Your SlideShare is downloading. ×
008 beton voor bedrijfsvloeren2
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Introducing the official SlideShare app

Stunning, full-screen experience for iPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

008 beton voor bedrijfsvloeren2

222
views

Published on

Published in: Real Estate

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
222
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. constructies bouwkunde bouwmanagement civiele techniek installaties beton voor bedrijfsvloerenABT staat voor voegloze bedrijfsvloeren, zonder verwerkbaarheidbeperkingen. In het principe van voegloos ontwerpen (zie In de meeste gevallen is een verwerkbaarheid volgensook de flyer ‘voegloze vloeren’) is het beperken van de consistentiegebied F4 of F5 gewenst. Vaak wordt doorkrimp één van de belangrijkste aspecten. Vanuit de middel van een zetmaat de gewenste consistentieklasseoptiek om de krimp in beton te beperken wordt al aangeduid. In de consistentieklasse 4 en 5 (waarlangere tijd onderzoek verricht, en in de loop der jaren is vloerenbeton over het algemeen in valt) is, volgens deveel ervaring opgedaan met het afstemmen van NEN-EN 206-1 de schudmaat maatgevend bij metingen.betonmengsels op specifieke gevallen. Het betonmengsel Het is van groot belang vooraf vast te leggen waar welkedat in een bedrijfsvloer wordt verwerkt bepaalt in sterke consistentie gewenst is. Een schudmaat van 600 mm bijmate de uiteindelijke kwaliteit van de vloer. aankomst op het werk is heel wat anders dan dezelfde schudmaat aan het einde van de leiding bij eenVloerenbeton wordt door ABT daarom als een integraal leidinglengte van 80 meter. Zaken als leidinglengte,onderdeel van het vloerontwerp gezien. Tijdens de maaswijdte en eventueel afschot zijn bepalend bij hetuitvoering worden de belangrijkste eigenschappen vaststellen van de juiste consistentie. De bovengrens vangecontroleerd door het meten van specifieke parameters. de consistentie (de stabiliteit) van het mengsel dient doorOp basis van deze bevindingen streeft ABT ernaar het toe de centrale te worden bewaakt.te passen betonmengsel voortdurend te optimaliseren.Bij monolithisch af te werken bedrijfsvloeren worden erhoge eisen gesteld aan het toe te passen betonmengsel.Dit leidt ertoe dat voor vloerenbeton de grenzen van deheersende normering opgezocht moeten worden.In deze flyer worden de belangrijkste uitgangspuntenomschreven en uiteindelijk wordt een ‘standaard’mengselomschrijving geformuleerd.Bij het vaststellen van de betonsamenstelling dient metde volgende aspecten rekening te worden gehouden:• gewenste verwerkbaarheid van het beton tijdens het storten• stabiliteit van het betonmengsel• opstijf- en bindingsgedrag op korte termijn in verband met het afwerken van de vloer figuur 1: beton storten met een betonpomp• warmteontwikkeling ten gevolge van hydratatie, en de daarna optredende afkoeling stabiliteit• sterkteontwikkeling op de lange termijn in verband Om de stabiliteit van een betonmengsel te waarborgen met de draagkracht van de vloer dient het toeslagmateriaal uit de juiste gradering te• krimpgevoeligheid van het betonmengsel; risico op bestaan. Een instabiel mengsel kan tot bleeding of, in scheuren extreme gevallen, tot ontmenging leiden. Wanneer bleeding optreedt, is dit schadelijk voor de kwaliteit vanSpecifieke eisen die aan vloerenbeton kunnen worden met name de toplaag van de vloer. Een ‘te stabiel’gesteld zijn: mengsel kan echter tot een afname van de• vloeistofdichtheid verwerkbaarheid leiden terwijl de schudmaat toch hoog• vorst- en dooizoutbestendigheid is. Tevens verhoogt dit de kans op plastische krimp.• hoge slijtvastheid
  • 2. constructies bouwkunde bouwmanagement civiele techniek installaties beton voor bedrijfsvloerensterkteontwikkeling vorst- en dooizout bestendigheidOm na het storten tijdig aan te kunnen vangen met het Bij vloeren in een buitentoepassing en waarbijzogenoemde vlinderproces, waarbij de toplaag van de dooizouten worden gebruikt is het risico van verweringvloer glad en dicht afgewerkt wordt, moet in het beton groot. Door het beton extra dicht en sterk te maken kanal na enkele uren binding optreden. Dit afwerkproces een hoge weerstand worden geboden aan de slijtage-moet na circa 12 uur na het storten worden afgerond. Bij effecten.een te snelle binding is de vloer niet af te werken, bij een Normtechnisch moet het beton met een watercementtrage sterkteontwikkeling wordt de toplaag van de vloer factor van 0,45 worden samengesteld. ABT wijkt hieronvoldoende hard. bewust vanaf, omdat als strikt de norm wordt gevolgd het cementgehalte verhoogd dient te worden. DaarmeeDe hydratatie start na circa 2 uur na storten (afhankelijk wordt echter ook de krimp en daarmee de evan diverse factoren) en gaat lange tijd door. De 1 nacht scheurvorming verhoogd. CEM III/B, wat als basis wordtna de stort is de hydratatie in volle gang, hierna zal deze gebruikt in de ABT-betonmengsels, is zeer goed bestandlangzaam teruglopen. Het verloop van de hydratatie kan tegen indringing van chloriden. Daarbij rekent ABTdoor aanpassing van de cementtypen en –hoeveelheden vliegas uit het oogpunt van duurzaamheid mee voor degestuurd worden. Dit is afhankelijk van de specie- en water bindmiddelfactor, waarmee een wbf nabij 0,45buitentemperatuur, vloerdikte, en omstandigheden (open benaderd wordt.lucht of in betonnen hal). Het toepassen van luchtbellen conflicteert met het monolithisch afwerken. ABT hanteert derhalve meestalNa circa 7 tot 10 dagen moet de vloer belastbaar zijn om het nader omschreven basismengsel.de voortgang van de bouwwerkzaamheden niet te 2belemmeren. Een gemiddelde druksterkte van 25 N/mm mengselopbouwis dan in het werk gewenst. De eindsterkte na 90 dagen De genoemde uitgangspunten moeten worden gezien alsmoet ten minste voldoen aan de sterkteklasse C28/35 het programma van eisen van deten behoeve van de draagkracht van de vloer. Een veel betonmengselsamenstelling. Bij het vaststellen van eenhogere sterkte is ongewenst, omdat hiervoor veel hogere mengsel kan vervolgens met de onderstaandewapeningspercentages noodzakelijk zijn om de ingrediënten gevarieerd worden:scheurwijdte in een vloer te beperken. • korrelgradering toeslagmateriaalkrimpgevoeligheid • gehalte fijne delenAls gevolg van de chemische reactie, uitdroging en • water doseringafkoeling krimpt beton. Als gevolg van het krimpen van • cementgehaltebeton zal scheurvorming en craquelé in een vloer • cementsoortoptreden, die als ongewenst kan worden ervaren. • bindmiddelKrimpvrij beton is niet te realiseren, binnen de overige • vulstoffenrandvoorwaarden moet het betonmengsel echter zo • soort en dosering superplastificeerderkrimparm mogelijk worden ontworpen. • staalvezeldoseringZo wordt bewust gekozen voor een granulaat werkvloeronder de betonvloer, o.a. om de krimp te beperken. In korrelgradering toeslagmateriaalde flyer ‘granulaat werkvloer voor bedrijfsvloeren’ wordt In de meeste gevallen wordt een gradering van 0-32 mmhier dieper op ingegaan. toegepast. Bij dunne (overlagings)vloeren met een dikte van 50 – 80 mm kan het noodzakelijk zijn deels of geheelvloeistofdichtheid grind 4-16 mm toe te voegen, zogenoemd spramexBedrijfsvloeren kunnen ‘vloeistofdicht’ worden beton. Bij zeer dunne (overlagings)vloeren met een dikteuitgevoerd. Onder de term vloeistofdicht wordt verstaan van 30 – 50 mm kan als korrelgradering zelfs grind 2-8dat de vloeistof aan de bovenzijde de onderzijde van de mm worden toegepast, zogeheten microbeton. Bij een 3vloer niet kan bereiken. Zo moet in elk geval aan de hoge dosering staalvezels van meer dan 30 kg/m wordtvolgende voorwaarden worden voldaan: vrijwel standaard een deel fijn grind aan het beton• minimale sterkteklasse C20/25 toegevoegd. Het is toegestaan de korrelgradering te• maximale indringdiepte van de vloeistof bedraagt 50 ‘optimaliseren’ met maximaal 20% grind 4-16 mm. mm De gradering van het toeslagmateriaal moet voldoen aan• dichtheid beton dient voldoende te zijn de begrensde gebieden van de A-B lijn volgens de VBT• detaillering vloer dient afgestemd te worden omwille van stabiliteit, lage waterbehoefte enMeer informatie over dit onderwerp is te vinden in CUR verwerkbaarheid.65 (ontwerp) en CUR 44 (toetsing).
  • 3. constructies bouwkunde bouwmanagement civiele techniek installaties beton voor bedrijfsvloeren ZEEFKROM M E waterdosering 0 Slechts een deel van het aanwezige water in beton is 10 20 benodigd voor de hydratatie van het cement. Het 30 Mengsel overige deel is benodigd voor het verwerken van het 40 A-lijn beton. Aangezien het overschot aan water direct meerZeefrest 50 B-lijn 60 C-lijn krimp en dus meer scheurvorming oplevert, dient dit 70 80 Fuller-lijn maximaal beperkt te worden. Aan het mengsel wordt 90 dus zoveel water toegevoegd als strikt noodzakelijk is 100 0.250 0.500 1 mm 2 mm C4 C8 C16 C31.5 C63 (de minimale waterbehoefte van 165 l bij grind 4-32 mm mm mm). De verhoging van de consistentie vindt verder Zeef plaats met behulp van superplastificeerder. figuur 2: korrelgradering De waardes die betoncentrales rekenen voor geabsorbeerd water, verschillen onderling sterk. Het is toegestaan de korrelgradering te ‘optimaliseren’ Geabsorbeerd water is water, dat op het tijdstip begin met maximaal 20% grind 4-16 mm. binding niet aan het hydratatieproces deelneemt. De gradering van het toeslagmateriaal moet voldoen aan Ondanks dat het normtechnisch niet meegerekend hoeft de begrensde gebieden van de A-B lijn volgens de VBT te worden, is ABT van mening dat het op lange termijn omwille van stabiliteit, lage waterbehoefte en wel degelijk uit het beton zal verdampen, en dus krimp verwerkbaarheid. zal veroorzaken. Hierdoor wordt de keuze voor De 70% zeefrest bij 1 mm is prijstechnisch weliswaar cementgehalte en –soort, en eventueel het gunstig, maar een te sterke ‘ligstoel’ met een plat vlak bindmiddelgehalte, bepaald. geeft meer waterbehoefte, en dus meer krimp. Door behalve grof (0-4) zand ook fijn (0-2) zand te doseren cementgehalte kan dit probleem veelal verholpen worden. Normtechnisch, en ten behoeve van de sterkteontwikkeling, kan veelal met 280 kg cement fijne delen worden volstaan. Omdat hierbij zeer veel water niet Om beton verpompbaar, verwerkbaar en voldoende gebonden wordt is dit uit oogpunt van uitdrogingskrimp stabiel te krijgen moeten er voldoende fijne delen kleiner en scheurgevoeligheid echter niet wenselijk. Om dit vrije dan 0,250 mm aanwezig zijn. Voor normaal water te binden dient het totaal gehalte aan bindmiddel vloerenbeton is dit ten minste 140 liter, bij 360 kg te bedragen. Afhankelijk van staalvezelbeton is dit ten minste 145 liter. Spramex beton uitvoeringsomstandigheden en milieuklasse zal een vergt weer 5 liter extra (totaal 150 l.) fijne delen en cementgehalte variërend van 280 kg cement tot 340 kg microbeton 10 liter extra (totaal 155 l.). toegepast worden, gecombineerd met respectievelijk 80 tot 20 kg vliegas of Hoogovenslak. Zo zal bij een watergehalte van 165 liter en een bindmiddelgehalte van 360 kg (ABT rekent k=1 voor vliegas, omdat de waarde na 90 dagen wordt bezien) een theoretische wcf van 0,46 bestaan. Als echter ook geabsorbeerd water wordt meegerekend (doorgaans 10 tot 15 liter) bedraagt de wcf circa 0,50. De verhouding cement - toegevoegd bindmiddel zal afhankelijk van de milieuklasse, uitvoeringsomstandigheden en in overleg met de partijen worden vastgesteld. Het voordeel van dit mengsel is, dat gestuurd kan worden op hydratatiewarmte. In specifieke gevallen (laadkuil, vloeistofdicht) dient het mengsel met 340 kg cement en 20 kg vliegas toegepast te worden. figuur 3: de schudmaat wordt ook op het werk gemeten
  • 4. constructies bouwkunde bouwmanagement civiele techniek installaties beton voor bedrijfsvloeren plastificeerder Om de verwerkbaarheid van beton op het benodigde peil te brengen wordt superplastificeerder toegepast. De dosering wordt door de betontechnoloog bepaald. Uitgangspunt is dat bij een zo laag mogelijk watergehalte de juiste consistentie wordt bereikt met behulp van superplastificeerder. e De zogenaamde 3 generatie superplastificeerder wordt steeds vaker toegepast. ABT raadt in principe het gebruik hiervan af, omdat veel schadegevallen bekend zijn waarbij geen duidelijke schadeoorzaak aanwijsbaar is.figuur 4: overzicht betonstortcementsoortAls basis wordt Hoogovencement toegepast (CEM III/B42,5 LHHS). Dit cement heeft bij aanvang een relatieftrage sterkteontwikkeling en geeft een hoge dichtheidaan het beton, waardoor de krimpgevoeligheid afneemt.Bij lage temperaturen kan, omwille van het afwerkenvan de vloer, een gedeelte van het cement vervangenworden door sneller reagerend Portlandcement (CEM I).Vanuit de krimpoptiek dient hier terughoudend mee omte worden gegaan. figuur 5: meting luchtgehaltebindmiddel staalvezelsAan beton kunnen materialen worden toegevoegd die Bij constructieve staalvezelvloeren past ABT staalvezelsniet direct, zoals cement, verharden maar toch een toe met uiteindenverankering, omdat de effectiviteit vanverhoging van de druksterkte van beton deze vezels het hoogst is. De vezels worden bij voorkeurbewerkstelligen. Het meest bekend is de toepassing van op de centrale gedoseerd, maar mengen op het werk isvliegas, maar ook gemalen Hoogovenslak wordt vaak ook mogelijk. Staalvezelbeton wordt bij voorkeurtoegepast, alleen dan weliswaar in combinatie met mechanisch verwerkt en middels dumpers op het werkPortlandcement. Bij hogere temperaturen kan getransporteerd.normtechnisch tot maximaal een derde deel cementvervangen worden door een alternatief bindmiddel. basismengsel voor vloeren op puingranulaatDeze fungeert ook als interne vochtbinder zodat de Op basis van de bovenstaande aspecten hanteert ABT hetuitdrogingskrimp vermindert en door de hogere volgende krimparme vloerenbetonmengsel als basis:relaxatiemaat de scheurgevoeligheid afneemt. Silica • korrelgradering 4-32 mm binnen A-B lijnen VBTFume wordt in vloerenbeton niet toegepast. (eventueel optimaliseren met een deel 4-16 mm) • cementgehalte defaultwaarde 300 kg cement en 60 kgvulstoffen vliegas, afhankelijk van omstandigheden wijzigen inOm het gehalte fijne delen in beton te verhogen kunnen tussen de 280 kg en 340 kg cement, aangevuld metvulstoffen worden toegepast. In tegenstelling tot respectievelijk 80 tot 20 kg vliegas of gemalenbindmiddelen verhogen deze de sterkteontwikkeling Hoogovenslak, te bepalen in overleg met ABTniet of nauwelijks, waardoor deze ook niet als vervanger • watergehalte 165 liter watervoor cement kunnen dienen. Het bekendste voorbeeld • fijne delen minimaal 140 litervan een vulstof is kalksteenmeel. ABT past echter bij • superplastificeerder 2 generatie evoorkeur vliegas toe.
  • 5. constructies bouwkunde bouwmanagement civiele techniek installaties beton voor bedrijfsvloerenBij de inkoop van het betonmengsel kan ABT adviseren bestekstekstover de verhouding cement – vliegas, en de toe te passen Als bestekstekst voor een ABT-betonmengsel kan decementsoorten. Enkele dagen voor de stort ontvangt ABT volgende tekst worden opgenomen:graag een mengselberekening, op basis waarvan Beton C28/35 op samenstelling volgens opgave ABT, ineventuele laatste aanpassingen gedaan kunnen worden. overeenstemming met de flyer ‘Beton voor bedrijfsvloeren’.temperatuur • milieuklasse XC2Beton in bedrijfsvloeren verwerken is sterk afhankelijk • fijn toeslagmateriaal: zandvan temperatuur, omdat het een relatief dunne plaat is • grof toeslagmateriaal: grindmet een doorgaans zeer groot oppervlak dat blootstaat • vulstof: poederkoolvliegas, hoeveelheid in overleg metaan de omgevingstemperatuur. De volgende tabel kan de directie • cementgehalte: maximaal 340 kg/m 3als richtlijn aangehouden worden. • hulpstof: superplastificeerder, ter goedkeuring door de temperatuur actie directie. Hoeveelheid: circa 1% van het cementvolume. >25°C niet storten of beton koelen De volgende gegevens dienen door de leverancier 15°C-25°C hoogovencement met vliegas verstrekt te worden: 5°C-15°C portlandcement, hoogovencement en • samenstelling van de mortel vliegas • het consistentiegebied • soort en klasse van het cement <5°C niet storten of beton verwarmen • aard van de toeslagmaterialentabel 1: mengsel afhankelijk van specietemperatuur • het merk van het cement met een bewijs van oorsprong • het cementgehalteuitvoeringstoezicht • de zeefanalyse van de toeslagmaterialenTijdens de uitvoering kan middels een mobiel • de gewichtsverhouding van de toeslagmaterialen‘laboratorium’ het volumegewicht, de zet- en schudmaat, • de grootste korrelluchtgehalte, watergehalte en daarmee de water- • watercementfactorbindmiddelfactor gecontroleerd worden. Tevens kunnen • de zetmaatmonsters vervaardigd worden ten behoeve van de • de hulpstoffenbeproeving van de druksterkte, splijttreksterkte,buigtreksterkte en krimpmaat van het beton. Hetbijwonen van de aanvang van de stort, en de afstemming resumévan het betonmengsel (indien nodig) heeft tot doel de ABT streeft ernaar de afstemming van het betonmengselpraktijk zo goed mogelijk aan te laten sluiten op het een onderdeel te maken van het ontwerp van eenontwerpprincipe. bedrijfsvloer. Door tijdens de uitvoering overleg aangaande het betonmengsel te voeren en de eigenschappen in het werk te controleren, en zonodig hierin bij te sturen, wordt de algehele kwaliteit van een vloer sterk verbeterd. Het betonmengsel past in het streven van ABT naar het ontwerpen van een ‘duurzaam’ gebouwde omgeving door het beperken van het gebruik van primaire grondstoffen, en het beperken van de uitstoot van broeikasgassen door het toepassen van restproducten.figuur 6: bepalen watergehalte op het werk
  • 6. constructies bouwkunde bouwmanagement civiele techniek installaties beton voor bedrijfsvloeren Meer informatie? Neem dan contact op met adviesgroep civiele techniek telefoon +31 (0)26 368 35 00 fax +31 (0)26 368 35 10 e-mail m.grob@abt.eu internet www.vloerenadvies.eu ABT bv Arnhemsestraatweg 358, Velp postbus 82, 6800 AB Arnhem telefoon +31 (0)26 368 31 11 Delftechpark 12, Delft postbus 458, 2600 AL Delft telefoon +31 (0)15 270 36 11 Kammenstraat 18 2000 Antwerpen telefoon +32 (0)3 205 37 11 internet www.abt.eufiguur 7: stellingenmagazijn in gebruikArtikelen mogen met bronvermelding wordenovergenomen, na toestemming van ABT.