Your SlideShare is downloading. ×
Echte mannen gezocht
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Echte mannen gezocht

490

Published on

Tijdens de dag voor het gezin op 20 mei 2013 in Conferentieoord Zonnewende van Stichting SOKA sprak Dr. Angela Crott over …

Tijdens de dag voor het gezin op 20 mei 2013 in Conferentieoord Zonnewende van Stichting SOKA sprak Dr. Angela Crott over
Echte mannen gezocht
Jongens moeten weer de ruimte krijgen om jongens te zijn
Dit document geeft de tekst van de lezing, de bijhorende powerpointpresentatie is eveneens hier op slideshare te vinden.
Stichting SOKA- sociaal-culturele en kunstactiviteiten- organiseert sinds 1983 cursussen, thema- en bezinningsweekends, concerten en lezingen die willen bijdragen aan de rijkdom van het menselijk bestaan.
Zonnewende
Tilburgseweg 54
5066 BV Moergestel
Telefoon: 013-513 2630
http://www.soka.nl/

Angela Crott zal vier jongenseigenschappen behandelen die steeds opnieuw in de literatuur terugkeren en waar ouders tot op de dag van vandaag mee te maken hebben: baldadigheid of kattenkwaad, hoogmoed of grootspraak, ledigheid of luiheid en zwijgzaamheid of verlegenheid.
Ook wordt de rol van de moeder en de vader afzonderlijk belicht en vervolgens die van de ouders gezamenlijk. Welke rol krijgt ieder van hen in de opvoedboeken toebedeeld?

In de jaren zeventig vond een grote omslag plaats als gevolg van grote maatschappelijke veranderingen. De democratisering en de individualisering kregen hun beslag en de secularisering en de vrouwenemancipatie zetten door. De rollen van moeder en vader werden inwisselbaar. De meeste opvoedkundigen moesten concluderen dat jongens daar niet op zaten te wachten.
Ook nu blijven zij herhalen: jongens hebben veel ouderlijke aandacht nodig. En een jongen heeft, als hij groter wordt, vooral aandacht nodig van zijn vader. Van hem wil hij leren hoe een man zich moet gedragen.


Angela Crott is historica. Haar interesse in jongensgedrag dateert van de periode 1975-1980 toen ze in het basisonderwijs werkzaam was. Ook haar beide zonen, die begin jaren 80 geboren werden, waren voor haar een leerschool. Deze ervaringen heeft ze vastgelegd in Is mijn zoon een macho? Over het opvoeden van jongens (2004).
In 2011 promoveerde ze aan de Radboud Universiteit te Nijmegen op het proefschrift Van hoop des vaderlands naar ADHD’er. Het beeld van de jongen in opvoedingsliteratuur (1882-2005). Een van de conclusies van dit proefschrift was dat niet het gedrag van jongens is veranderd, maar de manier waarop de maatschappij tegen dit gedrag aankijkt. Voor dit onderwerp was zoveel publieke belangstelling dat er een publieksversie is verschenen onder de titel Jongens zijn ’t. Van Pietje Bell tot probleemgeval.

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
490
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. 1Lezing voor Stichting SOKAEchte mannen gezochtJongens moeten weer de ruimte krijgen om jongens te zijnDia: twee jongens die vechten en twee meisjes die commentaar gevenIn deze lezing zullen, net als op deze foto, de jongens op de voorgrond staan. Toch begin ikdeze lezing met een meisje, en wel dat meisje dat mijn jongste zoon in groep acht van debasisschool uitnodigde voor haar verjaarsfeestje. Dat was in het begin van de jaren negentig.‘Wat zal ik haar voor cadeau geven?’ vroeg hij aan mij. ‘Geef haar maar een barbiepop,’ wasmijn advies, ‘dat vond ik vroeger ook leuk op die leeftijd.’ Maar zijn jarige klasgenote vondhet geen leuk cadeau en de andere meisjes op het feestje deden er zelfs lacherig over.Waarom dit cadeau enigszins misplaatst was, zullen moeders van meisjes onmiddellijkbegrijpen. Ik begreep het pas kortgeleden toen ik het boek Opvoeden! Een nieuwe blik opeen eeuwenoud beroep (2012) van leeftijdgenoot Aleid Truijens las. Haar dochter kreeg haareerste Barbie toen ze drie was. ‘(…) de poppen,’ schrijft Aleid, ‘waren intussen afgezakt naarde kleuterdoelgroep.’ Meisjesloos als ik was, wist ik dat niet. Mijn opvoedkundige expertisericht zich niet alleen wat mijn onderzoek betreft, maar ook privé, vooral op jongens.Terug naar de jongens dus en de opvoedboeken die vanaf het eind van de negentiendeeeuw tot in deze tijd over hen geschreven zijn. In deze lezing komen, zoals gezegd, ookmeisjes aan bod, maar het zal toch vooral over jongens gaan. En daarbij spring ik heen enweer tussen verleden en heden om te onderstrepen dat jongens niet veranderd zijn.Dia: Jongens klimmen over een schutting met het bord ‘Verboden Toegang’, jaren zestigVier universele jongenseigenschappenIn 1949 is het voor jongensleider K. Hoeve duidelijk: opgroeiende jongens zien overalbordjes met ‘Verboden Toegang’. Dat deze bordjes jongens niet tegenhouden, maar juistaanzetten tot verkenning, is in 1954 mooi beschreven door de psycholoog N. Beets. Hij laateen jongen die samen met zijn vrienden zo’n bordje negeert het volgende zeggen: ‘Ik leer devreugde van het ‘heimelijke doen’ kennen, de moed die ertoe nodig is, de zelfoverwinning,het besef ‘groot’ te zijn. Het aangename gevoel van ‘spanning’ – waarin angst-en-beven,onheilsverwachting zo’n grote rol spelen – leer ik op avontuurlijke wijze kennen.’Het zal voor iedereen duidelijk zijn: we hebben het hier over kattenkwaad.Dia: woord ‘kattenkwaad’
  • 2. 2Kattenkwaad of baldadigheid is dé jongenseigenschap die het vaakst in de boeken wordtgenoemd. Een goede tweede is hoogmoed of grootspraak. Daarna volgen ledigheid ofluiheid en vervolgens verlegenheid of zwijgzaamheid.Maar eerst kattenkwaad. Baldadigheid of kattenkwaad werd in de eerste helft van detwintigste eeuw als een heel gewone jongenseigenschap gezien: zo zijn jongens nueenmaal. Ze hebben nu eenmaal de neiging moedwillig wilde, uitgelaten en ongeoorloofdestreken uit te halen, gericht tegen personen en publieke eigendommen. Opvoeders haddener begrip voor dat jongensstreken vaak uitliepen op straatschenderijen. Wat niet wildezeggen dat jongens toen hun gang konden gaan. Ze werden in de gaten gehouden, wantdeze straatschenderijen moesten wel binnen de perken blijven.Dia: Jongen die met katapult op lantaarnpaal schiet, 1933Dit hebben mijn zonen begin jaren negentig ook nog gedaan. Met de Wet wapens enmunitie van 5 juli 1997 werd de katapult onder de verboden wapens ingedeeld.In 1943 geeft ambachtsschoolleraar C. de Galan een voorbeeld van een jongensbende dieuit is op kattenkwaad. Volgens hem gaat bij dit gezamenlijke kattenkwaad de behoefte aanavontuur gelijk op met de behoefte aan gelding en de behoefte aan een sterke leider. Eenvoorstel in de groep iets grensoverschrijdends uit te halen, bijvoorbeeld een vuurtje te stokenof een verboden terrein te betreden, brengt de hele bende in beweging, ‘enkelen met eenspoor van angst.’ Ook De Galan weet waarom jongens kattenkwaad uithalen: juist ‘diemengeling van gevoelens, de angst en de sensatie van de komende daad maken hetavontuur tot zulk een heerlijke onderneming’. Want de jongen moet laten zien dat hij durft,dat hij een kerel is en dat hij zich over zijn kinderlijke angst heen kan zetten. Volgens DeGalan denkt niemand over de gevolgen van de daad na, ook van de leider wordt dit nietverwacht. Wordt de bende betrapt, dan maakt iedereen zich op eigen gelegenheid uit devoeten. De persoon van de leider en de samenstelling van de bende bepalen volgens hem ingrote mate de aandrift van de bende grenzen te overtreden. Is de leiding in handen vanoudere jongens, dan is het gevaar groter dat een bende tot excessen vervalt. Tot dezeexcessen rekent hij het ‘op ongehoorde wijze huishouden in verlaten of in aanbouw zijndewoningen, schuren, enz.’Dan komen we bij de tweede jongenseigenschap: hoogmoed of grootspraak.Dia: woorden kattenkwaad en hoogmoed
  • 3. 3Deze eigenschap wordt tot in de jaren zestig in de opvoedboeken genoemd. Met deemancipatie van de vrouw in de jaren zeventig wordt mannelijke hoogmoed eentaboeonderwerp en komt dit woord, samen met baldadigheid, onder de noemer ‘agressie’ tevallen. Agressief jongensgedrag wordt dan gedrag dat zowel baldadige als hoogmoedigetrekken heeft en waarbij het conflict wordt gezocht.Als mannelijke hoogmoed nog gewoon mag worden genoemd, gebeurt dit metaansprekende voorbeelden. In 1933 geeft de protestantse jongensleider A. Janse hetvolgende voorbeeld van de redeneerwijze van de eigenwijze twaalf- tot zestienjarige jongen:Dia: tekst‘Hij oordeelt over sociale misstanden, over de economische crisis, over de “dwaze wetten”van de regeering, alsof hij al minstens Kamerlid is geweest. Hij oordeelt over z’n vader enover den dominee, alsof hij zelf al jaren vader en dominee is geweest. En hij is er vast vanovertuigd, dat hij later zulke dingen niet zal doen: bespottelijk! Vierkant verkeerd! Snap je datnou, dat ze dát niet zien! ’t Is een ventje! die Minister!’Ook de katholieke schrijvers noemen de hoogmoed van hun jongens. In 1957 spreekt depriester Jean Viollet de jongen toe dat hij anderen niet moet wegzetten als ‘niet-goed-snik’ ofidioot, niet zo overtuigd moet zijn van zijn gelijk en vooral de mensheid niet in moet delen inhelden en nietsnutten.Dia: Kattenkwaad, hoogmoed en ledigheidDan kom ik nu bij de derde jongenseigenschap die in de boeken wordt genoemd: ledigheidof luiheid. Eigenlijk hadden jongens tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw weinig tijdom te lanterfanten. De meesten gingen na de lagere school op veertien-, vijftienjarige leeftijdaan het werk. Zoals deze jongen.Dia: werkende jongen bij baas, Verhoeven blz. 164De vrije tijd van deze jongen was in de eerste helft van de eeuw wat verruimd met dearbeidswet van 1919: de werkweek werd verkort tot 48 uur en hij kreeg de zaterdagmiddagvrij. Een halve eeuw later, in de jaren zeventig, was de werkweek teruggebracht tot 40 uur enwas de vrije zaterdag ingevoerd. Deze vrije zaterdag gold ook voor het middelbareonderwijs. Ik durf de stelling aan dat het echte lanterfanten van jongens met de Mammoetwetvan 1968 begon, toen een diploma verplicht werd. De vrije tijd die scholieren vanaf toensteeds meer kregen, werd door de jongens onder hen meestal niet benut om huiswerk te
  • 4. 4maken. De schrijvers van de jaren zeventig spreken overigens niet over de ledigheid vanjongens, maar over hun innerlijke leegheid, waardoor ze vaak niets beters weten te doen danhun tijd te verbeuzelen en te lanterfanten.Dia: Jan Hazekamp. Lanterfantende jongens in 1985Volgens de schrijvers moest de jongen wat gaan dóén. En daarbij hadden ze geenschoolwerk in gedachten, maar sport. Want wie bezig is met zijn lichaam zet ook zijn geestaan het werk. Sport wordt door de schrijvers vooral na de Tweede Wereldoorlog aanbevolentoen de sportbeweging opkwam.Dia: De bokssport wordt door veel schrijvers genoemd, Jakobs 1958De innerlijke leegheid waar de schrijvers het in de jaren zeventig over hebben, wordt in deopvoedboeken van de jaren negentig, als de vrije tijd nog meer is toegenomen, emotioneleleegte genoemd. Vaker dan meisjesscholieren vullen jongensscholieren hun vrije tijd op metalcohol en drugs. Door verveling, maar vooral omdat ze volgens de schrijvers niet wetenwaar ze naar toe moeten met hun gevoelens. In de dan ― en nu nog steeds ― heersendeemotiecultuur worden ze geacht hun gevoelens te tonen en zich in de gevoelens vananderen in te leven. Maar daar waren en zijn ze niet zo goed in. Ze willen zich liever aldoende inzetten voor anderen.Dia: Tekening van Baden-PowellRidderlijkheidDat had Baden-Powell in de eerste helft van de vorige eeuw al door. Met de verkennerijspeelde hij daarop in. Minstens één goede daad per dag. Want in elke jongen zat een ridder.Deze ridderlijkheid moest alleen nog wat aangemoedigd worden.Met de emotionele leegte komt de vierde in de boeken genoemde jongenseigenschap om dehoek kijken: de verlegenheid of de zwijgzaamheid van jongens.Dia: kattenkwaad, hoogmoed, ledigheid, zwijgzaamheidEind jaren dertig constateren twee leraren dat de jongen vanaf de tweede klas van demiddelbare school in zijn vlegeljaren komt en daarmee lastig, ongezeglijk, uiterlijkonverschillig en een gesloten vat wordt. In 1941 schrijft pedagoog P.W.J. Steinz dat de
  • 5. 5twaalf- tot veertienjarige jongen op twee manieren zijn verlegenheid uit: hij zegt niets óf hijdoet onverschillig en onbeleefd. Met deze laatste houding zet hij zich als het ware metgeweld over zijn verlegenheid heen. Tot in het begin van de jaren zeventig kreeg de jongenwellevendheid bijgebracht: goede manieren waarmee hij zijn verlegenheid, zeker tenopzichte van meisjes, kon maskeren. Zo moest hij het meisje altijd laten voorgaan als hij methaar ergens naar binnen ging en moest hij haar op straat aan de kant van de huizen latenlopen. Dat wellevendheid nu uit is, is jammer, want jongens verrichten liever handelingendan dat ze hun gevoelens onder woorden brengen. Dit laatste viel Jan Waterink, professor inde pedagogiek, in het begin van de jaren veertig ook op.Dia: woorden m.b.t. het gevoel van meisjes en jongensHet vocabulaire van de jongen met betrekking tot het gevoel blijft beperkt. Op de drempelvan de eenentwintigste eeuw wijzen twee schrijvers erop dat de communicatieve vaardigheidvan jongens dichter bij ‘discussietechniek’ en ‘redenaarskunst’ ligt dan bij het verwoordenvan emoties.Dia: Foto jongen Calon‘Laat mij worden,’ stond er in 1953 onder deze foto in het boek van psycholoog P.J.A. Calon.‘Laat mij jongen zijn,’ is de huidige variant.Tot in de jaren zestig konden jongens nog gewoon jongens zijn. Toen was ook het moeder-en vaderbeeld nog vastomlijnd. De moeder was huisvrouw en de vader kostwinner. Alshuisvrouw was de moeder de schakel tussen het kind en de medemens, als kostwinner wasde vader de schakel tussen het kind en de maatschappij. Het gezin werd gezien als denatuurlijke opvoedingsomgeving van het kind. Het ouderlijk huis als de uitvalsbasis van dejongen.De rol van de moederTot in de jaren vijftig werd de moeder gezien als de morele spil van het gezin. Zij was eraltijd. Ze begreep de jongen en ze had weet van het vele goeds dat in hem school. Zij wasdegene die voor hem bad en voor hem zorgde.Dia: foto moeder in schort, 1963Vanaf de jaren vijftig moest de opvoeding democratischer worden ingericht en begon hetvertrouwen in de ouderlijke opvoedkunde af te brokkelen. Onder invloed van psychologische
  • 6. 6en psychoanalytische inzichten kwam zowel de rol van de vader als die van de moeder ineen ander daglicht te staan.De moeder werd emotionaliteit verweten, ze was veel te bezorgd. Als voorbeeld van eendergelijke bezorgdheid verhaalt pater redemptorist H. Helmer in 1955 over een moeder diehaar zoon toespreekt over het gebruik van zijn nieuwe vulpen.Dia: Helmer over vulpenHet moederlijk begrip wordt door meer schrijvers in twijfel getrokken. Volgens schrijver PierreDufoyer heeft de moeder geen enkel idee van de lichamelijke veranderingen van haardertienjarige zoon. Laat staan van de geestelijke veranderingen die daarmee gepaard gaan.En alsof met deze overbezorgdheid en onwetendheid de moederrol nog niet genoegdeuken heeft opgelopen, wordt de moeder in 1963 door de schrijfster Claire Glass Miller ooknog eens neergezet als de vittende en zeurende. Het gebod ‘Eert uw vader en uw moeder’verdwijnt door de secularisatie steeds meer naar de achtergrond.Glass Miller spreekt de jongen op de volgende wijze over zijn moeder toe:Dia: tekst‘Zij staat je vaak in de weg, verijdelt je plannetjes, zeurt, vit. Al heb je een eigenscheerapparaat, al loop je in schuiten van schoenen, toch probeert ze je nog steeds in eenkinderwagen te persen. Nu en dan zou je haast wensen dat je maar uit haar buurt was.Dezelfde moederlijke bezorgdheid die je vroeger vertederde, hangt je nu de keel uit. Haarinnigste omhelzing voelt soms aan als een worggreep.’Tussen 1973 en 1986 verschijnen geen aparte opvoedingsboeken voor jongens meer. Onderinvloed van de Tweede Feministische Golf staat dan het meisje in de schijnwerpers.De bezorgde en emotionele moeder is weer terug in de jaren negentig. Dan houden deschrijvers een pleidooi voor warme moederlijke aandacht. De moeder moet haar zoon vooralemotioneel begeleiden. Ze moet niet bang zijn dat hij daardoor een moederskindje wordt,want dat wordt hij niet. En ze moet vooral niet denken dat de jongen eigendom is van zijnvader en dat ze daarom geen controle over hem kan uitoefenen. Zelfs in zijn puberteit moetze hem niet afstaan aan zijn vrienden, want die zouden wel eens een verkeerde invloed ophem kunnen uitoefenen.Op twee feministes na, die pleiten voor veel ‘innerlijke’ aandacht van de moeder voor haarzoon, omdat ze immers werkt, is het voor alle andere schrijvers duidelijk: de jongen moetgewoon veel aandacht van een aanwezige moeder krijgen. De psychologen Dan Kindlon enMichael Thompson schrijven dat jongens buiten hun wil van hun moeder worden losgemaakt
  • 7. 7als ze met vijf of zes jaar naar de kleuterschool gaan. Volgens hen moet een moeder ‘deschortenband’ nooit te vroeg doorsnijden. Maar als het moment komt waarop de zoon dethuisbasis steeds vaker links laat liggen, moet de moeder dit volgens hen evenmin als eenafwijzing zien. Haar zoon verwerpt haar begrip en liefde niet. Het is een natuurlijke distantiedie hij zoekt om een zelfstandige jongeman te worden. Moeders moeten dan ook proberen tebegrijpen waarom jongens zo kwaad kunnen zijn, zo actief, zulke risico’s nemen endaarnaast zo stilzwijgend kunnen zijn. En daarbij moeten ze niet uitgaan van hun vrouwelijkstandpunt, maar zich realiseren dat hun zoon van de andere sekse is, dat hij ‘aan deoverkant’ staat, een kant waar een andere manier van doen en denken heerst. Bij deinterpretatie van het gedrag van een zoon is de vrouwelijke norm niet van toepassing.Dia 12: Rutger (negen jaar) en boog.Deze bezigheid van mijn man en zonen kon mij niet bekoren. Telkens als ze met pijl en boogschoten, hield ik mijn hart vast. De pijlen belandden heel vaak in een wei verderop en ik wastelkens bang het geluid van een kermend dier of nog erger een kermend mens te horen.Net als de katapult behoren pijlen met snijdende delen nu tot de verboden wapens.Dia: tekst rol moederDe rol van de vaderAnders dan de moeder kreeg de vader in het begin van de vorige eeuw – en zeker vanafeind jaren dertig – in de opvoedboeken wél een paar duidelijke taken toebedeeld. Hij werdgeacht zijn zoon seksuele en godsdienstige voorlichting te geven en ervoor te zorgen dat hijgehoorzaam was. Wat de godsdienstige voorlichting betrof, moest hij vooral het goedevoorbeeld geven. Volgens de katholieke ambachtsschoolleraar L.M. Leygraaf zal een doorde vader beoefend ‘royaal geloofsbeleven’ het beste helpen om de godsvrucht van de zoonaan te wakkeren. Ook voor de protestantse pedagoog Steinz wijst de vader de jongen deweg naar God. Want het is de vader die ‘de van God ons gegeven priester in zijn gezin’ is.In 1943 houdt de schrijver Maurits Vanhaegendoren de vader voor dat de jongen niet vansaaie godsdienstoefeningen houdt, maar dat hij ‘soliede viriele vormen van godsvrucht dieberoep doen op den held in hem’ zoekt, zoals heldhaftig strijdende heiligen.Dia: heldhaftig strijdende heilige. St. Georgius, blz. 64 ButlerDe heilige Georgius uit het begin van de vierde eeuw na Christus was zo’n heldhaftigstrijdende heilige. Als Christen had hij gediend in het leger van keizer Diocletianus totdatdeze het christelijk geloof de oorlog verklaarde. Dit moest Georgius bekopen met demarteldood. Waar Georgius na zijn dood aan het christelijk leger verscheen, werd de
  • 8. 8overwinning behaald. Volgens de overlevering was dat ook de reden waarom koning Richardde Saracenen versloeg.De schrijvers wijzen de vader er vooral op dat hij zijn gezag moet handhaven. Hij moetervoor zorgen dat de jongen gehoorzaam is. Is de jongen dit niet dan moet de vader hemstraffen. Tot in de jaren zestig mag dat, bij katholieken en protestanten, naar de ernst van desituatie, met een lijfstraf. Ook al vindt de jongen volgens pedagoog Steinz dit straffen naar enis hij hierom vaak boos op zijn vader. In het onderzoek van rechtskundige Dekema uit 1963 –over de schuldbeleving bij jongens – vinden arbeidersjongens het niet erg als ze een pakslaag krijgen van hun vader, omdat dit volgens hen meestal verdiend is. Alle jongens dieslaag krijgen zijn onder de veertien jaar. Ik ben geen schrijver tegengekomen die het slaanvan jongens na hun veertiende jaar aanbeveelt. Waarschijnlijk omdat de jongen dan meestaluit werken ging en daarmee de volwassenheid binnenstapte, maar vooral ook omdat demogelijkheid bestond dat hij terugsloeg.In de eenentwintigste eeuw, en wel vanaf 25 april 2007 mag het ouderlijke tuchtigingsrechtniet meer worden toegepast. Ouders mogen hun kind wel een tik geven, of stevigvastpakken, maar dan alleen om te voorkomen dat het iets gevaarlijks doet. Bestraffen doormiddel van slaan mag niet meer. Dat wordt nu onder kindermishandeling gerangschikt.Dia: vader en zoon aan de afwas. Jaren vijftig.Vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw moest de opvoeding, zoals gezegd,democratischer worden ingericht en kwam zowel de rol van de moeder als die van de vaderonder invloed van psychologische en psychoanalytische inzichten in een ander daglicht testaan. De vader werd dringend verzocht zich ook met dagelijkse opvoedingszaken bezig tehouden, ook al had hij daar niet zo’n interesse voor. Dat betekende vooral dat hij meeraandacht aan zijn zoon moest besteden.Om de vader aan te moedigen aandacht aan zijn zoon te besteden, haalt de katholiekepsycholoog Calon in 1953 een onderzoek aan onder 2000 katholieke jongens van veertientot negentien jaar. Dertig procent van de jongens vindt dat hun vaders te weinig aandachtaan hen besteden, en hoewel ze het principe “Laat je niet kennen” huldigen, vinden ze diterg vervelend. Een van de jongens zegt hierover: “Naar mijn mening geven zich de meestevaders te weinig tijd om zich met hun zonen op te houden.” Een ander vraagt zich af hoe hijin een meer vriendschappelijke verhouding tot zijn vader kan komen. Hoewel de jongensdenken dat hun ouders hen wel zouden begrijpen als ze wisten wat er in hen omging, zijn zete beschroomd om - vooral de vader - aan te spreken. Calon weet ook wel dat een vaderlijketoenaderingspoging niet alle problemen zal oplossen, omdat de jongen zich hoe dan ook los
  • 9. 9van de ouders gaat maken. Maar toch: een onverschillig vaderlijk optreden tegenover dezoon is niet goed, evenmin als een te streng of kleinerend optreden. Een zoon wil aandachtvan zijn vader, die hij als zijn voorbeeld ziet.Hoe de jongen van negen tot veertien jaar zijn vader ziet, laat collega-psycholoog Beets in1954 zien: als een flinke vent. ‘Hem worden afmetingen, prestaties, kundigheden enmogelijkheden toegeschreven, waar de meeste vaders versteld van zouden staan,’ aldusBeets. Ik maak even een uitstapje naar die dag in 1989 toen mijn jongste zoon zeven jaarwerd.Dia: Koen die tijdens verjaarsfeestje opschept over vader (1989)Alle jongetjes aan deze tafel schepten op over de auto van hun vader en hoe groot diewel niet was. Alleen de vader van Koen had geen auto. Toch wist Koen een activiteit vanzijn vader te benoemen, die de andere vaders met hun auto’s in de schaduw stelden:Mijn vader, zei Koen, eet met de opscheplepel.Terug naar psycholoog Beets in 1954. Helaas ontmoet de vader, volgens Beets, zijn zoonintellectualistisch en niet zoals deze graag bejegend wil worden, namelijk vitaal-dynamisch.Terwijl de jongen met zijn vader wil stoeien, waarbij het hem tegelijkertijd om aandacht,veiligheid en het stellen van grenzen gaat, is vader van zijn kant voornamelijk geïnteresseerdin schoolprestaties. Als zoonlief een dak beklimt, een ruit ingooit of een aantal doelpuntenmaakt, kan hem dat niet zoveel schelen, behalve als de jongen daarmee overlastveroorzaakt. Als dan de dertien- tot veertienjarige jongen zijn toenaderingspogingen heeftopgegeven, maakt het opscheppen over zijn vader plaats voor zwijgen. Een zwijgen dat‘reeds een bedekte critiek’ inhoudt.Want op zijn vijftiende jaar, schrijft de arts Th. Bovet in 1964, merkt de jongen ‘dat vader nietalles weet, op zijn twintigste denkt hij dat vader er helemaal niets van weet, op zijn dertigstegaat het hem dagen dat zijn vader toch wel ergens verstand van heeft.’Tot de jaren zeventig werd van de moeder verwacht dat ze moederde en van de vader dat hijvaderde. Toen de vader in 1970 bij wet niet langer meer hoofd der echtvereniging was,kwam het vaderen onder druk te staan. Onder invloed van de democratisering en devrouwenemancipatie moest de vader gaan moederen.Dia: voorkant boek Spock + tekening blz. 42In 1978 doet de bekende Amerikaanse kinderarts Benjamin Spock in zijn boek een pogingde moederende vader voor het voetlicht te brengen. Hij draagt de kersverse vader op, ‘nu
  • 10. 10het niet meer beneden de waardigheid van de man is zijn handen uit de mouw te steken’,zijn vrouw te helpen met de verzorging van de baby en het huishouden en haar bovendienmorele steun, waaronder waardering en begrip, te verlenen. Spock wijst de vader erop dat hijdergelijk werk niet moet doen uit pure edelmoedigheid van zijn kant, maar als gelijkwaardigepartner. De gelijkwaardigheid van vader en moeder laat volgens Spock onverlet dat erverschillende wijzen van leiding geven en orde bewaren tussen hen bestaan. Vader moet hetniet aan moeder overlaten gezag voor twee uit te oefenen. Hij moet leiding geven, andersvoelen de kinderen, vooral die van dezelfde sekse, zich in de steek gelaten. Dan zijn ze ‘alsklimop zonder een steun om tegen op te groeien.’ Daarmee komt Spock weer uit bij devaderende vader, die aandacht aan zijn zoon moet besteden.Dia: vader en zoon aan de waterkantZoals gezegd verschijnen er tussen 1973 en 1986 geen aparte opvoedingsboeken voorjongens. Zodra deze boeken weer beginnen te verschijnen, gaan de meeste schrijvers, zekervanaf de jaren negentig, weer voor de vaderende vader. Ze zeggen het onomwonden: voorzijn ‘mannelijke identiteitsvinding’ heeft de jongen een vaderende vader nodig. Volgens defeministes onder de schrijvers is het alleen jammer dat de vader, als hij er al is, zijn zoon opeen nogal starre dan wel ouderwetse wijze voorleeft hoe mannen moeten zijn. Het enigevoordeel hierbij is volgens hen dat het opgroeiende mannelijke ego door een nog grotermannelijk ego begrensd wordt.‘Vaders zijn geen mannelijke moeders,’ houdt psycholoog William Pollack zijn lezersvoor. Volgens hem hebben vaders een andere stijl dan moeders in hun omgang met hunjonge zoons. Zij stoeien graag met hen.Dia: vader die zoontje in de lucht gooitEn deze stoeistijl is bijzonder geschikt om de jongen te leren om te gaan met zijn emoties,ook al vindt moeder vaak dat vader veel te wild doet. Juist door het spel (stoeien en achternazitten) met zijn vader worden de emoties van de jongen gestimuleerd: hij leert niet alleen zijnagressie te bedwingen, maar hij krijgt ook een gevoel van veiligheid. Dit laatste is goed voorzijn zelfvertrouwen als jongen en zal hem later als jongeman te pas komen in zijn relatiesmet anderen.Ook gezinstherapeut Steve Biddulph, die het stoeien en het houden van schijngevechtenschaart onder ‘uniek vadergedrag dat over de hele wereld kan worden waargenomen’, is vanmening dat het op deze wijze leren kennen van de eigen jongensgrenzen de jongen in zijn
  • 11. 11latere relaties van nut zal zijn. Van zijn vader leert de jongen dat een ‘echte’ man zichzelf enzijn gedrag in de hand heeft. Jongens die opgroeien zonder vader ‘maken statistisch gezienmeer kans gewelddadig gedrag te gaan vertonen, in problemen te raken, slecht te presterenop school en als adolescent bij een jeugdbende te gaan.’Bovendien kunnen volgens Biddulph veel gevallen van ADHD voorkomen worden alsvaders aandacht aan hun zonen besteden. Hij vertelt het verhaal van vrachtwagenchauffeurDon en zijn zoon Troy. Nadat de diagnose ADHD bij de achtjarige Troy was gesteld, begreepDon dat hij gewoon meer aandacht aan zijn zoon moest besteden. En dus nam hij Troy meein de vrachtwagen en op ritjes van de motorclub. Binnen een paar maanden was de jongeneen stuk rustiger geworden en hoefde hij geen medicijnen meer te gebruiken. En vader enzoon vonden het zo leuk om met elkaar op te trekken, dat ze dit bleven doen.Ik weet niet of Don ook een papadag nam. In 1999, toen Biddulph zijn boek schreef, wasdit woord nog niet in gebruik. In de van Dale uit 2005 wordt het woord ook nog niet genoemd.In 2010 gaf psychiater Sigmund in zijn strip in de Volkskrant zijn visie op deze dag.Dia: PapadagDe Volkskrant, 28 oktober 2010Mannen die een papadag nemen zijn zeldzaam, stond in februari 2013 in nrc.next. Slechts 5procent van de mannen ging in 2010 minder werken na de komst van hun eerste kind. Deandere mannen werken fulltime omdat ze niet alleen van mening zijn dat ze hun gezinmoeten onderhouden, maar ook dat ze carrière moeten maken. Formeel wordenaankomende vaders aangemoedigd een papadag te nemen, informeel is er weinigaanmoediging. Want tel je nog wel helemaal mee als man als je minder werkt om zorgtakente verrichten? In een vergelijkend onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau inzestien Europese landen blijkt dat de Nederlandse vader de meeste tijd aan het wassen enaankleden van zijn kinderen besteedt: 32 minuten per dag. Het Europese gemiddelde is 16minuten.Vanuit de kinderen gezien en zeker vanuit zonen is een papadag aanbevelenswaardig.Want kinderen willen graag langdurige aandacht van hun eigen vader.Dia: tekst over rol vaderDe gezamenlijke rol van vader en moeder als oudersVoor alle jongensopvoedkundigen – of ze nu op het eind van de negentiende eeuw of in hetbegin van de eenentwintigste eeuw schrijven – draait opvoeding vooral om een ding:aandacht en liefde van beide ouders. Bij deze aandacht hoort lijfelijke aanwezigheid, een
  • 12. 12luisterend oor, maar zeker ook het stellen van grenzen en het aanbieden van structuur. ‘Geefuw kinderen aandacht!’ roepen alle opvoedkundigen in koor, in de hoop gehoord te worden.Vanaf het eind van de twintigste eeuw roepen ze dat steeds harder.Ouders moeten er beiden voor hun kinderen zijn, zeggen de psychologen onder hen en zemoeten ook beiden aandacht aan hen besteden. Terwijl Pollack met een vijf stappenplankomt om ouders te helpen het gevoelsleven van hun zoon te verrijken, komen zijn collega’sKindlon en Thompson met een zeven puntenplan dat hetzelfde doel voor ogen heeft. In iedergeval moeten ouders jongens leren zich niet te schamen bij het uiten van hun gevoelens enmoeten ze hun actiebereidheid erkennen.En ouders moeten hun zoon complimenten geven, is de raad van opvoedkundige ElizabethHartley Brewer. En daaronder verstaat ze niet alleen woorden, maar ook aanrakingen. Dezezijn volgens haar ‘minder vatbaar voor verkeerde interpretaties dan een stroom eervollewoorden’. Door aanrakingen groeit het zelfvertrouwen van de jongen en zal zijn zelfdisciplineen moreel besef worden gestimuleerd. Langdurige afwezigheid, door bijvoorbeeldzakenreizen, is volgens haar voor kinderen moeilijk te begrijpen en te verdragen. Hun liefdezal erdoor verzwakken. Wie aandacht en daarmee vooral zijn kostbare tijd aan zijn zoonbesteedt, geeft hem daarmee een groot compliment: het bewijs dat hij gezien wordt als eengewaardeerd en gerespecteerd gezinslid.‘Zet je telefoon(s) op de voicemail of zet het antwoordapparaat aan,’ schrijft Hartley Brewerin 2005. Deze raad kunnen ouders zich in 2013 ook ter harte nemen. Nu gaat het omiPhones en Blackberries. De ouder die telkens zijn Blackberrie raadpleegt, laat niet echtblijken dat hij of zij het leuk vindt aandacht aan zijn kind te besteden. En daar wordt een kindniet blij van. In een interview met 314 kinderen in Kidsweek van afgelopen april, liet menigkind weten dat vader en moeder te vaak achter de computer zitten of teveel met hun mobieletelefoon bezig zijn.In 2010 tekende Peter de Wit voor de Volkskrant de volgende strip over dit onderwerp.Dia: Sigmund en ADHD, 19 mei 2010Een gebrek aan ouderlijke aandacht wordt door jongensdeskundigen als een van de (vele)oorzaken van de diagnose ADHD gezien (we zagen eerder al dat zoon Troy rustiger werdtoen zijn vader Don veel aandacht aan hem ging besteden). Ik kom zo nog terug op dediagnose ADHD.Veel ouderlijke aandacht is niet alleen goed voor basisschooljongens. Ook puberjongenszijn er bij gebaat. Ouders moeten dat volgens gymnastiekdocent Freerk Ykema dan wel nietal te opzichtig doen. Want de jongen moet ‘het gevoel hebben dat hij het vooral zelf is diezijn weg naar volwassenheid aan het bouwen is’. Het is ontzettend belangrijk, noteren de
  • 13. 13schrijfsters Lynda en Area Madaras, dat ouders tijd vrij maken voor hun puberzonen. Deband die op deze manier gesmeed wordt, kan ervoor zorgen dat zonen later hun ouders bijbelangrijke beslissingen in vertrouwen nemen. Maar ze moeten niet verwachten dat jongensdit nu al doen, nu ze in de puberteit zijn.Dia: ouders en puberzoonEigenlijk zouden ouders puberschapsverlof moeten kunnen opnemen, schrijft MirjamSchöttelndreier, redacteur van de Volkskrant, in 2007 in deze krant. Juist als kinderen gaanpuberen moeten ouders tijd voor hen hebben. Opvoeden is niet klaar met twaalf jaar. Danbegint het op een andere manier opnieuw. Dat moeders en vaders met pubers fulltimezouden kunnen gaan werken is volgens haar een grote misvatting, zeker nu de maatschappijzegt dat ouders weer moeten gaan opvoeden. De meeste jongensopvoeders kunnen het methaar eens zijn. Juist pubers hebben ouderlijke aandacht nodig en dan vooral in de vorm vanouderlijk toezicht. Want als de kat van huis is, dansen de muizen om de meelton, aldus eenoud gezegde. Ook ouders ervaren dit zo en daarom gaan vrouwen, volgens Schöttelndreier,niet massaal fulltime de arbeidsmarkt op als de kinderen naar de middelbare school gaan.En dat is maar goed ook.In onze buurt ging een ouderpaar op vakantie en liet huis en haard over aan twee zonenvan een jaar of zeventien, achttien. Zodra de ouders hun hielen hadden gelicht, gingen dezonen over op feesten. Tot diep in de nacht op het dakterras. Dat zorgde voor buurtoverlast.Het kan zijn dat deze jongens door hun ouders opgevoed waren tot zelfstandigheid, maarniet tot een zelfstandigheid die rekening hield met anderen.Een activiteit die ouders samen met jongens én meisjes kunnen ondernemen, is met ze denatuur in gaan. Zeker nu de ruimte om buiten te spelen sinds de jaren tachtig danigingekrompen is. Zelden spelen kinderen nog buiten op de wijze zoals op deze foto uit dejaren vijftig.Dia: cowboy en indiaantje spelen, 1955In 2007 constateert de Amerikaanse journalist Richard Louv in zijn boek Het laatste kind inhet bos dat kinderen niet aan ADHD of andere kwalen lijden, maar aan eennatuurtekortsyndroom. Kinderen klimmen niet meer in bomen en bouwen geen hutten meer,maar zitten voor de televisie of achter de pc. En daar worden ze niet gelukkiger van. Inplaats van het medicijn ritalin beveelt Louv een bos, een sloot of een park aan. Maar danmoeten kinderen in deze natuur wel hun gang kunnen gaan. Tegenwoordig wordt het
  • 14. 14kinderen vaak verboden om in bomen te klimmen, omdat deze beschadigd kunnen raken endat is in een aangeharkt park geen mooi gezicht. In de jaren vijftig, met nog heel veelonbebouwd land, viel een beschadigde boom niet op. Door het aaneengroeien van dorpenen steden vanaf de jaren zestig verdwenen er steeds meer plekken waar kinderen kondenonbespied konden spelen.Louv haalt een Amerikaans onderzoek van het Landscape and Human Health Laboratoryaan naar de invloed van natuur op ADHD. In dit onderzoek werden ouders van AHDH-kinderen tussen de zeven en twaalf jaar geïnterviewd. Alle ondervraagde oudersrapporteerden dat hun kinderen minder symptomen van ADHD vertoonden nadat ze in eengroene omgeving waren geweest. Een verblijf in de natuur maakt kinderen evenwichtiger enstimuleert hun concentratievermogen. Als ze buiten zijn geweest, kunnen ze zich thuis en opschool beter concentreren. En ouders moeten af van het idee dat het tijd kost om er op uit tegaan in de natuur, aldus Louv.Dia: Ik ben oerrr van natuurmonumenten.Niet alleen in Amerika komen veel kinderen nog maar weinig buiten. Ook in Nederland is dithet geval. Daarom presenteerde Natuurmonumenten op 24 september 2012 in Amsterdamhet initiatief ‘Oerrr’. Oerrr is de buitenruimte waarin het kind komt zodra het de binnenruimtevan zijn huis verlaat: de tuin, de straat, het bos, het strand. Volgens natuurmonumenten kanhet kind in Oerrr zijn fantasie ontwikkelen, zijn angsten overwinnen, vertrouwen op zichzelfen anderen en vooral in contact komen met dieren en planten. Daarvoor stelt de verenigingook de eigen natuurgebieden open en organiseert ze Wilde Buitendagen voor het hele gezinom te leren overleven in het wild.Van deze gezamenlijke Wilde Buitendagen terug naar zaken waar kinderen minder vrolijkvan worden, omdat ze dan hun ouders of een van hen minder vaak zien: fulltimekinderopvang en echtscheiding.Fulltime kinderopvang en echtscheidingVanaf de jaren negentig gaan steeds meer kinderen naar de kinderopvang en neemt hetaantal echtscheidingen toe. Het is dan niet politiek correct om daar iets van te zeggen. Doorde secularisatie heeft de kerk als controlerende en corrigerende instantie geen macht meeren door de individualisering is het eigenbelang – van de volwassenen – voorop komen testaan.De meeste jongensopvoeders dragen langdurige kinderopvang en echtscheiding geenwarm hart toe. Deze horen volgens hen niet bij een goede opvoeding waarin beide ouders
  • 15. 15veel aandacht aan hun kinderen besteden. En dus negeren ze deze onderwerpen en als zeer al over spreken doen ze dit negatief. In de jaren negentig verschijnt ook het boek vanElly Singer, Kinderopvang: goed of slecht? (1993)Dia: voorkant boek Elly Singer.In dit boek schrijft Singer dat volgens de onderzochte literatuur in kinderdagverblijven decognitieve en de sociale ontwikkeling en de ontwikkeling van de grove motoriek meerlijken te worden gestimuleerd dan thuis.De drie opvoedkundigen die de kinderopvang bespreken – psychiater Gideon Zlotnik,gezinstherapeut Biddulph en opvoedkundige Hartley-Brewer – hebben hier geen boodschapaan. Zlotnik rekent plaatsing in een kinderdagverblijf tot de levenssituaties die voor kinderenzeer belastend zijn. Zeker voor jongens. Uit onderzoek blijkt volgens hem dat jongens meerhuilen en meer tegenstand bieden dan meisjes als ze ‘overdag het huis uit worden gedaan’.Biddulph vindt dat het voor jongens het beste is als ze tot een jaar of drie bij hun ouders thuisblijven. Opvang door ‘een liefdevol familielid of een hartelijk gastgezin’ kan ook nog, maareen kinderdagverblijf is voor jongens onder de leeftijd van drie jaar beslist ongeschikt. Hijnoemt onderzoek dat laat zien dat jongens in een crèche meer last hebben vanscheidingsangst dan meisjes, zich eerder emotioneel afsluiten als ze denken dat ze in desteek gelaten worden en zich vaker rusteloos en agressief gedragen. Hartley-Brewer kan hetmet Biddulph eens zijn. Volgens haar voelen jonge kinderen zich snel in de steek gelaten,ongewenst of schuldig, helemaal ‘als ze naar een kinderdagverblijf gaan en zich daar nietthuis voelen’.In het begin van de eenentwintigste eeuw constateren drie Nederlandse sociaalwetenschappers ‘dat er eigenlijk verontrustend weinig bekend is over de kwaliteit van deNederlandse kinderopvang en over de gevolgen voor de ontwikkeling van de betrokkenkinderen.’ De uitkomsten van enkele verkennende Nederlandse studies, dat kinderopvangpositief zou kunnen werken op de verstandelijke en taalontwikkeling en negatief op desociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, worden volgens deze wetenschappersbevestigd door de belangrijkste (Amerikaanse) studie naar kinderopvang: de NICHD-studie.In dit langdurende onderzoek wordt bovendien een samenhang gevonden tussen het aantaluren kinderopvang in de eerste vier levensjaren en ‘verhoogde agressie’ in dekleuterperiode: ‘hoe meer uren in de kinderopvang, hoe meer gedragsproblemen in dekleuterleeftijd.’ De onderzoekers beklemtonen dat de Amerikaanse situatie niet per se hoeftte gelden voor de Nederlandse situatie, waar kinderen zelden voltijds naar de - ook nog eensgemiddeld kwalitatief betere - kinderopvang gaan. Verder onderzoek naar de Nederlandsesituatie is in ieder geval dringend gewenst.
  • 16. 16Dia 13: foto omslag boek EerkensHet idee van een kwalitatief betere Nederlandse kinderopvang wordt in 2012onderuitgehaald door psychologe Marilse Eerkens in haar boek Wat doen we met de baby?Aan de hand van onderzoek constateert ze dat de kwaliteit van de Nederlandse crècheonvoldoende is. Ouders kunnen hun baby beter thuishouden, is haar boodschap. In dekinderopvang worden baby’s en peuters teveel aan stress blootgesteld. Dat is niet goed voorde ontwikkeling van hun hersenen en bijgevolg niet goed voor hun sociaal-emotioneleontwikkeling. Terwijl meisjes op stress reageren met angstig en waakzaam gedrag, wordenjongens boos en agressief. Deze agressie wordt in het langlopende NICHD-onderzoek in 2010nog steeds aangetroffen bij vijftienjarigen.Lieten drie jongensopvoeders zich uit over de negatieve gevolgen van kinderopvang, over denegatieve gevolgen van echtscheiding schrijven slechts twee van hen. Daarbij iskinderpsychiater Zlotnik weer van de partij. Hij schrijft dat het ontbreken van de vader in eengezin door een scheiding voor de jongen zeer nadelig is. Veel vaker dan meisjes latenjongens na een scheiding ‘verhoogde agressiviteit en disciplinaire moeilijkheden’ zien.In haar jongensvragenboek behandelt de schrijfster Sylvia Schneider naast veel anderevragen van de jongen ook zijn vraag waarom zijn ouders willen scheiden. Schneider erkentdat een ‘gelukkige, harmonische familie, die samen door dik en dun gaat’ de wens van iederkind is, maar dat dit tegenwoordig steeds minder het geval is. En ook al gaat een scheidingin de eerste plaats de ouders aan; het is voor kinderen ‘een van de zwaarste belastingen enmeest ingrijpende gebeurtenissen’ in hun leven. De jongen moet vooral niet denken dat hijook schuldig is aan de scheiding van zijn ouders. Dat is niet zo. En als ouders gaanscheiden, wil dit niet zeggen dat ze niet meer van hem houden. Zelfs de ouder die weggaaten door wie de jongen zich zeer gekwetst zal voelen, houdt nog van hem.Tot 1971 kon een scheiding alleen worden aangevraagd op grond van overspel,kwaadwillige verlating, gevangenisstraf of zware lichamelijke mishandeling. Daarna kon hetook als men vond dat men uit elkaar was gegroeid. Meestal was het de vrouw die eenscheiding aanvroeg.Dia 14: tekening Limburger over echtscheidingMet het aantal scheidingen nam het aantal vaders toe dat hun kinderen niet meer mochtzien. Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen, houden ouders vanaf 1998 beiden het
  • 17. 17gezag. Vanaf 2009 kan de vader bovendien in een ouderschapsplan zijn bezoekrecht latenvastleggen.In 2011 gingen van ongeveer 70.000 kinderen de ouders uit elkaar. Een pedagoge dieonderzoek deed naar deze materie viel het op hoe belangrijk de band met de vader was.Ook na een scheiding was hij nog steeds van groot belang voor het kindergeluk. Haddenkinderen een goede band met hun biologische vader dan had dat bovendien zijn effect op derelatie met hun eventuele stiefvader. Anders dan de meisjes vonden de jongens de relatiemet hun uitwonende vader warmer dan die met hun stiefvader.InitiatieritueelVeel jongensopvoedkundigen vinden dat er eigenlijk een initiatieritueel zou moeten zijn bij deovergang van jongen naar man. Dit ritueel, waarbij het tonen van fysieke kracht enuithoudingsvermogen voorop zou moeten staan, zou begeleid moeten worden door vadersen andere mannen. Zoals de initiatierituelen bij natuurvolken, waarbij jongens door mannenworden ingeleid in de volwassenheid.In 1953 verhaalt de psycholoog Calon over het lef van jonge Wajana indianen, die hetverdragen als ze ‘een mat, waarin ruim 360 levende wespen zijn gestoken, op hun blote lijfgelegd krijgen’; en over het lef van jonge Manda indianen, die het verduren als ze ‘een mesdoor armen, dijen, knieën, borst en schouders’ gestoken krijgen.Dia: initiatierite indianenstam. Amazone indianen. Terwijl de mannen op de heilige fluitenspelen, slaat de sjamaan de jongens met een twijg om hun dapperheid te vergrotenIn 1929 had Baden-Powell ook al de initiatierite bij natuurvolken genoemd. Anders dan Calonhad hij hier zijn eigen initiatierite tegenovergesteld: die van de installatie bij de verkennerij,waarbij de verkenner de plicht kreeg om één goede daad per dag te verrichten.Zoals gezegd wordt het ontbreken van een initiatieritueel voor de jongen in de twintigsteeeuw door veel schrijvers aangekaart. Zo schrijft de protestantse arts Th. Bovet in 1964 dathet jammer is dat de initiatieriten bij ons zijn afgeschaft. Want ook de moderne jongen zougraag willen weten ‘wat eigenlijk de zin van het man-zijn is en wanneer hij zich tot demannen zal mogen rekenen.’ Als ‘weerbarstige rebel’ probeert de jongen volgens hem ‘deknellende band van de hele wereldorde’ van zich af te schudden om een antwoord op dezevraag te vinden.Pas op de drempel van de eenentwintigste eeuw, als er steeds meer problemen met jongensworden gesignaleerd, komen twee jongensdeskundigen met nieuwe voorstellen voorinitiatierituelen: Biddulph in 1999 en Ykema in 2002.
  • 18. 18Biddulph geeft in zijn boek eerst een voorbeeld van een traditionele initiatierite. Voor detraditionele rite verwijst hij naar het Lakota-volk, een indianenstam. Hier moest een jongenrond zijn veertiende jaar alleen op de top van een berg plaatsnemen, totdat hij van de hongereen visioen kreeg. In dit visioen verscheen een wezen dat boodschappen uit het geestenrijkbracht, welke zijn verdere leven richting zouden geven. Biddulphs moderne initiatierite vondplaats op een Australisch eiland met negen veertien- tot negentienjarige jongens en twaalfvolwassen mannen. Zeven van deze volwassen mannen waren met hun zoon meegekomen.Van de andere mannen vertegenwoordigden er twee de vaders van de andere jongens, vanwie er een in de gevangenis zat. Naast de gezamenlijke lichamelijke inspanning maaktenvooral de kampvuurverhalen indruk op de jongens. Rondom het vuur spraken de mannenniet alleen over hun eigen leven, maar ook over dat van de jongens en dan vooral over hungoede eigenschappen. De jongens kwamen eveneens aan de beurt om te praten ‘over hunleven, hun waarden en de hoop die zij koesterden.’ Naderhand werden in kleine groepjes dedoelen besproken die de jongens zich hadden gesteld. Bij het verwezenlijken van dezedoelen - zoals alsnog een diploma halen, een baan vinden en van een drugsverslavingafkomen - boden de mannen hun hulp aan.Dia: voorkant boek YkemaOok Ykema noemt in zijn boek de initiatieriten van traditionele culturen, waarbij de jongenvaak aan zware beproevingen werd (en wordt) onderworpen om zo zijn man-zijn te kunnenbewijzen. In de huidige moderne maatschappij, waar ouders steeds vaker de opvoedingproberen door te schuiven naar school, zijn er volgens hem geen initiatieriten meervoorhanden, terwijl jongens meer dan ooit zekerheden nodig hebben en vooral willen wetenhoe ze hun energie richting kunnen geven. Daarom heeft Ykema zijn programma ‘Rots enWater’ ontwikkeld. Dit is een cursus van veertien basislessen met aan elkaar verbondenthema’s en bestemd voor jongens vanaf negen tot veertien jaar en ouder. Rots staat daarbijvoor de gerichtheid op het eigen ik en water voor de gerichtheid op de ander.Het ‘Rots en Water’ – programma, onder andere gebaseerd op de Chinesebewegingskunst tai chi – is gebouwd als een huis: het ‘Rots en Water’-huis. De driebouwstenen die het fundament van dit huis vormen zijn zelfbeheersing, zelfreflectie enzelfvertrouwen. Het huis bestaat uit vijf verdiepingen. De eerste drie verdiepingen, deonderbouw, zijn voor jongens van negen tot veertien jaar. Het accent ligt hier vooral opexterne communicatie: op fysieke kracht, lichaamstaal, en de ontwikkeling vangrensbewustzijn. Bij de laatste twee verdiepingen, de bovenbouw, gaat het om internecommunicatie. Hier volgt de jongen de weg van het innerlijk kompas dat tot verbondenheidmet de gemeenschap zal leiden.
  • 19. 19‘Rots en Water’ werd mede ontwikkeld met steun van Nederlandse specialisten zoals LaukWoltring en buitenlandse auteurs zoals de Australiër Steve Biddulph. Het ‘Rots en Water’-programma ging voor het eerst in Australië van start: bijna duizend leraren werden hiergeïnstrueerd om met het programma te werken. Terwijl het jongensbeleid zich in Nederlandslechts richtte op preventie, zagen de Australiërs het in een groter perspectief: de jongenmoest begeleid worden op zijn weg naar volwassenheid. Alleen op deze wijze konden de(universele) jongensproblemen van schooluitval, risicovol gedrag, vandalisme,gewelddadigheid en criminaliteit worden aangepakt.In Nederland zijn ook particuliere initiatieven van mannen, vaders en anderen, die jongenseen soort initiatieritueel bieden.Dia: Boys of the WoodZoals beeldhouwer en projectorganisator Marco Mout die stuurloze pubers de helpendehand biedt. Zijn aanpak is niet praten, maar doen. In de veertiende-eeuwse kruittoren vanZutphen heeft Mout zijn atelier annex werkplaats voor jongeren. Elk jaar coacht hij tweejongens, strak en streng. De jongen mag een half jaar zijn ouders niet zien en hij mag nietblowen of drinken. De jongens krijgen bij Mout maar een kans en die grijpen ze altijd. WantMout gelooft in een doel hebben, verantwoordelijkheid dragen en doen. Precies wat eenjongen wil. En vervolgens de vader, de planoloog Arthur BrilmanDia: HeartHuntingAvontuurlijke weekenden voor vaders met zonen, ‘waarbij vader en zoon veel actiefsamen zijn en avontuur, sport en bushcraft een grote rol spelen’.Dia: samenvattingJongens moeten weer de ruimte krijgen om jongens te zijnDit betekent dat we- rekening moeten houden met hun jongenseigenschappen- hun behoefte aan veel ouderlijke aandacht moeten erkennen- hun grote behoefte aan structuur en begrenzing voor ogen moeten houden- het grote belang moeten inzien van de rol van de vader voor de ontwikkeling van demannelijke identiteit van de zoonAngela Crott, Moergestel 20 mei 2013

×