Compendium, de geloofsbelijdenis

  • 398 views
Uploaded on

Het Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk werd op 28 juni 2005 door Paus Benedictus XVI goedgekeurd en bevat de leer van de Katholieke Kerk zoals die in het Tweede Vaticaans Concilie …

Het Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk werd op 28 juni 2005 door Paus Benedictus XVI goedgekeurd en bevat de leer van de Katholieke Kerk zoals die in het Tweede Vaticaans Concilie opnieuw werd bevestigd. Dit eerste deel behandelt de geloofsbelijdenis of de "twaalf artikelen van het geloof" die teruggaat tot de vroegste tijden van het Christendom.

More in: Spiritual
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
398
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
3
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Compendiumvan deCatechismusv/d Katholieke Kerk DEEL 1 - De Geloofsbelijdenis 1
  • 2. StructuurBron compendium: http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=663 Indeling (sectie, hoofdstuk, paragraaf) Nummer vraag De bijbehorende vraag uit het Compendium Antwoord uit Compendium http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=663] Toelichting bij antwoord: - Bijbelcitaat (Willibrordvertaling, zie http://www.willibrordbijbel.nl/?b=59) - Citaat uit traditie of leergezag van RK Kerk (Catechismus van de Katholieke Kerk: zie http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=1). Overeenkomende nummers uit Catechismus van de Katholieke Kerk (CKK) 2
  • 3. DEEL 1 - De Geloofsbelijdenis Deze miniatuur stelt de hele reeks van zes scheppings-BIJBEL VAN SOUVIGNY, dagen voor tot en met deMiniatuur over de scheppingsdagen, bekoring van de stamoudersBibliothèque Municipale, Moulins DE GELOOFSBELIJDENIS 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 3
  • 4. DEEL 1 - De Geloofsbelijdenis “Hoeveel is het wat Gij gedaan hebt, Heer en alles in wijsheid gemaakt, de aarde is vol van uw schepsels. Maar ook in de zee, zo diep en zo wijd, is het een gewemel van dieren, ontelbaar, grote en kleine. Daar zwemmen geweldige monsters rond. Leviathan laat Gij daar spelen. - En al deze dieren verwachten van U dat Gij ze voedt op hun tijd. Wat Gij voor hen uitstrooit verzamelen zij, ze worden verzadigd als gij uw hand opent. Verheerlijk, mijn ziel, de Heer” (Ps. 104, 24-28.35). DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 4
  • 5. DEEL 1 - De Geloofsbelijdenis De Kerk looft in de Paasnacht de Heer voor het nog groter werk van de verlossing van de mensheid en de wereld: “Almachtige eeuwige God, Gij zijt wonderbaar in de ordening van al uw werken. Laat allen die door U verlost zijn begrijpen dat de schepping van de wereld in den beginne, overtroffen is op het einde der tijden, toen Christus, ons paaslam, is geslacht.” DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 5
  • 6. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven1 Welk plan heeft God met de mens?God die oneindig volmaakt en gelukkig is in zichzelf, heeft volgens een planvan zuivere goedheid in vrijheid de mens geschapen, om hem te laten delenin zijn eigen gelukzalig leven.Toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God de Vader zijn Zoongezonden als Verlosser en Redder van de mensen, die in zonde gevallenwaren, om hen in zijn Kerk samen te roepen, opdat zij door de werking van deHeilige Geest zijn aangenomen kinderen, en erfgenamen van zijn eeuwigegelukzaligheid zouden worden. De diepste grond van de menselijke waardigheid is gelegen in de roeping van de mens tot gemeenschap met God. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 6
  • 7. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 1: De mens is bekwaam door God aangesproken te worden2 Waarom leeft in de mens het verlangen naar God?God zelf heeft, door de mens naar zijn beeld te scheppen, in zijn hart hetverlangen gegrift om Hem te zien.Ook al wordt dit verlangen dikwijls miskend, God houdt niet op de mens naarzich toe te trekken, opdat hij leeft, en in Hem die volheid vindt van waarheiden geluk, waarnaar hij zonder ophouden op zoek is.Van nature en krachtens roeping is de mens dus een godsdienstig wezen, datin staat is in gemeenschap te treden met God.Deze intieme en vitale band met God, verleent de mens zijn fundamentelewaardigheid. "Groot zijt Gij, Heer, en alle lof waardig . Want Gij hebt ons gemaakt voor U en onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U." (H. Augustinus) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 26-30; 44-457-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 7
  • 8. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 1: De mens is bekwaam door God aangesproken te worden Hoe kan men God kennen met alleen maar het licht van3 het verstand?Als hij uitgaat van de schepping, dat wil zeggen van de wereld en van demenselijke persoon, kan de mens, met alleen maar zijn verstand, God metzekerheid kennen als oorsprong en doel van het heelal, en als het hoogstegoed, waarheid en oneindige schoonheid. “Want wat een mens van God kan weten, is in feite onder hen bekend; God zelf heeft het hun geopenbaard. Van de schepping der wereld af wordt zijn onzichtbare wezen door de rede in zijn werken aanschouwd, zijn eeuwige macht namelijk en zijn godheid”. (Hand. 14, 15.17) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 31-36; 46-477-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 8
  • 9. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 1: De mens is bekwaam door God aangesproken te worden Ondervraag de schoonheid van de aarde ondervraag de schoonheid van de zee ondervraag de schoonheid van de onmetelijke lucht die ons omgeeft ondervraag de schoonheid van de hemel (…) Ondervraag dit alles. Dit alles antwoordt u: zie hoe schoon wij zijn! Hun schoonheid is een belijdenis (confessio) Wie anders heeft deze schepselen die onveranderlijk schoon zijn, gemaakt dan Hij die onveranderlijk schoon (pulcher) is? (H. Augustinus) DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 9
  • 10. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 1: De mens is bekwaam door God aangesproken te worden Is het licht van het verstand alleen voldoende om het4 mysterie van God te kennen?Zoekt hij met alleen maar het licht van het verstand God te kennen, dan stuitde mens op tal van moeilijkheden.Bovendien kan hij niet uit zichzelf in de intimiteit van het mysterie van Godbinnengaan.Daarom heeft God hem met zijn Openbaring willen verlichten, niet alleenover waarheden die het menselijk begrip te boven gaan, maar ook overgodsdienstige en zedelijke waarheden die voor het verstand op zichzelf weltoegankelijk zijn, maar die zo door allen gemakkelijk, met vaste zekerheid enzonder risico van dwaling, kunnen worden gekend. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 37-387-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 10
  • 11. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 1: De mens is bekwaam door God aangesproken te worden5 Hoe kan men spreken over God?Men kan over God tot alle mensen en met alle mensen spreken,als men uitgaat van de volmaaktheden van de mens en van de andereschepselen, die een afspiegeling zijn, – zij het een beperkte – van deoneindige volmaaktheid van God.Maar toch moeten wij ons spreken voortdurend zuiveren van beelden, en vanwat er onvolmaakt aan is, omdat we goed weten dat het oneindige mysterievan God nooit uitputtend verwoord kan worden. Wij kunnen van God niet begrijpen wat Hij is, Maar slechts wat Hij niet is, en in welke verhouding de andere wezens tot Hem staan. (H. Thomas van Aquino) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 39-43; 48-497-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 11
  • 12. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 1 - De openbaring van God6 Wat openbaart God aan de mensen?In zijn goedheid en wijsheid openbaart God zich aan de mensen.In de gebeurtenissen en in zijn woorden openbaart Hij zichzelf en zijnheilsplan, dat Hij van alle eeuwigheid in Christus voor de mensheid heeftvastgesteld.Dit plan houdt in: alle mensen door de genade van de Heilige Geestdeelgenoten te maken aan zijn goddelijk leven, opdat zij aangenomenkinderen zouden zijn in zijn eniggeboren Zoon. Want Hij heeft ons het geheim van zijn wil bekend gemaakt, overeenkomstig het besluit dat Hij in Christus had genomen. (Ef. 1,9) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 50-53; 68-697-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 12
  • 13. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 1 - De openbaring van God7 Wat zijn de eerste fases van de openbaring van God?Vanaf het begin openbaart God zich aan onze stamouders, Adam en Eva, enroept hen tot een innige gemeenschap met Hem.Na hun zondeval houdt Hij niet op zich aan hen te openbaren en belooft Hijvoor al hun nakomelingen het heil.Na de zondvloed sluit Hij met Noach een verbond, tussen Hem en allelevende wezens.“Als de boog in de wolken staat, zal Ik hem zien en daarbij denken aan het altijddurend verbond tussen God en alle levende wezens, alles wat op de aarde leeft.” (Gen. 12,3) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 54-58; 70-717-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 13
  • 14. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 1 - De openbaring van God8 Wat zijn de volgende fases van de openbaring van God?God kiest Abram uit, door hem weg te roepen uit zijn land om van hem "devader van een menigte volken" (Gen. 17, 5) te maken, en door hem tebeloven in hem "alle geslachten op aarde" (Gen. 12, 3) te zullen zegenen.De nakomelingen van Abraham, zullen de bewaarders zijn van de goddelijkebeloften, aan de Aartsvaders gedaan. God heeft Israël tot zijn uitverkorenvolk gevormd, door het uit de slavernij van Egypte te redden. Hij sluit er zijnverbond op de Sinaï mee en geeft het door Mozes zijn wet. De profetenkondigen een radicale verlossing van het volk aan, en een heil dat alle volkenin een nieuw en eeuwig verbond zal omvatten. Uit het volk Israël, uit de stamvan koning David, zal de Messias geboren worden: Jezus. “Om u zullen alle geslachten op aarde zich gezegend noemen.” (Gen. 12,3) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 59-64; 727-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 14
  • 15. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 1 - De openbaring van God Wat is de volledige en definitieve fase van de openbaring9 van God?Dat is de fase die verwezenlijkt is in het vleesgeworden Woord, JezusChristus, middelaar en de volheid van de openbaring.Omdat Hij de eniggeboren mensgeworden Zoon van God is, is Hij hetvolmaakte en definitieve Woord van de Vader.Met de zending van de Zoon en de gave van de Geest is voortaan deopenbaring geheel en al voltooid, ook al zal het geloof van de Kerk in de loopder eeuwen geleidelijk aan de strekking ervan nog moeten gaan begrijpen. "Sinds Hij heeft ons zijn Zoon gegeven heeft, die zijn enige en uiteindelijke Woord is, heeft God ons geen ander meer te geven. Hij heeft in dit éne Woord alles gezegd in één keer. Méér heeft Hij niet te zeggen." (H. Johannes van het Kruis) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 65-66; 737-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 15
  • 16. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 1 - De openbaring van God10 Welke waarde hebben privé-openbaringen?Hoewel zij niet tot de geloofsschat behoren, kunnen ze wel helpen datzelfdegeloof te beleven, als ze maar duidelijk op Christus gericht blijven.Het leergezag van de Kerk, aan wie het toekomt zulke privé-openbaringen tebeoordelen, kan er daarom geen aanvaarden, die beweren de definitieveopenbaring die Christus is, te overtreffen of te verbeteren. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 677-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 16
  • 17. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 2 - Het doorgeven van de goddelijke openbaring Waarom en hoe moet de goddelijke openbaring worden11 doorgegeven?God "wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis komen van dewaarheid" (1 Tim. 2, 4), dat wil zeggen: van Jezus Christus.Daarvoor is het noodzakelijk dat Christus aan alle mensen verkondigd wordt,zoals Hij zelf heeft opgedragen: "Gaat uit over de hele wereld en maakt allevolken tot mijn leerlingen" (Mt. 28, 19).Dat gebeurt in de Apostolische Overlevering. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 747-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 17
  • 18. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 2 - Het doorgeven van de goddelijke openbaring12 Waarin bestaat de Apostolische Overlevering?De Apostolische Overlevering is het doorgeven van de boodschap vanChristus, wat sinds het begin van het christendom gebeurt door de prediking,het getuigenis, de instellingen, de eredienst en de geïnspireerde geschriften.De apostelen hebben aan hun opvolgers, de bisschoppen, - en door hen aanalle geslachten tot aan de voleinding der tijden, - datgene doorgegeven, watze van Christus ontvangen, en door de Heilige Geest geleerd hebben. De kerk bestendigt in haar leer, leven en eredienst alles wat zij is, en alles wat zij gelooft, en zij geeft dit door aan alle geslachten (DV. 8) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 75-79; 83; 96; 987-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 18
  • 19. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 2 - Het doorgeven van de goddelijke openbaring13 Hoe gebeurt de Apostolische Overlevering?De Apostolische Overlevering gebeurt op twee manieren:• door de levende doorgave van het Woord van God - ook gewoonweg ‘overlevering’ genoemd - en• door de Heilige Schrift, die dezelfde verkondiging van het heil is, maar dan op schrift gesteld. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 767-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 19
  • 20. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 2 - Het doorgeven van de goddelijke openbaring Welke verhouding bestaat er tussen de Overlevering en14 de heilige Schrift?De Overlevering en de heilige Schrift zijn nauw met elkaar verbonden enhebben deel aan elkaar.Beide stellen in de Kerk het mysterie van Christus tegenwoordig en maken ditvruchtbaar, en komen voort uit dezelfde goddelijke bron.Samen vormen zij het ene heilige geloofsgoed, waaruit de Kerk haarzekerheid put over al de geopenbaarde waarheden. “…Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.” (Mt. 28, 20) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 80-82; 977-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 20
  • 21. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 2 - Het doorgeven van de goddelijke openbaring15 Aan wie is het geloofsgoed toevertrouwd?Het geloofsgoed is door de apostelen toevertrouwd aan de Kerk in haartotaliteit.Het gehele Godsvolk neemt, bijgestaan door de heilige Geest en geleid doorhet Leergezag van de Kerk, met zijn bovennatuurlijke geloofszin de goddelijkeopenbaring in ontvangst, begrijpt haar steeds beter en past haar toe op hetleven.“Timoteüs, bewaar wat u is toevertrouwd, en keer u af van het banaal en leeg geredeneer en de opwerpingen van de zogenaamde gnosis.” (1. Tim. 6, 20) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 84; 91-94; 997-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 21
  • 22. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 2 - Het doorgeven van de goddelijke openbaring Aan wie komt het toe het geloofsgoed op authentieke16 wijze te interpreteren?De authentieke interpretatie van dit geloofsgoed komt alleen toe aan hetlevende Leergezag van de Kerk, d.w.z. aan de opvolger van Petrus, debisschop van Rome, en aan de bisschoppen in gemeenschap met hem.Aan het Leergezag, dat in dienst van het Woord van God het zekere charismavan de waarheid bezit, komt het ook toe om dogmas te definiëren: dat zijnformuleringen van de waarheden die in de goddelijke openbaring vervat zijn.Dit gezag strekt zich ook uit tot de waarheden die noodzakelijkerwijs met deopenbaring in verband staan. “Wie naar jullie luistert, luistert naar Mij, en wie jullie afwijst, wijst Mij af; maar wie Mij afwijst, wijst Hem af die Mij gezonden heeft” (Lc. 10, 16) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 85; 90-1007-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 22
  • 23. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 2 - Het doorgeven van de goddelijke openbaring Welke verhouding bestaat er tussen de Schrift, de17 Overlevering en het Leergezag?Zij zijn zo nauw met elkaar verbonden en verenigd, dat geen van hen bestaatzonder de anderen.Samen dragen ze, elk op zijn eigen wijze, onder de werking van de HeiligeGeest, werkdadig bij tot het heil van de mensen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 957-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 23
  • 24. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 3 - De heilige Schrift18 Waarom leert de heilige Schrift de Waarheid?Omdat God zelf er de auteur van is.De heilige Schrift wordt daarom geïnspireerd genoemd, en leert zonderdwaling die waarheden, welke voor ons heil noodzakelijk zijn.De Heilige Geest heeft de menselijke auteurs geïnspireerd, die datgeneopgetekend hebben wat Hij ons heeft willen leren.Toch is het christelijk geloof geen "godsdienst van het boek", maar degodsdienst van het Woord van God, "niet van een geschreven en stom woord,maar van het mensgeworden, levende Woord". (H. Bernardus van Clairvaux). “Toen opende Hij hun verstand om de Schriften te begrijpen.” (Lc. 24, 45) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 105-108; 135-1367-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 24
  • 25. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 3 - De heilige Schrift19 Hoe moet men de heilige Schrift lezen?De Heilige Schrift moet gelezen en verklaard worden met de hulp van deHeilige Geest en onder leiding van het leergezag van de Kerk, aan de handvan drie criteria:1. aandacht voor de inhoud en de eenheid van de hele Schrift;2. de Schrift lezen in de levende traditie van de Kerk;3. eerbiediging van de analogie van het geloof, d.w.z. van de onderlinge samenhang van de geloofswaarheden. Een middeleeuws distichon vat de vier betekenissen als volgt samen: de letter leert de gebeurtenissen, de allegorie wat men moet geloven, de morele betekenis wat men moet doen en de anagogie waarheen men moet streven DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 109-119; 1377-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 25
  • 26. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 3 - De heilige Schrift20 Wat is de canon van de Schrift?De canon van de Schrift is de volledige lijst van de heilige geschriften, zoals deapostolische overlevering die aan de Kerk heeft doen kennen. Deze canon omvat 46 geschriften van het Oude Testament en 27 geschriftenvan het Nieuwe. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 120; 1387-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 26
  • 27. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 3 - De heilige SchriftVoor het Oude Testament zijn dit:• Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium,• Jozua, Rechters, Ruth,• de twee boeken Samuël,• de twee boeken Koningen,• de twee boeken Kronieken,• Ezra en Nehemia, Tobit, Judit, Ester,• de twee boeken Makkabeeën,• Job,• Psalmen,• Spreuken,• Prediker,• Hooglied,• Wijsheid, Wijsheid van Jezus Sirach,• Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Baruch, Ezechiël, Daniël, Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja, Haggai, Zacharias, MaleachiNoot: Vroege profeten; late profeten zijn: grote profeten (3), en kleine profeten (12) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 120; 1387-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 27
  • 28. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 3 - De heilige SchriftVoor het Nieuwe Testament zijn dit:• de evangelies van Matteus, Marcus, Lucas en Johannes,• de Handelingen van de apostelen,• de brieven van Paulus: o aan de christenen van Rome, o de eerste en de tweede brief aan de christenen van Korinte, o de brief aan de Galaten, o de brief aan de christenen van Efeze, Filippi en Kolosse, o de eerste en de tweede brief aan de christenen van Tessalonica, o de eerste en de tweede brief aan Timoteus, o de brief aan Titus, aan Filemon; de brief aan de Hebreeën,• de brief van Jakobus,• de eerste en de tweede brief van Petrus,• de drie brieven van Johannes,• de brief van judas en• de Apokalyps DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 120; 1387-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 28
  • 29. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 3 - De heilige Schrift Hoe belangrijk is het Oude Testament voor de21 christenen?De christenen vereren het Oude Testament als waarachtig het woord vanGod: al zijn geschriften zijn door God geïnspireerd en houden een blijvendewaarde.Zij leggen getuigenis af van de goddelijke pedagogie van de reddende liefdevan God.Zij zijn vooral geschreven om de komst van Christus voor te bereiden, deRedder van heel de wereld. De kerk heeft altijd krachtig de gedachte afgewezen van het Oude Testament te verwerpen onder voorwendsel dat het door het Nieuwe Testament achterhaald zou zijn (Marcionisme). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 121; 1237-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 29
  • 30. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 3 - De heilige Schrift Hoe belangrijk is het Nieuwe Testament voor de22 christenen?Het Nieuwe Testament, waarvan het centrale onderwerp Jezus Christus is,verschaft ons de definitieve waarheid van de goddelijke openbaring.Daarin vormen de vier evangelies van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes,omdat zij het voornaamste getuigenis zijn over het leven en de leer van Jezus,het hart van heel de Schrift, en nemen in de Kerk een unieke plaats in.“Het is bovenal het hele evangelie dat mij gedurende mijn gebed voedsel geeft; hierin vind ik alles wat nodig is voor mijn arme ziel. Ik ontdek er steeds nieuw licht, verborgen en mysterieuze betekenissen.” (H. Teresia van het Kind Jezus) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 124-127; 1397-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 30
  • 31. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 3 - De heilige Schrift Welke eenheid is er tussen het Oude en het Nieuwe23 Testament?De Schrift is één, omdat het Woord van God één is, één ook het heilsplan vanGod, en één de goddelijke inspiratie van beide Testamenten.Het Oude Testament bereidt het Nieuwe voor, en het Nieuwe vervult hetOude: de twee verlichten elkaar. “Het nieuwe Testament is verborgen in het Oude Testament en het Oude Testament wordt in het Nieuwe Testament onthuld” (H. Augustinus) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 128-130; 1407-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 31
  • 32. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 2: God ontmoet de mens ARTIKEL 3 - De heilige Schrift Welke functie vervult de heilige Schrift in het leven van24 de Kerk?De heilige Schrift geeft aan het leven van de Kerk steun en kracht.Voor de kinderen van de Kerk is zij vastheid in het geloof, en voedsel en bronvan geestelijk leven.Zij is de ziel van de theologie en van de pastorale prediking.De psalmist zegt: "Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, het is een licht opmijn pad." (Ps. 119, 105).Daarom spoort de Kerk aan tot de veelvuldige lezing van de Heilige Schrift,want “de Schriften niet kennen, betekent Christus niet kennen" (H.Hiëronymus). “De Schriften niet kennen, betekent Christus niet kennen." (H. Hiëronymus) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 103-104; 131-133; 1417-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 32
  • 33. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 3: Het antwoord van de mens aan God ARTIKEL 1 - Ik geloof25 Hoe antwoordt de mens op God die zich openbaart?De mens, ondersteund door de goddelijke genade, antwoordt met degehoorzaamheid van het geloof, wat inhoudt dat hij zich volledig aan Godtoevertrouwt en zijn Waarheid aanneemt, omdat zij gewaarborgd wordt doorHem die de Waarheid zelf is. “Door Hem heb ik de genade van het apostelschap ontvangen, om ter wille van zijn naam onder alle volken mensen tot de gehoorzaamheid van het geloof te brengen” (Rom. 1, 5) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 142-1437-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 33
  • 34. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 3: Het antwoord van de mens aan God ARTIKEL 1 - Ik geloof26 Hoe antwoordt de mens op God die zich openbaart?Er zijn vele getuigen, maar twee in het bijzonder: Abraham, die "God heeftgeloofd " (Rom. 4, 3) toen hij op de proef werd gesteld, en altijdgehoorzaamde aan de roepstem van God, en die daarom geworden is tot"vader van allen die geloven" (Rom. 4, 11.18); en de maagd Maria, die degehoorzaamheid van het geloof tijdens heel haar leven op de meestvolmaakte manier heeft verwezenlijkt: "Fiat mihi secundum Verbum tuum –Mij geschiede naar uw Woord." (Lc. 1, 38). "Fiat mihi secundum Verbum tuum – Mij geschiede naar uw Woord." (Lc. 1, 38) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 144-1497-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 34
  • 35. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 3: Het antwoord van de mens aan God ARTIKEL 1 - Ik geloof27 Wat betekent voor de mens in God geloven?Het betekent, zich tot God zelf bekennen, door zich aan Hem toe tevertrouwen en in te stemmen met alle door Hem geopenbaarde waarheden,omdat God de Waarheid is.Het betekent geloven in één God in drie personen: Vader, Zoon en HeiligeGeest. “Er kwam een wolk die hen overdekte, en er klonk een stem uit de wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem’.” (Mc. 9,7) “Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon, en ieder aan wie de Zoon Hem heeft willen onthullen” (Mt. 11.27) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 150-152; 176-1787-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 35
  • 36. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 3: Het antwoord van de mens aan God ARTIKEL 1 - Ik geloof28 Welke zijn de kenmerken van het geloof?Het geloof, een onverdiende gave van God en toegankelijk voor wie er nederig omvragen, is de bovennatuurlijke deugd die noodzakelijk is om gered te worden.Een daad van geloof is een menselijke daad, dat wil zeggen een daad van hetmenselijk verstand dat vrijwillig instemt met de goddelijke waarheid, daartoegedreven door de wil die door God wordt bewogen.Bovendien is het geloof zeker, omdat het gegrondvest is op het Woord van God;het is werkzaam “in liefde" (Gal. 5, 6); het is onophoudelijk in de groei door hetluisteren naar het Woord van God en door het gebed.Het geeft ons een voorsmaak van de hemelse vreugde. “Simon Petrus antwoordde hem: ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God.’ Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Gelukkig ben jij, Simon Barjona; niet vlees en bloed hebben jou dat onthuld, maar mijn Vader in de hemel.” (Mt. 16, 17) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 153-165; 179-180; 183-1847-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 36
  • 37. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 3: Het antwoord van de mens aan God ARTIKEL 1 - Ik geloof Waarom bestaat er tussen geloof en wetenschap geen29 tegenstelling?Hoewel het geloof het verstand te boven gaat, kan er nooit sprake zijn vaneen werkelijke tegenstelling tussen geloof en verstand, omdat beide hunoorsprong hebben in God.Het is dezelfde God, die de mens zowel het licht van het verstand, als ook hetgeloof schenkt. "Ik geloof om te begrijpen en ik begrijp om beter te geloven" (H. Augustinus). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1597-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 37
  • 38. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 3: Het antwoord van de mens aan God ARTIKEL 2 - Wij geloven Waarom is het geloof zowel een persoonlijke als een30 kerkelijke daad?Het geloof is een persoonlijke daad, omdat het een vrij antwoord van demens is op God, die zich openbaart.Maar tegelijkertijd is het een kerkelijke daad, die zich uitdrukt in debelijdenis: "Wij geloven".Het is immers de Kerk die gelooft; zij gaat zo door de genade van de HeiligeGeest vooraf aan het geloof van de afzonderlijke christen, brengt het voort envoedt het.Daarom is de Kerk de Moeder en Lerares. "Niemand kan God als Vader hebben als hij de Kerk niet als moeder heeft" (H. Cyprianus) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 166-1677-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 38
  • 39. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 3: Het antwoord van de mens aan God ARTIKEL 2 - Wij geloven31 Waarom zijn de geloofsformules belangrijk?De geloofsformules zijn belangrijk omdat zij, het mogelijk maken• om de waarheden van het geloof tot uitdrukking te brengen,• ze eigen te maken,• ze te vieren en• samen met anderen te beleven,door het gebruik van een gemeenschappelijke taal. Wij geloven niet in de formules, maar in de werkelijkheden die ze uitdrukken en die het geloof ons toestaat aan te raken. De (geloofs)daad van de gelovige blijft niet staan bij de formulering, maar bij de zaak zelf‘ (H. Thomas van Aquino) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 170-1717-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 39
  • 40. Sectie 1: Ik Geloof – Wij Geloven Hoofdstuk 3: Het antwoord van de mens aan God ARTIKEL 2- Wij geloven32 In hoeverre bestaat er slechts één geloof van de Kerk?Hoewel de Kerk bestaat uit mensen die van elkaar verschillen in taal, cultuuren riten, belijdt zij eenstemmig het ene geloof, dat zij van de ene Heerontvangen heeft en dat door de ene Apostolische Overlevering wordtdoorgegeven.Zij belijdt één God – Vader, Zoon en Heilige Geest – en leert een en dezelfdeheilsweg.Daarom geloven wij, één van hart en één van ziel, al wat vervat ligt in hetovergeleverde of geschreven woord van God, en door de Kerk wordtvoorgehouden als goddelijk geopenbaard. “…één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen en in allen.” (Ef. 4, 4-6) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 172-175; 1827-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 40
  • 41. DEEL 1 - De Geloofsbelijdenis Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Het Kruis als de Levensboom, detail uit het apsismozaïek (12de eeuw). Basiliek San Clemente, Rome, met vriendelijke toestemming van de Ierse paters Dominicanen. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 41
  • 42. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Dit oude mozaïek van de basiliek van de heilige Clemens in Rome, viert de overwinning van het Kruis, het centrale geheim van het christelijke geloof. Het laat de weelderige bloei zien van een acanthusstruik, van waaruit naar alle kanten talrijke ranken zich vertakken met hun bloemen en vruchten. De levenskracht van deze plant wordt geschonken door het kruis van Jezus, wiens offer de herschepping betekent van de mensheid en van de kosmos. Jezus is de nieuwe Adam, die door het mysterie van zijn lijden, dood enverrijzenis de mensheid doet opbloeien, door haar te verzoenen met de Vader. Rondom de lijdende Christus zijn er twaalf witte duiven, die de twaalf apostelen voorstellen.Aan de voet van het kruis staan Maria en Johannes, de leerling die Hij liefhad:”Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling: Zie daar uw moeder. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis” (Joh. 19, 26-27). DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 42
  • 43. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Bovenaan strekt zich de hand uit van de Vader, die een zegekrans aanbiedt aan zijn Zoon, die de dood overwonnen heeft door zijn paasmysterie. Aan de voet van de plant bestrijdt een klein hert de slang van het kwaad. Aan deze plant, die de boom van de verlossing voorstelt, ontspringt een bron van opborrelend water, die leven geeft aan vier beken, die de vier evangelies symboliseren, waaraan de gelovigen hun dorst lessen, zoals de herten aan de bronnen van levend water. De Kerk wordt hier voorgesteld als een hemelse tuin, die zijn leven ontvangt van Jezus, de ware boom des levens. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 43
  • 44. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo De apostolische geloofsbelijdenis Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, en in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer, die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven; die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden; die opgestegen is ten hemel; zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader; vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de heilige Geest, de heilige katholieke Kerk, de gemeenschap van de heiligen, de vergeving van de zonden, de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven. Amen. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 44
  • 45. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo Symbolum Apostolicum Credo in Deum, Patrem omnipotentem, Creatorem caeli et terra, et in Jesum Christum, Filium Ejus unicum, Dominum nostrum: qui conceptus est de Spiritu Sancto, natus ex Maria Virgine, passus sub Pontio Pilato, crucifixus, mortuus, et sepultus: descendit ad inferos; tertia die resurrexit a mortuis; ascendit ad caelos, sedet ad dexteram Dei Patris omnipotentis: inde venturus est judicare vivos ad mortuos. In Spiritum Sanctum, sanctam Ecclesiam catholicam, Sanctorum communionem, remissionem peccatorum, carnis resurrectionem, vitam aeternam. Amen. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 45
  • 46. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo Geloofsbelijdenis van Nicea – Constantinopel (1) Ik geloof in één God de almachtige Vader Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 46
  • 47. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo Geloofsbelijdenis van Nicea – Constantinopel (2) God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 47
  • 48. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo Geloofsbelijdenis van Nicea - Constantinopel (3) Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften. Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 48
  • 49. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo Geloofsbelijdenis van Nicea – Constantinopel (4) Ik geloof in de heilige Geest die Heer is en het leven geeft die voortkomt uit de Vader en de Zoon; die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt; die gesproken heeft door de profeten. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 49
  • 50. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo Geloofsbelijdenis van Nicea - Constantinopel (5) Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk. Amen. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 50
  • 51. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo Symbolum Nicænum Constantinopolitanum (1) Credo in unum Deum, Patrem omnipoténtem, Factórem cæli et terræ, visibílium ómnium et invisibílium Et in unum Dóminum Iesum Christum, Fílium Dei unigénitum et ex Patre natum ante ómnia sæcula: Deum de Deo, Lumen de Lúmine, Deum verum de Deo vero, génitum, non factum, consubstantiálem Patri: per quem ómnia facta sunt; qui propter nos hómines et propter nostram salútem, descéndit de cælis, DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 51
  • 52. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo Symbolum Nicænum Constantinopolitanum (2) et incarnátus est de Spíritu Sancto ex María Vírgine et homo factus est, crucifíxus étiam pro nobis sub Póntio Piláto, passus et sepúltus est, et resurréxit tértia die secúndum Scriptúras, et ascéndit in cælum, sedet ad déxteram Patris, Deum verum de Deo vero, et íterum ventúrus est cum glória, iudicáre vivos et mórtuos, cuius regni non erit finis. Credo in Spíritum Sanctum, Dóminum et vivificántem, qui ex Patre Filióque procédit, DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 52
  • 53. SECTIE 2 - De belijdenis van het christelijk geloof Het Credo Symbolum Nicænum Constantinopolitanum (3) qui cum Patre et Fílio simul adorátur et conglorificátur, qui locútus est per prophétas. Et unam sanctam cathólicam et apostólicam Ecclésiam. Confíteor unum Baptísma in remissiónem peccatórum. Et exspécto resurrectiónem mortuórum, et vitam ventúri sæculi. Amen. DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 53
  • 54. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof33 Wat zijn geloofsbelijdenissen?Dat zijn formules in artikelen onderverdeeld, ook "geloofssymbola" of"Credo" genoemd, waarmee de Kerk vanaf haar eerste begin haar geloofsamenvattend heeft uitgedrukt en doorgegeven, in een voor alle gelovigenbindende en gemeenschappelijke taal. “Want als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u gered worden.” (Rom. 10, 9) Het Griekse woord symbolon duidde de helft van een gebroken voorwerp aan (b.v. een zegel) dat men aanbood als een teken van herkenning. De gebroken gedeelten werden weer samengevoegd om de identiteit van de drager te verifiëren. Het geloofssymbolon is dus een teken van herkenning en van gemeenschap onder de gelovigen DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 185-188; 192-1977-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 54
  • 55. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof34 Wat zijn de oudste geloofbelijdenissen?De oudste zijn de geloofsbelijdenissen bij het Doopsel.Omdat het Doopsel toegediend wordt "in de naam van de Vader en de Zoonen de Heilige Geest" (Mt. 28, 19), worden de geloofswaarheden die daarbijbeleden worden, ingedeeld overeenkomstig hun verwijzing naar de driepersonen van de Allerheiligste Drie-eenheid. De geloofsbelijdenis bestaat dus uit drie delen:1. In het eerste deel wordt de eerste goddelijke Persoon en het wonderbare werk van de schepping behandeld;2. in het tweede deel de tweede goddelijke Persoon en het mysterie van de verlossing van de mensen;3. in het derde deel de derde goddelijke Persoon, beginsel en bron van onze heiliging. (Catech. R. 1,1,4) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 189-1917-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 55
  • 56. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof35 Wat zijn de belangrijkste geloofsbelijdenissen?De belangrijkste zijn de geloofsbelijdenis van de apostelen, die de oudedoopbelijdenis is die de Kerk van Rome gebruikte;en de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel, vrucht van de twee EersteOecumenische Concilies van Nicea (325) en Constantinopel (381) en tot op dedag van vandaag nog steeds gemeenschappelijk aan alle grote kerken vanOost en West. Deze geloofsbelijdenis is het geestelijk zegel, het is de overdenking van ons hart en de voortdurend aanwezige hoedster, het is stellig de schat van onze ziel. (H. Ambrosius) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 193-1967-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 56
  • 57. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 1: Ik geloof in God Waarom begint de geloofsbelijdenis met:36 "Ik geloof in God "?Omdat de bevestiging "ik geloof in God " de meest fundamentele is,de bron van alle andere waarheden over de mens en de wereld,en van heel het leven van ieder die in Hem gelooft. De artikelen van het Credo hangen alle af van het eerste artikel, precies zoals bij de Tien geboden de negen andere een nadere uitleg zijn van het eerste. De andere artikelen doen ons God beter kennen, zoals Hij zich steeds meer aan de mensen geopenbaard heeft. (Catech. R. 1,2,2) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 198-1997-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 57
  • 58. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 1: Ik geloof in God37 Waarom belijden wij één God?Omdat Hij zich aan het volk Israël heeft geopenbaard als de Enige, toen Hijzei: "Luister, Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen!" (Dt. 6, 4); "Ik benGod en niemand anders" (Jes. 45, 22). Jezus zelf heeft dit bevestigd toen Hijzei, dat God "de enige Heer" is (Mc. 12, 29).Belijden, dat ook Jezus en de Heilige Geest God en Heer zijn, brengt in de eneGod geen enkele scheiding aan. “Als God niet uniek is, is Hij geen God.” (Tertullianus) Jezus antwoordde: “Het eerste is dit: Luister Israël, de Heer onze God is de enige Heer. u zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht.” (Mc. 12, 29,30) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 200-202; 2287-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 58
  • 59. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 1: Ik geloof in God38 Met welke Naam openbaart God zich?God openbaart zich aan Mozes als de levende God, als “de God van Abraham,de God van Isaak en de God van Jakob" (Ex. 3, 6).God openbaart aan diezelfde Mozes ook zijn mysterievolle naam "Ik ben dieis” (YHWH). De onuitsprekelijke Naam van God werd al in de tijd van hetOude Testament door het woord Heer vervangen.Wanneer Jezus dan ook in het Nieuwe Testament Heer wordt genoemd,verschijnt Hij als waarachtig God. En Hij vervolgde: ‘Ik ben de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God op te zien. (Ex. 3, 6) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 203-205; 230-2317-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 59
  • 60. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 1: Ik geloof in God39 "Is" God alleen?Terwijl alle schepselen al wat zij zijn en al wat zij hebben, van Hem ontvangenhebben, is Hij alleen de volheid van het zijn en van alle volmaaktheid.Hij is de "Hij die Is", zonder begin en zonder einde. Jezus openbaart dat ookHij de goddelijke naam draagt: "Ik ben". (Joh 8, 28) Daarom ging Jezus verder: ‘Wanneer u de Mensenzoon omhoog geheven hebt, dan zult u begrijpen dat Ik het ben en dat Ik niets uit Mijzelf doe; alleen datgene wat de Vader Mij geleerd heeft, dat verkondig Ik. (Joh. 8, 28) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 212-213; 2297-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 60
  • 61. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 1: Ik geloof in God40 Waarom is de Openbaring van Gods naam belangrijk?Wanneer God zijn naam openbaart, maakt Hij de rijkdommen bekend die inzijn onuitsprekelijk mysterie vervat liggen: Hij alleen is, van oudsher en vooraltijd, degene die de wereld en de geschiedenis overstijgt. Hij heeft de hemelen de aarde geschapen. Hij is de trouwe God, die zijn volk altijd nabij is omhet te redden. Hij is de Heilige bij uitstek, "rijk aan erbarming" (Ef. 2, 4) enaltijd bereid om te vergeven. Hij is het geestelijke Wezen, alles overstijgend,almachtig, eeuwig, persoonlijk, volmaakt. Hij is waarheid en liefde. "God is het oneindig volmaakte Wezen, de allerheiligste Drieëenheid" (H. Turibius van Mogrovejo) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 206-2137-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 61
  • 62. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 1: Ik geloof in God41 In welke zin is God de waarheid?God is de waarheid zelf, en als zodanig bedriegt Hij zichzelf niet, en kan Hijniet bedriegen. Hij "is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis" (1 Joh. 1,5). De eeuwige Zoon van God, de mensgeworden Wijsheid, werd in de wereldgezonden "om getuigenis af te leggen van de waarheid." (Joh. 18, 37) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 214-217; 2317-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 62
  • 63. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 1: Ik geloof in God42 Hoe openbaart God dat Hij liefde is?God openbaart zich aan Israël als degene wiens liefde groter is dan die vaneen vader of moeder voor hun kinderen, of dan die van een bruidegom voorzijn bruid. In zichzelf is Hij "Liefde" (1 Joh. 4, 8.16), die zich volmaakt en omniet wegschenkt. "Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijneniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat de wereld door Hem zou wordengered." (Joh. 3, 16-17) Door zijn Zoon en de heilige Geest te zendenopenbaart God dat Hijzelf eeuwige uitwisseling van liefde is. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 218-2217-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 63
  • 64. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 1: Ik geloof in God43 Wat brengt geloven in één God met zich mee?Geloven in de ene en enige God, brengt met zich mee: besef hebben van zijngrootheid en majesteit; leven in dankzegging jegens Hem; altijd op Hemvertrouwen, zelfs bij tegenspoed; de eenheid en de ware waardigheid vanalle mensen erkennen, geschapen als zij zijn naar zijn Beeld; op de juistemanier gebruik maken van wat door Hem geschapen is. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 222-227; 2297-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 64
  • 65. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 2: De Vader Wat is het centrale mysterie van het christelijk geloof en44 het christelijk leven?Het centrale mysterie van het christelijk geloof en het christelijk leven is hetmysterie van de allerheiligste Drie-eenheid. De christenen worden gedoopt inde naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 232-2367-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 65
  • 66. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 2: De Vader Kan het mysterie van de Allerheiligste Drie-eenheid met45 het menselijke verstand alleen gekend worden?God heeft wel sporen van zijn drie-ene wezen nagelaten in de schepping en inhet Oude Testament, maar zijn diepste wezen als heilige Drie-eenheid vormteen mysterie dat voor het menselijk verstand alleen niet toegankelijk is,evenmin voor het geloof van Israël, vóór de menswording van Gods Zoon ende zending van de heilige Geest.Dit mysterie werd door Jezus Christus geopenbaard, en vormt de bron vanalle andere mysteries. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 2377-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 66
  • 67. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 2: De Vader Wat openbaart Jezus Christus ons over het mysterie van46 de Vader?Jezus Christus openbaart ons, dat God "Vader" is: niet alleen als Schepper vande wereld en van de mens, maar vooral omdat Hij van alle eeuwigheid in zijnschoot de Zoon voortbrengt, die zijn Woord is, "de afstraling van Godsheerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen" (Heb. 1, 3). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 2377-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 67
  • 68. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 2: De Vader Wie is de Heilige Geest, ons door Jezus Christus47 geopenbaard?Hij is de derde persoon van de Allerheiligste Drie-eenheid.Hij is God, één met en gelijk aan de Vader en de Zoon.Hij "gaat uit van de Vader" (Joh. 15, 26), die als beginsel zonder begin, deoorsprong is van heel het leven van de Drie-eenheid.Hij komt ook voort uit de Zoon (Filioque), omdat de Vader Hem als eeuwigeGave meedeelt aan de Zoon.Door de Vader en door de mensgeworden Zoon gezonden, leidt de heiligeGeest de Kerk tot de kennis van “de volle waarheid" (Joh. 16, 13). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 243-248; 263-2647-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 68
  • 69. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 2: De Vader48 Hoe drukt de Kerk haar geloof in de Drie-eenheid uit?De Kerk drukt haar geloof in de Drie-eenheid uit, wanneer zij één God belijdtin drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest.De drie goddelijke personen zijn één enige God, want ieder van hen isidentiek met de volheid van de enige en ondeelbare goddelijke natuur.Zij zijn werkelijk van elkaar onderscheiden door de betrekkingen waarmee zijnaar elkaar verwijzen: de Vader brengt de Zoon voort, de Zoon wordt door deVader voortgebracht, de heilige Geest komt voort uit de Vader en de Zoon. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 249-256; 265-2667-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 69
  • 70. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 2: De Vader49 Hoe werken de drie goddelijke personen?Ondeelbaar in hun éne wezen, zijn de goddelijke personen ook ondeelbaar inhun handelen: de Drie-eenheid heeft slechts één en hetzelfde handelen.Maar binnen het ene goddelijke handelen is iedere persoon aanwezig op dewijze die hem eigen is in de Drie-eenheid. "O mijn God, Drieëenheid, die ik aanbid, (...) Breng mij tot rust en stilte - mijn hart een hemel voor U, een geliefd huis waar Gij rusten kunt! Dat ik U daar nooit alleen laat: ik wil bij U zijn met heel mijn wezen, heel wakker in geloof, heel en al aanbidding, helemaal prijsgegeven aan uw scheppende kracht!" (Z. Elisabeth van de Drieëenheid). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 257-260; 2677-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 70
  • 71. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 3: De Almachtige50 Wat betekent het, dat God almachtig is?God heeft zich geopenbaard als "de sterke, de machtige" (Ps. 24, 8), alsDegene voor wie "niets onmogelijk" is (Lc. 1, 37).Zijn almacht is universeel, vol mysterie, en openbaart zich in de scheppingvan de wereld uit het niets, en van de mens uit liefde, maar vooral in demenswording en de verrijzenis van zijn Zoon, in het geschenk ons als zijnkinderen aan te nemen, en in de vergeving van de zonden.Daarom richt de Kerk haar gebed tot de "almachtige, eeuwige God"(“Omnipotens sempiterne Deus ... "). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 268-274; 275-2787-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 71
  • 72. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 4: De Schepper Waarom is het belangrijk om te bevestigen:51 "In het begin schiep God hemel en aarde" (Gen. 1, 1)?Omdat de schepping het fundament is van alle goddelijke heilsplannen; zijlaat de almachtige en wijze liefde zien van God; zij is de eerste stap in derichting van een verbond van de enige God met zijn volk; zij is het begin vande heilsgeschiedenis, die in Christus zijn hoogtepunt heeft; zij is een eersteantwoord op de fundamentele vragen van de mens naar zijn oorsprong enzijn doel. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 279-281; 282-289; 3157-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 72
  • 73. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 4: De Schepper52 Wie heeft de wereld geschapen?De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn het enige en ondeelbare beginselvan de wereld, ook al wordt het werk van de schepping van de wereld vooralaan God de Vader toegeschreven. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 290-292; 3167-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 73
  • 74. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 4: De Schepper53 Waartoe is de wereld geschapen?De wereld is voor de glorie van God geschapen, die zijn goedheid, waarheiden schoonheid heeft willen laten zien en heeft willen meedelen. Hetuiteindelijke doel van de schepping is dat God in Christus "alles in allen" kanzijn (1 Kor. 15, 28), tot zijn glorie en tot onze zaligheid. "De glorie van God is immers de levende mens, en het leven van de mens is immers de aanschouwing van God." (H. Ireneüs). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 293-294; 3197-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 74
  • 75. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 4: De Schepper54 Hoe heeft God het heelal geschapen?God heeft het heelal uit vrije wil met wijsheid en liefde geschapen.De wereld is niet het product van een of andere noodzaak, van een blind lotof van het toeval.God heeft "uit het niet" ("ex nihilo" (2 Mak. 7, 28)) een geordende en goedewereld geschapen, die Hij oneindig overstijgt.God houdt zijn schepping in stand en ondersteunt haar, terwijl Hij haar demogelijkheid geeft te handelen en haar naar haar voltooiing leidt door middelvan zijn Zoon en van de heilige Geest. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 295-301; 317-3207-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 75
  • 76. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 4: De Schepper55 Waarin bestaat de goddelijke voorzienigheid?Zij bestaat in de beschikkingen, waarmee God zijn schepselen tot deuiteindelijke volmaaktheid leidt, waartoe Hij ze geroepen heeft.God is de soevereine oorsprong van zijn heilsplan.Maar om dit plan te verwezenlijken bedient Hij zich ook van de medewerkingvan zijn schepselen.Tegelijkertijd schenkt Hij zijn schepselen de waardigheid zelf te handelen, enelkaars oorzaak te zijn. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 301-306; 3217-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 76
  • 77. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 4: De Schepper Hoe werkt de mens mee met de goddelijke56 Voorzienigheid?In respect voor zijn vrijheid, geeft God de mens de mogelijkheid en verlangtHij van hem mee te werken door zijn handelen, zijn gebeden, maar ook doorzijn lijden, terwijl Hij in hem "zowel het willen als het doen tot stand brengtom zijn heilsplan te verwezenlijken" (Fil. 2, 13). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 307-308; 322-3237-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 77
  • 78. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 4: De Schepper Als God almachtig is en voorzienigheid, hoe kan dan het57 kwaad bestaan?Op deze vraag, tegelijkertijd smartelijk maar ook vol mysterie, kan alleen hetchristelijk geloof in zijn geheel een antwoord geven.God is op geen enkele manier, direct noch indirect, de oorzaak van hetmorele kwaad.Hij verheldert het mysterie van het kwaad door zijn Zoon Jezus Christus, diegestorven en verrezen is om het grote morele kwaad te overwinnen, dat dezonde van de mensheid is, en dat de wortel is van alle andere kwaad. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 309-310; 324; 4007-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 78
  • 79. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 4: De Schepper58 Waarom laat God het kwaad toe?Het geloof geeft ons de zekerheid dat God het kwaad nooit zou toelaten, alsHij niet uit datzelfde kwaad het goede zou laten voortkomen.God heeft dit al op wonderbare wijze gedaan in de dood en de verrijzenis vanChristus: uit het ergste morele kwaad, het vermoorden van zijn Zoon, heeftHij het allergrootste goed laten voortkomen: de verheerlijking van Christus enonze verlossing. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 311-314; 3247-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 79
  • 80. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 5: De hemel en de aarde59 Wat heeft God geschapen?De heilige Schrift zegt: “In het begin schiep God de hemel en de aarde” (Gen.1, 1). In haar geloofsbelijdenis verkondigt de Kerk dat God de Schepper is vanal wat zichtbaar en onzichtbaar is, van alle geestelijke en stoffelijke wezens,dat wil zeggen van de engelen en van de zichtbare wereld, en in het bijzondervan de mens. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 325-3277-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 80
  • 81. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 5: De hemel en de aarde60 Wie zijn de engelen?De engelen zijn louter geestelijke schepselen, niet lichamelijke, onzichtbare,onsterfelijke, persoonlijke wezens, begiftigd met verstand en wil.Terwijl zij God voortdurend aanschouwen van aangezicht tot aangezicht,verheerlijken zij Hem, dienen zij Hem, en zijn zij Zijn boodschappers bij devervulling van de heilszending voor alle mensen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 328-333; 350-3517-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 81
  • 82. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 5: De hemel en de aarde61 Hoe zijn de engelen aanwezig in het leven van de Kerk?De Kerk verenigt zich met de engelen om God te aanbidden; zij roept hunbijstand in en viert van sommige liturgisch de gedachtenis. "Iedere gelovige wordt door een engel ter zijde gestaan om hem naar het Leven te geleiden." (H. Basilius de Grote) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 334-336; 3527-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 82
  • 83. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 5: De hemel en de aarde Wat leert de Heilige Schrift over de schepping van de62 zichtbare wereld?Door het verhaal van de “zes dagen” van de schepping, doet de Heilige Schriftons de waarde kennen van het geschapene en zijn gerichtheid op de lof vanGod en op de dienst aan de mens.Elk ding dankt zijn bestaan aan God, van Wie het zijn eigen goedheid envolmaaktheid, zijn eigen wetten en zijn plaats in de wereld ontvangt. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 337-3417-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 83
  • 84. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 5: De hemel en de aarde63 Welke plaats heeft de mens in de schepping?De mens is het hoogtepunt van de zichtbare schepping in zoverre hijgeschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 343-344; 3537-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 84
  • 85. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 5: De hemel en de aarde Wat voor band bestaat er tussen de schepselen64 onderling?Tussen de schepselen bestaat er een door God gewilde onderlingeafhankelijkheid en hiërarchie.Tegelijkertijd bestaat er tussen de schepselen een eenheid en solidariteit,omdat allen dezelfde Schepper hebben, allen door Hem worden bemind enop zijn heerlijkheid zijn geordend.De wetten eerbiedigen die staan ingeschreven in de schepping, en deverhoudingen die voortvloeien uit de natuur der dingen, is dan ook eenbeginsel van wijsheid en een fundament van de moraal. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 343-344; 3537-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 85
  • 86. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 5: De hemel en de aarde Geprezen zijt Gij, Heer, met al uw schepselen Vooral zuster zon, die de dag is, en door wie Gij ons verlicht. En zij is schoon en stralend met grote glans: van U, Allerhoogste is zij het zinnebeeld. Geprezen zijt Gij, mijn Heer, om zuster water die zeer nuttig en nederig en kostbaar en rein is…. Geprezen zijt Gij, mijn Heer, om onze zuster, moeder aarde Die ons onderhoudt en voedt En verscheidene vruchten voortbrengt Samen met kleurrijke bloemen en gras Prijst en zegent de Heer en dankt Hem En dient Hem in grote nederigheid (H. Franciscus van Assisi) DE GELOOFSBELIJDENIS7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 86
  • 87. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 5: De hemel en de aarde Welke verhouding bestaat er tussen het scheppingswerk65 en het verlossingswerk?Het scheppingswerk vindt zijn hoogtepunt in het nog grotere werk van deverlossing.Met het verlossingswerk begint in feite de nieuwe schepping, waarin alles zijnvolledige zin en zijn voltooiing zal hervinden. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 345-3497-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 87
  • 88. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 6: De mens66 In welke zin is de mens “als beeld van God” geschapen?De mens is geschapen naar het beeld van God, in de zin dat Hij in staat is invrijheid zijn eigen Schepper te kennen en lief te hebben.Hij is het enige schepsel op aarde dat God om zichzelf heeft gewild en dat Hijgeroepen heeft met Hem zijn goddelijk te leven delen in de kennis en in deliefde.Omdat hij naar het beeld van God geschapen is, heeft de mens dewaardigheid van een persoon: hij is niet iets, maar iemand, in staat zichzelf tekennen, zich in vrijheid te geven en in gemeenschap te treden met God enandere personen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 355-3577-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 88
  • 89. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 6: De mens67 Waartoe heeft God de mens geschapen?God heeft alles voor de mens geschapen, maar de mens is geschapen omGod te kennen, te dienen en te beminnen, om Hem in deze wereld heel deschepping in dankzegging aan te bieden, en om verheven te worden tot hetleven met God in de hemel.Alleen in het mysterie van het mensgeworden Woord wordt het mysterie vande mens op de juiste wijze belicht.Want de mens is voorbestemd om getrouw het beeld weer te geven van demensgeworden Zoon van God, die het volmaakte “beeld van de onzichtbareGod” is (Kol. 1, 15). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 358-359; 3817-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 89
  • 90. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 6: De mens68 Waarom vormen de mensen een eenheid?Alle mensen vormen de eenheid van het mensengeslacht, vanwege hungemeenschappelijke oorsprong die zij van God hebben.God heeft bovendien “heel het mensengeslacht uit één doen ontstaan”(Hand. 17, 26).Vervolgens hebben allen een en dezelfde Redder, en zijn allen geroepen omte delen in het eeuwig geluk van God. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 360-3617-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 90
  • 91. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 6: De mens Hoe vormen in de mens de ziel en het lichaam een69 eenheid?De menselijke persoon is een wezen dat tegelijk lichamelijk en geestelijk is.In de mens vormen de geest en de stof één enkele natuur.Deze eenheid is zo diep dat, dank zij het geestelijke beginsel dat de ziel is, hetlichaam dat stoffelijk is, een menselijk en levend lichaam wordt, en deelheeftaan de waardigheid van het beeld van God. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 362-365; 3827-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 91
  • 92. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 6: De mens70 Wie geeft de ziel aan de mens?De geestelijke ziel komt niet van de ouders, maar wordt direct door Godgeschapen en is onsterfelijk. Wanneer zij zich in het uur van de dood van hetlichaam scheidt, vergaat zij niet; en zij zal zich opnieuw met het lichaamverenigen op het ogenblik van de uiteindelijke verrijzenis. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 366-368; 3827-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 92
  • 93. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 6: De mens Welke verhouding heeft God bepaald tussen de man en71 de vrouw?Man en vrouw zijn door God geschapen in een gelijke waardigheid alsmenselijke personen, en tegelijkertijd in een wederzijdse aanvulling tenopzichte van elkaar doordat zij mannelijk en vrouwelijk zijn.God heeft hen voor elkaar gewild om een gemeenschap van personen tevormen. Samen zijn ze ook geroepen het menselijk leven door te geven, doorin het huwelijk “één vlees” te worden (Gen. 2, 24; letterlijk), en om als“rentmeesters” van God de aarde te onderwerpen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 369-373; 3837-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 93
  • 94. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 6: De mens Wat was naar Gods plan de oorspronkelijke toestand van72 de mens?Bij de schepping van de man en de vrouw had God hun een bijzonderedeelname gegeven aan zijn eigen goddelijk leven, in heiligheid enrechtvaardigheid. Naar Gods plan had de mens niet hoeven te lijden noch testerven. Bovendien heerste er een volkomen harmonie in de mens zelf,tussen het schepsel en de Schepper, tussen man en vrouw, alsook tussen heteerste mensenpaar en heel de schepping. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 374-379; 3847-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 94
  • 95. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 7: De zondeval73 Hoe is de realiteit van de zonde te verstaan?In de geschiedenis van de mens is de zonde aanwezig.Deze realiteit wordt slechts ten volle duidelijk in het licht van de goddelijkeOpenbaring en vooral in het licht van Christus, de Redder van alle mensen,die de genade mateloos heeft doen zijn, juist daar waar de zonde heeftgewoekerd. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 385-3907-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 95
  • 96. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 7: De zondeval74 Wat betekent de val van de engelen?Met deze uitdrukking duidt men aan dat Satan en de andere demonen, overwie de Heilige Schrift en de Overlevering van de Kerk spreken, ofschoon zedoor God als goede engelen geschapen waren, zich in slechte engelenveranderd hebben, omdat zij in vrije en onherroepelijke keuze God en zijnRijk hebben afgewezen, en daarmee de hel hebben doen ontstaan.Zij proberen de mens te betrekken in hun opstand tegen God; maar Godbevestigt in Christus zijn zekere overwinning over de Boze. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 391-395; 4147-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 96
  • 97. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 7: De zondeval75 Waarin bestaat de eerste zonde van de mens?De mens, verleid door de duivel, heeft in zijn hart het licht van hetvertrouwen in zijn Schepper laten uitgaan, en in ongehoorzaamheid aan Hem,heeft hij “gelijk aan God” willen zijn, maar dan zonder God en niet volgensGod.Daarmee verloren Adam en Eva onmiddellijk voor zichzelf en voor al hunnakomelingen, de oorspronkelijke genade van de heiligheid en van derechtvaardigheid. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 396-403; 415-4177-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 97
  • 98. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 7: De zondeval76 Wat is de erfzonde?De erfzonde, waarin alle mensen geboren worden, is een staat van gemis vande oorspronkelijke heiligheid en rechtvaardigheid.Het is een zonde die wij “meekrijgen” maar niet hebben “begaan”.In deze staat is de mens van geboorte af aan. Het is geen persoonlijke daad.Omdat alle mensen uit een en dezelfde oorsprong zijn, wordt deze staat vangemis op de nakomelingen van Adam overgedragen met de menselijkenatuur, “niet door navolging maar door voortplanting”.Dit doorgeven van de erfzonde is een mysterie dat wij niet ten volle kunnenbegrijpen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 404; 4197-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 98
  • 99. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 7: De zondeval77 Welke andere gevolgen roept de erfzonde op?Ten gevolge van de erfzonde is de menselijke natuur weliswaar niet geheelverdorven, maar wel in haar natuurlijke krachten gewond, onderworpen aanonwetendheid, aan het lijden, aan de heerschappij van de dood, en is zijgeneigd tot zonde. Deze neiging heet concupiscentie (begeerlijkheid) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 405-409; 413-4187-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 99
  • 100. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 1: Ik geloof in God de Vader ARTIKEL 1 - "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde“ Paragraaf 7: De zondeval78 Wat heeft God na de eerste zonde gedaan?Na de eerste zonde werd de wereld overstroomd door zonden, maar Godheeft de mens niet overgelaten aan de macht van de dood.Integendeel: hij heeft hem op mysterievolle manier voorzegd - in het “proto-evangelie” (Gen. 3, 15) - dat het kwaad overwonnen en de mens uit zijnzondeval overeind geholpen zou worden.Dit is de eerste aankondiging van de Messias, de Verlosser.Daarom zal de zondeval zelfs “gelukkige schuld” genoemd worden, “waaraanwij de Verlosser danken” DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 410-412; 420-4217-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 100
  • 101. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God79 Wat is de Blijde Boodschap voor de mensen?Dat is de aankondiging van Jezus Christus, de “Zoon van de levende God” (Mt.16, 16), gestorven en verrezen.Ten tijde van koning Herodes en van keizer Augustus heeft God de beloftendie Hij aan Abraham en zijn nakomelingen gedaan had, in vervulling doengaan, door “zijn Zoon” te zenden, “geboren uit een vrouw, geboren onder deWet, opdat Hij hen die onder de wet stonden, zou bevrijden, opdat wij derang van zonen zouden verkrijgen.” (Gal. 4, 4-5). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 422-4247-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 101
  • 102. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God80 Hoe wordt de Blijde Boodschap verspreid?Vanaf het begin hadden de eerste leerlingen het vurig verlangen JezusChristus te verkondigen, met de bedoeling om alle mensen te brengen tot hetgeloof in Hem.Ook vandaag wordt uit de liefdevolle kennis van Christus het verlangengeboren om te evangeliseren en te catechiseren, dat wil zeggen in zijnPersoon heel het heilsplan van God te onthullen, en de mensheid te brengentot de gemeenschap met Hem. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 425-4297-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 102
  • 103. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God ARTIKEL 2 - "En in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer“81 Wat betekent de naam “Jezus “?De naam “Jezus”, die door de engel op het ogenblik van de Aankondigingwerd gegeven, betekent "God redt”.Hij drukt zijn identiteit uit en zijn zending, “want Hij zal zijn volk redden uithun zonden” (Mt. 1, 21).Petrus bevestigt: “Er is geen andere naam onder hemel aan de mensengegeven, waarin wij gered moeten worden” (Hand. 4, 12). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 430-435; 4527-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 103
  • 104. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God ARTIKEL 2 - "En in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer“81 Wat betekent de naam “Jezus “?De naam “Jezus”, die door de engel op het ogenblik van de Aankondigingwerd gegeven, betekent "God redt”.Hij drukt zijn identiteit uit en zijn zending, “want Hij zal zijn volk redden uithun zonden” (Mt. 1, 21).Petrus bevestigt: “Er is geen andere naam onder hemel aan de mensengegeven, waarin wij gered moeten worden” (Hand. 4, 12). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 430-435; 4527-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 104
  • 105. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God ARTIKEL 2 - "En in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer“82 Waarom wordt Jezus “Christus” genoemd?“Christus” in het Grieks, “Messias” in het Hebreeuws, betekent “Gezalfde”. Jezusis de Christus omdat Hij door God gewijd en met de heilige Geest gezalfd is voorzijn zending als Verlosser.Hij is de Messias, door Israël verwacht en door de Vader in de wereld gezonden.Jezus heeft de titel van Messias aanvaard, maar de betekenis ervan naderuitgelegd: “uit de hemel neergedaald” (Joh. 3, 13), gekruisigd en vervolgensverrezen, is Hij de lijdende dienstknecht van God, die zijn leven geeft “als losprijsvoor velen” (Mt. 20, 28).Van de naam Christus komt onze naam christen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 436-440; 4537-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 105
  • 106. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God ARTIKEL 2 - "En in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer“83 In welke zin is Jezus de eniggeboren Zoon van God?Hij is dat in een unieke en volmaakte zin.Bij zijn Doop en bij de Gedaanteverandering wijst de stem van de Vader Jezus aanals zijn “welbeminde Zoon”.Door zichzelf voor te stellen als de Zoon die “de Vader kent” (Mt. 11, 27),bevestigt Hij zijn unieke en eeuwige relatie met God als zijn Vader.Hij is “de eniggeboren Zoon van God” (1 Joh. 4, 9), de tweede persoon van deDrie-eenheid.Hij staat centraal in de apostolische prediking: de apostelen “hebben zijnheerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vaderontvangt” (Joh. 1, 14). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 441-445; 4547-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 106
  • 107. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God ARTIKEL 2 - "En in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer“84 Wat betekent de titel “Heer”?In de Bijbel betekent deze titel gewoonlijk de soevereine God.Jezus geeft zichzelf deze titel, en openbaart zijn goddelijke soevereiniteit doorzijn macht over de natuur, de demonen, de zonde en de dood, en vooral doorzijn verrijzenis.De eerste christelijke belijdenissen verklaren, dat de macht, de eer en deheerlijkheid, die men aan God de Vader verschuldigd zijn, ook eigen zijn aanJezus: God ”heeft Hem de naam verleend die boven alle namen is” (Fil. 2, 9).Hij is de Heer van de wereld en van de geschiedenis, de Enige aan wie demens zijn persoonlijke vrijheid geheel mag onderwerpen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 446-451; 4557-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 107
  • 108. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 1: Gods Zoon is mens geworden 85 Waarom is de Zoon van God mens geworden? De Zoon van God heeft door het werk van de heilige Geest het vlees aangenomen in de schoot van de maagd Maria, voor ons mensen en omwille van ons heil; dat wil zeggen: om ons, zondaars, met God te verzoenen; om ons zijn oneindige liefde te doen kennen; om voor ons voorbeeld van heiligheid te zijn; om ons “deel te laten krijgen aan Gods eigen wezen” (2 Pt. 1, 4). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 456-460 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 108
  • 109. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 1: Gods Zoon is mens geworden 86 Wat betekent het woord “incarnatie”? Met het woord “incarnatie” benoemt de Kerk het mysterie van de wonderbare eenwording van de goddelijke en de menselijke natuur in de ene goddelijke Persoon van het Woord. Om ons heil te tot stand te brengen, is de Zoon van God “vlees geworden” (Joh. 1, 14), en is zo waarlijk mens geworden. Het geloof in de incarnatie is het kenmerkend voor het christelijk geloof. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 461-463; 483 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 109
  • 110. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 1: Gods Zoon is mens geworden 87 Hoe is Jezus Christus ware God en ware mens? Jezus is onscheidbaar ware God en ware mens, in de eenheid van zijn goddelijke Persoon. Hij, de Zoon van God, die “geboren niet geschapen, één in wezen met de Vader” is, is waarlijk mens geworden zonder op te houden God te zijn, onze Heer. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 464-466; 469 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 110
  • 111. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 1: Gods Zoon is mens geworden 88 Wat leert hierover het Concilie van Chalcedon? Het Concilie van Chalcedon leert te belijden: “één en dezelfde Zoon, onze Heer Jezus Christus, volmaakt in zijn godheid en volmaakt in zijn mensheid, waarlijk God en waarlijk mens, bestaande uit een verstandelijke ziel en een lichaam, één in wezen met de Vader overeenkomstig zijn godheid, één in wezen met ons overeenkomstig zijn mensheid, ‘in alles gelijk aan ons, behalve in de zonde’ (Hebr. 4, 15); geboren uit de Vader vóór alle eeuwen overeenkomstig zijn godheid, en deze laatste dagen voor ons en tot ons heil geboren uit de maagd Maria, Moeder van God, overeenkomstig zijn mensheid”.Jezus is onscheidbaar ware God en ware mens, in de eenheid van zijn goddelijke Persoon. Hij, de Zoon van God, die “geboren niet geschapen, één in wezen met de Vader” is, is waarlijk mens geworden zonder op te houden God te zijn, onze Heer. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 467 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 111
  • 112. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 1: Gods Zoon is mens geworden 89 Hoe drukt de Kerk het mysterie van de incarnatie uit? Zij drukt dat uit, door te bevestigen dat Jezus Christus ware God en ware mens is, met twee naturen, de goddelijke en de menselijke, die niet met elkaar vermengd zijn maar verenigd, in de Persoon van het Woord. Daarom moet alles in de mensheid van Jezus - de wonderen, het lijden en de dood - toegeschreven worden aan zijn goddelijke Persoon, die handelt door de menselijke natuur die Hij aanneemt. “Eniggeboren Zoon en Woord van God, Gij zijt onsterfelijk en voor ons heil hebt Gij U verwaardigd mens te worden uit de heilige Moeder van God en altijd maagd Maria..., Gij die één van de heilige Drie-eenheid zijt, verheerlijkt met de Vader en de heilige Geest, red ons!” (Byzantijnse liturgie van de H. Johannes Chrysostomos) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 464-469; 479-481 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 112
  • 113. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 1: Gods Zoon is mens geworden Had de mensgeworden Zoon van God een ziel met 90 menselijke kennis? De Zoon van God heeft een lichaam aangenomen, dat bezield werd door een menselijke, redelijke ziel. Met zijn menselijk verstand heeft Jezus veel door ervaring geleerd. Maar ook als mens had de Zoon van God een innige en onmiddellijke kennis van God, zijn Vader. Hij drong ook door tot de geheime gedachten van de mens en kende ten volle de eeuwige heilsbeschikkingen die Hij was komen openbaren. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 470-474; 482 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 113
  • 114. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 1: Gods Zoon is mens geworden Hoe stemmen de goddelijke en de menselijke wil van het 91 vleesgeworden Woord overeen? Jezus heeft een goddelijke wil en een menselijke wil. Tijdens zijn aardse leven heeft de Zoon als mens datgene gewild wat Hij als God samen met de Vader en de heilige Geest tot ons heil besloten had. De menselijke wil van Christus volgt zonder weerstand of verzet zijn goddelijke wil, of beter: is daaraan onderworpen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 475-482 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 114
  • 115. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 1: Gods Zoon is mens geworden 92 Heeft Christus een waarachtig menselijk lichaam? Christus heeft een waarachtig menselijk lichaam aangenomen, waardoor de onzichtbare God zich zichtbaar heeft gemaakt. Om die reden kan Christus in de heilige afbeeldingen voorgesteld en vereerd worden. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 476-477 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 115
  • 116. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 1: Gods Zoon is mens geworden 93 Wat betekent het hart van Jezus? Jezus heeft ons met een menselijk hart gekend en liefgehad. Zijn hart, dat omwille van ons heil werd doorboord, is het symbool van die oneindige liefde, waarmee Hij de Vader en iedere mens liefheeft. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 478 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 116
  • 117. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 2: “… Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria” “Ontvangen van de heilige Geest”: wat betekent deze 94 uitdrukking? Zij betekent dat de maagd Maria de eeuwige Zoon in haar schoot ontvangen heeft door de werking van de heilige Geest en zonder toedoen van een man: “De heilige Geest zal over u komen” (Lc. 1, 35), sprak de engel bij de Aankondiging. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 484-486 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 117
  • 118. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 2: “… Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria” “Geboren uit de maagd Maria”: waarom is Maria 95 werkelijk de Moeder van God? Maria is werkelijk de Moeder van God omdat zij de Moeder is van Jezus (Joh. 2, 1; Joh. 19, 25). Hij die ontvangen is van de heilige Geest, en die werkelijk haar Zoon is geworden, is in feite de eeuwige Zoon van God de Vader. Zelf is Hij God. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 495; 509 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 118
  • 119. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 2: “… Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria” 96 Wat betekent “onbevlekte ontvangenis”? God heeft Maria vóór alle tijden en uit pure genade uitgekozen om de Moeder van zijn Zoon te worden: om deze zending te kunnen vervullen, werd zij onbevlekt ontvangen. Dit betekent dat Maria door de genade van God en met het oog op de verdiensten van Jezus Christus gevrijwaard is van de erfzonde vanaf haar ontvangenis. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 487-492; 508 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 119
  • 120. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 2: “… Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria” 97 Hoe werkt Maria met Gods heilsplan mee? Door de genade van God is Maria heel haar leven lang van elke persoonlijke zonde gevrijwaard. Zij is “vol van genade” (Lc. 1, 28), “de Geheel Heilige”. Wanneer de engel haar aankondigt dat zij “de Zoon van de Allerhoogste” (Lc. 1, 32) ter wereld zal brengen, geeft zij met “de gehoorzaamheid van het geloof” (Rom. 1, 5) vrij haar instemming. Zij geeft zich geheel aan de persoon en het werk van haar Zoon, Jezus, en omhelst met heel haar ziel de goddelijke heilswil. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 493-494; 508-511 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 120
  • 121. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 2: “… Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria” 98 Wat betekent de maagdelijke ontvangenis van Jezus? Dat betekent dat Jezus in de schoot van de Maagd alleen door de kracht van de heilige Geest ontvangen is, zonder tussenkomst van een man. Hij is Zoon van de hemelse Vader naar zijn goddelijke natuur, en zoon van Maria naar zijn menselijke natuur, maar waarlijk Zoon van God in beide naturen, omdat er in Hem slechts één enkele Persoon is, namelijk de goddelijke. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 496-498 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 121
  • 122. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 2: “… Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria” 99 In welke zin is Maria “altijd Maagd”? In die zin dat zij “maagd gebleven is toen zij haar zoon ontving, maagd toen zij hem baarde, maagd toen zij hem droeg, maagd toen zij Hem voedde aan haar borst, altijd maagd”. Waar in de evangelies sprake is van “broeders en zusters van Jezus”, betreft het daarom naaste verwanten van Jezus, volgens uitdrukking die in de heilige Schrift gebruikelijk is. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 499-507; 510 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 122
  • 123. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 2: “… Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria” Op welke manier is het geestelijk moederschap van 100 Maria universeel? Maria heeft één enkele zoon, Jezus, maar in Hem strekt zich haar geestelijk moederschap uit tot alle mensen die Hij is komen redden. Gehoorzaam aan de zijde van de nieuwe Adam, Jezus Christus, is de Maagd de nieuwe Eva, de ware moeder van de levenden, die met moederlijke liefde meewerkt aan hun geboorte en aan hun vorming in de orde der genade. Als Maagd en Moeder is zij het beeld en de meest volmaakte verwezenlijking van de Kerk. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 501-507; 511 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 123
  • 124. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus 101 In welke zin is heel het leven van Christus mysterie? Heel het leven van Christus is openbaringsgebeuren. Wat in het aardse leven van Jezus zichtbaar is, leidt naar zijn onzichtbare mysterie, vooral naar het mysterie van zijn goddelijk zoonschap: “Wie Mij ziet, ziet de Vader” (Joh. 14, 9). Bovendien, ook al wordt het heil voltooid door het Kruis en de Verrijzenis, toch is heel het leven van Christus heilsmysterie, want al wat Jezus heeft gedaan, gezegd en geleden, had tot doel de gevallen mens te redden en hem te herstellen in zijn roeping als kind van God. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 512-521; 561-562 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 124
  • 125. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus 102 Hoe werden de mysteries van Jezus voorbereid? Vóór alles is er een eeuwenlange verwachting die wij herbeleven, wanneer we de liturgie van de advent vieren. Naast de vage verwachting, die Hij in het hart van de heidenen heeft gewekt, heeft God de komst van zijn Zoon voorbereid door middel van het oude Verbond, tot aan Johannes de Doper, die de laatste en de grootste is van de profeten. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 522-524; 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 125
  • 126. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus Wat leert het evangelie over de mysteries van de 103 geboorte en de kinderjaren van Jezus? • Met Kerstmis openbaart zich de heerlijkheid van de Hemel in de zwakheid van een kind; de besnijdenis van Jezus is teken van zijn toebehoren tot het joodse volk en voorafbeelding van ons Doopsel; • De Epifanie is de openbaring van de Messiaskoning van Israël aan alle volkeren; • Bij zijn opdracht in de tempel komt in Simeon en Anna heel de verwachting van Israël tot een ontmoeting met zijn Redder; • De vlucht naar Egypte en de moord op de onschuldige kinderen kondigen aan dat heel het leven van Christus in het teken van de vervolging zal staan; • Zijn terugkeer uit Egypte herinnert aan de Uittocht en stelt Jezus voor als de nieuwe Mozes: Hij is de ware en definitieve bevrijder. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 525-530; 563 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 126
  • 127. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus Welke les leert ons het verborgen leven van Jezus in 104 Nazaret? Tijdens zijn verborgen leven in Nazaret blijft Jezus in de stilte van een gewoon bestaan. Zo stelt Hij ons in staat in gemeenschap met Hem te zijn in de heiligheid van een dagelijks leven, dat doortrokken is van gebed, eenvoud, arbeid en gezinsliefde. Zijn onderdanigheid aan Maria en aan Jozef, zijn voedster-vader, is een beeld van zijn kinderlijke gehoorzaamheid aan de Vader. Maria en Jozef nemen het Mysterie van Jezus met geloof in zich op, ook al begrijpen zij het niet altijd. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 531-534; 564 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 127
  • 128. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus Waarom ontvangt Jezus van Johannes het “doopsel van 105 bekering tot vergeving van de zonden” (Lc. 3, 3)? Om een begin te maken met zijn openbaar leven en als een voorteken van het doopsel van zijn dood: zo aanvaardt Hij, hoewel Hij zelf zonder zonde is, dat Hij bij de zondaars wordt gerekend, Hij, “het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt” (Joh. 1, 29). De Vader roept Hem uit tot zijn “Zoon, de veelgeliefde” (Mt. 3, 17), en de heilige Geest daalt over Hem neer. Het doopsel van Jezus is een voorafbeelding van ons Doopsel. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 535-537; 565 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 128
  • 129. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus 106 Wat openbaren de bekoringen van Jezus in de woestijn? De bekoringen van Jezus in de woestijn hernemen de bekoringen van Adam in het paradijs en van Israël in de woestijn. Satan bekoort Jezus in zijn gehoorzaamheid aan de zending die Hem door de Vader is toevertrouwd. Christus, de nieuwe Adam, weerstaat hem, en zijn overwinning kondigt de overwinning aan van zijn lijden: die uiterste gehoorzaamheid van zijn kinderlijke liefde. De Kerk verenigt zich met dit mysterie, heel in het bijzonder gedurende de liturgische Veertigdagentijd. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 538-540; 566 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 129
  • 130. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus Wie zijn er uitgenodigd deel te krijgen aan het Rijk van 107 God, dat Jezus verkondigt en verwezenlijkt? Jezus nodigt alle mensen uit tot deelname aan het Rijk van God. Ook de ergste zondaar wordt geroepen zich te bekeren en de oneindige barmhartigheid van de Vader te aanvaarden. Het Rijk behoort hier op aarde al aan degenen die het met een deemoedig hart in zich opnemen. Het is aan hen, dat de geheimen ervan geopenbaard worden. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 541-546; 567 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 130
  • 131. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus Waarom maakt Jezus het koninkrijk openbaar door 108 tekenen en wonderen? Jezus laat zijn woord vergezeld gaan van tekenen en wonderen om te getuigen dat het koninkrijk aanwezig is in Hem, de Messias. Maar hoewel Hij enkele mensen geneest, is Hij niet gekomen om alle kwaad hier op aarde op te heffen, maar om ons vóór alles te bevrijden uit de slavernij van de zonde. Het uitdrijven van demonen kondigt aan, dat zijn Kruis zal zegevieren over “de vorst dezer wereld” (Joh. 12, 31). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 547-550; 567 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 131
  • 132. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus Wat voor gezag verleent Jezus aan zijn apostelen in het 109 Rijk Gods? Jezus kiest de Twaalf uit, als toekomstige getuigen van zijn verrijzenis, en doet hen delen in zijn zending en in zijn gezag om onderricht te geven, zonden te vergeven, de Kerk op te bouwen en te besturen. In dit college ontvangt Petrus “de sleutels van het rijk der hemelen” (Mt. 16, 19) en neemt er de eerste plaats in, met de zending het geloof ongeschonden te bewaren en zijn broeders te bevestigen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 551-553; 567 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 132
  • 133. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus 110 Welke betekenis heeft de Gedaanteverandering? In de gedaanteverandering verschijnt vóór alles de Drie-eenheid: “De Vader in de stem, de Zoon in de mens, de heilige Geest in de lichtende wolk”. Terwijl Hij met Mozes en Elia spreekt over “zijn heengaan” (Lc. 9, 31), laat Jezus zien dat de weg naar zijn heerlijkheid over het kruis loopt, en geeft Hij een voorproef van zijn verrijzenis en van zijn glorievolle komst, “die ons armzalig lichaam zal herscheppen en het gelijkvormig zal maken aan zijn verheerlijkt lichaam” (Fil. 3, 21). “Gij hebt een andere gedaante aangenomen op de berg en, voor zover zij daartoe in staat waren, hebben uw leerlingen de heerlijkheid aanschouwd van U, Christus, God, opdat zij, wanneer zij U gekruisigd zouden zien, zouden begrijpen dat Uw lijden vrijwillig was en zij aan de wereld zouden verkondigen dat Gij werkelijk de uitstraling van de Vader zijt.” (Byzantijnse liturgie) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 554-556; 568 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 133
  • 134. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van GodARTIKEL 3 - "Jezus Christus is ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria“ Paragraaf 3: De mysteries van het leven van Christus 111 Hoe gebeurt de messiaanse intocht in Jeruzalem? Op de vastgestelde tijd besluit Jezus op te gaan naar Jeruzalem, om er zijn lijden te ondergaan, te sterven en te verrijzen. Als de Messiaskoning, die duidelijk maakt dat het Rijk Gods is gekomen, trekt Hij, gezeten op een ezel, zijn stad binnen. Hij wordt er ontvangen door de kleinen, wier toejuiching hernomen wordt in het Sanctus van de Eucharistieviering: “Gezegend Hij die komt in de naam des Heren! Hosanna (red ons)!” (Mt. 21, 9). De liturgie van de Kerk opent de Goede Week met de viering van deze intocht in Jeruzalem. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 557-560; 569-570 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 134
  • 135. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven" 112 Hoe belangrijk is het Paasmysterie van Jezus? Het paasmysterie van Jezus, dat zijn lijden en sterven, zijn verrijzenis en zijn verheerlijking omvat, staat centraal in het christelijk geloof, omdat het heilsplan van God eens en voor al in vervulling is gegaan in de verlossende dood van zijn Zoon, Jezus Christus. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 571-573 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 135
  • 136. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 1: Jezus en Israël Op grond van welke beschuldigingen werd Jezus 113 veroordeeld? Enkele leiders van Israël beschuldigden Jezus ervan, te ageren tegen de Wet, tegen de tempel, en in het bijzonder tegen het geloof in de ene God, omdat Hij zich uitriep tot de Zoon van God. Daarom leverden zij Hem uit aan Pilatus, opdat deze Hem ter dood zou veroordelen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 574-576 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 136
  • 137. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 1: Jezus en Israël Hoe gedroeg Jezus zich ten opzichte van de Wet van 114 Israël? Jezus heeft de Wet, die God aan Mozes gegeven heeft op de Sinaï, niet afgeschaft maar tot vervulling gebracht, terwijl hij haar zijn definitieve interpretatie gaf. Hij is de goddelijke Wetgever, die deze Wet op volmaakte wijze ten uitvoer brengt. Bovendien brengt Hij, als trouwe dienstknecht van God, met zijn verzoenend sterven het enige offer dat in staat is vergeving te bewerken voor “alle zonden die onder het eerste verbond zijn bedreven” (Hebr. 9, 15). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 577-582; 592 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 137
  • 138. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 1: Jezus en Israël Wat was de houding van Jezus ten opzichte van de 115 tempel? Jezus werd er van beschuldigd de tempel vijandig gezind te zijn. Maar Hij heeft hem geëerbiedigd als de woning van zijn Vader, en er een aanzienlijk deel van zijn onderricht aan gewijd. Maar Hij heeft er ook, in samenhang met zijn dood, de verwoesting van aangekondigd, en zichzelf voorgesteld als de definitieve woning van God onder de mensen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 583-586; 593 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 138
  • 139. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 1: Jezus en Israël Heeft Jezus het geloof van Israël in de enige God en 116 Redder weersproken? Jezus heeft het geloof in de enige God nooit weersproken, ook niet toen Hij het bij uitstek goddelijke werk verrichtte, dat de Messiaanse beloften vervulde, en dat Hem openbaarde als zijnde aan God gelijk: de vergeving van de zonden. De vraag van Jezus om in Hem te geloven en zich te bekeren, maakt het mogelijk het tragische onbegrip te begrijpen van het Sanhedrin, dat meende dat Jezus als godslasteraar de dood verdiende. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 587-591; 594 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 139
  • 140. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 2: Jezus is gekruisigd en gestorven 117 Wie is verantwoordelijk voor de dood van Jezus? Het lijden en de dood van Jezus kunnen niet zonder onderscheid alle destijds levende Joden worden aangerekend, noch de andere Joden, die later gekomen zijn, in tijd en ruimte. Iedere individuele zondaar, iedere mens dus, is in werkelijkheid oorzaak en instrument van het lijden van de Verlosser, en nog schuldiger zijn degenen die, vooral als het christenen zijn, herhaaldelijk in de zonde terugvallen of behagen scheppen in de ondeugden. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 595-598 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 140
  • 141. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 2: Jezus is gekruisigd en gestorven Waarom hoort de dood van Christus tot het plan van 118 God? Om alle mensen, die vanwege de zonde ten dode stonden opgeschreven, met zich te verzoenen, heeft God het liefdevolle initiatief genomen zijn Zoon te zenden, opdat Hij zich voor de zondaars aan de dood zou uitleveren. Omdat de dood van Jezus in het Oude Testament was aangekondigd, in het bijzonder als offer van de lijdende dienstknecht, stierf Hij “volgens de Schriften”. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 599-605; 619 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 141
  • 142. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 2: Jezus is gekruisigd en gestorven Op welke wijze heeft Christus zichzelf als offergave aan 119 de Vader aangeboden? Heel het leven van Christus is een vrijwillige offergave aan de Vader, om diens heilsplan te vervullen. Hij geeft zijn leven “als losprijs voor velen” (Mc. 10, 45), en verzoent zo heel de mensheid met God. Zijn lijden en sterven laten zien hoe zijn mensheid het vrije en volmaakte instrument is van de liefde van God, die het heil van alle mensen wil. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 606-609; 620 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 142
  • 143. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 2: Jezus is gekruisigd en gestorven Hoe komt bij het laatste avondmaal deze offergave van 120 Jezus tot uitdrukking? Bij het laatste avondmaal met de apostelen, op de vooravond van zijn lijden, anticipeert Jezus op de vrijwillige offergave van zichzelf, dat wil zeggen: Hij duidt deze in tekenen aan en brengt haar al van te voren tot stand: “Dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt” (Lc. 22, 19). “Dit is mijn bloed, dat... vergoten wordt” (Mt. 26, 28). Zo stelt Hij op datzelfde ogenblik de Eucharistie in als “gedachtenis” (1 Kor. 11, 25) van zijn offer, en stelt Hij zijn apostelen aan tot priesters van het Nieuwe Verbond. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 610-611; 621 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 143
  • 144. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 2: Jezus is gekruisigd en gestorven Wat gebeurt er bij de doodsangst in de tuin van 121 Getsemane? Ondanks de afschuw die de dood oproept in de geheel heilige mensheid van Hem, die de “leidsman ten leven” (Hand. 3, 15) is, stemt de menselijke wil van de Zoon van God toch in met de wil van de Vader: om ons te redden, is Jezus bereid onze zonden in zijn lichaam te dragen door “gehoorzaam te worden tot de dood” (Fil. 2, 8). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 612 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 144
  • 145. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 2: Jezus is gekruisigd en gestorven 122 Wat zijn de uitwerkingen van het kruisoffer van Christus? Jezus heeft vrijwillig zijn leven gegeven als zoenoffer, dat wil zeggen: Hij heeft onze zonden goedgemaakt door de volmaakte gehoorzaamheid van zijn liefde tot de dood. Deze “liefde tot het uiterste” (Joh. 13, 1) van de Zoon van God, verzoent heel de mensheid met de Vader. Het Paasoffer van Christus koopt dus alle mensen vrij, op een unieke, volmaakte en definitieve wijze, en opent voor hen de gemeenschap met God. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 613-617; 622-623 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 145
  • 146. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 2: Jezus is gekruisigd en gestorven Waarom roept Jezus zijn leerlingen op hun kruis op te 123 nemen? Door zijn leerlingen op te roepen hun kruis op zich te nemen en Hem te volgen wil Jezus hen die er het eerst profijt van hebben deelgenoot maken van zijn verlossend offer. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 618 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 146
  • 147. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 4 - "Jezus Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven“ Paragraaf 3: Jezus Christus is begraven In welke toestand was het lichaam van Christus toen het 124 in het graf lag? Christus heeft een ware dood gekend en een ware begrafenis. Maar de goddelijke kracht heeft zijn lichaam gevrijwaard voor het bederf. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 624-630 7-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 147
  • 148. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 5 - "Jezus Christus is neergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden“ Paragraaf 1: Christus is nedergedaald ter helle125 Wat is de “hel” waarin Jezus is neergedaald?Deze “hel” - anders dan de hel van de verdoemden - was de toestand vanallen, goede of slechten, die vóór Christus waren gestorven.Jezus heeft zich met zijn ziel, die verbonden bleef met zijn goddelijkePersoon, in het dodenrijk gevoegd bij de rechtvaardigen, die uitzagen naarhun Verlosser om eindelijk tot de aanschouwing van God te geraken.Na door zijn dood, zowel de dood als de duivel, “de vorst van de dood” (Hebr.2, 14), te hebben overwonnen, heeft Hij de rechtvaardigen bevrijd dieuitzagen naar hun Verlosser, en voor hen de poorten van de hemel geopend. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 632-6377-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 148
  • 149. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 5 - "Jezus Christus is neergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden“ Paragraaf 1: Christus is nedergedaald ter helle Welke plaats heeft de verrijzenis van Christus in ons126 geloof?De verrijzenis is de hoogste waarheid van ons geloof in Christus, envertegenwoordigt samen met het kruis een wezenlijk onderdeel van hetPaasmysterie. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 632-6377-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 149
  • 150. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 5 - "Jezus Christus is neergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden“ Paragraaf 2: Hij is de derde dag verrezen uit de doden127 Welke “tekenen” getuigen van de verrijzenis van Jezus?Behalve door het wezenlijke teken van het lege graf, is van de verrijzenis vanJezus ook getuigd door de vrouwen, die het eerst Hem ontmoet hebben endie Hem aan de apostelen hebben verkondigd.Daarna is Jezus “verschenen aan Kefas (Petrus) en daarna aan de Twaalf.Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk”(1 Kor. 15, 5-6) en aan nog anderen.De apostelen kunnen de verrijzenis niet verzonnen hebben, want deze scheenhun onmogelijk: Jezus heeft hen zelfs een verwijt gemaakt om hun ongeloof. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 639-644; 656-6577-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 150
  • 151. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 5 - "Jezus Christus is neergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden“ Paragraaf 2: Hij is de derde dag verrezen uit de doden Waarom is de verrijzenis tegelijkertijd ook een128 transcendent gebeuren?Ook al is de verrijzenis een historisch gebeuren, dat zich door tekenen lietvaststellen en dat door getuigenissen werd bevestigd, gaat zij als de intredevan de mensheid van Christus in de heerlijkheid van God, boven hethistorische uit als mysterie van het geloof.Daarom openbaarde de verrezen Christus zich niet aan de wereld, maar aanzijn leerlingen, en maakte hen tot zijn getuigen voor het volk. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 647; 656-6577-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 151
  • 152. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 5 - "Jezus Christus is neergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden“ Paragraaf 2: Hij is de derde dag verrezen uit de doden In welke toestand bevindt zich het verrezen lichaam van129 Jezus?De verrijzenis van Christus is geen terugkeer tot het aardse leven.Zijn verrezen lichaam is hetzelfde dat gekruisigd is en de tekenen draagt vanhet lijden, maar het deelt al in het goddelijk leven met de eigenschappen vaneen verheerlijkt lichaam.Daarom staat het de verrezen Jezus volledig vrij aan zijn leerlingen teverschijnen, zoals en waar Hij wil, en onder verschillende gedaanten. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 645-6467-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 152
  • 153. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 5 - "Jezus Christus is neergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden“ Paragraaf 2: Hij is de derde dag verrezen uit de doden In hoeverre is de verrijzenis een werk van de heilige Drie-130 eenheid?De verrijzenis van Christus is een transcendent werk van God.De drie Personen zijn er samen werkzaam, op de wijze die ieder eigen is: deVader openbaart zijn macht; de Zoon “neemt” het leven dat Hij vrijwilligheeft gegeven “weer terug” (Joh. 10, 17), door zijn ziel te herenigen met zijnlichaam, dat de Geest levend maakt en verheerlijkt. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 648-6507-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 153
  • 154. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 5 - "Jezus Christus is neergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden“ Paragraaf 2: Hij is de derde dag verrezen uit de doden131 Wat zijn de zin en de heilsbetekenis van de verrijzenis?De verrijzenis vormt het hoogtepunt van de incarnatie.Zij bevestigt de godheid van Christus, evenals alles wat Hij gedaan en geleerdheeft, en verwezenlijkt alle beloften die God ons gedaan heeft.Bovendien is de Verrezene, als Overwinnaar over zonde en dood, het beginselvan onze rechtvaardiging en onze verrijzenis: nu al bewerkt Hij voor ons degenade van het kindschap door aanname, dat ons werkelijk doet delen in zijnleven als eniggeboren Zoon; vervolgens zal Hij later, op het einde der tijden,ons lichaam doen verrijzen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 651-655; 6587-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 154
  • 155. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God"ARTIKEL 6 - "Jezus Christus is opgestegen ten hemel, zit aan de rechterhand van God de almachtige Vader"132 Wat betekent de Hemelvaart?Veertig dagen nadat Hij zich aan de apostelen had getoond met de trekkenvan een gewone, menselijke natuur, die zijn heerlijkheid als Verrezeneverborgen hielden, stijgt Christus ten hemel op en zet Hij zich neer aan derechterhand van de Vader.Hij is de Heer, die voortaan met zijn menselijke natuur heerst in de eeuwigeheerlijkheid van de Zoon, en die onophoudelijk voor ons pleit bij de Vader.Hij zendt ons zijn Geest, en geeft ons de hoop dat wij ons eens bij Hem zullenvoegen, omdat Hij voor ons een plaats heeft bereid. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 659-6677-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 155
  • 156. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God" ARTIKEL 7 - "Vandaar zal Hij komen oordelen, de levenden en de doden“133 Hoe regeert Jezus, de Heer, nu?Als Heer van de kosmos en van de geschiedenis, en als Hoofd van zijn Kerk,blijft de verheerlijkte Christus op mysterievolle wijze op aarde, waar zijn Rijkals kiem en begin al aanwezig is in de Kerk.Eens zal Hij wederkomen in heerlijkheid, maar de tijd kennen wij niet.Daarom leven wij in waakzaamheid, terwijl wij bidden: “Kom, Heer” (Openb.22, 20). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 668-674; 6807-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 156
  • 157. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God" ARTIKEL 7 - "Vandaar zal Hij komen oordelen, de levenden en de doden“ Hoe zal de glorievolle komst van de Heer zich134 verwezenlijken?Na de laatste kosmische beving van deze wereld, die voorbijgaat, zal deglorievolle komst van Christus aanbreken met de definitieve overwinning vanGod in de Parousie, en met het laatste oordeel.Zo zal het Rijk van God tot voltooiing komen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 675-677; 6807-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 157
  • 158. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 2: "Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God" ARTIKEL 7 - "Vandaar zal Hij komen oordelen, de levenden en de doden“135 Hoe zal Christus de levende en de doden oordelen?Christus zal de mensen oordelen met de macht die Hij verworven heeft alsVerlosser van de wereld, die gekomen is om de mensen te redden.De geheimen van de harten zullen worden onthuld, evenals het gedrag vaneenieder tegenover God en de naaste.Iedere mens zal overeenkomstig zijn werken ofwel met leven wordenoverladen, ofwel voor eeuwig worden veroordeeld.Zo wordt “de gehele omvang van de volheid van de Christus” (Ef. 4, 13)verwezenlijkt, waarbij “God alles in allen” zal zijn (1 Kor. 15, 28). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 678-679; 681-6827-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 158
  • 159. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" Wat wil de Kerk zeggen wanneer zij belijdt: “Ik geloof in136 de heilige Geest”?Geloven in de heilige Geest betekent: de derde Persoon van de AllerheiligsteDrie-eenheid belijden, die voortkomt van de Vader en de Zoon, en die “metde Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt”.De Geest werd “in ons hart gezonden” (Gal. 4, 6) opdat wij het nieuwe levenvan kinderen van God zouden ontvangen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 683-6867-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 159
  • 160. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 8 - "Ik geloof in de heilige Geest" Waarom zijn de zending van de Zoon en de zending van137 de Geest niet te scheiden?In de ondeelbare Drie-eenheid zijn de Zoon en de heilige Geest welonderscheiden, maar niet te scheiden.Van in den beginne tot aan het einde van de tijden namelijk, zendt de Vaderwanneer Hij zijn Zoon zendt ook zijn Geest, die ons met Christus verenigtdoor het geloof, opdat wij als aangenomen kinderen God Vader mogennoemen (Rom. 8, 15).De Geest is onzichtbaar maar wij kennen Hem aan zijn handelen, wanneer Hijons het Woord openbaart en in de Kerk werkt. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 687-690; 742-7437-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 160
  • 161. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 8 - "Ik geloof in de heilige Geest"138 Welke benamingen zijn er voor de heilige Geest?“Heilige Geest” is de eigennaam van de derde Persoon van de AllerheiligsteDrie-eenheid.Jezus noemt hem ook de Paracleet (trooster, helper) en Geest der Waarheid.Het Nieuwe Testament noemt Hem bovendien Geest van Christus, Geest desHeren, Geest van God, Geest der heerlijkheid, Geest van de belofte. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 691-6937-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 161
  • 162. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 8 - "Ik geloof in de heilige Geest" Wat betekent het dat de Geest “gesproken heeft door de140 profeten”?Met het woord profeten worden hier al degenen bedoeld die door de heiligeGeest werden geïnspireerd om te spreken in naam van God.De Geest leidt de profetieën van het Oude Testament naar hun volledigevervulling in Christus, van wie Hij het mysterie in het Nieuwe Testamentonthult. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 687-688; 702-7167-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 162
  • 163. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 8 - "Ik geloof in de heilige Geest"141 Wat bewerkt de heilige Geest in Johannes de Doper?De Geest vervult Johannes de Doper, de laatste profeet van het OudeTestament, die onder zijn werking wordt gezonden om “een welbereid volk tevormen voor de Heer” (Lc. 1, 17), en om de komst aan te kondigen vanChristus, de Zoon van God: degene op wie hij de Geest heeft zien neerdalenen blijven rusten, en “die doopt met de heilige Geest” (Joh. 1, 33). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 717-7207-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 163
  • 164. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 8 - "Ik geloof in de heilige Geest"142 Wat is het werk van de Geest in Maria?De heilige Geest brengt In Maria al de verwachtingen van de komst vanChristus en de voorbereiding daarop in het Oude Testament tot voltooiing.Op een unieke manier vervult Hij haar met genade, en maakt haarmaagdelijkheid vruchtbaar om de Zoon van God geboren te doen worden inhet vlees.Hij maakt haar tot moeder van de “gehele Christus”, dat wil zeggen totmoeder van Jezus, het Hoofd, en van de Kerk, zijn Lichaam.Maria is op Pinksterdag bij de Twaalf aanwezig, wanneer de Geest de“eindtijd” inluidt, door de Kerk te voorschijn te doen treden. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 721-726; 7447-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 164
  • 165. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 8 - "Ik geloof in de heilige Geest" Welke verhouding bestaat er tussen de Geest en Christus143 Jezus in zijn aardse zending?De Zoon van God is door de zalving van de Geest in zijn menszijn tot Messiasgewijd vanaf zijn menswording.Hij openbaart Hem in zijn onderricht, terwijl Hij de belofte vervult die aan devaderen is gedaan, en deelt Hem aan de Kerk mee in haar geboorte-uur, doorover zijn apostelen te blazen na zijn verrijzenis. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 727-730; 745-7467-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 165
  • 166. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 8 - "Ik geloof in de heilige Geest"144 Wat gebeurt er op Pinksteren?Vijftig dagen na zijn verrijzenis, op pinksterdag, stort de verheerlijkte JezusChristus de Geest in overvloed uit, en maakt Hij Hem kenbaar als goddelijkePersoon, zodat de heilige Drie-eenheid nu ten volle is geopenbaard.De zending van Christus en van de Geest wordt de zending van de Kerk,gezonden om het mysterie van de drie-ene gemeenschap te verkondigen ente verbreiden. "Wij hebben het ware licht gezien, wij hebben de hemelse Geest ontvangen, wij hebben het ware geloof gevonden: wij aanbidden de ondeelbare Drie-eenheid, want Zij is het die ons gered heeft.“ (Byzantijnse liturgie, Troparion van de vespers van Pinksteren) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 731-732; 7387-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 166
  • 167. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 8 - "Ik geloof in de heilige Geest"145 Wat doet de Geest in de Kerk?De Geest bouwt, bezielt en heiligt de Kerk: als Geest van liefde geeft Hij aande gedoopten de goddelijke gelijkenis terug die door de zonde verloren wasgegaan, en doet hen leven in Christus, van het leven zelf van de heilige Drie-eenheid.Hij zendt hen uit, om te getuigen van de waarheid van Christus, en stemt henaf op elkaar in hun onderlinge taken, opdat allen “de vrucht van de Geest”(Gal. 5, 22) dragen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 733-741; 7477-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 167
  • 168. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 8 - "Ik geloof in de heilige Geest" Hoe werken Christus en zijn Geest in de harten van de146 gelovigen?Door middel van de sacramenten deelt Christus aan de ledematen van zijnlichaam zijn Geest mee en de genade van God, die vruchten draagt in hetnieuwe leven overeenkomstig de Geest.De heilige Geest tenslotte is de Leraar van het gebed. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 738-7417-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 168
  • 169. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 1: De Kerk in Gods heilsbeschikking147 Wat betekent het woord Kerk?Het betekent het volk, dat God bijeenroept en van de uiteinden der aardeverzamelt, om de vergadering te vormen van hen die door het geloof en hetDoopsel kinderen van God worden, ledematen van Christus en tempel van deheilige Geest. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 748-752; 777-8047-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 169
  • 170. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 1: De Kerk in Gods heilsbeschikking Zijn er andere namen en beelden waarmee de Bijbel de148 Kerk aanduidt?In de Heilige Schrift vinden wij veel beelden die verschillende, elkaar aanvullendeaspecten beklemtonen van het mysterie van de Kerk.Het Oude Testament geeft de voorkeur aan beelden die samenhangen met hetvolk van God.De voorkeur van het Nieuwe Testament gaat uit naar beelden die samenhangenmet Christus als het Hoofd van dit volk dat zijn Lichaam is; en aan die welke zijnontleend aan het herdersleven (schaapstal, kudde, schapen), aan het leven op hetland (akker, olijfboom, wijngaard), aan de huizenbouw (woning, steen, tempel),en aan het gezinsleven (bruid, moeder, gezin). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 753-7577-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 170
  • 171. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 1: De Kerk in Gods heilsbeschikking149 Waarin vindt de Kerk haar oorsprong en voltooiing?De Kerk vindt haar oorsprong en voltooiing in het eeuwig heilsplan van God.Zij werd in het Oude Verbond voorbereid met de uitverkiezing van Israël,teken van de toekomstige vereniging van alle volken.Gegrondvest door het woord en de werkzaamheid van Jezus Christus, werd zijvooral verwezenlijkt door zijn verlossende dood en zijn verrijzenis.Zij werd vervolgens zichtbaar als mysterie van heil door de uitstorting van deheilige Geest op Pinksterdag.Zij zal op het einde der tijden worden voltooid als de hemelse vergaderingvan alle verlosten. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 758-766; 7787-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 171
  • 172. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 1: De Kerk in Gods heilsbeschikking150 Wat is de zending van de Kerk?Het is de zending van de Kerk om onder alle volkeren het Rijk van God aan tekondigen en te vestigen, dat door Jezus Christus werd ingeluid.Op aarde is zij de kiem en het begin van dit heilzame Rijk. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 767-7697-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 172
  • 173. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 1: De Kerk in Gods heilsbeschikking151 In welke zin is de Kerk een mysterie?De Kerk is een mysterie, in zoverre in haar zichtbare werkelijkheid eengeestelijke, goddelijke werkelijkheid aanwezig en werkzaam is, die alleenmaar met de ogen van het geloof is waar te nemen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 770-773; 7797-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 173
  • 174. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 1: De Kerk in Gods heilsbeschikking Wat betekent het dat de Kerk universele Sacrament van152 heil is?Dat betekent dat de Kerk teken en instrument is van de verzoening en degemeenschap van heel de mensheid met God, en van de eenheid van heelhet menselijk geslacht. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 774-776; 7807-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 174
  • 175. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 2: De Kerk - volk van God, lichaam van Christus, tempel van de heilige Geest153 Waarom is de Kerk het volk van God?De Kerk is het volk van God, omdat het God heeft behaagd de mensen nietafzonderlijk te heiligen en te redden, maar door hen tot één enkel volk temaken, verenigd in de eenheid van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 774-776; 7807-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 175
  • 176. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 2: De Kerk - volk van God, lichaam van Christus, tempel van de heilige Geest154 Wat zijn de kenmerken van het volk van God?Dit volk, waarvan men lid wordt door het geloof in Christus en door hetDoopsel, heeft als oorsprong God de Vader, als hoofd Jezus Christus, alslevensstand de waardigheid en de vrijheid van de kinderen Gods, als wet hetnieuwe gebod van de liefde, als zending de opdracht om het zout der aardeen het licht der wereld te zijn, en als doel het Rijk van God, dat op aardereeds begonnen is. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 7827-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 176
  • 177. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 2: De Kerk - volk van God, lichaam van Christus, tempel van de heilige Geest In welke zin deelt het volk van God in de drie functies van155 Christus, als Priester, Profeet en Koning?Het volk van God deelt in de priesterlijke taak van Christus, in zoverre degedoopten door de heilige Geest gewijd worden om geestelijke offers op tedragen; het deelt in zijn profetische taak in zoverre het door debovennatuurlijke geloofszin onwankelbaar het geloof aanhangt, er zich inverdiept en ervan getuigt; het deelt in de koninklijke taak door dedienstbaarheid, in navolging van Christus die, ofschoon koning van het heelal,zich tot dienaar maakte van allen, bovenal van de armen en de lijdenden. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 783-7867-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 177
  • 178. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 2: De Kerk - volk van God, lichaam van Christus, tempel van de heilige Geest156 Op welke wijze is de Kerk het lichaam van Christus?Door de heilige Geest verenigt de gestorven en verrezen Christus zijngelovigen innig met zichzelf.Daardoor worden de christengelovigen, in zoverre zij bovenal door deEucharistie nauw met Hem verbonden zijn, ook onderling in liefde verenigd,door samen één lichaam te vormen, de Kerk, waarvan de eenheid zichverwerkelijkt in de verscheidenheid van ledematen en functies. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 787-791; 805-8067-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 178
  • 179. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 2: De Kerk - volk van God, lichaam van Christus, tempel van de heilige Geest157 Wie is het hoofd van dit lichaam?Christus is “het hoofd van het lichaam dat de Kerk is” (Kol. 1, 18).De Kerk leeft van Hem, in Hem en voor Hem.Christus en de Kerk vormen samen “de gehele Christus”.“Hoofd en ledematen zijn, om zo te zeggen, één en dezelfde mystiekepersoon”. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 792-795; 8077-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 179
  • 180. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 2: De Kerk - volk van God, lichaam van Christus, tempel van de heilige Geest158 Waarom wordt de Kerk de bruid van Christus genoemd?Omdat de Heer zelf zich heeft aangeduid als “de bruidegom” (Mc. 2, 19), diede Kerk heeft liefgehad en haar door een eeuwig Verbond aan zich gebondenheeft.Hij heeft zichzelf voor haar gegeven om haar te zuiveren met zijn bloed en“haar te heiligen” (Ef. 5, 26), en tot vruchtbare moeder te maken van allekinderen van God.Terwijl de uitdrukking “lichaam” de eenheid doet uitkomen van het “hoofd”met de ledematen, benadrukt het woord “bruid” het onderscheid van beidenin een persoonlijke relatie. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 796-8087-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 180
  • 181. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 2: De Kerk - volk van God, lichaam van Christus, tempel van de heilige Geest Waarom wordt de Kerk tempel van de heilige Geest159 genoemd?Omdat de heilige Geest in het lichaam woont dat de Kerk is: in zijn Hoofd enin zijn ledematen; bovendien bouwt Hij de Kerk op in de liefde, door hetwoord van God, de sacramenten, de deugden en de charismata. "Wat onze geest, ik bedoel onze ziel, is voor onze ledematen, dat is de heilige Geest voor de ledematen van Christus, voor het lichaam van Christus dat de Kerk is” (H. Augustinus) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 797-798; 809-8107-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 181
  • 182. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 2: De Kerk - volk van God, lichaam van Christus, tempel van de heilige Geest160 Wat zijn de charismata?De charismata zijn bijzondere gaven van de heilige Geest, geschonken aanindividuele personen voor het welzijn van de mensen, voor de noden van dewereld en in het bijzonder voor de opbouw van de Kerk; aan haar leergezagkomt het toe ze te beoordelen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 799-8017-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 182
  • 183. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk161 Waarom is de Kerk één?De Kerk is één omdat zij als oorsprong en voorbeeld de eenheid heeft van deene God in de drie-eenheid van de Personen; als stichter en hoofd JezusChristus, die de eenheid van alle volkeren herstelt in één lichaam; als ziel deheilige Geest, die alle gelovigen verenigt in de gemeenschap in Christus.Zij heeft één enkel geloof, één enkel sacramenteel leven, één enkeleapostolische opvolging, een gemeenschappelijke hoop en dezelfde liefde. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 811-815; 8667-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 183
  • 184. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk162 Waar bestaat de ene Kerk van Christus?De ene Kerk van Christus, als een in de wereld gestichte en geordendegemeenschap, verwezenlijkt zich in (subsistit in) de katholieke Kerk, diebestuurd wordt door de opvolger van Petrus en door de bisschoppen ingemeenschap met hem.Alleen door haar kan men de volheid volheid van de heilsmiddelen verkrijgen.Want de Heer heeft alle goederen van het Nieuwe Verbond alleen aan hetapostelcollege toevertrouwd, waarvan Petrus het hoofd is. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 816; 8707-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 184
  • 185. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk Hoe moet men de niet-katholieke christenen163 beschouwen?In de Kerken en kerkelijke gemeenschappen die zich van de vollegemeenschap van de katholieke Kerk hebben afgescheiden, komt men veelelementen van heiliging en waarheid tegen.Al deze goede elementen komen van Christus en tenderen naar de katholiekeeenheid.De leden van deze Kerken en Gemeenschappen zijn door het Doopsel inChristus ingelijfd: wij erkennen hen daarom als broeders en zusters. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 817-8197-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 185
  • 186. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk Hoe kan men zich voor de eenheid van de christenen164 inzetten?Het verlangen om de eenheid van alle christenen te herstellen is een gave vanChristus en een oproep van de heilige Geest.Het gaat heel de Kerk aan, en verwerkelijkt zich in de bekering van het hart,het gebed, de wederzijdse broederlijke kennismaking, en de theologischedialoog. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 817-8197-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 186
  • 187. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk165 In welke zin is de Kerk heilig?De Kerk is heilig in zoverre de Allerheiligste God aan haar oorsprong staat;Christus heeft zichzelf voor haar overgeleverd, om haar te heiligen en haarheiligend te maken; de heilige Geest bezielt haar met de liefde.In haar bevindt zich de volheid van de heilsmiddelen.De heiligheid is de roeping van al haar leden en het doel van heel haarwerkzaamheid.De Kerk telt onder haar leden de Maagd Maria en talloze heiligen alsvoorbeelden en voorsprekers.De heiligheid van de Kerk is de bron van de heiliging van haar kinderen, diehier op aarde erkennen dat zij allen zondaars zijn en steeds bekering enloutering nodig hebben. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 8677-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 187
  • 188. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk166 Waarom wordt de Kerk katholiek genoemd?De Kerk is katholiek, dat wil zeggen universeel, omdat Christus in haartegenwoordig is: “Daar waar Christus is, daar is de katholieke Kerk”Zij verkondigt het volledige en onvervalste geloof; zij draagt en bedient devolheid van de heilsmiddelen; zij is uitgezonden naar alle volken van alletijden en culturen. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 817-8197-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 188
  • 189. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk167 Is ook de particuliere Kerk katholiek?Katholiek is iedere particuliere Kerk (dat wil zeggen een diocees of eeneparchie) die gevormd wordt door een gemeenschap van christenen die, watbetreft het geloof en de sacramenten, in gemeenschap zijn met hun bisschop,die in de apostolische successie gewijd is, en met de Kerk van Rome, die“voorzit in de liefde” (H. Ignatius van Antiochië). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 832-8357-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 189
  • 190. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk168 Wie behoort tot de katholieke Kerk?Alle mensen horen op verschillende wijze tot, of zijn gericht op de katholiekeeenheid van het volk van God.Volledig in de Kerk ingelijfd is degene die, terwijl hij de Geest van Christusheeft, met haar verenigd is door de banden van de geloofsbelijdenis, desacramenten, de kerkelijke leiding en de gemeenschap (communio).De gedoopten die deze katholieke eenheid niet ten volle verwerkelijken,bevinden zich in een zekere, zij het onvolmaakte gemeenschap met dekatholieke Kerk. “Doch geen mens wordt gered die, hoewel hij bij de Kerk is ingelijfd, in de liefde niet volhardt en in de schoot van de Kerk wel met het lichaam, maar niet met zijn hart aanwezig blijft". (Lumen Gentium, 14) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 836-8387-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 190
  • 191. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk In welke relatie staat de katholieke Kerk tot het joodse169 volk?De katholieke Kerk erkent haar band met het joodse volk in het feit dat Godhet als eerste van allen heeft uitgekozen om zijn woord te ontvangen.Aan het joodse volk "behoort de aanneming tot zonen, de heerlijkheid, deverbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn deaartsvaders en uit hen komt Christus voort naar het vlees" (Rom. 9, 4-5).In onderscheid met de andere niet-christelijke godsdiensten, is het joodsegeloof al een antwoord op de openbaring van God in het Oude Verbond.“ik bedoel de Israëlieten. Hun behoort het kindschap, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt Christus lijfelijk voort, Hij die God is, boven alles verheven en geprezen tot in eeuwigheid! Amen.” (Rom. 9, 4-5) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 839-8407-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 191
  • 192. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk Welke band bestaat er tussen de katholieke Kerk en de170 niet-christelijke godsdiensten?Er is een band, die vóór alles gegeven is door de gemeenschappelijkeoorsprong en het gemeenschappelijke doel van het menselijk geslacht.De katholieke Kerk erkent dat wat er zich aan goeds en waars bevindt in deandere godsdiensten, van God komt en een straal is van zijn waarheid; dathet kan voorbereiden op de ontvangst van het evangelie, en naar de eenheidkan stuwen van de mensheid in de Kerk van Christus. "Immers, alle volken vormen één gemeenschap; zij hebben één oorsprong, omdat God heel het menselijk geslacht over de gehele oppervlakte van de aarde deed wonen; zij hebben ook één einddoel: God, wiens voorzienigheid, bewijzen van goedheid en heilsbeschikkingen zich uitstrekken tot allen, totdat de uitverkorenen verenigd zullen worden in de heilige stad". (Vat II, Nostra Aetate) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 841-8457-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 192
  • 193. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk171 Wat betekent de uitdrukking: “Buiten de Kerk geen heil”?Deze uitdrukking betekent dat alle heil komt van Christus het Hoofd, doormiddel van de Kerk, die zijn Lichaam is.Daarom kunnen diegenen niet gered worden, die de Kerk kennen als doorChristus gesticht en voor het heil noodzakelijk, maar die toch niet tot haartoetreden of in haar volharden.Tegelijkertijd kunnen, dank zij Christus en zijn Kerk, diegenen het eeuwig heilverkrijgen, die zonder eigen schuld het evangelie van Christus en zijn Kerkniet kennen, maar die met een oprecht hart God zoeken en onder de invloedvan de genade zich inspannen zijn wil te volbrengen, zoals zij die gekendwordt door de stem van het geweten. “… en zonder het geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen beloont die Hem zoeken.” (Hebr. 11, 6) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 846-8487-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 193
  • 194. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk Waarom moet de Kerk het evangelie verkondigen aan172 heel de wereld?Omdat de opdracht van Christus luidt: "Gaat dus en maakt alle volkeren totmijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en deheilige Geest” (Mt. 28, 19).Deze missionaire opdracht van de Heer heeft als bron de eeuwige liefde vanGod, die zijn Zoon en zijn Geest gezonden heeft, omdat Hij “wil dat allemensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen" (1 Tim. 2, 4). “Dit is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, die wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen.” (1 Tim. 2, 3-4) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 849-8517-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 194
  • 195. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk173 Op welke wijze is de Kerk missionair?Geleid door de heilige Geest zet de Kerk in de loop van de geschiedenis dezending van Christus zelf voort.Daarom moeten de christenen aan allen Blijde Boodschap verkondigen dieChristus heeft gebracht, door zijn weg te volgen, en bereid te zijn, zelfs tothet offer van zichzelf, tot aan het martelaarschap toe. “De elf leerlingen trokken naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had aangewezen. Toen ze Hem zagen, vielen ze op de knieën, sommigen twijfelden. Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb. Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.’ “ (Mt. 28, 16-20) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 852-8567-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 195
  • 196. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk174 Waarom is de Kerk apostolisch?De Kerk is apostolisch:• vanwege haar oorsprong, omdat zij is gebouwd op “het fundament van de apostelen” (Ef. 2, 20);• vanwege haar onderricht, dat het onderricht van de apostelen is;• vanwege haar structuur, in zoverre zij tot aan de wederkomst van Christus door de apostelen onderricht, geheiligd en geleid wordt, dank zij hun opvolgers, de bisschoppen, in gemeenschap met de opvolger van Petrus. “…gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Christus Jezus zelf de hoeksteen is.” (Ef. 2, 20) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 857; 8697-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 196
  • 197. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk175 Waarin bestaat de zending van de apostelen?Het woord apostel betekent gezondene.Jezus, de gezondene van de Vader, riep twaalf van zijn leerlingen tot zich, enstelde hen aan als zijn apostelen, terwijl Hij hen tot de getuigen van zijnverrijzenis maakte en tot de fundamenten van zijn Kerk.Hij gaf hun de opdracht zijn zending voort te zetten, met de woorden: "Zoalsde Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u" (Joh. 20, 21), en met de belofte bijhen te zullen zijn tot aan de voleinding der wereld. “Hij ging de berg op en riep bij zich wie Hij wilde, en ze kwamen naar Hem toe. Hij stelde er twaalf aan, die Hij ook apostelen noemde, met de bedoeling dat ze Hem zouden vergezellen, en uitgezonden zouden worden om te verkondigen.” (Mc. 3, 13-14) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 858-8617-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 197
  • 198. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 3: De ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk176 Wat is de apostolische successie?De apostolische successie is de overdracht, door het Sacrament van deWijding, van de zending en de volmacht van de apostelen aan hun opvolgers,de bisschoppen.Dank zij deze overdracht blijft de Kerk in gemeenschap van geloof en levenverbonden met haar oorsprong, terwijl zij door de eeuwen heen voor deverspreiding van het rijk van Christus op aarde heel haar apostolaat ordent. “Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Alleen wie met Mij verbonden blijft – zoals Ik met hem – draagt rijkelijk vrucht, want los van Mij kunnen jullie niets.” (Joh. 15, 5) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 861-8657-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 198
  • 199. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven177 Wie zijn de christengelovigen?Christengelovigen zijn zij die, ingelijfd in Christus door middel van hetDoopsel, tot ledematen van het volk van God zijn gemaakt.Ieder naar eigen staat delend in de priesterlijke, profetische en koninklijketaak van Christus, zijn zij geroepen de zending uit te voeren, die God aan deKerk heeft toevertrouwd.Tussen hen bestaat een ware gelijkheid in hun waardigheid als kinderen vanGod. "Tussen alle christengelovigen, en wel krachtens hun wedergeboorte in Christus, bestaat een ware gelijkheid in waardigheid en handelen, waardoor allen, ieder overeenkomstig de eigen plaats en taak, aan de opbouw van het lichaam van Christus meewerken". (Codex Iuris Canonici, can. 208) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 871-8727-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 199
  • 200. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven178 Hoe is het volk van God samengesteld?In de Kerk zijn er krachtens goddelijke instelling gewijde bedienaren, die hetSacrament van de Wijding hebben ontvangen en die de hiërarchie van deKerk vormen.De andere worden leken genoemd.Uit elk van deze beide groepen komen gelovigen die zich op bijzondere wijzeaan God toewijden door de professie van de evangelische raden van kuisheidin het celibaat, armoede en gehoorzaamheid. “…er is in de kerk verscheidenheid van bediening, maar eenheid van zending. Aan de apostelen en hun opvolgers is door Christus de opdracht toevertrouwd om in zijn naam en door zijn macht te onderwijzen, te heiligen en te besturen. De leken, het priesterlijke, profetische en koninklijke ambt van Christus deelachtig geworden, vervullen echter een eigen taak in de zending van het gehele volk van God in de Kerk en in de wereld". (Vat. II, Apostolicam Actuositatem 2) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 873; 9347-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 200
  • 201. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven Waartoe heeft Christus de kerkelijke hiërarchie179 ingesteld?Christus heeft de kerkelijke hiërarchie ingesteld, met de zending om in zijnnaam het volk van God te weiden, en hiervoor heeft Hij haar gezag gegeven.De hiërarchie is samengesteld uit de gewijde bedienaren: de bisschoppen, depriesters en de diakens.Dank zij het Sacrament van de Wijding handelen de bisschoppen en depriesters bij de uitoefening van hun bediening in de naam en in de persoonvan Christus, het Hoofd.De diakens dienen het volk van God in de diaconie (dienst) van het Woord,van de liturgie en van de naastenliefde. “Maar hoe kunnen zij iemand aanroepen in wie zij niet geloven? Hoe kunnen ze in iemand geloven zonder van Hem te hebben gehoord? Hoe kunnen ze over iemand horen, als niemand Hem verkondigt? En hoe kunnen ze verkondigen, als ze niet zijn gezonden? … Het geloof komt dus voort uit de boodschap, en de boodschap geschiedt in opdracht van Christus.” (Rom. 10, 14,15,17) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 874-876; 9357-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 201
  • 202. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven Hoe wordt de collegiale dimensie van het kerkelijk ambt180 verwezenlijkt?Naar het voorbeeld van de twaalf apostelen, door Christus uitgekozen ensamen uitgezonden, staat de eenheid van de leden van de kerkelijkehiërarchie in dienst van de gemeenschap van alle gelovigen.Iedere bisschop oefent, als lid van het bisschoppencollege, zijn ambt uit ingemeenschap met de Paus, en wordt zijn deelgenoot in de zorg voor deuniversele Kerk.De priesters oefenen hun ambt uit binnen het priestercollege van departiculiere Kerk, in gemeenschap met de bisschop en onder zijn leiding. “…dat ze allen één mogen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delenin de heerlijkheid waarin U Mij hebt laten delen, opdat ze één mogen zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen zoals U in Mij; dat hun eenheid volkomen mag zijn, zodat de wereld kan erkennen dat U Mij hebt gezonden en dat U hen hebt liefgehad met de liefde die U Mij hebt toegedragen.” (Joh. 17, 21-23) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 8777-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 202
  • 203. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven Waarom heeft het kerkelijk ambt ook een persoonlijk181 karakter?Het kerkelijk ambt heeft ook een persoonlijk karakter, in zoverre krachtenshet Sacrament van de Wijding ieder verantwoordelijk is ten overstaan vanChristus, die hem persoonlijk heeft geroepen en hem de zending heeftverleend.“Hij sprak hen aan: ‘Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.’ Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem.” (Mt. 4, 19-20) “De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. ‘Volg Mij’, zei Jezus tegen hem.” (Joh. 1, 43) “Jezus antwoordde: ‘Als Ik hem wil laten blijven tot aan mijn komst, wat gaat jou dat dan aan? Volg Me maar!’ “ (Joh. 21, 22) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 878-8797-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 203
  • 204. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven182 Welke zending heeft de Paus?De Paus, bisschop van Rome en opvolger van Petrus, is het blijvend enzichtbaar beginsel en fundament van de eenheid van de Kerk.Hij is de plaatsvervanger van Christus, het hoofd van het bisschoppencollegeen herder van heel de Kerk, waarover hij krachtens goddelijke instelling devolledige, hoogste, rechtstreekse en universele macht heeft. “Ik zeg jou: jij bent Petrus; op die steenrots zal Ik mijn kerk bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar er niet onder krijgen. Ik zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen, en wat je op aarde bindt zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.” (Mt. 16, 18-19) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 880-882; 937-9377-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 204
  • 205. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven183 Wat is de taak van het bisschoppencollege?Het bisschoppencollege, in gemeenschap met de paus en nooit zonder hem,oefent eveneens de hoogste en volledige macht uit over de Kerk. “Toen ze gegeten hadden vroeg Jezus aan Simon Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief, meer dan de anderen hier?’ ‘ Ja, Heer,’ zei hij, ‘U weet dat ik van U houd.’ Daarop zei Jezus: ‘Zorg dan voor mijn kudde.’ Nogmaals vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’ ‘ Ja, Heer,’ zei hij, ‘U weet dat ik van U houd.’ Daarop zei Jezus: ‘Wees dan een herder voor mijn schapen.’ Nog een derde keer vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van Mij?’ Het deed Petrus pijn dat Hij hem voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield, en hij zei: ‘Heer, U die alles weet, U beseft toch wel dat ik van U houd.’ Daarop zei Jezus: ‘Zorg dan voor mijn schapen.” (Joh. 21, 15-17) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 883-8857-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 205
  • 206. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven Hoe vervullen de bisschoppen hun taak om te184 onderrichten?De bisschoppen hebben, in gemeenschap met de paus, de plicht om aan allengetrouw en met gezag het evangelie te verkondigen, als authentieke getuigenvan het apostolisch geloof, bekleed met het gezag van Christus.Door de bovennatuurlijke geloofszin hangt het volk van God het geloofonwankelbaar aan, onder de leiding van het levend leergezag van de Kerk. “Hij zei hun: ‘Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap te verkondigen.” (Mc. 16,15) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 888-890; 9397-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 206
  • 207. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven185 Wanneer is het leergezag onfeilbaar?De onfeilbaarheid verwerkelijkt zich, wanneer de paus van Rome krachtenszijn gezag als opperste herder van de Kerk, of het bisschoppencollege ingemeenschap met de paus, vooral wanneer het in een oecumenisch conciliebijeen is, in een definitieve uitspraak een leer afkondigen inzake geloof ofzeden; en ook wanneer de paus en de bisschoppen, bij het uitoefenen vanhet gewone leergezag, eensgezind een leer als definitief voorhouden.Met zulke onderrichtingen moet iedere gelovige in de volgzaamheid van hetgeloof instemmen. Wanneer de Kerk door middel van haar opperste leergezag iets voorhoudt "als door God geopenbaard te geloven" en als leer van Christus, dan "moet men met de gehoorzaamheid van het geloof dergelijke definities aanvaarden". (Dei Verbum, 10; Lumen Gentium, 25) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 8917-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 207
  • 208. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven186 Hoe oefenen de bisschoppen de taak uit om te heiligen?De bisschoppen heiligen de Kerk door de genade van Christus uit te delendoor de bediening van het woord en de Sacramenten, in het bijzonder van deEucharistie, en ook door hun gebed, hun voorbeeld en hun werk. “Speel niet de baas over hen die aan uw zorgen zijn toevertrouwd, maar wees een voorbeeld voor de kudde.” (1 Pt. 5,3) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 8937-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 208
  • 209. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven Hoe oefenen de bisschoppen hun taak uit om te187 besturen?Als lid van het bisschoppencollege draagt iedere bisschop op collegiale wijzede zorg voor alle particuliere kerken en voor geheel de Kerk, samen met deandere bisschoppen in vereniging met de paus.De bisschop aan wie een particuliere Kerk wordt toevertrouwd, bestuurt dezemet het gezag van zijn eigen, gewone en onmiddellijke, heilige macht,uitgeoefend in naam van Christus, de goede Herder, in gemeenschap metheel de Kerk en onder leiding van de opvolger van Petrus. “Volgt allen de bisschop, zoals Jezus Christus zijn Vader, envolgt allen het priestercollege als zijn apostelen: en eerbiedigt de diakens als Gods wet. Laat niemand iets van wat de Kerk aangaat, buiten de bisschop om doen.” (H. Ignatius van Antiochië) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 886-887; 894-896; 9387-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 209
  • 210. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven188 Welke roeping hebben de lekengelovigen?De lekengelovigen hebben als bijzondere roeping het koninkrijk van God tezoeken, door de tijdelijke werkelijkheid te belichten en te ordenen volgens dewil van God. Zo geven zij gestalte aan de oproep tot heiligheid en apostolaat,die gericht is aan alle gedoopten.“De christengelovigen-leken bevinden zich in het leven van de kerk in de meest vooruitgeschoven linie: dankzij hen is de kerk het levensbeginsel van de samenleving. Daarom moeten vooral zij zich er steeds duidelijker van bewust zijn dat zij niet alleen tot dekerk behoren, maar de kerk zijn, d.w.z. de gemeenschap van gelovigen op aarde onder leiding van het ene hoofd, de paus, en de bisschoppen in gemeenschap met hem. Zij zijn de kerk.” (Pius XII . toespraak op 20 februari 1946) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 897-900; 9407-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 210
  • 211. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven Hoe hebben de leken deel aan de priesterlijke taak van189 Christus?Zij hebben daaraan deel door hun leven, vooral in de Eucharistie, op tedragen als een geestelijk offer “dat welgevallig is aan God door JezusChristus” (1 Pt. 2, 5), met alle werkzaamheden, gebeden en apostolischeinitiatieven, het gezinsleven en het dagelijkse werk, de geduldig verdragenmoeilijkheden van het leven, en de lichamelijke en geestelijke ontspanning.Op die manier dragen ook de leken, toegewijd aan Christus en door de heiligeGeest gewijd, de wereld zelf op aan God. “Laat u als levende stenen opbouwen tot een geestelijke tempel, tot een heilig priesterschap dat geestelijke offers opdraagt, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus.” (1 Pt, 2, 5) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 901-9037-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 211
  • 212. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven190 Hoe hebben zij deel aan zijn profetische taak?Zij hebben daaraan deel door steeds meer het woord van Christus in geloofaan te nemen, en het aan de wereld te verkondigen met het getuigenis vanhun leven en met het woord, door evangeliseringswerk en door catechese.Een dergelijke evangelisatie krijgt een bijzondere uitwerking door het feit datzij gebeurt in de gewone levensomstandigheden. “Het geloofsonderricht is de taak van iedere prediker en zelfs van iedere gelovige.” (H. Thomas van Aquino) “Naargelang van de kennis, de deskundigheid en het aanzien dat zij genieten, hebben de leken het recht, zelfs ook soms de plicht, hun mening over wat het welzijn van de Kerk aangaat aan de gewijde Herders kenbaar te maken en deze, met behoud van de zuiverheid van geloof en zeden en van de eerbied jegens de Herders, en rekening houdend met het algemeen nut en de waardigheid van de personen, aan de overige christengelovigen bekend te maken.” (Codex Iuris Canonici, can. 212) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 904-907; 9427-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 212
  • 213. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven191 Hoe hebben zij deel aan zijn koninklijke taak?De leken hebben deel aan de koninklijke zending van Christus, doordat zij vanHem de macht ontvangen hebben om in zichzelf en in de wereld de zonde teoverwinnen, door zelfverloochening en heiligheid van leven.Zij oefenen verschillende bedieningen uit ten dienste van de gemeenschap,en doordringen de aardse activiteiten van de mens en de instellingen van demaatschappij met morele waarde.“Wie zijn lichaam onderwerpt en zichzelf beheerst zonder zijn ziel door hartstochten te laten overweldigen, die kan terecht koning genoemd worden, omdat hij zich met een zekere koninklijke macht in bedwang houdt; omdat hij zichzelf weet te sturen, en kan beoordelen wat zijn eigen recht is, zal hij niet verstrikt raken in schuld en zich hals over kop storten in de zonde.” (H. Ambrosius) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 908-913; 9437-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 213
  • 214. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven192 Wat is het gewijde leven?Het gewijde leven is een door de Kerk erkende levensstaat.Het is een vrij antwoord op een bijzondere oproep van Christus, waarin degewijden zich geheel aan God toewijden en naar de volmaaktheid van deliefde streven, daartoe bewogen door de heilige Geest.Een dergelijke toewijding wordt gekenmerkt door de beoefening van deevangelische raden.Want er zijn eunuchen die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn eunuchen die door de mensen zo gemaakt zijn, en er zijn eunuchen die zichzelf zo gemaakt hebbenomwille van het koninkrijk der hemelen. Wie dat kan, moet het begrijpen. (Mt. 19, 12) Het aan God gewijde leven wordt gekenmerkt door de publieke professie van de evangelische raden van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid, in een blijvende door de Kerk erkende staat van leven. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 914-930; 9447-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 214
  • 215. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 4: De christengelovigen - hiërarchie, leken, gewijd leven Wat draagt het gewijde leven bij aan de zending van de193 Kerk?Het gewijde leven draagt bij aan de zending van de Kerk door een volledigetoewijding van zichzelf aan Christus en aan de broeders en zusters, en doorgetuigenis te geven van de hoop op het hemels koninkrijk. Aangezien het volk van God hier immers geen blijvende woonplaats heeft, maar op zoek is naar de toekomstige, daarom laat de religieuze staat (...) niet alleen de hemelse goederen die reeds in deze wereld aanwezig zijn, aan alle gelovigen zien,maar legt hij ook getuigenis af van het nieuwe en eeuwige leven dat Christus voor ons verworven heeft door de verlossing en kondigt hij de toekomstige verrijzenis en de heerlijkheid van het hemels koninkrijk aan. (Lumen Gentium 44) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 931-933; 9457-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 215
  • 216. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 5: De gemeenschap van de heiligen Wat betekent de uitdrukking “gemeenschap van de194 heiligen”?Deze uitdrukking betekent op vóór alles de gemeenschappelijk deelname vanalle leden van de Kerk aan de heilige zaken (sancta): het geloof, deSacramenten, vooral de Eucharistie, de charismata en de andere geestelijkegaven.Deze gemeenschap wortelt in de liefde die “niet zichzelf zoekt” (1 Kor. 13, 5),maar die de gelovige er toe beweegt “alles gemeenschappelijk” (Hand. 4, 32)te bezitten, ook de eigen materiële goederen, ten dienste van de armen. “…Wanneer één lichaamsdeel lijdt, delen alle andere in het lijden; wordt één lichaamsdeel geëerd, dan delen alle andere in die vreugde. Welnu, u bent het lichaam van Christus, en ieder van u is van dit lichaam een onderdeel.” (1 Kor. 12, 26-27) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 946-953; 9607-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 216
  • 217. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 5: De gemeenschap van de heiligen Welke betekenis heeft de uitdrukking gemeenschap van195 de heiligen nog meer?Deze uitdrukking slaat ook op de gemeenschap die er is onder de heiligepersonen (sancti): dat wil zeggen onder hen die door de genade verenigd zijnmet de gestorven en verrezen Christus.Sommigen zijn pelgrims hier op aarde op; anderen zijn uit dit levenheengegaan en zijn aan hun loutering bezig, daarbij geholpen door onzegebeden; anderen tenslotte genieten reeds van de heerlijkheid van God enspreken voor ons ten beste.Allen tezamen vormen in Christus één gezin, de Kerk, tot lof en heerlijkheidvan de Drie-eenheid. "Derhalve wordt de verbondenheid van hen die op weg zijn, met diegenen die in de vrede van Christus ontslapen zijn, geenszins onderbroken, integendeel: volgens het eeuwenoud geloof van de Kerk wordt zij nog versterkt door de uitwisseling van geestelijke goederen". (Lumen Gentium, 49, 3) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 954-959; 961-9627-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 217
  • 218. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 6: Maria – Moeder van Christus, Moeder van de kerk In welke zin is de heilige Maagd Maria Moeder van de196 Kerk?De heilige maagd Maria is Moeder van de Kerk in de orde van de genade,omdat zij Jezus ter wereld heeft gebracht, de Zoon van God, Hoofd van hetlichaam dat de Kerk is.Bij zijn sterven aan het kruis heeft Jezus haar aan de leerling als Moederaangewezen met deze woorden: “Zie daar, uw Moeder” (Joh. 19, 27). Door bij de boodschap het "fiat" uit te spreken en in te stemmen met het mysterie van de menswording, werkt Maria reeds mee met heel het werk dat haar Zoon moet verrichten. Waar Hij Heiland en hoofd van het mystiek lichaam is, daar is zij overal moeder. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 963-966; 9737-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 218
  • 219. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 6: Maria – Moeder van Christus, Moeder van de kerk197 Hoe helpt de Maagd Maria de Kerk?Na de Hemelvaart van haar Zoon helpt zij de eerstelingen van de Kerk methaar gebeden.Ook na haar tenhemelopneming gaat zij door met ten beste te spreken voorhaar kinderen, met voor allen een voorbeeld in geloof en liefde te zijn, enmet het uitoefenen op hen van een heilzame invloed, die voortvloeit uit deovervloed van Christus’ verdiensten.De gelovigen zien in haar een beeld van en een vooruitlopen op de verrijzenisdie hen wacht, en roepen haar aan als voorspreekster, helpster, bijstand enmiddelares. “Maria heeft op heel bijzondere wijze meegewerkt aan het werk van de Verlosser door haar gehoorzaamheid, geloof, hoop en haar vurige liefde om het bovennatuurlijk leven van de ziel te herstellen. Daarom is zij, in de orde van de genade, onze moeder geworden". (Lumen Gentium 61) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 967- 9707-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 219
  • 220. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 6: Maria – Moeder van Christus, Moeder van de kerk198 Wat voor eredienst wordt de heilige Maagd gebracht?Dat is een bijzondere eredienst, maar verschilt wezenlijk van de eredienst vanaanbidding, die alleen aan de heilige Drie-eenheid wordt gebracht.Deze eredienst van speciale verering vindt haar bijzondere uitdrukking in deliturgische feesten die aan de Moeder van God gewijd zijn, en in het gebedtot Maria, zoals de rozenkrans, die een samenvatting is van heel hetevangelie. “…Voortaan prijzen alle generaties mij gelukkig,” (Lc. 1, 48) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 9717-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 220
  • 221. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 9 - "Ik geloof in de heilige Katholieke Kerk“ Paragraaf 6: Maria – Moeder van Christus, Moeder van de kerk Hoe is de heilige Maagd Maria het eschatologische beeld199 van de Kerk?Wanneer de Kerk naar Maria kijkt, die geheel heilig is en reeds met ziel enlichaam verheerlijkt, beschouwt zij in haar, wat zij zelf op aarde geroepen is tezijn, en wat zij zal zijn in het hemels vaderland. "Wij geloven dat de allerheiligste moeder van God, de nieuwe Eva, de moeder van de Kerk, vanuit de hemel haar rol van moeder ten opzichte van de ledematen van Christus voortzet". (Credo van het volk van God, 15) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 972; 974-9757-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 221
  • 222. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 10 - "Ik geloof in de vergeving van de zonden“200 Hoe worden de zonden vergeven?Het eerste en belangrijkste Sacrament voor de vergeving van de zonde is hetDoopsel.Voor de zonden die na het Doopsel zijn begaan, heeft Christus het Sacramentvan de verzoening of boete ingesteld, waardoor de gedoopte weer met Goden de Kerk verzoend wordt. "Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het Evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden." (Mc. 16, 15-16) ”Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden gaan leiden.” (Rom. 6, 4) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 976-980; 984-9857-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 222
  • 223. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 10 - "Ik geloof in de vergeving van de zonden“ Waarom heeft de Kerk de macht om zonden te201 vergeven?De Kerk heeft de zending en de macht om zonden te vergeven omdat Christuszelf haar die verleend heeft: “Ontvangt de heilige Geest. Aan wie ge dezonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze nietvergeven” (Joh. 20, 22-23). “…en dat in zijn naam de bekering zou worden verkondigd aan alle volken, tot vergeving van zonden. Jullie zullen hiervan getuigen, te beginnen in Jeruzalem.” (Lc. 24, 47-48) “Toen kwam Petrus bij Hem en zei: ‘Heer, hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven als hij mij iets misdoet? Tot zeven keer toe?’ Jezus zei hem: ‘Niet tot zeven keer toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven keer toe.” (Mt. 18, 21-22) “En dit alles komt van God, die ons door Christus met zich heeft verzoend en ons de dienst van de verzoening heeft toevertrouwd.” (2 Kor. 5, 18) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 981-983; 986-9877-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 223
  • 224. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 11 - "Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam"202 Wat betekent het woord lichaam (vlees)?Het woord lichaam (vlees) duidt de mens aan in zijn zwakte en sterfelijkheid:“Het vlees is de spil van het heil” (Tertullianus).Wij geloven in God, die de Schepper is van het vlees;wij geloven in het Woord, dat vleesgeworden is om het vlees te verlossen;wij geloven in de verrijzenis van het vlees, als de voltooiing van de scheppingen verlossing van het vlees. En als de Geest van Hem die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft (Rom. 8, 11) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 988-990; 10157-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 224
  • 225. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 11 - "Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam"203 Wat betekent de “verrijzenis van het lichaam”?Dat betekent dat de uiteindelijke staat van de mens niet alleen de geestelijke,van het lichaam gescheiden ziel is, maar dat ook ons sterfelijk lichaam weerlevend zal worden. “Hoe kunnen dan sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat? Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet verrezen. En wanneer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof eveneens (...). Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn (1 Kor. 15, 12-14.20) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 990-9917-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 225
  • 226. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 11 - "Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam" Welke verhouding is er tussen de verrijzenis van Christus204 en onze verrijzenis?Zoals Christus waarlijk verrezen is uit de doden en voor altijd leeft, zo zal Hijzelf allen op de laatste dag tot leven wekken, met een onvergankelijk lichaam:“Die het goede deden zullen te voorschijn komen tot de opstanding ten leven,maar die het kwade deden tot de opstanding ten oordeel” (Joh. 5, 29). “In de doop zijt gij met Hem begraven, maar ook met Hem verrezen, door uw geloof in de kracht van God, die Hem uit de doden deed opstaan (...). Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods" (Kol. 2, 12; Kol. 3, 1). DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 988; 1002-10037-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 226
  • 227. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 11 - "Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam"205 Wat gebeurt er bij de dood met onze ziel en ons lichaam?Door de dood, de scheiding van de ziel en het lichaam, gaat het lichaam totontbinding over, terwijl de ziel, die onsterfelijk is, Gods oordeel tegemoetgaat, en erop wacht weer verenigd te worden met het lichaam, wanneer datbij de wederkomst van de Heer in een veranderde gestalte zal verrijzen.Het hoe van de verrijzenis gaat ons voorstellingsvermogen en ons verstand teboven. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Als er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam.” (1. Kor. 15, 42-44) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 992-1004; 1016-10187-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 227
  • 228. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 11 - "Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam"206 Wat betekent sterven in Christus Jezus?Het betekent sterven in Gods genade, zonder doodzonde.Wie in Christus gelooft en zijn voorbeeld navolgt, kan zo de eigen doodomvormen tot een daad van gehoorzaamheid en liefde jegens de Vader: “Hoewaar is dit woord: Als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven”(2 Tim. 2, 11). “Mijn aardse verlangen is gekruisigd; (…) er is in mij een levend water dat murmelt en binnen in mij zegt: “Kom naar de Vader”. (H. Ignatius van Antiochië) “Ik wil God zien en om Hem te zien, moet is sterven” (H. Teresia van het Kind Jezus) “Ik sterf niet, ik ga het leven binnen” (H. Teresia van het Kind Jezus) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1005-1014; 10197-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 228
  • 229. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven”207 Wat is het eeuwig leven?Het eeuwige leven is het leven dat onmiddellijk na de dood begint.Het zal geen einde kennen.Het zal voor iedere mens voorafgegaan worden door een bijzonder oordeeldoor Christus, de rechter over levenden en doden, dat zal worden bevestigddoor het laatste oordeel. “Vertrek, christen, uit deze wereld, in de naam van God, de almachtige Vader, die u geschapen heeft; in de naam van Jezus Christus, de Zoon van de levende God, die voor u geleden heeft; in de naam van de heilige Geest, die in u is uitgestort; heden zij uw plaats in de vrede en uw woning in het heilige Sion, bij God, met de heilige Moeder van God, de maagd Maria, met de heilige Jozef en met alle engelen en heiligen van God. (...) Keer terug tot uw Schepper die u uit het stof van de aarde heeft gevormd. De heilige Maria, de engelen en alle heiligen, mogen u tegemoet komen hij uw heengaan uit dit leven. (...) Moogt gij uw Verlosser zien van aangezicht tot aangezicht (...).“ (De ziekenzalving) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 10207-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 229
  • 230. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven”208 Wat is het bijzonder oordeel?Het is het oordeel van de onmiddellijke vergelding, die ieder na zijn dood inzijn onsterfelijke ziel ontvangt, overeenkomstig zijn geloof en zijn werken.Deze vergelding bestaat in de toegang tot de gelukzaligheid van de hemel,onmiddellijk dan wel na een evenredige loutering, of tot de eeuwigeverdoemenis in de hel. “Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven.” (Lc. 16,22) Daarop zei hij: ‘Jezus, vergeet mij niet wanneer U in uw koninkrijk komt.’ Hij zei tegen hem: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs.’ (Lc. 23, 42-43) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1021-1022; 1051-10527-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 230
  • 231. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven”209 Wat verstaat men onder “hemel”?Onder “hemel” verstaat men de staat van het hoogste en definitieve geluk.Wie in de genade van God sterven en geen verdere loutering nodig hebben,worden verenigd rond Jezus en Maria, met de engelen en met de heiligen.Zo vormen zij Kerk van de hemel, waar zij God “van aangezicht totaangezicht” (1 Kor. 13, 12) zien, met de Allerheiligste Drie-eenheid in eengemeenschap van liefde leven, en voor ons ten beste spreken. “De Vader is naar zijn wezen en in waarheid het Leven. Over alles stort Hij door zijn Zoon en in de heilige Geest zijn hemelse gaven uit. Maar het eeuwig leven heeft Hij in zijn mensenliefde zeker en vast beloofd aan ons mensen” (H. Cyrillus van Jeruzalem) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1023-1026; 10537-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 231
  • 232. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven”210 Wat is het vagevuur?Het vagevuur is de staat van degenen die in vriendschap met God sterven,maar die, ofschoon zij van hun eeuwigheid verzekerd zijn, nog loutering nodighebben om in de hemelse gelukzaligheid binnen te gaan. “Als iemand de Mensenzoon weerspreekt, zal het hem vergeven worden.Maar als iemand de heilige Geest weerspreekt, zal het hem niet vergeven worden, niet in deze tijd en niet in de komende.” (Mt. 12,31) Op grond van deze uitspraak kunnen wij aannemen dat bepaalde zonden vergeven kunnen worden in deze wereld, maar andere in de komende wereld. (H. Gregorius de Grote) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1030-1031; 10547-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 232
  • 233. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven”211 Hoe kunnen wij de zielen in het vagevuur helpen?Krachtens de gemeenschap van de heiligen kunnen de gelovigen die nochbezig zijn met hun aardse pelgrimstocht, de zielen in het vagevuur helpendoor voor hen voorbeden op te dragen, vooral het eucharistisch offer, maarook aalmoezen, aflaten en werken van boetvaardigheid. “Laten wij hun nu hulp bieden en ons om hun nagedachtenis bekommeren. Als immers de kinderen van Job door het offer van hun vader gereinigd zijn (Job, 1, 5-8) waarom twijfelt gij er dan aan dat onze offers voor de doden hun enige troost verschaffen? (...) Laten wij dus niet moe worden hulp te bieden aan hen die heengegaan zijn en onze gebeden voor hen op te dragen.” (H. Johannes Chrysostomus) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1032; 10557-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 233
  • 234. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven”212 Waarin bestaat de hel?Zij bestaat in de eeuwige verdoemenis van diegenen die uit vrije keuze indoodzonde sterven.De ergste straf van de hel bestaat in het eeuwig gescheiden zijn van God.In Hem alleen immers kan de mens het leven en het geluk vinden, waartoe hijgeschapen is en waarnaar hij streeft.Christus vat deze werkelijkheid samen in de woorden: “Gaat weg van Mij,vervloekten, in het eeuwige vuur!” (Mt. 25, 41). “De mens zonder liefde is nog in het gebied van de dood. Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar, en u weet dat een moordenaar het eeuwig leven niet blijvend in zich heeft.” (1 Joh. 3, 14-15) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1033-1035; 1056-10577-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 234
  • 235. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven” Hoe gaat het bestaan van de hel samen met de oneindige213 goedheid van God?God wil weliswaar “dat allen tot inkeer komen” (2 Pt. 3, 9), maar hij heeft demens vrij geschapen en met een eigen verantwoordelijkheid, en Hijrespecteert zijn keuzes.Het is daarom de mens zelf die zich in volkomen autonomie vrijwillig uitsluitvan de gemeenschap met God als hij tot aan zijn dood in de doodzondevolhardt en de barmhartige liefde van God afwijst. “Ga binnen door de nauwe poort. Want wijd is de poort en breed is de weg die naar de ondergang leidt; er zijn vele mensen die daarlangs gaan. Hoe nauw is de poort en hoe smal de weg die naar het leven leidt; er zijn maar weinig mensen die hem vinden.” (Mt. 7, 13-14) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1036-10377-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 235
  • 236. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven”214 Waarin zal het laatste oordeel bestaan?Het laatste (algemene) oordeel zal bestaan in een vonnis tot gelukzalig levenof tot eeuwige verdoemenis, dat de Heer Jezus bij zijn wederkomst alsrechter over levenden en doden, zal vellen over de “rechtvaardigen enonrechtvaardigen” (Hand. 24, 15) die allen voor Hem bijeengebracht zullenzijn.Na het laatste oordeel zal het verrezen lichaam deel krijgen aan devergelding, die de ziel in het bijzonder oordeel heeft ontvangen. “Ik heb mijn hoop gevestigd op God en evenals deze mannen hier verwacht ik dat er een opstanding zal zijn van rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” (Hand. 24, 15) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1038-1041; 1058-10597-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 236
  • 237. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven”215 Wanneer zal dit oordeel plaatshebben?Dit laatste oordeel zal plaatshebben aan het einde van de wereld, waarvanalleen God dag en uur kent. “Wanneer de Mensenzoon komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand.” “Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven” (Mt. 25, 31-33,46) “Wees daar niet verwonderd over: er komt een uur waarop allen die in het graf liggen zijn stem zullen horen en eruit zullen komen; wie goed hebben gedaan zullen opstaan om te leven, wie kwaad hebben gedaan zullen opstaan om veroordeeld te worden” (Joh. 5, 29) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 10407-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 237
  • 238. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" ARTIKEL 12 - "Ik geloof in het eeuwig leven” Wat houdt de hoop in op een nieuwe hemel en een216 nieuwe aarde?Na het laatste oordeel zal ook het heelal zelf, verlost uit de slavernij van devergankelijkheid, delen in de heerlijkheid van Christus, bij het aanbreken vande “nieuwe hemel” en de “nieuwe aarde” (2 Pt. 3, 13).Daarmee zal het rijk Gods zijn volheid bereiken, dat wil zeggen de definitieveverwezenlijking van Gods heilsplan om “in Christus alles onder één hoofd tebrengen, alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde”.God zal dan “alles in allen” zijn (1 Kor. 15, 28), in het eeuwig leven.Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen(...). Maar zij is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid (...). Wij weten immers dat de hele natuur kreunt en barensweeën lijdt, altijd door. En niet alleen zij, ook wij zelf, die toch reeds de eerstelingen van de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten over ons eigen lot, zolang wij nog wachten op de verlossing van ons lichaam {Rom. 8,19.23}. DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1042-1050; 10607-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 238
  • 239. Sectie 2: De belijdenis van het christelijk geloof Hoofdstuk 3: “Ik geloof in de heilige Geest" "Amen" Wat betekent het Amen waarmee onze geloofsbelijdenis217 sluit?Het hebreeuwse woord Amen, waarmee ook het laatste boek van de heiligeSchrift, enige gebeden van het Nieuwe Testament en de liturgische gebedenvan de Kerk sluiten, betekent ons vertrouwvolle en onbeperkte “ja” op watwij beleden hebben te geloven, terwijl wij volledig vertrouwen op Hem diehet definitieve "Amen" is: (Openb. 3, 14): Christus, de Heer. “Laat de geloofsbelijdenis voor u als een spiegel zijn. Bekijk uzelf, of u alles gelooft, wat u belijdt te geloven en verheug u iedere dag om uw geloof.” (H. Augustinus) DE GELOOFSBELIJDENIS CKK 1061-10657-1-2013 Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk 239