• Like

Loading…

Flash Player 9 (or above) is needed to view presentations.
We have detected that you do not have it on your computer. To install it, go here.

Speech de toekomst van het primair onderwijs, a.w.duit oktober 2010

  • 1,031 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,031
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
8
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. De toekomst van het primair onderwijs: De brede school als uitingsvorm van onze huidige maatschappij wordt in de toekomst een integraal kindcentrum en leergemeenschap Mijn naam is Anneke Duit. Ik werk als leerkracht in groep 8 van de Gabrie Mehen School in de wijk Kattenbroek. Dit is een van de scholen van Stichting PCBO Amersfoort. Ook bij deze school kwam de uitnodiging van Thieme Meulenhoff voor de opening van de nieuwe vestiging in Amersfoort. Daarbij was de vraag van deze uitgever om een visie op de toekomst van het primair onder woorden te brengen. Een inzending zou geselecteerd worden voor de opening van vandaag. ‘Zo’n uitdaging lijkt mij net iets voor jou’, zei de directeur van mijn school. Hij had gelijk: Ik vind het leuk om mijn visie onder woorden te mogen brengen. Vanuit mijn ervaring als leerkracht, maar ook vanwege mijn studie Onderwijskunde. Ik ben dit jaar afgestudeerd als onderwijskundige aan de Universiteit van Utrecht. Ik ben juist gaan studeren vanwege mijn vraag hoe het onderwijs zich kan aanpassen aan de veranderende maatschappij. Het is daarom boeiend om nu mijn beeld op de toekomst van het primair onderwijs te mogen verwoorden en die is als volgt: De samenleving verandert steeds en dat vraagt om een verbreding van de scholen. Een basisschool kan niet meer op de traditionele manier lesgeven van ’s ochtends half negen tot ’s middags drie uur. Er is behoefte aan kindercentra! Daarin werken onderwijs en opvang van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds -het hele jaar door- aan opvoeding en ondersteuning van die opvoeding. Er wordt samengewerkt met bv gezondheidszorg en recreatie. Dit alles gebeurt om een brede ontwikkeling, een succesvolle schoolloopbaan en levenslang leren te stimuleren. De school wordt zo een leer- gemeenschap, voor iedereen die betrokken is bij dat kindcentrum. Het vormt dé uitdaging voor elke organisatie in en rond het onderwijs, zoals een uitgeverij. Graag licht ik dit hier toe. 1 De brede school als integraal kindcentrum en leergemeenschap in de toekomst (A.W. Duit, 2010)
  • 2. De verbreding van scholen is ontstaan aan het eind van de vorige eeuw Voor een visie op de toekomst van het primair onderwijs is de ontwikkeling van de brede school van belang. Dit kan je bekijken vanuit internationaal, nationaal en locaal oogpunt. Maar als eerste begin ik met het historisch perspectief: het onderwijs van de vorige eeuw past niet meer bij deze tijd, doordat de samenleving verandert. De maatschappij is nu meer gericht op het individu, dat zie je bijvoorbeeld in steden waar buitenwijken lijken op slaapwijken van werkenden. De natuurlijke omgeving voor kinderen om te spelen neemt af. Ouders vinden het onveiliger op straat en daarom gebeurt het spelen vaak onder toezicht. Bij dat spelen oefenen kinderen het gedrag dat nodig is om te leren op een informele manier. Door minder natuurlijke oefenmomenten wordt dat leergedrag nu ook op school geoefend. Het leergedrag wordt beter door aan te sluiten bij de omgeving van het kind. De school beperkt zich dus niet meer tot het schoolse, formele leren, mede omdat de fabrieksmatige onderwijsbenadering uit de vorige eeuw leidt tot verveling bij kinderen. Door de bredere functie verandert de school in een leercentrum van de gemeenschap Internationaal gezien zijn er vele benaderingen van onderwijs en opvang, daarbij zijn twee uitersten: een sociaal pedagogische en een onderwijsvoorbereidende traditie. Die sociaal pedagogische richt zich op de hele ontwikkeling van het kind. Het stimuleert een brede ontwikkeling en levenslang leren. Dit zie je bijvoorbeeld in Scandinavië, Duitsland en Frankrijk. De onderwijs- voorbereidende traditie wil een betere voorbereiding op de schoolloopbaan. In achterstandsituaties wordt zo gestreefd naar gelijke kansen in landen als de Verenigde Staten, Engeland en Nederland. Het doel is een goed opgeleide bevolking . Neem de V.S., daar wordt bestrijding van achterstand aangepakt via zogenaamde ‘gemeenschapsscholen’ met samenwerking tussen onderwijs, gezondheidszorg en recreatie. De school als centrum van de gemeenschap .Er zijn voorschoolse programma’s, naschoolse activiteiten en het leren binnen en buiten de school vormt een geheel. Belangrijk is de betrokkenheid van ouders en de samenwerking met hen te stimuleren. Ook is er aandacht voor veiligheid en binding om een succesvolle schoolcarrière te bevorderen. Uit onderzoek blijkt dat deze scholen een positief effect hebben op de kinderen, gezinnen, scholen en gemeenschap. In Nederland is het onderwijsbeleid voor dat soort brede scholen dan ook gericht op het stimuleren van die gemeenschap, samenwerking en levenslang leren. Door die bredere functie zijn deze scholen ook buiten de traditionele schooltijden open en veranderen in een leercentrum van de gemeenschap. 2 De brede school als integraal kindcentrum en leergemeenschap in de toekomst (A.W. Duit, 2010)
  • 3. In Nederland is de brede school nog geen eenduidig concept. Nationaal gezien is de brede schoolontwikkeling gestart om onderwijsachterstand te bestrijden. Kansarme kinderen krijgen kansen om zich te ontwikkelen met de school als leer- centrum in de wijk. Kinderen doen naschoolse activiteiten gericht op sport en cultuur. Breder onderwijs ontstaat door een verlengde schooldag. Het zorgt voor betere vrije tijdsbesteding, sociale samenhang en verbinding tussen het leren binnen- en buiten de school. Dit alles ter voorbereiding op het functioneren in de maatschappij. Voor risicokinderen is er aandacht via integraal jeugdbeleid, jeugdzorg en onderwijs werken dus samen. Aan de opvangbehoefte van ouders wordt tegemoet gekomen met voor-, tussen- en naschoolse opvang, hierdoor verbetert de arbeidsparticipatie. Dit is allemaal gericht op betere kansen, een kansenprofiel. Een profiel wordt gekozen bij de start van een brede school en heeft als focus kansen, zorg, de wijk, verrijking of opvang. De profielkeuze gebeurt op grond van de wijkpopulatie en bepaalt de hoogte van de gemeentelijke subsidie. Na die keuze volgt het ontwikkelen van een pedagogische visie, doorgaande lijn en structurele samenwerking. Dan wordt dat profiel losgelaten voor een eigen, uniek profiel met activiteiten uit alle profielen. In ons land is geen eenduidig brede schoolconcept; wel diverse doelen, samenwerkingsvormen en activiteiten. In de praktijk zijn er direct activiteiten uit meer profielen. Beter is om te starten met een eigen, uniek profiel op basis van een gezamenlijke missie dat aansluit bij de context. Een voorbeeld uit de huidige praktijk: de brede schoolontwilkkeling in Amersfoort Onze veranderende samenleving vraagt om een verbreding van het onderwijs dat past bij de context van de school, geen standaard onderwijs meer. Afhankelijk van de wijkpopulatie is er een meer onderwijs voorbereidende of juist sociaal pedagogische aanpak nodig. Dit verlangt maatwerk van de organisaties in en rondom het onderwijs In Amersfoort bijvoorbeeld wil de gemeente in alle wijken een brede school volgens het ABC concept. Dit betekent een Amersfoortse Brede Combinatie, samenwerking tussen alle onderwijs -, welzijn en zorgvoorzieningen in een wijk. De gemeente wil een profiel gericht op kansen, de wijk of verrijking. Maar sluiten die profielen genoeg aan bij een wijk? Is samenwerking tussen al die voorzieningen realistisch? Kan een wijk als Kattenbroek, met een verrijkingsprofiel én overlast van jongeren, niet een combinatieprofiel krijgen met bijbehorende subsidie? Verrijkende activiteiten met een wijk- verbindend element is complexer, vraagt om aanvullende financiën. En is samenwerking tussen scholen, die ook concurrenten zijn, altijd haalbaar? Hetzelfde geldt voor de opvang. In alle wijken in Amersfoort is brede schoolontwikkeling en de samenwerking in meer 3 De brede school als integraal kindcentrum en leergemeenschap in de toekomst (A.W. Duit, 2010)
  • 4. of mindere mate succesvol. Het gezamenlijk belang is soms strijdig aan het individuele belang van de partners. Dit is elders in ons land ook zo en beïnvloedt het succes van de brede school. Afhankelijk van de locale situatie dient een brede school een of meer scholen en een of meer opvangorganisaties te omvatten. Soms is meer brede scholen in een wijk beter. Het is namelijk effectiever om samen te werken met partners die de meerwaarde zien en daarom het gezamenlijke belang van de brede school echt dienen. De toekomst: de brede school als integraal kindercentrum en leergemeenschap Uit dit alles blijkt dat de brede school in plaatsen als Amersfoort volop in ontwikkeling is, maar hoe ziet het primair onderwijs in Nederland er over tien jaar dan uit? Bij de ene brede school verloopt de ontwikkeling succesvoller dan bij de andere, het is goed om van elkaar te leren; een uitgever kan hierbij van betekenis zijn door in te spelen op behaalde successen. Zo blijkt uit het onderzoek, dat ik heb gedaan in Almere en Apeldoorn, dat voor het succes van een brede school een gezamenlijk gedragen missie cruciaal is. Er moet worden gekeken naar haalbare samenwerking. Dat kan betekenen dat er meer brede scholen in een wijk komen. Zo wordt aangesloten bij de context van de school en bij de behoeften van de wijkpopulatie. In de toekomst wordt de school zo tot een kindcentrum in de wijk, dat bijna het hele jaar open is van ’s ochtends tot ’s avonds. Wat betekent dat voor mij als leerkracht? In zo’n brede school ontvangen kinderen nog steeds onderwijs, maar er is sprake van maatwerk en geen standaardonderwijs. Ook is er opvang met verrijkende vrije tijdsbesteding op gebied van sport en cultuur. Indien nodig is er bestrijding van onderwijsachterstand, ondersteuning qua zorg en wijkgerichte activiteiten. Het onderwijs werkt samen met andere partners, waarbij het kind centraal staat. Zo wordt tegemoet gekomen aan de vraag naar onderwijs en de behoeften qua opvang, zorg, kansen, de wijk en verrijking. Er zijn activiteiten uit alle profielen, afhankelijk van de missie en op grond van de behoeften van de wijkpopulatie. Een uitgever kan aansluiten en ondersteunen bij die bijbehorende aanpak. Tot slot: In zo’n integraal kindcentrum zijn een of meer scholen, die samenwerken met opvang en andere wijkvoorzieningen, afhankelijk van de locale situatie. Het wordt centraal aangestuurd vanuit onderwijs en opvang. Zo wordt aan opvoeding en bijbehorende ondersteuning gewerkt. Om dit alles te realiseren is het nodig te leren van en met elkaar over de opgedane ervaringen met brede scholen. In ieder geval moet er vanuit een gezamenlijke gedragen missie worden gewerkt om te komen tot de gewenste effecten. Zo kan zowel brede ontwikkeling, levenslang leren als schoolloopbaansucces worden bevorderd. Dit alles vormt 4 De brede school als integraal kindcentrum en leergemeenschap in de toekomst (A.W. Duit, 2010)
  • 5. een uitdaging voor elke organisatie in en rondom het onderwijs. Graag lever ik ook als onderwijskundige hieraan mijn bijdrage. (Zie daarvoor www.eduan.nl) Immers door samen te leren van en met elkaar kan de brede school zich ontwikkelen tot een integraal kindcentrum en een leergemeenschap voor alle betrokkenen! Literatuur Duit, A.W. (2009). De effectiviteit van een brede schoolprofiel. Utrecht: Universiteit Utrecht (Masterthesis). Emmelot, Y. , & Veen, I. van der (2003). Brede basisscholen uitgelicht. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut (SCO-rapport 680). Emmelot, Y. , Veen, I. van der, & Ledoux, G. (2006). De brede school: kenmerken, verwachtingen en mogelijkheden. Pedagogiek, 26 (1), 64-81. Gemeente Amersfoort (2007). Informatiepakket ABC-scholen. Amersfoort: Gemeente Amersfoort. Grinten, M. van der, Walraven, M. , Broekhof, K. , Hoogeveen, K. , & Studulski, F. (2007). Handboek brede school 0-12 jaar. Utrecht: Oberon/Sardes, USP bv. Kendall, M. (2005). Lifelong Learning Really Matters for Elementary Education in the 21st Century. Education and Information Technologies, 10 (3), 289-296. Kruiter, J. (2002). Groningen Community Schools. Influence on a child behaviour problems and education at home. Groningen: GION. Kruiter, J. , Oomen, C. , Grinten, M. van der, Dubbelman, E. , & Zuidam, M. (2007). Brede scholen in Nederland -Jaarbericht 2007. Utrecht: Oberon, USP bv. Lewis, J. (2006). The school’s role in encouraring behaviour for learning outside the classroom that supports learning within. A response to the ‘Every Child Matters’ and Extended Schools inititatives. Support for Learning, 21 (4), 175- 181. Magolda, P. , & Ebben, K. (2007). From schools to community learning centers: A program evaluation of a school reform process. Evaluation and Program Planning, 30, 351-363. Onderwijsraad (2008). Een rijk programma voor ieder kind. Den Haag: OBT bv. Reigeluth, C. M. (1999). What is Instructional-Design Theory and How is it Changing? In C. M. Reigeluth (Ed.), Instructional-Design Theories and Models, Volume II. (pp. 5-29). Mahwah, NJ: LEA. Suárez-Orozco, M. M. (2005). Rethinking Education In the Global Era. Phi Delta Kappan, 87 (3), 209-212. 5 De brede school als integraal kindcentrum en leergemeenschap in de toekomst (A.W. Duit, 2010)