Your SlideShare is downloading. ×

Inleiding omgevingsrecht - eerste concept 'milieu'

283
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
283
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
9
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Inleiding Omgevingsrecht samengesteld en bewerkt door mr. Lukas Baars 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 1
  • 2. Milieu in het omgevingsrecht • (Inleidend filmpje) 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 2
  • 3. Testvraag 1 In Nederland is het merendeel van het milieurecht vervat in algemene regels, want: A. Dit is van oorsprong zo gegroeid. B. Met algemene regels worden meer milieu-activiteiten gereguleerd: dit is ook de opzet geweest van bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit (1.1.2008) C. Dit brengt in principe lastenvermindering mee voor bedrijven en burgers D. Geen van de antwoorden is juist. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 3
  • 4. Testvraag 2 Een inrichting is alleen maar vergunningplichtig, indien: A. Er sprake is van een type-C-inrichting. B. Er sprake is van een Wabo-inrichting. C. De inrichting is aangewezen in bijlage 1, onderdeel b of c van het Bor. D. Er sprake is van een inrichting die voorkomt op een categorieomschrijving als bedoeld in bijlage 1, onderdeel c van het Bor. E. De antwoorden B en C zijn alleen juist. F. Geen van de antwoorden is juist. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 4
  • 5. Testvraag 3 Afwijkingen van het Activiteitenbesluit milieubeheer is niet mogelijk, omdat: A. De algemene regels, vervat in dit besluit, anders niet meer algemeen verbindend zijn: de Amvb-wetgever heeft afwijking uitdrukkelijk niet mogelijk gemaakt. B. Het besluit deze mogelijkheid niet kent. C. Afwijking alleen mogelijk is door middel van het verlenen van een milieu-omgevingsvergunning (art. 2.1, lid 1 onder e Wabo) D. Antwoorden A en B zijn allebei juist. E. Geen van de antwoorden is juist. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 5
  • 6. Opzet van de les • Met welke onderwerpen maakt u in deze les kennis? – De (vind)plaats(en) van milieu in het het omgevingsrecht – Het begrip ‘inrichting’ – Verschil tussen vergunningplicht en algemene regels van milieurecht – Het Activiteitenbesluit milieubeheer • Toets- en kennisvragen – Kennisvragen: tussen de lesonderdelen door – Toetsvragen: aan het einde van de les 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 6
  • 7. De plaats van het milieurecht in het omgevingsrecht (1/2) Het milieurecht heeft een vaste plaats in het omgevingsrecht. Het gaat om al de activiteiten – met een juridische component – die ‘gevolgen voor het milieu hebben: 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 7 Wet milieubeheer, Wabo, Na tuurbeschermingswet 1998, Activiteitenbeslui t Milieubeheer, enz. Overig omgevingsrecht Overig omgevingsrecht
  • 8. De plaats van het milieurecht in het omgevingsrecht (2/2) Het is ten eerste belangrijk de volgende hoofdregel in acht te nemen: bedrijven moeten voldoen aan algemene regels, tenzij er expliciet een vergunningsplicht is geregeld in de wet. De ontwikkeling is, dat steeds meer bedrijven onder ‘algemene regels’ (zoals bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit) vallen. We zullen hierna zien wat ‘algemene regels’ zijn en wat het verschil is met de vergunningplicht. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 8
  • 9. Het begrip ‘inrichting’ (1/3) Laten we beginnen met een kort stukje theorie over het begrip ‘inrichting’. Het begrip ‘inrichting’ is een erg belangrijk begrip voor in het milieurecht. De inrichting vormt het aangrijpingspunt om een activiteit met gevolgen voor het milieu te reguleren. Zonder inrichting is er – met andere woorden – geen sprake van een activiteit die door het milieurecht gereguleerd wordt. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 9
  • 10. De inrichting in het milieurecht: Wat is nu precies een inrichting?(2/3) • Volgens artikel 1.1, lid 1 van de Wet milieubeheer (Wm) is een inrichting: ‘elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing wordt verricht’. • Wanneer is er sprake van een inrichting? – De werkzaamheden of activiteiten moeten een zekere periode (ongeveer 6 maanden) of met een zekere regelmaat worden verricht; – Op steeds dezelfde locatie – Het moet bedrijfsmatig zijn (dus niet hobbymatig) of in een omvang al was die bedrijfsmatig (ook al verdien je geen geld met de inrichting bijvoorbeeld, dan nog kan sprake zijn van een inrichting) 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 10
  • 11. Let op, er zijn nog meer vereisten bij het inrichtingenbegrip! (3/3) Het kan zijn dat er sprake is van één of meerdere inrchtingen. Voorbeeld: Een energiecentrale kent meerdere stookinstallaties op hetzelfde bedrijventerrein. Zijn al die installaties allemaal afzonderlijke inrichtingen? Antwoord: Dat is de vraag. Er kan sprake zijn van één of meerdere inrichtingen: het ligt eraan of de installaties tot de zelfde onderneming of instelling behoren. Er moet in dat geval gekeken worden naar de ‘onderling technische, organisatorische en functionele bindingen’  artikel 1.1, lid 4 Wm 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 11
  • 12. Wel of niet vergunningplichtige inrichting? • (filmpje over stapsgewijs toetsen wel- of niet vergunningplichtige inrichting) 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 12
  • 13. Vergunningplicht of niet: nogmaals het schema 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 13 Inrichting in de zin van art. 1, lid 1 Wm? Valt inrichting onder een categorie- omschrjving in bijlage 1, onder c van het Bor? Is inrichting aangewezen in bijlage 1, onderdeel B of C van het Bor? Zo ja, dan vergunning ex art. 2.1, lid 1 onder e Wabo (= type C inrichting) Zo niet, dan valt inrichting volledig onder Activiteitenbesluit Milieubeheer (wel of geen meldplicht)
  • 14. Kennisvraag Welke van de volgende entiteiten kan als inrichting in de zin van art. 1.1, lid 1 Wm worden aangemerkt? A. Een privé-persoon met 9 pony’s in een (grote) tuin. B. Een kapsalon met 5 kapstoelen. C. Een transformatorhuisje in een woonwijk. D. Een mobiele snackbar die één keer per week maar wel altijd op dezelfde plek staat in een gemeente. E. Geen van de entiteiten is een inrichting F. Alle entiteiten zijn inrichtingen. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 14
  • 15. Welke soorten inrichtingen zijn er? (1/4) Er zijn drie typen inrichtingen: • De zogenaamde ‘type A,B en C-inrichtingen’; • ‘IPPC’-inrichtingen (ook wel inrichtingen met een GPVB- installatie genoemd); • ‘BRZO’-inrichtingen (staat voor Besluit Risico Gevaarlijke Ongevallen) 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 15
  • 16. De ‘type A, B en C’-inrichtingen (2/4) • A-inrichting: inrichtingen met een geringe milieubelasting. Er is geen omgevingsvergunning nodig (denk aan een kapsalon of een school)  art. 1.2 Bor • B-inrichting: dit is geen ‘A’-inrichting, en ze vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit Milieubeheer (denk aan een garagebedrijf of een zeefdrukkerij)  art. 1.2 Bor • C-inrichting: voor deze inrichtingen is altijd een omgevingsvergunning nodig (denk aan een rioolwaterzuiveringsinstallatie of garagebedrijf waar ook vrachtwagens gedemonteerd worden)  art. 1.2 Bor 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 16
  • 17. De IPPC-inrichting (3/4) • Dit is een inrichting met een zogenaamde ‘GPBV’-installatie  dat staat voor ‘Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging’ (denk aan een olieraffinaderij of een energiecentrale). • Deze IPPC-inrichtingen zijn altijd vergunningplichtig  art. 1.1, lid 3 Wabo en art. 2.1, lid 2 Bor • IPPC-Richtlijn is nu geïntegreerd in de richtlijn industriële emissies en dié heeft weer geleid tot een aanpassing van het hierna te bespreken Activiteitenbesluit Milieubeheer per 1 januari 2013 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 17
  • 18. De BRZO-inrichting (4/4) • Dit is een inrichting waarin (grote) hoeveelheden gevaarlijke stoffen in worden verwerkt of opgeslagen. In dat geval stelt de wet extra eisen aan de bedrijven die deze inrichtingen bedrijven. • Deze inrichtingen zijn altijd vergunningplichtig  art. 1.1, lid 3 Wabo en art. 2.1, lid 2 Bor • Er is een aparte BRZO-richtlijn, de Seveso III-richtlijn (4 juli 2012) die beschrijft welke bedrijven wél en niet een BRZO- status hebben link. De richtlijn moet worden omgezet in de Nederlandse BRZO-amvb. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 18
  • 19. Het Activiteitenbesluit milieubeheer: inleiding Sinds 1 januari 2008 kent het milieurecht een heel andere systematiek. Op die datum is het zogenaamde ‘Activiteitenbesluit (milieubeheer)’ in werking getreden. Met ingang van die datum is het systeem voor de regulering van inrichtingen als het ware 'gekanteld': in beginsel vallen alle (aangewezen) inrichtingen onder algemene regels ex art. 8.40 Wm en is een inrichting alleen dan vergunningplichtig als zij valt onder een categorie van inrichtingen waarvoor dat uitdrukkelijk is bepaald. Bovendien gelden die algemene regels in beginsel ook voor vergunningplichtige inrichtingen. Bron: par. 3.1 ‘Handboek milieurecht’, Berghauser Pont Publishers (…)  hier doorklikken naar handboek 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 19
  • 20. Het Activiteitenbesluit Milieubeheer (1/6) • Wat is het doel en de wettelijke basis van dit Activiteitenbesluit milieubeheer? – Een inrichting valt onder de algemene regels van dit besluit, tenzij…een vergunning is dus alleen nodig indien de inrichting expliciet niet onder het Activiteitenbesluit milieubeheer valt. (vroeger – tot 1.1.2008 – was dit juist omgedraaid!) – De wettelijke basis  artikel 8.40 Wm • Hoe is het Activiteitenbesluit ingedeeld?  zie volgende sheet 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 20
  • 21. Het Activiteitenbesluit Milieubeheer:indeling (2/6) • Hst. 1: toepassingsbereik en werkingssfeer • Hst. 2: algemene regels voor alle activiteiten • Hst. 3: regels voor type-A en type-B inrichtingen, én type-C inrichtingen (gedeeltelijk) • Hst. 4: regels alleen voor type-A en type-B inrichtingen • Hst. 5: industriele emissies • Hst. 6: overgangsrecht en slotbepalingen 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 21
  • 22. Het Activiteitenbesluit Milieubeheer (3/6) • De kern is dus: er is geen vergunning nodig, de meeste inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit Milieubeheer, ‘tenzij’ • Herinnering: hoe weet u nu of een inrichting onder dit besluit valt?  kijk nogmaals naar het filmpje hierover 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 22
  • 23. Wel of geen meldplicht onder het Activiteitenbesluit? (4/6) • Wanneer de activiteit onder het Activiteitenbesluit valt, dan moet u controleren of er een meldplicht is voor die activiteit; • De meldplicht werkt zo: het oprichten of veranderen van een type-B inrichting moet worden gemeld maar voor een gedeelte geldt dit ook voor een type-C inrichting (zie in dit verband art. 8.41 Wm in samenhang met artikel 1.10 Activiteitenbesluit en – voor de type-C inrichting – art. 1.9b, sub b Activiteitenbesluit) • Kijk altijd of er een afstemming nodig is met een andere omgevingsvergunning! (art. 8.41a Wm) 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 23
  • 24. Maatwerk in het Activiteitenbesluit Milieubeheer (5/6) • Afwijking van het Activiteitenbesluit Milieubeheer is mogelijk door maatwerkvoorschriften op te leggen. • Wat zijn het? Het zijn voorschriften die de voorschriften uit het Activiteitenbesluit Milieubeheer kunnen aanvullen of het is mogelijk er van af te wijken (art. 1.2 Activiteitenbesluit milieubeheer in samenhang met art. 8.42 Wm) zie b.v. art. 2.22, lid 5 activiteitenbesluit) 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 24
  • 25. Gelijkwaardigheid in het Activiteitenbesluit Milieubeheer (6/6) • Gelijkwaardigheid: andere maatregel toepassen indien bevoegd gezag vindt dat ‘gelijkwaardig niveau bescherming milieu’ wordt bereikt (art. 1.8 Activiteitenbesluit milieubeheer). • Het gaat dan om technische maatregelen die hetzelfde niveau van bescherming mogelijk maken; er wordt alleen een andere techniek toegepast die – bijvoorbeeld voor de drijver van de inrichting – goedkoper is. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 25
  • 26. Kennisvraag Kloppen de volgende stellingen? I. Het oprichten of veranderen van een type-B-inrichting is altijd meldingsplichtig II. Het oprichten of veranderen van een type-C-inrichting is wel meldingsplichtig want dit volgt uit art. 1.10 van het Activiteitenbesluit A. Stelling I en II zijn juist. B. Alléén stelling I is juist. C. Alléén stelling II is juist. D. Geen van de stellingen zijn juist. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 26
  • 27. Milieurecht in de toekomst: Omgevingswet In de toekomst wordt het huidige systeem (in beginsel algemene regels, tenzij) voortgezet in de Omgevingswet. In hoofdstuk 4 ‘Algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving’ komt het milieurecht terug. In de toetsversie van de Omgevingswet is nu in 4.5.1. de grondslag voor het dan ‘oude’ Activiteitenbesluit milieubeheer opgenomen. Op dit moment wordt gewerkt aan onder meer het Omgevingsbesluit, waarin naar verwachting het Activiteitenbesluit terugkomt. Helaas is het Omgevingsbesluit thans nog niet beschikbaar. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 27
  • 28. Toetsvraag Kloppen de volgende stellingen? I. Alléén aan een inrichting kan een omgevingsvergunning ex. Art. 2.1, lid 1 onder de Wabo worden verleend. II. Er kan niet handhavend worden opgetreden op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer als niet sprake is van een inrichting: eventuele handhaving is dan onrechtmatig. A. Stelling I en II zijn juist. B. Alléén stelling I is juist. C. Alléén stelling II is juist. D. Geen van de stellingen zijn juist. 14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 28
  • 29. Toetsvraag (casus) Arie en Willem zijn eigenaar van een schietschool die zij onlangs hebben overgenomen. De heren vragen zich af aan welke ‘milieurechtelijke regels’ zij moet voldoen. Welk stappenplan moet u in dit geval volgen om hier achter te komen? A. (1) Valt inrichting onder een categorie-omschrijving ex. bijlage 1, onder c Bor – (2) inrichting niet aangewezen cfm. Bijlage 1, onderdeel B of C Bor – (3) geen meldingsplicht. B. (1) Valt inrichting onder een categorie-omschrijving ex. Bijlage 1, onder c Bor – (2) ja, categorie 17.1 ‘waar vuurwapens worden gebruikt’ – (3) cfm. Categorie 17.3 vergunningplichtig, want geen uitzonderingsgrond aanwezig (want niet in casus vermeld).14-8-2013 Inleiding Omgevingsrecht 29