Opdrachttaak digitale innovatie siob 2013 2014

  • 765 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
765
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
28
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Plan van Aanpak Opdrachttaak Digitale Innovatie 2013-2014 Sectorinstituut Openbare Bibliotheken Den Haag, december 2012
  • 2. 2 Inhoud 1. Opdrachttaak digitale innovatie ............................................................................................ 3 1.1 Inleiding................................................................................................................................... 3 1.2 Voorwaarden voor beleidsuitvoering digitale innovatie 2013-2014 ...................................... 4 1.3 Doelstelling innovatie activiteiten........................................................................................... 4 1.4 Relevante huidige ontwikkelingen .......................................................................................... 5 1.4.1 Geïntegreerde bibliotheek .............................................................................................. 5 1.5 Verbinding hoofdactiviteiten en bijkomende activiteiten ...................................................... 6 1.6 Leeswijzer................................................................................................................................ 7 2. Activiteitenplan Infrastructuur .............................................................................................. 8 2.1 Samenvatting activiteiten in 2012........................................................................................... 9 2.2 Doorontwikkeling.................................................................................................................. 12 2.2.1. Infrastructuur – Front End............................................................................................. 12 2.2.2 Infrastructuur – Back End.............................................................................................. 15 2.2.3 NBC+.............................................................................................................................. 18 2.3 Nieuwe ontwikkelingen......................................................................................................... 19 2.3.1 Innovatieagenda............................................................................................................ 19 2.3.2 Lancering nieuwe portal (“collectieve WaaS”).............................................................. 20 2.3.3 E-books infrastructuur................................................................................................... 20 2.4 Beheer ................................................................................................................................... 21 2.5 Centrale Discotheek Rotterdam (CDR).................................................................................. 24 2.6 Klantbenadering.................................................................................................................... 25 3. Organisatie, juridisch en financiële aspecten........................................................................ 28 3.1 Het SIOB en opdrachttaak Digitale Innovatie....................................................................... 28 3.1.1 Personeelsinzet ............................................................................................................. 29 3.1.2 Overige kosten............................................................................................................... 29 3.2 Juridische barrières wegnemen ............................................................................................ 29 3.2.1 Open data...................................................................................................................... 30 3.2.2 Intellectuele eigendom.................................................................................................. 30 3.2.3 Ontwikkelingen opslag metadata.................................................................................. 30 3.2.4 Omgang met leveranciers/vendors............................................................................... 30 3.2.5 E-books en leenrecht..................................................................................................... 30 4. Begroting............................................................................................................................ 32
  • 3. 3 1. Opdrachttaak digitale innovatie 1.1 Inleiding De digitale innovatie in de openbare bibliotheekbranche is met de bibliotheekcharter vanaf 2010 structureel ingezet. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) wil bereiken dat door middel van de financiering van de innovatie en doorontwikkeling van de digitale infrastructuur iedere Nederlander plaats- en tijdonafhankelijk gebruik kan maken van de producten en diensten van de digitale bibliotheek. Het Ministerie van OCW heeft hiertoe de afgelopen jaren een innovatiesubsidie verleend aan Stichting Bibliotheek.nl (BNL). Begin 2012 is aan de directeur van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) mandaat verleend om namens de minister van OCW projectsubsidies voor de opdrachttaak Digitale Innovatie te verstrekken. Hiermee speelt het SIOB een richtinggevende en regisserende rol en geeft invulling aan de stelselverantwoordelijkheden op dit terrein. Deze mandaatregeling houdt in dat BNL bij het SIOB subsidie aan kan vragen voor haar activiteiten. Het SIOB neemt namens de minister een besluit op deze aanvraag. De huidige mandaatregeling eindigt op 31 januari 2012 en wordt verlengd voor de komende twee jaar, na goedkeuring van onderhavige aanvraag BNL blijft de komende jaren, evenals in 2012, de grootste uitvoerende partij voor de opdrachttaak Digitale Innovatie. Hierdoor wordt BNL in staat gesteld de beoogde centrale positie op uitvoeringsniveau binnen het openbare bibliotheekstelsel op en uit te bouwen tenzij het ondoelmatig is om dit door BNL te laten uitvoeren. De Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) vervult die positie voor de landelijke muziekdienst. In dit document wordt rekening gehouden met de integratie van de dienstverlening van de CDR in de collectieve dienstverlening van de openbare bibliotheken vanaf 2013. OCW heeft op 12 oktober 2012 het SIOB verzocht dit Plan van Aanpak aan te leveren, op basis van een aantal richtlijnen. Deze schetsen de aard van de taken die binnen de opdrachttaak digitale innovatie 2013-2014 dienen te worden uitgevoerd. Daarbij ligt de nadruk op hoofdactiviteiten zoals: • beheer en verdere opbouw, doorontwikkeling, uitbouw, van infrastructuur van de landelijke digitale bibliotheek in ruime zin • verdere implementatie van de infrastructuur van de landelijke digitale bibliotheek op decentraal niveau • ontwikkeling en innovatie van digitale producten en diensten die onlosmakelijk zijn verbonden aan het functioneren van de infrastructuur van de landelijke digitale bibliotheek Bijkomende activiteiten zijn: • het initiëren van content ontwikkeling -onder andere via pilots- die cruciaal is om het gebruik van de landelijke digitale bibliotheek in het introductiestadium te stimuleren en te verankeren • Ontwikkeling van een (innovatie)netwerk op het terrein van de digitale producten en
  • 4. 4 diensten en infra van de landelijke digitale bibliotheek.1 Dit document dient als invulling van bovenstaande vraag en is de subsidieaanvraag aan OCW voor de opdrachttaak Digitale Innovatie 2013 en 2014. Het is gebaseerd op het beleidskader OCW (zoals door het SIOB ontvangen op 12 oktober 2012), het beleidskader Digitale Innovatie zoals door het SIOB gepubliceerd (oktober 2012), voortgekomen uit het SIOB meerjarenplan (juli 2012), en de voorgenomen jaarplannen van BNL (november 2012) en de CDR (november 2012), zoals gepresenteerd aan het SIOB. 1.2 Voorwaarden voor beleidsuitvoering digitale innovatie 2013-2014 Naast de Algemene Rijksvoorwaarden die van toepassing zijn bij subsidieverlening, stelt het SIOB aanvullende voorwaarden aan de uitvoerders om de koers te monitoren. Hiervoor is in 2012 een monitoringsinstrumentarium ontwikkeld. Uitvoerende subsidieontvangers dienen zich hieraan te committeren, zodat het navolgen van uitgangspunten en de progressie op het juiste niveau bewaakt kunnen worden. 1.3 Doelstelling innovatie activiteiten De digitale innovatie-activiteiten binnen de opdrachttaak zijn in 2010 ingezet op basis van twee belangrijke lange termijn doelstellingen, die ook voor de periode 2013-2014 nog steeds actueel zijn: 1. Het vergroten van het bereik onder het publiek en in het onderwijs Bij 'het vergroten van het bereik onder het publiek' wordt zowel het fysieke als het digitale bereik bedoeld. Het digitale bereik blijkt onder meer uit het aantal actieve bezoekers van de digitale bibliotheek. Het fysieke bereik valt terug te zien in het aantal bibliotheekleden en het aantal uitleningen, maar ook steeds meer in bezoek aan de bibliotheek. BNL richt zich primair op het digitale bereik en ontwikkelt activiteiten voor de digitale infrastructuur van de Digitale Bibliotheek en stimuleert het gebruik daarvan. Deze activiteiten betreffen de drie pijlers van de infrastructuur: - Het Datawarehouse (DWH) - De Nationale Bibliotheekcatalogus (NBC+) - De Webinfrastructuur/WaaS 2. Het verbeteren van het aanbod en de dienstverlening. De kwaliteit van de dienstverlening en het aanbod komt uiteindelijk tot uitdrukking in het gebruik, bijvoorbeeld in termen van transacties of raadplegingen van de NBC+ en de tevredenheid van (eind)gebruikers. De mate waarin deze gebruikers positieve feedback geven en als klant telkens terugkeren, zijn belangrijke indicaties. Dat stelt eisen aan het aanbod en de dienstverlening. De dienstverlening moet vraaggestuurd zijn en gericht op direct fulfillment. Het aanbod moet zichtbaar zijn, hoog scoren in zoekmachines en via vele kanalen bij de eindgebruiker onder de aandacht komen. Inmiddels zijn er door BNL resultaten geboekt met de verdere ontwikkeling van producten en 1 Brief van Staatssecretaris Zijlstra, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, d.d. 12 oktober 2012 betreffende opdrachttaak digitale innovatie.
  • 5. 5 diensten. Eind 2012 zijn nagenoeg alle bibliotheekorganisaties aangesloten op de landelijke digitale infrastructuur en kunnen gebruik maken van de WebInfrastructuur en Website as a Service (WaaS), de Collectie Nederland via de NBC+ en de resultaten uit het Datawarehouse (DWH), die in de toekomst gerichte marketingactiviteiten en benchmarking mogelijk maken (zie ook 2.1) Het SIOB zal de opdrachttaak Digitale Innovatie uitvoeren naast de uitvoering van haar andere taken voor de sector en op die wijze verbinding aanbrengen tussen de diverse terreinen waar het SIOB verantwoordelijk voor is. Het SIOB stelt ook in de komende jaren vast welke ontwikkelingen in Digitale Innovatie voor de sector gewenst zijn. In dit proces wordt de VOB geraadpleegd en wordt BNL bevraagd op basis van haar expertise van het digitale terrein en de actuele gebruikskennis uit de branche. Het SIOB overlegt met BNL welke van de activiteiten die daaruit voortvloeien bij BNL kunnen worden belegd. In het algemeen kan gesteld worden dat het SIOB bepaalt welke activiteiten voor de opdrachttaak opgestart worden en BNL bepaalt hoe de eindresultaten worden bereikt, rekening houdend met de voorwaarden die het SlOB of de Rijksoverheid daaraan stelt. In dit Plan van Aanpak Digitale Innovatie 2013- 2014 wordt het onderscheid in activiteiten gevolgd dat door OCW in de opdrachttaak wordt gemaakt namelijk Hoofdactiviteiten en Bijkomende activiteiten. Daarbinnen wordt waar mogelijk weer een onderscheid gemaakt tussen de onderdelen: - Beheer - Doorontwikkeling - Nieuwe ontwikkelingen 1.4 Relevante huidige ontwikkelingen In het kader van de nieuwe Bibliotheekwetgeving die naar verwachting op 1 januari 2015 ingaat, heeft de staatssecretaris de digitale bibliotheek omschreven als een landelijke infrastructuur waarop alle bibliotheken en collecties van andere organisaties - Koninklijke Bibliotheek (KB), Openbare Bibliotheken (OB), Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren (DBNL), CDR - en in de toekomst mogelijke partners als universiteitsbibliotheken, erfgoedinstellingen en publieke omroepen zijn aangesloten. De infrastructuur maakt het mogelijk content en context te verbinden, te beheren en beschikbaar te stellen. Ten tijde van deze aanvraag zijn er nog geen specificaties beschikbaar van de landelijke digitale bibliotheek vanaf 2015. Waar mogelijk zal geanticipeerd worden op deze nieuwe situatie. 1.4.1 Geïntegreerde bibliotheek Bij de uitwerking van de contouren van de digitale bibliotheek hanteert het SIOB het concept van de geïntegreerde bibliotheek. De geïntegreerde bibliotheek vertegenwoordigt alle manieren waarop de bibliotheek zich in de toekomst wil manifesteren, fysiek en/of digitaal. Deze kanalen moeten op elkaar zijn afgestemd en een klant moet ‘ongehinderd’, via welk kanaal dan ook, de bibliotheek kunnen gebruiken. Het SIOB maakt helder dat lokale dienstverlening flexibel gekoppeld kan worden aan een breed beschikbare digitale dienstverlening, maar het is aan de klant om te kiezen welke vorm van dienstverlening hij of zij wil gebruiken, op een plaats- en tijdsonafhankelijke wijze. De dienstverlening van de bibliotheken is zo flexibel ingericht dat omvorming van onderdelen kan
  • 6. 6 plaatsvinden zonder dat het geheel daar onder lijdt. Het is vanzelfsprekend dat de ontwikkeling van diensten binnen de landelijke digitale bibliotheek in 2013 en 2014 rekening houdt met dit uitgangspunt van de geïntegreerde bibliotheek. 1.5 Verbinding hoofdactiviteiten en bijkomende activiteiten De digitale innovaties in infrastructuur en in content gerelateerde diensten komen tot stand met vele partners, in zowel de ontwikkeling als het beheer ervan. Het SIOB zal de komende periode de verantwoordelijkheid op zich nemen om de uitvoering van taken binnen het bibliotheekstelsel in samenhang te brengen en efficiënt en effectief in te richten. Op dit moment zijn doorontwikkeling en beheer van de ‘domeinen’ infrastructuur, content, context en alle diensten die binnen de landelijke samenwerkingsactiviteiten (gaan) vallen, nog niet goed op elkaar afgestemd. Naarmate de ontwikkeling en het gebruik van de landelijke technische infrastructuur verder vordert is er meer samenhang nodig binnen al deze domeinen. Ook de financiële onderbouwing van de verschillende domeinen vergt heroverweging. In de richtlijnen die OCW heeft geformuleerd rond de verstrekking van de opdrachttaak Digitale Innovatie wordt een onderscheid gemaakt tussen hoofdactiviteiten ( infrastructuur) en bijkomende activiteiten (content en netwerkvorming). Hierbij wordt uitgegaan van de inwerkingtreding van nieuwe Bibliotheekwetgeving (2015) waarin de digitale infrastructuur met Rijksmiddelen wordt gefinancierd. Voor content geldt dat die via een uitname uit het Gemeentefonds gefinancierd gaat worden. In deze aanvraag worden met name de hoofdactiviteiten beschreven die worden uitgevoerd binnen de opdrachttaak Digitale Innovatie. Hieronder volgt een korte toelichting op de positie van de bijkomende activiteiten. De komende periode worden op initiatief van het SIOB, maar in nauwe samenspraak met alle betrokkenen, de bijkomende en daarmee ‘niet infrastructuur gerelateerde’ activiteiten die nu nog binnen de opdrachttaak Digitale Innovatie worden uitgevoerd (voorheen ‘plus’ activiteiten),, voor wat betreft de uitvoering elders belegd en daarvoor wordt een goede financiële structuur gerealiseerd. Dit traject wordt in 2013 voorbereid zodat in 2014 daadwerkelijk deze niet- infrastructurele activiteiten (zoals context gerelateerde activiteiten en landelijke samenwerkingsactiviteiten zoals de Bibliotheek op School ) elders belegd zijn. Uiteraard hebben deze activiteiten altijd een infrastructurele component wanneer ze in digitale vorm worden aangeboden en moeten voor dat betreffende deel onder verantwoordelijkheid van BNL gebracht worden. De rol van BNL is hier met name gelegen in de opgebouwde expertise op het vormgeven en het organiseren van (technisch) beheer. Daarnaast speelt BNL een rol als het gaat om (technisch) advies en realisatie van het ontwikkelen van de benodigde infrastructuur waarmee content, context en andere diensten beschikbaar gesteld kunnen worden aan de beoogde gebruikers. Bovendien zal BNL, met behulp van de gebruikersgegevens uit het DWH, kunnen adviseren over bestaande behoeften van gebruikersgroepen en de eventueel daaruit voortvloeiende infrastructurele elementen die a.h.v. technische specificaties en randvoorwaarden ontwikkeld dienen te worden. Daar waar het gaat om landelijke samenwerkingsactiviteiten is vanaf 2012 reeds een aantal bestaande diensten, zoals de componenten binnen de Bibliotheek op School, zoveel mogelijk in samenhang gebracht binnen de infrastructuur van BNL. Voor 2013 en 2014 zal doorontwikkeld
  • 7. 7 worden aan diverse diensten op het terrein van educatie – van baby tot en met volwassene- en deze zullen allemaal een beroep doen op inbedding in de infrastructuur van BNL. Daarnaast zijn er ook activiteiten die vanuit andere partijen worden geïnitieerd, bijvoorbeeld binnen het domein Aangepast Lezen, die eveneens voor wat betreft hun digitale component toegevoegd moeten worden aan de verantwoordelijkheid van BNL en er zal ook ruimte moeten blijven voor nieuwe diensten die binnen de infrastructuur opgenomen moeten worden. Het SIOB zal de samenwerking bevorderen tussen partners die op deze terreinen lokaal, provinciaal en landelijk opereren. Het SIOB zal toewerken naar een wijze van gezamenlijke uitvoering van de hierboven genoemde activiteiten) omdat het SIOB er van overtuigd is dat deze vanuit een collectief beginsel moeten worden aangestuurd. Het SIOB heeft dit in het eigen meerjarenplan een ‘uitvoeringsorganisatie’ genoemd. De verantwoordelijkheid voor de gezamenlijke activiteiten die voortvloeien uit het programma Kunst van Lezen, De Bibliotheek op School, de retailformule etc. moet belegd worden bij een partij, die de decentrale organisaties ondersteunt in de uitvoering. Het SIOB blijft over deze activiteiten beleidsmatig en strategisch regie voeren. Het SIOB heeft in het Meerjarenplan 2013-2014 en in de Notitie Beleidskader opdrachttaak Digitale innovatie 2013 en 2014 een en ander beschreven. In deze aanvraag zal op de daartoe geëigende plaatsen aandacht worden gegeven aan activiteiten in dit kader. 1.6 Leeswijzer Het Plan van Aanpak digitale innovatie is opgebouwd volgens de richtlijnen die in de opdrachttaak genoemd staan. De aanvraag bestaat uit 4 hoofdstukken. - In hoofdstuk 2 worden de activiteiten beschreven die BNL in het kader van de landelijke infrastructuur zal ontwikkelen, met een onderscheid naar activiteiten die de klant direct merkt (front end) en de activiteiten op de achtergrond (back end). - In hoofdstuk 3 worden de activiteiten beschreven die het SIOB moet uitvoeren ten behoeve van de opdrachttaak. Tevens worden hier de relevante organisatorische, juridische en financiële randvoorwaarden beschreven die in acht genomen moeten worden bij de uitvoering van de opdrachttaak. - Hoofdstuk 4 bevat de begroting 2013 en 2014, zowel van de organisatiekosten van het SIOB als de globale projectbegrotingen ten behoeve van de opdrachttaak.
  • 8. 8 2. Activiteitenplan Infrastructuur In 2012 is het fundament voor de digitale infrastructuur gelegd. Het Expertise Centrum (HEC) heeft in de tweede helft van 2012 een audit uitgevoerd op de bestuurlijke en operationele stand van zaken van de digitale infrastructuur en BNL. Zij karakteriseren 2012 als het jaar van aansluitingen; terwijl in 2013 de focus meer komt te liggen op uitbreiding van de functionaliteit, beheer en stimulering van het gebruik. Zij zien geen signalen dat de aansluitvoorwaarden niet worden gehaald.2 De activiteiten in 2013 en 2014 zullen dus voornamelijk bestaan uit beheer en doorontwikkeling van de bestaande infrastructurele componenten, aangevuld met een gedoseerd aantal nieuwe ontwikkelingen. De componenten die in 2012 zijn opgeleverd, worden in 2013 geïmplementeerd en geborgd. In 2014 worden ze doorontwikkeld tot inspirerende diensten voor de gidsfunctie van de geïntegreerde bibliotheek. De digitale bibliotheek zet zogezegd in deze periode een stap van 'faciliteren' van bibliotheken naar 'inspireren' van leden en niet-leden. In dit hoofdstuk komt aan bod: een overzicht van de behaalde resultaten in 2012 gevolgd door de activiteiten voor 2013-2014, met focus op achtereenvolgens de doorontwikkeling van de infrastructuur (front end, back end en NBC+), nieuwe ontwikkelingen, beheer en tot slot het betrekken van de klantengroepen. De paragrafen worden telkens afgesloten met resultaten die voor 2013-2014 worden voorzien. De uitgangspunten voor alle activiteiten zijn: 2 Het Expertise Centrum / PBLQ, Review BNL 2012. Eindrapport, november 2012. Nog te publiceren. Ontwikkeling van BNL als dienstverlener (Jaarplan BNL)
  • 9. 9 Optimaliseren van toegang en vindbaarheid voor alle gebruikers (leden en niet-leden),3 inclusief speciale doelgroepen als leesgehandicapten en kinderen; Initiëren nieuwe ontwikkelingen waar noodzakelijk of waar deze voortkomen uit het in te richten innovatiemanagementproces (innovatieagenda), in gezamenlijkheid met de branchepartners; Monitoren van het gebruik en tevredenheid (zowel van bibliotheken als eindgebruikers); Standaardiseren waar mogelijk en efficiënt werken, wat inhoudt dat ontwikkelingen zo min mogelijk op basis van maatwerk plaatsvinden; (Door-) ontwikkelen op basis van het concept van de geïntegreerde bibliotheek4 ; Betrekken van stakeholders op structurele wijze bij doorontwikkeling en nieuwe ontwikkelingen (zoals de branche, de partners in de digitale bibliotheek, SIOB, VOB en eindgebruikers). 2.1 Samenvatting activiteiten in 2012 In deze paragraaf worden kort de behaalde resultaten uit 2012 op een rij gezet. In de volgende paragrafen worden deze toegelicht met de geplande activiteiten voor de komende twee jaren. Webinfrastructuur De webinfrastructuur is in 2012 doorontwikkeld. Alle (op één na) bibliotheken zijn aangesloten. Dit houdt in dat bibliotheken aangesloten zijn op de landelijke infrastructuur, maar nog zelf hun lokale websites daarop beheren. Er zijn ongeveer 40 bibliotheken reeds volledig aangesloten op de ‘Website as a Service’ (WaaS), wat inhoudt dat die bibliotheken in de gelegenheid zijn hun lokale bibliotheekwebsites te vervangen en zelf de inrichting en redactie te beheren. In 2012 zijn bovendien functionaliteiten die aanvragen en online betalen mogelijk maken ontwikkeld. Widgetstore en widgets In 2012 is door BNL een aantal widgets (kleine applicaties die snel toegang geven tot specifieke informatie) voor specifieke doelgroepen of met specifieke content ontwikkeld, zoals widgets met de openingstijden van bibliotheken, NOS nieuws, Muziekweb, met toegang tot dossiers van de KB etc. (zie http://widgetstore.bibliotheek.nl/widgets/producten.html voor meer informatie). Responsive design Mobiel internet heeft in Nederland reeds een marktaandeel van meer dan 40% en zal naar verwachting alleen maar toenemen. BNL speelt daar op in, onder meer door alle websites met responsive design uit te voeren: de website past zich aan het betreffende beeldscherm van PC, tablet of smartphone aan. Responsive design is in 2012 geïmplementeerd. Usability Met behulp van usability-onderzoek (de gebruiksvriendelijkheid van de user interface) zijn in 2012 onder andere verbeterpunten aan het licht gekomen waardoor onder meer de navigatiestructuur 3 In het toegankelijk maken van informatie voor leden en niet-leden kenmerkt zich het openbare karakter van de digitale bibliotheek. Materiaal lenen blijft voorbehouden aan leden. 4 Zie voor een toelichting op het concept van de geïntegreerde bibliotheek Hoofdstuk 1, paragraaf 1.4
  • 10. 10 van websites die gebruik maken van de WaaS is verbeterd. Dit is een doorlopend, periodiek proces wat dus altijd ingezet zal (moeten) worden bij de door-ontwikkeling van de webinfrastructuur. Zoekmachineoptimalisatie In 2012 zijn zoekwoordenonderzoeken uitgevoerd. Ook is er gekeken naar de potentie van een centraal (als portal) ingezette www.bibliotheek.nl om nieuwe bezoekers naar de bibliotheek te trekken. Huisstijl In 2012 is de huisstijl verder doorontwikkeld door BNL. In nauwe samenwerking met de VOB heeft BNL een regisseursfunctie vervuld bij de implementatie ervan; zo is bijvoorbeeld de website voor de Bibliotheektweedaagse in de huisstijl ontwikkeld en is een koppeling gemaakt met het project Boekstart, maar ook de portal voor De Bibliotheek op School is in de huisstijl ontwikkeld. BNL draagt verder zorg voor beeldmateriaal en templates waarmee de huisstijl lokaal en landelijk uitgevoerd kan worden. In 2012 is voor de jeugd een speciale set stylesheets gemaakt. Datawarehouse Een eerste versie van het Datawarehouse is in 2012 opgeleverd, waarin onder meer gegevens op het gebied van collecties en klanten wordt verzameld en verrijkt. Bibliotheken kunnen op verzoek deze data door BNL laten doorsturen aan hun Provinciale serviceorganisatie (PSO) die in staat is nadere analyses uit te voeren ten behoeve van marketingacties, waaronder ledenwerf en -behoud. DCR en G!DS De digital content repository (DCR) is in 2012 gekoppeld aan de NBC+. Daardoor is het mogelijk om in de NBC+ ook zoekresultaten van DCR content te kunnen tonen. Bovendien worden diverse widgets voor de websites gevoed en inhoudelijk beheerd vanuit de DCR-omgeving. De G!DS, de landelijke database van de bibliotheeksector, wordt inmiddels toegepast als landelijke contentbron van de WaaS voor bibliotheken met adressen, producten, diensten en links en is daarmee een onlosmakelijk onderdeel geworden van de infrastructuur. De functie van G!ds is nu dus enerzijds infrastructureel van aard (beheer gegevens zoals ISIL-codes die in 2012 zijn toegevoegd), anderzijds worden vanuit G!ds ondertussen voor meer dan 50% van de gemeenten door bibliotheken lokale websites (loketten) beheerd. Laatstgenoemde activiteiten zijn in 2012 budget-neutraal uitgevoerd. Ook G!ds is in 2012 geheel in de landelijke huisstijl ingericht en de accountomgeving (voor beheerders) is geoptimaliseerd. Customer Relationship Management CRM B2B (Business to Business) is in 2012 ingericht en voorziet in de centrale opslag van gegevens inzake partners van bibliotheken zoals scholen, ter ondersteuning van het cultureel ondernemerschap van bibliotheken. CRM B2C (Business to Customer) voorziet in de centrale opslag van gegevens van gebruikers van bibliotheken, op basis waarvan bibliotheken gerichte mailings en marketingacties kunnen uitvoeren.
  • 11. 11 Servicebus De Servicebus standaardiseert de communicatie tussen de verschillende infrastructurele systemen onderling en de (lokale bibliotheek)systemen daarbuiten. Deze communicatie vindt op een gestructureerde manier via vastgestelde standaardprotocollen plaats. De Servicebus vormt daarmee ‘de stekkerdoos’ voor het koppelen van verschillende systemen. In 2012 is het aantal services en de hoeveelheid aangesloten systemen uitgebreid. In samenwerking met systeemleveranciers zijn nieuwe koppelvlakken met (lokale) systemen gemaakt. Daarnaast is de robuustheid van de Servicebus verbeterd en geoptimaliseerd. Identity en Access Management IAM (Identity en Access Management) maakt online inloggen en het identificeren en autoriseren van gebruikers mogelijk, inclusief ‘single sign on’. Daarvoor is in 2012 een collectieve toegangs- en identiteitenlaag aan de nationale infrastructuur toegevoegd. Een gezamenlijke database met verwijzingen naar gebruiksgegevens maakt daar deel van uit. Widgetplatform Het widgetplatform is de kern van de webinfrastructuur; het is een serie hulpprogramma's die veel gebruikte functies in widgets uitvoeren. Het widgetplatform betreft de back end-voorziening terwijl de Widgetstore de front end betreft van de besloten website. Alle voor de branche ontwikkelde widgets 'draaien' op het widgetplatform. In 2012 is het platform doorontwikkeld, uitgebreid en verbeterd. In 2012 is eveneens een evaluatie van het platform uitgevoerd, waar verdere doorontwikkeling op wordt gebaseerd NBC+ In 2012 is toegewerkt naar een NBC+ die in eerste instantie het ontsluiten van de bronnen in de huidige Aquabrowser volledig kan vervangen. Data vanuit DBpedia (Universiteit Leipzig) en 40.000 rechtenvrije e-books zijn in 2012 reeds ontsloten via de NBC+. E-books infrastructuur In 2012 is in nauwe samenwerking met de VOB Inkoopcommissie veel aandacht besteed aan het creëren van een ruim aanbod van e-books voor de klanten van de bibliotheek. Vanwege auteursrechtelijke barrières verloopt dat relatief moeizaam. Voor het digitaal aanbieden van e-books voor een bepaalde tijd, zijn nog geen afspraken gemaakt met uitgevers, zoals die er wel zijn voor het uitlenen van folio boeken. Beheer In 2012 zijn alle (op één na) bibliotheken aangesloten op de basisinfrastructuur van BNL, dit heeft een fors deel van de beschikbare menskracht opgeëist. Het aantal te beheren producten, zoals de (nu nog soms op maat gemaakte) websites, is inmiddels groot. De kosten voor het beheer zijn navenant gestegen. Klantbenadering
  • 12. 12 Er zijn in de voorafgaande jaren diverse klantonderzoeken uitgevoerd, met als meest recente voorbeeld het Consumer Insight traject uit 20125 . Vanuit het SIOB zijn daarnaast de infrastructurele componenten van diverse monitoringsinstrumenten ontwikkeld voor terreinen als Leesbevordering, Mediawijsheid en Laaggeletterdheid. Hiermee worden nieuwe diensten zowel aan aanbod als aan klantzijde gemonitord. Marketing In 2012 zijn duurzame onderdelen zoals stands en marketingmaterialen ontwikkeld die gebruikt worden op symposia en congressen om de geïntegreerde bibliotheek te presenteren (dus digitaal in samenhang met fysiek) bij de drie klantengroepen.6 Het is gebleken dat marketingacties het beste slagen als organisaties die daarin actief zijn samenwerken. Dat zal dan ook de inzet zijn van het SIOB, VOB en BNL. Content De infrastructuur is in 2012 voorbereid om op nieuwe manieren content aan te bieden, in de vorm van de NBC+ en het bijbehorende open zoekplatform. Diensten educatie Vanaf 2012 is reeds een aantal bestaande diensten in het kader van educatie, zoals de componenten binnen de Bibliotheek op School, zoveel mogelijk in samenhang gebracht binnen de infrastructuur van BNL. 2.2 Doorontwikkeling 2.2.1. Infrastructuur – Front End Onder de ‘Front end’ van de infrastructuur wordt de doorontwikkeling verstaan van de diensten die zichtbaar zijn voor de eindgebruiker (zoals websites, huisstijl, widgets) en de activiteiten die nodig zijn om die doorontwikkeling richting te geven (zoals usability en het optimaliseren van zoekmachines ofwel Search Engine optimisation (SEO)). Webinfrastructuur (WaaS) Onder webinfrastructuur verstaan we het hele aanbod van diensten dat de websites van bibliotheken vervangt en de bedrijfsprocessen ondersteunt. De webinfrastructuur is in 2012 doorontwikkeld en zijn alle (op één na) bibliotheken aangesloten op de webinfrastructuur. Dat houdt in dat bibliotheken wel aangesloten zijn op de landelijke infrastructuur, maar nog zelf hun lokale websites daarop beheren. Er zijn ongeveer 40 bibliotheken reeds aangesloten op de ‘Website as a Service’ (WaaS), wat inhoudt dat die bibliotheken in de gelegenheid zijn hun lokale bibliotheekwebsites te vervangen en zelf de inrichting en redactie te beheren. In 2013 worden alle bibliotheken op de WaaS aangesloten. Bovendien wordt dan een centrale website (portal) ingericht die de lokale website geheel kan vervangen. Dit is een volgende stap in het centraliseren van de digitale dienstverlening. Dit zal naar verwachting meer kwaliteit tegen lagere kosten opleveren. 5 http://stichting.bibliotheek.nl/nieuws/23540.consumer-insight-traject--schat-aan-informatie.html 6 SIOB, Beleidskader digitale innovatie 2013-2014, p.8: de drie klantgroepen voor de digitale bibliotheek zijn eindgebruiker, bibliotheken en overheden.
  • 13. 13 In 2013-2014 wordt de WaaS doorontwikkeld, waarbij de focus ligt op het volwaardig ondersteunen van de bedrijfsprocessen van de bibliotheken, zodat zij met de nieuwe dienst minstens dezelfde functionaliteit hebben ten opzichte van de huidige websitediensten. Daarvoor worden bijvoorbeeld functionaliteiten ontwikkeld om te kunnen voldoen aan de nieuwe cookie-wetgeving, worden resultaten uit zoekmachine-optimalisatie onderzoeken doorgevoerd, en wordt het mogelijk gemaakt pagina’s te delen via sociale media. Mijn Bibliotheek In 2013 wordt voor leden een zogenaamde ‘mijn bibliotheek’ functie ingericht, waarvoor de afgelopen jaren grotendeels reeds de bouwstenen zijn ontwikkeld (zoals het identificatie en autorisatie-systeem). Daarmee kunnen leden inloggen, online lid worden van een bibliotheek, eigen gegevens en lidmaatschap beheren evenals interesseprofielen aanmaken en leeshistorie inzien. Daarnaast worden de aanvragen en online betalen functionaliteiten, die in 2012 zijn ontwikkeld, hierin opgenomen. Via mijn bibliotheek kunnen klanten lenen verlengen, lidmaatschapsgeld, boetes, leengeld voor folio boeken, e-books of andere digitale content betalen. Nu reeds vind ruim 30% van het aanvragen en verlengen plaats via lokale websites. De ‘mijn bibliotheek’ omgeving zal in de jaren 2015 en 2016 worden doorontwikkeld tot een complete persoonlijke internetsite, benaderbaar via mobiel en PC. Widgetstore en widgets Widgets zijn kleine applicaties die snel toegang geven tot specifieke informatie, die naar vrije keuze door de bibliotheken aan hun website kunnen worden toegevoegd. De widgetstore is de etalage waarmee deze widgets worden aangeboden. Widgets bieden de mogelijkheid op eenvoudige wijze specifieke content voor specifieke doelgroepen aan te bieden, maar ook partnerschappen met andere domeinen aan te gaan. In 2012 zijn door Bibliotheek.nl een aantal widgets voor specifieke doelgroepen of met specifieke content ontwikkeld, zoals widgets met de openingstijden van bibliotheken, NOS nieuws, Muziekweb, met toegang tot dossiers van de KB, etcetera (zie voor een lijst http://widgetstore.bibliotheek.nl/widgets/producten.html). Het ontwikkelen van widgets is een continu proces en zal in 2013 en 2014 worden doorgezet. Usability Met usability-onderzoek wordt de gebruiksvriendelijkheid van de gebruikersinterface van digitale producten en diensten, evenals de grafische- en interactieontwerpen getoetst. Door middel hiervan kunnen de sterke en zwakke punten van een web(ontwerp) worden bepaald. In 2012 zijn hierdoor onder andere verbeterpunten aan het licht gekomen waardoor de navigatiestructuur van de WaaS is verbeterd. Usability-onderzoek blijft ook in 2013-2014 een doorlopende activiteit bij het doorontwikkelen van front end infrastructuur. Voor de openbare bibliotheek is het van groot belang dat zo toegankelijk mogelijk te zijn voor alle doelgroepen. Generieke zoekmachines, zoals Google, zijn voor speciale doelgroepen die de bibliotheek bedient (vanuit haar missie om alle Nederlanders te bedienen en gelijke toegang tot
  • 14. 14 informatie te bieden) vaak niet toereikend genoeg.7 Deze speciale doelgroepen zoals leesgehandicapten, worden daarom actief betrokken bij het vormgeven van de digitale diensten, en zo ook het onderzoeken van de gebruiksvriendelijkheid. Zoekmachine-optimalisatie (SEO) Zoekgewoontes van eindgebruikers veranderen snel; zij zoeken minder vaak direct via een homepagina, maar vinden informatie via zoekmachines en verwijzingen op sociale media, blogs en email.8 Om het bereik van bibliotheken zo groot mogelijk te laten zijn, is het daarom van belang dat bij zoekacties van eindgebruikers in zoekmachines bibliotheekwebsites zo hoog mogelijk eindigen in de zoekresultaten. Hiertoe moeten de sites optimaal 'zoekmachinevriendelijk' zijn en blijven. Het einddoel van Zoekmachine-optimalisatie (SEO) is om meer traffic naar de bibliotheekwebsites te genereren vanuit de zoekmachines. Meer bezoekers op de bibliotheeksites betekent een toename van het bereik van de (digitale) bibliotheek. Ook zorgen meer bezoekers uiteindelijk voor meer aanvragen, zoekacties in de catalogus en lidmaatschappen). In 2012 zijn in het kader van SEO bijvoorbeeld zoekwoordenonderzoeken uitgevoerd. Ook is er gekeken naar de potentie van www.bibliotheek.nl om nieuwe bezoekers naar de bibliotheek te trekken. Die is geschat op ongeveer 5 miljoen extra bezoekers per jaar voor alle gezamenlijke bibliotheekwebsites, inclusief Bibliotheek.nl zelf. De Nationale Bibliotheekcatalogus (NBC+) zal ook via de portal ontsloten worden en met search- engine Google zullen afspraken gemaakt worden om de data van de NBC+ doorzoekbaar te maken, zodat optimale vindbaarheid ontstaat en de Bibliotheek bij relevante zoekopdrachten op de eerste resultatenpagina van Google getoond wordt. Huisstijl De huisstijl9 zorgt voor een bijpassende look & feel en een eenduidige presentatie van de Bibliotheek op het web én in de fysieke wereld. Daarnaast ontstaan marketing en financiële voordelen door een landelijk aanbod in de huisstijl. De gezamenlijke huisstijl is nog relatief jong. In 2012 is de huisstijl verder doorontwikkeld door BNL in opdracht van de VOB en heeft BNL een regisseursfunctie vervuld bij de implementatie ervan; zo is bijvoorbeeld de website voor de Bibliotheektweedaagse in de huisstijl en is een koppeling gemaakt met het project Boekstart, maar ook de portal voor De Bibliotheek op School is in de huisstijl ontwikkeld. Dit vindt in 2013 en 2014 op dezelfde wijze plaats. Activiteiten Infrastructuur Front End Alle bibliotheken zullen in 2013 worden aangesloten op de volwaardige WaaS, inclusief gebruik van de NBC+ en haar bijbehorende zoekwidgets; Activiteiten op het gebied van personalisatie (zoals mijn bibliotheek) en gebruiksgemak van de interface worden door BNL doorgezet (met behulp van gespecialiseerde zoekstructuren, interfaces en filters per benoemde klantgroep, één manier van inloggen en aanvragen). BNL zal op structurele wijze zoekmachine-optimalisatie en usability onderzoek uitvoeren. Hierbij geeft het specifieke aandacht aan de speciale doelgroepen (aangepast lezenden, jeugd en onderwijs). 7 Thaesis, Trends, scenario’s & impact. Verkenning van het digitale domein voor de bibliotheeksector, Augustus 2011, p79. 8 New York Public Library (Josh Greenberg, Director digital strategy and scholarship), What changes with digital?, http://www.arl.org/bm~doc/mm09greenberg.pdf, Presentatie, Oktober 2009. 99 http://www.debibliotheken.nl/commissies/marketing/merkbeeld.html
  • 15. 15 Onderstaand schema toont de ontwikkeling in diensten door de landelijke digitale bibliotheek van 2012-2014 2.2.2 Infrastructuur – Back End Onder de ‘Back end’ van de infrastructuur wordt hier de doorontwikkeling verstaan van de diensten en componenten die niet zichtbaar zijn voor de klant, maar onmisbaar zijn voor het goed functioneren van deze diensten en de bibliotheken. Zoals enerzijds het datawarehouse, aan de hand waarvan bibliotheken verbeteringen kunnen doorvoeren vanuit de rapportages die daaruit voortvloeien, of anderzijds infrastructurele componenten als Identity en Access Management (IAM) of het widgetplatform. Datawarehouse In 2012 is een eerste versie van het collectieve Datawarehouse opgeleverd, waarin alle gegevens van de bibliotheken op het gebied van de collecties, de klanten en de (uitleen)transacties kunnen worden verzameld. Deze data wordt verrijkt met onder meer Mosaic en CBS gegevens. Het doel is een eerste opzet van management- en marketingrapportages te kunnen genereren. Bibliotheken kunnen op verzoek deze data door BNL laten doorsturen aan hun PSO die in staat is nadere analyses uit te voeren ten behoeve van marketingacties, waaronder ledenwerf en -behoud. In 2013 en 2014 zal voor het Datawarehouse ook de nadruk liggen op de doorontwikkeling en beheer. In 2013 en 2014 worden de datasets uitgebreid met financiële en HR-gegevens en ontstaat een compleet overzicht van de integrale bedrijfsvoering van bibliotheken. Dan kunnen ook de huidige dataservices van de PSO’s vervangen worden. De komende jaren moet echter allereerst veel aandacht geschonken worden aan het creëren van draagvlak bij de lokale bibliotheken voor enerzijds aanlevering van gegevens, anderzijds het toestemming geven voor gebruik van deze gegevens in diverse rapportages. Ontwikkeling in diensten door landelijke digitale bibliotheek (Jaarplan BNL)
  • 16. 16 Het SIOB wil deze gegevens bijvoorbeeld toepassen voor het publiceren van trendrapportages. Daarvoor moet eerst met de sector en VOB goed overleg plaatsvinden. DCR en G!DS De digital content repository (DCR) is de opslagplaats voor digitale content en is inmiddels gekoppeld aan de NBC+. Daardoor is het mogelijk om in de NBC+ ook zoekresultaten van DCR content te kunnen tonen. Bovendien worden diverse widgets voor de websites gevoed en inhoudelijk beheerd vanuit de DCR-omgeving. Deze omgeving is nog niet optimaal gebruikersvriendelijk (voor verschillende handelingen moet bijvoorbeeld nog meerdere keren ingelogd worden). Dit wordt in 2013 verder geoptimaliseerd, conform de planning van de implementatie van de WaaS. De verder integratie tussen DCR en NBC+ wordt in 2013 doorgevoerd. Het traject voor doorontwikkeling van de DCR (DCR2.0) is samengevoegd met de plannen voor de doorontwikkeling van de WaaS omgeving (WaaS2.0). De G!DS, de landelijke database van de bibliotheeksector, wordt inmiddels toegepast als landelijke content bron van de WaaS voor bibliotheken met adressen, producten, diensten en links en is daarmee een onlosmakelijk onderdeel geworden van de infrastructuur. In 2013 wordt de DCR gekoppeld met de NBC+ en G!DS. (NB in dit hoofdstuk wordt de G!DS alleen toegelicht met betrekking tot het functioneren als landelijke content bron voor de WaaS). Customer Relationship Management (CRM) CRM B2B (Business to Business) voorziet in de centrale opslag van gegevens inzake partners van bibliotheken zoals scholen, ter ondersteuning van het cultureel ondernemerschap van bibliotheken. Het gaat hier om NAW-gegevens, portfolio-informatie, vastlegging van contactmomenten en afspraken, et cetera. CRM biedt daardoor interessante mogelijkheden, zoals gerichte mailings- en marketingacties. Voor het gebruik zal in 2013 een ‘aanjaag’ project worden gestart, waarbij alle bibliotheken kosteloos een gebruikslicentie kunnen ontvangen op deze tool. Bij inzet van meer gebruikers moet bijbetaald worden (ca. € 300,- per licentie). CRM B2C (Business to Customer) voorziet in de centrale opslag van gegevens van gebruikers van bibliotheken. In het systeem zal informatie worden opgeslagen die aanvullend is op de klanteninformatie in de bibliotheeksystemen. Deze bestaat bijvoorbeeld uit persoonlijke informatie, communicatievoorkeuren en statusinformatie over webshop bestellingen en online betalingen. Op basis van die gegevens kunnen bibliotheken gerichte mailings en marketingacties uitvoeren. Servicebus De Servicebus standaardiseert de communicatie tussen de verschillende infrastructurele systemen onderling en de (lokale bibliotheek)systemen daarbuiten. Deze communicatie vindt op een gestructureerde manier via vastgestelde standaardprotocollen plaats. De Servicebus vormt daarmee het 'cement' tussen de verschillende systemen. In 2012 is het aantal services en de hoeveelheid aangesloten systemen uitgebreid en zijn nieuwe koppelvlakken met (lokale) systemen gemaakt. Daarnaast is de robuustheid van de Servicebus verbeterd en geoptimaliseerd.
  • 17. 17 Voor 2013 worden koppelingen voorzien met de schoolsystemen van de leveranciers HKA (Educat Wise) en Infor (V@school) ten behoeve van Datawarehouse en NBC+. BNL en SIOB kijken in onderling overleg naar een gezamenlijke aanpak om op termijn te kunnen opereren met zo min mogelijk koppelingen. De roep vanuit de branche voor een landelijk bibliotheek-systeem (ILS) behoort daarbij tot de te onderzoeken onderwerpen. De G4-bibliotheken hebben aangegeven hierin te willen participeren als ‘kopgroep’. Deze ontwikkeling zou deels technisch, deels financieel en deels randvoorwaardelijk (certificering, in aansluiting op wettelijke voorwaarden) afgedwongen en in gang gezet kunnen worden. De servicebus wordt in 2013-2014 doorontwikkeld als servicemarktplaats en als ‘stekkerdoos’ voor externe partijen. De architectuur wordt gemodelleerd volgens de principes van een Service Gerichte Architectuur (SGA), wat inhoudt dat functionele en technische componenten goed afgebakend zijn. Dit resulteert bijvoorbeeld in heldere scheiding tussen bedrijfsfunctionaliteit (zoals de catalogus of de mogelijkheid om lid te worden) en gebruikersinteractie (zoals de zoekwidget). Als gevolg daarvan wordt de servicebus de component waarop gestandaardiseerde services (zoals de zoek-API ) worden aangeboden en afgenomen. Daarnaast biedt het werken volgens SGA ook mogelijkheden voor integratie met externe partijen, omdat het gestandaardiseerde koppelvlakken biedt waarmee BNL functionaliteit van derden kan afnemen, maar ook vice versa. Hiermee is een belangrijke eis tot standaardisatie vervuld. Identity en Access Management IAM (Identity en Access Management) maakt (eenmalig) online inloggen en het identificeren en autoriseren van gebruikers mogelijk. Daarvoor is in 2012 een collectieve toegangs- en identiteitenlaag aan de nationale infrastructuur toegevoegd. Een gezamenlijke database met verwijzingen naar gebruiksgegevens maakt daar deel van uit. Uiteindelijk ontstaat daardoor een nationale bibliotheekfederatie die kan worden verbonden met andere federaties (bv van SURF) en content providers. Op deze manier kan in de toekomst sectorbreed op eenvoudige wijze de toegang tot content van derden worden geregeld (bijvoorbeeld KB). Uiteraard kan IAM straks ook worden gebruikt om individuele gebruikers toegang tot de bibliothecaire online dienstverlening te verlenen. In 2013-2014 wordt onder andere toegewerkt aan een uitbreiding van de koppelingen met sociale media, en wordt de gebruiksvriendelijkheid doorontwikkeld door bijvoorbeeld sessies te onthouden zodat klanten niet opnieuw hoeven in te loggen of het mogelijk te maken dat er meerdere lidmaatschappen aan een webaccount kunnen worden gekoppeld. Widgetplatform Het widgetplatform is de kern van de webinfrastructuur; het is een serie hulpprogramma's die veel gebruikte functies in widgets uitvoeren. Het widgetplatform betreft de back end-voorziening terwijl de Widgetstore de front end betreft van de besloten website. Alle voor de branche ontwikkelde widgets 'draaien' op het widgetplatform. In 2012 is het platform doorontwikkeld, uitgebreid en verbeterd. Er zal onder meer een rechtensysteem worden ontwikkeld voor widgets (wie welke informatie waarvoor mag gebruiken) en
  • 18. 18 er zal functionaliteit worden ontwikkeld ter ondersteuning van het voorziene business model analoog aan bijvoorbeeld de Appstore van Apple. Hierover zal goed overleg plaatsvinden met het SIOB, met name om deze rechtenkwesties bij voorbaat goed te regelen. Daarnaast zijn aansluitingen gerealiseerd op diverse webservices zoals literatuurplein, G!ds en Muziekweb, op externe bibliotheeksystemen en op IAM-functionaliteiten. In 2012 is een evaluatie van het platform uitgevoerd, waar verdere doorontwikkeling in 2013 op wordt gebaseerd. Het platform is dienend ten opzichte van de activiteiten die worden ondernomen aan de front end. Het type widgets dat wordt ontwikkeld, bepaalt bijvoorbeeld op welke manier het platform moet worden aangepast. Activiteiten Infrastructuur Back End SIOB en BNL zullen in 2013 zich samen met de VOB richten op het creëren van draagvlak voor het gebruik van het datawarehouse; De verschillende databases (DCR, Kennisbank van NBC+ en G!DS) worden in 2013 verder gekoppeld en waar mogelijk geïntegreerd met andere infrastructurele ontwikkelingen; De servicebus wordt door BNL in 2013-2014 doorontwikkeld als servicemarktplaats en als ‘stekkerdoos’ voor externe partijen; met specifieke aandacht voor de partners in de landelijke digitale bibliotheek; Activiteiten met betrekking tot het te ontwikkelen rechtensysteem en business model voor widgets en widgetstore, worden in goed overleg met SIOB ondernomen. 2.2.3 NBC+ De NBC+ zorgt voor publieksvriendelijke en ‘slimme’ ontsluiting van de titeldata van het GGC,10 en de in de DCR opgenomen content en externe bronnen. De NBC+ biedt een overkoepelend netwerk van digitale en fysieke informatiebronnen die beschikbaar zijn in het publieke bibliotheekdomein. NBC+ ontsluit niet alleen de in bibliotheken aanwezige boeken, kranten en tijdschriften (ook die van de Koninklijke Bibliotheek), maar ook digitale content en niet-boekmaterialen zoals (blad)muziek, films en e-books en is net als Europeana geschikt voor het opnemen van erfgoedobjecten. In 2012 is toegewerkt naar een NBC+ die in eerste instantie het ontsluiten van de bronnen in de huidige Aquabrowser volledig kan vervangen. In 2013 en 2014 wordt de NBC+ verder doorontwikkeld om onder andere semantisch zoeken en filtering van content te faciliteren. De NBC+ zal door haar filters het mogelijk maken toegesneden zoekresultaten te bieden voor diverse speciale doelgroepen als leesgehandicapten en kinderen. Zo worden bijvoorbeeld onderzoeksresultaten over het zoekgedrag van kinderen hierin opgenomen. Data vanuit DBpedia (Universiteit Leipzig) en 40.000 rechtenvrije e-books zijn in 2012 reeds ontsloten via de NBC+. De diverse, door de branche geselecteerde, bronnen zullen toegevoegd en gekoppeld worden aan de NBC+ in 2013 en 2014. Zo zal bijvoorbeeld Europeana’s Search API worden 10 ‘Slimme ontsluiting’ betekent bijvoorbeeld dat een zoekactie op 'de aanslag', het boek van Mulisch oplevert, in plaats van diverse krantenartikelen, zoals het geval is met de huidige catalogi.
  • 19. 19 geïmplementeerd, waardoor zoekresultaten synchroon aan die van de NBC+ kunnen worden getoond. Om succesvol te zijn moet de bibliotheek haar digitale uiting laten aansluiten op de nieuwe wensen en verwachtingen van de eindgebruiker. BNL zal daarvoor context gerelateerde zoekstructuren zoals het semantisch zoeken, onderzoeken en verder ontwikkelen. SIOB zal deze resultaten afstemmen met het Consortium Gemeenschappelijke Informatie Infrastructuur (GII) zodat eventuele resultaten ook toepasbaar blijven voor de KB en universiteitsbibliotheken. Activiteiten NBC+ Ontsluiten van door de branche aangedragen en geselecteerde bronnen BNL zal context gerelateerde zoekstructuren en systemen blijven onderzoeken en verder ontwikkelen; SIOB zorgt ervoor dat dit met deelnemers aan de landelijke digitale bibliotheek wordt afgestemd. 2.3 Nieuwe ontwikkelingen 2.3.1 Innovatieagenda Het SIOB zette in 2012 de eerste stappen naar het vormen van een innovatiemanagementproces, dat begin 2013 verder wordt vormgegeven. Dit proces, onder de noemer Innovatieagenda, behelst het structureel volgen van innovaties en verschillende initiatieven bij elkaar brengen; structureel input ophalen vanuit alle lagen binnen de sector en daarbuiten; lijnen uitzetten die de kaders vormen waarbinnen innovatie zou moeten plaatsvinden; en stimuleren dat innovatie ook binnen deze kaders plaatsvindt, zowel intern (SIOB/BNL) als bij externe partijen. Bestaande initiatieven (als innovatielab (BNL) en innodating (SIOB)) of overleg met regionale samenwerkingen (PSO's/G4) worden hierin samengevoegd. Daarnaast ontwikkelt het SIOB begin 2013 een onderzoeksagenda, waarin onder andere een overzicht wordt geboden van onderzoeken in de sector. Onderzoek onderbouwt de noodzaak voor innovaties of brengt deze voort, maar voor het implementeren van innovaties is ook onderzoek nodig; de innovatieagenda en onderzoeksagenda zullen daarom in nauwe afstemming met elkaar worden ontwikkeld onder regie van het SIOB. Voor de innovaties die gedurende 2013 en 2014 prioriteit krijgen vanuit de innovatieagenda, is het noodzakelijk dat BNL capaciteit vrijmaakt om aan innovaties invulling te geven. Voor zover deze niet zijn voorzien binnen de lopende begroting, zal hiervoor in overleg met het SIOB budget beschikbaar worden gesteld, mogelijk in samenwerkingsverband. Dit laat onverlet dat het aantal nieuwe ontwikkelingen in 2013 en 2014 een stuk lager zal zijn dan in 2012. Naarmate de digitale infrastructuur in omvang en gebruik en daarmee (beheer)kosten toeneemt, resteert er bij gelijkblijvende middelen immers steeds minder ruimte voor nieuwe diensten. Activiteiten Innovatieagenda Het SIOB ontwikkelt met BNL een proces om innovatieve ideeën op te halen en tot wasdom te brengen en integreert in dienst daarvan bestaande initiatieven. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij partners binnen en buiten de branche (bijvoorbeeld door middel van co-creatie).
  • 20. 20 BNL speelt een adviserende en - indien gewenst - uitvoerende rol bij het opschalen van lokale innovaties naar een landelijke schaal. Om overlap te voorkomen moeten alle uitgevoerde onderzoeken in lijn zijn met de onderzoeksagenda (die in 2013 wordt opgesteld door SIOB). Daarmee zal SIOB zorgdragen voor afstemming tussen de diverse onderzoeken en onderzoekers (zoals bij de PSO’s, maar ook partners in aanverwante sectoren zoals Stichting Lezen). 2.3.2 Lancering nieuwe portal (“collectieve WaaS”) De portal Bibliotheek.nl wordt, met ingang van 2013, ontwikkeld tot een volwaardige collectieve bibliotheekwebsite, waarin onder andere het open zoekplatform, alle widgets en een bibliotheek- zoeker (doorverwijzingen naar lokale bibliotheeksites) worden aangeboden. Het wordt voor bibliotheken mogelijk gebruik te maken van een soort centrale toegang www.bibliotheek.nl die dan wel voorzien wordt van enkele eigen gegevens en widgets, in plaats van een compleet eigen site. Een collectieve, centrale portal heeft naast voordelen in centralisering van beheer (wat kostenvermindering met zich meebrengt), ook het voordeel dat het kan dienen als collectieve landingspagina en daardoor makkelijker vindbaar zal zijn en het bereik van de bibliotheek verbetert. Voor de bibliotheken die ervoor kiezen een simpelere site op de landelijke portal aan te bieden, betekent dit bovendien dat zij daarmee besparen op activiteiten als het voeren van een eigen webredactie. Mocht deze ontwikkeling succesvol blijken in de zin dat de meeste bibliotheken zich op deze manier bij de collectieve portal aansluiten, dan heeft dit bovendien als bijkomend voordeel dat de WaaS steeds minder doorontwikkeld hoeft te worden. Activiteiten Lancering nieuwe portal BNL realiseert in 2013 een 2.0 versie van de collectieve landelijke portal, en biedt daarmee de optie aan bibliotheken om voor een enkele landingspagina te kiezen in plaats van een eigen website. BNL evalueert het gebruik van de landelijke portal en de optie voor een landingspagina per bibliotheek gedurende 2014 en baseert daarop de doorontwikkeling voor de jaren daarna. 2.3.3 E-books infrastructuur In 2012 is in nauwe samenwerking met de VOB Inkoopcommissie veel aandacht besteed aan het creëren van een ruim aanbod van e-books voor de klanten van de bibliotheek. Vanwege auteursrechtelijke barrières verloopt dat relatief moeizaam. Voor het digitaal aanbieden van e-books voor een bepaalde tijd, zijn nog geen afspraken gemaakt met uitgevers, zoals die er wel zijn voor het uitlenen van folio boeken. Voor de e-books die inmiddels beschikbaar zijn gemaakt voor het digitaal uitlenen, moeten nieuwe abonnementsvormen worden aangeboden; deze vormen moeten flexibel zijn, om in te kunnen spelen op de snelle ontwikkelingen in de markt van e-books. Daardoor is er een noodzaak ontstaan voor het creëren van een specifiek digitaal aanvraag- en leveringssysteem voor e-books. In de eerste helft van 2013 zal dit - na aanbesteding, die in 2012 is voorbereid - worden gerealiseerd. Hiervoor zal samenwerking met een vergelijkbaar initiatief in Vlaanderen worden onderzocht. Het zal worden gekoppeld met lokale bibliotheeksystemen en het landelijk CRM. Dit aanvraagsysteem zal
  • 21. 21 aansluiten op een landelijke repository (opslagplaats voor digitale content). Zowel repository en aanvraagsysteem zullen gebruik maken van reeds opgeleverde functionaliteit die nu aanwezig is in bijvoorbeeld IAM, CRM en NBC+. Dit platform organiseert zoeken, opvragen en gebruik en zal ook voor andere content geschikt zijn. Het in 2012 opgestarte pilot project Online lezen (Public Library Online van uitgeverij Bloomsbury) wordt in dit nieuwe systeem geïntegreerd. Activiteiten E-books infrastructuur BNL zal in overleg met SIOB in 2013 de aanbesteding voor het e-books platform uitzetten, waarvoor samenwerking met een vergelijkbaar initiatief in Vlaanderen wordt onderzocht. Het nieuw te ontwikkelen e-books platform wordt in 2013-2014 geïntegreerd en gekoppeld aan relevante bestaande functionaliteiten in de infrastructuur. 2.4 Beheer In 2012 zijn alle (op 1 na) bibliotheken aangesloten op de basisinfrastructuur van BNL en is een aantal diensten hiervoor ontwikkeld en geïmplementeerd. Het aantal te beheren producten, zoals de (nu nog soms op maat gemaakte) websites, is inmiddels groot. De kosten voor het beheer zijn navenant gestegen. Beheer richt zich op de opslag van (meta)data en systemen en het bieden van dienstverlening rondom applicaties. BNL verricht ook functioneel beheer, zoals aanpassingen aan de software op basis van gebruikerswensen, storingen en fouten. Het HEC concludeert op basis van de audit over beheer bij en door BNL: “BNL heeft Bouw en Beheer sterk aan elkaar gekoppeld en laat bouwpartijen hun eigen componenten beheren. Het uitbesteden van de bouw zorgt er voor dat BNL gedwongen wordt om zorgvuldig te specificeren. Een nadeel kan zijn dat partijen die goed zijn in het bouwen van componenten niet per definitie goed zijn in het beheren ervan. De huidige manier van beheren bergt ook de nodige risico’s in zich als het gaat om stabiliteit en overzicht met name omdat BNL te maken heeft met een sterk versnipperd aantal partijen en componenten. Om de regierol goed te kunnen doen is eenduidige, up-to-date technische documentatie en daarbij behorende monitoring noodzakelijk. Deze ontbreekt of vindt op een laag en versnipperd niveau plaats. Het risico wordt vergroot doordat onlangs de bouwende/beherende partijen niet langer intern bij BNL zitten, maar meer op afstand. Daar waar problemen of vragen tussen de verschillende partijen c.q. componenten in het verleden informeel konden worden opgelost dienen die nu langs formelere kanalen te worden opgelost wat naar verwachting meer tijd zal kosten en zich vaker zal voordoen. Techniek en hardware De ingezette actie om de hardware inclusief het technisch beheer uit te besteden is een logische en goede. Hiermee zal meer stabiliteit ontstaan. Informatiemanagement
  • 22. 22 De ingezette actie om te komen tot een eenduidige informatiearchitectuur waaraan de functionele componenten worden beschreven en gedocumenteerd is een goede en noodzakelijke stap. We verwachten echter niet dat dit op korte termijn zal leiden tot meer mogelijkheden tot monitoring en regie van de meer technische/functionele componenten aan de beheer kant van de dagelijkse operatie, daarvoor is het niveau te abstract en conceptueel.”11 Hieruit komt de volgende aanbeveling voort : “Start zo snel mogelijk met het eenduidig in kaart brengen van de technische kant van de infrastructuur inclusief applicaties en applicatiecomponenten als input voor het beheer overleg en zorg dat dit inzicht permanent up-to-date is. Koppel hieraan een duidelijke monitoring op vitale delen zodat de dagelijkse operatie zo min mogelijk (technische) risico’s loopt en een betrouwbare service kan worden gegarandeerd”.12 Wat financiën rond beheer betreft geldt de regel dat van de kosten die worden besteed aan ontwikkeling, ongeveer een derde het jaar daarop terugkomt als beheerkosten. Dat houdt in dat hoe meer digitale diensten en functionaliteiten ontwikkeld worden en zijn, hoe meer de beheerkosten zullen stijgen en hoe kleiner het ontwikkelbudget wordt bij een gelijkblijvend subsidiebedrag. Na twee jaar ontwikkelen nemen voor BNL in 2013 de beheerkosten aanzienlijk toe; overhead (zoals huisvesting, juridische zaken, niet-project kosten) komt hier nog bij. Dit heeft tot gevolg dat er weinig budget over blijft om te kunnen investeren in nieuwe ontwikkelingen. De volgende figuren laten zien hoe de verdeling in het budget er voor 2013 en daarna uit ziet naar aanleiding van de hierboven geschetste ontwikkeling. 11 Het Expertise Centrum / PBLQ, Review BNL 2012, p9, p14. 12 Idem, p15. Beheers kosten 35% Technische Licenties 12% Overhead 14% Innovatie 39% Financiën naar type activiteit (Jaarplan BNL)
  • 23. 23 Bovenstaande figuur betreft een indicatie van de te verwachten ontwikkeling. Onder basisbeheer worden ook de kosten van licenties gerekend. Het is uiterst belangrijk dat de kwaliteit van de dienstverlening ook na implementatie verzekerd blijft. Voor de website (en aanverwante diensten zoals widgets) geldt een minimale uptime van 99.8 procent, conform de verwachting van de bibliotheken. Voor de dienstverlening zijn afspraken met leveranciers en de branche gemaakt via een ‘service level agreement’ (SLA). Het SIOB en BNL zullen in 2013 samen onderzoek doen naar de kostencomponent van beheren in relatie tot de aangeboden servicegraad en de beschikbaarheid van functionaliteiten. Tevens zal in 2013 een aanbesteding worden uitgevoerd voor 'managed hosting' waarbij het huidige serverpark van ongeveer 300 servers wordt ondergebracht bij 1 leverancier. Dit zal naar verwachting leiden tot betere kostenbeheersing en betere service. Uiteraard zullen hierbij de partners worden betrokken, die in de toekomstige landelijke digitale bibliotheek een rol spelen. Wellicht levert samenwerking op het terrein van infrastructuur al op de korte termijn besparingen op. Het spreekt voor zich dat digitale diensten die tot stand komen binnen landelijke projecten (zoals een website of portal, bijvoorbeeld in geval van mediawijsheid en laaggeletterdheid), zoveel mogelijk worden aangesloten op de landelijke infrastructuur. Dit houdt ook in dat deze diensten worden beheerd door BNL. BNL zal daarom anticiperen op en ruimte reserveren voor het beheer van portals, websites of andere digitale diensten die tot stand komen binnen landelijke projecten, evenals advies en ondersteuning. Het inhoudelijk beheer (moderatie en redactie) blijft echter bij het project zelf belegd en moet binnen die omgeving ook gebudgetteerd worden Voor 2013 en 2014 zijn in ieder geval de volgende projecten voorzien waarvoor beheer, advies en ondersteuning nodig is (ontwikkeling is gestart in 2012 of start in 2013): - Biebtobieb (het Kennis- en Innovatieplatform voor de sector) - Pilotprojecten rondom bundeling van content voor jeugd; - Samenwerking binnen primair onderwijs met mediawijzer.net; - Portal Retailbureau; - Portal basisvaardigheden volwassenen; - Portal Bibliotheek op School.
  • 24. 24 Activiteiten Beheer BNL maakt, ook in de komende beleidsperiode, telkens een transparante afweging welk maatwerk ze toestaat, waarbij het adagium is: zo min mogelijk (hoe meer maatwerk, hoe hoger de kosten van zowel ontwikkeling als beheer). BNL doet in 2013 een voorstel om het proces rondom het beheer door derden zorgvuldig en efficiënt in te richten, leidend tot een aanbesteding voor 'managed hosting' , in nauwe afstemming met de partners in de landelijke digitale bibliotheek. Het SIOB doet, met medewerking van BNL, onderzoek naar de kostencomponent van beheren in relatie tot de aangeboden servicegraad en de beschikbaarheid van functionaliteiten. In het licht van de ontwikkeling naar een Landelijke Digitale Bibliotheek stelt het SIOB (in samenwerking met de GII) kaders op waarbinnen beheercontracten worden opgesteld. BNL en SIOB evalueren de aanbevelingen uit de HEC-audit en volgen deze waar relevant op. 2.5 Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) De gemeente Rotterdam heeft besloten de subsidie aan het CDR per 1-1-2013 te beëindigen. Omdat het CDR feitelijk een landelijke dienstverlening biedt, zullen vanaf 2013 de bestaande digitale diensten van het CDR worden opgenomen in de landelijke digitale infrastructuur. Het gaat dan concreet om: - Muziekweb doorontwikkelen en aanbieden via landelijke infrastructuur BNL - Digitale gids en (gepersonaliseerde) advisering op muziekgebied - Muziekwebluister op bibliotheeklocaties - eMuziek voor bibliotheekleden thuis (wordt vollledig in landelijke huisstijl en infrastructuur aangeboden - Muziekwidgets - Diverse diensten t.b.v. onderwijs/educatie(muziekwebwijzers, jeugdbibliotheek etc.) BNL zal voor bovenstaande diensten de doorontwikkeling en het beheer op de landelijke infrastructuur op zich nemen. In samenspraak zullen nieuwe muziekdiensten ontwikkeld worden. De aanschaf van content ten behoeve van muziekdiensten is onderdeel van hoofdstuk 3 (3.2. Activiteiten BNL onder Koppelen bronnen in de NBC+). Het SIOB en CDR stellen een plan op voor bestuurlijke, financiële en inhoudelijke integratie van de digitale muziekdiensten met een landelijk karakter. Ook de positionering van deze landelijke muziekservice-organisatie maakt hier onderdeel van uit. BNL en CDR geven samen de richtlijnen en plannen vorm, waarbij het streven naar volledige opname van CDR-activiteiten in de digitale infrastructuur voorop staat. De komende periode (2013-2014) worden bovengenoemde activiteiten gefinancierd uit de middelen voor de opdrachttaak. Na deze periode zullen de muziekdiensten onderdeel uitmaken van de landelijke financieringsstructuur op het gebied van infrastructuur en content zoals in de nieuwe bibliotheekwetgeving geformuleerd. Activiteiten CDR Het SIOB en CDR stellen een plan op voor bestuurlijke, financiële en inhoudelijke integratie van de digitale muziekdiensten van het CDR in de digitale infrastructuur van BNL.
  • 25. 25 BNL en CDR stellen samen richtlijnen en plan op waarbij het streven naar volledige integratie definitief vorm krijgt in 2013 en in 2014 wordt afgerond. 2.6 Klantbenadering Klantgroepen Doorontwikkeling van bestaande diensten en nieuwe ontwikkelingen wordt beredeneerd vanuit de klant (zowel de eindgebruiker als de bibliotheken, afhankelijk van de dienst), waarvoor de verwachting van de klant (een samenhangend aanbod aan diensten) evenals haar vrijheid van keuze voor welk toegangskanaal dan ook, centraal staan. Het HEC concludeert eveneens dat BNL per 2013 een meer demand-pull gerichte organisatie moet worden.13 BNL zou zich niet alleen moet focussen op beheer (het op betrouwbare wijze in de lucht houden van de infrastructuur), maar het veld moeten stimuleren zo optimaal mogelijk gebruik te maken van de beschikbare infrastructuur (exploitatie). In voorbereiding op het structureel betrekken van andere partners, zoals in de wetgeving voorzien, worden stappen ondernomen om ook het bereik van de nieuwe klantgroepen mee te nemen in ontwikkeling van de Digitale Bibliotheek. Er zijn in de voorafgaande jaren diverse klantonderzoeken uitgevoerd, met als meest recente voorbeeld het Consumer Insight traject uit 2012.14 Vanuit het SIOB zijn daarnaast diverse monitoringsinstrumenten ontwikkeld voor terreinen als Leesbevordering, Mediawijsheid en Laaggeletterdheid. Hiermee worden nieuwe diensten zowel aan aanbod als aan klantzijde gemonitord. Een aantal groepen krijgt bijzondere aandacht bij de ontwikkeling van digitale diensten en content, vanwege hun belang voor de missie van openbare bibliotheken (alle Nederlanders bedienen en gelijke toegang tot informatie bieden): • Leesgehandicapten – dit zijn mensen met beperkingen en/of problemen gedurende het lezen van teksten (zoals dyslectici, analfabeten, blinden en slechtzienden). Voor deze groep moeten richtlijnen, zoals drempelvrije toegang, worden gevolgd. Deze groep wordt bovendien specifiek betrokken bij de ontwikkeling van de infrastructuur (te denken valt aan de NBC+ en usability testen) door de Lezersraad van Aangepast Lezen te benutten. • Jeugd – kinderen zoeken op een andere manier naar informatie dan volwassenen, en de informatie die zij vinden is niet altijd voor hen geschikt. Kinderen zijn echter een zeer belangrijke doelgroep voor openbare bibliotheken. Voor zowel de zoekstructuren binnen de infrastructuur als de user interface, moet er met hen rekening worden gehouden. De NBC+ biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid zoekresultaten te filteren op leeftijdsgroepen. • Onderwijs (zie ook paragraaf 5.3) – bibliotheken en basisscholen zijn belangrijke partners in leesbevorderingsactiviteiten. Sinds 2012 bestaat hiervoor een overkoepelend project, de 13 Het Expertise Centrum / PBLQ, Review BNL 2012, p8. 14 http://stichting.bibliotheek.nl/nieuws/23540.consumer-insight-traject--schat-aan-informatie.html
  • 26. 26 Bibliotheek op School, waarin samenhang en eenheid wordt aangebracht binnen deze activiteiten. Deze activiteiten worden doorgezet in 2013 en 2014 (zie paragraaf 5.2.1). Marketing In 2012 zijn duurzame onderdelen zoals stands en marketingmaterialen ontwikkeld die gebruikt worden op symposia en congressen om de bibliotheek over het voetlicht te laten komen bij de drie klantengroepen.15 Het is gebleken dat marketingacties het beste slagen als organisaties die daarin actief zijn samenwerken. Dat zal dan ook de inzet zijn van het SIOB en BNL. Om de verwachting en wens van de klant centraal te kunnen stellen bij ontwikkelingen, is het noodzakelijk dat haar wensen en verwachting bekend zijn en dat de klant een actieve rol krijgt in de ontwikkeling. Naast usability onderzoek (waarin de speciale doelgroepen eveneens een grote rol krijgen) zal BNL structureel klantengroepen betrekken bij de (door)ontwikkeling, onder andere door middel van een panel van eindgebruikers. Daarnaast monitort BNL via Google Analytics het gebruik van de websites, zodat SIOB en BNL samen deze gegevens kunnen analyseren. Uit deze analyses komen aanbevelingen voor het doorontwikkelen van de WaaS en landelijke portal. BNL geeft dit proces in samenspraak met SIOB verder vorm. Bovendien wordt de vindbaarheid geoptimaliseerd door SEO (search engine optimisation) en SEA (search engine advertising); de ontwikkeling naar een landelijke portal zal dit proces vergemakkelijken omdat het eenduidige landingspagina’s oplevert. Activiteiten Klantbenadering BNL, CDR, VOB en het SIOB stellen een gezamenlijk marketingplan op als er vanuit de opdrachttaak Digitale Innovatie 2013-2014 financiering voor marketingactiviteiten wordt gevraagd BNL betrekt structureel experts inzake aangepast lezen (de Stichting Aangepast Lezen en Dedicon) bij de (door)ontwikkeling van de infrastructuur bij het nastreven van het hoogste niveau van drempelvrije toegang in 2013 en 2014. BNL waarborgt dat de reguliere infrastructuur toegang geeft tot specialistische content en diensten, zoals nodig voor visueel gehandicapten en andere speciale doelgroepen. start in 2013 met de Stichting Aangepast Lezen een project dat leesgehandicapten via de reguliere infrastructuur toegang geeft tot specialistische content en diensten. BNL - in overleg met de VOB en SIOB - neemt duidelijk in het jaarplan op hoe klantengroepen structureel betrokken worden en richten een proces in om feedback te ontvangen. Daarvoor wordt een panel opgezet van eindgebruikers (zoals biebpanel). In voorbereiding op het structureel betrekken van andere partners, zoals in de wetgeving voorzien, worden stappen ondernomen om ook het bereik van de nieuwe klantgroepen mee te nemen in ontwikkeling van de Digitale Bibliotheek. Om klanttevredenheid te kunnen monitoren, zal het SIOB in 2013 de monitors voor de diverse producten (digitale infrastructuur, Bibliotheek op School en kunst van lezen) integreren. Waar nodig zal BNL hier ondersteuning verlenen. 15 SIOB, Beleidskader digitale innovatie 2013-2014, p.8: de drie klantgroepen voor de digitale bibliotheek zijn eindgebruiker, bibliotheken en overheden.
  • 27. 27 BNL gebruikt Google Analytics met behulp van een widget om web traffic te monitoren, in lijn met de nieuwe Cookie-wetgeving. In 2013 en 2014 zullen onafhankelijke onderzoekers deze gegevens, namens het SIOB, met regelmaat analyseren. Het SIOB verricht, met input van BNL, onderzoek naar het Nederlandse digitale mediagebruik. Een eerste aanzet heeft BNL reeds afgerond in het najaar van 2012 in samenwerking met Boer & Croon (deze zal voor publicatie beschikbaar worden gesteld).
  • 28. 28 3. Organisatie, juridisch en financiële aspecten 3.1 Het SIOB en opdrachttaak Digitale Innovatie Het Ministerie van OCW heeft voor 2012 de directeur van het SIOB gemandateerd om de opdrachttaak digitale innovatie uit te voeren. Onderdeel van de voorliggende aanvraag is dat het SIOB dit mandaat ook in 2013-2014 verkrijgt. Dit betekent dat het SIOB namens OCW subsidie zal verlenen aan BNL en eventueel ook aan andere instellingen. Het SIOB heeft zich in 2012 de nieuwe manier van werken eigen gemaakt, waarbij ze voor wat betreft het uitvoeren van de subsidietaak is onderworpen aan onder meer de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De uitvoering van de opdrachttaak digitale innovatie heeft grote consequenties voor het SIOB. Behalve dat het SIOB kosten maakt voor de uitvoering van de opdrachttaak wordt zij ook geconfronteerd met nieuwe verhoudingen in de relaties met OCW en BNL. Het jaar 2012 is door de partijen benoemd als een overgangsjaar, waarin het subsidieproces verder ingeregeld moet worden en een optimale planning van subsidieverlening bewerkstelligd moet worden. Het is de bedoeling dat uiteindelijk een optimale ‘jaaragenda’ wordt vastgesteld, waarin de aanvraag- en besluitprocessen en het beleidsproces en eventuele bezwaar- en beroepsprocessen zo zijn ingericht dat alles logisch op elkaar volgt en zowel het SIOB als de subsidieaanvragers tijdig over de benodigde middelen beschikken. Het SIOB heeft in 2012 een beschikking verleend aan BNL en BNL heeft een bezwaarschrift op de beschikking ingediend. Deze activiteiten vormden een toetssteen voor de inregeling van procedures. Het proces om te komen tot een ideale jaarplanning en een gedetailleerd ingeregeld subsidieproces is een proces met vele kaders en afhankelijkheden. Om de subsidieverlening optimaal in te regelen, zijn gedetailleerde procesbeschrijvingen noodzakelijk. Afgesproken is dat de verschillende deelprocessen van het subsidieproces op detailniveau worden uitgewerkt door verschillende medewerkers van het SIOB. Onderdeel van de uitwerking van elk van de processen is ook dat wordt bepaald binnen welke tijdspanne het deelproces moet zijn doorlopen en wanneer het deelproces moet zijn afgerond. Het inregelen van deze processen met beschrijvingen gebeurt onder begeleiding van het bureau Berenschot en wordt begin 2013 afgerond, gebaseerd op de ervaringen uit 2012. De te maken kosten in 2013 en 2014 houden dan ook verband met het verder op orde brengen en houden van deze processen maar zijn ook bedoeld om het SIOB in staat te stellen de rol op te pakken die OCW haar heeft toebedacht. Naast kosten voor het inregelen van de juridische processen en een reservering voor kosten die verband houden met bezwaarschriftprocedures worden kosten gemaakt op het gebied beleidsmatige inzet en ondersteuning op financieel gebied c.q. planning en control. Kostenoverzicht opdrachttak Omschrijving Kosten Personeelsinzet € 425.660 Kantoorkosten € 52.758 Huisvesting € 88.180
  • 29. 29 Overige kosten € 126.000 Totaal € 692.598 3.1.1 Personeelsinzet De personeelskosten bestaan uit de benodigde inzet van programmamanagement, programmamedewerkers en de ondersteuning vanuit de diverse andere functies op dit onderdeel (juridisch, planning & control). Externe inzet wordt overwogen voor te aanleveren van de technische know-how als ondersteuning van het programma management. Ook het verwerven van kennis op de terreinen zoals beschreven in paragraaf 3.2 behoort tot de opdracht. Tenslotte vraagt de uitvoering van de opdrachttaak een substantieel deel van de inzet van de directeur van het SIOB. 3.1.2 Overige kosten De overige kosten bestaan uit de benodigde ICT-ondersteuning (onder meer de kosten voor de Principal Toolbox voor de monitoring van de projecten van BNL), een reservering voor een mogelijke bezwaarschriftprocedure, verdere ondersteuning bij het invoeren van de diverse processen en beschrijvingen hiervan, accountantskosten, communicatiekosten etc. Naast de behoefte aan ondersteuning voor de uitvoering van de opdrachttaak, zoals geleverd door Berenschot, met afronding in 2013, heeft het SIOB ook extra ondersteuning nodig bij de uitoefening van haar bevoegdheid tot de behandeling van de bezwaarschriften. Het SIOB zet hierbij de eigen jurist in als secretaris van de bezwaarschriftencommissie en heeft externe inzet ingehuurd in de persoon van prof. mr. Tom Barkhuysen, in zijn rol als onafhankelijk voorzitter van de bezwaarschriftencommissie van het SIOB. Ook zal er in 2013 verscherpte aandacht zijn voor het op orde krijgen van adequate informatie vanuit BNL aan het SIOB over de voortgang en risico’s. Alhoewel er zeker verbeteringen zijn op dit vlak bestaat vanuit het SIOB de behoefte om beter inzicht te krijgen in de risico’s waar BNL mee te maken heeft in de uitoefening van haar taak en welke maatregelen c.q. keuzes worden gemaakt om dit op te lossen. 3.2 Juridische barrières wegnemen De aanloop naar één digitale bibliotheek noopt tot herziening van bestaande contracten rondom content en metadata, zodat alle content beschikbaar komt voor de gezamenlijke doelgroepen van de samenwerkende partijen. Onder regie van het SIOB zullen hiervoor in 2013 de eerste stappen worden gezet. Het uitgangspunt is dat met publieke middelen ontwikkelde en bekostigde producten, diensten en innovaties vrij en onbezwaard en binnen de wettelijke kaders van het auteursrecht beschikbaar blijven voor 'spelers' in het publieke domein. Van belang is hierbij nauw aan te sluiten bij de partners in de Landelijke Digitale Bibliotheek.
  • 30. 30 3.2.1 Open data De overheid en de cultuursector zetten stevig in op het beschikbaar stellen van open data. Met open data kunnen programmeurs laagdrempelig, goedkoop en flexibel informatie uit verschillende bronnen combineren. Het mixen van informatie maakt nieuwe diensten en inzichten mogelijk.16 In het huidige plan voor de NBC+ wordt voorzien in het publiceren van data als linked open data. De bekendheid hiermee moet vooral ook binnen de sector groeien en bibliotheken moeten z elf ook vrije beschikbaarheid van gegevens nastreven. Ook de overheid wil steeds meer bronnen koppelen en stelt eisen aan de beschikbaarheid van data. Europeana bijvoorbeeld biedt alleen toegang tot content in het publieke domein (met de licentie Creative Commons zero).17 3.2.2 Intellectuele eigendom Het SIOB overlegt in afstemming met BNL en VOB over afspraken met betrekking tot de regeling van eigendomsrechten (auteursrecht, databankrecht, handelsnaamrecht, merkenrecht en overige IE- rechten) op de met overheidssubsidie gefinancierde innovaties van BNL. Deze afspraken zijn vastgelegd in een raamovereenkomst, die door alle partijen wordt gedragen en die zoveel mogelijk rechten overdraagt aan de Staat, vertegenwoordigd door het SIOB. De Staat verleent onder voorwaarden gebruiksrecht aan BNL. 3.2.3 Ontwikkelingen opslag metadata Metadatalevering en -opslag voor de bibliotheken (openbaar en andere) wordt op dit moment uitgevoerd doordiverse partijen. In navolging van OCLC, die vanaf 2012 een nieuwe richtlijn hanteert die het mogelijk maakt dat alle data in zijn opslagsysteem (de GGC) beschikbaar zijn zonder toestemming, maar wel met inachtneming van de commerciële belangen van OCLC, moet gestreefd worden naar soortgelijke voorwaarden bij andere leveranciers, die nog niet op deze wijze met metadata rechten omgaan. SIOB zal in 2013 de discussie initiëren over de gewenste manier van omgaan met metadata, met de belanghebbende partijen. BNL speelt hierin een belangrijke rol vanwege het belang van metadata in de infrastructuur. 3.2.4 Omgang met leveranciers/vendors In de bibliotheeksector zijn diverse ‘huis’leveranciers actief. Het betreft meest commerciële bedrijven die vanuit het verleden een nauwe band hebben met de sector. De contracten die uitvoerende partijen aangaan met vendors moeten duidelijke afspraken bevatten over de manier waarop de sector invloed heeft op intellectueel eigendom, beveiliging en aansprakelijkheid. 3.2.5 E-books en leenrecht De grootste juridische uitdaging ligt op het terrein van e-books en het recht van openbare bibliotheken om deze beschikbaar te stellen, via uitlening of anderszins. Deze kwestie vormt ook een belangrijk gespreksonderwerp op internationaal niveau. Het SIOB zal deelnemen aan de NAPLE 16 www.hackdeoverheid.nl http://pro.europeana.eu/web/guest/licensing
  • 31. 31 Taskforce E-Books en daardoor meewerken aan activiteiten richting Europa, in samenwerking met IFLA en Eblida. BNL zal in opdracht van de VOB inkoopcommissie vooral pragmatisch doorwerken, zoals nu al gebeurt naar aanleiding van onderhandelingen met individuele uitgevers in 2012. Dit heeft geleid tot de inkoop en beschikbaarstelling (onbeperkt) van ruim 400 e-books in 2012 en naar verwachting 2.000 eind 2013. Activiteiten Het SIOB richt de organisatie nog verder in voor het goed uitvoeren van de opdrachttaak. De sector bezint zich op afspraken met leveranciers van metadata, die vrijer gebruik daarvan zouden moeten toestaan. Het SIOB neemt vanaf 2013 de rol op zich om formele gesprekspartner te zijn voor partijen (zoals GII) over de opslag van metadata en de ontwikkeling van de infrastructuur daaromheen. BNL zal haar ondersteuning hierop richten. Afspraken rondom intellectueel eigendom worden bestendigd en opgevolgd. Het SIOB volgt internationaal de discussie over beschikbaarstelling e-books.
  • 32. 32 4. Begroting Toelichting op de begroting 2013 en 2014 Activiteitenlasten materieel (doorontwikkelen en innovatie) Activiteitenlasten materieel (beheerskosten) Activiteitenlasten materieel (totaal) 2013 Activiteitenlasten materieel (totaal) 2014 TOELICHTING Infrastructuur Doorontwikkeling In 2012 is het fundament voor de digitale infrastructuur gelegd. De activiteiten in 2013 en 2014 bestaan uit beheer en doorontwikkeling van de bestaande infrastructurele componenten, aangevul met een relatief laag aantal nieuwe ontwikkelingen. De opgeleverde componenten worden in 2013 geïmplementeerd en in 2014 doorontwikkeld tot inspirerende diensten voor de gidsfunctie van de geïntegreerde bibliotheek. Zogezegd maakt de digitale bibliotheek in deze periode een stap van 'faciliteren' van bibliotheken naar 'inspireren' van leden en niet-leden. Infrastructuur – Back End 1.681.925 3.332.925 5.014.850 5.093.225 De ‘Back end’ is de doorontwikkeling van de diensten en componenten die niet zichtbaar zijn voor klant, maar onmisbaar zijn voor het goed functioneren van deze diensten en de bibliotheken. Zoals datawarehouse, infrastructurele componenten als de DCR, IAM of het widgetplatform. Opslag van meta-data en dienstverlening rondom applicaties. 0 582.653 582.653 596.295 Beheer richt zich op de opslag van (meta)data en systemen en het bieden van dienstverlening rond applicaties. BNL verricht ook functioneel beheer, zoals aanpassingen aan de software op basis van gebruikerswensen, storingen en fouten. Voor beheer geldt de regel dat van de kosten die worden besteed aan ontwikkeling, ongeveer een derde het jaar daarop terugkomt als beheerkosten. Dat ho in dat hoe meer digitale diensten en functionaliteiten ontwikkeld worden en zijn, hoe meer de beheerkosten zullen stijgen. In 2013 zal een aanbesteding worden uitgevoerd voor 'managed hostin waarbij het huidige serverpark van ongeveer 300 servers wordt ondergebracht bij 1 leverancier. Dit naar verwachting leiden tot betere kostenbeheersing en betere service. Infrastructuur – Front End 834.105 142692,9252 976797,9807 1.287.156 Front end’ is de doorontwikkeling van de diensten die zichtbaar zijn voor de eindgebruiker (zoals websites, huisstijl, widgets) en de activiteiten die nodig zijn om die doorontwikkeling richting te gev (zoals usability en SEO). NBC+ 2.036.688 467585,7301 2504273,922 2.721.865 De NBC+ zorgt voor publieksvriendelijke en ‘slimme’ ontsluiting van de titeldata van het GGC, en de de DCR opgenomen content en externe bronnen. In 2013 wordt de NBC+ verder doorontwikkeld om o.a. semantisch zoeken en filtering van content te faciliteren. Totaal Infrastructuur doorontwikkeling 4.552.718 4.525.857 9.078.575 9.698.541 Infrastructuur Nieuwe ontwikkelingen
  • 33. 33 Innovatieagenda 121.251 0 121.251 112.976 Nieuwe ontwikkelingen zijn de activiteiten / innovaties die voorkomen uit het nog in te richten innovatiemanagementproces (innovatieagenda). WAAS 506.781 56.209 562.991 186.652 De portal Bibliotheek.nl wordt, met ingang van 2013, ontwikkeld tot een volwaardige collectieve bibliotheekwebsite, waarin onder andere het open zoekplatform, alle widgets en een bibliotheek- zoeker (doorverwijzingen naar lokale bibliotheeksites) worden aangeboden. Koppelen bronnen in de NBC+ 1.763.770 530.041 2.293.810 2.286.997 De infrastructuur is in 2012 voorbereid om op nieuwe manieren om content aan te bieden, in de vo van de NBC+ en het bijbehorende open zoekplatform. Vanaf 2013 zal vooral worden gewerkt aan h wegnemen van barrières op het juridische vlak en aan de voorbereidingen voor een gezamenlijke digitale bibliotheek, zoals deze is gedefinieerd in het traject naar een nieuwe wetgeving. In 2013 za onder regie van het SIOB een gezamenlijke content-strategie geformuleerd worden die gedragen wordt door alle partijen, die deelnemen aan de Digitale Bibliotheek Aanvraagsysteem Ebooks 890.504 137.115 1.027.619 610.707 Om het voor gebruikers mogelijk te maken e-books te downloaden en te streamen wordt een digita aanvraagsysteem gerealiseerd. Dit systeem verwerkt aanvragen die via de NBC+ beschikbaar worde gemaakt. Het aanvraagsysteem wordt gekoppeld aan zowel lokale bibliotheeksystemen als met een landelijk CRM. Een platform handelt de daadwerkelijke levering aan bibliotheekgebruikers af en dra zorg voor de gewenste vorm van beveiliging en/of ontsluiting (streamed,watermarking of Adobe DR In de loop van 2014 zal dit e-books platform de projecten Online lezen (Public Library Online van Bloomsbury) vervangen. Deze worden dan geïntegreerd in het e-books platform. Totaal infrastructuur nieuwe ontwikkelingen 3.282.306 723.365 4.005.671 3.197.332 Infrastructuur CDR Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) 500.000 0 500.000 500000 De gemeente Rotterdam heeft besloten de subsidie aan het CDR per 1-1-2013 te beëindigen. Omd het CDR feitelijk een landelijke dienstverlening biedt, zullen vanaf 2013 de bestaande digitale diens van het CDR worden opgenomen in de landelijke digitale infrastructuur. Het gaat dan concreet om doorontwikkelen van muziekweb, muziekwebluister aanbieden op bibliotheeklocaties, emuziek aanbieden voor leden thuis, muziekwidgets ontwikkelen en digitale gids en advisering op muziekge realiseren. Totaal CDR 500.000 0 500.000 500.000 Klantbenadering 1.307.310 139.022 1.446.332 1.652.685 Doorontwikkeling van bestaande diensten en nieuwe ontwikkelingen wordt beredeneerd vanuit de klant (zowel de eindgebruiker als de bibliotheken, afhankelijk van de dienst), waarvoor de verwacht van de klant (een samenhangend aanbod aan diensten) evenals haar vrijheid van keuze voor welk toegangskanaal dan ook, centraal staan.
  • 34. 34 Totaal Klantbenadering 1.307.310 139.022 1.446.332 1.652.685 Totaal activiteitenlasten 9.642.334 5.388.244 15.030.578 15.048.558 Beheerslasten materieel Beheerslasten personeel Totaal overhead Totaal overhead Toelichting Organisatiekosten BNL 1.361.715 857.109 2.218.823 2.200.843 Het gaat hier om de personeelslasten voor de directie, ondersteuning en financiën. Daarnaast word kosten gemaakt voor huisvesting, kantoorkosten, afschrijving en algemene kosten. Organisatiekosten SIOB 266.938 425.661 692.599 692.599 Totaal organisatielasten 1.628.653 1.282.770 2.911.422 2.893.442