Your SlideShare is downloading. ×
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

2010/2011 Overzicht Schoolexamenstof

6,006

Published on

Published in: Education, Technology, Business
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
6,006
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Overzicht schoolexamenstof Voor vwo-scheikunde 2009/2010 Lefeber en Zweistra
  • 2.  
  • 3. Examenoefening
    • 2009 Eerste tijdvak
    • 2009 Tweede tijdvak
    • 2008 Eerste tijdvak
    • Reserve: 2008 Tweede tijdvak
      • OEFEN ANDERE EXAMENS THUIS, INDIEN GEWENST
    • Let op in vierde periode, rooster van derde periode
      • Week van 19 april LRB afwezig ma t/m woe
      • Week van 26 april ZAM afwezig
      • Week van 10 mei facultatief
  • 4. Centraal examen
    • Week van 17 mei start examen
    • 26 mei 13.30-16.30u scheikunde
    • Uitslag in week 24
    • Tweede tijdvak in week 25
    • 1 juli diploma-uitreiking
  • 5. §20.1 Inleiding
    • Bladzijde 148 doorlezen
    • 5min
    • Vragen?
  • 6. Schoolexamen
    • In de weken van 22 en 29 maart
      • Theoretische toets over alle leerstof
      • Praktische toets nog nader bekend te maken
    • Komende lessen:
    • Volledige schoolexamenleerstof doornemen aan de hand van hoofdstuk 20
  • 7. §20.2 Bouw van stoffen
    • Verschillende stoffen hebben verschillende deeltjes
      • Moleculaire stof > moleculen
      • Metalen > metaalatomen
      • Zouten > ionen
    • Opbouw van alle materie is in te delen in mengsels en zuivere stoffen
      • Mengsels kun je scheiden
      • Zuivere stoffen kun je ontleden
  • 8. LET OP Legering stond in eerdere versie als zuivere stof vermeld. Alle materie Mengsels Zuivere stof Scheidingsmethodes (gebaseerd op verschil in…) adsorberen (aanhechtingsvermogen) bezinken (dichtheid) chromatograferen (aanhechtingsvermogen aan chromatogram en oplosbaarheid in loopvloeistof) centrifugeren (dichtheid) destilleren (kookpunt) extraheren (oplosbaarheid) filtreren (deeltjesgrootte) indampen (kookpunt) Typen mengsels, ingedeeld naar verschillende combinaties van fasen (aggregatietoestand) Ontleedbare stof Niet-ontleedbare stof Ontledingen (de stof ontleedt onder invloed van…) elektrolyse (elektriciteit) fotolyse (licht) thermolyse (warmte) Moleculaire stof (niet-metaal + niet-metaal) Typen ontleedbare stoffen, ingedeeld naar verschillende combinaties van atoomsoorten (metaal en niet-metaal). Pas op er bestaan ook uitzonderingen op deze indeling! Zout (metaal + niet-metaal) Legering (metaal + metaal) Metaal Niet-metaal Emulsie Nevel Oplossing Rook Schuim Suspensie
  • 9. Deeltjes en bindingen
    • Verschillende deeltjes hebben verschillende bindingen
      • Tussen moleculen
        • Vanderwaalsbindingen (molecuulbindingen)
        • Waterstofbruggen
        • Dipool/dipoolbindingen
      • Tussen atomen
        • Covalente binding (atoombinding)
        • Polaire atoombinding
          • Door een polaire atoombinding kan een dipool ontstaan
        • Metaalbinding
      • Tussen ionen
        • Ionbindingen
  • 10. Deeltjes en roosters
    • Verschillende deeltjes zitten in verschillende roosters
      • Moleculen zitten in een molecuulrooster
      • Atomen zitten in een atoomrooster
      • Metaalatomen zitten in een metaalrooster
      • Ionen zitten in een ionrooster
  • 11. Deeltjes en stoffen
    • Metalen
      • Edele metalen / Au, Ag en Pt
      • Half edele metalen / bv. Cu, Hg en Ti
      • Onedele metalen / bv. Al, Zn, Fe, Pb en Sn
      • Zeer onedele metalen / bv. Li, Na, K, Ca, Ba, Mg
        • Alkalimetalen (groep 1) en aardalkalimetalen (groep 2)
    • Moleculaire stoffen
      • Halogenen (groep 17)
      • Edelgassen (groep 18)
      • Overige
  • 12. Overzicht isomerie
  • 13. Zelfde molecuulformule, andere structuurformule Isomerie Structuur isomerie Stereo isomerie Cis-trans isomerie Optische isomerie
  • 14. Op te delen in twee groepen... Isomerie Structuur isomerie Stereo isomerie Cis-trans isomerie Optische isomerie
  • 15. Verschillen in karakteristieke groep, plaatsnummer en/of koolstofskelet Isomerie Structuur isomerie Stereo isomerie Cis-trans isomerie Optische isomerie
  • 16. Structuurisomerie Verschillen in karakteristieke groep, plaatsnummer en/of koolstofskelet
  • 17. Stereo-isomerie: Moleculen verschillen alleen in hun ruimtelijke structuur Op te delen in twee groepen... Isomerie Structuur isomerie Stereo isomerie Cis-trans isomerie Optische isomerie
  • 18. Optredend bij moleculen met beperkte draaibaarheid: Alkenen of cyclische verbindingen Isomerie Structuur isomerie Stereo isomerie Cis-trans isomerie Optische isomerie
  • 19. Cis-trans isomerie Teken de cis- en transvorm van buteendizuur
  • 20. Moleculen bevatten een asymmetrisch C-atoom (vier verschillende groepen) en verschillen in optische activiteit Isomerie Structuur isomerie Stereo isomerie Cis-trans isomerie Optische isomerie
  • 21. Optische isomerie Teken de twee spiegelbeeldisomeren voor 2-chloorbutaan 2-chloorbutaan
  • 22. Molecuulbouw en stofeigenschappen
    • VSEPR= Valence-Shell Electron-Pair Repulsion
      • De ruimtelijke vorm bepalen dmv afstoting van valentie-elektronenparen.
    • Elektronenformule
      • Bindende elektronenparen
      • Niet-bindende elektronenparen
    • Vorm molecuul
      • Aantal omringende atomen + NBEP =omringingsgetal (OG)
      • BEP en NBEP zo ver mogelijk uit elkaar
        • OG = 2  bindingshoek= 180 ° / rechte lijn
        • OG = 3  bindingshoek= 120 ° / driehoek (mercedesster)
        • OG = 4  bindingshoek= 109,5 ° / tetraëder
    • Wat is het omringingsgetal voor zwaveltrioxide?
  • 23. Tot slot: chromatografie
    • Mobiele fase / stationaire fase
    • Papierchromatografie
      • Mengsel water/aceton
      • Water hecht aan papier(cellulose) wordt stationair
      • Aceton blijft mobiel
      • Kleurstoffen van inkt worden meegenomen
    • Vloeistof-vloeistofchromatografie (LLC) Vloeistof-vastchromatografie (LSC)
  • 24. Gaschromatografie
    • Gas-vloeistofchromatografie (glc)
    • Gas-vastchromatografie (GSC)
  • 25. §20.2 Bouw van stoffen
    • Leg uit waarin het oplossen van moleculaire stoffen in water verschilt van het oplossen van zouten.
    • Aan welke voorwaarden moet een moleculaire stof voldoen, wil deze in water kunnen oplossen? Licht je antwoord toe aan de hand van voorbeelden.
    • Zwaveltrioxide is goed oplosbaar in water en azijnzuur ook. Verklaar dit aan de hand van de molecuul structuur van beide stoffen.
    • Zelfde opdracht voor stearinezuur (zie Binas 67B) en natriumstearaat
    • De vorming van een micel, bestaande uit stearaat ionen, is een evenwichtsproces. Hoe verandert de ligging van dit evenwicht als vuil wasgoed met vetvlekken wordt toegevoegd aan een natriumstearaatoplossing? Licht je antwoord toe.
  • 26. §20.2 Bouw van stoffen
    • Vraag 3, voorbeeldproefwerk H12
    • a Bij het oplossen van moleculaire stoffen worden de intermoleculaire vanderwaalsbindingen in het molecuulrooster verbroken. De (neutrale) moleculen vormen of ontvangen H-bruggen met watermoleculen. Bij het oplossen van zouten komen de positieve en negatieve ionen los uit het ionrooster en worden omhuld door watermoleculen (hydratatie). Hierbij is de δ−-kant (het O-atoom) van het watermolecuul naar de positieve ionen gericht en de δ+-kant van het watermolecuul (de H-atomen) naar de negatieve ionen.
    • b De moleculaire stof moet H-brugvormende groepen bezitten (O–H en/of N–H) of H-brugontvangende groepen (C=O, C≡N) en een dipoolmoment hebben.
  • 27. §20.2 Bouw van stoffen
    • c Het S-atoom in SO 3 heeft omringingsgetal 3 en is daardoor een plat molecuul: het heeft een dipoolmoment 0. Het lost toch goed op in water of beter gezegd: het reageert ermee onder vorming van zwavelzuur!
    • Azijnzuur heeft een dipoolmoment 5,7 (tabel 55B) en een H-brugvormende OH-groep. Bovendien overheerst het apolaire karakter van de (kleine) methylgroep niet, zodat azijnzuur uitstekend oplost in water.
    • d Bij stearinezuur overheerst het apolaire karakter van de lange koolwaterstofstaart en daarom zal stearinezuur niet in water oplossen. Natriumstearaat heeft een geladen kop en zal, gezien de lange koolstofstaart micellen vormen in water. Natriumstearaat zal veel beter oplossen in water.
    • e Het evenwicht zal aflopen naar de kant van de losse stearaationen. Er stelt zich een nieuw evenwicht in tussen de door stearaationen ingekapselde vuildeeltjes in de micellen en de losse stearaationen.
  • 28. §20.3 Rekenchemie
    • Percentage
    • Promille
    • Parts per million
    • MAC
    • ADH
    • Rendement
    • Eenheden rekenen (mg, g, kg)
    • Molrekenen (mol naar massa, etc)
    • Molair volume
  • 29. §20.4 Zuren en basen
    • Zuur  Deeltje dat H + afstaat
      • HCl + H 2 O  H 3 O + + Cl -
    • Base  Deeltje dat H + opneemt
      • NH 3 + H 2 O <-> NH 4 + + OH -
    • Notatie;
      • Sterk zuur/base  H 3 O + + Z - (100% ionisatie)
      • Zwak zuur/base  HZ(aq) (1-10% ionisatie)
  • 30. Samenvatting Zuur/base
    • Na 2 CO 3 sterk/zwak zuur/base/zout
    • NaH sterk/zwak zuur/base/zout
    • HNO 3 sterk/zwak zuur/base/zout
    • NH 3 sterk/zwak zuur/base/zout
    • HF sterk/zwak zuur/base/zout
    • HPO 4 2- sterk/zwak zuur/base/zout/amfolyt
  • 31. Samenvatting Zuur/base
    • Na 2 CO 3
    • NaH
    • HNO 3
    • NH 3
    • HF
    • HPO 4 2-
    • zout
    • zout
    • sterk zuur
      • zwakke base
    • zwak zuur
    • amfolyt
  • 32. Samenvatting Zuur/base
    • Sterk zuur:
    • 0,10 M HNO 3  pH = -log [H 3 O + ] = 1,00
      • 100% geïoniseerd, HNO 3 geeft 1 H+ af dus zoals hier boven.
    • Zwak zuur:
      • 0,10 M HNO 2 niet 100% geïoniseerd dus met zuurconstante berekenen.
    • HNO 2 (aq) + H 2 O(l)  NO 2 - (aq)+ H 3 O + (aq)
    • B 0,10 0 0
    • O -x +x +x
    • E 0,10-x x x
    • X = [H 3 O + ]
    • Kz = [ NO 2 - ] . [H 3 O + ] = 5,6.10 -4
    • [HNO 2 ]
    • Kz = x.x = 5,6.10 -4
    • 0,10-x
    • Grafische rekenmachine / met de hand: abc-formule of verwaarlozing
  • 33. Samenvatting Zuur/base
    • Sterke base:
    • 0,20 gram calciumoxide in 0,500 liter water bij kamertemperatuur, bereken pH.
    • CaO(s) + H2O(l)  Ca2+(aq) + 2OH-(aq)
    • 0,00357 mol  x2  0,00713 mol
    • : 56,08 g/mol : 0,500 liter
    • 0,20 gram 0,014 M = [OH-]
    • pOH= -log [OH-]=1,85  pH=12,15
  • 34. Samenvatting Zuur/base
    • Sterk zuur met sterke base
      • Loopt 100% af
    • Sterk zuur met zwakke base
    • Zwak zuur met sterke base
      • Evenwicht ligt zeer sterk rechts (bijna 100%)
    • Zwak zuur met zwakke base
      • Controleer in Binas 49. Staat zuur boven base dan reactie. (Evenwichtsreactie)
      • Staat zuur onder base. Evenwicht sterk links (geen reactie)
  • 35. Samenvatting Zuur/base
    • Geef de vergelijking tussen
      • (overmaat) HCl opl en Na 3 PO 4 (s)
      • 3H 3 O + + Na 3 PO 4 (s)  H 3 PO 4 + 3Na + (aq) + 3H 2 O
      • NH 3 opl en HF opl
      • NH 3 (aq) + HF (aq) <-> F - (aq) + NH 4 + (aq)
      • HIO opl en NaOH (s)
      • HIO(aq) + NaOH (s)  Na + (aq) + IO - (aq) + H 2 O
  • 36. Samenvatting buffers
    • Een buffer is een mengsel van een zuur en zijn geconjugeerde base in een verhouding van 1:10 tot 10:1 in ruime hoeveelheden.
    • Een buffer kan een kleine hoeveelheid sterk zuur of sterke base omzetten zodat de pH niet of nauwelijks verandert.
    • CH 3 COOH + H 2 O  CH 3 COO - + H 3 O + (let op; is hetzelfde als zwak zuur evenwicht, alleen zitten nu beide stoffen in mengsel)
    • Bufferformule
  • 37.
    • CH 3 COOH + H 2 O  CH 3 COO - + H 3 O +
    • Als de verhouding 1:1 is dan is K z = [H 3 O + ]
    • Twee mogelijke vragen
      • Als pH bekend is, dan kun je de verhoudingen berekenen.
      • Als de verhoudingen bekend zijn, is de pH te berekenen
  • 38. §20.5 Redoxreacties
    • redoxreacties herkennen
      • Een redoxreactie is het makkelijkst te herkennen aan ladingveranderingen van metaalatomen/ionen. Aan de formule van een zout kun je zien dat er lading is en hoe groot de lading is.
        • Fe(s) is een metaal dus ijzer heeft geeft lading.
        • Fe 2+ (aq) is een opgelost ion dus er is lading
        • FeCl 2 (s) is een zout bestaat uit ionen, chloride is één min dus is ijzer 2+.
      • Fe(s) + Cl 2 (g)  FeCl 2 (s)
      • is redox want ijzer verandert van lading
      • Fe 2+ (aq) + 2Cl - (aq)  FeCl 2 (s)
      • is geen redox want ijzer is voor en na de pijl 2+.
  • 39. Samenvatting Redox
    • redoxreacties opstellen m.b.v. tabel 48
    • Stappenplan:
    • Noteer de aanwezige deeltjes.
    • Volg in tabel 48 in de oxidator kolom van boven naar beneden, op zoek naar het eerste deeltje dat aanwezig is, let ook op eventuele benodigde subdeeltjes als H+. Noteer de mogelijke halfreactie en noteer de electrode potentiaal.
    • Volg in tabel 48 in de reductor kolom van beneden naar boven, op zoek naar het eerste deeltje dat aanwezig is, let ook op eventuele benodigde subdeeltjes als H+. Noteer de mogelijke halfreactie en noteer de electrode potentiaal.
    • Controleer of de oxidator boven de reductor staat, zo ja er is reactie.
    • Controleer of de electronenaantallen gelijk zijn in de halfreacties, zo nee, zorg daarvoor.
    • Tel de halfreacties op.
    • Deel eventueel aan beide kanten dubbele stoffen weg, zoals water of H+.
    • Controleer de deeltjes en de lading!!!
  • 40. Samenvatting Redox
    • Onderzocht wordt of er een reactie optreedt tussen een aangezuurde kaliumpermanganaat-oplossing en een ijzer(II)nitraatoplossing.
    • H + (aq) K + (aq) MnO 4 - (aq)] MnO 4 - (aq) +8H + (aq)+5e -  Mn 2+ (aq) + 4 H 2 O(l) x1
    • Fe 2+ (aq) NO 3 - (aq) ] Fe 2+ (aq)  Fe 3+ (aq) + e - x5
    • MnO 4 - (aq) +8H + (aq)+5Fe 2+ (aq)  Mn 2+ (aq) + 4 H 2 O(l) +5Fe 3+ (aq)
  • 41. Samenvatting Redox
    • halfreacties opstellen
      • Stap 1: Noteer oxidator en reductor
      • Stap 2: Maak element kloppend
      • Stap 3: Maak O en H kloppend met H2O, H+ of OH- afhankelijk van het milieu
      • Stap 4: ladingbalans
      • Stap 5: eventueel een totaalreactie opstellen.
      • In een oplossing van ethanol in water wordt zuurstofgas geblazen. Na verloop van tijd is de ethanol omgezet in azijnzuur en er is hydroxide gevormd uit het zuurstofgas. Stel de beide halfreacties op en vervolgens een kloppende reactie.
    • C 2 H 5 OH + H 2 O  CH 3 COOH + 4H + + 4e - 1x
    • O 2 + 2H 2 O + 4e -  4OH - 1x
    • C 2 H 5 OH + H 2 O + O 2 + 2H 2 O  CH 3 COOH + 4H + + 4OH -
  • 42. Samenvatting Redox
    • Negatieve electrode
    • reductor
    • Zoutbrug
    • De notatie van deze cel is:
    • Zn(s) | Zn 2+ (aq)||Cu 2+ (aq)|Cu(s)
    • Eerst het materiaal van de negatieve electrode,| dan de ionen na de eerste verticale streep die in de halfreactie van de reductor voorkomen || dan de ionen die in de halfreactie van de oxidator voorkomen | dan het materiaal waar de pluspool van gemaakt is.
  • 43. Samenvatting Redox
    • Berekeningen aan redox
    • Men wil het massapercentage ijzer(II)chloride bepalen in een mengsel van ijzer(II)chloride en ijzer(III)chloride. Hiertoe bepaalt men hoeveel mol permanganaationen reageert met een bepaalde hoeveelheid van het opgeloste mengsel.
      • a Geef de vergelijking van de reactie die plaatsvindt als men een aangezuurde kaliumpermanganaatoplossing toevoegt aan het opgeloste mengsel.
    • 0,750 gram opgelost mengsel reageert met 1,003 · 10 –3 mol permanganaationen.
      • b Bereken hoeveel mol Fe 2+ aanwezig is in 0,750 g van het mengsel.
      • c Bereken het massapercentage ijzer(II)chloride in het onderzochte mengsel.
  • 44. Samenvatting Redox
      • a Fe 2+  Fe 3+ + e – (× 5)
      • MnO 4 – + 8 H + + 5 e –  Mn 2+ + 4 H 2 O (× 1)
      • 5 Fe 2+ (aq) + MnO 4 – (aq) + 8 H + (aq)  5 Fe 3+ (aq) + Mn 2+ (aq) + 4 H 2 O(l)
      • b Molverhouding Fe 2+ :MnO 4 – = 5:1 = x :1,003 · 10 –3
      • x = 5 × 1,003 · 10 –3 = 5,015 · 10 –3 mol Fe 2+
      • c 5,015 · 10 –3 mol Fe 2+ = 5,015 × 10 –3 × 126,8 = 6,359 · 10 –1 g FeCl 2
      • Massapercentage Fe 2+ = × 100% = 84,8%
  • 45. §20.6 Zouten en analyse
    • Wat zijn ook weer…?
      • Hydratatie
      • Hydraat
      • Oplosvergelijking
      • Neerslagvergelijking
  • 46. Zouten oefenen
    • Geef de formule van calciumsulfaatdihydraat
    • Geef de oplosvergelijking voor bariumsulfaat
    • Geef de oplosvergelijking voor natriumfluoride
    • Geef de reactievergelijking voor het ontstaan van de neerslag, wanneer een oplossing van natriumfosfaat wordt toegevoegd aan een oplossing van ijzer( III )chloride.
    • Geef de hydratatie van een natriumchloride-oplossing in een tekening weer. Neem één positief en één negatief ion om de hydratatie weer te geven.
  • 47. Zouten oefenen
    • Geef de formule van calciumsulfaatdihydraat
    • CaSO 4 .2H 2 O (s)
    • Geef de oplosvergelijking voor bariumsulfaat
    • BaSO 4 (s)  X (slecht oplosbaar zout)
    • Geef de oplosvergelijking voor natriumfluoride
    • NaF (s)  Na + (aq) + F - (aq)
    • Geef de reactievergelijking voor het ontstaan van de neerslag, wanneer een oplossing van natriumfosfaat wordt toegevoegd aan een oplossing van ijzer( III )chloride
    • Fe 3+ (aq) + PO4 3- (aq)  FePO 4 (s)
  • 48. Zouten oefenen
    • Geef de hydratatie van een natriumchloride-oplossing in een tekening weer. Neem één positief en één negatief ion om de hydratatie weer te geven.
  • 49. §20.6 Zouten en analyse
    • Spectrofotometrie
      • IR-spectrometrie
      • Colorimetrie of UV/VIS spectrometrie
    • Massaspectrometrie (MS)
    • Titratie
      • Direct / indirect
  • 50. IR Spectrometrie
    • Tabel 39B in Binas
      • Absorptiegebieden
      • Buig- en strekvibraties
      • Golfgetal (1/golflengte)
      • IR 10 -6 – 10 -4 m, dus golfgetallen 100-10000 cm -1
    • Oefenen mogelijk via:
    • http://wetche.cmbi.ru.nl/vwo/cdrom05/jmol/spect/ir/index.html
    • LET OP VERWARREND: Lage golflengte is hoog in energie
      • 1/golflengte geeft bij lage golflengte een ‘hoog’ getal, dus hoog golfgetal, maar spectrum start op x-as meestal omgekeerd (zie Binas 39B2)
  • 51. IR Spectrometrie Filmpje 6:32
  • 52. UV/VIS Spectrometrie
    • Tabel 39A in Binas
    • Wet van Lambert-Beer
    • E = ε × c × d zie ook Tabel 37E in Binas
      • E extinctie (dimensieloos; -log( I/I 0 ), waarin I de intensiteit is van het doorgestroomde licht)
      • ε Molaire extinctiecoefficient (L mol -1 cm -1 )
      • c (in Binas [A]) concentratie component (mol L -1 )
      • d Weglengte cuvet in cm
  • 53. UV/VIS Spectrometrie
  • 54. UV/VIS Spectrometrie Filmpje 4:51
  • 55. Massaspectrometrie
    • Tabel 39D in Binas
      • m/z met m, massa en, z lading van ion
      • Standaard afsplitste fragmenten, kijk in Binas
      • Standaard m/z waardes, zie Binas
  • 56. Massaspectrometrie Filmpje 7:58
  • 57. NMR Nuclear Magnetic Resonance
    • Tabel 39C in Binas
      • Ophelderen structuur organische verbindingen
      • Toegepast op mensen: MRI scan
      • Radiogolven binnen een magnetisch veld; 1 H of 13 C of ...
    Filmpje 8:43 !!! Geen schoolexamenstof, maar wel een zeer belangrijke analysemethode Kan schokkend overkomen; watermeloen ipv hoofd Gebeurd op 31 juli 2001; Filmpje 2:02
  • 58. Oefenen (zie ook boek)
    • Zouten
      • Voorbeeldproefwerk H3: 3,4,7,8 en 9
    • Titraties
      • Voorbeeldproefwerk H16: 2
      • Uit H14: 5 en 6
    • Spectrometrie (IR, UV/VIS en MS)
      • Uit H13: 10,14 en 20
    • Meer oefening? Oude examens, vooral ook kwantitatieve analyse (verhoudingen tussen pieken, etc.)
  • 59. §20.7 Koolstof- en biochemie
    • Alkanen (C n H 2n+2 ) Methylpropaan
    • Alkenen (C n H 2n ) 1,3-butadieen
    • Alkynen (C n H 2n-2 ) 2-pentyn
    • Alkaanzuren ~COOH Butaandizuur
    • Alkanolen ~C-OH 1,2,3-propaantriol
    • Alkanalen ~CHO Hexanal
    • Alkanonen ~C=O 2,3-Heptadion
    • Alkoxyalkanen ~C-O-C~ Methoxyethaan
    • Alkylalkanoaten ~O=C-O-C~ Ethylethanoaat
  • 60.
    • Esterbinding
    • Amidebinding
  • 61. Samenvatting koolstofchemie
    • Vetten/olien
      • Tri-ester van glycerol
      • Hydrolyse
      • Verzeping
  • 62. Samenvatting koolstofchemie
    • Aminen/Aminozuren
      • ~NH 2 Trimethylamine
      • H 2 N-CHR-COOH
      • Alanine
  • 63. Samenvatting koolstofchemie
    • Koolhydraten
      • suikers
  • 64. Samenvatting koolstofchemie
    • Eiwitten
      • Koppeling van aminozuren onder afsplitsing van H 2 O.
      • Vormt een peptidebinding
  • 65. Samenvatting koolstofchemie
    • DNA/ RNA
      • Coderend
      • Matrijs
      • RNA
        • U ipv T
        • Enkele helix
        • celkern
      • Triplet
        • Aminozuur
        • Start/stop
        • Ribosoom
  • 66. Samenvatting koolstofchemie
    • Polymerisatie
      • Additiepolymerisatie
      • Condensatiepolymerisatie
      • Copolymeer
  • 67. Samenvatting koolstofchemie
    • Thermoplast
    • Thermoharder
    • Elastomeer
  • 68. §20.8 Reactiesnelheid , evenwicht en industriële chemie
    • Reactiesnelheid wordt bepaald door:
      • Soort stof
      • Temperatuur
      • Concentratie
      • Verdelingsgraad
      • Katalysator
  • 69. §20.8 Reactiesnelheid, evenwicht en industriële chemie
    • Dynamisch / statisch evenwicht
    • Chemisch evenwichten zijn dynamisch
    • Insteltijd
      • Te beinvloeden door een katalysator toe te passen
    • Evenwicht verstoren
      • Temperatuur veranderen
      • Concentratie van een van de reagerende stoffen veranderen
  • 70. §20.8 Reactiesnelheid, evenwicht en industriële chemie
  • 71. §20.8 Reactiesnelheid, evenwicht en industriële chemie
    • Evenwichtsconstante, K
      • Zuurconstante Kz, baseconstante Kb, oplosbaarheidsproduct Ks
    • Concentratiebreuk
    • Evenwichtsvoorwaarde (concentratiebreuk = K)
  • 72. §20.8 Reactiesnelheid, evenwicht en industriële chemie
    • Zelf aan de slag.
    • Bepaal (gebruik tabel 46) hoeveel massa% AgCl oplost, wanneer 2,00 g zilverchloride in contact wordt gebracht met 100 mL water.
  • 73. §20.8 Reactiesnelheid, evenwicht en industriële chemie
    • Een leerling bedenkt een methode om meer zilver neer te slaan en voegt 10g NaCl toe. Laat opnieuw zien hoeveel massa% AgCl nog is opgelost.
  • 74. §20.8 Reactiesnelheid, evenwicht en industriële chemie
    • Blokschema
      • Termen: Aanvoer, opslag, voorbewerking en reactie, nevenreactie, volgreactie
    • Procesbeheersing
      • Controle kamer
    • Recirculatie  heeft scheiding tot gevolg
    • Warmtewisselaar
    • Batch versus continu
    • Toepassingen in hoofdstuk: zetmeel, medicijnen
  • 75. §20.8 Reactiesnelheid, evenwicht en industriële chemie
    • Nieuwe scheidingsmethodes
    • Omkristalliseren
      • Alleen geschikt voor vaste stoffen warm oplosmiddel, vrijwel verzadigde oplossing, langzaam afkoelen; hoe langzamer kristallisatie plaatsvindt des te zuiverder de vaste stof
    • Membraanfiltratie
      • Een membraan is een scheidingswand die sommige deeltjes wel en andere deeltjes niet doorlaat
      • Poreuze membranen
        • Microfiltratie, ultrafiltratie, nanofiltratie
      • Dichte membranen
      • Carrier membranen (vloeistofmembranen)
      • Permeaat (gaat door membraan) en retentaat (blijft achter)
      • Dead-end filtratie
  • 76. Alles is besproken Wat moet ik nu (met mijn leven)?
    • OEFENEN, OEFENEN EN NOG EENS OEFENEN
    • DURF VRAGEN TE STELLEN
    • IN DE LES: EXAMENS OEFENEN, VRAGEN BESPREKEN
    • ZELF THUIS DOEN
      • Opgemaakt huiswerk maken
      • Lees en oefen de hoofdstukken die je moeilijk vindt
      • Indien nodig: koop een ‘Samengevat’ / ‘Examenhulp’
    • VAN WETEN NAAR BEGRIJPEN
    • SUCCES

×