ABAB info, editie mei 2013

152 views
88 views

Published on

ABAB info is een magazine met beknopte en overzichtelijke artikelen over actuele onderwerpen en ontwikkelingen in accountancy, belastingadvies, consultancy, op juridisch terrein en op het gebied van werkgeversdiensten.

ABAB info verschijnt vier maal per jaar!

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
152
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

ABAB info, editie mei 2013

  1. 1. ABAB info Doe er uw voordeel mee ABAB info mei 2013 » Zorg dat uw rekeningen worden betaald! » Verdere beperking pensioenmogelijkheden aangekondigd » MKB-innovatiestimulering Topsectoren
  2. 2. abab.nl2 Zorg dat uw rekeningen worden betaald! Openstaande rekeningen. In de huidige crisistijd is de betalingsmoraal in Nederland flink verslechterd. Een groeiende groep consumenten en bedrijven betaalt niet of te laat. Dit blijkt uit onderzoek van EIM / Panteia. Wettelijke betalingstermijnen Per 16 maart 2013 zijn betalingstermijnen voor bedrijven wettelijk vastgesteld. Zo krijgt u meer mogelijkheden om betalings- achterstanden tegen te gaan. Regelt u niets, dan geldt een betalingstermijn van dertig dagen. Indien u met uw klant wel afspraken maakt over een betalingstermijn, dan mag deze niet langer zijn dan zestig dagen. Uitsluitend wanneer u kunt aantonen dat een betalingstermijn van meer dan zestig dagen voor geen van beide partijen nadelig is, mag u met uw klant een langere betalingstermijn overeenkomen. Betaalt de klant toch te laat, dan mag u een standaard- vergoeding voor incassokosten door- berekenen. Daarnaast mag u wettelijke rente in rekening brengen. Enkele tips om te zorgen dat u op tijd uw geld ontvangt: ■ Levert u voor het eerst aan een nieuwe klant? Onderzoek het bedrijf, voordat u zaken met elkaar gaat doen. Kijk naar de historie en beoordeel de financiële positie van de potentiële klant. ■ Gebruikzoveelmogelijkvoorfacturatie. Eerst de betaling ontvangen en vervolgens pas de dienst of het product leveren. ■ Bied kredietbeperking of betalings- korting bij tijdige betaling. Enkele procenten korting kunnen de klant overtuigen om juist uw factuur tijdig te betalen. ■ Spreek af dat een omvangrijke klus in delen kan worden gefactureerd. ■ Stuur tijdig betalingsherinneringen, bel uw klanten op en maak concrete afspraken. Wat gaan we hieraan doen? Op welk tijdstip? Welke manier? Voor welke bedragen? Elektrisch aangedreven voertuig Investeert u in 2013 in een elektrisch aangedreven voertuig? Dan kunt u mogelijk een fiscaal voordeel ontvangen via de MIAVamil-regeling. U komt in aanmerking wanneer u een elektrisch aangedreven voertuig (personen- of bedrijfsauto) aanschaft eventueel in combinatie met een verbrandingsmotor dat is voorzien van een lithiumhoudende accu voor de opslag van energie voor de aandrijving. Voor een elektrisch aangedreven voertuig met kenteken geldt dat de CO2 -uitstoot minder dan 50 gram per kilometer moet zijn. Een elektrisch aangedreven voertuig zonder kenteken moet een actieradius van ten minste 50 kilometer op een volle accu hebben. Voertuigen die in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld plug-in hybride voertuigen zoals Mitsubishi Outlander PHEV, Volvo V60 Plug-in Hybrid en Opel Ampera. Aanvragen Om gebruik te kunnen maken van MIA (Milieu-investeringsaftrek) en Vamil (Willekeurige afschrijving milieu- investeringen) moet u binnen drie maanden na het aangaan van de investerings- verplichting een aanvraag indienen. Meer weten? Wilt u meer weten over voertuigen die in aanmerkingkomenofoverde MIAVamil- regeling in het algemeen? Neem dan contact op met de adviseurs van Subsidiefocus via telefoonnummer 073-6465475 of stuur een e-mail naar info@subsidiefocus.nl. Verbeteren bedrijfs- gebouw op energiegebied Investeert u als ondernemer in het energie- zuinig maken van uw bedrijfsgebouw? Dan komt u mogelijk in aanmerking voor een fiscaal voordeel via de Energie- investeringsaftrek (EIA). Bedrijfsmiddelen die te maken hebben met isolatie en warmte, ventilatie, klimaat, koeling, verlichting of duurzame energie komen in aanmerking voor een fiscaal voordeel. Concrete voorbeelden van investeringen die in aanmerking komen zijn: ■ Warmtepomp (boiler). ■ HR-glas. ■ Isolatie voor bestaande constructies. ■ Afvalwarmte benutten. ■ Energie-efficiënte verlichting voor bestaande gebouwen. ■ Klimaat- of verlichtingsbesparing. ■ Aardwarmtewinning. Aanvragen Om gebruik te kunnen maken van EIA moet u binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting een aanvraag indienen. Meer weten? Heeft u vragen over de EIA of wilt u weten of een bepaald bedrijfsmiddel in aanmerking komt? Neem dan contact op met de adviseurs van Subsidiefocus via telefoonnummer 073-6465475 of stuur een e-mail naar info@subsidiefocus.nl. MKB-innovatie- stimulering Topsectoren Bent u mkb’er en zijn uw bedrijfs- activiteiten gerelateerd aan thema’s uit de Topsectoren Tuinbouw & Uitgangs- materialen, HighTech Systemen & Materialen of Agri&Food? Dan zijn de regelingen MKB-innovatiestimulering Topsectoren (MIT) en de mkb-valorisatie- pilot Topsector Agri&Food mogelijk interessant voor u. U kunt als mkb’er subsidie aanvragen voor bijvoorbeeld haalbaarheidsstudies, R&D-samenwerkingsprojecten (Research & Development), kennisvouchers en innovatieprojecten. Iedere Topsector heeft een eigen subsidieplafond en kiest zelf hoe
  3. 3. abab.nl 3 dit budget wordt verdeeld over de instrumenten. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het instrument waarvoor u subsidie aanvraagt. In de tabel een overzicht van het budget, de instrumenten en de aanvraagperiode per Topsector. Aanvragen Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. De gesubsidieerde activiteiten moeten aansluiten bij de thema’s uit de betreffende Topsector. U kunt als mkb-ondernemer maar één aanvraag per openstellingsperiode indienen. Meer weten? Heeft u vragen over de MIT, de mkb- valorisatiepilot Agri&Food of wilt u meer weten over de thema’s uit één van de Top- sectoren? Neem dan contact op met één van de adviseurs van Subsidiefocus via telefoonnummer 073-6465475 of stuur een e-mail naar info@subsidiefocus.nl. Voorwaarden voor afstempelen van uw pensioen in eigen beheer Door tegenvallende beleggingsresultaten en de alsmaar stijgende levensverwachting kan uw pensioen-bv in zwaar weer terecht- komen. Hierdoor bestaat de kans dat wanneer u met pensioen gaat uw pensioen- bv, wegens ontoereikend vermogen, de toegezegde pensioenverplichtingen niet kan nakomen. Vanaf dit jaar is het mogelijk om zonder fiscale gevolgen éénmalig op de pensioeningangsdatum een vermindering toe te passen op de pensioenaanspraken, ook wel afstempelen genoemd. De voorwaarden zijn streng. Zo is afstempelen pas mogelijk bij een lage dekkingsgraad en een onderdekking veroorzaakt door (reële) ondernemings- en/of beleggingsverliezen. Dekkingsgraad van 75% of lager Er moet op de pensioeningangsdatum sprake zijn van een dekkingsgraad van 75% of lager (onderdekking). Deze dekkingsgraad wordt berekend door het totaal aan activa te delen door het totaal aanpassiva(exclusief het eigen vermogen). Voor de pensioenverplichting geldt de fiscale waarde. Stel het aan u toegezegde pensioen bedraagt € 75.000 per jaar. De activa van Topsector Budget Instrumenten Aanvraagperiode Tuinbouw & Uitgangs- materialen € 2.000.000 Haalbaarheidsstudies en R&D-samenwerkings- projecten 15 mei - 1 juli 2013 HighTech Systemen & Materialen € 4.000.000 Kennisvouchers en R&D- samenwerkingsprojecten 15 mei - 1 juli 2013 Agri&Food onbekend Haalbaarheidsprojecten en R&D- innovatie- projecten 1 juni - 23 september 2013 uw pensioen-bv bedragen € 450.000. De passiva bestaan uit een pensioen- verplichting van € 700.000 en € 50.000 aan crediteuren. De dekkingsgraad bedraagt nu 60% (€ 450.000 / € 750.000 x 100%). Voldoet u aan alle voorwaarden, dan mag u op de pensioeningangsdatum de pensioen- aanspraken van uw bv éénmalig verminderen met 40%. De fiscale waarde van uw pensioenverplichting bedraagt dan € 420.000. Uw aangepaste pensioen is in dat geval € 45.000. Onderdekking door ondernemings- en/ of beleggingsverliezen De onderdekking moet zijn veroorzaakt door (reële) ondernemings- en/of beleggingsverliezen. Hiervan is in ieder geval geen sprake als u in de zeven kalenderjaren voorafgaand aan uw pensioeningangsdatum bijvoorbeeld een dividenduitkering heeft ontvangen van de bv of als er aandelenkapitaal in die jaren is terugbetaald. Wel kan dan voor de berekening van de onderdekking de waarde van de activa worden verhoogd met de terugbetaling of de uitkering vermeerderd met samengestelde interest. Is door deze correctie de dekkingsgraad toch niet hoger dan 75%, dan is afstempelen nog steeds mogelijk. Vennootschapsbelasting voor de pensioen-bv Door de afstempeling/vermindering van de pensioenaanspraken valt er een deel vrij. Dat vrijgevallen deel hoort tot de belastbare winst en uw pensioen-bv moet hierover vennootschapsbelasting betalen. Dit heeft echter geen gevolgen voor de verkrijgingsprijs van uw aanmerkelijk belang in de bv. Schriftelijk akkoord Alle betrokken partijen, waaronder uzelf en mogelijk ook uw partner als pensioen- gerechtigde, het bestuur, de werkgever en de betrokken aandeelhouders moeten schriftelijk akkoord zijn met de vermindering van de pensioenaanspraken. Het is verstandig vooraf een verzoek in te dienen bij de belastinginspecteur om na te gaan of is voldaan aan alle voorwaarden. Vermindering als uw pensioen- uitkeringen al zijn ingegaan Ontvangt u op 1 januari 2013 al pensioen- uitkeringen vanuit uw pensioen-bv, dan mag u toch gebruikmaken van de mogelijkheid tot afstempelen. Uiteraard moet wel aan alle voorwaarden worden voldaan. Bovendien is deze mogelijkheid tijdelijk, namelijk tot en met 31 december 2015. Vergoedingsvordering tussen echtgenoten zonder fiscale gevolgen Als u uit uw privévermogen betaalt voor een goed dat tot het privévermogen van uw echtgeno(o)t(e) gaat behoren, dan heeft u wettelijk recht op een vergoeding. Dit noemt men een vergoedingsvordering. Tot voor kort was het onduidelijk of een
  4. 4. gever moet deze verklaring in de loon- administratie bewaren. In de aangifte loonheffingen geeft u aan dat er sprake is van een onbelast rentevoordeel. Aankoop belastingvrije zaken Van een onbelast rentevoordeel is ook sprake als uw medewerker de lening gebruikt voor het kopen van belastingvrije zaken, bijvoorbeeld een (elektrische) fiets onder de fietsenregeling. Ook het rente- voordeel van een aan het werk gerelateerde studielening van de medewerker kan onder de oude regeling voor vergoedingen en verstrekkingen onbelast blijven. Personeelslening voor andere doeleinden Voor andere renteloze of laagrentende personeelsleningen is het rentevoordeel in het algemeen wel belast. Gebruikt u de oude regeling voor vergoedingen en verstrekkingen, dan hanteert de Belastingdienst de regel van de nominale normrente (in 2013 is die 3%). Is de lening renteloos, dan bedraagt het belaste rente- voordeel dus 3%. Bij een laagrentende personeelslening vermindert u het te belasten rentevoordeel met een eventuele eigen bijdrage van uw medewerker. Het belaste rentevoordeel kunt u eenvoudig uitrekenen door het geleende bedrag te vermenigvuldigen met het verschil tussen de normrente en de rente die u daad- werkelijk aan uw medewerker in rekening brengt. Het bedrag dat uit deze berekening komt, kunt u aan het einde van het kalenderjaar aan het loon van de desbetreffende medewerker toerekenen. Personeelslening WKR De WKR kent het systeem van de norm- rente niet. Hier is de regel dat het rente- voordeel is belast tegen de waarde in het economisch verkeer. U kunt de waarde bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Uiteraard kunt u als werkgever altijd beslissen om het belaste rentevoordeel in de ‘vrije ruimte’ van de WKR te laten vallen. abab.nl4 dergelijke vergoedingsvordering al dan niet belast zou zijn in de inkomstenbelasting. Recentelijk is er meer duidelijkheid gekomen. De vergoedingsvordering hoeft niet als inkomen te worden aangegeven in de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2012. U en uw echtgeno(o)t(e) moeten hier dan wel beiden mee instemmen. Vergoedingsvordering in vogelvlucht Vergoedingsvorderingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan: ■ Als u uit uw privévermogen (mee) betaalt voor de aankoop van of de verbetering aan een goed dat behoort tot het privévermogen van uw echtgeno(o)t(e). Van een vergoedings- vordering is ook sprake als u een schuld aflost voor iets wat tot het privé- vermogen van uw partner behoort. ■ Als uw echtgeno(o)t(e) in het verleden op eigen naam een woning heeft gekocht waarin u beiden woont. Er zijn verbouwplannen en u betaalt uit uw privévermogen de rekeningen van de aannemer. U krijgt dan niet alleen een vergoedingsvordering op uw echtgeno(o)t(e) voor het bedrag dat u heeft betaald, maar u deelt dan ook mee in de waardeontwikkeling van het huis. Het kan ook zo zijn dat u uit uw privé- vermogen betaalt voor een goed dat tot het ondernemingsvermogen van uw echtgeno(o)t(e) gaat behoren of dat uw partner aan u geld uit zijn of haar privé- vermogen geeft waarmee u weer aandelen koopt in een bv. In dat geval kan er een discussie ontstaan ten aanzien van de fiscale gevolgen. Huwelijksgoederenregime Een vergoedingsvordering zal meestal voorkomen bij huwelijkse voorwaarden, maar een dergelijke vordering kan ook ontstaan bij gehuwden in gemeenschap van goederen. U heeft bijvoorbeeld van uw ouders een schenking ontvangen onder uitsluitingsclausule en met deze schenking betaalt u voor een goed waartoe uw echtgeno(o)t(e) eveneens is gerechtigd. Ook dan ontstaat bij u een vergoedings- recht en bij de ander een vergoedingsplicht. Fiscale gevolgen Recentelijk is goedgekeurd dat de vergoedingsvordering voor zover nodig in ieder geval niet als inkomen hoeft te worden aangegeven in de aangifte inkomstenbelasting 2012. Dit moet dan wel een bewuste keuze zijn. Zowel de echt- genoot die recht heeft op de vergoeding als degene die een vergoedingsplicht heeft, moet ervoor kiezen dit niet in de aangifte op te nemen. De vergoedingsvordering heeft in dat geval geen gevolgen voor de winst uit onder- neming, de terbeschikkingstellingsregeling, de eigenwoningregeling en het aanmerkelijk belang. Zit het vergoedingsrecht op inkomen uit sparen en beleggen (box 3), dan behoren de vordering en de daarmee corresponderende schuld tot de rendementsgrondslag. De personeelslening als arbeidsvoorwaarde Als werkgever heeft u een aantrekkelijk instrument tot uw beschikking om een goed functionerende medewerker aan u te binden: de personeelslening. U mag uw medewerker een lening verstrekken, bijvoorbeeld voor de aankoop van een huis, tegen geen of een lage rente. Het mes snijdt aan twee kanten, want uw mede- werker profiteert hier uiteraard ook van. U moet dan wel een aantal fiscale regels in acht nemen. Rentevoordeel Als u geld uitleent aan uw medewerker en deze betaalt minder rente over de lening dan bij een kredietverlener, dan heeft uw medewerker een rentevoordeel. In het algemeen geldt dat het rentevoordeel van een geldlening die u aan de medewerker verstrekt, belast is en tot het loon wordt gerekend. Het maakt daarbij wel verschil of u als werkgever gebruikmaakt van de oude regeling voor vergoedingen en verstrekkingen in de loonbelasting of van de werkkostenregeling (WKR). Personeelslening voor de eigen woning Dit is voor beide regimes niet het geval als uw medewerker de lening gebruikt voor het kopen, onderhouden of verbeteren van een eigen woning. Het rentevoordeel is dan onbelast, mits er wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Zo moet uw medewerker onder meer schriftelijk aan u verklaren dat hij de lening in de inkomstenbelasting als een eigenwoningschuld aangeeft. U als werk-
  5. 5. abab.nl 5 Hoogte kinder- alimentatie hangt af van uw zorg Ouders die uit elkaar gaan, zijn wettelijk verplicht om bij te dragen in de opvoeding en verzorging van de kinderen. Voor het berekenen van kinderalimentatie gelden vanaf 1 april nieuwe richtlijnen. De belangrijkste verandering is de invoering van een draagkrachttabel. Ouders die gaan scheiden, hoeven minder kinderalimentatie te betalen naarmate zij meer voor de kinderen zorgen. In de oude regels voor het berekenen van kinderalimentatie werd door de rechter uitgegaan van traditionele gezinnen, bestaande uit zorgende moeders en werkende vaders. Tegenwoordig hebben vaak beide ouders zowel werk- als zorg- taken. Met het nieuwe rekenmodel hoeven rechters niet meer te kijken naar alle kosten die ouders maken, maar kunnen ze aan de hand van het netto besteedbare inkomen van beide ouders voor en na de scheiding bepalen wat iedere ouder gaat betalen. De nieuwe regels rondom de berekening van de kinderalimentatie moeten een einde maken aan de eindeloze discussies over wat de kinderen kosten en wat de onderhoudsplichtige ouder kan missen. Ouders met een omgangsregeling hoeven onder de nieuwe regels minder alimentatie betalen naarmate ze meer voor hun kinderen zorgen. Rechters kunnen nu gebruikmaken van een draagkrachttabel. Aan de hand van die tabel kan de rechter op basis van het inkomen berekenen hoeveel een ouder aan alimentatie kan betalen. Let op! De nieuwe richtlijnen gelden voor kinderalimentaties die na 1 april worden vastgesteld of gewijzigd. Voor ouders die nu al kinder- alimentatie ontvangen of betalen, verandert er dus niets. Kindgebonden budget Met ingang van 1 januari 2013 wordt bij de vaststelling van de alimentatie rekening gehouden met het kindgebonden budget (een inkomensafhankelijke overheids- bijdrage die de verzorgende ouder onder voorwaarden naast de kinderbijslag ontvangt). Dat kan tot gevolg hebben dat één een van de ouders minder alimentatie hoeft te betalen. Berekening Het nieuwe rekenmodel ziet er als volgt uit. In de behoeftetabel wordt het totale gezinsinkomen opgezocht vóór de scheiding. Met deze tabel wordt bepaald hoeveel geld normaal gesproken aan de kinderen besteed zou moeten worden. Wat de afzonderlijke ouders na de scheiding maximaal kunnen bijdragen in de kosten, berekent de rechter door ieders netto- inkomen op te zoeken in de nieuwe draagkrachttabel. Zorgkorting De alimentatiebetalende ouder met een omgangsregeling kan in aanmerking komen voor een zorgkorting van 15 tot maximaal 35%. Hij of zij betaalt dan immers op de dagen dat de kinderen bij hem of haar zijn, al een deel van de verzorging in natura. Aanvaardbaarheidstoets Wanneer u als alimentatiebetalende ouder het bedrag te hoog vindt, moet u aan de rechter kunnen aantonen waarom u de alimentatie te hoog vindt. De rechter zal uw argumenten streng beoordelen aan de hand van de aanvaardbaarheidstoets. Sociaal akkoord over de arbeidsmarkt Het kabinet heeft onlangs met werkgevers- en werknemersorganisaties een sociaal akkoord gesloten. Dat akkoord heeft onder meer betrekking op aanpassingen van de Werkloosheidswet (WW), het ontslagrecht en de deelname aan de arbeidsmarkt van mensen met een arbeidshandicap. De hervormingen van het stelsel voor mensen met een arbeidsbeperking gaan in 2015 in. De aanpassingen van de WW en het ontslagrecht worden uitgesteld tot 2016. Onderdeel van het sociaal akkoord is dat het aanvullende pakket van bezuinigingsmaatregelen voor 2014 voorlopig aan de kant is geschoven. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de economie komt dit pakket op een later moment weer ter tafel. Bij dreigend ontslag moeten mensen naar ander werk worden begeleid. Het beroep op de WW moet zoveel mogelijk worden beperkt. Het publiek gefinancierde deel van de WW wordt beperkt tot 24 maanden. Via cao’s komt er een privaat gefinancierd deel voor de resterende duur van 14 maanden. De WW blijft inkomensgerelateerd. Onderdeel van de herziening van het ontslagrecht is de introductie van een zogenaamde transitievergoeding. Dat is de vergoeding die de werkgever moet betalen bij het beëindigen van dienstverbanden die in totaal twee jaar of langer hebben geduurd. De vergoeding is een derde maandsalaris per dienstjaar gedurende de eerste tien jaren en een half maandsalaris voor de volgende dienstjaren. De vergoeding kent een maximum van € 75.000 of een jaarsalaris als dat hoger is. Voor 50-plussers komt er een overgangs- regime tot 2020. Voor deze groep geldt vanaf het tiende dienstjaar een vergoeding van één maand, als deze dienstjaren na de vijftigste verjaardag liggen. Er geldt een uitzondering op de overgangsregeling voor bedrijven met minder dan vijfentwintig medewerkers. De IOW (Inkomensvoorziening voor oudere werklozen) blijft tot 2020 bestaan voor medewerkers die werkloos worden wanneer zij 60 jaar of ouder zijn. De IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze medewerkers) wordt geleidelijk afgebouwd waardoor alleen medewerkers die geboren zijn voor 1 januari 1965 nog gebruik kunnen maken van deze regeling. Vanaf 1 januari 2015 zal het arbeidsrecht worden aangepast om de positie van flex- werkers te verbeteren. De zogenaamde ketenbepaling voor tijdelijke contracten krijgt een maximum van drie contracten in twee jaar met een tussenpoos van zes maanden. Dat houdt in dat er sneller een vast contract moet worden gegeven. Bij cao kan worden afgeweken van de keten- bepaling als dat door de aard van het werk noodzakelijk is. Voor tijdelijke contracten van maximaal zes maanden vervalt de proeftijd. Ook de mogelijkheid van het
  6. 6. abab.nl6 opnemen van een concurrentiebeding in een tijdelijk contract vervalt. De arbeidsverledeneis die in 2014 in de Ziektewet zou worden ingevoerd, gaat niet door. Verdere beperking pensioenmogelijkheden aangekondigd Nadat eerder de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd zijn verhoogd (Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd) wordt nu een verdere stap gezet om pensioenregelingen te versoberen. Dat gebeurt door de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies te beperken. Om dat te bereiken is een wetsvoorstel ingediend, dat per 1 januari 2015 de opbouw van een ouderdomspensioen van 70% van het gemiddelde inkomen in 40 jaar mogelijk maakt. De maximaal toegestane opbouw per dienstjaar voor een middelloonregeling wordt 1,75% van het salaris. Voor een eindloonregeling bedraagt de maximale opbouw 1,55% per dienstjaar. De maximaal toelaatbare opbouw van partner- en wezenpensioen wordt eveneens verlaagd. Een verdere beperking wordt bereikt door het pensioengevend inkomen te beperken tot € 100.000 per jaar. Voor zover het inkomen hoger is dan dit bedrag is fiscaal gefacilieerd opbouwen van pensioen niet meer mogelijk. Voor de berekening van de pensioenopbouw moet dit inkomen nog worden verminderd met de AOW- franchise. Dat is het deel van het inkomen waarover geen pensioen kan worden opgebouwd omdat de AOW-uitkering geacht wordt daarin te voorzien. Het maximale pensioengevend inkomen wordt jaarlijks geïndexeerd. Eerder was de pensioenrichtleeftijd met ingang van 2014 al verhoogd naar 67 jaar om vervolgens te worden gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. De aanpassingen in het wetsvoorstel betreffen niet alleen pensioenregelingen voor medewerkers, maar ook verplichte beroepspensioenfondsen voor ondernemers en de mogelijkheden van aanvullend pensioen via lijfrenten. Ook de toevoeging aan de oudedagsreserve voor ondernemers zal worden beperkt. Pensioentoezeggingen die uitgaan boven de hiervoor genoemde grenzen worden fiscaal gesplitst in een zuiver deel en een onzuiver deel. Het zuivere deel is een onbelaste aanspraak. Het onzuivere deel is een vermogensrecht dat in box 3 van de inkomstenbelasting valt. De Pensioenwet zal worden aangepast om te voorkomen dat het afkoopverbod voor pensioenregelingen van toepassing is op het onzuivere deel van het pensioen. In de Pensioenwet wordt ook opgenomen dat medewerkers niet verplicht kunnen worden om deel te nemen aan fiscaal bovenmatige pensioenregelingen. Werkgevers en medewerkers hebben tot 1 juni 2013 de tijd om met alternatieven te komen voor de door het kabinet voorgestelde ingrepen in de pensioenopbouw. Goedkeurend besluit kleine ondernemers De omzetbelasting kent een bijzondere regeling voor kleine ondernemers. Deze regeling geeft een ondernemer, die in een jaar minder dan € 1.883 omzetbelasting moet afdragen, recht op een vermindering van omzetbelasting. De regeling voor kleine ondernemers geldt alleen voor natuurlijke personen. In sommige gevallen hoeft een ondernemer niet aan de administratieve verplichtingen van het ondernemerschap te voldoen. Een ondernemer die daarvoor in aanmerking wil komen moet een verzoek bij de inspecteur indienen. De ontheffing gaat normaliter in per 1 januari van het volgende jaar. De staatssecretaris van Financiën heeft goedgekeurd dat een ondernemer met terugwerkende kracht wordt ontheven van zijn administratieve verplichtingen voor de omzetbelasting. De ondernemer moet dan wel aannemelijk kunnen maken dat hij in het jaar waarin hij het verzoek heeft ingediend na toepassing van de vermindering geen omzetbelasting hoeft te voldoen. Verder mag de ondernemer in dat jaar geen omzetbelasting in rekening brengen op zijn facturen en heeft hij geen aanspraak op teruggaaf van omzetbelasting. Voor commissarissen van naamloze of besloten vennootschappen gold tot 1 januari 2013 een goedkeuring waardoor zij buiten de heffing van omzet- belasting bleven als zij niet meer dan vier commissariaten vervulden. Om te voorkomen dat commissarissen die als ondernemer voor de omzetbelasting na toepassing van de kleine ondernemers- regeling per saldo geen omzetbelasting hoeven te voldoen, over een deel van 2013 een administratie voor de omzetbelasting moet bijhouden, geldt ook voor hen dat zij met terugwerkende kracht tot 1 januari kunnen worden ontheven van hun administratieve verplichtingen. De commissaris moet het verzoek om ontheffing indienen vóór 1 juli 2013. Belastingdienst gestart met stamrecht- project De Belastingdienst gaat strenger toezicht houden op recentelijk opgerichte (zuivere) stamrecht-bv’s en al langer bestaande bv’s met een stamrechtgerechtigde directeur- grootaandeelhouder (DGA) tussen de 60 en 65 jaar. In de praktijk gebeurt het regelmatig dat een bv bij het ingaan van het stamrecht te weinig vermogen heeft om aan de uitkeringsverplichting te voldoen. Tegenvallende beleggingsresultaten kunnen een oorzaak zijn, maar ook in het verleden gedane dividenduitkeringen en verstrekte leningen aan de DGA. Kan de bv niet aan haar uitkeringsverplichtingen voldoen, dan kan de Belastingdienst dit zien als afkoop. Het gevolg is direct belasting betalen over de waarde van het stamrecht vermeerderd
  7. 7. abab.nl 7 Hoewel bij de samenstelling van deze nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden.Vanwege het brede en algemene kader van deze nieuwsbrief, is deze niet bedoeld als enige vorm van professioneel advies en derhalve niet zonder meer geschikt voor het nemen van financiële beslissingen. Voor toepassing in individuele gevallen raden wij u aan contact met ons op te nemen. met mogelijk revisierente. Om dit te voorkomen, geeft de Belasting- dienst extra voorlichting over de voor- en nadelen van een stamrecht-bv en wordt er strenger gecontroleerd op stamrecht- en leningsovereenkomsten. Ook de ontwikkeling van de vermogenspositie van de stamrecht-bv zal scherper in de gaten worden gehouden. Frauderende bestuurders aangepakt Het vervelendste wat u als ondernemer kan overkomen, is dat u te maken krijgt met faillissementsfraude. Bijvoorbeeld wanneer u als schuldeiser erachter komt dat de frauderende bestuurder van het bedrijf waarmee u zaken doet, vlak voor een faillissement zaken wegsluist, waardoor u fors benadeeld wordt. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil daar een stokje voor steken met een nieuw wetsvoorstel. Frauderende bestuurders kunnen straks met een civiel bestuursverbod steviger worden aangepakt. Het verbod zorgt ervoor dat frauduleuze bestuurders maximaal vijf jaar geen rechtspersoon kunnen besturen. Het onbehoorlijk bestuur moet zich hebben voorgedaan in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement van het bedrijf. De nieuwe wet voorziet ook in een mogelijkheid om een web aan rechtspersonen aan te pakken dat speciaal is opgezet om fraude te maskeren. Extra voordeel giftenaftrek met één jaar verlengd U kunt als ondernemer of als particulier één jaar langer (tot en met 2017) profiteren van een extra belastingvoordeel wanneer u schenkt aan culturele instellingen. Als particulier mag u voor de Let op! Wanneer u periodiek schenkt, geeft de verlenging u tot en met 2017 de gelegenheid maximaal te profiteren van de ‘aftrek van periodieke giften’. Deze aftrek is gebonden aan een termijn van ten minste vijf jaar. inkomstenbelasting 25% meer aftrekken dan wat u geeft aan een culturele ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Het extra belastingvoordeel kan zo oplopen tot maximaal € 650. Als ondernemer mag u voor de vennootschapsbelasting de aftrek van uw gift met 50% verhogen. Voor uw bedrijf kan dit extra voordeel oplopen tot maximaal € 625. Onwetende erfgenamen gevrijwaard van schulden Een erfgenaam die na het zuiver aanvaarden van een nalatenschap met een onverwachte schuld uit de erfenis wordt geconfronteerd, krijgt straks de mogelijk- heid om een machtiging te vragen aan de kantonrechter om alsnog de nalatenschap beneficiair te aanvaarden. Voorwaarde is wel dat de erfgenamen niets te verwijten valt: zij kenden de schuld niet en konden er ook niet van op de hoogte zijn. Voor deze extra bescherming aan onwetende erfgenamen moet de wet nog wel worden aangepast. Bij beneficiair aanvaarden worden de schulden van de erflater gewoon betaald uit de opbrengst van de erfenis. Als deze opbrengst niet groot genoeg is, vervallen de overgebleven schulden. Uw privévermogen blijft dan buiten schot. Registratieplicht voor de actieve DGA Vanaf 1 juli 2012 geldt er niet alleen voor alle uitzendbureaus een registratieplicht bij de Kamer van Koophandel, maar ook voor alle andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Zo vallen bijvoorbeeld ook detacheerders en payrollbedrijven onder de registratieplicht. Maar wist u dat die plicht ook voor u geldt als u zich als DGA laat uitlenen via uw bv aan derden? Twijfelt u of u zich moet registreren in het Handelsregister, neem dan contact op met de Kamer van Koophandel. Zo voorkomt u problemen achteraf en een mogelijk forse boete bij controle van de Inspectie SZW. 150 km-grens in 30%-regeling is discriminerend Met ingang van 1 januari 2012 gelden enkele beperkingen voor de 30%-regeling. Eén van deze beperkingen houdt in dat de buitenlandse medewerker voor zijn tewerkstelling in Nederland op meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens moet hebben gewoond. Deze beperking is volgens de rechtbank Haarlem een inbreuk op het EU-recht. Volgens de rechtbank is sprake van discriminatie, ook al wordt de buitenlandse medewerker niet slechter behandeld dan een Nederlandse medewerker. De rechtbank vergelijkt een medewerker die binnen 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde met een buitenlandse medewerker die op 151 kilometer van de Nederlandse grens woonde, in beide gevallen ervan uitgaande dat de medewerkers naar Nederland zouden verhuizen om hier te gaan werken en daarvoor vergelijkbare kosten zouden maken. De 30%-regeling geldt voor uit het buitenland aangeworven medewerkers met een bijzondere deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is. De regeling houdt in, dat gedurende maximaal 8 jaar 30% van de bruto beloning als onbelaste vergoeding voor de extra kosten van verblijf buiten het land van herkomst wordt aangemerkt. De beperking tot medewerkers die voorafgaand aan hun tewerkstelling in Nederland meer dan 150 kilometer van de grens woonden is bedoeld om ongewenst gebruik van de 30%-regeling te beperken. De achtergrond van deze beperking is dat medewerkers die minder dan 150 kilometer van de grens woonden doorgaans niet of maar beperkt worden geconfronteerd met extra kosten door het gaan werken in Nederland. Voor hen geldt volgens de wetgever niet altijd de noodzaak om te verhuizen.
  8. 8. ABAB Accountants en Adviseurs - Postbus 10085, 5000 JB Tilburg - abab.nl Kijk voor het laatste nieuws op onze website!

×