• Save
Workshop Gg Net Jan10deel2
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share

Workshop Gg Net Jan10deel2

  • 2,170 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
2,170
On Slideshare
2,157
From Embeds
13
Number of Embeds
3

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 13

http://www.slideshare.net 9
http://www.linkedin.com 3
https://www.linkedin.com 1

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide
  • PDD-NOS: Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified MCDD: Multi Complex Developmental Disorder MCDD heette eerst (tot circa 2001): MDD (Multiplex Developmental Disorder). Bij MCDD wordt recent ook een link gelegd met kenmerken van schizofrenie of psychotisch functioneren.
  • Om te kunnen differentiëren tss ADHD met sociale interactie problemen en PDD-NOS, is een goede OA en hetero-anamnese gericht op de symptomen van zowel ADHD als ASS van groot belang. Er zijn nog geen meetinstrumenten die erop gericht zijn deze stoornissen te differentiëren. Momenteel wordt er bij het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG gebruik gemaakt van de VIS-V ( vertaling RJ van den Bosch en RB Minderaa, 2002), om te bekijken of dit voor volwassenen ook een geschikt instrument is om te differentiëren tussen ADHD en PDD-NOS : HELAAS NIET!!
  • De stoornis van Gilles de la Tourette (GTS) wordt gekenmerkt door chronische en meervoudige motorische en vocale tics, welke zich doorgaans manifesteren vanaf 6 à 7 jaar en kennen een wisselend beloop. GTS en ASS delen gedragskenmerken als echolalie, afwijkend motorisch gedrag en obsessief-compulsief gedrag. De tics bij GTS zijn in tegenstelling tot de stereotiepe bewegingen bij autisme (zoals oogknipperen, trekkingen in het gezicht) onwillekeurig en niet intentioneel (Hellingman-Fernhout, 2000). De compulsieve gedragingen bij autisme zijn meer ritualistisch van aard en zijn vaak gerelateerd aan weerstand tegen veranderingen. Ook manifesteert autisme zich vroeger dan GTS en heeft een minder fluctuerend verloop. De anamnese is van belang om het onderscheid aan te brengen: bij GTS is meestal geen sprake van een betekenisvolle taalachterstand of afwijkende taal en spraak. Het bewust-zijn van het hebben van een stoornis is ook vaker aanwezig. Overigens: autisme en ticstoornissen kunnen gezamenlijk voorkomen (zie Baron-Cohen, 1999).
  • Vraag SSS-ASS veel gesteld. M.n. bij slecht sociaal herstel na psychose. Historie: verband Autisme – schizofrenie, vanaf jaren ’70 duidelijk gescheiden. Verschillende cijfers over associatie, geen goed onderzoek. MCDD. Schizofrenia simplex. Onderzoek UCP mbv VIS-K retrospectief: hogere scores, slechter functioneren tijdens ziekte, meer defect. Ook door Konstantareas genoemd. .
  • SANS dimensies. Konstantareas J Aut. Dev. Dis. 2001: hogere scores bij ASS. Overigens ook positieve symptomen, bizar gedrag, formele denkstoornissen.
  • ToM problemen: bij SSS moeite herkenning gezichtsuitdrukkingen neg. Emoties en angst. Katatonie: Stereotypieen, manierismen. Formele denkstoornissen: negatieve symptomen, neologismen, persevereren. Ook associatiezwakte bij kk gevonden (bv vd Gaag 2005) MCDD; groep kk met ASS in combinatie met stoonissen in regulatie angst en affect en kortdurende denkstoornissen; meer kans schizofrene ontwikkeling. Inhoudelijke denkstoornissen: soms mn bij verstandelijke handicap bij ASS moeilijk sterke obsessieve fixatie te onderscheiden van waan (bv bij kk imaginary friends)
  • Bipolaire stoornissen: mensen met autisme kunnen erg gevoelig zijn voor details en veranderingen. Hierdoor komen vaak extreme stemmingswisselingen voor. Deze kunnen ten onrechte leiden tot classificatie van een bipolaire stoornis. Ook is een aantal specifieke kenmerken van een manische periode overlappend met kenmerken van ASS: afleidbaarheid in de vorm van teveel aandacht voor onbelangrijke of irrelevante stimuli), een toegenomen spraakzaamheid, ongediscrimineerd sociaal gedrag (zoals een uitgebreide conversatie beginnen met een vreemde persoon). Het blijkt dat stemmingsstoornissen (depressie of manische stoornis) bij mensen zonder ASS langer duren en minder situatie gebonden zijn. Ook is het algemene beeld van ASS te onderscheiden van de bipolaire stoornis door onder meer de aanwezigheid van repetitieve en beperkte interesses en gedragingen. Bipolaire stoornissen zouden echter vaak voorkomen bij personen met Asperger en kan een familiaire belasting eveneens in de richting van comorbiditeit wijzen (Tantam 2000).
  • Bepaalde symptomen van depressie, zoals verminderde interesse voor activiteiten, agitatie en besluiteloosheid, kunnen doen denken aan ASS. Een grondige anamnese maakt het onderscheid duidelijk. Wel kan sprake zijn van comorbiditeit: intelligentie mensen met ASS kunnen zich pijnlijk bewust worden van hun beperkingen. Wing (2000): depressie is de meest voorkomende psychiatrische aandoening bij normaal begaafden met autisme. Een depressie bij ASS manifesteert zich atypisch wat de diagnostiek bemoeilijkt (Lainhart en Folstein, 1994), bijvoorbeeld via agressief gedrag (Howlin, 1997). Depressies zijn net als bij andere kinderen, ook bij kinderen met autisme vaak gerelateerd aan life events. Ook lijken kinderen met ASS die leiden aan een depressie vaker een familiale historiek hebben dan niet-depressieve kinderen met ASS (Ghaziuddin en Greden, 1998). Ook zou een genetische associatie bestaan tussen autisme en een gezinsgeschiedenis van affectieve stoornissen (Nordin en Gillberg, 1998).
  • Sociale fobie Sociale fobie wordt gekenmerkt door een intense angst voor sociale situaties (met name situaties waarbij de persoon bloot meent te staan aan het oordeel van anderen) in combinatie met paniekaanvallen en /of vermijding van zulke situaties (DSM IV task force, 1994). Dit kan overlappen met het eerste hoofdsymptoom van autisme; beperking in de sociale interactie. Er zijn geen gegevens over de comorbidteit tussen sociale fobie en autisme spectrum stoornissen. OCS De dwangstoornis of obsessieve compulsieve stoornis (OCS) wordt gekenmerkt door dwanggedachten (obsessies) en/of dwanghandelingen die veel hinder geven, en meer dan 1 uur per dag in beslag nemen. Dwanggedachten zijn steeds terugkerende gedachten, beelden of impulsen die vaak angst en ongemak oproepen, en waar in meer dan 80 % van de gevallen angstreducerende (dwang)handelingen op volgen. Deze dwangverschijnselen zijn fenomenologisch moeilijk te onderscheiden van de rituelen, passend bij het derde hoofdsymptoom van autisme; stereotiepe gedrag. Uit de enige (klinische) studie naar co-morbiditeit van angst en autisme, blijkt dat ongeveer 20 % van de mensen met OCS een stoornis in het autistische spectrum heeft (Bejerot et al., 2001). Hoeveel mensen met een stoornis in het autistisch spectrum ook aan de criteria voor OCS voldoen, is onbekend. Een aanvulling op het onderscheid tussen OCS en autisme vinden we in de beschrijving van Pijpers (2005). Hier wordt niet alleen beschreven dat repetitieve gedragingen bij OCS ego-dystoon (ik-vreemd) zijn, maar ook dat deze een angst-reducerend karakter hebben. Dit in tegenstelling tot autisme, waar de repetitieve gedragingen ego-syntoon (ik-eigen) zijn (gedragingen gerelateerd aan preoccupaties en fascinaties) en het karakter hebben van angstpreventie (gedragingen betreft het vastzitten aan routines en rituelen). Door het ego-syntone karakter van het dwangmatig gedrag, worden deze handelingen bij autisme eerder ervaren als plezierig of lustvol en ontbreekt de schaamte en het besef van zinloosheid dat we bij OCS wel sterker zien (Verhulst, 2000).
  • Dmv. AUTI-R (Hoekman, 1992). Profiel van functioneren erg disharmonisch, lage score op sociale competentie, meer sociaal onaangepast gedrag. ASS: specifieke ontwikkelingsstoornissen: versus: een algeheel ontwikkelingstekort (Kraijer, 1998).
  • Van 64 patienten met OCD 13 “Opvallende Autistische trekken” (op verschillende manieren vastgesteld, maar zonder ontwikkelingsanamnese). In deze groep vaker PD (gemiddeld 2.8 t.o.v. 1.5 in niet ASD groep (vastgesteld met DIP-Q en SCID-screen, en Karolinska Scales of Personality). Vaker cluster A PD.

Transcript

  • 1. Differentiële diagnostiek bij ASS Diagnostiek bij volwassenen met autismespectrumstoornissen
  • 2. DD vs comorbiditeit
    • Differentiële diagnostiek: óf ASS óf ….
    • Comorbiditeit: é n ASS é n …..
  • 3. Stroomdiagram differentiaal-diagnostiek & comorbiditeiten
    • Zijn er ASS-verschijnselen? Vroeger? Nu?
    • Indien indicatie: voortgaand onderzoek
    • Mogelijkheid overwegen dat andere stoornis ASS-verschijnselen (mede)genereert
    • Mogelijkheid overwegen dat ASS ‘primair’ is en de andere stoornis ‘secundair’ (met name bij persoonlijk-heidsproblematiek)
  • 4. Het Autismespectrum
    • Differentiële diagnostiek binnen het autismespectrum: ja? Of: nee, alleen ASS?
    • Autistische stoornis, klassiek autisme
    • Syndroom van Asperger
    • PDD-NOS
    • McDD?
  • 5. Multi Complex Developmental Disorder (McDD)
    • Subcategorie van ASS, kenmerken:
      • Emotieregulatieproblematiek
      • (te) Sterke fantasie
      • Gedachten soms tot vaak niet kunnen remmen
      • Onderscheid fantasie en werkelijkheid moeizaam
    • Niet in DSM-IV; classificeren als subtype van PDD-NOS
    • Discussie: komt dit bij volwassenen voor, of ontwikkelt MCDD in kindertijd tot schizofrenie op volwassen leeftijd?
  • 6. Autismespectrumstoornissen 1 2 3 3 4 1: Klassiek autisme 2: Stoornis Asperger 3: PDD-NOS 4: MCDD Toenemend gestoord functioneren
  • 7. Differentiële diagnostiek ASS en As 1
  • 8. ADHD
    • DSM-IV: niet samen met ASS
    • Praktijk: kan samen met ASS ( comorbide )
    • In prevalentieonderzoek vaak overlap gevonden, percentages tussen 10% en 20%.
    • Aandachtsproblemen tgv ADD of ASS? Comorbide ADD geeft extra med. behandelmogelijkheden
  • 9. ADHD versus ASS
    • Ontwikkelingsanamnese
    • Hetero-anamnese
    • Beide anamnesen gericht op zowel ADHD als ASS !
    • VISV neemt beide stoornissen mee
    • Patiënt met ADHD, waar interventies geen soelaas bieden, en met sociaal deficiet: screen voor ASS !
  • 10. ASS en ticstoornissen (GTS)
    • GTS = chronische meervoudige motorische en vocale tics
    • - vanaf 6 à 7 jaar
    • - wisselend beloop
    • Compulsieve gedrag bij ASS is:
    • - meer ritualistisch van aard
    • - vaak gerelateerd aan weerstand tegen veranderingen
    • ASS manifesteert zich vroeger, minder fluctuerend verloop
    • GTS meestal geen afwijkende taal en spraakontwikkeling
    • Anamnese ten behoeve van het onderscheid
    • Autisme en ticstoornissen kunnen ook gezamenlijk voorkomen
  • 11. Schizofrenie
    • Praktijk: tot 5 à 10 jaar geleden: niet samen
    • Praktijk thans: kan samen
    • Esterberg e.a. (2008): schizofreniespectrum (incl. schizoïde en schizotypische PS , schizofreniforme en schizoaffectieve stoornis)
    • Knik in de ontwikkeling
    • McDD?
  • 12. Premorbide problemen schizofrenie
    • Latere taalontwikkeling
    • Later lopen
    • Lagere scores school
    • Meer teruggetrokken, solitair gedrag
    • Sociaal onaangepast
  • 13. Negatieve symptomen schizofrenie
    • Affectvervlakking
    • Alogia
    • Apathie-avolitie
    • Anhedonie-asociaal
    • Aandachtsproblemen
  • 14. Verdere overlap ASS-SSS
    • ToM problemen
    • Katatonie
    • Formele denkstoornissen
    • MCDD
  • 15. ASS en bipolaire stoornis
    • ASS: gevoeligheid voor details en veranderingen  stemmingswisselingen. Kan ten onrechte leiden tot classificatie bipolaire stoornis.
    • ASS in tegenstelling tot bipolaire stoornis:
    • repetitieve en beperkte interesses en gedragingen
    • Bipolair: aantal kenmerken overlappend met ASS:
    • - afleidbaarheid
    • - aandacht voor onbelangrijke stimuli
    • - toegenomen spraakzaamheid
    • - ongediscrimineerd sociaal gedrag
  • 16. ASS en depressie
    • Bepaalde symptomen van depressie (verminderde interesse voor activiteiten, agitatie en besluiteloosheid) kunnen doen denken aan ASS
    • Anamnese maakt onderscheid duidelijk
    • Maar: depressie bij ASS vaak atypisch (bijv. via agressie): bemoeilijkt de diagnostiek
    • Er kan sprake zijn van comorbiditeit
  • 17. ASS en angststoornissen
    • Typische ASS-gedragingen (inadequaat oogcontact, vreemde en starre lichaamshouding, gelaatsuitdrukking, gebaren, stem) kunnen ook op basis van angst of depressie optreden
    • Angsstoornissen kunnen comorbide aan ASS zijn
    • Mits ze niet door/vanuit de ASS veroorzaakt worden geacht (geldt bijvoorbeeld voor met name sociale fobie)
    Ketelaars, 2008 , p. 15
  • 18. Bron: Horwitz et al Autism Spectrum Stoornis Obsessieve Compulsieve Stoornis Sociale fobie Leeftijd van ontstaan < 3 jaar 6-18 jaar 12-18 jaar Geslacht Man : vrouw 4: 1 Man : vrouw 1 : 1,5 Man : vrouw 1 : 1 Contactstoornis Aanwezig Afwezig Afwezig Communicatiestoornis Aanwezig Afwezig Afwezig Begeleidende angst Aanwezig Afwezig Aanwezig
    • Symptoomprofiel
    • Obsessies
    • Aanraken
    • Zelfbeschadigend gedrag
    • wassen
    • controleren
    • tellen
    • dwangmatig vragen
    • Egodystoniciteit
    < dan bij OCS > dan bij OCS > dan bij OCS < dan bij OCS < dan bij OCS < dan bij OCS > dan bij OCS Afwezig (dus egosyntoon) > in autism < in autism < in autism > in autism > in autism > in autism < in autism Aanwezig Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Sociale angst + vermijding aanwezig Aanwezig aanwezig Beloop continu soms continu, soms fluctuerend continu Familie anamnese > autisme in 1 e graads verwanten In subtype autisme + OCS: > OCD in 1e graads verwanten > OCS in 1e graads verwanten > sociale fobie in 1 e graads verwanten Reactie op medicatie of gedragstherapie Niet/nauwelijks Redelijk Redelijk Prognose Matig Redelijk Redelijk
  • 19. Stoornissen impulsbeheersing
    • Kan comorbide naast ASS
    • Problemen met impuls- en emotieregulatie kunnen bij ASS optreden (o.a. gevolg van beperkingen in het executief functioneren
    • Vormen: periodiek explosieve stoornis, kleptomanie, pyromanie, pathologisch gokken, t richotillomanie , stoornis in de impulsbeheersing NAO
  • 20.
    • Kan gezien worden als regulatieprobleem, reguleringstekort.
    • Vaak gerelateerd aan preoccupatie
      • Treedt op als lang niet aan de preoccupatie kan worden toegegeven
      • Kan zelf preoccupatiekarakter hebben
    Gestoorde impulsbeheersing
  • 21. Verslaving
    • Onderscheid middelengebruik en verslaafd
    • Sommige beelden (langdurig en intensief cannabisgebruik) kunnen op ASS-lijkende verschijnselen en gedragingen oproepen. Alexithymia.
    • Met verslaving omgaan vraagt zelfsturing en dat is een zwakte voor iemand met ASS.
  • 22. Differentiële diagnostiek ASS en As 2
    • Zwakbegaafdheid
    • Verstandelijke beperking (DSM-IV: zwakzinnig)
    • Hoogbegaafdheid
    • Persoonlijkheidsstoornissen
  • 23. ASS en verstandelijke handicap (IQ<70)
    • Specifieke ontwikkelingsstoornissen versus algeheel ontwikkelingstekort
    • ASS: sterk disharmonisch profiel van functioneren
    • - lage score op sociale competentie
    • - meer sociaal onaangepast gedrag
    • 20%-50% mensen met ASS heeft VB (Kraijer, 2004)
  • 24. ASS of persoonlijkheidsstoornis?
    • Volwassenenpsychiatrie
    • 18+
    • 18-
    • Kinder- en jeugdpsychiatrie
  • 25. Een vignet
    • Ruud is een jongeman van 23 jaar. Hij houdt relaties met anderen op een afstand. Hij uit geen emoties in het bijzijn van anderen. Emotioneel komt hij meestal afstandelijk, gereserveerd en vlak over, af en toe zelfs inadequaat. Hij heeft geen behoefte of plezier aan hechte relaties of sexuele ervaringen, en is bijna altijd alleen bezig. Op zijn werk vermijdt hij contact met zijn collega’s. Samenwerken lukt alleen als zij zich aan zijn manier van werken onderwerpen. Hij heeft eigenlijk geen vrienden buiten zijn familie. In situaties met andere mensen kan hij erg angstig worden.
    • Ook lijken er wat eigenaardigheden te zijn in zijn denken en gedrag. Zijn gedachten en taalgebruik zijn soms merkwaardig, wijdlopig, met een overmaat aan details en stereotiep.
    • Soms heeft hij bizarre fantasieen of preoccupaties. Zijn uiterlijk en gedrag komen soms wat vreemd over. Vaak is hij star en koppig. Hij is gepreoccupeerd met details, regels, lijsten, ordening en star inzake morele en ethische zaken. Allerlei waardeloze voorwerpen kan hij niet weggooien
  • 26.
    • Ruud is een jongeman van 23 jaar. Hij houdt relaties met anderen op een afstand. Hij uit geen emoties in het bijzijn van anderen. Emotioneel komt hij meestal afstandelijk , gereserveerd en vlak over , af en toe zelfs inadequaat. Hij heeft geen behoefte of plezier aan hechte relaties of sexuele ervaringen, en is bijna altijd alleen bezig. Op zijn werk vermijdt hij contact met zijn collega’s. Samenwerken lukt alleen als zij zich aan zijn manier van werken onderwerpen. Hij heeft eigenlijk geen vrienden buiten zijn familie. In situaties met andere mensen kan hij erg angstig worden.
    • Ook lijken er wat eigenaardigheden te zijn in zijn denken en gedrag. Zijn gedachten en taalgebruik zijn soms merkwaardig, wijdlopig, met een overmaat aan details en stereotiep.
    • Soms heeft hij bizarre fantasieen of preoccupaties. Zijn uiterlijk en gedrag komen soms wat vreemd over. Vaak is hij star en koppig. Hij is gepreoccupeerd met details, regels, lijsten , ordening en star inzake morele en ethische zaken. Allerlei waardeloze voorwerpen kan hij niet weggooien
    • 5 schizoide criteria
  • 27.
    • Ruud is een jongeman van 23 jaar. Hij houdt relaties met anderen op een afstand. Hij uit geen emoties in het bijzijn van anderen. Emotioneel komt hij meestal afstandelijk, gereserveerd en vlak over, af en toe zelfs inadequaat. Hij heeft geen behoefte of plezier aan hechte relaties of sexuele ervaringen, en is bijna altijd alleen bezig. Op zijn werk vermijdt hij contact met zijn collega’s. Samenwerken lukt alleen als zij zich aan zijn manier van werken onderwerpen. Hij heeft eigenlijk geen vrienden buiten zijn familie. In situaties met andere mensen kan hij erg angstig worden.
    • Ook lijken er wat eigenaardigheden te zijn in zijn denken en gedrag. Zijn gedachten en taalgebruik zijn soms merkwaardig, wijdlopig, met een overmaat aan details en stereotiep.
    • Soms heeft hij bizarre fantasieen of preoccupaties. Zijn uiterlijk en gedrag komen soms wat vreemd over. Vaak is hij star en koppig. Hij is gepreoccupeerd met details, regels, lijsten , ordening en star inzake morele en ethische zaken. Allerlei waardeloze voorwerpen kan hij niet weggooien.
    • 6 schizotypische criteria
  • 28.
    • Ruud is een jongeman van 23 jaar. Hij houdt relaties met anderen op een afstand. Hij uit geen emoties in het bijzijn van anderen. Emotioneel komt hij meestal afstandelijk, gereserveerd en vlak over, af en toe zelfs inadequaat. Hij heeft geen behoefte of plezier aan hechte relaties of sexuele ervaringen, en is bijna altijd alleen bezig. Op zijn werk vermijdt hij contact met zijn collega’s. Samenwerken lukt alleen als zij zich aan zijn manier van werken onderwerpen. Hij heeft eigenlijk geen vrienden buiten zijn familie. In situaties met andere mensen kan hij erg angstig worden.
    • Ook lijken er wat eigenaardigheden te zijn in zijn denken en gedrag. Zijn gedachten en taalgebruik zijn soms merkwaardig, wijdlopig, met een overmaat aan details en stereotiep.
    • Soms heeft hij bizarre fantasieen of preoccupaties. Zijn uiterlijk en gedrag komen soms wat vreemd over. Vaak is hij star en koppig. Hij is gepreoccupeerd met details, regels, lijsten , ordening en star inzake morele en ethische zaken. Allerlei waardeloze voorwerpen kan hij niet weggooien.
    • 5 obsessief-compulsieve criteria
  • 29. Verhouding ASS/ Persoonlijkheidspathologie DSM IV Cluster A Bejerot & Nylander (Nord.J.Psychiatry, 2001): Veel co-morbiditeit OCD / Asperger / Persoonlijkheidspathologie (m.n. cluster A)
  • 30.
    • Volwassenenpsychiatrie
    • 18+
    • 18-
    • Kinder- en jeugdpsychiatrie
    ASS ADHD narcistisch borderline Schizoïd/-typisch Obsessief-Compulsief
  • 31. ASS en PS
    • ASS is een genetisch bepaalde as I stoornis die:
    • gedurende het hele ontwikkelingsbeloop aanwezig is,
    • niet altijd te vangen is in een momentopname van het toestandsbeeld tijdens een beoordeling
    • Kunnen imponeren als as II stoornissen; comorbiditeit is ook niet zeldzaam (en-en)
  • 32. Take-home message
    • Co-morbiditeit bij ASS:
      • Is meer regel dan uitzondering
      • Betreft een breed spectrum aan co-morbide psychopathologie
      • Biedt mogelijkheden voor behandeling
    • Co-morbiditeit en differentiaal diagnostiek liggen vaak in elkaars verlengde
    • Een goede ontwikkelingsanamnese is van belang bij deze diagnostische puzzel
  • 33. Differentiaaldiagnostiek & comorbiditeit ASS
    • Niet te rigide DSM-IV hanteren
      • ADHD kan samen met ASS, schizofrenie en psychose ook
      • persoonlijkheidsstoornissen als schizoïde, schizotypische en ontwijkende worden ook wel als PDD-NOS-vorm gezien
    • Dimensioneel denken aanbevolen, zoals:
      • moeite met veranderingen,
      • stereotypieën/preoccupaties/routines,
      • starheid, niet in anderen verplaatsen (ToM),
      • gestoorde sociale informatieverwerking en
      • beperkingen in mentaal schakelen (centrale coherentie en executief functioneren)
    KAN Congres 11 dec 2008
  • 34. Differentiaaldiagnostiek & comorbiditeit ASS
    • Indien comorbide persoonlijkheidsstoornis of angststoornis: in principe uitgaan van de mogelijkheid dat de ASS ‘primair’ is en de andere stoornis ‘secundair’. Anders het risico dat men in eerste instantie op de persoonlijkheidsstoornis focust, waardoor de behandeling vastloopt.
    • Classificatie en diagnostiek intercollegiaal verantwoorden. Om het risico te vermijden op de ontwikkeling van een ‘eigen’ persoonlijk of ‘team-gerelateerd’ ASS-concept.
    KAN Congres 11 dec 2008