons om te beginnen aanmoedigt niets laten betrekken in Zijn ‘er zijn voor’. te verkiezen boven de kennis en de liefde21. Conf. X 43,70, in: CSEL 33, van God, maar dan direct heel praktisch 29. Voor Augustinus betekende dit een279. wordt: “Wie God liefheeft, kan geld niet geheel nieuw leven. Hij heeft zijn dage-20 2008 • 20
  • 21. lijks leven eenmaal als volgt beschreven: 30. Laten we samenvatten wat er in de“Onruststokers terechtwijzen, kleinmoedi- loop van onze overwegingen tot nu toegen troosten, zwakken steunen, tegen- naar voren is gekomen. De mens heeftstanders weerleggen, zich hoeden voor veel hoop, aangaande kleinere of groterehardnekkigen, onwetenden onderwijzen, dingen, dag na dag, verschillend in deslomen wakker schudden, twistzoekers in verschillende periodes van zijn leven.toom houden, ingebeelden hun plaats Soms kan het lijken alsof zo’n hoop hemwijzen, moedelozen bemoedigen, ruzie- geheel en al bevredigt en hij geen anderemakers kalmeren, armen helpen, onder- hoop nodig heeft. Als hij jong is kan hetdrukten bevrijden, goeden erkenning de hoop op de grote, alles vervullendetonen, kwaden verdragen, en (ach!) allen liefde zijn, de hoop op een bepaalde posi-liefhebben.”22 “Het evangelie jaagt mij tie in het beroep, op één of ander successchrik aan”23 – die heilzame schrik die ons dat voor de rest van het leven beslissendervan weerhoudt alleen voor onszelf te zal zijn. Als zulke hoop in vervullingleven en die ons dwingt onze gemeen- gaat, wordt echter duidelijk dat dit tochschappelijke hoop door te geven. Daar niet alles was. Het wordt duidelijk dat erging het Augustinus precies om, hoop behoefte is aan hoop die verder reikt, datdoorgeven in de kritische situatie van het alleen iets oneindigs de mens kan vervul-Romeinse Rijk, die ook het Romeinse len, iets dat altijd meer zal zijn dan watAfrika bedreigde en aan het einde van hij ooit bereiken kan. Wat dit betreft heeftzijn leven vernietigde, de hoop die hij uit de moderne tijd de hoop op de te vestigenhet geloof putte en die hem in staat stel- volmaakte wereld ontwikkeld, die door dede, geheel tegen zijn introverte tempera- inzichten van de wetenschap en eenment in, te besluiten tot het opbouwen wetenschappelijk gefundeerde politiekvan de stad en daar met al zijn krachten maakbaar geworden leek. Zo werd de bij-aan deel te nemen. In hetzelfde hoofdstuk belse hoop op het Rijk Gods vervangenvan de Confessiones, waarin wij zojuist de door de hoop op het rijk van de mens, debeslissende reden van zijn inzet ‘voor betere wereld, die het werkelijke ‘Rijkallen’ gezien hebben, zegt hij: “Christus Gods’ zou zijn. Dit leek eindelijk de ge-spreekt voor ons ten beste. Was dat niet weldige en realistische hoop waaraan dezo, ik zou wanhopig zijn, want talrijk en mens behoefte had. Die hoop kon, gedu-ernstig zijn die kwalen in mij. Talrijk zijn rende korte tijd, alle krachten van dezij en ernstig, maar uw medicijn is krach- mens mobiliseren; het grote doel leek detiger. Wij hadden kunnen menen dat uw inzet van allen waard. Maar in de loopWoord ver verwijderd was van een ver- der tijd bleek dat deze hoop steeds terug-binding met de mens, en wij hadden aan wijkt. De mensen werden zich om te be- 22. Sermo 340, 3,onszelf kunnen wanhopen, indien dat ginnen bewust van het feit dat deze hoop in: PL 38, 1484;Woord niet vlees was geworden en onder misschien voor de mensen van overmor- vgl. F. Van derons gewoond had.”24 Vanuit zijn hoop gen is, maar het is geen hoop voor mij. En Meer, Augustinus de Zielzorgerheeft Augustinus zich voor de eenvoudige hoezeer ook het ‘voor allen’ tot de hoop (1951), 318.mens en voor zijn stad tot het uiterste toe behoort, omdat ik niet tegen de anderen 23. Sermo 339, 4,gegeven, afstand gedaan van zijn geeste- in en niet zonder hen gelukkig kan wor- in: PL 38, 1481.lijke adeldom en eenvoudig gepredikt en den, zo is omgekeerd hoop die mijzelf 24. Conf. X, 43,gehandeld voor de eenvoudige mens. niet betreft evenmin werkelijke hoop. Ook 69, in: CSEL 33, werd duidelijk dat deze hoop in strijd is 279.21 • 2008 21
  • 22. met de vrijheid, want de toestand van de Laten wij nu, in het laatste deel van deze menselijke dingen hangt in iedere gene- encycliek, proberen dit idee verder te con- ratie af van de vrije beslissing van de cretiseren door ons te richten op ‘plaat- mensen. Als die hun door de verhoudin- sen’ waar we de hoop in de praktijk kun- gen en de structuren ontnomen wordt zou nen leren en beoefenen. de wereld weer niet goed zijn, omdat een wereld zonder vrijheid geen goede wereld ‘Plaatsen’ om de hoop te leren is. Dus is weliswaar voortdurende inzet en te beoefenen nodig, opdat de wereld beter wordt, maar de betere wereld van morgen kan niet de I. Het gebed als leerschool van de hoop eigenlijke en voldoende inhoud van onze hoop zijn. En daarbij doet zich steeds de 32. Een eerste belangrijke plaats om de vraag voor: wanneer is de wereld ‘beter’? hoop te leren is het gebed. Als niemand Wat maakt de wereld goed? Met welke meer naar mij luistert, luistert God nog maatstaven bepalen wij het goed zijn van altijd naar mij. Als ik tot niemand meer de wereld? En langs welke wegen kan kan spreken, niemand meer kan aanroe- men tot dit ‘goede’ komen? pen, kan ik nog altijd tot God spreken. Als niemand mij meer helpen kan, als het 31. Nogmaals: wij hebben hoop nodig gaat om een behoefte of een verwachting wat betreft kleinere en grotere dingen, die die de menselijke mogelijkheid tot hoop ons van dag tot dag gaande houdt. Maar overstijgt: Hij kan mij helpen.25 Als ik in dat is onvoldoende zonder de geweldige volkomen eenzaamheid gestort ben: als ik hoop, die al het andere moet overstijgen. bid, ben ik nooit helemaal alleen. De on- Deze geweldige hoop kan alleen God zijn, vergetelijke kardinaal Nguyen Van Thuan Die het al omvat en Die ons geven en heeft ons als vrucht van dertien jaar ge- schenken kan waartoe wij alleen niet in vangenschap, waarvan negen in een iso- staat zijn. Juist het feit dat het ons ge- leercel, een kostbaar boekje nagelaten: schonken wordt behoort tot de hoop. God Gebeden van hoop. Tijdens dertien jaar is het fundament van de hoop, niet zo- gevangenschap, in een situatie van maar een god, maar de God die een men- schijnbaar totale hopeloosheid, is voor selijk gelaat heeft en Die ons tot het uiter- hem het luisteren naar God, het kunnen ste toe heeft liefgehad: ieder van ons en spreken met God, tot een toenemende de mensheid als geheel. Zijn Rijk is geen kracht van hoop geworden, die hem na imaginair hiernamaals van een nooit na- zijn vrijlating aangespoord heeft voor de derbij komende toekomst, Zijn Rijk is mensen van de gehele wereld tot getuige daar waar Hij bemind wordt en waar Zijn van de hoop te worden – de geweldige liefde bij ons aankomt. Zijn liefde alleen hoop die ook in de nachten van de een- geeft ons de mogelijkheid in alle nuchter- zaamheid niet ten onder gaat. heid steeds weer stand te houden in een wereld die van nature onvolkomen is, 33. Heel mooi heeft St. Augustinus in een zonder de bezieling van de hoop te verlie- preek over de Eerste brief van Johannes zen. En Zijn liefde is tegelijkertijd onze de innerlijke samenhang tussen gebed en25. Vgl. Katechis- garantie dat er iets is dat wij alleen vaag hoop weergegeven. Hij definieert het ge-mus van deKatholieke Kerk, vermoeden en toch ten diepste verwach- bed als oefening van het verlangen. De2657. ten: het leven dat ‘werkelijk’ leven is. mens is geschapen voor iets groots, voor22 2008 • 22
  • 23. God Zelf, om door Hem vervuld te wor- de valse kleine hoop, die hem bij Godden. Maar zijn hart is te klein voor het vandaan brengt. Hij moet zijn wensen engrote dat hem is toegedacht. Dat moet zijn hoop zuiveren. Hij moet zich bevrij-ruimer gemaakt worden. “Als God de ga- den van zijn stille leugen, waarmee hijve [Zichzelf] uitstelt, versterkt Hij ons zichzelf bedriegt: God doorziet die en deverlangen; door het verlangen verruimt confrontatie met God dwingt hem die zelfHij ons innerlijk en daardoor vergroot Hij te erkennen. “Maar wie beseft al zijn fei-de opnamecapaciteit [voor Hemzelf].” len? Vergeef mij ook wat ik niet weet”,Augustinus verwijst naar de heilige Pau- bidt de psalmist (Ps 19 [18],13). Het nietlus, die van zichzelf zegt dat hij leeft, zich erkennen van schuld, de ijdele waan vanuitstrekkend naar wat voor hem ligt (vgl. onschuld, rechtvaardigt en redt mij niet,Fil 3,13) en gebruikt dan een heel mooi want ik ben zelf schuldig aan de afstom-beeld om de voortgang te beschrijven bij ping van mijn geweten, aan mijn onver-het verruimen en voorbereiden van het mogen het kwade in mij als zodanig temenselijk hart: “Stel je voor, God wil je erkennen. Als God niet bestaat, moet ikvullen met honing [beeld voor Gods te- wellicht in zulke leugens vluchten, omdatderheid en goedheid]. Maar als je gevuld er niemand is die mij zou kunnen verge-bent met azijn, waar laat je dan de ho- ven, niemand die de werkelijke maatstafning?” Het vat, dat wil zeggen het hart, is. Maar de ontmoeting met God wektmoet eerst verruimd en dan gereinigd mijn geweten, opdat dit niet langer streeftworden: bevrijd van de azijn en de azijn- naar zelfrechtvaardiging, naar weerspie-smaak. Dat vereist werk, dat is pijnlijk, geling van mijzelf en de tijdgenoten diemaar alleen zo ontstaat de geschiktheid een stempel op mij drukken, maar mij devoor datgene waartoe we zijn bestemd.26 mogelijkheid biedt naar het Goede zelf teOok al spreekt Augustinus alleen direct luisteren.over de opnamecapaciteit voor God, tochwordt helemaal duidelijk dat de mens 34. Wil het gebed deze reinigende krachtdoor dit werk, waarbij hij zich bevrijdt ontplooien, dan moet het enerzijds heelvan de azijn en zijn azijnsmaak, niet persoonlijk zijn, een confrontatie vanalleen vrij voor God maar juist ook open mijn ‘ik’ met God, de levende God. An-voor de anderen wordt. Want alleen als derzijds moet het steeds weer geleid enwij kinderen van God worden, kunnen verlicht worden door de grote gebeds-wij bij de gemeenschappelijke Vader zijn. woorden van de Kerk en van de heiligen,Bidden betekent niet buiten de geschiede- door het liturgische gebed, waarin denis treden en je terugtrekken in het privé- Heer ons steeds weer leert goed te bidden.hoekje van je eigen geluk. Echt bidden is Kardinaal Nguyen Van Thuan vertelt onseen proces van innerlijke reiniging, dat in zijn boek van geestelijke oefeningenons openstelt voor God en dus juist ook dat hij in zijn leven lange periodes heeftvoor de mensen. In het gebed moet de gekend dat hij niet kon bidden en hoe hijmens leren wat hij werkelijk aan God kan zich heeft vastgehouden aan de gebeds- 26. Vgl. In 1vragen, wat God waardig is. Hij moet woorden van de Kerk, aan het Onze Joannis 4, 6, in: PL 35, 2008 e.v..leren dat hij niet tegen de anderen mag Vader, aan het Weesgegroet, aan de gebe-bidden. Hij moet leren dat hij niet mag den van de liturgie.27 Bij het bidden moet 27. Hoffnung, die uns trägt (Frei-vragen om de oppervlakkige en makkelij- er altijd sprake zijn van dit samengaan burg 2001), 121ke dingen die hij op dat moment wenst, van gemeenschappelijk en persoonlijk ge- e.v..23 • 2008 23
  • 24. bed. Zo kunnen wij tot God spreken, zo waarin ik leef ogenschijnlijk niets meer te spreekt God tot ons. Zo ondergaan we de verwachten heb. Alleen de grote zeker- reinigingen, waardoor wij geschikt voor heid van de hoop dat, ondanks alle mis- God worden en die ons geschikt maken de lukkingen, mijn eigen leven en de ge- mensen te dienen. Zo worden wij geschikt schiedenis in het algemeen geborgen zijn voor de ware hoop en worden wij diena- in een onverwoestbare macht van de lief- ren van de hoop voor de anderen: hoop in de en door die liefde zin en betekenis de christelijke zin is immers ook hoop hebben, kan dan toch de moed geven om voor de anderen. En het is actieve hoop, te werken en te volharden. Zeker, wij waarin wij ervoor strijden dat de dingen kunnen het Rijk Gods niet zelf ‘bouwen’ – niet naar ‘het verkeerde einde’ leiden. Het wat wij bouwen blijft altijd een mensen- is ook actieve hoop in de zin dat wij de rijk met alle beperkingen van de mense- wereld open houden voor God. Alleen zo lijke natuur. Het Rijk Gods is een ge- blijft de hoop zuiver menselijk. schenk en juist daarom is het groot en mooi en het antwoord op onze hoop. En II. Handelen en lijden als context wij kunnen, om de klassieke terminologie voor het leren van de hoop te gebruiken, de hemel niet door onze werken ‘verdienen’. De hemel is altijd 35. Iedere serieuze en oprechte handeling meer dan wat wij verdienen, zoals be- van de mens is hoop in uitvoering. Dat is mind worden nooit ‘verdienste’ is, maar op de eerste plaats waar in die zin dat wij altijd geschenk. Maar ook al weten we daarbij onze hoop met betrekking tot nog zo goed van deze ‘meerwaarde’ van kleinere of grotere zaken proberen te ver- de hemel, toch blijft het waar dat ons werkelijken, deze of gene taak proberen handelen God niet onverschillig laat en af te ronden die belangrijk is voor onze daarmee niet onverschillig is voor de loop verdere levensweg, er door onze inzet toe van de geschiedenis. Wij kunnen onszelf bij te dragen dat de wereld iets lichter en en de wereld openstellen voor het bin- menselijker wordt en zo ook deuren naar nentreden van God: de waarheid, de lief- de toekomst worden geopend. Maar de de, het goede. Dat is wat de heiligen heb- dagelijkse inzet voor het voortgaan van ben gedaan, die als ‘Gods medewerkers’ het eigen leven en voor de toekomst van hebben bijgedragen tot het heil van de het geheel vermoeit ons of slaat om in wereld (vgl. 1Kor 3,9; 1Tes 3,2). Wij kun- fanatisme, als voor ons niet het licht nen ons leven en de wereld vrijmaken straalt van die geweldige hoop, die ook van de vergiftigingen en vervuilingen die door falen in het kleine en door het mis- het heden en de toekomst zouden kunnen lukken van zaken van historisch belang vernietigen. Wij kunnen de bronnen van niet kan worden vernietigd. Als we niet de schepping blootleggen en zuiver hou- kunnen hopen op meer dan op datgene den en zo aan de schepping, die als gave wat op ieder moment bereikbaar is en op voor ons uitgaat, recht doen volgens haar datgene wat de heersende politieke en eigen eisen en doel. Dit houdt zin, ook als economische machten ons aan hoop bie- wij ogenschijnlijk niets bereiken of mach- den, zal ons leven spoedig zonder hoop teloos lijken te zijn tegenover het over- zijn. Het is belangrijk om te weten: ik wicht van de vijandige machten. Zo komt mag altijd nog hopen, ook als ik voor enerzijds uit ons handelen hoop voort mijn leven of voor de historische periode voor ons en voor de anderen; tegelijker-24 2008 • 24
  • 25. tijd is het echter de geweldige hoop op die uitzichtloos lijken, in het besef dat inGods beloften die ons moed geeft en ons de uiterlijke loop van de geschiedenis dehandelen stuurt in goede en kwade uren. macht van de schuld voortdurend een vreeswekkende aanwezigheid zal blijven.36. Evenals het handelen behoort het lij-den tot het menselijk bestaan. Het lijden 37. Laten we terugkeren naar ons onder-volgt van de ene kant uit onze eindigheid, werp. We kunnen proberen het lijden tevan de andere kant uit de enorme massa beperken, te bestrijden, maar we kunnenschuld die zich in de loop van de geschie- het niet uit de wereld helpen. Juist waardenis heeft opgehoopt en ook in het he- mensen, in een poging lijden te vermij-den onophoudelijk aangroeit. Natuurlijk den, zich trachten te onttrekken aan allesmoeten we alles doen om het lijden te wat leed zou kunnen veroorzaken, zich deverminderen, om het lijden van onschul- moeite en de pijn van de waarheid, dedigen te voorkomen, zo goed en zo kwaad liefde, het goede, willen besparen, drijvenals het gaat, om pijn te verlichten, om ze een leeg leven binnen, waarin mis-geestelijk lijden te helpen overwinnen. schien weinig pijn is, maar het doffe ge-Dit zijn alle plichten zowel van de ge- voel van zinloosheid en verlorenheid desrechtigheid als van de liefde, die tot de te sterker aanwezig is. Niet het vermijdenfundamentele vereisten behoren van het van het lijden, niet de vlucht voor het lij-christelijk bestaan en van ieder waarach- den, heelt de mens, maar het vermogentig menselijk leven. In de strijd tegen de het lijden te aanvaarden, daardoor te rij-fysieke pijn zijn grote vorderingen ge- pen, er zin in te vinden door de vereni-boekt; het lijden van onschuldigen, even- ging met Christus, die met eindeloze lief-als het geestelijk lijden zijn in de afgelo- de heeft geleden. Ik wil in dit verbandpen decennia eerder toegenomen. Ja, we enkele zinnen aanhalen uit een brief vanmoeten alles doen om het lijden te over- de Vietnamese martelaar Paul Le-Bao-winnen, maar we kunnen het niet geheel Thin (+ 1857), waarin deze omvorminguit de wereld bannen, omdat wij nu een- van het lijden door de kracht van de uitmaal onze eindigheid niet van ons kun- het geloof voortkomende hoop zichtbaarnen afschudden en omdat niemand van wordt. “Ik, Paulus, gevangene omwilleons in staat is de macht van het kwaad, van de naam van Christus, wil u in kennisvan de schuld, uit de wereld te bannen, stellen van de kwellingen waarin ik hierdie voortdurend – we zien het – de bron dagelijks ondergedompeld ben, opdat devan lijden is. Dat kan alleen God, alleen vlam van de goddelijke liefde u doet ont-een God die Zelf binnentreedt in de ge- branden en u met mij Gods lof zingt:schiedenis, mens wordt en in de tijd lijdt. Eeuwig is Zijn genade (vgl. Ps 136 [135]).Wij weten dat deze God bestaat en dat Deze kerker is werkelijk een beeld van dedaarom deze macht die de “zonde van de hel; behalve de gruwelijke folteringenwereld wegneemt” (Joh 1,29) bestaat. Met van allerlei soort, zoals boeien, ijzerenhet geloof dat deze macht bestaat is de kettingen en touwen, zijn hier haat,hoop op de redding van de wereld in de wraakoefening, laster, obscene taal, valsegeschiedenis verschenen. Maar het is beschuldigingen, gemeenheden, valse ge-hoop en nog geen voleinding. Het is hoop tuigenissen, vloeken en ten slotte angstdie ons de moed geeft ons aan de zijde en droefheid. God, Die de drie jongelin-van het goede te scharen, ook in situaties gen uit de vuuroven bevrijd heeft, is mij25 • 2008 25
  • 26. altijd nabij. Hij heeft ook mij bevrijd uit dagen; voor U zijn licht en duisternis deze ellende en die in zoetheid veranderd: gelijk” (Ps 139 [138],8-12; vgl. ook Ps 23 eeuwig is Zijn genade. Temidden van [22],4). Christus is nedergedaald “ter hel- deze folteringen, die de anderen meestal le”, en zo is Hij daar bij hem, die daarin breken en kapot maken, ben ik dankzij geworpen wordt, en maakt voor hem de Gods genade vol vreugde en blijmoedig- duisternis tot licht. Het lijden, de kwellin- heid, want ik ben niet alleen, Christus is gen blijven vreselijk en bijna niet te dra- bij mij … Hoe moet ik dit vreselijke gen. Maar de ster van de hoop is opge- schouwspel verdragen? Iedere dag moet gaan, het anker van het hart reikt tot aan ik zien hoe heersers, mandarijnen en hun de troon van God. Niet het kwade in de hovelingen Uw heilige Naam vervloeken, mens wordt losgemaakt, doch het licht U Die boven de cherubijnen en de serafij- overwint: lijden wordt, hoewel het zeker nen troont (vgl. Ps 80 [79],2). Zie, Uw lijden blijft, ondanks alles tot lofzang. kruis wordt door de heidenen met voeten getreden. Waar is Uw heerlijkheid? Als ik 38. De maatstaf voor menselijkheid wordt dit alles zie, geef ik er, in de gloed van Uw wezenlijk bepaald in relatie met lijden en liefde, de voorkeur aan in stukken te wor- met de lijdende. Dat geldt zowel voor het den gehakt, om te sterven als getuige van individu als voor de samenleving. Een Uw liefde. Toon mij, Heer, Uw macht! samenleving die de lijdenden niet aan- Kom mij te hulp en red mij, opdat in mijn vaardt en niet in mede-lijden kan helpen zwakheid Uw macht voor alle volken lijden, ook van binnenuit, te delen en te geopenbaard en verheerlijkt wordt … dragen is een wrede en onmenselijke sa- Dierbare broeders, als u deze dingen menleving. Maar de samenleving kan de hoort, verheugt u dan en heft een altijd- lijdenden niet aanvaarden en hen in hun durend danklied voor God aan, de bron lijden dragen als de individuen dit niet van al het goede, en prijst Hem met mij: kunnen, en bovendien kan het individu eeuwig is Zijn genade … Ik schrijf u dit het lijden van de ander niet aanvaarden, alles opdat uw en mijn geloof zich mogen als hij zelf de zin van het lijden niet verenigen. Terwijl de storm woedt, gooi ik inziet, het niet kan beschouwen als een mijn anker tot vóór de troon van God: weg van zuivering en rijping, een weg levende hoop, die in mijn hart is …”.28 Dit van hoop. Want het aannemen van de an- is een brief uit de ‘hel’. De gehele ver- der, die lijdt, betekent dat ik zijn lijden tot schrikking van een concentratiekamp het mijne maak, dat het ook mijn lijden wordt zichtbaar, waar naast de kwellin- wordt. Maar juist daardoor, doordat het gen door de tirannen, het kwaad in de lij- nu gedeeld lijden is geworden, waarin denden zelf wordt ontketend, die zo ook ook een ander aanwezig is, dringt het nog tot instrumenten voor de wreedheid licht van de liefde in lijden door. Het van de folteraars worden. Het is een brief Latijnse woord con-solatio, troost, drukt uit de ‘hel’, maar daarin wordt het woord dit heel mooi uit, omdat het het beeld op- van de psalmist bewaarheid: “Al stijg ik roept van ‘erbij zijn’ in de eenzaamheid, naar de hemel op: daar zijt Gij reeds, al die dan geen eenzaamheid meer is. Maar daal ik in het dodenrijk: Gij zijt aanwezig ook het vermogen het lijden te aanvaar-28. Romeins Bre- … En zeg ik: laat het duister mij dan dek- den omwille van het goede, van de waar-vier, Lezingen-dienst, 24 novem- ken … dan zal de duisternis voor U niet heid en de gerechtigheid, is wezenlijkber. donker zijn, de nachten even helder als de voor de maatstaf van de menselijkheid,26 2008 • 26
  • 27. want als uiteindelijk mijn welbevinden, mens geworden is, om met de mens temijn ongedeerd blijven, belangrijker zijn kunnen mee-lijden, reëel, in vlees endan de waarheid en de gerechtigheid, dan bloed, zoals ons getoond wordt in het lij-geldt de macht van de sterkste, dan over- densverhaal van Jezus. Van daaruit is inheersen het geweld en de leugen. En uit- alle menselijke lijden Iemand binnenge-eindelijk is ook het ‘ja’ tegen de liefde een treden die mee-lijdt, mee-draagt. In allebron van lijden, want liefde verlangt lijden is van daaruit de con-solatio, desteeds weer zelfverloochening, waarbij ik troost van de mee-lijdende liefde van Godmij laat snoeien en verwonden. Liefde aanwezig en daarmee is de ster van dekan niet bestaan zonder deze ook pijnlijke hoop opgegaan. Zeker, in onze verschil-verloochening van mijzelf; anders wordt lende vormen van lijden en beproevingze tot puur egoïsme en houdt daarmee op hebben wij ook onze hoop op kleine enliefde te zijn. grotere dingen nodig, hoop op een vrien- delijk bezoek, op genezing van innerlijke39. Lijden met de ander, voor de anderen, en uiterlijke wonden, op de goede aflooplijden omwille van de waarheid en de ge- van een crisis, enzovoorts. In onbelang-rechtigheid, lijden uit liefde en om ie- rijke beproevingen kunnen deze soortenmand te worden die werkelijk liefheeft, hoop ook voldoende zijn. Maar in werke-dat zijn de fundamentele elementen van lijk zware beproevingen, waarin ik defini-de menselijkheid, en als die prijs zouden tief moet beslissen de waarheid te verkie-worden gegeven, zou de mens zelf ver- zen boven welbevinden, carrière, bezit,nietigd worden. Maar nogmaals dient wordt de zekerheid van de ware, de ge-zich de vraag aan: kunnen we dat? Is de weldige hoop waarover wij gesprokenander belangrijk genoeg dat ik omwille hebben, noodzakelijk. Daarom hebben wijvan hem een lijdende wil worden? Is de getuigen nodig, martelaren, die zich ge-waarheid belangrijk genoeg voor mij dat heel en al gegeven hebben, om het onsdie het lijden waard is? En is de belofte dag na dag te tonen, ook om bij de kleinevan de liefde zo groot dat zij mijn zelfga- keuzes van alledag de voorkeur te gevenve rechtvaardigt? In de geschiedenis van aan het goede boven het gemak, in dede mensheid is het juist het christelijk wetenschap dat we juist zo het leven zelfgeloof dat in de mens op een nieuwe en leven. Laten we het nog éénmaal zeggen:diepgaander wijze het vermogen heeft het vermogen te lijden omwille van hetlosgemaakt tot deze voor de menselijk- ware is de maatstaf van de menselijkheid.heid beslissende manier van lijden. Dit Maar dit vermogen tot lijden hangt afgeloof heeft ons getoond dat waarheid, van de aard en de mate van de hoop diegerechtigheid en liefde niet slechts idea- wij in ons dragen en waarop wij bouwen.len zijn, doch een zeer intense werkelijk- Omdat de heiligen vervuld waren vanheid. Het geloof heeft ons namelijk ge- hoop, konden zij de grote weg van hettoond dat God, de waarheid en de liefde mens-zijn gaan, zoals Christus die ons isin Persoon, voor ons en met ons wilde lij- voorgegaan.den. Van Bernardus van Clairvaux is de 29. Sermones inschitterende uitdrukking: Impassibilis est 40. Hier wil ik nog een kleine opmerking Cant., Serm. 26,Deus, sed non incompassibilis29 – God kan maken die niet geheel onbelangrijk is 5, in: Bernardus van Clairvaux (ed.niet lijden, maar Hij kan wel mee-lijden. voor de alledaagse dingen. Tot een van- G.B. Winkler), V,De mens is God zoveel waard, dat Hij Zelf daag de dag wellicht weinig gepraktiseer- 394.27 • 2008 27
  • 28. de, maar tot voor kort nog wijd verbreide heeft aangekondigd. Deze blik naar voren vorm van vroomheid behoorde de ge- maakt het christendom zo belangrijk voor dachte dat men de kleine dagelijkse onge- het heden. In de opzet van de christelijke makken, die ons steeds weer als meer of kerkgebouwen, die de historische en kos- minder pijnlijke speldenprikken treffen, mische omvang van het geloof in Chris- zou kunnen ‘opdragen’ en die daardoor tus zichtbaar willen maken, werd het zin verlenen. Deze vroomheid kon zeker gebruikelijk aan de oostzijde de als ko- iets overdrevens en iets ongezonds heb- ning wederkerende Heer – het beeld van ben, maar het is de vraag of er toch niet de hoop – af te beelden, aan de westzijde ergens iets wezenlijks in zat, iets dat ons echter het Laatste Oordeel, als beeld van behulpzaam kan zijn. Wat wil dat zeggen: de verantwoordelijkheid aangaande ons ‘opdragen’? Deze mensen waren ervan leven, dat de gelovigen juist op hun weg overtuigd dat zij hun kleine lasten in het naar buiten, het dagelijks leven in, aan- grote medelijden van Christus konden zag en begeleidde. In de ontwikkeling van leggen, zodat ze op de één of andere ma- de iconografie van het Oordeel treedt dan nier behoorden tot de schat van medelij- echter steeds sterker het dreigende en den, waaraan de mensheid zo’n behoefte onheilspellende van het Oordeel naar heeft. Zo konden ook de kleine ergernis- voren, dat de kunstenaars duidelijk meer sen van alledag zin krijgen en bijdragen gefascineerd heeft dan de glans van de tot de economie van het goede, van de hoop, die door de dreiging dikwijls al te liefde in de mensheid. Misschien moeten zeer verborgen bleef. we ons toch afvragen of dat voor ons niet weer een zinvolle mogelijkheid zou zijn. 42. In de moderne tijd verbleekt de ge- dachte aan het Laatste Oordeel: het chris- III. Het oordeel als context om de telijk geloof wordt geïndividualiseerd en hoop te leren en te beoefenen is vooral gericht op het eigen zielenheil; de beschouwing van de wereldgeschiede- 41. In het grote Credo van de Kerk sluit nis wordt daarentegen in hoge mate be- het middelste gedeelte, dat handelt over heerst door de vooruitgangsgedachte. het Christusmysterie, van de eeuwige ge- Toch is de fundamentele inhoud van de boorte uit de Vader en de geboorte in de verwachting van een Laatste Oordeel niet tijd uit de Maagd Maria, via het kruis en eenvoudigweg verdwenen. Het neemt de verrijzenis, tot aan Zijn wederkomst, af echter een geheel andere vorm aan. Het met de woorden: “Hij zal wederkomen in atheïsme van de negentiende en de twin- heerlijkheid om de oordelen levenden en tigste eeuw is naar oorsprong en doel een doden.” Het vooruitzicht van het oordeel vorm van moralisme: een protest tegen de heeft vanaf de vroegste tijden invloed ongerechtigheden van de wereld en de gehad op de christenheid, tot in het dage- wereldgeschiedenis. Een wereld waarin lijks leven toe, als maatstaf voor het leven zoveel ongerechtigheid, onschuldig lijden nu, als oproep aan het geweten en tegelijk en machtscynisme bestaat, kan niet het als hoop op Gods rechtvaardigheid. Het werk van een goede God zijn. De God die geloof in Christus heeft nooit alleen terug verantwoordelijk is voor deze wereld zou gekeken en nooit alleen naar boven, maar geen rechtvaardige God zijn en al hele- ook altijd naar voren, naar het uur van de maal geen goede God. Omwille van de gerechtigheid dat de Heer herhaaldelijk moraal moet men deze God bestrijden. Zo28 2008 • 28
  • 29. leek het dat, omdat er geen God is die zou worden”.30 Dat zou echter betekenengerechtigheid verschaft, alleen de mens dat in positieve, en daarom voor hem in-zelf geroepen is de gerechtigheid te her- adequate, symbolen uitgedrukt er geenstellen. Ook als het protest tegen God, gerechtigheid kan zijn zonder opstandinggelet op het lijden van deze wereld, be- van de doden. Een dergelijke verwachtinggrijpelijk is, dan is nog de aanspraak dat veronderstelt immers “de opstanding vande mensheid zou kunnen en moeten doen het vlees; dat is volkomen vreemd aan hetwat geen God doet en kan doen, aanmati- idealisme, aan het rijk van de absolutegend en intrinsiek onwaar. Het feit dat geest”.31daaruit de grootste wreedheden en schen-dingen van het recht volgen, is geen toe- 43. Van de strenge verwerping van alleval; het is geworteld in deze aanspraak, beelden, die behoort tot het eerste geboddie intrinsiek onwaar is. Een wereld die (vgl. Ex 20,4), kan en moet de christenzichzelf gerechtigheid moet verschaffen is ook steeds opnieuw leren. De waarheideen wereld zonder hoop. Niets en nie- van de negatieve theologie is onder-mand geeft antwoord op het lijden van de streept door het Vierde Concilie van Late-eeuwen. Niets en niemand staat ervoor in ranen, dat uitdrukkelijk stelt dat, hoedat het cynisme van de macht, onder groot de overeenkomst tussen de Schep-welke ideologische dekmantel dan ook, de per en het schepsel ook mag zijn, het ver-wereld niet verder zal beheersen. Zo heb- schil toch altijd groter is.32 Toch kan deben de grote denkers van de Frankfurter verwerping van beelden voor de gelovigeSchool, Max Horkheimer en Theodor W. nooit zo ver gaan, dat – zoals HorkheimerAdorno, het atheïsme en het theïsme ge- en Adorno dachten – hij moet blijvenlijkelijk bekritiseerd. Horkheimer heeft staan bij het ‘nee’ tegen beide stellingen:radicaal bestreden dat er ooit één of an- theïsme en atheïsme. God heeft Zichzelfdere immanente vervanging voor God een ‘beeld’ gegeven: in de mensgewordengevonden zou kunnen worden, maar te- Christus. In Hem, in de Gekruisigde, is degelijk echter het beeld van een goede en ontkenning van godsbeelden niet meerrechtvaardige God afgewezen. In een mogelijk. Nu toont God Zijn eigen gelaat,uiterste radicalisering van het oudtesta- juist in de gestalte van de lijdende, die dementische verbod op het maken van beel- godverlatenheid van de mens meedraagt.den spreekt hij over “het verlangen naar Deze onschuldig lijdende is geworden tot 30. Negative Dia- lektik (1966),de geheel Andere”, die onbereikbaar blijft zekerheid van de hoop: God is er en God Derde deel, III, 11,– een schreeuw van verlangen in de kan gerechtigheid verschaffen op een in: Gesammelte Schriften, VIgeschiedenis van ons mensen. Ook Ador- wijze die wij ons niet kunnen voorstellen (Frankfurt/Mainno heeft resoluut vastgehouden aan het en die wij toch door het geloof mogen 1973), 395.verwerpen van beelden, hetgeen uiteraard vermoeden. Ja, de verrijzenis van het 31. A.w., Tweedeook het ‘beeld’ van de liefhebbende God vlees bestaat.33 Gerechtigheid bestaat.34 De deel, 207.uitsluit. Maar hij heeft ook steeds weer ‘herroeping’ van het lijden in het verle- 32. DS 806.deze ‘negatieve’ dialectiek benadrukt en den, het ‘goed maken’, dat het recht her-gezegd dat gerechtigheid, werkelijke ge- stelt, het bestaat. Daarom is het geloof in 33. Vgl. Katechis- mus van derechtigheid, een wereld zou verlangen het Laatste Oordeel allereerst en bovenal Katholieke Kerk,“waarin niet alleen het bestaande lijden hoop, de hoop waarvan de noodzaak juist 988-1004.ongedaan gemaakt zou worden, maar ook in de conflicten van de afgelopen eeuwen 34. Vgl. A.w.,het onherroepelijke verleden herroepen duidelijk geworden is. Ik ben ervan over- 1040.29 • 2008 29
  • 30. tuigd dat de vraag naar de gerechtigheid broeders Karamazov met recht geprotes- het essentiële, en ieder geval het sterkste teerd. De misdadigers zitten uiteindelijk argument is voor het geloof in het eeuwig niet naast de slachtoffers op dezelfde leven. De zuiver individuele behoefte aan wijze aan de tafel van het eeuwig brui- een vervulling, die ons in dit leven ont- loftsmaal, alsof er niets gebeurd zou zijn. zegd wordt, aan de onsterfelijkheid van Ik wil hier graag een tekst van Plato cite- de liefde, waarop wij wachten, is bepaald ren, die een voorgevoel van het recht- een belangrijke reden om te geloven dat vaardige oordeel tot uitdrukking brengt, de mens voor de eeuwigheid geschapen die in veel opzichten voor christenen is, maar alleen in relatie met de onmoge- waar en heilzaam blijft. Hij zegt – zeker, lijkheid dat het onrecht van de geschiede- in mythologische beelden, die echter een nis het laatste woord zou zijn, wordt de ondubbelzinnige waarheid zichtbaar ma- noodzaak van de wederkerende Christus ken – dat aan het einde de zielen naakt en het nieuwe leven volledig begrijpelijk. voor de rechter zullen staan. Nu telt niet meer wat ze eens in de geschiedenis ge- 44. Het protest tegen God omwille van de weest zijn, alleen nog datgene wat ze in gerechtigheid is niet dienstig. Een wereld waarheid zijn. “Daar heeft hij (de rechter) zonder God is een wereld zonder hoop (Ef wellicht de ziel van een … koning of heer- 2,12). Alleen God kan gerechtigheid ser voor zich en ziet er helemaal niets schenken. En het geloof geeft ons de gezonds aan. Hij ziet de ziel gegeseld en zekerheid: Hij doet het. Het beeld van het vol littekens, veroorzaakt door meineed Laatste Oordeel is niet op de eerste plaats en ongerechtigheid … en alles is verwron- een schrikbeeld, maar een beeld van gen door leugens en hoogmoed, en niets hoop, voor ons misschien zelfs wel het is recht, omdat de waarheid geen rol heeft beslissende beeld van de hoop. Maar is gespeeld bij de groei. En hij ziet hoe de het ook niet een angstaanjagend beeld? Ik ziel door willekeur, weelde, overmoed en zou zeggen: een beeld dat verantwoorde- onbezonnenheid in het handelen beladen lijkheid oproept; daarom een beeld van de is met excessen en schandelijkheden. Bij vrees waarvan de heilige Hilarius zegt dat deze aanblik stuurt hij de ziel meteen al onze vrees in de liefde zijn plaats naar de kerker, waar deze de verdiende vindt.35 God is gerechtigheid en verschaft straf zal ondergaan … Soms echter ziet hij gerechtigheid. Dat is onze troost en onze een andere ziel voor zich, die een vroom hoop. Maar in Zijn gerechtigheid is tege- en eerlijk leven heeft geleid …; hij ver- lijk genade. Dat weten wij door de aan- heugt zich daarover en zendt de ziel zeker blik van de gekruisigde en verrezen naar de eilanden van de zaligen.”36 Jezus Christus. Beide, gerechtigheid en genade, heeft ons gewaarschuwd in de gelijkenis moeten in de juiste innerlijke verhouding van Lazarus en de rijke vrek (Lc 16,19-31) worden gezien. De genade sluit de ge- waarin Hij ons het beeld van zo’n door rechtigheid niet uit. De genade maakt overmoed en weelde verwoeste ziel toont, onrecht niet tot recht. De genade is geen die zelf een onoverbrugbare kloof tussen35. Vgl. Tractatus spons die alles uitvlakt, zodat ten slotte zichzelf en de arme heeft geschapen: desuper Psalmos, Ps127,1-3, in: CSEL alles wat iemand op aarde gedaan heeft kloof van het opgesloten zijn in materieel22, 628-630. toch om het even is. Tegen zo’n soort genot, de kloof van het vergeten van de36. Gorgias 525a- hemel en zo’n soort genade heeft bijvoor- ander, het onvermogen lief te hebben, die526c. beeld Dostojewski in zijn roman De Ge- dan tot brandende en niet meer te lessen30 2008 • 30
  • 31. dorst leidt. Daarbij moeten we wel beden- de vernietiging van het goede zou onher-ken dat Jezus in deze gelijkenis niet roepelijk zijn: dat duiden we aan met hetspreekt over het definitieve lot na het woord hel.37 Van de andere kant kunnenLaatste Oordeel, maar een voorstelling er geheel zuivere mensen zijn, die zichoverneemt die we onder meer in het vroe- volledig door God hebben laten vervullenge jodendom vinden en die uitgaat van en daarom helemaal openstaan voor deeen tussentoestand tussen dood en op- naaste – mensen in wie de gemeenschapstanding, waarin het definitieve oordeel met God nu al hun hele zijn bepaalt ennog uitstaat. voor wie het gaan tot God slechts voltooit wat ze al zijn.3845. Deze vroeg-joodse voorstelling vaneen tussentoestand impliceert de opvat- 46. Maar de ervaring leert dat noch hetting dat de zielen niet alleen maar in een één, noch het ander het normale geval issoort voorlopige bewaring zijn gesteld, in het menselijk bestaan. Bij verreweg demaar reeds worden gestraft, zoals de ge- meeste mensen, zo mogen we aannemen,lijkenis van de rijke vrek toont, of reeds blijft er een laatste, innerlijke openheideen voorlopige vorm van zaligheid erva- voor de waarheid, voor de liefde, voorren. En ten slotte is er ook de gedachte God, aanwezig in het diepste van hundat er in deze toestand zuivering en he- wezen. Maar in de concrete levenskeuzenling kan plaats vinden, zodat de ziel rijp wordt dit overdekt met steeds nieuwewordt gemaakt voor de gemeenschap met compromissen met het kwade – veel vuilGod. De vroege Kerk heeft dergelijke bedekt het zuivere, waarnaar men tochdenkbeelden opgepakt, waaruit in de Kerk blijft dorsten en dat toch ook steeds weervan het Westen langzamerhand de leer naar boven komt uit alles wat slecht is envan het vagevuur is ontstaan. We hoeven in de ziel aanwezig blijft. Wat gebeurt erhier het ingewikkelde historische proces met zulke mensen als ze voor de rechtervan deze ontwikkeling niet te onderzoe- verschijnen? Al het onzuivere dat ze inken; laten we ons alleen afvragen waar hun leven opgehoopt hebben, maakt dathet hier werkelijk om gaat. De levenskeu- ineens niet meer uit? Maar wat dan? Deze van de mens wordt met de dood defini- heilige Paulus geeft ons in de Eerste brieftief – zijn leven staat voor de Rechter. aan de christenen van Korinte een voor-Zijn beslissing, die in de loop van het stelling van de verschillende manierengehele leven gestalte gekregen heeft, kan waarop Gods oordeel de mens treft, af-verschillende vormen hebben. Er kunnen hankelijk van zijn omstandigheden. Hijmensen zijn die het verlangen naar de doet dat in beelden die het onzichtbare opwaarheid en de bereidheid om lief te heb- de één of andere wijze tot uitdrukkingben in zichzelf volledig vernietigd heb- willen brengen, zonder dat we die beel-ben, mensen in wie alles tot leugen is den in begrippen kunnen omzetten, een-geworden, mensen die in haat hebben ge- voudigweg omdat we niet kunnen bin-leefd en de liefde in zich hebben vertrapt. nenkijken in de wereld aan gene zijde vanDat is een vreselijke gedachte, maar juist de dood en er geen ervaring mee hebben. 37. Vgl. Katechis- mus van dein onze eigen geschiedenis kunnen we Om te beginnen zegt Paulus over het Katholieke Kerk,met afgrijzen meerdere figuren van dit christelijk bestaan dat het op een ge- 1033-1037.soort herkennen. Met betrekking tot zulke meenschappelijk fundament is gebouwd: 38. Vgl. a.w.,mensen zou niets meer te redden zijn en Jezus Christus. Dat fundament houdt 1023-1029.31 • 2008 31
  • 32. stand. Als we op dat fundament zijn blij- van Zijn liefde ons brandend doordringt, ven staan, daarop ons leven hebben ge- zodat wij eindelijk geheel onszelf worden bouwd, weten we dat dit fundament ons en daardoor geheel aan God toebehoren. niet ontnomen kan worden, ook niet in de Zo wordt ook de verstrengeling van ge- dood. Dan gaat Paulus verder: “Of men rechtigheid en genade zichtbaar: ons le- nu op deze grondslag verder gaat met ven doet er wel degelijk toe, maar ons vuil goud, zilver, kostbare stenen, of hout, bevlekt ons niet voor eeuwig, als we ten- hooi en stro, van ieders werk zal de kwa- minste gericht zijn gebleven op Christus, liteit aan het licht komen. De grote dag op de waarheid en op de liefde. Ons vuil is zal het aantonen, want deze verschijnt tenslotte al verbrand in het lijden van met vuur, en het vuur zal uitwijzen wat Christus. Op het moment van het oordeel ieders werk waard is. Houdt het bouw- ervaren en ontvangen wij deze overmacht werk dat iemand optrok stand, dan zal hij van Zijn liefde over al het kwaad in de loon ontvangen. Verbrandt het, dan zal wereld en in ons. De pijn van de liefde hij schade lijden; hijzelf zal gered wor- wordt onze redding en onze vreugde. Het den, maar, om zo te zeggen, door het is duidelijk dat wij de ‘duur’ van dit loute- vuur heen” (1Kor 3,12-15). Uit deze tekst rende branden niet met de chronologische wordt in ieder geval duidelijk dat de red- maten van onze aardse tijd kunnen meten. ding van de mens verschillende vormen Het omvormende ‘ogenblik’ van deze ont- kan aannemen, dat menig bouwwerk kan moeting onttrekt zich aan aardse maatsta- afbranden, dat degene die gered wil wor- ven – het is de tijd van het hart, de tijd den door ‘vuur’ heen moet om uiteindelijk van ‘overgang’ naar gemeenschap met bij God te kunnen komen, om plaats te God in het Lichaam van Christus.39 Het kunnen nemen aan de tafel van het eeu- oordeel van God is hoop, zowel omdat het wig bruiloftsmaal. gerechtigheid is als omdat het genade is. Als het alleen genade was, waardoor al 47. Enkele recente theologen zijn van me- het aardse er niets meer toe zou doen, dan ning dat het verbrandende en tegelijk red- zou God de vraag naar de rechtvaardig- dende vuur Christus is, de Rechter en Red- heid schuldig blijven, die voor ons de be- der. De ontmoeting met Hem is het be- slissende vraag is aan de geschiedenis en slissende moment van het oordeel. Voor aan God Zelf. Als het alleen gerechtigheid Zijn aanblik smelt alle onwaarheid. De was, zou het ten slotte voor ons allemaal ontmoeting met Hem, die ons in het vuur alleen maar angst kunnen betekenen. De loutert, maakt ons vrij voor het wezenlijke Menswording van God in Christus heeft van onszelf. Daarbij kan blijken dat alles beide – oordeel en genade – zo samenge- wat wij tijdens ons leven opgebouwd heb- voegd dat de gerechtigheid wordt her- ben enkel stro is, dat het grootdoenerij is steld; wij maken dus allen werk van ons en in elkaar stort. Maar in de pijn van heil “met vrezen en beven” (Fil 2,12). deze ontmoeting, waarin ons het onreine Maar toch laat de genade ons allen hopen en zieke van ons bestaan geopenbaard en vol vertrouwen tot de Rechter gaan, die wordt, is redding. Zijn blik, de aanraking wij kennen als onze ‘Advocaat’, parakletos van Zijn hart, geneest ons in een onge- (vgl. 1Joh 2,1). twijfeld pijnlijke omvorming “om zo te39. Vgl. a.w., zeggen, door het vuur heen”. Maar het is 48. Nog een punt moet hier aan de orde1030-1032. een zalige pijn, waarin de heilige macht komen, omdat het van belang is voor de32 2008 • 32
  • 33. praktijk van de christelijke hoop. Ook het goede. Dus is mijn gebed voor de andervroege jodendom kent de gedachte dat hem niet vreemd, niet iets uiterlijks, ookmen de overledenen in hun tussentoe- na de dood niet. In de vervlechting vanstand door gebed te hulp kan komen (bij- het bestaan kan mijn dank aan hem, mijnvoorbeeld 2Mak 12,38-45, eerste eeuw gebed voor hem, een stukje van zijn zui-voor Christus). Deze praktijk is geheel vering vormen. En daarbij hoeven we devanzelfsprekend door de christenen over- aardse tijd niet om te rekenen in Godsgenomen, en de Kerken van het Oosten en tijd: in de gemeenschap van de zielenhet Westen hebben die gemeen. Het Oos- wordt de eenvoudige wereldtijd overste-ten kent geen louterend en verzoenend gen. Het is nooit te laat en nooit vergeefslijden van de zielen in het hiernamaals, het hart van de ander te beroeren. Zomaar wel verschillende graden van zalig- wordt een belangrijk element van hetheid en ook lijden in de tussentoestand. christelijke begrip ‘hoop’ nogmaals dui-Aan de zielen van de overledenen kan delijk. Onze hoop is altijd ten diepste ookechter door Eucharistie, gebed en aalmoe- hoop voor de anderen; alleen zo is zezen ‘troost en verlichting’ geschonken werkelijk ook hoop voor mijzelf.40 Alsworden. Dat de liefde kan reiken tot in christenen moeten wij ons nooit alleenhet hiernamaals, dat er een wederzijds maar afvragen: Hoe kan ik mezelf red-geven en nemen mogelijk is, waarin wij den? We moeten ons ook afvragen: hoeelkaar over de grenzen van de dood heen kan ik anderen helpen, opdat anderentoegedaan blijven, is door alle eeuwen gered worden en voor anderen de ster vanheen een fundamentele overtuiging van de hoop opgaat? Dan heb ik ook hethet christendom geweest en blijft ook meeste gedaan voor mijn eigen redding.vandaag de dag een troostrijke ervaring.Wie zou niet de behoefte voelen aan zijn Maria, ster van de hoopgeliefden die hem naar het hiernamaalszijn voorgegaan een teken van goedheid 49. Met een hymne uit de achtste of ne-of van dankbaarheid over te brengen, of gende eeuw groet de Kerk sinds meer danzelfs een bede om vergeving? Nu zou 1000 jaar Maria, de Moeder van de Heer,men kunnen doorvragen: Als het ‘vage- als ‘sterre der zee’, Ave maris stella. Men-vuur’ eenvoudigweg het schoongebrand selijk leven betekent onderweg zijn. Naarworden in de ontmoeting met de oorde- welk doel? Hoe vinden we de weg van hetlende en reddende Heer is, hoe kan dan leven? Het lijkt op een tocht over de vaakeen derde daar invloed op hebben, ook als donkere en stormachtige zee van de ge-hij de ander nog zo na staat? Bij zulke schiedenis, waarbij wij kijken naar devragen moeten wij beseffen dat geen sterren die ons de weg wijzen. De echtemens een eiland is. Onze levens zijn sterk sterren van ons leven zijn mensen dieop elkaar betrokken, zijn door ontelbare goed wisten te leven. Ze zijn lichten vaninteracties met elkaar verbonden. Nie- hoop. Zeker, Jezus Christus is het Lichtmand leeft alleen. Niemand zondigt al- Zelf, de Zon, Die is opgegaan over alleleen. Niemand wordt alleen gered. In mijn duisternis van de geschiedenis. Maar omleven komt steeds het leven van anderen Hem te vinden hebben wij ook lichtjesbinnen: in wat ik denk, zeg, doe en be- dichtbij nodig, mensen die licht van Zijnreik. En omgekeerd komt mijn leven bin- Licht schenken en zo oriëntatie bieden op 40. Vgl. a.w.,nen in dat van anderen: ten kwade en ten onze reis. En welke mens zou voor ons 1032.33 • 2008 33
  • 34. beter de ster van de hoop kunnen zijn dan Simeon sprak u van het zwaard dat uw Maria, zij die met haar jawoord voor God hart zou doorboren (vgl. Lc 2,35), van het Zelf de deur van onze wereld heeft geo- teken van tegenspraak dat uw Zoon in pend, zij die tot levende Ark van het Ver- deze wereld zou zijn. Toen Jezus Zijn bond werd, in wie God het vlees heeft openbaar leven begon moest u terugtre- aangenomen, één van ons is geworden, den, opdat de nieuwe familie kon groeien, onder ons Zijn tent heeft opgeslagen (vgl. de familie die Hij was komen vestigen en Joh 1,14)? die zou bestaan uit hen die naar Zijn woord luisteren en het onderhouden (vgl. 50. Daarom roepen wij tot haar: heilige Lc 11,27 e.v.). Bij alle grootheid en vreug- Maria, U behoorde tot de deemoedige en de van het begin van Jezus’ optreden, grote zielen in Israël die, zoals Simeon, hebt u toch ook al in de synagoge van “Israëls vertroosting verwachtten” (Lc Nazaret de waarheid moeten ervaren van 2,25), die, zoals Hanna hoopten op de de uitspraak ‘teken van tegenspraak’ (vgl. “bevrijding van Jeruzalem” (Lc 2,38). U Lc 4,28 e.v.). Zo hebt u de groeiende leefde vanuit de heilige Schriften van macht van de vijandigheid en de verwer- Israël, die spraken van hoop, van de be- ping beleefd, die zich steeds meer rond lofte aan Abraham en zijn geslacht (vgl. Jezus samenpakte tot aan het uur van het Lc 1,55). Zo begrijpen we de heilige schrik kruis, waarin u de Redder van de wereld, die u beving toen de engel Gods uw ka- de Zoon van David, als mislukkeling, aan mer binnentrad en u zei dat u Hem zou bespotting blootgesteld, tussen misdadi- baren, op Wie Israël hoopte, op Wie de gers moest zien sterven. U ontving het wereld wachtte. Door u, door uw jawoord, woord: “Vrouw, ziedaar uw zoon” (Joh zou de hoop van vele eeuwen werkelijk- 19,26). Vanaf het kruis ontving u een heid worden, binnentreden in deze wereld nieuwe zending. Vanaf het kruis werd u en haar geschiedenis. U hebt zich gebo- op nieuwe wijze moeder: moeder voor gen voor de grootheid van deze opdracht allen die in uw Zoon Jezus geloven en en hebt ‘ja’ gezegd: “Zie de dienstmaagd Hem willen volgen. Het zwaard van de des Heren; mij geschiede naar uw woord” smart doorboorde uw hart. Was de hoop (Lc 1,38). Toen u zich in heilige vreugde gestorven? Was de wereld definitief zon- over de bergen van Judea naar uw nicht der licht, zonder leven, zonder doel? In Elisabet haastte, werd u het beeld van de dat uur hebt u zeker opnieuw in uw bin- komende Kerk, die de hoop van de wereld nenste geluisterd naar het woord van de over de bergen van de geschiedenis draagt. engel, waarmee hij antwoordde op uw Maar naast de vreugde, die u met uw schrik bij het moment van de belofte: Magnificat door de eeuwen heen hebt “Vrees niet Maria!” (Lc 1,30). Hoe dikwijls doen klinken – gesproken en gezongen – heeft de Heer, uw Zoon, dat Zelf tot Zijn wist u toch ook van de donkere woorden leerlingen gezegd: Vreest niet! In de van de profeet over het lijden van de Die- nacht van Golgota hoorde u in uw hart naar Gods in deze wereld. Over de ge- opnieuw dat woord. Tot Zijn leerlingen boorte in de stal van Betlehem scheen de zei Jezus vlak voor het uur van het ver- glans van de engelen die de herders de raad: “Hebt goede moed: Ik heb de wereld Blijde Boodschap brachten, maar daar overwonnen” (Joh 16,33). “Laat uw hart was tegelijk ook de armoede van God in niet verontrust of kleinmoedig worden” deze wereld maar al te voelbaar. De grijze (Joh 14,27). “Vrees niet Maria!” In het uur34 2008 • 34
  • 35. te Nazaret heeft de engel ook tot u ge- lingen als hun moeder, als moeder vanzegd: “Aan zijn koningschap zal nooit hoop. Heilige Maria, moeder van God,een einde komen” (Lc 1,33). Was het onze moeder, leer ons met u geloven envoorbij voordat het begonnen was? Nee, hopen en liefhebben. Toon ons de wegbij het kruis werd u, door Jezus’ eigen naar Zijn Rijk. Sterre der Zee, verlicht onswoord, moeder van de gelovigen. In dit en leid ons op onze weg!geloof, dat ook in het donker van StilleZaterdag zekerheid van hoop was, bent u Gegeven te Rome, St. Pieter, op 30 no-uw weg naar Paasmorgen gegaan. De vember, het feest van de heilige apostelvreugde van de Verrijzenis van de Heer Andreas, in het jaar 2007, het derde vanheeft uw hart beroerd en u op een nieuwe mijn pontificaat.wijze verenigd met de leerlingen die, doorhet geloof, de familie van Jezus zoudenworden. Zo was u temidden van de ge- Benedictus XVImeenschap van gelovigen, die in de da-gen na Jezus’ Hemelvaart eendrachtig omde gave van de heilige Geest baden (vgl. © Copyright 2008 – Libreria Editrice Vati-Hnd 1,14) en deze gave vervolgens op cana / R.-K. Kerkgenootschap in Neder-Pinksterdag ontvingen. Het ‘Rijk’ van landJezus was anders dan de mensen zichhadden kunnen voorstellen. Het begon opdat uur en aan dat ‘Rijk’ zal geen einde Vertaling: dr. N. Stienstra, met medewer-komen. Zo blijft u temidden van de leer- king van drs. N.M. Schnell, pr.35 • 2008 35
  • 36. 36 2008 • 36
  • 37. InhoudBENEDICTUS XVIEncycliek‘Spe salvi’aan de bisschoppen, aan de priesters en diakens, aan de godgewijde personenen aan alle christengelovigen over de christelijke hoopInleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3Geloof is hoop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3Het begrip van de hoop van het geloof in het Nieuwe Testamenten in de vroege Kerk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5Eeuwig leven – wat is dat? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10Is de christelijke hoop individualistisch? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12De omvorming van de christelijke ‘geloofshoop’ in de moderne tijd . . . . . . . . . . . . . 13De ware vorm van de christelijke hoop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18‘Plaatsen’ om de hoop te leren en te beoefenen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22I. Het gebed als leerschool van de hoop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22II. Handelen en lijden als context voor het leren van de hoop . . . . . . . . . . . . . . . . . 24III. Het oordeel als context om de hoop te leren en te beoefenen . . . . . . . . . . . . . . . 28Maria, ster van de hoop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3337 • 2008 37
  • 38. 38 2008 • 38
  • 39. 39 • 2008 39
  • 40. Kerkelijke documentatie - jaargang 36, nr. 1/2008nummer 1: 40 blz., 3,25 (18 januari 2008)Benedictus XVI – Encycliek Spe salvi aan de bisschoppen,aan de priesters en diakens, aan de godgewijde personen enaan alle christengelovigen over de christelijke hoopBestellingen: Secretariaat RKK, Postbus 13049, 3507 LA Utrecht, tel.: 030 2326909, e-mail: bestel@rkk.nlkerkelijke documentatie