GTFSM2

243 views

Published on

Mogelijkheden sociale media binnen topsportclubs, deel 2

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
243
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
4
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

GTFSM2

  1. 1. social mediaverbondenheid, geen campagne Deel 2
  2. 2. Online contact
  3. 3. zenden
  4. 4. interactiedagboek nieuws film foto geluid storytelling
  5. 5. bron en platform tegelijk
  6. 6. marktaandelen Nederland
  7. 7. uniek bezoek per maand
  8. 8. actieve leden Nederland
  9. 9. jongere gebruikersMaar liefst 91 procent van de Nederlandse jongeren isactief op sociale media (= top EU).Het aantal jongeren (16 tot 25) dat gebruik maakt vansociale netwerken stijgt nog steeds en neemt af metleeftijd na 25e.Tussen hoog- en lager opgeleiden bestaat vrijwelgeen verschil in deelname.Er zijn net zoveel vrouwen als mannen actief al is erwel verschil in gebruik.
  10. 10. oudere gebruikersNederland telt inmiddels zo’n 6 miljoen senioren(1 op 3 is ouder dan 50).Van de 55-65 jarigen zit ruim 8 op de 10 mensenregelmatig op internet, waarvan ruim drie kwartdagelijks.Van de 65-75 jarigen is bijna 6 op de 10 online,94 procent van deze groep zelfs dagelijks of wekelijks.De helft gebruikt sociale netwerken.Het snelst groeiende segment op social media?De 65-plusser!
  11. 11. merken volgen op FB
  12. 12. liken op FB
  13. 13. oftewel: activeer je fans…
  14. 14. = je boodschap viraal!
  15. 15. Kenmerken
  16. 16. TransparantSimpelDirectParticipatiefAlways onNiet-hierarchischNiet stuurbaar
  17. 17. Sturen vanuit strategie
  18. 18. Strategische doelenActiviteiten starten op social media kan iedereen. Het gerichtstarten op social media is een stuk lastiger. Toch hebbenbedrijven vaak de neiging om hun strategische doelen tenegeren en ‘zomaar’ een reeks KPI’s (Key PerformanceIndicators) te definiëren voor hun social media activiteiten… alsze al KPI’s definiëren!Het is niet vreemd dat er daardoor een mismatch kan ontstaantussen de hogere doelen van de organisatie en de resultatendie social media marketing opleveren. Immers, KPI’s zijn ingrote mate leidend voor de wijze waarop social media wordeningezet. Kortom: het opstellen van KPI’s begint met de strategievan de organisatie. Die kun je vertalen in (marketing)doelen endaar kun je KPI’s voor definiëren.
  19. 19. Strategische doelen
  20. 20. KPI simpelJe ziet vaak dat de vertaling van strategische (marketing)doelen naarconcrete social media KPI’s leidt tot relatief simpele KPI’s. Ze passenmisschien nog wel bij de marketingdoelen, maar tegelijkertijd zeggen zenauwelijks iets.Voorbeelden voor Twitter:Aantal volgersAantal tweetsVoorbeelden voor FacebookAantal fansAantal posts op de fanpageAantallen kunnen gemakkelijk vergroot worden, zonder dat er sprake isvan waardecreatie. Je kunt wel 1000 mensen in je winkel hebben maarals niemand iets koopt, heb je daar weinig aan. Liever 10 mensen dieauthentiek in je geïnteresseerd zijn, waarvan er 3 iets kopen.
  21. 21. KPI kwaliteitJe hebt dus KPI’s nodig die je meer vertellen en die daardoor betererichting geven aan de activiteiten en die iets meer zeggen over dewaarde van een social media-account.Voorbeelden voor Twitter:Aantal mentionsAantal retweetsAantal kliks op links in tweetsVoorbeelden voor Facebook:Aantal shares per dagAantal reacties op updatesAantal kliks op links in updatesDit geeft al meer inzicht in de kwaliteit van de geplaatste content enkomt de focus niet op aantallen, maar op de kwaliteit van het account.Uiteindelijk wil je mensen die authentiek in je merk geïnteresseerd zijn.
  22. 22. KPI doelgroepgerichtHet is nu mogelijk om opnieuw een stap verder te gaan en dedoelgroep te gaan betrekken bij de KPI’s.Voorbeelden:Aantal volgers met het woord ‘design’ in zijn bioAantal retweets van mensen met 1000+ volgersAantal mentions van mensen met een Klout score boven de 40Aantal fans tussen de 25 en 30 jaarAantal fans dat ook klant wordtDoor dit type KPI’s te definiëren, wordt social media marketing stevigerin de richting van de doelgroep gestuurd. Dat heeft meestal een forse(betere) impact op de wijze waarop marketing wordt toegepast.Goede KPI’s dragen bij aan betere resultaten. Slechte KPI’s leiden totmarketing die niet bijdraagt aan de strategische doelen van deorganisatie.
  23. 23. KPI slimDoor twee of meer KPI’s samen te voegen, kunnen interessantegetallen ontstaan.Om het succes van sociale accounts te vergelijken wordt bijvoorbeeldsoms de ‘IPM’ gebruikt, ontwikkeld door het bedrijf Conversocial. IPMstaat voor aantal interacties per duizend fans. Met dat getal wordt eenindicatie verkregen van de mate waarin echte interactie plaatsvindtrondom een pagina.De formule deelt alle interacties (reacties, likes en posts) door hetaantal duizenden fans. Op die wijze kunnen verschillende pagina’s metelkaar worden vergeleken. Een mooi voorbeeld van een samentrekkingvan variabelen tot een nuttige KPI.Ook kosten kunnen gekoppeld worden aan KPI’s om zo campagneskosteneffectief te doen verlopen. Denk aan zaken als Facebook CPC,kosten per webcare actie en kosten per klik bij een promoted tweet.
  24. 24. IPM teams
  25. 25. = meer invloed / opbrengst
  26. 26. Participatie < > marketing partner fan relatie klant prospect
  27. 27. De praktijk
  28. 28. TwitterTwitter is een internetdienst waarmee je via je computer ofsmartphone korte berichtjes publiceert die voor eenheleboel andere mensen tegelijk toegankelijk zijn. Hetplaatsen van berichtjes heet twitteren en een berichtje heeteen tweet. Dit verklaart ook het logo, namelijk een kleinvogeltje.Het belangrijkste van Twitter: je bent voortdurend op dehoogte hoe kennissen, klanten of collegas over ietsdenken. En dat kan interessant zijn voor jezelf. Je hebt zelfde regie over wat je wilt delen. Ook beslis je zelf wie jevolgt, dus wie interessant is voor jouw netwerk.
  29. 29. TwitterDe dingen die je doet: Zorg voor interessante content in 140 tekens Hou het bij 1 onderwerp (branding) Ga de dialoog aan! Webcare (er wordt over je gesproken) Twitter correct (gedragscode is positief)
  30. 30. TwitterDe dingen die je niet doet: Twitteren als je niks te melden hebt (goedemorgen) Generaliseren (de Groninger is…) Naar anderen wijzen (de gemeente moet…) Belerend zijn (vrije mening) Negatief zijn (schelden, mopperen, grove woorden)
  31. 31. TwitterRetweeten stimuleren (om te zorgen dat mensen jebericht lezen en nieuwe volgers te krijgen) RoegenRoem De flyer van Vuurtje? nu online, check it out en meld je aan: http://bit.ly/ij4Yax RT dit bericht en maak kans op gratis deelname! 4 hours ago Favorite Retweet Reply
  32. 32. TwitterVraag en aanbod op gang brengen en houden(zonder tegenprestatie) SabineBurkunk Kent iemand een jonge Groningse schilder? Representatief type gezocht voor fotoreportage in tijdschrift. #durftevragen MarleenvdWerff @SabineBurkunk De perfecte kandidaat: Michel Velt. Maakt prachtige schilderkunst: kleurrijk, 3d etc. Leuke gast. http://ow.ly/52JT5
  33. 33. TwitterNetwerken, informatie en tips uitwisselen (op basisvan interesse) SergeArnold @joskruit @MarleenvdWerff ik was vorige week op een symposium vd NHL in Leeuwarden en toen gebruikte ze jullie forum als voorbeeld.leuk! JosKruit @SergeArnold Leuk dat je er op terug komt. Zijn jullie ook met vergelijkbare dingen bezig bij #Woonfriesland?
  34. 34. TwitterNaar je website en/of activiteit lokken (en zo eengrotere groep deelnemers krijgen) GaaikeEuwema Eerste digitale bewoneradviesgroep een succes! ik durfde veel meer te zeggen dan in een echte vergadering Lees het op:http://bit.ly/ijCFKx 8 Feb Favorite Reply Delete
  35. 35. Twitter
  36. 36. FacebookFacebook is een sociale netwerksite (opgebouwd rondgroepen) voor onder andere vrienden, scholieren, studentenen werknemers. Je kunt gebruik maken van de netwerkenvan vrienden om nieuwe contacten op te doen. Facebookvooral voor informeel gebruik. Jonge mensen gebruiken hetsteeds meer als dagboek.Steeds meer professionals ontdekken FB. Er zijn tal vanapps om je kennis te delen, je successen zichtbaar temaken of expertise in te winnen om je werk beter te doen ofom nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Maar ook eenevenement of een groepspagina is heel makkelijk temaken.
  37. 37. FacebookKarakteristieken en tips: Zorg voor interessante content in woord en beeld Goed profiel geeft houvast (en geeft fans) Cirkels van vrienden en bekenden (indelen) Kan als site gebruikt worden Zeer veel toepassingen en apps (check instellingen)
  38. 38. Facebook (20%)
  39. 39. Facebook (80%)
  40. 40. Facebook
  41. 41. Vragen
  42. 42. Waarom zou je gebruik moetengaan maken van social media? Massamedia werken niet meer. Social media bieden, in wisselwerking met offline contacten, een gouden kans om (grootschalig) persoonlijk contact op te bouwen. We zien de doelgroepen steeds meer gebruik maken van social media.
  43. 43. Welke kanalen zet je in voor welke doelgroepen? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Kijk vooral naar je doelgroep en hoe die zich beweegt over de media. Vanuit de filosofie “social media organiseert zichzelf” is hetook niet nodig om te controleren of alles wel precies volgens de afspraken verlopen.
  44. 44. Mag je zeggen wat je wil of moet je controle uitoefenen? Controle en social media gaan niet samen. Je moet weten waar je organisatie voor staat en je conformeren aan de strategie. Dan kun je namens je organisatie vrijuit praten en de reputatie helpen verhogen.
  45. 45. Welke risico’s kleven er aan? Er is sprake is van een redelijk grote sociale controle. Mensen corrigeren elkaar binnen de social mediakanalen. Je moet er gewoon voor zorgen dat je doet wat je beloofd en staat voor wat je zegt. Daar word je op afgerekend. Dat bepaalt je reputatie.
  46. 46. Wat kost het?Weinig. Vooral creativiteit en inventiviteit. Het is vooral een mindset.
  47. 47. Wat levert het op? Veel. Vooral een netwerk met mensen die je op eenandere manier niet of moeilijk bereikt. Het is ook een mooi middel om mensen bij je product te betrekken die niet alleen klant worden maar zelf ook zorgen voor nog meer klanten.
  48. 48. In 7 stappen
  49. 49. 1. Bepaal je strategie2. Luister naar wat men over je zegt3. Leer van voorlopers / anderen: wat doen ze, hoe communiceren ze en hoe binden ze klanten?4. Start in je eigen netwerk: reageer op stellingen en discussieer mee
  50. 50. 5. Communiceer: start de dialoog en reageer snel en open, in een vorm die past bij het middel6. Kijk breder: werk niet alleen aan je eigen middelen, maar doe mee met anderen7. Monitor je acties, maak ze meetbaar en schaaf ze zonodig bij (na stap 1)
  51. 51. Zeg wat je doeten doe wat je zegt

×