Handelingen-symposium-stadslandbouw-brussel_26-03-2014
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Handelingen-symposium-stadslandbouw-brussel_26-03-2014

on

  • 92 views

Dit symposium past in het kader van de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu, thema duurzame voeding, een initiatief van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het akkoord van de Brusselse ...

Dit symposium past in het kader van de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu, thema duurzame voeding, een initiatief van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het akkoord van de Brusselse Gewestelijke Regering voor de legislatuur 2009-2014, dat de naam "Een duurzame gewestelijke ontwikkeling ten dienste van de Brusselaars" meekreeg, preciseert dat "de Regering van Brussel een voorbeeld wil stellen inzake duurzame voeding. (…) Om dat te bereiken zal ze een strategisch plan ontwikkelen dat duurzame voeding en stadslandbouw in Brussel wil stimuleren". Na duurzaam bouwen, water, natuurlijke bronnen en afval, is duurzame voeding de 4e pijler die de regering wil lanceren.
Die pijler is bedoeld om een overgang naar duurzame voeding mogelijk te maken. Dat betekent onder meer dat de Brusselaars een voeding aangeboden krijgen voor betaalbare prijzen die goed is voor gezondheid, leefmilieu en culturele diversiteit.

Statistics

Views

Total Views
92
Views on SlideShare
92
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
2
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Handelingen-symposium-stadslandbouw-brussel_26-03-2014 Document Transcript

  • 1. Handelingen 26 maart 2014 STADSLANDBOUW IN BRUSSEL OPKOMST VAN EEN SECTOR MAI 2014
  • 2. 2 Inhoud Inhoud ................................................................................................................................................. 2 Inleiding:.................................................................................................................................................. 3 1. Dagindeling...................................................................................................................................... 4 2. Stadslandbouw in perspectief......................................................................................................... 6 2.1 Nieuwe opkomst van stadslandbouw in de noordelijke steden................................................... 6 2.2 Voordelen van stadslandbouw voor de betrokken partijen in de stad................................... 6 2.3 Business modellen in stadslandbouw ..................................................................................... 7 3. Resultaten van de ochtend.............................................................................................................. 9 Inleiding van de dag door Céline Frémault, Minister voor Economie en Werkgelegenheid: ............. 9 3.1 Ondernemers in Stadslandbouw:................................................................................................ 12 3.2 Het stadsbeleid............................................................................................................................ 16 3.2.1 De stad Parijs........................................................................................................................ 16 3.2.2 De stad Gent......................................................................................................................... 18 3.2. 3 De stad Rotterdam .............................................................................................................. 20 ........................................................................................................................................................... 21 Afsluiting van de ochtend door Evelyne Huytebroeck, Minister voor Leefmilieu ............................ 22 4. Resultaten van de namiddag: themaworkshops........................................................................... 27 4.1 Workshop 1: Toegang tot grond: hoe kunnen we het Brusselse potentieel optimaal benutten? ........................................................................................................................................................... 27 4.2 Workshop 2: Groenten telen en verkopen in de stad: welke tools staan tot onze beschikking?29 4.3 Workshop 3: Stadslandbouw, symbiose met het gebouw?........................................................ 31 4.4 Workshop 4: Stadslandbouw? Morgen begin ik eraan!.............................................................. 33 5. Conclusies...................................................................................................................................... 35 Bijlagen:................................................................................................................................................. 37 Annexe 1 : Liste orateurs............................................................................................................... 37 Annexe 2 : Outils d’aide à l’entreprenariat : ................................................................................. 39 Liste des Guichets d’entreprises agréés bruxellois ....................................................................... 40 Source de financements :.............................................................................................................. 41 Bijlage 3: Listes exhaustives de toutes les idées émises durant les ateliers ................................. 43
  • 3. 3 Inleiding: Dit symposium past in het kader van de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu, thema duurzame voeding, een initiatief van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het akkoord van de Brusselse Gewestelijke Regering voor de legislatuur 2009-2014, dat de naam "Een duurzame gewestelijke ontwikkeling ten dienste van de Brusselaars" meekreeg, preciseert dat "de Regering van Brussel een voorbeeld wil stellen inzake duurzame voeding. (…) Om dat te bereiken zal ze een strategisch plan ontwikkelen dat duurzame voeding en stadslandbouw in Brussel wil stimuleren". Na duurzaam bouwen, water, natuurlijke bronnen en afval, is duurzame voeding de 4e pijler die de regering wil lanceren. Die pijler is bedoeld om een overgang naar duurzame voeding mogelijk te maken. Dat betekent onder meer dat de Brusselaars een voeding aangeboden krijgen voor betaalbare prijzen die goed is voor gezondheid, leefmilieu en culturele diversiteit. Een van de voornemens die de regering in petto heeft voor de Alliantie Duurzame Voeding is om het professionele karakter van de stadslandbouw te bevorderen. Bij de 50 actiefiches die de regering eind 2013 goedkeurde, houden er 18 rechtstreeks verband met stadslandbouw. Omwille van haar multifunctionele karakter gaat stadslandbouw1 zich op internationaal vlak steeds meer manifesteren als een strategische pijler van duurzame ontwikkeling. Want het biedt een antwoord op vele uitdagingen verbonden met duurzame voeding en sociaaleconomische ontwikkeling in de stad: werkgelegenheid, demografie, vervuiling, sociale ongelijkheid, korte circuits…. Leefmilieu Brussel en het Ministerie van Brussel-Hoofdstad, cel agricultuur, hebben dit symposium, met de steun van Group One en Greenloop, georganiseerd met de bedoeling mensen warm te maken voor stadslandbouw zodat nieuwe projecten worden opgestart. Het concept kenbaar maken, het geloofwaardig uitdragen en antwoorden bieden op vragen van ondernemers en administraties in de stad: dat waren de doelstellingen. Deze dag in het teken van uitwisseling en reflectie wil dus een eerste richting geven bij het structureren van een gewestelijke keten voor stadslandbouw en bij het stimuleren van ondernemerschap. 1 Lees de tussenkomst van Noémie Benoit p.6 : Stadslandbouw in perspectief
  • 4. 4 1. Dagindeling Thema's Tussenkomsten 8u30 Onthaal met koffie 9u00 Welkom 9u05 Inleiding Tussenkomst van Céline Frémault, Minister van Economie 9u15 Diversiteit van de economische modellen rond stadslandbouw Presentatie van 7 bestaande ondernemersinitiatieven in Stadslandbouw (Brussel en Europa) 1. Permafungi (Brussel) 2. Littlefood (Brussel) 3. DDH-Champ des cailles (Brussel) 4. UrbanFarmer (Zwitserland –Zurich) 5. UrbanFarmCompany (Brussel) 6. BioBrussel (Brussel) 7. Ferme Nos Pilifs 10u10 Stadslandbouw in perspectief Stadslandbouw is multifunctioneel en multidisciplinair: design, voeding, leefmilieu, economie en sociale cohesie. Hoe de kansen ervan afstemmen op de stadsproblematiek? 10u30 Vragen - Antwoorden 10u45 Koffiepauze 11u05 Het stadsbeleid Hoe reageert de stad op administratief en politiek vlak? Drie steden lichten hun standpunt toe: - Parijs (Fr) - Rotterdam (NL) - Gent (B) 12u10 Afsluiting van de ochtend Toespraak van Evelyne Huytebroeck, Minister van Leefmilieu 12u20 Uitleg over de workshops van de namiddag 12u30 LUNCH 13u30 Eerste workshopronde Keuze tussen 4 workshops: Workshop 1. Toegang tot grond: hoe kunnen we het Brusselse potentieel optimaal benutten?
  • 5. 5 Workshop 2. Groenten telen en verkopen in de stad: welke tools staan tot onze beschikking? Workshop 3. Stadslandbouw, symbiose met het gebouw? Workshop 4: Stadslandbouw? Morgen begin ik eraan! 14u55 Wisselen en koffie 15u10 Tweede workshopronde Keuze tussen 4 workshops: 16u35 Samenvatting van de dag Terugkeer naar de grote zaal - Samenvatting van de ochtend door de infografist - Samenvatting van de namiddag door de animatoren van de workshops 17u00 Afsluiting
  • 6. 6 2. Stadslandbouw in perspectief Deze analyse is later op de dag voorgesteld voor een betere timing. Toch lijkt het ons interessant deze eerst te lezen om een beter inzicht te krijgen in het onderwerp. Tekst van Noémie Benoit. 2.1 Nieuwe opkomst van stadslandbouw in de noordelijke steden Men is het erover eens dat stadslandbouw in het zuiden gericht is op de basisbehoeften met voedselveiligheid als eerste doel. In het noorden worden de steden niet geconfronteerd met deze problematiek, behalve dan de welbekende voedselwoestijnen in de VS. Waar komt dat enthousiasme voor stadslandbouw dan vandaan? Het voorbije decennium werden thema's als groenteteelt, stadslandbouw, moestuinen, telen in de stad, dicht bij de stad, voor de stad opnieuw brandend actueel. Volkstuintjes rijzen echt als paddenstoelen uit de grond in alle Europese hoofdsteden. Ook gemeenschapstuinen zijn weer helemaal in en de ruimte op platte daken wordt gekoloniseerd voor productie en voor recreatie. Nieuwe stadsboerderijen worden opgericht en blazen vergeten stedelijke beroepen nieuw leven in: herder, kaasmaker, imker, insectenkweker… Die "stadslandbouw" komt er op een moment waar het overheersende voedselsysteem op zijn grenzen stoot. Zo draagt ze haar steentje bij tot de broodnodige ecologische transitie van het voedselsysteem. Ze roept burgers, verenigingen, universiteiten, maar ook ondernemers en bedrijven, gemeenten, steden, ministers... op om nieuwe oplossingen te zoeken en nieuwe horizonten te verkennen voor het systeem van morgen. Iedereen vindt er wel zijn gading in: de enen dromen over een betere stadskwaliteit, de anderen om een nieuw "systeem" te construeren, nog anderen zien er kansen in om nieuwe diensten uit te vinden. 2.2 Voordelen van stadslandbouw voor de spelers in de stad Stadslandbouw kan het verschil maken in verscheidene domeinen. Het levert voordelen in alle toonaarden: sociale, economische, culturele, sanitaire en ecologische. De troeven van stadslandbouw op een rijtje: • Sociaal: sociale cohesie in een wijk of een appartementsgebouw, pedagogische functie, autonome gemeenschappen, voedselveiligheid, maar ook sociale controle en sociale integratie. • Economisch: stimuleren van de sociale economie, behouden of creëren van werkgelegenheid en inkomsten, beperking van voedselkosten, beperking van energiekosten (landbouw in gebouwen) en verbeterd afvalbeheer. • Cultureel: de waarde van stadslandbouw als ontspanning, als plek voor overdracht van kennis en knowhow, als plek voor allerhande uitwisselingen en, niet te vergeten, ook een esthetisch genot. • Gezondheid: gegarandeerde toegang tot verse kwaliteitsvoeding, de educatieve waarde ligt voor de hand. Het is ook een gezonde vrijetijdsbesteding en lichaamsbeweging.
  • 7. 7 • Ecologie: beperking van het vervoer en promotie van korte ketens, vermindering van de CO2-uitstoot, gedecentraliseerd beheer van het regenwater en direct recycleren ervan, behoud van de bodemkwaliteit, verbetering en behoud van de habitat van fauna en flora en biodiversiteit. Stadslandbouw is ook doeltreffend om energieverbruik in gebouwen te beperken, het stedelijke broeikaseffect te beperken, de luchtverontreiniging te verminderen, het afval te beperken en het beheer ervan te verbeteren en ten slotte stadsbewoners te sensibiliseren voor de volledige cyclus, van zaadje tot voedingsmiddel. Elke speler actief in stadslandbouw vertrekt van een basisopdracht en kiest uit een reeks diensten om zijn project en zijn profiel op te bouwen. Daaruit volgt een sterke differentiatie en diversiteit in de modellen, afhankelijk van de context en de speler. Primo wordt waargenomen dat deze modellen zich nooit focussen op één dimensie maar op een combinatie van factoren. Vandaar de term "multifunctioneel" om deze modellen te typeren. Secundo belangen deze projecten niet enkel de stad aan, maar ook de band tussen landbouw buiten de stad en de stad en de landbouw in de stad. 2.3 Business modellen in stadslandbouw Het multifunctionele karakter van stadslandbouw blijkt al onmiddellijk vanaf de keuze van het aanbod aan de klant/consument: • producten: zowel groenten of fruit met gedifferentieerde kwaliteit (oude soorten, minigroenten, salades en andere kwetsbare producten bv.) als verwerkte producten (bv. pesto's); • kennis en knowhow: op agronomisch vlak (bv. op het dak), op ondernemersvlak of de technieken (bv. SPIN farming) maar ook de geschiedenis van het project; • activiteiten: workshops koken of tuinieren, bezoeken, horeca, verhuren van vergaderzalen. Dit aanbod is bestemd voor verschillende publiekstypes. Zo zal een gespecialiseerde onderneming of een restaurant geïnteresseerd zijn in speciale producten/soorten, en is een supermarkt dan weer te vinden voor de meer kwetsbare producten. Ondernemers zullen vooral op zoek zijn naar kennis en ondernemerschap (overgebracht bij bezoeken, conferenties of consultancy), universiteiten willen het project opvolgen (via onderzoek of proefprojecten) en groentetelers en professionals zijn benieuwd naar de technieken. Burgers zullen van hun kant benieuwd zijn om het verhaal achter het project te volgen via verscheidene media, flyers of een website. Ondernemingen zullen vergaderzalen huren voor speciale gelegenheden, terwijl de stad en de overheid geïnteresseerd zullen zijn in ecosysteemdiensten (de stad New York is pionier in dit domein). De communicatiekanalen om deze potentiële klanten/consumenten te vinden en te binden, doen een beroep op nieuwe productie-, distributie- en verkoopvormen. Denk maar aan een abonnement per mand, zelf plukken, online bestellen, boerderijwinkel, groepsaankoop, boerenmarkt. Ook wordt geëxperimenteerd met mond-aan-mond-reclame, evenementen ter plaatse, informatieverspreiding en transparantie, geschenkkortingen, maandelijkse nieuwsbrief, enz. Daaruit blijkt dan dat elk van die diensten een economische waarde kan hebben per product, per partnership, per abonnement, per uur consultancy, per onderzoeksproject, per boek of cursus, per workshop of prestatie, per uur verhuur, per maaltijd of bezoek of nog per subsidie. Ondernemers opteren over het algemeen voor een combinatie van allerhande inkomsten, zodat ze het hele jaar
  • 8. 8 door regelmatig geld in het laatje krijgen: groenteteelt en andere activiteiten vullen de productie voordelig aan, naast uiteraard distributie en verkoop, maar ook consultancy en gebruik van opgebouwde kennis en knowhow, enz. Stadslandbouw levert dus niet enkel werk aan agronomen, maar ook aan een hele waaier andere profielen met allerhande competenties, die in een multidisciplinair team kunnen samenwerken. In functie van het gekozen product (paddenstoelen, spirulina, vis, fruit, groenten, veeteelt, enz.), variëren de productietechnieken: conventionele landbouw, biologische landbouw, biodynamische landbouw, permacultuur, SPIN2 maar ook het gebruik van een combinatie van hydroponie en aquaponie. Bij elk nieuw project - of het nu een dak, volle grond, een vervuilde bodem of een serre is - moet bestudeerd worden wat de keuzes impliceren qua water (installatie of irrigatie), ondergrond en serres. Die drie elementen zijn de winnaars op lange termijn voor een gezonde exploitatie. Om al die redenen blijkt het een absolute must om zich te omringen met partners bij het opzetten van het project: een eigenaar die zijn dak ter beschikking stelt (en daar indirect de vruchten van plukt), een supermarkt die de hele productie aankoopt, een restauranthouder voor bepaalde producten, de stad voor ecosysteemdiensten, een promotor voor het huren van kantoren, een kok voor workshops, lokale landbouwers om een aanbod aan te vullen, een overheidsinstelling, enz. Het opbouwen van een relatie met ruimte voor uitwisseling en win-win verhoogt de slagkracht en de leefbaarheid van het project. Stadslandbouw pretendeert niet de planeet te gaan voeden, maar vormt ook geen concurrentie voor de landelijke tegenhanger. Het wil die verbinden met de stad en de stedelingen. Het is een soort verbindingslijn. Met die veelheid aan sociale, economische, culturele, gezondheids- en ecologische diensten komt ze de draagkracht van de stad verstevigen. Stadslandbouw is zichtbaar, bruikbaar en begrijpelijk voor iedereen. Het is een belangrijke hefboom voor de overgang naar een systeem voor duurzame voeding en naar steden met meer veerkracht. Het beïnvloedt verscheidene kringen, zowel politici als ondernemers of industriëlen. Het werpt zich niet op als DE oplossing maar eerder als een tool op weg naar de transitie. Dat verklaart misschien het huidige enthousiasme in de noordelijke landen voor standslandbouw... 2 Small Plot INtensive
  • 9. 9 3. Resultaten van de ochtend Inleiding van de dag door Céline Frémault, Minister voor Economie en Werkgelegenheid: Transcript van de toespraak van Mevrouw Céline Frémault, Minister voor Economie belast met landbouwbeleid, werkgelegenheid, wetenschappelijk onderzoek en buitenlandse handel: Geacht publiek, Ik ben heel blij hier deze ochtend aanwezig te zijn ter gelegenheid van het symposium over stadslandbouw in Brussel. Dit symposium, het eerste in zijn soort in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, is een van de vele acties in het kader van de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu Duurzame Voeding. Door de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu goed te keuren benadrukte de Brusselse Regering haar voornemen om niet-delokaliseerbare werkgelegenheid te creëren in 4 belangrijke sectoren voor de Brusselse economie waar een aanzienlijk werkpotentieel werd geïdentificeerd. Ik denk trouwens dat velen onder u ons charter getekend hebben in december van vorig jaar. Doelstelling
  • 10. 10 Concreet ben ik zinnens om een gezond en lokaal voedingsaanbod te ontwikkelen voor alle Brusselaars, in een context van regionalisering van de economie, lokale aankoop en consumptie, zeer vluchtige marktprijzen en verhoogde kosten voor het vervoer van voedingsmiddelen. Ik ben heel blij vast te stellen dat de Brusselaars zeer creatief zijn en hun steentje bijdragen tot de ontwikkeling van een zeer gevarieerde structuur voor stadslandbouw. In het Brussel Gewest vinden we zowel industriële productie als familiale of gemeenschapsproductie. Die gebeurt in serres, in volle grond of in kelders of op daken van gebouwen. Er zijn zowel initiatieven in de stad als aan de stadsrand. Die landbouwinitiatieven situeren zich zowel in privé- als in openbare sfeer, en zijn zowel winstgevend als voor vrije tijd. Alle vormen van stadslandbouw zijn interessant en nuttig voor de bevolking, maar ik wil vandaag aantonen dat het mogelijk is landbouwondernemer te zijn in Brussel. Landbouw is dus een piste voor de toekomst vanuit economisch perspectief en een manier om de stad te beleven. Er is wel degelijk potentieel om toegevoegde waarde en jobs te creëren voor Brussel via het aanleggen van een keten in het domein van duurzame voeding. Die keten dekt zowel landbouwproductie en -innovatie als verwerking, distributie en commercialisering. De strategie van de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu bestond er trouwens in om specifiek te werken op elke schakel van de waardeketen van het voedsel in Brussel. Productie en innovatie: Onze eerste uitdaging bestaat erin een gezonde en gevarieerde productie te waarborgen en de traditionele en biologische teelt te bevorderen. Daarom heb ik de Brusselse Regering en het Brussels Parlement een ordonnantie voorgesteld die de teelt van GGO's verbiedt. Die ordonnantie zal de toevallige aanwezigheid van GGO's in de conventionele teelt zoveel mogelijk vermijden en zal de producenten beschermen tegen eventueel economisch verlies bij besmetting. Verder moet de productie voldoende zijn om een bevolking in volle demografische expansie te voeden. Om dat te kunnen bereiken moet de ruimte bestemd voor de landbouwfunctie in onze stad/gewest behouden of liever uitgebreid worden. Ik heb me al geëngageerd om de 268 hectare bestemd voor landbouw te bewaren in het kader van de regeringsgesprekken over het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling, het demografische GBP en het Regionaal Plan Natuur. Maar ik besef dat dit niet volstaat. De Brusselse gebouwen moeten meer benut worden via productie op daken of via braakliggende industrieterreinen, zoals de site van de Slachthuizen of de "Choux de Bruxelles". U heeft trouwens ook de gelegenheid om verscheidene commerciële projecten van dit type te ontdekken in de loop van de voormiddag. Minstens even belangrijk als de beschikbare ruimte is de begeleiding van de producenten. Nog steeds in het kader van de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu hebben wij verscheidene begeleidingsprojecten opgestart, onder meer met "Le Début des Haricots" dat werkt rond toegang tot grond en het vestigen van kleine producenten in Neerpede, maar ook met Crédal voor financiële ondersteuning. Want de financiering van de voedingsmiddelensector is een ander cruciaal aspect voor de ontwikkeling ervan. Spijtig genoeg heeft deze sector geen toegang tot steun voor economische expansie, maar er bestaat specifieke hulp op Europees niveau in het kader van FEAGA. Slechts 6 Brusselse landbouwers doen een beroep op die steun, terwijl het gaat om organische hulp die beschikbaar is voor alle entiteiten met een producentennummer die voldoen aan bepaalde
  • 11. 11 productiegebonden voorwaarden. Ik raad u aan om contact op te nemen met de Administratie Economie en Werkgelegenheid van uw Gewest voor meer details om in aanmerking te komen. Om de productie te optimaliseren moet de innovatie van landbouwtechnieken ook gepromoot worden. In die zin heb ik aan Innoviris gevraagd om duurzame voeding, inclusief landbouw, op te nemen als onderzoeksthema in haar programma Perspective Research For Brussels (PRFB) voor het jaar 2014. Dit programma zal zowel de projecten op het terrein van het Gewest als projecten aan de stadsrand financieren. Die verschillende studies zijn ook bedoeld om een kenniscentrum en een living lab rond stadslandbouw in Brussel te animeren. Verwerking, distributie en commercialisering: Om ervoor te zorgen dat de productie tot bij de eindgebruikers raakt, speelt het verwerkings- en distributieproces een cruciale rol. In Brussel beschikken we over een enorm potentieel om beide schakels van de voedingsmiddelenketen te ontwikkelen. De enquête gevoerd in 2012 door het Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid toont aan dat duurzame voeding goed is voor 2.500 jobs in Brussel, waarvan zowat 1.000 alleen al in distributie. De twee andere subketens van belang zijn horeca en voedselverwerking. Voeding onderscheidt zich door het vermogen om te blijven groeien, ook in crisistijd. Het vormt verder een rijke bron aan werkgelegenheid voor jonge en minder gekwalificeerde werknemers die in Brussel wonen. De waardeketen van voeding impliceert ook de problematiek van onverkochte artikelen en de herwaardering ervan. Een goed beheer van onverkochte artikelen biedt de minst bedeelden toegang tot gezonde voeding en creëert tegelijk projecten voor inschakeling in het beroepsleven via het recupereren, verwerken en herverdelen ervan. Om de productie en verwerking van voedingsproducten in het Brussels Gewest te valoriseren lijkt het me aangewezen om een label "Brussels Product" te creëren. Zo zouden producten die meer dan 50 % van hun toegevoegde waarde op Brussels grondgebied kregen, erkend worden als Brusselse Producten. Het gaat om bier, honing, suikerwaren, kaas, groenten, vlees. De producten met label krijgen dan de stempel "kwaliteitsvol" en "uit de buurt" en bieden het Brussels Gewest een internationale uitstraling. Dat komt uiteraard ook de commercialisering ten goede. Ik heb gevraagd aan m'n administratie om een ontwerp lastenboek op te stellen om dit label in de praktijk te brengen. Conclusie Stadslandbouw is heel wat meer dan een bron van jobcreatie. Het kan een oplossing zijn om de vele stedelijke uitdagingen waarmee Brussel geconfronteerd wordt op te vangen. Want landbouw in de stad heeft een economische en voedingswaarde, maar verbetert ook de levenskwaliteit van de inwoners via functies op gezondheids-, educatief en milieuvlak en in het domein van ruimtelijke ordening in de stad. Ik hoop dat dit symposium dat u vandaag bijwoont u de kans biedt een duidelijke visie te krijgen op de inzet van de stadslandbouw van morgen. Maar ik hoop vooral dat het u zal aansporen om te ondernemen in de Brusselse voedingssector. Mijn team en ikzelf staan tot uw beschikking om meer over uw projecten te vernemen en de obstakels die u ondervindt zo goed mogelijk op te lossen. Ik wens u een inspirerende en leerrijke dag toe. Bedankt voor uw aandacht.
  • 12. 12 3.1 Ondernemers in Stadslandbouw: In een eerste fase werden zeven ondernemersinitiatieven voorgesteld. Die zijn hieronder samengevat en tonen de grote diversiteit in deze sector aan. www.permafungi.be www.littlefood.org 2. Little Food: • Raphael Dupriez et Maité Mercier • Brusselse productie van krekels • Aanpak: circulaire economie en biomimetiek 1. Permafungi: • Martin Germeau & Martin François • Brusselse productie van paddenstoelen op koffiedik • Aanpak: circulaire economie en stedelijke veerkracht 3. Champ des Cailles: • Antoine Sterling, Anga Vangeert , Martin Philippart • Groenteteelt, schapenfokkerij en teelt van geneeskrachtige planten, beheer van gedeelde tuinen • Collaboratieve en participatieve aanpak
  • 13. 13 4. Urban Farm Company: • Haissam Jijakli en Jean Patrick Scheepers • Advies bij de ontwikkeling van stadslandbouwprojecten • Aanpak gebaseerd op het creëren van toegevoegde waarde via duurzaamheid 5. BioBrussels: • Jean Pierre De Leener • Groenteproductie aan de stadsrand • Aanpak: biologische productie
  • 14. 14 6. Urban Farmer: • Tom Zollner • Zwitserse productie van vis en groenten • Aanpak: aquaponie 7. Ferme Nos Pilifs • Guy van Malleghem • Groenteproductie, kippenkwekerij, tuinkers, kinderboerderij • Aanpak: herinschakeling - onderneming met aangepast werk 6. Urban Farmer: • Tom Zollner • Zwitserse productie van vis en groenten • Aanpak: aquaponie
  • 15. 15
  • 16. 16 3.2 Het stadsbeleid Drie Europese steden kwamen spreken over hun initiatieven om stadslandbouw te ondersteunen. Hun visie en aanpak in de verschillende stadia van het ontstaan van deze sector waren een mooie illustratie van de omvang die deze beweging kent in de Europese steden. Daaruit blijkt dat het een maatschappelijke trend is en geen kortstondige mode beperkt tot een bepaalde zone. 3.2.1 De stad Parijs Tussenkomst van Fabienne Giboudeaux, Adjunct Burgemeester van Parijs, belast met Groene Ruimten en Biodiversiteit, en Nathalie Daclon, Technisch adviseur stadslandbouw aan het Stadhuis van Parijs. Samenvatting van deze interventie (opgesteld door Nathalie Daclon): Het werd in 2008 al vastgesteld door de FAO: industriële landbouw zal op lange termijn niet meer volstaan om de planeet te voeden, omwille van de schaarste van het akkerland, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de impact van productiemethoden op het klimaat. Omdat stadslandbouw past in een logica van korte productieketens die de emissie van BKG beperken en de veerkracht van de stad verstevigen, kan ze steden naar meer veerkrachtige systemen loodsen. Terwijl steden geconfronteerd worden met nooit geziene uitdagingen op sociaal, economisch en ecologisch vlak, kan stadslandbouw een innoverende tool zijn om de stad van morgen op een duurzamere manier op te bouwen. Via beproefde technieken wordt wereldwijd aangetoond dat beperkte oppervlakken, ook daken, niet te onderschatten hoeveelheden gewassen kunnen produceren. Projecten, onder meer in Noord- Amerika, lijken uit te monden in reproduceerbare modellen voor beheer, werking en economisch evenwicht. Maar die projecten brengen ook een aantal moeilijkheden met zich mee: druk op stad en grond (weinig beschikbare terreinen van goede kwaliteit die groot genoeg zijn in volle grond, het potentieel van daken nog weinig ontgonnen), vrees voor vervuiling, technische vragen (draagvermogen van gebouwen, type productie, impact op het leefmilieu…).
  • 17. 17 Stadslandbouw is sterk verankerd in de geschiedenis van de stad en omstreken. Het fenomeen kan momenteel op groot enthousiasme rekenen en de initiatieven lopen sterk uiteen qua vorm, spelers, grondgebied, gebruiken en praktijken. Om de reële omvang van de economische modellen te testen heeft de stad Parijs een oproep tot innoverende projecten gelanceerd in 2013. Die kreeg de naam "Végétalisations Innovantes" en een van de luiken handelde specifiek over stadslandbouw. Die projectoproep is bedoeld om mensen te mobiliseren en deze beweging uit te breiden. De laureaten krijgen de kans om de openbare ruimte in Parijs te gebruiken om gedurende 3 jaar nieuwe technologieën en nieuwe ontwikkelingsmodellen voor stadslandbouw te testen.
  • 18. 18 3.2.2 De stad Gent Tussenkomst van Katrien Verbeke, Adjunct van de directie, Milieudienst - Departement Milieu, Groen en Gezondheid - Stad Gent Samenvatting van deze interventie (opgesteld door Katrien Verbeek): Gent en garde, de Gentse voedselstrategie, wordt uit de doeken gedaan. Het is een recent initiatief uit Gent om beleidsmatig en ambitieus met voeding om te gaan. Inzetten op duurzame voeding is op zich niet nieuw voor de stad. Samen met heel wat organisaties werd in het verleden ingezet op o.a. sensibiliseren rond bioproducten, fairtrade en op Donderdag Veggiedag. Gent zet nu een volgende stap zetten en zet in op een verduurzaming van het volledige voedselsysteem: van het proces van productie, over verwerking en verdeling van voeding tot consumptie en zelfs afvalverwerking. De Gentse voedselstrategie is samengevat in 5 doelstellingen: • Een meer zichtbare, kortere voedselketen • Duurzamere voedingsproductie en –consumptie • Sterkere sociale meerwaarde rond voedselinitiatieven • Voedselafval terugdringen • Voedselafval maximaal hergebruiken als grondstof Bij de lancering van de strategie, werden stakeholders uit het hele voedselsysteem bijeengebracht: landbouwers, federaties, horecazaken, mensen uit onderwijs, vzw’s, enz. Stad Gent wil in het kader van haar voedselstrategie in eerste instantie lokale actoren ondersteunen en een faciliterende rol opnemen. Met Gent en garde wil de stad inzetten op het versterken en verbreden van bestaande initiatieven en nieuwe initiatieven. De bedoeling was om de strategie van de stad te lanceren maar ondertussen betrokkenheid en inspiratie te halen uit het netwerk.
  • 19. 19 Ondertussen zit Gent en garde in opstartfase. Sommige initiatieven worden door de stad getrokken, anderen worden ondersteund waar mogelijk maar worden vanuit andere organisaties getrokken. De Stad zelf zet dit jaar onder andere in op voedselverspilling. Daarnaast zijn er nieuwe initiatieven die opstarten rond stadslandbouw: een stadslandbouwtuin die een nieuw pop-uprestaurant gaat beleveren en sociale tewerkstelling inschakelt, een braakliggend terrein dat wordt omgebouwd door de buurt tot een stadstuin, enz. Tot slot viert Gent dit jaar ook 5 jaar Donderdag Veggiedag en blijft Gent dit thema verder promoten. Maar verschillende trajecten vergen ook meer tijd om resultaten op te leveren. Samen met een beleidsgroep wordt hierop ingezet. Zo wordt er gekeken naar ruimte en gebeurt er dit jaar bv een landbouwstudie om de behoeften van professionele landbouw en stadslandbouw in kaart te brengen en te gebruiken bij de opmaak van nieuwe ruimtelijke structuurplannen, wordt er bekeken hoe braakliggende terreinen voor voeding kunnen worden geactiveerd. Er wordt ook ingezet op samenwerking met de landbouwsector rond korte keten, hoeveverkoop, boerenmarkten. En tot slot wordt het voedselthema ook ondersteund in schoolomgevingen, zoals aan de hand van moestuinieren op scholen en de schoolmaaltijden.
  • 20. 20 3.2. 3 De stad Rotterdam Interventie van Kees van Oorschoot, Gemeentebestuur Rotterdam Samenvatting van deze interventie (opgesteld door Kees van Oorschoot): Food & the City, stadslandbouw in en rond Rotterdam De gemeente Rotterdam werkt aan een groenere en duurzamere stad. Stadslandbouw kan een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de stad. Stadslandbouw is het kweken van groenten en fruit in de stad of landbouw met een directe afzet naar de consumenten. Het varieert van buurtmoestuinen op braakliggende terreinen tot volwaardige agrarische bedrijven in de stadsranden. De gemeente wil het huidige, spontane, karakter van stadslandbouw behouden, faciliteert bij nieuwe initiatieven op het gebied van stadslandbouw en ondersteunt bij het vermarkten van lokale producten. In 2011 is door het gemeentebestuur een beleidsdocument vastgesteld waarin beschreven staat welke betekenis stadslandbouw kan hebben voor Rotterdam en welke acties de gemeente zelf onderneemt. De focus ligt op gebieden: - Het verbeteren van de gezondheid van de inwoners van Rotterdam. Door de consumptie van gezondere voedsel en meer beweging moet de gezondheid verbeteren; - Het versterken van de duurzame economie. Door producenten uit de regio een betere toegang te geven tot de stedelijke markt krijgen zij een hoger inkomen en zijn de consumenten verzekerd van versere producten. In de stad zijn er ook nieuwe kansen voor ondernemerschap door productie, verwerking en bereiding van voedsel; - Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. Landbouw die zich directer richt op de stedelijke consument kan bijdragen aan een toegankelijker en mooier landschap. Ook stedelijke moes- en fruittuinen maken het groen gevarieerder. Naast deze drie hoofdpunten draagt stadslandbouw ook bij aan andere doelen zoals grotere sociale cohesie en het beperken van voedselkilometers. De gemeente Rotterdam probeert de gemeente op de gronden in de stad ruimte te geven voor (tijdelijke) initiatieven van bewoners en organisaties die een moestuin willen inrichten. Voor een aantal plaatsen waar de gemeente buiten de stad nog gronden bezit, wordt ook gezocht naar boerenbedrijven die zich meer willen richten op de stad. Maar bovenal wil stad Rotterdam partijen bij elkaar brengen door bijeenkomsten of andere activiteiten te organiseren. De belangrijkste daarvan zijn de handelmissies die naar drie gebieden buiten de stad zijn geweest. Daarbij hebben
  • 21. 21 ondernemers uit de stad boerderijen bezocht om kennis te maken met bijzondere regionale producten. Verder is er een Food Council ingesteld om het gemeentebestuur advies te geven over de voedselstrategie. In de Food Council komen allerlei partijen bij elkaar, zoals ondernemers van grote bedrijven, banken, maar ook restauranthouders, winkeliers en onderzoekers. Zij willen graag de stadslandbouw nog een grotere vaart geven in Rotterdam. www.rotterdam.nl/stadslandbouw en www.rotterdam.nl/foodcouncil
  • 22. 22 Afsluiting van de ochtend door Evelyne Huytebroeck, Minister voor Leefmilieu Toespraak van Evelyne Huytebroeck, Brussels Minister voor Leefmilieu, Energie en Stadsvernieuwing Goedemorgen iedereen, Ik ben bijzonder blij om samen met u aanwezig te zijn deze morgen om te praten over de ontwikkeling van stadslandbouw in Brussel. Onder stadslandbouw versta ik "lokale landbouw in de stad of aan de stadsrand waarvan de producten grotendeels bestemd zijn voor de stad". In amper 5 jaar tijd is de situatie sterk geëvolueerd en zijn vele projecten ontstaan. Ik wil jullie allemaal bedanken voor jullie bijdrage. De ontwikkeling van de stadslandbouw in het Brussels Gewest gaat gepaard met een engagement van de burger, maar ook op sociaal, ondernemings- en politiek vlak. Het is de vaste wil van de Regering om Brusselaars, vrouwen en mannen, burgers en ondernemers te stimuleren om opnieuw te kiezen voor voedselproductie. En dat kan gebeuren op heel kleine schaal, door een pot met kruiden op het balkon te zetten, of op heel grote schaal, in het kader van de stadsboerderijen. Het kan gaan om een eigen moestuin, een collectieve moestuin, een professionele moestuin of een combinatie.
  • 23. 23 Steun aan landbouw in de stad is opgenomen in het beleid om van Brussel een duurzame stad te maken. Concreet gaat het om het beleid inzake stadsrenovatie, beheer van groene ruimten, biodiversiteit en duurzame voeding. De beoogde doelstellingen zijn talrijk en dat heeft alles te maken met het multifunctionele karakter van de stadslandbouw. Zo wil het in Brussels gevoerde beleid ter ondersteuning van de stadslandbouw a) beantwoorden aan de behoeften inzake voedselveiligheid en -kwaliteit van de burgers In 2030 zal 60% van de wereldbevolking in de stad wonen. En die bevolking zal steeds moeilijker toegang hebben tot kwaliteitsvoeding. Door zelf voedselproducten te telen, of via groeperingen, kunnen gezinnen de kostprijs voor de aankoop van voedsel beperken en profiteren van voedsel van goede kwaliteit. Door in Brussel het equivalent van 1650 ha in te zetten, zouden we 40% van de behoeften aan fruit en groenten voor de hele bevolking kunnen lenigen. De vraag naar seizoensproducten uit de buurt kent een forse stijging. Dat komt onder meer omdat grootkeukens steeds meer duurzaamheidscriteria integreren in hun lastenboeken. Dat is grotendeels de verdienste van het project Duurzame Kantines gevoerd door Leefmilieu Brussel. Het is belangrijk om vandaag het duurzame aanbod te ondersteunen om op die nieuwe vraag in te spelen. b) de kwaliteit van het leefmilieu en de leefomgeving verbeteren De herlocalisatie van voedselproductie en het hanteren van milieuvriendelijke productiemethoden kunnen de ecologische impact van productie en vervoer inperken. Stadslandbouw kan ook de luchtkwaliteit verbeteren, hitte-eilanden beperken, afvloeiend water verminderen, de CO2 stabiliseren, de biodiversiteit beschermen... En het brengt het ritme van de natuur opnieuw naar de stad. Het behoudt open ruimten in wijken en draagt een volwaardig steentje bij tot de kwaliteit van het levenskader. c) gedrag stimuleren dat goed is voor de gezondheid en de burgerzin Het relocaliseren van de productie in de stad bevordert het ontwikkelen van referentiepunten die nodig zijn voor een duurzamer voedingsgedrag. En dat is dan weer heilzaam voor de gezondheid. Verder is tuinieren een fysieke en ontspannende bezigheid die ook overgewicht en stress bestrijdt. Tuinieren in al zijn vormen is ook goed voor de sociale cohesie. Al enkele jaren is een nieuwe trend te merken ten voordele van collectieve projecten. Moestuinen worden plekken waar het gezellig is en waar goed wordt samengeleefd. d) Om lokale toegevoegde waarde en werkgelegenheid te creëren
  • 24. 24 Stadslandbouw is ook een economische activiteit die de stad kwaliteitsproducten en nieuwe jobs kan leveren. De studie uitgevoerd door de Facultés Saint Louis in samenwerking met het bureau Greenloop geeft aan dat een voluntaristisch beleid op 10 jaar het creëren van vele nieuwe jobs kan ondersteunen. En dat zouden heel diverse jobs zijn, voor een groot deel ingevuld door vrouwen, jongeren, inclusief de minst gekwalificeerden, mensen met een handicap of schoolverlaters zonder diploma. Om de ontwikkeling van de stadslandbouw in Brussel te ondersteunen hebben wij in verscheidene fasen gewerkt, van moestuin tot stadsboerderij. Zo kreeg deze stadslandbouw een eerste concrete weerslag via projecten van burgers die een individueel perceel wilden bewerken of wilden deelnemen aan een collectief project. De motivatie was zowel om kwaliteitsvoeding te kunnen eten als om een activiteit samen met anderen te doen. Die sterke betrokkenheid van de burger, vooral in de verenigingssector, is ook de initiële motor geweest en de smeltkroes voor een hele reeks experimenten die momenteel aan de gang zijn. Daarbij komt nog dat er een continue kruisbestuiving van ideeën is via het web en sociale netwerken. Om die dynamiek te ondersteunen hebben we in 2011 een actieprogramma gelanceerd met de naam Moestuinnetwerk. De bedoeling is om: • de oppervlakte voor moestuinen te vergroten in het Brussels Gewest; • de groenteteelt aan te sporen bij verschillende bevolkingsgroepen; • de opkomst van nieuwe economische activiteit in de groenteproductie te stimuleren; • overkoepelende milieuvriendelijke groenteteeltpraktijken te bevorderen die de lokale biodiversiteit ondersteunen en ecologische productiemethoden gebruiken. • Zo konden 26 projecten voor collectieve tuinen opgestart worden met de steun van "Début des haricots" en konden ze met elkaar in contact treden via de websites van de stadsmoestuinen • 220 percelen op 2,3 hectare zijn ter beschikking gesteld van de Brusselse burgers in groene ruimten beheerd door Leefmilieu Brussel • Meer dan 900 mensen konden een cursus groenteteelt volgen en 50 andere mensen zijn moestuinmeester geworden en zijn in staat om andere burgers te begeleiden bij het op poten zetten van hun project • 12.500 zaadpakketten zijn uitgedeeld om het grote publiek aan te sporen kruiden en groenten te telen in hun tuin, op hun balkon of op hun vensterbank. • Tijdens de volledige zomer 2013 werden de Brusselaars donderdagavond uitgenodigd om een groene aperitief te nemen in het eetbaar park met terrassen vol groenten die klaar zijn om te plukken en zin geven om er zelf aan te beginnen. • De ondersteuning van zeer vele projecten: kinderboerderijen en pedagogische boerderijen in Ukkel, Jette en Nos Pilifs, Potage-toit en Jardin des couleurs van Début des haricots, Les jardins de Pomone, de ontwikkeling van moestuinen in duurzame wijken en Agenda's 21, Taste of Brussels en Aquaponiris van Village partenaire, de kersenbomen van Bral…en uiteraard ook Park Design dat dit jaar in het teken staat van stadslandbouw.
  • 25. 25 Steeds meer scholen voorzien een moestuin en gebruiken die als leermiddel om de kleintjes vertrouwd te maken met het ritme van de seizoenen, de soorten in de moestuin en hun ontwikkeling, de biodiversiteit. Zo hebben meer dan 50 scholen financiële steun en begeleiding gekregen van Le début des haricots of van CRIE Tournesol. De Brusselse kinderen kunnen hun kennis verder bijschaven op woensdag en tijdens de vakantie in pedagogische en kinderboerderijen (ferme des enfants in Jette, boerderij van Ukkel en Nos Pilifs). Naast die moestuinen van burgers, verenigingen, pedagogische initiatieven ontstaat ook nieuwe economische activiteit rond voedselproductie bestemd voor de markt: er is momenteel een hele waaier aan projecten, de ene al geavanceerder dan de andere. Maar ze allemaal delen in dezelfde ondernemersgeest. Er wordt in Brussel groenten, fruit, kleinfruit, tuinkers, honing... geproduceerd, maar ook paddenstoelen en krekels! Produceren in de stad is niet hetzelfde als op het platteland. De productieprojecten zijn gebaseerd op de stedelijke structuren en worden opgenomen in het stedelijke weefsel. Een voorbeeld: de serreprojecten die een organische link hebben met gebouwen: ze doen dienst als dubbele wand om de energieprestaties van het gebouw te verhogen; ze zijn ook een plek voor voedselproductie waar afvalwater verwerkt wordt en CO2 in zuurstof wordt omgezet. Terwijl landbouw net buiten de stad een band met de aarde bewaart, verkent landbouw in de stad een hele reeks beschikbare oppervlaktes om er bestaande agronomische technieken toe te passen of er nieuwe uit te vinden. Zo combineert aquaponie bijvoorbeeld de productie van vis, groenten en wormen. De professionalisering staat nog in de kinderschoenen, vooral als het gaat om landbouw in de stad. Maar ze neemt uitbreiding dankzij het werk van studiebureaus zoals Lateral Thinking Factory, Greenloop, Ecores, Groupe One en de universiteiten. De studie gerealiseerd door Greenloop om de meest veelbelovende businessmodellen te identificeren, geeft aan dat het beheersen van aangepaste agronomische technieken en management- en marketingkwaliteiten de belangrijkste succesfactoren zijn. Rendabele projecten hebben ook gemeen dat ze een beroep doen op korte ketens voor het leveren van hun producten en dat ze mikken op producten met hoge toegevoegde waarde of nicheproducten. Ze zijn ook allemaal multifunctioneel. Met de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu wil de Brusselse regering de professionalisering van de stadslandbouw verder zetten. Bij de 50 actiefiches die eind 2013 goedgekeurd werden door de regering - te lanceren in 2014 voor de meeste ervan -, hebben 18 een rechtstreekse link met stadslandbouw. Het gaat dan om de ontwikkeling van vaardigheden en tools, de inventaris van beschikbare ruimte, de opleiding van deskundig personeel, tests via proefprojecten, ondersteuning bij de oprichting van productiebedrijven (volle aarde, serre, daken…), hulp bij installatie, onderzoek en ontwikkeling, enz. Een concreet voorbeeld: het project Jard’inspiration van de Ferme Nos Pilifs, een inschakelingsproject dat ook de bevolking wil begeleiden bij het telen van groenten in de stad. Momenteel opent het FEDER 2014-2021 programma nieuwe mogelijkheden voor het consolideren van projecten en het opzetten van nieuwe projecten, want stadslandbouw behoort tot de gekozen thema's. Nu de dynamiek in Brussel gelanceerd is, moeten we nog een vruchtbare samenwerking opstarten met de twee andere Gewesten die ons begrenzen. Brussel mag dan wel een
  • 26. 26 geprivilegieerde markt zijn voor de afzet van producten uit Vlaanderen en Wallonië, toch dienen we gedifferentieerde kwaliteitscriteria op te stellen voor producten die aan de Brusselaars worden voorgesteld. Dit is ook de gelegenheid om te onderhandelen over nieuwe win-win allianties waarbij we in ruil voor marktaandeel jobs voor jonge Brusselaars kunnen verkrijgen in landbouwsectoren aan de Brusselse rand. Ik wil u nogmaals allen hartelijk danken voor uw bijdragen; allemaal samen kunnen we van Brussel een duurzame stad maken. Ik dank u en ik wens u een uitstekende werknamiddag.
  • 27. 27 4. Resultaten van de namiddag: themaworkshops Vier thema-ateliers werden voorgesteld om kernaspecten over ontwikkeling van de stadslandbouw aan te kaarten en uit te diepen. Die workshops zijn in twee fasen verlopen. Eerst hebben experts per thema hun licht geworpen op de materie of een getuigenis gebracht over de gestelde vraag. Daarna hebben de deelnemers in subgroepen gewerkt rond de identificatie en beschrijving van oplossingen voor de ontwikkeling en de verdere bloei van de stadslandbouw gelinkt met het thema van de workshop. 4.1 Workshop 1: Toegang tot grond: hoe kunnen we het Brusselse potentieel optimaal benutten? Beschrijving: De ontwikkeling van de stadslandbouw in het BHG hangt vooral af van de toegang tot grond. Twee recente studies werden voorgesteld om het debat in te leiden: de studie van BRAT over de moestuinen (voor Leefmilieu Brussel) en die van SUM Research over het Brusselse landbouwgebied van de Neerpede (voor Leefmilieu Brussel en het Vlaamse Landmaatschappij).De inleiding wordt afgerond door Terre en Vue, een vereniging die de toegang tot grond wil vergemakkelijken. Het doel van de workshop was om te bekijken hoe de behoefte aan ruimte, vooral voor woningen, (opnieuw) kan worden verzoend met het behoud en de herwaardering van het landbouwerfgoed. Welke projecten kunnen deze ruimten valoriseren? Welke voordelen moeten doorwegen? Welke partijen moeten hierbij betrokken worden? Voorstellingen Organisatie Naam van de intervenant Presentatie SUM Research Patrick Moyersoen Intergewestelijk richtplan voor NEERPEDE BRAT Karine Hermanus Afdeling Groene Ruimten Terre en Vue Maarten Roels N/A Kernpunten van de workshop: • De grond veilig stellen, onder meer via planningdocumenten (GPDO, GBP…) • Een beter zicht hebben op de beschikbare grond: plek, oppervlakte, eigenaar, wettelijk statuut, bodemtype (deze werf boekt onder meer vooruitgang via de BRAT-studie maar dat is nog maar een begin) • Belang van de historische en landschapsstudie van de zones (voorbeeld van de SUM-studie) > verwijst naar de kwestie rond de economische herwaardering voor de landbouwers van het behoud van het landschap Kernideeën: 1. Cartografie van de beschikbare ruimten en wettelijk kader:
  • 28. 28 De gegevens over beschikbare gronden via cartografie beschikbaar maken en het contact vergemakkelijken tussen de eigenaars van het terrein en de projectdrager. Een vzw of een publieke speler zou fungeren als facilitator/tussenpersoon. Dit organisme zou dan specifieke kennis hebben over vastgoed- en juridische kwesties maar ook over de behoeften van stadslandbouwers. Het wettelijk kader van stadslandbouw in Brussel verduidelijken is cruciaal. 2. Veiligstelling van Brusselse landbouwgronden Landbouwgronden veilig stellen door agro-ecologie te promoten, korte ketens te stimuleren, oude en efficiënte technieken in een hedendaagse versie te gieten; ontwikkeling van de vereniging Terre-en-Vue in Brussel om landbouw- en braakliggende terreinen te bewaren en eventueel een voedselring te ontwikkelen. 3. Integratie in de constructie van gebouwen Het tijdelijke gebruik van terreinen - tussen de ontwikkeling van het project en de bouw ervan - vergemakkelijken. Ecosysteemcompensatie: als men bouwt op een terrein dat dienst deed als moestuin of groene ruimte, is men verplicht dit elders te compenseren, op het dak of elders in Brussel. Daartoe moeten de verschillende overheidsspelers samen gezet worden om de impact van het gebouw op het milieu te evalueren en die vervolgens te compenseren. 4. Gebruik van de publieke ruimte: Een deel van de publieke ruimte reserveren voor landbouwactiviteit. De voorkeur geven aan productieve bomen in publieke ruimten, een wettelijk, politiek en administratief kader scheppen om de toegang tot grond te bevorderen.
  • 29. 29 4.2 Workshop 2: Groenten telen en verkopen in de stad: welke tools staan tot onze beschikking? Beschrijving: Er is nog maar weinig knowhow over stadslandbouw, de infrastructuren zijn onaangepast en, hoewel de vraag er is, blijft het moeilijk de potentiële klanten te bereiken. Maar er zit beweging in de zaak en de organisatie begint vaste vorm te krijgen. Het doel van de workshop was om zicht te krijgen op de tools die beschikbaar en nodig zijn voor de ontwikkeling van de stadslandbouw. Wat kunnen we doen om de verschillende sectoren (opleidingen, begeleiding, distributie) optimaal te laten samenwerken om die landbouwstroming tot bloei te laten komen? Hoe kan je het begin en het einde van de keten met elkaar verbinden? De Lokale Missies van Elsene en Etterbeek, als “werkwinkel” actief in de sociale en beroepsinschakeling, hebben het gehad over hun opleidingen in biologische tuinbouw. Credal, een microkrediet verlenende instantie, overliep de verschillende initiatieven die werden ingevoerd om landbouwprojecten concreet uit te werken. L’Heureux Nouveau, verdeler van bioproducten met de fiets, bracht verslag uit van zijn ervaringen met leveringen voor de pioniers van de stadsproductie En ten slotte sprak Les Petits Mondes, bedrijf gespecialiseerd in opleidingen en design in permacultuur, met ons over hun aanbod. Voorstellingen Organisatie Naam van de intervenant Presentatie Lokale Missies van Elsene en Etterbeek Barbara Nyssen Opleiding in biologische groenteteelt Crédal Celine Descamps Investeer in uw waarden L'Heureux Nouveau Pierre N/A Les Petits Mondes Pauline Lemaire Stadslandbouw en permacultuur Kernpunten van de workshop: • Een keten voor de verwerking en bewaring van de Brusselse landbouwproductie. • Toename van de landbouwoppervlakte, in het bijzonder in de groene ruimten • Netwerkvorming (of centralisering) van de stadsproductie Kernideeën: 1. Verwerking en bewaring In situ ateliers oprichten voor verwerking en bewaring van producten uit de Brusselse landbouw. Voorbeeld: om de productiepiek van tomaten op te vangen, ateliers oprichten voor het maken van coulis, sauzen, enz. en ook koelkasten of kelders voorzien. Zo kan Brussel het hele jaar door bevoorraad worden en blijven de voorraden en de prijzen onder controle.
  • 30. 30 2. Recyclagelijn voor organisch afval Om de stadslandbouw te voorzien van compost van goede kwaliteit. Waarom? Omdat veel afval gewoon naar de verbrandingsoven gaat (terwijl dit afval voor 80 % uit water bestaat!). Hoe? Veralgemening van selectieve inzameling + recyclage via biomethanisatie en/of compostering. Er bestaat een proefproject in Evere & Etterbeek om de technische voorwaarden te evalueren. Profiteren van de overeenstemming met de toekomstige Europese normen. 3. De landbouwoppervlakte verhogen Verplichten dat een deel (%) van de oppervlakte van de stadsparken voor groenteproductie gebruikt wordt (taak voor BIM). Een cel oprichten in het BIM die verantwoordelijk is voor die percelen en voor de productie, en wijkcomités met burgers betrekken bij het beheer (ze eventueel bezoldigen). 4. Netwerkvorming voor stadsproductie (intra en extra muros) Het aanbod coördineren (de productie globaal evenwichtig maken), maar ook de informatie centraliseren om de laatste schakels van de keten te faciliteren (verwerking, bewaring, horeca, enz.)
  • 31. 31 4.3 Workshop 3: Stadslandbouw, symbiose met het gebouw? Beschrijving: In de stad is er erg weinig teelgrond beschikbaar. De gebouwen bieden alternatieven om de productie te ondersteunen. Maar veel vragen blijven onbeantwoord. Stedenbouw, aansluiting bij gebouwen, productietechnieken, opbrengst, … Wat is de beste aanpak voor deze innoverende vorm van “herbegroening” van de stad? Deze workshop was bedoeld om alle nieuwe ideeën te verkennen die stadslandbouw beter kunnen integreren in het gebouw. De intervenanten waren: LateralThinkingFactory, een bureau voor architectuur en stadsdesign, kwam het concept toelichten en illustreren. Abattoir stelde zijn stadsboerderijproject voor. Ten slotte heeft Haissam Jijakli van de universiteit van Gembloux het gehad over Faktory in Luik, een uiterst vernieuwend incubatorproject waarin het gebouw een centrale rol speelt. Voorstellingen Organisatie Naam van de intervenant Presentatie Lateral Thinking Factory Michael Moradiellos Urban farming Universiteit van Gembloux Haissam Jijakli Faktory project Abattoir Jo Huygh Proefproject stadslandbouw in Kuregem Kernpunten van de workshop: • Integratie van stadslandbouw is absoluut noodzakelijk • Behoefte aan een facilitator voor reglementaire en technische kwesties • Behoefte aan voorbeeldgebouw dat promotoren kan overtuigen om die weg in te slaan • De stedelijke diensten moeten betrokken worden bij deze thematiek Kernideeën: 1. Administratieve facilitering voor stadslandbouw De administratieve formaliteiten worden als zwaar en ontmoedigend ervaren door promotoren die stadslandbouw in hun projecten willen integreren. Er wordt voorgesteld om eerder met een groene pedaal dan met een grijze te berekenen, en om de stelling te laten vallen dat een serre op een dak een extra constructie is. Verder zou een "faciliterend" expertisecentrum opgericht kunnen worden. Dat zou de promotoren kunnen oriënteren, de administraties opleiden, advies kunnen geven over vergunningen en werken aan de struikelblokken. Het zou ook de informatie kunnen centraliseren over vragen rond rendabiliteit/productiviteit, installatiekosten, reglementering, goede praktijken, enz. 2. Voorbeeldgebouw (cf. Ernest Tuin, school gecombineerd met moestuin)
  • 32. 32 Gebouwen optrekken (in het kader van de bouw van nieuwe scholen bv.) waar alle materiaalstromen zichtbaar zouden zijn (water, aarde, compost, energie…) en die kunnen dienen als educatief voorbeeld. Die gebouwen zouden het volledige aanbod van stadslandbouw moeten voorstellen: bijenteelt, serres, groentebakken, restaurants… 3. Stadslandbouw op het dak van supermarkten Het is belangrijk om de bezwaren van de promotoren weg te werken (meerkosten van infrastructuur, juridische leemte, technische normen, omgaan met de buurt, toegang tot het dak…) 4. De verticale teelt bevorderen Redenen: grote oppervlakten beschikbaar, esthetiek, eetbare verticale teelt, warmtebeperking in de stad. Hoe: de voorkeur geven aan schuiframen, verplichting voor nieuwe gebouwen, en fiscale vermindering voorstellen.
  • 33. 33 4.4 Workshop 4: Stadslandbouw? Morgen begin ik eraan! Beschrijving: Overal in Brussel schieten initiatieven en projecten rond stadslandbouw uit de grond. Wat ze gemeen hebben, is dat ze pionierswerk verrichten en trachten economisch leefbaar te zijn en banen te creëren. Greenloop heeft ervaringen uitgewisseld met de projectdragers die in de voormiddag werden voorgesteld, en heeft bovendien een studie uit 2013 voorgesteld over de leefbaarheid van business modellen in de stadslandbouw in de noordelijke landen. Deze studie bevat een overvloed aan initiatieven, praktijkgevallen en ervaringen die concreet kunnen worden uitgewerkt in Brussel. Het doel van deze workshop was om te inspireren en te leren, door in dialoog te treden met de aanwezige ondernemers en op basis van cases die in de studie worden voorgesteld. Een belangrijk element is het herkennen van hindernissen en hefbomen bij het opstarten van nieuwe activiteiten in stadslandbouw. Voorstellingen De sprekers in deze workshop waren de ondernemers die 's ochtends al aan het woord waren gekomen. Er waren geen extra presentaties (zie hoofdstuk 3.1 voor een link naar hun presentatie), behalve voor Greenloop dat sprak over de Business Modellen van stadslandbouw in het noorden. Organisatie Naam van de intervenant Presentatie GreenLoop Gauthier Chapelle Le Champs de Cailles Antoine Sterling N/A Urban Farm Company Jean-Patrick Scheepers N/A Little Food Raphael Dupriez N/A PermaFungi Martin Germeau N/A Resultaten van de workshop: • De projectdragers krijgen nog weinig hulp ter zake – innoverende sector • Er bestaat een verschil in visie tussen de projectdragers die opteren voor de "volle" aarde en de voorstanders van alternatieven - althans wanneer het gaat om groenteproductie • Het gebrek aan wettelijk kader, onder meer inzake stadsplanning en financiering, is een belangrijke rem voor de ontwikkeling van initiatieven. Kernideeën: 1. Ondersteunings(infra)structuur voor de lancering van een stadslandbouwproject Aangezien de sector nog vrij jong is, is er een plek nodig die verschillende functies combineert: onderzoek naar productietechnieken, begeleiding van projectdragers en een plek voor kennisuitwisseling (ruimte voor samenwerking, opleiding, verzameling en verspreiding van kennis). Verder zou deze plek fungeren als een vitrine op deze opkomende sector. Ze moet dus verankerd zijn in de stad en werken als een hub.
  • 34. 34 2. Teelt op daken promoten en faciliteren Telen op daken blijkt een absolute must. Vooral omdat bij gebrek aan plek op de grond alle ogen en projecten gericht zijn op die alternatieve ruimten. De productie op daken maakt de stad ook groener met alle bijhorende voordelen (beheer van regenwater, ondersteuning van biodiversiteit, afkoeling en zuivering van de lucht). Verder kan dit type teelt zeer dicht liggen bij de verkoop- of verbruikspunten (zeer korte keten en beperkt transport). Het uitwerken van zulke aanpak vraagt wel onderzoek naar de optimalisering van de productietechnieken in die omstandigheden. Verder moet ook nagedacht worden over de technieken, kwesties rond veiligheid, stabiliteit en waterdichtheid, en over financiële stimuli en premies. 3. Ontwikkeling van verwerkingscentra: Om stadslandbouw als economisch kanaal te ontwikkelen moet het ook mogelijk zijn om de producten ervan te commercialiseren. In dat kader zou het ideaal zijn om gemeenschappelijke verwerkingsateliers op te richten die toegankelijk zijn voor zoveel mogelijk mensen. Denk maar aan experimentele keukens (testen van recepten) die naar een commercieel stadium kunnen evolueren. Mogelijkheid tot uitbesteding aan ateliers met aangepast werk of partnership met scholen, zoals CERIA of CIRIA. 4. Opwaardering van Neerpede als proefzone voor landbouw Neerpede is de laatste grote landbouwzone in Brussel en we hebben er dus alle belang bij ze ten volle te gebruiken. Er zou een opleidings- en testcentrum voor landbouwactiviteit kunnen opgezet worden. Of de toegang tot de grond zou vlotter toegankelijk gemaakt moeten worden voor projecten met sociaalprofessionele inschakeling om minder bedeelden op te leiden en jobs voor hen te creëren.
  • 35. 35 5. Conclusies De ochtend van het symposium bleek een illustratie te zijn van de dynamiek en de diversiteit van de ondernemers in de sector van de stadslandbouw. Vele initiatieven staan nog in de kinderschoenen en er is een behoefte aan ondersteuning van deze opkomende sector. De meer innoverende opties, in symbiose met het stedelijke ecosysteem (insecten, paddenstoelen, aquaponie), vragen om onderzoek en experimenten in stedelijke productietechnieken. De meer traditionele projecten (volle grond) onderzoeken hoe de voedselketens moeten herbekeken worden. Ze beogen allemaal een nieuwe definitie van de stedelijke ruimte, stellen vragen over urbanisme en doen zowel een beroep op agronomen als op sociologen. Wars van de technische en conceptuele verschillen van stadslandbouw wil deze sector echte ondernemers aantrekken. Alle intervenanten van de ochtend gaven blijk van verbeelding, gingen risico's niet uit de weg, waren in staat om echte netwerken en stevige partnerships op te bouwen, konden goed communiceren... Met de ene hand in de grond en de andere op het toetsenbord zijn ze boordevol dynamiek om te ondernemen en te innoveren en enthousiast om de levenskwaliteit in de stad te verbeteren. Ze zullen andere ondernemers zeker gestimuleerd hebben om ook de sprong te wagen. Na de presentatie van het stadsbeleid om stadslandbouw te ondersteunen bleek dat de steden nog een lange weg af te leggen hebben. De eerste stappen zijn de erkenning van wat bestaat en het ondersteunen van nieuwe initiatieven (projectoproepen, evenementen over het onderwerp) om te peilen of het aangewezen is om verder te gaan. Wanneer de projecten omvangrijker worden, moeten de steden meer engagement tonen en positie innemen in het domein van urbanisme en stedelijk herstelbeleid. De namiddag werd besteed aan het verder uitdiepen van de 4 thema's met deelname van het publiek: - Workshop 1: Toegang tot grond: hoe kunnen we het Brusselse potentieel optimaal benutten? - Workshop 2: Groenten telen en verkopen in de stad: welke tools staan tot onze beschikking? - Workshop 3: Stadslandbouw, symbiose met het gebouw? - Workshop 4: Stadslandbouw? Morgen begin ik eraan! Via een participatieve aanpak konden we het enthousiasme en de kennis van het aanwezige publiek capteren. Er werden vele ideeën aangebracht en besproken om de sector verder te ontwikkelen in de hoofdstad. De eerste bakens zijn uitgezet voor de bloei van de stadslandbouw in Brussel en er is al een mooie ondernemingsdynamiek vast te stellen. Toch moeten nog grote inspanningen geleverd worden om andere ondernemers te overhalen de sprong te wagen en om de activiteiten te bestendigen. Want hoewel er algemene hulp bestaat om bedrijven op te richten (zie bijlage 2 tools voor hulp bij ondernemen), is die nog weinig aangepast aan de behoeften van ondernemers in stadslandbouw en de betrokken partijen (promotoren, enz.). Want naast praktisch advies vereist dit nieuwe fenomeen ook een antwoord op vele technische vragen: Welke functies op welke bodem? Welke vervuiling is aanwezig? Hoe de niet-productieve functies van landbouw zoveel mogelijk valoriseren in het kader van stadsbeheer, enz.
  • 36. 36 Nadat primaire voedselproductie verdwenen was uit de stad, vraagt de terugkeer ervan ook antwoorden op wettelijk vlak: Wat kan je telen in de stad en in welke condities? Op welke plek (bv. een woonkelder gebruikt voor de productie van paddenstoelen?) Samengevat gaat het om kwesties die de stad ertoe aanzetten om interesse te hebben in nieuwe ondernemers, ze te steunen en de kans te bieden vooruitgang te boeken in een duidelijk kader. Gezien de wil en het optimisme van de burgers en de overheden, twijfelen we er niet aan dat dit de volgende jaren realiteit zal worden.
  • 37. Bijlagen: Annexe 1 : Liste orateurs 1. Speed presentation: Organisations Orateurs Permafungi Martin Germeau Little Food Raphael Dupriez et Maité Mercier Champs des Cailles Antoine Sterling / Anga Vangeert / Martin Philipart Urban farm Company Jean-Patrick Scheepers BioBrussels Jean-Pierre De Leener Urban Farmer Tom Zöllner Ferme Nos Pilifs Guy van Malleghem Mise en Perspective Orateurs Université de Gand Noémie Benoit Villes Paris Fabienne Giboudeaux et Nathalie Daclon Rotterdam Kees van Oorschoot Ghent Katrien Verbeek Après-Midi Atelier 1 SUM Research Patrick Moyersoen BRAT Karine Hermanus - BIM Terre en Vue Maarten Roels Atelier 2 Lokale Missies van Elsene en Etterbeek Barbara Nyssen Crédal Celine Descamps L'Heureux Nouveau Pierre Les petits mondes Pauline Lemaire Atelier 3 Lateral Thinking Factory Michael Moradiellos Université de Gembloux Haissam Jijakli Abattoir Jo Huygh
  • 38. 38 Atelier 4 Greenloop Gauthier Chapelle Permafungi Voir plus haut Little food Voir plus haut Champ des Cailles Voir plus haut Urbanfarm company Voir plus haut
  • 39. 39 Annexe 2 : Outils d’aide à l’entreprenariat (in het frans): Les entrepreneurs désireux de se lancer ont une série d’outils à leur disposition à Bruxelles. A commencer par Impulse.Brussels (anciennement Agence Bruxelloise de l’Entreprise) qui a notamment pour fonction d’ être l’interface qui permet à tous ceux qui entreprennent en Région bruxelloise, de trouver immédiatement et facilement l'information concrète dont ils ont besoin, et d’identifier immédiatement et facilement les personnes qui, au sein des organisations publiques et privées, vont les aider à consolider durablement leurs projets. Par ailleurs, ce service est également décentralisé au sein des guiches d’économie locale. En effet, depuis le 1er juillet 2003, les indépendants et les (candidats) entrepreneurs peuvent désormais s’adresser à une instance unique, « le guichet d’entreprises », pour le traitement d’une série de formalités administratives allant de pair avec la création de leur propre affaire ou entreprise. De plus, Impulse, tout comme les guichets, offre un service d’accompagnement personnalisé ou un conseiller suit de manière individuelle le bon développement du projet. Les Guichets offrent une aide généraliste bien que certains se spécialisent dans certains domaines ou thématiques.
  • 40. 40 Liste des Guichets d’entreprises agréés bruxellois (in het frans) • Esplanade du Heysel 65 1020 Laeken 02/475 45 02 http://www.acerta.be BIZ GUICHET D'ENTREPRISES • Rue Royale 284 1000 Bruxelles 02/ 609 62 30 http://www.xerius.be EUNOMIA • Avenue du Cortenbergh 71/4 1000 Bruxelles 02/ 743 05 10 • Boulevard Anspach 111/4 1000 Bruxelles 02/ 502 47 52 http://www.eunomia.be FORMALIS • Rue d'Arlon 92 1040 Etterbeek 02/ 230 58 12 • Avenue Fonsny, 40 1060 St Gilles 02/ 507 16 63 http://www.formalis.be PME DIRECT • Boulevard Anspach 111 1000 Bruxelles 02/ 513 64 84 • Rue des Deux Eglises 29 1000 Bruxelles 02/ 238 07 07 • Rue de la Montagne 30-32 1000 Bruxelles 02/ 500 14 43 • Rue de l'Hôpital 31 1000 Bruxelles 02/ 512 09 55 • Rue Royale 75/1 1000 Bruxelles 02/ 250 00 30 • Avenue des Croix de Guerre 94 1120 Neder-over-Hembeek 02/ 247 00 84 • Rue de Spa 8 1000 Bruxelles 02/ 238 05 49 • Boulevard de la Woluwe 46/9 1200 Woluwe-Saint-Lambert 02/ 778 62 00 http://www.pmedirect.be GO-START • Rue de Genève 4 1140 Evere 02/ 729 95 91 • Square Sainctelette 12 1000 Bruxelles 02/ 219 40 08 HDP GUICHET D'ENTREPRISES • Rue Botanique 75/1 1210 Saint-Josse-ten-Noode 02/ 219 14 88 http://www.hdp.be PARTENA GUICHET D'ENTREPRISES • Boulevard Anspach 1 1000 Bruxelles 02/ 549 74 70 • Chaussée d'Alsemberg 772/A 1180 Uccle 02/ 376 63 08 • Rue des Chartreux 45 1000 Bruxelles 02/549 34 62 • Chaussée de Wavre 1510 1160 Watermael-Boitsfort 02/ 672 96 11 http://www.partena.be LE GUICHET DES CHAMBRES DE COMMERCE ET D'INDUSTRIE • Avenue Louise 500 1050 Ixelles 02/ 643 78 09 http://www.cci.be UCM GUICHET D'ENTREPRISES • Avenue Adolphe Lacomblé 29-31 1030 Schaerbeek 02/ 743 33 90 • Avenue Konrad Adenauer 6 1200 Woluwe-Saint-Lambert 02/ 775 03 80 http://www.ucm.be « Sans entrepreneurs, le monde ne serait toujours qu’une idée. » (F. Doriot
  • 41. 41
  • 42. 42
  • 43. 43 Bijlage 3: Volledige lijsten met alle ideeën die tijdens de workshops geformuleerd werden Workshop 1: Toegang tot grond: hoe kunnen we het Brusselse potentieel optimaal benutten? a) Toegang tot grond voor productie - Testzones voor landbouw opzetten (hulp bij installatie) - Ecowijken uitwerken met een boerderij om de wijk van voedsel te voorzien - Landbouwgronden veilig stellen - Landbouwzones creëren in alle publieke ruimten - De beschikbare ruimte voor groenteteelt inventariseren (op basis van het BRAT-rapport) - Een platform voor tuindelen ontwikkelen b) Gebruik van "verloren" ruimten - Het concept "verpachting"(cf. Québec) ontwikkelen: standaard contract voor daken of verticale teelt - Verplaatsbare containers voor aquaponie ontwikkelen - Parkeerplaatsen ter beschikking stellen voor stedelijke productie 4) Juridische en financiële mechanismen - Invoering van een gemeentequotum om grond/terreinen ter beschikking te stellen voor productie - Belastingvrijstelling van de eigenaars als ze een project voor stadslandbouw opzetten. 5) Productietechnieken en -tools - De productie verhogen door opnieuw oude technieken te gebruiken - Inzetten van de Brusselse knowhow op landbouwvlak (geschiedenis, migranten, ouderen) - De uitwisseling van zaden in het Brussels Gewest promoten 6) Voedselautonomie in Brussel - Korte keten met de rand promoten - Werken met de andere Gewesten aan de ontwikkeling van een Brusselse voedselring - Een coöperatieve oprichten voor de distributie van Brusselse groenten - Een ruimte creëren voor contacten en uitwisselingen tussen Brusselaars en Brusselse producenten (productinventarissen en productieplekken) - Een kalender en een actieplan vastleggen om Brussel de nodige veerkracht en autonomie op voedselvlak te bezorgen (2014 = 2 dagen autonomie ; 2020 = 5 dagen; 2040 = 15 dagen) 7) Stadslandbouw en urbanisme: - Het begrip "productive landscape" ontwikkelen in Brussel - Teeltruimte beschouwen als een reserve voor ecosystemische diensten
  • 44. 44 Workshop 2: Groenten telen en verkopen in de stad: welke tools staan tot onze beschikking? a) Toegang tot grond voor productie - Betere toegang tot grond (met water en elektriciteit) voor professionele projecten. - Gebruik van de binnenkant van huizenblokken: gedeelde mede-eigendom / verhuur aan een groenteteler / beheer door Terre-en-vue - Gebruik van daken voor groenteteelt - Terbeschikkingstelling van privétuinen voor de groenteteelt (pacht) - Versterkte samenwerking tussen Brussel-Wallonië-Vlaanderen om de Brusselse stadsrandring veilig te stellen en te valoriseren. - Ongebruikte industrieterreinen saneren - Kelders inventariseren en exploiteren (champignonteelt) - Teelbare grond en beschikbare ruimten in kaart brengen - Inventaris van beschikbare ruimte via wijkcontracten - Terbeschikkingstelling van openbare (en privé) ruimte door de gemeente. - Sanering van een achtergestelde wijk door de "Torrekens" om productieruimte te verhuren. - Eetbare landschappen creëren (al wat groeit moet produceren, ook in de publieke ruimte) b) Na de productie - Het afzetgebied van stadslandbouw verbeteren (werken aan het eindstuk van de keten) - Akkoorden sluiten met grootwarenhuizen (stands met lokale producten in supermarkten of op parkings). Het economische systeem is nog uit te werken... - Bio- en lokale maaltijden in ziekenhuizen en gevangenissen - Afzet van Brusselse melk en melkproducten - Keukens om te delen - Een of meerdere overdekte markten organiseren voor deze keten - Een label creëren voor lokale en burgerproductie c) Pedagogische projecten - De sensibilisering van consumenten voor de lokale Brusselse keten verbeteren - Opleiding en informatieverlening in scholen (leefmilieu, gezondheid, keuken, collectief, enz.) - Rendabele economische modellen creëren en doorgeven - Oude parkings gebruiken voor teelt in bakken (educatieve projecten) - Een mobiele (aak) en pedagogische (op het kanaal) boerderij opzetten 4) Juridische en financiële mechanismen - De (niet lokale) voedingsmiddelen die Brussel binnenkomen belasten, of de kostprijs van het transport in de prijs opnemen, of belastingvermindering voor de aankoop van lokale producten. - Wetgeving: de verkoop van producten afkomstig van privé terreinen toestaan en omkaderen (werken met het begrip landbouwgrond)
  • 45. 45 - Individuele en collectieve verantwoordelijkheid voor de percelen van collectieve moestuinen - Mechanisme om landbouweilanden te bevorderen: minder belastingen en financiële mechanismen - Een projectincubator creëren - Een logistieke en pedagogische pijler oprichten voor de keten (kamer van koophandel) - Een dienst ter ondersteuning van de mobiliteitslogistiek (een vloeiende keten creëren) - Een Sustainable Food Council creëren - Projectoproep (+ premies om eigenaars te stimuleren) - Implementatie van een cel "Helpdesk" - Een mechanisme creëren voor de beloning van een burger die produceert 4) Varia - Kippen voorstellen aan de burgers (cf. de gemeente Moeskroen) Workshop 3: Stadslandbouw, symbiose met het gebouw? a) Beheer van de bronnen - Verwerking van water, recycling van organische stoffen (recupereren van menselijke feces…) - Het gebruik van water in de spaarbekkens optimaliseren - Energie en CO2 van de tunnels recupereren b) Gebruik van "verloren" ruimten - Verticale productie in ruimten buiten - Leegstaande gebouwen gebruiken, zoals scholen tijdens de vakantie - Moestuinboten op het kanaal - Landbouw in de kelders promoten - Projectoproepen lanceren voor niet-gebruikte ruimten - Tijdelijk exploiteren van niet-gebruikte gebouwen voor productie van stadslandbouw - Bijenstallen op daken promoten - Aquaponie in containers promoten - Exploiteren van braakliggend terrein (maar bodemverontreiniging) voor aquaponie - Het begrip van productieve bureaus lanceren c) Juridische en financiële mechanismen - Een platform opzetten om de relaties eigenaars-producent te vergemakkelijken - Verplichting tot draagvermogen van dak geschikt voor stadslandbouw - Maatregel ter compensatie van biodiversiteit voor renovatie- en bouwprojecten - Een structuur voor informatieverstrekking en uitwisseling over stadslandbouw - Een kadaster creëren met daken die stadslandbouw aankunnen
  • 46. 46 Workshop 4: Stadslandbouw? Morgen begin ik eraan! a) Ondersteuning bij het opzetten: - Oprichting van een incubator Stadslandbouw - Oprichting van een Urban farm lab (multidisciplinair onderzoek) - Haalbaar opleidingscircuit voor werkgelegenheid in stadslandbouw - De zone Neerpede gebruiken voor de begeleiding van minder bedeelden in landbouwprojecten b) Wettelijke ondersteuning en urbanisme: - Herwaardering van braakliggende industrieterreinen - Stadslandbouw aanwezig in industriezones - Het gebruik toestaan van de publieke ruimte voor productie - Project voor de ontwikkeling van stadslandbouw op daken in de ZIP-zone - Groenteteelt op daken promoten - De teelt van planten met zuiverende werking op gevels c) Ontwikkeling van materiaal - Ontwikkeling van een keten voor organisch afval voor de productie van meststoffen en inzameling van het "bruine goud" via droge toiletten - Invoering van een "Brico" voor stadslandbouw (materiaal, advies, enz.) cf. growthshop - Ontwikkeling van een kweektuin op wijkniveau - Oprichting van een referentiecentrum voor ervaringen van burgers d) Na de productie - Organisatie van korte keten met stadsrand - Ontwikkeling van verwerkte succesproducten e) Businessideeën voor stadslandbouw: - Productie van spirulina voor daken - Verkoop van aquaponiepakketten - Moestuinen op daken van ondernemingen voor rechtstreekse verkoop aan werknemers - Ontwikkeling van typische Brusselse producten (tuinkers, witlof, enz.) - Hydroponie op het kanaal - Installatie van een moestuin op het dak van een grootwarenhuis