Your SlideShare is downloading. ×
16 Def Powerpoint Groepje 16
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Introducing the official SlideShare app

Stunning, full-screen experience for iPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

16 Def Powerpoint Groepje 16

236
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
236
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide
  • Zie het toegestuurde Word document voor de checklist.
  • De leerlingen hebben een opdracht gekregen om aan de hand van bronnen een bepaald beeld van prins Bernhard te krijgen. Dit is een actueel voorbeeld en daarom ook goed geschikt als opdracht om bronnen te beoordelen. Door deze opdracht gaat de leerling zich afvragen welke bronnen nu waar zijn en welke bronnen niet, omdat deze bronnen zo een uiteenlopende informatie verschaffen. We zorgen dat deze opdracht niet te veel tijd in beslag neemt, omdat de ervaring leert dat leerlingen uit klas 4VWO hun huiswerk minder serieus nemen. Daarom beperken we de opdracht tot ongeveer 30 minuten.
  • Introductie In de introductie zullen we wat gaan vertellen over het onderzoek van J. Pollmann. We zullen niet te diep ingaan op haar onderzoek, maar vertellen hoe het onderzoeksproces er in haar vakgebied (= sociale geschiedenis) uit ziet. Om dit te vertellen zullen we gebruik maken van het interview dat we met haar hebben gehouden. We zullen het document dat we bij de eerste deadline hebben ingeleverd gebruiken om de introductie te geven. We zullen dit iets bondiger maken, dus minder uitgebreid. Maar we zullen nog wel duidelijk alle stappen in het proces behandelen.
  • Judith Pollmann Judith Pollmann is een historicus die gespecialiseerd is in de vroeg moderne tijd. Bij dit thema gaat ze dieper in op de Nederlanden en godsdienstconflicten. Judith Pollmann houdt zich bezig met oorlogsherinneringen. En dan met name de herinneringen aan de 80-jarige oorlog tegen Spanje. Ze komt op een idee voor een onderzoek door te kijken naar de huidige samenleving. Ze haalt inspiratie uit ervaringen. Ze ziet dingen die nu in de samenleving plaatsvinden en vraagt zich dan af of vroeger hetzelfde gebeurden. Judith Pollmann is vooral nieuwsgierig naar de herinneringen van mensen over een bepaalde gebeurtenis.
  • Onderzoeksproces Allereerst moet de hoofdvraag bepaald worden. Een historicus ziet dingen om zich heen in zijn eigen samenleving, kent nieuwsgierigheid en gaat zich zo dingen afvragen. Financiën Er wordt een vraag in grove lijnen geformuleerd en een wetenschapper gaat op zoek naar geld om zijn onderzoek te financieren. In vergelijking met de chemici zijn historici ‘goedkope’ mensen. Geen dure apparaten, geen zeldzame stofjes en dergelijke dingen zijn nodig. Toch moeten er andere dingen gefinancierd worden. Historici reizen naar archieven, werken aan databases om toegang tot informatie te vergemakkelijken, ze reizen over de wereld om bijzondere stukken of monumenten te onderzoeken, houden congressen, laten mensen overkomen naar de universiteit en hebben bovendien ook nog brood op de plank nodig. Ze proberen daarom bij het NWO geld te krijgen om hun eigen onderzoek te kunnen betalen. Omdat er in Nederland weinig geld voor onderzoek beschikbaar is, is er een soort competitie strijd bij het NWO. Je moet een goed plan hebben en het ook overtuigend brengen. De mensen van het NWO moeten het nut van jouw onderzoek inzien. Het regelen van de financiën is stap 2 van het onderzoeksproces. Je kunt namelijk nog zo’n goed en leuk idee hebben, maar zonder geld kom je nergens. Dan wordt je onderzoek snel gestaakt omdat er geen geld meer beschikbaar is. Vervolg onderzoeksproces Omdat een enkele bron geen informatie geeft over een volk in haar geheel, moeten er veel gegevens worden verzameld. Vaak zijn er grote stiltes in het materiaal, mensen hebben de meest verschrikkelijke dingen meegemaakt en durven er überhaupt niet over te praten of te schrijven. Gelukkig voor ons willen deze mensen, eenmaal oud geworden, toch hun verhaal kwijt. Zo komen er bijvoorbeeld zeventig jaren later nieuwe bronnen aan het licht. Andere mensen zijn juist trots op hun verleden . Sommigen hebben dapper meegevochten in de strijd of wat voor een andere taak dan ook verricht. Zij vertellen dit trots door, laten beeldjes maken of veranderen hun achternaam. Zo is er van alles te bedenken dat het verzamelen voor een historicus moeilijk of makkelijk maakt. Zo’n geschiedkundige is eigenlijk in grote mate afhankelijk van toevalligheden. Op een dag kom je iets tegen, een boekje, een pamflet, een schilderij, met het gevolg dat er een lampje bij de wetenschapper gaat branden. Het is dus vooral een kwestie van goed zoeken en met de tijd zal een historicus ook steeds beter weten hoe alles het handigst te zoeken is en kan deze een beetje voorspellen waar veel informatie te vinden is. Publicaties Ieder persoon die meewerkt aan het onderzoek schrijft uiteindelijk zijn eigen boek. Conflicten tussen hen worden uitgepraat en ze becommentariëren elkaar. Er wordt van onderzoekers verwacht dat ze eens in de zoveel tijd iets publiceren, een boek of een artikel voor in een tijdschrift. Daarom heeft de uitgever ook wel invloed op de publicatie, hij heeft soms commentaar en in dat opzicht heeft de uitgever altijd gelijk. Ook kan het werk van andere mensen invloed hebben op je onderzoek. Soms moet je zelf na een aantal jaar je onderzoeksvraag bijstellen en deels opnieuw beginnen. Een historicus begint dus met een idee, maar moet bereid zijn dit idee te veranderen.
  • Interpretatie bronnen De bronnen moeten vervolgens geïnterpreteerd worden . Dat valt allemaal nog niet mee, aangezien de hedendaagse interpretaties van onderwerpen anders zijn dan die van vroeger. Mevrouw Pollmann, hoogleraar sociale geschiedenis, verricht momenteel onderzoek naar herinneringen van mensen in de 17e eeuw. Nu we in een moderne wereld leven, gaan we heel anders om met herinneringen dan vroeger. We hebben grote hoeveelheden foto’s op onze computer staan, schilderijen en platen hangen overal en kranten en tijdschriften stellen ons elke dag weer op de hoogte van talloze gebeurtenissen. Historici kijken wat psychologen van herinneringen denken, maar raadplegen ook andere wetenschappers uit andere vakgebieden bij het interpreteren van informatie. Verder moet je ook kunnen doorzien wat er niet geschreven staat in de bronnen. Het herkennen van de subjectiviteit van bronnen is belangrijk. Veel verhalen over gruwelijkheden komen pas naar voren wanneer de getroffen generatie ouder wordt.
  • Einde onderzoek Op een gegeven moment heb je toch wel een duidelijk beeld gekregen van het antwoord op de onderzoeksvraag. Hoewel je nooit echt klaar bent als historicus, heb je op een gegeven moment genoeg informatie verzameld en geïnterpreteerd dat het tijd is artikelen te schrijven en te publiceren en lezingen te houden. Zijn mensen het er mee eens, denken ze heel anders over jouw onderwerp of vinden ze het simpelweg niet interessant genoeg? Met de kritiek die wordt gegeven door de andere wetenschappers kun je verder nadenken over het onderwerp. Soms komen er ook nieuwe bronnen aan het licht, wat weer nieuwe vragen oplevert. Tegenwoordig zijn bronnen veel makkelijker te achterhalen dan vroeger. Toen Mevrouw Pollmann op zoek was naar een afbeelding van Alva, stuitte zij op een schaal met ingekraste tekeningen van een man die in de gevangenis had gezeten, ‘serendipiteit’. Zo is een historicus dus nooit echt klaar met zijn onderzoek. Het is ook te zijn als een driehoek tussen bronnen, wat anderen zeggen en tussen de vraag. Alles stelt elkaar bij. De onderzoeksvraag wordt, naarmate het proces vordert, altijd wel opnieuw geformuleerd. Het eerste idee dat de wetenschapper in dit vakgebied heeft, is zelden het goede idee. De historicus eindigt met het schrijven van een mooi boek om het onderzoek daarna te laten rusten – althans, voorlopig.
  • Problemen Een probleem dat vaak voorkomt bij sociale geschiedenis is dat er geen overlevenden zijn om mee te praten. Ze moeten dus naar ander bronmateriaal zoeken. Verder kan het zo zijn dat je het binnen een onderzoeksgroep niet met elkaar eens bent. Deze conflicten kunnen vaak goed uitgepraat worden. De ene keer wordt de ene onderzoeker overtuigd van het gelijk van de andere en de andere keer weer andersom. Er zijn ongeschreven regels voor de geschiedkundige wetenschap en zolang iedereen zich aan deze regels houdt kan er niet zo veel mis gaan en kun je elkaar makkelijk terecht wijzen of kritiek geven. Bijvoorbeeld als ze geen goede argumentatie hebben of dat soort dingen.
  • Hierin zit dus een algemeen stukje over het onderzoek van J. Pollmann, want we gebruiken dit onderzoek namelijk als voorbeeld. Uit onderzoek en ervaring blijkt dat je makkelijker iets kunt leren aan de hand van een voorbeeld. Anders wordt het te leren iets te abstract en wordt het moeilijker om het te visualiseren. Aan de hand van algemene “regels” en tips in combinatie met het voorbeeld van het onderzoek van J. Pollmann, kunnen we de leerlingen iets leren over het vinden en interpreteren van bronnen. Verder zullen we de leerlingen vertellen over de gevaren van internetbronnen, zoals wikipedia . Een site die door iedereen te bewerken is en daardoor minder betrouwbaar is. Je kunt namelijk niet echt de schrijver achterhalen en er op die site achter komen of de informatie die je daar aantreft ook daadwerkelijk betrouwbaar is. Op de Engelstalige site van wikipedia staan vaak wel referentie waardoor je kunt controleren of de geschreven informatie klopt. Wat je het beste kunt doen, als je bruikbare informatie vindt op wikipedia, verder zoeken naar een andere bron die hetzelfde zegt. Als dit wel een kritisch betrouwbare bron is dan kun je ervan uitgaan dat deze informatie klopt. De probleemstelling van deze les is het vinden en interpreteren van bronnen. Hoe kun je het beste een bron vinden, waar en hoe kun je het beste zoeken. En als je dan een bron gevonden hebt, hoe kun je deze het beste interpreteren, hoe kun je jouw interpretatie toetsen. En dan verder nog, hoe weet je dat een bron betrouwbaar is (waar we het voorbeeld van wikipedia voor gebruiken)
  • Bespreking Doordat er, zoals eerder genoemd, bij sociale geschiedenis vaak geen overlevenden meer zijn om mee te praten, moeten historici andere manieren gebruiken om aan betrouwbare informatie te komen. Vaak komt deze informatie uit boeken, als het heel lang geleden is worden er wel eens opgravingen gedaan en zo nu en dan worden er ooggetuigenverslagen gevonden. Geschreven bronnen komen we het meeste tegen, dus boeken en ooggetuigenverslagen zijn veelgebruikte middelen om betrouwbare informatie te vinden. Het grote probleem van deze bronnen, is dat ze meestal niet precies over je vraagstelling gaan; vooral ooggetuigenverslagen gaan bijvoorbeeld vaak maar over een stukje van een oorlog, of juist over meer dan dat ene verschijnsel dat je wilt onderzoeken. Wat doen historici in dat geval? Dan moet je de bronnen gaan interpreteren. Je moet de informatie die je kan gebruiken proberen te zoeken in de tekst en deze eruit “filteren”. Dat is een lastig proces. Zoals al eerder verteld is, ontstaat er vaak onenigheid binnen onderzoeksgroepen; dat kan best komen doordat onderzoekers het onderling niet eens zijn over de presentatie van hun bronnen. Mevrouw Pollmann bijvoorbeeld, de hoogleraar sociale geschiedenis waar we het eerder over hadden, verricht op dit moment onderzoek naar herinneringen van mensen in de 17e eeuw. Dat valt niet mee, omdat we heel anders denken dan de mensen uit die tijd. Verder kan er discussie ontstaan over wat feit is in de bronnen en wat de mening is van de ooggetuige; historici moeten proberen subjectiviteit van objectiviteit te scheiden. Vragen: Wat zijn dus verschillende vormen van bronnen? Antwoord: boeken, ooggetuigenverslagen, veel meer antwoorden mogelijk. Wat zijn de problemen die we tegenkomen bij het interpreteren van die bronnen, oftewel over wat voor dingen kan er discussie ontstaan binnen een onderzoeksgroep? Antwoord: over subjectiviteit in bronnen, over hoe je rekening houdt met het andere denken van die tijd. Nu gaan jullie zelf proberen om bronnen te interpreteren, in groepjes.  [Verwerking]
  • Verwerking We doen in de les ook een klassikale opdracht. Dit doen we om de leerlingen een idee te geven waar ze op moeten letten. Het doel is niet alleen de inhoud van de bron te analyseren, maar ook de achtergrond: waar komt de bron vandaan, wie heeft deze geschreven, wanneer enz.? Leerlingen gaan nu in groepjes van 4 of 5 zelf hun gevonden bronnen controleren om de betrouwbaarheid ervan te bepalen. Vervolgens moeten de leerlingen hier een conclusie aan vastknopen. Deze opdracht zal ongeveer 15 minuten duren. Na 15 minuten worden willekeurig leerlingen van verschillende groepjes gekozen om de betrouwbaarheid van de bronnen te beschrijven. We laten dan leerlingen uitleggen hoe ze tot een bepaald inzicht zijn gekomen en hun stelling te beargumenteren. Bij het bespreken van deze opdracht kijken we ook goed op basis waarvan de leerlingen de betrouwbaarheid van hun bronnen bepalen. Het is belangrijk om er achter te komen hoe ze de betrouwbaarste bronnen goed kunnen vinden. Hierna is het tijd voor een discussie
  • Afsluiting Jullie hebben in de opdrachten gezien dat bronnen op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Jullie hebben geleerd om in je bronnen te onderscheiden wat relevant is en wat niet, en wat subjectief is en wat objectief. [Aan de klas, willekeurig iemand een beurt geven:] Weet jij bijvoorbeeld nog iets subjectiefs dat je in een opdracht bent tegengekomen? En iets objectiefs? Stond er veel nutteloze informatie in, informatie die je helemaal niet nodig had voor je antwoord? Ja, er stond veel nutteloze informatie in. En dat hoort bij geschiedenis: bronnen zullen nooit perfect aansluiten op je vraag, je zult zelf moeten interpreteren.
  • Transcript

    • 1. Eindproduct sociale geschiedenis Pre Blok V
    • 2. Les
      • Een les, 50 minuten, waarbij van tevoren een huiswerkopdracht aan de leerlingen is gegeven
      • Focus op broninterpretatie
      • 4 VWO, cluster geschiedenis
      • Computerlokaal
    • 3. Huiswerkopdracht
      • Bronnen zoeken – twee groepen:
      • 1) positief beeld van prins Bernhard
      • 2) negatief beeld van prins Bernhard
    • 4. Inhoud van de les: 1. Achtergrond prof. Pollmann 2. Algemene opbouw van historisch onderzoek 3. Problemen: vooral bij broninterpretatie 4. Bespreken van de huiswerkopdracht 5. Verwerkingsopdracht 6. Herhaling hoofdzaken
    • 5. Prof. dr. Judith Pollmann
      • Historicus (vroegmoderne tijd)
      • Inspiratie uit het heden
      • Vergelijking: 80-jarige oorlog <-> WO2
      • Oorlogsherinneringen
      • Begeleidt promovendi
    • 6. Het onderzoek
      • Hoofdvraag
      • Financiën
      • Bronnen
      • Interpretatie
      • Conclusie
      • Publicaties
      • Problemen
      • - Interpretatie, conclusie & problemen belangrijk!
    • 7. 4: Interpretatie
      • Lastig, want:
      • Hedendaagse interpretatie anders dan vroeger
      • Subjectiviteit
      • Waarde van herinneringen veranderd
    • 8. 5: Conclusie
      • Artikelen
      • Lezingen
      • Feedback helpt verder:
      • Nieuwe bronnen  nieuwe vragen
      • Onderzoeksvraag vaak geherformuleerd
    • 9. 7: Problemen
      • Geen overlevenden
      • Onenigheden in onderzoeksgroep
      • Bovenal: de interpretatie van bronnen!
      •  Ongeschreven regels leiden problemen in banen
    • 10. Afsluiting introductie
      • Onderzoek in het algemeen
      • Wikipedia
      • Probleemstelling: het interpreteren van bronnen
    • 11. Bespreken van huiswerkopdracht
      • De door de leerlingen opgezochte bronnen vergelijken
      • Klassikaal
      • Conclusie:
      • - Bronnen zijn op verschillende manieren te interpreteren
      • - Er is niet per se één goede manier
    • 12. Verwerkingsopdracht
      • Groepjes van 4 à 5 achter computer
      • Achtergrond bron achterhalen
        • Wie?
        • Wanneer?
        • Waar?
        • Etc.
      • Betrouwbaarheid; is elke bron wel even betrouwbaar?
      • Interactief: overleg, discussie
    • 13. Herhaling hoofdzaken:
      • Bronnen zijn aan interpretatie onderhevig!
      • Meer interpretaties kunnen goed zijn, niet bij voorbaat één
      • De ene bron is wel onbetrouwbaarder dan de ander