• Like
  • Save
Eocoach_thesis
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Eocoach_thesis

on

  • 999 views

 

Statistics

Views

Total Views
999
Views on SlideShare
999
Embed Views
0

Actions

Likes
1
Downloads
0
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Eocoach_thesis Eocoach_thesis Document Transcript

    • NEDERLANDS ABSTRACT Trefwoorden: Ecologie, coachingsprogramma, jongvolwassenen, voedingsgewoontes Abstract: In dit onderzoek wordt onderzocht hoe we jongvolwassen met een digitaal coachingspro- gramma kunnen stimuleren om bewust ecologische voedingsgewoontes aan te nemen. Mensen maken vaak hun keuzes onbewust en veelal vanuit een te abstracte relatie met voedsel. De Westerse voedselcultuur heeft een grote impact op het klimaat en de wereld. Gemaakte voedselkeuzes beïnvloeden het marktaanbod, wat op zich een direct gevolg heeft op het klimaat. Dit programma reikt uit naar jongeren die graag een verandering in hun voedselkeuzes willen teweegbrengen. Het doel is om deze jongvolwassenen het maken van bewuste keuzes aan te leren, met als gevolg minder impact op het milieu. Via deskresearch, creatieve voedseldagboeken, enquêtes en interviews zijn verschillende meningen en visies over voedselkeuzes in kaart gebracht. Vanuit deze inzichten is een papier prototype ontwor- pen, gecombineerd met aspecten van cultural probes om verder te ontwikkelen naar een uiteindelijk prototype. Het finale prototype is een gepersonaliseerde, digitale en mediale coach die deels geïnspireerd is op de methodes die een diëtiste aanreikt in combinatie met algemene bevindingen van de noden en eisen van de levensstijl van jongvolwassenen. Dit alles resulteert in een coachingsprogramma dat helpt om verandering te initiëren.
    • ENGLISH ABSTRACTKeywords:Ecology, coaching program, young adults, eating habitsAbstract:This research investigates how we can stimulate young adults with a digital coaching pro-gram to adopt environmental conscious eating habits. People often make their choices un-consciously and from an abstract relationship with food. The Western food culture has a ma-jor impact on the climate and the world. Made food choices affect the market supply, whichin itself has a direct effect on climate. This program reaches out to young adults who wantto bring about a change in their food choices. The goal is to learn to these young adults con-scious choices, resulting in less impact on the environment. Through desk research, creativefood diaries, surveys and interviews, different opinions and visions about food choices weremapped. From these insights, a paper prototype was created, combined with aspects of cul-tural probes to continue to develop a final prototype. The final prototype is a personalized,digital and media coach who is loosely inspired by a dietician methods in combination withgeneral findings of the needs and demands of the lifestyle of young adults. This all concludesin a coaching program that helps to initiate change.
    • VOORWOORD Deze thesis behandelt het helpen bij een voedingspatroonverandering naar een meer ecolo- gisch bewuste levensstijl. Zelf heb ik mij de afgelopen jaren doorheen allerlei informatie gewerkt om tot een meer eco- logisch voedingspatroon te komen. Zo kwam ik tot de vaststelling dat dit proces geen gemak- kelijk proces is en groeide het idee om een andere eetgewoonte te stimuleren via een multi- mediale aanpak. Deze uitdaging was zowel op technisch vlak als qua onderzoek geen gemakkelijke opdracht. Het was moeilijk om de problematiek neutraal te beschrijven en bovendien heb ik zelf ook niet alle inzichten van hoe een jongvolwassene zijn voedselkeuzes maakt. Technisch waren er grote problemen die overbrugd werden, aangezien ik een andere achtergrond heb dan de meeste van mijn klasgenoten. Hierdoor heb ik veel moeten bijleren. Ik wens Kris Cardinaels te bedanken om mij op pad te zetten, maar een speciale dank gaat uit naar mijn technische hulp van buitenaf: Nico Mommaerts. Hij stond altijd klaar om mijn vragen te beantwoorden en mij wegwijs te maken in de grote wondere wereld bij het bouwen van apps. Verder bedank ik ook mijn promotoren: R. Van Klaveren en L. Huybrechts voor hun inzichten, nieuwe gedachten, kritiek en feedback die mij steeds voorthielpen om alles eens te bekijken vanuit een ander perspectief. Ook gaat er speciale dank uit naar mijn familie en vrienden om mijn thesis ettelijke keren na te kijken, en meer bepaald naar Hilde Engels, die bereid was om met een frisse kijk mijn thesis door te nemen. Uiteindelijk wil ik ook mijn ouders bedanken die mij steunden doorheen deze twee jaar en om mijn dagelijks traject Leuven-Genk te sponsoren.
    • KORTE INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ..........................................................................................................................................................1 DEEL 1 DESKRESEARCH ..............................................................................................................................................11 2. ALGEMEEN KADER ............................................................................................................................................ 12 3. THEORETISCH KADER........................................................................................................................................18 4. STATE OF THE ART ........................................................................................................................................25 SAMENVATTING DEEL 1 .........................................................................................................................................34 DEEL 2 REALISATIE .................................................................................................................................................37 5. CONCEPTUALISERING ....................................................................................................................................38 6. CONCRETISERING ............................................................................................................................................51 SAMENVATTING DEEL 2 ........................................................................................................................................71 7. BESLUIT ............................................................................................................................................................72
    • INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................................1 1.1 Vertrekpunt ....................................................................................................................................1 1.2 Probleemstelling ........................................................................................................................1 1.3 Doelgroep ....................................................................................................................................... 2 1.4 Onderzoeksvraag .....................................................................................................................3 1.4.1 Doelstelling ......................................................................................................................3 1.4.2 Subvragen .........................................................................................................................3 1.5 Onderzoeksdomein ................................................................................................................4 1.6 Onderzoeksmethoden ......................................................................................................... 4 1.6.1 Literatuurstudie ............................................................................................................4 1.6.2 Experimenteel onderzoek ....................................................................................5 1.6.3 Voedseldagboek ...........................................................................................................5 1.6.4 Enquêtes ............................................................................................................................5 1.6.5 Interviews ..........................................................................................................................6 1.6.6 Paper Prototyping + Cultural probes ..........................................................6 1.6.7 Bruikbaarheidstesting...............................................................................................7 1.7 Overzicht thesis .........................................................................................................................8 DEEL 1 DESKRESEARCH .............................................................................................................................................11 2.ALGEMEEN KADER ............................................................................................................................................................12 2.1 Kort overzicht van voedselevolutie .......................................................................12 2.2 Gevolgen voor mens en milieu ..................................................................................13 2.3. Ecologische visie ......................................................................................................................14 2.3.1 Visie van het onderzoek .......................................................................................15 2.4. Ecologische bewust eten ................................................................................................... 16 2.4.1 Vertaald naar het onderzoek ..............................................................................17 3. THEORETISCH KADER ....................................................................................................................................................18 3.1 Duurzame verandering .....................................................................................................18 3.2 Ludiek aspect .............................................................................................................................20 3.3. Aanleren van informatie ..................................................................................................21
    • 4. STATE OF THE ART .......................................................................................................................................................25 4.1 Mediaal coachingsprogramma ................................................................................. 25 4.2 Analyse bestaande voedingscoaches ................................................................... 26 4.3 Bestaande organisaties ....................................................................................................30 4.4 Wereld groener maken .....................................................................................................32SAMENVATTING DEEL 1 ........................................................................................................................................34DEEL 2 REALISATIE ................................................................................................................................................375. CONCEPTUALISERING ................................................................................................................................................... 38 5.1 Experimenteel onderzoek ..............................................................................................38 5.2 Voedseldagboek.......................................................................................................................39 5.3 Enquêtes voedingsafwegingen bij jongvolwassenen ...........................41 5.4 Enquêtes voedingspatroon ............................................................................................ 42 5.5 Interviews aanpak diëtiste ............................................................................................. 44 5.5.1 Analyse ...............................................................................................................................45 5.6. Paper prototyping + cultural probes .................................................................... 47 5.6.1 Bevindingen ..................................................................................................................... 496. CONCRETISERING ..........................................................................................................................................................51 6.1 Concept .............................................................................................................................................51 6.1.1 Opbouw .............................................................................................................................. 53 6.1.2 Werking .............................................................................................................................. 54 6.1.3 Ludiek Aspect ................................................................................................................. 60 6.2 Uitwerking ....................................................................................................................................62 6.2.1 Inhoud .................................................................................................................................62 6.2.2 Database ...........................................................................................................................63 6.2.3 Technisch aspect ........................................................................................................64 6.3. Bruikbaarheidstesting .......................................................................................................65 6.3.1 Opzet ...................................................................................................................................65 6.3.2 Bevindingen ..................................................................................................................... 66SAMENVATTING DEEL 2 ....................................................................................................................................71
    • 7. BESLUIT ...........................................................................................................................................................................72 7.1 Aanbevelingen .........................................................................................................................74 7.2 Algemene conclusie ............................................................................................................75 BIBLIOGRAFIE ...................................................................................................................................................................77BIJLAGEN ..............................................................................................................................................................................81
    • 1. INLEIDING Onze huidige voedselcultuur in de Westerse wereld is gekenmerkt door grote aanwezigheden van allerlei voedselsoorten van over de hele wereld. Men loopt een winkel binnen en koopt wat men wil, wanneer men wil, zonder stil te staan bij de gevolgen, aangezien deze niet meteen zichtbaar zijn. Onze voedingskeuzes en band met voedsel zijn abstract geworden omdat de Westerse cultuur ver af staat van voedselcreatieproces. De gevolgen van deze abstracte relatie heeft een grote impact op het milieu. Het gehele voedselproces is goed voor 1/3de (White, 2010) van de opwarming van de aarde. Deze opwarming van de aarde maakt het daarbij moeilijker om voedsel te kweken (Parrya et al., 2004). In combinatie met een steeds groeiende bevolking en uitputbare grondstoffen verhoogt dit de kans op een catastrofe (McGourty, 2009).1.1 VERTREKPUNT Voorgaand genoemde maatschappelijke evolutie op het vlak van voedselconsumptie is te wijten aan technische ontwikkelingen over de jaren heen. Door steeds performantere technische middelen hoeft slechts een klein percentage van de bevolking het voedsel te creëren voor de hele bevolkings- groep. Een beperkt deel van de Westerse bevolking is dus nog zelfvoorzienend: er wordt op anderen gerekend om hun voedsel te creëren. Hierdoor doorbreekt het huidige voedselsysteem de band die mensen vroeger hadden met voedsel. Ook waren mensen vroeger meer bewust wat en wanneer ze konden consumeren. Toen waren keuzes beperkter en dus at men mee met de seizoenen. Nu eten we wat we willen, wanneer we het willen, als we het kunnen betalen natuurlijk (Beardsworth et al., 1997). Het huidige voedselsysteem heeft nog verdere problemen voor diegenen die erop leven. Het loopt namelijk op olie: in bijna elke stap van kweken, kassen, koeling, bemesten, distributie, verkopen, ... zit olie in verwerkt (Somers, 2011). Bovendien wordt er verwacht dat de wereldbevolking zal toenemen (“World population wil increase by 2,5 billion by 2050”, 2007). De combinatie van deze uitputbare bron en toename van de bevolking, zou in de toekomst kunnen zorgen voor een waar probleem. Olie zorgt ook voor catastrofale problemen voor het milieu. Doordat olie in elke stap zit, ontstaat er grote uitstoot van CO2. Bovendien heeft het consumeren van dieren en dierlijke producten een negatieve invloed op het milieu. Een groot deel van de problemen ligt natuurlijk bij de speculanten, producenten, distributeurs, fabrieken enz. Zij zijn diegenen die ons het eten aanbieden. Maar een deel van het probleem ligt ook bij de consument.1.2 PROBLEEMSTELLING Met behulp van voorgaande informatie is het duidelijk dat er een verandering moet doorgevoerd worden in de voedingsgewoontes van de Westerse bevolking. Dit is echter niet makkelijk. Voedings- 1/81
    • gewoontes worden vroeg gevormd in het leven, vaak zijn ze blijvend en vrij moeilijk te veranderen (Fieldhouse, 1995). Ze kunnen wel beïnvloed worden doorheen de tijd. De doelgroep van dit onder- zoek, de jongvolwassenen, heeft absoluut niet de gewoonte om bezig te zijn met duurzaamheid van voedsel (Tacken, et al., 2010), aangezien er vaak belangrijkere thema’s zijn die dichter bij hun leven staan. Ze zijn vaak vooral bezig met prijs, gezondheid en tijd, zo blijkt uit zelf uitgevoerd onderzoek naar het voedingskeuzeproces van jongvolwassenen. Voedingsgewoontes veranderen is een moeilijk proces waar vele mensen mee worstelen (Van- deneede, 2012). Zelfs voor mensen die naar diëtisten stappen, waar professionele hulp aanwezig is, is het veranderingsproces moeizaam. Bij het aanleren en veranderen van bestaande voedings- gewoontes naar nieuwe varianten moeten vele stappen en drempels overkomen worden. Mensen die graag hun voedingsgewoontes willen veranderen moeten een proces doorgaan, waarbij zij zelf verschillende fases doorlopen. Het gaat hier dan vooral om informatie zoeken en nieuwe ideeën uittesten. Wie zijn voedingspatroon wil veranderen naar een meer ecologische variant moet dit proces ook doorlopen. Voor wie graag zijn voedingspatroon wil veranderen naar een gezondere variant zijn er veel mogelijkheden: diëtisten, Weight Watchers, dieetboeken, coachingprogramma’s, applicaties, ... Maar wie zijn voedingpatroon wil veranderen naar een meer ecologische variant is op zichzelf aangewezen om informatie te vergaren. Vaak is informatie verspreid en is ze niet eenduidig. Met dit onderzoek beoog ik een hulpmiddel te ontwikkelen om jongvolwassenen te helpen bij de implementatie van een ecologische voedingsverandering door middel van een mediale invalshoek.1.3 DOELGROEP Aangezien voedsel iets abstract geworden is, is onze maatschappij scheefgetrokken. Oudere gene- raties weten vaak nog waar voedsel vandaan komt, in tegenstelling tot de jongere generaties. Hier- door beseffen de jongeren niet meer wat de impact is van het voedsel op het milieu. Deel van de abstracte relatie met voedsel is gecreërd doordat de consument niet meteen ziet wat de gevolgen zijn van minder ecologische keuzes. Het is nochtans belangrijk dat jongvolwassenen weer dichter bij het voedselsysteem komen te staan, want zij zijn de generatie die morgen voor de wereld zorg moeten dragen. De huidige generatie heeft een totale vrijheid verkregen in verband met voedsel. Zij kunnen alles verkrijgen, wanneer ze willen, in welke hoeveelheid dan ook, zonder dat hierbij stil wordt gestaan over de gevolgen. Daarom heb ik gekozen om te werken rond Vlaamse jongvolwassenen. Vele jongvolwassenen gaan apart wonen, op kot of met hun vriend(in). Dan komt het moment dat ze zelf keuzes moeten maken qua voeding. Dit moment bepaalt vaak de verdere loop van voedselkeuzes. Het onderzoek beoogt om op dat moment te helpen zodat jongvolwassenen meer ecologisch en duurzame voedselkeuzes maken. Door middel van een experiment achterhaalde ik dat niet alle jongvolwassenen even veel interesse tonen voor deze problematiek. Er zijn echter wel jongvolwassenen die interesse tonen en hun voe- dingsgewoontes willen veranderen. Daarom ligt de focus van deze masterproef op jongvolwassenen die interesse hebben in de problematiek en openstaan voor voedingsverandering. 2/81
    • 1.4 ONDERZOEKSVRAAG Verandering is dus nodig. Dit zowel voor de hele industrie, alsook voor een gedragsverandering in de houding van de consument. Het is niet genoeg om de industrie te veranderen, want als de con- sument zich niet aanpast, heeft het geen nut. Daarom wordt in mijn onderzoek gezocht naar een manier om ecologisch bewuste voedingsveranderingen op een duurzame manier te implementeren. Daarom luidt de onderzoeksvraag dan ook: “Hoe kunnen we jongvolwassenen met een digitaal coachingsprogramma stimuleren om bewustere ecologische voedingsgewoontes aan te leren?”1.4.1 DOELSTELLING Ik beoog een coachingsprogramma te creëren dat jongvolwassenen helpt, bewust maakt en stimu- leert op een niet te strenge manier om hun voedingspatroon duurzamer te maken. Via dit onder- zoek wordt er gezocht naar een manier om jongvolwassenen, die graag een verandering in hun voe- dingskeuzes willen teweegbrengen, te helpen in een proces waarbij ze duurzame voedingskeuzes aangeleerd krijgen in combinatie met bewustmaking. Het coachingsprogramma beoogt een handvat te zijn voor zij die willen veranderen. Het is de bedoeling dat de gebruiker op eigen tempo vooruit- gang kan maken, aangezien een methode die met te vinger wijst al snel te controllerend overkomt en dus demotiverend werkt.1.4.2 SUBVRAGEN • Hoe werkt motivatie naar een duurzame verandering toe? • Hoe kunnen we hierbij een ludiek aspect betrekken? • Hoe kan informatie aangeleerd worden via media? • Welke manieren zijn geschikt om een voedingspatroonverandering door te voeren? • Welke elementen beïnvloeden jongvolwassenen in hun keuzeproces van voeding? • Welke vorm van coaching van voeding kunnen we aanreiken? Deze subvragen peilen naar verschillende aspect, aangezien er bij dit onderwerp verschillende ele- menten meegespeeld hebben. Op deze manier neem ik zo veel mogelijk beïnvloedende elementen in het onderzoek op. Veel van deze vragen worden reeds beantwoord in de deskresearch, maar ook in zelf uitgevoerd onderzoek. 3/81
    • 1.5 ONDERZOEKSDOMEIN Het domein van dit onderzoek situeert zich in verschillende domeinen. Het algemene domein kan omschreven worden als het domein van veranderingen, meer bepaald een voedingspatroonveran- dering. Daarom werd er gekeken naar Persuasieve Design. Dit is het motiveren en helpen bij ver- andering. Hiermee ging ik na welke manieren er zijn om mensen er toe aan te zetten om bepaalde acties te laten ondernemen. Hiervoor wordt verwezen naar de theorie van het Fogg Behavioural model, kortweg FBM (Fogg, 2009). Dit model handelt rond hoe men mensen overtuigt en actie laat ondernemen door design. In dit model definieert Fogg drie factoren voor computertechnologie die gedrag kunnen wijzigen. Deze theorie sluit mooi aan bij de onderzoeksvraag en subvragen in ver- band met het invoeren van een verandering in combinatie met motivatie. Anderzijds wil ik via dit onderzoek ook mensen iets aanleren. Meer specifiek gaat het hier rond het aanleren via media. Daarom is het tweede domein van het onderzoek het domein van multimedia learning (Mayer et al., 2000). R. Mayer heeft “Multimedia Learning” (Mayer et al., 2000) geschreven, waarin principes uitglegd staan om media te gebruiken in het leerproces op school. Deze theorie wordt in dit onderzoek vertaald naar mijn prototype, aangezien er enkele elementen aangeleerd worden zodat er gedragsverandering kan plaatsvinden. R. Mayer geeft zeer nuttige principes die vertaald werden naar het prototype. Meer bepaald handelt het zich hier om het aanleren van infor- matie, wat zeker wil bereikt worden met het prototype. Bepaalde elementen werden opgenomen in het uiteindelijke prototype.1.6 ONDERZOEKSMETHODEN Om dit onderzoek uit te voeren, maakte ik gebruik van verschillende methodes. Hieronder een over- zicht.1.6.1 LITERATUURSTUDIE Omdat het onderzoek over een korte tijdsperiode liep, was het nuttig om gebruik te maken van een zeer uitgebreide literatuurstudie aangezien hier veel nuttige conclusies kunnen uit getrokken wor- den. Om een deel van de subvragen te beantwoorden heb ik teksten en cases over gelijkaardige en bijkomstige thema’s bestudeerd. In eerste instantie heb ik een algemene deskresearch gedaan om het kader rond voedsel en ecologie te schetsen. Verder werd er onderzoek gedaan naar motivatie, duurzame verandering aanreiken en het aanleren van informatie via media. Dit wordt tenslotte aan- gevuld met cases rond deze thema’s. Dit deel kan teruggevonden worden in “Deel 1 Deskresearch”. 4/81
    • 1.6.2 EXPERIMENTEEL ONDERZOEK Als vooronderzoek om de visie te verbreden rond wat ecologisch eten precies betekent in de volks- mond, heb ik een experimenteel onderzoek uitgevoerd. Ik maakte een soort klapbord met twee zijdes aan. Op de ene zijde stond een wereld met de vraag: “Wat betekent ecologisch bewust eten volgens jou?” Hiermee beoogde ik te weten te komen wat ecologisch bewust eten betekent volgens jongvolwassenen. Aan de andere zijde van het bord stond een groot getekend bord met voedsel op. Hier stond de volgende vraag bij: “Zou je dit zelf doen? Waarom (niet)? Dit is de vertaalslag naar henzelf. Dit bord heb ik voorgelegd aan jongvolwassene vrienden, familie en kennissen van mij. Het was de bedoeling om enerzijds ideeën op te doen over ecologisch eten, de visie van mensen te ver- krijgen en anderzijds ook redenen te bestuderen die voor weerstand kunnen zorgen. Aangezien dit deel terugslaat op het concept kan dit onderdeel in “Deel 2 Realisatie: 5. Conceptualisering” terug- gevonden worden.1.6.3 VOEDSELDAGBOEK Een manier om inspiratie op te doen rond wat ecologisch eten inhoudt en hoe mensen hiermee omgaan was het bijhouden van voedseldagboeken. Enerzijds hield dit zelfonderzoek in, door zelf een eetdagboek bij te houden, en anderzijds werd hetzelfde ook aan een kotstudentente gevraagd. Het zelfonderzoek heeft als nut in te zien hoe iemand die met ecologie bezig is, zijn voedingskeuzes maakt. Gedurende enkele weken werden voedseldagboeken bijgehouden om te zien hoe het voe- dingspatroon zich evolueert door middel van bewustmaking van ecologie van voedsel. Door nog een andere persoon te betrekken, kreeg ik een zicht op hoe een ander persoon zijn afwegingen maakt in zijn voedingspatroon. Het nut van deze onderzoeksmethode was om bij te leren over afwegingen en inzicht te vergaren in het voedingspatroon van jongvolwassenen. Deze stap van het onderzoek had vooral een inspirerende functie. Ook dit deel kan teruggevonden worden in “Deel 2 Realisatie: 5. Conceptualisering.”1.6.4 ENQUÊTES Bij de voorgaande onderzoeksmethode genaamd “voedseldagboek” viel mij het afwegingsmecha- nisme op. Daarom besloot ik na te gaan of dit afwegingsmechanisme ook bestond bij andere jong- volwassenen door een extra bevraging via korte online enquêtes. Deze enquêtes bevroegen naar welk afwegingsmechanisme jongvolwassenen vertonen. De doelstelling was om inzichten te ver- werven en inspiratie op te doen over welke afwegingen ze maken, hoe ze deze maken en waarom. In een tweede fase heb ik een meer diepgaande enquête afgenomen bij kotstudenten en jongvol- wassenen die alleen wonen, om zo te zien hoe zij hun voedingspatroon vormgeven: wat zorgt voor moeilijkheden, wat helpt, ijkpunten, motiverende en demotiverende factoren en hulpmiddelen. Het nut hiervan was om erachter te komen hoe jongeren hun voedingspatroon opbouwen en hoe ze keuzes maken, om deze dan op te nemen in het coachingsprogramma. Net als het voorgaande deel kunnen deze beide enquêtes teruggevonden worden onder “5. Conceptualisering”. 5/81
    • 1.6.5 INTERVIEWS Om na te gaan hoe in klassieke scenario’s een voedingspatroonverandering wordt aangereikt, wer- den er interviews gehouden met een diëtiste en twee diëtistpatiënten om na te gaan hoe dit alle- maal wordt uitgevoerd. Hiermee wilde ik nagaan welke methodes en technieken diëtisten hiervoor gebruiken, in de hoop deze te kunnen vertalen naar het onderzoek. Deze methode is losjes geba- seerd op transferscenario’s, maar aangezien deze twee praktijken te dicht bij elkaar liggen, spreken we hier uiteindelijk toch niet van een transferscenario. In eerste instantie heb ik interviews uitgevoerd die ik dan geanalyseerd heb op motivatie, technie- ken, methodes en hulpmiddelen. Dit heb ik dan vervolgens vertaald naar de situatie van de Eco- Coach. De interviews worden gebruikt om de cultural probes en het uiteindelijke prototype vorm te geven en zijn daarom terug te vinden onder “5. Conceptualisering”.1.6.6 PAPER PROTOTYPING + CULTURAL PROBES Zoals aangehaald hierboven gebruikte ik als verdere onderzoeksmethode cultural probes gecombi- neerd met paper prototyping. Cultural probes, ook wel dagboek studies genoemd (Gaffney, 2006), zijn kleine pakketjes met cre- atieve opdrachten in. In de pakketjes zitten allerlei materiaal zoals fototoestel, kaartjes, dagboek, voicerecorder, post-it’s, pennen, ... De precieze verdeling hangt natuurlijk af van welke informatie men wilt verkrijgen. Verder wordt er verwacht dat de testpersonen zelf rapporteren in plaats van dat de onderzoeker direct observeert. Deze methode is vooral nuttig bij het design proces, aangezien ze veel inspiratie oplevert door visies van mensen te verkrijgen. Aangezien ik in deze fase meer speci- fieke informatie wou inwinnen over een voedselverandering die uitgevoerd werd door mijn pakketje handelt het zich niet in strikte vorm om een cultural probe. Aangezien ik beoogde om met mijn pakketje te testen hoe mensen reageren op opdrachten in ver- band met veranderingen in hun voedingspatroon - zoals werd beoogd in het uiteindelijk prototype - kunnen we hier ook spreken van een “paper prototype”. Met een “paper prototype” (Snyder, 2003), een soort van tussenprototype, test men de bruikbaarheid van het prototype uit door gebruikers realistische taken te laten uitvoeren. In essentie was mijn pakketje, de “Ecobox” gedoopt, een combinatie van vragenlijsten, opdrachten en een testing van mijn eerste prototype op lange termijn. Meer specifiek werden er door middel van de doos enkele methodes uitgetest zoals een voedseldagboek, recepten en kleine werkstappen. Deze werden gecombineerd met vragenlijsten om gerichte informatie te weten te komen over visies en gedachten van de testpersonen en de reacties op een voedingsveranderingsproces. Het handelt zich hier dus om een vorm van paper prototype gecombineerd met een losse benaming van cultural probes. Deze onderzoeksmethode gaf vorm aan het het uiteindelijke prototype en is daarom terug te vinden onder “Deel 2 Realisatie: 5. Conceptualisering”. 6/81
    • 1.6.7 BRUIKBAARHEIDSTESTING In de laatste fase van het onderzoek, heb ik het prototype getest op bruikbaarheid. Dit is een nut- tige manier van onderzoek, aangezien het aantoont hoe het concept werkt in het “echt”, benut door echte gebruikers. (Nielsen, 1994) Er werd eveneens nagegaan welke problemen er waren, welke veranderingen er mogelijk zijn, wat beter kon, wat reeds goed was, ... Bruikbaarheid wordt doorgaans getest door observatie. Daarom observeerde ik hoe testpersonen omgingen met mijn prototype. Er waren enkele domeinen waar ik op getest heb (“End Goals of Usability Testing”, 2009). • Efficiëntie : hoe snel, hoeveel stappen, ... heeft de testpersoon nodig voor er een stap wordt uitgevoerd? • Preciesheid: worden er veel fouten gemaakt? • Intuïtie: hoe makkelijk loopt alles? • Emotioneel gevoel: hoe voelt de persoon zich na het gebruik? Usability testing kan het best worden gemeten door opdrachten op te stellen die dan uitgevoerd worden door de testpersonen. In mijn testfase werd er daarom gekozen om enkele opdrachten uit te laten voeren om daarna naar de mening van de testpersonen te peilen. Volgens Jakob Nielsen (Sauro, 2012) is een groep van ongeveer vijf testpersonen genoeg om conclu- sies uit te trekken. Vanaf deze hoeveelheid testpersonen is er een patroon te herkennen. Ik voerde mijn testing uit op zes testpersonen verspreid over de tijd, om zo tot steeds betere bevindingen te komen. Verder zijn er nog specifieke elementen die getest werden bij mijn coachingsprogramma. Hoewel het coachingsprogramma geen game is, was het interessant om elementen te gebruiken van bruik- baarheidstesting van games. Afbeelding 1: Game elementen bij bruikbaarheidstesting (Malliet, 2011-2012) 7/81
    • Aan de hand van dit schema, nam ik enkele elementen mee om te testen. Ik heb bevraagd hoe het gebruik van het prototype verliep, of het logisch en natuurlijk opgebouwd was. Ook heb ik gepeild naar het design, de interactie en de vloeiing van de app. Als laatste heb ik gepolst naar de aangeleer- de vaardigheden. Deze onderzoeksmethode is terug te vinden in een verder deel van het onderzoek genaamd “Deel 2 Realisatie: 6. Concretisering”.1.7 OVERZICHT THESIS “Deel 1: Deskresearch”: Dit deel bestaat uit verschillende delen zoals een algemeen kader rond voe- ding, theoretisch kader en state of the art. • Kader: Hier wordt verder uitleg gegeven over het voedselsysteem, wat ecologisch eten in- houdt en de visie van het onderzoek. • Theoretisch Kader en State of the Art: De bedoeling is om te weten te komen wat reeds is uitgevoerd in dit domein van onderzoek. Ik focusde me hier op duurzaamheid via design en voedingsveranderingen. “Deel 2: Realisatie”: Dit deel draait rond de conceptualisering en concretisering van het prototype. • Conceptualisering: Hierbij wordt het gedane onderzoek vermeld naar jongvolwassenen en voedingspatronen, interviews en andere. • Concretisering: In dit onderdeel wordt mijn concept EcoCoach uitgelegd met de technische uitwerking. Als laatste komt de gebruikstesting hier ook aan bod. “Besluit”: Hier maak ik aanbevelingen en wijs ik op tekortkomingen om te komen tot een algemeen besluit. 8/81
    • Everyone thinks of changing the world, but no one thinks of changing himself. Leo Tolstoy
    • DEEL 1: DESKRESEARCH Het eerste deel van mijn onderzoek werd gebaseerd op deskresearch. Via deze deskresearch onderzocht ik drie grote domeinen, die ik beschrijf in de onderstaande onderdelen. In het eerste onderdeel ga ik dieper in op het algemene kader van het onderzoek. Aangezien ik een onderzoek doe rond voedsel en ecologie, is het van belang om een stevige basis te hebben naar achtergrondinformatie. Enerzijds ga ik verder in op de voedselcultuur en de problematiek, anderzijds ga ik dieper in op ecologische visies en vertaal ik dit naar een start- punt omtrent ecologische voeding. Zo wordt er een mooi kader geschetst dat als startpunt dient voor de rest van de thesis. Het tweede onderdeel is het theoretische kader. In dit deel zoek ik naar antwoorden op de subvragen in verband met het aanleren van media, duurzame veranderingen, het ludieke aspect en motivatie. Het derde onderdeel van het deskresearch behandelt de “state of the art”. Doordat ik nut- tige cases analyseer kan ik hier belangrijke elementen uit concluderen. Ook analyseer ik voorbeelden van coachingsprogramma’s en voorbeelden van ecologische instanties om zo tot een stevige basis te komen om het coachingsprogramma op te inspireren. Dit gehele eerste deel schetst een duidelijk kader waarin het onderzoek zich bevindt en in welke richting het onderzoek evolueert.
    • 2. ALGEMEEN KADER Zoals aangehaald in de inleiding is voedsel vandaag de dag vanzelfsprekend. We kopen het in de winkel, maken het al dan niet klaar en consumeren het. Al te vaak staan we er niet bij stil welke im- pact het voedsel heeft op de wereld rondom ons. Nochtans is het belangrijk om stil te staan bij deze impact dat voedsel heeft op onze wereld en dan vooral op het milieu. Verder is het ook belangrijk stil te staan bij de gedachtengang van de moderne Westerse maatschappij rond voedsel. Als we denken aan eten, denken we vaak niet verder dan aan wat er op ons bord ligt. Onze huidige voedselcultuur zorgt ervoor dat er een afstand is tussen de consument en het product. “Waar komt het vandaan?” “Welke impact heeft het?” “Wie werkt er aan mee?” “Welke afstand heeft het afgelegd?” Deze vra- gen spelen vaak geen rol in de gedachten van de consument. Toch zit er achter elk stuk voeding een verhaal. Daarom is het belangrijk om het verhaal rond voedsel en consumptie vanuit verschillende standpunten te bekijken om het te begrijpen.2.1 KORT OVERZICHT VAN VOEDSELEVOLUTIE Onze band met voedsel heeft een lange weg afgelegd. In de oertijd hadden we er een zeer nauwe band mee. De mens was een jager en verzamelaar. Onze lichamen waren hiervoor gebouwd, men kreeg de voedselstoffen binnen die men nodig had. Toch ontstond er een verandering naar agricul- tuur. De reden hiervoor was dat mensen zich konden settelen op één plaats, in plaats van rond te trekken. Hierdoor groeide de bevolking aan en kon een andere verdeling van activiteiten plaatsvin- den, aangezien er minder individuen nodig waren voor de voedselvoorziening. (Beardsworth et al., 1997). Eind 19de eeuw veranderde de band met voedsel nog verder. We evolueerden naar een voedselcon- sumptie-maatschappij, onder invloed van “The Great Transformation” (Corrigan, 1997). Dit is het proces waarbij veranderingen ontstonden op economisch, politiek en sociaal vlak. De maatschappij industrialiseerde en mensen trokken naar de stad om zich bezig te houden met andere activiteiten in plaats van zelfvoorzienend te zijn. Het echte startschot van de consumptiemaatschappij in de Westerse wereld werd gegeven in de jaren ‘50 (Corrigan, 1997). Onder invloed van technologische en sociale verandering door de industriële revolutie veranderde de band met voedsel. Volgens Stephan Mennel (Corrigan, 1997) kon door de industriële revolutie de samenleving evolueren van een agriculturele samenleving naar een industriële samenleving. Zoals aangehaald in de inleiding ontstond het nieuwe voedselsysteem door deze industrialisatie. Ik ga hier kort dieper op in. Men bouwde machines die het makkelijker maakten om voedsel sneller en beter te kweken en oogsten, waardoor er minder mensen nodig waren bij dit proces. Hierdoor verdween de band voor het grootste deel van de samenleving met voedsel. 12/81
    • Verder, door een steeds groeiende bevolking, groeide de vraag naar voedsel. Deze kon ingevuld worden door technische veranderingen die de hoeveelheid voedsel die geproduceerd werd ver- hoogden. Door het gebruik van chemische bemesters in plaats van natuurlijke, versnelde het proces enorm. Tezelfdertijd werden er ook nieuwe manieren van transport uitgevonden, waardoor men het geproduceerde eten ook sneller tot bij de consumenten kon brengen (Beardsworth et al., 1997). Ook worden er enorme hoeveelheden voedsel geïmporteerd vanuit andere landen, wat grote ge- volgen heeft voor deze landen en het milieu. Voedsel dat in Westerse landen wordt geconsumeerd, komt maar al te vaak van niet lokale plaatsen en leggen een lange weg af tot op het bord. Dit proces noemt delokalisatie en zorgt enerzijds voor meer variëteit in voedselaanbod en anderzijds voor een aanwezigheid van alle soorten voedsel het hele jaar lang. In niet-Westerse landen zorgt het daar- entegen voor het tegenovergestelde: door de productie van commercieel voedsel voor verkoop, hebben ze minder diversiteit en voedsel (Beardsworth et al., 1997). Het huidige voedselsysteem kan door 5 elementen worden gekenmerkt: (Beardsworth et al., 1997) 1) Hoog gespecialiseerd, industrieel voedselsysteem: grote omzet met relatief weinig mensen die betrokken zijn bij het productieproces; 2) distributie gaat via de supermarkt en zolang we geld hebben, is alles beschikbaar voor ons; 3) veel keuze en variëteit; 4) door globaal voedsel, is er bijna nooit een tekort; 5) constante discussies over de houdbaarheid van het systeem en de toekomst.2.2 GEVOLGEN VOOR MENS EN MILIEU Aangezien het voedselsysteem zo ver afstaat van de bevolking zijn er problemen voor de mens en het milieu. Deze zijn reeds aangehaald in de inleiding en zijn niet enkel de fout van de consument, maar is er wel een deel aan toe te wijzen. Hierboven vermeld heeft het moderne voedselsysteem als eigenschap dat er constante discussie is over de houdbaarheid van het systeem en de toekomst. Het voedselsysteem dat gehanteerd wordt put de aarde uit, zorgt voor opwarming van de aarde en is niet houdbaar op lange termijn. Het voedselsysteem dat vandaag bestaat is niet houdbaar om de planeet te voeden en deze te onderhouden Ik wil daarom via mijn onderzoek mensen bewust maken van wat de invloed is van deze handelingen die zij nemen in verband met voedsel, zodat zij hun kunnen wapenen en duurzamere keuzes maken. Als zij dit inzien en voor alternatieven kiezen door veranderingen in hun eigen gedrag, is er al een positieve verbetering. 13/81
    • 2.3 ECOLOGISCHE VISIE Het is niet enkel belangrijk om enerzijds te bekijken welke evoluties voedsel en voedselsystemen hebben doorgemaakt. Het is anderzijds ook interessant en belangrijk om over een ecologisch stand- punt na te denken. Daarom schets ik een ecologisch kader om het onderzoek in te plaatsen. In dit onderdeel ga ik dieper in op de groene stromingen die er bestaan. Er zijn enorm veel methodes van ecologie, daarom is het belangrijk om er één uit te kiezen als stevige basis voor het hele onderzoek. Er bestaan verschillende stromingen van ecologie. Zo bestaat er Eco Socialisme, Eco Anarchisme, Eco Feminisme, Eco Ludisme enzovoort (Ife et al.,2011). Bij deze voorgaande is er vaak een focus op het sociale aspect. De visie die ik hanteer in dit onderzoek is die van anti-groei. Deze visie gaat er van uit dat groei het algemene probleem is van de ecologische crisis. In het huidige systeem wordt verwacht dat er altijd groei is (Dhont, 2010): groei van de economie, populatie, organisaties, ... “Groter is beter” volgens dit systeem. De visie is dat als er groei is, we een rijk, goed leven hebben en kunnen onderhouden. Het huidige systeem wordt ook wel bruine economie genoemd. Een eco- nomie kan groeien door middel van drie factoren. Ten eerste is er de groei van populatie, aangezien meer mensen meer consumptie betekent en dus is het de productie die de economie aanzwengelt. Ten tweede is er innovatie die ervoor zorgt dat er meer gemaakt kan worden met dezelfde input. Ten derde is er het “nemen van anderen”: om de Westerse economie te laten groeien wordt enorm veel geïmporteerd via handel (Feinman, 2005). Al dit is niet haalbaar in een wereld met beperkte grondstoffen (Chun, 2011), er moet bewust goed mee omgesprongen worden. Groei kan niet voor eeuwig en altijd bestaan. De visie van anti-groei is een visie waarbij de mensen geen groei in de hand moet werken, en enkel grondstoffen mogen gebruiken die ze aan hetzelfde tempo aanplanten en vervangen. Er zou een maatschappij moeten ontstaan waar groei niet het doel is (Ife et al.,2011), een economie die niet meer groeit, maar stabiel blijft op een punt waar de groei maximaal is. De theorie achter deze visie is dat een economie volgens klassieke economen vanzelf terecht zou komen in een stationaire staat, waarbij lonen hoog genoeg zijn om mensen perfect te onderhouden zonder dat er geld zou gaan naar kapitalistische instanties, wat zorgt voor groei. Hoewel vele klassieke economen hier schrik voor hebben, ziet de econoom Mill dit als een positieve zaak. Hij ziet dit als een manier voor duur- zame groei, waarbij er meer groei is op het sociale, menselijke en intermenselijke vlak (Daly H., 1996). In dit systeem wil men eerder werken aan het geluk van mensen in plaats van aan groei van rijkdom en geld. Natuurlijk kan dit met een korrel zout genomen worden en wordt het beeld van Mill wel heel idealistisch voorgesteld. De kenmerken van een anti-groei economie zijn dat ze zich veel minder focust op het aspect van werk, waardoor er meer tijd is voor menselijk contact, natuurlijke wereld verkennen, kunst en we- tenschap verkennen,... Het gevolg is dat er veel minder moet geconsumeerd worden. Het zou dus eerder een model zijn van de jaren ‘60 van lokaal denken en uitvoeren. Er zou verder ook meer ge- lijkheid ontstaan tussen verschillende landen. Westerse landen zouden krimpen in hun consumptie en arme landen zoals India en China zouden kunnen groeien. Natuurlijk is hier ook een stabilisatie van de populatie voor nodig (Daly H. E., 1997). Ik kan mij algemeen zelf de vraag stellen of dit natuur- 14/81
    • lijk haalbaar is, de wereld vandaag is niet meer die van in de jaren ‘60. Enerzijds zijn we met een veel grotere populatie en anderzijds hebben we ook andere technologieën bijgeleerd die we niet kunnen verliezen door terug te keren naar tijden van 1960. Daarom kan er best een weg ingedraaid worden die meer duurzaam is voor de planeet de dag van vandaag. In conclusie stel ik dat een anti-groei economie een economie is waar er wordt gekeken naar duur- zame producten, die geen impact hebben op de wereld en met dezelfde snelheid in grondstoffen kunnen vervangen worden.2.3.1 VISIE VAN HET ONDERZOEK Doorheen de jaren zijn onze voedselafdruk en voetafdruk enorm gegroeid ten gevolge van econo- mische groei. Onze huidige voedselafdruk in de Westerse, ontwikkelde wereld is overgroot: we zijn veel te ver gegaan dan rechtvaardig en juist is voor deze planeet (Meadows et al., 2004). Hoewel velen denken dat het onbelangrijk is om actie te ondernemen, aangezien ze maar klein zijn en geen echte invloed kunnen uitoefenen, is dit fout (Hogg, 2010). Vele kleine beetjes maken één grote, dus als vele mensen kleine handelingen uitvoeren, heeft dit zeker een effect zodat de balans van de aarde kan verschuiven naar een meer positieve kant (Suzuki et al., 2007). In dit onderzoek vertrek ik vanuit de anti-groei theorie. Hoewel deze theorie vooral gehanteerd wordt op het vlak van economie, belastingen enzovoort, is er ook een passende visie die gelinkt kan worden aan het voedselaspect. Door economische groei kunnen West-Europeanen voedsel vanuit de hele wereld verkrijgen en kiezen wat ze willen in de winkel zonder de gevolgen ervan te zien. Met andere woorden de balans in de Westerse wereld is ver zoek. In dit onderzoek wil ik graag weer terug naar een evenwicht tussen voedsel en de band die er bestaat. Door mensen te begeleiden via het coachingsprogramma wil ik weer een beter evenwicht bereiken tussen ecologie en gemaakte keuzes. Nu is er weinig evenwicht te vinden in de voedselkeuzes van de doorsnee Belg. Velen kiezen zonder bewust na te denken wat de gevolgen zijn en wat de bewustere keuze zou zijn. Toch besef ik dat het nooit mogelijk is om in de huidige maatschappij perfect ecologisch te eten, aangezien men dan niets zou kunnen aankopen. Het is dus zeker geen alles of niets situatie. Er wordt via dit onderzoek gezocht naar een evenwicht tussen milieu en eigen keuzes. De situatie die ik beoog in dit onderzoek is dus een meer duurzame situatie waar we minder impact hebben op het milieu en waarbij de grondstoffen en vervuiling met dezelfde impact vervangen kunnen worden. Vertaald naar de anti-groei visie betekent dit dat de Westerse mens zijn verbruik moet verminderen naar een meer normale situatie, die geen enorme impact heeft op het aspect van energie. Zoals vermeld in het deel rond groene economie is het onmogelijk om terug te keren naar een jaren ‘60 model, maar bepaalde elementen uit deze tijd kunnen terug overgenomen worden. Zo zou men de vleesconsumptie en zuivelconsumptie serieus kunnen bijdraaien, voedsel lokaler kopen en zelf groenten kweken. Deze worden verder gestaafd in deel “2.4 Ecologisch bewust eten”. 15/81
    • 2.4 ECOLOGISCH BEWUST ETEN Met alle voorgaande informatie kunnen we ons afvragen wat het precies inhoudt om ecologisch bewuster te eten. Aangezien dit is wat ik wil aanleren via het coachingsprogramma, is het belangrijk dat dit duidelijk gedefinieerd wordt om hiermee verder aan de slag te kunnen. Ecologisch bewust eten is het aanpassen van huidige voedingsgewoontes naar voedingsgewoontes die aangepast zijn aan het seizoen, land en die het milieu zo min mogelijk schade toebrengen, een systeem dat de aarde niet uitput met andere woorden. Deze acties zijn een manier om de balans weer in ons voedingspatroon te brengen. 1. Minder vlees eten en 2. Minder dierlijke producten eten Vlees en dierlijke producten (zuivel, ei, ...) hebben de grootste impact op het milieu. Niet Iedereen hoeft vegetariër te worden. Hoewel dit een zeer positief ecologische keuze zou zijn, zijn er ander- zijds al kleine stappen die iedereen kan nemen: (Suzuki et al., 2008), • Minder grote hoeveelheden vlees en zuivel consumeren • Minder vaak vlees en zuivel consumeren • Meer voor plantaardige alternatieven kiezen Wie zou overstappen naar een grotendeels plantengebaseerde dieet kan zijn ecologische voedselaf- druk verkleinen met 90%. Vlees en dierlijke producten hebben een grote uitstoot aangezien ze graan en water nodig hebben. Met het graan dat gevoederd wordt aan dieren, zou men veel meer mensen in hun voedselbehoefte kunnen voorzien.. Uit onderzoek blijkt dat er in 2030 niet genoeg graan zou zijn om de dieren te kunnen voederen om vlees te kweken volgens de vraag die er dan zal zijn (“De volgende Grote Depressie? In 2030...” , 2012). Daarom is het belangrijk om nu vleesconsumptie serieus te minderen. 3. Lokaal/seizoenaal eten Het huidige voedselsysteem zorgt ervoor dat voedsel over de hele wereld vervoerd wordt voor het in de supermarkt terecht komt (Suzuki et al., 2008). Met de grondstoffen die op geraken is het dui- delijk dat het niet juist is dat er aan voedsel zoveel olie wordt verkwist, als het ook simpeler kan. Lokaal voedsel consumeren is een onovertroffen manier om enerzijds voedselkilometers drastisch te verminderen en anderzijds weer in contact te komen met de natuur, aangezien men meer ge- neigd is voedsel uit het seizoen te eten. Lokaal voedsel heeft als voordeel dat het minder verpakt moet worden, verser is (en dus meer vitamines bevat) en minder kilometers heeft afgelegd. (Suzuki et al., 2008). 16/81
    • Enkele tips zijn: • Naar lokale boerenmarkten gaan • Kiezen voor voedsel te kopen via een community 4. Biologische/organische alternatieven kiezen Het verbouwen van organische en biologische groenten en fruit heeft een positieve impact op mi- lieu en mens. Men krijgt minder pesticiden binnen en ook de planeet wordt gespaard: • De productie kost minder energie • Lagere uitstoot • Gezondere grond die vruchtbaarder is • Minder schadelijke stoffen in de lucht en grond • Minder schadelijke stoffen om zelf op te nemen Er is nochtans een klein probleem met biologisch gekweekt voedsel, naast de prijs. Vaak komt het voedsel van verder en zo krijgt men weer te maken met hoge voedselkilometer. (Suzuki et al., 2008) Daarom is het best om te kiezen voor lokaal voedsel en dan pas voor biologisch/organisch.2.4.1 VERTAALD NAAR HET ONDERZOEK Al deze stappen hebben een directe invloed op de precieze benaming en dus werking van mijn coachingsprogramma genaamd EcoCoach. Het is belangrijk om precies te weten waar ik naartoe wil met mijn prototype. Het is vrij duidelijk uit voorgaande teksten dat ik kies voor een situatie waarbij geprobeerd wordt om onze consumptie te normaliseren. Daarom heb ik besloten om mij op drie grote thema’s te richten: 1. vleesconsumptie verminderen 2. zuivelconsumptie verminderen 3. lokaal en seizoensgebonden consumeren van fruit en groenten Deze drie elementen hebben de duidelijkste gevolgen op het milieu en zijn niet omstreden zoals bijvoorbeeld biologisch eten. 17/81
    • 3. THEORETISCH KADER In dit tweede deel van de deskresearch worden enkele theorieën aangehaald omtrent subvragen rond het doorvoeren van een duurzame verandering en motivatie, het ludieke aspect en het aanle- ren van informatie via media.3.1 DUURZAME VERANDERING Eén van mijn subvragen handelt rond hoe ik een duurzame verandering kan doorvoeren. Deze sub- vraag is gelinkt aan motivatie. Via het coachingsprogramma wou ik graag duurzaam gedrag aanmoe- digen bij jongvolwassenen door hun voedingspatroon te veranderen naar een meer ecologische variant. Daarom bestudeerde ik enkele onderzoeksteksten en linkte ik deze aan EcoCoach. In dit deel ga ik dieper in hoe een duurzame verandering kan ingevoerd worden. Meer bepaald haal ik hier drie theorieën aan. Als eerste kijk ik naar persuasief design, aangezien dit aansluit bij het veranderen/ sturen van gedrag. Voor persuasief design verwijs ik naar het “Fogg Behaviour Model” (Fogg, 2009), kortweg FBM. Dit model behandelt hoe men mensen overtuigt en actie laat ondernemen door middel van design. Het gaat hier dus over computersystemen die gemaakt zijn om gedrag te beïnvloeden en te veranderen. Dit sluit perfect aan bij mijn project EcoCoach, aangezien dit een computersysteem is dat mensen helpt bij gedragsverandering. In dit model definieert Fogg drie factoren voor computertechnologie die gedrag kunnen wijzigen. Elke factor heeft ook nog enkele technieken om gedrag te wijzigen. Hieronder een overzicht: Motivatie: hoe graag men een actie wil ondernemen. Technieken om dit te verhogen zijn er die inspelen op het verhogen van plezier, hoop, of sociale aanvaarding. Mogelijkheid (ability): of men deze kan uitvoeren. Men kan dit verhogen door middel van een ele- ment dat actie ondernemen makkelijker maakt. Meer bepaald handelt het hier rond tijd- en geldbe- sparing of een actie die niet te veel moeite of denkvermogen vereist. Uitlokkende factoren (triggers): elementen die er voor zorgen of actie wordt ondernomen. Voor- beelden hier zijn: aandachtstrekkers, vergemakkelijkers en signalen. Deze theorie biedt enkele elementen aan die zeer nuttig zijn. Toch valt het op dat deze techniek re- delijk verouderd was. Fogg heeft daarom een update geschreven met hedendaagse technieken met als voorbeeld de mobiele telefoon. Volgens hem kan deze een zeer grote uitlokkende factor zijn om acties te ondernemen in het echte leven. Uitlokkende factoren zouden dan vooral elementen zijn die het gemakkelijker maken om actie te ondernemen in het echte leven. Bij EcoCoach spreek ik van een situatie waar er reeds een redelijk hoge motivatie aanwezig is, aangezien de doelgroep net die jongvolwassenen zijn die verandering willen implementeren. Echter is de “mogelijkheid” vrij laag bij EcoCoach, aangezien de jongvolwassenen niet weten hoe ze actie moeten ondernemen. Hier speel ik dus op in door middel van het duidelijk te maken hoe makkelijk het is om hun voedingspatroon te veranderen. 18/81
    • Afbeelding 2: FBM model (Fogg, 2009)Ten tweede verwijs ik naar de tekst “Using persuasive technology to encourage sustainable beha-vior” (Midden et al., 2007). In essentie is het doel van EcoCoach het aanmoedigen van duurzaam ge-drag. Voorgaand benoemde tekst behandelt dit thema. Hoewel technologie als een controversiëlemanier kan gepercipieerd worden, aangezien het ervoor heeft gezorgd dat ons voedselsysteem zichheeft kunnen evolueren naar een meer abstracte vorm, kan het ook helpen bij een gedragsverande-ring naar duurzaam gedrag. De tekst behandelt twee visies om gedrag te veranderen:• De eerste visie handelt rond een puur technologische visie om gedrag te veranderen. Hierbij wordt enkel technologie gebruikt en geen andere middelen tot gedragsverandering. Het nadeel hiervan is dat technologie vaak teleurstellende resultaten teweegbrengt. Dit komt doordat de programma’s vaak niet gebruiksvriendelijk zijn.• De tweede visie situeert zich aan de andere kant waarbij verandering enkel wordt bereikt door een focus op gedrag en niet op de context waarin het gedrag zich situeert. Ook deze kant heeft een eerder teleurstellend karakter, doordat het zich vooral richt op de voornemens van de gebruiker en niet op de echte actie.De beste methode tot gedragsverandering volgens “Using persuasive technology to encourage sus-tainable behavior” (Midden et al., 2007) is dus een middenweg. Gedrag en technologie moetengebruikt worden om tot een gedragverandering te komen. Het is dus niet voldoende om een enkeltechnisch programma te maken of puur iets dat op gedrag inspeelt. Het is belangrijk dat gedrags-verandering aangereikt wordt door technologie. Er bestaan hier verschillende aanpakken voor. Debest toepasbare methode voor EcoCoach is de methode waarbij technologie de “promotor” is om 19/81
    • een gedragsverandering door te voeren. Bij de “promotor” - methode is de technologie gemaakt om gedragskeuzes te beïnvloeden. Dit is wat ik wil bereiken met EcoCoach. Daarom wordt er gepro- beerd met het programma niet enkel in te spelen op de intenties, maar wordt er ook echt gecoacht en hulp gegeven, zoals de naam aangeeft. Toch is dit niet genoeg. Technologie is ook nodig om gedragsverandering bij te staan. Technologie kan zorgen voor een efficiëntere feedback. Het probleem met de meeste campagnes is dat er maar op één manier kan gecommuniceerd worden, met andere woorden éénrichtingscommunicatie. Met de huidige technologie kan er in twee richtingen gecommuniceerd worden. Zo kunnen intelligente technologieën leren van de gebruiker en op een persoonlijke manier communiceren. EcoCoach wil niet enkel een programma zijn waarbij er maar langs één richting gecommuniceerd wordt, daarom maakt het programma gebruik van een “persoonlijke” aanpak en is er plaats voor vragen. Een interessant voorbeeld in “Using persuasive technology to encourage sustainable behavior” (Midden et al., 2007) is dat technologie kan helpen een boodschap beter over te brengen. Vaak worden bewustmakingscampagnes snel vergeten, omdat ze geen impact hebben. Volgens de tekst is het nuttig gevolgen te tonen door middel van actie-reactie, bijvoorbeeld hoe de aarde er zou uitzien na de gevolgen van klimaatsverandering. In EcoCoach wordt ook deze theorie aangehaald door middel van een “wereldbolmeter”, een meter die aangeeft hoe ecologisch zijn gedrag is. Deze meter is ook geïnspireerd door de tekst “Making the user more efficient: Design for sustainable behaviour” (Lockton et al., 2008), de derde theorie die ik aanhaal. In deze tekst wordt een manier vermeld van gedragsverandering, die kan gebeuren door beïnvloeding onder leiding van feedback. Meer specifiek gaat het hier rond het meedelen van hoe efficiënt en ecologisch het gedrag is van de testpersoon via bv een meter, een licht, een waarschuwing, ... Zo kunnen de gebruikers beseffen dat ze iets niet juist doen en hun gedrag aanpassen. Voorgaande tekst behandelt nog andere manieren in design om gedrag om te vormen naar duur- zaam gedrag. Ik ga beknopt dieper in op de manier van “begeleiden”. Het “begeleiden” schakelt terug naar de FBM en persuasive design. Volgens Lockton (2008) zijn manieren om gedrag te ver- anderen: vereenvoudiging, gidsen door een proces, individuele aanpassingen, suggesties op het juiste moment, zelfcontrole door hun eigen gedrag te bekijken, controle door andere en versterking door te conditioneren. De terugkoppeling naar EcoCoach hierbij is de zelfcontrole, door achteraf de gebruiker zijn eigen gedrag te laten evalueren. Verder is de manier van gidsen ook een toepasbaar thema. EcoCoach gidst mensen door een proces door informatie aan te geven en hen te helpen bij een gedragsverandering.3.2 LUDIEK ASPECT Aangezien er niet enkel werd gezocht naar een manier om een duurzame voedingsverandering door te voeren, maar ook naar het aspect hoe iets aan te leren op een ludieke manier, bekijk ik enkele aspecten van ludiek design. Volgens Gaver (2007) gedragen mensen zich in een niet werkomgeving als Homo Ludens, speelse scheppingen, die graag spelenderwijze ontdekken. Een spel is dus niet enkel een manier van enter- tainment en tijdverdrijf, maar een manier om nieuwe dingen te ontwikkelen, nieuwe perspectieven 20/81
    • te verkrijgen. Daarom is het belangrijk om technologieën te ontwikkelen die inspelen op het ludieke aspect. Er is een vraag naar objecten die nieuwsgierigheid, ontdekking en reflectie ondersteunen. Ludiek design is dus design dat op een leuke manier interactie stimuleert of representeert. Coachingsprogramma’s en diëtistes zijn zeer informatief, misschien zelfs te informatief. Vele mensen haken af omdat er niets ludiek aan is verbonden. Het ludieke zou ervoor moeten zorgen dat er bui- ten het puur informatieve aspect ook iets leuks tussen zit, zodat men volhoudt en voortdoet. Uit persoonlijk zelfonderzoek merkte ik op dat applicaties als coachingsprogramma’s vaak puur in- formatief zijn en daarom niet lang boeien. Daarom was het van groot belang om iets speels te ver- binden aan het coachingsprogramma. Daarom werd er aan EcoCoach, zoals reeds bij “3.2 Duurzame verandering” aangehaald, een wereldbolmeter toegevoegd. Deze helpt het geheel enerzijds motive- rend te maken door een duidelijke maatstaf aan te geven, maar anderzijds voegt het ook door een ludiek element toe. Deze bol is geïnspireerd op voorbeelden waarbij de wereld groener wordt. Deze kunnen gevonden worden onder het hoofdstuk “4. State of the art”.3.3 AANLEREN VAN INFORMATIE Het derde deel van het theoretisch kader handelt rond het aanleren van informatie en dan meer bepaald via media. Ook hier bestudeer ik enkele aanleunende theorieën. De eerste theorie die ik bekijk is de theorie van R. Mayer. Hij schreef “Multimedia Learning” (Mayer et al., 2000), wat aan- sluit bij de subvraag hoe iets kan aangeleerd worden door middel van multimedia. Zijn theorie spe- cificeerde zich vooral op de manier hoe media gebruikt kan worden in een schoolse omgeving om iets aan te leren. Deze theorie werd vertaald naar mijn prototype, aangezien er hier enkele elemen- ten aangeleerd worden, zodat er gedragsverandering kan plaatsvinden. Volgens hem verloopt een normaal leerproces volgens twee systemen om informatie op te nemen: verbaal informatieproces (tekst) en visueel informatieproces (beeld). Maar bij leren via multimedia komen er drie cognitieve processen aan bod: selecteren, organiseren en integreren. Het selecteren van informatie gebeurt zowel op basis van inkomende visuele informatie als op basis van inkomende verbale informatie. Via organiseren worden afbeeldingen gebruikt om te integreren in een visueel gebaseerd model en woorden in een verbaal gebaseerd model. In de laatste fase worden bruggen gelegd tussen de infor- matie die nu verkregen is met eerder verkregen informatie. In een model ziet dit er zo uit: Afbeelding 3: Leermodel(Mayer et al., 2002) 21/81
    • Verder zijn er nog 5 principes (Mayer et al., 2000) die helpen bij multimediaal leren:• Principe van meerdere voorstellingen: het is beter om informatie weer te geven in woorden en beelden, in plaats van enkel woorden.• Contiguiteïtsprincipe: wanneer men uitleg geeft via multimedia, is het belangrijk dat beelden tegelijkertijd worden gegeven als tekst, in plaats van na elkaar.• Gespleten-aandachtsprincipe: wanneer men uitleg geeft via multimedia, kan men beter woorden laten horen in plaats van visuele tekst.• Principe van individuele verschillen: de voorgaande principes gelden vooral voor mensen met lage kennis over wat er aangeleerd wordt.• Samenhangprincipe: studenten leren beter van een uitleg met weinig woorden en beelden, dus compacte informatie.Enkele van deze principes werden vertaald naar het uiteindelijke prototype. Zo werd er gekozen ommet beelden en filmpjes te werken die iets aanleren aan de hand van de principes van R. Mayer.De tweede theorie die aangehaald wordt, is die van mLearning. Aangezien er gekozen wordt omEcoCoach te maken voor een mobiel platform is het interessant om hiernaar te kijken. De “m” inmLearning staat voor mobile en verwijst dus naar tablets, smartphones en PDA’s (Mellow, 2005).In essentie vertoont het leren via mobiele technologieën enkele eigenschappen. Een applicatie dievia mobiele media iets aanleert heeft volgende eigenschappen (“7 things you should know aboutmLearning”, 2010):• Korte interactie van 5 minuten of minder• Simpele navigatie en graphics die op elk scherm toepasbaar zijn• Snel informatie verkrijgen, in plaats van diep en lang nadenkenMaar mLearning heeft het grote voordeel dat het vaak verder gaat dan voorgaande eigenschappen.Via mLearning kunnen er complexe opdrachten uitgevoerd worden, waarbij er op verschillende ele-menten moet gezocht worden, net wat ik wil bereiken met EcoCoach. Het gaat hier vaak over com-plexe opdrachten die niet snel uitgevoerd kunnen worden. De theorie van mLearning haalt ook aandat applicaties vaak vervallen in het geven van informatie over elementen in de buurt en gebruikersdie in de buurt zijn. Hoewel er enerzijds ook via EcoCoach informatie wordt gegeven over instantiesin de omgeving, gaat het programma dieper in dan korte informatie geven. Hoewel het gebruik kortkan zijn per keer, de elementen simpel zijn en de informatie snel kan verkregen worden, moet menook op verschillende plaatsen kijken en blijven zoeken tot gepaste informatie wordt aangegeven. 22/81
    • Een laatste theorie die bekeken wordt is die van Serious games. Het coachingsprogramma heeft alsnut een beleving te geven waarvan de jongvolwassenen iets van zouden leren. Daarom kijk ik naardeze theorie. Hoewel er geen game wordt gecreëerd, handelt het hier over het aanleren en aanrei-ken van informatie op een ludieke manier.Serious games verschillen (Hirumi et al., 2010) in één opzicht erg van gewone spellen: serious gamesgaan niet enkel louter om het amusement. Er is een ander doel: communiceren, werven, onderwij-zen of inzicht geven. Serious games kunnen op verschillende manieren uitgevoerd worden: bord-spel, kaartspel, computergame, ... Serious slaat vaak op een terugkoppeling naar serieuzere domei-nen als leger, onderwijs, wetenschap, gezondheid, politiek, geloof, stadsplanning en bouwkunde.Serious games mogen een amusementsfactor hebben, maar dit is niet het voornaamste doel, dat ishet oplossen van een probleem. Dit past dus perfect bij het beoogde ludieke aspect. Één van de doe-len van mijn coachingsprogramma was een beleving meegeven waarvan mensen iets leren, maarmet een amusementsfactor, iets ludiek.Gagné (Hirumi et al., 2010) heeft 9 gebeurtenissen geschreven die er moeten zijn om een spel zo teontwerpen dat er geleerd wordt:1. Aandacht krijgen :Aandacht trekken kan op verschillende manieren; geluid, muziek, gesprek, humor, contradicties, ...In mijn prototype gebeurt dit door filmpjes die informeren en leuke animaties.2. Informeren van het doel :De achterkant van de speldoos, documentatie, introductie filmpje, gesprek, ... Dit gebeurt door hetfilmpje bij het opstarten van het programma.3. Vroegere kennis oproepen :Dit kan door een voorbereiding te laten uitvoeren, die de gebruiker al laat bijleren om deze dan laterte hergebruiken. Bij EcoCoach worden er eerst enkele voorbereidende vragen gesteld, deze gevenmeteen duidelijk de toon aan van het programma.4. Instructies geven :Zonder aan te geven wat er moet gebeuren, kan er niet veel actie ondernomen worden. Ook inEcoCoach wordt enerzijds al in het filmpje aangegeven wat het doel is, maar via de knoppen in hetprogramma is het duidelijk welke acties er ondernomen moeten worden door middel van de werk-punten.5. Begeleiding geven :Een opdracht geven gaat niet zomaar, er moet begeleiding zijn. Bij mijn prototype zijn dit tips entricks, recepten, plaatsen voor hulp, ....6. Oefening geven :Om iets goed te kunnen, moet de gebruiker het meerdere keren proberen. Mocht een opdrachtfalen bij EcoCoac, dan is dit niet dramatisch. Er kan verschillende keren geprobeerd worden om dezeopnieuw uit te voeren. 23/81
    • 7. Feedback geven :Enerzijds houdt dit in dat elke actie een effect heeft, maar anderzijds gebeurt dit ook via de “we-reldbolmeter.8. Uivoering beoordelen :Om verder te geraken, moet het spel aangeven hoe je het doet. Dit gebeurt ook via de “wereldbol-meter”, maar ook doordat het goed uitvoeren van een opdracht zorgt voor nieuwe opdrachten.9. Behoud en overdraging verbeteren :Dingen combineren die men in het spel al geleerd heeft. De werkstappen bouwen daarom ook opelkaar. 24/81
    • 4. STATE OF THE ART Naast het bestuderen naar theorieën, analyseerde ik ook wat al reeds uitgevoerd is in dit domein en hoe dit kan helpen om mijn onderzoek bij te staan. In eerste instantie bestudeerde ik een bij het thema passend mediale coachingsprogramma om hier conclusies uit te trekken rond welke elementen werken qua voedingsverandering. Ook bekeek ik bestaande applicaties van voedingscoachingsprogramma en hun werking. Dit deed ik om na te gaan hoe ik coaching op het vlak van voeding kan aanreiken. Verder werd er onderzocht welke bestaande instanties van ecologie en voedsel er bestaan, om een link te leggen naar het prototype. Als laatste element van de “state of the art” werd er inspiratie opgedaan via voorbeelden waar “een wereld groener wordt”, een inspiratiebron voor mijn eigen wereldbolmeter.4.1 MEDIAAL COACHINGSPROGRAMMA Het belangrijkste voorbeeld voor mij is een case genaamd: “The effectiveness of an interactive multi- media program to influence eating habits”( Irvine et al., 2004). Deze is een zeer interessante case op het vlak van voeding, hulp en coaching. Dit was een project van het Oregon center voor toegepaste wetenschap. Deze onderzoeksgroep creëerde een interactief multimedia programma om deelne- mers aan te moedingen minder vet en meer groenten en fruit te eten. Het programma was speciaal aangepast voor elke deelnemer aan de hand van geslacht, interesses, leeftijd en ras. Het programma bestond uit verschillende hulpmiddelen en niveaus die door middel van media zoals filmpjes, pre- sentaties en getuigenissen motiveerden. Ook waren er genoeg elementen om te helpen bij de over- schakeling. De uitkomst van het programma was ronduit positief. De testpersonen hadden nadat het programma was afgelopen nog steeds uiterst gezonde voedselpatronen (Irvine et al., 2004). De werking van dit programma was relatief uitgebreid. Het gehele programma was aangepast aan de persoonlijkheid en huidige voedingspatroon van de testpersonen. Er werd ook geprobeerd zo veel mogelijk gebruik te maken van multimedia elementen zoals filmpjes, presentaties, getuigenissen,... om testpersonen te motiveren. Onderdelen van het hoofdmenu waren: eetstrategieën, recepten, barrières tot gezond eten, voedingspatroon beoordeling, informatiecentrum en snelle tips. Het be- langrijkste waren de eetstrategieën, waarbij testpersonen hun eetproblemen konden proberen aan te passen door aangepaste informatie die hierop inspeelde. Controle werkte via een “self fulfilling promise”, waarbij de gebruiker een belofte maakte aan zichzelf en het programma. 25/81
    • Afbeelding 4 Schema van programma (Irvine et al., 2004) Deze case scoort hoog op het vlak van coaching hulp en biedt een handvat voor mijn coachingspro- gramma. Qua bewustmaking is deze case eerder beperkt, mede doordat het een eerder oud pro- gramma is. De case was een zeer waardevol uitgangspunt voor EcoCoach, enerzijds voor de opbouw en anderzijds voor de inhoud. Enkele waardevolle elementen zijn de “persoonlijke” communicatie, eetstrategieën, controle en multimediale elementen. Deze elementen heb ik opgenomen in mijn prototype.4.2 ANALYSE BESTAANDE VOEDINGSCOACHES Aangezien EcoCoach een applicatie voor een smartphone is, vond ik het van belang te bestuderen welke voorbeelden van coachingsprogramma’s rond voedsel bestaan. Dit deed ik aangezien het van belang is wat makkelijk werkt, welke technieken er worden gebruikt en wat beter kan. Het nut hier- van is om een vertaalslag te maken naar EcoCoach. My Diet Coach De meeste coachingsprogramma’s focussen op gezonde voeding en diëten, zo ook “My Diet Coach” (“My Diet Coach - Weight Loss”, z.d.). Bij het opstarten zag ik enkele opties om tussen te kiezen: My diet reminder’s, my perseverance tips, my diet assistance,... Het was redelijk moeilijk om uit te kiezen, want intuïtief wist ik niet goed welke als startpunt dient. Uit gemak koos ik daarom “My diet reminder’s”. Hierop geklikt kwam een scherm met uitleg over de werking van de reminders. Hierna kon ik enkele reminders bekijken en er maximum twee kiezen. Deze moest ik dan instellen met een 26/81
    • persoonlijke boodschap. Ik kreeg dan ook de keuze om een datum in te stellen wanneer het zou af-gaan. Dit heeft als bedoeling mensen terug te herinneren aan hun beloftes die ze gemaakt hebben.Dit werd overgenomen naar EcoCoach, waarbij er ook gebruik gemaakt wordt van een zelfbelofteen een datum tegen wanneer deze behaald moeten worden. Ik vond dat deze manier van controlemooi paste bij het vooropgestelde doel. Deze manier van controle wijst niet met de vinger en isdaarom niet te dwingend en te controlerend. Deze methode kwam reeds aan bod in “The effective-ness of an interactive multimedia program to influence eating habits”( Irvine et al., 2004) en haal ikverder in mijn thesis aan als de “self fulfilling promise”.Ten tweede klikte ik op “My perseverance and tips”. Dit draait rond de moeilijkheden bij een veran-dering. Hier worden dan kleine en korte tips gegeven om om te gaan met deze verandering. De tipszijn nuttig en toepasbaar. Er wordt hier gelukkig gebruik gemaakt van enkele toffe afbeeldingen, omde tips sterker te maken. Ook dit wordt deels overgenomen bij EcoCoach omdat daarbij korte tipsgebruikt worden met toffe afbeeldingen erbij.Er zijn verder nog enkele hulpmiddelen bij deze app: een timer, een motiverende foto en een herin-nering aan het doel. De timer moet je instellen als je zin hebt in zoet en dan moet je hier 15m aanweerstaan om aan te tonen dat je wilskracht hebt. De foto dient als motivatie op moeilijk momentenen het doel is om jezelf te motiveren via herinnering.De app heeft zo zijn sterktes en zwaktes. Het is zeer mooi gemaakt en heeft veel tips en tools. An-derzijds heeft het enorm veel keuzes en wordt het moeilijk om intuïtief keuzes te maken. Ook is hetprogramma niet heel persoonlijk aangepast. Afbeelding 5: My Diet Coach (“My Diet Coach - Weight Loss”, z.d.) 27/81
    • My Diet Assistant De tweede app die ik bestudeerde was “My Diet Assistant”. Ook hier kwam ik uit op een pagina met meerdere keuzes. Er werd wel aangeraden om meteen te kiezen voor een dieetplan (“Diet Assistant Pro-Weight Loss”, z.d.). Hierop geklikt kon ik kiezen tussen een heel deel verschillende soorten dië- ten met elk een doel. Een dieet is voor zeven dagen en ik kon door de zeven dagen scrollen. Hier viel op dat dit mij niet echt aanspreekt, aangezien het heel droge tekst op een vlakke achtergrond is. Als ik koos om het dieet uit te voeren, kreeg ik een startdatum. Van daaruit zijn er dan zeven dagen om het dieet te volgen. Als ik door de andere keuzes scrolde, kon ik persoonlijke info ingeven. Dit had geen invloed op het verdere verloop van voedselplannen, maar wel op grafieken die je kon laten maken. Persoonlijk vond ik dit programma niet optimaal, het is niet echt persoonlijk aangepast en vrij alge- meen. Verder zijn de graphics heel basic. Afbeelding 6: My Diet Assistant (“Diet Assistant Pro-Weight Loss”, z.d.)My Diet DiaryDeze applicatie werkt anders dan de voorgaande. Hier geef je persoonlijke informatie in zoals ge-slacht, gewicht, leeftijd, grootte, streefgewicht ... Deze informatie wordt later gebruikt om persoon-lijke informatie weer te geven in verband met de evolutie van het gewicht (“My Diet Diary CalorieCounter”, z.d.).Nadat al dit was ingesteld, kwam ik op een homescreen terecht, waar ik moest ingeven wat ik gege-ten had. Dit wordt aangetoond via een meter waar ik op kan vinden hoeveel calorieën ik al gegetenheb en hoeveel ik er nog mag eten. Buiten het invoeren van voedsel en de meter heeft het pro-gramma niet heel veel functionaliteiten. Wel oogt het programma mooi en stimuleert dit om verderte doen. 28/81
    • Afbeelding 7: My Diet Diary (“My Diet Diary Calorie Counter”, z.d.)Vertaald naar EcoCoachVoorgaande coachingsprogramma’s hebben enkele elementen die nuttig zijn om te vertalen naarEcoCoach. Elementen die in mijn prototype hergebruikt werden:• Zelfbelofte op een datum in combinatie met een reminder.• Intuïtieve werking door middel van duidelijke benamingen en uitleg.• Het programma “persoonlijker” maken door middel van een vragenlijst, aangezien gerichte informatie meer nut heeft voor de gebruiker.• Mooie graphics, hoewel dit subjectief is, is het belangrijk dat het programma speels en leuk oogt aangezien dit het ludieke aspect verhoogt.De bevindingen die gevonden werden in deze coachingsprogramma’s zijn ook reeds aangehaald inde voorgaande case van “The effectiveness of an interactive multimedia program to influence eatinghabits”(Irvine et al., 2004). 29/81
    • 4.3 BESTAANDE ORGANISATIES Een belangrijk aspect van mijn onderzoek was het schetsen van reeds bestaande projecten in Vlaan- deren rond ecologie en voedsel. Ik bekeek deze projecten aan de hand van wat ze bieden qua hulp en hoe interactief of mediaal ze zijn. Ik analyseerde enkele instanties, aangezien ze deels opgeno- men werden in mijn prototype, zodat de gebruiker een breed aspect van verschillende informatie kan verkrijgen. Velt Velt (http://www.velt.be/) staat voor vereniging voor ecolo- gisch leven en tuinieren. Hoewel Velt een internetsite heeft, scoort hij niet heel hoog op mediaal vlak. Velt biedt op de site heel veel informatie aan over workshops en cursussen die dan offline te beleven zijn. Velt biedt vooral cursussen aan over tui- nieren, maar evengoed over ecologische voeding. Ook biedt Velt een interactieve kaart aan waar je een Velt gemeenschap in jouw gemeente kan vinden. Veel praktische hulp om zelf aan Afbeelding 8: Logo Velt ("Ecolo- de slag te gaan zonder hulp van Velt wordt er niet aangebo- gisch Leven en Tuinieren", 2008). den (“Ecologisch Leven en Tuinieren”, 2008). Ik koos ervoor om Velt op te nemen in mijn prototype, aangezien hun thematiek mooi aansluit bij het aspect van lokaal en seizoensgebonden groenten consumeren. Meer specifiek nam ik hun workshops en seizoenskalender mee naar EcoCoach. EVA EVA (http://www.vegetarisme.be) is een gemeenschap voor mensen die een vegetarische levensstijl hebben of willen aan- leren. EVA wil zoveel mogelijk mensen overtuigen om meer ve- getarisch te gaan leven. De site van EVA is heel informatief: veel recepten, info over gezondheid en milieu, magazines en vele andere. Hierdoor scoren ze hoog op het informatieve aspect. Verder biedt EVA ook workshops en kooklessen aan. Als laat- Afbeelding 9: Logo EVA (Baeyens, ste heeft EVA een forum waardoor het ook redelijk interactief 2011) is. Leden kunnen hier informatie uitwisselen over hoe en wat (Baeyens, 2011). Ook EVA werd opgenomen in mijn prototype, aangezien ze een pionier zijn op het vlak van vegetarische en veganistische voeding, wat aansluit bij het element vlees en zuivel verminderen. Ik nam hun recepten, workshops en tips mee. 30/81
    • Dagen zonder vlees Dagen zonder vlees is een welgekend initiatief van Alexia Ley- sen om tijdens de vasten dagen met zoveel mogelijk mensen zo min mogelijk vlees te eten. Het project scoort hoog op het vlak van hulp en interactiviteit. Er wordt heel goed uitgelegd hoe en wat en ook vele tips gegeven. Ook zijn er 40 vegetarische recepten, één voor elke dag van de vasten. Het interactieve is mooi, aangezien je aanduidt welke dagen je vleesvrij hebt gegeten. Per dag dat dit zo is wordt je voedselafdruk kleinerAfbeelding 10: mainpage DZV (Leysen, 2012). Deze site werkt samen met EVA en vandaar dat(Leysen, 2012) ik geen extra informatie hiervan heb gebruikt. Voedselteams Een Voedselteam (http://Voedselteams.be) is een groep van mensen uit een zelfde buurt die gezamenlijk verse groenten, fruit, vlees, brood, zuivel, Wereldwinkelproducten … aankopen bij producenten uit de streek. Bij Voedselteams sluit je je aanAfbeelding 11: Voedselteams bij een depot waar je lokale en seizoensgebonden groentenlogo (“Voedselteams”, 2012) kan verkrijgen en afhalen. De bedoeling is de lokale econo- mie te steunen. De site biedt wel informatie, maar buiten het aansluiten bij Voedselteams, kan je weinig echte tips rond het thema vinden. Op de site kan je makkelijk een depot in je buurt zoeken. Dit maakt het een beetje interactief (“Voedselteams”, 2012). Voedselteams nam ik op in het prototype aangezien deze instantie mooi aansluit bij het lokaal consumeren. 31/81
    • 4.4 WERELD GROENER MAKEN Een element waarmee gespeeld wordt in het coachingsprogramma is “de wereld groener maken”. Uit onderzoek van de tekst “Making the user more efficient: Design for sustainable behaviour” (Lock- ton et al., 2008), bleek dat het nuttig is om feedback te geven bij ondernomen acties. Hieruit vloeide het idee van de “wereldbolmeter” uit. In combinatie met onderstaande cases werd dit een wereld- bol die groener wordt of bruiner als vorm van feedback. Virtual polar bear is een project van de universiteit van Cardon Mellon waarbij er duurzame reacties werden gemeten onder in- vloed van de impact van een virtueel huisdier. Hierbij waren er twee groepen, eentje met een virtuele ijsbeer en eentje zonder. De groepen moesten een vragenlijst invullen over hun gedrag. Bij de groep met de virtuele ijsbeer, zagen ze bij onduurzaam ge- drag het ijs wegsmelten waar de ijsbeer opzat. Bij duurzaam ge- drag ontstond er meer ijs. Hoewel het interactief vrij sumier was, had het interessante conclusies: zij met de ijsbeer hadden betere handelingen qua duurzaamheid. Toch scoort dit project niet hoog op hulp, maar hoog op motivatie (Dillahunt et al., 2007). Ook hier valt het op dat een soort van virtuele maatstaf een interessante manier is om mensen te motiveren hun gedrag te veranderen. Afbeelding 12: Virtual Polar Bear (Dillahunt et al., 2007) Pikmin is een spel voor de Gamecube uit 2001, dat ondertussen opnieuw is gemaakt voor de Wii. Het spel gaat rond een kapitein die gestrand is op een planeet en 30 dagen de tijd heeft om zijn schip terug op te bouwen (“Pikmin”, 2009). Hij krijgt hier hulp van de Pikmin mannetjes. Dit zijn een soort van plantjes die verschillen van kleur en blad op hun hoofd. Dit toont aan hoe ver ze gevorderd zijn. Hoewel deze mannetjes niets aangeven hoe “groen” ze bezig zijn, is deze vorm van evolutie wel een mooie inspiratiebron: het geleidelijk aan veranderen van een element naarmate er vordering gebeurt. Afbeelding 13: Evolutie Pikmin (“Pikmin”, 2009) 32/81
    • Enkele jaren geleden maakte Thomas Thai, student CMD aan de Khlim een project rond energiebe-sparing bij jonge kinderen. Door middel van onderzoek naar bewustmaking, motivatie en gedrags-verandering kwam hij tot “Terragotchi” (Thai, 2010). Dit is een app voor op de smartphone of laptopdie een combinatie is van een duurzaamheidscoach en een virtueel huisdier dat inspeelt om duur-zaam gedrag aan te moedigen via emoties, intrinsieke motivatie en sociale interactie. Afbeelding 14: Evolutie Terragotchi (Thai, 2010)De applicatie bestond uit een soort klein diertje dat kon groeien in een mooie boom of sterven. Erwaren verschillende mogelijkheden qua ontwikkeling en gebeurtenissen die dit konden beïnvloe-den. De beïnvloeding was het energieverbruik, als er te veel energieverbruik was, kon de Terragotchisterven door te veel verontreiniging in de lucht. Anderzijds was er ook ongedierte, die willekeurigkwamen opdagen. Deze kans is natuurlijk groter als er meer verontreiniging is in de lucht. 33/81
    • SAMENVATTING DEEL 1 Op basis van dit eerste deel van mijn onderzoek, namelijk de deskresearch, heb ik reeds heel wat kunnen concluderen. Ik heb nu enerzijds een beter zicht op de huidige voedselindustrie, wat er mis mee is en welke veranderingen er doorvoerbaar zijn om mensen te kunnen laten spreken van ecologisch bewuste voedselkeuzes. Het gaat hier dan vooral over minder vlees , minder dierlijke producten en lokaal en seizoenaal consumeren. Ik kan daarom stellen dat er een duidelijke richting is gegeven aan het onderzoek, namelijk een richting waarbij het dui- delijk is dat de huidige groei moet ingeperkt worden en waarbij er meer naar een houdbare, duurzame situatie gezocht moet worden. Verder zijn er zeer interessante bevindingen omtrent het stimuleren van een duurzame ver- andering. Volgens het FBM is de situatie van een ecologische voedingscoach er een die in- speelt op jongvolwassenen die gemotiveerd zijn om hun voedingsgewoontes te veranderen naar ecologische keuzes, een situatie waarbij er wel motivatie is, maar weinig vermogen en kennis hoe deze te veranderen. Daarom kijk ik in volgende delen wat het vermogen en de kennis kan verhogen door middel van onderzoek naar voedingskeuzes bij jongvolwassenen. Maar volgens Fogg zelf kan het vermogen en de kennis verhoogd worden door “vergemak- kelijkers”. Gelinkt aan de teksten betreffend duurzame verandering komt dit neer op een combinatie van technologie en gedragsverandering, aangezien dit de langste verandering in de hand werkt. Met andere woorden, werd er gekozen voor een manier van promotor, waarbij er tweerichtingscommunicatie is. Verder is het ook belangrijk te stellen dat ik ge- kozen heb voor een manier die direct impact toont bij de ondernomen acties en waar men zelfcontrole gebruikt als controle. De impact van de verandering wordt best snel getoond door middel van feedback. Tweewegscommunicatie is dus belangrijk. Het ludieke aspect in samenhang met deze voorgaand genoemde meter die feedback genereert, resulteert in een “wereldbolmeter”. Deze is geïnspireerd door cases die de wereld groener maken. Ook heb ik heel wat conclusies kunnen trekken op vlak van het aanleren van informatie via media. De techniek van Mayer (2000) gaf mij een nuttig handvat om mee verder te werken zodat de filmpjes leerzaam zijn. Om deze reden werden de filmpjes in mijn prototype ver- taald naar zijn theorieën. Verder heb ik onderzoek gedaan naar bestaande coachingsprogramma’s. Hieruit bleek dat er een goede structuur moet bestaan, die de mensen vanzelf leidt naar de goede weg. Per- soonlijke aanpak werd daarom ook belangrijk bevonden, aangezien gerichte informatie meer nut heeft. Ook tekeningen werden gebruikt, om het geheel leuk te maken Als laatste stel ik vast dat er reeds heel wat ecologische instanties bestaan, maar niet in combinatie met een coachingsprogramma. Daarom heb ik in EcoCoach bestaande instanties opgenomen. Enkele zeer nuttige organisaties zijn Velt, EVA en Voedselteams.
    • You must be the change you wish to see in the world. Mahatma Gandhi
    • DEEL 2: REALISATIE Het tweede deel van het onderzoek, de realisatie, bestaat uit twee grote onderdelen: con- ceptualisering en concretisering. In realisatie ga ik dieper in op het uitwerken van mijn pro- totype: EcoCoach. In het eerste onderdeel van het onderzoek, de conceptualisering, doe ik het eigen uitgevoerd onderzoek uit de doeken. Er wordt gezocht naar antwoorden op subvragen zoals “ Welke elementen beïnvloeden jongvolwassenen in hun keuzeproces van voedsel?” via voedsel- dagboeken, enquêtes en interviews naar hun voedselbeleving. Verder wordt er gezocht naar een antwoord op de subvraag: “Welke manieren zijn geschikt om een voedingspatroonver- andering door te voeren?” via interviews met een diëtiste en een diëtistenbezoeker. Al het voorgaande wordt vertaald naar een eerste paper protoype/cultural probes om conclusies uit te trekken. In het tweede onderdeel, de concretisering, wordt het concept uitgelegd aan de hand van alles wat reeds onderzocht is. Verder wordt er in dit deel de uitwerking en testing geëxplici- teerd. Zo kom ik in dit onderdeel tot het finale prototype.
    • 5. CONCEPTUALISERING5.1 EXPERIMENTEEL ONDERZOEK Om na te gaan wat jongvolwassenen denken over ecologisch eten, voerde ik een klein experimen- teel onderzoek uit. Hierbij maakte ik een bord met twee kanten aan. De ene kant vroeg naar wat de respondenten dachten dat ecologisch bewust eten inhield. De andere kant was een vertaalslag naar henzelf. Hierbij vroeg ik waarom ze dit (niet) zouden doen. Het bord stelde ik voor aan jongvol- wassenen, vrienden en familie. De bedoeling van dit onderzoek was om na te gaan wat ecologisch bewust eten betekent in de volksmond. Uit dit onderzoek bleek dat vele jongvolwassenen niet precies weten wat ecologisch eten inhoudt, velen geven een andere invulling. Een groot deel heeft wel interesse om ecologischer te leven, maar weet niet hoe ze hieraan zouden beginnen. Niet alle jongvolwassenen hebben trouwens interesse in deze thematiek. Als je hen ermee confronteert willen ze natuurlijk wel een inspanning doen. Daarom heb ik een focus gelegd op de jongvolwassenen die interesse hebben in de problematiek en openstaan voor verandering. Afbeelding 15 : Klapbord Bij het stellen van de eerste vraag: “Wat houdt ecologisch eten in volgens jou?”, vielen de meesten helemaal uit de lucht. Velen hadden hier nog nooit over nagedacht. Ze begonnen voorzichtig dingen voor te stellen, maar ik vermeldde dat het bord voor alles openstond en alle voorstellen dus juist waren. In de volksmond houdt ecologisch eten dan ook in dat men eet wat de natuur voorziet, op afval let, zelf groenten kweekt, biologisch eet, vegetarisch eet en andere. Het viel me op dat de meesten een verschillende visie hebben en dat er onwetendheid is rond dit thema. Een goede afbakeningen van wat ecologisch eten is, is dan ook nodig voor het concept. Deze duidelijke afbakening is terug te vinden in hoofdstuk “2.4 Ecologisch bewust eten” Verder gaf deze eerste onderzoeksmethode heel wat inzichten in wat anderen beschouwen als ecologische voeding. 38/81
    • Op het tweede bord stond de vraag waarom de testpersonen al dan niet zelf actie zouden onderne- men naar een meer ecologische voedingspatroon. Velen antwoorden positief, omdat ze zich er beter zouden bij voelen, omdat het de natuur zou helpen, omdat ze het nu reeds deels deden. Maar er waren ook redenen om het niet te doen. Volgens sommigen is het te duur, willen ze bepaalde zaken niet opgeven en is het te kleinschalig. Uit dit onderzoek bleek dat er mensen zijn die willen veranderen, omdat ze beseffen dat dit moet. Anderzijds zijn er ook veel redenen om geen inspanningen te leveren. Dit werd weerlegd in mijn pro- totype door middel van tips en tricks die aangepast zijn aan de voorkeuren van de jongvolwassenen. In deze tips staan enerzijds hulpmiddelen, maar ook redenen om de verandering toch uit te voeren.5.2 VOEDSELDAGBOEK In een volgende fase deed ik onderzoek naar voedingskeuzes van jongvolwassenen. Het is belangrijk om te weten hoe jongvolwassenen keuzes maken in hun voedingspatroon om hier verder mee te werken en op te nemen in een uiteindelijk prototype. Op deze manier kon ik nagaan wat er belang- rijk is voor jongvolwassenen qua voedselkeuzes, aankoopproces en bereiding van voedsel. In eerste instantie deed ik research via zelfonderzoek, om na te gaan hoe een bewust ecologisch persoon keuzes probeert te maken. Het voedingskeuzeonderzoek bestond in eerste instantie uit zelfonderzoek aan de hand van voedsel- dagboeken, dat opgevolgd werd door onderzoek bij een kotstudente. Gedurende enkele weken hield ik bij wat ik consumeerde en ging ik na hoe ecologisch dit scoorde. Dit werd geïllustreerd door foto’s. Een eerste conclusie hieruit was dat er een uitbalanceergedrag ontstond op ecologisch vlak. Bijvoorbeeld, als ik graag vlees wou eten, probeerde ik dit uit te balan- ceren door lokale en seizoengebonden groenten te consumeren. Afbeelding 16: Voedseldagboek week 1 en week 2 In een tweede fase vroeg ik een andere studente hoe zij haar afwegingen maakt in verband met voedsel. Mijn bedoeling was om erachter te komen hoe een jongvolwassene, die zelf haar voedings- keuzes maakt, beslissingen neemt en welke afwegingen zij maakt en wat haar beïnvloedt. Voor deze testpersoon waren er andere afwegingen belangrijk: tijd, geld en houdbaarheid. Omdat 39/81
    • ze op kot zit, wordt er vaak samen gekookt. Het eten dat ze bereidt moet vaak lang houdbaar zijn,aangezien ze enkel tijdens de week op kot zit. Ook tijd speelt een belangrijke rol: eten moet snel enmakkelijk klaar te maken zijn, aangezien zij naar huis moet of naar de les. Verder kijkt de testpersoonook naar vleesconsumptie en biologische voeding. Krijgt ze de kans om zelf vlees te schrappen, dandoet ze dat. Ook als er een biologisch alternatief is, kiest ze daarvoor. Afbeelding 17: Voedseldagboek kotstudenteIn een derde fase werd er weer teruggekoppeld naar zelfonderzoek. Aangezien ik zelf nog thuiswoon, heb ik niet altijd zelf de controle over mijn voedselkeuzes. Daarom maakte ik een week langzelf mijn eigen voedselkeuzes. Dit hield in dat ik zelf inkopen moest doen en koken. De bedoelingwas om na te gaan hoe dit de ecologische voedselkeuzes zou beïnvloeden. Ik wou er graag achterkomen wat de moeilijkheden en ijkmomenten waren.Mijn keuzeproces werd ook hier gedocumenteerd aan de hand van een voedingsdagboek en foto’s.Zelf merkte ik op dat het meer moeite vraagt om zelf te koken: er moeten voorbereidingen getroffenworden, zoals recepten zoeken, nagaan welke ingrediënten er nodig zijn, of deze aanwezig zijn. In dewinkel keek ik dan vooral naar voedsel uit de nabije omgeving in combinatie met vegetarische alter-natieven. Ijkmomenten zijn het beslissen over wat te eten, maar ook de aankoop in de winkel zelf.Het zoeken naar recepten nam natuurlijk extra tijd in beslag, tijd die jongvolwassenen er vaak niet inwillen steken. Daarom is het belangrijk dat er voor jongvolwassenen bij mijn coachingsprogrammarecepten worden aangeboden. Afbeelding 18: Voedseldagboek week 3 40/81
    • 5.3 ENQUÊTES VOEDINGSAFWEGINGEN BIJ JONGVOLWASSENEN In een tweede fase die voortbouwt op de vorige fase in de zoektocht naar hoe jongvolwassenen hun voedingspatroon stabiliseren, voerde ik enquêtes en interviews uit. Aangezien uitbalanceerge- drag een interessant gegeven is om te zien hoe het voedingspatroon van jongvolwassen zich vormt, voerde ik ook hierover een korte enquête uit. Er werd gepeild naar dit gedrag, waarom en hoe ze dit vertonen. Deze enquête rond uitbalanceergedrag diende ook als inspiratie voor een ver- dere fase van het onderzoek. Voor de enquête en de resultaten verwijs ik u naar bijlage 4 en 5. Onderstaande vraag werd gepost op Facebook en Twitter om een gepaste doelgroep te verkrijgen. In totaal engageerde er een kleine groep van 28 respondenten zich. Afbeelding 19: Oproep Facebook en Twitter De meeste jongvolwassenen maken geen afwegingen, het overgrote deel (75% van de 28 respon- denten) doet dit niet. 1/4 van de respondenten doet dit dus wel. Afwegingen hadden eigenlijk grotendeels met gezondheid en gewicht te maken. Enkele quotes van respondenten: “Toch eerst even vermelden, ik ga naar een diëtiste, 1x per week mag ik me laten gaan aan een zoete zonde, die dag zorg ik ervoor dat ik zeker ga sporten en ‘s avonds zeker geen alcohol drink omdat dat nog eens voor bijkomende suikers zorgt.” “Als ik een ongezonde middagmaaltijd eet, zorg ik dat ik een gezond 4-uurtje eet. Als ik een ongezonde avondmaaltijd eet, zorg ik dat ik een gezonde versnapering voor de TV eet.” “Zit er veel vet in? Dan meer groenten erbij eten.” “Als ik bijvoorbeeld 3 keer per week frietjes eet, probeer ik de week erna wel te minderen. Maar ik kijk niet per dag. Dus als het gewoon 1 week fel overdreven was, probeer ik de week erna wel wat op te letten.” 41/81
    • Afbeelding 20: Afwegingen jongvolwassenen Het viel me op dat gezondheid en gewicht veel impact hebben op het voedingspatroon van jon- geren. Gezondheid werd daarom meegenomen in mijn coachingsprogramma, natuurlijk in com- binatie met ecologie. Dit is uiteraard logisch. Ecologische keuzes mogen niet ten koste gaan van de eigen gezondheid. Daarom worden er tips meegegeven hoe men een evenwichtig en gezond eetpatroon kan verkrijgen met minder dierlijke producten, aangezien vele jongeren hiervan schrik hebben. Een tweede interessante bevinding was dat een respondente meedeelde dat ze naar de diëtiste gaat. Dit is een belangrijke inspiratiebron geweest. Vaak proberen jongvolwassenen zelf verander- ing in te voeren in hun voedingspatroon. Als dit hen niet lukt, besluiten ze naar de diëtiste te stap- pen. Dit doen ze omdat ze echt graag willen afvallen. Aangezien de focus ligt op jongvolwassenen die graag een ecologische verandering in hun voedingspatroon willen implementeren, is EcoCoach te vergelijken met een bezoek aan de diëtiste, maar dan vanuit een ecologische invalshoek. Daar- om heb ik in de volgende fase van het onderzoek gekeken hoe een diëtiste voedingsveranderingen doorvoert om hier dan methodes uit over te nemen.  5.4 ENQUÊTES VOEDINGSPATROON Voortgaand op de enquêtes naar de afwegingen, verrichte ik diepgaandere enquêtes naar hoe jongvolwassenen keuzes maken in hun voedingspatroon. Deze interviews behandelden onder- werpen zoals keuzes in hun voedingspatroon, hoe het zich stabiliseert, ijkmomenten, welke de beïnvloedende elementen zijn, wat zij er zelf van vinden en hun motivatie. De vragenlijst werd afgenomen bij jongvolwassenen die reeds alleen woonden of op kot zitten, om na te gaan hoe de precieze doelgroep met openingskeuzes omgaat. In bijlage 6 bevindt zich de vragenlijst, er werd vooral bevraagd naar welke elementen hun voedingspatroon beïnvloeden. In bijlage 7 kan u de antwoorden terugvinden. 42/81
    • In het vorige deel haalde ik FBM aan, de voedingspatronen werden gelinkt aan elementen van mo-tivatie, vermogen en uitlokkende factoren. Dit deed ik om te verduidelijken wat jongvolwassenenmotiveert en wat hun keuzeproces vergemakkelijkt. Op deze manier wou ik erachter komen welkevertaalslag ik kon maken naar het coachingsprogramma.Als we de motivatie bekijken bij jongvolwassenen die zelf koken, komen we tot volgende element-en:• Er bestaan allerlei motivatiefactoren om zelf te koken. Enerzijds vinden de jongeren het tof om zelf iets lekkers te maken. Iets dat lekker is, dus een vorm van plezier, wordt vaak aangehaald als een belangrijke motivator. Dit is een vorm van positieve/negatieve beleving.• De jongvolwassenen worden ook beïnvloed door hoop en angst, maar op een heel ander niveau: gezondheid. Voor velen is dit belangrijk, ze willen graag gezond leven en zien hier het nut van in, zowel voor lichaam als geest.• Voor jongvolwassenen is sociale aanvaarding en afwijzing niet heel prominent aanwezig in hun voedsingskeuzes. Volgens het grootste deel van de bevraagden beïnvloedt hen dit niet, anderen zeggen dat kotgenoten soms wel commentaar hebben en dat ze zich daar aan proberen te passen. Sommige studenten koken op kot, en hebben een beurtrol voor elke dag van de week. Op die manier hopen ze op sociale aanvaarding van hun gerechten. Een studente zei dat het een grote motivatie was als haar kotgenoten haar recepten lekker vonden. Dit stimuleert haar om meer zelf te koken.• De meeste jongvolwassenen bereiden hun eigen eten. Ze rekenen voor sommige dagen op restjes van mama en papa of koken opzettelijk te veel zodat ze de dag erop nog over hebben. Soms eten ze ook uit, maar dat gebeurt niet vaak en als het gebeurt, is het een groepsactiviteit. Jongvolwassenen hechten veel waarde aan zelf koken. Ze vinden het zelfs aangenaam en ontspannend, als ze de tijd ervoor hebben.Vertalen we de elementen van “mogelijkheid” naar de voedingsgewoontes van jongvolwassenen,dan ziet dit er als volgt uit:• Tijd: jongvolwassenen hebben meestal een beperkte tijd om te koken. Ze willen dat dingen snel gaan en kiezen daarom voor snelle maaltijden, die ze wel nog zelf kunnen bereiden.• Geld: de meeste jongvolwassenen hebben budgettaire beperkingen, ze willen niet te veel uitgeven en kiezen vaak voor de goedkoopste variant. Als voedsel veel kost, kiezen ze sneller voor een alternatief.• Inspanning: de meeste jongvolwassenen hebben een beperkte tijd om te koken, ze hebben veel andere activiteiten. Daarom moeten maaltijden snel gaan, inclusief voorbereidings- en opruimwerk. Inspanningen mogen niet extreem veel moeite vergen, recepten mogen wel ingewikkeld zijn, maar het moet snel gaan. Tijd is cruciaal. 43/81
    • Houdbaarheid: sommige studenten gebruiken geen eetschema en kiezen bewust voor voedsel dat langer houdbaar is dan andere alternatieven (vleesvervangers tegenover vlees). • Gezondheid: Zoals reeds aangehaald in het deel “5.3 Enquêtes voedselafwegingen bij jongvolwassenen”, is gezonde voeding heel belangrijk voor jongvolwassenen. Ze willen genoeg groenten en fruit eten. Ook een gebalanceerde maaltijd scoort hoog. • Sociaal afwijkend gedrag: voor sommige jongvolwassenen speelt dit amper een rol, voor andere een kleine. Ze willen graag iets maken dat de rest ook lekker vindt, een complimentje krijgen, ... • Niet-routine: koken is voor jongeren een routine geworden, maar nog geen sleur. Ze vinden het nog leuk en zijn bereid constant te veranderen middels afwisseling in de recepten. Verder zijn er ook andere uitlokkende factoren die ervoor kunnen zorgen dat gedrag verandert. In dit geval focussen we ons eerder op de “vergemakkelijker”. In EcoCoach wordt aangetoond dat keuzes makkelijk zijn te maken, aan de hand van wat jongvolwassenen belangrijk vinden qua voed- ingskeuzes. Als laatste element staan we stil bij enkele ijkmomenten die ervoor zorgen welke voedingskeuzes al dan niet gemaakt worden en hoe hier mee omgegaan wordt. Een eerste ijkmoment is of er op kot veel gekookt wordt. Indien er niet veel gekookt wordt door medekotgenoten, hebben de stu- denten zelf niet veel neiging om te koken. Sociale aanvaarding en interactie zorgen dus voor een beter en stabiel voedingspatroon. In conclusie stel ik dat jongvolwassenen zich door heel wat elementen laten beïnvloeden voor hun voedingspatroon. Ik stel echter dat er drie grote, vaak voorkomende elementen zijn die gebruikt werden om de informatie in EcoCoach “persoonlijker” en motiverender te maken. Door deze informatie aan te passen aan de gewoontes en voorkeuren van de jongvolwassenen, kan hij beter passende informatie verkrijgen en dus beter begeleid worden in het veranderingsproces. Het gaat hier in essentie rond de drie grote elementen van “Gezondheid”, “Geld” en” Tijd”. Deze worden in het prototype opgenomen als manier om het programma persoonlijker te maken. Recepten en tips worden aangepast aan hun persoonlijke voorkeur omtrent dit onderwerp.5.5 INTERVIEWS AANPAK DIËTISTE In een eerste instantie wil ik met mijn prototype nog altijd een voedingsverandering implementeren. Daarom was het van belang om te onderzoeken hoe een diëtiste, iemand die hier professioneel mee bezig is, deze verandering implementeert om dan bepaalde elementen over te nemen. 44/81
    • Via deze onderzoeksmethode verdiepte ik me in hoe diëtistes voedingsveranderingen aanreiken en meer specifiek keek ik naar de methodes. Voedingsveranderingen kunnen zich op elk moment van het leven voordoen, om welke redenen dan ook. De voedingsverandering die door EcoCoach wil doorgevoerd worden is een redelijk grote verandering, maar sluit nog altijd aan in de zin dat ze niet hun heel leven ervoor zullen moeten omgooien. Via deze voedingsverandering wordt er wel een mentale omschakeling verwacht van de deelnemers. Wie een voedingsverandering probeert in te voeren in zijn of haar leven, probeert dit meestal op zijn eigen houtje. Vaak falen diëten, omdat ze een te extreme en grote verandering inhouden die niet lang vol te houden is (Vandeneede, 2012). Een lang aanhoudbare methode is een voedingsverande- ring via de diëtiste. Zij leert goede voedingsgewoontes aan die rustig worden opgebouwd, wat zorgt voor een langer effect. Ze begeleidt je in het proces, helpt en motiveert. Aangezien dit is wat ik wil bereiken met EcoCoach, nam ik contact op met een diëtiste en enkele patiënten. Ik zocht naar de werking en de motivatie achter het proces, aangezien dit bij het onderwerp van deze thesis aansluit. Beide willen een voedingsverandering implementeren. Enkel de motivatie verschilt: hier doe je het niet voor je eigen gezondheid, maar het welzijn van de wereld en je geest. Door middel van interviews, die in de bijlage 1, 2 en 3 staan, werd er bevraagd naar de werking, hulpmiddelen en motivatie bij voedingsveranderingen door middel van een diëtiste.5.5.1 ANALYSE De aanpak van een diëtiste bestaat meestal uit drie verschillende soorten afspraken: intakegesprek, tweede gesprek en opvolggesprekken. Tijdens het intakegesprek gaat de diëtiste na hoe het huidige voedingspatroon eruit ziet. Dit gebeurt aan de hand van voedseldagboeken, foto’s van porties of een lijst met verschillende voedingsgroe- pen. Verder wordt de persoon ook gewogen, opgemeten en wordt het vetpercentage berekend. De diëtiste en de patiënt bespreken dan samen wat het doel is en het streefgewicht van de persoon. De diëtiste geeft mogelijk al wat eerste tips mee die de persoon kan uitvoeren tegen de volgende week. Het tweede gesprek vindt enkele dagen later plaats. De diëtiste heeft tijd gehad om een voedselplan samen te stellen op basis van wat de persoon heeft verteld. Dit wordt aangepast aan wat de persoon at, graag eet, streefgewicht en gezondheid. De diëtiste probeert altijd de persoon gezond te leren eten, want dit is van belang. De opvolggesprekken zijn korter en vinden plaats om de maand. Er wordt telkens besproken wat er in de maand heeft plaatsgevonden, hoe de maand is verlopen op eetvlak, of men is afgevallen en zich aan het voedingspatroon heeft kunnen houden. De persoon wordt ook gemeten en gewogen. Mochten er problemen zijn, dan probeert men die te verwerken en mogelijke aanpassingen te ma- ken in het voedingspatroon. 45/81
    • HulpmiddelenVoedseldagboek Niet elke diëtiste maakt gebruik van een voedseldagboek, maar dit is een handige tool om in de eerste fase te zien wat de persoon eet en in welke hoeveelheid. Op basis hier- van kan de diëtiste bepalen wat er moet veranderen en ook wat de persoon graag eet. In het verdere proces is het handig enerzijds voor de persoon zelf om te zien wat hij al gegeten heeft en wat hij nog mag eten, anderzijds voor de diëtiste om te zien of de persoon zijn eetpatroon goed op- volgt. Het nadeel van het voedseldagboek is dat er makkelijk mee kan geknoeid worden. Eerlijkheid wordt daarom hoog in het vaandel gedragen (Calsteren, 2012). Deze methode werd gebruikt in de cultural probes om na te gaan welke voedingskeuzes de testpersonen maakten.Afbeelding 21: Eetdagboek(Calsteren, 2012)Do’s en Don’ts Klanten krijgen een lijst mee met verschillende “do’s en don’ts” per voedingsgroep. Er staat dan bijvoorbeeld: geen wit brood, maar volkoren, grijs, bruin of zwart brood. Op deze manier krijgt de klant vrijheid om zelf te kiezen tus- sen de verschillende soorten voedsel. Er wordt niets echt verboden, er moeten gewoon de juiste varianten gekozen worden. Deze do’s en don’ts vertaalde ik in EcoCoach losjes naar “Tips” om een omschakeling te helpen.Afbeelding 22: Do’s en Don’ts(Calsteren, 2012)ReceptenAllerlei zaken aanraden zonder een duidelijke uitwerking is moeilijk. Om het voor de klanten gemak-kelijk te maken, gebruiken diëtisten recepten uit de verschillende voedselgroepen om zo correctte consumeren en gezond te eten. De diëtiste zoekt constant naar recepten om die dan mee tegeven aan de klant. Vaak wordt hier een persoonlijke touch aan toegevoegd door recepten mee tegeven die de klant graag eet (Calsteren, 2012). EcoCoach benut ook aangepaste recepten aan depersoonlijke voorkeur van jongvolwassenen en hun streefdoel. De recepten worden aangepast aande voorkeuren met betrekking tot tijd, geld en gezondheid, zoals besproken werd in het voorgaandeonderdeel. 46/81
    • Werkpunten Een persoon kan moeilijk alle veranderingen zomaar in één keer succesvol uitvoeren. Daarom wordt er gewerkt met werkpunten. Dit zijn verschillende stappen in het omschakelingsproces in een voe- dingsverandering . Als een eerste stap succesvol is ingevoerd in het leven en eetpatroon van een in- dividu, dan mag hij voortgaan naar de volgende stap. Alle stappen samen zouden te overweldigend kunnen zijn en de persoon zou snel kunnen afhaken (Vandeneede, 2012). Deze aanpak was perfect om te vertalen naar EcoCoach aangezien ik beoogde om een verandering op het tempo van de ge- bruiker te laten doorvoeren. Daarom werden voedingsveranderingen in EcoCoach via werkstappen ingevoerd, zodat de gebruikers veranderingen rustig en op hun eigen tempo kunnen invoeren. Dieteo Box De Dieteo Box is een twijfelachtige manier om mensen te helpen in hun voedselaanpassingen. Het is een bedrijf dat zich laat sponsoren door andere bedrijven en er dan staaltjes, kortingsbonnen en receptjes insteekt. Enerzijds is dit wel leuk om te krijgen en leer je wel bij, maar vaak zijn de aange- boden producten niet echt de gezondste en beste keuze om af te vallen. De Ecobox (cultural probe gecombineerd met paper prototype, zie “5.6”) was op deze doos geïnspireerd. Afbeelding 23: Dieteo Box5.6 PAPER PROTOTYPE + CULTURAL PROBES Deze onderzoeksmethode was, zoals aangehaald in de inleiding, een mix van verschillende metho- des: cultural probes gecombineerd met paper prototype. Deze test was enerzijds geïnspireerd op de Dieteo Box, door het krijgen van kleine cadeautjes van voedsel. Ten tweede was deze losjes geïnspi- reerd op cultural probes, maar niet in de meest strikte zin. Via deze onderzoeksmethode wou ik niet enkel inspiratie opdoen, maar vooral concrete informatie verkrijgen om vervolgens te vertalen naar een uiteindelijk prototype. Cultural probes hebben als doel inspirerend te zijn, veel vrijheid te geven en opdrachten te geven. Mijn doos, de Ecobox, sluit hier niet bij aan. Ik gebruikte technieken van de diëtiste: werkpunten en met mondjesmaat informatie gegeven in de vorm van opdrachten om na te gaan wat het effect hiervan is. Verder stelde ik ook heel wat vragenlijsten op. Daarom is Ecobox ook deels een vragenlijstpakket, om na te gaan hoe de testpersonen de veranderingen ondervinden, welke tips ze meegeven, wat werkt voor hen, ... Aangezien in het finale prototype met reeds enkele technieken werd gewerkt die opgenomen werden in het uiteindelijke prototype, handelt het zich hier ook rond een paper prototype op lange termijn. 47/81
    • Volgende elementen zaten in de Ecobox (voor meer informatie, zie bijlage 8, 9, 10, 11, 12 en 13.Voor de resultaten verwijs ik naar bijlage 14) :• Algemene uitleg: Over het nut en de bedoeling van de doos• Eerste vragenlijst rond huidig voedselpatroon: Het doel van deze vragenlijsten was om de doos persoonlijk te maken en zo te zorgen dat de testpersonen een doos kregen op maat van hun persoonlijk voedingspatroon. Vooraf werd er gevraagd aan welk punt de personen het minste doen. Zo kregen ze een meer aangepaste Ecobox. Er bestonden in totaal drie verschillende Ecoboxen, die elk inspeelden op een ander actiepunt: minder vlees, minder zuivel en seizoensgebonden en lokaal eten. Op deze manier probeerde ik drie verschillende soorten acties te onderzoeken en de doos aan te passen aan hun voedingsgewoontes.• Opdrachten: Deze waren aangepast aan hun huidig voedselpatroon en opgebouwd in de vorm van werk stappen. Elke doos bevatte 2-3 opbouwende opdrachten.• Hulpmiddelen: Aangepast aan de opdracht: USB-Stick Hulpmiddelen in vorm van voedsel: De seizoensdoos bevatte pastinaken, de zuiveldoos een doosje rijst- en sojamelk. Bij de minder-vleesdoos werden er linzen en quinoa bijgevoegd. Dit alles had als nut de testpersonen te motiveren. Recepten met ingrediënten die hierboven werden vermeld Voedseldagboek Voor controle en inzicht in het voedingsproces Seizoenskalender Twee vragenlijsten bevindingen op laatste dag: Het project werd afgerond met twee vragenlijsten. De eerste handelde over hoe de gebruikers de verandering ervaarden, of het succes had, waar het beter kon, ... Hier- mee beoogde ik om hen te betrekken bij het designproces en hun mening en inzichten kwijt te kunnen. In de tweede vragenlijst peilde ik naar wat zij nuttig vonden in een voedingsverandering. Afbeelding 24: EcoBox 48/81
    • 5.6.1 BEVINDINGEN Ik koos ervoor om Ecoboxen te verdelen aan testpersonen die interesse hadden in de themathiek en reeds bezig waren met ecologische voeding. Zoals aangehaald maakte ik drie dozen met drie ver- schillende onderwerpen. De dozen werden zo verdeeld dat de testpersonen een werkpunt kregen waar zij nog niet mee bezig waren. Enerzijds kon ik zo bijleren rond de werking van mijn Ecobox, maar anderzijds kon ik ook bijleren over hun ecologische voedingsverandering die ze op zichzelf hadden doorgevoerd. Na de inlevering van de Ecoboxen, bestudeerde ik ze grondig. Op basis hiervan trok ik conclusies die ik terugkoppelde naar het prototype. Motivatie De testpersonen vertelden dat ze het absoluut niet moeilijk vinden om aandacht te besteden aan ecologische voeding, aangezien ze vanuit hun overtuiging gemotiveerd werden, ook al bemerkten ze dat het soms moeilijk is als mensen niet begrijpen waarom ze dit doen. Sommigen zien voedsel als “a way of life”, “part of the circle” en reageren heel hard op hun overtuigingen. Hier hebben ze het vaak moeilijk mee, aangezien wat zij goed doen, teniet gedaan wordt door mensen die niet bewust omgaan met voedsel en gewoon doen waar ze zin in hebben. Hulpmiddelen Eén van de testpersonen vertelde me dat ze ooit fulltime vegetariër was, maar uit gezondheidsover- wegingen hiermee moest stoppen. Bij het bekijken van haar voedingspatroon via het eetdagboek, blijkt dat als ze vlees uitsluit, ze niet echt zoekt naar goede vleesvervangers. Dit toont aan dat zij de kennis niet heeft over welke voedselstoffen een gezond en plantaardig alternatief te vormen. Het is daarom belangrijk dat aangegeven wordt welke voedingsstoffen belangrijk zijn om gezond te eten. EcoCoach geeft tips die duidelijk maken hoeveel gram je nodig hebt van een bepaalde vleesvervan- ger. Een andere respondent haalde aan dat het proces van een voedingsverandering niet van één dag op een andere gebeurt. Het is een proces van informatie zoeken en uitproberen, afbouwen en op- bouwen. Alle testpersonen haalden aan dat het besef de cruciale factor is. Doordat ze beseffen wat de impact is en wat zij zelf in hand hebben, is hun voedingspatroon danig veranderd. Voor de testpersonen is het belangrijk om te weten dat zij een verschil maken. In mijn prototype wordt dit duidelijk gemaakt door de “wereldbolmeter”, die aangeeft dat zij een verschil maken voor de wereld. Eén van de testpersonen haalde aan dat zij de recepten in de Ecobox heel handig vond omdat deze aangepast waren aan de groenten die zij meekreeg in de doos. Hierdoor kon zij meteen aan de slag en moest zij niet opzoeken hoe zij die groenten moest bereiden. Daarom werden de recepten in de EcoCoach vertaald naar de opdracht en dus aangepast, zodat men niet te lang moet zoeken achter een gepast recept. 49/81
    • Er werd vermeld dat het helpt wanneer mensen samen dezelfde overtuigingen hebben en elkaarhelpen. Samen koken, tips geven aan elkaar, samen nadenken over de dingen, werkt enorm moti-verend volgens een testpersoon. In EcoCoach is er een prikbord waar de testpersonen visies, tips,recepten, vragen, moeilijkheden, ... kunnen delen.Verder haalde ik ook aan dat er veel instanties bestaan die actief zijn rond ecologische voeding.Een voorbeeld was Voedselteams, al eerder vermeld in deze thesis. Een testpersoon vermeldde datdeze Voedselteams handig is om makkelijk, snel en ecologisch te kopen. Daarom maakte ik in Eco-Coach links naar enkele instanties met uitleg over hun werking en de acties die zij aanbieden. Ookkookworkshops van EVA werden door enkele testpersonen vermeld. Dit helpt volgens hen omdat jesamen werkt en allemaal dezelfde visie deelt. 50/81
    • 6. CONCRETISERING6.1 CONCEPT EcoCoach helpt de gebruiker om actie te ondernemen op het vlak van ecologie en zijn voedingspa- troon, door informatie aan te bieden over workshops, Voedselteams, recepten, tips, ... Op deze ma- nier biedt EcoCoach één centraal punt aan waar de gebruiker allerlei informatie kan vinden die hem verder helpt in zijn zoektocht naar een ecologischer voedingspatroon. Verder is het programma ge- ïnspireerd op de aanpak van een diëtiste en aangepast aan de speciale noden van jongvolwassenen. Het concept is geïnspireerd op de voorgaande case van “The effectiveness of an interactive multime- dia program” (Irvine et al., 2004). In dat voorbeeld wordt een “aangepast” programma gecreëerd voor de gebruiker om gezonder te gaan eten. Enkele elementen uit dit programma werden over- genomen en vertaald naar het concept van EcoCoach. In het eerst genoemde programma werd er voor een gepersonaliseerde aanpak gekozen om de testpersonen te motiveren en helpen. EcoCoach probeert een aangepaste aanpak te voorzien door op voorhand vragen te stellen. Op deze manier wordt het programma aangepast aan woonplaats van de gebruikers, hun huidige voedingspatroon op ecologisch vlak en hun persoonlijke voorkeuren. Dit laatste houdt in dat het programma op- gebouwd werd op basis van voorgaand onderzoek naar hoe jongvolwassenen hun voedselkeuzes maken. Verder koos ik om werkpunten in het programma op te nemen. Deze zijn overgenomen van de methode die de diëtiste aanreikt. Deze werkpunten zijn gecombineerd met enkele methodes van het interactieve coachingsprogramma van “The effectiveness of an interactive multimedia program”. Er werd gekozen om in de verschillende werkpunten verschillende levels te plaatsen, net zoals bij voornoemde case. Per werkpunt zijn er verschillende hulpmiddelen, zoals bij een diëtiste, om te helpen bij de overstap. Het gaat hier dan om recepten, tips, workshops en nuttige instanties. Con- trole gebeurt via zelfbelofte, net zoals bij “The effectiveness of an interactive multimedia program”. Het programma biedt veel vrijheid aan, waarbij zelf keuzes kunnen gemaakt worden omtrent de acties die er worden ondernomen. Ik koos voor een niet al te dwinged programma, aangezien ik niet met de vinger wil wijzen. De applicatie is een combinatie van gedragsverandering en technologie, waarbij hulpmiddelen automatisch worden gegenereerd. “Using persuasive technology to encou- rage sustainable behavior” (Midden et al., 2007) geeft aan dat dit de beste combinatie is om gedrag duurzamer te veranderen. Als ik het concept vertaal naar het FBM, zie ik een situatie waarbij er een redelijk hoge “motivatie” factor is, aangezien ik koos voor een doelgroep die openstaat voor verandering. Het “vermogen” wordt verhoogd door het makkelijk en snel te maken om actie te ondernemen. Via enkele snelle clicks kan er veel informatie verkregen worden. Verlaagt de motivatie toch wat, dan zijn er ook pop- up’s, met andere woorden “sparks” die de aandacht trekken van de gebruiker. In deze pop-up’s staat dan nuttige informatie zoals over workshops in de buurt of het programma signaleert dat de controle van de belofte moet uitgevoerd worden. 51/81
    • Uit de tekst “Making the user more efficient: Design for sustainable behaviour” (Lockton et al., 2008)kwam de interessante bevinding dat het belangrijk is de gebruikers feedback te geven. Daarom hebik een element toegevoegd dat duidelijk maakt hoe goed de gebruiker bezig is. Dit is gecombineerdmet een element van “de wereld groener maken”, zoals u kon lezen in the “State of the art”. Op dezemanier beoog ik een klein ludiek element toe te voegen aan het coachingsprogramma.Verder is het de bedoeling dat er ook geleerd wordt via dit coachingsprogramma. Aangezien het hiergaat over een multimediaal programma, baseer ik me op de theorieën over “Multimedia Learning”van Mayer en Moreno. Zoals reeds vermeld, werden er enkele filmpjes gemaakt om meer uitleg tegeven over de problematiek. Dit werd gedaan, omdat puur statische tekst niet goed scoort op hetvlak van bewustmaking en het aanleren van een problematiek. Aangezien het hier gaat over eenleerproces via multimedia, zoals R. Mayer beschreef, werden er enkele principes toegepast. Zo werder gekozen om informatie via beelden en woorden weer te geven, het principe van meerdere voor-stellingen (Mayer et al., 2000). Op deze manier kan de informatie beter verwerkt en opgenomenworden. Het principe van meerdere voorstellingen werd ook gebruikt, door informatie naast elkaarte tonen. Zo worden de beelden en woorden niet na elkaar getoond, maar lopen ze gelijktijdig.Er werd niet gekozen voor het gespleten aandachtsprincipe (Mayer et al., 2000) waarbij woordenniet getoond worden, maar gehoord worden, aangezien er gebruik werd gemaakt van een app.Een smartphone is vooral een visueel apparaat in vergelijking met een auditief apparaat. Uit mijngebruikstest bleek dat sommigen het inderdaad storend zouden vinden om muziek te horen bij hetbekijken van een filmpje op de smartphone. Uiteindelijk werd er gebruik gemaakt van korte, infor-matieve filmpjes met genoeg visuele stimulansen om op deze manier kort en intensief informatie tekunnen aanleren. Afbeelding 25 : Filmpjes EcoCoachOok in de rest van de applicatie heb ik er immer voor gekozen zoveel mogelijk afbeeldingen te ge-bruiken bij alle stappen van het proces. Dit helpt de gebruiker om de informatie te verwerken. 52/81
    • 6.1.1 OPBOUW Afbeelding 26: Opbouw EcoCoach Het programma bestaat uit volgende delen, zie hierboven voor een visuele voorstelling. • Voorbereiding: • Naam Postcode Vragenlijst voedingspatroon Persoonlijke voorkeur • Coaching: Werkpunten Algemene informatie Quick Tips: Aangepaste Recepten Tips Seizoenskalender Prikbord Link naar instanties EVA Velt Voedselteams Workshops Wereld groener maken/controle 53/81
    • Het programma probeert op vlak van bruikbaarheid het makkelijk te maken voor de gebruiker. Uit onderzoek naar huidige coachingsprogramma’s bleek namelijk dat het vaak moeilijk was om te we- ten waar men moet klikken. Daarom heb ik het programma bewust makkelijk en simpel gehouden. In eerste instantie heb ik gekozen voor een voorbereiding die het programma enerzijds inleidt en anderzijds informatie inwint. Deze voorbereiding leidt de mensen automatisch doorheen het begin. Het voorbereidend deel van het coachingsprogramma is geïnspireerd op een opbouw zoals die bij vele spellen bestaat. In het eerste deel is er vrij weinig eigen keuze en kunnen er geen fouten ge- maakt worden. In het verdere programma is immers beoogd om het programma duidelijk te houden. Op het “main- menu” koos ik voor knoppen die voor zich spreken. Er zijn dan wel meerdere mogelijkheden voor de gebruiker, maar door de benaming simpel te houden, beoog ik een duidelijk gebruik aan te bieden. Afbeelding 27: knoppen main menu EcoCoach Ook bij andere pagina’s wordt er voor gekozen om een soort van automatische voortvloeiing te heb- ben. Op deze manier is het vrij duidelijk waar men moet klikken en kan er weinig mis gaan. In onderstaande hoofdstukken volgt uitleg over verschillende pagina’s, hulpmiddelen, elementen en het gebruik van EcoCoach.6.1.2 OPBOUW Wie het coachingsprogramma voor de eerste keer open doet, krijgt eerst een beginpagina te zien. Hierop wordt de werking kort uitgelegd aan de hand van een filmpje. Verder wordt er ook vermeld dat het programma enkele vragen moet stellen om het optimaal te laten werken en aan te passen aan de gebruiker. Als eerste vraag wordt de voornaam gevraagd, om nadien een ‘persoonlijkere’ aanspreking mogelijk te maken. Op het tweede scherm wordt gevraagd naar de Postcode en provincie, om daarna te linken aan workshops en Voedselteams 54/81
    • Ook worden er vragen gesteld om het programma aan te pas-sen aan de voorkeuren van de gebruiker. Uit voorgaand onder-zoek rond jongvolwassenen en de bepaling van hun eetpatroon,kwamen er enkele belangrijke punten uit die voor de meestejongvolwassenen belangrijk zijn. Het draait hier rond geld, tijd engezondheid. Omdat er een meer aangepaste benadering nodig isqua voorkeuren, wordt er gekeken naar wat het individu belang-rijk vindt. Hij kan kiezen tussen deze verschillende elementen enaangeven hoe belangrijk deze zijn voor hem. Er wordt dan in hetverdere coachingsprogramma aangepaste informatie gegevenaan deze voorkeuren, net zoals bij de diëtiste.Hierna verschijnt er een vragenlijst die bevraagd naar het hui-dig voedingspatroon. Deze vragen zijn dus gelinkt aan wat eco-logisch eten inhoudt, uit voorgaand onderzoek. Het gaat danvooral over vleesconsumptie, zuivelconsumptie en het lokaal enseizoenaal consumeren van fruit en groenten. Aan de hand vandeze vragen, wordt men in bepaalde levels gecategoriseerd. Aande hand hiervan krijgt men bepaalde voedselstrategieën onder Afbeelding 28: EcoCoach aan-de vorm van werkpunten aangeboden. passen aan persoonlijke voor-Schema vragenlijst voor vlees: keuren Afbeelding 29: Vragenlijst vleesSchema vragenlijst voor zuivel: Afbeelding 30: Vragenlijst zuivel 55/81
    • Schema vragenlijst voor groenten en fruit Afbeelding 31: Vragenlijst groenten en fruitNa het invullen van de vragenlijsten, komt men terecht op het“mainmenu” of het echte coachingsprogramma. Uit de ge-bruikstesten bleek dat het best was om na de vragenlijst eenkort “inleidend” pop-up toe te voegen met een bedankwoord.Dit zodat het duidelijk is wat de gebruiker nu moet doen. Nadeze pop-up komt men terecht in het echte coachingsprogram-ma. Op het mainmenu zijn er 6 knoppen die elk verwijzen naareen eigen pagina met elk hun eigen werking. Opnieuw heb ikhier gekozen voor simpele, maar duidelijke afbeeldingen. Zo ishet duidelijk wat ze kunnen verwachten van elke knopBij “Informatie” komt men terecht op een pagina die de wer-king en de bedoeling van het programma schetst. Hoewel dewerking al kort wordt aangehaald op de eerste pagina, heb ik dithier uitgebreider uitgelegd. Hier wordt enerzijds via het filmpjeherhaald en anderzijds wordt dit ook via tekst uitgelegd, voordiegene die het filmpje niet willen bekijken. Deze stap wordtuitgevoerd, aangezien uit voorgaand onderzoek met het klap-bord bleek dat jongvolwassenen enerzijds niet weten wat hetinhoudt en anderzijds ook graag willen weten dat ze een ver- Afbeelding 32: Mainmenu Eco-schil kunnen betekenen. CoachBij “Werkpunten” kan men kiezen aan welke verandering men wilt werken. Hier kan men kiezentussen drie verschillende werkpunten: vlees of zuivel minderen en lokaler en seizoensgebondenconsumeren. De werkpunten die al behaald zijn worden aangevinkt met een positieve groene vink-teken. Aan de hand van de vragenlijst in het begin van het programma kunnen bepaalde werkpun-ten al voltooid zijn door juiste voedingskeuzes te maken. Er kan maar 1 werkpunt per soort wordenopgenomen. De werkstappen die nog niet kunnen uitgevoerd worden, zijn grijs aangeduid, zodathet nog niet kan geopend worden. Het volgende level komt pas vrij indien het vorige level is afge-werkt. De bedoeling hiervan is enerzijds ervoor te zorgen dat mensen hun veranderingen geleidelijkaan kunnen doorvoeren, zoals die bij de diëtiste wordt geïmplementeerd, en anderzijds om duide-lijk te maken voor de gebruiker waaraan hij nog zou kunnen werken en wat reeds oké is. 56/81
    • Wie dan doorklikt op een werkpunt, komt uit op een pagina waar hij uitleg kan krijgen over het doelvan het werkpunt. Dit betekent dat hij uitleg krijgt over wat, waarom en hoe via een filmpje datgebruik maakt van beelden en tekst. Verder kan hij ook nog op tips klikken, waar hij tips krijgt, aan-gepast aan het doel en zijn voorkeuren qua geld, tijd en gezondheid. Bij workshops kan hij gepasteworkshops vinden in zijn buurt, van instanties waar vooronderzoek gepleegd is zoals EVA en Velt.Bij recepten krijgt hij gefilterde recepten, aangepast aan de opdracht en zijn persoonlijkheid, netzoals bij de diëtiste. Als laatste punt is er de belofte: daarbij kiest hij een datum, tegen wanneer hijdit werkpunt wilt uitvoeren. Ik koos hiervoor aangezien deze manier werkte bij “The effectivenessof an interactive multimedia program” (Irvine et al., 2004). Afbeelding 33: Werkpunten EcoCoachIk koos om te werken via werkpunten aangezien diëtistes hier goede resultaten mee boeken, maarook aangezien één van de testpersonen bij het paper prototype zei dat een voedingsveranderingniet op één dag gebeurt. Op deze manier kunnen er rustig opdrachten gegeven worden om op heteigen ritme de verandering te leren doorvoeren.Een volgend element is de knop “Quick tips”. De bedoeling hiervan is enerzijds niet heel het pro-ces van de werkpunten te moeten doorlopen om snel informatie te verkrijgen, maar anderzijdsook hulp aan te bieden voor zij die geen werkpunt opnemen. Hier worden recepten, tips en deseizoenskalender aangeboden. Bij de recepten kan men kiezen tussen vegetarisch, zuivelvrij en sei-zoengebonden. De bedoeling is de gebruikers te motiveren snel recepten te vinden die ecologischverantwoord zijn. De tips zijn bedoeld om mensen te helpen bij problemen. Zoals aangehaald in“Using persuasive technology to encourage sustainable behavior” is het niet enkel belangrijk oméénrichtingscommunicatie uit te voeren, daarom is er de optie dat de gebruiker zelf kan aangevenwelke tips hij wilt verkrijgen. Een testpersoon bij de Ecobox haalde aan dat zij wel graag seizoensge-bonden wilt eten, maar vaak in de winkel gewoon vergeet wat de seizoensgroenten zijn. Daarom isde seizoenskalender toegevoegd aan de “Quick Tips”. 57/81
    • Afbeelding 34: Enkele schermen van Quick TipsVerder kan men ook nog een pagina met instanties terugvinden. Hier wordt een link aangebodennaar bestaande instanties, om de gebruikers te helpen bij de voedingsverandering. Uit vooronder-zoek bleek immers dat het motiverend is om samen te kunnen praten en werken met gelijkgezin-den. Deze instanties werden gekozen na een voorgaand onderzoek rond bestaande ecologischeinstanties die men kan terugvinden in “4.3 Bestaande organisaties”. Op deze pagina kan men ener-zijds informatie over deze instanties terugvinden en ook over workshops en Voedselteams.In het onderzoek via de Ecobox werd aangehaald dat men goedresultaat boekt als men met gelijkgezinden samen kan werkenof communiceren. In de tekst “Using persuasive technology toencourage sustainable behaviour” werd aangehaald dat het effi-ciënt werkt om tweerichtingscommunicatie aan te bieden. Daar-om koos ik om een prikbord aan te maken om mensen plaats tebieden voor vragen, tips, recepten, samenwerking, ... te delen.Om de applicatie wat willekeuriger te laten verlopen, werd er opbepaalde momenten een pop-up opgeroepen. Er zijn twee mo-gelijkheden voor een pop-up. Ten eerste een pop-up over eenworkshop in de buurt in de nabije toekomst (1 week op voor-hand). Ten tweede een pop-up die vraagt naar controle van eenbelofte. Deze pop up kan makkelijk worden weg geklikt. Ik kooservoor enkel twee pop-up’s te laten verschijnen om het geheelniet te druk en onoverzichtelijk te maken. Afbeelding 35: Prikbord EcoCoach 58/81
    • Afbeelding 36: Instanties en pop upIk koos voor een programma opgebouwd met vrolijke, kleurrijke tekeningen. Op deze manier wildeik het programma leuk en speels maken. Ecologische voeding is uiteindelijk een zwaar thema en viadeze tekeningen wordt het iet of wat ludieker.Er is altijd een terugkeer van groene kleuren wat verwijst naar het ecologische aspect. De herhalingvan de groenten op vele pagina’s heeft als doel een soort houvast, een rode draad te creëren.Er wordt geprobeerd te werken met zoveel mogelijk afbeeldingen bij alle stappen. Dit is het principevan meerdere voorstellingen (Mayer et al., 2000). Op deze manier wordt het verwerkingproces inde hersenen versterkt. Verder maakt dit de informatie die men verkrijgt leuker om door te nemen. Afbeelding 37: Enkele afbeeldingen die gebruikt worden in EcoCoach 59/81
    • 6.1.3 LUDIEK ASPECT Uit de “state of the art” rond Pikmin (Nintendo, 2009), The Sustainable Tree (Thai, 2010) en The Vir- tual Polar Bear, speelde ik met het ludieke element om de wereld groener maken. Dit is net hetgeen het programma specialer kan maken en mensen kan motiveren om hun gedrag te veranderen. Ook heb ik gekozen om de wereld letterlijk groener te maken. Er werd gekozen om gedragsverandering te stimuleren door gebruik te maken van een veranderd object. De planeet visueel groener of vuiler te laten worden is een sterke factor. We spreken hier van een duidelijk sterk vervuilde wereld die bij actie steeds zuiverder wordt. Deze meter vindt men onder de “controle” pagina. Hier staat de wereldbolmeter met een level naast. Hier krijgt men een afbeelding te zien die aangeeft welk level men behaald heeft via de wereldbol. De wereldbol is zo gemaakt dat hij grauwer is bij het begin van het coachingsprogramma met veel wolken. Doet de gebruiker uit zichzelf al enkele zaken goed en komt hij zo op een “hoger” niveau van werkstappen, dan wordt de wereld al mooier. Naarmate hij werkstappen positief ten einde brengt, wordt de wereld groener. Dit heeft als doel een visuele feedback te geven of iemand goed of slecht bezig is. Verder is dit ook een motivatiefactor. Eronder wordt een overzicht gegeven hoe men aan dit level komt. Verder staat er op deze pagina een “controle” knop, die verwijst naar de controle van de werkpunten. Op deze controle pagina worden de vragen gesteld over het beloofde werkpunt. Afhankelijk van het resultaat hiervan verandert het uitzicht van de wereldbol. Afbeelding 38: wereldpagina 60/81
    • De werking van de controle van EcoCoach functioneert als volgt: bij een gepast werkpunt maakt degebruiker een zelfbelofte in combinatie met een belofte aan het systeem. Dit is de “Self fulfillingpromise” die ik al enkele keren heb aangehaald, bijvoorbeeld in “The effectiveness of an interactivemultimedia program” (Irvine et al., 2004). De gebruiker stelt een datum in tegen wanneer hij hetwerkpunt wil bereiken. Op deze datum komt er een pop-up te voorschijn die vraagt naar de con-trole van dit werkpunt. De gebruiker geeft hier dan antwoord op en indien dit positief is, komt hijterecht in een “hoger” niveau met een groenere wereldbol en andere werkpunten. Deze maniervan controle gaat uit van de eerlijkheid van de gebruiker. Dit is natuurlijk een moeilijk element, wantniet elke gebruiker zal even waarheidsgetrouw handelen. Anderzijds koos ik voor een doelgroep dieinteresse heeft in de problematiek. Ze bedotten met andere woorden enkel zichzelf bij het gevenvan een oneerlijk antwoord. Zoals voorheen aangehaald wou ik geen programma creëren dat metde vinger wijst, maar de gebruiker vrijheid aanbiedt. Een andere vorm dan zelfcontrole zou al snelte controlerend zijn. Afbeelding 39: Evolutie wereld 61/81
    • 6.2 UITWERKING In voorgaande fases dacht ik aan allerlei uitwerkingen voor het coachingsprogramma. Eén van de prominentste gedachte was om de lijn van het paper prototype door te trekken en een soort doos te maken waar er een programma bijzat en enkele hulpmiddelen zoals eten, seizoenskalender, re- cepten ,... Van dit idee stapte ik na verloop van tijd af aangezien dit te omslachtig was in verband met verdeling van deze dozen. Vervolgens dacht ik om een webapplicatie te maken, maar ook hier twijfelde ik. Uit vorig onderzoek van het paper prototype bleek dat mensen graag iets als houvast hebben om hen te helpen in de winkel. Daarom koos ik er uiteindelijk voor om een applicatie voor de smartphone te maken. Meer bepaald koos ik om mijn app te creëeren voor Android. Ook koos ik ervoor om de app grotendeels lokaal te draaien, aangezien deze methode geen gebruik maakt van een server en dus ook bruikbaar is voor zij die op locatie geen internettoegang hebben.6.2.1 INHOUD Een groot deel van de applicatie bestaat uit tips die mensen moeten helpen bij het invoeren van veranderingen in hun voedingspatroon. Daarom heb ik gezocht naar bruikbare, nuttige tips die aansluiten bij de problematiek en ook om mensen te helpen de verandering door te voeren. Tips verzamelde ik door gebruik te maken van buitenstaande initiatieven, paper protoyping en eigen ervaring. Op een forum van EVA vroeg ik naar tips over de thematiek. Hieruit selecteerde ik enkele nuttige tips die aansluiten bij het doorvoeren van een voedingsverandering . Afbeelding 40: Tips vragen op EVA forum Een tweede element zijn de workshops die aangeboden worden door instanties om een verande- ring te kunnen doorvoeren. Ik koos voor de workshops van EVA en Velt. Uit contact met deze in- stanties bleek ook een grote interesse naar deze app. Zij lieten toe om deze gegevens op te nemen in een applicatie die verwijst naar hen. 62/81
    • Voor het aspect lokale groenten en fruit te consumeren wordt er gelinkt naar Voedselteams. Daar- om heb ik alle adressen van depots opgenomen in de applicatie. Op deze manier kan de gebruiker contact opnemen met de instantie om zich aan te sluiten. De recepten spelen een grote rol in EcoCoach. Deze werden zorgvuldig gekozen uit het aanbod van EVA en dochtersites, zodat ze aansloten bij de werkpunten. Ook werden ze getoetst aan drie elementen: tijd, geld en gezondheid. Op deze manier kunnen er aangepaste recepten aan de voor- keur van de gebruiker aangeboden worden. Als laatste tabel in de database werd een tabel de seizoensgroenten en -fruit gecreëerd. Deze werd gemaakt aan de hand van de seizoenskalender van Velt.6.2.2 DATABASE Het database schema was de basis om alle databases op uit te bouwen. Dit gaf duidelijk weer waar de verbindingen lagen tussen de verschillende kolommen. Het deed mij ook nadenken over welke kolommen er allemaal nodig waren om het programma te doen werken. Afbeelding 41: Database schema Er zijn verschillende kolommen met als centrale kolom de persoonskolom. Dit is de informatie die het individu ingeeft en waarop alles wordt afgestemd. Vooral de recepten en tips worden aan de hand van het persoonlijkheidsprofiel en de gebruiker zijn level opgeroepen. Verder zijn ook de postcode en datum een zeer belangrijk aspect om het programma optimaal te laten functioneren, aangezien zowel de workshops, Voedselteams als seizoenkalender hieraan aangepast worden. Het oproepen van de workshops gebeurt op basis van postcode, provincie en de datum. De Voedsel- teams enkel via de postcode en provincie. De workshops worden opgeroepen aan de hand van de datum en de postcode en provincie. Enkele kolommen zijn afhankelijk van de datum, zoals de beloftetabel, om deze te laten afgaan op het juiste moment. Ook de seizoenskalender en recepten zijn afgestemd op de datum om seizoensgebonden informatie weer te geven. 63/81
    • 6.2.3 TECHNISCH ASPECT Ik koos ervoor de applicatie te maken in Phonegap (http://phonegap.com/). Dit is een mobiel kaderwerk dat het mogelijk maakt om applicaties te maken in HTML5, CSS en JavaScript (“Why Phonegap.”, 2012). Met andere woorden wordt er een app gemaakt alsof men gewoon een web- site maakt. In Phonegap ziet men echter niet de browsergegevens, aangezien die worden omgezet naar een app. Er is verder nog een groot pluspunt aan Phonegap. Het bouwen van applicaties kan veel werk inhouden en voor elke OS moet een andere app worden geschreven. Phonegap gebruikt standaard web technologieën die op alle OS kunnen draaien (“Why Phonegap.”, 2012). De app is nu enkel geschreven voor Android, maar met enkele aanpassingen zou het programma gemakke- lijk kunnen omgevormd worden om op andere OS te kunnen draaien. Verder bleek uit onderzoek naar mLearning dat elke applcatie een soort sizeble opmaak nodig heeft. Daarom koos ik te werken via jQuery (http://jquery.com/). Via jQuery kon ik makkelijk HTML pagina’s opmaken waar ik dan jQuery op toevoegde voor animatie, uitvoering en opmaak (“jQuery”, 2012). jQuery heeft ook een mobiele versie, genaamd jQuery Mobile, die speciaal is aangepast voor applicaties. jQuery maakt het mogelijk om reeds een basisanimatie en programma te creëren als app. Verder biedt jQuery via Themeroller (http://jquerymobile.com/themeroller/) aan om de opmaak zelf aan te passen. Ik koos hiervoor aangezien het een makkelijke manier was om een groot deel qua knoppen, header en footer de juiste opmaak te geven. Verder voegde ik dan zelf aangepaste layout toe waar nodig. Aangezien er heel wat databases worden gebruikt in EcoCoach heb ik gezocht naar een manier om deze te bouwen zodat deze niet gelinkt moesten worden aan een server. Omdat ik een lokale app bouwde, heb ik gekozen voor SQLite (http://www.sqlite.org/), een mogelijkheid om zelfgebouwde lokaal en lichte databases te draaien (“SQLite”, 2012). De rest van de applicatie werd uitgewerkt via JavaScript. Ik heb vooral gekozen voor een bestaan- de code die reeds online te vinden was. Deze werd aangepast aan het doel van de applicatie. Zo werd voor de zelfcontrole een Datepicker van Mobiscroll gekozen. Het creëren van het prikbord werd als enigste element uitwerkt door een externe database. Het grootste probleem hierbij was, aangezien dit jongvolwassenen in interactie brengt met elkaar, dat het niet lokaal kan lopen. Daarom loopt dit deel over een server. 64/81
    • 6.3 BRUIKBAARHEIDSTESTING Als laatste onderdeel van mijn onderzoek heb ik het prototype aan enkele gebruikstesten onder- worpen. Dit deed ik enerzijds om te zien welke problemen en bugs nog aanwezig waren in het programma. Anderzijds wou ik te weten komen hoe gebruikers op het programma reageren. Op die manier kreeg ik inzicht op de noodzakelijke verbeteringen. Bovendien wilde ik ook finale conclusies trekken uit mijn globaal onderzoek. Ik wou hiermee nagaan of alles wat ik onderzocht had, ook werkte in praktijk.6.3.1 OPZET Mijn gebruikstesting heb ik in meerdere fases uitgevoerd. Ik koos voor jongvolwassenen die alleen wonen of op kot zitten en een relatieve interesse hebben in het thema. Ik werkte de gebruikstesting uit in drie fases. Telkens liet ik een tweetal jongvolwassenen enkele opdrachten uitvoeren met het programma. Ze voerden deze uit en daarna peilde ik naar hun meningen, opinies, gevoelens,.... De opdrachtenlijst en vragenlijst vindt u in bijlage 15. In bijlage 16 vindt u enkele sfeerbeelden van de testing. Specifiek lette ik op enkele belangrijke domeinen en elementen: • Hoe vlot lukt het om de verschillende stappen en vragen tot een goed einde te brengen? • Worden er veel fouten gemaakt? • Verloopt het programma vlot en intuïtief? Moet de testpersoon niet te veel nadenken over elke stap? Is het programma volgens hen logisch opgebouwd? • Wat vond de testpersoon van het design en was dit gelijk aan het gebruik? • Hoe voelde de persoon zich na het gebruik? Wat vond hij van het programma? • Wat kon er beter? • Heeft de persoon iets bijgeleerd? Het doel van deze testing was erachter te komen wat er nog zou moeten veranderen aan het pro- gramma om het beter te doen functioneren. Na de eerste testing voerde ik de veranderingen door, waarna ik overging naar een tweede testing waarbij ik opnieuw twee andere jongvolwassenen bevroeg. Ik koos steeds voor andere jongvolwas- senen om zo een zo breed mogelijke inzicht te vergaren. Deze stap herhaalde ik nog een keer bij de derde testing. In totaal bevroeg ik een zestal jongvolwassenen. Dit is een degelijke testingsgroep aangezien uit deskresearch naar gebruikstesting bleek dat de resultaten beginnen te stagneren van- af een vijftal bevraagden (Sauro, 2012). 65/81
    • 6.3.2 BEVINDINGEN Eerste testing De testing verliep chronologisch met als eerste testonderdeel de startpagina en de vragenlijst. Ik vroeg hen bij verschillende stappen wat beter kon en of het makkelijk begrijpbaar was. De testper- sonen vermeldden dat het filmpje de problematiek goed, simpel en duidelijk uitlegt en dat ze het snel begrepen. Ook de uitleg in de rest van de app werd positief bevnden: duidelijk en to the point. Nadat al het voorgaande was ingevuld kwamen de testpersonen terecht op de “mainpage”. Hier rees enige twijfel. Een testpersoon vermeldde dat ze het zou appreciëren een woordje uitleg te krijgen bij de werking van het programma zelf, in plaats van er gewoon in gegooid te worden. De andere testpersoon vermelde dat een bedankwoordje goed zou staan. Beide heb ik dan ook toege- voegd tegen de volgende fase. Als tweede stap besloten ze naar “werkpunten” over te stappen. De hulpmiddelen bij een werkpunt vonden de testpersonen voldoende. Ze konden geen ontbrekende elementen opsommen. De tips bestonden volgens hen uit een goede mix van motivatie en nuttige hulp. De recepten hadden bij deze twee testpersonen het meeste succes. Ze vermeldden dat ze het knap vonden dat ze voorbeel- den kregen om mee aan de slag te gaan. Dit motiveerde hen. Bij de “belofte” formuleerde een van de testpersonen een bemerking, nl. dat de datum best auto- matisch op een week later wordt gezet, zodat er geen vergissing mogelijk is, aangezien de werkpun- ten zich meestal toespitsen op een week. Dit paste ik aan tegen de volgende testingsfase. Bij de “snelle tips” haalden de testpersonen aan dat ze het handig zouden vinden om alle gepaste tips onder elkaar opgelijst te zien in plaats van telkens terug te klikken voor nieuwe tips. Op deze manier kan er vlotter gescrolld worden naar een gepaste tip. Ook dit werd meegenomen naar de volgende fase. De seizoenskalender vonden de testpersonen handig. Eentje vermeldde dat ze deze liever zou ge- bruiken in plaats van een stuk papier in de winkel, aangezien het toch iets subtieler is. De “wereldbolmeter” vonden ze heel duidelijk omdat er onder vermeld staat welke levels ze al heb- ben behaald en welke niet. Een testpersoon vond dit een goede stimulans en zei dat het motiveert om gedrag aan te passen, aangezien ze niet graag geconfronteerd wordt met een vuile wereldbol. Algemeen ervaarden de testpersonen het programma na enige tijd als intuïtief en gebruiksvrien- delijk omdat ze niet te veel moesten nadenken over hun stappen. Een testperson die zelf erg gefocust is op ecologische voeding was ervan overtuigd dat de EcoCoach een goed beginpunt is voor een leek. 66/81
    • Ook vermeldde ze dat het programma ongetwijfeld nuttig is, maar dat het wel leuk zou zijn om eensoort verdere controle in te bouwen. Hiermee beoogde de testpersoon dat er een soort van tech-niek zou gebouwd worden dat controleert wat je eet en dit linkt aan het programma en het profielvan de gebruiker.De graphics werden positief onthaald. Volgens een testpersoon werken ze beter dan bijvoorbeeldfoto’s, aangezien deze niet zo mooi zouden ogen op het kleine scherm. Ze vond de tekeningen dui-delijk en passend bij de doelgroep.Als laatste vermeldden beide testpersonen dat ze zich, na gebruik van de EcoCoach, wijzer voeldenen alerter waren m.b.t. voeding en ecologie.Tweede testingOok hier werden eerst de filmpjes getoond. Deze werden ook bij deze testgroep goed en duidelijkbevonden, maar iets te snel. Daarom werden deze samen met de testpersonen veranderd naar eenleesbaarder ritme.Uit de eerste testing bleek dat de testpersonen graag een beetje uitleg wouden na het invullen vande vragenlijst. Daarom voegde ik een pop-up toe met uitleg over de verschillende pagina’s en eenbedankwoord. Deze pop-up werd positief bevonden: duidelijk en compact.Bij het eerste gebruik van de “werkpunten” vermeldden beide testpersonen dat het programmarond dit deel onwennig aanvoelde. Ze verloren hun weg in het programma en vermeldden beidendat het vlotter zou werken met titels die vermelden waar men zit in het programma. Verder ver-meldden ze dat het programma de eerste paar minuten wat moeilijk werkte, maar naarmate mener langer mee werkte, ging het steeds vlotter.De tips, recepten en seizoenskalender werden ook hier positief bevonden. Ze werden genoemd alshet leukste element van de applicatie. Volgens de testpersonen werkt het handig om een smart-phone in de keuken te hebben om recepten te bereiden, in plaats van een kookboek of laptop.De pop-up’s vonden de testpersonen een goed idee, want deze zetten de workshops nog eens extrain de verf. Toch vonden ze het best dat deze enkel op het mainmenu worden gezet, aangezien hetprogramma anders niet vlot zou werken omdat je dan alsmaar onderbroken wordt door pop-up’s.De lay-out scoorde ook goed bij deze testingsgroep. Ze apprecieerden het speelse element, vooralomwille van de moeilijkheidsgraad van het thema, aangezien het anders snel te serieus en saai zouworden.Als laatste vermeldde ook deze groep dat ze best wel wat hadden bijgeleerd tijdens deze korte pe-riode. Ze kregen meteen het idee een steentje te hebben bijgedragen aan een groene planeet. Ookvermeldden ze dat het programma zeer haalbaar is. De stappen zijn makkelijk te zetten en alles isgoed uitgelegd. Ook zei een testpersoon dat het programma zo gemaakt is dat je tot een bepaaldestap kan gaan, tot waar jij het haalbaar vindt voor jezelf. 67/81
    • Derde testingDe derde en finale testing was een testing waaruit heel wat informatie voortvloeide. Er kwamenheel wat reeds geconcludeerde elementen boven uit vorige testings over de filmpjes, bewustma-king, leren, tekst, lay-out, afbeeldingen, uitleg, ...Een testpersoon vond dat de werkpunten bij het eerste gebruik niet erg motiveerden, maar na hetzien van de wereldbol en de lijst met behaalde werkpunten voelde hij zich toch gemotiveerd totactie te ondernemen. Ook hij vond deze wereldbol een krachtig element om mensen te motiveren.Daarom raadde hij ook aan deze wereldbol op de mainpage te zetten, in plaats van de algemene we-reldbol. Verder vond hij het wel goed dat er veel vrijheid gegeven wordt aan de gebruiker: het pro-gramma is niet te dwingend en dat is positief aangezien hij niet graag met de vinger wordt gewezen.Bij dit deel haalde een van de testpersonen ook de methode van controle aan. Hij vond dat con-trole ook beter zou verlopen via wat er geconsumeerd wordt per dag, met een directe link in hetprogramma naar het ecologisch aspect en de werkpunten. Op deze manier zouden de werkpuntenconstant worden aangepast aan het huidige voedingspatroon en de gebruikers meer leiden in welkeacties er ondernomen kunnen worden. Persoonlijk vind ik dit een veel te extreme manier van con-trole, aangezien het de gebruiker niet meer vrij laat in zijn keuzes.Ook deze testpersonen vonden dat de “Quick Tips” pagina het sterkst overkwam, aangezien ditiets is waar je op elk moment mee aan de slag kan. Er werd aangehaald dat deze pagina het doelduidelijk bereikt en dat testpersonen meer geneigd zijn hierdoor ecologische recepten te maken ofde seizoenskalender te benutten. Beide testpersonen uit deze fase vermeldden dat er heel veel tipswaren, misschien zelfs iets te veel. Anderzijds gaven ze ook aan dat dit goed is aangezien het beteris om teveel informatie te geven dan te weinig. De testpersonen vermeldden dat ze visueel door detips heen scanden tot ze een gepaste tip vonden. Hierbij vomden de afbeeldingen een extra hulp.Het prikbord vonden beide testpersonen iets heel sterks en leuks. Enerzijds is het een prettig en in-teractief instrument. Ze vonden het ook positief dat vorige vragen en antwoorden werden getoond,aangezien ze hier ook wel iets konden uitleren. Wel vermeldden ze dat ze het prikbord eerder voorvragen, tips, problemen,... zouden gebruiken in plaats van samen te koken of andere gezamenlijkeactiviteiten te ondernemen.Hier en daar werden er nog enkele bugs en kleine fouten uit gehaald. Verder werd er vermeld dathet programma in het begin enigszins overweldigend overkomt door de vele mogelijkheden, maardat het na een kort gebruik duidelijk wordt wat elke pagina doet en wat het nut ervan is. Eens deeerste fase doorlopen, is het programma duidelijk en logisch opgebouwd.De algemene conclusie van de testpersonen uit deze fase luidt dat het programma een handige toolis om zelf kleine stappen in het voedingspatroon in te voeren en dat deze aanpak veel vrijheid biedt.Het programma biedt alle informatie aan die nodig is om aan de slag te gaan en de gehele quick tipsgeven de mogelijkheid het geheel te onderhouden. 68/81
    • Algemene bevindingenAlgemeen kom ik tot volgende bevindingen, refererend aan de algemene theorieën van gebruikstes-ten:• Efficiëntie: in het begin is het wat aftasten tot de gebruiker het programma begint te begrijpen. Hierna wordt het programma veel efficiënter en gebruiksvriendelijker.• Preciesheid: dit gaat samen met efficiëntie. Toch worden er niet al te veel fouten gemaakt, de meeste knoppen spreken voor zich en het programma is volgens de testpersonen duidelijk gebouwd.• Intuïtie: het programma voelt intuïtief aan na een eerste contact. De eerste momenten scoort het nog wat onwennig. De knoppen en de opbouw van het programma zijn wel intuïtief en gemaakt zodat het gebruik in elkaar vloeit.• Emotioneel gevoel: Algemeen kan ik besluiten dat het programma op vlak van informatie en aanleren zeer positief scoort. De informatie werd als simpel, helder en to the point bevonden. Alle testpersonen hadden na gebruik van het programma iets bijgeleerd. Verder voelden velen zich klaar om een verandering in hun voedingspatroon door te voeren.Qua motivatie bereikt de wereldbol zijn doel. Volgens alle testpersonen werd dit aangehaald alseen duidelijk en sterke visuele factor. Niemand wou een “vuile” wereldbol behouden en daaromzouden ze geneigd zijn actie te ondernemen. Ook de tips, recepten en seizoenskalender werden alstoepasbaar en een grote motivatie gezien.De controle was het grootste struikelpunt. Volgens bepaalde testpersonen was deze in orde enbood hij veel vrijheid. Anderen vonden hem niet controlerend genoeg, aangezien het makkelijk isom vals te spelen.Ook de tips werden volgens bepaalde testpersonen als niet passend genoeg en te breed bevonden.Volgens anderen was dit dan wel positief, aangezien dit een mooie mix is van bruikbare tips en mo-tiverende factoren. Volgens de testpersonen sluit het prikbord mooi aan bij de tips, aangezien er ophet prikbord enerzijds nuttige informatie kan gevonden worden van anderen en anderzijds door zelfde mogelijkheid te krijgen om vragen te stellen.Verdere kan ik algemeen besluiten dat EcoCoach volgens de testpersonen een degelijk startpunt isom voedingsgewoontes aan te passen naar een meer ecologische bewuste voedingspatroon. Hoe-wel er hier en daar nog enkele problemen zijn in verband met controle en hoeveelheid informatie,is dit programma voor mij in zijn doel geslaagd. 69/81
    • Tell me, I forget. Show me, I remember. Involve me, I understand. Ancient Chinese Proverb
    • SAMENVATTING DEEL 2 Het tweede deel van mijn onderzoek, Realisatie, focuste zich op mijn eigen uitgevoerd on- derzoek en mijn prototype. Het eerste onderdeel van dit deel bood heel wat interessante informatie, zoals waarom er precies werd gekozen voor jongvolwassenen die interesse hebben in ecologische voeding als doelgroep. Verder toonde het ook aan wat jongvolwassenen belangrijk vinden in hun voedingspatroon, meer bepaald tijd, geld en gezondheid. Ik paste EcoCoach hieraan aan om zo een “persoonlijk” aangepast programma te creëren. Ook voerde ik onderzoek uit door middel van interviews via een diëtiste. Dit bood heel wat interessante inzichten in verband met EcoCoach. Zo koos ik ervoor om mijn prototype te laten werken via werkstappen en gebruik te maken van tips & tricks evenals recepten. Als laatste inspireerde de methode van de diëtiste mij ook voor mijn cultural probes/paper prototype Ecobox. Via Ecobox kon ik nuttige conclusies trekken om te vertalen naar EcoCoach. Zo werd er hier herhaald dat een voedingsverandering geleidelijk aan gebeurt, dat hulp stimulerend werkt en dat organisaties actief rond gezonde voeding een grote drijfkracht kunnen betekenen. Ook koos ik om een prikbord te creëren, aangezien ik uit de conclusies van de Ecobox afleidde dat het helpt om steun en hulp te vragen. Op basis van al het bovenstaande ontstond een concept dat deze elementen vertaald naar een technisch programma. Enkele belangrijke onderdelen van het programma waren: • de filmpjes, die aangepast werden aan de theorie van Mayer (2010); • gepersonaliseerde aanpak, gecreëerd door middel van het FBM en enquêtes; • de wereldbol, geïnspireerd door enkele theorie van Midden (2007), Lockton (2008) en de cases waar “de wereld groener wordt”; • werkpunten voor een langzame aanpassing, afgeleid uit de aanpak van een dietiste en vanuit de werking van bestaande coachingsprogramma’s; • “self fulfilling promise”, geïnspireerd door bestaande coachingsprogramma’s en de case van Irvine et al. (2004). Het gehele programma is een handvat voor personen die graag verandering willen invoeren in hun leven, maar niet weten waar te beginnen. Dit programma analyseert allereerst hun eigen voedingspatroon en wat zij belangrijk vinden. Aan de hand hiervan wordt een “per- soonlijk” programma gecreëerd, waar zij enerzijds informatie kunnen verkrijgen over allerlei thema’s, maar anderzijds betrokkenheid wordt gecreëerd door de persoonlijke benadering. Ook worden ze betrokken door deel te kunnen nemen aan workshops, Voedselteams, .... Het laatste grote onderdeel van dit deel behandelde de testing. Deze was bijzonder nuttig om het prototype bij te schaven op vlak van gebruiksgemak en om conclusies te trekken naar het algemene besluit toe. Deze testingfase bood veel input aan van gebruikers in ver- band met de werking en mogelijke uitbreidingen.
    • 7. BESLUIT De doelstelling van dit onderzoek was om een manier te vinden om jongvolwassenen, die graag een verandering in hun voedingskeuzes willen doorvoeren, te helpen om duurzame voedingskeuzes aan te leren door hen op een educatieve en ludieke manier bewust te maken. Verder wou ik nagaan hoe een veranderingproces op het vlak van voeding kan ingevoerd worden bij jongvolwassenen door middel van coaching op hun eigen ritme. Op zoek naar antwoorden op deze vragen heb ik verschil- lende aspecten onderzocht gerelateerd aan deze thematiek. In eerste instantie heb ik onderzoek gedaan via deskresearch en mij verdiept in drie grote thema’s: het algemeen kader rond voeding, het theoretisch kader rond gedragsverandering, het aanleren via media en de “state of the art”. In het eerste grote thema, voeding, onderzocht ik hoe de huidige voedingscultuur tot stand kwam om zo tot een beter begrip te komen voor het verdere onderzoek. Ook ging ik na wat ecologische voeding precies inhoudt, gelinkt aan de ecologische visie van anti- groei. In het tweede deel, het theoretische kader, onderzocht ik allereerst hoe een duurzame ge- dragsverandering tot stand kon komen. Dit deed ik op basis van teksten van Fogg (2009), Midden (2007) en Lockton (2009). Vervolgens behandelde ik het ludieke aspect in combinatie met serious games. Als laatste onderdeel van het theoretische kader haalde ik nog aan hoe er geleerd kon wor- den via multimedia. Meer bepaald haalde ik mLearning en de theorie van Mayer et al. (2000) aan. In de “state of the art” onderzocht ik bestaande coachingsprogramma’s om inzicht te vergaren in het proces van multimediale voedingspatroonveranderaars. Dit leerde mij veel bij over de werking en welke mogelijke aspecten opgenomen konden worden in EcoCoach. Als laatste aspect ging op zoek naar instanties die actief zijn op het vlak van ecologische voeding om deze op te nemen in het coachingsprogramma. Het bovenstaande zorgde voor een degelijk en ruim kader om aan de slag te kunnen aan mijn ei- gen onderzoek en prototype. Door middel van enquêtes en voedseldagboeken onderzocht ik hoe jongvolwassenen omgaan met hun eigen voedingspatroon. Dit zorgde voor een handvat in verband met wat jongvolwassenen belangrijk vinden in hun voedingpatroon. Verder deed ik onderzoek naar hoe de aanpak van een diëtiste in elkaar zit om deze ook te linken aan het coachingsprogramma. Als laatste testte ik enkele methoden van deze diëtiste met voorgaand onderzoek uit door middel van cultural probes, gecombineerd met paper prototyping, nl. mijn Ecobox. Dit zorgde voor een zeer degelijk kader om het prototype verder te ontwikkelen. Het prototype, EcoCoach, is een coachingsprogramma dat jongvolwassenen helpt om over te scha- kelen naar een ecologischer voedingspatroon. Ik koos ervoor het programma op te bouwen als een app voor een smartphone, meer bepaald Android. Het programma bestaat uit verschillende ele- menten. Enerzijds worden er vragen gesteld naar de gebruiker zijn voedingskeuzes, voedingspa- troon en voorkeuren om deze dan later in het programma aan te passen en zo tot een persoonlijk programma te komen. Het eigenlijke coachingsprogramma bestaat uit verschillende aspecten die kunnen helpen in het voedingsveranderingsproces. De uitleg van het programma gebeurt door mid- del van informatieve filmpjes die getoetst werden aan de theorie van Mayer et al. (2000). Verder functioneert het programma met werkstappen, wat werd overgenomen uit de aanpak van diëtistes. 72/81
    • Dit testte ik ook uit aan de hand van de Ecobox, waarin werd aangehaald door de testpersonen dateen voedingsverandering op eigen ritme moet worden ingevoerd. Deze werkpunten worden onder-steund door nuttige informatie, tips, recepten, workshops, instanties die aansluiten bij het werkpunten een “self fulfilling promise”. Voor een deel van deze zaken inspireerde en baseerde ik mij opbestaande cases, theorieën en eigen onderzoek. Ook waren er losstaande aspecten voor wie snelleactie wil ondernemen zoals recepten, seizoenskalender en tips. Al het voorgaande werd aangepastaan de voorkeuren van de jongvolwassenen, wat ik onderzocht heb en geconcludeerd via onderzoekdoor vragenlijsten. Ook creëerde ik een prikbord, zodat er extra informatie kon opgevraagd wordenin het geval de gebruiker met een probleem geconfronteerd werd. Als laatste element creëerde ikeen “wereldbolmeter” die aangaf hoe ecologisch het huidige voedingspatroon is. Dit werd doormeerdere testpersonen als een grote motivatiefactor bevonden.Uit de testfase haalde ik ook heel wat extra bevindingen rond het coachingsprogramma in verbandmet mijn onderzoeksvraag. Uit al de theorieën en het onderzoek dat ik heb gevoerd, zou het pro-gramma moeten aansluiten bij de noden en wensen van jongvolwassenen. Uit de testing kon ikbesluiten of dit effectief het geval was. De testfase werd uitgevoerd in drie fases met steeds tweejongvolwassenen met interesse voor het onderwerp. Zij kregen opdrachten en werden geobser-veerd. Ik vroeg steeds naar hun bevindingen en meningen. Hoewel deze testfase opgezet was enik dus niet kan weten wat de bevindingen zijn als een persoon dit programma alleen en voor eenlange tijd gebruikt, bood de testfase reeds heel wat informatie aan. De filmpjes, werking, het ludiekeaspect, de persoonlijke aanpak en lay-out werden allemaal als positief ervaren. Er waren echter ookbemerkingen die kunnen opgenomen worden voor verdere aanpassingen voor het onderzoek. Meerspecifiek gaat het over controle en tips.Uit mijn eigen korte testing bleek dat het programma een element miste van “echte” controle. Dehuidige controle wordt uitgevoerd door “self fulfilling promise”, wat ik haalde uit enkele theorieënen cases. Deze controle werkt in de zin dat de gebruiker een belofte maakt aan zichzelf en het toesteltegen wanneer hij een werkpunt wilt behalen. Tegen deze datum komt dan een pop-up te voorschijnmet de vraag of de gebruiker zich aan zijn belofte heeft gehouden. Als het antwoord positief is, kanhij verder werken aan andere werkpunten en wordt hij beloond met een groenere “wereldbolme-ter”. Bij een negatief antwoord wordt hij aangemaand om het nog eens te proberen. De zwakte vandeze controlemanier is dus dat de toetssteen geheel afhankelijk is van de eerlijkheid van de gebrui-ker. Met eerlijkheid verwijs ik naar het element van valsspelen: dat de gebruiker foute antwoordengeeft om een positief resultaat te verkrijgen en zo verder in het coachingsprogramma te geraken.In zekere zin heb ik niet stilgestaan bij dit fenomeen, aangezien ik een coachingsprogramma woucreëren dat niet te controlerend was en vrijheid aan de gebruikers bood.Op inhoudelijk vlak waren er ook nog enkele bemerkingen volgens de testpersonen. Meer bepaaldhandelt het hier rond de tips en tricks. De meningen over deze tips liepen uiteen tijdens de testings-fase. Sommige gebruikers haalden aan dat er te veel informatie werd gegeven. Hoewel ik reeds hadgeprobeerd om mijn tips in te delen in ondergroepen zoals geld, tijd en gezondheid waren ze volgenssommige gebruikers nog steeds te breed. Anderen haalden aan dat dit een goed punt was, aange-zien ze er dan zelf konden door scrollen en kiezen welke informatie ze wilden opnemen. Ook werdvermeld dat sommige informatie niet echt aansloot bij wat zij voor ogen hadden. Een aanpassingzou een oplossing kunnen bieden. Deze kan u lezen in “7.1 Aanbevelingen”. 73/81
    • 7.1 AANBEVELINGEN Het onderzoek van deze thesis zou verder gezet kunnen worden door middel van een onderzoek naar het gebruik van het prototype. Aangezien ik zelf enkel het prototype heb kunnen laten testen voor een korte periode zou het interessant zijn om te weten te komen hoe het programma het eet- patroon van de gebruikers op langere termijn wijzigt. Deze testing zou wetenschappelijk uitgevoerd moeten worden in enkele fases: • Een meting van het huidige voedingspatroon op ecologisch vlak. • De implementatie van het coachingsprogramma gedurende enkele weken in combinatie met een meting van de testpersonen hun voedingspatroon. • Een meting van het voedingspatroon na enkele weken van stopzetting van het gebruik van het coachingsprogramma. Op deze manier zou men te weten komen wat de invloed van het coachingsprogramma is op een langere termijn m.b.t. de wijziging in het voedingspatroon. Mijn aanbeveling op het vlak van controle werd geïnspireerd door een opmerking uit de testing. Mijn testpersoon haalde aan dat het goed zou zijn mocht het programma gelinkt worden aan een manier die controleert welke voeding er wordt geconsumeerd door de gebruiker. Meer specifiek zou dit een RFID-lezer kunnen zijn die scant welke voedingssoorten worden geconsumeerd met een te- rugkoppeling naar het programma. Dit zou enerzijds kunnen tonen aan de gebruiker hoe ecologisch zijn voedingspatroon is en anderzijds kunnen controleren of de gebruiker zich houdt aan zijn werk- punt. Op deze manier ontstaat er een eerlijkere controle, aangezien er nu een situatie kan ontstaan waarbij de gebruiker niet eerlijk is over zijn voedingspatroon. Toch zou het invoeren van deze deze methode van controle zorgen voor een contradictie in mijn onderzoek. Eén van mijn doelstellingen was om op een niet te controlerende manier een coachingsprogramma te creëren, aangezien er anders al snel met de vinger zou worden gewezen. De implementatie van deze controle zou op zich goed zijn voor een nieuw onderzoek, aangezien er gezocht moet worden hoe deze nieuwe methode niet te dwingend zou worden, zodat de gebruiker zijn eigen ritme en vrijheid kan behouden. Aangezien de tips en tricks volgens sommige testpersonen niet voldoende aangepast waren, is mijn aanbeveling op dit vlak om samen te zitten met een voedingsdeskundige om tot compactere, meer specifieke en aangepaste tips te komen. Op deze manier kunnen de gebruikers meer gepaste infor- matie krijgen rond het invoeren van ecologische voedingsveranderingen. Het coachingsprogramma is nu enkel opgebouwd voor Android Smartphones. In de toekomst zou ik graag het programma uitgebreid zien naar iPhone en Windows Phone. Op deze manier kan Eco- Coach een grotere afzetmarkt bereiken. Als laatste aanpassing focus ik me op de instanties rond ecologische voeding. In mijn prototype heb ik er een handvol opgenomen, maar er bestaan er immers veel meer. Daarom raad ik aan om extra instanties op te nemen om tot een nog completer beeld te komen. 74/81
    • 7.2 ALGEMENE CONCLUSIE Algemeen besluit ik dat EcoCoach het allereerste ecologisch voedingscoachingsprogramma is en daarom geslaagd is in zijn opzet, nl. een handvat bieden voor diegenen die hun voedingspatroon willen veranderen op één gecentraliseerde manier. EcoCoach is in mijn ogen een degelijke manier om jongvolwassenen te ondersteunen bij het im- plementeren van een voedingsverandering. Ik ben tevreden over het onderzoek dat ik uitgevoerd heb in combinatie met het uiteindelijk prototype. Volgens mij is het een redelijk “brave” manier die kan helpen voor diegene die interesse hebben in de problematiek. Het prototype speelt in op elk element dat ik voorgaand had gedefinieerd in mijn onderzoeksvraag en subvragen. Meer bepaald speelt het in op het aanleren van informatie, de behoefte aan een ludiek element, het gedragsver- anderingproces in combinatie met de noden en wensen van jongvolwassenen. Aangezien dit het allereerste ecologische voedingcoachingsprogramma is, heeft het zijn sterktes, maar natuurlijk ook zijn zwaktes. Het programma scoort vooral goed op het element om de proble- matiek kort en helder uit te leggen. Ook is het een goede verzamelplaats van allerlei instanties en informatie zodat de gebruiker makkelijk op weg kan gezet worden om zijn voedingspatroon aan te passen. Zoals vermeld, heeft het programma ook zijn zwaktes, wat logisch is voor een programma als eerste in zijn soort. Het gaat hier specifiek over het gebrek aan echte controle en het feit dat er te veel tips opgelijst worden. Samengevat is het programma degelijk, maar is het uiteraard nog een basisversie waar nog heel wat uitbreidingen voor gemaakt kunnen worden. 75/81
    • Right now over 70 percent of the world population is con-vinced that something serious has to be done about thedangers facing the planet... Most of humanity wants toknow how to make the change. It’s one of those tipping-point times where things can change unbelievably fast... Paul H. Ray and Sherry Ruth Anderson
    • BIBLIOGRAFIE 7 things you should know about mLearning. (mei 2010) opgeroepen op 5 maart, 2012 van http://net.edu- cause.edu/ir/library/pdf/ELI7060.pdf Baeyens, N. (2011). Over EVA vzw. Opgeroepen op 9 maart, 2012, van http://www.vegetarisme.be Beardsworth, A., & Keil, T. (1997). Sociology on the Menu: an invitation to the study of food and society (Vol. The Making of the modern food system). London, UK: Routledge. Borgere, P. D. (2012, 25 februari). Werking van een diëtiste. (A. Kahlert, Interviewer) Calsteren, K. V. (2012, 12 februari). Werking van een diëtiste. (A. Kahlert, Interviewer) Chun, R. K. (2011). Vision for Rio+20 : Global Consensus. Opgeroepen op 3 maart, 2012, van http://www.ony. unu.edu/GG%20Vision%20for%20Rio%2B20%20ESCAP%20RK%20Chung%20CSD%20NY%206%20May%20 2011.pdf Corrigan, P. (1996). The sociology of consumption. London, UK: Sage publications. Daly, H. (1996). Beyond Growth: The Economics of Sustainable Development . Boston: Beacon Press books. De volgende Grote Depressie? In 2030... . (2012, 10 april). Opgeroepen op 15 oktober, 2012, van http://www. zita.be/business/nieuws/1760489_de-volgende-grote-depressie-in-2030.html Diet Assistant Pro-Weight Loss. (z.d.). Verkregen op 8 april, 2012, van https://play.google.com/store/apps/ details?id=com.aportela.diets.pro.view&hl=nl Dillahunt, T., Becker, G., Mankoff, J., & Kraut, R. (2007). Motivating Environmentally Sustainable Behavior Changes . Pittsburgh, VS: HCII, Carnegie Mellon University,. Dhont, R. (2010). Be prepared to be suprised, 10 verandergedachten om mee te nemen. Opgeroepen op 21 maart, 2012, van http://www.lne.be/doelgroepen/onderwijs/ecocampus/aan-de-slag/edotips/be_prepa- red_to_be_surprised.pdf Ecologisch Leven en Tuinieren. (2008).Opgeroepen op 9 maart, 2012, van http://www.velt.be/ End Goals of Usability Testing. (2009, 11 december). Opgeroepen op 2 april, 2012, van http://www.geekin- terview.com/question_details/78661 Feinman, R. D. (2005). Planning For a Steady State. Opgeroepen op 2 maart, 2012, van http://robertdfeinman. com: http://robertdfeinman.com/society/no_growth.html Fieldhouse, P. (1995). Food and nutrition: customs and culture (Second edition). London, UK: Nelson Thornes Ltd. 77/81
    • Fogg, B. (2009). A Behaviour model for persuasive design [Elektronische versie]. Stanford University, 7, 1-7.Gaver, B. (2007). Designing for homo ludens, still. Opgeroepen op 9 januari, 2012, van Goldsmiths Universityof london: 158.223.1.88/media/46gaver-ludens-still.pdfHirumi, A., Appelman, B., Rieber, L., & Van Eck, R. (2010). Preparing Instructional Designers for Game-BasedLearning: Part 1 [Elektronische versie]. TechTrends , (p. 27- 37).Hogg, M., & Shah, H. (2010). The impacts of global learning on public attitudes and behaviours towards inter-national development and sustainablitly [Elektronische versie]. Londen: www.dea.org.uk.Ife, J., & Tesoriero, F. (2011). Foundation of community development: an ecological perspective. In J. Ife, & F.Tesoriero, Community Development: Community-Based Alternatives in an Age of Globalisation [Elektronischeversie]. Canada: Pearson Education. (p. 22-41).Irvine, B., Ary, D., Grove, D., & Gilfillan-Morton, L. (2004). The effectiveness of an interactive multimedia pro-gram [Elektronische versie]. HEALTH EDUCATION RESEARCH Oregon, VS: Oxford University Press.jQuery. (2012). Opgeroepen op 03 28, 2012, van http://jquery.com/Leysen, A. (2012). Dagen Zonder vlees. Opgeroepen op 5 maart, 2012, van http://www.dagenzondervlees.beLeysen, A. (2012). Welk soort vlees is het minst belastend voor het milieu? . Opgeroepen op 2 april, 2012, vanhttp://www.dagenzondervlees.be/nl-BE/faq/belastend_voor_milieuLockton, D., Harrison, D., & Stanton, N. (2008). Making the user more efficient: Design for sustainable behavi-our [Elektronische versie]. Middlesex, UK: School of Engineering & Design, Brunel University.Malliet, S. (2011-2012). Heuristics for Playability. Methods for playability and player experience research.GenkMayer, R., & Moreno, R. (2000). A Cognitive Theory of Multimedia Learning: Implications for Design Principles. Opgeroepen op 2 februari, 2012, van unm: http://www.unm.edu/~moreno/PDFS/chi.pdfMayer, R., & Moreno, R. (2002). Animation as an aid to multimedia Learning [Elektronische versie]. Op-geroepen op 2 februari, 2012, van Kanwal Rekhi School of Information Technology: http://www.it.iitb.ac.in/~s1000brains/rswork/dokuwiki/media/animation_as_an_aid_to_multimedia_learning.pdfMcGourty, C. (2009, 19 Maart ). Global crisis ‘to strike by 2030. Opgeroepen op 5 januari 2012, van http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/7951838.stmMellow, P. (2005). The Media Generation: Maximise learning by getting mobile [Elektronische versie]. NewZealand: Auckland University of Technology. 78/81
    • Midden, C., McCally, T., Ham, J., & Zaalberg, R. (2007). Using persuasive technology to encourage sustainablebehavior [Elektronische versie]. Eindhoven: Eindhoven university of technology.My Diet Coach - Weight Loss. (z.d.). Verkregen op 8 april, 2012, van https://play.google.com/store/apps/details?id=com.dietcoacher.sos&feature=more_from_developer#?t=W251bGwsMSwxLDEwMiwiY29tLmRpZXRjb2FjaGVyLnNvcyJdMy Diet Diary Calorie Counter. (z.d.). Verkregen op 8 april, 2012, van https://play.google.com/store/apps/details?id=org.medhelp.mydiet&hl=nlNielsen, J. (1994). Usability Engineering. San Diego: Academic Press Inc.Parrya, M., Rosenzweigb, C., Iglesiasc, A., Livermored, M., & Fischer, G. (2004). Effects of climate change onglobal food production under SRES emissions and socio-economic scenarios. Opgeroepen op 12 december,2011, van http://www.preventionweb.net/files/1090_foodproduction.pdfPikmin. (2009). Opgeroepen op 9 februari, 2012, van http://www.pikmin.com/story/index.htmlSauro, J. (2012, 21 juni). A Brief History of the Magic Number 5 in Usability Testing. Opgeroepen op 2 februari,2012, van: http://www.measuringusability.com/blog/five-history.phpSnyder, C. (2003, 6 april). What is paperprototyping?. Opgeroepen op 2 december, 2011, van http://www.paperprototyping.com/what.htmlSomers, M. (2011, 4 Augustus). Essay: The Story of our Food. Opgeroepen op 15 januari, 2012, van http://www.nextnature.net/2011/08/the-story-behind-our-food/#more-16370Suzuki, D., & Boyd, D. R. (2008). David Suzuki’s Green guide. Vancouver, Toronto, Berkeley: Greystone books.Suzuki, D., Mcconnel, A., & Mason, A. (2007). The Sacred Balance. Vancouver, Toronto, Berkeley: Greystonebooks.Sqlite. (2012). Opgeroepen op 29 maart, 2012, van: http://www.sqlite.org/Tacken, G., de Winter, M., van Veggel, R., Sjitsema, S., Ronteltrap, A., Cramers, L. (2010). Voorbij het brood-trommeltje: hoe jongeren denken over voedsel [Elektronische versie]. Den Haag: LEI, Wageningen UR.Thai, T. (2010). The Sustainable tree. Opgeroepen op 5 februari, 2011, van KHLim Mad Fac: http://cmdstud.khlim.be/~tthai/thesisdef/Thomas%20Thai%20-%20The%20Sustainable%20Tree%20-%20Meesterproef%200910.pdfVandeneede, E. (2012, 02 18). Werking van een diëtiste. (A. Kahlert, Interviewer) 79/81
    • Voedselteams. (2012). Opgeroepen op 9 maart, 2012, van http://Voedselteams.be/World population wil increase by 2,5 billion by 2050. (2007, 1 maart). Opgeroepen op 5 maart, 2012, vanhttp://www.un.org/News/Press/docs/2007/pop952.doc.htmWhite, N. J. (2010, 26 maart). How food contributes to global warming. Opgeroepen op 13 Oktober, 2011, vanhttp://www.thestar.com/living/article/784247--how-food-contributes-to-global-warmingWhy Phonegap?. (2012). Opgeroepen op 3 maart, 2012, van http://phonegap.com/about 80/81
    • BIJLAGEN Bijlage 1: Interview met Katrien Van Calsteren .................................................. 1 Bijlage 2: Interview met Peggy De Borgere ........................................................ 4 Bijlage 3: Interview met Diëtiste Els Vandeneerde .............................................7 Bijlage 4: Enquêtes afwegingen jongvolwassenen ...........................................10 BIjlage 5: Resultaten enquêtes afwegingen jongvolwassenen .........................11 Bijlage 6: Enquête voedingskeuzes jongvolwassenen ...................................... 12 Bijlage 7: Resultaten enquête voedingskeuzes jongvolwassenen .................... 14 Bijlage 8: Cultural probes + paper prototype: algemene vragenlijst ................ 28 Bijlage 9: Cultural probes + paper prototype: voedseldagboek ....................... 29 bijlage 10: Cultural probes + paper prototype: vragenlijst dag 10 ................... 30 Bijlage 11: Cultural probes + paper prototype: opdrachtdoos vlees ................32 Bijlage 12: Cultural probes + paper prototype: opdrachtdoos zuivel ...............36 Bijlage 13: Cultural probes + paper prototype: opdrachtdoos lokaal ...............40 Bijlage 14: Enkele resultaten cultural probes + paper prototype .....................44 Bijlage 15: Vragenlijst/opdrachten bruikbaarheidstesting .............................. 59 Bijlage 16: Sfeerbeelden bruikbaarheidstesting ...............................................60 81/81
    • BIJLAGE 1: INTERVIEW MET KATRIEN VAN CALSTEREN Interview met Katrien Van Calsteren, studente die al enkele jaren naar de dietiste gaat Anja: Oke dus, dan zullen we beginnen. Vanaf wanneer had je zo het idee om naar de dietiste te gaan? Katrien: Ik heb da vroeger nog eens gedaan en dan ben ik daar mee gestopt. Maar euhm vorig jaar in mei, ben ik dan terug naar de diëtiste gegaan. Zo net voor de zomer Anja: En waarom dan net terug in mei? Katrien: Ja euhm, ja ik was al ff aan het sukkelen dat ik niet goed kon afvallen. Ik sport veel dus ja. Ik ben dan maar naar de dokter gegaan. De dokter heeft mij om te beginnen een lagere pil gegeven, dat heeft al veel geholpen en toen zei hij dat hij zelf naar de diëtiste ging, en zei dat ik dat eens kon proberen. Hij heeft dan de gegevens doorgegeven en dan ben ik eens langsgegaan. Anja: En hoe ging dat eerste contact Katrien: De eerste keer is eigenlijk een euhm intakegesprek. Dan, ja, dan vragen wat je zelf denkt dat je ver- keerd doet, wat je anders zou willen doen, dan wordt ge gewogen en gemeten, uw vetpercentage berekend en al die dingen. Ze vragen ook wat uw streefgewicht is. En op basis daarvan wordt uw dieet opgemaakt. De eerste keer is de eerste keer zien wat je eet en wat je anders wilt. Anja: Aha, en hoe wordt er dan eigenlijk gezien wat je eet? Katrien: Je moet op voorhand een eetdietboek hebben, maar sommige weten dat niet. Daarom heft ze een lijst liggen, met koffiekoeken, aardappelen, ... hoe vaak de week dat je dat eet. Dus dat is zo een lijst waar je op moet antwoorden. Dus in principe is dat niet zo erg als je de eerste keer geen eetdagboek bij hebt, want ze heeft die lijst. Maar ik wist wel op voorhand dat dat moest want ik was al eens naar de diëtiste gegaan. Dus ja ik kon mij al voorbereiden. Anja: En dat eetdagboek, was dat een confrontatie, want sommige mensen weten niet goed wat ze eten tot ze het zien op papier en er bij stilstaan? Katrien: Ja, ik denk datzo eeen voedseldagboek daaar eigenlijk echt wel bij helpt, want anders steekt ge ook iets klein in uwe mond, maar nu wete dat ge da moet opschrijven en das ergens zo al te veel moeite. En ge verschiet er anders echt wel van hoeveel kleine prullekes ge in uwe mond steekt. Anja: Voelde je bij het gesprek misschien barrieres of ongemakkelijkheden? Katrien: Nee eigenlijk niet, want wij hebben nooit ongezond gegeten, dus het was geen mega confrontatie. Waar we dan wel op uit gekomen zijn, was dat we bijna altijd rijst of pasta dus nooit aardappelen. En dat heeft veel meer calorieën, dus dat zou een oorzaak kunnen zijn. Ook al eet je veel groenten, want rijst en pasta heb- ben veel vet. Het is niet altijd rijst of koeken waar je van bijkomt. Anja: Uw voedselpatroon is dan daarop aangepast? 1/62
    • Katrien: Ja ik kreeg dan zo een schema mee, en ik moet nu vijf keer de week aardappelen eten en ene keerrijst en ene keer pasta. Dat was de grootste verandering, ik moet drie keer per week vlees eten, twee keerkip, aAlez gevogelte hé, en twee keer vis. Verder moet ik ook per dag drie melkproducten eten, wel van 30 grzo en dan moet allemaal light zijn. Ik moet drie stukken fruit eten per dag.Anja: Amai!Katrien: Jah, ik weet... Ja ik mag dan, maar dat moet niet, ene keer per dag ne koek eten, een Granny of pe-perkoek, gene koek met chocolat. Dat is eigenlijk het dagschema. Ik mag op een week ik totaal vijf glazenwijn drinken.Anja: Dat is wel veel.Katrien: Ik doe dat niet, das meer voor mensen die eerder elke dag wijn drinken bij hun eten. Oh ja het is nide bedoeling da je die allemaal samen in een keer opdrinkt achter elkaar. Je zou t moeten spreiden. Ik drinkniet echt alcohol, dus ik weet niet echt goed wat de rest van maatstaven daarvan is. Ik mag ook ene keer perweek een fruittaartje eten, met gewoon deeg, niet met koekjesdeeg of ne koffiekoek.Anja: Is dat niet moeilijk?Katrien: Bwa, soms kunt ge wel eens een vieze goesting krijgen, maar jah.Anja: Wat dan? Moet je dat vertellen aan haar?Katrien: Je moet dat allemaal opschrijven, alles met het uur erbij, want ze wilt dat je het allemaal spreidt. Ikzou ook na 10u niets meer mogen eten. Ze weet ook wel dat er uitzonderingen zijn hé. Ik mag ook nog tweedagen light frisdrank drinken, of een glas fruitsap zonder toegevoegde suikers, das dan vervanging voor eenstuk fruit.Anja: Hmmm, best wel veel.Katrien: Op zich lijkt het dat je veel mag eten, maar de porties zijn vrij klein en je bent snel geneigd om eenappel na uw eten te eten, omdat je nog een beetje honger hebt. Dus ja het lijkt dat je veel mag eten, maarhet is niet echt.Anja: Maar je hebt geen honger?Katrien: Ik toch niet, nee, maar ik denk dat ze uw eetpatroon aanpast aan wat je daarvoor al at en hoeveel jewilt afvallen. Dat dat gebaseerd wordt op uw gewicht en wat je daarvoor al at.En ja groenten, mag ik altijd zoveel eten als ik wil.Anja: En hoe lopen dan de contacten erna?Katrien: De tweede keer krijg je effectief je dagschema mee, dat wordt aangepast aan wat je graag eet en watje mag eten. Daarna lopen de contacten hetzelfde, het is altijd hoe het gegaan is en wat je gegeten hebt ofwat je hebt misgedaan en moeite had. Ik ga meestal om de maand en dan gaat het over die maand. Ze geeftelke afspraak een receptje mee en dat stelt ze af op wat je graag eet. Wij eten bijvoorbeeld graag in de wok en 2/62
    • dan krijgen we veel Aziatische receptjes mee enz. Dus ja, je vertelt hoe het gegaan is, uw vetpercentage wordtberekend, je wordt gewogen. Soms kunt ge niet afgevallen zijn in kilo’s, maar wel in vetpercentage. Euh, jadat gaat altijd vrij snel. Ik kan mij wel inbeelden, dat als je problemen hebt met afvallen, dat dat langer duurten naar de problemen en oorzaken wordt gekeken. Maar ik heb er dus nog nooit gehad, ik vind alles goed,dus ik ben er altijd op een kwartier buiten. Ze kijkt ook het eetdagboek na, als er dan iets is dat ik niet mochteten, trekt ze er een rode streep door.Anja: In het algemeen, kan je eens samenvatten welke middelen zij zoal gebruikt?Katrien: Wel ja dus je hebt het eetdagboek, de lijst met goed en slecht eten en een eetschema. Verder geeft zijdus receptjes mee. En soms geeft zij ook eens testertjes mee zoals een vitalinea koek en een potje confituur.Dat is wel leuk, dan kunnen we dat hier eens direct testen.Anja: Als je nu zou stoppen, zou er denk je, een houdingsverandering plaatsgevonden hebben?Katrien: Euhm, ja zeker wel! Echt wel , want we waren wel geschrokken dat het vet in rijst en pasta zo hoog istegenover aardappelen. ik denk mocht ik niet meer gaan, dat ik nog altijd meer aardappelen zou eten. Duszeker op dat vlak is er een houdingsverandering. Want anders zou ik los terug bijkomen. Ik heb er ook nietecht veel moeite mee. Ik heb ook nooit moeten gaan sporten van de diëtiste, want ik deed dat al. Wij atennooit echt vet, zoals frieten en kebab enz, dus ja een grote verandering was het ook niet.Anja: Als je zondigt, wat doe je dan?Katrien: Euhm ik ben eigenlijk heel eerlijk daarin. Ik hou mij ook vrij hard aan haar schema. Het enigste waarik eens mee heb gesjoemelt is dat ik die koffiekoek ni mag combineren met alcohol. Dus ja dan verwissel ik dedagen zo wat, dat het er goed uitkomt. En ik moet zeggen mijn dietiste is een aangenaam persoon, ze is nietstreng en ze gaat niet boos worden. Ze moedigt altijd goed aan om verder te zien.Anja: Goed dan nog een vraag om af te sluiten: ben je tevreden en zou je iets anders willen zien?Katrien: Ik ben echt tevreden, ik weet wel niet wat er zou gebeuren mocht ik niet meer afvallen, of ik dan eenander eetschema krijg enz... Maar nu ben ik dus echt tevreden ervan.  3/62
    • BIJLAGE 2: INTERVIEW MET PEGGY DE BORGERE Interview met Peggy De Borger, zij ging 4 keer naar de diëtiste met weinig resultaat. Anja: Vanaf wanneer had je voor het eerst het idee om een diëtiste, te raadplegen? Peggy: Wel, ik had al allerlei boeken gelezen over diëten, en paste die dan ook toe, maar ik kon er niet echt meer aan uit, want al die boeken zeiden iets anders. Anja: Ben je daarom naar de diëtiste gegaan? Peggy: Ja en ook omdat ik dus die dingen in de boeken toepaste en dat werkte, tot op een bepaald moment, toen begon het gewichtsverlies te verminderen. Anja: Welke diëten heb je dan zoal geprobeerd? Peggy: Ik heb mij vooral gefocust op het dieet van Sonja Kimpen. Anja: Hoe verliep het eerste contact bij de diëtiste? Peggy: In eerste instantie werd er gevraagd wat ik at zoal op een dag. Ik werd ook opgemeten en gewogen. Ze had ook interesse naar de diëten die ik uit de boeken haalde. Zij had andere meningen over deze diëten en noemde ze onevenwichtig... Anja: Hoedat? Peggy: Wel zij baseerde zich meer op de voedingsdriehoek, lightproducten en portiebeperking. Ze zei ook dat ik langer moest kauwen op voedsel. Anja: hoe verliepen de volgende contacten? Peggy: Ik ging nog een aantal keer terug, er werd dan ook altijd overlopen wat ik at aan de hand van mijn eetdagboek, dat ik moest bijhouden, dan vertelde ze wat ik niet en wel mocht eten. Anja: Vertel wat meer over je eetdagboek? Peggy: Ik moest dus een eetdagboek bijhouden, over wat ik at, de porties en het uur. Anja: Gebruikte ze ook andere hulpmiddelen? Peggy: Ik kreeg ook een boekje met “goede” producten die ik dan kon gebruiken, ook heb ik een aantal staal- tjes meegekregen van light producten. Anja: Hoe vaak ben je terug gegaan? Peggy: vier keer in totaal, dat was zo een jaar geleden. 4/62
    • Anja: Waarom ben je dan gestopt?Peggy: Ik had best al euhm wat informatie opgedaan in de boeken en ik vond dat de informatie die zij verteldeen predikte tegenstrijdig was met wat ik uit die boeken had gelezen.Anja: tegenstrijdig hoe?Peggy: ik ben tegen light producten, dat is echt niet gezond als je mij vraagt, je hebt best wel wat gezonde vet-ten nodig en in veel light producten zitten schadelijke stoffen, nee dat is niet echt natuurlijk en gezond. Verderleunt het dieet van Sonja Kimpen beter tegen mijn levens en eetfilosofie, dat past gewoon beter.Anja: Terug naar de diëtiste, welke vragen wou je zoal weten?Peggy: Ik wou weten, hoe ik mijn job kan combineren met een dieet, ik ben nu marktkramer van fruit en groe-ten, en ja dat maakt het niet altijd makkelijk want ik heb lange werkdagen waarbij ik vroeg moet opstaan enik kan niet echt “s middags warm eten en zeker niet eten. Dat maakt het voor mij niet makkelijk om zelf etente maken enz.Anja: Wat zei ze hierop?Peggy: Ze zei dat je in elk dieet minstens 5 keer per dag moet eten, dus meer verdeeld, da gaat toch niet voorelk beroep hé... ik sta vroeg op, om 4 u, ik ontbijt elke dag en als er een kalm moment is op de markt dan kanik even iets eten. Maar ik kan echt niet de nodige tijd uittrekken voor echt rustig te zitten, dan gaan de klantenhet gewoon aftrappen, ze moeten bediend worden. Trouwens wie kan dat wel voor zijn werk... En daarbij zeize ook dat ik traag moet eten, maarja op de markt moet je snel eten, tis niet haalbaal hoor.Anja: Hoe controleerde ze je voedselpatroon?Peggy: ja aan de hand van het eetdagboekje, maar je kan er natuurlijk mee sjoemelen. En dus echt controle-ren kon ze dat niet. Wel was er ook opmeetingen en gewichtmetingen, maar die spreken niet altijd voor zich.Anja: Zondigde en sjoemelde jij wel eens?Peggy: Tuurlijk, in het begin zondig je een beetje, je eet eens een stuk taart ofzo en je komt niet echt bij... Endaarna probeer je uit te testen hoe vaak en hoe veel je mag zondigen zonder bij te komen...Anja: Ben je tevreden over het verloop van je contact met de diëtiste en de gevolgen?Peggy: niet echt, ik heb mijn laatste afspraak met haar geannuleerd omdat ik er niet voldoende in geloofdemet haar lightproducten. Ik val liever op mijn eigen manier af. En achja ik eet sowieso te veel, ik ben nooitslank geweest, maar dat verzwijg ik niet.Anja: Wat zou je veranderen aan de diëtiste?Peggy: ze mogen wel eens de nadelen vermelden van een dieet?Anja: Zoals? 5/62
    • Peggy: Light producten werden aanbevolen en ik vind dat persoonlijk ongezonder dan gewone suiker, Atkinsdan eet je veel vlees maar is op lange termijn slecht voor je darmen (vlees blijft te lang in de darmen en begintte gisten) enfin, de meeste diëten draaien om het feit dat je iets niet meer (of beperkt) gaat eten en meestalis dat niet goed voor je gezondheid.Anja: nja je bent er dus niet over te spreken?Peggy: Het is dat wat ik bedoel hé : ge gaat naar n diëtiste en ge verwacht duidelijke dingen en ook gezondedingen maar da kwam dus niet...en ik ben een slimme, haha, dus ik stel me vragen bij wat ze me voorschote-len, maar eigenlijk, wie doet dat allez? 6/62
    • BIJLAGE 3: INTERVIEW MET DIETISTE ELS VANDENEERDE Interview met Els Vandeneede, jonge diëtiste te Zaventem. Na een korte introductie van mijn studies en de bedoeling van het gesprek, ging het interview van start. Anja: Zijn er buiten, gewicht afvallen, ook andere redenen dat mensen naar de diëtiste komen? Els: Euh ja, voor cholesterol, diabetisch, soms ook voedselallergiën. Meestal vooral voor gezonder te leven. Anja: Wat wordt er verwacht van de klant, voor de eerste afspraak? Els: Bij mij niet echt, eigenlijk wordt er tijdens het eerste gesprek gewoon samen besproken wat er gegeten wordt. Anja: Geen eetdagboek ofzo? Els: Nee, ik heb hier een boekje met portiegroottes, en daar wordt eigenlijk mee gewerkt. Ze moeten dan aangeven welke dingen ze in welke hoeveelheid eten. Anja: En bij volgende afspraken wordt er dan ook geen eetdagboek bijgehouden? Els:Dat kan voor sommigen, maar meestal doe ik dat niet. Bij sommige helpt dat andere zien dat nog niet zitten, voor sommige helpt dat echt enz door confrontatie, anderen vinden dat gewoon te veel werk. Dus daarom doe ik dat niet. Anja: Hoe gaat een eerste afspraak in zijn werk? Els: De eerste keer overlopen we dus wat ze allemaal eten ivm met porties en dit boekje. Dat is makkelijker om aan te tonen en dat visueel, dan kunnen ze het beter inschatte. In het begin deed ik dat niet, voor som- migen was een kleine portie een gigantische portie en omgekeerd. Ik geef verder ook al wat tips over wat ze nu doen: grotere portie groenten of bruin brood ipv wit en dan leg ik ook de voedingsdriehoek uit. Ik leg elke groep uit en dan heb ik ook nog een boekje gemaakt per voedingsgroep voor de goeie keuzes en de minder goede keuzes, een soort do en don’t dus. Dat is dus eigenlijk de eerste afspraak Anja: En de volgende afspraak? Els: De tweede keer maak ik een schema voor hun met porties dat ze mogen eten dus hoeveel boterhammen, hoeveel aardappelen, eigenlijk een lijstje dat ze naast hun eten moeten leggen: van zoveel mag je nu eten van beleg, boterhammen, ... Anja: En de opvolgafspraken, hoe gaan die dan? Els: De eerste keer is dat na twee weken, de andere keren om de maand. Dan overlopen we de aanpassingen die ik heb voorgesteld heb of die lukken, of er problemen zijn of ze vragen hebben. En dan weeg ik hen ook. 7/62
    • Anja: Ahja en doe je dat ook bij de eerste afspraak?Els: Ja dan weeg ik hun en vraag ik hun ook naar hun streefgewicht. Bij de tweede keer niet echt, omdat er teweinig tijd tussen zijn. Verder meet ik ook de buitomtrek.Anja: Zijn er tools die je gebruikt om de klant te begeleiden?Els: Ja dus de voedingsdriehoek, maar ik heb wel een papier om een eetdagboek in te vullen, maar voor derest niet echt. Voor mensen met diabetisch heb ik wel een boek van allerlei voedsel met vet en suiker percen-tage in. Je kan die boek krijgen bij de mutualiteit.Anja: Niks op de computer ofzo?Els: Nee, niks.Anja: Krijgen klanten andere opdrachten mee naar huis?Els: Meestal geef ik hen werkpunten mee naar huis, 1 2 3 4 enz, en dan kunnen ze eerst werken aan punt 1en als ze dat kunnen pas verder gaan, want meestal als ze al die veranderingen in een keer moeten onder deknie krijgen, lukt dat niet. Alez, eerst wel, maar op lange termijn niet echt Bijvoorbeeld 1 is dan veel waterdrinken en 2 geen wit brood meer..Soms heb je ook dat het in het begin heel goed ga en dan opeens niet meer, dan doe ik deze methode vanwerkpunten ook, dan zeg ik drink deze maand enkel water enz.Anja: Zijn er verschillende tools per verschillende klant?Je hebt verschil in motivatie, sommige zijn echt gemotiveerd en blijven dat ook, maar sommige zijn snel gede-motiveerd en haken dan ook af. Jah, ik probeer altijd hun te motiveren met de resultaten die al geboekt zijn.En ook dat traag afvallen dat dat eigenlijk beter is om af te vallen, dat resultaat dat traag komt , langer blijft.Anja: Krijgen ze recepten mee naar huis?Els: Ja;, ik heb een receptenbundel. Ik heb ook Dieto boxen, dat is van een bedrijf: Dieto, die gesponsord doorverschillende bedrijven. Daar zit dan van alle producten, boekjes en kortingsbonnen in. Het probleem is dathet wel goed is, maar er zit veel suiker in, maar vele mensen met suikerverslaving komen naar hier, maar indie koekjes zitten ook suiker.Anja: Ze werken ook met een thema, om het halfjaar veranderd dat. Dus nu is het over Becel en volgend jaarover Stevia. Die doos is gratis voor de klant en ook voor mij.Els: En daar zitten dan recepten in?Els: Nee dat niet, maar je krijgt die er wel bij. Die receptjes zijn dan over wat ze meer moet eten.Anja: Wat gebeurt er als een klant zich niet houdt aan klant zich niet houdt aan zijn vooropgesteld eetpa-troon? 8/62
    • Els: Wel ja dat gebeurt, dan probeer ik hen natuurlijk te overtuigen met de gezondheid enz, er zijn er veel diedan gewoon afhaken.Anja: Hoe controleer je dat dan eigenlijk als ze het niet volgen?Els: Euhm ik kan dat merken via hun gewicht enz, dat is meestal het belangrijkste. Ik kan hen enkel op hunwoord geloven, ik denk dat de meeste er wel niet over liegen.Anja: Welke methode heeft volgens u het meeste effect t om hun voedselpatroon aan te passen?Els: Ik doe altijd met de gezonde voeding, niet met vervangvoeding, dat werkt niet op lange termijn en is ookniet echt een gezonde voeding. Maar je bedoelt wat ik doe?Anja: JaEls: ik leg hun gewoon uit wat gezond is wat niet en de voedingsdriehoek Bij elke groep leg ik gewoon uit dater goeie alternatieven zijn en dan zien ze ook wel dat ze veel keuze hebben en dat motiveert wel. Want veelmensen denken, oei, gezonde voeding. En verder ik zeg hen ook: niets is verboden, ze mogen eens een koekjeeten, maar alles met mate. En ze mogen ook twee keer per week zelf kiezen wat ze eten, maar dat moet dangewoon in verhouding is met de rest en dat de porties niet te groot zijn, dat motiveert hen wel.Anja: Sessies, stoppen die of?Els: Die kunnen zo lang doorgaan als ze willen, tot ze op hun streefgewicht zitten, dus zolang ze gewicht verlie-zen komen ze meestal langs. Ze kunnen daarna ook nog blijven komen, zodat ze op dit gewicht blijven.Anja: Als ze stoppen, denk je dat ze dit voedingspatroon aanhouden?Els: Ze zullen sowieso hun eigen weg daarin zoeken, van sommige weet ik zeker dat ze het zeker zullen aan-houding vanuit hun houding. Sommige weet je ook, die stoppen direct vanuit hun houding en motivatie.Anja: En wat denk jij dat mensen het meest motiveert in een blijvende voedselverandering aan te nemen?El:s Hun gezondheid, meestal komen ze al als het te laat is, als ze al diabetisch hebben of een hartaanval. Zekomen eigenlijk altijd al te laat. 9/62
    • BIJLAGE 4: ENQuÊTES AFWEGINGEN JONGVOLWASSENEN 10/62
    • BIJLAGE 5: RESULTATEN ENQuÊTES AFWEGINGEN JONGVOLWASSENEN 11/62
    • BIJLAGE 6: ENQUÊTE VOEDINGSKEUZES JONGVOLWASSENEN Interviews over eetgewoontes jongvolwassenen Voor mijn Master doe ik een korte enquête naar hoe jongvolwassenen hun voedingspatroon stabiliseren. Er wordt gepeild naar gedrag en factoren die beïnvloeden. Bedankt om te helpen. 1. Hoelang zit je al op kot/woon je alleen? .... jaar 2. Maak je een weekplan qua eten? Zo, ja, hoe ziet die eruit? • Nee • Ja: Maandag: Dinsdag: Woensdag: Donderdag: Vrijdag: Zaterdag: Zondag: 2a Wijk je hier vaak vanaf? Wat doe je dan? • Ja: ......................................... • Nee: ......................................... 2c Wat zorgt ervoor dat je (niet) afwijkt? ........................................ 3. Ga je veel uit eten? ........................................ 3a In welke periodes gebeurt dit? ........................................................ 3b Als je veel uit bent gaan eten, is het dan moeilijk om terug zelf te koken? ........................................................ 3c Hoe zorg je er dan voor dat je weer zelf kookt ........................................................ 4. Doe je inkopen met je ouders of zelf? Hoe beïnvloedt dit je keuzeproces? • Ouders: ........................................................ • Zelf:....................................................... 4a Wat staat er zoal op je boodschappenlijstje? ........................................................ 4b Welke factoren maken beslissingen in je keuzeproces? ......................................................... 5. Hoe beïnvloeden volgende factoren je voedselpatroon? Geld: ........................................................ Tijd :........................................................ 12/62
    • Gezondheid: ........................................................ Inspanningen: ......................................................... Sociale goedkeuring:......................................................... Milieu:........................................................5a. Wat zijn andere momenten die je voedingspatroon veranderen en hoe?........................................................6. De dingen die je zelf kookt, hoe kom je hierop?• Recepten• ouders• Andere: .......................................................7. Wat vind je zelf het belangrijkste qua voedsel, rangschik van 1 naar 5... Kostprijs... Snel klaar... Gezond... Goed voor het milieu... Andere: ........................................................8. Vind je koken een sleur? Leg uit........................................................8a. Welke patronen/sleur ontdek je bij jezelf qua voedselpatronen?.......................................................8b.Probeer je deze te verbreken? Hoe?........................................................8c Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren........................................................• Demotiverende factoren: ........................................................9. Zou je graag iets veranderen aan je huidige voedselpatroon? Zo, ja wat?........................................................9a Hoe komt dat je deze niet verbreekt?........................................................9b Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren........................................................• Demotiverende factoren: ........................................................10. Zijn er nog bijkomstigheden die je het vermelden waard zijn ivm dit thema.........................................................Dankjewel! 13/62
    • BIJLAGE 7: RESULTATEN ENQUÊTE VOEDINGSKEUZES JONGVOLWASSENEN Vragenlijst nr 1 1. Hoelang zit je al op kot/woon je alleen? 3,5 jaar 2. Maak je een weekplan qua eten? Zo, ja, hoe ziet die eruit? • Nee, hoe maak je dan je voedselkeuzes? • Ja: Maandag: Gevulde pasta (van thuis meegenomen) Dinsdag: Quorn vleesvervanger, aardappelen en salade Woensdag: Pastasalade Donderdag: Soms fastfood, wisselt elke week Vrijdag: Geen geplande maaltijden Zaterdag: geen geplande maaltijd, wel broodjes ‘s middags Zondag: Brood 2a Wijk je hier vaak vanaf? Wat doe je dan? • Ja: ......................................... • Nee 2c Wat zorgt ervoor dat je (niet) afwijkt? Boodschappen op voorhand doen. 3. Ga je veel uit eten? • Ja • Nee 3a In welke periodes gebeurt dit? ........................................................ 3b Als je veel uit bent gaan eten, is het dan moeilijk om terug zelf te koken? ........................................................ 3c Hoe zorg je er dan voor dat je weer zelf kookt ........................................................ 4. Doe je inkopen met je ouders of zelf? Hoe beïnvloedt dit je keuzeproces? • Ouders: .Op zaterdag koop ik drinken en ontbijt voor een hele week. Daarnaast pasta en het “vlees” voor dinsdag • Zelf: ..De rest van de kleine inkopen doe ik zelf in Genk. 4a Wat staat er zoal op je boodschappenlijstje? Voornamelijk groenten 4b Welke factoren maken beslissingen in je keuzeproces? Welke groenten er het beste uitzien. 5. Hoe beïnvloeden volgende factoren je voedselpatroon? Geld: Doorheen de week is dit de doorslaggevende factor. Ik heb een budget van 25 Euro om een week voedsel met te kopen Tijd : Wanneer ik geen tijd heb om te koken vraag ik aan een kotgenoot om in te vallen Gezondheid: Meestal vegetarisch omdat dit langer houdbaar is. Inspanningen (zelf koken vs kant en klaar maaltijd): Ik ben geen fan van kant en klaar. Veel sodium en 14/62
    • suikers die nergens goed voor zijn. Dan maak ik liever zelf een snel eenpansgerecht Sociale goedkeuring: Ik zit op kot met 2 échte carnivoren. Ze lachen soms met mijn veggie eten, maar ik heb er mee leren leven. Milieu: Helaas niet zo zeer. Tenzij er duidelijk iets over op de verpakking staat. Bv: Bio of regenwoud vriendelijk zonder dat het véél duurder is.5a. Wat zijn andere momenten die je voedingspatroon veranderen en hoe? Wanneer het te eentonig wordt breng ik er terug variatie in6. De dingen die je zelf kookt, hoe kom je hierop?• Recepten: allrecipes.com (door op ingredienten te zoeken) of saturday kitchen show• Ouders: niet zo zeer, ze eten voornamelijk vlaamse kost. Ik hou van mediteraans• Uit pakjes7. Wat vind je zelf het belangrijkste qua voedsel, rangschik van 1 naar 5 1 Kostprijs 3 Snel klaar 2 Gezond 4. Goed voor het milieu ... Andere: ........................................................8. Vind je koken een sleur? Leg uit Koken ontspant me, maar wanneer ik na een lange dag les moet koken probeer ik het zo snel moge lijk achter de rug te hebben8a. Welke patronen/sleur ontdek je bij jezelf qua voedselpatronen? Ik kook voor meerdere personen dus moet rekening houden met wat iedereen wel en niet lust. Hierdoor blijf je vaak hervallen in recepten die iedereen lust.8b.Probeer je deze te verbreken? Hoe? Dezelfde ingrediënten op een andere manier tot een gerecht combineren.8c Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren: Goedkeuring van kotgenoten.• Demotiverende factoren: Kan de eerste keer mislopen en door het beperkte budget is er geen alternatief voor die dag mogelijk.9. Zou je graag iets veranderen aan je huidige voedselpatroon? Zo, ja wat? Volledig bio gaan en zo weinig mogelijk geraffineerde voedingstoffen.9a Hoe komt dat je deze niet verbreekt? Geld en beschikbaarheid van die producten in de lokale supermarkt.9b Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren: gezondheid, gewichtsverlies.• Demotiverende factoren: kostprijs10. Zijn er nog bijkomstigheden die je het vermelden waard zijn ivm dit thema.........................................................Dankjewel! 15/62
    • Vragenlijst nr 21. Hoelang zit je al op kot/woon je alleen? 1,5 jaar2. Maak je een weekplan qua eten? Zo, ja, hoe ziet die eruit?• Nee, hoe maak je dan je voedselkeuzes?• Ja: Maandag: iets van thuis, vaak een koude schotel van de mama met veel groentjes Dinsdag: kook ik zelf, vaak pasta of puree met vis en groentjes Woensdag: idem dinsdag Donderdag: warm ik iets op vanuit de diepvries of ga ik frietjes halen Vrijdag: pizza/pasta of iets anders van op het werk Zaterdag: idem vrijdag Zondag: idem vrijdag2a Wijk je hier vaak vanaf? Wat doe je dan?• Ja: .........................................• Nee2c Wat zorgt ervoor dat je (niet) afwijkt? Gewoonte, ik weet op voorhand wat ik nodig heb vanuit de winkel, soms wijk ik hiervan af maar ik probeer toch elke week eens zelf te koken.3. Ga je veel uit eten?• Ja• Nee3a In welke periodes gebeurt dit? Als ik zelf geen tijd heb, als ik ga eten met lief/vrienden3b Als je veel uit bent gaan eten, is het dan moeilijk om terug zelf te koken? Neen want ik kook ook zelf graag en dan weet ik dat het gezond is en dat geeft mij voldoening om iets te eten wat ik zelf heb klaargemaakt.3c Hoe zorg je er dan voor dat je weer zelf kookt In het begin van de week maak ik meestal een lijstje van wat ik ga eten/koken omdat ik altijd maan dag naar de winkel ga. Wat ik maandag koop moet ik dan ook die week opeten, dus dan moet ik wel af en toe zelf koken.4. Doe je inkopen met je ouders of zelf? Hoe beïnvloedt dit je keuzeproces?• Ouders: ........................................................• Zelf: ik koop vooral veel groenten als ik naar de winkel ga, voor de rest let ik erop dat ik niet te veel ongezinde dingen koop en ik let ook wel op de prijs4a Wat staat er zoal op je boodschappenlijstje? Veel groenten, ook gewoon om tussendoor te eten, beleg voor op de boterham, koeken zodat ik niet verhonger op school en drank en dan ook wat ik die week ga koken (pasta, vis, melk,…)4b Welke factoren maken beslissingen in je keuzeproces? Prijs, grootte van de verpakking omdat ik meestal maar alleen voor mezelf kook, merk, houdbaar heid,..5. Hoe beïnvloeden volgende factoren je voedselpatroon? Geld: mijn ouders betalen mijn rekeningen allemaal terug maar ik probeer toch op de prijs te letten Tijd : soms als ik laat les heb dan ga ik liever ergens eten of iets afhalen dan zelf te koken Gezondheid: als ik zelf kook is het altijd gezond, maar soms ook wel eens frieten gaan halen/pizza eten 16/62
    • Inspanningen (zelf koken vs kant en klaar maaltijd): als ik tijd heb vind ik het niet erg om zelf te ko ken, ook tijdens de examens is dat voor mij ontspanning Sociale goedkeuring: trek ik mij niets van aan Milieu: daar let ik te weinig op, ik koop altijd waar ik zin in heb, ook al zijn bepaalde groenten niet ‘in het seizoen’ en komen ze van het andere eind van de wereld, als ik er zin in heb dan koop ik het wel, ik let gewoon wel op de kwaliteit5a. Wat zijn andere momenten die je voedingspatroon veranderen en hoe? Examens: als ik een paar dagen na elkaar examens heb en amper tijd heb om te leren dan is het een kant en klare maaltijdIn de vakantie als ik tijd heb maak ik veel slaatjes en kook ik meer6. De dingen die je zelf kookt, hoe kom je hierop?• Recepten• ouders• Uit pakjes• Andere: eigen experimentjes of als ik iemand op kot iets lekkers zie maken dan probeer ik dat ook eens7. Wat vind je zelf het belangrijkste qua voedsel, rangschik van 1 naar 5 2 Kostprijs 3 Snel klaar 1 Gezond 4 Goed voor het milieu 5 Andere: ........................................................8. Vind je koken een sleur? Leg uit Neen ik vind het leuk8a. Welke patronen/sleur ontdek je bij jezelf qua voedselpatronen? Ik eet graag pasta en het is ook met veel te combineren dus maak ik het vaal maar wel telkens met iets anders er bij. Ik eet nooit vlees als ik zelf kook, alleen kip.8b.Probeer je deze te verbreken? Hoe? Neen, ik vind het goed zo8c Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren........................................................• Demotiverende factoren: als ik iets niet graag eet ga ik het ook niet klaarmaken9. Zou je graag iets veranderen aan je huidige voedselpatroon? Zo, ja wat? Meer koken en ik zou beter in het weekend minder op het werk moeten eten. Meer afwisseling.9a Hoe komt dat je deze niet verbreekt? Omdat het gemakkelijk is zo9b Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren gezondheid• Demotiverende factoren: tijd10. Zijn er nog bijkomstigheden die je het vermelden waard zijn ivm dit thema.........................................................Dankjewel!  17/62
    • Vragenlijst nr 31. Hoelang zit je al op kot/woon je alleen? 5 jaar2. Maak je een weekplan qua eten? Zo, ja, hoe ziet die eruit?• Nee, hoe maak je dan je voedselkeuzes? In het weekend brengen ouders iets mee voor maandag en/of dinsdag. De andere dagen wordt er samen met mensen op kot gekookt en bepalen we de dag zelf wat we gaan eten. Dan gaan we ook nog naar de winkel. Soms gaan we ook eens in de ALMA eten.• Ja: Maandag: Dinsdag: Woensdag: Vrijdag: Zaterdag: Zondag:2a Wijk je hier vaak vanaf? Wat doe je dan?• Ja: .........................................• Nee2c Wat zorgt ervoor dat je (niet) afwijkt? Geen strakke planning dus kan je er niet van afwijken.3. Ga je veel uit eten?• Ja• Nee3a In welke periodes gebeurt dit? Drukke periodes, wanneer het snel moet gaan of verjaardagsfeestjes etc.3b Als je veel uit bent gaan eten, is het dan moeilijk om terug zelf te koken? neen3c Hoe zorg je er dan voor dat je weer zelf kookt Het budget dat dan bijna op is, zorgt daarvoor!4. Doe je inkopen met je ouders of zelf? Hoe beïnvloedt dit je keuzeproces?• Ouders: in het weekend voorraad meebrengen voor op kot• Zelf: in de week zorg ik zelf voor boodschappen als ik nog iets nodig heb4a Wat staat er zoal op je boodschappenlijstje? Vlees, groenten, aardappelen4b Welke factoren maken beslissingen in je keuzeproces? Ik koop enkel wat ik nodig heb.5. Hoe beïnvloeden volgende factoren je voedselpatroon? Geld: grote invloed Tijd : grote invloed Gezondheid: grote invloed Inspanningen (zelf koken vs kant en klaar maaltijd): afhankelijk van de tijd dat ik heb, dus soms sterk, soms niet Sociale goedkeuring: minder 18/62
    • Milieu: minder want bioproducten zijn vaak duur5a. Wat zijn andere momenten die je voedingspatroon veranderen en hoe? /6. De dingen die je zelf kookt, hoe kom je hierop?• Recepten• ouders• Uit pakjes• Andere: ........................................................7. Wat vind je zelf het belangrijkste qua voedsel, rangschik van 1 naar 5 3 Kostprijs 4 Snel klaar 2 Gezond 5 Goed voor het milieu 1 Andere: lekker8. Vind je koken een sleur? Leg uit Als je veel tijd hebt, absoluut niet. Het is eerder een ontspanningsmoment.8a. Welke patronen/sleur ontdek je bij jezelf qua voedselpatronen? Geen nieuwe dingen proberen8b.Probeer je deze te verbreken? Hoe? Indien ik veel tijd heb, toch eens proberen iets nieuws klaar te maken.8c Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren: veel tijd om te koken• Demotiverende factoren: weinig tijd om te koken9. Zou je graag iets veranderen aan je huidige voedselpatroon? Zo, ja wat? Neen9a Hoe komt dat je deze niet verbreekt? Er zijn geen problemen met mijn huidige voedselpatroon.9b Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren: eens iets anders (specialer) willen proberen• Demotiverende factoren: weinig tijd, niet lekker, ...10. Zijn er nog bijkomstigheden die je het vermelden waard zijn ivm dit thema.........................................................Dankjewel!  19/62
    • Vragenlijst nr 41. Hoelang zit je al op kot/woon je alleen? 1,5 jaar2. Maak je een weekplan qua eten? Zo, ja, hoe ziet die eruit?• Nee, hoe maak je dan je voedselkeuzes? Samen met vriendinnen op kot of soms kies ik zelf in de winkel• Ja: Maandag: Dinsdag: Woensdag: Vrijdag: Zaterdag: Zondag:2a Wijk je hier vaak vanaf? Wat doe je dan?• Ja: .........................................• Nee2c Wat zorgt ervoor dat je (niet) afwijkt?........................................3. Ga je veel uit eten?• Ja• Nee3a In welke periodes gebeurt dit?/3b Als je veel uit bent gaan eten, is het dan moeilijk om terug zelf te koken?/3c Hoe zorg je er dan voor dat je weer zelf kookt/4. Doe je inkopen met je ouders of zelf? Hoe beïnvloedt dit je keuzeproces?• Ouders: tijdens het weekend doe ik inkopen met mijn moeder (help haar bij keuze van ingrediënten, …)• Zelf: in de week kan ik steeds kiezen waar ik zin in heb die dag4a Wat staat er zoal op je boodschappenlijstje? Vlees, groenten, aardappelen, brood, beleg, soms lasagne4b Welke factoren maken beslissingen in je keuzeproces? Samen koken of alleen, veel of weinig tijd5. Hoe beïnvloeden volgende factoren je voedselpatroon? Geld: als ik een product kies zal ik gemakkelijker voor het goedkopere merk gaan Tijd : afhankelijk van tijd die ik heb om te koken, kies ik soms iets om gewoon op te warmen Gezondheid: steeds groentjes en niet overdreven vaak kant-en-klare maaltijden Inspanningen (zelf koken vs kant en klaar maaltijd): na een zware lesdag (laat les gehad), kies ik meestal voor iets simpel om gewoon op te warmen Sociale goedkeuring: / 20/62
    • Milieu: /5a. Wat zijn andere momenten die je voedingspatroon veranderen en hoe? Tijdens de blok- en examenperiode studeer ik thuis en dan zorgt mama voor het eten. Dan kies ik dus niet zelf maar ze zorgt er wel voor dat er gezond eten op tafel komt.6. De dingen die je zelf kookt, hoe kom je hierop?• Recepten• ouders• Uit pakjes• Andere: vriendinnen7. Wat vind je zelf het belangrijkste qua voedsel, rangschik van 1 naar 5 3. Kostprijs 4. Snel klaar 2. Gezond 5. Goed voor het milieu 1. Andere: lekker8. Vind je koken een sleur? Leg uit Als ik alleen moet eten en koken, vind ik het meestal niet zo leuk. Als ik op kot samen met vriendinnen kook, vind ik dat een gezellig moment.8a. Welke patronen/sleur ontdek je bij jezelf qua voedselpatronen? Bepaalde producten die elke week terug komen.8b.Probeer je deze te verbreken? Hoe? Nieuwe receptjes uitproberen.8c Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren: ideeën van vriendinnen• Demotiverende factoren: van iets nieuw weet je niet of het zal smaken9. Zou je graag iets veranderen aan je huidige voedselpatroon? Zo, ja wat? Ja, ook als ik alleen moet koken de moeite nemen om iets lekkers te maken.9a Hoe komt dat je deze niet verbreekt? gemakkelijkheid9b Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren: nieuwe recepten horen van anderen• Demotiverende factoren: gemakkelijkheid10. Zijn er nog bijkomstigheden die je het vermelden waard zijn ivm dit thema. Veel succes ermee!Dankjewel! 21/62
    • Vragenlijst nr 51. Hoelang zit je al op kot/woon je alleen? 2 jaar2. Maak je een weekplan qua eten? Zo, ja, hoe ziet die eruit?• Nee, hoe maak je dan je voedselkeuzes? ........................................................• Ja: Maandag: schoteltje van de mama (diepvries wat thuis al gemaakt is), opwarmen Dinsdag: vlees/vis + groenten van thuis meegenomen, zelf koken Woensdag: vlees/vis + groenten op kot gekocht, zelf koken Donderdag: Alma Vrijdag: thuis Zaterdag: thuis Zondag: thuis2a Wijk je hier vaak vanaf? Wat doe je dan?• Ja: .........................................• Nee2c Wat zorgt ervoor dat je (niet) afwijkt? De gemakkelijkheid.3. Ga je veel uit eten?• Ja• Nee3a In welke periodes gebeurt dit?........................................................3b Als je veel uit bent gaan eten, is het dan moeilijk om terug zelf te koken?........................................................3c Hoe zorg je er dan voor dat je weer zelf kookt........................................................4. Doe je inkopen met je ouders of zelf? Hoe beïnvloedt dit je keuzeproces?• Ouders: ik kies wat, ouders brengen het mee van de winkel in het weekend• Zelf: ........................................................4a Wat staat er zoal op je boodschappenlijstje? vlees/vis, groenten, patatjes/pasta/rijst/…, evt. saus, brood, fruit, yoghurt, platte kaas, beleg, …4b Welke factoren maken beslissingen in je keuzeproces? Waar ik zin in heb.5. Hoe beïnvloeden volgende factoren je voedselpatroon? Geld: als ik zelf naar de winkel ga, let ik er wel op dat het niet te duur is. Tijd : het moet gemakkelijk en snel te maken zijn. Gezondheid: heel belangrijk. Geen fastfood of kant-en-klare maaltijden. Steeds vers (of vers bereid door mama en dan ingevrozen) Inspanningen (zelf koken vs kant en klaar maaltijd): liever NIET kant en klaar! Het moet gezond zijn. Sociale goedkeuring: ? Milieu: beïnvloedt mijn voedselpatroon niet. 22/62
    • 5a. Wat zijn andere momenten die je voedingspatroon veranderen en hoe?........................................................6. De dingen die je zelf kookt, hoe kom je hierop?• Recepten• ouders• Uit pakjes• Andere: ........................................................7. Wat vind je zelf het belangrijkste qua voedsel, rangschik van 1 naar 5 3 Kostprijs 4 Snel klaar 2 Gezond 5 Goed voor het milieu 1 Andere: Lekker8. Vind je koken een sleur? Leg uit Neen, ik vind koken leuk en neem ook mijn tijd om nieuwe dingen te proberen als ik er tijd voor heb (thuis wel, op kot niet). Als het snel klaar moet zijn, maak ik meestal iets gemakkelijk en experimenteer ik niet.8a. Welke patronen/sleur ontdek je bij jezelf qua voedselpatronen? Als het snel klaar moet zijn (op kot): steeds simpel: vlees/vis + groenten + aardappelen/rijst…8b.Probeer je deze te verbreken? Hoe? Ik experimenteer graag/probeer graag nieuwe recepten, maar dat doe ik alleen thuis, als er de tijd voor is.8c Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren: meer tijd hebben (thuis)• Demotiverende factoren: minder tijd hebben (op kot, veel stage/studeerwerk)9. Zou je graag iets veranderen aan je huidige voedselpatroon? Zo, ja wat? Neen.9a Hoe komt dat je deze niet verbreekt?....................................................9b Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren........................................................• Demotiverende factoren: ........................................................10. Zijn er nog bijkomstigheden die je het vermelden waard zijn ivm dit thema./Dankjewel! 23/62
    • Vragenlijst nr 61. Hoelang zit je al op kot/woon je alleen? 1,5 jaar2. Maak je een weekplan qua eten? Zo, ja, hoe ziet die eruit?• Nee, hoe maak je dan je voedselkeuzes? ........................................................• Ja: Maandag: 3 x maaltijd, 2 gezonde tussendoortjes, 1,5 l water Dinsdag: zelfde Woensdag: zelfde Vrijdag: zelfde Zaterdag: zelfde Zondag: zelfde2a Wijk je hier vaak vanaf? Wat doe je dan?• Ja: .........................................• Nee2c Wat zorgt ervoor dat je (niet) afwijkt? Diëtiste3. Ga je veel uit eten?• Ja• Nee3a In welke periodes gebeurt dit?........................................................3b Als je veel uit bent gaan eten, is het dan moeilijk om terug zelf te koken?........................................................3c Hoe zorg je er dan voor dat je weer zelf kookt........................................................4. Doe je inkopen met je ouders of zelf? Hoe beïnvloedt dit je keuzeproces?• Ouders: .vast patroon krijgen in eten.• Zelf: ........................................................4a Wat staat er zoal op je boodschappenlijstje? Water, gezonde grany’s, appels, rijst, kip, vis.4b Welke factoren maken beslissingen in je keuzeproces? Weinig caloriën.5. Hoe beïnvloeden volgende factoren je voedselpatroon? Geld: Ik wens geen te dure producten te kopen. Tijd : Ik wens niet teveel tijd te spenderen om te koken. Gezondheid: Ik wil graag gezonder eten. Inspanningen (zelf koken vs kant en klaar maaltijd): Graag vlug klaar met koken en afwassen Sociale goedkeuring:Niet Milieu: Niet 24/62
    • 5a. Wat zijn andere momenten die je voedingspatroon veranderen en hoe? Weekend6. De dingen die je zelf kookt, hoe kom je hierop?• Recepten• ouders• Uit pakjes• Andere: ........................................................7. Wat vind je zelf het belangrijkste qua voedsel, rangschik van 1 naar 5 3.. Kostprijs 1... Snel klaar 2... Gezond 5... Goed voor het milieu 4... Andere: Makkelijk klaar te maken.8. Vind je koken een sleur? Leg uit Ja, als het te lang duurt en elke keer opnieuw afwassen is niet leuk!8a. Welke patronen/sleur ontdek je bij jezelf qua voedselpatronen? Te vlug eten en emo-eten8b.Probeer je deze te verbreken? Hoe? Ja, maar niet makkelijk8c Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren. nthousiast humeur.• Demotiverende factoren: Problemen en ruzies9. Zou je graag iets veranderen aan je huidige voedselpatroon? Zo, ja wat? Ja, meer regelmaat.9a Hoe komt dat je deze niet verbreekt? Onregelmatige uren.9b Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren. Vaste planning• Demotiverende factoren: Te lange lesuren en teveel schoolwerk10. Zijn er nog bijkomstigheden die je het vermelden waard zijn ivm dit thema. Ja, steun en hulp van buitenaf zijn belangrijk. Ook planning en regelmaat is belangrijk om een vast eetpatroon te creëren.Dankjewel! 25/62
    • Vragenlijst nr 71. Hoelang zit je al op kot/woon je alleen? 1 jaar2. Maak je een weekplan qua eten? Zo, ja, hoe ziet die eruit?• Nee, hoe maak je dan je voedselkeuzes? Ik probeer gevarieerd te eten, maar stel hier geen weekprogramma voor op. Ik ben 4 avonden op kot, waarvan ik twee avonden uitgebreid kook. Ik kook telkens 2 porties, waardoor ik de dag erna nog een portie kan opwarmen. Als ik een weekschema zou hebben, zou ik niet genoeg kunnen variëren.• Ja: Maandag: Dinsdag: Woensdag: Vrijdag: Zaterdag: Zondag:2a Wijk je hier vaak vanaf? Wat doe je dan?• Ja: .........................................• Nee2c Wat zorgt ervoor dat je (niet) afwijkt?........................................3. Ga je veel uit eten? Nee3a In welke periodes gebeurt dit?........................................................3b Als je veel uit bent gaan eten, is het dan moeilijk om terug zelf te koken?........................................................3c Hoe zorg je er dan voor dat je weer zelf kookt........................................................4. Doe je inkopen met je ouders of zelf? Hoe beïnvloedt dit je keuzeproces?• Ouders: ........................................................• Zelf: .Ik bepaal zelf wat ik wil eten en ga dan naar de winkel. Als ik met mijn ouders naar de winkel zou gaan, zou ik in het begin van de week al moeten beslissen wat ik wil klaarmaken. Het is praktischer om alles in Leuven te kopen, dan moet ik alles niet mee naar mijn kot zeulen.4a Wat staat er zoal op je boodschappenlijstje? Fruit, groenten, brood, koekjes, frisdrank, vlees.4b Welke factoren maken beslissingen in je keuzeproces? Ik kook vooral op gevoel.........................................................5. Hoe beïnvloeden volgende factoren je voedselpatroon? Geld: Niet heel sterk. Ik vind het wel belangrijk degelijke voeding te kopen Tijd : .Dit kan op bepaalde momenten wel een invloed hebben op de zaken die ik kook. Er is namelijk niet altijd evenveel tijd om uitgebreid te koken. Daarvoor kook ik niet elke dag. Door 2 keer per week uitgebreid te koken, kan ik 2 dagen minder tijd besteden in de keuken. Gezondheid: Aangezien ik door de week op kot zit, vind ik het belangrijk dat ik wel zelf en redelijk gezond kook. De weekends zijn meestal ook erg druk, waardoor dan minder tijd is om te koken. 26/62
    • Inspanningen (zelf koken vs kant en klaar maaltijd): Ik kook zo veel mogelijk zelf. Echt kant en klaar maaltijden eet ik heel zelden Sociale goedkeuring: In het studentenleven zijn er niet veel studenten die alles zelf koken. Ik krijg er wel veel goede commentaar op Milieu: .Ik let niet sterk op het milieu bij het koken5a. Wat zijn andere momenten die je voedingspatroon veranderen en hoe?........................................................6. De dingen die je zelf kookt, hoe kom je hierop?• Recepten• ouders• Andere: .via vrienden, via internet, via kookprogramma’s.......................................................7. Wat vind je zelf het belangrijkste qua voedsel, rangschik van 1 naar 5 2.. Kostprijs 4.. Snel klaar 3.. Gezond 5.. Goed voor het milieu 1... Andere: .LEKKER.8. Vind je koken een sleur? Leg uit Momenteel vind ik koken geen sleur. Ik vind het zelfs ontspannend.8a. Welke patronen/sleur ontdek je bij jezelf qua voedselpatronen? Ik merk wel dat ik meer pasta kook dan toen ik nog thuis woonde. Aangezien ik slechts voor 1 persoon moet koken, is mijn patroon wel anders dan dat ik thuis kook (voor het hele gezin).8b.Probeer je deze te verbreken? Hoe? Niet echt8c Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren........................................................• Demotiverende factoren: ........................................................9. Zou je graag iets veranderen aan je huidige voedselpatroon? Zo, ja wat?I k zou niet direct iets willen veranderen aan mijn eetpatronen.9a Hoe komt dat je deze niet verbreekt?........................................................9b Welke factoren demotiveren en motiveren om dit te verbreken?• Motiverende factoren........................................................• Demotiverende factoren: ........................................................10. Zijn er nog bijkomstigheden die je het vermelden waard zijn ivm dit thema. Mensen kijken er soms raar van op dat ik op kot zo kook. Veel studenten eten niet zo gezond (kan t en klaar, afhaalmaaltijden). Ik vind het belangrijk voor mezelf dat ik gezond eet door de week. Ik ben het grootste deel van de week op kot. In let minder op in het weekend, want dan moet alles wat sneller gaan. IK haal er veel voldoening uit.Dankjewel! 27/62
    • BIJLAGE 8: CULTURAL PROBES + PAPER PROTOTYPE: ALGEMENE VRAGENLIJST 28/62
    • BIJLAGE 9: CULTURAL PROBES + PAPER PROTOTYPE: VOEDSELDAGBOEK 29/62
    • BIJLAGE 10: CULTURAL PROBES + PAPER PROTOTYPE: VRAGENLIJST DAG 10 30/62
    • 31/62
    • BIJLAGE 11: CULTURAL PROBES + PAPER PROTOTYPE: OPDRACHTDOOS VLEES 32/62
    • 33/62
    • 34/62
    • 35/62
    • BIJLAGE 12: CULTURAL PROBES + PAPER PROTOTYPE: OPDRACHTDOOS GROENTEN 36/62
    • 37/62
    • 38/62
    • 39/62
    • BIJLAGE 13: CULTURAL PROBES + PAPER PROTOTYPE: OPDRACHTDOOS ZUIVEL 40/62
    • 41/62
    • 42/62
    • 43/62
    • BIJLAGE 14: ENKELE RESULTATEN CULTURAL PROBES + PAPER PROTOTYPE 44/62
    • 45/62
    • 46/62
    • 47/62
    • 48/62
    • 49/62
    • 50/62
    • 51/62
    • 52/62
    • 53/62
    • 54/62
    • 55/62
    • 56/62
    • 57/62
    • 58/62
    • BIJLAGE 15: VRAGENLIJST/OPDRACHTEN BRUIKBAARHEIDSTESTING 59/62
    • BIJLAGE 16: SFEERBEELDEN BRUIKBAARHEIDSTESTING 60/62
    • 61/62
    • 62/62