Uploaded on

 

More in: Education , Travel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
5,912
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3

Actions

Shares
Downloads
18
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Uitleg breuken delen.
  • 2. Bart werkt bij bakkerij Slagroom die is gespecialiseerd in het maken van slagroom taarten. Bart verdeelt als de taarten klaar zijn de ananasschijf delen op de taarten of taartdelen volgens een gegeven recept.
  • 3. Bart krijgt de opdracht om 12 ananasschijven over 3 taarten te verdelen. Hoeveel ananasschijven komen er op 1 taart?
  • 4. Bart krijgt de opdracht om 12 ananasschijven over 3 taarten te verdelen. Hoeveel ananasschijven komen er op 1 taart? Bart: “ 12 : 3 = 4. Er komen er dus 4 ananasschijven op 1 taart.”
  • 5. Bart wil nu een ananasschijf verdelen over 2 taarten. Welke deel van de ananasschijf ligt er op één taart? Welke berekening hoort hierbij?
  • 6. Bart wil nu een ananasschijf verdelen over 2 taarten. Welke deel van de ananasschijf ligt er op één taart? Welke berekening hoort hierbij? Bart :” : 2 = . Op 1 slagroom taart kom dus 1/6 ananasschijf te liggen .”
  • 7. Soms krijgt Bart de opdracht in de vorm van een puzzel (om een breuk te verdelen over een andere breuk), zo was de laatste recept om ananasschijf te verdelen over deel van een taart. Bart moet dan uitrekenen hoeveel schijven er op één hele taart liggen.
  • 8. Soms krijgt Bart de opdracht in de vorm van een puzzel (om een breuk te verdelen over een andere breuk), zo was de laatste recept om ananasschijf te verdelen over deel van een taart. Bart moet dan uitrekenen hoeveel schijven er op één hele taart liggen. Bart: “De berekening die hierbij hoort is
  • 9. Soms krijgt Bart de opdracht in de vorm van een puzzel (om een breuk te verdelen over een andere breuk), zo was de laatste recept om ananasschijf te verdelen over deel van een taart. Bart moet dan uitrekenen hoeveel schijven er op één hele taart liggen. Bart: “De berekening die hierbij hoort is Bart: “Ik doe ½ ananasschijf op taart. Dus ik heb de volgende verhouding
  • 10. Bart: “Ik wil van mijn deel taart 1 hele taart maken en dat doe ik als volgt, ik vermenigvuldig eerst met 3, ik moet dan ook de ½ met 3 vermenigvuldigen. Nu weet ik dat er ananasschijf op 2 taarten liggen.”
  • 11. Bart: “Ik wil van mijn deel taart 1 hele taart maken en dat doe ik als volgt, ik vermenigvuldig eerst met 3, ik moet dan ook de ½ met 3 vermenigvuldigen. Nu weet ik dat er ananasschijf op 2 taarten liggen.” Bart: “Ik wil weten hoeveel er op één taart liggen, dus deel ik als door 2. Er moet dus deel van een ananasschijf op één hele taart liggen .
  • 12. Belinda is net komen werken bij bakkerij Slagroom en moet net als Bart een bepaalde ananasschijf deel verdelen over een bepaalde taartdeel. Uiteindelijk moet ze ook gaan uitzoeken welke ananasschijf deel op één hele taart hoort te liggen. Bart helpt Belinda op haar eerste werkdag. Ze krijgen de opdracht om ½ ananasschijf te verdelen over deel van een taart.
  • 13. Belinda is net komen werken bij bakkerij Slagroom en moet net als Bart een bepaalde ananasschijf deel verdelen over een bepaalde taartdeel. Uiteindelijk moet ze ook gaan uitzoeken welke ananasschijf deel op één hele taart hoort te liggen. Bart helpt Belinda op haar eerste werkdag. Ze krijgen de opdracht om ½ ananasschijf te verdelen over deel van een taart. Bart: “De berekening die hierbij hoort is . Ik los dat zo op:
  • 14. Belinda : “Je wilt toch van het getal 1 maken. Dat doe je nu in twee stapjes, eerst vermenigvuldigen met 4 en daarna delen door 3. Maar je kan dat in één stap doen door te vermenigvuldigen met !”
  • 15. Belinda : “Je wilt toch van het getal 1 maken. Dat doe je nu in twee stapjes, eerst vermenigvuldigen met 4 en daarna delen door 3. Maar je kan dat in één stap doen door te vermenigvuldigen met !” Belinda : “Hier zie je het met een verhoudingstabel.”
  • 16. Belinda : “Je wilt toch van het getal 1 maken. Dat doe je nu in twee stapjes, eerst vermenigvuldigen met 4 en daarna delen door 3. Maar je kan dat in één stap doen door te vermenigvuldigen met !” Belinda : “Hier zie je het met een verhoudingstabel.” Belinda: “Dan krijg je boven in je verhoudingstabel : en onder in je verhoudingstabel krijg je: .”
  • 17. Belinda : “Je wilt toch van het getal 1 maken. Dat doe je nu in twee stapjes, eerst vermenigvuldigen met 4 en daarna delen door 3. Maar je kan dat in één stap doen door te vermenigvuldigen met !” Belinda : “Hier zie je het met een verhoudingstabel.” Belinda: “Dan krijg je boven in je verhoudingstabel : en onder in je verhoudingstabel krijg je: .” Bart: “ Waarom vermenigvuldig je alles met ?”
  • 18. Belinda : “Je wilt toch van het getal 1 maken. Dat doe je nu in twee stapjes, eerst vermenigvuldigen met 4 en daarna delen door 3. Maar je kan dat in één stap doen door te vermenigvuldigen met !” Belinda : “Hier zie je het met een verhoudingstabel.” Belinda: “Dan krijg je boven in je verhoudingstabel : en onder in je verhoudingstabel krijg je: .” Bart: “ Waarom vermenigvuldig je alles met ?” Belinda: ” Omdat het omgekeerde van is ”
  • 19. Stan wil uitrekenen hoeveel is, hij gebruikt de volgende stappenplan:
  • 20. Stan wil uitrekenen hoeveel is, hij gebruikt de volgende stappenplan: Stap 1)
  • 21. Stan wil uitrekenen hoeveel is, hij gebruikt de volgende stappenplan: Stap 1) Stap 2)
  • 22. Stan wil uitrekenen hoeveel is, hij gebruikt de volgende stappenplan: Stap 1) Stap 2) Stap 3)
  • 23. Stan wil uitrekenen hoeveel is, hij gebruikt de volgende stappenplan: Stap 1) Stap 2) Stap 3) Stap 4)