Stap 6 (1)  <ul><li>Heterosporie </li></ul><ul><li>Endosporie  </li></ul>BioDiversiteit HtS
Stap 6 (2)  <ul><li>Heterosporie  (macro- en micro-sporen) </li></ul><ul><li>Uit macrosporen ontstaat een vrouwelijke game...
Stap 6 (3) Cycli Sporofyt, Multicellulair diploid (2N) mannelijke gametofyt meiose vrouwelijke gametofyt meiose bevruchting
Varens – Selaginella, Lycopodium BioDiversiteit HtS  Lycophytes (Phylum Lycophyta) Selaginella apoda, a spike moss Isoetes...
Stap 6 (4) Heterosporie BioDiversiteit HtS  megasporen Megasporangium
Stap 6  (5) Endosporie BioDiversiteit HtS  Megaspore Megagametofyt Embryo
Stap 7 Het ontstaan van zaadknoppen (integument en zaden) BioDiversiteit HtS  megasporangium Evolution: Strickberger, 2000...
Stap 7 Een eerste zaadknop BioDiversiteit HtS  Pachytesta: Zaadvaren
Gymnospermen - plaats BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - diversiteit BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - groeiplaatsen BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - groeiplaatsen BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - groeiplaatsen BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - Pinus BioDiversiteit HtS
 
 
Gymnospermen - Pinus BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - Pinus BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - Levenscyclus BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - Levenscyclus BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - Levenscyclus BioDiversiteit HtS
Gymnospermen - Levenscyclus BioDiversiteit HtS
Angiospermen – plaats  BioDiversiteit HtS
Stap 8: vruchten en bloemen <ul><li>het sluiten van de vruchtbladen (carpellen) </li></ul>BioDiversiteit HtS
Macro-, microsporophyllen BioDiversiteit HtS
De eerste Angiosperm? BioDiversiteit HtS
Angiospermen Erg vormenrijk en overal BioDiversiteit HtS
Stap 7 (2) de Bloem BioDiversiteit HtS
Stap 7 (3) reductie gametofyt BioDiversiteit HtS
Angiospermen - levenscyclus BioDiversiteit HtS
Angiospermen - levenscyclus BioDiversiteit HtS
Angiospermen - levenscyclus BioDiversiteit HtS
Angiospermen - levenscyclus BioDiversiteit HtS
G roenwier tot  A ngiosperm <ul><li>Afnemende afhankelijkheid van water  w.b.d. voortplanting </li></ul><ul><li>Toenemende...
Twee belangrijke processen BioDiversiteit HtS  Verspreiding Bestuiving
BioDiversiteit HtS
8 stappen  BioDiversiteit HtS  2, 3 1 4 7 8 56
Diversiteit door de tijd heen BioDiversiteit HtS
Diversiteit door de tijd heen BioDiversiteit HtS  4, 5 6 7
De score: 290000 landplanten BioDiversiteit HtS
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Plantkunde (2)

3,060 views

Published on

Published in: Technology
1 Comment
0 Likes
Statistics
Notes
  • De geluidskwaliteit is niet optimaal omdat de docent de voicerecorder in zijn binnenzak had laten zitten. Gelukkig stond deze nog wel aan, en is het een gevoelige microfoon! Af en toe schuurt echter het jasje langs de microfoon...
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
3,060
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
16
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
1
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Binnen vaatplanten treden nog een aantal ander veranderingen op. Al deze andere veranderingen hebben te maken met reproductie en verspreiding. Mossen en varens verspreiden zich met sporen: een verspreidingsagent, klein, verspreid door de wind en met maar minimale voedselreservers, maar en daarin schuilt het geheim: waterdicht: je zou dit kunnen vergelijken met de leerachtige of kalkachtige bescherming van een reptiel.   Er ontstaat binnen de zaadplanten naast een differentiatie in mannelijke en vrouwelijke gameten, en geslachtsorganen ook: mega- en microsporen -&gt; mega- en microgametofyt.
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Binnen vaatplanten treden nog een aantal ander veranderingen op. Al deze andere veranderingen hebben te maken met reproductie en verspreiding. Mossen en varens verspreiden zich met sporen: een verspreidingsagent, klein, verspreid door de wind en met maar minimale voedselreservers, maar en daarin schuilt het geheim: waterdicht: je zou dit kunnen vergelijken met de leerachtige of kalkachtige bescherming van een reptiel.   Er ontstaat binnen de zaadplanten naast een differentiatie in mannelijke en vrouwelijke gameten, en geslachtsorganen ook: mega- en microsporen -&gt; mega- en microgametofyt.
  • Uitleg verschil in cycli: Homospoor: al eerder uitgelegd Heterospoor: opdeling in mannelijk en vrouwelijk a.h.w. naar voren gehaald. Verder is er een overgang in de gametofyten van planten waarin de sporofyt domineerd. De uniforme sporen van homopspore planten ontwikkelen zich vaak tot een soort plant met mannelijke (archegonia) en vrouwelijk (antheridia) organen. Maar de megasporen en microsporen van heterospore planten zoals Selaginella ontkiemen en vormen twee verschillende soorten gametofyten, een met enkel archegonia en een met enkel antheridia. Microspore=pollenkorrel
  • Rechts een wolfsklauw een (zaadloze) vaatplant die sporen produceert die gelijk zijn wat betreft de vorm en functie en die een gametofyt leveren met zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen. Links een selaginella even een sporenplant met vaten die twee typen sporen vormt; macro en microsporen. De macrosporen leveren een vrouwelijke gametofyt waarvan de gehele ontwikkeling binnen de wand van de sporen afspeelt met een uitzondering van een kleine opening in de wand waadoor de mannelijke gameten de eicel kunnen bereiken.
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Selaginella sp. : Mega- en microsporangium: deze heterosporie komt dus al voor bij varens alleen komt hier de megaspore (en dus de megagametofyt) nog vrij: daarom nog geen zaadplant.
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit In vaatplanten domineerd de diploide fase. De grote varens die je ziet zijn diploid, de haploide fase is vaak klein en onbeduidend. (Dit voorbeeld van Lycopodiales) Als je kijkt naar deze megaspore, met daarin de megagametofyt en je bedenkt dat de megagametofyt niet meer vrij komt (let op flessenhalzen van de archegonia linksboven). En je bedenkt dat zelfs de bevruchting al plaatsvindt voordat de megagametofyt uit de spore komt dan kun je begrijpen dat de “losse” megagametische fase geheel in de sporofyt blijft. Het is welliswaar nog altijd de spore die de eenheid van verspreiding is, maar je kunt het toch beschouwen als de overgang van spore naar zaadplanten (het niet meer vrijkomen van de megagametofyt).
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Zaadplanten reduceren de gametofyt zelfs nog verder: In angiospermen is de gametofyt nog maar een paar cellen groot (COO plantenrijk). De megagametofyt komt niet meer vrij uit de moederplant: het wordt een onderdeel van het zaadknop : endosporie. Integumenten (onderdeel sporofyt) groeien om de megaspore. Lees na: Campbell 30
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Voorbeeld van een overgang van de sporeplanten naar de zaadpplanten: Pachytesta, een zaadvaren . Je ziet hier een varenachtig blad met een zaadknop (zaaknop op het blad en niet op een stengel, dus het is een zaadplant en geen sporenplant. De zaadknop zit op de plek van het sporangium).
  • Micro en macro-sporofylen zijn verenigd in macro en microstrobili.
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Sporangia zijn omgeven door een intgument dat uit twee lagen bestaat. Deze zaadknoppen worden als het ware ingerold in een bladachtige structuur (carpel) waardoor ze aan de buitenlucht worden onttrokken . We spreken van bedekt zadigen. Waren bij de naaktadigen de microsporofylen en macrosporofylen in twee afzonderlijke structuren te vinden bij de bedektzadigen vinden wij deze twee type sporangia in een structuur de bloem Nog een stap verder: Binnen één speciale structuur worden nu microsporen en megasporen ontwikkeld: de bloem. Je kunt je de evolutie hiervan voorstellen als een aanpassing van het blad. Een laatste stap: carpellen -&gt; vruchten: nu niet behandeld. Carpel=vruchtblad
  • 4 microsporangia op een bladachtige structuur
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Bloem bevat altijd 3 structuren, van buiten naar binnen: Steriele bladeren Mannelijke sporangiendragers – meeldraden Vrouwelijke sporangiendragers – carpellen.
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Microsporen -&gt; in de meeldraad leveren en de pollenkorrels, zullen vrijkomen Megasporen -&gt; toenemende afhankelijkheid van de sporofyt. Verdere reductie megagametofyt: Megasporangium Megaspore Megagametofyt: 8 cellen (kernen 1 Eicel 7 vegetatieve cellen Integumenten Dit alles vormt samen de zaadknop. Dit is dus de ultieme reductie en inkapseling bij bloemplanten: Binnen integumenten vinden we nog alle stadia, maar gametofyt bestaat nog slechts uit enkele cellen.   [[Waarom praten we nog van generatiewisseling ipv diploide organismen?]]
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Groenwieren –&gt; landplanten: trends, in eerste instantie met waterbehoefte samenhangend Trends: * Afnemende afhankelijkheid van water wat betreft de voortplanting Reproductie, mannelijke gameten * Toenemende aanpassing aan droogte wat betreft de gehele plant Vegetatieve organen; stengels, hout, bladeren, wortels * Scheiding vegetatieve organen en reproductieve organen Niet overal sporangia (bijv. Varens) maar in speciale structuren (bijv. bloem) Deze aanpassingen hebben de planten in staat gesteld nieuw terrein te bezetten dat voorheen niet geschikt was. Daarbij hebben ze ook de mogelijkheden geschapen voor andere soorten van de nieuwe biotopen gebruik te maken. M.a.w. diversiteit leidt tot diversiteit. Als voorbeeld mossen, die niet zelf makkelijk op open bodem groeien in de tropen maar wel veel in bos worden gevonden.
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Wieren: zeer grote verscheidenheid, zowel in vorm en ecologie van de organismen als ook in de geslachtelijke voortplanting. Groenwieren: afwisselende n en 2n generaties (multicellulair en vrijlevend ): haplo-diplonten Afwisseling van generaties: In planten is afwisseling van generaties een sleutel eigenschap geworden. In Ulva , de zeesla, een groenwier, is dit te zien. De zygote vermenigvuldigd zich om een thallus te vormen, de bekende platte groene structuur die eruit ziet als sla als deze op de rotsen ligt. Speciale regio’s op de thallus produceren vervolgens haploide sporen die uitgroeien tot nog meer thalli. Het verschil is wel dat deze thalli nu haploid zijn, ook al zien ze er precies uit zoals hun diploide ouder. De thalli produceren dan gameten die fuseren en weer uitgroeien tot diploide thalli. De diploide thallus wordt sporofyt genoemd en de haploide thallus heet gametofyt. De diploide sporofyt alterneert dus met de haploide gametofyt en bij de zeesla kun je dus geen verschil zien zonder een krachtige micorscoop. Let op zowel de sporen als de gameten zijn beweeglijk. De zygote kiemt meteen daar zeewaters anders dan vaak in een zoetwatermilieu het geval is Daar waar zoet water bijvoorbeeld in de winter kan bevriezen of in de zomer door uitdrogen afwezig is, zien we vaak dat in de levenscycli zygotes zich inkapselen om zo de ongustige omstandigheden kunnen overleven tot dat de omstandigheden weer gunstig zijn. Zoals bij Chlamydomonas, die ik eerder behandelde. Achtergrond: - het voorkomen van oögamie bij groenwieren (grote immobiele vrouw. gameet versmelt met mobiele mannelijke gameet).
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Geef aan waar een aantal van de 7 stappen zitten en laat zien hoe ze tot extra diversiteit hebben geleid.
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Geef aan waar een aantal van de 7 stappen zitten en laat zien hoe ze tot extra diversiteit hebben geleid.
  • Campbell Hfst. Campbell BioDiversiteit Geef aan waar een aantal van de 7 stappen zitten en laat zien hoe ze tot extra diversiteit hebben geleid.
  • Plantkunde (2)

    1. 2. Stap 6 (1) <ul><li>Heterosporie </li></ul><ul><li>Endosporie </li></ul>BioDiversiteit HtS
    2. 3. Stap 6 (2) <ul><li>Heterosporie (macro- en micro-sporen) </li></ul><ul><li>Uit macrosporen ontstaat een vrouwelijke gametofyt, uit de microsporen ontstaat een mannelijke gametofyt. </li></ul><ul><li>Endosporie (de ontwikkeling van de vrouwelijke gametofyt vindt geheel binnen de wand van de macrospore plaats) </li></ul>BioDiversiteit HtS
    3. 4. Stap 6 (3) Cycli Sporofyt, Multicellulair diploid (2N) mannelijke gametofyt meiose vrouwelijke gametofyt meiose bevruchting
    4. 5. Varens – Selaginella, Lycopodium BioDiversiteit HtS Lycophytes (Phylum Lycophyta) Selaginella apoda, a spike moss Isoetes gunnii, a quillwort Strobili (clusters of sporophylls) 2.5 cm Diphasiastrum tristachyum, a club moss 1 cm
    5. 6. Stap 6 (4) Heterosporie BioDiversiteit HtS megasporen Megasporangium
    6. 7. Stap 6 (5) Endosporie BioDiversiteit HtS Megaspore Megagametofyt Embryo
    7. 8. Stap 7 Het ontstaan van zaadknoppen (integument en zaden) BioDiversiteit HtS megasporangium Evolution: Strickberger, 2000, pag 313
    8. 9. Stap 7 Een eerste zaadknop BioDiversiteit HtS Pachytesta: Zaadvaren
    9. 10. Gymnospermen - plaats BioDiversiteit HtS
    10. 11. Gymnospermen - diversiteit BioDiversiteit HtS
    11. 12. Gymnospermen - groeiplaatsen BioDiversiteit HtS
    12. 13. Gymnospermen - groeiplaatsen BioDiversiteit HtS
    13. 14. Gymnospermen - groeiplaatsen BioDiversiteit HtS
    14. 15. Gymnospermen - Pinus BioDiversiteit HtS
    15. 18. Gymnospermen - Pinus BioDiversiteit HtS
    16. 19. Gymnospermen - Pinus BioDiversiteit HtS
    17. 20. Gymnospermen - Levenscyclus BioDiversiteit HtS
    18. 21. Gymnospermen - Levenscyclus BioDiversiteit HtS
    19. 22. Gymnospermen - Levenscyclus BioDiversiteit HtS
    20. 23. Gymnospermen - Levenscyclus BioDiversiteit HtS
    21. 24. Angiospermen – plaats BioDiversiteit HtS
    22. 25. Stap 8: vruchten en bloemen <ul><li>het sluiten van de vruchtbladen (carpellen) </li></ul>BioDiversiteit HtS
    23. 26. Macro-, microsporophyllen BioDiversiteit HtS
    24. 27. De eerste Angiosperm? BioDiversiteit HtS
    25. 28. Angiospermen Erg vormenrijk en overal BioDiversiteit HtS
    26. 29. Stap 7 (2) de Bloem BioDiversiteit HtS
    27. 30. Stap 7 (3) reductie gametofyt BioDiversiteit HtS
    28. 31. Angiospermen - levenscyclus BioDiversiteit HtS
    29. 32. Angiospermen - levenscyclus BioDiversiteit HtS
    30. 33. Angiospermen - levenscyclus BioDiversiteit HtS
    31. 34. Angiospermen - levenscyclus BioDiversiteit HtS
    32. 35. G roenwier tot A ngiosperm <ul><li>Afnemende afhankelijkheid van water w.b.d. voortplanting </li></ul><ul><li>Toenemende aanpassing aan droogte wat beteft de gehele plant </li></ul><ul><li>Scheiding vegetatief en reproductief </li></ul>BioDiversiteit HtS
    33. 36. Twee belangrijke processen BioDiversiteit HtS Verspreiding Bestuiving
    34. 37. BioDiversiteit HtS
    35. 38. 8 stappen BioDiversiteit HtS 2, 3 1 4 7 8 56
    36. 39. Diversiteit door de tijd heen BioDiversiteit HtS
    37. 40. Diversiteit door de tijd heen BioDiversiteit HtS 4, 5 6 7
    38. 41. De score: 290000 landplanten BioDiversiteit HtS

    ×