Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel
Wat ga je leren:
• Kansen berekenen volgens het vaasmodel
• Verschil tussen met en zon...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikkers.
a) Tom pakt 3 knikkers,...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse
en 5 blauwe knikker...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereke...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereke...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereke...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereke...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereke...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereke...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen
Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje ...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen
getrokken. Be...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen
getrokken. Be...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen
getrokken. Be...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen
getrokken. Be...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen
getrokken. Be...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen
getrokken. Be...
Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel
Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen
getrokken. Be...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

4vavaasmetenzonder

356 views
212 views

Published on

Published in: Technology
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
356
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
82
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

4vavaasmetenzonder

  1. 1. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel
  2. 2. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel Wat ga je leren: • Kansen berekenen volgens het vaasmodel • Verschil tussen met en zonder terugleggen
  3. 3. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken?
  4. 4. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? Totaal = 6+4+5 =15 c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken?
  5. 5. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? Totaal = 6+4+5 =15 Aantal mogelijkheden= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken?
  6. 6. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö ÷ = 455 è3 ø Aantal mogelijkheden= ç c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken?
  7. 7. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö ÷ = 455 è3 ø Aantal mogelijkheden= ç c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? Aantal mogelijkheden=
  8. 8. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö ÷ = 455 è3 ø Aantal mogelijkheden= ç c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? Aantal mogelijkheden=()()()
  9. 9. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 6 Aantal mogelijkheden=( 1 )( )( )
  10. 10. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 6 4 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( )
  11. 11. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 6 4 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120
  12. 12. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 6 4 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120
  13. 13. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 6 4 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120
  14. 14. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 6 4 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120
  15. 15. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 4 6 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120 6 1 4 1 5 1 ( )( )( )
  16. 16. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 4 6 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120 6 1 4 1 5 1 ( )( )( )
  17. 17. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 5 4 6 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120 6 1 4 1 5 1 ( )( )( ) æ 15 ö ç3 ÷ è ø =
  18. 18. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten d) Jasper pakt 6 knikkers. Hoe groots is de kans dat hij 3 rode, 2 paarse en 1 blauwe knikker pakt? 4 6 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120 6 1 4 1 5 1 ( )( )( ) æ 15 ö ç3 ÷ è ø 120 » 0,264 = 455
  19. 19. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø 4 6 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120 P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten 6 1 4 1 5 1 ( )( )( ) æ 15 ö ç3 ÷ è ø æ 6ö æ 4 ö æ 5ö 120 » 0,264 = 455 d) Jasper pakt 6 knikkers. ç 3÷ iç 2 ÷ iç 1 ÷ 600 Hoe groots is de kans dat P(3 rood, 2 paars en 1 blauw)= è ø è ø è ø = » 0,120 æ 15 ö 5005 hij 3 rode, 2 paarse en 1 ç6 ÷ è ø blauwe knikker pakt?
  20. 20. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø 4 6 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120 P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten 6 1 4 1 5 1 ( )( )( ) æ 15 ö ç3 ÷ è ø æ 6ö æ 4 ö æ 5ö 120 » 0,264 = 455 d) Jasper pakt 6 knikkers. ç 3÷ iç 2 ÷ iç 1 ÷ 600 Hoe groots is de kans dat P(3 rood, 2 paars en 1 blauw)= è ø è ø è ø = » 0,120 æ 15 ö 5005 hij 3 rode, 2 paarse en 1 ç6 ÷ è ø blauwe knikker pakt?
  21. 21. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø 4 6 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120 P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten 6 1 4 1 5 1 ( )( )( ) æ 15 ö ç3 ÷ è ø æ 6ö æ 4 ö æ 5ö 120 » 0,264 = 455 d) Jasper pakt 6 knikkers. ç 3÷ iç 2 ÷ iç 1 ÷ 600 Hoe groots is de kans dat P(3 rood, 2 paars en 1 blauw)= è ø è ø è ø = » 0,120 æ 15 ö 5005 hij 3 rode, 2 paarse en 1 ç6 ÷ è ø blauwe knikker pakt?
  22. 22. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode, 4 paarse en 5 blauwe knikkers. a) Tom pakt 3 knikkers, Op hoeveel manieren kan dat? b) Op hoeveel manieren kan Tom, 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakken? Totaal = 6+4+5 =15 æ 15 ö Aantal mogelijkheden= ç ÷ = 455 è3 ø 4 6 5 Aantal mogelijkheden=( 1 )( 1 )( 1 )=120 P(1 rood, 1 paars en 1 blauw)= c) Tom pakt 3 knikkers. Hoe groots is de kans Dat hij 1 rode,1 paarse en 1 blauwe knikker pakt? aantal gunstige uitkomsten P= Totale aantal uitkomsten 6 1 4 1 5 1 ( )( )( ) æ 15 ö ç3 ÷ è ø æ 6ö æ 4 ö æ 5ö 120 » 0,264 = 455 d) Jasper pakt 6 knikkers. ç 3÷ iç 2 ÷ iç 1 ÷ 600 Hoe groots is de kans dat P(3 rood, 2 paars en 1 blauw)= è ø è ø è ø = » 0,120 æ 15 ö 5005 hij 3 rode, 2 paarse en 1 ç6 ÷ è ø blauwe knikker pakt?
  23. 23. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereken de kans op: a) 5 keer banaan b) precies 2 kiwi.
  24. 24. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereken de kans op: a) 5 keer banaan 2 P(b b b b b)= ( )5 » 0,010 5 b) precies 2 kiwi.
  25. 25. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereken de kans op: a) 5 keer banaan 2 P(b b b b b)= ( )5 » 0,010 5 b) precies 2 kiwi. P(twee keer k) = P(k k k k k) of P(k k k k k) of P(k k k k k) of ……………..
  26. 26. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereken de kans op: a) 5 keer banaan 2 P(b b b b b)= ( )5 » 0,010 5 b) precies 2 kiwi. P(twee keer k) = P(k k k k k) of P(k k k k k) of P(k k k k k) of …………….. P(twee keer k)= æ 5ö 1 2 4 3 ç 2 ÷ i( 5 ) i( 5 ) è ø aantal combinaties
  27. 27. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereken de kans op: a) 5 keer banaan 2 P(b b b b b)= ( )5 » 0,010 5 b) precies 2 kiwi. P(twee keer k) = P(k k k k k) of P(k k k k k) of P(k k k k k) of …………….. P(twee keer k)= æ 5ö 1 2 4 3 ç 2 ÷ i( 5 ) i( 5 ) è ø kiwi aantal combinaties geen kiwi
  28. 28. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen op 1. Pepijn draait vijf keer op de schijf hiernaast. Bereken de kans op: a) 5 keer banaan 2 P(b b b b b)= ( )5 » 0,010 5 b) precies 2 kiwi. P(twee keer k) = P(k k k k k) of P(k k k k k) of P(k k k k k) of …………….. P(twee keer k)= æ 5 ö 1 2 4 3 ≈0,205 ç 2 ÷ i( 5 ) i( 5 ) è ø kiwi aantal combinaties geen kiwi
  29. 29. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt 5
  30. 30. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt 5
  31. 31. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= æ 6 ö æ 2ö ç 4 ÷ iç 1 ÷ 30 è ø è ø = » 0,536 æ 8ö 56 ç 5÷ è ø Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt 5
  32. 32. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= æ 6 ö æ 2ö ç 4 ÷ iç 1 ÷ 30 è ø è ø = » 0,536 æ 8ö 56 ç 5÷ è ø æ 6ö æ 2ö ç 3÷ iç 2 ÷ 20 è ø è ø P(4 rood en 1 groen)= = » 0, 357 8ö æ 56 ç 5÷ è ø Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt 5
  33. 33. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= æ 6 ö æ 2ö ç 4 ÷ iç 1 ÷ 30 è ø è ø = » 0,536 æ 8ö 56 ç 5÷ è ø æ 6ö æ 2ö ç 3÷ iç 2 ÷ 20 è ø è ø P(4 rood en 1 groen)= = » 0, 357 8ö æ 56 ç 5÷ è ø Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt P(4 rood en 1 groen)= P(r r r r g)= b) 3 rode en 2 groen pakt 5
  34. 34. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= æ 6 ö æ 2ö ç 4 ÷ iç 1 ÷ 30 è ø è ø = » 0,536 æ 8ö 56 ç 5÷ è ø æ 6ö æ 2ö ç 3÷ iç 2 ÷ 20 è ø è ø P(4 rood en 1 groen)= = » 0, 357 8ö æ 56 ç 5÷ è ø Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt P(4 rood en 1 groen)= P(r r r r g)= æ 5ö 6 4 2 1 ç 4 ÷ i( 8 ) i( 8 ) » 0, 396 è ø aantal combinaties b) 3 rode en 2 groen pakt 5
  35. 35. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt æ 6ö æ 2ö ç 3÷ iç 2 ÷ 20 è ø è ø P(4 rood en 1 groen)= = » 0, 357 8ö æ 56 ç 5÷ è ø P(4 rood en 1 groen)= æ 6 ö æ 2ö ç 4 ÷ iç 1 ÷ 30 è ø è ø = » 0,536 æ 8ö 56 ç 5÷ è ø Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= P(r r r r g)= æ 5ö 6 4 2 1 ç 4 ÷ i( 8 ) i( 8 ) » 0, 396 è ø kans aantal rood combinaties kans groen 5
  36. 36. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt æ 6ö æ 2ö ç 3÷ iç 2 ÷ 20 è ø è ø P(4 rood en 1 groen)= = » 0, 357 8ö æ 56 ç 5÷ è ø P(4 rood en 1 groen)= æ 6 ö æ 2ö ç 4 ÷ iç 1 ÷ 30 è ø è ø = » 0,536 æ 8ö 56 ç 5÷ è ø Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= P(r r r r g)= æ 5ö 6 4 2 1 ç 4 ÷ i( 8 ) i( 8 ) » 0, 396 è ø kans aantal rood combinaties kans groen 5
  37. 37. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt æ 6ö æ 2ö ç 3÷ iç 2 ÷ 20 è ø è ø P(4 rood en 1 groen)= = » 0, 357 8ö æ 56 ç 5÷ è ø P(4 rood en 1 groen)= æ 6 ö æ 2ö ç 4 ÷ iç 1 ÷ 30 è ø è ø = » 0,536 æ 8ö 56 ç 5÷ è ø Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= P(3 rood en 2 groen)= P(r r r r g)= æ 5ö 6 4 2 1 ç 4 ÷ i( 8 ) i( 8 ) » 0, 396 è ø kans aantal rood combinaties kans groen æ 5ö 6 3 2 2 ç 3÷ i( 8 ) i( 8 ) » 0,264 è ø kans aantal rood combinaties kans groen 5
  38. 38. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt æ 6ö æ 2ö ç 3÷ iç 2 ÷ 20 è ø è ø P(4 rood en 1 groen)= = » 0, 357 8ö æ 56 ç 5÷ è ø P(4 rood en 1 groen)= æ 6 ö æ 2ö ç 4 ÷ iç 1 ÷ 30 è ø è ø = » 0,536 æ 8ö 56 ç 5÷ è ø Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= P(3 rood en 2 groen)= P(r r r r g)= æ 5ö 6 4 2 1 ç 4 ÷ i( 8 ) i( 8 ) » 0, 396 è ø kans aantal rood combinaties kans groen æ 5ö 6 3 2 2 ç 3÷ i( 8 ) i( 8 ) » 0,264 è ø kans aantal rood combinaties kans groen 5
  39. 39. Klas 4 vwo wiskunde A h6: Vaasmodel met en zonder terugleggen Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Jeltje pakt zonder terugleggen knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. r=6 g=2 totaal =8 Vaasmodel a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt æ 6ö æ 2ö ç 3÷ iç 2 ÷ 20 è ø è ø P(4 rood en 1 groen)= = » 0, 357 8ö æ 56 ç 5÷ è ø P(4 rood en 1 groen)= æ 6 ö æ 2ö ç 4 ÷ iç 1 ÷ 30 è ø è ø = » 0,536 æ 8ö 56 ç 5÷ è ø Op 1. In in vaas zitten 6 rode en 2 groene knikkers. Marit pakt met terugleggen 5 knikkers uit de vaas. Bereken de kans dat ze. a) 4 rode en 1 groene pakt b) 3 rode en 2 groen pakt P(4 rood en 1 groen)= P(3 rood en 2 groen)= P(r r r r g)= æ 5ö 6 4 2 1 ç 4 ÷ i( 8 ) i( 8 ) » 0, 396 è ø kans aantal rood combinaties kans groen æ 5ö 6 3 2 2 ç 3÷ i( 8 ) i( 8 ) » 0,264 è ø kans aantal rood combinaties kans groen 5
  40. 40. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen getrokken. Bereken de kans dat a)Het grootste getal 23 is en b) Het kleinste getal a) Alle vijf getallen zijn Het kleinste getal 7 is groter dan 10 is even Tussen 1 en 11 zijn er vijf even getallen: 2,4,6,8,10. Dus tussen 1 en 21 zijn er tien even getallen Tussen 21 en 27 zijn er nog drie even getallen: 22,24 en 26. Dus in totaal 13 even getallen
  41. 41. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen getrokken. Bereken de kans dat a)Het grootste getal 23 is en b) Het kleinste getal a) Alle vijf getallen zijn Het kleinste getal 7 is groter dan 10 is even 13ö æ ç5 ÷ è ø p(even) = » 0,016 27 ö æ ç5 ÷ è ø Tussen 1 en 11 zijn er vijf even getallen: 2,4,6,8,10. Dus tussen 1 en 21 zijn er tien even getallen Tussen 21 en 27 zijn er nog drie even getallen: 22,24 en 26. Dus in totaal 13 even getallen
  42. 42. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen getrokken. Bereken de kans dat a)Het grootste getal 23 is en a) Alle vijf getallen zijn b) Het kleinste getal Het kleinste getal 7 is groter dan 10 is even 13ö æ ç5 ÷ è ø p(even) = » 0,016 27 ö æ ç5 ÷ è ø P (kleinste getal groter dan 10) =
  43. 43. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen getrokken. Bereken de kans dat a)Het grootste getal 23 is en a) Alle vijf getallen zijn b) Het kleinste getal Het kleinste getal 7 is groter dan 10 is 17 even 13ö æ ö æ ç5 ÷ è ø p(even) = » 0,016 27 ö æ ç5 ÷ è ø P (kleinste getal groter dan 10) = ç5 ÷ è ø » 0,077 æ 27 ö ç5 ÷ è ø
  44. 44. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen getrokken. Bereken de kans dat a)Het grootste getal 23 is en a) Alle vijf getallen zijn b) Het kleinste getal Het kleinste getal 7 is groter dan 10 is 17 even 13ö æ ö æ ç5 ÷ è ø p(even) = » 0,016 27 ö æ ç5 ÷ è ø P (kleinste getal groter dan 10) = P (grootste getal is 23 ç5 ÷ è ø » 0,077 en kleinste getal is 7) = æ 27 ö ç5 ÷ è ø
  45. 45. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen getrokken. Bereken de kans dat a)Het grootste getal 23 is en a) Alle vijf getallen zijn b) Het kleinste getal Het kleinste getal 7 is groter dan 10 is 17 even 13ö æ ö æ ç5 ÷ è ø p(even) = » 0,016 27 ö æ ç5 ÷ è ø P (kleinste getal groter dan 10) = æ 1ö æ 1ö æ 15ö P (grootste getal is 23 ç ÷ iç ÷ iç ÷ ç5 ÷ è ø » 0,077 en kleinste getal is 7) = è 1ø è 1ø è 3 ø » 0,006 æ 27 ö æ 27 ö ç5 ÷ ç5 ÷ è ø è ø op2. Van de 25 leerlingen in 4 vwo A van het ATC in Hilversum zijn er acht van 14 jaar, elf van 15 jaar en zes van 16 jaar. Van de leerlingen 4 vwo A wonen er achttien in Hilversum. Van de 14-jarige zijn dat er zeven en van de 15-jarige zijn dat er negen. De docent verdeeld de leerlingen voor in praktische opdracht in groepjes van 5 leerlingen. Bereken de kans dat in het eerst gekozen groepje: a) Uitsluitend 15 jarige zijn b) De 15-jarige Tom uit Hilversum zit c) Geen 16 jarige van Buiten Hilversum zitten
  46. 46. Klas 4 vwo wiskunde A h4: Vaasmodel Bij een trekking van lotto worden uit de getallen 1 t/m 27 vijf getallen getrokken. Bereken de kans dat a)Het grootste getal 23 is en a) Alle vijf getallen zijn b) Het kleinste getal Het kleinste getal 7 is groter dan 10 is 17 even 13ö æ ö æ ç5 ÷ è ø p(even) = » 0,016 27 ö æ ç5 ÷ è ø P (kleinste getal groter dan 10) = æ 1ö æ 1ö æ 15ö P (grootste getal is 23 ç ÷ iç ÷ iç ÷ ç5 ÷ è ø » 0,077 en kleinste getal is 7) = è 1ø è 1ø è 3 ø » 0,006 æ 27 ö æ 27 ö ç5 ÷ ç5 ÷ è ø è ø op2. Van de 25 leerlingen in 4 vwo A van het ATC in Hilversum zijn er acht van 14 jaar, elf van 15 jaar en zes van 16 jaar. Van de leerlingen 4 vwo A wonen er achttien in Hilversum. Van de 14-jarige zijn dat er zeven en van de 15-jarige zijn dat er negen. De docent verdeeld de leerlingen voor in praktische opdracht in groepjes van 5 leerlingen. Bereken de kans dat in het eerst gekozen groepje: H O totaa a) Uitsluitend 15 jarige zijn l 14 jaar 1 8 15 jaar b) De 15-jarige Tom uit Hilversum zit 7 9 2 11 16 jaar 2 4 6 totaal 18 7 25 c) Geen 16 jarige van Buiten Hilversum zitten

×