powerpoint wiki
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
No Downloads

Views

Total Views
1,995
On Slideshare
1,991
From Embeds
4
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
1

Embeds 4

http://www.slideshare.net 4

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Allochtonen en kansarme kinderen.
  • 2.
    • onderzoek naar de vroege sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling van allochtone en/of kansarme kinderen.
    • In de periode van januari 2001 tot december 2002, meer dan 700 ouders in het laatste trimester van hun zwangerschap gevraagd of ze bereid waren hun kind gedurende 3 jaar te laten deelnemen aan een onderzoek naar de vroege kinderontwikkeling. De deelnemers werden in 4 categorieën geplaatst (kansarm of kansrijk, autochtoon of allochtoon)
  • 3.
    • In het eerste levensjaar kregen de ouders een vragenlijst van KID. Ze meet 6 domeinen van ontwikkeling: algemene ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, ontwikkeling van de zelfredzaamheid en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
    • Daarna wordt het kind 2 jaar geobserveerd volgens de BSID schaal. Het kind kan hierbij op 3 ontwikkelingsdomeinen scoren: mentale ontwikkeling, motorische ontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • 4.
    • de ontwikkeling tijdens het eerste levensjaar: analyse van de resultaten op de 3 meetmomenten apart.
    • ontwikkeling tijdens het eerste levensjaar: analyse van de resultaten over de 3 meetmomenten samen.
    • ontwikkeling in het 2de en 3de levensjaar: analyse van de resultaten op de 3 meetmomenten apart.
    • ontwikkeling in het 2de en 3de levensjaar: analyse van de resultaten op de 3 meetmomenten samen.
  • 5.
    • *de kansrijke kinderen behalen vanaf de eerste levensmaanden een betere ontwikkelingsscore dan de kansarme kinderen, zeker voor algemene ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, sociaal- emotionele ontwikkeling en taalontwikkeling. *dat negatieve effect van SES wordt in het eerste levensjaar geleidelijk aangevuld met een effect van etnische status: autochtone kinderen behalen een hogere score dan allochtone kinderen. Uiteindelijk leidt dat ertoe dat voor de algemene ontwikkeling, de cognitieve en de taalontwikkeling de kansrijke autochtone kinderen het beter doen dan de kansrijke allochtone kinderen, die het dan weer beter doen dan de kansarme autochtone kinderen die zelf hoger scoren dan de kansarme allochtone kinderen. *de sociaal-emotionele ontwikkeling vormt een uitzondering. De SES heeft er wel een significant effect op, maar de allochtonen doen het beter dan de autochtonen in de kansarme groep en de allochtonen houden gelijke tred in de kansrijke groep. *op het vlak van de motorische ontwikkeling zien we aanvankelijk geen verschil. Nadien doen de kansarme allochtonen het slechter. Uiteindelijk, op de leeftijd van 1 jaar, scoren de allochtone kinderen slechter dan de autochtone kinderen. *voor zelfredzaamheid zijn vooral de kansarme allochtone kinderen benadeeld.
  • 6.
    • -algemene ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en taalontwikkeling: voor deze 3 ontwikkelingsdomeinen heeft het een negatief effect wanneer een kind tot een kansarme groep behoort. De ontwikkelingssprong die in alle groepen in de loop van het eerste levensjaar gemaakt wordt, is duidelijk kleiner bj de kansarme kinderen dan bij kinderen met een normale SES. hetzelfde geldt voor wie tot een etnische minderheid behoort. -sociaal-emotionele ontwikkeling: een kind dat tot een kansarme groep behoort heeft een negatief effect op de sociale-emotionele ontwikkelingsscore. de ontwikkelingssprong die in alle groepen in de loop van het eerste levensjaar gemaakt wordt is duidelijk kleiner bij de kansarme kinderen dan bij de kinderen uit een normale SES. -motorische ontwikkeling: de motoriek is het enige ontwikkelingsdomein zonder hoofdeffect van de SES. de etnische kinderen doen het wel minder goed dan de autochtone kinderen. de ontwikkelingssprong die ze maken in het eerste levensjaar op het vlak van motoriek si significant kleiner dan deze van autochtone kinderen. -zelfredzaamheid: de ontwikkeling van zelfredzaamheid verloopt in et eerste levensjaar trager voor de allochtone kinderen dan voor de autochtone kinderen en voor de kansarme kinderen in vergelijking met de kansrijke kinderen. het tijdseffect betekent dat de etnische kinderen en de kansarme kinderen in de loop van het eerste levensjaar minder vooruitgang boeken op vlak van zelfredzaamheid dan de autochtone en de kansrijke kinderen.
  • 7.
    • na enkele maanden krijgen we al een duidelijk verschil te zien tussen autochtone kinderen en allochtone kinderen. jammergenoeg hebbn allochtone kinderen en kansarme kinderen een duidelijke achterstand op verschillende vlakken.
  • 8.
    • de verschillende vlakken hebben een verschillende invloed maar om alles sament e nemen merken we toch negatievere ontwikkeling bij allochtone kinderen en kansarme kinderen.
  • 9.
    • preventie heeft effect bij kansarme kinderen. het is wel geen magisch redmiddel dat risicoprofielen voorkomt en kinderen eens en altijd uit de problemen houdt.
    • op gebied van ontwikkeling hebben kansarme kinderen en allochtone kinderen op een aantal vlakken enige achterstand. dit kan men wel voorkomen, opvolgen, en wegwerken.