ABAB info, editie juli 2013

  • 172 views
Uploaded on

ABAB info is een magazine met beknopte en overzichtelijke artikelen over actuele onderwerpen en ontwikkelingen in accountancy, belastingadvies, consultancy, op juridisch terrein en op het gebied van …

ABAB info is een magazine met beknopte en overzichtelijke artikelen over actuele onderwerpen en ontwikkelingen in accountancy, belastingadvies, consultancy, op juridisch terrein en op het gebied van werkgeversdiensten.

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
172
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. ABAB info Doe er uw voordeel mee ABAB info juli 2013 » Inwerkingtreding Wet BeZaVa (modernisering Ziektewet) » Food & Nutrition Delta 2013 » Biodiversiteit & Bedrijfsleven
  • 2. abab.nl2 Inwerkingtreding Wet BeZaVa (modernisering Ziektewet) Op 1 januari 2013 is de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (Wet BeZaVa) ingegaan. Hierdoor komen de uitkeringslasten voor ziekte en arbeidsongeschiktheid van vangnetters vanaf 2014 voor rekening van hun laatste werkgever. Dit heeft tot gevolg dat werkgevers met een loonsom van meer dan € 303.000 een premie gaan betalen voor zieke ex-medewerkers. Bij het vast- stellen van de premie van 2014 kijkt Uitvoeringsinstituut Werknemers- verzekeringen (UWV) naar de ziektewet- uitkeringen die UWV in 2012 heeft toegekend aan vangnetters, die volgens UWV bij u werkzaam waren. Het gaat daarbij vooral om medewerkers met een tijdelijk of vast dienstverband die ziek waren op het moment van uit dienst gaan of binnen 28 dagen na beëindiging van het dienstverband ziek zijn geworden. Controleren kan premie besparen Tot september 2013 kunt u mogelijk een brief van UWV ontvangen over ziektewet- uitkeringen die UWV in 2012 heeft toegekend aan uw ex-medewerkers. Door het controleren van de gegevens in deze brief, kunt u voorkomen dat u in 2014 onterecht een te hoge premie betaalt. De kans is namelijk aanwezig dat er medewerkers op vermeld staan, waarvoor u niet verantwoordelijk bent. U kunt binnen vier weken na ontvangst van deze brief bij UWV nadere informatie opvragen. UWV stuurt u dan toekenningsbeschikkingen toe van de betreffende zieke ex-medewerkers. Indien blijkt dat hierin fouten zijn gemaakt, dan moet er binnen de gestelde termijnen bezwaar worden gemaakt. Dit voorkomt dat u te veel premie gaat betalen in 2014. Neem snel actie Mocht u de brief van UWV in de loop van dit jaar ontvangen, dan is het belangrijk om snel actie te ondernemen en de gegevens op juistheid te controleren. Desgewenst kunnen de specialisten van ABAB u bij deze controle begeleiden. Vervolgens verneemt u of het indienen van een bezwaar zinvol is en wat dit u kost. Ontvangt u een toekenningsbeschikking en wilt u hierop een professionele controle, of heeft u nog vragen over de modernisering van de Ziektewet? Neemt u dan contact op met Marcel van Bakel of John Jorissen van ABAB Salaris- en Personeelsdiensten. Food & Nutrition Bent u als mkb-ondernemer actief op het gebied van voedsel en levensmiddelen? Dan is de openstelling Food & Nutrition Delta 2013 wellicht interessant voor u. De regeling heeft als doel kennis op het gebied van Food & Nutrition te vertalen naar nieuwe, innovatieve producten, processen en diensten. Er is budget beschikbaar voor mkb- innovatieprojecten, zijnde industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling. Voorwaarde is dat het project aansluit bij één van innovatiethema’s uit de topsector Agri&Food: ■■ valorisatie van zijstromen en grond- stoffen; ■■ resource efficiency; ■■ duurzame (import van) grondstoffen voor food en feed; ■■ duurzame veehouderij; ■■ markt en keteninnovaties; ■■ voeding en gezondheid; ■■ producttechnologie; ■■ voedselveiligheid; ■■ duurzame maaktechnologie; ■■ consument. Aanvragen U kunt als samenwerkingsverband (minimaal twee mkb-ondernemers) een aanvraag indienen van 3 juni tot en met 23 september 2013. De innovatieprojecten worden gerangschikt op basis van een aantal criteria, namelijk technologische vernieuwing, het creëren van economische waarde, de kwaliteit van samenwerking en het realiseren van een bijdrage aan de volksgezondheid. De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 400.000 per project. Meer weten? Wilt u meer weten over Food & Nutrition Delta 2013 of over één van de thema’s of voorwaarden? Neem dan contact op met één van de adviseurs van Subsidiefocus via telefoonnummer 073-6465475 of stuur een e-mail naar info@subsidiefocus.nl. Biodiversiteit & Bedrijfsleven Houdt u zich bezig met biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen? Dan is de subsidiemodule Biodiversiteit & Bedrijfs- leven mogelijk interessant voor u. De regeling is bedoeld voor bedrijven die het behoud en duurzaam gebruik van bio- diversiteit en natuurlijke hulpbronnen in hun strategie en bedrijfsvoering opnemen. Projecten moeten een blijvende en substantiële reductie van de negatieve impact op biodiversiteit en ecosystemen hebben of gericht zijn op het herstel van biodiversiteit en ecosystemen (No Net Loss: biodiversiteitneutraal). Twee verschillende typen projecten komen in aanmerking voor subsidie: No Net Loss algemeen Onder dit type vallen (pilot) projecten die de negatieve impact op biodiversiteit en ecosystemen substantieel terugdringen. No Net Loss technologische innovatieve activiteiten Technologische ontwikkelingen (producten of diensten) gericht op de duurzame benutting van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen en de toepassing hiervan vallen onder dit type. Aanvragen U kunt als onderneming of als samen- werkingsverband een aanvraag indienen. Er moet worden samengewerkt met een non gouvernementele organisatie of kennis- instelling. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 1 juli tot en met 3 september 2013. In totaal is een budget van € 4 miljoen beschikbaar. De projecten worden gerangschikt op basis van een aantal criteria (organisatie en kwaliteit van het project, de realisatie van No Net Loss, de levensvatbaarheid en de spin-off naar andere ondernemingen). Meer weten? Heeft u vragen over de regeling Biodiversiteit & Bedrijfsleven of wilt u meer weten over één van de criteria? Neem dan contact op met één van de adviseurs van Subsidiefocus via telefoonnummer 073-6465475 of stuur een e-mail naar info@subsidiefocus.nl. Internationaliserings- vouchers Wilt u als mkb’er ervaring opdoen met zakendoen op de buitenlandse markt? Vraag dan de internationaliseringsvoucher
  • 3. abab.nl 3 aan. De voucher is bedoeld voor mkb- ondernemers die geen of weinig ervaring hebben met zakendoen op buitenlandse markten. Het doel van de internationaliserings- vouchers is het vergroten van het aantal ondernemingen dat duurzaam internationaal onderneemt. De voucher heeft een waarde van € 2.400 en kan worden ingeleverd bij een ondernemers- organisatie zoals de Kamer van Koophandel of Syntens. Een medewerker van de ondernemersorganisatie adviseert u dan over: ■■ het beoordelen van uw internationaliseringspotentieel; ■■ het inventariseren van de sterktes & zwaktes; ■■ het benoemen van activiteiten die nodig zijn voor de bewerking van één of meerdere markten. Aanvragen Als mkb’er kunt u tot en met 31 december 2013 een aanvraag indienen. Voor 2013 is een budget van € 1,44 miljoen beschikbaar. Iedere ondernemer kan maar één internationaliseringsvoucher aanvragen. Meer weten? Heeft u vragen over de internationaliserings- vouchers of wilt u weten of u hiervoor in aanmerking komt? Neem dan contact op met één van de adviseurs van Subsidie- focus via telefoonnummer 073-6465475 of stuur een e-mail naar info@subsidiefocus.nl. Nieuwe milieuvriendelijke techniek in Nederland Investeert u in een voor Nederland nieuwe milieuvriendelijke techniek? Dan kunt u mogelijk een fiscaal voordeel genieten via de MIAVamil-regeling voor de apparatuur die noodzakelijk is voor het behalen van de milieuvoordelen. U komt in aanmerking wanneer u een nieuw werkingsprincipe gebruikt in een bestaand toepassingsgebied of wanneer u een bestaand werkingsprincipe in een nieuw toepassingsgebied toepast. Daarnaast kan het gaan om de toepassing van nieuwe materialen of om nieuwe combinaties van bestaande technieken. De nieuwe techniek mag niet leiden tot verhoging tot grondstofinzet of negatieve effecten hebben op andere milieuaspecten. Het milieuaspect is belangrijker dan het effect op het gebied van energiebesparing. Aanvragen Om gebruik te kunnen maken van MIA (Milieu Investeringsaftrek) en Vamil (Willekeurige afschrijving milieu- investeringen) moet er binnen drie maanden na het aangaan van de investerings- verplichting een aanvraag zijn ingediend. Meer weten? Wilt u meer weten over de MIAVamil- regeling in het algemeen of wilt u weten of uw milieuvriendelijke techniek in aanmerking komt? Neem dan contact op met de adviseurs van Subsidiefocus via telefoonnummer 073-6465475 of stuur een e-mail naar info@subsidiefocus.nl. Beperkte ‘schade’ bij uitvoering informele wil Wanneer iemand overlijdt en een erfenis nalaat, krijgen de erfgenamen te maken met erfbelasting. Afhankelijk van de waarde van de erfenis en de vrijstellingen die er gelden, zal er erfbelasting moeten worden betaald. Nu kan het zijn dat de erflater in een testament heeft laten vast- leggen wat er met zijn of haar nalatenschap moet gebeuren. Een erflater kan zijn wensen ook kenbaar hebben gemaakt zonder dit testamentair vast te leggen. Er is dan sprake van een informele wil. Uitvoering van deze informele wil door de erfgenamen kan gevolgen hebben voor de schenk- en/of overdrachtsbelasting. Gelukkig zijn er verzachtende omstandig- heden. Informele wil We spreken van een informele wil als een erflater bepaalde uitkeringen uit zijn nalatenschap heeft toegezegd of zijn wensen wel kenbaar heeft gemaakt, maar dit niet testamentair heeft vastgelegd. Zo kan een tante bijvoorbeeld hebben toegezegd dat zij haar huis wil nalaten aan haar nichtje. Erfgenamen die deze informele wil (gedeeltelijk) uitvoeren, schenken dan aan de informeel begunstigde (in dit geval het nichtje). De informeel begunstigde kan dan schenkbelasting verschuldigd zijn, of in geval van over- dracht van een onroerende zaak, zelfs overdrachtsbelasting. Op verzoek kan hiervoor een tegemoetkoming worden verleend. Er moet dan wel worden aangetoond dat de erflater een informele wil had en dat deze ook nog bestond op het moment van zijn overlijden. Had de erflater een testament, dan gelden de volgende voorwaarden: ■■ de erflater had voor zijn overlijden nog gesproken met de notaris over het wijzigen van zijn testament, maar de wijziging kon door dit overlijden niet meer op tijd worden gerealiseerd, en ■■ de informele wil van de erflater bestond nog op het moment van zijn overlijden. Tegemoetkoming schenkbelasting Voor de tegemoetkoming in de schenk- belasting wordt een vergelijking gemaakt tussen de erfbelasting die in totaal verschuldigd is over alle verkrijgingen van de erflater, en de erfbelasting die verschuldigd zou zijn geweest over alle verkrijgingen als de informeel begunstigde de schenking rechtstreeks van de erflater zou hebben gekregen. Tegemoetkoming overdrachtsbelasting Betreft de informele wil een overdracht van een woning, dan zou de informeel begunstigde ook overdrachtsbelasting moeten betalen. De heffing van overdrachtsbelasting kan echter achterwege blijven, maar dan mag er voor de over- dracht geen vergoeding verschuldigd zijn. Wel mag de informeel begunstigde een eventuele (restant) hypotheekschuld op de woning overnemen of vergoeden aan de schenkers. Let op! De wettelijk verschuldigde erf- belasting blijft in stand. De tegemoetkoming ziet uitsluitend op de schenkbelasting die de informeel begunstigde verschuldigd is over de schenking wegens uitvoering van de informele wil van de erflater. De verschuldigde erfbelasting wordt niet teruggegeven.
  • 4. abab.nl4 Help, mijn bedrijfspand is minder waard De crisis in de vastgoedsector is niet voorbijgegaan aan bedrijfspanden. Grote kans dat de waarde van uw pand al is gedaald of dat u straks wordt geconfronteerd met een waardedaling van uw onroerend goed, of dat nu in eigen gebruik is of verhuurd. Het kan verstandig zijn om eens te kijken hoe uw bedrijfspand op de balans staat. Met een juiste waardering in de boeken kunt u (tijdelijk) belastinggeld besparen. Waardering bedrijfspand Doorgaans worden bedrijfspanden gewaardeerd op de historische kostprijs (aanschafprijs) verminderd met de jaarlijkse afschrijvingen. Daarbij moet u rekening houden met een economische gebruiksduur van het pand en een rest- waarde. Sinds 2007 gelden er bovendien strengere afschrijvingsregels, die de afschrijving op uw bedrijfspand aanzienlijk beperken. U mag namelijk nog maar afschrijven tot aan de bodemwaarde van het bedrijfspand. Voor een pand in eigen gebruik geldt een bodemwaarde van 50% van de WOZ- waarde. Bij een beleggingspand (een aan een derde verhuurd pand) is de bodem- waarde zelfs gelijk aan de WOZ-waarde, waardoor afschrijving in deze tijd niet of nauwelijks nog mogelijk is. Waardedaling Is de waarde van uw bedrijfspand door de huidige crisis op de vastgoedmarkt sterk gedaald, dan kunt u overwegen om het pand af te waarderen tot op de lagere bedrijfswaarde. Hierdoor kunt u in het jaar van afwaardering éénmalig fiscaal een verlies nemen, waardoor u in dat jaar minder belasting betaalt. Bij afwaardering van een bedrijfspand op de lagere bedrijfswaarde gelden overigens wel diverse regels. Zo moet bij het bepalen van de bedrijfswaarde van een pand in eigen gebruik worden uitgegaan van de going-concernwaarde: dit is de waarde die een koper bij een mogelijke verkoop van de onderneming aan het pand zou toekennen als hij de onderneming in zijn geheel zou voortzetten. Bij beleggings- en voorraadpanden gelden weer andere regels voor waardering op de lagere bedrijfs- waarde. Het is aan te raden om bij afwaardering op de lagere bedrijfswaarde dit te onder- bouwen met een taxatie. Bovendien moet u er rekening mee houden dat u in ieder geval tijdelijk niet meer kunt afschrijven op het bedrijfspand. Het fiscale resultaat van uw bedrijf zal hierdoor de komende jaren weer toenemen. Stijgt het pand weer in waarde, dan moet de afwaardering worden teruggenomen. U moet dan weer opwaarderen tot de boekwaarde die zou zijn bereikt zonder dat gebruik is gemaakt van de eerdere afwaardering op de lagere bedrijfswaarde. Ook deze stijging vormt extra fiscale winst. Bedrijfsemigratie: afrekenen of wachten? Wanneer u besluit om uw bedrijf te verplaatsen naar het buitenland, dan moet u in principe direct afrekenen met de Belastingdienst. U mag echter ook vragen om betalingsuitstel of u kunt kiezen voor een betaling in tien jaarlijkse termijnen. Aan alle drie de opties kleven voor- en nadelen. Direct afrekenen Bij bedrijfsemigratie bent u belasting verschuldigd over de eindafrekeningswinst van uw bedrijf, de exitheffing. U moet onder andere afrekenen over de in uw bedrijf aanwezige stille reserves, oftewel afrekenen over het verschil tussen de waarde waarop vermogensbestanddelen op uw bedrijfsbalans staan en de waarde in het economischverkeervan die vermogens- bestanddelen. Na opgave ontvangt u hier- voor van de Belastingdienst een belasting- aanslag die u vervolgens moet betalen. Het voordeel van direct afrekenen is dat uw bedrijf met een schone lei in het buitenland start, zonder fiscale nasleep in Nederland. Het nadeel is dat de exitheffing een behoorlijke aanslag kan zijn op de liquiditeiten en uw bedrijf hiervoor misschien zelfs moet lenen. Op uw verzoek kan de Belastingdienst daarom bij bedrijfsemigratie ook betalings- uitstel verlenen. Uitstel van betaling Uitstel van betaling kan alleen als er zekerheid wordt gesteld voor de nog open- staande belastingschuld. Die zekerheid kunt u bijvoorbeeld geven in de vorm van een bankgarantie of een recht van hypotheek. Betalingsuitstel wordt ook alleen verleend als het bedrijf voldoet aan allerlei administratieve verplichtingen. Zo zult u jaarlijks een fiscale balans en winst- en verliesrekening van het bedrijf moeten opstellen volgens de Nederlandse fiscale regels. Hieruit moet blijken of er sprake is van stille reserves en tot welk bedrag die eventueel oplopen. Tip Wanneer u een gebouw verhuurt (ter beschikking stelt aan een derde), geldt de bodemwaarde van 100% van de WOZ-waarde alleen als het pand voor ten minste 70% wordt verhuurd. Let op! Of afwaardering op de lagere bedrijfswaarde voor u een aantrekkelijke optie is, is afhankelijk van de situatie en de extra kosten (zoals taxatiekosten) die hiermee gemoeid zijn. Laat u daarom goed voorlichten door uw contactpersoon bij ABAB. Let op! Gebruikmaken van betalingsuitstel betekent in eerste instantie een liquiditeitsvoordeel nu u niet direct bij bedrijfsemigratie hoeft af te rekenen met de Belastingdienst. Per saldo bent u echter duurder uit, want u bent invorderingsrente verschuldigd, gerekend vanaf het moment dat uitstel van betaling wordt verleend. Bovendien zijn de administratieve verplichtingen zwaaren houdtuhierdoor nog jarenlang contact met de Belasting- dienst.
  • 5. abab.nl 5 Er is geen sprake van oneindig uitstel. Zo eindigt het betalingsuitstel in ieder geval bij realisatie van een stille reserve (bij vervreemding of bijvoorbeeld als gevolg van afschrijvingen). Ook als u nu niet meer voldoende zekerheid stelt of uw administratieve verplichtingen niet nakomt, moet u de belastingaanslag betalen. Betalen in tien termijnen Naast direct afrekenen en uitstel van betaling is er nog een derde optie bij bedrijfsemigratie. U kunt ervoor kiezen om de belastingaanslag te betalen in tien gelijke jaarlijkse termijnen. Het voordeel is dat u bij gespreide betaling minder administratieve verplichtingen voor uw kiezen krijgt. Het nadeel is dat u, net als bij betalingsuitstel, gewoon invorderingsrente verschuldigd bent. Wij wijzen u er hierbij op dat de belasting- rente en invorderingsrente door de wets- wijziging per 1 januari 2013 gelijk wordt gesteld met de wettelijke rente. De invorderingsrente bedraagt thans 3%. In 2014 zal deze naar verwachting worden verhoogd naar minimaal 4% voor aanslagen in inkomstenbelasting en minimaal 8% voor aanslagen in vennoot- schapsbelasting. Afdrachtmindering onderwijs wordt subsidieregeling Heeft u medewerkers die een opleiding volgen, dan kunt u als werkgever mogelijk gebruikmaken van de afdrachtvermindering onderwijs. Dat is een fiscale regeling waardoor u minder loonbelasting/premie volksverzekeringen hoeft af te dragen. De afdrachtvermindering geldt ook voor leerlingen en stagiairs. Deze fiscale faciliteit zal naar verwachting per 1 januari 2014 verdwijnen. Hiervoor in de plaats komt de subsidieregeling praktijk- leren. Afdrachtvermindering onderwijs De huidige regeling ziet er in het kort als volgt uit. De afdrachtvermindering onderwijs is gebonden aan een aantal voorwaarden waarbij u als werkgever moet voldoen aan een aantal administratieve verplichtingen. Bovendien stelt de Belastingdienst eisen aan de opleiding van de medewerker. Zo moet er bijvoorbeeld voor sommige opleidingen een leer- werkovereenkomst zijn opgesteld, waarin de medewerker, de onderwijsinstelling en u afspraken maken over de duur van de opleiding en de begeleiding van de medewerker. Verder is het van belang dat het loon van de medewerker in een aantal situaties niet hoger mag zijn dan een bepaald grensbedrag, het toetsloon afdracht- vermindering onderwijs. Er zijn acht categorieën van medewerkers waarvoor u de afdrachtvermindering mag toepassen. Enkele voorbeelden hiervan zijn medewerkers die een beroepspraktijk- vorming van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen, leerlingen die een leerwerktraject volgen in het vmbo of medewerkers die in een EVC-procedure (Erkenning Verworven Competenties) zitten. Subsidieregeling praktijkleren Het kabinet vindt dat de afdracht- vermindering onderwijs onbeheersbaar is geworden. De kosten zijn de afgelopen vijf jaar verdubbeld, onder andere door oneigenlijk gebruik. Om bedrijven toch financieel te stimuleren leer-werkplaatsen aan te bieden, gaat per 1 januari 2014 een nieuwe regeling gelden, de subsidie- regeling praktijkleren. Het is een afgeslankte vorm van de huidige afdracht- vermindering. Hoewel er budget voor leer- werkplekken beschikbaar blijft, worden de regels stukken strenger waardoor u voor minder groepen studerende medewerkers in aanmerking komt voor subsidie. Doelgroepen De subsidie is bedoeld voor vier doel- groepen, waaronder mensen in het mbo die een opleiding volgen in de BBL en studenten die een hbo-opleiding volgen in de techniek (inclusief agro), bestaande uit een combinatie van leren en werken. Voor bepaalde doelgroepen, zoals deel- nemers aan een mbo beroepsopleidende leerweg (BOL) of leerlingen die een leer- werktraject volgen in het vmbo, komt u niet meer in aanmerking voor subsidie. Voorwaarden De exacte voorwaarden van de subsidie- regeling moeten nog verder worden uitgewerkt. Wel is duidelijk dat u als werk- gever alleen voor subsidie in aanmerking komt als de deelnemer of student een volledig onderwijsprogramma volgt voor een erkend kwalificerend diploma. Verder moet u er rekening mee houden dat er geen overgangsregeling komt. Voorkom hogere eigen bijdrage AWBZ en Wmo Vanaf 1 januari 2013 is de eigen bijdrage AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) en Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) voor mensen met vermogen verhoogd. Vanaf die datum telt 12% van uw vermogen mee voor de vaststelling van uw eigen bijdrage. Gelukkig zijn er mogelijkheden om een hoge eigen bijdrage te voorkomen. Zorg echter wel dat u zich tijdig voorbereidt! De eigen bijdrage wordt namelijk berekend over uw inkomen en vermogen van twee jaar eerder. AWBZ en Wmo U kunt niet alleen te maken krijgen met een eigen bijdrage AWBZ bij opname in een AWBZ-instelling, maar ook bij verpleegkundige zorg en/of hulp bij het wassen en aankleden thuis. Krijgt u hulp bij het huishouden thuis, dan valt dit onder de Wmo. Bij opname in een AWBZ- instelling geldt tijdens de eerste zes maanden de lage eigen bijdrage. Daarna geldt meestal de hoge eigen bijdrage. Tip Ook voor medewerkers aan wie de meeste maatschappelijke behoefte bestaat, zoals studenten, onder- zoekers, ontwerpers en promovendi in bepaalde vakgebieden, kunt u subsidie krijgen.
  • 6. abab.nl6 Vermogensbijtelling De eigen bijdrage wordt onder meer berekend aan de hand van uw verzamel- inkomen. Dit betekent dat uw inkomen uit box 1, 2 en 3 meetelt voor uw eigen bijdrage. Naast 4% van uw vermogen dat al in het verzamelinkomen zit, wordt vanaf 1 januari 2013 echter ook nog 8% van uw vermogen bij uw bijdrage-inkomen opgeteld. Twee jaar terug Voor de bepaling van uw eigen bijdrage wordt uitgegaan van het verzamelinkomen van twee jaar eerder. Dit betekent dat voor uw eigen bijdrage in 2013 uw verzamel- inkomen 2011 van belang is. Dit verzamel- inkomen wordt vervolgens verhoogd met 8% van uw vermogen in box 3 per 1 januari 2011. Peiljaarwijziging Wanneer deze terugwerkende kracht nadelig voor u is, kunt u onder voor- waarden vragen om een peiljaarwijziging. De eigen bijdrage wordt dan berekend aan de hand van uw inkomen gedurende het lopende jaar en uw vermogen per 1 januari van dat jaar. Informeer bij uw adviseur naar de voorwaarden voor een peiljaarwijziging. Verlaging bijdrage-inkomen Er zijn diverse mogelijkheden om uw vermogen en daarmee uw bijdrage- inkomen te verlagen. Denk daarbij aan schenking, aflossing van een overbedelingsschuld of het onderbrengen van vermogen in een bv. Levering bouwterrein Bij de verkoop van onroerend goed is overdrachtsbelasting verschuldigd. De levering van een bouwterrein is daaren- tegen belast met omzetbelasting, die kan worden verrekend. Daarom is het voor kopende partijen in veel gevallen fiscaal gunstig als een perceel als bouwterrein wordt aangemerkt. Eerder nam de Hoge Raad het standpunt in dat bij de sloop van een gebouw de vrijkomende grond pas kan worden aangemerkt als bouwterrein als de grond is of wordt bewerkt voor nieuwe bebouwing. Die opvatting heeft de Hoge Raad nu opgegeven. Volgens een recent arrest van het Hof van Justitie EU is namelijk sprake van een bouwterrein als een terrein op de datum van de levering bestemd is om te worden bebouwd. De nationale wetgeving op het gebied van de omzetbelasting moet zoveel mogelijk in overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie EU worden uitgelegd. Dat betekent volgens de Hoge Raad dat rekening moet worden gehouden met de bedoeling van de partijen die betrokken zijn bij de levering. De bedoeling van partijen moet wel worden ondersteund door objectieve gegevens. In de procedure die de aanleiding vormde voor het arrest van het Hof van Justitie EU was niet in geschil dat de koper het perceel wilde gebruiken voor nieuwbouw. Daarom had hij bij de aankoop met de verkoper afgesproken dat die zou zorgen voor de sloop van het bestaande gebouw en voor de verwijdering van de bestrating. Het perceel gold daarom als een bouwterrein voor de omzetbelasting. Partnerregeling mantelzorgers 2010 en 2011 Voor de erf- en schenkbelasting geldt de regel dat bloedverwanten in de rechte lijn geen partners van elkaar kunnen zijn. Voor bloedverwanten in de eerste graad die een mantelzorgcompliment hebben ontvangen geldt een uitzondering op deze regel. Het mantelzorgcompliment moet over het jaar vóór het overlijden van de erflater zijn verleend en verband houden met mantel- zorg voor de erflater. Een mantelzorg- compliment kan worden verstrekt als er een CIZ-indicatie (Centrum Indicatie- stelling Zorg) voor extramurale zorg (thuis- zorg) is verleend. Volgens een uitspraak van de rechtbank Arnhem volstaat het als de erfgenaam geen mantelzorgcompliment heeft ontvangen, maar daar materieel gezien wel aanspraak op had. Naar aanleiding van deze uitspraak komt de staatssecretaris van Financiën met overgangsrecht voor overlijdens in de jaren 2010 en 2011. Voor die jaren geldt dat voor toepassing van de partnerregeling de verzorgende bloedverwant in de eerste graad geen mantelzorgcompliment hoeft te hebben ontvangen. Een CIZ-indicatie voor extramurale zorg ten tijde van het overlijden volstaat. Deze goedkeuring werkt terug tot en met 1 januari 2010. Versoepeling aflossingseis hypotheek Bent u na 2013 een schuld aangegaan voor uw eigen woning? Dan bent u in de meeste gevallen verplicht uw eigenwoningschuld ten minste annuïtair af te lossen in maximaal 360 maanden. Had u al eerder een eigenwoningschuld waarvoor u hypotheekrenteaftrek heeft ontvangen? Dan wordt de periode waarin u recht had op hypotheekrenteaftrek in mindering gebracht op de maximale termijn van renteaftrek die geldt voor uw nieuwe eigenwoningschuld. Heeft u bijvoorbeeld vanaf het jaar 2001 tien Let op! De lage eigen bijdrage bedraagt in 2013 12,5% van uw bijdrage- inkomen (maximaal € 797,80 per maand). De hoge eigen bijdrage bedraagt 8,5% van uw bijdrage- inkomen (maximaal € 2.189,20 per maand). Bij hulp thuis geldt er een maximale periodebijdrage per vier weken, welke afhankelijk is van uw bijdrage-inkomen. Tip Het verzoek om peiljaarwijziging moet uiterlijk gedaan worden binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar! Let op! Verlaging van uw vermogen in 2013 heeft pas effect op uw vermogen per 1 januari 2014. Het effect voor uw eigen bijdrage treedt daarom in principe pas in werking vanaf 2016. Een peiljaarwijziging kan deze inwerkingtreding mogelijk vervroegen naar 2014.
  • 7. abab.nl 7 Hoewel bij de samenstelling van deze nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden.Vanwege het brede en algemene kader van deze nieuwsbrief, is deze niet bedoeld als enige vorm van professioneel advies en derhalve niet zonder meer geschikt voor het nemen van financiële beslissingen. Voor toepassing in individuele gevallen raden wij u aan contact met ons op te nemen. jaar renteaftrek genoten op uw oude eigenwoningschuld en uw huis daarna in 2011 verkocht? Dan heeft u (30 - 10 =) 20 jaar recht op renteaftrek op uw nieuwe eigenwoningschuld die u na 2013 afsluit. Een vervelende bijkomstigheid van de huidige regelgeving is dat de periode waarin u na 2001 renteaftrek heeft ontvangen, de termijn verkort waarop u uw nieuwe eigenwoningschuld (aangegaan na 2013) moet aflossen. Op basis van het bovengenoemde voorbeeld moet u de nieuwe eigenwoningschuld in 20 jaar aflossen. Dit verkort aflossingsschema heeft voor u tot gevolg dat uw maandlasten aanzienlijk stijgen. De staatssecretaris vindt dit niet wenselijk en keurt goed dat de nieuwe eigenwoning- schuld in 30 jaar moet worden afgelost. Deze versoepeling betekent dat u meer dan 360 maanden hypotheekrente in aftrek kunt brengen. Wel geldt dat voor zover uw nieuwe eigenwoningschuld meer bedraagt dan uw oude woningschuld u voor de hogere eigenwoningschuld in elk geval een nieuwe periode krijgt van 360 maanden voor de aflossing en het recht op aftrek. Voorbeeld U heeft per 1 januari 2001 een eigen woning gekocht en daarvoor een hypotheek afgesloten van € 100.000. In 2011 verkoopt u deze woning weer voor € 120.000. In de tussenliggende periode heeft u niets afgelost. Hierdoor ontstaat een eigenwoningreserve van € 20.000. In 2013 (onder het nieuwe recht) koopt u een nieuwe woning waarvoor de totale kosten € 160.000 bedragen. U gebruikt voor de financiering van uw nieuwe hypotheek uw eigenwoningreserve (uw ‘winst’ bij verkoop) en u brengt daarnaast € 10.00 aan eigen geld in. Uw nieuwe eigenwoning- schuld bedraagt hierdoor € 130.000 (€ 160.000 -/- € 20.000 -/- € 10.000). De periode 2001 tot en met 2010 telt mee voor de resterende periode waarin u uw nieuwe eigenwoningschuld moet aflossen. Uw eigenwoningschuld van € 130.000 zou in dat geval in 20 jaar verplicht moeten worden afgelost. De goedkeuring houdt voor u in dat u de nieuwe eigenwoning- schuld gewoon in 30 jaar moet aflossen. Uiteraard blijft gelden dat u volgens de nieuwe regels uw hypotheekschuld daadwerkelijk en tenminste annuïtair aflost binnen 360 maanden. Voor het bedrag van € 100.000 (de oude hypotheek) heeft u dan nog recht op 20 jaar hypotheekrente- aftrek (30 -/- 10). Voor uw hogere eigen- woningschuld van € 30.000 (€ 130.000 -/- € 100.000) heeft u recht op (een nieuwe termijn van) 30 jaar renteaftrek. Kortom, gaat u na 2013 een nieuwe eigen- woningschuld aan? Dan hebben de jaren van renteaftrek over uw oorspronkelijke eigenwoningschuld geen invloed op de termijn waarbinnen u uw nieuwe eigen- woningschuld moet aflossen. De jaren waarin u na 2001 renteaftrek heeft ontvangen is wel van invloed op de periode van renteaftrek die u heeft voor uw nieuwe eigenwoningschuld. Forfaitair rendement van box 3 niet omlaag De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de hoogte van het forfaitaire rendement van box 3 van de inkomstenbelasting beantwoord. Dit forfaitaire rendement bedraagt 4%. Dat is het langjarig gemiddelde risicovrije rendement dat iemand moet kunnen behalen op zijn vermogen in box 3. Bij de invoering is het rendement op staats- obligaties gebruikt als richtlijn. Hoewel de staatssecretaris onderkent dat het rendement op spaargeld lager is dan 4%, is hij niet van plan het forfait te verlagen. Zo ontbreken de middelen om het fictieve rendement, al dan niet tijdelijk, te verlagen. De staatssecretaris heeft geen plannen om de vermogensrendementsheffing te vervangen door een vermogenswinst- belasting. Voorafgaand aan de invoering van de Wet IB 2001 is de wenselijkheid van een vermogenswinstbelasting in Nederland onderzocht. De conclusie was dat een vermogenswinstbelasting tot grotere administratieve lasten en uitvoeringskosten zou leiden dan bij een forfaitaire vermogensrendementsheffing het geval is. Die conclusie geldt volgens de staatssecretaris nog steeds. Bijtelling voor bestelauto door verplicht gebruik Een medewerker die ook privé gebruik mag maken van een auto van de zaak moet daarvoor een bedrag bij zijn loon tellen. De bijtelling geldt ongeacht of de auto van de zaak een bestelauto of een personenauto is. Er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als de medewerker kan bewijzen dat het privé- gebruik op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer bedraagt of als het gaat om een bestelauto die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. In een procedure over de bijtelling voor privégebruik van een bestelauto stelde Hof Amsterdam feitelijk vast dat de auto voor privégebruik geschikt was. Er was daarom geen aanleiding om de bijtelling achterwege te laten. De medewerker betoogde dat hij verplicht was om de bestelauto altijd bij zich te hebben omdat hij kon worden opgeroepen voor spoed- klussen. Volgens het hof overheerste bij gebruik van de auto buiten werktijd het privékarakter, waardoor de gereden kilo- meters niet zakelijk maar privé waren. Alleen indien de medewerker werd opgeroepen waren de gereden kilometers vanaf het moment van de oproep zakelijk. De medewerker had geen kilometer- administratie bijgehouden waaruit bleek dat hij de auto op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé had gebruikt.
  • 8. ABAB Accountants en Adviseurs - Postbus 10085, 5000 JB Tilburg - abab.nl Kijk voor het laatste nieuws op onze website!