‘Internet is een fantastische leeromgeving’                           Essay voor Stichting Kennisnet                      ...
je leert zwemmen in een zwembad. Jongeren kunnen verdrinken in de zee van informatie alsze zonder voorbereiding in het die...
Dat begint bij het vaststellen van de onderzoeksvraag, het kiezen van specifieke zoektermenen relevante bronnen (waaronder...
De media vervult weliswaar een sociaal-maatschappelijke rol, maar helpt helaas slechts inbeperkte mate in de vorming van m...
Nu zijn er twee opvallende zaken te constateren. Allereerst, hoe kun je met standaardmateriaal de ontdekkingsreis van een ...
Wellicht ligt de grootste uitdaging nog in de digitale didactiek. Hoe kun je de balans vindentussen sturing en ruimte? De ...
Literatuur1  Kennisnet (2008). Vier in Balans Monitor 20082  Vanheste, J. (2004). De Googlificatie van het onderwijs leidt...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Internet is een fantastische leeromgeving Rink Weijs

497

Published on

Leven in een informatiesamenleving is leuk! Internet biedt een fantastische leeromgeving voor leerlingen en ze googlen erop los. Multimedia spreken tot de verbeelding. Kinderen maken in hun sociale leven ook veelvuldig gebruik van allerlei communicatiemogelijkheden die internet biedt. Ook docenten vragen vaker digitaal leermateriaal om het leerproces zo interessant mogelijk te maken. Zodoende kunnen ze leerlingen goede lesstof aanreiken waarmee een didactisch verantwoord programma tot stand komt.

Tegelijkertijd ontstaat een vraag naar nieuwe vaardigheden voor de 21ste eeuw waarmee leerlingen mediawijsheid krijgen aangeleerd. Dat heeft gevolgen voor het leerproces, want welk materiaal is hiervoor geschikt? Is er eigenlijk wel genoeg digitaal materiaal beschikbaar? Helaas blijkt kennisoverdracht hierbij slechts in beperkte mate van nut. Het lijkt een complex vraagstuk te zijn, maar wellicht is de oplossing eenvoudiger dan gedacht.

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
497
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Internet is een fantastische leeromgeving Rink Weijs

  1. 1. ‘Internet is een fantastische leeromgeving’ Essay voor Stichting Kennisnet (contactpersonen: Rink Weijs & Marcel Kesselring)In het onderwijs leeft de ambitie meer gebruik te maken van digitaal leermateriaal. Doorgrotere inzet van digitale hulpmiddelen in het curriculum verwachten scholen de kwaliteit,aantrekkelijkheid en productiviteit van het onderwijs te verbeteren. Goede keuze, zou jedenken, maar al meer dan tien jaar geven schoolleiders en docenten aan dat het schort aanbruikbaar digitaal leermateriaal, constateert Kennisnet. Een tekort hieraan is één van debelangrijkste obstakels voor verdere optimalisering van effectief en efficiënt gebruik van ICT inhet onderwijs1. Vooral de ontwikkeling en verspreiding van bruikbaar digitaal leermateriaalblijkt een complex en weerbarstig vraagstuk te zijn.We kunnen dit vraagstuk ook anders benaderen. Waarom wordt internet als leeromgevingniet vaker als uitgangspunt genomen binnen het leerproces? Oké, internet is een multimediaalplatform met een overvloed aan informatie. Maar weerspiegelt dat niet de werkelijkheid vanalledag? Juist het vermogen om door dit complexe informatielandschap te kunnen navigerenis van toenemend belang. Internet is juist een fantastische leeromgeving! De leeropbrengstenhiervan zijn zelfstandigere en creatievere leerlingen die optimaal gebruik maken van degrootste informatie database aller tijden: internet. Bezien vanuit deze optiek, komt dediscussie over het tekort aan bruikbaar digitaal leermateriaal in een ander daglicht te staan.Dit essay is een pleidooi voor een andere aanpak van het leerproces waarbij meer gebruikwordt gemaakt van internet als multimediale leeromgeving. De clou ligt bij de benadering vanhet leerproces - niet in het wachten op beschikbare materialen. Alleen vergt dit wel eenandere manier van lesgeven door docenten én het leren door de kids zelf. Een benadering diemeer aansluit op de dagelijkse ervaringen en belevingswereld van leerlingen. Waarinkennisconstructie centraal staat en internet als platform wordt gebruikt voor het zoeken,bewerken en delen van informatie.Want dat leren jongeren niet vanzelf. De NRC-columnist Vanheste waarschuwt voor hetzoeken en overnemen van informatie zonder enige kennis vooraf, wat hij Googlificatie noemt.Dit leidt tot een samenraapsel van weetjes zonder basis, zonder verband, zonder begrip2. Ookhet rapport van de British Library3 stelt dat de Google generatie wel toegang heeft tot eenovervloed aan materiaal, maar dat hun vermogen deze te verwerken gelimiteerd is. Onlinezoekstrategieën van deze groep worden gekarakteriseerd als oppervlakkig en van de hak opde tak. De conclusie van het rapport luidt dat de moderne jeugd een slecht begrip heeft vanhun informatiebehoeften en het moeilijk vindt effectieve informatiestrategieën teontwikkelen. Bovendien spenderen ze weinig tijd aan het evalueren van informatie oprelevantie, nauwkeurigheid en de autoriteit van de bron.Jongeren moeten natuurlijk een fundament aan basiskennis en -vaardigheden aangereiktkrijgen binnen een veilige leeromgeving voordat ze online aan de slag kunnen gaan. Net zoals
  2. 2. je leert zwemmen in een zwembad. Jongeren kunnen verdrinken in de zee van informatie alsze zonder voorbereiding in het diepe worden gegooid.In de praktijk werkt dat anders. In feite maken veel jongeren al op vroege leeftijd gebruik vaninternet, dat vrijwel vanzelfsprekend de voornaamste informatiebron is voor de huidigegeneratie. Ze leren zelf ermee omgaan, gewoonweg door te experimenteren. Dat wil nietzeggen dat ze er goed in zijn, want self-thaught is niet hetzelfde als well-thaught4. Bovendienbulkt internet van de informatie uit allerhande bronnen, van volslagen ongeloofwaardig totwetenschappelijk verantwoord. Bedrijven, particulieren, politieke partijen enbelangengroepen hebben allerhande redenen om hun publiek te informeren, overtuigen enentertainen. Misschien is leren met internet juist daarom geen overbodige luxe. Laten weeens verkennen wat er gebeurt wanneer we dit multimediale platform tot leeromgevingbombarderen.Een eerste voorwaarde is toegang. De beschikbaarheid van apparatuur is noodzakelijk. Hetverschil tussen de haves en have-nots kan een kloof tot gevolg hebben, een fenomeen datMoores in 1996 als digital divide bestempelde. Nu verkeren we in Nederland in een prettigepositie. Voor een groot deel van de bevolking zijn computers gemeengoed geworden. Ook deverbinding is geen bottleneck meer. In totaal hebben nu 5,8 miljoen Nederlanders breedbandinternet via de kabel of adsl. Dit betekent dat 79,8% van alle huishoudens een snelleinternetverbinding heeft5.Ten tweede speelt de mate waarin kinderen thuis én op school als digital native met ditspeelgoed aan de slag kunnen een grote rol. Aan de kinderen zal het overigens niet liggen, diezappen, gamen, multitasken en prosumeren erop los6. Ze spelen massaal online multiplayergames, maken hun huiswerk met de koptelefoon op terwijl ze tussendoor met hun vriendenchatten en gebruiken graag beelden en emoticons. Daarnaast downloaden en remixen zecontent die ze vervolgens op hun eigen profielpagina op Hyves of een ander sociaal netwerkplaatsen.Maar leidt veel gebruik tot juist gebruik? Deze vlieger gaat niet op. Dat kinderen díe veel metde computer werken en voortdurend met nieuwe gadgets zitten te spelen de juistevaardigheden hebben, is een misvatting. Jongeren beschikken wel over ict-vaardigheden,maar niet over voldoende informatievaardigheden om te slagen in de 21ste eeuwsesamenleving7. De Raad voor Cultuur spreekt in dit verband over ‘mediawijsheid’ alsideaalbeeld. De officiële definitie luidt: “Mediawijsheid duidt op het geheel van kennis,vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegenin een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld”8. Leerlingen hebbendus een aanvullend scala aan elementaire vaardigheden nodig zoals informatie-, media- enICT-vaardigheden. Zodoende zijn ze voorbereid op de toekomst en beschikken over goedecompetenties om in een digitale wereld succesvol én mediawijs te zijn.Laten we deze vaardigheden even onderzoeken, zodat we eenzelfde beeld voor ogen hebben.ICT-vaardigheden zijn een vereiste om de benodigde apparatuur en software te bedienen. Opzichzelf is dit, zoals we net constateerden, geen garantie op succes. Leerlingen kunnen vaakniet goed hun informatiebehoefte bepalen om een onderwerp te onderzoeken. Daar hebbenze informatievaardigheden voor nodig. Zodoende leren ze zoeken, interpreteren, selecteren,verwerken en het toepassen van informatie.2/7
  3. 3. Dat begint bij het vaststellen van de onderzoeksvraag, het kiezen van specifieke zoektermenen relevante bronnen (waaronder zoekmachines). Vaak nemen leerlingen de rangschikkingvan zoekmachines voor lief, maar het is nog een kunst om de juiste links voor relevantewebsites te kiezen. Dat is wat anders dan het omslaan naar de volgende de bladzijde. En jegaat natuurlijk niet alles lezen. Switchen tussen informatiestrategieën zoals scannen engebruik maken van een alternatieve leesroute biedt uitkomst.En hoe moet je al die informatie eigenlijk interpreteren? Zijn de bronnen eigenlijk welbetrouwbaar? In welke context wordt de informatie gepresenteerd? Het zijn belangrijkevragen om uiteindelijk een waardering te kunnen geven aan informatie. Is het klinkklare onzinof kun je wel aannemen wat er staat? Ook andere aspecten zoals de autoriteit van bronnen enhet afwegen van meerdere gezichtpunten zijn van belang. Want verschillende bronnen metandere standpunten geven een beter beeld van de werkelijkheid. En wat vind je zelf? Is hetnuttige informatie voor je onderzoek? Tja, daar begint het selecteren. Daarvoor moet debruikbaarheid en volledigheid van informatie beoordeeld worden. Wellicht even dewebpagina bookmarken met een online tooltje… of een printje uitdraaien metbronvermelding erbij.Het zijn de stappen naar het einddoel: verwerking en toepassing van de informatie. Hierbijmaken leerlingen gebruik van cognitieve strategieën zoals overeenkomsten en verschillenzoeken, relateren en informatie systematisch synthetiseren. En dan heb je jouw verhaal ofoplossing nog niet eens gepresenteerd aan een publiek, online of offline.Uit onderzoek onder 6.300 studenten in Amerika door het Educational Testing Service9 blijktdat het behoorlijk schort aan deze vaardigheden. Voor het opzoeken van informatie werddoor de meerderheid enkel één zoekterm gebruikt. Slechts de helft schatte de objectiviteitvan websites juist in. Ook de oordeelsvorming over de autoriteit van online bronnen liet tewensen over. Meer dan 30% kon ze niet goed op waarde schatten. Dit zijn overigensuitdagingen voor zowel kinderen als volwassenen.Aangezien leerlingen steeds meer informatie online lezen en gebruik maken van beschikbaremedia - waarvan de content wel of niet gereguleerd wordt - is ook inzicht in de werking van demedia wenselijk. Considine and Haley10 schetsen enkele principes die media kenmerken,waaronder het feit dat de gepresenteerde realiteit een constructie is waarachter waarden enideologie schuilgaan. De media biedt een platform voor het onderhandelen overbetekenisgeving van actuele gebeurtenissen, maar wordt ook gebruikt voor commerciëledoeleinden. En elk medium heeft zijn eigen vorm, conventies en taal. Kunnen leerlingen decontext op waarde schatten, vooroordelen herkennen en zijn ze alert op het gebruik vanstereotypering? Zijn ze toegerust om visuele beelden te interpreteren om de strekking vaneen boodschap beter te bevatten?11Mediawijsheid omvat daarmee een breed scala onderwerpen die we net kort besprokenhebben als media-, informatie- en ict-vaardigheden, de overtreffende trap van lezen enschrijven. En die leer je het beste in de echte wereld. Leerlingen die zich deze vaardighedeneigen hebben gemaakt, kunnen deze benutten om nieuwe situaties met creativiteit enwijsheid tegemoet te treden. Het is ook prettig als leerlingen zich ontwikkelen tot actiefgeïnformeerde burgers die zelf de gepresenteerde informatie en zienswijzen goed kunnenafwegen.3/7
  4. 4. De media vervult weliswaar een sociaal-maatschappelijke rol, maar helpt helaas slechts inbeperkte mate in de vorming van mediawijsheid. Hier ligt een taak voor het onderwijs.Het onderwijsstelsel is een uniek sociaal instituut met als doel het menselijk kapitaal teontwikkelen. Het is van maatschappelijk belang dat iedereen als geïnformeerd burger kanparticiperen in een democratie. Media-, informatie en ict-vaardigheden zijn ‘increasinglyimportant in a modern economy12’. Bovendien worden deze vaardigheden steeds belangrijkerin een kenniseconomie die afhankelijk is van de innovatieve capaciteit van mensen.Kinderen worden nu nog vooral klaargestoomd tot goede werkers, niet tot creatieve denkers,is de conclusie van Sir Kenneth Robinson13. Hij leidde het Britse adviescommité naar hetbelang van creativiteit en culturele educatie in het onderwijssysteem en de economie. ‘We areeducating people out of their creativity’, stelt Robinson vast. In plaats van hen tot goedewerkers te vormen, is het volgens hem zinvoller hen vaardigheden aan te reiken waarmee zeklaar zijn voor de 21ste eeuw.Zoals we eerder constateerden, leven leerlingen in een technologische en door mediagedreven omgeving, waarin een overvloed aan informatie beschikbaar is en snelleveranderingen in de beschikbare technologische hulpmiddelen plaatsvinden. Daar kunnen weaan toevoegen dat de hoeveelheid informatie vooralsnog elk jaar verdubbeld. Mede daaromheeft kennis een halfwaardetijd14, wat wil zeggen dat informatie sneller verouderd. ‘Lerenleren’ is in toenemende mate van belang want mensen wisselen in één leven vaker vanberoep dan honderd jaar geleden. Lifetime employment bestaat niet meer en is vervangendoor employability (permanente professionele ontwikkeling). De nadruk op kennisoverdrachtin het onderwijs biedt wellicht een goed fundament, maar kennisconstructie wordt geziendeze ontwikkelingen steeds belangrijker. Dat vergt een koerswijziging in het onderwijssysteem. Don Tapscott beschrijft in zijn boek ‘Growing up digital15’ de verschuiving van broadcast learning naar interactive learning (zie tabel 1). Het onderwijs wordt meer leerling gericht, waarbij vaardigheden als ‘leren leren’ centraal staan. In plaats van focussen op de acquisitie van kennis wordt meer vanuit sociaal- constructivistische leerprincipes geleerd. Onderwijsconcepten zoals Tabel 1: Verschuiving in het onderwijs (Don Tapscott, Growing up digital) zelfontdekkend leren zijn op deze leest geschoeid en stimulerenleerlingen zelfstandig op ontdekkingsreis te gaan. Zo kunnen ze zelf richting geven aan hunopdrachten en sluit het onderwijs beter aan op hun belevingswereld. Het is begrijpelijk datdeze manier van leren de motivatie en betrokkenheid verhoogt, want het doet meer recht aanjouw individuele talenten én je kunt makkelijker in de flow komen. Dat lukt niet als je moetwachten tot de hele klas klaar is met een opdracht.4/7
  5. 5. Nu zijn er twee opvallende zaken te constateren. Allereerst, hoe kun je met standaardmateriaal de ontdekkingsreis van een klas zelfsturende leerlingen vooraf structureren? Tentweede is het opmerkelijk dat ondanks een convergentie van media naar een multimedialecontext, het vertrouwde papier nog favoriet is in het onderwijs. Gegeven het feit dat jongerensteeds vaker online te vinden zijn, lijken de klassen soms wel erg afgesloten van de digitalewereld. Terwijl om een brug te slaan tussen het formeel en informeel leren juist goed gebruikkan worden gemaakt van audio-visuele media en andere ICT-toepassingen16.Als docent heb je meerdere mogelijkheden bij het voorbereiden van de lessen: zelflesmateriaal maken, materiaal opzoeken en hergebruiken of een voorgeschreven lesmethodehanteren. Idealiter zijn er veel materialen beschikbaar die makkelijk kunnen worden ingebedin het curriculum. Dat verklaart wellicht de behoefte aan meer digitaal leermateriaal, dieKennisnet schetst17. Het tekort aan bruikbaar digitaal leermateriaal wordt als een obstakelervaren voor verdere optimalisering van effectief en efficiënt gebruik van ICT in het onderwijs.Een andere opvallende bevinding is de vaststelling dat docenten zelf vragen om digitaalleermateriaal en computerprogramma’s, terwijl het management liever de prioriteit geeft aancursussen gericht op het lesgeven met ICT-toepassingen en handreikingen voor het gebruikvan computerprogramma’s18. Dit is een aanmerkelijk verschil. De docenten zijn gericht opmaterialen en het management op vaardigheden. Hoewel een groot deel van de docenten welbeschikt over voldoende didactische vaardigheden, worden de ICT-vaardigheden nog wel eensoverschat, meldt de monitor.De vraag is of meer digitaal materiaal daadwerkelijk bijdraagt als oplossing voor de ervarensituatie. En, in hoeverre doen deze materialen recht aan zelfsturend leren enkennisconstructie? Ben je als docent niet evenveel tijd kwijt aan het jezelf bekwamen inaangeboden materiaal en programma’s als aan het vormgeven van een boeiendeontdekkingsreis op internet?In onze optiek sluit de laatste mogelijkheid meer aan op de dynamiek van de 21ste eeuw,waarbij leerlingen beter voorbereid worden op succesvolle participatie, zowel sociaal alsprofessioneel, in een complexe hightech mediaomgeving. Het is goed als docenten bewustaandacht besteden aan hun begrip van technologie en media. Zodoende hebben leerlingenmeer kans van slagen als bewuste en creatieve bewoners van de Global Village.Nieuwe technologieën gebruiken in de les vergt natuurlijk oefening. Net zoals het gebruik vanbeschikbaar digitaal materiaal en computerprogramma’s helpen de lessen aantrekkelijker temaken, biedt interactive learning, zoals Tapscott het noemt, een meerwaarde aan hetonderwijs. Maar om het potentieel van internet als multimediaal platform te benutten, dienendocenten ook zelf mediawijs te worden19. Je kunt erover lezen, maar echt leren doe je door tedoen. Koken leer je evenmin door het lezen van een recept.Dit betekent niet dat je als docent even handig moet zijn als jouw leerlingen die veel meer tijdhebben. Een basisniveau is wel aanbevolen op het gebied van media-, informatie- en ict-vaardigheden. Net als een open houding voor kansen om kennis en ervaring op te doen in hetgebruik van multimedia en tools zoals YouTube, blogs en sociale netwerksites20. Het is omdeze reden handig wanneer mediawijsheid en daarmee samenhangende vaardighedenopgenomen worden in professionele ontwikkelingprogramma’s voor docenten, zoalsbijvoorbeeld het gebruik van Web 2.0 applicaties op internet.5/7
  6. 6. Wellicht ligt de grootste uitdaging nog in de digitale didactiek. Hoe kun je de balans vindentussen sturing en ruimte? De verschuiving in het onderwijs roept voor docenten nieuwevraagstukken op met betrekking tot de content, leerprocessen, individuele ontplooiing en hetdifferentiëren van leerroutes. Want leerlingen online op pad sturen met een onderzoeksvraagleidt tot googlificatie zagen we eerder. De rol van de leraar verandert weliswaar ingrijpend,maar de docent blijft als vitale schakel betrokken bij onderwijsproces21. Ze wordenontwerpers van leerarrangementen en vervullen zelf een functie als mentor tijdens hetleerproces, die feedback geeft en toetst of het door de leerling gekozen leerpad tot degewenste uitkomst leidt.Het is wellicht gepast hier tevens te stellen dat kennisoverdracht geschikt is en blijft als basisonderwijsmethode. Maar dat is niet meer toereikend voor leerlingen met een goedfundament aan kennis, ICT-vaardigheden en intellectuele capaciteiten. Zwemmen leer je inhet zwembad, surfen op de golven van de zee. Internet biedt daar bij uitstek een goedeomgeving voor.6/7
  7. 7. Literatuur1 Kennisnet (2008). Vier in Balans Monitor 20082 Vanheste, J. (2004). De Googlificatie van het onderwijs leidt tot Googlificatie van dekennis. NRC Handelsblad, 16 & 17 oktober.3 Joint Information Systems Committee (2008). Information behaviour of the researcher of the future.Gedownload op 16 september 2009 van:www.jisc.ac.uk/media/documents/programmes/reppres/gg_final_keynote_11012008.pdf4 Consodine, D., Horton, J. & Moorman, G. (2009). Teaching and Reading the MillennialGeneration Through Media Literacy. Journal of Adolescent & Adult Literacy ed. 52 (6) p. 471-4815 Financieel Dagblad (2009). Gedownload van: http://www.fd.nl/artikel/11755273/groei-breedband-internetaansluitingen-nl-vlakt-af6 Veen, W., Vrakking, B., Korz, M. & Weijs, R. (2009). Homo Zappiens: opgroeien, leven en werken in eendigitaal tijdperk. Pearson: Amsterdam.7 Allen, S.M. (2007). Information Literacy. A Quantative Study: High School and College Expectations.Knowledge Quest | Assessing Information and Communication Technology. Volume 35, No. 5, p. 18-248 Gedownload op 7 oktober van:http://www.mediawijsheidinperspectief.nl/advies_van_mediaeducatie_naar_mediawijsheid.php9 Schroeder, K. (2007). Not Tech Savvy. The Education Digest, p. 7610 Considine, D.M., & Haley, G. (1999). Visual messages: Integrating imagery into instruction.Englewood, CO: Libraries Unlimited.11 David, J.L. (2009). Teaching Media Literacy. Educational Leadership, p. 84-8612 Sargant, N. (2004). Why does media literacy matter. Adults learning, p. 28-3013 Presentatie op TED.com (http://www.ted.com/index.php/speakers/sir_ken_robinson.html)14 Weggeman, M. (2000). Kennismanagement in de praktijk. Scriptum: Schiedam, p. 4815 Tapscott, D. (1996). Growing Up Digital: The Rise of the Net Generation. McGraw-Hill: New York16 Sargant, M. (2004). Why does media literacy matter? Adults Learning. December. p. 28-3017 Kennisnet (2008). Vier in Balans Monitor 200818 idem, p. 9819 Gee, J.P. & Levine, M.H. (2009). Welcome to our virtual worlds. Educational Leadership, p. 48-5220 Gee, J.P. & Levine, M.H. (2009). Welcome to our virtual worlds. Educational Leadership, p. 48-5221 Persbericht directie Communicatie OCW (2007). Europese ministers van onderwijs: Europese leraarmoet multi-media expert worden.7/7

×