• Save
19 mei 2011 - OZN congres - RVZ
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
695
On Slideshare
695
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide
  • 1983: spanning in verhouding: naarmate med.spec. meer verrichtingen declareerden nam hun inkomen toe, maar daarmee ook de kosten voor het ziekenhuis 1995: zowel ziekenhuis als med.spec. ‘gebudgetteerd’ en dus gelijkgeschakelde belangen 2000: door het GMSB – en met name het hierdoor ingevoerde Document Medische Staf (waarin afspraken zijn vastgelegd waarover en op welk moment med.spec. invloed/zeggenschap kunnen uitoefenen) modus vivendi gevonden voor zeggenschapsverdeling. Daarnaast in deze periode (maar niet als uitvloeisel GMSB) introductie van ‘boter bij de vis’ principe = loslaten rem op productie. Relatieve rust in de verhouding.
  • Korting ziekenhuizen: Minister verliest kort geding. Rechter spreekt van “onbehoorlijk bestuur”, want Ziekenhuizen krijgen te weinig tijd om korting te effectueren, Bovendien: B-segment is open einderegeling, daarbij past niet een door overheid opgelegd budget Minister heeft hoger beroep ingesteld. Korting medisch specialisten: Minister kiest voor generieke korting i.p.v. terughalen teveel betaalde bij met name ondersteunende specialismen Nieuw model minister: betekent dat uurtarief en normtijden worden afgeschaft; medisch specialisten moeten over volume en prijs afspraken maken met Raad van Bestuur
  • Verlies (fiscaal) ondernemerschap: Met GMSB c.q. Integratiewet was geregeld dat med.spec. ‘via’ het ziekenhuis declareerden aan patiënten en zorgverzekeraars. Aldus was verzekerd dat zij meerdere opdrachtgevers hadden, hetgeen een belangrijk vereiste is voor fiscaal ondernemerschap Status van ‘ondernemer’ biedt mogelijkheid in kader van belasting aftrekposten op te voeren, o.a. Afschrijfkosten bedrijfsmiddelen Werk- en kantoorruimte aan huis Auto op de zaak Oudedagsreserve Verlies zeggenschap: angst dat RvB bepaalt wat in de spreekkamer gebeurt, bijv. welk type protheses e.d. gebruikt moeten worden. Zou de professionele autonomie doorkruisen. Maar: de professionele standaard is (ook) voor RvB bindend Toename wachtlijsten: te verwachten gevolg van rem op productie (de vraag neemt immers toe).
  • OMS-model: stafmaatschap is in dit model rechtspersoon, doorgaans ‘vereniging’. In dit model is het de vereniging Medische Staf die het budget beheert en verdeelt onder de leden van de medische staf. Is in feite het model dat gold t.t.v. de lumpsums (de zgn. Lokale initiatieven). Stafmaatschap met harmonisatie: variant op OMS-model, waarbij is afgesproken dat alle leden van de medische staf hetzelfde verdienen (c.q. eenzelfde deel van het budget krijgen). Aandeelhoudersconstructies zijn er in verschillende vormen; essentie is verwerven van zeggenschap. Datzelfde geldt voor cobestuur door med.spec.
  • Waarom leidt ‘van ZZ naar GG’ tot deconcentratie? Om gezondheidswinst te behalen moet ‘een slag naar voren’ gemaakt worden. Vergt dat medisch specialistische zorg (ook) in de eerste lijn – en dus buiten het ziekenhuis - wordt aangeboden. Dat kan in toenemende mate door technologische ontwikkelingen (e-health) en sluit bovendien aan bij de vraag van de patiënt (vraagsturing). Wet Personenvennootschappen is reeds door Tweede Kamer aangenomen en nu in behandeling bij Eerste Kamer. Op grond van dit wetsvoorstel wordt o.a. de openbare maatschap omgezet in een openbare vennootschap. Betekent dat de openbare vennootschap daadwerkelijk rechtspersoonlijkheid kan krijgen (dus een juridische entiteit is) en bijv. Als zodanig verplichtingen kan aangaan. Daarnaast worden de leden van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel per 1 januari 2011 in werking.

Transcript

  • 1. Inleiding Mr. Marina de Lint, senior adviseur RVZ Donderdag 19 mei 2011 Congres 10 jaar Oogzorgnetwerk Samenwerking in de zorg
  • 2. Hoe is de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg hiermee bezig?
    • Advies “Ziekenhuislandschap 2020; najaar 2011
    • Gaat over spreiding en concentratie van zorg, en dùs over samenwerking
    • Noodzakelijkerwijs niet beperkt tot ziekenhuizen
  • 3. Probleemstelling
    • Organisatie (medisch specialistische) zorg moet veranderen, want:
      • de zorgvraag neemt toe, terwijl de beschikbare financiële ruimte om aan die vraag te voldoen beperkt is;
      • de zorgvraag verandert (vergrijzing; meer chronische aandoeningen; meer multimorbiditeit)
      • technologische ontwikkelingen gaan snel en stellen hoge eisen aan het bijhouden van kennis en kunde
  • 4. Veranderingsrichting(en)
    • Van “zz naar gg”, de slag naar voren -> verbinden preventie en zorg
    • Substitutie van tweede naar eerste lijn (deconcentratie):
      • technologische ontwikkelingen stellen hiertoe steeds beter in staat
      • ontwikkeling nieuwe beroepen
      • emancipatie patiënt: meer zelfmanagement (mbv ehealth)
    • concentratie: voor complexere, relatief low volume aandoeningen specialisatie – dus ‘massa’ – nodig
  • 5. Wat betekent dit voor samenwerking?
    • Noodzaak tot samenwerking steeds groter:
    • Verticaal: samenwerking in de keten; vanuit patiënt en diens vraag, uitgangspunt zorg dichtbij -> ontschotting; nieuwe organisatievormen; ketenzorg (doelgroepgericht); anderhalve lijnszorg
    • maar ook horizontaal: kennisvermeerdering explosief, specialisatie noodzakelijk (keuzes maken, niet meer alles willen doen); focused factories, zorgstraten, zbc’s
    • NB doelgroepgericht
  • 6. Wat zijn de belangrijkste belemmeringen?
    • Deconcentratie:
    • Gevestigde belangen: Risico van omzetverlies, statusverlies/reputatieschade, personele consequenties
    • Domeinenstrijd (medische) beroepsgroepen (huisarts-medisch specialist), competenties eerste lijn, organisatiegraad eerste lijn
    • Financiering (dbc’s/dots zijn instituutsgebonden) 
      • Wie mag dbc/dot openen?
    • Vastgoed: alternatieve aanwendbaarheid? boekwaardeproblematiek
  • 7. Vervolg belemmeringen
    • Concentratie:
    • Risico van omzetverlies, wat komt ervoor in de plaats?
    • Risico van statusverlies/reputatieschade (slecht ziekenhuis, want je kunt er niet voor alles terecht)
    • Het verdelingsvraagstuk: Hoe om te gaan met verschillen in aantallen en tarieven van te verdelen functies (‘gelijk oversteken’)
    • In verlengde daarvan; hoe om te gaan met personele consequenties?
  • 8. Twee ‘grote’ vragen voor het advies
    • Hoe kunnen wij de belemmeringen wegnemen?
      • Publieke kwaliteitsnormen
      • Financiering zorgaanbod (dbc/dot) tegen het licht houden
    • Wie heeft de regie c.q. wie zou deze moeten hebben?
      • mede afhankelijk van de snelheid waarmee het nieuwe landschap zijn beslag moet krijgen: ‘evolutie of revolutie’?
        • Twee varianten (of uitersten):
  • 9. Variant 1: Zorgaanbieders (inclusief zorgprofessionals)
    • Argumenten pro:
    • kennen de mogelijkheden het beste
    • draagvlak in de sector
    • Argumenten contra:
    • spanning met mededingingsrecht, vooral bij concentratie:
      • Onderlinge (specialisatie)afspraken kunnen de concurrentie beperken;
      • in beginsel niet toegestaan tenzij deze afspraken ten goede komen aan de patiënt.
      • Bewijslast bij aanbieders.
      • Moeilijk wegens gebrek aan (publieke) kwaliteitsnormen en uitkomstmaten
    • uitvoerbaarheid: hoe kom je tot verdeelafspraken?
  • 10. Variant 2: Zorgverzekeraars (namens verzekerden)
    • Argumenten pro:
    • past binnen huidige zorgstelsel (regierol toebedacht aan zorgverzekeraars; selectieve zorginkoop)
    • Argumenten contra:
    • geen publieke kwaliteitsnormen voorhanden (vgl. CZ initiatief borstkanker)
    • systeem van selectieve zorginkoop kan alleen floreren als concurrentie op de markt blijft; bij specialisatie vermindert concurrentie juist en heeft zorgverzekeraar minder onderhandelingsmacht
    • competenties: kunnen zorgverzekeraars dit wel?
  • 11. Uitdagingen
    • Hoe varianten te verbinden?
    • Geen blauwdruk; regionale oriëntatie
    • Spanning tussen samenwerking en mededinging(srecht)
    • Inhoudelijk: hoe om te gaan met multimorbiditeit?