Bordjesmethode Vermenigvuldigen en optellen
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Bordjesmethode Vermenigvuldigen en optellen

on

  • 1,233 views

 

Statistics

Views

Total Views
1,233
Views on SlideShare
1,183
Embed Views
50

Actions

Likes
0
Downloads
5
Comments
0

2 Embeds 50

http://www.al-awwadi.nl 49
http://al-awwadi.nl 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Bordjesmethode Vermenigvuldigen en optellen Presentation Transcript

  • 1. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken.
  • 2. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. David en Jasper zijn bezig met het oplossen van puzzels.
  • 3. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. David en Jasper zijn bezig met het oplossen van puzzels. De eerste puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik bij dat getal 12 optel krijg ik 35. Wat is het getal dat ik zoek?”
  • 4. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. David en Jasper zijn bezig met het oplossen van puzzels. De eerste puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik bij dat getal 12 optel krijg ik 35. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Dat is makkelijk, mijn getal is 23”
  • 5. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. David en Jasper zijn bezig met het oplossen van puzzels. De eerste puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik bij dat getal 12 optel krijg ik 35. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Dat is makkelijk, mijn getal is 23” David: “Ik noem mijn getal a, dan weet ik a + 12 =35. Ik leg een bord op de a, Ik krijg dan a + 12 =35.”
  • 6. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. David en Jasper zijn bezig met het oplossen van puzzels. De eerste puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik bij dat getal 12 optel krijg ik 35. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Dat is makkelijk, mijn getal is 23” David: “Ik noem mijn getal a, dan weet ik a + 12 =35. Ik leg een bord op de a, Ik krijg dan a + 12 =35.” David : “ = 23 want 23 +12 = 35, de bordje stond in plaats van de a, dus a = 23.”
  • 7. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De tweede puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik van dat getal 34 afhaal krijg ik 62. Wat is het getal dat ik zoek?”
  • 8. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De tweede puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik van dat getal 34 afhaal krijg ik 62. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Hmm, dat moet 96 zijn, want 96-34=62”
  • 9. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De tweede puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik van dat getal 34 afhaal krijg ik 62. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Hmm, dat moet 96 zijn, want 96-34=62” David: “Ik noem mijn getal a, dan weet ik a - 34 = 62.
  • 10. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De tweede puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik van dat getal 34 afhaal krijg ik 62. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Hmm, dat moet 96 zijn, want 96-34=62” David: “Ik noem mijn getal a, dan weet ik a - 34 = 62. Ik leg een bord op de a, Ik krijg dan a - 34 = 62.”
  • 11. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De tweede puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik van dat getal 34 afhaal krijg ik 62. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Hmm, dat moet 96 zijn, want 96-34=62” David: “Ik noem mijn getal a, dan weet ik a - 34 = 62. Ik leg een bord op de a, Ik krijg dan a - 34 = 62.” David : = 96 want 96 -34 = 62,
  • 12. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De tweede puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik van dat getal 34 afhaal krijg ik 62. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Hmm, dat moet 96 zijn, want 96-34=62” David: “Ik noem mijn getal a, dan weet ik a - 34 = 62. Ik leg een bord op de a, Ik krijg dan a - 34 = 62.” David : = 96 want 96 -34 = 62, de bordje stond in plaats van de a, dus a = 96.”
  • 13. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De tweede puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik van dat getal 34 afhaal krijg ik 62. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Hmm, dat moet 96 zijn, want 96-34=62” David: “Ik noem mijn getal a, dan weet ik a - 34 = 62. Ik leg een bord op de a, Ik krijg dan a - 34 = 62.” David : = 96 want 96 -34 = 62, de bordje stond in plaats van de a, dus a = 96.” Jasper: “Dat duurt toch te lang zo!”
  • 14. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De tweede puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik van dat getal 34 afhaal krijg ik 62. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Hmm, dat moet 96 zijn, want 96-34=62” David: “Ik noem mijn getal a, dan weet ik a - 34 = 62. Ik leg een bord op de a, Ik krijg dan a - 34 = 62.” David : = 96 want 96 -34 = 62, de bordje stond in plaats van de a, dus a = 96.” Jasper: “Dat duurt toch te lang zo!” David: “Ja, dat klopt. Maar zo kun je ook lastige puzzels oplossen. “
  • 15. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “Oh ja, ik ben benieuwd. Maar laten we verder met de derde puzzel gaan.”
  • 16. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “Oh ja, ik ben benieuwd. Maar laten we verder met de derde puzzel gaan.” De derde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 2 vermenigvuldig en er 6 bij optel krijg ik 84. Wat is het getal dat ik zoek?”
  • 17. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “Oh ja, ik ben benieuwd. Maar laten we verder met de derde puzzel gaan.” De derde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 2 vermenigvuldig en er 6 bij optel krijg ik 84. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Hmmm, die is niet zo makkelijk. Ik moet er even over nadenken.”
  • 18. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “Oh ja, ik ben benieuwd. Maar laten we verder met de derde puzzel gaan.” De derde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 2 vermenigvuldig en er 6 bij optel krijg ik 84. Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Hmmm, die is niet zo makkelijk. Ik moet er even over nadenken.” David: “ Ik schrijf het eerst met letters, ik noem het getal dat ik zoek a. Dan weet ik dat 2· a +6 = 84.”
  • 19. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “ Dus 2a +6 = 84.”
  • 20. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “ Dus 2a +6 = 84.” David: “Ja, dat klopt. Ik heb 2a + 6 = 84
  • 21. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “ Dus 2a +6 = 84.” David: “Ja, dat klopt. Ik heb 2a + 6 = 84, ik leg nu de bordje op de 2a. Ik krijg dan 2a + 6 = 84.”
  • 22. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “ Dus 2a +6 = 84.” David: “Ja, dat klopt. Ik heb 2a + 6 = 84, ik leg nu de bordje op de 2a. Ik krijg dan 2a + 6 = 84.” David : “ = 78, want 78+ 6 = 84. Bordje is gelijk aan 2a, dus 2a =78. Wat is mijn a dan?”
  • 23. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “ Dus 2a +6 = 84.” David: “Ja, dat klopt. Ik heb 2a + 6 = 84, ik leg nu de bordje op de 2a. Ik krijg dan 2a + 6 = 84.” David : “ = 78, want 78+ 6 = 84. Bordje is gelijk aan 2a, dus 2a =78. Wat is mijn a dan?” Jasper: “a is 39, want 2 x39 = 78.”
  • 24. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “ Dus 2a +6 = 84.” David: “Ja, dat klopt. Ik heb 2a + 6 = 84, ik leg nu de bordje op de 2a. Ik krijg dan 2a + 6 = 84.” David : “ = 78, want 78+ 6 = 84. Bordje is gelijk aan 2a, dus 2a =78. Wat is mijn a dan?” Jasper: “a is 39, want 2 x39 = 78.” David: “Als controle kun je de a door 39 vervangen in 2a + 6.
  • 25. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “ Dus 2a +6 = 84.” David: “Ja, dat klopt. Ik heb 2a + 6 = 84, ik leg nu de bordje op de 2a. Ik krijg dan 2a + 6 = 84.” David : “ = 78, want 78+ 6 = 84. Bordje is gelijk aan 2a, dus 2a =78. Wat is mijn a dan?” Jasper: “a is 39, want 2 x39 = 78.” David: “Als controle kun je de a door 39 vervangen in 2a + 6. Je krijgt dan: 2·39+6 =
  • 26. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “ Dus 2a +6 = 84.” David: “Ja, dat klopt. Ik heb 2a + 6 = 84, ik leg nu de bordje op de 2a. Ik krijg dan 2a + 6 = 84.” David : “ = 78, want 78+ 6 = 84. Bordje is gelijk aan 2a, dus 2a =78. Wat is mijn a dan?” Jasper: “a is 39, want 2 x39 = 78.” David: “Als controle kun je de a door 39 vervangen in 2a + 6. Je krijgt dan: 2·39+6 = 78 +6 =84
  • 27. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. Jasper: “ Dus 2a +6 = 84.” David: “Ja, dat klopt. Ik heb 2a + 6 = 84, ik leg nu de bordje op de 2a. Ik krijg dan 2a + 6 = 84.” David : “ = 78, want 78+ 6 = 84. Bordje is gelijk aan 2a, dus 2a =78. Wat is mijn a dan?” Jasper: “a is 39, want 2 x39 = 78.” David: “Als controle kun je de a door 39 vervangen in 2a + 6. Je krijgt dan: 2·39+6 = 78 +6 =84 David: “Het klopt”
  • 28. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De vierde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 3 vermenigvuldig en er 5 van afhaal krijg ik 37 . Wat is het getal dat ik zoek?”
  • 29. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De vierde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 3 vermenigvuldig en er 5 van afhaal krijg ik 37 . Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Ik zal het met het bordje proberen. Ik weet dat 3a – 5 = 37.
  • 30. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De vierde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 3 vermenigvuldig en er 5 van afhaal krijg ik 37 . Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Ik zal het met het bordje proberen. Ik weet dat 3a – 5 = 37. Nu leg ik een bordje op de 3a, ik krijg dan 3a – 5 = 37. “
  • 31. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De vierde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 3 vermenigvuldig en er 5 van afhaal krijg ik 37 . Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Ik zal het met het bordje proberen. Ik weet dat 3a – 5 = 37. Nu leg ik een bordje op de 3a, ik krijg dan 3a – 5 = 37. “ Jasper : “Dus = 42, want 42-5 =37. Bordje is gelijk aan 3a, dus 3a =42.
  • 32. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De vierde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 3 vermenigvuldig en er 5 van afhaal krijg ik 37 . Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Ik zal het met het bordje proberen. Ik weet dat 3a – 5 = 37. Nu leg ik een bordje op de 3a, ik krijg dan 3a – 5 = 37. “ Jasper : “Dus = 42, want 42-5 =37. Bordje is gelijk aan 3a, dus 3a =42. Hoe moet ik nu verder?”
  • 33. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De vierde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 3 vermenigvuldig en er 5 van afhaal krijg ik 37 . Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Ik zal het met het bordje proberen. Ik weet dat 3a – 5 = 37. Nu leg ik een bordje op de 3a, ik krijg dan 3a – 5 = 37. “ Jasper : “Dus = 42, want 42-5 =37. Bordje is gelijk aan 3a, dus 3a =42. Hoe moet ik nu verder?” David: “3a = 42, betekent 3 keer iets is 42, wat is die iets?”
  • 34. De bordjesmethode. Vermenigvuldigen, optellen en aftrekken. De vierde puzzel luidt: “Ik zoek een getal, als ik mijn getal met 3 vermenigvuldig en er 5 van afhaal krijg ik 37 . Wat is het getal dat ik zoek?” Jasper: “Ik zal het met het bordje proberen. Ik weet dat 3a – 5 = 37. Nu leg ik een bordje op de 3a, ik krijg dan 3a – 5 = 37. “ Jasper : “Dus = 42, want 42-5 =37. Bordje is gelijk aan 3a, dus 3a =42. Hoe moet ik nu verder?” David: “3a = 42, betekent 3 keer iets is 42, wat is die iets?” Jasper: “Dat moet 14 zijn want 3· 14 =42. Dus a =14”